Successfully reported this slideshow.
Your SlideShare is downloading. ×

11. Autisme en gehechtheid.pdf

Ad
Ad
Ad
Ad
Ad
Ad
Ad
Ad
Ad
Ad
Ad
Loading in …3
×

Check these out next

1 of 89 Ad

More Related Content

Advertisement

11. Autisme en gehechtheid.pdf

  1. 1. Autisme en gehechtheid Birgit de Cnodder Klinisch psycholoog / psychotherapeut Systeemtherapeut en psychodynamisch psychotherapeut i.o. 16 oktober 2019
  2. 2. Auteursrechten / naamsvermelding Tenzij anders vermeld is alles in dit werk gelicenseerd onder een Creative Commons Naamsvermelding 4.0 Internationaal - licentie. Wanneer je gebruik wilt maken van dit werk, moet je gepaste credits geven, een link voorzien naar de licentie en kenbaar maken welke veranderingen je hebt aangebracht. Dat moet je doen op een wijze die niet suggereert dat de licentiehouder jou of je veranderingen per definitie onderschrijft. Hanteer voor dit werk de volgende methode van naamsvermelding: B. de Cnodder, Autisme en gehechtheid (2019), CC-BY 4.0 gelicenseerd. Except where otherwise noted, this work is licensed under a Creative Commons BY 4.0 International Licence. You must give appropriate credit, provide a link to the license, and indicate if changes were made. You may do so in any reasonable manner, but not in any way that suggests the licensor endorses you or your use. De volledige licentie-tekst is te lezen op / read complete licence text on https://creativecommons.nl/4-0-licenties/ https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/ In de loop van mijn carrière tot nu toe heb ik van velen mogen leren. Deze mensen wil ik recht doen in de bijdrage die zij aan mijn kennis en kunde hebben geleverd. Ik heb getracht om zo zorgvuldig mogelijk aan bronvermelding te doen. Mocht iemand desondanks vinden dat ik hem of haar tekort heb gedaan in genoemde vermelding, nodig ik diegene uit om contact met mij op te nemen en dat bespreekbaar te maken.
  3. 3. Disclosure belangen spreker
  4. 4. Vriendelijk maar dringend verzoek: Geen audio opnames maken! Dit i.v.m. de privacy van de patiënten die we naar aanleiding van de stof zullen bespreken.
  5. 5. Wat ga je leren? ❖ wat begrijpen we onder ‘hechting’? ❖ wat kan de invloed zijn van ASS op de stijl van gehechtheid? ❖ Hoe is heeft de hechting invloed op cliënten die geadopteerd zijn? → welke invloed heeft adoptie op de gehechtheid? ❖Cliënten met een andere nationaliteit (uit een hecht gezin) en cultuur. Is dit nog iets om m.b.t. hechting rekening mee te houden? ❖ hoe ontstaan hechtingsproblemen? ❖ wat is het verband met trauma? PTSS, is dat vergelijkbaar met trauma of toch ook weer anders? ❖M.b.t. onze oudere cliënten, die pas op latere leeftijd gediagnosticeerd zijn en in vele instellingen/ gast gezinnen zijn geweest voordat ze op WWA kwamen wonen. Wat voor impact heeft dit, iig nog iets waar wij in de begeleiding op kunnen letten? ❖ hoe herken je hechtingsproblemen? ❖ wat doe je daar dan mee in de praktijk? Is er ook een methodiek of visie die gebruikt wordt binnen dit onderwerp naar mensen met autisme. En wat is dan het doel/streven binnen de behandeling?
