Your SlideShare is downloading. ×
Verslag Hoe Deventer Bouwt Aan  Haar Stad
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×
Saving this for later? Get the SlideShare app to save on your phone or tablet. Read anywhere, anytime – even offline.
Text the download link to your phone
Standard text messaging rates apply

Verslag Hoe Deventer Bouwt Aan Haar Stad

2,063
views

Published on

Op 15 december organiseerde Architectuurcentrum Rondeel het eerste debat in hun spiksplinternieuwe onderkomen aan de Stromarkt in Deventer. Voor het debat ‘Hoe Deventer bouwt aan haar stad’ …

Op 15 december organiseerde Architectuurcentrum Rondeel het eerste debat in hun spiksplinternieuwe onderkomen aan de Stromarkt in Deventer. Voor het debat ‘Hoe Deventer bouwt aan haar stad’
waren Marco Swart, wethouder Ruimtelijke Ordening en Jan Nakken, senior adviseur stedenbouw, uitgenodigd om het publiek te
informeren over de huidige stand van zaken met betrekking tot de stedenbouwkundige ontwikkelingen in de stad. Omdat zowel de
bestuurder als de stedenbouwer (die eigenlijk landschapsarchitect is) nog geen jaar in Deventer werkzaam zijn, was een kennismaking met hun opvattingen over de stad gepast. Ook sloot het debat over de
stedenbouwkundige toekomst van Deventer goed aan bij de lopende tentoonstelling in het Rondeel. De daarin centraal staande
architectuur vanaf 1950 is onlosmakelijk gekoppeld aan de stedenbouwkundige opvattingen van de afgelopen zestig jaar. Om in dat licht een blik in de stedenbouwkundige toekomst te werpen is dan ook voor de hand liggend.

Published in: News & Politics, Travel

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
2,063
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0
Actions
Shares
0
Downloads
20
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide

Transcript

  • 1. Hoe Deventer bouwt aan haar stad Hoe Deventer bouwt aan haar stad Het grote stedenbouwdebat op 15 december 2009 Introductie Wim Maas, architect en voorzitter programmaraad Architectuurcentrum Rondeel Inleider 1 Marco Swart, wethouder Ruimtelijke Ordening Deventer Inleider 2 Jan Nakken, senior adviseur stedenbouw Deventer Commentator 1 Peter Ghijsen, architect en voorzitter bestuur Architectuurcentrum Rondeel Commentator 2 Andries van den Berg, landschapsarchitect, directeur Bügel Hajema Adviseurs te Amersfoort Commentator 3 Arie van Loon, projectontwikkelaar NS Vastgoed Moderator Hilde Blank, directeur van bureau BVR uit Rotterdam en atelierleider van Atelier Overijssel Publiek 80 betrokken burgers van Deventer Verslag Tom de Vries, Architectuurcentrum Rondeel Architectuurcentrum Rondeel
  • 2. Op 15 december organiseerde Architectuurcentrum Rondeel het Hoe Deventer bouwt aan haar stad eerste debat in hun spiksplinternieuwe onderkomen aan de Stromarkt in Deventer. Voor het debat ‘Hoe Deventer bouwt aan haar stad’ waren Marco Swart, wethouder Ruimtelijke Ordening en Jan Nakken, senior adviseur stedenbouw, uitgenodigd om het publiek te informeren over de huidige stand van zaken met betrekking tot de stedenbouwkundige ontwikkelingen in de stad. Omdat zowel de bestuurder als de stedenbouwer (die eigenlijk landschapsarchitect is) nog geen jaar in Deventer werkzaam zijn, was een kennismaking met hun opvattingen over de stad gepast. Ook sloot het debat over de stedenbouwkundige toekomst van Deventer goed aan bij de lopende tentoonstelling in het Rondeel. De daarin centraal staande architectuur vanaf 1950 is onlosmakelijk gekoppeld aan de stedenbouwkundige opvattingen van de afgelopen zestig jaar. Om in dat licht een blik in de stedenbouwkundige toekomst te werpen is dan ook voor de hand liggend. Maar meest directe aanleiding voor de bijeenkomst was het verzoek van het Stimuleringsfonds voor Architectuur. Het fonds is bezig om in opdracht van VROM een programma te ontwikkelen om de stedenbouw als vakdiscipline weer duidelijker op de kaart te zetten. In dat kader zijn de lokale architectuurcentra gevraagd om een zogenoemde quickscan te maken van de huidige stand van zaken in hun stad of regio. De inleidingen van Swart en Nakken zijn daarvoor bedoeld. Om direct een inhoudelijke reactie te kunnen geven op de inleidingen waren drie commentatoren uitgenodigd. Peter Ghijsen, architect en voorzitter van het bestuur van het Rondeel werd daarin bijgestaan door landschapsarchitect Andries van den Berg van bureau Bügel Kennismaken met de wethouder en de stedenbouwkundig adviseur Hajema Adviseurs te Amersfoort en door Arie van Loon die projectontwikkelaar is bij NS Vastgoed. Om het debat tussen inleiders en commentatoren en de zaal in goede banen te leiden was Kennismaken met de stedenbouwkundige plannen in Deventer Hilde Blank gevraagd. Zij is stedenbouwer bij het Rotterdamse bureau BVR en zij is sinds 2007 atelierleider van het Atelier Overijssel, een door de provincie opgerichte werkplaats voor Een vraag naar visie en samenhang ruimtelijke kwaliteit in Zwolle.
