Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.

Brandwerende oplossingen voor opslag van (zeer) licht ontvlambare stoffen seedays 2016

1,680 views

Published on

In samenwerking met preventieadviseur Dhr. Francis Peccue heeft CGK de KB Brandpreventie 2014 samengevat.

Daarnaast halen wij ook nog verschillende punten aan (uit VLAREM, KB 98, ...) die invloed hebben op uw brandwerende oplossingen.

Aan de hand van duidelijke informatie en praktijkvoorbeelden brengen wij de wetgeving omtrent brandwerende oplossingen voor opslag van (zeer) licht ontvlambare stoffen in beeld.

Published in: Environment
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

Brandwerende oplossingen voor opslag van (zeer) licht ontvlambare stoffen seedays 2016

  1. 1. Brandwerende oplossingen voor opslag van (zeer) licht ontvlambare stoffen Spreker: Geert Denutte Content mede door Dhr. Francis Peccue
  2. 2. 2 Opslagsystemen conform wetgeving Uitgebreid gamma standaardproducten en maatwerk installaties om veilig en productiever om te gaan met chemicaliën. Piping Duurzame industriële buisleidingen om uw vloeistoffen optimaal en veilig door uw processen te transporteren. Constructies, pijpbruggen metalen en GVK bordessen. Isolatie Thermisch isoleren van uw leidingen, tanks en ventilatiekanalen met het oog op proces- en energie-efficiëntie en veiligheid. Elektrische tracing, geluidsisolatie, …
  3. 3. 3 Overzicht  A) Introductie  B) Wat zegt de wetgeving?  C) Toepassen v/d wetgeving  D) Wat in de praktijk?
  4. 4. 4 KB brandpreventie op het werk van 28/03/2014 Deze vervangt een deel v/d bepalingen in art. 52 van het ARAB KB Brandpreventie 2014 is van toepassing op de arbeidsplaatsen gespecifieerd in artikel 2 van het KB van 10 oktober 2012 KB Brandpreventie 2014 A) Introductie
  5. 5. 5 Na verschijning vervallen de overblijvende artikels van art. 52 ook Later komt er nog een 2de KB omtrent: Deze gaat over de constructie-voorschriften van gebouwen waarin werknemers tewerkgesteld worden. KB Brandpreventie 2014 A) Introductie
  6. 6. 6 De werkgever voert, in samenwerking met zijn preventieadviseur, een risicoanalyse uit omtrent het brandrisico, rekening houdend met volgende risicofactoren: 1. De waarschijnlijkheid van de gelijktijdige aanwezigheid van: • Brandbaar materiaal • Zuurstof • Ontsteking 2. Factoren om rekening mee te houden: • Arbeidsmiddelen (bv. Lasapparaten, slijpactiviteiten, ……) • Gebruikte stoffen (bv. Ontvlambare stoffen) • Interacties tussen bovenvermelde factoren (zuurstof is altijd aanwezig) A) Introductie Maak uw risicoanalyse
  7. 7. 7 3. De aard van de activiteiten (chemie , houtbewerking versus beton) 4. De grootte van de onderneming (grotere volumes ontvlambare producten) 5. Het maximaal aantal personen die aanwezig kan zijn 6. Specifieke risico’s eigen aan specifieke personen (vb nachtploeg, studentenarbeid,….) 7. De ligging en situering van de risicozones 3. De aanwezigheid van meerdere ondernemingen 4. Werkzaamheden uitgevoerd door externe ondernemingen (vuurvergunning) A) Introductie Maak uw risicoanalyse
  8. 8. 8 Preventiemaatregelen treffen Risicoanalyse Risicoscenario’s Omvang van de gevolgen A) Introductie Identificeer de risicoscenario’s
  9. 9. 9 1. Preventie van brand 2. De veiligheid en indien nodig de snelle evacuatie verzekeren van de werknemers en alle aanwezige personen op de arbeidsplaats zonder hen in gevaar te brengen 3. Vlug en efficiënt elk begin van brand bestrijden om uitbreiding ervan te vermijden 4. De schadelijke gevolgen van een brand beperken 5. De tussenkomst van de openbare hulpdiensten vergemakkelijken Gevaar vermijden Risico’s beperken Schade beperken A) Introductie Doel v/d preventiemaatregelen
