Werkvormen Voor Samenwerking En Vertrouwen

5,527 views

Published on

Beschrijving van werkvormen voor samenwerking en vertrouwen.

Werkvormen Voor Samenwerking En Vertrouwen

  1. 1. Werkvormen voor samenwerking en vertrouwenBerendineke Steenbergen, mei 2012Tekst blijft eigendom van de auteur. Het is niet toegestaan het geheel of delen ervan over te nemen.Meer informatie over de post-hbo opleiding tot weerbaarheidstrainer van het Centrum voor SocialWork, Hogeschool Utrecht op www.weerbaarheid.hu.nl of www.csw.hu.nl.InleidingIn veel weerbaarheidstrainingen wordt gewerkt met samenwerkings- en vertrouwenswerkvormen. Hetzijn werkvormen die op een indirecte wijze werken aan de cursusdoelen - ze zijn vooralvoorwaardenscheppend en hebben meestal geen eigen weerbaarheidsdoel. De deelnemers wordenimmers niet weerbaarder alleen door met elkaar samen te werken of elkaar te vertrouwen. Daar ismeer voor nodig. Samenwerkings- en vertrouwenswerkvormen, mits goed aangeboden, zorgen ervoordat de sfeer in de groep positief wordt beïnvloedt waardoor de deelnemers zich veiliger voelen en dusbeter in staat zijn tot leren.Welke werkvormen het label ‘samenwerking’ en welke werkvorm ‘vertrouwen’ krijgt, is min of meerwillekeurig. Een vertrouwenswerkvorm is in ieder geval een werkvorm waarin de deelnemers elkaarmoeten vertrouwen om de oefening tot een goed einde te laten komen. Samenwerkingswerkvormenzijn werkvormen waarin de deelnemers met elkaar moeten samenwerken, maar elkaar niet persehoeven te vertrouwen.In groepen waarin sprake is van een min of meer verstoorde groepsdynamiek, zoals in geval van eenpestprobleem, vormen werkvormen waarin de deelnemers moeten samenwerken en elkaar moetenvertrouwen een basis van waaruit verder gewerkt kan worden. De werkvormen kunnen patronen in degroepsdynamica blootleggen, maar ook een basis geven voor andere werkvormen zoals die waarin dedeelnemers leren hun intuïtie te herkennen en te gebruiken. Dit betekent dus dat er twee redenen zijnom in een weerbaarheidstraining deze werkvormen in te zetten: de lessen worden gegeven aan een vaste groep mensen die samen moeten werken, bijvoorbeeld een schoolklas of een team verpleegkundigen; om de gestelde weerbaarheidsdoelen van de cursus te bereiken is het noodzakelijk dat de deelnemers aan de lessen elkaar kennen en vertrouwen – anders voelen zij zich onvoldoende op hun gemak om later in de cursus optimaal te kunnen leren.Hieronder worden verschillende werkvormen beschreven, niet wordt behandeld op welke manier zeingebed zijn in een training of op welke manier er een link naar de cursusdoelen of het werkelijkeleven gemaakt wordt. Een oefening op zich is onvoldoende om deelnemers weerbaarder te maken,daarvoor is altijd een vertaalslag nodig naar de situatie waarin iemand zich bevindt.Keuze van de werkvormenEr zijn tientallen werkvormen die gebruikt kunnen worden om de deelnemers te leren samenwerken ofelkaar te vertrouwen, van tikspelen tot werkvormen die rust en concentratie vragen.Belangrijk is dat de gekozen werkvorm bij de rest van de training past, dat deelnemers zich er prettigbij voelen en (niet in de laatste plaats) de trainer ook. Deelnemers leren sneller, onder meer omdat zezich veiliger voelen, als ze aspecten herkennen. Kies dus werkvormen met een organisatievorm die alvaker in de training voorbij is gekomen – is er in de hele cursus geen tikspel geweest, begin daar danook niet mee bij de samenwerking. Kies werkvormen die passen bij de sfeer van een cursus; een 1