  • 3. De wethouder is geen regisseur maar voorzitter – Marco Swart Hij is geen stedenbouwkundige en hij beheert als wethouder nog geen stempel.’ Swart is van een andere traditie; hij is liberaal en voelt zich jaar de portefeuille Ruimtelijke Ordening. Het is misschien wel meer verwant met het informatie tijdperk waarin we volgens hem nu daarom dat Marco Swart (VVD) met een verfrissende opvatting kan vertoeven. Swart: ‘In de huidige informatiesamenleving passen niet komen over de te voeren stedenbouwpolitiek in Deventer. ‘Als niet meer dezelfde stedenbouwkundige opvattingen zoals die in de professional zal ik meer vanaf de zijkant tegen de problematiek industriële samenleving golden met bijvoorbeeld het principe van aankijken en is het ook beter om niet mijn eigen voorkeur te functiescheidingen en het uitleggen van de stad om bevolkingsgroei presenteren. Ik noem mijzelf dan ook liever voorzitter van het proces op te kunnen vangen. Vinex willen we niet meer en het is zelfs de dan regisseur van een te realiseren product.’ Daarmee is de toon gezet vraag of we de stad nog wel groter willen maken. En áls we dat dan van de toekomstige stedenbouwpolitiek. Swart prefereert, zo zegt hij, willen, dan is dat in een veel grotere samenhang met de natuur dan het ontwikkelen van een stedenbouwkundige visie door samenwerking voorheen het geval was. In feite is (stads)uitleg voorbij en is en door iedereen mee te laten doen om vervolgens vanuit dat gedeelde herstructurering nu de alledaagse en voortdurende praktijk.’ gedachtegoed iets te laten groeien. ‘Als voorzitter moet je overigens Swart vraagt zich af of bij die veranderende opvattingen ook niet een wel zorgen dat er dingen voor elkaar komen. De betrokkenheid moet andere rol van de overheid past. ‘Daar zijn we nog niet goed uit. Als wel tot uitvoering leiden. Daarvoor is daadkracht nodig én het is een liberaal wil ik overigens wél een sterke rol van de overheid. Want kwestie van volhouden want stedelijke processen duren lang.’ Het marktwerking past niet bij stedenbouw; dat leidt tot korte termijn typerende motto dat Swart het publiek dan ook wil meegeven is: oplossingen en tot opportunisme en dat veronachtzaamt de rol van “Festina Lente”, ofwel “Haast je langzaam!”.’ de overheid. Het is aan de gemeente om te zorgen dat alle De stedenbouwkundige visie van Swart – of misschien beter gezegd: beschikbare en aanwezige betrokkenheid gebruikt wordt. Deventer is het door de samenwerkende derden laten ontwikkelen van een visie - hier traditioneel royaal mee gezegend en is daar ook zeer krachtig komt voort uit zijn opvatting over de mondiaal waar te nemen in.’ Swart geeft als voorbeeld van deze nieuwe inzet van verschuiving van een industriële samenleving naar een informatie betrokkenheid de ontwikkeling van de herstructurering van de wijk samenleving. Ook voor de stedenbouw heeft dit consequenties. Swart: Voorstad. Hij vervolgt: ‘Ik opteer niet voor de weg van het lobbyen ‘De stedenbouw was gebaseerd op tradities en individueel want dat leidt te vaak tot beslissingen op basis van een krappe vakmanschap die van generatie op generatie overging. In Deventer meerderheid. Wat ik wil is het debat en naar elkaar luisteren. resulteerde dat in de eenheid van een gegroeide stad. Dat was de gang “Ontwerpen met de stad” betekent voor mij ook een nieuwe van zaken tot aan de industriële samenleving waarna de enorme opvatting over de rol van de stedenbouw. Die moet gepassioneerd bevolkingsgroei om een stelselmatige stedenbouw vroeg. Dat leidde zijn en die moet enthousiasme overdragen. Als voorzitter meen ik tot industrialisatie en uniformering van de stedenbouw met dat het je taak is om dat voor elkaar te krijgen, en te zorgen dat er bijbehorende stromingen. Dit proces ging samen met de ontwikkeling iets tot stand komt. Dat betekent volhouden, want stedelijke van de sociaal democratie dat gekenmerkt wordt door een centraal processen duren lang. gezag, een sterke overheid en wethouderschap met een persoonlijk Dus: Haast je langzaam!; Festina Lente!’
  • 4. Een stedenbouw van structuurplan naar uitvoering - Jan Nakken De positie van Jan Nakken als senior adviseur stedenbouw is niet eenvoudig. Hij is krap een jaar in dienst bij de gemeente Deventer en hij heeft gemerkt dat deze periode nauwelijks voldoende is om zich alle stedenbouwkundige opgaven van de stad eigen te maken. Veel projecten zijn al ‘afgetikt’ zoals hij dat noemt en van de projecten die nog niet in uitvoering zijn maar wel door de politiek zijn goedgekeurd, kan hij niet meer doen dan in de marge enigszins bijsturen. Voor nieuwe ontwikkelingen heeft hij daarentegen wel meer mogelijkheden om te zorgen dat die in een grotere mate van samenhang tot uitvoering kunnen worden gebracht. Vanuit deze positie schetst Nakken de stedenbouwkundige situatie in Deventer. Hij heeft daarbij de projecten ingedeeld naar de uitlegprojecten en de inbreidings-, de herinrichting- en de herstructureringsprojecten die zich binnen de bestaande stedelijke contouren afspelen. Tenslotte geeft hij enkele agenda’s en visies over studieprojecten in bepaalde gebieden van de stad. INBREIDING, HERINRICHTING, HERSTRUCTURERING UITLEG VISIES, AGENDA’S
  • 5. Uitlegprojecten De uitlegprojecten zijn de nieuwbouwprojecten buiten het bestaande Uitlegprojecten waar Deventer vandaag aan de dag druk doende mee bebouwde gebied, waarbij de stad een deel van het buitengebied is, zijn o.a. Bedrijvenpark A1, het laatste deel van de Vijfhoek opsoupeert. Vanouds rolden de gemeentelijke ontwerpers bij dit soort (Spikvoorderenk), Steenbrugge en de oostrand van Schalkhaar projecten een tapijt uit van straten en verkavelingspatronen, dat dan in (Douwelerleide). de loop van de tijd werd ingevuld met woningen, bedrijven, winkels Tegenwoordig gaat dat iets anders dan het uitrollen van een stukje sportvelden etc. Een prachtig voorbeeld daarvan is het imposante stedelijk tapijt. Aan de hand van de woningbouwlocatie Steenbrugge ontwerp voor de dubbelstad Deventer dat voorzag in de groei van de wordt de veranderde rol van de gemeentelijke ontwerpers in het stad met 150.000 mensen (vijf keer de bevolking van Deventer op dat planproces geïllustreerd. Deze wijk van circa 1100 woningen ligt moment). Het plan was een toonbeeld van het denken in de jaren aan de noordkant van de stad. Het VO stedenbouwkundig plan is vijftig en zestig over (flinke) groei & vooruitgang en geloof in de recent door de Raad vastgesteld. maakbare stad.