  10. 10. 10 Voor de opgesomde doelstellingen uit te voeren richt elke werkgever een brandbestrijdingsdienst op Het aantal personen, evenals hun bekwaamheden, opleidingen, … wordt bepaald door de werkgever in functie van: •Aard van de activiteiten •Aantal personen die aanwezig kan zijn in de onderneming •Specifiek brandrisico •Uit te voeren preventiemaatregelen •Middelen waarover de hulpdiensten beschikken •De aanrijtijd van de brandweer, raadpleeg de brandweer hiervoor (tijd die zij nodig hebben om ter plaatse te geraken) A) Introductie Brandbestrijdingsdienst
  11. 11. 11 Voor de preventiemaatregelen omtrent ‘brandpreventie’ wordt verwezen naar: •KB van 13 maart 1998: Gevaren uitschakelen en risico’s verminderen i.v.m. de opslag van ontvlambare stoffen •KB van 26 maart 2003: Voorkomen van explosieve atmosferen (ATEX materie) A) Introductie Voer de preventiemaatregelen uit
  12. 12. 12 • Beperking v/d opslag van gas, ontvlambare (vloei)stoffen tot het minimum • Opslag van deze materialen op passende wijze • Bewaken van de nodige afstand of afzondering t.o.v. ontstekingsbronnen • Ophoping vermijden van stoffen die zelf ontbranden (vb ventilatie) • Opslag van afvalstoffen met risico op zelfontbranding in veiligheidsrecipiënten • Regelmatige verwijdering van deze afvalstoffen • Oprichting bestrijdingsdienst Daarnaast neemt de werkgever volgende maatregelen (uit KB van 2014): A) Introductie Voer de preventiemaatregelen uit
  13. 13. 13 Artikels  >  Veiligheid & welzijn op het werk  >  Managementsystemen en het auditeren : “Nieuw KB Brandpreventie goedgekeurd” door Ben Breeur A) Introductie Meer info ivm de KB Brand 2014
  14. 14. 14 • ARAB art. 52.2 (classificatie van de lokalen in 3 groepen) • KB 13/03/1998 betreffende de opslag van licht- ontvlambare, ontvlambare en brandbare vloeistoffen • VLAREM II (waaronder inkuipingen, afstandsregels,…) • KB 26/03/2003 i.v,m. het welzijn van de werknemers die door explosieve atmosferen gevaar kunnen lopen • AREI • KB 28/03/2014 brandpreventie op arbeidsplaatsen (in werking sinds 03/05/2014) B) Wat zegt de wetgeving Deze regelgevingen zijn van kracht
  15. 15. 15 a) Opslag en opslagplaats: i. Opslag: het bewaren van vloeistoffen in recipiënten in een hoeveelheid die het dagverbruik (24u) overschrijdt. ii. Opslagplaatsen: De ruimten of plaatsen in gebouwen of in open lucht bestemd om de in dit besluit bedoelde vloeistoffen in vaste of verplaatsbare recipiënten op te slaan b) Zeer licht ontvlambare vloeistoffen: Vlampunt < 0°C (kookpunt < 35 °C) c) Licht ontvlambare vloeistoffen: Vlampunt =< 21 °C B) Wat zegt de wetgeving Definities
  16. 16. 16 d) Compartiment: deel van een gebouw, al dan niet onderverdeeld in lokalen, begrensd door wanden die de brandvoortplanting naar het aangrenzende compartiment of compartimenten gedurende een bepaalde tijd dienen te beletten e) Veiligheidsverlichting: Verlichtingsapparatuur specifiek bestemd voor het verzekeren van een zo efficiënt mogelijke evacuatie f) Opmerking: CLP = geen P1, … , P4 waardoor alles nu ingedeeld is in 3 groepen op basis van gevaarcategoriëen: Groep Wat? Vlampunt Kookpunt Voorbeeld 1 Zeer licht ontvlambare vloeistof < 23 °C <= 35 °C Aceton 2 Licht ontvlambare vloeistof < 23 °C >35 °C Brandspiritus 3 Ontvlambare vloeistof >= 23 °C en <= 60°C / Stookolie B) Wat zegt de wetgeving Definities
  17. 17. 17 1. Compartimentering vgls ARAB 52 2. Inkuiping vlgs KB 98 en VLAREM II 3. Ventilatie vlgs in KB 98 4. Elektrische apparaten vlgs AREI Met als doel: • Voorkomen van brand en explosie • Beperken van gevolgen van brand/explosie C) Toepassen van de wetgeving Er is dus nood aan:
