080525 (Wr) V1 Collaborative Learning En Social Software

Loading...

Flash Player 9 (or above) is needed to view presentations.
We have detected that you do not have it on your computer. To install it, go here.

0 comments

Post a comment

    Post a comment
    Embed Video
    Edit your comment Cancel

    4 Favorites

    080525 (Wr) V1 Collaborative Learning En Social Software - Presentation Transcript

    1. Collaborative learning en social software Wilfred Rubens
    2. Wat is samenwerkend leren m.b.v. ICT? Schrijf kort drie trefwoorden op (1 minuut), en vergelijk ze met je buurman/vrouw
    3. Inhoud
      • Achtergronden (kort)
      • CSCL: formeel leren (wat, waarom, voordelen, beperkingen, do’s & don’ts)
      • Collaborative learning: informeel (voorwaarden voor succes, aandachtspunten, ‘organisatie’)
      • Technologieën (voorbeelden, didactische mogelijkheden, beperkingen)
      • Tussendoor opdrachten en stellingen
    4. Wat is samenwerkend leren m.b.v. ICT?
      • Computer Supported Collaborative Learning (CSCL)
      • ICT ondersteunt en begeleidt leerproces
      • Meestal: combinatie F2F en ICT
      • Lerenden werken in kleine groepen aan gezamenlijke taak (bijv. een product), geven elkaar feedback
      Komen gekozen trefwoorden overeen?
    5. Wortels in het onderwijs
      • Social constructivisme
      • Veel onderzoek naar gedaan
    6. Veranderende opvattingen over leren Leren: sociaal proces Actief leren Aansluiten bij interesse en voorkennis Complexe realistische taken Interactie “ Rijk” materiaal Afwisselende werkvormen
    7. Maar ook…
      • Communities of practices
      • Social learning theory (Wenger)
      • Leren in netwerken (Van der Krogt)
    8. Bron: http://www.flickr.com/photos/whsimages/1732172493/ Samen complexe problemen oplossen in plaats van individueel routinematig werk uitvoeren Arbeidsprocessen kennisintensiever Toenemende dynamiek kennisontwikkeling Innovatie ‘business as usual’ Prof. Dr. L. Nieuwenhuis (2006). Vernieuwend vakmanschap.
    9. Werken Leren
    10. Van formeel naar informeel leren Cross, J. (2003). Informal Learning – the other 80% http://www.internettime.com/Learning/The%20Other%2080%25.htm The spending/outcomes paradox
    11. Proces Plaats/ setting Doelen Leerinhouden + + + + - - -: gefaciliteerd, informeel +: gepland, formeel Gebaseerd op Weistra, 2005
    12. En recent….
    13. Bron: http://www.slideshare.net/igorterhalle Internet (r)evolutie 2.0 (participatie, massa’s informatie, transparantie, openheid, toegankelijkheid ) Web 2.0 is more than a set of ‘cool’ and new technologies and services ( JISC , 2007)
      • Collectiviteit bedenkt oplossingen voor complexe problemen
      • Cognitieve vraagstukken en rationeel gedrag
      • Diversiteit
      • Onafhankelijkheid
      • Specialisatie
      • Aggregatie
      • ‘ Connective intelligence’
    14. Community Netwerk (1)
      • Regelmatig delen en leren
      • Gemeenschappelijk belang
      • Onderlinge relaties
      • Meer gestructureerd
      • Intentionele deelname
      • Meer ad hoc delen en leren
      • Gemeenschappelijke interesse
      • Meer oppervlakkige relaties
      • Losjes gekoppeld
      • Deelname niet altijd intentioneel
    15. Community Netwerk (2)
      • Rechtstreeks lidmaatschap
      • Vrijwillig
      • Deelname over langere periode
      • Verschillende organisaties (kan)
      • Vaak formele status
      • Moderator
      • ‘ Lidmaatschap’ ook via-via
      • Vrijwillig
      • Deelname op ad hoc basis
      • Verschillende organisaties
      • Vaak informele status
      • Geen moderator
    16. Serendipity Bron: The King of Serendipity: http://www.flickr.com/photos/tim_ellis/2366786101/ Joseph Priestly, 1733-1804 En social software ‘maakt’ dit meer transparant en manifest
    17. Proces Plaats/ setting Doelen Leerinhouden + + + + - - -: gefaciliteerd, informeel +: gepland, formeel Mijn organisatie Gebaseerd op Weistra, 2005
    18. Inhoud
      • Achtergronden (kort)
      • CSCL: formeel leren (wat, waarom, voordelen, beperkingen, do’s & don’ts)