  • 6. De uitleggebieden in Deventer 1 Platvoet west Randerwaarden 2 Steenbrugge 3 Hagenvoorde 4 Landeweert 5 Douwelerleide 6 Wijtenhorst 7 Spijkvoorderenk 8 Bedrijvenpark A1
  • 7. Voorbeeld Steenbrugge (uitleggebied 2) In 2006 werd het masterplan door gemeente opgesteld en door de raad vastgesteld. Het plan geeft in woord en beeld een eerste stedenbouwkundig beeld. In grote lijnen komt het neer op: • Steenbrugge ligt als vijfde kern (dorpse stadsuitbreiding) in de buitenste bebouwingsring van Deventer • Het gebied grenst aan de Zandwetering. Deze waterloop wordt opgewaardeerd tot beekpark en zal als stadspark met hoge ecologische kwaliteiten (natuur, waterberging) voor een geleding zorgen.
  • 8. • Gezoneerde opzet, die gebaseerd is op het onderliggende • De regie om het masterplan tot een VO te brengen is door een landschap en met een ‘open ruimte’ die als een satéprikker er commerciële partij gevoerd (Steenenbrug Ontwikkeling BV). De dwars doorheen steekt en zo de verbinding tussen de bestaande uitwerking is gedaan door Luc BOS Stedenbouwkundigen en stad en het noordelijke buitengebied vormt. Feddes/Olthof landschapsarchitecten. • De gemeente heeft in het project met name een begeleidende en toetsende rol gespeeld. Het resultaat is een plan waarbij de samenhang tussen landschap en stedenbouwkundige kwaliteit een vertaling heeft gekregen in het begrip ‘Sallands wonen’ met daarin vijf verschillende woonmilieus die refereren aan Sallands brinkdorp, buurtschappen, boswonen, zwermdorp en Zandwetering.
  • 9. Inbreiding / herstructurering / herinrichting Deventer kent zeer veel plekken, gebieden, wijken waar inbreiding, herstructurering en herinrichting aan de orde is. Samen beslaan ze een breed scala van uiteenlopende projecten van groot tot klein met aan de ene kant stedenbouwkundige acupunctuur midden in het stedelijk gebied en aan de andere kant grootschalige herinrichting van de uiterwaarden in het kader van Ruimte voor de Rivier. 1 Park Zandweerd 2 Ruimte voor de rivier 3 Borgele 4 Centrumplan Keizerslanden 5 Wijkvoorzieningencentrum Keizerslanden 6 Smyrnastraat 7 Larenstein 8 Geertruidenlocatie 9 Studie Noord-Oost 10 Sluiskwartier 11 Boreel/Houtmarkt 12 Saxion Hogeschool 13 Hoornwerk 14 Thomassen & Drijver terrein 15 Shitaflat 16 Rivierenwijk 17 Snippelingsdijk 18 Havenkwartier 19 Tedeco terrein 20 Kieftenbeltskolk 21 Bergweidedijk 22 Demping dode havenarm 23 Vuilstortplaats Westfalenstraat 24 Driehoek Blauwenoord 25 Rondom De Scheg 26 Winkelcentrum Colmschate 27 Holterweg Colmschate
  • 10. Voorbeeld Ruimte voor de Rivier (gebied 2) Het systeem van nevengeulen is circa 10 km lang en ligt vrijwel geheel op Hoewel het plan ‘Ruimte voor de Rivier’ niet direct het Deventer grondgebied. Het meest bebouwde gebied betreft, is het wel een belangwekkend gevoelige deel bevindt zich tussen de project omdat het voor de voordeur van de stad ligt. Wilhelminabrug en de spoorbrug met Bovendien biedt het plan volop kansen voor recreatief op de oostoever de historische gebruik en beleving van natuur en landschap vanuit de binnenstad en daar tegenover het aanliggende wijken. stadspark De Worp en het IJsselhotel, daar waar vroeger de oude schipbrug lag en nu een voetveer dienst doet. Een studie naar de herinrichting van de noordelijk gelegen Rembrandt- kade, gecombineerd met recreatieve functies zoals een wandelpad, de strip met de roeivereniging en de jachthaven, zal binnenkort opstarten. Daarin zal ook de relatie met het Recent ondervond Deventer in 1993 en 1995 de gevolgen achterliggende stedelijke gebied van hoogwaterstanden. In 2006 heeft het Rijk de (Zandweerd) een rol kunt spelen. Planologische Kern Beslissing (PKB) landelijk vastgesteld (Ruimte voor de Rivier). Dit behelst onder meer de uiterwaardvergravingen van de IJssel bij Deventer. Met het graven van nevengeulen – die alleen bij bepaalde waterstanden meestroomt - wordt de flessenhals bij Deventer ontlast en zo kunnen overstromingen in de toekomst worden voorkomen. De uitvoering gebeurt in samenwerking met regionale partijen waarbij de gemeente en provincie initiatiefnemers zijn. In een aantal stappen is een inrichtingsplan ontwikkeld. Het is opgesteld door een aantal externe bureaus met voornamelijk toetsende rol voor de gemeentelijke ontwerpers.
