Vgt voorjaar 2008 ge

2,023 views
1,713 views

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
2,023
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
5
Actions
Shares
0
Downloads
13
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Vgt voorjaar 2008 ge

  1. 1. VGT voorjaar 2008 Onderdeel GE Annemieke Littooij
  2. 2. Toetsstof GE <ul><li>Federle MP. Diagnostic Imaging, Abdomen, Amirsys, Salt Lake City, Utah, USA. 1st edition 2004. ISBN 1-4160-2541-3 </li></ul><ul><li>Middleton WD, Kurtz AB, Hertzberg BS. Ultrasound: the Requisites.. 2nd edition, Mosby 2004 ISBN 0-323-01702-9, blz. 28-102 en blz. 191-243. </li></ul>
  3. 3. <ul><li>1. Bij patiënten met een aortabuisprothese is één van de late complicaties een fisteling van de aorta naar de darm. </li></ul><ul><li>De voorkeurslokalisatie hiervoor is het duodenum. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  4. 4. Aorta-Enteric Fistula <ul><li>Primairy (Aneurysm, Infection, Tumor, RT) & Secundary (after repair; most common) </li></ul><ul><li>Best diagnostic clue: Inflammatory stranding and gas between abd ao & duodenum pars horz. </li></ul><ul><li>Location: Duodenum (80%) > Jejunum & Ileum (10-15%) > Stomach & Colon (5%) </li></ul><ul><li>Dd: periaortitis, retroperitoneal fibrosis, Post-OK </li></ul><ul><li>Kliniek: intermittent bleeding, anemia, catastrophic hemorrhage </li></ul><ul><li>CT! </li></ul><ul><li>> Diagnostic Imaging: I:3:76 </li></ul>
  5. 5. <ul><li>1. Bij patiënten met een aortabuisprothese is één van de late complicaties een fisteling van de aorta naar de darm. </li></ul><ul><li>De voorkeurslokalisatie hiervoor is het duodenum. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  6. 6. <ul><li>2. Een vrouw van 73 jaar presenteert zich met een obstructie-ileus op basis van een ingeklemde breuk in de liesregio. </li></ul><ul><li>Een mediale hernia inguinalis is waarschijnlijker dan een hernia femoralis. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  7. 7. Hernias <ul><li>Femoral hernia </li></ul><ul><li>Inguinal hernia: Direct & Indirect </li></ul><ul><li>Spigelian hernia: tussen linea semilunaris en rectus abd </li></ul><ul><li>Obturator hernia: tussen pectineus en obturator spieren bij oudere vrouw </li></ul>
  8. 8. direct indirect
  9. 9. <ul><li>Direct </li></ul><ul><li>Mediaal a epigastrica </li></ul><ul><li>25% </li></ul><ul><li>verworven </li></ul><ul><li>Trigonum Hesselbach </li></ul><ul><li>Breukzak </li></ul><ul><ul><li>tpv anulus superficialis </li></ul></ul><ul><ul><li>Parallel fun. sperm. </li></ul></ul><ul><ul><li>Niet in scrotum </li></ul></ul>Hernia inguinalis <ul><li>Indirect </li></ul><ul><li>Lateraal a epigastrica </li></ul><ul><li>75% </li></ul><ul><li>Congenitaal </li></ul><ul><li>Persisterende processus vaginalis </li></ul><ul><li>Door lieskanaal tot in scrotum </li></ul><ul><li>In fun. spermaticus </li></ul><ul><li>20x man> vrouw (canal of Nuck) </li></ul>
  10. 10. Hernia femoralis <ul><li>Vrouw > man </li></ul><ul><li>Door femorale ring en canalis femoralis </li></ul><ul><li>Vaak palpabel op bovenbeen tpv hiatus saphenus </li></ul><ul><li>Potentieel gevaarlijk </li></ul>
  11. 12. Samenvatting <ul><li>Lieskanaal zowel bij man als vrouw </li></ul><ul><li>lieskanaal bevat: </li></ul><ul><ul><li>Bij man: funiculus spermaticus </li></ul></ul><ul><ul><li>Bij vrouw: lig teres uteri </li></ul></ul><ul><li>Liesbreuk: </li></ul>congenitaal verworven In scrotum/ fun spermaticus parallel fun. spermaticus Lateraal a epigastrica Mediaal a epigastrica 75% 25% indirect direct
