Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.

Samen Kantelen samenvatting 150625

162 views

Published on

  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

Samen Kantelen samenvatting 150625

  1. 1. Samen kantelen Verkenning van samenwerking tussen burgerinitiatieven en het sociaal team in de gemeente Bernheze Samenvatting 25 juni 2015 Naam: Calisa Nuis Onderwijsinstelling: Avans Hogeschool, Academie Sociale Studies Breda (ASB), Deeltijdopleidingen Opleiding: Maatschappelijk werk en dienstverlening Consulent Avans: Yvonne Boonaerts Opdrachtgever: Aanzet, Marga van Esch
  2. 2. 3 Inleiding In de kanteling van onze samenleving van verzorgingsstaat naar participatiesamenleving spelen burgerinitiatieven een steeds grotere rol. De laatste twee jaar zijn op gebied van welzijn veel van dit soort initiatieven gestart of bezig zichzelf vorm te geven. In de gemeente Bernheze is inmiddels een zestal van dit soort initiatieven ontstaan, die een bijdrage willen leveren aan het welzijn van hun gemeenschap. Ook is in januari 2015 het sociaal team van start gegaan, met daarin vertegenwoordigers van de professionele organisaties op gebied van welzijn. Voor goede ondersteuning van de burgers van de gemeente Bernheze is het belangrijk dat een goede verbinding wordt gelegd tussen de burgerinitiatieven en het sociaal team. In het kader van de opleiding Maatschappelijk Werk en Dienstverlening van Avans Hogeschool, is afstudeeronderzoek verricht naar samenwerken tussen burgerinitiatieven en het sociaal team Bernheze. In dit onderzoek staat de volgende vraag centraal: “Hoe kan de samenwerking tussen het sociaal team Bernheze en burgerinitiatieven op gebied van welzijn in de gemeente Bernheze worden geoptimaliseerd?”. Om dit te onderzoeken is literatuur bestudeerd over wat succesfactoren in samenwerking zijn. Ook zijn interviews afgenomen met zowel leden van de relevante burgerinitiatieven, leden van het sociaal team en een aantal overige betrokkenen om hun visie, wensen en verwachtingen over samenwerking nu en in de toekomst in beeld te krijgen. Burgerinitiatieven in de gemeente Bernheze In de gemeente Bernheze zijn zes burgerinitiatieven actief of in oprichting (zie bijlage 1). De initiatieven zitten niet allemaal in dezelfde fase en verschillen van elkaar wat betreft doelstelling, werkwijze en organisatie. Ze richten zich wel bijna allemaal in eerste instantie de ouderen en mensen met een beperking van het hele dorp. Een van de burgerinitiatieven richt zich op alle inwoners van de eigen wijk. Als algemene doelstelling zien de burgerinitiatieven vooral het verbeteren van de sociale contacten, (praktische) ondersteuning bij het langer thuis blijven wonen en het informeren van mensen over zorg en welzijn. Drie van de zes initiatieven zijn, ook al is nog niet alles uitgedacht, wel al operationeel in de vorm van een pilot of ontmoetingsochtenden. Sociaal team Bernheze Sinds januari 2015 is in de gemeente Bernheze het ‘sociaal team Bernheze’ gestart. Dit team bestaat uit professionals uit de organisaties op gebied van zorg en welzijn: MEE Noordoost Brabant, Vivaan (welzijnsorganisatie), Aanzet (algemeen maatschappelijk werk), Rigom (regionale ouderenorganisatie), Laverhof (wijkverpleegkundige) en een WMO-consulent (gemeente) (zie bijlage 2). Het sociaal team heeft de taak om de zorg en ondersteuning aan de burger uit te voeren. Ten aanzien van burgerinitiatieven hebben zij, naast het faciliteren van deze initiatieven, de opdracht verbinding te maken voor beleidsmatige ondersteuning en voor praktische afstemming. Ook is het de bedoeling dat zij gebruik maakt van de diensten van burgerinitiatieven (Van Esch en Van de Laar, 2014). Samenwerking tussen sociaal team en burgerinitiatieven Het samenwerken van een sociaal team met burgerinitiatieven kan worden beschouwd als een vorm van samenwerking tussen professionals en vrijwilligers. Dit bestaat al heel lang, een groot verschil is dat de vrijwilligers van burgerinitiatieven niet binnen de structuur van een organisatie werken. Het gaat om een nieuwe vorm van samenwerken. Samenwerking tussen professionals en vrijwilligers De samenwerking tussen burgerinitiatieven en professionele organisaties verschilt sterk van die tussen professionele organisaties onderling, omdat het gaat om het werken met vrijwilligers. Vrijwilligers werken met een andere motivatie en inzet en vragen daarom een ander soort benadering door professionals in