  • 11. Een kentering ‘Het naar zich toetrekken van deze voorzittersrol door de gemeente betekent voor het werk van de gemeentelijke ‘Vanaf de jaren negentig zijn om allerlei redenen, zoals een stedenbouwers dat het accent vooral aan de voorkant van het terugtrekkende overheid en door de markt ingenomen planproces komt te liggen. Onder andere door ontwerpend grondposities, private partijen steeds meer op kop komen te onderzoek naar de samenhang van een plek met de stad en door liggen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Met als gevolg dat o.a. de programmatische en ruimtelijke mogelijkheden van een plek stedenbouwkundige plannen sterk gedicteerd werden door middels verkavelingsstudies in beeld te brengen, wordt programmatische afspraken. Die afspraken waren vooral het geprobeerd de stedenbouwkundige opgave scherp te definiëren. resultaat van publiek-private onderhandelingen en veel De gemeente wil zo aan de voorkant van het planproces duidelijk minder van gedegen stedenbouwkundig onderzoek naar wat meegeven wat de stedenbouwkundige speelruimte is en aan een plek programmatisch kan hebben of naar wat een welke kaders plannen worden getoetst. Een voorbeeld van het ontwikkeling voor de stad kan betekenen. De stedenbouw minder in eindbeelden denken en vooraf proberen de speelruimte werd vooral ingezet om een verkoopbaar stedenbouwkundig te benoemen is de studie uit het voorjaar 2009 naar plan te maken, waarbij het eindbeeld alles bepalend was. ontwikkelscenario’s voor het Havenkwartier.’ Dit was een landelijke trend en voor zover ik kan beoordelen is Deventer hierop geen uitzondering geweest.’ (projecten als Boreel, Steenbrugge, Thomassen & Drijver zijn voorbeelden- TdV) ‘In deze trend is de laatste tijd wel een kentering zichtbaar. Mede ingegeven door demografische ontwikkelingen, de financiële crisis, maar ook door het inzicht dat het neerleggen van het primaat bij private partijen niet a-priori resulteert in de gewenste ruimtelijke kwaliteit, proberen gemeenten vanuit hun publieke taak weer sterker op ruimtelijke kwaliteit te sturen.’ ‘Zo pakt de gemeente Deventer bij een aantal projecten - ook al heeft de gemeente bij die projecten geen of nauwelijks een grondpositie (voorbeelden daarvan: Thomassen & Drijver, St. Jozef, Saxion) - de rol van regisseur op of in de woorden van wethouder Marco Swarts de voorzittersrol. Dit alles met als doel om op een goede manier private bouwinitiatieven te koppelen met het publieke belang van de stad.’
  • 12. Voorbeeld Havenkwartier (gebied 18) In 2006 zet het Masterplan in op ‘wonen aan het water’ met circa 1.000 woningen (een hoge dichtheid van 100 meer) en een duidelijk eindbeeld van hoe het moet worden. Het plan leidt tot veel discussie met enerzijds twijfels over de haalbaarheid en anderzijds de bedreiging voor de milieuruimte van bedrijven in de omgeving. Bovendien vraagt de veranderende woningmarkt om een huis met tuin en niet om een appartement. Het masterplan werd in de raad behandeld maar werd niet vastgesteld. Toch laat de raad de toekomst van het Havenkwartier niet aan haar lot over en heeft zij gevraagd om ontwikkelingsscenario’s met de mogelijkheden en knelpunten in kaart te brengen. Het masterplan uit 2006 Het plangebied
  • 13. Dit jaar 2009 is als één van de drie ontwikkelde scenario’s het zogenaamde Vlaams model gekozen om nader te onderzoeken. Dit scenario is ontwikkeld door stedenbouwer Andries Geerse in samenwerking met de gemeente. Mogelijke stappen in transformatieproces In de tussenliggende periode van 2006 –2009 heeft het leven van het Havenkwartier niet stilgestaan. Er ontstonden nieuwe initiatieven zoals broedplaatsen, creatieve industrie, advies etc. en steeds meer mensen ontdekken steeds meer de haven, de belangstelling en waardering voor industrieel erfgoed is toegenomen en er ontstaat een geleidelijke verkleuring. Het Vlaams model anticipeert hierop door een geleidelijke ontwikkeling tot een gemengd woon- en werkmilieu met maximaal behoud en hergebruik. Roze is nieuwbouw, rood is beursontwikkeling ook aan de Mr. H.F. de Boerlaan. Geel is broedplaatsen en wonen/werken. Mogelijk eindplaatje volgens Vlaams model
  • 14. Het samenspel tussen stedenbouwer en architect ‘Ik wil nog even terug komen op het definiëren van de stedenbouwkundige speelruimte bij projecten. Een belangrijk maar ook moeilijk aspect daarbij is het goede evenwicht te vinden tussen enerzijds het stellen van grenzen aan de inbreng van ontwerpers die later in het planproces instappen en anderzijds het uitdagen en inspireren van hen. Met name bij inbreidingsprojecten waar de architectonische en stedenbouwkundige opgave veelal sterk met elkaar zijn verstrengeld, is het van belang om je als stedenbouwer te realiseren dat in de stedenbouwkundige fase niet alles bekend is. De kunst is om ruimte te laten voor de creativiteit van architecten zonder de kans te lopen dat je door de ondergrens van de gewenste stedenbouwkundige kwaliteit zakt. Ik denk dat dit met name kan als architect en stedenbouwer samen de grenzen van een project zoeken. Daarbij is het wel van belang om je te realiseren dat ieder zijn eigen verantwoordelijkheid daarin heeft. In dit kader kan ik het niet laten om een citaat van Le Corbusier aan te halen: “De bouwstenen voor de stadsplanning zijn: lucht, ruimte, bomen, staal en cement - in die volgorde en in die rangorde”. De vraag is natuurlijk hoe organiseer je dat samenspel tussen stedenbouwer en architect in de dagelijkse praktijk. Daar is mijns inziens geen eenduidig antwoord op te geven. Per project moet je dat bekijken. Voorbeelden uit de praktijk zijn dat je in het kader van het stedenbouwkundig plan samen met architecten een beeldtaal voor een gebied ontwikkelt, of het maken van een schetsontwerp voor de gebouwen en het ontwikkelen van een stedenbouwkundig masterplan in de tijd deels parallel laten lopen (voorbeeld is St. Jozef locatie).’
