Groeneveld 31032011

3,856 views

Published on

Afscheidslezing van Henri Groeneveld op 31 maart 2011 bij de UBV.

Published in: Education, Technology
3 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
3,856
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
14
Actions
Shares
0
Downloads
0
Comments
3
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide
  • Afscheidscollege voor de UBV, gegeven op 31 maart 2011 in de Groene Zaal van het Wentgebouw.
  • Anno 2011 heb je als 1e jaars student biologie 9 onmisbare items nodig! Alleen het kopieerapparaat hoef je niet zelf aan te schaffen, maar je zult er regelmatig gebruik van maken.
  • Anno 1963 had je als 1e jaars student biologie maar 4 dingen nodig: collegekaart, multomap+carbonpapier, microscoop en een snijset. Voor wat rekenwerk eventueel een rekenlineaal. Je maakte driftig aantekeningen van alle colleges die je volgde. Van die colleges bestonden geen handboeken of handouts. Aantekeningen moest je dezelfde dag nog uitwerken tot een leesbaar verslagje van dat college. Standaard had je een paar velletjes carbonpapier in je tas. Daarmee kon je al schrijvend een kopie maken en die ruilde je met medestudenten tegen aantekeningen van een ander college. Microscoop was het eerste jaar te huur voor een bescheiden bedrag. In je 2e jaar moest je er zelf een kopen. Je nam hem zelf achterop je fiets (!) mee naar de practicumzalen.
  • Een eenvoudig studiemicroscoopje kostte (inclusief het kistje waarin je dat apparaat vervoerde) ruim 6oo gulden. Dat was ongeveer 20% van een maximale studiebeurs. Maar als student biologie kon je een extra beurs aanvragen voor de aanschaf van een microscoop. Microscoop had geen eigen verlichting. Met een holle spiegel kon er daglicht in je condensor gespiegeld worden. Met een vlakke spiegel kon licht uit een. losse microscooplamp (aanwezig op de practicumzalen) voor het microscopiseren gebruikt worden. Dan wel zelf voor een optimale belichting zorgen: belichten volgens het principe van Koehler: lampje op ongeveer 30 cm van je microscoop plaatsen en de gloeidraad van de lamp op het diafragma in je condensor projecteren. Dat zorgde voor een egale verlichting van je preparaat. Welke student anno 2011 kan de onderdelen (1-7) benoemen en kent hun functie?
  • Een eenvoudig studiemicroscoopje kostte (inclusief het kistje waarin je dat apparaat vervoerde) ruim 6oo gulden. Dat was ongeveer 20% van een maximale studiebeurs. Maar als student biologie kon je een extra beurs aanvragen voor de aanschaf van een microscoop. Microscoop had geen eigen verlichting. Met een holle spiegel kon er daglicht in je condensor gespiegeld worden. Met een vlakke spiegel kon licht uit een. losse microscooplamp (aanwezig op de practicumzalen) voor het microscopiseren gebruikt worden. Dan wel zelf voor een optimale belichting zorgen: belichten volgens het principe van Koehler: lampje op ongeveer 30 cm van je microscoop plaatsen en de gloeidraad van de lamp op het diafragma in je condensor projecteren. Dat zorgde voor een egale verlichting van je preparaat. Welke student anno 2011 kan de onderdelen (1-7) benoemen en kent hun functie?
  • Het financiele plaatje van een biologie student in 1963. Daarnaast had je vooral in de zomermaanden bijbaantjes om je financien wat aan te vullen. De studentenarbeidsbemiddeling was een officieel buro waar je voor een bijbaantje kon inschrijven. Heb zelf o.a. gewerkt bij een kerkelijke stichting (administratief werk), een staalfabriek (Demka in Utrecht, deel van Hoogovens), waspoederfabriek in Nieuwegein en bij Jonker Fris in Heusden (nachtwerk, aardbeien op de lopende band sorteren voor ze ingeblijkt werden). Later (vanaf mijn 4e jaar) veel studentassistent geweest. Dat leverde meer op en je leerde daar ook nog vreselijk veel…. Als je iets kunt uitleggen, heb je het begrepen. Kun je het niet uitleggen, heb je het niet begrepen. Pas als je iets moet uitleggen kom je er wel eens achter dat je het toch net niet helemaal begrepen hebt…..