  12. 13. <ul><li>2. Een vrouw van 73 jaar presenteert zich met een obstructie-ileus op basis van een ingeklemde breuk in de liesregio. </li></ul><ul><li>Een mediale hernia inguinalis is waarschijnlijker dan een hernia femoralis. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  13. 14. <ul><li>3. De poliepen bij de ziekte van Peutz-Jeghers tonen meer verwantschap met de poliepen bij juveniele polyposis dan met de poliepen bij familiaire polyposis. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  14. 15. Polyposis <ul><li>Hamartomen: </li></ul><ul><ul><li>Peutz-Jeghers (AD) </li></ul></ul><ul><ul><ul><li>Dunne darm > duodenum > colon > maag </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Hamartomen GI, mucocutane verkleuringen lippen, mondholte, handpalmen en voetzolen </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Risico op ca: 10% (maag, duodenum, colon) </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Extra GI ca: Pancreas, mamma, ovaria </li></ul></ul></ul><ul><ul><li>Cowden disease (AD) </li></ul></ul><ul><ul><ul><li>vnl colon </li></ul></ul></ul><ul><ul><li>Juvenile polyposis(25% AD, 75% nonhereditary) </li></ul></ul><ul><ul><ul><li>vnl colon </li></ul></ul></ul><ul><ul><li>Crockhite-Canada Syndrome (non hereditary) </li></ul></ul><ul><ul><ul><li>Maag (100%), colon (100%), dd (50%) </li></ul></ul></ul><ul><li>Familiaire adenomatous polyposis </li></ul><ul><ul><li>Tubulair/tubulovillous. Colorectaal cancer risk = 100% </li></ul></ul><ul><ul><li>(Gardner syndrome: + extracolonic lesions: osteoma, dental abn, desmoid en mesenteric fibromatosis, epidermoid cyst, adrendal, thyroid and liver carcinomas, pigmented lesions of cornea) </li></ul></ul>
  15. 16. <ul><li>3. De poliepen bij de ziekte van Peutz-Jeghers tonen meer verwantschap met de poliepen bij juveniele polyposis dan met de poliepen bij familiaire polyposis. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  16. 17. <ul><li>4. Bij MRI diagnostiek van perianale fistels is het essentieel onderscheid te maken tussen fistels die lopen door het onderste eenderde deel van de sphincter, en fistels waarbij de fistelgang door het bovenste tweederde deel van het sphinctercomplex loopt. </li></ul><ul><li>De voorkeursbehandeling voor hoge fistels is een chirurgische fistulotomie. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  17. 18. Perianale fistels <ul><li>90% cryptoglandulaire fistel (ontsteking intersphincterisch gelegen klier) > chirurgie </li></ul><ul><li>DD: M Crohn (medicamenteus), hidradenitis, sinus pilonidalis </li></ul><ul><li>Indeling: </li></ul><ul><ul><li>1. inter, trans, extra en suprasfincterische (tov externe sphinctercomplex) </li></ul></ul><ul><ul><li>2. Hoge/Lage fistel </li></ul></ul><ul><ul><ul><li>Laag: onderste 1/3 deel vd sphincter (fistulotomie) </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Hoog: bovenste 2/3 deel vd sphincter (slijmvliesverschuivingsplastiek, seton, fibrinelijm, plug vw hoge kans op incontinentie bij OK) </li></ul></ul></ul>Boekje SW cursus!
  18. 19. Perianale fistels op MRI internal sphincter ( IS ), intersphincteric space ( ISS ), longitudinal muscle ( LM ), external sphincter ( ES ), puborectal muscle ( PR ), and levator ani muscle ( LA ).