  • 15. Visies & Agenda’s Over de stedenbouwkundige (her)ontwikkelingen van Keizerslanden (‘kroon van Deventer’), Rembrandtkade, Stadsassen, Voorstad-Oost, Stationsomgeving en Binnenstadsvisie Zuid. ‘Als je al die uitleg- en inbreidingsprojecten voorbij ziet komen, dan is de vraag naar een allesomvattende visie op het niveau van de stad, waarbinnen alle projecten passen, voor de hand liggend. Het antwoord is: JA, namelijk het “Structuurplan Deventer 2025, Synergie van stad en land”. Het structuurplan plan brengt de kwaliteiten van de stad en de ruimtelijke opgaven in beeld en geeft de gewenste ontwikkelingsrichting van de stad aan. Maar het feit dat een uitvoeringproject past binnen dit structuurplan is op zich nog geen garantie dat een project de gewenste ruimtelijke kwaliteit oplevert. Daarvoor is het nodig om de kernkwaliteiten van de stad en de ambities uit het structuurplan operationeel te maken. Als we dat doen dan hoeven we niet bang te zijn om bij projecten de samenhang uit oog te verliezen. Bovendien moeten we daarbij vooral niet vergeten dat de logica van de bestaande stad een hele sterke sturende kracht is, die ons vooral kan beschermen tegen de waan van de dag.’
  • 16. ‘Die verbindende schakels tussen structuurplan en projecten zijn de Visies met bijbehorende agenda’s. Ofwel het zijn de studies die de ontwikkelingsrichting en -strategie van grotere gebieden concreet op de kaart zetten (meer dan alleen het kleurtje), de samenhang van gebieden met de rest van de stad aangeven, de projecten in onderlinge samenhang definiëren en veelal de volgordelijkheid van projecten bepalen. Twee totaal verschillende voorbeelden van dergelijke studies zijn Voorstad-Oost en de Stadsassen.’ 1 Rembrandtkade 6 Stadsassen 2 Kroon van Deventer 7 Bergweide 3 Binnenstad 8 Brinkgreven/Rielerenk/Douweler kolk 4 Stationsgebied 9 studie Noord-Oost 5 Voorstad-Oost 10 A1-zone
  • 17. Voorbeeld Voorstad-Oost (gebied 5) In de wijk Voorstad-Oost staat de leefbaarheid en veiligheid onder Voorstad-Oost is een volksbuurt die eind 19e en begin 20e eeuw is druk en fysiek vertoont de wijk veel slijtage. Dit jaar 2009 is samen ontwikkeld. De wijk heeft een zeer gemêleerde bevolking, ligt dichtbij met betrokken partijen uit de wijk en de gemeente Deventer een de stad, en kent een mozaïek aan woonmilieus (van organisch gegroeid integrale visie opgesteld om het fundament van de wijk op korte in de 19e eeuw, via tuindorpachtig tot woonerf in de jaren tachtig). termijn weer op orde te krijgen en voor de toekomst het profiel van Vanouds is het een wijk met veel bedrijvigheid, winkelvoorzieningen en de wijk te versterken. In november is de visie door de raad natuurlijk het stadion van voetbalclub Go Ahead Eagles. vastgesteld. Naast een sociale en economische component kent de Kortom een wereld op zich met een rijke historie, maar met belangrijke visie een fysieke component. lanen ook goed aangehaakt op de stad.
  • 18. Het plan wil het bestaande raamwerk op orde brengen en versterken. Daarnaast moeten het winkelgebied en de openbare ruimte een impuls krijgen, het wegenpatroon gehandhaafd blijven en bijvoorbeeld het te herontwikkelen terrein van Thomassen & Drijver weer opgepakt te worden. Een belangrijke karakteristiek van Voorstad-Oost is het mozaïek van buurtjes met bijbehorende beeldkwaliteit. Het plan wil deze mooie mix van kwaliteiten handhaven. In dat kader is als project het opstellen van een beeldkwaliteitsplan essentieel, daarmee kan bijvoorbeeld voorkomen worden dat - in het kader van individuele woningverbetering - de te handhaven karakteristieken om zeep worden geholpen. Onderdeel van de visie is het onderzoek naar het laten aansluiten van de nieuwbouw op het terrein van Thomassen & Drijver op de mozaïek en historie van de wijk. Raamwerk Context Buurtmilieus
  • 19. Voorbeeld Stadassen (gebied 6) ‘Samen met de provincie Overijssel wordt een pilotstudie opgestart om een visie met bijbehorende agenda te ontwikkelen voor de wijze waarop Een visietraject van geheel andere orde is het project Stadsassen. de stadsassen Hanzetracé en Centrum-as (Mr. De Boerlaan/Handelskade) omgevormd kunnen worden tot representatieve en karakteristieke stadsentrees vanaf de A1 met een goede doorstroming.’ (De studie is mede mogelijk dankzij een rijksbijdrage uit het programma “Mooi Nederland”.) impressies van de huidige Centrum-as impressies van het huidige Hanzetracé ‘Het huidige beeld van de stadassen toont de stad niet van haar beste kant. Het is een aaneenschakeling van verschillend trajectdelen.’
