Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.

Portfolio Brigitte Beeks Feb 2014

645 views

Published on

Een selectie van mijn artikelen uit het #MRDH Magazine

Published in: Business
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

Portfolio Brigitte Beeks Feb 2014

  1. 1. # MRDH 06 december 2013
  2. 2. ACHTERGROND Allemaal naar de stad De Metropoolregio Rotterdam Den Haag groeit tot 2025 met 7 procent en zal een inwoneraantal hebben van ruim 2,4 miljoen. De helft van die groei komt voor rekening van de twee steden. “Zij ontwikkelen zich tot een echte kosmopolitische stad voor de polycentrische mens”, aldus Jan Latten, hoogleraar sociale demografie aan de Universiteit van Amsterdam en tevens CBS hoofddemograaf. Tekst: Brigitte Beeks | Fotografie: Mladen Pikulic, Wim Goutier en Marc Heeman (Rotterdam Image Bank) De nieuwe stedelijke gezinnen vragen om andere voorzieningen. Zoals stallingsruimten voor de in de binnenlandse stroom van het platteland naar stedelijk gebied. Onze economie is van een maakindustrie veranderd in een dienstverlenende economie en die is vooral in het stedelijk gebied terug te vinden. Ook is het opleidingsniveau van de Nederlanders steeds hoger geworden en beschikken afgestudeerden over specialistische kennis, die past bij het grotere banenaanbod in het Randstedelijk gebied.” Volgens Latten heeft ook het huidige topsectorenbeleid van het kabinet invloed op de groei van de steden. “In de stedelijke regio’s vind je een concentratie van die topsectoren zoals Life Sciences & Health en High Tech. Iemand die in Groningen is opgeleid tot ingenieur zal gemakkelijker een baan vinden in bijvoorbeeld Eindhoven of de randstedelijke Metropoolregio’s. Dit proces is al een tijdje gaande en zal de komende jaren blijven toenemen.” Buitenlandse toestroom Ook de buitenlandse toestroom concentreert in het Westen van het land. Voor de regio Den Haag geldt dat in de periode tot 2025 bijna 190.000 mensen vanuit het buitenland hiernaartoe komen. Voor de regio Groot-Rijnmond ruim 170.000. ç bakfiets en brede fietspaden. De cijfers komen uit de meest recente regionale bevolkings- en huishoudensprognose van het PBL (Planbureau voor de Leefomgeving) en het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) die op 1 oktober 2013 verscheen. Tussen 2012 en 2025 groeit de bevolking van Nederland met rond 650 duizend tot 17,4 miljoen inwoners. Bijna driekwart van deze groei vindt plaats in de 27 grote gemeenten die in 2012 honderdduizend of meer inwoners telden. De vier grote steden - Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht - zijn samen goed voor een derde van de Nederlandse bevolkingsgroei tot 2025. De hernieuwde aantrekkingskracht van de steden, de urbanisatietrend, is een trend die door de economische crisis is versterkt. Latten: “Eigenlijk zie je deze al ontstaan zo rond het millennium. In 2008 is de groei van de steden plotseling versterkt. Naast de toestroom van studenten en mensen die hun eerste baan vinden in de steden, is er nu een groep jonge stellen die misschien wel buiten de stad in een koophuis in het groen willen wonen, maar nu blijven zitten omdat ze dit niet kunnen betalen.” De nieuwe groei van de steden heeft niet zozeer te maken met een hoog geboortecijfer, maar meer met de trek naar de steden. “We zien een stijging 20 | 21
  3. 3. Spijkenisse fuseert met Bernisse De twee gemeenten Spijkenisse en Bernisse fuseren per 1 januari 2015 en gaan onder de nieuwe naam  Nissewaard  verder. Spijkenisse krimpt volgens de laatste prognosecijfers tot 2025 met drie procent. Volgens een woordvoerder van de gemeente Spijkenisse is de fusie echter niet ingegeven door het dalende inwoneraantal. “Het initiatief voor de herindeling kwam van de gemeente Bernisse. Door het toenemende aantal taken dat de rijksoverheid aan de gemeente overdraagt, wordt het voor kleinere gemeenten moeilijker alle taken goed te volbrengen.” Voor Spijkenisse was het een ‘kans om een nog veelzijdigere gemeente te zijn’: “We krijgen een groot groengebied erbij en ook een stuk agrarisch gebied. Daarbij zijn we straks als Nissewaard de tweede gemeente in de regio Rijnmond en staan we sterker.” Zoetermeer groeistad af Het Rijk wees Zoetermeer in 1962 aan als groeikern om de overloop vanuit Den Haag op te vangen. In vijftig jaar tijd ontwikkelde het zich van een klein dorp tot de derde stad van Zuid-Holland met ruim 123.000 inwoners. Na de voltooiing van de Vinex-wijk Oosterheem is Zoetermeer groeistad af. Dat is ook in de bevolkingsgroeiprognosecijfers terug te zien. Tot 2025 groeit de stad maar met drie procent. De gemeente heeft zich daar al op voorbereid en beleid aangepast. “In onze Stadsvisie 2030 uit 2008 en de Woonvisie ‘De groeistad voorbij’ uit 2009 hebben we onze visie voor de komende jaren neergelegd”, aldus Mark Beijer namens de gemeente. “We willen bovenal een aantrekkelijke woonstad blijven. Verbeteren van het bestaande en voorkomen van mogelijke toekomstige problemen. Ook willen we meer verscheidenheid in de woonmilieus aanbrengen, zodat we voor gezinnen, jongeren en ouderen, aantrekkelijk blijven.” Zoetermeer heeft al ingespeeld op de verminderde groei en de daarmee samenhangende beperkte groei van het budget vanuit het Rijk voor onder andere voorzieningen. “Dat zit al in onze meerjarenbegroting verwerkt. In de prognoses die we zelf hanteren zet de daling in de bevolkingsgroei in vanaf 2017. In 2025 is de bevolking per saldo 1,25 procent gedaald ten opzichte van de huidige stand. Voorzieningen komen bij zo’n daling onder druk te staan. Ook omdat de leeftijdssamenstelling eveneens verandert. Daar zullen we op in moeten spelen.” Zoetermeer voert sinds enkele jaren samen met de andere zogenoemde ‘New Towns’ een actieve lobby richting het Rijk om aandacht te vragen voor de specifieke New Town problemen, zoals het wegtrekken van jongeren. Lees hierover meer op www.mrdh.nl/magazine/ De vier grote steden, waaronder Rotterdam, zijn goed voor een derde van de bevolkingsgroei tot 2025. # MRDH 06 december 2013 Meerzicht is de derde wijk die begin jaren zeventig is verrezen, nadat het Rijk Zoetermeer in 1962 aanwees als groeikern.
  4. 4. Rijswijk met stip op één Rijswijk is volgens de cijfers de snelst groeiende gemeente van Nederland. Zij kunnen zich voorbereiden op een groei van veertig procent, van 48.600 inwoners naar 67.800 in 2025. Wethouder René van Hemert meldt dat Rijswijk verrast heeft gereageerd op de nieuwste cijfers. “Momenteel zijn we een erg grijze gemeente en wonen veel ouderen in eengezinswoningen. Als zij hieruit gaan en er weer gezinnen voor terugkomen, groeit de bevolking natuurlijk weer aan. Onze eigen berekeningen geven echter niet zo’n sterke groei weer, maar we begrijpen wel hoe ze hierop uit zijn gekomen. Het PBL en het CBS hebben namelijk woningbouwplannen die zijn geschrapt, ook meegenomen in hun prognoses. Zij gaan ervan uit dat de druk op de woningmarkt zo toeneemt, dat ook die plannen weer van de plank worden gehaald. Rijswijk ligt immers centraal in het stedelijke gebied.” De groei is vooral te wijten aan de nieuwbouwwijk RijswijkBuiten waar tot 2023 zo’n 3.500 woningen gepland staan. Demograaf Jan Latten verklaart die sterke bevolkingsgroei als volgt: “Als dit project vooral laagbouw betreft en er met name gezinnen komen te wonen dan kun je rekenen op een snelle groeispurt.” Van Hemert reageert hierop: “In dit project bouwen we inderdaad veel grondgebonden, maar niet alleen rijtjes met eengezinswoningen. Daarnaast hebben we meer nieuwbouwprojecten lopen in Rijswijk. Zo zijn we onlangs gestart met de bouw van twee woontorens, De Hofmeesters, met 264 appartementen, en bouwen we ook in Oud-Rijswijk.” Van Hemert denkt dat de gemeente de bevolkingsgroei goed aan kan. “We hebben al veel voorzieningen binnen onze gemeente, zoals een schouwburg en een zwembad. Voorzieningen als winkels en scholen zullen meegroeien naar aanleiding van de vraag en behoefte. Voor RijswijkBuiten geldt dat dit aan Delft grenst, dus kunnen bewoners ook gebruik maken van de voorzieningen daar.” In RijswijkBuiten staan tot 2023 3.500 woningen gepland. Latten: “Kijkend naar Den Haag, verandert deze stad van een nationale ambtenarenstad naar een internationale ambtenarenstad vanwege de vele aanwezige internationale organisaties. Dit zorgt voor een koopkrachtig, hoog opgeleid publiek. Zeg maar kosmopolitische kenniswerkers.” Daarnaast is er nog de groep arbeidsmigranten vanuit Oost-Europa die voor een interessante groei zorgt. “Anders dan in de tijden van de gezinsherenigers uit de jaren zeventig en tachtig, zorgt de toestroom van deze bevolkingsgroep meer voor een stijging van het aantal werkende mensen. Een Marokkaanse vrouw die zich in de jaren tachtig met haar kinderen weer bij haar echtgenoot voegde, had veelal geen baan en ging ook niet werken. Dus kwamen er wel inwoners bij, maar had dit geen versterkend effect op het aandeel werkende stadsbewoners. Daar is bij de nieuwe arbeidsmigranten uit Oost-Europa veel meer sprake van.” ‘De nieuwe stedelijke gezinnen koloniseren de publieke ruimte’ Polycentrische mens De groei van de steden heeft niet alleen invloed op de stad zelf, maar ook op het omliggende gebied. De steden groeien steeds meer uit tot metropoolregio’s. “We krijgen te maken met een polycen– trische burger. Zijn actieradius overschrijdt gemeentegrenzen en bestrijkt het hele gebied van zo’n metropoolregio. Werken in Den Haag en wonen in één van de aanliggende dorpen of steden, of omgekeerd. Winkelen doen we net zo makkelijk in Rotterdam, ook als we daar niet wonen. En voor uitgaan geldt hetzelfde. We richten ons niet meer op één gemeente.” De aanleg van de RandstadRail is volgens Latten een hele belangrijke ontwikkeling in dit proces. “Een polycentrisch stel zal graag in de buurt van zo’n vervoersmiddel willen wonen. Het brengt je snel bij allerlei voorzieningen.” Nieuwe stedelijke gezinnen Zoals gezegd wonen er in de steden straks weer veel jonge gezinnen. Omdat ze graag alle voorzieningen binnen handbereik willen hebben (dit zie je vooral ook bij expats), of omdat ze nu geen huis buiten de stad kunnen kopen. Voor de metropoolregio betekent dit dus een grotere vraag naar woningen voor deze gezinnen. Maar er is nog een andere belangrijke verandering: “Er ontstaan andere visies over hoe je in de stad zou moeten wonen. Deze nieuwe stedelijke gezinnen, zoals we ze noemen, koloniseren de publieke ruimte als het ware. Ze eisen een bredere stoep zodat ze makkelijker met de kinderwagen kunnen rijden, of willen veilige fietspaden en -routes. En ze willen fietsstallingen waar ze bijvoorbeeld hun bakfiets in kwijt kunnen. Daarnaast willen ze een duurzame leefomgeving met veel groen en geen lucht vol smog. Je ziet dat steden hierop inspelen met het creëren van meer groen en door maatregelen te treffen ter verbetering van de luchtkwaliteit. Bijvoorbeeld bussen die op gas rijden.” De groei van de steden schrijft het CBS ook toe aan de Vinex-wijken die in de metropoolregio zijn gerealiseerd. Deze zijn echter grotendeels al gereed, waar gaan die jonge gezinnen dan wonen? Volgens Latten zullen steden creatiever omgaan met de beschikbare ruimte. “Vrijgekomen industrieterreinen die worden omgevormd tot woongebied. Leegstaande kantoren waarin woningen komen of studentenhuisvesting. Naast die stedelijke verdichting zullen Rotterdam en Den Haag ook buiten hun gemeentegrenzen gaan kijken. Ik denk dat er nog genoeg ruimte is om te ontwikkelen langs bijvoorbeeld de RandstadRail-lijnen. Ik zie daar nog genoeg vogeltjes in het landschap rondvliegen. Zoals ik al eerder zei, is het voor een polycentrisch stel aantrekkelijk om in de buurt van dit soort knooppunten te wonen.” Afzwakking groei De gepubliceerde cijfers zijn een prognose. Kan de groei van de steden nog anders uitpakken? Latten: “De prognose die we hebben gepubliceerd is de meest waarschijnlijke, ingegeven door woningbouwplannen, en binnen- en buitenlandse verhuisstromen die zich nu al voordoen. Het topsectorenbeleid, nieuwe stedelijke voorkeuren en de veranderende economie doen de rest. De mate waarin de stedelijke regio zal groeien, kent uiteraard marges en kan nog variëren. Als het slechter gaat met de Randstad-economie zal de groei afzwakken, maar nog steeds wel positief blijven is de verwachting. In het allerslechtste scenario kan wel de Metropoolregio Rotterdam Den Haag terugvallen in inwoneraantal. De Noordvleugel is wat dat betreft krachtiger vanwege de aanwezige faciliteiten zoals Schiphol, de financiële sector en de media.” n Kijk voor de exacte cijfers uit de bevolkingsgroeiprognose op www.mrdh.nl/magazine/ 22 | 23