      • Collaborative learning: informeel (voorwaarden voor succes, aandachtspunten, ‘organisatie’)
      • Technologieën (voorbeelden, didactische mogelijkheden, beperkingen)
      • Tussendoor opdrachten en stellingen
    19. CSCL: formeel leren
    20. Onderzoek Ook ‘evidence’ Samenwerkend leren werkt Relativering van wetenschappelijke bezwaren tegen vernieuwend onderwijs , P. van der Ploeg (2008) CSCL werkt (metastudie M. Valcke)
    21. Beperkingen CSCL (1)
      • Participatiegraad vaak laag
      • Samenwerking verloopt niet altijd goed
      • Informatie uitwisselen i.p.v. gezamenlijk kennis ontwikkelen
      • Past het bij dominante mentale model van leren?
    22. Beperkingen CSCL (2)
      • Wennen aan technologie
      • Wennen aan werkwijze
      • Eenvoudige vaardigheden?
      • Langere doorlooptijd asynchrone discussies (net-generatie)
      • Bijdragen typen kost meer tijd
    23. Beperkingen CSCL (3) Part of the challenge to making collaborative learning, in general, succeed in corporate training settings may be the competitive nature of most workplaces. G. Woodill (2008). Computer-Based Collaborative Learning for Training and Development: Research and Practice
    24. Voordelen CSCL (1)
      • Schrijven bevordert het opnieuw structureren en vormen van gedachten (“verdiepend leren”)
      • Deelnemers komen “aan het woord” die normaliter niet aan bod komen
      • Inbreng d eelnemers groter inbreng docenten
    25. Voordelen CSCL (2)
      • Veel mogelijkheden om kwalitatief goede feedback te geven (bezinning op interventies)
      • Bijdragen blijven zichtbaar (stimuleert zorgvuldigheid)
      • Toegevoegde waarde vaak procesmatig van aard en gericht op impliciete doelen (leren samenwerken, ICT-leren gebruiken, etc).
    26. CSCL leren werkt!
      • Onderzoek schuift een zeer positief beeld naar voren. Aandacht nodig voor aard van de verwachte leerresultaten, type student (novice?), ondersteuning, taakstructuur, groepssamenstelling, …
      • Bron: prof. Dr. Martin Valcke cs
    27. Pauze
    28. Stelling
      • Mijn organisatie zou CSCL vaker moeten toepassen als het gaat om het opleiden van medewerkers
    29. Do’s and don’ts CSCL Bij formeel leren
    30. Groepsgrootte Bron: http://www.flickr.com/photos/bks62464/91455563 /
      • Voldoende communicatie: 5-8 lerenden
      • Van en aan elkaar leren (diversiteit opvattingen): 8-12 lerenden
      • Samen aan opdrachten werken: 3 lerenden (meeliftgedrag)
    31. Groepssamenstelling Lerenden moeten elkaar leren kennen (vertrouwen) Samen leren: heterogene groepen (procesgericht) Samen werken: homogene groepen (productgericht) Bron: http://www.flickr.com/photos/fpalazzi/150855302/
    32. Taak
      • Authentieke taak
      • Complexe, voorgestructureerde, taak die discussie uitlokt en onderhandelen over kennis noodzakelijk maakt
      • Gedeelde verantwoordelijkheid
      • Wisselende rollen
      • Niet vrijblijvend!
    33. Progressive Inquiry Model, naar Hakkarainen e.a.
    34. Rol docent/opleider
      • Docent belangrijke begeleidende rol (o.a. participatie bevorderen, voortgang proces bespreken, eindproduct beoordelen).
      • S ociale, organisatorische en inhoudelijke rol
      Bron: http://www.flickr.com/photos/elliottcable/1369435081/
    35. Structuur en coördinatie nodig
      • Richtlijnen
      • Procedures
      • Agenda
      • Deadlines
      • Peilingen
      • Stemmen
      Bron: http://www.flickr.com/photos/rudiriet/109718350
    36. CSCL is effectief…
      • … als deelnemers gemeenschappelijke doelen/interesses hebben (“common ground”) èn individueel “afgerekend” worden
      (Simons, 2000: http://www.pjb.co.uk/npl/bp31.htm)
    37. Inhoud
      • Achtergronden (kort)
      • CSCL: formeel leren (wat, waarom, voordelen, beperkingen, do’s & don’ts)
      • Collaborative learning: informeel (voorwaarden voor succes, aandachtspunten, ‘organisatie’)
      • Technologieën (voorbeelden, didactische mogelijkheden, beperkingen)
      • Tussendoor opdrachten en stellingen
