Vgt 2008 msk

2,471 views
2,206 views

Published on

0 Comments
1 Like
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

No Downloads
Views
Total views
2,471
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
11
Actions
Shares
0
Downloads
20
Comments
0
Likes
1
Embeds 0
No embeds

No notes for slide
  • Congenital labral variants. Illustration shows two normal variants of anterosuperior labrum: sublabral foramen (left) and Buford complex (right). Sublabral foramen represents normal detachment of labrum from glenoid in anterosuperior quadrant. Buford complex is composed of absent anterosuperior labrum in association with thickened middle glenohumeral ligament. P = posterior, A = anterior.
  • obtained at the level of the superior half of the glenoid, illustrates a thickened cord-like middle glenohumeral ligament (arrow) adjacent to the anterosuperior glenoid rim with a congenitally absent labrum. This combination of findings comprises a normal Buford complex and must not be confused with an avulsed anterior labral fragment.
  • Primaire hyperpara - parathiroid adenoma, ook geassoc met MEN(multiple endocriene neoplasie) 1 en 2 - …..tumoren
  • Talar beak presumably occurs because of limitation of motion in subtalar joint At insertion of talonavicular ligament, periosteal reaction develops Beak not present in all patients with talocalcaneal coalition
  • Vgt 2008 msk

    1. 1. VGT november 2008 MSK
    2. 2. <ul><li>Osteosarcomen ontstaan meestal in de metafyse. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
    3. 3. <ul><li>Osteosarcomen ontstaan meestal in de metafyse. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
    4. 4. <ul><li>Meest voorkomende prim. tumor in teeners </li></ul><ul><li>Meeste osteosarcomen (90%) hebben hun origine in de metafyse, vaak met uitbreiding naar de epifyse(75%) </li></ul><ul><li>High grade intramedullary os </li></ul><ul><li>Telangiectatic os </li></ul><ul><li>Parosteal os </li></ul><ul><li>Periosteal os </li></ul><ul><li>High grade surface os </li></ul><ul><li>Low grade intraosseous os </li></ul>
    5. 5. <ul><li>De kans op maligne ontaarding van enchondromen in de tubulaire botten van handen en voeten is groter dan de kans op maligne ontaarding van enchondromen in de lange pijpbeenderen. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
    6. 6. <ul><li>De kans op maligne ontaarding van enchondromen in de tubulaire botten van handen en voeten is groter dan de kans op maligne ontaarding van enchondromen in de lange pijpbeenderen. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
    7. 7. <ul><li>Benigne kraakbenige laesie </li></ul><ul><li>Centraal in de metafyse </li></ul><ul><li>1/2 in tubulaire botten van handen en voeten, 1/2 in metafyse van lange botten </li></ul><ul><li>Meeste hebben chondroide matrix/ ook geheel lythisch( handen en voeten) </li></ul><ul><li>Meestaal monoostotic( polyostotisch- z. van Ollier, Mafucci syndroom) </li></ul><ul><li>•       De laesies in lange botten hebben grotere risico op maligne ontaarding (chondrosarcoma) - hoe groter en proximaler >> kans </li></ul><ul><li>      </li></ul>
    8. 8. <ul><li>Indicatie voor mogelijke maligne ontaarding: </li></ul><ul><li>-          Axiale localisatie </li></ul><ul><li>-          Localisatie in epyfise </li></ul><ul><li>-          Pijn (geen #) </li></ul><ul><li>-          Grote laesie </li></ul><ul><li>-          Destructieve veranderingen </li></ul><ul><li>-          Endosteal scalloping </li></ul>
    9. 11. <ul><li>Reusceltumoren ontstaan in de metafyse . </li></ul><ul><li>Typisch voor deze tumoren is uitbreiding in de diafyse. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