  2. 2. stoeispel kan goed in sportief ingestoken trainingen met veel fysieke trainingen en minder goed inmeer meditatieve trainingen. Kies tenslotte voor werkvormen waar de cursisten zich prettig bij voelen,hierdoor zal het doel van het lesonderdeel beter bereikt worden.Plaats en de cursus en opbouwHet is mogelijk om vanaf de eerste les werkvormen rondom samenwerking te doen.Samenwerkingswerkvormen komen voorafgaand aan de vertrouwenswerkvormen en die wordengepland voordat intuïtie behandeld wordt.Voor de opbouw in deze werkvormen gelden dezelfde uitgangspunten als voor een hele cursus: van individueel naar samen; van enkelvoudig naar meervoudig; van gestructureerd naar minder gestructureerd en binnen een reeks zoveel mogelijk gelijksoortige werkvormen (dus met eenzelfde organisatievorm).Deze opbouw is ook binnen een reeks van werkvormen te herkennen, zodat er optimale emotioneleveiligheid voor iedere deelnemer gecreëerd wordt en ieder zich uitgenodigd voelt om deel te nemen.Misschien is de opbouw van deze werkvormen nog wel van groter belang dan bij andere werkvormenomdat de kans dat deelnemers afhaken en niet meer mee doen groter is en het later instappenmoeilijker. Immers: wanneer alle deelnemers op één na de ogen dicht doen voor een werkvorm en detrainer gaat verder door met werkvormen waarbij de ogen dicht moeten blijven, zal die ene cursist dehele set van werkvormen niet mee kunnen of willen doen (en zich wellicht buiten de groep geplaatstvoelen). Hieronder worden een groot aantal werkvormen besproken, het is raadzaam om daarin eenkeuze te maken en alleen die werkvormen te kiezen die passen in de sfeer van de cursus en hetkarakter van de deelnemers en de trainer. Te veel verschillende soorten werkvormen gevenonveiligheid waardoor de doelen niet meer bereikt worden, zeker als de oefeningen in ene hoogtempo afwisselen.Er wordt dan ook gekozen voor een set van werkvormen die na elkaar geplaatst worden en dietenminste een half uur, maar vaker nog drie kwartier tot een uur of een hele les duren. Het israadzaam om ook de andere werkvormen in die betreffende les(sen) te kantelen naar samenwerkingof vertrouwen. Wanneer in dezelfde les bijvoorbeeld de polsbevrijdingen geoefend worden, kan er bijhet oefenen extra de nadruk gelegd worden op het feit dat om goed te oefenen er samen gewerktmoet worden: diegene die oefent bepaalt hoe hard of hoe zacht er vastgepakt wordt en diegene diede dader speelt helpt diegene die oefent. Vanzelfsprekend is dit een algemeen uitgangspunt, maar deles over samenwerking zal niet goed verlopen als iemand zojuist blauwe plekken heeft opgelopenomdat hij te stevig is vastgepakt. En door een keer extra de nadruk op dit aspect te leggen wordt eenbasis gelegd voor een passende sfeer later in de les. Het spreekt voor zich dat het omgekeerd niethandig is om individuele competitie-spelen voorafgaand aan samenwerkingswerkvormen te doen.Kamelenslachter (opwarming, samenwerken)Kamelenslachter is een tikspel dat gebruikt kan worden als opwarmspel in een les over samenwerken.Eén deelnemer gaat uit de zaal en wacht buiten, hij is de slachter. De rest van de cursisten vormeneen groep kamelen en wijzen terwijl de slachter buiten wacht één jonge kameel aan, die te herkennenis aan een staartje (sjaaltje of band achter in de broek, moet zichtbaar zijn). De slachter slacht alleende jonge kameel (door te tikken),de andere kamelen laat hij met rust. De groep beschermt de jongekameel door er voor te gaan staan en de slachter af te leiden (niet duwen en trekken). De groepprobeert te voorkomen dat het jonge kameeltje geslacht (getikt) wordt. Natuurlijk moet de slachtereerst uitvinden we de jonge kameel is. Het spel is afgelopen als de jonge kameel getikt is. 2
