• Share
  • Email
  • Embed
  • Like
  • Save
  • Private Content
Sportclubs en sociale media
 

Sportclubs en sociale media

on

  • 259 views

Auteurs: Mike Muller, Wilko de Graaf ...

Auteurs: Mike Muller, Wilko de Graaf
Hogeschool van Amsterdam
Domein Bewegen Sport en Voeding
Opleiding Sport, Management en Ondernemen

Presentatie tijdens Dag v.h. Sportonderzoek 7 nov 2013

Sport levert, volgens Sanderson (2011), in combinatie met sociale media 'a whole new ballgame’ op. Professionele atleten kondigen hun pensioen aan via uploads op de sociale media. Leden van sportverenigingen ontvangen wedstrijdresultaten via Twitter. Teamleden communiceren via Facebook of zij al of niet aanwezig zullen zijn bij de training volgende week. Doelstelling van deze verkennende studie is het schetsen van het gebruik van de sociale media (zoals gedefinieerd door Kaplan en Haenlein, 2010) door Nederlandse sportverenigingen die met de inzet van deze media de banden met hun leden proberen te versterken.

Methode
Naast een literatuurstudie is een kwalitatief en kwantitatief onderzoek uitgevoerd. Bij een 10-tal beheerders van de sociale media van verschillende amateursportverenigingen een diepte-interview afgenomen om inzicht te verkrijgen in het gebruik van de sociale media van hun sportclub. Daarnaast is een vragenlijst (n = 296) uitgezet onder de leden van de betreffende 10 sportverenigingen. De focus lag daarbij op het blootleggen van het gedrag en de voorkeuren van de sportverenigingsleden met betrekking tot het gebruik van sociale media van de vereniging.

Resultaten
De meerderheid van de 10 beheerders van de sociale media van de verschillende sportverenigingen is niet officieel benoemd door het bestuur van hun club. Alle 10 beheerders zijn vrijwilliger. Doordat zij veelal afzonderlijk van het bestuur van de vereniging opereren, hanteren zij door henzelf opgestelde doelen wat betreft het gebruik van de sociale media. De beheerders noemen een stijging van de betrokkenheid bij de leden, clubnaamsbekendheid en nieuwe ledenwerving als belangrijkste doelen.

Uit het kwantitatieve onderzoek blijkt dat een correlatie bestaat tussen de redenen om de vereniging op sociale media te volgen en de betrokkenheid van het lid bij de vereniging. Facebook wordt genoemd als meest populaire sociale medium. Snelle toegang tot het laatste verenigingsnieuws is de hoofdreden voor een lid om de vereniging op de sociale media te volgen.

Discussie
Nederlandse amateur sportverenigingen hebben zetten in een beperkte mate de sociale media in om de banden met verenigingsleden te versterken. Deze studie toont aan dat er ruimte is voor een uitgebreider aanpak. Leden die actief zijn op de sociale media van de vereniging zijn meer betrokken bij hun club.

Literatuur
Kaplan, A. M., & Haenlein, M. (2010). Users of the world, unite! The challenges and
opportunities of social media. Business Horizons (53). 59-68.

Sanderson, J. (2011). It’s a whole new ballgame: how social media is changing sports.
New York: Hampton Press.