  6. 6. Programma OCHTEND Inleiding: wat is gehechtheid Ontwikkeling van veilige gehechtheid Onveilige gehechtheid Invloed van ASS • Sensoriek • Informatieverwerking(snelheid) – contextblindheid – detailgerichtheid • Sociaal emotionele leeftijd MIDDAG Casuïstiek en naar aanleiding van wat jullie inbrengen theoretische kaders Gehechtheid en de therapeutische benadering
  7. 7. Vraag vooraf Breng de ideeën en associaties die je m.b.t. onze doelgroep krijgt in of houdt ze bij voor de discussie Voer een idee niet te snel af; de gekste invallen zijn soms de beste ;-)
  8. 8. Gehechtheid, wat wordt daar nou eigenlijk mee bedoeld? De gehechtheidstheorie
  9. 9. Historisch kader Hechtingstheorie vloeit voor uit de objectrelatieheorie Grondlegger Bowlby (1907-1990): ontwikkelde in de jaren 50 van de vorige eeuw de kern van de gehechtheidstheorie; zag de gevolgen van te vroege en te lange separatie
  10. 10. Wat is een gehechtheidsrelatie Een diepgaande en wederkerige emotionele en fysieke relatie, in eerste instantie tussen een kind en zijn ouder. Eerste gehechtheidsrelatie vormt de basis voor alle latere relaties MAAR is ook bij te stellen. Is er meteen vanaf de geboorte; een aantal auteurs stellen dat deze relatie er al is vanaf de conceptie en zelfs daarvoor
  11. 11. Gezond hechtingsgedrag De tendens van mensen om, met name onder stress -bij gevaar-, (fysieke maar vooral emotionele) nabijheid te zoeken bij diegene die ze liefhebben en van wie ze hopen dat diegene hen lief heeft.
  12. 12. Gehechtheidssysteem Psycho-biologisch motivatiesysteem om te overleven Aangeboren Geactiveerd onder stress; als er gevaar dreigt
  13. 13. Twee kanten van hechting Verbinding Autonomie In een veilige gehechtheidsrelatie kan je je autonomie bewaren zonder de ander te verliezen en verbinding met de ander behouden zonder jezelf te verliezen Oscilleren tussen afstand en nabijheid, tussen samen en apart
  14. 14. Veilige gehechtheid stelt je in staat om in een relatie: verbinding met de ander te hebben zonder jezelf te verliezen én in deze verbinding jezelf te zijn zonder de ander te verliezen
  15. 15. Iedereen heeft een bepaalde tendens in zijn gehechtheidsstijl Vermijdend Gepreoccupeerd Kan veilig dan wel onveilig zijn! Gaat om een continuüm.
  16. 16. Ontwikkeling van veilige gehechtheid
  17. 17. De ontwikkeling van een veilige gehechtheidsrelatie vereist Fysieke & emotionele beschikbaarheid & afstemming van zowel ouder als kind Sensitiviteit en adequate intuning Responsiviteit
  18. 18. Gehechtheid is dyadisch een gehechtheidsrelatie speelt zich af tussen 2 mensen en de mate van veiligheid kan verschillen van relatie tot relatie de relatie met de eerste verzorger(s) is anderzijds in grote mate bepalend voor hoe je over het algemeen relaties in gaat
  19. 19. Fysieke en emotionele holding geeft representatie van body & mind en is te zien in de hersenen van beíde deelnemers aan de hechtingsrelatie
  20. 20. De rol van zintuigen en het lichaam In de eerste levensjaren zijn voorál belangrijk: oogcontact huid op huid contact
  21. 21. Via de eerste gehechtheidsrelatie ontwikkelt een kind 1. Mentale representaties / interne werkmodellen: Op basis van je ervaringen met een gehechtheidsfiguur, bouw je een innerlijke beeld op van jezelf, de ander en hoe het werkt tussen jou en anderen. 2. Vermogen tot emotieregulatie Co-regulatie Van daaruit: ontwikkeling van het vermogen tot zelfregulatie
  22. 22. Over mentale representaties
  23. 23. Gehechtheid en mentale representaties Mentale representaties gaan over de sensitiviteit en responsiviteit van de ander in tijden van eigen emotionele ontregeling én over de eigen capaciteit om de ander te mobiliseren → mentale representatie = impliciet relationeel weten daarmee navigeer je later in relaties
  24. 24. Een beetje een idee van ‘mentale representaties’ Fragment Inside out https://www.youtube.com/watch?v=Cjgdiy_SGjA
  25. 25. Representaties interageren In interactie brengt elk van de deelnemers zijn eigen representaties mee Relationele lenigheid vraagt dat je: • de tendens van je eigen representaties kent • kan bedenken dat de representaties van een ander verschillen van die van jou • dat expliciet kan maken, met name bij wrijving tussen jou en die ander = mentaliseren!