  • Bezuinigingen waren er toen ook al. En die kwamen nogal hard aan. Zo hard, dat een aantal hoogleraren aan de universiteit van Amsterdam uit eigen zak geld bijeen gebracht hebben voor de meest schrijnende gevallen. Ongeveer 1000 gulden per hoogleraar! Dat zou nu ongeveer 1500 euro per hoogleraar zijn! Maar de tijden zijn veranderd. Hoogleraren werken zich nu vaak 3x in de rondte om aan geld voor hun onderzoek te komen! De universiteit betaalt dat onderzoek niet meer….
  • Akties van studenten tegen de bezuinigingen: hier gaat de armoede express naar Den Haag……. Maar of deze studenten nu echt honger leden, ik denk het niet. Ze zullen aan het einde van hun geld wel een heleboel maand overgehouden hebben.
  • Het onderwijsrooster van het 1e jaar. Iedere ochtend college en dat kon al om 8:15 uur beginnen. Alle colleges duurden 3 kwartier en werden gegeven in een collegezaal van het bijbehorende instituut. Plantkunde in het botanisch lab, dierkunde in een zaaltje in de Teelingstraat bij het Zoölogisch Lab, geologie en paleontologie in het geologisch instituut, natuurkunde in het Fysisch lab en scheikunde in de gebouwen van chemie aan de Croeselaan. Alle instituten stonden in de binnenstad en op enkele fietsminuten van elkaar. Colleges werden meestal door een hoogleraar of oudere docent gegeven. En die moest wel precies op tijd stoppen, niet een paar minuten extra nemen om een verhaal af te maken. Wij moesten naar een volgend college en dan scheurde er meestal een peleton studenten door de stad om op tijd te zijn en daarmee een goede plaats in de collegezaal te hebben. Alle middagen (behalve dinsdag) practica van 13:30 – 17:00 uur. En dat een jaar lang, ongeveer 35 – 40 middagen. Dinsdagmiddag tijd voor het studium generale. Dat waren algemene colleges voor geinteresseerde studenten. Heb een paar maanden parapsychologie bij Tenhaeff gevolgd. Heel spannend met optredens van paragnosten! Jaar 1963 begon met 85 eerstejaars biologen, in jaar 2 waren er nog 63 over. Een bindend studieadvies hadden wij niet nodig! Zelfregulering ging toe vanzelf.
  • Dit zijn de gebouwen in de binnenstad waar onderwijs aan 1e jaars biologen werd gegeven. Inmiddels allemaal door de universiteit afgestoten. Alleen de Lange Nieuwstraat heeft de functie van Universiteits Museum gekregen. Het gebouw van vergelijkende fysiologie aan de Jan van Galenstraat is rond 2000 al afgebroken.
  • Locaties van de verschillende instituten. Z= zoölogie aan het Janskerkhof, G = geologie en paleontologie aan de oude gracht, ingang L. Nieuwstraat, B = botanie aan de L. Nieuwstraat 106, F = fysica aan de Bijlhouwerstraat en C is chemie aan de Croeselaan. Net niet op de kaart: scheikundige en vergelijkende dierfysiologie aan de J. van Galenstraat (500 m te noorden van de Biltstraat). Alle instituten uitstekend per fiets (binnen 10 minuten) te bereiken
  • Geen topkwaliteit, maar onze brikjes waren in 1963 nog veel slechter van kwaliteit. En ook nu is een fiets te preferen boven het openbaar vervoer. Overvolle bussen zijn nu standaard. Varkens in een veewagen op weg naar het slachthuis hebben nog steeds 5x zoveel ruimte als een student in een stadsbus…..
  • Het practicum paleontologie: fossielen natekenen in een groot tekenschrift. Per middag werden er enkele bakken met stenen uitgestald die voorzien van een naam nagetekend mochten worden. Aardig was dat prof. dr. von Koenigswald zelf ook regelmatig kwam kijken wat wij er van terecht brachten. Von Koenigswald was een beroemde paleontoloog die op Java een nieuwe Homo pithecantropus ontdekt had.
  • Het practicum paleontologie: fossielen natekenen in een groot tekenschrift. Per middag werden er enkele bakken met stenen uitgestald die voorzien van een naam nagetekend mochten worden. Aardig was dat prof. dr. von Koenigswald zelf ook regelmatig kwam kijken wat wij er van terecht brachten. Von Koenigswald was een beroemde paleontoloog die op Java een nieuwe Homo pithecantropus ontdekt had.