    10. 12. <ul><li>Reusceltumoren ontstaan in de metafyse . </li></ul><ul><li>Typisch voor deze tumoren is uitbreiding in de diafyse. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
    11. 13. <ul><li>Benigne tumor( 5% van primaire bottumoren) </li></ul><ul><li>•       Multinucleate reuscellen in fibroide stroma </li></ul><ul><li>•       Geografisch aspect,dunne transitie zone, geen sclerotisch rand </li></ul><ul><li>•       70% tussen 20-30 jr( na fusie van de epifysen) </li></ul><ul><li>•       Metafysair met uitbreiding naar de epifyse richting het gewrichtvlak – worden vaak als epifysaire laesien gezien </li></ul><ul><li>•       65% in knie(femur,tibia) en dist. radius en ulna </li></ul><ul><li>•       Ook(minder vaak) in wervelcorpora,sacrum </li></ul><ul><li>•       Monoostotisch </li></ul><ul><li>•       5% maligne- meta’s naar de longen( moeilijk dd van benigne laesies-kunnen ook metastaseren) </li></ul>
    12. 15. <ul><li>Kenmerkend voor Ewing sarcomen met wekedelenuitbreiding zijn de verkalkingen in de wekedelencomponent. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
    13. 16. <ul><li>Kenmerkend voor Ewingsarcomen met wekedelenuitbreiding zijn de verkalkingen in de wekedelencomponent. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
    14. 17. <ul><li>Meest voorkomende maligne tumor tot 10 jr </li></ul><ul><li>•       Komt het vaakst voor tussen 5-15 jr </li></ul><ul><li>•       Centrale laesie in diafyse en metadiafyse </li></ul><ul><li>•       75% in pelvis en lange beenderen (<10jr in lange beenderen, ouder: pelvis, schouder, rib, wervels) </li></ul><ul><li>•       Diffuse, permeative laesie, wijde transitie zone </li></ul><ul><li>•       Cortex destructie, periostreactie en weke delen massa </li></ul><ul><li>•       Sclerotische reactive gebieden in de permeative tumor alleen intraossaal niet in de wekedelen (DD:osteosarcoma: tumormatrix in de ossale laesie EN weke delen) </li></ul><ul><li>•       Eerst monoostotisch, snel polyostotisch(meta’s)- moeilijk dd: osteomyelitis, langerhans cell histiocytose, lymfoom, leukemie </li></ul><ul><li>•       50% 5 jaars overleving, meer centrale en grotere laesies – slechtere prognose </li></ul>
    15. 19. <ul><li>Een laesie in het skelet wordt gediagnosticeerd als M. Hodgkin lymfoom. </li></ul><ul><li>De kans dat dit een metastase van M. Hodgkin betreft is groter dan dat het een primaire ossale lokalisatie van de ziekte betreft. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
    16. 20. <ul><li>Een laesie in het skelet wordt gediagnosticeerd als M. Hodgkin lymfoom. </li></ul><ul><li>De kans dat dit een metastase van M. Hodgkin betreft is groter dan dat het een primaire ossale lokalisatie van de ziekte betreft. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
    17. 21. <ul><li>Hodgkin in bot - meestaal metastatic (zeer zelden primair) </li></ul><ul><li>- 20% van patiënten met H hebben ossale laesies </li></ul><ul><li>- Hamatogene of lokale verspreiding (sternum) </li></ul><ul><li>axiaal skelet (wervels), polyostotisch </li></ul><ul><li>sclerotisch (ivory vertebra) of gemengd lythisch/blastisch </li></ul><ul><li>Mild aggressief, +/- weke delen massa </li></ul><ul><li>Primair ossaal lymfoom ( meestaal non Hodgkin ) –-zelden </li></ul><ul><li>- permeatief, aggressief, diafyse </li></ul><ul><li>enorme weke-delen massa, relatieve behoud van het cortex </li></ul><ul><li>Sequestra </li></ul><ul><li>Lange beenderen, pelvis, scapula </li></ul>
    18. 22. <ul><li> Kenmerkend voor plasmacytoom zijn de matrixverkalkingen . </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