    38. Collaborative learning Informeel (ook onderzoek naar gedaan)
    39. Bron: http://www.flickr.com/photos/jakob/70825730/ Voorwaarden voor succes
    40. Essentiële voorwaarden voor succes (1)
      • Is er een sense of urgency (taak)?
      • Of zijn medewerkers sterk intrinsiek gemotiveerd?
      • Voelt het als een ‘win-win’ situatie?
      • Zien deelnemers ‘brood’ in (online) kennis delen (motivatie)?
      • In hoeverre wordt kennis als competitief beschouwd?
    41. Essentiële voorwaarden voor succes (2)
      • In hoeverre waardeert de organisatie informele manieren van kennis ontwikkelen, delen en ontsluiten? Waar blijkt dat uit?
      En bij jullie? (bespreek even met je buur)
    42. Essentiële voorwaarden voor succes (3)
      • Is sprake van openheid, bereidwilligheid tot participatie en het toestaan dat anderen zich met jouw content bemoeien?
      • Is er onderling vertrouwen?
      • Staat men positief t.o.v. Internet? Zowel de organisatie als het individu.
    43. Belangrijke aandachtspunten (1)
      • Eigenaarschap
      • Wederkerigheid
      • Betekenisvol voor de praktijk
      • Aantal mensen moet bereid zijn en in staat om te investeren in de ontwikkeling van een CoP
    44. Belangrijke aandachtspunten (2)
      • Belang van social presence (wie is online, profielen, avatars, relaties tussen mensen zichtbaar maken)
      • Zorg dat het gezellig is
    45. ‘Organisatie’ (1)
      • Sponsorship van management (en waar blijkt dat uit)?
      • Niet top-down organiseren
      • Voorbeeldfunctie leidinggevenden
      • Leidinggevenden (en opleiders?) hebben de neiging om te beheersen: niet doen
      • Zorg voor voldoende ondersteuning
      • Facilitering tijd, tools (en eventueel begeleiding)
    46. ‘Organisatie’ (2)
      • Formuleer bij de start geen regels en richtlijnen
      • Vraag vooraanstaande medewerkers om mee te doen
      • Geef kennisdelers status (Lampel & Bhalla, 2007)
      • Heb geduld
      • Kennisdelen onderdeel werk
      • Experimenteer, evalueer en reflecteer
    47. Stelling Binnen mijn afdeling is voldoende draagvlak voor succesvol informeel leren
    48. Bedenk nu individueel een authentieke taak, relevant voor jouw organisatie, die met behulp van CSCL (formeel/informeel)m aangepakt kan worden. Hoe ‘zien’ de groepen er uit die met deze taak aan de slag gaan? Duur: 10 minuten Wissel argumenten uit over gemaakte keuzes (15 minuten) Wat is het belangrijkste dat je hebt geleerd?
    49. Inhoud
      • Achtergronden (kort)
      • CSCL: formeel leren (wat, waarom, voordelen, beperkingen, do’s & don’ts)
      • Collaborative learning: informeel (voorwaarden voor succes, aandachtspunten, ‘organisatie’)
      • Technologieën (voorbeelden, didactische mogelijkheden, beperkingen)
      • Tussendoor opdrachten en stellingen
    50. Technologie
    51. Tekortkomingen traditionele tools voor online samen leren
      • Weinig ruimte niet-taakgerichte communicatie (belangrijk voor opbouwen vertrouwensrelaties)
      • Weinig zicht op samenwerkingsproces
      • Moeizaam samen werken aan documenten (wordt wel beter)
      • Weinig eigenaarschap
      • Meestal gericht op cursorisch opleiden
    52. Bron: http://www.slideshare.net/igorterhalle Social software: verzamelnaam, interactie, laagdrempelig, samenwerking, user generated content, lerende ‘in control’ (S. Downes)
    53. Is social software geschikter voor CSCL?
    54. Pauze
    55. Mogen jullie social software gebruiken?
    56. Welke ICT-tools gebruik jij het liefst voor (informeel) leren?
    57. Voorbeelden
      • Online video (o.a. YouTube)
      • Microbloggen
      • Weblog
      • Wiki’s
      • Google Applicaties
      • Social bookmarking (bijv. Del.icio.us )
      • Podcasting
      • Social networking services (bijv. Facebook , Ning )
      • RSS
    58. Online video
      • Eenvoudig te maken
      • Eenvoudig te publiceren
      • Eenvoudig te bekijken
    59. Online video en leren Eigen instructies ontsluiten (zelfs een hele cursus) Beroepshandelingen voor doen (bijv. lassen) Instructies van anderen gebruiken Interviews professionals Lerenden video’s laten maken (interviews, clips, presentaties) Vaak geen CSCL