  19. 20. <ul><li>4. Bij MRI diagnostiek van perianale fistels is het essentieel onderscheid te maken tussen fistels die lopen door het onderste eenderde deel van de sphincter, en fistels waarbij de fistelgang door het bovenste tweederde deel van het sphinctercomplex loopt. </li></ul><ul><li>De voorkeursbehandeling voor hoge fistels is een chirurgische fistulotomie. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  20. 21. <ul><li>5. Een van de kenmerken van coeliakie is passagère dunnedarminvaginatie. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  21. 22. Coeliakie <ul><li>Tgv intolerantie van gluten </li></ul><ul><li>Toegenomen risico op T cel lymfoom of carcinoom van jejunum </li></ul><ul><li>Vermindering van aantal en omvang plooien in jejunum (toename ileum) </li></ul><ul><li>CT: </li></ul><ul><ul><li>Gedilateerde met vochtgevulde dd lissen </li></ul></ul><ul><ul><li>Mucosale verdikking ileum </li></ul></ul><ul><ul><li>Invaginatie </li></ul></ul><ul><ul><li>Lymfadenopathie </li></ul></ul>
  22. 23. <ul><li>5. Een van de kenmerken van coeliakie is passagère dunnedarminvaginatie. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  23. 24. <ul><li>6. Het “small bowel feces sign” duidt eerder op een subacute dan op een acute dunnedarmobstructie. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  24. 25. Small Bowel Obstruction <ul><li>Meeste voorkomende oorzaak </li></ul><ul><ul><li>Dunne darm: adhesies (75%); External hernia (10%), RIP (5%) </li></ul></ul><ul><ul><li>Colon: Carcinoma (55%), volvulus (11%), Diverticulitis (9%) </li></ul></ul><ul><li>Image interpretation Pearls </li></ul><ul><ul><li>CT: small bowel feces sign </li></ul></ul><ul><ul><li>String of pearls op liggende BOZ </li></ul></ul>
  25. 26. <ul><li>6. Het “small bowel feces sign” duidt eerder op een subacute dan op een acute dunnedarmobstructie. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  26. 27. <ul><li>7. Drainages in het kader van een acute pancreatitis worden in de ruime meerderheid der gevallen 3 weken of langer na het begin der symptomen uitgevoerd. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  27. 28. Acute pancreatitis <ul><li>2 types: </li></ul><ul><ul><li>Interstitiele/oedemateuze pancreatitis </li></ul></ul><ul><ul><ul><li>Acute vochtcollectie (steriel, zonder kapsel, vroeg) </li></ul></ul></ul><ul><ul><li>Necrotiserende pancreatitis (20%) </li></ul></ul><ul><ul><li>CT na 3 - 5 dagen: omvang necrose bepalen </li></ul></ul><ul><ul><li>Complicaties </li></ul></ul><ul><ul><ul><li>Geinfecteerde pancreasnecrose: hoogste incidentie 2 de en 3 de week </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Pseudocyste (volledig afgekapseld, steriel, zonder solide componenten) > 4 weken </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Abces (afgekapseld, geinfecteerd, zonder solide componenten) > 4 weken </li></ul></ul></ul>Boekje SW cursus!