  3. 3. 4 samenwerkingsprocessen. Een benadering waarbij rekening wordt gehouden met en ingespeeld op deze motieven is noodzakelijk, zegt Movisie (2014, p. 8). Ook is het volgens hen goed om bewust te zijn van de levensfase en achtergrond van de vrijwilligers. Verder moet er in het werken met vrijwilligers volgens Van Bochove, Tonkens en Verplanke (2014) bijvoorbeeld een goede balans zijn in de verantwoordelijkheid die ze hebben en de mate van initiatief die wordt gevraagd. Als deze te veel of te weinig is, bestaat het risico dat een vrijwilliger afhaakt. Daarnaast, zo zeggen Scholten en Elferink (2014), is het belangrijk te zorgen dat vrijwilligers goed geïnformeerd worden: over zaken die met cliënten te maken hebben, over uitvoering van taken en ook over de organisaties waarmee de vrijwilligers samenwerken. Zorg ook voor de goede randvoorwaarden zoals relevante kennis en toerusting van vrijwilligers en stem goed af over cliënten en concrete werkzaamheden, adviseren zij. In de relatie spelen erkenning van de inzet en professionaliteit van vrijwilligers een centrale rol (Van Bochove, Tonkens & Verplanke, (2014). Aandacht hiervoor is nodig om de vrijwilligers gemotiveerd te houden. Want hoewel vrijwilligerswerk zeker niet als vrijblijvend wordt gezien, zijn zij niet formeel gebonden aan het werk en vaak al op leeftijd waardoor de continuïteit van de inzet altijd onzeker is. Werken met vrijwilligers van burgerinitiatieven vraagt volgens Peters (2014) een kanteling in de werkwijze en de houding van professionals. Penninx (2014) voegt daaraan toe dat aanpassingsbereidheid nodig is bij beide partijen, maar vooral bij de professionals. In dit gekantelde samenwerken staan respecteren en waarderen, nog meer dan tussen professionals onderling, centraal op de werkvloer. Bij samenwerken met vrijwilligers van burgerinitiatieven is een terughoudende houding van de professional nodig: niet zelf de leiding nemen, maar vooral ondersteunen en kijken of de sociale en fysieke veiligheid gegarandeerd blijft. “Als professional bekijk je de situatie van een afstand, behoud je overzicht en ken je de ondersteuningsmogelijkheden in de omgeving. Je vult die aan, soms iets meer en soms iets minder.” aldus Peters (2014 p. 9). Professionals zijn in die rol meer coach en kennisoverdrager in plaats van hulpverlener, dus coaching vaardigheden zijn noodzakelijk. En het is daarbij belangrijker dat burgerinitiatieven weten welke persoon kan helpen in plaats van welke organisatie. Dit maakt ondersteuning laagdrempelig en dichtbij. (Peters, 2014). Een bijzondere rol is ten slotte gereserveerd voor een procesbegeleider die op actieve wijze de sociale netwerken en het samenwerken met burgers stimuleert (Van Delden, 2014). Omdat veranderingen in de samenleving tijd vragen en het wel een paar jaar kan duren voordat tussen burgers de sociale contacten en wederzijdse hulp op gang komen is het goed als een dergelijke procesbegeleider zijn rol voor langere tijd kan vervullen en dat hiervoor voldoende budget beschikbaar wordt gesteld, zo stelt Van Delden (2014). Innovatieve samenwerking In de context van kantelende verhoudingen in het sociaal domein en de nieuwe organisatievormen die recent zijn ontstaan, kan samenwerking tussen burgerinitiatieven en het sociaal team worden gezien als een innovatieve samenwerking. Het gaat om het opbouwen van een nieuw soort relatie tussen partijen die allemaal nog niet weten hoe hun context, hun werk en hun samenwerkingspartners er uit (gaan) zien. Dit vraagt een samenwerking die is gebaseerd op een leerproces. Hierbij staan volgens Van Staveren (2007) een aantal principes centraal, onder andere de volgende: 1. Een groeidesign Daarbij gaat het om het maken van tijdelijke werkverbanden waarbij voorlopige aandachtspunten worden geformuleerd. Gaandeweg kan dan met de deelnemers het leerproces vorm worden gegeven en van inhoud worden voorzien. Daarbij is het belangrijk dat deelnemers onbevangen proberen waar te nemen en ruimte creëren om alle aspecten van de samenwerking te laten meegroeien met de veranderende context.
