Your SlideShare is downloading. ×
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×
Saving this for later? Get the SlideShare app to save on your phone or tablet. Read anywhere, anytime – even offline.
Text the download link to your phone
Standard text messaging rates apply

Vgt ge voorjaar_2011_deel_1[1]

1,643

Published on

0 Comments
1 Like
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

No Downloads
Views
Total Views
1,643
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0
Actions
Shares
0
Downloads
22
Comments
0
Likes
1
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide

Transcript

  • 1. VGT GE voorjaar 2011 deel 1.
    Jaap Borstlap
  • 2. Er wordt bij een patiënt een hemi-hepatectomie van de linker- leverkwab verricht.Segment 1 volgens de Couinaud-Bismuth classificatie wordt hierbij gereseceerd.
  • 3. Er wordt bij een patiënt een hemi-hepatectomie van de linker- leverkwab verricht.Segment 1 volgens de Couinaud-Bismuth classificatie wordt hierbij gereseceerd.
    • Cantlie’s line
    • 4. Scheiding links en rechts
    • 5. Middelste vene
    • 6. Van galblaasbed naar vena cava.
    • 7. Hemihepatectomie links: segment 2,3 en 4.
    • 8. Soms ook segment 1 (connectie met VC door andere venen dan de andere segmenten).
  • Er wordt bij een patiënt een hemi-hepatectomie van de linker- leverkwab verricht.Segment 1 volgens de Couinaud-Bismuth classificatie wordt hierbij gereseceerd.
    Onjuist.
  • 9. Periportaal oedeem op een CT-scan van de lever is een kenmerk van een acute virale hepatitis.
  • 10. Periportaal oedeem op een CT-scan van de lever is een kenmerk van een acute virale hepatitis.
    Hepatitis:
    Oorzaken:
    Viraal: Hep A, Heb B, non-A, non-B, delta
    Chemisch: alcohol, medicijnen/toxinen.
    Beeldvorming:
    Aspecifiek
    Hepatomegalie
    Periportaal oedeem
    Ascites
    galblaaswandverdikking
  • 11. Periportaal oedeem op een CT-scan van de lever is een kenmerk van een acute virale hepatitis.
    Periportale halo’s:
    Aspecifiek.
    Lage densiteit rond portale vaten op CECT.
    Oorzaken:
    Bloed: trauma
    Periportaal oedeem
    Hepatitis
    Hartfalen
    Tumoren/lymfeklieren die lymfe obstructie geven
  • 12. Periportaal oedeem op een CT-scan van de lever is een kenmerk van een acute virale hepatitis.
    Juist.
  • 13. Confluerende fibrose van een lever in patiënten met cirrose kan worden onderscheiden van een infiltratief hepatocellulair carcinoom (HCC) op een MRI scan. Op een T1-gewogen opname na intraveneus gadolinium kleurt fibrose over het algemeen niet aan in de portale fase en een HCC wel.
  • 14. Confluerende fibrose van een lever in patiënten met cirrose kan worden onderscheiden van een infiltratief hepatocellulair carcinoom (HCC) op een MRI scan. Op een T1-gewogen opname na intraveneus gadolinium kleurt fibrose over het algemeen niet aan in de portale fase en een HCC wel.
  • Confluerende fibrose van een lever in patiënten met cirrose kan worden onderscheiden van een infiltratief hepatocellulair carcinoom (HCC) op een MRI scan. Op een T1-gewogen opname na intraveneus gadolinium kleurt fibrose over het algemeen niet aan in de portale fase en een HCC wel.
  • 23. Confluerende fibrose van een lever in patiënten met cirrose kan worden onderscheiden van een infiltratief hepatocellulair carcinoom (HCC) op een MRI scan. Op een T1-gewogen opname na intraveneus gadolinium kleurt fibrose over het algemeen niet aan in de portale fase en een HCC wel.
    HCC ontstaat vaak in cirrotische lever met fibrose, dus hoe te onderscheiden:
    Confluerende fibrose:
    Typisch hoog signaal op T2 (HCC kan dit ook geven!)
    Geen arteriele aankleuring of washout in de late fases
    Peristerende aankleuring in de late fases.