  28. 29. <ul><li>7. Drainages in het kader van een acute pancreatitis worden in de ruime meerderheid der gevallen 3 weken of langer na het begin der symptomen uitgevoerd. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  29. 30. <ul><li>8. Pancreasnecrose kan op een CT-scan pas betrouwbaar worden vastgesteld op een bepaalde termijn na het ontstaan der klachten. </li></ul><ul><li>Deze termijn is ongeveer 24 uur. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  30. 31. <ul><li>8. Pancreasnecrose kan op een CT-scan pas betrouwbaar worden vastgesteld op een bepaalde termijn na het ontstaan der klachten. </li></ul><ul><li>Deze termijn is ongeveer 24 uur. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  31. 32. <ul><li>9. Het “comb-sign” op CT-scan is een kenmerk van M. Crohn. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  32. 33. <ul><li>9. Het “comb-sign” op CT-scan is een kenmerk van M. Crohn. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  33. 34. <ul><li>10. Cholesterolpoliepen in de galblaas zijn geen neoplasmata. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  34. 35. Cholesterol poliepen galblaas <ul><li>Meest voorkomende galblaas poliep </li></ul><ul><li>Geen echte neoplasmata </li></ul><ul><li>“ Ball on the wall” sign, niet mobiel, vaak multipel, “comet tail” artefact (ring down bij lucht) </li></ul><ul><li>Poliepen < 5 mm: geen klinische consequenties </li></ul><ul><li>Poliepen 5 - 10 mm: follow-up </li></ul><ul><li>Poliepen > 10 mm: cholecystectomie </li></ul>
  35. 36. <ul><li>10. Cholesterolpoliepen in de galblaas zijn geen neoplasmata. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  36. 37. <ul><li>11. De arteria hepatica propria ontspringt meestal direct uit de truncus coeliacus. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  37. 38. Truncus coeliacus <ul><li>Left gastric artery </li></ul><ul><li>Splenic artery </li></ul><ul><li>Common hepatic artery: </li></ul><ul><ul><li>Gastroduodenal artery </li></ul></ul><ul><ul><li>Proper hepatic artery </li></ul></ul>
  38. 39. <ul><li>11. De arteria hepatica propria ontspringt meestal direct uit de truncus coeliacus. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  39. 40. <ul><li>12. Bij een patiënt met hepatitis is de lever meestal echorijker dan bij een gezonde persoon. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  40. 41. Hepatitis op echo <ul><li>No detectable sonographic abnormality! </li></ul><ul><li>Galblaaswand verdikking, periportale LK </li></ul><ul><li>Toegenomen echogeniciteit periportaal: </li></ul><ul><li>> “starry sky” </li></ul>
  41. 42. <ul><li>12. Bij een patiënt met hepatitis is de lever meestal echorijker dan bij een gezonde persoon. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  42. 43. <ul><li>13. Concrementen in intrahepatische galwegen zijn echografisch meestal goed van aerobilie te onderscheiden. </li></ul><ul><li>Eén van de verschillen is dat concrementen zogenaamde ring-down artefacten vertonen. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  43. 44. Artefacten op echo <ul><li>Posterieur shadowing </li></ul><ul><li>Posterieur enhancement </li></ul><ul><li>Mirror images </li></ul><ul><li>Refraction artefact </li></ul><ul><li>Reverberation artefact: </li></ul><ul><ul><li>Ring down (lucht) </li></ul></ul><ul><ul><li>Comet tail (cholesterol) </li></ul></ul>
  44. 45. <ul><li>13. Concrementen in intrahepatische galwegen zijn echografisch meestal goed van aerobilie te onderscheiden. </li></ul><ul><li>Eén van de verschillen is dat concrementen zogenaamde ring-down artefacten vertonen. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  45. 46. <ul><li>14. De meest voorkomende eilandceltumor in het pancreas is het insulinoom. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  46. 47. Islet cell tumors pancreas <ul><li>MEN type 1 </li></ul><ul><li>Hypervasculair </li></ul><ul><li>Pancreas (85%), ectopic (15%) </li></ul><ul><li>70- 75% Insulinoom: </li></ul><ul><ul><li>klein, solitair, 90-95% benigne. </li></ul></ul><ul><ul><li>hypoechoic solid mass </li></ul></ul><ul><li>20% gastrinomas </li></ul><ul><ul><li>meerderheid maligne </li></ul></ul><ul><ul><li>kliniek: ernstig peptic ulcer & secretory diarrhea </li></ul></ul>