  • Plantenanatomie was berucht door het vele snij- en tekenwerk van zelfgemaakte microscopische preparaten. Die preparaten die je zelf sneed, moesten superdun zijn, een goede kleuring hebben gekregen en pas met toestemming van de assistent kon je gaan tekenen. Normaal was dat je zeker 3 middagen bezig was voor een een gelijkende tekening van een preparaat van parenchymcellen op papier stond. De plaatjes hier links zijn allemaal prutswerk, niet goed getekend. Plaatje rechtsboven is een professioneel handwerk! In de loop van dit practicum is er een keer een opstand uitgebroken: veel te veel onnodig snij- en tekenwerk. Toen mochten/moesten we allemaal een fiets op een A4tje tekenen. Niemand bleek een redelijk beeld van een fiets te kunnen tekenen! Alle getekende fietsen vertoonden technische gebreken. Op zo’n fiets kon je niet fietsen! Goed kunnen waarnemen, daar ging het in de biologie om. En als je een goede tekening van een stukje weefsel kon laten zien, dan had je pas goed waargenomen. Mijn eerste les biologie in klas 1c van het Eindhovens Protestants Lyceum begon ook met een definitie van Biologie: waarnemen dus!
  • De colleges werden meestal door hoogleraren of oudere docenten gegeven. En hun visuele hulpmiddelen waren beperkt…… En als een college niet door ging, dan hing er een papiertje op de deur van de collegezaal: prof. XX geeft deze week geen college….. Gebrek aan communicatiemiddelen (email, blackboard) werd met een papiertje gecompenseerd…
  • Links boven: de epidiascoop. Kon lantaarnplaatjes projecteren(onderste lens). Dat waren zwartwit dia’s van 8.2x 8.2 cm. Maar ook bladzijden uit een boek konden geprojecteerd worden. Boek werd onder het apparaat tegen een glazen plaat gedrukt en fel verlicht door een 1000 watt lamp werd er een zeer lichtzwak beeld van een halve pagina geprojecteerd (bovenste lens). Daar zorgde de collegeassistent (amanuensis) voor. Hij ging met de hooggeleerde mee en droeg een stapeltje boeken. Een set van 15 boeken was heel gewoon. Uitstekende papiertjes in boeken markeerden het plaatje dat vertoond moest worden. Een boek heeft linker en rechterpagina’s: plaatjes stonden nogal eens ondersteboven. Gehannes bij dit projectie apparaat was eerder regel dan uitzondering. Maar het Utrechtse commentaar van de amanuensis bij dit stukje techniek was cabaret van hoog niveau! Het apparaat stond in de zaal tussen de studenten. Een plaatsje bij de amanuensis gaf dit onderwijs een extra dimensie.
  • Links een afbeelding van de epidiascoop beeld: donker, lichtarm en weinig contrast. Rechts hetzelfde beeld als dia. En bij gebrek aan handouts dit soort plaatjes (de linker dus) zo goed en zo kwaad dat ging, snel natekenen…
  • Rechts boven: de overhead projector,een geweldige technische vooruitgang! Transparanten van A4 formaat (later gemaakt met een kopieerapparaat) werden hierop gelegd en een lens en spiegel projecteerden het beeld op een scherm. Sommige apparaten hadden aan voor- en achterkant een rol zitten. Nu kon er een tranparante rol over de verlichte plaat getrokken (gedraaid) worden. En van die mogelijkheid maakte prof. Smit (fysica) gebruik om zijn hele college te tonen. Dat stond handmatig uitgeschreven op een rol, die hij voorlezend langzaam doordraaide. En wij studenten schreven dat dan over….. Rechts onder de diaprojector. Kleinbeeld dia’s (24 x 36 mm, in kleur) werden hiermee geprojecteerd en een stapeltje dia’ was een enorme verbetering vergeleken met de epidiascoop. Die kon weliswaar glazen dia’s (82 x 82 mm) vertonen, maar het gehannes met boeken die je tegen een glazen plaat moest klemmen was voorbij. Helemaal voorbij in het digitale tijdperk: wel eerst een bladzijde uit een boek tegen een glazenplaat drukken. Maar die is van een scanner en daarmee maak je binnen 1 minuut een digitaal plaatje dat je met powerpoint uit een USB-stick op een scherm toont. Er kunnen wel 20 boeken in zo’n stick van 3 gram….