  • 20. ‘In een te ontwikkelen visie zal worden ingegaan op een viertal onderzoeksvragen: - Centraal staat de vraag naar de positionering/betekenis van de betreffende as in de stad. Ofwel welk verhaal van de stad wil je de weggebruiker vertellen. - Vervolgens: Hoe anticipeer je met de transformatiegebieden ruimtelijk en wellicht ook economisch op de ligging aan stadsas of omgekeerd. - Hoe ziet het ontwerp van de route eruit, een profiel met een uitstraling, steeds dezelfde lantaarnpalen etc. of wordt het bijvoorbeeld een parklaan, zoals in het verleden door professor Bijhouwer werd voorgestaan - En wat voor rol spelen bijzondere gebouwen zoals de Silo en het Sint Jozef Ziekenhuis langs de route. Iconen die staan voor een stuk geschiedenis.’ De Silo, een cultuur historisch icoon dat de stadsas markeert. Voorbeeld: Hanzetracé, met verschillende transformatiegebieden.
  • 21. Jan Nakken: ‘Tot slot...’ Na de verhelderende toelichting van senior adviseur stedenbouw Jan Nakken over de historische en toekomstige stedenbouwkundige opvatting en werkwijzen (voorheen: achteraf en gestuurd op marktwerking, en nu: vooraf en gebaseerd op samenwerking en ruimtelijke kwaliteit), sluit hij af met de volgende opmerking: ‘Tot slot: stedenbouw is een kwestie van lange adem, waarbij het de kunst is om ontwikkelingskansen op het goede moment en op de goede plek te doen landen. Ontwikkelingsvisies zijn daarbij een essentieel hulpmiddel. In dit licht bezien is het van belang dat er stadsbreed een gedragen referentiekader wordt ontwikkeld met daarin de kernkwaliteiten en ambities van Deventer. Daarover zal het stedenbouwkundige debat in Deventer mijns inziens de komende jaren moeten gaan.’
  • 22. Het debat Als opstart van het publieke debat zijn drie commentatoren Marco Swart: ‘De tijd van vooraf plannen is voorbij. Keuzes maken we uitgenodigd om direct te reageren op de inleidingen van wethouder niet in het begin want dan sla je de boel plat. Wat Nakken doet is de Swart en stedenbouwkundig adviseur Nakken. Moderator Hilde hele agenda op tafel leggen om vervolgens een met elkaar gedeelde Blank stelt op voorhand vast dat als alle door Jan Nakken genoemde visie te ontwikkelen.’ projecten in zowel de uitleggebieden als het bestaande stedelijke Hilde Blank: ‘Dus geen blauwdruk vooraf maar in dialoog een plan gebied uitgevoerd worden, het er op neer komt dat de gehele stad maken en daarna knopen doorhakken en uitvoeren.’ onder handen wordt genomen. Als eerste vraagt zij aan projectontwikkelaar Arie van loon een reactie te geven. Peter Ghijsen: ‘Deventer is voor mij een prachtige stad waarin de afgelopen jaren veel is veranderd en volgens mij niet altijd ten goede. Zo is er een aantal incidenten aan te wijzen die van invloed zijn geweest op de structuur van de stad. Wat gaat de wethouder als voorzitter doen aan de vele wetten en regels. En: het zou gunstig zijn als er (een klein beetje) meer openheid zou komen en de bevolking meer inzicht kan krijgen in wat de gemeente van plan is.’ Jan Nakken: ‘In onze optie is een strategie wel nodig om tot een – nu nog in ontwikkeling zijnde – eindsituatie te komen. Het betekent op het juiste moment zorgen voor het laten aangroeien met goede initiatieven.’ Andries van den Berg: ‘Allereerst een compliment voor het statement van de wethouder. Dan is het nu de beurt aan het landschap want dat is uiteindelijk de drager voor de stedenbouw. Als die drager sterk genoeg is dan kan die alles aan. Hoe zit dat bijvoorbeeld in Steenbrugge? Noem de kwalitatieve dragerkwaliteiten en dan maakt het thema dat je kiest niet meer uit. Die thema’s zijn maar tijdelijk, daar moet je vrij van zijn, terwijl een landschappelijk element als de Zandwetering blijvend is. Zo’n drager kan de ontwerpen van iedereen aan. Hilde Blank: ‘ Het is dus zaak om vooraf van de landschappelijke Arie van Loon: ‘De wethouder heeft een mooi verhaal gehouden dragers een goede analyse te maken.’ waarin hij zegt geen bestuurder te willen zijn maar een voorzitter. Toch lijkt de visie van Jan Nakken op stedenbouw-op-de-vierkante- meter.’
  • 23. Na de aftrap met een uit verschillende invalshoeken geleverd Marco Swart: ‘De disciplines Groen, Infrastructuur en Ruimtelijke commentaar van de projectontwikkelaar, de architect en de Ordening zijn nog steeds aparte netwerken. Zij moeten wel de stad bij landschapsarchitect, wordt door Hilde Blank ruimte gegeven elkaar houden. De ambitie is er dus wel.’ aan de zaal. Die maakt dankbaar en ook gretig gebruik van de Albert Fien: ‘Van belang lijkt mij dat er verbanden worden gelegd.’ gelegenheid om te reageren op de inleidingen van de wethouder en de stedenbouwkundig adviseur. Tjibbe Reitsma: ‘Waar is de nieuwe infrastructuur die de nieuwe uitleggebieden zoals Steenbrugge moet gaan ontsluiten? De tijd van opwaarderen van bestaande infrastructuur is voorbij; we moeten er nu echt anders mee omgaan.’ Marco Swart: ‘Er is natuurlijk al veel besloten in eerdere stadia. En als je besluit om de bestaande infrastructuur heen te gaan dan pak je wel erg veel groen mee.’ Hilde Blank: ‘Wat is de speelruimte in de bestaande plannen om eventueel nog zaken terug te draaien? Er is immers nog geen spa de grond in gegaan!’ Marco Swart: ‘Dat hangt van het moment af.’ Andries van den Berg: ‘Belangrijke zaken en nieuwe inzichten, dat moet toch kunnen?’ Marco Swart: ‘Dat is toch niet zo gemakkelijk want ik hoor hier al tegengestelde meningen!’ Erkelens: ‘Er is teveel nadruk op het autoverkeer. Richt de aandacht op het spoor en op het wandelen en fietsen.’ Marco Swart: ‘Een fietstraject plannen gaat heel erg traag. Dat gaat bruggetje voor bruggetje en tunneltje voor tunneltje.’ Jan Nakken: ‘Kijk naar het zoeken naar een betere aansluiting van het Daaf Ledeboer: ‘Stedenbouw was altijd een daad van dromen station op het centrum. We zullen ook de studie naar de stadsassen stapelen. Waar is de droom van Voorstad-Oost? Volgens mij wordt daarop moeten richten.’ de infrastructuur vergeten. Net zoals in Keizerslanden waar de relatie tussen stad en Steenbrugge wordt weggehaald.’ Gijs van Elk: ‘Complimenten aan de wethouder voor zijn inleiding. Ik Jan Nakken: ‘Voorheen werd er vooral gefocust op het sectorale vraag me wel af of u voldoende gereedschap heeft. Wat is uw agenda en programma van de gemeente. Dit debat moet het begin zijn om vast is die niet veel te overladen? Zou bijvoorbeeld het bedrijventerrein A1 te stellen wat de essentie is van de stad.’ wel op de agenda moeten blijven?’