  5. 5. •F TRA IETS V AN N D HOF E ROUT EX THEMA: CRISIS & KANSEN DELFLA Stadsboeren in opmars Profiteren van braakliggende terreinen en leegstaande panden 05 Jeugdwerkloosheid Stageplekken vormen sleutel tot oplossing Lang leve het oude kantoor Transformaties veranderen smoel van de stad MAGAZINE VAN STADSGEWEST HAAGLANDEN EN STADSREGIO ROTTERDAM | nummer 5 - jaargang 2 - September 2013
  6. 6. CRISIS & KANSEN Crisis geeft boost aan stadslandbouw Groente uit de stad Stadslandbouw is hot. Door de crisis in de bouw ontstaan in de stad braakliggende terreinen die uitnodigen tot tuinieren en de stijgende kantoren­ leegstand lokt creatieve ideeën uit voor een andere bestemming. Een restaurant met een moestuin naast de deur, een tijdelijke stadswijngaard ç voor de buurt, maar ook dakakkers en champignonnenteelt in kantoren. Stadslandbouw in allerlei vormen. Tekst: Brigitte Beeks | Fotografie: Mladen Pikulic, Susanne Middelberg en gemeente Den Haag # MRDH 05 September 2013
  7. 7. Uit Je Eigen Stad pakt het professioneel aan met twee hectare grond en bijbehorende loodsen in de gemeente Rotterdam. 14 16 | 15
  8. 8. De eerste stadsakker op hoogte moet in kantoorpand De Schilde komen. Uit Je Eigen Stad – Rotterdam In september 2012 opende Uit Je Eigen Stad aan het Rotterdamse Marconiplein zijn deuren. Stadslandbouw in het groot (twee hectare plus een loods van achthonderd vierkante meter). Met een restaurant en een winkel eraan vast, waar uiteraard de Rotterdammers producten vers van het land kunnen nuttigen of kopen. John Bosman, Bas de Groot en Huibert de Leede kozen voor hun droom en besloten fulltime aan het project te werken. Huibert de Leede: “Het loopt tot nu toe heel goed qua aantallen en omzet. Door het slechte voorjaar is de productie even wel wat minder geweest, maar dat komt nu weer op gang.” Uit Je Eigen Stad is een commercieel concept, wat de oprichters zelfs willen voortzetten in de andere drie grote steden. Zij hebben gezocht naar een concept wat rendabel is door niet alleen stadslandbouw te beoefenen, maar daar ook iets aan te voegen. “Dat is onze manier geweest, het is natuurlijk niet gezegd dat je alleen op die manier succes ermee kunt behalen. Maar we zijn met z’n drieën en hebben er onze banen voor opgezegd en dus moest er wel een flinke boterham uit te halen zijn. Misschien dat als je in je eentje bent en je geen personeel hebt, je het wel kunt redden met alleen stadslandbouw en de verkoop van de oogst daarvan.” www.uitjeeigenstad.nl Architecte Berit Piepgras ging op onderzoek uit naar de definitie van stadslandbouw en deed een inventarisatie van de verschillende vormen. “De definitie is nogal breed. Je hebt bijvoorbeeld ‘guerilla gardening’, waarbij mensen met groene vingers, vaak anoniem, een stukje tuin in de stad aanleggen of een zaadbom ergens over de schutting gooien zodat er een tijdje later allemaal bloemen in een braakliggend stukje grond staan. Maar stadslandbouw kan ook heel high tech zijn, zoals binnenkweektuinen met led-verlichting.” Piepgras deed haar onderzoek in opdracht van het Haags Milieucentrum. Ze kreeg de opdracht mee om de haalbaarheid van stadslandbouw of andere vormen van natuur (bijvoorbeeld groene daken) in leegstaande panden in Den Haag te onderzoeken. Om stadslandbouw meer kans te geven heeft Piepgras gekeken naar de factoren en actoren die een # MRDH 05 September 2013 In het restaurant van Uit Je Eigen Stad kunnen de gasten direct de producten van het land proeven. rol spelen in het proces om stadslandbouw te realiseren. Zo zijn er vier (hoofd-)actoren te herkennen. De consument, de overheid (vooral op het gebied van regelgeving), de eigenaar van de ruimte en de exploitant. “Er moet wel een afzetmarkt zijn natuurlijk en niet ieder leegstaand pand is geschikt voor landbouw. Soms komt er weinig licht binnen of van de verkeerde kant om gewassen te laten groeien.” Ook blijkt uit haar onderzoek dat qua exploitatie, stadslandbouw die puur gericht is op het verbouwen van voedsel, het niet redt. “Een multifunctioneel plan heeft de grootste slagingskans. Bijvoorbeeld door naast het verkopen van verbouwde groenten ook workshops ‘stadsboeren’ of koken te geven of een ander educatief element eraan toe te voegen. Daarnaast moet je iemand hebben die dit stadsboeren niet even ernaast doet, maar zijn baan bereid is ervoor op te geven. Zoals je bijvoorbeeld ziet bij ‘Uit je eigen stad’ in Rotterdam.” Volgens Piepgras heeft de crisis de stadslandbouw een boost gegeven. “Bouwprojecten die niet doorgaan, waardoor grond steeds langer braak ligt. Daar komt nog de stijging van de leegstand bij. Er is dus ruimte voor ontstaan. Ook is er een verandering in de mentaliteit bij mensen. Ze hoeven niet per sé ergens eigenaar van te zijn, maar willen iets wel kunnen gebruiken. De zogenaamde ‘shareconomy’ (de deeleconomie). Daarnaast keert de wil om iets met je handen te doen terug. Kijk maar naar het groeiend aantal webblogs over knutselen en haken. Stadslandbouw voorziet in al deze behoeften.” Voordelen stadslandbouw Stadslandbouw heeft ecologische voordelen, volgens Piepgras. Door de verstening van de stad ontstaat er
  9. 9. Haagse Stadswijngaard Je eigen stukje wijngaard beheren en uiteindelijk een fles wijn van ‘jouw’ druiven drinken, dat is de bedoeling van de eerste Stadswijngaard van de regio. Tycho Vermeulen, onderzoeker bij Wageningen UR, liep al langer met het idee rond om een stadswijngaard op te zetten. “En waarom niet in mijn eigen stad Den Haag? Ik wilde als stadsmens mijn eigen wijn kunnen maken, en ging ervan uit dat ik niet de enige zou zijn met die wens. De gemeente bleek wel open te staan voor mijn idee en samen met hen heb ik gezocht naar een plotje.” Dat is uiteindelijk gevonden midden in Laakhaven. Een gebied dat de komende jaren enorm gaat veranderen. “Het stuk grond van duizend vierkante meter, pal voor de brandweerkazerne aan de Waldorpstraat, is de komende vijf jaar niet in gebruik. In die tijd kunnen we als het goed is drie tot vier rondes wijn maken. Ook kunnen we een stuk ongebruikt terrein in het naastgelegen schooltuinencomplex gebruiken.” Omdat het om publieke grond gaat en Tycho ook niet in zijn eentje een wijngaard wilde draaien, bedacht hij een concept waarbij iedereen een stukje grond kan huren om hier zijn of haar eigen druiven te laten groeien. “Zij krijgen allemaal een sleutel en kunnen de wijngaard op wanneer ze willen. Zomers in de avond nog even met een drankje in de wijngaard gaan zitten, net alsof je even in Frankrijk bent. Met anderen of alleen, dat is de bedoeling. Ik wil ook cursussen wijngaardenier gaan geven. Zo geef je toch wat terug aan de stad.” Druiven hebben wel wat tijd nodig om te groeien en eerst moet ook de grond de nodige voorbereiding ondergaan. De eerste Tycho Vermeulen start midden in de Haagse Laakhaven de eerste stadswijngaard. planten staan al opgepot om te groeien en gaan in 2014 geplant de grond in. De geoogste druiven (waarschijnlijk 2015) kunnen de amateur wijnboeren voor hun eigen wijn gebruiken of mee laten draaien in de grote hoop. “Je kunt er ook voor kiezen om ze als tafeldruif te nuttigen.” Het benodigde geld (5.500 euro) om de wijngaard op te tuigen heeft Vermeulen binnengehaald via Crowdfunding. “De meeste mensen hebben geïnvesteerd via de voorverkoop van stukjes wijngaard. Dit bevestigt me in de waarde van het concept: ik ben niet de enige die graag eigen wijn wil maken in de stad.” Vermeulen is in zijn werk dagelijks bezig met plantenteelt en tuinbouw. Hij interesseert zich in het bijzonder voor de stadslandbouwinitiatieven. “Stadslandbouw is denk ik alleen mogelijk in een vorm waarbij je ook wat meer doet dan alleen planten verbouwen. Zoals ik hier bij de stadswijngaard op kleine schaal ga doen. Het is een mooie gelegenheid om te zien of zoiets in het groot ook zou werken. Een mooi opstapje naar meer.” Berit Piepgras: “De crisis heeft stadslandbouw een boost gegeven.” in steden steeds meer wateroverlast en stijgt de temperatuur. Door de toevoeging van groen in de vorm van stadslandbouw verbetert de wateropvang en is er meer verkoeling en betere luchtkwaliteit. Maar daarnaast zijn er volgens Piepgras ook sociaaleconomische voordelen. “Mensen doen samen iets. Leren van elkaar en ontmoeten elkaar.” Om stadslandbouw meer toe te kunnen passen en te doen slagen zou Piepgras graag een plek zien ontstaan waar mensen met elkaar over dit onderwerp kunnen overleggen. Ook zou bijvoorbeeld een app waar kennis als ‘hoe bereid je een stadsakker voor’ in komt te staan, handig zijn of een loket voor stadslandbouw. Zij voert nu verkennende gespreken met de gemeente Den Haag over het samen ontwikkelen van een ‘Stadslandbouw in Den Haag’-app. Een ander onderdeel van het onderzoek, was het samenbrengen van stakeholders en mogelijke co-financiers in Haagse stadslandbouwtrajecten. Hiervoor heeft Piepgras in samenwerking met de Kamer van Koophandel Den Haag afgelopen herfst een expert meeting georganiseerd, waar verschillende stakeholders uit uiteenlopende vakgebieden onder het thema ‘Urban Agriculture en leegstand in Den Haag’ met elkaar in gesprek gingen. Een aantal van de deelnemers zagen hierin kansen en dit leidde tot de ondernemerschallenge ‘Stadslandbouw Den Haag’. De gemeente Den Haag startte in juli dit project samen met Deloitte Innovatie, Wageningen UR en Crop Eye op. Zij dagen ondernemers uit om met een businessplan te komen voor stadslandbouw in een leeg kantoorpand in de Televisiestraat. Twee etages van 1500m2 www.haagsestadswijngaard.nl zijn hiervoor beschikbaar. Degene met het meest aantrekkelijke en haalbare plan mag tegen een gereduceerd huurtarief een etage in het pand betrekken. De winnende deelnemers krijgen daarnaast hulp bij het innovatietraject en bij het opzetten van een marketing- en communicatieplan. Piepgras prijst dit initiatief. “Een grote proeftuin voor het binnenshuis kweken.” Op de eerste informatiebijeenkomst kwamen boven verwachting veel (140) geïnteresseerde ondernemers af. Tot 24 oktober 2013 kunnen zij hun ideeën indienen. In november maakt de jury de winnaars bekend. Den Haag is hiermee de eerste stad die op grote schaal stadslandbouw in een kantoorpand mogelijk heeft gemaakt. n www.beritpiepgras.nl www.haagsestadslandbouw.nl. 16 || 17 16 17