  26. 26. Mentaliseren = Bedoelingen, intenties etc. van jezelf en anderen snappen én door krijgen hoe die elkaar wederzijds beïnvloeden (TOM) Gehechtheid gaat dus eigenlijk over sociaal leren
  27. 27. Over emotieregulatie
  28. 28. Veilige hechting resulteert in • Basic trust • Epistemic trust • Positieve representaties van anderen en jezelf (zelfbeeld!) • ‘Goed genoeg’ kunnen verdragen: frustratietolerantie • Objectconstantie: de ander ‘in mind’ bij je houden
  29. 29. Kortom: veilige gehechtheid resulteert in goede stressbestendigheid en dus betere emotieregulatie
  30. 30. stressbestendigheid en emotieregulatie Veilig gehechte mensen kunnen beter / langer mentaliseren dan onveilig gehechte mensen en beschikken over een bredere window of tolerance omdat ze: meer op zichzelf kunnen vertrouwen als het gaat om emotieregulatie: positieve zelfrepresentatie en tegelijk meer kunnen rekenen op hulp van de belangrijke ander hier in: geleerd dat anderen sensitief en adequaat responsief zijn
  31. 31. Let op: Hechting is een noodzakelijke maar niet voldoende voorwaarde voor regulatie Ook nodig: spel en samenwerking
  32. 32. https://youtu.be/LmVWOe1ky8s Animatie opbouw stressbestendigheid
  33. 33. Het effect van veilige gehechtheid is neurobiologisch terug te vinden Verticale verbinding: amygdala en frontaalkwab → emotieregulatie Horizontale verbinding: linker en rechter hersenhelft: corpus callosum → beschikbaarheid van affect én cognitie; integratie van beiden
  34. 34. https://youtu.be/VNNsN9IJkws Stressbestendigheid https://youtu.be/m_5u8-QSh6A Serve and return
  35. 35. Samenvatting hechting over de levensloop https://youtu.be/R1svFpiJ9Sg
  36. 36. Onveilige gehechtheid
  37. 37. Herinner je: het gaat om Verbinding én Autonomie
  38. 38. Gehechtheid gaat over het overleven van gevaar Om dat te kunnen ontwikkel je overlevingsstrategieën Deze strategieën veranderen en breiden uit met het toenemen van de leeftijd → toename rijping van het brein én leergeschiedenis
  39. 39. Ontwikkeling van overlevingsstrategieën gaat via 3 informatiekanalen • Somatisch • Affectief • Cognitief Die gebruik je om 1. Te voorspellen waar het gevaar vandaan komt 2. Een actie te genereren van jezelf en/of de ander met het oog op het afwenden van gevaar en/of herstel van veiligheid Meest belangrijke eerste 1000 dagen van het leven
  40. 40. Informatieselectie en leergeschiedenis In de loop van zijn leven leert iemand: 1. Op welke informatiekanalen hij of zij het meeste moet letten om te kunnen voorspellen 2. Met welke informatie ánderen gemobiliseerd worden Een mix van de drie kanalen is het meest adequaat je leert dus: 1. Waar je op moet letten om gevaar te tackelen 2. Het te doen met die informatie waarvan je ervaren hebt dat je daarmee iets van grip kan krijgen op gevaar Je leert de zin en onzin van de informatie op basis van hoe je eerste verzorgers reageren
  41. 41. Hoe gaat het dan mis? Informatie wordt óf genegeerd, óf 1 type buitengewoon belangrijk gemaakt Bv. Worden je somatische noden genegeerd, leer je ze ook negeren (cfr vroege verwaarlozing) Worden je affectieve noden niet adequaat beantwoord door dat ze hetzij genegeerd worden, hetzij buitengewoon veel aandacht krijgen, dan wordt je inschatting van hoe belangrijk die informatie is, anders; je leert (te) veel of juist (te) weinig belang hechten aan je affectieve informatie