Statistics

Views

Total Views
259
Views on SlideShare
257
Embed Views
2

Actions

Likes
0
Downloads
0
Comments
0

1 Embed 2

https://twitter.com 2

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Microsoft PowerPoint

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment
  • De analyse van de sociale kanalen van de verenigingen bracht aan het licht dat posts met verenigingsnieuws, foto’s, links naar de eigen en andere websites en uitnodigingen voor activiteiten, relatief vaak geplaatst worden door de beheerder. De wijze waarop Facebook en Twitter gebruikt worden verschilt sterk. Aan de ene kant komt dat door de aard het medium. Facebook leent zich bijvoorbeeld beter voor het plaatsen van meerdere foto’s dan Twitter. Aan de andere kant is de inzet van de beheerders de oorzaak van het verschil. Waar de ene vereniging vooral op Facebook actief is, lijkt de andere vereniging een voorkeur te hebben voor het gebruik van Twitter. <br />
  • Wat bij de meeste verenigingen opvalt, is dat er weinig tot geen sprake is van interactie met de volgers van de club. Als die er wel is, beperkt dat zich voornamelijk tot een enkele reactie op een vraag van een volger. De dialoog met de volgers wordt niet actief opgezocht. En het is nu juist die dialoog met de leden waar de vereniging profijt uit kan halen. Al in 2009 werd door het ‘Webcare Team’ van UPC, dat gericht is op interactie met de klanten, onderzocht wat het effect was van hun inzet van Twitter. Hieruit bleek dat de klanttevredenheid omhoog was gegaan sinds klanten het bedrijf op Twitter volgden. Het zou mooi zijn als verenigingen de tevredenheid van hun leden langs deze weg ook kunnen verhogen. De afgelopen decennia is het sportpatroon van jeugdigen vluchtiger geworden en volwassenen maken relatief steeds minder vaak deel uit van sportverenigingen. Om deze ontwikkeling tegen te gaan is het verhogen van hun tevredenheid belangrijk. <br />
  • Slechts bij één van de onderzochte clubs heeft het bestuur een lid gevraagd om de sociale media van de club onder zijn hoede te nemen. Bij de overige clubs zijn de beheerders uit eigen enthousiasme de clubaccounts gestart. De helft van de geïnterviewde beheerders is werkzaam in de communicatie en ICT, waardoor de interesse te verklaren lijkt. <br /> Concreet geformuleerde doelstellingen bij aanvang van de inzet van sociale media zijn er nauwelijks. Wel geven de verenigingen geven aan dat zij, nu zij al een tijd actief zijn op de media, de betrokkenheid van de leden willen verhogen door het inzetten ervan. De beheerders hebben veel ideeën voor een ‘betere’ inzet van de sociale media, maar stellen dat zij hiervoor te weinig tijd vrij kunnen maken. Het gebrek aan tijd zorgt er bijvoorbeeld voor dat beheerders ‘even snel retweeten’, omdat een eigen tweet schrijven langer duurt. Waar het tekort aan tijd nog meer toe leidt is het onregelmatig beheren van de sociale media. Beheerders plaatsen over het algemeen posts als er informatie op hen af komt of als ze informatie tegenkomen die interessant lijkt om te delen. Op deze manier komt het voor dat een aantal weken niets gepost wordt en dan ineens vier posts op één dag. Geen ideale situatie, want daarmee worden volgers van de club die toevallig op die dag niet online zijn waarschijnlijk niet bereikt met het bericht. Als posts regelmatig geplaatst worden, is de kans dat de volgers een bericht lezen en vervolgens doorklikken naar de account waarop meer berichten staan veel groter. <br /> Verenigingen kunnen op dit gebied een voorbeeld nemen aan commerciële bedrijven die daadwerkelijk op zoek gaan naar informatie die zij willen delen met hun fans. Sportcamerabedrijf GoPro doet dit door het uploaden van een ‘Photo of the Day’, genomen door één van de gebruikers van hun camera’s. En wie het Nederlandse Heineken volgt, kan ook rekenen op een regelmatige dosis humor, doordat ook zij bijna dagelijks met behulp van Photoshop en begeleidende teksten grappige posts omtrent hun product creëren en publiceren. De beheerder van de Almeerse Hockey Club was geïnspireerd door de inzet van sociale media door dit soort grote bedrijven en heeft zich enige tijd aan een zelfgemaakt sociale media schema gehouden. Hierbij was continuïteit het doel. In het schema stond beschreven wat hij welke dag van de week zou doen. De ene dag plaatste de beheerder een grappige post en de andere dag was voerde hij metingen uit om het bereik van zijn posts te achterhalen. Tijdgebrek is de reden dat hij dat niet meer doet. Het verdelen van de werkzaamheden onder verschillende beheerders, kan een mogelijke oplossing zijn. Die beheerders kunnen bijvoorbeeld elk hun eigen vakgebied hebben of elk op een verschillende dag verantwoordelijk zijn voor de inzet van sociale media. <br />