  • 24. Confluerende fibrose van een lever in patiënten met cirrose kan worden onderscheiden van een infiltratief hepatocellulair carcinoom (HCC) op een MRI scan. Op een T1-gewogen opname na intraveneus gadolinium kleurt fibrose over het algemeen niet aan in de portale fase en een HCC wel.T2 T1C art T1C laat
  • 25. Onjuist.
    Confluerende fibrose van een lever in patiënten met cirrose kan worden onderscheiden van een infiltratief hepatocellulair carcinoom (HCC) op een MRI scan. Op een T1-gewogen opname na intraveneus gadolinium kleurt fibrose over het algemeen niet aan in de portale fase en een HCC wel.
  • 26. Op een MRI-scan wordt een laesie gevonden in de lever welke op de T2-gewogen opnamen een hypointense “central scar” heeft. Na intraveneus gadolinium kleurt de rand van de laesie homogeen aan in de arteriële fase.Een cholangiocarcinoom is meer waarschijnlijk dan een hemangioom.
  • 27. Op een MRI-scan wordt een laesie gevonden in de lever welke op de T2-gewogen opnamen een hypointense “central scar” heeft. Na intraveneus gadolinium kleurt de rand van de laesie homogeen aan in de arteriële fase.Een cholangiocarcinoom is meer waarschijnlijk dan een hemangioom.
    • Cholangiocarcinoom:
    • 28. Aziaten, 70e decade.
    • 29. Risicofactoren: PSC, cholangitis, Caroli’s, virussen.
    • 30. Tweede meest voorkomende primaire tumor.
    • 31. Groeipatroon:
    • 32. Extrahepatisch
    • 33. Intrahepatisch
    • 34. Perifeer
    • 35. Klatskin
  • Op een MRI-scan wordt een laesie gevonden in de lever welke op de T2-gewogen opnamen een hypointense “central scar” heeft. Na intraveneus gadolinium kleurt de rand van de laesie homogeen aan in de arteriële fase.Een cholangiocarcinoom is meer waarschijnlijk dan een hemangioom.
    Cholangiocarcinoom:
    CT/MRI:
    Retractie leverkapsel.
    Arterieel/portaal: hypodens/intens met randaankleuring
    Late fase (10 min!): persisterende aankleuring fibreuze component (central scar).
  • 36. Op een MRI-scan wordt een laesie gevonden in de lever welke op de T2-gewogen opnamen een hypointense “central scar” heeft. Na intraveneus gadolinium kleurt de rand van de laesie homogeen aan in de arteriële fase.Een cholangiocarcinoom is meer waarschijnlijk dan een hemangioom.
    Hemangioom:
    CT/MRI:
    Nodulaire perifere aankleuring met progressieve fill in.
    Volgt blood pool.
  • 37. Op een MRI-scan wordt een laesie gevonden in de lever welke op de T2-gewogen opnamen een hypointense “central scar” heeft. Na intraveneus gadolinium kleurt de rand van de laesie homogeen aan in de arteriële fase.Een cholangiocarcinoom is meer waarschijnlijk dan een hemangioom.
    Juist
  • 38. In de lever wordt op CT een complexe cysteuze laesie gezien met dikke onregelmatige septa.Een metastase van een GIST is meer waarschijnlijk dan een metastase van een bronchuscarcinoom.
  • 39. In de lever wordt op CT een complexe cysteuze laesie gezien met dikke onregelmatige septa.Een metastase van een GIST is meer waarschijnlijk dan een metastase van een bronchuscarcinoom.
    • Levermetastasen:
    • 40. Hypovasculair:
    • 41. GI, long, mamma, KNO.
    • 42. Hypervasculair:
    • 43. RCC, insulinomen, carcinoid, sarcomen, mamma, GIST.
    • 44. Cysteus:
    • 45. Mucineus ovarium, colon, sarcoom, melanoom, long, carcinoid.
    • 46. Gecalcificeerd:
    • 47. colon, maag, mamma, endocrien pancreas ca, leiomyosarcoom, osteosarcoom and melanoom.
  • In de lever wordt op CT een complexe cysteuze laesie gezien met dikke onregelmatige septa.Een metastase van een GIST is meer waarschijnlijk dan een metastase van een bronchuscarcinoom.
    Levermetastasen GIST:
    Cysteus, hypervasculair/heterogeen, centrale necrose, bloeding.
    Meestal groot
    Primair 70% maag.
    Als niet resectabel: Glivec.
  • 48. In de lever wordt op CT een complexe cysteuze laesie gezien met dikke onregelmatige septa.Een metastase van een GIST is meer waarschijnlijk dan een metastase van een bronchuscarcinoom.