  42. 42. 3 varianten van onveilige gehechtheid Belangrijke ander onveilig maar wel voorspelbaar; vast patroon in contact met verzorger gepreoccupeerde gehechtheidsstijl: onvoldoende adequate responsiviteit van belangrijke ander; teveel, te weinig, ‘er naast’ vermijdende gehechtheidsstijl: onvoldoende sensitiviteit (en bij gevolg ook responsiviteit) bij belangrijke ander Belangrijke ander onveilig en onvoorspelbaar Gedesorganiseerde gehechtheidsstijl: vaak bij vroeg trauma; → de hand die slaat is tegelijk de enige toevlucht
  43. 43. Gepreoccupeerde gehechtheidsstijl • Aanklampend in tijden van stress • Gericht op verbinding; offert autonomie op • Angst voor (vermeende) verlating • Affect voorop • Moeite met inhiberen; hyperactiveert; heeft de ander nodig voor down-regulatie • Vraagt om interventies die de emotionele lading afzwakken • Vaak veeleisend in therapie: willen voortdurend geruststelling, contact etc.
  44. 44. Als kind: onvoldoende adequate responsiviteit van belangrijke ander Reactie van de ouder vaak ‘er naast’ of ‘te groot’. Geen gemarkeerde spiegeling. Effect op informatieverwerking: Vervormde en overdreven affectieve informatie Leren behoeften afsplitsen en ze te negeren; ‘mijn behoefte kenbaar maken is geen manier om de ander te mobiliseren. Dat krijg ik wel voor elkaar als ik in ga op de behoefte van de ander’. →Als kind geleerd dat je de ander bij je kan houden door te zorgen voor die ander
  45. 45. Vermijdende gehechtheidsstijl • Vertrouwt alleen op zichzelf in tijden van nood; terugtrekken in tijden van stress • Gericht op autonomie; offert verbinding op • Angst voor (vermeende) afwijzing; die wordt voorkomen door zelf af te wijzen • Cognitie voorop • Overinhibeert; de-activeert; keert zich af van de ander bij ervaren emotionaliteit • Vraagt om interventies die gericht zijn op het levendig maken van affect • Lastig in therapie: hebben niet geleerd dat je iets aan anderen kan hebben
  46. 46. Als kind: onvoldoende sensitiviteit bij belangrijke ander Lijden / gevaar wordt niet opmerkt of afgedaan als onbelangrijk Effect op informatieverwerking: Vals positief affect Weglaten / negeren van negatieve affectieve informatie Leren affecten afsplitsen
  47. 47. Gedesorganiseerde gehechtheid • Wisselen beide stijlen af • Ontwikkelt vaak in de context van mishandeling / misbruik door verzorgers • Onvoorspelbaar voor anderen / behandelaar • Centraal staat de angst waaraan niet te ontsnappen is
  48. 48. Als kind: angst zonder ontsnappingsmogelijkheid Veiligheid en gevaar komen uit dezelfde hoek Vooral verwarring, strategie moeilijk te voorspellen
  49. 49. Onvoldoende responsiviteit
  50. 50. Onvoldoende senitiviteit
  51. 51. inconsistentie
  52. 52. https://youtu.be/O4zP50tEad0 Over het effect van voortdurende angst en chronische stress
  53. 53. Gaat over vertrouwen in Jezelf + - De ander + Veilig Gepreoccupeerd (angstig aanklampend) - Angstig-vermijdend Gedesorganiseerd
  54. 54. Effect van onveilige gehechtheid op interne representatie / werkmodel Veilig werkmodel = flexibel en adaptief, maakt van alle informatiekanalen gebruik Onveilig werkmodel = rigide, vertekend, contradictorisch en relatief veranderingsresistent, informatie wordt genegeerd, overdreven of vertekend
  55. 55. En hoe zit dat nou allemaal als er autisme speelt?