  • Collegeplaten werden veel in de plantkunde gebruikt. Groter dan 90 x 140 cm waren ze niet en of je alle details ook achter in de zaal kon zien was meestel niet het geval. De collegezaal in de L. Nieuwstraat had een speciaal systeem van houten latten waaraan deze platen opgehangen konden worden. Dat was het werk van de amanuensis. Hier de anatomie van de vruchten van de venkel en anijs: oliekanalen die de geurstoffen van deze vruchten produceerden. (Foeniculum = venkel, Anisum = anijs) Anijsvruchtjes met een laagje suiker + glazuur (en een kleurstofje) zijn muisjes……. Van De Ruijter…..
  • Collegeplaten werden veel in de plantkunde gebruikt. Groter dan 90 x 140 cm waren ze niet en of je alle details ook achter in de zaal kon zien was meestel niet het geval. De collegezaal in de L. Nieuwstraat had een speciaal systeem van houten latten waaraan deze platen opgehangen konden worden. Dat was het werk van de amanuensis. Hier de anatomie van de vruchten van de venkel en anijs: oliekanalen die de geurstoffen van deze vruchten produceerden. (Foeniculum = venkel, Anisum = anijs) Anijsvruchtjes met een laagje suiker + glazuur (en een kleurstofje) zijn muisjes……. Van De Ruijter…..
  • Collegeplaten werden veel in de plantkunde gebruikt. Groter dan 90 x 140 cm waren ze niet en of je alle details ook achter in de zaal kon zien was meestel niet het geval. De collegezaal in de L. Nieuwstraat had een speciaal systeem van houten latten waaraan deze platen opgehangen konden worden. Dat was het werk van de amanuensis. Hier de anatomie van de vruchten van de venkel en anijs: oliekanalen die de geurstoffen van deze vruchten produceerden. (Foeniculum = venkel, Anisum = anijs) Anijsvruchtjes met een laagje suiker + glazuur (en een kleurstofje) zijn muisjes……. Van De Ruijter…..
  • Collegeplaten waren te koop. Maar de fotokamer van het Botanisch Lab maakte ze ook zelf. Had de hoogleraar een fraaie afbeelding in een boek gevonden dat werd dat op een groot vel papier nagetekend en dat resluteerde volgens bovenstaand schema in een definitieve collegeplaat.
  • Een bijzondere docent voor de 1e jaars was Dr. Peter Kipp. Dit is een zeldzaam plaatje van hem, gemaakt bij zijn afscheid. Krijgt hier iets overhandigd door prof. Raven. Dit is de enige foto van Kipp aanwezig in het Universiteits Museum. Hij doceerde de evertebraten en gaf het bijbehorende eerste jaars practicum in de Teelingstraat. Was bijzonder betrokken bij het wel en wee van 1e jaars biologen, noem het maar oertutor. Beroemd is het verhaal van Eef Hofs. Die 1e jaars student biologie had problemen met zijn studiebeurs. Nood geklaagd bij Kipp en Kipp kon hem verwijzen naar het ministerie van O, K en W. Daar moest Eef naar toe, naar Den Haag. Daar aangekomen vertelt hij aan de receptie het doel van zijn komst. Antwoord van de receptionist: ik hoor het al, u bent een Kipp-geval…. Hier naar boven verdieping.,,, kamer…. Half uur later was het probleem tot tevredenheid van Eef opgelost. Kipp was zeer betrokken bij de bijzondere opleiding MO Biologie, een typische Utrechtse School. Honderden studenten hebben zo alsnog buiten een reguliere studie biologie hun eerste graads onderwijsbevoegdheid of academische graad (Drs) gehaald. En Kipp was zeer filosofisch van aard (Rozenkruiser?) gelet op zijn 4 deeltjes “Tram-evolutie” .
