Xella-interview michiel haas

552 views

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
552
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1
Actions
Shares
0
Downloads
1
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Xella-interview michiel haas

  1. 1. Prof. dr. ir. Michiel Haas Duurzaamheid beoordelen op gebouwniveau is nogal oneerlijk ‘Veel partijen in de bouwkolom wekken de indruk dat ze duurzaam bezig zijn. In de praktijk valt het tegen.’ Prikkelende uitspraken zijn prof. dr. ir. Michiel Haas (63), directeur van het Nederlands Instituut voor Bouwbiologie en Ecologie (NIBE) en hoogleraar Materials & Sustainability aan de faculteit Civiele Techniek en Geowetenschappen van de TU Delft, niet vreemd. Net zomin als bevlogenheid en de oprechte wil iets voor de wereld te betekenen. A ctua 1 1
  2. 2. Het NIBE wil ‘een bijdrage leveren aan een vreedzame, gezonde, veilige, duurzame en ethische samenleving, waarin gelijke rechten gelden voor al wat leeft’. Een Idealistische missie. Waarom? Met de milieuclassificatie van NIBE wordt ook in België rekening gehouden. Meer en meer bewuste architecten baseren hun materiaalkeuze hierop, aangezien in België nog geen gelijkaardige classificatie bestaat. Dat Ytong en Silka bovenaan staan, valt te verklaren doordat er voor de productie weinig of geen vervuilende grondstoffen worden gebruikt, de blokken op lage temperatuur worden verhard, en de materialen volledig recycleerbaar zijn. ‘Hij is ontstaan vanuit mijn werk als architect. Toen het Nationaal Milieubeleidsplan in Nederland uitkwam, waarin voor het eerst milieu in de bouw aan de orde kwam, was er behoefte aan mensen met kennis op dat terrein. Ik was uit interesse al met het onderwerp bezig. Als architect kon ik honderd duurzame woningen bouwen, maar ook honderd architecten léren dat te doen. Stel, van alle bouwproducten is de milieubelasting bekend. Is het mogelijk een gebouw neer te zeten dat het milieu op geen enkele manier belast? ‘In de huidige bouwpraktijk niet. We zijn technisch in staat een gebouw zodanig energiezuinig te maken dat de restbehoefte volledig duurzaam kan worden opgewekt – nul-energie dus. Daarmee hebben we 80 procent van de milieubelasting te pakken. De overige 20 procent is materiaal- en een fractie waterverbruik. Omdat je simpelweg voor elk gebouw materialen nodig hebt, is het daar nog niet gelukt de nul te benaderen of te overschrijden. Wil je Vanuit die gedachte heb ik in 1990 het NIBE opgericht. NIBE wil die grens over, dan zou je kunnen denken aan het toepassen van nationaal en international koploper zijn in techniek, wetenschap nagroeibare materialen zoals leem en stro, maar daarmee lopen en haalbaarheid inzake milieubewust en gezond bouwen. we voorlopig nog vast bij de praktische uitvoering. Ik denk dat we We kunnen deze wereld nog heel veel mooier maken het daarom ook moeten zoeken in compensatie. Bijvoorbeeld door en daarin wil ik, samen met anderen, iets betekenen.’ ecologisch verantwoorde bouwmaterialen te gebruiken en daarbij te zoeken naar mogelijkheden om gewassen tegen de gevel te laten Krijgt milieubewust en gezond bouwen voldoende aandacht ? Veel producenten wekken wel de indruk dat ze duurzaam bezig zijn. Een farce? Waarschijnlijk ís die discussie er ook. groeien die als basis kunnen dienen voor nieuwe bouwmaterialen. ‘Inderdaad. De metaalindustrie bijvoorbeeld oefent momenteel stevige Zover zijn we nog lang niet; dat vraagt inzet en onderzoek. ‘We staan pas aan het begin van de ontwikkeling van een ‘Het is maar hoe je het bekijkt. Er zijn instrumenten op de markt druk uit rond het vraagstuk van hergebruik van staal in de bouw. Voorlopig ben ik al blij met het feit dat in de bouwkolom het besef vakgebied waarvan nog niet iedereen zich het belang realiseert. die duurzaamheid meten, zowel op gebouw- als op productniveau. Van het in Nederland toegepaste staal wordt 95% hergebruikt – een groeit van verantwoordelijkheid jegens de samenleving.’ Ik hoop van harte er in mijn periode aan de TU Delft een echte Daarnaast groeit de behoefte aan een certificaat dat gebouwen prachtig percentage. De metaalindustrie gebruikt dat getal ook als stoel van te kunnen maken. Ook in de bouw, de sector waar het in classificeert als al dan niet duurzaam. Voor een producent is het in zodanig om aan te geven dat het met de milieubelasting zo’n vaart mijn onderzoek om draait, gebeurt nog heel weinig, terwijl partijen de regel aangenaam op gebouwniveau te kijken, maar dat is nogal niet loopt. Maar: we hebben in Nederland veel meer staal nodig zich er terdege van bewust zijn dat ze zich in duurzame richting oneerlijk. Neem schilderwerk: dat maakt een fractie uit van de totale dan er uit recycling komt. Uiteindelijk is zodoende maar 12 procent moeten ontwikkelen. De vraag die producent en afnemer zich milieubelasting van een gebouw, dus het soort verf dat je gebruikt hergebruikt staal; de rest komt overal vandaan, ook uit gebieden waar moeten stellen, is wat prevaleert: economie of ecologie.’ maakt eigenlijk niet uit; niet bepaald een stimulans tot innovatie. In mijn duurzaamheid geen enkele rol speelt.’ optiek moet je ook altijd kijken naar elk toegepast product afzonderlijk.’ En andere gangbare bouwproducten ? Dan moet van elk bouwproduct dat op de markt is, de milieubelasting op een objectieve manier worden vastgelegd. Is dat haalbaar? ‘In gebouwen worden vaak kalkzandsteen en cellenbeton toegepast. ‘Sterker: het aanleggen van een database is in volle gang. Deze ook een heel stuk slechter. In het algemeen geldt: hoe lichter het ‘nationale database bouwproducten’ (Nederland) moet de basis product, des te minder de milieubelasting. Desondanks heeft met worden voor alle duurzaamheidinstrumenten. Per product wordt een name cellenbeton een recycleprobleem gehad – een probleem breed scala milieueffecten in cijfers vastgelegd. De vraag is daarbij wel dat in de industrie is onderkend. Inmiddels wordt het afval uit het weer hoe ver je gaat. We hebben bijvoorbeeld besloten het gebruik productieproces hergebruikt. Een in duurzaam opzicht aantrekkelijke, en de ecologische aantasting van land niet mee te nemen, maar die maar economisch minder interessante vervolgstap is het inzamelen en kunnen in bepaalde gevallen wél invloed hebben op de milieubelasting recycleren van in het bouwproces gebruikt cellenbeton. Ook hier zijn die een product teweeg brengt. Ook kapitaalgoederen laten we buiten reeds de eerste stappen gezet. De vraag die producent en afnemer beschouwing. Dat leidt tot de vreemde situatie dat we bijvoorbeeld Zowel Silka (kalkzandsteen) als Ytong (cellenbeton) behoren tot de de best scorende steenachtige materialen in de Nibe milieuclassificatie. Deze ranglijst van het Nederlands Instituut voor Bouwbiologie en Ecologie schikt producten op basis van hun milieubelasting, levensduur,... Hierbij wordt rekening gehouden met de volledige levenscyclus van het product, van ontginning tot recyclage. zich moeten stellen, is wat prevaleert: economie of ecologie.’ Beide behoren in de milieuclassificatie die we bij NIBE hanteren tot de betere steenachtige bouwproducten. Het kan duurzamer, maar wel het effect van de dieselolie meewegen die nodig is voor transport, maar niet het produceren van de vrachtwagen of de aanleg van de weg. Er is dus altijd basis voor discussie.’ NIBE Prof. dr. ir. Michiel Haas. Op dit moment worden gebouwen in hun geheel bekeken inzake hun milieubelasting, en dan nog hoofdzakelijk op gebied van energiegebruik. Eerlijker en correcter zou zijn om elk toegepast product afzonderlijk te bekijken, en dit voor zijn hele levenscyclus. Het NIBE classificeert alle bouwmaterialen. Nederlands Instituut voor Bouwbiologie en Ecologie bv www.nibe.org info@nibe.org T. +031 35 694 82 33 F. +031 35 695 00 42 2 3

×