  4. 4. 5 2. Samenwerken als modus van leren Het samenwerken wordt gezien als leerproces, waarbij niet te veel naar de samenwerking op zich wordt gekeken, maar men zich richt op de beoogde verandering of innovatie. Belangrijk daarbij is de aandacht voor reflectie en feedback. 3. Werken en leren integreren en ontkoppelen Naast het samen laten gaan van werken en leren op de werkvloer is het ook nodig om een plek te creëren buiten de werkvloer waar ruimte is voor reflectie en oefening. Dit moet een veilige leeromgeving zijn, waar persoonlijke vragen en dilemma’s kunnen worden besproken. 4. Fricties bespreken en gebruiken Er moet ook voldoende oog zijn voor verschillen in visies en fricties die spelen in de samenwerking. Dit kan door met elkaar te onderzoeken en zichtbaar te maken hoe wij als mens geneigd zijn te handelen vanuit aannames. Bestaande fricties in de samenwerking zouden moeten worden benaderd als bron van mogelijkheden en creativiteit. Belangrijk is om hiervoor ontmoetingen te organiseren. 5. Betrekken van context en procesbegeleiding Als duidelijk is in welke context de verschillende spelers zich bevinden, is het makkelijker om in te spelen op wat bij alle partijen leeft. Een procesbegeleider kan hierin een centrale rol spelen door te schakelen tussen de verschillende contexten en rollen. 6. Leren reflecteren en uitwisseling van kennis Het uitwisselen van kennis en ervaringen tijdens het werkproces draagt bij aan het leerproces. Het is nodig dat partijen leren reflecteren. 7. Interactie zien als basis voor veranderen Bij de interactie is het belangrijk om fouten te durven maken en sociale vaardigheden naar elkaar te ontwikkelen. Daarnaast is het goed om de dynamiek van het samenwerkingsproces te leren herkennen en op het goede moment de juiste mensen te betrekken. Bij het opbouwen van innovatieve samenwerkingsrelaties, zoals die tussen burgerinitiatieven en professionals, speelt vertrouwen een sleutelrol (Smid, Gerhard, Bijlsma-Frankema en Bernaert & George, 2007, p. 73). Deelnemers aan een innovatieve samenwerking kunnen hun relatie verbeteren als zij aandacht hebben voor de dynamiek en ontwikkeling van de context waarin zij werken. Dit betekent dat onder veilige omstandigheden een open gesprek wordt aangegaan over risico’s van samenwerken, gevoeligheden en belangen. Daarbij is het nodig begrip te tonen voor aanwezig wantrouwen. Bij het oplossen van onenigheid zou actief op zoek moeten worden gegaan naar maatwerk en verschillende mogelijkheden moeten worden aangeboden voor het oplossen van deze onenigheid. Vertrouwen wordt vervolgens verder gevoed door openheid over fouten, het aanbieden van hands-on-steun en het onderhouden van de relatie door regelmatig bij elkaar op bezoek gaan (Smid et al., 2007). Succesfactoren in samenwerking tussen burgerinitiatieven en sociaal team In de literatuur zijn diverse succesfactoren genoemd die samenwerken tussen burgerinitiatieven en sociaal team kunnen bevorderen. Ook in de interviews zijn door de verschillende betrokkenen zaken genoemd die belangrijk worden gevonden in samenwerking. Deze (verwachte) succesfactoren zijn in te delen in drie verschillende aspecten van samenwerken: ‘inhoud en ambitie’, ‘relatie en communicatie’ en ‘vorm en proces’. Op basis van alle interviewgegevens is een inschatting gemaakt in welke mate deze factoren al aandacht hebben bij betrokkenen en welke actie nodig is om deze in de samenwerking vorm te kunnen geven. In bijlage 3 staan alle factoren genoemd.