  • 49. In de lever wordt op CT een complexe cysteuze laesie gezien met dikke onregelmatige septa.Een metastase van een GIST is meer waarschijnlijk dan een metastase van een bronchuscarcinoom.
    Juist
  • 50. . Bij een coecum volvulus ligt de basis van het coecum meestal links van de middellijn.
  • 51. Bij een coecum volvulus ligt de basis van het coecum meestal links van de middellijn.
    • Volvulus
    • 52. Draaiing rond mesenterium
    • 53. Ischemie en infarcten.
    • 54. Maag
    • 55. sigmoid
    • 56. Coecum:
    • 57. 30-60 jr
    • 58. Uitgezette dikke darm met lange as van rechts onder naar links boven: coecum meestal naar li boven verplaatst.
  • Bij een coecum volvulus ligt de basis van het coecum meestal links van de middellijn.
  • 59. Een coecum volvulus ligt de basis van het coecum meestal links van de middellijn.
    Juist
  • 60. Een type 1 choledochus cyste is een fusiforme dilatatie van de extrahepatische galweg.
  • 61. Een type 1 choledochus cyste is een fusiforme dilatatie van de extrahepatische galweg.
    choledochuscysten:
    Zeldzaam, meestal diagnose voor 10de jaar.
    Meer vrouwen.
    Klachten:
    Buikpijn
    Icterus
    Abdominale massa
  • 62. Een type 1 choledochus cyste is een fusiforme dilatatie van de extrahepatische galweg.
    • type I : most common, accounting for 80 - 90%1 (this type can present in utero)
    • 63. Ia : dilatation of extrahepatic bile duct (entire)
    • 64. Ib : dilatation of extrahepatic bile duct (focal segment)
    • 65. Ic : dilatation of the common bile duct portion of extrahepatic bile duct
    • 66. type II : true diverticulum from extra hepatic bile duct
    • 67. type III : dilatation of extrahepatic bile duct within duodenal wall (choledochocoele)
    • 68. type IV : next most common
    • 69. IVa : cysts involving both intra and extrahepatic ducts
    • 70. IVb :  multiple dilatations/cysts of extra hepatic ducts only
    • 71. type V : multiple dilatations / cysts of intra hepatic ducts only (Caroli disease)
  • Een type 1 choledochus cyste is een fusiforme dilatatie van de extrahepatische galweg.
  • 72. Een type 1 choledochus cyste is een fusiforme dilatatie van de extrahepatische galweg.
    Juist
  • 73. Op een T1-gewogen vetsuppressie MRI heeft normaal pancreas parenchym normaliter een hogere signaalintensiteit dan een pancreas carcinoom.
  • 74. Op een T1-gewogen vetsuppressie MRI heeft normaal pancreas parenchym normaliter een hogere signaalintensiteit dan een pancreas carcinoom.
    Pancreascarcinoom:
    85% adenocarcinoom uitgaande van duct.
    75% caput.
    80% niet resectabel (vaatomgroei of metas).
    Resectabel: 50% radicaal.
    Whipple, PPPD.
    MRI: T1 FS: tumor hypointens.
    Vertraagde aankleuring na gado (fibrose!).
  • 75. Op een T1-gewogen vetsuppressie MRI heeft normaal pancreas parenchym normaliter een hogere signaalintensiteit dan een pancreas carcinoom. T1 FS gado
  • 76. Op een T1-gewogen vetsuppressie MRI heeft normaal pancreas parenchym normaliter een hogere signaalintensiteit dan een pancreas carcinoom.
    Juist
  • 77. Een vroeg kenmerk van auto-immuun pancreatitis is atrofie van het pancreas.
  • 78. Een vroeg kenmerk van auto-immuun pancreatitis is atrofie van het pancreas.
    Autoimmuunpancreatitis:
    Chronisch.
    Lymfocyteninfiltratie: fibrose: dysfunctie.
    Onderscheid met andere typen belangrijk want goede respons op corticosteroiden (98%).
    Zeldzaam.
    Oorzaak onbekend.
  • 79. Een vroeg kenmerk van auto-immuun pancreatitis is atrofie van het pancreas.
    Autoimmuunpancreatitis:
    Vergroting van de pancreas met verlies van “inhammen”.
    “halo” van lage densiteit.
    Kan er normaal uizien.
  • 80. Een vroeg kenmerk van auto-immuun pancreatitis is atrofie van het pancreas.
  • 81. Een vroeg kenmerk van auto-immuun pancreatitis is atrofie van het pancreas.
    Onjuist