  3. 3. Deze werkvorm kan gedaan worden in een ruime zaal, zoals een sportzaal, wanneer de groep al vakertikspelen gedaan heeft en aan heeft gegeven deze leuk te vinden. Overigens zijn er meer tikspelenwaarbij de deelnemers met elkaar moeten samenwerken, zoals bijvoorbeeld de Chinese Muur.Ballen rondgooien (inleiding samenwerken)In veel weerbaarheidstrainingen wordt het volgende kennismakingsspel gespeeld: iedereen staat ineen kring. Er is één bal die rond gegooid wordt, in eerste instantie noemt iedereen de eigen naam alshij gooit, later de naam van diegene naar wie hij gooit. De werkvorm wordt uitgebreid met deopdracht dat er steeds naar dezelfde persoon gegooid moet worden, als dat niet lukt, wordt eropnieuw begonnen. Vervolgens wordt er een tweede en een derde bal in het spel gebracht. De ballenzijn van verschillende grootte. Niet zelden wordt er ook iets anders zoals een piepkip uit dedierenwinkel rond gegooid. De deelnemers zullen zich gedurende het spel steeds beter gaanconcentreren en de in eerste instantie lacherige sfeer verandert in concentratie. Wanneer dezewerkvorm bekend is bij de deelnemers, kan hij met wat aanpassingen ook gebruikt worden alsinleiding voor de les over samenwerking.Laat de bal weer rondgooien op de bekende manier. De trainer benadrukt dat er goed aangegooidzodat iedereen goed kan vangen. Er wordt een hoog tempo aangehouden. Als de bal zonder te vallenrond gaat, volgt een tweede en een derde bal. In tegenstelling tot de eerdere uitvoering, wordt er nubijna een wedstrijd van gemaakt: hoe vaak kunnen de ballen rond voordat ze vallen? De trainerbenadrukt de samenwerking.Wie is de koning? (stoeispel, opwarming, samenwerken)Stoeispelen vormen een aparte categorie werkvormen binnen weerbaarheid, het inzetten ervan vergteen specifieke deskundigheid. Lees daarvoor ook de tekst over het inzetten van stoeispelen inweerbaarheidslessen. Toch zouden stoeispelen tot de basiswerkvormen van weerbaarheidstrainingenmoeten behoren, gezien het enorme effect ervan. Wanneer een groep al bekend is met deze spelenen ze passen in de rest van de les, bijvoorbeeld omdat er ook gewerkt wordt aan vechtlust of alsvoorbereiding op de grondbevrijdingen, is met name ‘Wie is de koning’ geschikt alssamenwerkingswerkvorm.De groep wordt in twee subgroepen verdeeld. Beide groepen wijzen binnen hun eigen groep eenkoning aan (zonder dat de andere groep dat ziet). Beide groepen hebben de opdracht uit te zoekenwie de koning is van de andere groep, de groep die dat het eerst heeft uitgevonden, heeft gewonnen.Zij kunnen dat uitzoeken door een cursist van de tegenpartij op de rug te kantelen en dan te vragen‘Ben jij de koning?’, de cursist die gekanteld wordt moet eerlijk antwoorden. Bij de start van het spelzitten beide groepen op handen en knieën ieder aan één kant van een grote mat. Op signaal van detrainer mogen ze op de mat naar de andere groep kruipen, in het hele spel is het voor de deelnemersverboden om op te staan.De deelnemers zullen moeten samenwerken, het lukt de meesten niet om iemand alleen op de rug tekantelen en het is ook zaak dat de koning uit de eigen groep enigszins beschermd wordt zodat het zolang mogelijk geheim blijft wie de koning is.Door een ruimte lopen op ijsschotsen (inleiding samenwerken)Als inleiding op een serie werkvormen is op ijsschotsen lopen een mooie start. Laat de deelnemersdoor elkaar lopen door de ruimte of de helft daarvan. Op signaal van de trainer staat iedereen stil.Vervolgens wordt de ruimte een ijsschots die in evenwicht gehouden moet worden. Als de trainer hetsignaal geeft, staat iedereen stil en wel zo dat de ijsschots in evenwicht is, dus de mensenevenwichtig verdeeld over de ruimte anders kantelt de ijsschots om. De deelnemers zullen beter naarelkaar gaan kijken en zich op elkaar gaan richten. 3