  5. 5. 6 Conclusies uit het onderzoek  Alle betrokken partijen zijn ervan overtuigd dat samenwerking nodig en wenselijk is. De belangrijkste wens bij zowel burgerinitiatieven als sociaal team voor de komende tijd is om snel een gedeelde ambitie of visie te formuleren waarin de leefbaarheid van de dorpen centraal staat, er naar wordt gestreefd elkaar in het werk goed aan te vullen en waarin de kantelingsgedachte goed wordt meegenomen.  Er gaan stemmen op om burgerinitiatieven en sociaal team wat betreft invulling van de eigen manier van werken en de samenwerking meer samen te laten optrekken, zodat er niet op een later moment visies in elkaar geschoven moeten worden en op dat moment weer eigenheid moet worden losgelaten.  Voor de samenwerking in de toekomst bestaat er weinig verschil in visie bij burgerinitiatieven en sociaal team over wat de inhoudelijke rol van de ander zou moeten zijn. Het sociaal team zou vooral moeten ondersteunen (adviseren, coachen en trainen, maar ook in praktische zin) en het vangnet zijn voor hulpvragen die te complex zijn of blijken. Burgerinitiatieven hebben vooral de taak kwetsbare situaties te signaleren en eenvoudige hulpvragen op zich te nemen.  Aandachtsgebieden voor ondersteuning door het sociaal team aan burgerinitiatieven zijn bijvoorbeeld: het gebruik maken van de sociale kaart en netwerk van het sociaal team, advies bij het maken van keuzes in de vorm en inhoud van het initiatief en bij het werken aan cases.  Onderwerpen voor training die vaak door burgerinitiatieven en sociaal team zijn genoemd, zijn: signaleren, privacy, doorverwijzen en reflecteren. Daarnaast zijn bij het sociaal team ook onderwerpen als discriminatie en het omgaan met mensen met een beperking genoemd.  Omdat de burgerinitiatieven zo verschillend zijn en in verschillende fasen van ontwikkeling zitten, is ondersteuning of training maatwerk.  De meeste betrokkenen willen zo snel mogelijk op een kleinschalige manier samen op de werkvloer aan de slag en ervaringsgericht gaan werken. Hierbij wordt het belangrijk gevonden dat er afspraken worden gemaakt, maar wel met mate.  Burgerinitiatieven vinden het belangrijk dat het sociaal team een toegankelijke en uitnodigende houding heeft. Ze willen in de samenwerking gelijkwaardigheid en respect.  Sociaal team wil graag dat ieder in de samenwerking elkaars kracht erkent en dat er bekendheid en begrip is voor elkaars manier van werken. Profileringsdrang moet zo veel mogelijk worden vermeden, wordt aan beide kanten gezegd.  De interviews geven aanleiding te vermoeden dat er nog gevoeligheden leven die een goede samenwerkingsrelatie in de weg staan. Deze hebben te maken met belangen, vooronderstellingen en beeldvorming die aan beide kanten leven.  Van de succesfactoren voor samenwerking die in literatuur worden genoemd, heeft meer dan driekwart al aandacht van een of meer betrokkenen. Voor een aantal belangrijke factoren worden in de volgende paragraaf aanbevelingen gedaan.  Veel van de genoemde succesfactoren vragen een groeiproces en zullen door ervaringsgericht werken gaandeweg vorm krijgen. Regelmatig gericht evalueren is daarbij belangrijk en hiervoor worden hieronder aanbevelingen gedaan. Algemene aanbevelingen Als de samenwerking tussen burgerinitiatieven en sociaal team goed gaat lopen, kunnen uiteindelijk veel tijd en kosten worden bespaard. Een goede investering in deze beginfase levert in de toekomst een betere relatie en daarmee efficiëntere samenwerking.
  6. 6. 7 Hoewel er soms wordt genoemd dat het belangrijk is om als organisatie eerst zelf goed te weten wat je nastreeft, voordat er over samenwerken gepraat wordt, zou het goed zou zijn als burgerinitiatieven en sociaal team wat betreft invulling van de eigen manier van werken en de samenwerking meer samen optrekken. Dit om te voorkomen dat er verschillende visies worden geformuleerd die op een later moment in elkaar moeten worden geschoven en waarbij op dat moment eigenheid moeten worden losgelaten. Burgerinitiatieven organiseren inmiddels al bijeenkomsten om over de invulling van hun werk te brainstormen met belangrijke betrokkenen, het sociaal team zou mogelijk ook vertegenwoordigers van de burgerinitiatieven kunnen uitnodigen om input te leveren voor hun visie. Aanbevelingen korte termijn Voor de komende tijd, worden de volgende aanbevelingen gedaan:  Het sociaal team zou een ‘coördinator of contactpersoon burgerinitiatieven’ moeten benoemen die binnen het sociaal team voor alle vragen vanuit burgerinitiatieven en het team zelf het eerste aanspreekpunt is. Dit zou iemand moeten zijn met veel ervaring met vrijwilligers en goede coaching vaardigheid beschikt. Deze persoon moet genoeg tijd beschikbaar krijgen om zijn of haar taken goed te kunnen uitvoeren. Ook moet deze zo snel mogelijk bij de burgerinitiatieven en bij de recepties van de moederorganisaties van het sociaal team als zodanig bekend worden gemaakt zodat goed kan worden doorverwezen.  Het sociaal team zou zo snel mogelijk de burgerinitiatieven een overzicht moeten geven met daarin informatie over contactpersonen en hun expertise.  Ook de burgerinitiatieven moeten zo snel mogelijk een keuze maken wie van hun initiatief de het eerste aanspreekpunt is, zodat de lijn van communicatie zo kort mogelijk is.  