  56. 56. Met de informatie die je nu over hechting hebt, hoe denk je dat ASS de gehechtheidsontwikkeling beïnvloedt?
  57. 57. Herinner je: 3 informatiekanalen Somatisch Affectief Cognitief Lijf / hersenstam Rechter hersenhelft Linker hersenhelft
  58. 58. Neurobiologie Bij mensen met autisme wordt o.a. gevonden dat: • rechts veel minder ontwikkelt dan links: meer cognitie dan emotie, minder emotiewoorden, minder empathie • grotere amygdala: angstniveau vaak hoger • minder snoei in dendrieten: minder lange verbindingen, meer details en minder overzicht • er een dunner corpus callosum is: minder verbinding tussen emotie en cognitie
  59. 59. Video Baron Cohen; ASS en hersenontwikkeling https://youtu.be/0o1PXeFEcL0
  60. 60. Hetgaatover informatieverwerking Sensorische informatie Sociale informatie Onder invloed van: Verwerkingssnelheid Detailgerichtheid Contextblindheid Gerichtheid op voorspelbaarheid
  61. 61. Invloed sensoriek op hechting bij ASS En de rol van over- en onderprikkeling
  62. 62. Kijken en zien
  63. 63. Voelen en aanraken
  64. 64. Horen
  65. 65. Ruiken
  66. 66. Proeven
  67. 67. Sociale agnosie en (ogenschijnlijk??) minder interesse in contact Niet kunnen lezen van: • Gezichtsuitdrukkingen • Lichaamstaal • Intonatie Boodschap die ontvangen wordt is dan makkelijk: ‘Jij bent raar, niet te begrijpen’ → Isolatie & negatief zelfbeeld
  68. 68. Vaak in combinatie met Alexithymie Eigen emotionele informatie ontbrekend of beperkt → Innerlijk kompas ontbreekt
  69. 69. Je verdwaalt als je niet kan rekenen op affectieve informatie om de richting te bepalen
  70. 70. En je brengt ook anderen in verwarring
  71. 71. Detailgerichtheid, verwerkingssnelheid, en contextblindheid Wat nou als je…. Je verdwaalt in details, het geheel niet ziet Beslissen moeilijk is omdat alles even belangrijk lijkt Je (mede door 1 & 2) trager bent dan anderen Je moeilijk kan schakelen en alles wat onverwacht is buitengewoon angstig maakt Je anderen gewoon echt niet snapt
  72. 72. Informatieverwerkingsproblemen en (on)voorspelbaarheid Hechting gaat over het overleven van gevaar maar als je er (vanwege detailgerichtheid, contextblindheid etc.) niet in slaagt een set aan regels te ontdekken waarmee je kan voorspellen welke strategie wanneer gaat werken om het gevaar af te wenden, wordt de wereld om je heen en de mensen er in onveiliger. → veiligheid minder beschikbaar → meer angstig De ervaren basisveiligheid is laag vanwege ervaren onvoorspelbaarheid
  73. 73. Donna Williams https://youtu.be/DNn74i-ku58
  74. 74. Invloed contextblindheid op vertrouwen Omdat de werkzaamheid van een strategie afhankelijk is van de context, wordt een vertrouwensband snel geschaad. Binnen 1 contact maar zeker over contacten heen bv. Een regel verandert in hun beleving de hele tijd omdat er geen aanpassing plaats vindt al naargelang de situatie. De vertrouwenspersoon wordt dan ‘onbetrouwbaar’. Veilig is niet hetzelfde als iedereen vertrouwen; worden op basis van een ervaring van betrouwbaarheid in 1 relatie soms naïef, worden beschaamd en installeren vervolgen nieuwe regelen: ‘algeheel wantrouwen’. Die wordt rigide, in álle situaties toegepast.