  • Slechts bij één van de onderzochte clubs heeft het bestuur een lid gevraagd om de sociale media van de club onder zijn hoede te nemen. Bij de overige clubs zijn de beheerders uit eigen enthousiasme de clubaccounts gestart. De helft van de geïnterviewde beheerders is werkzaam in de communicatie en ICT, waardoor de interesse te verklaren lijkt. <br /> Concreet geformuleerde doelstellingen bij aanvang van de inzet van sociale media zijn er nauwelijks. Wel geven de verenigingen geven aan dat zij, nu zij al een tijd actief zijn op de media, de betrokkenheid van de leden willen verhogen door het inzetten ervan. De beheerders hebben veel ideeën voor een ‘betere’ inzet van de sociale media, maar stellen dat zij hiervoor te weinig tijd vrij kunnen maken. Het gebrek aan tijd zorgt er bijvoorbeeld voor dat beheerders ‘even snel retweeten’, omdat een eigen tweet schrijven langer duurt. Waar het tekort aan tijd nog meer toe leidt is het onregelmatig beheren van de sociale media. Beheerders plaatsen over het algemeen posts als er informatie op hen af komt of als ze informatie tegenkomen die interessant lijkt om te delen. Op deze manier komt het voor dat een aantal weken niets gepost wordt en dan ineens vier posts op één dag. Geen ideale situatie, want daarmee worden volgers van de club die toevallig op die dag niet online zijn waarschijnlijk niet bereikt met het bericht. Als posts regelmatig geplaatst worden, is de kans dat de volgers een bericht lezen en vervolgens doorklikken naar de account waarop meer berichten staan veel groter. <br /> Verenigingen kunnen op dit gebied een voorbeeld nemen aan commerciële bedrijven die daadwerkelijk op zoek gaan naar informatie die zij willen delen met hun fans. Sportcamerabedrijf GoPro doet dit door het uploaden van een ‘Photo of the Day’, genomen door één van de gebruikers van hun camera’s. En wie het Nederlandse Heineken volgt, kan ook rekenen op een regelmatige dosis humor, doordat ook zij bijna dagelijks met behulp van Photoshop en begeleidende teksten grappige posts omtrent hun product creëren en publiceren. De beheerder van de Almeerse Hockey Club was geïnspireerd door de inzet van sociale media door dit soort grote bedrijven en heeft zich enige tijd aan een zelfgemaakt sociale media schema gehouden. Hierbij was continuïteit het doel. In het schema stond beschreven wat hij welke dag van de week zou doen. De ene dag plaatste de beheerder een grappige post en de andere dag was voerde hij metingen uit om het bereik van zijn posts te achterhalen. Tijdgebrek is de reden dat hij dat niet meer doet. Het verdelen van de werkzaamheden onder verschillende beheerders, kan een mogelijke oplossing zijn. Die beheerders kunnen bijvoorbeeld elk hun eigen vakgebied hebben of elk op een verschillende dag verantwoordelijk zijn voor de inzet van sociale media. <br />
  • Drie procent is laag opgeleid, 37 procent is gemiddeld opgeleid en de overige groep is hoog opgeleid. Figuur 7 geeft de leeftijdsopbouw van de respondenten weer in percentages. Deze leeftijdsopbouw verschilt sterk van de leeftijdsopbouw van de sociale media gebruikers (Van de Ketterij, 2011). Een overrepresentativiteit van 18-24 jarigen zorgt ervoor dat de steekproef niet representatief is voor alle gebruikers van sociale media. Uit een vergelijking met de opbouw van het ledenbestand van verenigingen (Van Kalmthout en De Jong, 2009) blijkt dat de steekproef qua leeftijdsopbouw eveneens niet representatief is voor de Nederlandse sportverenigingen. Hiervoor is te weinig jeugd in de steekproef opgenomen. Ook wat betreft geslacht is de steekproef niet representatief voor verenigingen. In de steekproef is een gelijk aantal mannen en vrouwen opgenomen, terwijl het ledenbestand van Nederlandse verenigingen voor 61 procent uit mannen bestaat. Of de respondenten representatief zijn voor de onderzochte verenigingen is niet bekend. <br />
  • De 236 respondenten die aangaven de sociale media van de club te volgen doen dit voornamelijk via Facebook (zie figuur 9). De grootse groep respondenten gaf aan dit dagelijks te doen. De website is daarna het populairste medium. Onder de mensen die de sociale media van de club volgen, wordt Facebook dus vaker bekeken dan de website van de club. Omdat alle ondervraagde verenigingen in ieder geval een website en Facebook- en Twitteraccount hebben, zijn alleen deze media in de figuur opgenomen. <br /> Des te jonger mensen zijn, des te vaker zij de Facebookpagina/account van de club volgen (11). Het tegenovergestelde geldt voor de website (12). Het geslacht en de situatie van de personen in kwestie maakt geen verschil voor de volgfrequentie van de media van de club. <br />
  • De respondenten is ook gevraagd naar redenen om hun vereniging via de sociale media te volgen. Zij konden uit elf opgegeven redenen de belangrijkste drie redenen aanvinken. 90 procent van de leden volgt de sociale kanalen van de club om op de hoogte te worden gehouden van het laatste nieuws binnen de vereniging (zie figuur 10). Het delen van kennis, informatie, foto’s en video’s en een grotere betrokkenheid bij de club worden daarna door 30 procent van de respondenten aangegeven als belangrijkste redenen om de club te volgen. Voor situatie, geslacht en leeftijd is gecontroleerd of er verschillen zijn in reden om de sociale media te volgen. Er is één significant verschil gevonden. Het delen van foto’s en video’s wordt vaker door vrouwen aangegeven als reden om sociale media te volgen. <br />