  18. 18. A. Opslagplaatsen in een gebouw  Volgens artikel 52 van het ARAB A. Gesloten opslagplaatsen buiten een gebouw  Op een voldoende afstand (10m volgens VLAREM II) van elk naburig gebouw ter voorkoming van brandoverslag of  Opgetrokken uit brandwerende materialen, metselwerk of beton A. Veiligheidskasten: moeten voldoen aan norm EN 14470-1 en CE- gekeurd 18 C) Toepassen van de wetgeving 1. Compartimentering Opmerking: Opslag en overslag niet in hetzelfde lokaal ! Het werken met ontvlambare stoffen mag niet in hetzelfde lokaal plaatsvinden v/d opslag.
  19. 19. 19 Opgelegd door ARAB art. 52.2: Lokalen worden ingedeeld in 3 groepen, dit op basis van brandrisico en brandlast (vlampunt, hoeveelheden en kenmerken) Beslissingstabel voor de classificatie van de lokalen in 3 groepen: •Groep 1: • zeer licht ontvlambare stoffen >= 50l • Licht ontvlambare stoffen > 500l •Groep 2: • Ontvlambare vloeistoffen waarvan vlampunt tussen 50 °C – 100 °C vanaf 300l (bv. Stookolielokaal) •Groep 3: • Alle andere lokalen die niet voldoen aan de eisen van Groep 1/2 C) Toepassen van de wetgeving 1. Compartimentering A. Opslagplaatsen in een gebouw
  20. 20. 20 Aard opstapeling of aard lokaal Hoeveelheid Groep Ontvlambare vloeistoffen met ontvlammingspunt ≤ 21 °C < 50l 3 ≥ 50l 1 Ontvlambare vloeistoffen met ontvlammingspunt > 21 °C en ≤ 50 °C < 500l 3 ≥ 500l 1 Ontvlambare vloeistoffen met ontvlammingspunt > 50 °C en ≤ 100 °C < 3000l 3 ≥ 3000l 2 Zeer ontvlambare vaste stoffen (Mg, Na, …) na aanraking met water < 50 kg 3 ≥ 50 kg 1 Brandbare samengeperste, vloeibaar gemaakte of opgeloste gassen < 300l 3 ≥ 300l 1 Stoffen die kunnen branden wanneer ze in aanraking komen met een vlam en die de brand snel kunnen doen uitbreiden (katoenweefsels, papierafval, droog stro, …) of vaste stoffen die snel kunnen branden en giftige gassen of grote hoeveelheden rook kunnen voortbrengen (sommige weefsels en voorwerpen in synthetische stoffen) < 1000 kg 3 ≥ 1000 kg 2 Vaste brandbare stoffen (riemen of rollen papier, karton, rubber, stoffen anders dan deze in wol, …) < 10.000 kg 3 ≥ 10.000 kg 2 Lokalen met ontplofbare atmosfeer - 1 Winkels voor kleinhandel met oppervlakte ≥ 2.000 m² - 1 Tabel : ondervedeling in groepen
  21. 21. 21 Voorbeeld compartimentering van opslagruimte - groep 1 bvb: 1 opslaglokaal in gebouw LET OP! In ons voorbeeld gaat het om een lokaal dat uitsluitend gebruikt wordt voor opslag. Daardoor moeten wij maar over 1 uitgang beschikken. Indien het lokaal andere doeleinden heeft dan opslag zijn er 2 afzonderlijke uitgangen nodig! Indien de muren / wanden / vloeren / zoldering van de overige lokalen v/h gebouw minstens over een RF van 30 min. beschikken 1. Compartimentering > A. Opslagplaatsen in een gebouw Gebouw na 1972
  22. 22. 22 Indien de muren / wanden / vloeren / zoldering van de overige lokalen v/h gebouw minstens over een RF van 30 min. beschikken De muur tussen 2 lokalen uit groep 1 hoeft slechts 30 min. RF te hebben. Gebouw na 1972 Voorbeeld compartimentering van opslagruimte - groep 1 bvb: 2 aansluitende opslaglokalen in gebouw 1. Compartimentering > A. Opslagplaatsen in een gebouw
  23. 23. 23 Indien de muren / wanden / vloeren / zoldering van de overige lokalen GEEN RF hebben van 30 min. Ook sas met dubbele deur voorzien die opent in vluchtzin, op 2m van elkaar. Voorbeeld compartimentering van opslagruimte - groep 1 bvb: opslaglokaal in gebouw zonder brandwerende muren 1. Compartimentering > A. Opslagplaatsen in een gebouw Gebouw na 1972