  • Fossielen in een stuk kalksteen, belemnieten. Een studente moest zich bij Kipp inschrijven voor een bijzondere cursus zoölogie. Zij woonde in Amsterdam en omdat Kipp op een middag toch in Amsterdam was, kon die administratie wel even in de hal van het Amstelstation plaats vinden. Zo gebeurde en daarna werd de aankomende studente nog even meegenomen naar de loketten van het station. Die hadden grote tafelplaten rood marmer welke vol zaten met deze belemnieten. Ter plekke gaf Kipp een kort college. Bij een verbouwing enkele jaren daarvoor heeft Kipp de onderaannemer op het nippertje zo ver kunnen krijgen dat deze platen niet vervangen werden door kunststof. Dat zou een dag later gebeurd zijn. Amsterdam hield zo iets unieks in stand. Jaren later is er weer een verbouwing geweest. Kipp was inmiddels overleden. Het marmer met fraaie fossielen is toen alsnog verdwenen….. Biologie was bij het spoor niet meer overal. Toen de opleiding MO Biologie 25 jaar bestond, is dat uitvoerig gevierd. En er door de oudleerlingen is zeer royaal gedoneerd voor een monument voor Dr. Kipp (die toen al overleden was). Er is een jaar later in de Uithof een bosje geplant, het “bosje van Kipp”, dat zou met de Uithof verder mee evolueren….. Met o.a. de toenmalige decaan en de secretaris van de faculteit biologie (Prof. Harry Voorma en Kees Pafort) heb ik gaten staan graven en die bomen daarin geplant. Ben enkele maanden later voor een jaar naar de USA gegaan. Bij terugkeer in Utrecht bleek het bosje verdwenen: op dezelfde plek was er nu een bouwput. Een jaar later stond daar de Hogeschool Utrecht….. Alles van waarde is weerloos en Kipp was er niet meer om dat te beschermen……
  • Fossielen in een stuk kalksteen, belemnieten. Een studente moest zich bij Kipp inschrijven voor een bijzondere cursus zoölogie. Zij woonde in Amsterdam en omdat Kipp op een middag toch in Amsterdam was, kon die administratie wel even in de hal van het Amstelstation plaats vinden. Zo gebeurde en daarna werd de aankomende studente nog even meegenomen naar de loketten van het station. Die hadden grote tafelplaten rood marmer welke vol zaten met deze belemnieten. Ter plekke gaf Kipp een kort college. Bij een verbouwing enkele jaren daarvoor heeft Kipp de onderaannemer op het nippertje zo ver kunnen krijgen dat deze platen niet vervangen werden door kunststof. Dat zou een dag later gebeurd zijn. Amsterdam hield zo iets unieks in stand. Jaren later is er weer een verbouwing geweest. Kipp was inmiddels overleden. Het marmer met fraaie fossielen is toen alsnog verdwenen….. Biologie was bij het spoor niet meer overal. Toen de opleiding MO Biologie 25 jaar bestond, is dat uitvoerig gevierd. En er door de oudleerlingen is zeer royaal gedoneerd voor een monument voor Dr. Kipp (die toen al overleden was). Er is een jaar later in de Uithof een bosje geplant, het “bosje van Kipp”, dat zou met de Uithof verder mee evolueren….. Met o.a. de toenmalige decaan en de secretaris van de faculteit biologie (Prof. Harry Voorma en Kees Pafort) heb ik gaten staan graven en die bomen daarin geplant. Ben enkele maanden later voor een jaar naar de USA gegaan. Bij terugkeer in Utrecht bleek het bosje verdwenen: op dezelfde plek was er nu een bouwput. Een jaar later stond daar de Hogeschool Utrecht….. Alles van waarde is weerloos en Kipp was er niet meer om dat te beschermen……
  • In 1964 werd het Provisorium als practicumgebouw in de Uithof in gebruik genomen. Het was een noodgebouw dat hooguit 5 jaar dienst zou doen. Het zijn er 28 geworden. De laatste jaren was het zo verzwakt dat grote houten steunberen nodig waren om het overeind te houden. Deze luchtfoto laat 4 clusters van 3 practicum zalen zien. Met een parkeerterrein en een overdekte fietesenstalling en een kasje om levend plantenmateriaal enkele dagen te stallen voldeed het aan alle eisen. Als anno 2011 docenten Biologie de keus zouden hebben tussen de onderwijsfaciliteiten in het Buys Ballot gebouw en dit Provisorium, kozen ze allemaal voor het Provisorium….. Er gaan verhalen dat de energierekening van dit houten noodgebouw een kwart was van die van het 20 verdiepingen hoge Transitorium II. Isolatie was toen ‘not done’.
  • Het Provisorium. Links boven: de entrée. Let op de steunberen! Op deze plaats enkele jaren na afbraak de grote Universiteits Bibliotheek gekomen. Onder: het kasje aan de achterkant. Rechts; de centale gang waar alle zalen op uit kwamen en waaraan de kamers voor personeel, assistenten, opslagruimten, toiletten grensden.
  • Links : het kabinet van de zoölogie rechts.: de kamer van Arie Mink, technicus die hier volledig geëquipeerd was om kleine reparaties te verrichten. Microscooplampjes, bioculairen, microscopen, etc. het kon hier allemaal een servicebeurt krijgen. Rechts onder: het practicum zoölogie, ratten snijden.