    19. 23. <ul><li> Kenmerkend voor plasmacytoom zijn de matrixverkalkingen. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
    20. 24. <ul><li>Meest vookomende primaire bottumor </li></ul><ul><li>Plasmacytoma = solitaire laesies (70% multipel= MM) </li></ul><ul><li>Lythisch, expansief, kleine transitie zone, geen sclerotisch rand </li></ul><ul><li>Er is geen matrix calcificatie aanwezig </li></ul><ul><li>Vertebrae, pelvis,femur,humerus </li></ul><ul><li>Multipel Myeloom : multipele punch-out laesies(<5 cm), soms diffuse ontkalking </li></ul><ul><li>Schedel, ribben, wervels, pelvis, >> proximale appendiculaire skelet </li></ul>
    21. 25. <ul><li>De aanwezigheid van subchondrale cysten is een typisch kenmerk van psoriatische artritis. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
    22. 26. <ul><li>De aanwezigheid van subchondrale cysten is een typisch kenmerk van psoriatische artritis. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
    23. 27. <ul><li>  0,5-25% van pat. met psoriasis </li></ul><ul><li>•       Kleine gewr. van handen en voeten, DIP gewr (RA: PIP en MCP’s) </li></ul><ul><li>•       asymetrische distributie (RA symm.) </li></ul><ul><li>•       Erosies: beginnen perifeer -> pencil in cup </li></ul><ul><li>•       Geen subchondrale cysten </li></ul><ul><li>•       Tuft resorbtion of reactieve sclerose van dist. falangen(ivory falanx) </li></ul><ul><li>•       Periostitis, ankylose, weke delen zwelling(sausage digit) </li></ul><ul><li>•       In voet: IP en MTP erosies, bursitis calcanea </li></ul><ul><li>•       Sacroiliitis kan bilateral zijn maar asymmetrisch </li></ul><ul><li>Als grotere gewr (knie, elleboog,schouder) zijn aangedaan, zijn er altijd ook de kleine gewr aangedaan </li></ul>
    24. 30. <ul><li>Jicht tophi hebben een hoge signaalintensiteit op T1-gewogen MRI-beelden </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
    25. 31. <ul><li>Jicht tophi hebben een hoge signaalintensiteit op T1-gewogen MRI-beelden </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
    26. 32. <ul><li>  Sodium urate crystal arthropaty = cristaal deposities in kapsels en synovia, kraakbeen en subchondraal bot => degener. veranderingen </li></ul><ul><li>•       Eerst MTP, DIP, PIP’s en patella </li></ul><ul><li>•       Erosies intraarticulair of para-articulair </li></ul><ul><li>•       “ overhanging edge” </li></ul><ul><li>•       Kraakbeen vaak normaal </li></ul><ul><li>•       Jicht tophi = noduli in de periartic.weke delen of bursa, (kunnen) bevatten amorphe calcificaties </li></ul><ul><li>•       Op MRI:  laag SI op T1 en hoog of laag op T2 (hangt af van hoeveelheid  kalk) </li></ul>
    27. 34. <ul><li>Ankylose van een gewricht is kenmerkend voor rheumatoïde artritis. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
    28. 35. <ul><li>Ankylose van een gewricht is kenmerkend voor rheumatoïde artritis. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
    29. 36. <ul><li>Puur erosieve arthropatie </li></ul><ul><li>•       Synovitis met osteoporose </li></ul><ul><li>•       Uniforme kraakbeen destructie </li></ul><ul><li>•       Bilateraal, symmetrisch </li></ul><ul><li>•       Geen productieve veranderingen (osteofyten, fusie, periostitis) </li></ul><ul><li>•       Ankylose zeer zelden - alleen in carpalia en tarsalia </li></ul>
    30. 37. <ul><li>Communicatie tussen het distale radioulnaire gewricht en het radiocarpale compartiment bij arthrografie, is suggestief voor letsel van het TFCC (triangular fibrocartilage complex). </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