    60. Micro-blogging http://del.icio.us/wrubens/microblog Attenderen Multidimensionele kijk ontwikkelen (mits netwerk divers is) Patronen herkennen Kritisch denkvermogen ontwikkelen Vragen stellen en beantwoorden To the point formuleren Microblog Twitter groeit als kool Webwereld, 13 maart 2008
    61. Bloggen zonder Internettoegang
    62. Weblogs Wie leest weblogs? Hoeveel? Wie heeft een weblog?
    63. Weblogs
      • Online redeneren stimuleren.
      • Expliciet werken aan schrijfvaardigheden.
      • Persoonlijk kennisarchief
      • Informatie, kennis en ervaringen met anderen te delen (uitdragen). Ook als docent.
    64. Weblogs en leren
      • Persoonlijk karakter stimuleert deelname.
      • Grotere betrokkenheid lerenden
      • Japans-Taiwanees onderzoek: studenten prefereren weblogs boven ELO
    65. Weblogs en leren
      • Weblogs en academische discours ‘natural allies’ (Williams en Jacobs, 2004)
      • Blog-based conversations have nearly always been disappointing to me (A. Kotsko, 2007, A Skeptic’s Take on Academic Blogs )
      Zie eerder genoemde ‘lessons learned’!
    66. Weblogs en leren
      • Leggen van relaties tussen (bijdragen van) verschillende personen, sociale interactie. Ook van externen!
      • Meerdere perspectieven van een onderwerp komen aan bod (m ultidimensionele kijk ontwikkelen, mits netwerk blogs divers is)
      • Patronen herkennen
      • Kritisch denkvermogen ontwikkelen
    67. De kracht ligt in de samenhang Vaker geattendeerd op bericht Weblog ander Artikel (online) Bericht in eigen weblog Werkopdracht Zoeken in eigen weblog (bijv. via Google) Omzetten in passage rapport, presentatie, artikel
    68. Non-liniaire karakter: complex Blogbijdrage 1 Blogbijdrage 2 Blogbijdrage 3 Commentaar 1 Commentaar 2 Commentaar 1 Commentaar … Commentaar 8
    69. Andere beperkingen weblogs en leren Weblogs minder geschikt om samen aan producten te werken Lange doorlooptijd discussies
    70. Wiki Wie gebruikt een wiki om informatie te zoeken? Wie schrijft in een wiki?
    71. Wikipedia=Wiki Wiki ≠Wikipedia
    72. Bronnen toegankelijk maken
    73. Wiki gebruiken
      • Online publiceren (uitdragen)
      • Samen aan teksten schrijven (met versiebeheer)
      • Brainstormen
    74. Bron: http://www.wikinomics.com/blog/index.php/2008/03/26/wiki-collaboration-leads-to-happiness/ Productiever en goedkoper dan e-mail
    75. Wiki gebruiken
      • Samen een eigen encyclopedie maken (Welten)
      • Elkaars fouten verbeteren
      • Defining en redefining (Akkermans, 2006)
    76. Wiki gebruiken
      • Transparantie (wie heeft welke bijdrage geleverd; bijdrage individu aan geheel)
      • Voortgang schrijfproces volgen en achteraf analyseren
      • Discussietool kan proces en inhoud helpen scheiden
      Geen ideale tool voor communiceren (lastig te ordenen)
    77. "Dit is puur gericht op de eindgebruiker. Die krijgt het gratis en hoeft daar niet de hulp van de IT-afdeling voor in te roepen. En het is meteen mogelijk veilig informatie te delen met mensen buiten het bedrijf." Dave Armstrong, product & marketing manager EMEA van Google ( AutomatiseringsGids , 28-2-2008 ) Technologie wordt laagdrempeliger Google Applicaties
    78. Google Docs
    79. Social bookmarking
      • Internetbronnen opslaan en met anderen delen
      • Bijvoorbeeld rond projecten, thema’s
      • Selecteren bronnen via netwerken
      • Persoonlijk archief
      • Hoe werkt het ?
      • http://del.icio.us/wrubens
      • Wie gebruikt dit?
    80. Zelf gekozen trefwoorden 336 websites gebookmarked Wie heeft deze site nog meer gebookmarked
    81.  
    82. Podcasting http://chatt.hdsb.ca/~magps/boylit/02B52C01-00009092.22/newyork%20times%20pic.jpg Podcasting
    83. Didactische argumenten Podcasting
      • Presentaties afwisselend maken
      • Gesproken boeken/artikelen
      • Deelnemers podcasts laten maken
      • Geluiden (hart, dieren)
      • Taalonderwijs (uitspraak)