  • Arie Mink, Krijn van Ree en meneer van Krieken, met dit driemanschap kon alles in het Provisorium gerealiseerd worden. Zij kenden alle uithoeken van de universiteit en wisten waar en bij wie je moest zijn om zaken snel en efficient voor elkaar te krijgen. De spreuk op het ‘blauwe bordje’ hing vroeger als een prachtig gecalligrafeerd kaartje op de kamer van de amanuensis in het Bot. Lab. (Piet van de Veer). Was onverkort van toepassing op het trio Mink-van Ree-van Krieken…..
  • Alle voorzorgen ten spijt, het Provisorium is toch een keer door brand geteisterd. Maar de brandweer was er snel bij en een klein deel is maar door brand verwoest.
  • Practicum scheikunde aan de Crioeselaan in 1965. Henri Groeneveld in aktie met een maatkolf. Berucht was dit practicum om haar breekgeld. Bij aanvang betalen als een soort borg voor je glaswerk. Per student een set glaswerk die na 3 weken practicum weer ongeschonden ingeleverd moest worden. Dat voorkomt veel onnodige glasbreuk. Wat je aan glaswerk kwijt was geraakt (gebroken) werd van je breekgeld ingehouden. En zo werd er aan het einde van het practicum nog wel eens wat aan glaswerk gestolen……. Let op de kleding: wit overhemd met stropdas Rechts boven: practicum biologie in het Provisorium. Van links naar rechts: Marianne van der Sluijs, Hetty Breeman (later moeder van Joris Benschop), Maarten Terlou en Toon Abbing. Let op de kleding van de heren: stropdas…. Rechts onder : uitzicht naar het Transitorium 1. Hiervoor zou later het Bestuursgebouw komen.
  • Meneer Stegeman, eeuwige student. Deed mee aan vele practica, was vaak aanwezig op excursies en deed vol overgave mee aan de afsluitende toets. Was altijd zeer tevreden met een 5.5 want dat was een geldige reden om volgend jaar weer aan dit onderwijs mee te mogen doen!
  • Leren studeren was in 1963 nog niet aan de orde. Je moest alles zelf maar uitzoeken. En daarvoor had je de tijd. Want in je eerste jaar waren er geen tentamens. Die kwamen pas in jaar 2 aan de orde. Henk Hessels kwam in jaar 2 biologie in Utrecht studeren. Zeer begaafde student, veelzijdig getalenteerd, heeft mij leren studeren. Achteraf gezien was hij voor mij (en vele anderen in ons jaar) een perfecte studiecoach. Heb heel veel aan hem te danken. Hij is als eerste student biologie in zijn doctoraalstudie (nu masteropleiding) een stage gaan doen bij de veterinaire farmcologie, een onderdeel van diergeneeskunde. Velen zijn hem daarin gevolgd
  • Tentamens in de Biologische vakken waren mondeling. (steunvakken als chemie en fysica werden schriftelijk getentamineerd) Opgeven bij de secretaresse van de vakgroep en dan kreeg je zo’n kaartje. Wel je tekeningen van je practica meenemen! Zo’ tentamen begon met enkele eenvoudige vragen en ontwikkelde zich al snel als een informatief gesprek. Niveau ging geleidelijk omhoog en je had niet meer het idee dat je een tentamen aan het doen was. Tot je aan het niveau van incompetentie kwam. Dan kreeg je je cijfer. En dat was dan een voldoende of meer. Kwam dat gesprek niet tot stand, dan was een onvoldoende onvermijdelijk. Langste tentamen heb ik bij prof. Jonker gehad (Syst. Plantkunde): ‘s avonds van 7 tot kwart voor tien……. Daarna met een 8 naar huis.