  • Figuur 11 maakt het verschil tussen het lezen/bekijken van posts die de beheerder heeft gedaan en het daarop reageren inzichtelijk. Leden geven aan de meeste posts vaak wel te lezen of te bekijken, maar daar een stuk minder vaak op te reageren. Uitnodigingen voor activiteiten geven de grootste aanleiding om te reageren. Verenigingsnieuws en uitnodigingen worden het meest gelezen. <br />
  • Op de sociale kanalen ziet 65 procent van de leden het liefste verenigingsnieuws voorbij komen (figuur 13). Dit is niet verrassend, aangezien de leden aangeven dat op de hoogte worden gehouden van het laatste nieuws de belangrijkste reden is om de vereniging te volgen. Foto’s, wedstrijduitslagen en uitnodigingen zien de respondenten ook graag terug in de posts. Het was in de enquete mogelijk om maximaal drie onderwerpen aan te vinken die de respondenten het liefst op de sociale media geplaatst zien worden door de beheerder. De opgegeven opties betroffen alle in de figuur opgenomen mogelijkheden. <br />
  • Aan de hand van dertien aan de respondenten voorgelegde stellingen is gepoogd de betrokkenheid van de leden bij hun sportvereniging te meten. Om te bepalen of deze stellingen daadwerkelijk met elkaar samenhangen, dus betrokkenheid meten, is een factoranalyse uitgevoerd. Hieruit blijkt dat vijf van de stellingen een voldoende hoge factorlading hebben voor een daadwerkelijke samenhang. In figuur 14 zijn de betreffende stellingen met bijbehorende factorlading te zien. Van deze vijf stellingen is een nieuwe schaal geconstrueerd: ‘betrokkenheid’. Met Chronbach’s Alpha is nagegaan of deze schaal betrouwbaar en intern samenhangend is. De waarde van de Alpa, 0.89, geeft aan dat dit het geval is. <br />
  • Respondenten konden op een 5-punts schaal van ‘helemaal oneens’ tot ‘helemaal eens’ aangeven in hoeverre zij het eens waren met de stellingen. De nieuwe schaal is een gemiddelde geworden van de antwoorden op de stellingen en loopt van 1 tot 5. De schaal is gehercodeerd naar een ordinale schaal, uiteenlopend van ‘zeer weinig betrokken’ tot ‘zeer betrokken’. Figuur 15 weergeeft de betrokkenheidsscores van respondenten in procenten. Er is te zien dat de respondenten relatief betrokken zijn bij hun club. Zowel de modus als mediaan zijn 4, ‘betrokken’. <br />
  • Figuur 16 is de kruistabel waaruit berekend is dat er een verschil is in de betrokkenheid tussen volgers en niet-volgers van de sociale media van de club. Op het oog is al te zien dat de respondenten die de sociale media volgen meer dan verwacht ‘zeer betrokken’ zijn bij de club. De respondenten die de club niet volgen scoren zijn minder vaak dan verwacht zeer betrokken bij de club. De uitgevoerde toetsen bevestigen dat. Leden die de sociale media van de club volgen blijken meer betrokken te zijn bij de club dan leden die dit niet doen (16). Wat de oorzaak en wat het gevolg is bij dit verband, is onbekend. Er is geen statistisch verband gevonden tussen de intensiteit van het volgen van Facebook en Twitter en de betrokkenheid bij de club. De overige verschilanalyses in dit onderzoek zijn op dezelfde wijze uitgevoerd als de analyses voor betrokkenheid. Eerst werd met een toets gekeken of er een statistisch verschil is tussen groepen, om vervolgens in de kruistabel te zoeken waar dat verschil in zit. <br /> Over betrokkenheid is verder nog te vermelden dat leden die meer betrokken zijn bij de vereniging ook meer tijd als vrijwilliger besteden binnen de club dan minder betrokken leden (17). Er zijn qua betrokkenheid eveneens statistische verschillen tussen de uren per week dat iemand sport en supporter is. Hoe meer uren per week mensen sporten, hoe hoger hun betrokkenheid is. Bij niet-sporters ligt de betrokkenheid nog hoger (18). Hoe meer uren per week mensen actief zijn als supporter, hoe meer betrokken zij zijn (19). Tussen betrokkenheid en geslacht wordt geen significant verband aangetroffen. Ook voor de relaties tussen betrokkenheid en de leeftijd en situatie van een persoon is geen significant verband gevonden. <br />
  • Het is in dit onderzoek niet de bedoeling geweest een representatief beeld te schetsen van het sociale media gebruik door sportverenigingen in Nederland. Dat zou een interessant onderwerp van een volgend onderzoek kunnen zijn. De resultaten uit dit onderzoek zouden eveneens een aanleiding voor vervolgonderzoek kunnen zijn. Er is nu bekend welke posts leden graag terug zien, maar of verenigingen aan de wensen van leden tegemoetkomen kan een uitgebreide kwantitatieve inhoudsanalyse uitwijzen. Bovendien is er in dit onderzoek sprake geweest van zelf gerapporteerd gedrag van leden, bijvoorbeeld als het gaat om het lezen en reageren van post. Of dit overeenkomt met de werkelijkheid zou ook onderzocht kunnen worden. <br />