  75. 75. Invloed van het sociaal en emotioneel ontwikkelingsniveau Mensen met ASS zijn sociaal maar vooral emotioneel vaak jonger dan kalenderleeftijd Worden, zeker als ze talig zijn, makkelijk overschat en overbelast, met name emotioneel
  76. 76. Emotioneel jong: geen objectconstantie Dan draag je de ander die je kan geruststellen niet bij je en moet je het hebben van een concrete actie, anders blijf je je verloren en alleen voelen
  77. 77. Er is een verband met het onvermogen om te spelen, met name symbolisch spel… … omdat je via symbolisch spel leert hoe je je dingen kan voorstellen zodat je ze kan oproepen als je ze nodig hebt.
  78. 78. ASS en wederzijds afstemmen? En waarom het koelkastmoeder idee niet juist was
  79. 79. De ander lezen Foto: Sander Zuidhoek
  80. 80. Effect?
  81. 81. Samenvattend: Ontwikkeling van de hechtingsrelatie staat onder druk door o.a.: • Sensorische problemen • Minder interesse in contact • Andere manier van informatieverwerking dan gemiddeld • Duidelijk maken wat je nodig hebt is veel lastiger voor het kind • Afstemming is veel lastiger voor de ouder Het kind ontmoedigt door (ogenschijnlijk?) gebrek aan responsiviteit → veel hangt ook af van de gevoeligheden en oplossingsstrategieën van de ouder
  82. 82. En als je de wereld zo slecht begrijpt, en de wereld begrijpt jou zo slecht, dan word je Angstig Onzeker Negatief zelfbeeld Soms overdekt met agressie …
  83. 83. Mag de conclusie zijn dat ASS een verhoogd risico geeft op onveilige gehechtheid? Ja, helaas wel Hechtingsproces wordt bedreigd door zowel de (ondoenlijke) attunement als de (onmogelijke) receptiviteit → wederzijdse sensitiviteit en responsiviteit beperkt Maar ook hier: het gaat om een continuüm
  84. 84. DANK VOOR JULLIE AANDACHT & FEEDBACK
  85. 85. Kijk tips Love is not enough: Early Childcare and Emotional Development - Dr. Gabor Maté (brain development) https://www.youtube.com/watch?v=Xy57UpKRNEo&feature=youtu.be Mary Ainsworth's Strage Situation: Attachment and the Growth of Love https://www.youtube.com/watch?v=SFCQLshYL6w Still Face Experiment: Dr. Edward Tronick https://www.youtube.com/watch?v=apzXGEbZht0&feature=youtu.be Developing Attachment: Inconsistent Response to a Baby's Distress https://www.youtube.com/watch?v=8BA8CcEUP84&feature=youtu.be Developing Attachment: Rejecting a Baby's Distress https://www.youtube.com/watch?v=9u8ObYi_EB0&feature=youtu.be How Babies Form Attachments | Four Stages | Schaffer & Emerson https://www.youtube.com/watch?v=WRQiCcH351E InBrief: The Science of Neglect https://www.youtube.com/watch?v=bF3j5UVCSCA
  86. 86. Literatuur Alvarez, A. & Reid, S. (1999). Autism and Personality. Routledge London and Neyw York Baljon, M. & Geuzinge, R. (2017). Echo’s van trauma, Boom Bateman, A. & Fonagy, P. (2016). Mentalization Based Treatment for Personality Disorders A Practical Guide. Oxford Berckelaer-Onnes, van, I., Degrieck, S., & Hufen, M. (2017). Autisme en zintuigelijke problemen. Boom Bloemendaal, T. (2019). Neurosequential Model & Traumasensitief werken. Powerpoint via file:///C:/Users/Birgit/AppData/Local/Temp/WS2%20Tony%20Bloemendaal.pdf Bleumer, P. & Meijer, R. (2018). Mentaliserend Coachen. Boom Brisch, K.H. (2014) Treating Attachement Disorders. Second edition. The Guilford Press. Bruin, de, C. (2018). Dit is autism; van hersenwerking tot gedrag. Doetinchem