  • Bijzonder was het tentamen “embryologie en algemene dierkunde” bij Prof. Raven. Gekleed in je ‘blauwe pak’ (colbert+ overhemd met passende stropdas) meldde je bij de amanuensis (meneer den Besten) en die ging met je mee naar de kamer van de prof. Daar aangekomen moest jij buiten wachten en klopte den Besten met een ijzeren ring in de ijzeren leeuwekop op de deur. Hij kondigde daar binnen jouw komst aan en je moest dan in de gang blijven wachten. Dat kon wel 5 minuten duren! Even later ging er bel alsof het gebouw in brand stond. Dan kwam den Besten uit zijn kamer gerend en gaf je toestemming om ook met de leeuwering te kloppen. Eenmaal binnen gaf je Raven je tekeningen van je practica. Raven zakte onderuit achter je prenten en vroeg je de ontwikkeling van ei tot individu van een diergroep te vertellen. Ik kreeg de amfibien voorgeschoteld. Van bevrucht ei, klievingspatronen, blastula, gastrula, kiembladen ging alles goed. Uit het ectoderm ontston de neuraalplaat, maar dat er uit het mesoderm de oersegmenten ontstonden was volgens de hooggeleerde niet correct. Het juiste antwoord wist ik niet. Dat was somieten! Somieten zijn oersegmenten. Had somieten moeten noemen. Die overgang van latijnse termen naar nederlandse werd mij kwalijk genomen. Verder ging het tentamen goed, maar de misser somieten kostte mij wel een heel punt….. Ook bijzonder het tentamen histologie + endocrinologie. Histologie bij prof. v.d.Kamer, endocrinologie bij prof. van Oordt. Opgeven bij de secretaresse die je dan per post liet weten bij wie je tentamen had. Er gingen verhalen dat v.d. Kamer de pest aan meisjes had en ze vaak liet zakken. Dan ging je bij Krijn van Ree (amanuensis bij Zoologie) vragen wanneer v.d. Kamer er niet was. Krijn wist dat van het secretariaat. En dan opgeven dat je in die periode tentamen wilde doen. Kreeg je automatisch van Oordt.
  • De diploma uitreiking was in de jaren 60 geen plechtige gebeurtenis. Daar viel zeer veel aan te verbeteren. Heb het zelf meegemaakt dat de voorzitter van deze gebeurtenis in een bomvolle aula achter de groene tafel door zijn stoel zakte….. En na 6 jaar studie ben ik ook nog in de prijzen gevallen. Aardige resultaten van een onderzoeksstage plantenfysiologie leverden een beloning op. Met Maarten Terlou, Dick van der Horst en Marinus Sommeijer ieder een paar honderd gulden in ontvangst mogen nemen. Zijn alle vier aan de UU blijven hangen.
  • De diploma uitreiking was in de jaren 60 geen plechtige gebeurtenis. Daar viel zeer veel aan te verbeteren. Heb het zelf meegemaakt dat de voorzitter van deze gebeurtenis in een bomvolle aula achter de groene tafel door zijn stoel zakte…..
  • Biologie is overal. Heb met heel veel genoegen in Utrecht biologie gestudeerd en gedoceerd. Nu ik 65 word, ga ik die biologie toch veel meer elders zoeken. Henri W. Groeneveld
  • Groeneveld 31032011

    1. 1. 48 jaar biologie onderwijs, wat is er veranderd? Henri W. Groeneveld
    2. 2. Biologiestudent anno 2011 college dictaten snijset
    3. 3. Biologiestudent anno 1963 Microscoop + snijset
    4. 4. (7,9 kg) 1 2 3 4 5 6 7 1 macroschroef 2 microschroef 3 condensor 4 diafragmahendel 5 objectief 6 revolver 7 oculair Belichten volgens Koehler….
    5. 8. Jaar 1 biologie (1963) College = jaarcollege (ongeveer 36 colleges) Jaar 1: geen tentamens !!! 85 eerstejaars 63 tweedejaars
    6. 9. Fysica, Bijlhouwerstraat Plantkunde L. Nieuwstraat Zoölogie, Teelingstraat Geologie L. Nieuwstraat
    7. 12. Practicum paleo Annularia Brachiopode (armpotige) Calamites Sigillaria
    8. 13. Practicum paleo
    9. 14. Practicum plantenanatomie parenchym collenchym EPL, september 1958, klas 1c
    10. 15. Jaar 1 biologie (1963)
    11. 20. venkel
    12. 21. venkel anijs
    13. 22. Tekenkamer Natekenen van een voorbeeld Wijzigingen van de prof Inkleuren Opplakken op linnen (3-5 dagen werk) Achterop een nummer Foto voor archief In kaartsysteem met nummer Plaat in kaartenkast
    14. 23. Dr. P. J. Kipp Lector Zoologie (evertebraten ) oertutor Bijz. opleiding MO Biologie
    15. 25. belemnieten
    16. 26. Provisorium, noodgebouw voor biologie-practica 1964-1992
    17. 29. het onmogelijke doen wij direct, wonderen duren iets langer, op verzoek wordt ook getoverd Krijn van Ree Arie Mink Van Krieken
    18. 31. breekgeld…. Practicum provisorium
    19. 32. Meneer Stegeman, Eeuwige student, macrobioot, vegetarier Leefde van een AOW uitkering Volgde colleges en excursies aan de universiteit van Utrecht, Leiden en Amsterdam
    20. 33. Excuus: de lezing is tot hier opgenomen – rest aangevuld met de notities bij de slides.