  4. 4. Foto of een standbeeld (inleiding samenwerking)Verdeel de groep in twee subgroepen vraag hen beiden een situatie alsof er een foto gemaakt is uit tebeelden. Beide teams krijgen drie minuten om goed naar het andere team te kijken. Vervolgensveranderen de beide teams tien dingen in de ‘foto’. Het andere team vertelt welke tien dingen datzijn, het team dat de meeste veranderde punten goed gezien heeft, wint.Verdeel de groep in subgroepjes van drie of vier personen. De opdracht die ieder subgroepje krijgt iséén van hen zo te ‘beeldhouwen’ dat een bepaalde emotie uitgebeeld wordt. Eventueel worden deemoties gegeven door de trainer, bijvoorbeeld met behulp van de emotiekaartjes van de emotieestafette. Ze doen dat zonder woorden. Dit betekent dus dat één van hen stil staat en door deanderen ‘gekneed’ wordt (hoofd recht of juist gebogen, knieën naar elkaar toe of juist niet,enzovoorts) totdat de emotie duidelijk is. Ieder groepje krijgt zeven minuten om te oefenen. Daarnalaten de groepjes om de beurt aan de rest van de groep hun standbeeld zien (weer zonder te praten),de anderen vertellen welke emotie uitgebeeld wordt. Het groepje dat erin slaagt binnen de minste tijdde emotie te laten raden, wint. Dit is een werkvorm waarin de deelnemers weliswaar moetensamenwerken om tot een goed resultaat te komen, maar die vooral bedoeld is om de kenmerken vanlichaamstaal te herkennen en dat is nodig om een congruente uitstraling te bewerkstelligen en dusweerbaarder te zijn. Deze werkvorm past bijvoorbeeld in de les na de stemmingenloop, dus aan hetbegin van een cursus.Stok naar de grond (samenwerken)Verdeel de groep in twee subgroepen, geef iedere groep een (bamboe-)stok van, afhankelijk van hetaantal deelnemers, twee meter. De groepsleden gaan om en om met hun handen in een bijna-vuiststaan, met alleen de wijsvingers recht voor zich. Op de wijsvingers rust de stok. De opdracht is om destok naar de grond te brengen zonder dat iemands vingers los van de stok komen. Dat blijkt eenmoeilijke opdracht. De stok zal in eerste instantie eerder omhoog dan naar beneden gaan. Laat heteen paar keer proberen, met tussendoor de mogelijkheid om andere teams te maken. Naarmate degroep beter op elkaar ingespeeld is en elkaar meer vertrouwd, zal het beter gaan. Deze werkvorm isdaarom geschikt om twee maal te doen, eenmaal aan het begin van de les en eenmaal aan het eindeals de deelnemers met elkaar hebben samengewerkt en elkaar meer vertrouwd. Dan ervaren ze heteffect van de werkvormen.Bamboestokken (samenwerken)De serie werkvormen zoals hieronder besproken duren ongeveer een uur, afhankelijk van dedoelgroep. Ga pas door naar de volgende werkvorm als de doelen bereikt zijn.SpiegelenVerdeel de deelnemers in tweetallen en ieder tweetal in een A en een B. Zeg dat A mag beginnen metbewegen en dat B volgt, dus precies nadoet wat A ook doet. A maakt rustige bewegingen, Tai Chimuziek op de achtergrond zal zorgen voor een ondersteunende sfeer en rust en concentratiestimuleren. A mag eerst alleen met de armen bewegen, daarna ook met de benen en de rest van hetlichaam. Daarna wisselen. Zodra ieder tweetal voldoende oogcontact maakt en ieder tweetal eeneenheid is (eventueel van tweetallen wisselen), mogen de tweetallen zelf beslissen wie het initiatiefneemt tot bewegen en wie volgt (vanzelfsprekend zonder te praten). Er zal een langzame dansontstaan waarbij de tweetallen samen door de ruimte bewegen. De trainer corrigeert zo nodig opoogcontact en rust en bovendien in die situaties waarin er tweetallen niet uit zichzelf wisselen vanleider. Zodra ieder tweetal als een eenheid door de ruimte beweegt en regelmatig van leider en volger 4