  • 82. Op een CT-scan ziet u in de pancreaskop, naast enkele verkalkingen, een cysteuze laesie en dilatatie en stricturen van de ductus pancreaticus.Een pseudocyste is meer waarschijnlijk dan een intraductaal papillair mucineus neoplasma (IPMN).
    • IPMN:
    • 83. Intraductal papillary mucinous neoplasm.
    • 84. 60-80 jr.
    • 85. Main duct:
    • 86. Lijkt op chronische pancreatitis
    • 87. Segmentaal/diffuus
    • 88. Hoogste maligne potentie
    • 89. Branch duct:
    • 90. Kop/processus uncinatus
    • 91. Meer gelocaliseerd en massa-achtig
    • 92. Macro- of microcystic
    • 93. Indolent gedrag.
  • Op een CT-scan ziet u in de pancreaskop, naast enkele verkalkingen, een cysteuze laesie en dilatatie en stricturen van de ductus pancreaticus.Een pseudocyste is meer waarschijnlijk dan een intraductaal papillair mucineus neoplasma (IPMN).
    IPMN:
    Communicatie met galwegen (onderscheiden van o.a. mucineus cystadenoom en cystadenoCA.
    DD: bovenstaanden en sereus cystadenoom, chronische pancreatitis.
  • 94. Op een CT-scan ziet u in de pancreaskop, naast enkele verkalkingen, een cysteuze laesie en dilatatie en stricturen van de ductus pancreaticus.Een pseudocyste is meer waarschijnlijk dan een intraductaal papillair mucineus neoplasma (IPMN).
    Chronische pancreatitis:
    Dilatatie en stricturen (beading) ductus pancreaticus.
    Calcificaties.
    Pseudocysten.
    Verandering van vorm en grootte pancreas.
  • 95. Op een CT-scan ziet u in de pancreaskop, naast enkele verkalkingen, een cysteuze laesie en dilatatie en stricturen van de ductus pancreaticus.Een pseudocyste is meer waarschijnlijk dan een intraductaal papillair mucineus neoplasma (IPMN).
    Juist
  • 96. Beeldvragen deel 1.
  • 97. 28-jarige vrouw met aspecifieke buikklachten. MRI-scan laat een laesie zien in de rechteronderbuik op T1-, T2- en T1- vetsuppressie gewogen opnamen.Het betreft hier het meest waarschijnlijk een endometriosecyste.
    Jt
  • 98. Vet in de laesie, dus teratoom cq dermoidcyste van b.v. rechter ovarium meer waarschijnlijk.
    28-jarige vrouw met aspecifieke buikklachten. MRI-scan laat een laesie zien in de rechteronderbuik op T1-, T2- en T1- vetsuppressie gewogen opnamen.Het betreft hier het meest waarschijnlijk een endometriosecyste.
  • 99. 51-jarige man met bovenbuiksklachten. CT-scan in de arteriële en portale fase na intraveneus contrastmiddel toont een laesie in de pancreaskop.Een sereus cystadenoom is meer waarschijnlijk dan een mucineus cystadenoom.
  • 100. 51-jarige man met bovenbuiksklachten. CT-scan in de arteriële en portale fase na intraveneus contrastmiddel toont een laesie in de pancreaskop.Een sereus cystadenoom is meer waarschijnlijk dan een mucineus cystadenoom.
    Cysteuze laesie in de kop van het pancreas met centrale calcificaties: sereus cystadenoom (70% in de kop).
  • 101. Dit is een CT-scan zonder toediening van intraveneus contrastmiddel.
    Het beeld past beter bij steatose dan bij hemochromatose van de lever.
  • 102. Dit is een CT-scan zonder toediening van intraveneus contrastmiddel. Het beeld past beter bij steatose dan bij hemochromatose van de lever.
    Steatose: verlaagde densiteit, zowel blano als portoveneus.
    Haemochromatose: hyperdens.
  • 103. Dit is een bariumonderzoek van de maag.
    Op grond van dit beeld is een adenomateuze poliep waarschijnlijker dan een ulcus ventriculi.
  • 104. Dit is een bariumonderzoek van de maag. Op grond van dit beeld is een adenomateuze poliep waarschijnlijker dan een ulcus ventriculi.
    Contractie: ulcus.
  • 105. Onderstaand CT-beeld past beter bij een invaginatie dan bij een inwendige herniatie.
  • 106. Onderstaand CT-beeld past beter bij een invaginatie dan bij een inwendige herniatie.
    Verplaatsing vaten en uitgezette dunne darmlissen: inwendige herniatie.
    Invaginatie: geen uitgezette darmlissen, (meeste ileocolisch).
  • 107. Einde deel 1.

×