Sportclubs en sociale media Sportclubs en sociale media Presentation Transcript

  • Sportclubs en Sociale Media Wilko de Graaf DSO, 7 november 2013
  • Sportclubs en Sociale Media Mike Muller en Wilko de Graaf Kenniskring Sport, Management en Ondernemen Domein Bewegen, Sport en Voeding Hogeschool van Amsterdam DSO 7 november 2013 2
  • Topics • • • • • • Introductie Onderzoeksopzet Resultaten Conclusies Future research Discussie 3
  • 4
  • Topics • • • • • • Introductie Onderzoeksopzet Resultaten Conclusies Future research Discussie 5
  • A whole new ballgame Volgens Sanderson (2011): “sports is in combination with social media a whole new ballgame” 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
  • 11
  • Onderzoeksdoel Verkennend onderzoek naar het gebruik van sociale media (als gedefinieerd door Kaplan en Haenlein, 2010) door sportclubs Sociale media: … a group of Internet-based applications that build on the ideological and technological foundations of Web 2.0, and that allow the creation and exchange of User Generated Content (Kaplan and Haenlein, 2010) Onderzoeksvragen: • Welke redenen en doelstellingen hebben sportclubs bij de inzet van sociale media; • Wat zijn de motieven van de leden van sportclubs om hun club via de sociale media te volgen. 12
  • Onderzoeksopzet • • Desk Research Onderzoek naar het gebruik van sociale media door 10 sportclubs • Adressen verkregen via een posting op het HvA intranet • Inhoudsanalyse • Kwalitatief onderzoek • Interviews met 10 sociale media moderators van de betrokken sportclubs • Kwantitatief onderzoek • Vragenlijst uitgezet onder leden van betrokken sportclubs (n=296) • Dataverzameling gedurende mei 2012 • Beperkt aantal vragen (17) 13
  • Inhoudsanalyse gebruik sociale media door 10 sportclubs 14
  • Inhoudsanalyse gebruik sociale media door 10 sportclubs Posts voornamelijk over • Clubnieuws • trainingstijden, algemene informatie • • • • Linkjes naar de website van de club Foto’s, video’s Wedstrijduitslagen Uitnodigingen voor activiteiten Weinig posts omtrent • Ledenwerving • Sponsoren 15
  • Inhoudsanalyse gebruik sociale media door 10 sportclubs • Beperkte interactie met sociale media bezoekers • Als er sprake is van interactie, dan is deze veelal niet geïnitieerd door de club 16
  • Kwalitatief onderzoek: Sportsclubs op de sociale media • Het initiatief om sociale media in te zetten komt niet van de club (slechts 1 van de 10 clubs heeft initiatief genomen) • Clubs stellen geen doelen bij het gebruik van sociale media • • • • • • Bekendheid vergroten Ledenwerving Snel leden kunnen informeren Meer leden kunnen bereiken Bezoekers werven Tijdgebrek leidt tot beperkte inzet sociale media 17
  • Kwalitatief onderzoek: Sports Clubs actief op sociale media – ervaringen • Gebruik van sociale media wordt niet door de clubs geëvalueerd • Zeer beperkt kennis van de door de sociale media geboden analysetools • Als daar enige kennis is, dan worden de statistieken meestal niet ingezet • Meeste sociale bezoek volgt op de dag na de wedstrijd • Bezoekers van de website van de club komen daar vaak via de sociale media • Wat werkt op de sociale media (algemeen beeld bij de clubs) • • • • • Foto’s en video’s doen het beter dan tekstberichten Wedstrijdverslagen zijn populair Korte berichten worden beter “bekeken” dan lange berichten Gebruik humor Geef fans of leden op een bepaalde manier een “beloning” 18