  10. 10. Living Labs Productinnovatie in de ‘echte wereld’ ç Onderzoekers en uitvinders bedenken veel in hun afgesloten onderzoeksomgeving of laboratorium. Maar of hun uitvinding in de praktijk het ook zo goed doet, daarvoor moeten ze toch echt de buitenwereld in. Sinds een aantal jaar lijkt het levende laboratorium, het “Living Lab” hiervoor de uitgelezen mogelijkheid. Tekst: Brigitte Beeks | Fotografie: Mladen Pikulic en Silverfit ç # MRDH 03 December 2012
  11. 11. innovatie Het Prototype I is het eerste opgeleverde appartement van het Concept House Village op de Rotterdamse Heijplaat. 20 | 21
  12. 12. innovatie Ouderen krijgen met de spelcomputer Silverfit extra beweging op een ludieke manier. Bedrijven, kennisinstellingen, overheden en gebruikers werken in het Living Lab gezamenlijk aan de (door) ontwikkeling van nieuwe producten, diensten en businessmodellen in een realistische testomgeving. Ook in de stadsregio’s Rotterdam en Haaglanden zijn inmiddels verschillende initiatieven gestart. The Hague Innovation Motor The Hague Innovation Motor (HIM) is sinds een half jaar officieel geaccrediteerd door ENoLL (European Network of Living Labs) om als Living Lab te opereren. De organisatie die met vijf man startte in 2010 is nu druk bezig om hun drie hoofdprojecten verder uit te rollen en hier partners bij te vinden. Het gaat om de projecten: Smart Urban Space, Social Quality in Urban Environment en The Green Museum. Het laatste project springt het meest in het oog en draait om de vraag: Hoe maak je een museum of kunsttentoonstelling duurzamer? Guus Boudestein, creative director bij Ontwerpwerk, is regelmatig betrokken bij de vormgeving en de productie van (tijdelijke) tentoonstellingen. Tentoonstellingen waarvan het bijbehorende constructiemateriaal vaak na afloop in de vuilcontainer verdwijnt. Hij merkt dat er bij museums weinig ruimte is voor innovatie. “Dat heeft onder andere te maken met de vaak korte duur van een expositie. Dan is er simpelweg geen tijd om iets nieuws uit te proberen of te onderzoeken. Ook is kunst kwetsbaar en willen de conservatoren het werk het liefst zo kort mogelijk in het openbaar laten zien. Zou je kunst ophangen op een nieuwe natuurlijke ondergrond, of een ander soort energiezuinigere luchtregulatie gebruiken, wat voor effect heeft dit dan op het kunstwerk? De behoefte om te experimenteren is daardoor klein bij musea. De hectiek maakt het onmogelijk om te innoveren.” # MRDH 01 December 2012 Door de kennis en ervaring van meerdere musea te bundelen en het onderzoek- en experimenteerwerk uit handen te nemen door middel van een Living Lab, hoopt HIM toch innovatie te stimuleren en toe te werken naar een ‘groen museum’. Dat musea helemaal niet innoveren is volgens Boudestein ook wel weer wat kort door de bocht. “Het is wel zo dat ze inmiddels bezoekers zoveel mogelijk hun eigen materiaal laten meenemen. Pakte je vroeger een koptelefoon om te kunnen luisteren naar de audiotour. Nu krijg je een link naar een podcast die je via je smartphone kunt beluisteren. Maar je kunt dit nog verder trekken door het instellen van een eigen televisiekanaal waarop een expositie te zien is.” ‘Living Lab zorgt voor testen van ons product in een vroeg stadium’ Ook valt er nog veel winst te behalen in het maken van expositiewanden en andere constructies. “Door goed na te denken over hoe lang iets mee kan gaan, of het hergebruikt kan worden en of het misschien meerdere functies kan hebben, kun je een stuk duurzamer gaan werken.” Living Labs in de zorg De zorg is eveneens een branche waarin innoveren moeizaam gaat. Dit vanwege de langdurige procedures en het gebrek aan budget. Reden te meer dus om voor de zorg een levend laboratorium in te richten. Living Lab voor Zorginnovaties (LLvZ) is gestart in 2010 en ontwikkelt innovaties op gebied van zorg, wonen en welzijn. De steden Rotterdam, Delft en Leiden en Provincie Zuid-Holland hebben mede het initiatief genomen tot dit project en zijn medefinancier. LLvZ begeleidt eindgebruikers, ondernemers, kennis- en onderzoeksinstellingen uit de Medical Delta en maatschappelijk ondernemers bij het in de markt zetten van succesvolle, vernieuwende producten en diensten die ervoor zorgen dat ouderen en mensen met beperkingen langer zelfstandig kunnen wonen. Salusion Zo bedacht het bedrijf Salusion uit Delft het concept van Sensotive en testte dit in de vorm van een Living Lab bij Zorginstellingen Pieter van Foreest. De Sensotive is een sensor, verbonden aan een plakstrip in een incontinentieluier, die de vochtigheid van de luier meet. Verzorgers kunnen deze sensor (die zich aan de buitenkant bevindt) door middel van een scanner uitlezen en zo zien of de luier verschoond moet worden. Vooral ’s nachts is dit een uitkomst. Zij hoeven de patiënten voor deze check niet wakker te maken, wat voorheen wel de werkwijze was. Is geen verschoning nodig, dan slapen zij rustig verder. Bovendien levert het minder te verschonen bedden in de ochtend op, omdat er minder ongelukjes gebeuren. Zonder Living Lab had Sensotive nooit tot stand kunnen komen denkt commercieel directeur Gerard Vaandrager: “We zijn al in een vroeg stadium gaan samenwerken met Zorginstellingen Pieter van Foreest. Hierdoor hebben we snel kunnen identificeren wat de toegevoegde waarde van onze innovatie is voor cliënten, zorgverleners en zorginstellingen. Van daaruit hebben we verder kunnen werken aan de productontwikkeling.”De aanwezigheid van een Living Lab zorgde voor de mogelijkheid om hun product in een vroeg stadium al te testen. “Het had gekund dat het product dat wij bedacht hadden niet
  13. 13. Het Concept House Prototype I ziet er eigenlijk uit als een gewoon appartement, maar heeft allerlei technische snufjes. zo goed aan zou sluiten bij de wensen van de gebruikers. In het Living Lab is Sensotive eigenlijk ontwikkeld in samenwerking met de markt vanuit de behoeftes van de gebruikers. Dit is belangrijk om het ook echt op grote schaal te implementeren.” Vaandrager noemt bijvoorbeeld het aanbrengen van een klein led-lampje in de scanner. “Die zat er oorspronkelijk niet in, maar is op verzoek van de zorgverleners toegevoegd, zodat zij het grote licht in de kamer ‘s nachts niet meer hoeven te gebruiken.” Silverfit Een product dat ook onder de vlag van LLvZ is doorontwikkeld is Silverfit. Een spelcomputer die ouderen aanzet tot bewegen. Bijvoorbeeld met een digitaal spelletje bingo waarbij de speler op moet staan en weer moet gaan zitten als het getal op het scherm ook op zijn bingokaart staat. Een camera boven het scherm registreert de bewegingen. Oprichters Joris Wiersinga en Maaike Dekkers bedachten het concept zelf en zetten het in de markt. LLvZ hielp hen vervolgens bij het inzetten van de spelcomputer in een niet-medische setting. “In eerste instantie is de Silverfit bedacht als hulpmiddel in het kader van een revalidatietraject bij de fysiotherapeut. Ouderen vinden het vaak niet leuk om herhaaldelijk dezelfde oefening te doen. Doe je dit in de vorm van een spel, dan kan dat zorgen voor extra motivatie. Maar je kan de Silverfit natuurlijk nog op meer manieren inzetten. Het Living Lab heeft ons erbij geholpen om het te kunnen testen in ouderencentra, bijvoorbeeld als groepsactiviteit. Inmiddels zijn we ook bezig met het onderzoeken naar de mogelijkheden voor thuisgebruik.” De kracht van LLvZ zit hem volgens Wiersinga in het netwerk dat zij om zich heen hebben gecreëerd. “Zij kijken wat er allemaal bestaat en wat je bij elkaar kunt brengen om een product zo optimaal mogelijk in te zetten. Het delen van elkaars kennis, daar leer je enorm veel van.” Concept House Village In het Rotterdamse dorp Heijplaat verrijst de komende jaren een tijdelijke wijk als Living Lab voor het testen en ontwikkelen van innovatieve woonconcepten, bouwprocessen en duurzame producten. Het Concept House Village is een project van Woonbron Rotterdam, RDM Campus (Hogeschool Rotterdam) en de TU Delft. Projectleider Nick Statham: “De wijk Heijplaat is na het vertrek van de Rotterdamse Droogdok Maatschappij in de verloedering geraakt. Woningbron heeft hier veel gesloopt en nog geen nieuwe plannen voor een deel van de vrijgekomen grond. Een perfecte mogelijkheid om hier nieuwe woonconcepten uit te testen die volledig energieneutraal zijn.” ‘Ons prefabappartement had een bouwtijd van één week’ Dat energieneutrale aspect komt niet uit de lucht vallen. Vanaf 2020 moeten alle nieuwbouwwoningen namelijk volgens Europese wetgeving energieneutraal zijn. Denk hierbij aan het gebruik van duurzame en cradle-to-cradle materialen, domotica, zonnepanelen, windenergie en filtersystemen voor de riolering. Statham: “Energieneutrale woningen kunnen we nu al bouwen, de technieken zijn er allemaal. Alleen een betaalbare energieneutrale woning in het lagere koopsegment, ook in serie gebouwd, dat is nog een groot vraagstuk.” In oktober 2012 is het eerste driekamerappartement, Prototype I, opgeleverd, ontworpen door de TU Delft in samenwerking met een aantal partijen en sponsors. Bouwtijd op locatie: één week. Productietijd in de fabriek: één maand. Onderzoeker Rutger Wirtz: “De woning is voor het grootste deel prefab geproduceerd. Het dak is compleet met zonnepanelen en al aangeleverd. De vloerverwarming zat al in de vloer gemonteerd evenals alle leidingen. Die hoefden we enkel aan elkaar te koppelen. Op de derde dag na de bouw hadden we al stroom. Ook de badkamer kwam compleet betegeld en geïnstalleerd uit de fabriek. Daar kunnen ze natuurlijk onder perfecte omstandigheden produceren. En er ontstaan geen kieren omdat de panelen perfect op elkaar aansluiten. Bij de productie hebben we ook gelet op de CO2 voetprint. Zo kunnen veel van de vloerdelen weer uit elkaar gehaald worden en gerecycled.” Het ontwerpen van een energieneutraal appartement was voor de TU een interessante. “Vanwege het relatief kleine dakoppervlak is het veel moeilijker om energie terug te winnen. Maar met dit concept kunnen we een complex van maximaal vier woonlagen bouwen en nog steeds energieneutraal zijn.” De energiebesparingen hangen voor een deel ook van de bewoners af. In de woning hangt een tablet die het verbruik aangeeft en waarmee de bewoner ook verschillende voorzieningen zoals verwarming en zonwering kan bedienen. Maar dit moeten zij natuurlijk wel gebruiken. Daarom verhuurt Woonbron het appartement tijdelijk aan verschillende groepen bewoners om hun ervaringen met dit type woning te verzamelen en te onderzoeken. De bouw van het eerstvolgende Concept House staat gepland voor het eerste kwartaal van 2013. n 22 | 23