  • 24. Hilde Blank: ‘Daarop aansluitend: wat is uw top 3 van gemeentelijk apparaat opgeblazen. Nu is – al door voormalig wethouder stedenbouwkundige opgaven?’ Bert Doornebos - vastgesteld dat dit een doodlopende weg is. Dat is ook Marco Swart: ‘Het integreren van water, ecologie en groen. Het is de reden waarom Jan Nakken vorig jaar is aangesteld.’ aan mij om die rol waar te maken. In de top 3 is een belangrijke Andries van den Berg: ‘Je moet eerst een visie ontwikkelen die niet plaats voor de herstructurering van de schil, de vooroorlogse gekoppeld is aan projecten.’ bebouwing rond het centrum.’ Herman Bessels: ‘Pas op voor info-overkill! Dus wethouder: niet achterover leunen maar geef wel een duidelijke visie!’ Gidi de Lange (stedenbouwer en leerling van Van Eesteren) Jan Jaap de Kroes: ‘Lang kreeg de stedenbouw in Deventer geen adviseert; ‘Zorg voor de structuur en ga dan pas keuzes maken!’ aandacht. Dat staat nu weer volop in de picture. Mijn advies is: Jan Nakken: ‘Dat heeft Deventer de laatste tien jaar gemist. Deventer wees trots op wie je bent! De tijd is nu rijp!’ Hr. Veldhuis: ‘We hebben toch al een structuur zoals die is vastgelegd in het Structuurplan 2025?’die Hilde Blank aan Marco Swart: ‘Als jij je visie zou ontwikkelen, hoe Jan Nakken: ‘Dat is waar, maar daarin ontbreekt nog iets. We krijg je dan de raad mee?’ moeten het op een tussenlaag (tussen structuurplan en uitvoering) Marco Swart: ‘Ik laat de raad mee doen in het ontwikkelen van een operationeel maken.’ visie. Uiteindelijk moet de stad het doen. Als de stad het gelooft, gelooft Hr. Veldhuis: ‘Die tussenlagen zijn er al wel.’ de raad het ook. Het kan dus niet alleen mijn hobby zijn.’ Jan Nakken: ‘ Maar te sectoraal. We moeten daarin samenhang gaan Gidi de Lange: ‘In Zwolle was er eerst een visie als discussiestuk. Dus aanbrengen.’ je moet wel ‘iets’ hebben om te beginnen.’ Marco Swart: ‘ We hebben wel een agenda maar nog geen samenhang Arie van Loon: ‘Waarom is er de afgelopen tien jaar niets gebeurd? en daar gaat het om.’ Waar zit de angel?’ Roel van Veldhuizen: ‘Dé gemeente als voorzitter bestaat niet! Dirk Baalman: ‘Een voorzitter beschikt over wijsheid en een hamer. Zorg voor alle belangen die er zijn, óók die van de gemeentelijke De vraag hoe je de dingen interpreteert in Deventer is het begin van diensten. De tegenstrijdige acties die daarin gevraagd worden zullen wijsheid.’ voor vertragingen zorgen. Jan Nakken: ‘Er is al ontzettend veel aan plannen en projecten. De Peter Ghijsen: ‘Is dat de reden waarom zoveel stedenbouwers opgave is nu: Maak er samenhang met passie van!’ destijds zijn weggegaan bij de gemeente?’ Hilde Blank sluit af: ‘Wat gaan jullie nu doen om tot actie te komen?’ Jan Nakken: ‘Wij proberen nu ruimte te maken aan de voorkant van Jan Nakken: Het bleef steeds steken op samenhang. Dat is nu de stedenbouwkundige processen. Vroeger was dat niet meer dan een opgave.’ A4-tje en toen was het erg lastig om iets te doen. Nu is de tijd dat je Marco Swart: De vele projecten in Deventer zijn relatief kleine korrels dat wel weer terug kunt halen.’ die bleven steken op te wankele opvattingen. Het credo is nu: Daaf Ledeboer: ‘De oude structuur, met een sterke wethouder, had een stuwende werking op de projectbureaus. Dat heeft het Haast je langzaam! Festina Lente!