    31. 38. <ul><li>Communicatie tussen het distale radioulnaire gewricht en het radiocarpale compartiment bij arthrografie, is suggestief voor letsel van het TFCC (triangular fibrocartilage complex). </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
    32. 39. <ul><li>TFCC: Tussen ulna en proximale carpale rij </li></ul><ul><li>Meest belangrijke stabiliserende factor in het DRU gewr. </li></ul><ul><li>Centraal driehoekig kraakbeen: TFC </li></ul><ul><li>Dorsaal en volair dikke radioulnaire ligamenten fixeren TFC tussen radius en ulna </li></ul><ul><li>Letsel aan TFCC heeft als gevolg communicatie tussen DRU gewr en radiocarpale gewr </li></ul>
    33. 42. <ul><li>In het geval van een scaphoid fractuur bestaat de kans op avasculaire necrose van met name de proximale pool van het scaphoid. </li></ul><ul><li>De avasculaire necrose wordt in dat geval gekenmerkt door toegenomen densiteit van de proximale pool op een röntgenfoto. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
    34. 43. <ul><li>In het geval van een scaphoid fractuur bestaat de kans op avasculaire necrose van met name de proximale pool van het scaphoid. </li></ul><ul><li>De avasculaire necrose wordt in dat geval gekenmerkt door toegenomen densiteit van de proximale pool op een röntgenfoto. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
    35. 44. <ul><li>Scaphoid: meest voorkomende # in het carpus </li></ul><ul><li>Midpolair en proxim pool- meeste complicaties: AVN, delayed union, nonunion </li></ul><ul><li>Distale pool goede vascularisatie </li></ul><ul><li>Proxim pool – vascularisatie via de middenpool => bij # en late/geen repositie - risico voor avasculaire necrose </li></ul><ul><li>Botresorbtie rondom de # lijn en sclerose proximale pool </li></ul><ul><li>Nonunion: cysteuse veranderingen en bot fragmentatie rondom de # lijn </li></ul><ul><li>Humpback deformity: genezing met dorsale angulatie </li></ul>
    36. 45. <ul><li>Het Buford-complex betreft de afwezigheid van het antero-superieure labrum. </li></ul><ul><li>Dit gaat gepaard met een verdikt middelste glenohumoraal ligament. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
    37. 46. <ul><li>Het Buford-complex betreft de afwezigheid van het antero-superieure labrum. </li></ul><ul><li>Dit gaat gepaard met een verdikt middelste glenohumoraal ligament. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
    38. 49. <ul><li>Verticale verplaatsing van een deel van het bekken is pathognomonisch voor een “open-book” fractuur. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
    39. 50. <ul><li>Verticale verplaatsing van een deel van het bekken is pathognomonisch voor een “open-book” fractuur. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
    40. 51. <ul><li>antero-posterieur / post-ant impact </li></ul><ul><li>-Type 1: # os pubis (uni/bilateraal) </li></ul><ul><li>-Type 2: “ open book” # = diastase van symfysis pubis en ruptuur van de ant. SI ligamenten </li></ul><ul><li>-Type 3: “sprung pelvis” = diastase symfyse en SI gewrichten + ruptuur van de ant en post SI ligamenten </li></ul>
    41. 53. <ul><li>“ Vertical shear” mecanisme: </li></ul><ul><li>= Verticale verplatsing van een gedeelte van de pelvis door diastase van symfyse en SI gewr. of # os pubis en os ilium of sacrum </li></ul><ul><li>- Grootste risico op bloedingen </li></ul><ul><li>- Malgagni # = ipsilaterale os pubis en SI letsel </li></ul><ul><li>Laterale compressie => horizontale fracturen van os pubis en acetabulum </li></ul><ul><li>- 3 types </li></ul>
    42. 55. <ul><li> De “Segond” fractuur van een knie behelst onder andere een avulsiefractuur ter plaatse van de aanhechting van het laterale kapsel. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