  47. 48. <ul><li>14. De meest voorkomende eilandceltumor in het pancreas is het insulinoom. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  48. 49. <ul><li>15 . Bij een patiënte met klinische verdenking HELLP (hemolysis, elevated liverenzymes, low platelets syndroom) ziet u bij echografisch onderzoek in de lever een subcapsulaire vochtcollectie . </li></ul><ul><li>Dit maakt de diagnose HELLP minder waarschijnlijk. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  49. 50. HELLP <ul><li>Signs: </li></ul><ul><ul><li>Intrahepatic of subcapsulaire vochtcollectie </li></ul></ul><ul><ul><li>Leverinfarct </li></ul></ul><ul><ul><li>Hepatomegalie </li></ul></ul><ul><ul><li>Periportale verdikking </li></ul></ul><ul><ul><li>Ascites </li></ul></ul>
  50. 51. <ul><li>15 . Bij een patiënte met klinische verdenking HELLP (hemolysis, elevated liverenzymes, low platelets syndroom) ziet u bij echografisch onderzoek in de lever een subcapsulaire vochtcollectie . </li></ul><ul><li>Dit maakt de diagnose HELLP minder waarschijnlijk. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  51. 52. <ul><li>16. Leveradenomen bij jonge vrouwen zijn vaker solitair dan multifocaal. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  52. 53. Hepatic adenomas <ul><li>Locatie: subcapsulair, rechts (75%) </li></ul><ul><li>Na FNH meest frequente benigne lever tumor in jonge vrouwen (OAC) </li></ul><ul><li>Zelden multipel, vaak groot gem 8-10 cm </li></ul><ul><li>Bloeding! </li></ul><ul><li>CT: </li></ul><ul><ul><li>Heterogene aankleuring arterieel </li></ul></ul><ul><ul><li>Pseudokapsel, geen central scar </li></ul></ul>
  53. 54. <ul><li>16. Leveradenomen bij jonge vrouwen zijn vaker solitair dan multifocaal. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  54. 55. <ul><li>17. Een fibrolamellair hepatocellulair carcinoom toont zelden verkalking. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  55. 56. Fibrolamellair hepatocellulair carcinoom <ul><li>Heterogene, aankleurende, gelobuleerde massa met een hypointense central scar op de T2 gewogen opname itt FNH! </li></ul><ul><li>Normale lever, geen verhoogd α - FP </li></ul><ul><li>Calcificaties, necrosis, en invasief. </li></ul><ul><li>Geen bloeding. </li></ul><ul><li>Satelliet noduli </li></ul><ul><li>2/3 LK metas </li></ul><ul><li>Betere prognose dan HCC </li></ul>
  56. 57. <ul><li>17. Een fibrolamellair hepatocellulair carcinoom toont zelden verkalking. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  57. 58. <ul><li>18. Het “central dot sign” wordt gezien bij de ziekte van Caroli. </li></ul><ul><li>Dit teken berust op de vorming van concrementen in de sacculair gedilateerde intrahepatische galwegen. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  58. 59. Caroli’s disease <ul><li>Congenitale ziekte (AR) </li></ul><ul><li>Multifocale, segmentele, sacculaire dilatatie van intrahep galwegen </li></ul><ul><li>Best diagnostic sign: “Central dot”: strong enhancing tiny dots (portal vene & hep artery) within the dilated bile duct </li></ul><ul><li>Intraductale stenen en cirrose zijn complicaties </li></ul><ul><li>Dd polycystic liver disease, biliaire hamartomen, PSC…. </li></ul>
  59. 60. <ul><li>18. Het “central dot sign” wordt gezien bij de ziekte van Caroli. </li></ul><ul><li>Dit teken berust op de vorming van concrementen in de sacculair gedilateerde intrahepatische galwegen. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  60. 61. <ul><li>19. Cholangiocarcinoom toont na intraveneus contrast een persisterende aankleuring op een late fase CT-scan. </li></ul><ul><li>Dit komt door het in de tumor aanwezige fibreuze stroma. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet nie </li></ul>