      • Interviews met experts
      • Korte gesproken instructies
      • Podwalking (i ndividueel boeken beluisteren, collectief wandelen en na afloop de inzichten vergelijken)
    84. Sociale netwerken zoals Hyves, Ning of Facebook http://workplacelearning20.ning.com/
    85. Didactische argumenten social network sites
      • Aansluiten belevingswereld lerenden
      • Integratie van toepassingen (weblog, wiki, social bookmarking): krachtige leeromgeving
      • Minder hiërarchisch, informeler, persoonlijker
      • Externen toegang geven (muren onderwijsinstelling slechten, co-makership vorm geven)
      • Feedback van buitenaf ontvangen
      • Online aanwezigheid is zichtbaar
    86. To know who Wie doet wat? Wie kent wie? In contact komen met FoF Wie is de bron (Steven Verjans)? Experts raadplegen Net-iets-warmer-dan-cold contacts (Elke Das)
    87. Er zijn ook beperkingen
      • Sterk in ontwikkeling
      • Engelstalig (vaak)
      • Wie beheert?
      • Functionaliteiten niet altijd optimaal
    88. Deze technologieën sluiten beter aan op nieuwe manier van leren, maar zijn nog onvolwassen
    89. RSS
      • "Rich Site Summary" of "Really Simple Syndication“
      • Filmpje
      • Techniek om veranderingen op website in één oog opslag te kunnen zien
      • Massa’s informatie beheersen
      • Voordeel: minder ‘push’, minder e-zines
    90. RSS feed reader Sommige bronnen genoemd door interessante personen ! Wie gebruikt een RSS feed reader? Welke? Hoeveel feeds?
    91. Alleen in samenhang met andere tools ondersteunt RSS-feedreader leren Serendipity Multidimensionele kijk ontwikkelen (mits netwerk feeds divers is) Patronen herkennen Kritisch denkvermogen ontwikkelen
    92. Aandachtspunten social software
      • Continuïteit (videosite Stage6, zeepbel 2.0)
      • Stabiliteit
      • Service (back-ups?)
      • Privacy (omgang data)
      • Risico ‘just in case’-leren
      • Interaction-overload (groei connecties en media)
    93. Interaction overload voorkomen (1)
      • Filteren (prioriteit, privé, etc)
      • Modaliteit (wie mag wanneer, waarmee, contact opnemen)
      • Dagplanning
      • Awareness/ shifting (gebruiker kan zien wie contact zoekt en waarover, voordat hij/zij interactie accepteert)
      Bron: B. Schutz (2008). Web 2.0: Hoe voorkomen we ‘ interaction overload ’
    94. Interaction overload voorkomen (2)
      • Beschouw het als investering, niet als kosten
      • Durf ‘nee’ te zeggen (tegen applicaties, contacten, bijdragen)
      • Leer anders te lezen (al doende, diagonaal scannen)
      • Combineer slim (RSS, social bookmarking, weblogs)
    95. Relatie met CSCL + ++ + RSS + - ++ + Social networking ++ + - + - Podcasting + ++ ++ Social bookmarking + - ++ ++ Google Applicaties + - ++ ++ Wiki’s + - ++ + Weblog -- + - Microbloggen ++ + - + - Online video Instructie Informeel Formeel
    96. Opdracht Kies één van de authentieke opdrachten die jullie eerder hebben gemaakt (5 minuten) Welke applicatie(s) wil je gebruiken om deze taak uit te laten voeren en waarom? Hoe wil je deze applicatie(s) gebruiken? Duur: 20 minuten
    97. [email_address] http://www.wilfredrubens.com Bron: http://www.slideshare.net/igorterhalle

    + wrubenswrubens, 2 years ago

    custom

    1722 views, 4 favs, 1 embeds more stats

    Ik ga kort in op de achtergronden van het thema. Da more

    More info about this document

    © All Rights Reserved

    Go to text version

    • Total Views 1722
      • 1668 on SlideShare
      • 54 from embeds
    • Comments 0
    • Favorites 4
    • Downloads 0
    Most viewed embeds
    • 54 views on http://wilfredrubens.typepad.com

    more

    All embeds
    • 54 views on http://wilfredrubens.typepad.com

    less

    Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
    Flag as inappropriate

    Select your reason for flagging this presentation as inappropriate. If needed, use the feedback form to let us know more details.

    Cancel
    File a copyright complaint
    Having problems? Go to our helpdesk?

    Categories