  5. 5. wisselt is het doel van de werkvorm bereikt. (NB deze werkvorm kan ook ingezet worden alsoogcontact oefening in de confrontatietraining).Tweetallen en bamboestokkenGeef dan iedere deelnemer een bamboestok van een meter. De volgende werkvormen kunnen ookmet kortere stokken, of een potlood, maar dan wordt de uitvoering ervan eenvoudiger.Houdt dezelfde tweetallen als in de vorige oefening, ieder tweetal houdt de bamboestokken vasttussen de topjes van de wijsvingers (ze staan dus met hun gezichten naar elkaar toe, delinkerwijsvinger van A houdt de dezelfde stok vast als B met de rechterwijsvinger). Vraag iedereenhetzelfde te doen als in de vorige werkvorm: beweeg door de ruimte en wissel zonder woorden vanleider en volger. Wanneer ieder tweetal vloeiend door de ruimte beweegt, kan de trainer opdrachtengeven: loop op je hurken naar de achterkant van de ruimte, loop op je tenen, enzovoorts.Vanzelfsprekend zonder woorden. Ook deze werkvorm is afgelopen als iedereen dit vloeiend doet ende stokken niet meer vallen.Werkvormen met de hele groepVraag nu alle deelnemers een grote kring te maken met de bamboestokken tussen de wijsvingers.Geef ze een opdracht, bijvoorbeeld: maak een vierkant, een driehoek. De stokken mogen niet op degrond vallen.CircuitMaak nu twee teams en bouw een circuit met obstakels zoals stoelen, stootkussens enzovoorts. Deopdracht is om op een bepaalde manier tussen de obstakels te lopen zonder de bamboestokken telaten vallen. (Als dat wel gebeurt, begint het team opnieuw). De trainer bepaalt op welke manier hetcircuit afgelegd moet worden, dus of een obstakel links of rechts gepasseerd moet worden. Het eersteteam dat het lukt op een correcte wijze langs het circuit te lopen zonder de bamboestokken te latenvallen heeft gewonnen.Afsluitende werkvorm is dan een uitgebreider circuit te maken en de hele groep de opdracht te gevenom er doorheen te lopen (vanzelfsprekend zonder de stokken te laten vallen).Leiden (vervolg inleiding, vertrouwen)Met deze werkvormen worden vertrouwenswerkvormen ingeleid, waarna meer confronterender enmoeilijker werkvormen kunnen volgen, zoals deze reeks die ongeveer een half uur duurt.De deelnemers lopen gedurende de gehele reeks werkvormen in tweetallen door de ruimte. Wanneerer binnen de tweetallen gewisseld wordt, wordt dat om en om gedaan zodat niet iedere keer dezelfdecursisten als eerste iets nieuws moeten doen. naast elkaar terwijl ze gezellig samen praten over het weer en de vakantie; hand in hand terwijl ze gezellig praten over het weer en de vakantie; tegen elkaars schouders aangeleund terwijl ze gezellig praten over het weer en de vakantie; tegen elkaars schouders aangeleund terwijl ze stil zijn; A houdt B met de ene hand vast bij de elleboog en de andere hand om de heup of schouder geslagen en ‘voert’ B door de ruimte. Wisselen; B houdt A met de ene hand vast bij de elleboog en met de andere hand om de heup of schouder geslagen en leidt A door de ruimte terwijl A de ogen dicht heeft. Wisselen. 5
  6. 6.  A houdt de platte hand op de rug van B terwijl B de ogen gesloten heeft en leidt B door de ruimte. Wisselen. B leidt A door de ruimte, alleen met de vinger op de rug.Cursisten zullen het vaak moeilijk vinden op de ander te vertrouwen. Dit is te zien doordat zij te snelgaan lopen waardoor het contact tussen de beide deelnemers verminderd en de ene de ander nietmeer kan leiden. De trainer corrigeert wanneer hij ziet de deelnemers te snel gaan lopen en gaat pasdoor met de volgende oefening als er rust en vertrouwen is.Variatie: leiden met een blinddoek en competitieVariatie op bovenstaande werkvormen is als één van de twee cursisten in een tweetal een blinddoekom heeft en geleid