    21. 34. Tentamens in de Biologische vakken waren mondeling. (steunvakken als chemie en fysica werden schriftelijk getentamineerd) Opgeven bij de secretaresse van de vakgroep en dan kreeg je zo’n kaartje. Wel je tekeningen van je practica meenemen! Zo’ tentamen begon met enkele eenvoudige vragen en ontwikkelde zich al snel als een informatief gesprek. Niveau ging geleidelijk omhoog en je had niet meer het idee dat je een tentamen aan het doen was. Tot je aan het niveau van incompetentie kwam. Dan kreeg je je cijfer. En dat was dan een voldoende of meer. Kwam dat gesprek niet tot stand, dan was een onvoldoende onvermijdelijk. Langste tentamen heb ik bij prof. Jonker gehad (Syst. Plantkunde): ‘s avonds van 7 tot kwart voor tien……. Daarna met een 8 naar huis.
    22. 35. Bijzonder was het tentamen “embryologie en algemene dierkunde” bij Prof. Raven. Gekleed in je ‘blauwe pak’ (colbert+ overhemd met passende stropdas) meldde je bij de amanuensis (meneer den Besten) en die ging met je mee naar de kamer van de prof. Daar aangekomen moest jij buiten wachten en klopte den Besten met een ijzeren ring in de ijzeren leeuwekop op de deur. Hij kondigde daar binnen jouw komst aan en je moest dan in de gang blijven wachten. Dat kon wel 5 minuten duren! Even later ging er bel alsof het gebouw in brand stond. Dan kwam den Besten uit zijn kamer gerend en gaf je toestemming om ook met de leeuwering te kloppen. Eenmaal binnen gaf je Raven je tekeningen van je practica. Raven zakte onderuit achter je prenten en vroeg je de ontwikkeling van ei tot individu van een diergroep te vertellen
    23. 36. B G 1 2 3 4 B = blastula G = gastrula 1 = ectoderm 2 = endoderm 3 = mesoderm 4 = neuraalplaat Ontwikkeling kikkerei Ik kreeg de amfibien voorgeschoteld. Van bevrucht ei, klievingspatronen, blastula, gastrula, kiembladen ging alles goed. Uit het ectoderm ontston de neuraalplaat, maar dat er uit het mesoderm de oersegmenten ontstonden was volgens de hooggeleerde niet correct. Het juiste antwoord wist ik niet. Dat was somieten! Somieten zijn oersegmenten. Had somieten moeten noemen. Die overgang van latijnse termen naar nederlandse werd mij kwalijk genomen. Verder ging het tentamen goed, maar de misser somieten kostte mij wel een heel punt…..
    24. 37. Ook bijzonder het tentamen histologie + endocrinologie. Histologie bij prof. v.d.Kamer, endocrinologie bij prof. van Oordt. Opgeven bij de secretaresse die je dan per post liet weten bij wie je tentamen had. Er gingen verhalen dat v.d. Kamer de pest aan meisjes had en ze vaak liet zakken. Dan ging je bij Krijn van Ree (amanuensis bij Zoologie) vragen wanneer v.d. Kamer er niet was. Krijn wist dat van het secretariaat. En dan opgeven dat je in die periode tentamen wilde doen. Kreeg je automatisch van Oordt.
    25. 38. De diploma uitreiking was in de jaren 60 geen plechtige gebeurtenis. Daar viel zeer veel aan te verbeteren. Heb het zelf meegemaakt dat de voorzitter van deze gebeurtenis in een bomvolle aula achter de groene tafel door zijn stoel zakte…..
    26. 39. En na 6 jaar studie ben ik ook nog in de prijzen gevallen. Aardige resultaten van een onderzoeksstage plantenfysiologie leverden een beloning op. Met Maarten Terlou, Dick van der Horst en Marinus Sommeijer ieder een paar honderd gulden in ontvangst mogen nemen. Zijn alle vier aan de UU blijven hangen.
    27. 40. Heb met heel veel genoegen in Utrecht biologie gestudeerd en gedoceerd. Nu ik 65 word, ga ik die biologie toch veel meer elders zoeken. Henri W. Groeneveld 31 maart 2011

    ×