Burgerinitiatieven en sociaal team zouden zo snel mogelijk moeten beginnen met kleinschalig samenwerken op basis van hulpvragen. Met alle burgerinitiatieven afzonderlijk zouden eerste afspraken op maat moeten worden gemaakt over: o ieders taken en verantwoordelijkheden bij gezamenlijke cases; o wanneer en hoe hulpvragen moeten worden doorverwezen; o hoe ieder elkaar het best snel kan bereiken (denk ook aan ‘What’s app’ of een digitaal groepsforum) o hoe te handelen in urgente of lastige situaties met cliënten; o hoe om te gaan met privacy; o welke ondersteuning vanuit het sociaal team precies nodig is.  De coördinator burgerinitiatieven zou op korte termijn een bijeenkomst moeten organiseren met vertegenwoordigers van gemeente, sociaal team en burgerinitiatieven om een gezamenlijke ambitie te formuleren op basis van de opdracht voor welzijn. Deze ambitie moet de burger centraal stellen, zo concreet mogelijk en motiverend zijn. Zorg ervoor dat overeenstemming is over de definities van de belangrijkste termen, zoals onder andere ‘zorg’, ‘welzijn’, ‘eigen kracht’, ‘mantelzorg’, ‘ondersteunen’ en ‘kanteling’. Deze bijeenkomst zou kunnen worden begeleid door de procesversneller van het sociaal team.  De coördinator burgerinitiatieven zou alle burgerinitiatieven afzonderlijk moeten uitnodigen voor een kleinschalig overleg over deze centrale ambitie en over alle belangen die daarbij spelen. Ook zou in dit gesprek moeten worden geprobeerd onuitgesproken vooronderstellingen, onzekerheden of andere gevoeligheden boven tafel te krijgen wanneer dit samenwerking in de weg lijkt te staan. Laat de procesbegeleider van het sociaal team, die van een ander team of een maatschappelijk werker deze gesprekken begeleiden.
  7. 7. 8  De coördinator burgerinitiatieven zou de sociale kaart die al wordt gebruikt door vrijwilligers van Rigom beschikbaar moeten stellen voor de burgerinitiatieven. Daarnaast zou er een overzicht moeten worden gemaakt van alle leden van het sociaal team met hun expertise, de netwerkoverleggen waarin zij deelnemen en de juiste contactgegevens.  De coördinator burgerinitiatieven zou, samen met eventuele andere deskundigen op dat gebied, voorzieningen moeten inrichten voor intervisie binnen het sociaal team waar, los van het werk, ruimte is voor persoonlijke vragen en dilemma’s die ze in het samenwerken met burgerinitiatieven tegenkomen.  De coördinator burgerinitiatieven heeft tijdens overleg aandacht voor de uitnodigende houding van het sociaal team. Niet alleen in woorden, maar vooral in concrete zaken: door met een serieuze afvaardiging naar bijeenkomsten van burgerinitiatieven te gaan of initiatief te nemen voor contact. Ook zou het sociaal team burgerinitiatieven kunnen uitnodigen te komen met ideeën over de invulling van de samenwerking en het werk van het sociaal team. De coördinator burgerinitiatieven zou alert moeten zijn op concrete mogelijkheden die zich op de werkvloer voordoen om verbinding te maken met de burgerinitiatieven.  Burgerinitiatieven en alle leden van het sociaal team zouden actief moeten zoeken naar mogelijkheden om elkaar hands-on steun aan te bieden.  In de overgang naar kanteling is het niet realistisch te verwachten dat alle initiatief al bij de burgers vandaan komt. Daarom zou het sociaal team in deze fase nog het initiatief moeten nemen voor bijvoorbeeld kennismaken, samen cases oppakken of om burgerinitiatieven uit te nodigen om te komen met hun ideeën. Daardoor wordt voorkomen dat burgerinitiatieven te lang wachten wanneer zij het lastig vinden om hun weg naar het sociaal team te vinden. Aanbevelingen langere termijn Wanneer een eerste vorm van samenwerking op de werkvloer is gevonden, kunnen de volgende zaken aandacht krijgen:  De coördinator burgerinitiatieven zou samen met alle burgerinitiatieven afzonderlijk moeten inventariseren welke van genoemde onderwerpen van training voor hun initiatief nodig zijn, daarin prioriteren en organiseren. In elk geval zouden privacy en signaleren hierbij moeten worden betrokken.  Een of twee keer per jaar zou een bijeenkomst moeten worden georganiseerd waarbij aan burgerinitiatieven voorlichting over een thema wordt gegeven en uit te wisselen over praktijkvoorbeelden. Daarbij moet worden gekeken of er al een dergelijk overleg bij vrijwilligersorganisaties bestaat en of daar bij aangesloten kan worden.  De burgerinitiatieven zouden een eigen samenwerking moeten organiseren met daarin een voorziening voor professionele intervisie over wat ze in het werk en in de samenwerking met het sociaal team tegenkomen. Bij het organiseren daarvan zouden ze ondersteuning kunnen vragen van (de coördinator burgerinitiatieven van) het sociaal team.  Het sociaal team zou burgerinitiatieven concrete ondersteuning kunnen aanbieden bij het creëren van draagvlak en bekendheid voor hun activiteiten.  De coördinator burgerinitiatieven zou aan het eind van dit jaar een evaluatie moeten plannen, waarbij de samenwerking kan worden geëvalueerd. Bij deze evaluatie zou aandacht moeten worden besteed aan de onderwerpen die in bijlage 4 zijn opgenomen. Er zou daarbij ook nagedacht moeten worden over de vorm en de manier waarop vervolg kan worden gegeven aan de uitkomsten van de evaluatie.