  14. 14. Thema: economie Aziaten in de Metropoolregio Rode loper uit voor nieuwe investeerders 02 Groeien naar een Growport Mainport en Greenport bundelen krachten Economische kracht Vier gemeenteraadsleden aan het woord Magazine over de metropoolregio Rotterdam Den Haag | nummer 2 - jaargang 1 - september 2012
  15. 15. ECONOMIE Azië lijkt de kredietcrisis beter te hebben doorstaan dan Europa. Een onderzoek van Goldman Sachs laat zien dat China, India en Japan in 2050 zelfs de top drie van grootste economieën ter wereld vormen. In hun zoektocht naar nieuwe afzetmarkten profiteert de Metropoolregio van de ondernemers die zich hier vestigen of een kantoor openen. Maar hoe kan de regio Azië binnen halen en wat maakt onze regio aantrekkelijk? Tekst: Brigitte Beeks | Fotografie: Asian Business Court, European China Centre, Loes Schleedoorn en Mladen Pikulic # MRDH 02 September 2012 Het Asian Business Court biedt ruimte aan showrooms, kantoren, een hotel en een restaurant. 08 | 09
  16. 16. Lokale ondernemers springen in op de vraag van Aziatische ondernemingen naar bedrijfshuisvesting in de regio. Op Katendrecht in Rotterdam is de bouw van het European China Centre volop aan de gang. In Den Haag heeft de Chinese ondernemer Atom Zhou (oprichter van gsm-shop.nl) het initiatief genomen voor de bouw van het Asian Business Court in Den Haag. De eerste paal hiervoor ging afgelopen najaar de grond in (zie kaders). # MRDH 02 September 2012 Initiatiefnemer Atom Zhou bouwt op deze locatie naast de A13 het Asian Business Court. V.l.n.r. Chang Wong (marketing manager), Atom Zhou (directeur/eigenaar) en Joep Goudriaan (financieel-juridisch adviseur). De projectdirecteuren van het European China Centre Rotterdam, Hans Borsje van Volker Wessels Vastgoed Asian Business Court op Haagse toplocatie Oost en West ontmoeten elkaar in European China Centre Langs de A13, ter hoogte van de Haagse wijk Ypenburg, moet het Asian Business Court (ABC) verrijzen. Een multifunctioneel bedrijven- en kantorencomplex waar Aziatische bedrijven en Westerse dienstverleners elkaar kunnen vinden. Chang Wong, marketingmanager van ABC: “We bieden hen een totaalconcept: bedrijfsruimten met showrooms, kantoren, businesshotel, restaurant, gezamenlijke faciliteiten en business ondersteuning op maat via het zogenaamde knowledge centre. De bedrijfsruimten met showrooms zijn vooral bestemd voor Aziatische bedrijven van hoogwaardige producten, zoals smartphones, laptops, LED-verlichting, elektrische scooters, zonnepanelen e.d. De kantoorruimtes vormen het knowledge centre en zijn opgezet voor Westerse zakelijke dienstverleners. Zoals op het vlak van accountancy, juridische en fiscale zaken, maar ook marketing, webdesign en tekstvertaling.” Initiatiefnemer voor ABC is Atom Zhou. Hij zette onder meer de landelijke telecomketen GSM-Shop in Den Haag op en de Chinese krant China Times. Den Haag was voor hem een logische locatie om het ABC op te zetten. “Er wonen en werken veel Aziaten, waaronder Chinezen in deze stad. Ook is Den Haag het politieke centrum van Nederland. Dit is erg belangrijk voor Chinese ondernemers, die hechten veel waarde aan goede contacten met de overheid.” Inmiddels hebben diverse Chinese en Nederlandse bedrijven interesse getoond om zich te vestigen in ABC. Zhou: “Van de bedrijfsruimten en showrooms is reeds een groot deel verhuurd aan vooral Chinese fabrikanten en groothandelaren in de high level sectoren die de Europese markt op willen. Vanwege de economische situatie kost dit nu meer tijd, ook in China, maar de gesprekken verlopen positief en de verwachtingen zijn goed.” Voor de verhuur van de kantoorruimten zijn de pijlen op Nederlandse en Chinese dienstverleners gericht en is het streven naar veelzijdigheid. Een aantal heeft al toezeggingen gedaan. Naast het actief werven is de verwachting dat Nederlandse dienstverleners vanzelf zullen komen zodra de showrooms voor Aziatische bedrijven zijn verhuurd. Het ABC zal in de loop van 2014 gereed zijn. Op het Rotterdamse Katendrecht, de bakermat van de Chinese gemeenschap in Nederland die daar al sinds 1900 gevestigd is, is het European China Centre (ECC) in aanbouw. Het complex van uiteindelijk 100.000m2 moet een ontmoetingspunt gaan vormen voor Chinese bedrijven die zaken willen doen in Europa en Nederlandse dienstverleners die hen ondersteunen. Hier moeten grote Chinese bedrijven hun Europese hoofdkantoor gaan vestigen. Edo de Ronde, marketingmanager: “Het ECC is de kroon op de ruim 30-jarige zusterstadrelatie tussen Rotterdam en Shanghai en zal het internationale, moderne China van nu laten zien. Dit alles aan de Rijnhaven midden in de stad en direct aan de metrolijn. In het centrum zijn een aantal essentiële functies geclusterd op een wijze die een Chinees bedrijf wenst, wanneer zij haar overzeese kantoor start. Naast betaalbare kantoorruimte met additionele dienstverlening in de Chinese taal, is in hetzelfde complex een Chinees toprestaurant te vinden. Ook de overheid heeft er een servicepunt voor allerhande ondersteuning.” In het complex is ook ruimte voor een hotel, winkels, een supermarkt en een congrescentrum. Daarnaast bestaat een deel uit koopappartementen. Het eerste bedrijf wat heeft getekend voor vestiging is de Shanghai Construction Group (SCG), de Chinese joint-venturepartner in het project. De Ronde: “Daarnaast zijn vooral havengerelateerde en handelsbedrijven ge nteresseerd om hun kantoren hier te vestigen. De afgelopen drie jaar vestigden zich per jaar zeker tien nieuwe Chinese bedrijven in Rotterdam en de verwachting is dat wanneer het ECC gereed is, hiervan minstens de helft zich in het ECC zal vestigen. Tot aan de opening faciliteren we in samenwerking met het Rotterdam Investment Agency tijdelijke huisvesting elders in Rotterdam. We zijn hierover bijvoorbeeld in gesprek met ZPMC, de grootste kranenbouwer ter wereld en met CPIC uit Chongqing dat glasvezel produceert en verkoopt. Als een Chinees bedrijf eenmaal besloten heeft dat het zich wil vestigen in Rotterdam, moet dat meestal binnen drie tot zes maanden operationeel zijn, vandaar dat we nu tijdelijke huisvesting faciliteren om met een goed gevuld centrum te kunnen openen in 2014.” groter gebied - vijf gemeenten in totaal met ook Leiden en Lansingerland - dan de RIA, die zich voornamelijk op Rotterdam richt. Al die gemeenten moeten erover beslissen dat het aantrekken van buitenlandse bedrijven samengaat. Daarom is afgesproken dat we eerst een aantal jaren gaan samenwerken. Aan het eind van de collegeperiode gaan de gemeenten eens kijken hoe dit is gegaan.” Rode loper Aziatische ondernemers (en andere internationale bedrijven natuurlijk ook) krijgen een complete vip-behandeling als ze interesse tonen in de Metropoolregio. “We leggen de rode loper uit”, vertelt Wapenaar enthousiast. “Alle informatie en onderzoeken over het vestigingsklimaat, belastingen, regelgeving, noem het maar op, hebben we (links) en Ding Fuxing van de Shanghai Construction Group. voor hen uitgezocht. Als ze hier voor een fact finding trip, zoals dat heet, komen dan krijgen ze een complete cursus: Hoe vestig ik een bedrijf in Nederland.” Buurman vult haar aan: “Daarna volgt een introductie met specialisten uit ons netwerk, een kennismaking met andere inter­ nationale bedrijven uit hun branche en als ze dat willen kunnen ze ook nog met een burgemeester of wethouder spreken.” Maar de rode loper eindigt niet als de vis eenmaal binnen is gehaald. “Dan komen de netwerkevents die wij organiseren voor gevestigde buitenlandse bedrijven. We brengen de ondernemers zo in contact met potentiële partners.” Dat er nu ineens veel bedrijven uit China een buitenlandse vestiging openen, heeft te maken met Belastingklimaat Nederland is in trek bij de Aziaten vanwege het gunstige belastingklimaat. De vennootschaps­ belasting is laag en daarnaast is er dankzij demissionair-minister Verhagen een aftrek voor de innovatie van nieuwe producten. De zogenaamde Research & Development subsidie. De Metropoolregio spreekt volgens de WFIA en de RIA bij hen vooral aan vanwege de nabijheid van de haven en de combinatie van landelijk en stedelijk. Chang Wong van het Asian Business Court in Den Haag weet te vertellen, waarom juist Den Haag een aantrekkelijke locatie is voor Aziaten. “Den Haag wordt dan als een ‘gateway to Europe’ gezien door veel Aziatische en Chinese bedrijven. Het politieke centrum is hier gevestigd en daar hechten zij waarde aan. De gemeente Den Haag voert ook een actief vestigingsbeleid voor buitenlandse ondernemingen. Ook de aanwezigheid van grote internationale bedrijven, zoals Siemens, Shell, Deutsche Bank en niet te vergeten, de Chinese ambassade, oefent aantrekkingskracht uit op ondernemers en investeerders.” Open economie Rotterdam heeft ook een enorme aantrekkingskracht op Chinezen zo weet Edo de Ronde van het European China Centre in Rotterdam. “De open economie, het aantrekkelijke fiscale klimaat en onze goede beheersing van het Engels zijn onze belangrijkste selling points. Daarnaast zijn veel investeringen een spin-off van de handelsstromen die voornamelijk via de haven van Rotterdam lopen. Je ziet dan ook het grootste cluster van (grote) Chinese bedrijven in de regio Rotterdam en dat trekt weer nieuwe ondernemers aan.” Wat vraagt nog om verbetering om nog meer buitenlandse bedrijven naar de regio te krijgen? Wapenaar: “Goed openbaar vervoer, dat nog beter op elkaar is aangesloten. Het is al op een goed ç Werven Bedrijven komen niet uit zichzelf naar deze regio. Zowel in de Rotterdamse als de Haagse regio zijn bureaus actief die internationale ondernemingen acquireren en assisteren bij vestiging, uitbreiding of verplaatsing van hun activiteiten in de regio. Daarbij richten zij zich niet specifiek op Azië, maar in de resultaten uit dit werelddeel is wel een groei te zien. Dertien van de veertig nieuwe projecten van de WFIA komen uit Azië (jaarverslag 2011). Voor de RIA waren dit twaalf van de 24 bedrijven. In het kader van de Metropoolregio zijn de WestHolland Foreign Investment Agency (WFIA) en de Rotterdam Investment Agency (RIA) ruim een jaar geleden een samenwerkingsovereenkomst aangegaan. Hierin is afgesproken om op een aantal punten elkaar op te zoeken. Bijvoorbeeld het afstemmen van de reisagenda’s, regelmatig overleggen met elkaar, het delen van elkaars kennis en het aan elkaar knopen van de netwerken. Remco Buurman, directeur RIA: “Op sommige punten zullen we misschien concurreren, maar op andere punten versterken we elkaar alleen maar. De samenwerking heeft geleid tot concrete projecten waarin we samen optrekken zoals de Medical Delta en de CleanTech Delta. Projecten die erop gericht zijn om onze positie als aantrekkelijke regio voor internationale bedrijven te vermarkten. Ook gaan we gezamenlijk een brochure maken ter presentatie van de regio aan het buitenland.” Imanda Wapenaar, directeur van de WFIA, valt Buurman bij: “Door de twee gebieden aan elkaar te koppelen maken we duidelijk dat het hier niet om een kleine stad gaat. Want dat zijn Den Haag en Rotterdam individueel voor de ogen van het buitenland wel. Maar nee, we hebben het over een metropool aan de kust met 2,2 miljoen inwoners. Een veelzijdige metropool ook nog.” Van een echte fusie is volgens de twee directeuren nog geen sprake. Wapenaar: “Dat komt simpelweg omdat de Metropoolregio Rotterdam Den Haag er ook nog niet is. De WFIA bemiddelt ook voor een de switch die het land de laatste vijftien jaar heeft gemaakt. Van het in opdracht produceren naar het zelf produceren. Wapenaar: “Staatsonder­ nemingen mochten plotseling winst gaan maken en ze gingen op zoek naar nieuwe afzetmarkten. De Rotterdamse haven heeft hier zeker van geprofiteerd.” De meeste bedrijven uit Azië die in de Den Haag gevestigd zijn hebben hun core-business in de telecom en ict. Daarnaast zitten er vooral in Rotterdam veel havengerelateerde onder­ nemingen. Bijvoorbeeld op logistiek gebied of gericht op de bevoorrading van Chinese schepen. 10 | 11