    43. 56. <ul><li> De “Segond” fractuur van een knie behelst onder andere een avulsiefractuur ter plaatse van de aanhechting van het laterale kapsel. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
    44. 57. <ul><li>Avulsie bij de insertie van laterale capsel op de laterale rand van tibia </li></ul><ul><li>Geassocieerd met VKB ruptuur </li></ul><ul><li>Ook vaak: </li></ul><ul><li>Bij insertie VKB op de eminentia interc. </li></ul><ul><li>Bij insertie AKB dorsaal op de tibia plateau </li></ul>
    45. 58. <ul><li>Bij een “Maisonneuve” fractuur is er een fractuur van de proximale fibula. </li></ul><ul><li>De syndesmose is dan intact. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
    46. 59. <ul><li>Bij een “Maisonneuve” fractuur is er een fractuur van de proximale fibula. </li></ul><ul><li>De syndesmose is dan intact. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
    47. 60. <ul><li>= Weber C # </li></ul><ul><li>- Pronatie en externe rotatie </li></ul><ul><li>- # van prox fibula en scheur van de tibio-fibulaire ligamenten en syndesmose => instabiliteit </li></ul><ul><li>- Verdenking op Maissoneuve # bij zwelling v.d. enkel en # van post. malleolus </li></ul>
    48. 61. <ul><li>* Weber A </li></ul><ul><li>Transversale # op/onder niveau van tibio-fibulair gewr. </li></ul><ul><li>Supinatie </li></ul><ul><li>Syndesmose intact </li></ul><ul><li>* Weber B </li></ul><ul><li>Oblique # beginnend op niveau van BSG </li></ul><ul><li>Supinatie-externe rotatie </li></ul><ul><li>Partiele ruptuur van tibio-fibulaire ligamenten </li></ul><ul><li>+/- # van med malleolus of scheur van deltoid ligament </li></ul>
    49. 62. <ul><li>Het is belangrijk om een Jones fractuur te onderscheiden van een avulsiefractuur ter plaatse van de aanhechting van de peroneus brevis pees vanwege mogelijke therapeutische consequenties. </li></ul><ul><li>De avulsiefractuur heeft namelijk de neiging minder goed te helen dan de Jones fractuur. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
    50. 63. <ul><li>Het is belangrijk om een Jones fractuur te onderscheiden van een avulsiefractuur ter plaatse van de aanhechting van de peroneus brevis pees vanwege mogelijke therapeutische consequenties. </li></ul><ul><li>De avulsiefractuur heeft namelijk de neiging minder goed te helen dan de Jones fractuur. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
    51. 64. <ul><li>Jones # </li></ul><ul><li>- # van basis MT 5, op metafyse- dyafyse overgang, ca 1,5 cm van tuberositas MT 5 </li></ul><ul><li>- Inversie trauma </li></ul><ul><li>- Neiging tot delayed union en nonunion (minder goede vascularisatie) </li></ul><ul><li>Avulsie #: insertie m. peroneus brevis pees </li></ul><ul><li>- Geneest goed </li></ul>
    52. 67. <ul><li> Als bij artritis psoriatica de grote gewrichten zijn aangedaan, zijn bijna altijd ook de kleine gewrichten aangedaan. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
    53. 68. <ul><li> Als bij artritis psoriatica de grote gewrichten zijn aangedaan, zijn bijna altijd ook de kleine gewrichten aangedaan. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
    54. 69. <ul><li>Bruine tumoren zullen zich eerder bij primaire hyperparathyreoidie voordoen dan bij secundaire hyperparathyreoidie. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
    55. 70. <ul><li>Bruine tumoren zullen zich eerder bij primaire hyperparathyreoidie voordoen dan bij secundaire hyperparathyreoidie. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