  8. 8. 9  Ten slotte zal moeten worden nagedacht over de periode na het aflopen van de eerste termijn van de huidige procesversneller, die het proces van samenwerken tussen sociaal team en burgerinitiatieven begeleid. Literatuur Bochove, M. van, Tonkens, E. & Verplanke, L. (2014). Kunnen we dat (niet) aan vrijwilligers overlaten? Nieuwe verhoudingen tussen vrijwilligers en professionals in zorg en welzijn. Amsterdam: Universiteit van Amsterdam, Den Haag: Platform 31. Delden, P. van (2014). Steunend stelsel. Transformatie van het sociaal domein. Amsterdam: uitgeverij van Gennep. Esch, M. van & Laar, S. van de (2014. Sociaal team Werkdocument gemeente Bernheze. Gebaseerd op welzijnsopdracht Bernheze en leidraad “Welzijn op waarde”. Oss: projectgroep werkdocument Sociaal Team. Kaats, E. & Opheij, W. van (2012). Leren samenwerken tussen organisaties. Samen bouwen aan allianties, netwerken, ketens en partnerships. Deventer: Kluwer. Kruiswijk, W., Hoek, K. van den & Maat, J.W. van de (2014). Bouwen aan buurthulp. Handboek voor het organiseren van onderlinge hulpverlening in de buurt. Utrecht: Movisie. Movisie (2014). Stappen in buurt- en dorpskracht. Initiatieven in samenwerking op de voet gevolgd. Utrecht: Movisie. Penninx, K. (2014). Samen op de bres voor kwetsbare bewoners. Hoe burgerinitiatieven kunnen samenwerken met professionals. Utrecht: Movisie. Peters, A. (2014). Kantelen naar informele zorg. Samenwerken met mantelzorgers, vrijwilligers en buurtgenoten. Utrecht: Vilans en Movisie. Scholten, C. & Elferink. J. (2014). Zorg beter met vrijwilligers. Toolkit voor beroepskrachten. Utrecht: Movisie/Vilans. Smid, G., Bijlsma-Frankema, K., & Bernaert, G. (2007). Innovatie en vertrouwen in netwerken. Een verdiepende casestudie. In J. Boonstra (red.), Ondernemen in allianties en netwerken. Een multidisciplinair perspectief (pp. 257-275). Deventer: Kluwer. Staveren, A. van (2007). Leren samenwerken bij veranderen en innoveren. In J. Boonstra (red.), Ondernemen in allianties en netwerken. Een multidisciplinair perspectief (pp. 257-275). Deventer: Kluwer.