Graviant Educatieve Uitgaven. Cashin, A. (2004). Painting the Vortex: The Existentioal Structure of the Experience of Parenting an Child with Autism. Int Forum Psychoanalysis, 13, 164-174 Ciesa, M., Cirasola, A.; Willams, R. & Fonagy, P. (2016) Categorical and dimensional approaches in the evaluation of the relationship between attachment and personality disorders: an empirical study Article in Attachment & Human Development November 2016 Cluckers, G., Leroy, C., & Vliegen, N. (2012). Het raadsel autisme. Garant Antwerpen-Apeldoorn
  87. 87. Cnodder, de, B. (2016). Hechting en relationeel geweld. GGZWetenschappelijk, pp 37-49 In 2015 eerder verschenen in: F. Koenraadt, K. ’t Lam, L. Eurelings-Bontekoe, M. Lancel (red) (2015). Hechting of hechtenis? Uitgeverij Wolf Legal Publishers, Oisterwijk, pp 161- 177 Cutler, E. (2016). A Thorn in Mu Pocket. Temple Grandin’s Morhter Telss teh Family Story. Future Horizons, Inc Crittenden, P. M. (Press. 2000a). A dynamic-maturational approach to continuity and change in pattern of attachment. In P. M. Crittenden & A. H. Claussen (Eds.), The organization of attachment relationships: Maturation, culture, and context (343–357). New York, NY: Cambridge University Crittenden, P. M. (2000b). A dynamic-maturational exploration of the meaning of security and adaptation: Empirical, cultural, and theoretical considerations. In P. M. Crittenden & A. H. Claussen (Eds.), The organization of attachment relationships: Maturation, culture, and context (pp. 358–384). New York, NY: Cambridge University Crittenden, P. (2002). Attachment, information processing, and psychiatric disorder. World Psychiatry 1:2, 72-75 Dijkstra, P. (2005). Omgaan met hechtingsproblemen. Bohn Stafleu van Loghum Fraiberg onderzoek (Fraiberg, S.., Adelson, E. & Shapiro, V., (1975) Gohsts in the nursery: a psychoanalytic approach to the problems of impaired infoant-motheer relationships. Americian Academy of Child and Adolescent Psycholgy 14 (3), 378-421 Grandin, T. & Panek, R. (2014). Het autistische brein. Uitgeverij Nieuwezijds Herman, J.L. (2010). Trauma en herstel. Wereldbibliotheek. Hickey, E. J., Nix, R. L., & Hartley, S.L .(2019). Family Emotional Climate and Children with Autism Spectrum Disorder, Journal of Autism and Developmental Disorder, 49:3244-3259
  88. 88. Macru, I., Oppenheim, D., Koren-Karie, N., Dolev, S. & Yirmiya, N. (2009). Attachment and Symbolic play in Preschoolers with Autism Spectrum Disorder. J. Autism Dev. Disord., 39 : 1321-1328; Published online 2009 ©Springer MBT Nederland (2019), Mentalization-Based Treatment en Trauma; Het verleden in het heden….. Powerpoint bij de training dd 10 mei 2019, NVPP erkend. Mikulincer, M. & Shaver, P. R. (2010a). Attachment bases of psychopathology. In: M. Mikulincer& P.R. Shaver (Eds), Attachment in adulthood. Structure, dynamics and change (pp 369-404). New York/Londen: Guilford Press. Nicolai, N. (2001). Hechting en psychopathologie. Tijdschrift voor psychiatrie 43 (2001) 333-342 Taylor, E., Target, M, & Charman, T. (2008). Attachement in adults with high functioning autism. Attachement and Human Devolopment, 10, 143-163 Vliegen en Rexwinkel (2011). Handboek infant mental health. Wallin, D. J. (2010). Gehechtheid in psychotherapie. Uitgeverij Nieuwezijds Williams, D. (1992). Mijn wereld, de wereld. Van Hokema & Warendorf

×