  17. 17. ECONOMIE ‘Niet iedereen is geschikt om te ondernemen’ Tekst: Brigitte Beeks Fotografie: Loes Schleedoorn Een recordaantal mensen is in 2011 voor zichzelf begonnen. Maar liefst 140.000* Nederlanders gingen deze uitdaging aan. Om starters hierbij te ondersteunen organiseert de Kamer van Koophandel seminars, adviesgesprekken en spreekuren. Daarnaast kunnen onlangs gestarte ondernemers én mensen die zich willen oriënteren op het ondernemerschap terecht op de jaarlijkse gratis KvK-Startersdag. Deze vindt dit jaar plaats op zaterdag 3 november op 18 verschillende locaties in Nederland. Het European China Centre in Rotterdam biedt huurders van kantoorruimte additionele dienstverlening in de Chinese taal, een hotel, winkels en een congrescentrum. Starterscoach Rob Schouten niveau, maar het mag nog intensiever. Maar ook de rest van de infrastructuur kan beter. De verlengde A4 zal daar zeker bij helpen, maar ook met de aansluiting op de A15 moet wat gebeuren. Daarnaast denk ik dat de regionale luchthaven zeker moet uitbreiden. Want die medewerkers van al die multinationals gaan ook op cursus bij het hoofdkantoor en naar congressen en beurzen in het buitenland. Goede bereikbaarheid is daarom van essentieel belang. Ook is de aanwezigheid van gekwalificeerd lokaal personeel nodig en op dat gebied doet de regio het eigenlijk al heel goed, maar het kan nog beter.” Vragen we het aan de ondernemers zelf dan geeft het Asian Business Court het volgende antwoord: “Vermindering van de administratieve druk! Wij horen vaak van Chinese ondernemers en investeerders dat zij allerlei zaken moeten regelen voordat zij überhaupt kunnen starten en dat het hen soms 1 à 2 jaar kost voordat ze echt ‘up and running’ zijn”, aldus Zhou. Hier pleiten de betrokkenen ook voor een één-loket-functie waar buitenlandse ondernemers alles kunnen regelen qua belasting, Kamer van Koophandel en Immigratiedienst. “ABC kan hier een bijdrage aan leveren met haar knowledge centre, zodat de voorbereidingstijd ingekort kan worden en de Chinese ondernemer sneller en efficiënter aan de slag kan. Dat is uiteindelijk ook goed voor de economie in de regio.” De Ronde pleit voor ‘betere afstemming van positionering en focus van de verschillende steden binnen de regio’. “Chinezen zijn goed in het clusteren van activiteiten waardoor er schaalgrootte en # MRDH 02 September 2012 concurrentiekracht ontstaat. Nederlanders willen en kunnen vaak veel zelf doen waardoor er versnippering en concurrentie optreedt, met een onduidelijk beeld bij potentiële investeerders als gevolg. De recente samenwerking tussen de investment agencies is dan ook een stap in de goede richting.” n ‘Verbetering infrastructuur en meer lokaal personeel moeten regio aantrekkelijker maken’ Directeuren Imanda Wapenaar (WFIA) en Remco Buurman (RIA) zetten zich gezamenlijk in voor de werving van internationale bedrijven. De Startersdag kent een gevarieerd programma. Zo is er een netwerkplein, kunnen bezoekers kennis opdoen tijdens presentaties van verschillende experts en is er een informatiemarkt waar starters met al hun vragen bij adviseurs terecht kunnen. Speciaal voor starters die tegen een uitdaging aanlopen of nieuwe kansen zien, is op de Startersdag in Den Haag ook een aantal coaches van de KvKcoachpool aanwezig. Eén van deze coaches is Rob Schouten. Hij is gespecialiseerd in marketing en commerciële communicatie en heeft inmiddels ruim honderd ondernemers begeleid. Schouten runt een eigen marketingbureau en biedt zich sinds 2009 aan als coach voor ondernemers die net bezig zijn. “Voordat ik zeven jaar geleden mijn eigen bureau startte, werkte ik voornamelijk bij grote bedrijven. Hier begeleidde ik vaak jonge medewerkers, als oude rot in het vak. Ik heb dit altijd erg leuk gevonden. Na de start van mijn eigen bedrijf ben ik aan de slag gegaan als mentor van studentbedrijven bij de Haagse Hogeschool. Van daaruit ben ik bij de KvK-coachpool terecht gekomen.” Vakman Ondernemerschap vraagt volgens Schouten een aantal competenties. “Je moet een echte vakvrouw of vakman zijn. Kennis van zaken hebben. Daarnaast moet je een pionier willen zijn. Soms moet je in het begin projecten aanpakken, waar je geen geld mee zult verdienen. Inventief, flexibel en marktgerichtheid zijn ook eigenschappen die je moet bezitten. Maar wat ook belangrijk is: risico’s durven nemen. Dat vraagt ook een bepaalde mentaliteit en stressbestendigheid. Je moet niet bij de eerste hobbel al bij de pakken neer gaan zitten.” Het specialisme van Schouten is marketing en commerciële communicatie. “Soms heeft iemand een mooi product, maar weet hij totaal niks over zijn doelgroep of wie dat zou moeten zijn. Het maken van een marketing- of communicatieplan biedt dan uitkomst. Vervolgens begeleid ik de starter met de praktische uitvoering van de marketingactiviteiten. Zo heb ik bijvoorbeeld een man gehad die een eigen administratiekantoor was begonnen. Die markt is vrij vol en als je niet onderscheidend bent, kom je daar moeilijk tussen. Gaandeweg kwam ik erachter dat hij ook gitarist in een band was geweest. Dat is iets wat je kunt inzetten om klanten te werven die ook in de muziekbranche actief zijn of iets creatiefs doen. Zij praten graag met dezelfde soort mensen en zo creëer je een voorsprong op andere administratiekantoren.” Schouten heeft ook weleens ondernemers onder zijn hoede gehad die toch niet geschikt bleken te zijn voor het ondernemerschap. “Dit waren meestal mensen die uit nood voor zichzelf zijn begonnen. De passie voor het starten van een eigen bedrijf ontbrak bij hen. Vaak kwamen we samen tot de conclusie dat ze toch weer beter terug in loondienst konden gaan. Andere starters die ik heb begeleid, zijn nog steeds succesvol en draaien leuk, ondanks deze slechte tijden. Daar ben ik dan als coach natuurlijk ontzettend trots op!” n Ook naar de Startersdag? Kijk op www.kvk.nl/startersdag voor meer informatie. U kunt zich hier ook direct aanmelden voor een gratis toegangsbewijs. *Bron: ING Economisch Bureau Subsidie begeleiding coach De KvK-coachpool is een initiatief van de Kamer van Koophandel Den Haag en diverse gemeenten in de regio Haaglanden en Rijnland. De deelnemende gemeenten verstrekken subsidie. Hiermee kunnen ondernemers die 1 tot 5 jaar geleden gestart zijn, een gespecialiseerde coach uit de KvK-coachpool inschakelen. Elke coach heeft zijn eigen specialisme, zoals marketing, communicatie, financiering, administratie, bedrijfsvoering en specifieke branches. Deelnemers kiezen zelf welke coach bij hen past. De voorwaarden en eigen bijdrage verschillen per gemeente. Kijk voor meer info op www.kvk.nl/coachpool. 12 | 13
  18. 18. FOCUS HAAGLANDEN jaargang 8 [ HEMA: T E o no m i ec ] chris heutink, randstad nl: "Bedrijven moeten stilstaan bij strategische personeelsplanning" kvk verbindt partijen Aantrekkelijke bedrijfsomgeving door samenwerking kantorenleegstand groeit Projectontwikkelaars en beleggers pleiten voor regionale aanpak NAJAAR 2011 Relatiemagazine voor overheid en bedrijfsleven 3
  19. 19. stadsgewest haaglanden FOCUS HAAGLANDEN Chris Heutink, Randstad Nederland Directeur van grootste uitzender over de crisis, ZZP’ers en social media Deze uitgave van Focus Haaglanden is bij de verschijning uitgedeeld bij het Miljoenenontbijt nen doen. Wij kunnen ervoor zorgen dat die volgende klus er wel is. Voor een werkgever maakt het namelijk niet uit of hij nou een ZZP’er inhuurt of een uitzendkracht.” van VNO-NCW Den Haag. Eén van de partners van deze jaarlijkse bijeenkomst is Randstad 4 Nederland. Focus Haaglanden voelde de alMoeilijk vervulbare vacatures Nu de werkloosheid omlaag gaat en Nederland herstelt van de crisis, worden ook de moeilijk vervulbare vacatures duidelijker zichtbaar. Ze zijn moeilijk in te vullen, omdat beschikbare mensen niet de juiste kennis en competenties hebben waar werkgevers naar zoeken. Daarin is zeker een rol voor uit- gemeen directeur van de marktleider in de uitzendbranche aan de tand over de crisis, de opkomst van ZZP’ers, moeilijk vervulbare vacatures, de inzet van social media voor het wer- nieuwe medewerker intern wel zitten, maar je moet hem of haar wel opleiden en dat kost geld.” Social media Bij het vinden van het juiste personeel lijken social media, zoals LinkedIn, Twitter en Facebook een rol te gaan spelen. Volgens een onderzoek van Heliview Research in maart 2011, zou blijken dat sociale media door circa één op de vijf bedrijven met vacatures is ingezet voor personeelswerving. Randstad is wel actief en aanwezig op netwerksites, maar in werving alleen via dit medium ven van personeel en vrouwelijk leiderschap. 'Veel werkgevers staan niet genoeg stil bij strategische personeelsplanning' Tekst: Brigitte Beeks, Stadsgewest Haaglanden Fotografie: Randstad Nederland N ederland heeft zich redelijk goed door de crisis heen geslagen. Uit de laatste cijfers (juli 2011) blijkt dat Nederland het laagste werkloosheidcijfer (4,3 procent) heeft van de landen in de eurozone. Volgens Heutink heeft dat meerdere redenen. “Allereerst heeft de crisis hier in Nederland niet zo toegeslagen als in bijvoorbeeld Duitsland. Dat komt omdat wij veel meer variatie hebben in de opbouw van onze economie. Daarnaast heeft de invoering van de deeltijd-WW, die uitgebreid is toegepast en uiteindelijk zelfs is verlengd, een dempend effect gehad op die werkloosheid. Ook is een groei van het aantal ZZP’ers te zien. Daarbij vraag ik me overigens wel af of zij uit nood voor zichzelf zijn begonnen of dat dat echt een wens van hen was, maar dat terzijde.” Als laatste reden noemt Heutink de flexibiliteit. “We zijn een flexibel land en kennen veel parttime werkverbanden. De flexibilisering van de arbeidsmarkt is vergevorderd. En de hoge flexgraad, het aantal mensen met een flexibel contract oftewel onze core-business, vangt veel op. Als het in de ene branche wat slechter gaat, dan kunnen we die mensen verspreiden over andere branches.” Chris Heutink, algemeen directeur Randstad Nederland Het aantal ZZP’ers is ook in 2011 weer gegroeid. Zo meldde het Economisch Onderzoeksbureau van de ING in mei 2011. Na een kleine dip in 2009 is er vanaf 2010 weer een forse stijging waargenomen. Dit vormt voor de uitzendbranche geen bedreiging vindt Heutink. “Ik denk dat het elkaar alleen maar aan- vult. Je hebt eigenlijk twee groepen ZZP’ers, de groep die in de bouwnijverheid werkzaam is en de groep professionals, in bijvoorbeeld communicatie of de ict. Maar voor beide groepen geldt: ze hebben geen tijd om werk te zoeken. Ze worden zo opgezogen door hun huidige project, dat ze geen acquisitie kun- zenders als Randstad weggelegd. Heutink: “Onze kernkwaliteit is om het bij elkaar brengen van vraag en aanbod beter te doen dan het bedrijf zelf. Wij doen voortdurend onderzoek naar de arbeidsmarkt. Waar zitten die mensen die je zoekt, wat zijn het voor mensen en hoe bereik je ze?” “Daarnaast proberen we bij bedrijven de noodzaak van strategische personeelsplanning te benadrukken.” Want het blijft volgens Heutink niet alleen bij de vraag: waar wil ik naartoe met mijn bedrijf? Maar ‘Wat betekent dat voor het personeel?’ is de automatisch daaropvolgende vraag. “Instroom, uitstroom maar ook niet te vergeten, de doorstroom. Welk personeel kun je omscholen om door te groeien? Veel werkgevers staan niet genoeg stil bij die strategische personeelsplanning. Of ze haken af zodra ze de kosten zien. Dat kan een vertragende factor zijn. Zonde. Want dat is denken voor de korte termijn.” De moeilijk vervulbare vacatures kunnen best vervuld worden, denkt Heutink. “In veel van de gevallen is het een mobiliteitsvraagstuk. Die ict-specialisten die je zoekt zijn er wel, maar die zitten in Groningen. En jij zit met het bedrijf in Rotterdam. Of je hebt die geloven ze niet zo. “Het heeft geen zin om veelvuldig te roepen dat je veel vacatures hebt. Ik denk dat je mag veronderstellen dat dat wel bekend is, dat wij vacatures hebben. Daarbij is het ook de vraag of je wel de juiste mensen ermee bereikt. En als dat niet klopt, je krijgt als jurist drie keer een tweet of bericht dat we een vacature als directiesecretaresse hebben, dan klikt die persoon ook snel weg. Ik geloof wel in het opbouwen van een community rond een merk of een bedrijf. Daar is het een uitstekend middel voor, om een band op te bouwen door je doelgroep steeds te voorzien van relevante informatie die hen kan helpen bij hun werk bijvoorbeeld.” Het inzetten van social media is dus iets waar goed over nagedacht moet worden, meent Heutink. “Twitter is een groot, snel medium en je hebt direct een enorm bereik. Maar ik denk dat je niet snel succes boekt als je mensen bereikt met berichten waar ze niks aan hebben. Wederom komen dan weer die vragen aan bod die ik eerder genoemd heb. Waar zitten je toekomstige werknemers, wie zijn ze en hoe bereik je ze?” Daarbij is er nog een aspect van social media dat bedrijven volgens Heutink niet uit het oog moeten verliezen. “Je moet nadenken over hoe je je als bedrijf via social media wil positioneren. Wat moeten mensen van je vinden? Je moet je gaan ‘branden’ als werkgever. Natuurlijk als een bedrijf waar het leuk en interessant is om te werken, maar hoe komen potentiële kandidaten daarachter? Daar moet je nu wel al over na gaan denken, want Twitter en Facebook zijn blijvend. En als ze verdwijnen, dan komt er wel weer iets soortgelijks voor in de plaats.” 5 Vrouwelijk leiderschap Eén van de thema’s van het Miljoenenontbijt 2011 was ‘Vrouwelijk leiderschap’. “Dat is zo’n hype”, reageert Heutink meteen op de vraag hoe Randstad hier tegenaan kijkt. “Allereerst komt tachtig procent van ons management uit eigen gelederen. Ik ben daarvan het levende voorbeeld. Ik ben als intercedent binnengekomen en opgeklommen tot algemeen directeur. Als je kijkt naar de verhouding man/vrouw onder al onze medewerkers is dat denk ik 30/70 procent. Bij onze regiodirecteuren is dat 50/50. Dat is een mooie afspiegeling van hoe we het willen, maar daar moet je wel wat voor doen als werkgever. Daar moet je vrouwelijke werknemers kansen voor bieden en veel mogelijkheden. Ik denk dat Randstad bijvoorbeeld erg flexibel is en genoeg gelegenheid biedt om werk met een gezin te combineren. We vragen die flexibiliteit echter ook van onze werknemers. Als je op een bepaald moment niet aanwezig kunt zijn, dan ben je dat op een ander tijdstip wel. Voor de vestigingen ligt dat natuurlijk wat moeilijker, maar in de hogere regionen kan dat wel. Daarnaast geloof ik heilig in diversiteit van teams. Ik vind een mix van mannen en vrouwen in teams zeer belangrijk. Diversiteit levert veel op en dat werkt ook gewoon beter.” Chris Heutink heeft nog meer ideeën en mogelijke oplossingen voor moeilijk vervulbare vacatures. Lees deze op www.focushaaglanden.nl NAJAAR 2011 3
  20. 20. stadsgewest haaglanden Stadsgewest stuurt aan op samenwerking begeleiding expats Volgens een recent onderzoek (zie kader) Wat is een expat ? leverden internationale organisaties in 2010 Een expatriate, of afgekort expat, is een werknemer die door een internationaal opererende organisatie of bedrijf voor een bepaalde tijd in het buitenland is gestationeerd. Expats zijn over het algemeen hoog opgeleide mensen die voor een bepaalde tijd een arbeidsbehoefte vervullen welke in een land ontstaan is. Voor expats geldt een bepaald belastingvoordeel, de zogenaamde expatregeling. Hierdoor hoeven ze over dertig procent van hun inkomsten geen belasting te betalen. zo’n 35.000 banen op voor de regio Den Haag. Internationale organisaties vormen daarmee 6 FOCUS HAAGLANDEN Internationale organisaties belangrijk voor regionale economie een betrouwbaar en belangrijk onderdeel van onze regionale economie. De private sector speelt daar handig op in en heeft steeds meer aandacht voor de internationale werknemers bij deze organisaties. Maar ook overheden in 7 de regio hebben belangstelling voor deze ‘expats’ en stemmen hun dienstverlening in ‘Captains Conference’, dit jaar op 30 september in het Internationale Strafhof in Den Haag. toenemende mate af op deze doelgroep. Regionale samenwerking kan daarbij een belangrijke rol spelen. Een expatwinkel in Den Haag. Internationale medewerkers spenderen een kleine zevenhonderd miljoen euro aan goederen en diensten in Haaglanden. Tekst: Brigitte Beeks, Stadsgewest Haaglanden Fotografie: Sicco van Grieken bare plek wordt een enorme investering gedaan in een nieuw gebouw. Dit is geweldig nieuws voor Rijswijk en voor de Plaspoelpolder in het bijzonder.” Het EOB is niet de enige internationale organisatie die haar band met de regio Den Haag bevestigt door te kiezen voor nieuwbouw. Op 1 juli heeft koningin Beatrix het nieuwe hoofdgebouw van Europol geopend aan de Eisenhower- I n juni van dit jaar liet het Europees Octrooi Bureau (EOB) weten dat zij naast hun huidige kantoor in de Plaspoelpolder een nieuw pand willen laten bouwen. Zodra het nieuwe gebouw klaar is, wordt de bestaande hoogbouw gesloopt. Zij investeren hiermee de komende jaren 250 miljoen euro in het bedrijventerrein en blijven met hun circa drieduizend medewerkers in Rijswijk gevestigd. Het EOB heeft zich in 1977 gevestigd in Rijswijk en er is in de loop der jaren een hechte band ontstaan met de gemeente. Het is de grootste internationale vestiging in Rijswijk en economisch van enorme waarde. Niet alleen voor deze gemeente, maar ook voor de regio. Burgemeester Ineke van der Wel liet weten erg blij te zijn met het besluit om in Rijswijk te blijven. “Op een goed zicht- ring van het internationale vestigingsklimaat in deze regio. De grootste internationale werkgevers van expats in de regio (waaronder de EU/VN, maar ook Shell en AEGON) hebben zich verenigd in the Internationale Community Platform (ICP). Jeroen Drost, CEO van NIBC is voorzitter van het ICP. Binnen verschillende werkgroepen worden, door de HR-managers van Voor een expat bestaan de gemeentegrenzen nauwelijks laan in Den Haag en ook Eurojust zal in de toekomst een nieuw pand betrekken in de hofstad. Internationale organisaties en het internationale bedrijfsleven brengen buitenlandse medewerkers mee. Kennismigranten, ook wel expats genoemd (zie kader). Expats vragen om huisvesting, onderwijs en voorzieningen. Een goede opvang van expats en een optimaal verblijfsklimaat dragen bij aan een verbete- deze organisaties, zaken als huisvesting, onderwijs, gezondheidszorg, kinderopvang en openbaar vervoer besproken en voorstellen voor oplossingen gegeven. Het ICP deelt haar vraag & aanbevelingen met zowel de publieke als de private partijen in de regio en nodigt daarmee uit tot implementatie ervan. Eens per jaar worden de onderwerpen ook besproken met de CEO’s en alle burgemeesters uit de regio tijdens de Begeleiding expats De gemeenten in de regio Haaglanden hebben afzonderlijk al verschillende initiatieven opgezet om de expats te begeleiden. Zo is in november 2010 in Den Haag het 'The Hague International Centre' geopend. Met één afspraak kunnen expats hier zowel de aanvraag van een verblijfsvergunning en een burgerservicenummer, als de inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie regelen. Deze zaken zijn in veel gevallen vereist om in Nederland te mogen werken. Daarnaast verschaft het centrum (Engelstalige) informatie over gemeentelijke zaken als huisvuilcollectie en het aanvragen van een parkeervergunning, maar ook over huisvesting, vrijetijdsbesteding, internationaal onderwijs, kinderopvang, et cetera. In Delft is op 19 mei 2011 de eerste ‘Welcome to Delft’ bijeenkomst gehouden. Hier werden tachtig expats, die zich recentelijk in Delft hadden gevestigd, welkom geheten door burgemeester Bas Verkerk. Het Delft Expat Project Team bestaat al langer en er is ook een speciaal gedeelte van de gemeentelijke website. De gemeenten Leidschendam-Voorburg en Zoetermeer hebben onderdelen van hun website vertaald in het Engels; Rijswijk en Wassenaar hebben naast compleet Engelstalige versies van hun sites, ook gidsen en brochures ontwikkeld specifiek gericht op expats. Het Stadsgewest Haaglanden spoort de gemeenten aan om samen het verblijfsklimaat van deze buitenlandse werknemers te verbeteren en daarmee ook het internationaal vestigingsklimaat. Zo wordt regelmatig een nieuwsbrief verstuurd naar vertegenwoordigers van gemeenten in de regio Haaglanden, die zich bezighouden met internationale zaken en in het bijzonder expatbeleid. Daarnaast vinden er in Haaglandenverband bijeenkomsten plaats, gericht op informatiedeling en waar mogelijk afstemming van dienstverlening. Onderwerpen zijn dan bijvoorbeeld burgerzaken of internationaal onderwijs. Ook worden gezamenlijke bijeenkomsten georganiseerd met het ICP. [lees verder op pagina 8] Onderzoek Decisio Het onderzoeksbureau Decisio deed onderzoek naar de economische impact van internationale organisaties in Den Haag en omgeving. Met 35.000 banen zijn de internationale organisaties de belangrijkste banenmotor voor Den Haag en de Haagse regio. De totale bestedingen van internationale organisaties in de regio bedroegen in 2010 2,7 miljard euro. Verder spendeerden internationale werknemers een kleine zevenhonderd miljoen euro aan goederen en diensten, wat ruim vijfduizend banen opleverde in andere sectoren. Bijna de helft van deze banen zit in de gemeente Den Haag en ruim een derde in de regio Haaglanden. Voor het onderzoek is een onderscheid gemaakt naar Europese en Internationale Organisaties gebaseerd op een verdrag (23 in deze regio), NGO’s (116), ambassades (111) en andere internationale samenwerkingsverbanden (60). Bekijk het volledige rapport op www.focushaaglanden.nl NAJAAR 2011 3