  24. 24.  Op een voldoende afstand (10m volgens VLAREM II) van elk naburig gebouw ter voorkoming van brandoverslag of  Constructie opgetrokken uit brandwerende materialen, metselwerk of beton indien binnen de 10m 24 C) Toepassen van de wetgeving 1. Compartimentering B. Gesloten opslagplaatsen buiten gebouw
  25. 25. 25 C) Toepassen van de wetgeving 1. Compartimentering C. Veiligheidskasten • Norm bouw EN-14770-1 • Concentratie v/h brand- en explosiegevaar in een kleinere volume • Geen extra RF eisen voor infrastructuurelementen v/d rest v/h gebouw • Zones waarin de elektrische installaties Eex type moeten zijn is beperkt • Verpakkingen gelimiteerd tot 25l • Soms komen veiligheidskasten duurder uit (maak kostenbaten-analyse!) CONCLUSIE: Veiligheidskasten voor beperkte hoeveelheden
  26. 26. • opslaglokalen  Naar buiten toe openen en brandweerstand van 30 min.  Mogen tijdelijk geopend blijven voor praktische redenen maar moeten wel bij brand zelfsluitend zijn (smeltzekering) (afwijking ARAB 52.2) • veiligheidskasten  Bij brand moeten ze zelfsluitend zijn 26 C) Toepassen van de wetgeving 1. Compartimentering Richtlijnen i.v.m. deuren
  27. 27. 27 a) Opslag in verplaatsbare recipiënten mag in:  Open opslagplaatsen (Ruimte in openlucht met max. 3 wanden – let wel niet voor onbevoegden  Gesloten opslagplaatsen (lokalen, NIET IN KELDER)  Veiligheidskasten (Zie FODwaso: max. 150l /kast en grootste recipiënt is 25l) a) Inkuiping  Moet onbrandbaar zijn  Minimum opslag is volume van grootste recipiënt EN minimum 25% opgeslagen totaal volume C) Toepassen van de wetgeving 2. Inkuiping (Vlgs KB 98 en VLAREM II)
  28. 28. 200l x10 = 2000L Grootste recipiënt = 200L 25 % van totale opslag- volume: 500L C) Toepassen van de wetgeving 2. Inkuiping (Vlgs KB 98 en VLAREM II) Hoe bereken ik mijn inkuiping? 25% van totale opvang maar min. opvang van grootste recipiënt
  29. 29. 29 De KB in 98 zegt : Er afdoende ventilatie moet zijn, hetzij natuurlijk of kunstmatig C) Toepassen van de wetgeving 3. Ventilatie (Vlgs KB 98) VAAG
  30. 30. 30 Lokaal met statische opslag C) Toepassen van de wetgeving 3. Ventilatie (Vlgs KB 98) Wij raden aan om te werken met een risicoanalyse Lokaal van gesloten verpakkingen Lokaal met open verpakkingen Lokaal waar er gewerkt wordt met de chemicaliën
  31. 31. 31 Voldoen aan de voorschriften van AREI i.v.m. explosieve atmosferen (Atex) KB 2003 moet ook worden toegepast : Het is verplicht om een explosieveiligheidsdocument (EVD) op te stellen:  Risicoanalyse i.v.m. explosiegevaar  Zoneringsdossier In functie van het EVD moet men de activiteiten en de elektrische installaties aanpassen C) Toepassen van de wetgeving 4. Electrische installaties (Vlgs AREI)
  32. 32. 32 Minder dan 50l zeer licht ontvlambaar of 500l licht ontvlambaar  VLAREM II-wetgeving is van toepassing  Oplossing binnen de gebouwen:  Opslag op opvangbakken (LET OP! Onbrandbare inkuiping, geen kunststof maar staal)  Opslag in veiligheidsrecipiënten D) Wat in de praktijk?
  33. 33. 33 Meer dan 50l zeer licht ontvlambaar of 500l licht ontvlambaar  Oplossingen BINNEN de gebouwen:  Bouwkundig (Zie ARAB 52 – compartimentering Groep1  Brandwerende kast RF > 60min  Brandwerende container (Zie ARAB 52 ) D) Wat in de praktijk? Let wel: Ventilatie op basis van risico-analyse
  34. 34. 34 Meer dan 50l zeer licht ontvlambaar of 500l licht ontvlambaar D) Wat in de praktijk?  Oplossingen BUITEN de gebouwen:  Brandwerende containers  standaard containers op meer dan 10m v/d gebouwen (met opvang en afgesloten voor onbevoegden)  Opvangbakken onder afdak of open gebouw op meer dan 10m v/d gebouwen
  35. 35. 35 Vragen beantwoorden we graag op onze stand.

×