  • 25. Nawoord Na de afronding van het debat hebben publiek, commentatoren en - Dit nieuwe tussenniveau moet niet topdown door de gemeente inleiders nog lang met elkaar gediscussieerd. De meningen waren gedicteerd worden maar zal in dialoog met niet alleen de publieke niet eensluidend. partijen (zoals bijvoorbeeld de samenwerkende gemeentelijke Enkele opmerkelijke hoogtepunten uit de spreekbeurten en de afdelingen Ecologie, Groen en Ruimtelijke Ordening) maar ook met reacties daarop kunnen als volgt worden samengevat: betrokken private partijen ontwikkeld moeten worden. Daartoe behoort ook de al of niet verenigde burgerbevolking. - de hoeveelheid locaties in Deventer waar sprake is van een stedenbouwkundige focus, is enorm groot, zowel in het stedelijke - Het is de opvatting van de politiek dat deze werkwijze past bij de gebied als daarbuiten. Als alle locaties die vanavond op huidige tijd waarin de industriële samenleving is overgegaan naar een verschillende kaarten de revue passeerden, verzameld worden op informatiesamenleving. Dit betekent ook veranderde één kaart dan is nagenoeg geheel Deventer bedekt. stedenbouwkundige opvattingen. Het ontwerpen en uitvoeren van grote uitleg is vervangen door veel gedifferentieerde - Er zijn drie verschillende periodes te onderscheiden waarin de herstructureringsplannen die in meer samenhang ontworpen en gemeentelijke opvattingen over stedenbouw verschillen: uitgevoerd moeten worden. De rol van de politiek is dan veranderd - de periode vóór het aantreden van wethouder Swart en van een ‘regisseur van een product’ naar een ‘voorzitter van het stedenbouwkundig adviseur Nakken; proces’. - de periode die aanstaande is en waarin de nieuwe opvattingen van Swart en Nakken tot uitdrukking kunnen komen; - De gemeente meent dat in onder meer de ontwikkeling van Voorstad- - de overgangsperiode, waarin ‘oude’ plannen nog niet zijn Oost en het Havenkwartier de nieuwe opvattingen zichtbaar worden. uitgevoerd maar om politieke redenen niet meer kunnen worden teruggedraaid. Het publiek kon met enige moeite bovenstaande hoofdpunten uit de verschillende betogen destilleren. Niettemin bleef er een flink aantal - De gemeente heeft geconstateerd dat tussen het Structuurplan vragen hangen. Zo vroeg Hilde Blank zich de volgende dag op haar 2025 en het uitvoeringsniveau een schakel ontbreekt waardoor de weblog af: ‘Hoe kan Deventer zo gefragmenteerd zijn ontwikkeld? samenhang die in het hogere niveau gesuggereerd wordt, in de Waarom hebben grondeigenaren en marktpartijen zoveel macht praktijk op het inmiddels gerealiseerde detailniveau niet gekregen? Wat gaat Deventer doen om het tij te keren?’ Ook zichtbaar wordt. projectontwikkelaar Arie van Loon vroeg zich af: ‘Waarom is er de afgelopen 10 jaar niets gebeurd?’ Hilde Blank constateert verder: - In de overvolle agenda is het nodig om in het traject tussen ‘Wethouder Marco Swart gelooft niet in bestuurders die vanuit macht Structuurplan en uitvoering een tussenniveau te creëren dat de opereren. Hij zoekt de dialoog, de inhoud moet overtuigen. Betrokken gewenste samenhang moet aanbrengen. burgers zijn de beste garantie voor goede plannen. Jan Nakken greep de
  • 26. avond aan om een integrale stadsvisie te agenderen die concreter is Het is begrijpelijk dat de roep om een samenhangende, dan de structuurvisie, maar niet gelijk doorschiet in concrete stedenbouwkundige visie voor de stad Deventer groot is. Maar nu de projecten.’ industriële samenleving is overgegaan naar een informatie samenleving, zoals wethouder Swart aangaf, kunnen bestaande, veelal topdown Vragen die niet gesteld en dus ook niet beantwoord werden, hadden georkestreerde werkwijzen niet meer voldoen. Of de door Swart en betrekking kunnen hebben op de visie van het locale bestuur op de Nakken voorgestelde nieuwe werkwijze met daarin ruimte voor dialoog, toekomst van de stad, gezien in het licht van landelijke en mondiale een antwoord kan geven op de hoeveelheid stedenbouwkundige veranderingen. Zo is er nauwelijks een woord gerept over de vraagstukken en het tempo waarmee ze zich aandienen, is de vraag. toekomst van infrastructuur, mobiliteit en het fenomeen krimp. Het Wijsheid is dan op zijn plaats. Dirk Baalman wees er al op: ‘Een betoog van de inleiders leek teveel uit te gaan van een voortzetting voorzitter heeft wijsheid en een hamer nodig’. van de huidige toestand zonder rekening te houden met de zich in een steeds hoger tempo voordoende maatschappelijke, technologische en ecologische veranderingen. Deventer, januari 2010 Een ander punt dat slechts beperkt aan de orde kwam was het moment van beslissen. Een gepassioneerde dialoog, door een bevlogen wethouder voorgezeten, leidt nog niet tot een beslissing. Op zeker moment verwacht men toch dat er knopen worden doorgehakt (of zoals de roemruchte Amsterdamse wethouder Jan Schaefer ooit zei: ‘In gelul kun je niet wonen!’). Dat kan dan na consultering van alle betrokken publieke en private partijen. Dan wordt deskundigheid verwacht om de juiste conclusie te trekken en het optimale, samenhangende plan te maken. Dan heeft de stad deskundige ambtenaren nodig die de huidige stad kunnen doorgronden en de stedelijke structuur in de vingers hebben. De vraag die architect Peter Ghijsen stelde sluit daar op aan: ‘Hoe komt het dat er de afgelopen jaren zoveel stedenbouwkundigen bij de gemeente vertrokken zijn?’ De opgave waar de gemeente Deventer voor staat is niet gering. Naast de op de debatavond genoemde overvolle agenda is er ook nog de discussie over de Deventer binnenstad. Na het debacle over het nieuw te bouwen stadhuis annex bibliotheek, wordt die discussie nu, geïnspireerd door de inbreng van coryfeeën als Jo Coenen en Thijs Asselbergs, intens gevoerd door zowel politiek als burgerij.

×