  61. 62. <ul><li>19. Cholangiocarcinoom toont na intraveneus contrast een persisterende aankleuring op een late fase CT-scan. </li></ul><ul><li>Dit komt door het in de tumor aanwezige fibreuze stroma. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet nie </li></ul>
  62. 63. <ul><li>20. U wilt met behulp van een CT-scan het pancreas onderzoeken op eventuele eilandceltumoren. </li></ul><ul><li>Een scandelay (na start contrastinjectie) van ongeveer 70 seconden is hiervoor het meest geschikt. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  63. 64. Islet cell tumors pancreas <ul><li>MEN type 1 </li></ul><ul><li>Hypervasculair </li></ul><ul><li>Pancreas (85%), ectopic (15%) </li></ul><ul><li>70- 75% Insulinoom: </li></ul><ul><ul><li>klein, solitair, 90-95% benigne. </li></ul></ul><ul><ul><li>hypoechoic solid mass </li></ul></ul><ul><li>20% gastrinomas </li></ul><ul><ul><li>meerderheid maligne </li></ul></ul><ul><ul><li>kliniek: ernstig peptic ulcer & secretory diarrhea </li></ul></ul>
  64. 65. <ul><li>20. U wilt met behulp van een CT-scan het pancreas onderzoeken op eventuele eilandceltumoren. </li></ul><ul><li>Een scandelay (na start contrastinjectie) van ongeveer 70 seconden is hiervoor het meest geschikt. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  65. 66. <ul><li>21. Bij echografie van normale individuen kan het meest dorsale deel van de pancreaskop en processus uncinatus een andere echogeniciteit hebben dan de rest van het pancreasparenchym. </li></ul><ul><li>Dit dorsale deel is meestal echoarmer dan de rest van de pancreas. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  66. 67. <ul><li>21. Bij echografie van normale individuen kan het meest dorsale deel van de pancreaskop en processus uncinatus een andere echogeniciteit hebben dan de rest van het pancreasparenchym. </li></ul><ul><li>Dit dorsale deel is meestal echoarmer dan de rest van de pancreas. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  67. 68. <ul><li>22. Een appendagitis epiploica wordt vaker rechts dan links onder in de buik aangetroffen. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  68. 69. Appendagitis epiploica <ul><li>Acute ontsteking of ischemie van de appendiges epiploica </li></ul><ul><li>CT: smal ovale vetnodule naast colon met hyperdense ring en omgevende inflammatie </li></ul><ul><li>LOB>ROB: rectosigmoid 57%; ileocecal 26%; ascending colon 9% </li></ul><ul><li>Can occur in children </li></ul><ul><li>Benign self limiting </li></ul><ul><li>Dd diverticulitis, appendicitis </li></ul><ul><li>May calcify when infarcted! </li></ul>
  69. 70. <ul><li>22. Een appendagitis epiploica wordt vaker rechts dan links onder in de buik aangetroffen. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  70. 71. 191. CT-scan door de bovenbuik. Er is sprake van uitgebreide aerobilie. A Juist B Onjuist C Weet niet
  71. 72. 191. CT-scan door de bovenbuik. Er is sprake van uitgebreide aerobilie. A Juist B Onjuist C Weet niet
  72. 73. 192. Echografische afbeelding van de galblaas met komeetstaartartefacten (“comet tail artifacts”). Dit beeld duidt op verkalkingen in de galblaaswand. A Juist B Onjuist C Weet niet
  73. 74. Artefacten op echo <ul><li>Posterieur shadowing </li></ul><ul><li>Posterieur enhancement </li></ul><ul><li>Mirror images </li></ul><ul><li>Refraction artefact </li></ul><ul><li>Reverberation artefact: </li></ul><ul><ul><li>Ring down (lucht) </li></ul></ul><ul><ul><li>Comet tail (cholesterol) </li></ul></ul>
  74. 75. 192. Echografische afbeelding van de galblaas met komeetstaartartefacten (“comet tail artifacts”). Dit beeld duidt op verkalkingen in de galblaaswand. A Juist B Onjuist C Weet niet