en wordt door de ander met de stem (woorden) geleid langs een circuit metobstakels (zoals stootkussens waar overheen gestapt moet worden en stoelen waar langs gelopenwordt). Hierbij staat iedereen die iemand anders leidt aan de ene kant van de zaal en lopen deanderen allemaal hetzelfde circuit. Diegene die het eerste aan de andere kant van de zaal is, heeftgewonnen. Deze werkvorm is erg speels en kenmerkt zich door veel geschreeuw omdat de cursistendie aan de kant staan natuurlijk allemaal tegelijkertijd ongeveer dezelfde aanwijzigen geven. Dezewerkvorm is een mooie en speelse afsluiting van een serieuze les. Vanzelfsprekend wordt afgeslotenmet een uitbundig applaus voor iedereen!Variatie: blinde rupsDe tweede variatie, eveneens geschikt als afsluiting van de reeks werkvormen waarin de cursistenelkaar leiden is de blinde rups. Ter voorbereiding wordt een circuit gemaakt met obstakels waar langsgelopen moet worden. De deelnemers staan achter elkaar en hebben elkaar vast aan de schouders ofheupen. Iedereen heeft de ogen dicht behalve de voorste (die de kop vormt). De voorste persoonloopt langs het circuit en stapt dus over en langs obstakels, de anderen volgen. Er mag in dezewerkvorm gesproken worden. Alternatief is een geheel blinde rups te maken waarbij ook de voorstede ogen sluit of geblinddoekt is en geleid wordt door de stem van iemand die aan de kant staat.Vallen (vertrouwen)In deze serie werkvormen wordt vertrouwen geoefend door elkaar op te vangen.Start in tweetallen waarbij de ene cursist (A) achter de ander (B) staat met de handen recht omhoogopen gevouwen, handpalmen naar buiten ter hoogte van de schouders van de ander (B). Er wordtgestart wanneer de tweetallen niet ver van elkaar staan, bijvoorbeeld 10 cm. B laat zich achterovervallen, A vangt B op. Wanneer B zich voldoende veilig voelt, wordt de afstand groter gemaakt. Veelcursisten willen hierbij de afstand te snel te groot maken, hetgeen te herkennen is aan het bijstappen.De rol van de trainer is dit te signaleren en het vergroten van de afstand te begeleiden.Deze werkvorm kan in eerste instantie met de ogen open uitgevoerd worden en later ook met deogen gesloten.Variatie of vervolg hierop is dat B valt naar achteren in de handen van A en naar voren in de handenvan C (B heeft dan de armen gekruist over de borst). A en C gooien B dan dus als het ware naarelkaar toe.Variatie of vervolg is dat B in een kring staat en zich laat vallen, hij wordt dan opgevangen door demensen in de kring en voorzichtig de kring rond gegooid. 6
  7. 7. Springtouw (vertrouwen)Deze werkvorm duurt bij de meeste doelgroepen minimaal een half uur, vaker nog 45 minuten. Dezeserie werkvormen vergen een goede voorbereiding, bijvoorbeeld door de werkvormen waarin dedeelnemers elkaar leiden.Neem een groot springtouw en laat iedereen er onderdoor lopen. In eerste instantie doet iedereen datop een eigen tempo, vervolgens voert de trainer het tempo op. Als iedereen de oefening makkelijkdoet en er een regelmatig ritme te zien is waarin er evenveel tijd tussen de deelnemers zit, kan overgegaan worden naar de volgende werkvorm. iedereen loopt onder het springtouw door; doe dat zelfde in tweetallen, hand in hand; in tweetallen, maar nu doet één van beide de ogen dicht waardoor die moet vertrouwen op de ander. Wisselen. In dezelfde tweetallen maar nu gaat diegene die leidt aan de andere kant van het touw staan en zegt wanneer de cursist met de gesloten ogen onder het touw kan doorlopen.Te overwegen is om blinddoeken te gebruiken. Dit maakt de werkvorm moeilijker, deelnemers kunnendan niet meer ‘smokkelen’ en geven dus echt de regie uit handen. Dat is niet in iedere doelgroephaalbaar. 7

×