  21. 21. stadsgewest haaglanden AD HOC FOCUS HAAGLANDEN Ad Hoc zorgt voor effectief leegstandsbeheer Aan een leegstaand pand kleven altijd risico’s. Diefstal, vandalisme of bevroren leidingen kunnen behoorlijke schade opleveren. Met de inzet van leegstandsbeheer kunnen vastgoed- 8 eigenaren deze risico’s beperken. Daarnaast biedt leegstandsbeheer voor woningzoekenden de kans op een woonruimte. Ook ondernemers kunnen bij Ad Hoc terecht voor voordelige en flexibele kantoorruimte. “W Bij het The Hague International Centre in Den Haag kunnen expats alles voor hun verblijf in Nederland regelen. [vervolg van pagina 7] Samenwerking Voor een expat bestaan de gemeentegrenzen nauwelijks. Het komt dan ook vreemd over als de ene expat met alle egards op het stadhuis wordt ontvangen terwijl zijn collega in de buurgemeente niet in het Engels aan het loket terecht kan. Het Stadsgewest tracht via het Regionaal Expatbeleid de gemeenten aan te sporen op meer terreinen samenwerking te zoeken. Dan hoeft men niet het wiel opnieuw uit te vinden en kan handig gebruik gemaakt worden van de reeds aanwezige kennis. Als bijvoorbeeld de Engelstalige informatievoorziening op de gemeentelijke websites zoveel mogelijk uniform is, voorkomt dit misverstanden en onbegrip. Ook de dienstverlening en expertise van het International Centre moet vrij eenvoudig in te zetten zijn voor buurgemeenten. Daar moeten dan wel beleidsmatig en bestuurlijk afspraken over gemaakt worden. Een goed voorbeeld van regionale samenwerking is de stand van ‘The Hague Region’ op de Expatfair. Tijdens deze ‘Feel at Home in The Hague’ beurs voor expats, die in september werd gehouden in het Atrium, presenteerden het Stadsgewest en de gemeenten Den Haag, Rijswijk, Wassenaar en Delft zich gezamenlijk onder één regionale vlag. Op die manier laat de regio zien dat ze betrokken zijn bij de internationale gemeenschap en dat gemeentelijke grenzen er weinig toe doen. Internationale organisaties vs. internationale bedrijven In het onderzoek van Decisio wordt een onderscheid gemaakt tussen internationale organisaties en internationale bedrijven. Laatstgenoemde zijn in het onderzoek niet meegenomen. De WestHolland Foreign Investment Agency (WFIA) is een organisatie die zich sinds 2001 namens Den Haag, Delft, Zoetermeer, Leiden, Lansingerland, Stadsgewest Haaglanden, provincie Zuid-Holland en de Kamer van Koophandel bezig houdt met het werven van buitenlandse bedrijven om zich in deze regio te vestigen. (www.wfia.nl) Momenteel wordt gewerkt aan het koppelen van werkgelegenheidcijfers aan de database met buitenlandse investeerders. Een voorzichtige schatting is dat er bij de ruim zevenhonderd buitenlandse investeerders in de regio WestHolland meer dan 42.000 mensen werkzaam zijn. Een groot deel daarvan is expat. e zijn begonnen in de antikraakactiviteiten. Maar dat begrip heeft voor veel mensen een negatieve klank”, aldus Dolf Smit, regiomanager bij Ad Hoc. “Tegenwoordig is onze dienstverlening breder en bieden wij ook tijdelijk verhuur en toezicht. Wij zien ons dus veel meer als een leegstandsbeheerder. Partijen zetten ons bijvoorbeeld in om hun vastgoed te beschermen tegen vandalisme en verloedering en om de leefbaarheid in de wijken te behouden.” De branche professionaliseert Ad Hoc heeft nu honderd medewerkers in dienst. “We zijn dé leegstandsbeheerder van Nederland en zijn voortdurend bezig onze activiteiten verder te professionaliseren. Ad Hoc is een ISO gecertificeerde onderneming. Daarnaast zijn gemeenten een bonafide en fatsoenlijk leegstandsbeheer garanderen.” De leegstandsbeheerder werkt voor commerciële vastgoedpartijen, maar ook voor gemeenten en woningbouwverenigingen. Smit: “Corporaties maken gebruik van onze diensten om de leefbaarheid in wijken op peil te houden. Als ze bijvoorbeeld een gebied willen herstructureren en de bewoners naar elders willen verplaatsen, gaat de leefbaarheid achteruit. Het gevoel van veiligheid wordt minder. Wij plaatsen mensen in die woningen. Meestal zijn dat jongeren, vooral studenten. Dan leeft een wijk weer en wordt de overlast minder. Natuurlijk begrijpen wij ook dat betrouwbare bewoning voor eigenaren van het grootste belang is. Daarom past Ad Hoc een strenge selectie toe van haar bewoners, waarbij er vooral wordt gelet op de representativiteit en integriteit.” Startende ondernemers Twee jaar geleden is Ad Hoc, als eerste leegstandsbeheerder, gestart met het aanbieden van tijdelijke werkruimte aan ondernemers. De leegstand in de Nederlandse kantorenmarkt is inmiddels toegenomen tot zeven miljoen vierkante meter. Aan de andere kant neemt het aantal ondernemers dat op zoek is naar bedrijfsruimte ieder jaar toe. “Ad Hoc brengt de behoefte aan bescherming van het pand en de vraag naar betaalbare kantoorruimte bij elkaar. De intrek van ondernemers heeft een preventief effect tegen leegstandsrisico’s. Aan de andere kant biedt het ondernemers de mogelijkheid om op een voordelige manier 'Partijen zetten ons in om hun vastgoed te beschermen tegen vandalisme en verloedering en om de leefbaarheid in de wijken te behouden' we er trots op dat we het keurmerk mogen voeren van de Stichting Keurmerk Leegstandbeheer. Het keurmerk schrijft een groot aantal regels voor waar de bedrijven zich aan moeten houden en die gebruikers, eigenaren en de eerste stap naar huisvesting te zetten”, weet de regiomanager uit ervaring. De korte opzegtermijn is voor zowel vastgoedeigenaren als ondernemers erg interessant. Voor startende ondernemers is de toekomst nog onzeker. De finan- 9 Dolf Smit, regiomanager Ad Hoc ciële resultaten kunnen tegenvallen of het bedrijf groeit juist enorm snel. In beide situaties wil je als ondernemer niet vast zitten aan een contract voor een langere termijn. Ook voor een vastgoedeigenaar is de korte opzegtermijn interessant, op die manier kan de eigenaar altijd over zijn pand beschikken. Wilt u meer informatie over Ad Hoc en de mogelijkheden om uw leegstaand vastgoed te beschermen? Kijk dan op de website www.adhocbeheer.nl of neem dan contact op met Ad Hoc Den Haag: Dolf Smit 070 – 312 03 33 d.smit@adhocbeheer.nl NAJAAR 2011 3
  22. 22. stadsgewest haaglanden Projectontwikkelaars en beleggers pleiten voor regionale aanpak In 2010 stond 14,5 procent van de kantoren in de regio Haaglanden leeg. Een stijging van 2,5 procent ten opzichte van het jaar daarvoor. Zowel landelijk als regionaal wordt druk gedis- 18 FOCUS HAAGLANDEN Kantorenleegstand groeit in Haaglanden cussieerd over de aanpak van de leegstand. Een landelijk actieprogramma is inmiddels opgesteld. Inventarisaties naar herontwikkeling en transformatie zijn regionaal uitgevoerd. Ook de overheid moet volgens beleggers en projectontwikkelaars een andere rol krijgen. Tekst: Brigitte Beeks, Stadsgewest Haaglanden Fotografie: Sicco van Grieken D e stijging van de kantorenleegstand heeft meerdere oorzaken. De beroepsbevolking heeft zich de afgelopen jaren gestabiliseerd en Het Nieuwe Werken heeft een opkomst gemaakt. Tijd voor actie om te voorkomen dat die leegstand nog verder oploopt. Die actie moet gezamenlijk worden opgepakt. In 2010 zijn de overleggen tussen gemeenten, provincies, banken, beleggers, ontwikkelaars begonnen. Hieruit is in maart 2011 het lande- lijke Actieprogramma Aanpak Leegstand Kantoren gerold dat minister Schulz (Infrastructuur & Milieu) naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. De thema’s die hierin aan bod komen: 1. Bestaande leegstand bestrijden, 2. Naar een gezonde kantorenmarkt, 3. Betere afstemming vraag en aanbod: terughoudendheid in nieuwbouw. Ook het Stadsgewest Haaglanden heeft eind november 2010 een werkconferentie in het kader van de kantorenleegstand gehouden waaraan gemeenten en marktpartijen deelnamen. Hierbij waren NEPROM, (Vereniging voor Nederlandse Projectontwikkeling Maatschappijen) en de IVBN (Institutionele Beleggers in Vastgoed Nederland) ook aanwezig. Bestaande leegstand Het Stadsgewest heeft in september 2011 een inventarisatie van leegstaande kantoren in de regio afgerond. Hierbij is makkelijk. Zo weet ook de NEPROM. Bestuurslid Nicole Maarsen: “Op goede locaties werkt herontwikkeling van slechte kantoren in combinatie met het toevoegen of versterken van voorzieningen als horeca of sportfaciliteiten. Op minder goede kantoorlocaties ligt transformatie naar andere functies meer voor de hand en er zijn locaties waar sloop de enige oplossing is. Hergebruik van bestaande gebouwen en locaties biedt dus niet altijd een oplossing. De eisen van gebruikers veranderen en niet elk gebouw is voor de eeuwigheid geschikt.” Ook het IVBN onderschrijft dit. Directeur Frank van Blokland: “Als je kijkt naar de leegstaande kantoren in de regio is daarvan maar tien tot vijftien procent geschikt voor transformatie. Soms heeft dat met de locatie te maken. Maar vaak is ook het gebouw niet geschikt. Dat houdt in dat eigenlijk 85 procent gewoon gesloopt moet worden.” 'Gemeenten moeten zich meer bezighouden met voorraadbeleid' gekeken naar kansrijke en minder kansrijke locaties voor herontwikkeling of transformatie tot woningen. De roep om lege kantoren een andere functie te geven groeit. Woningen, een school, een hotel. Tegelijkertijd worden oude kantoren omgevormd tot een hip nieuw kantoor. Maar het is niet altijd zo In Den Haag (Beatrixkwartier) wordt momenteel De Monarch herontwikkeld Kantorenstrategie 2011 NEPROM onderschrijft het belang van het samenwerken tussen overheden en marktpartijen door een gezamenlijke kantorenvisie te ontwikkelen. Maarsen: “Projectontwikkelaars hebben de kennis en kunde om een aantrekkelijk vestigingsklimaat te realiseren en zo bij te dragen aan een goede internationale positionering van Nederland. Beleggers zijn als eigenaren van kantoorgebouwen belangrijke partners. En natuurlijk heeft de overheid een belangrijke rol. Gemeenten hebben het voortouw in de aanpak. De regio Haaglanden pakt dit voortvarend op door in regionaal verband met een kantorenvisie te komen. Niet elke gemeente kan een lokale toplocatie ontwikkelen en gebundelde, regionale krachten ontsluiten de potentie van goede locaties beter.” Het IVBN pleit eveneens voor een gezamenlijk beleid. Van Blokland: “Natuurlijk wil iedere wethouder afzonderlijk graag dat een bedrijf zich vestigt in de eigen gemeente. Maar daar moeten we 19 In het oude hoofdkantoor van de PTT uit de jaren vijftig is in 2010 het Hilton Hotel Den Haag (Zeestraat) geopend vanaf. We moeten op Haaglandenniveau één kantorenbeleid ontwikkelen, willen we duurzaam blijven.” Durven slopen hoort hier ook bij volgens de NEPROM. Maarsen: “De regiogemeenten moeten ook de mindere locaties durven aan te wijzen en een visie presenteren op sloop, onttrekking en (re)vitalisering om over de volle breedte de kwaliteit van het vestigingsklimaat