  75. 76. 193. CT-scan van een 72-jarige man met sedert 6 uur verschijnselen van een obstructie-ileus. De patiënt heeft in het verleden tweemaal een laparotomie ondergaan, eenmaal wegens appendicitis en eenmaal wegens een strengileus. BSE 7, leuko 12, CRP <5. Direct chirurgisch ingrijpen verdient de voorkeur boven het geven van een maagsonde. A Juist B Onjuist C Weet niet
  76. 77. Dunne darm ileus <ul><li>Behandeling: </li></ul><ul><ul><li>Maagsonde, NPO, infuus </li></ul></ul><ul><ul><li>Incomplete of low grade obstructie: conservatief </li></ul></ul><ul><ul><li>Complete of high grade: OK </li></ul></ul><ul><ul><li>PM: beleid in UMCU: 24 uur conservatief, hierna OK </li></ul></ul>
  77. 78. 193. CT-scan van een 72-jarige man met sedert 6 uur verschijnselen van een obstructie-ileus. De patiënt heeft in het verleden tweemaal een laparotomie ondergaan, eenmaal wegens appendicitis en eenmaal wegens een strengileus. BSE 7, leuko 12, CRP <5. Direct chirurgisch ingrijpen verdient de voorkeur boven het geven van een maagsonde. A Juist B Onjuist C Weet niet
  78. 79. 194. Dit is een axiale, echografische afbeelding van het colon descendens bij een patiënt met een colitis. Het hier getoonde beeld pleit meer voor een Crohn’se colitis dan voor een colitis ulcerosa. A Juist B Onjuist C Weet niet
  79. 80. M Crohn <ul><li>Idiopathische inflammatoire darmziekte </li></ul><ul><li>Van mond tot anus </li></ul><ul><li>Skiplesies, Transmuraal, Extramurale complicaties </li></ul><ul><li>Term ileum in 95% aangedaan </li></ul><ul><li>CT: discontinue transmurale wandverdikking </li></ul>
  80. 81. Darmwand op echo <ul><li>Mucosa: echorijk </li></ul><ul><li>Deep mucosa en m mucosae: echoarm </li></ul><ul><li>Submucosa: echorijk </li></ul><ul><li>M. propria: echoarm </li></ul><ul><li>Serosa: echorijk </li></ul>
  81. 82. Ultrasound <ul><li>Classically, all layers are involved and layerstructure is often locally disturbed , the earliest sign being echolucent changes in the submucosa. There is inflammation of the fatty mesentery and omentum, recognizable as hyperechoic, non-compressible tissue adjacent to the ileum. In the echolucent wall bright eccentric foci may indicate deep ulceration. Echolucent streaks within the hyperechoic tissue indicate liponecrotic tracts, which may herald fistulaformation </li></ul>
  82. 83. Colitis Ulcerosa <ul><li>Idiopathische inflammatoire darmziekte </li></ul><ul><li>Mucosa en submucosa </li></ul><ul><li>Colon: van distaal naar prox, soms backwash ileitis </li></ul><ul><li>Alleen rectum (30%), rectum + colon (40%), pancolitis (30%) </li></ul><ul><li>CT: Diffuse, symm wandverdikking, pericolonic stranding </li></ul>
  83. 84. Infectieuze colitis
  84. 85. 194. Dit is een axiale, echografische afbeelding van het colon descendens bij een patiënt met een colitis. Het hier getoonde beeld pleit meer voor een Crohn’se colitis dan voor een colitis ulcerosa. A Juist B Onjuist C Weet niet
  85. 86. 195. Dit CT-beeld pleit voor een emfysemateuze cholecystitis . A Juist B Onjuist C Weet niet
  86. 87. 195. Dit CT-beeld pleit voor een emfysemateuze cholecystitis . A Juist B Onjuist C Weet niet
  87. 88. 196. Dit echografische beeld past beter bij schistosomiasis dan bij Caroli . A Juist B Onjuist C Weet niet
  88. 89. Caroli’s disease <ul><li>Congenitale ziekte (AR) </li></ul><ul><li>Multifocale, segmentele, sacculaire dilatatie van intrahep galwegen </li></ul><ul><li>Best diagnostic sign: “Central dot”: strong enhancing tiny dots (portal vene & hep artery) within the dilated bile duct </li></ul><ul><li>Complicaties: Intraductale stenen & cirrose </li></ul><ul><li>Dd polycystic liver disease, biliaire hamartomen, PSC…. </li></ul>
  89. 90. Schistosomiasis <ul><li>Ova reach periportal triads > granulomatous reaction > periportal fibrosis </li></ul>
  90. 91. 196. Dit echografische beeld past beter bij schistosomiasis dan bij Caroli . A Juist B Onjuist C Weet niet

×