  9. 9. 10 Bijlage 1: Overzicht van burgerinitiatieven welzijn in de gemeente Bernheze Kern Organisatie Contactpersoon Emailadres Doelstelling Doelgroep Activiteiten/diensten Aantal deelnemers/ vrijwilligers Jaar Fase van oprichting H Samen De Hoef 1 Herman en Niekje Dennenboom hermandenneboom @kpnmail.nl 1. Verbeteren sociale contacten en sociale waakzaamheid 2. Praktische ondersteuning van wijkbewoners aan andere wijkbewoners. Alle bewoners van de eigen wijk 1. Ontmoetingsochtenden 2. Burenhulp (klussen, boodschappen, vervoer etc.) Kopgroep van 8 en 70 vrijwilligers 2014 Operationeel: Ontmoetingsochtenden gestart sinds april 2014. Burenhulp nog in oriëntatiefase, één casus afgerond. H Initiatief Zorg Heesch Theo van Overbeek vanoverbeektc@ gmail.com 1. Eenzaamheid bestrijden. 2. Informatie verstrekken over zorg en welzijn. In eerste instantie ouderen, mantelzorgers, mensen met een beperking, mogelijk later uitbreiden. 1. Ontmoetingsochtenden in cultureel centrum de Pas 2. Informatiepunt 12 vrijwilligers en 2 betaalde medewerkers van cultureel centrum de Pas 2014 Oriënteren: nadenken over invulling. Nog geen activiteiten gestart. N Burenhulp Nistelrode Arie Kemps arie.kemps@live.nl 1. Ondersteunen mantelzorgers. 2. Versterken onderlinge solidariteit burgers. 3. Regie zorgvrager ondersteunen 4. Verbinden burger met de juiste organisatie. In eerste instantie 55+, chronisch zieken en minder validen. Mogelijk later uitbreiden. 1. Bewegwijzering. 2. Verbinden van burger met de juiste zorg in 1e en 2e lijn. 3. Regie voeren voor mensen die dat zelf niet kunnen. 20 vrijwilligers Plan van aanpak 2014, start voorjaar 2015 Voorbereiden: bezig met opleiden van centrale adviseurs en het PR programma. V Stichting Zorgvoorzie-ning Vorstenbosch Ben Cornelisse bencornelissen@ msn.com 1. Eenzaamheid bestrijden. 2. Leefbaarheid dorp op peil houden. Vooral ouderen, maar ook andere inwoners met beperking. O.a. Eetcafé, bibliotheek, vraagbaak, dagopvang, ontmoetingsbijeenkomsten. 35 vrijwilligers en 1 professionele verzorgende. 2008 Operationeel: Activiteiten lopen en worden goed bezocht. NB: H = Heesch, N = Nistelrode, V = Vorstenbosch, HD = Heeswijjk-Dinther, L = Loosbroek
  10. 10. 11 Kern Organisatie Contactpersoon Email Doelstelling Doelgroep Activiteiten/diensten Aantal Deelnemers/ vrijwilligers Jaar van oprichting Fase HD Welzijn/Zorg organisatie HDL Antoon Verhaak a.verhaak@home. com 1. Sociale cohesie versterken. 2. Verbinding maken tussen vrijwillig en professioneel aanbod welzijn en de burger. 3. Structuur en begeleiding bieden voor vrijwilligers. Alle inwoners van HDL met in eerste instantie nadruk op ouderen. Nog niet concreet ingevuld, dit gaat de stichting vormgeven Bestuur van 3 mensen. 2015 Voorbereiding: Werving bestuursleden voor stichting afgerond. Nu nader uitwerken doelstelling, statuten en organisatie. L Werkgroep Zorg Loosbroek Joop Neijs jwneijs@gmail.com 1. Ondersteunen langer thuis wonen. 2. Verbinding maken tussen voorzieningen voor zorg en welzijn en burgers. Alle inwoners van Loosbroek met in eerste instantie in de pilot ouderen. 1.Dagopvang/ koffieochtenden in de Wis. 2.Later mogelijk burenhulp. Vrijwilligers en 1 professionele verzorgende. Plan van aanpak 2014, start 2015 Operationeel: Vanaf mei pilot dagopvang operationeel. Burenhulp in de oriëntatiefase. NB: H = Heesch, N = Nistelrode, V = Vorstenbosch, HD = Heeswijk-Dinther, L = Loosbroek
  11. 11. 12 Bijlage 2: Samenstelling sociaal team Bernheze juni 2015 Organisatie Tel. nummer Laverhof 0413 - 298100 Vivaan 0412 - 647975 Aanzet 0412 - 623880 Rigom 0412 - 653232 MEE 0413 - 334733 Gemeente Bernheze, afdeling WMO 0412 - 458888
  12. 12. 13 Bijlage 3: Overzicht van (verwachte) succesfactoren (NB: L= literatuur, I= interviews) Relatieencommunicatie Succesfactor Bron Contactpersonen zijn over en weer bekend, goed bereikbaar en lijnen zijn kort L + I Men kent elkaar en elkaars (manier van) werk(en) L + I Er is open communicatie L + I Er is sprake van voldoende toegankelijkheid naar elkaar. I Er wordt gezocht naar elkaars kracht L + I Vooronderstellingen zijn bekend en losgelaten L + I Er is oprechte interesse en begrip voor elkaars belangen L Er is wederzijds respect en gelijkwaardigheid in relatie L + I Er is aandacht voor emoties en gedrag van personen en organisaties L Er worden over en weer vooral vragen gesteld in de dialoog over samenwerken L Er is vertrouwen in