te verbeteren. Benut hierbij de kennis van de projectontwikkelaars. Zij hebben immers inzicht in eisen en wensen van huurders en beleggers.” Die wensen van huurders en beleggers zijn de laatste jaren ook veranderd, meent Van Blokland. “Huurders hebben de keuze. En daarbij begint steeds meer het idee te leven dat nieuwbouw ‘not done’ is. Een groeiend aantal partijen is van mening dat in bestaande gebouwen prima voorzieningen zijn. Er is een mentaliteitsbeweging op gang gebracht. Dat komt ook omdat op bedrijven die nieuwe kantoren laten bouwen en het oude verlaten, veel kritiek is gegeven. Kijk bijvoorbeeld naar het Internationaal Strafhof. Zij zitten nu aan de Maanweg en verhuizen over een aantal jaar naar nieuwbouw op het terrein van de Alexanderkazerne. Dat ligt midden in een woongebied en daar is veel kritiek op geweest.” Voorraadbeleid De lokale overheden kunnen sturing geven door goed naar de bestaande voorraad te kijken, vindt Van Blokland. “Gemeenten moet zich meer bezighouden met voorraadbeleid. Maak, samen met marktpartijen, keuzen in de bestaande kantorenlocaties. Welke kantoorlocaties zijn toekomstbestendig en wat moet er per locatie gebeuren om de bestaande voorraad duurzaam te maken? Welke kantoren zijn al goed? Welke kantoren moeten een kwaliteitsslag maken? Waar is transformatie nodig? En vooral ook: waar moet er gewoon gesloopt worden? Sloop van structureel leegstaande kantoren op slechte locaties is zonder meer noodzakelijk. Ontwikkelaars hebben de afgelopen jaren nieuwe kantoren neergezet terwijl er in de praktijk feitelijk geen vraag voor was. Gemeenten mogen het probleem niet groter maken. Wil je toch nieuwbouw neerzetten? Dan moet je ook meer slopen en een ouder pand uit de markt halen. We kunnen dit niet alleen oplossen, dat moet met elkaar.” Kantorenstrategie Haaglanden 2011 - 2020 De concept-kantorenstrategie tot 2020 heeft als uitgangspunt dat het Stadsgewest Haaglanden wil beschikken over een wervende, gezonde kantorenmarkt. Een gezonde kantorenmarkt betekent de juiste kantoren (zowel kwantitatief als kwalitatief) op de juiste plekken in Haaglanden. Daarbij hoort een leegstand die groot genoeg is om bedrijven een goede keus te geven en beweging in de markt mogelijk te maken, de zogenaamde frictieleegstand. Deze frictieleegstand komt overeen met zes procent van de voorraad: voor Haaglanden is dat 0,4 miljoen m², aanzienlijk minder dan de één miljoen die nu leegstaat. Dit vergt een forse reductie van de leegstand in combinatie met renovatie en alleen nieuwbouw waar behoefte is. Kortom: gezamenlijk voorraadbeleid van de gemeenten. Om dit te bereiken moeten de gemeenten, volgens de strategie, met elkaar bindende afspraken maken over de overmaat nieuwbouwplannen en hoe de reductie van de leegstand te stimuleren. “De gevraagde visie op sloop en transformatie staat in de strategie. Voor de uitvoering hebben we uiteraard de commerciële partijen nodig die in de kantorenmarkt actief zijn: het is immers in ieders belang dat Haaglanden een gezonde kantorenmarkt heeft!” besluit Pieter van Genuchten, sectorhoofd Economie van Haaglanden. De planning is om deze strategie komende winter bestuurlijk vast te leggen. NAJAAR 2011 3
  23. 23. STAdsgewest haaglanden FOCUS HAAGLANDEN Arbeidsmigranten in Den Haag, Westland en Oostland Samenwerken op gebied van huisvesting MOE-landers Westland Situatie De internationale glastuinbouwsector van Greenport Westland levert een belangrijke bijdrage aan de Nederlandse economie. De extra handen van tijdelijke arbeidskrachten zijn nodig om deze motor, met name tijdens het oogstseizoen, jaarlijks te laten draaien. We schatten in dat het gaat om circa negenduizend werknemers. Ongeveer éénderde daarvan woont in Westland. Nederland telde in 2010 zo’n 200.000 arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europese landen, de zogenaamde MOE-landers. Tienduizenden wonen er in Haaglanden. In de 24 Haaglanden-gemeenten Den Haag, Westland en Pijnacker-Nootdorp (plus Lansingerland) is 25 nadrukkelijk de wens aangegeven dat actie moet worden ondernomen ten aanzien van de huisvesting van deze MOE-landers. Tekst: Brigitte Beeks, Stadsgewest Haaglanden met bijdragen van gemeenten Den Haag, Westland en Pijnacker-Nootdorp Fotografie: Sicco van Grieken H et Stadsgewest Haaglanden coördineert de actie ten aanzien van de huisvesting en heeft een actieprogramma opgesteld, dat door de wethouders Wonen is vastgesteld. Hierin staat onder andere de actie om meer huisvestingslocaties te realiseren en een netwerk van informatiepunten te creëren. Een ambtelijke werkgroep is deze acties momenteel aan het uitwerken. Bij de uitwerking van de actiepunten moet in gedachten worden gehouden dat de arbeidsmigranten bijdragen aan de economische groei van de regio. Het is van belang dat alle regiogemeenten hun verantwoordelijkheid nemen ten opzichte van de knelpunten die de toestroom van arbeidsmigranten met zich meebrengt. Focus Haaglanden schetst een beeld van de situatie en problematiek in de drie gemeenten. Den Haag Situatie Volgens landelijk onderzoek, werken momenteel circa 200.000 arbeidsmigranten uit de Midden- en Oost-Europese landen in Nederland. Dit is een schatting, omdat het merendeel niet in de Gemeen- Het grootste deel van de arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa is werkzaam in de tuinbouw of de bouwnijverheid telijke Basis Administratie (GBA) is ingeschreven. De overgrote meerderheid komt uit Polen, maar er is een groeiende groep Bulgaren en Roemenen. De verwachting is dat dit aantal de komende jaren zal blijven toenemen. Dit betekent dat in Den Haag minstens 20.000 arbeidsmigranten verblijven. De grootste groepen zijn de Polen en de Bulgaren. De meesten die in Den Haag of in de regio werken, wonen in Den Haag. Zij zijn vooral werkzaam in de glastuinbouw en in de bouw en constructie. Problematiek De grootste groep Oost-Europese migranten doet het goed in Den Haag. Zij nemen deel aan het arbeidsproces, zijn waardevol voor de economie en integreren geleidelijk. Met de komst van deze nieuwkomers doen zich echter ook knelpunten voor. Hun arbeidsomstandigheden zijn niet altijd ideaal. Economische misstanden doen zich vooral voor bij het werken voor minder dan het wettelijke minimumloon onder slechte omstandigheden, maar ook illegale tewerkstelling van met name Bulgaren en Roemenen komt voor. Door taalproblemen en onbekendheid met de Nederlandse wet- en regelgeving zijn zij extra kwetsbaar voor uitbuiting. Omdat Oost-Europeanen nogal mobiel zijn, gezien de tijdelijkheid van hun arbeidscontracten, verhuizen zij veel. En komen ze vaak terecht in huizen die illegaal zijn of waar te veel mensen wonen. Dat leidt tot overlast en dak- en thuisloosheid, vaak gecombineerd met overmatig drankgebruik. Samenwerking Er wordt al veel met de regio samengewerkt om de participatie van Oost-Europeanen te faciliteren. Daarbij wordt ingezet op een strenge aanpak tegen malafide uitzendbureaus en andere werkgevers, illegaliteit en uitbuiting. Met de gemeente Westland is een samenwerkingsverband gestart rond werktoeleiding via de Werkpleinen, huisvesting en handhaving. Den Haag heeft ook een samenwerkingsverband met een aantal grote uitzendbureaus, zoals Otto Work Force, Tempo Team en Randstad om mensen die werkloos en dakloos zijn geworden zo snel mogelijk in vacatures te laten instromen. Een nóg betere samenwerking op regionaal niveau is uiteraard welkom. Problematiek Er zijn niet genoeg woningen voor iedereen die in Westland wil wonen. Huisvesting is daarom een knelpunt. De eerder ontwikkelde Polenhotels voorzien in een behoefte. Als gemeente willen we daarom meer van dit soort ontwikkelingen faciliteren. Om uitbuiting en illegaliteit te voorkomen, is het belangrijk om te weten waar de arbeidsmigranten wonen. Pas dan kun je onderzoeken of er misstanden zijn en kun je duidelijk maken wat rechten en plichten zijn. Inschrijven in de Gemeentelijk Basisadministratie levert een belangrijke bijdrage aan de oplossing. Samenwerking Westland heeft dit opgepakt door actief de samenwerking te zoeken met de uitzendbranches. Ook is een Pools sprekende consultant in de arm genomen om het vertrouwen van de Poolse gemeenschap te winnen. Wethouder Weverling van Dienstverlening en Internationalisering: "Deze aanpak heeft inmiddels zijn vruchten afgeworpen. Westland heeft de registratie van arbeidsmigranten op de landelijke agenda geplaatst. We hopen met onze ervaringen ook andere gemeenten te kunnen helpen." Ook landelijk draait Westland volop mee bij de ontwikkeling van het beleid van minister Kamp. Westland is vertegenwoordigd in de landelijke werkgroepen die zich bezig houden met de vijf speerpunten uit het beleid: registratie, huisvesting, werk, handhaving en voorlichting. Regionaal wordt samengewerkt om het beleid van Minister Kamp uit te gaan Volgens schattingen werken circa 200.000 arbeidsmigranten uit de Midden- en Oost-Europese landen in Nederland voeren. In Haaglanden-verband wordt gekeken naar de huisvestingsproblematiek en met het regionale Interventieteam wordt de handhaving op het gebied van fraude en uitbuiting besproken. Oostland (Pijnacker-Nootdorp en Lansingerland) Situatie In Gemeente Pijnacker-Nootdorp vindt relatief veel glastuinbouw plaats net als in de aangrenzende gemeente Lansingerland. Voor de sector en dus voor het Oostland zijn arbeidsmigranten onmisbaar. Genoemde Oostlandgemeenten werken nu sinds 2009 samen aan het vraagstuk. Ze hebben zich bijvoorbeeld samen aangesloten bij de recente studies van het NICIS die zijn gericht op de doelgroep. Daaruit blijkt: de MOE-landers die in het Oostland wonen, wonen vooral in kleinere groepen met landgenoten in kamers in gewone woningen. Ongeveer 10% lijkt ontevreden te zijn met het onderkomen en 90% tevreden. (Deze percentages zijn van-wege de steekproefomvang (50) hooguit indicatief). In 2008 woonde in Pijnacker-Nootdorp ongeveer de helft van de zeven- à achthonderd werkende migranten in Oostland. De vraag vanuit de markt bedroeg daarbij zestig tot tachtig extra slaapplaatsen. Voor een groot deel van de hier tijdelijk werkzame migranten is blijkbaar geen lokale huisvestingsbehoefte. De achtergrond hiervoor is onbekend. Of deze vraag vandaag ook nog zo groot is, wordt de komende periode in Oostland-verband besproken met de sector. Problematiek Het kleinschalig onderbrengen van arbeidsmigranten in woningen, zowel binnen als buiten de bebouwde kom, leidt vooralsnog zelden tot overlast. Dit is mede te danken aan het grote marktaandeel van enkele professionele uitzendbureaus die de huisvesting goed organiseren. Over het algemeen lijken de uitzendbureaus met succes de huisregels te handhaven. Sporadisch is sprake van overbewoning waar altijd tegen wordt gehandhaafd. Meestal, op brandveiligheidsinstallaties na, is er weinig op de onderkomens aan te merken. Samenwerking De ‘problematiek’ voor de komende jaren lijkt voor Pijnacker-Nootdorp en wellicht het Oostland dus niet heel groot. Maar wel zullen we de komende tijd met de sector uitwerken of eventueel resterende vraag goed kan worden geaccommodeerd. NAJAAR 2011 3

×