  • Kwantitatief onderzoek “Clubleden die sociale media gebruiken” leeftijd Beperkingen • 296 respondenten (waarvan 236 sociale media gebruikers) • Beperkt aantal vragen (17) • Gevraagd naar gedrag • Niet representatief n = 296 19
  • Gebruik sociale media (%) nooit <1 pw 1 pw n = 236 aantal keer pw dagelijks aantal keer pd 20
  • Op welk medium moet de club actief zijn? (%) n = 236 21
  • Bezoek aan sociale media van door de club (%) nooit <1 pw 1 pw n = 236 aantal keer pw dagelijks aantal keer pd 22
  • Motieven om de sociale media van de club te volgen (%) Ik wil nieuwe vrienden maken Ik wil discussiëren met anderen Ik wil reageren op posts van de moderator Ik wil informatie opzoeken over anderen Ik wil informatie via sociale media ontvangen Ik wil foto’s en video’s delen Ik wil informatie delen Ik wil mijn kennis delen Ik wil op de hoogte blijven van het laatste nieuws Ik wil meer betrokken blijven bij mijn club Een lid moet lid zijn van de sociale media v.d. club Ik wil deel uitmaken van de club n = 236 23
  • Lezen van of reageren op posts van de club Altijd Vaak Uitnodigingen Wedstrijd/ Live verslagen Vragen van moderator Af en toe Zelden Video’s Foto’s Ander nieuws Nooit Lezen van posts n = 236 Reageren op posts n = 236 Club nieuws 24
  • Onderwerpen waarvan respondenten wensen dat de club daar aandacht aan besteed (%) Prijsvragen Andere onderwerpen Enquêtes Ander nieuws Sponsor informatie Video’s Live wedstrijdverslag Uitnodigingen Wedstrijdverslagen Foto’s Nieuws over de club n = 236 25
  • Betrokkenheid bij de club Stelling Factor Lading Ik ben er trots op dat ik betrokken ben bij mijn club 0,78 Mijn club is een leuke club om bij te sporten 0,83 Ik hoor echt bij de familie van mijn club 0,73 Mijn club betekent veel voor mij 0,73 Ik voel me thuis bij mijn club Cronbach alpha 0,73 0,89 * Factor analyse - 5 uit 13 stellingen (Cronbach Alpha = 0,89) 26
  • Betrokkenheid bij de club zeer beperkt gemidd. hoog beperkt zeer hoog Samengestelde schaal ‘betrokkenheid’ in procenten (n=296). 27
  • Betrokkenheid bij de club Betrokkenheid* versus Test Sig. Volgen sociale media van de club Mann-Whitney 0,000 Uren actief als vrijwilliger bij de club Kruskal-Wallis 0,000 Uren actief als sporter bij de club Kruskal-Wallis 0,034 Uren actief als supporter bij de club Kruskal-Wallis 0,000 Situatie (werkend, niet-werkend, student) Kruskal-Wallis 0,031 Leeftijdsgroepen Kruskal-Wallis 0,000 Intensiteit volgen Facebook Kruskal-Wallis 0,403 Intensiteit volgen Twitter Kruskal-Wallis 0,378 Geslacht Kruskal-Wallis 0,830 * Geconstrueerd via factor analyse - 5 uit 13 stellingen (Cronbach Alpha = 0,89) 28
  • Conclusion and Discussion • Tijdgebrek leidt tot beperkt gebruik van sociale media door sportclubs • Geen beleid • Geen doelstellingen • Geen statistische analyses • • Leden verwachten dat clubs actief zijn op Facebook (#1) en Twitter (#2) Clubnieuws en wedstrijdverslagen zijn het meest populair • De meest betrokken clubleden zijn het meest actief op de sociale media van de club 29
  • Future Research • • • Uitvoeren van onderzoek gebaseerd op een meer representatieve selectie van sport organisaties Focus op professionele sportorganisaties Uitgebreider kwantitatieve content analyse
  • w.de.graaf@hva.nl http://www.twitter.com/wilkodegraaf Dank voor uw aandacht 31