elkaar op de werkvloer en op het niveau daarboven L + I Er wordt goed naar elkaar geluisterd I Er wordt door professionals rekening gehouden met specifieke (persoonlijke) kenmerken van vrijwilligers van burgerinitiatieven L + I Alle leden van het sociaal team kunnen met vrijwilligers werken. I Er is voldoende erkenning van de inzet en professionaliteit van burgerinitiatieven L + I Er is voldoende erkenning van de inzet en professionaliteit van het sociaal team I Er is openheid over fouten en deze worden gezien als leerpunt L + I Er is openheid over en begrip voor ieders gevoeligheden en zorg/wantrouwen L + I Er is geen concurrentiegevoel en profileringsdrang I Er is bereidheid bij sociaal team en burgerinitiatieven om eigen organisatiekaders los te laten en opnieuw te positioneren. L + I Inhoudenambitie Succesfactor Bron De gedeelde ambitie is concreet en voor iedereen helder en motiverend L + I Alle partijen zien meerwaarde in samenwerking L + I Er wordt dezelfde taal gesproken en definities zijn gelijk L + I Ieders bijdrage aan het realiseren van de ambitie is expliciet L + I Er is transparantie over ieders belangen, waarbij eigen belangen er ook mogen zijn. L Sociaal team en burgerinitiatieven hebben hun eigen positie helder L + I Er zijn afspraken over rollen en verantwoordelijkheden L + I Er zijn realistische toezeggingen en verwachtingen over en weer I Er is een goede balans in verantwoordelijkheden voor burgerinitiatieven L + I Er is kennis van het sociaal team beschikbaar voor burgerinitiatieven. L + I Er is voldoende aandacht voor deskundigheidsbevordering bij burgerinitiatieven L + I
  13. 13. 14 Vormenproces Succesfactor Bron Alle fasen van de opbouw van samenwerking worden doorlopen L Er is goede procesbegeleiding op de samenwerking L + I De procesbegeleider heeft oog voor verhoudingen en weinig neiging tot machtsgedrag. L + I De procesbegeleider kan voor langere tijd het proces blijven bewaken. L Het proces wordt regelmatig geëvalueerd L + I Er zijn afspraken over concrete invulling van samenwerking: contactpersonen en doorverwijzen L + I Er zijn ontmoetingen en er is regelmatig telefonisch contact L + I Afspraken worden nagekomen L + I Samenwerking is eenvoudig en flexibel georganiseerd L + I Ieder zit in zijn eigen rol L + I Er wordt over een weer goed geïnformeerd en afgestemd in kleinschalig overleg L + I Gezamenlijke successen worden benoemd en gedeeld in de media L Professionals hebben een terughoudende houding: ondersteunen, coachen en informeren L + I Professionals hebben genoeg tijd om de burgerinitiatieven te ondersteunen I De samenwerking wordt gezien als leerproces L + I Er is veel aandacht voor reflectie en feedback, zowel binnen organisaties als tussen organisaties L + I Er is aandacht voor persoonlijke dilemma's en vragen in veilige omgeving buiten de werkvloer L + I Fricties in de samenwerking worden besproken en goed gehanteerd L + I Er wordt over en weer hands-on steun geboden L + I Er is continuïteit in contactpersonen I
  14. 14. 15 Bijlage 4: Vragen ten behoeve van evaluatie samenwerken burgerinitiatieven en sociaal team Vragen over inhoud en ambitie:  Hebben we (nog ) dezelfde ambitie voor ogen?  Gaan we er (nog) echt voor?  (Er)kennen we elkaars belangen (nog) goed genoeg?  Weten we (nog) van elkaar wat we doen en waarom?  Werken we (nog) aanvullend?  Werkt iedereen binnen de grenzen van zijn eigen rol?  Zijn er realistische toezeggingen en verwachtingen over en weer?  Hebben we genoeg ondersteuning bij het werk dat we doen?  Zien we nog meerwaarde in samenwerking? Vragen over relatie en communicatie:  Hebben we (nog) de goede mensen in de samenwerking?  Is iedereen goed bereikbaar?  Er is sprake van voldoende toegankelijkheid naar elkaar?  Is onze communicatie open en eerlijk?  Spreken we elkaar aan op fricties in de samenwerking?  Bespreken we de onderlinge relaties genoeg?  Geven we elkaar op de juiste manier feedback?  Houden we rekening met elkaars gevoeligheden? Vragen over vorm en proces:  Zijn de randvoorwaarden voor samenwerking voldoende geregeld?  Zijn er te weinig/te veel/genoeg kaders/afspraken en komen we afspraken na?  Is er een goede balans in verantwoordelijkheden voor burgerinitiatieven?  Werken we volgens de kantelingsgedachte?  Hebben we onze organisaties losgelaten?  Durven we fouten te maken?  Delen we onze successen genoeg?  Evalueren we de samenwerking vaak genoeg?

×