    56. 71. <ul><li>Hyperparathyroidisme: </li></ul><ul><li>Bot demineralisatie </li></ul><ul><li>Calcium pyrophosphate dihydrate depositie </li></ul><ul><li>Brown tumors </li></ul><ul><li>Weke delen calcificaties </li></ul><ul><li>Bot sclerose </li></ul><ul><li>Periostitis </li></ul><ul><li>Brown tumors </li></ul><ul><li>- vaker in primaire hyperpara. </li></ul><ul><li>Verzameling van osteoclasten en fibreus weefsel </li></ul><ul><li>Excentrische lythische, expansieve laesies </li></ul><ul><li>- DD: giant cell tumor, fibreuse dysplasie </li></ul>
    57. 72. <ul><li>Overgroei met verbreding van de metafyse op een X-knie is een kenmerk van hemofilie. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
    58. 73. <ul><li>Overgroei met verbreding van de metafyse op een X-knie is een kenmerk van hemofilie. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
    59. 74. <ul><li>Hemophilie: </li></ul><ul><li>Hemartros -> verdikking, inflamatie van synovium -> hyperemie -> overgroei van epyfisen en metafysen, ballooning </li></ul><ul><li>Vroege sluiting van groeischijven </li></ul>
    60. 75. <ul><li>Scoliose van de wervelkolom bij kinderen wordt in het grootste deel van de gevallen veroorzaakt door een deformiteit van één of meerdere wervelcorpora. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
    61. 76. <ul><li>Scoliose van de wervelkolom bij kinderen wordt in het grootste deel van de gevallen veroorzaakt door een deformiteit van één of meerdere wervelcorpora. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
    62. 77. <ul><li>Scoliose: </li></ul><ul><li>* Idiopatisch 85% </li></ul><ul><li>V:M = 7:1 </li></ul><ul><li>Mogelijk genetisch bepaald </li></ul>
    63. 78. <ul><li>Niet idiopatisch indien : </li></ul><ul><li>- Aanwezig bij de geboorte </li></ul><ul><li>Wervel anomalieen </li></ul><ul><li>Deformiteiten aan extremiteiten (atrogrypose) </li></ul><ul><li>linksconvexe thoracale component(syringomyelie,myelum tumoren) </li></ul><ul><li>C-vormige scoliose (neuromusculaire ziekte) </li></ul><ul><li>Focale, scherpe hoek (trauma) </li></ul><ul><li>Radiatie therapie </li></ul><ul><li>Pelvic tilt (beenlengte verschil) </li></ul><ul><li>Pain ( tumoren, infectie,fractuur) </li></ul>
    64. 79. <ul><li>Op een X-LWK wordt een vergroeiing van de wervelcorpora L1 en L2 gezien. </li></ul><ul><li>Dit kan een Sprengelse deformiteit betreffen. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
    65. 80. <ul><li>Op een X-LWK wordt een vergroeiing van de wervelcorpora L1 en L2 gezien. </li></ul><ul><li>Dit kan een Sprengelse deformiteit betreffen. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
    66. 81. <ul><li>Transitional segmentation – segmentatie stoornis – meest voorkomend op LSWK niveau </li></ul><ul><li>Klippel-Feil = gebrek aan segmentatie cervicaal op meerdere niveaus- fusie van corpora + verkorting in AP richting </li></ul><ul><li>1/3 van deze patienten + Sprengelse deformiteit = tethering van scapula aan de cervicale wk door een fibreuse band met hoogstand van scapula en verminderde mobiliteit van de schouder </li></ul>
    67. 83. <ul><li>Een congenitale fusie tussen talus en calcaneus wordt een tarsale coalitie genoemd. In de meerderheid van de gevallen is dit onderdeel van een syndroom. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
    68. 84. <ul><li>Een congenitale fusie tussen talus en calcaneus wordt een tarsale coalitie genoemd. In de meerderheid van de gevallen is dit onderdeel van een syndroom. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
    69. 85. <ul><li>Tarsale coalitie = pijnlijke plat-voet deformiteit, </li></ul><ul><li>Meeste congenitaal, door afwijkende segmentatie van tarsale botten </li></ul><ul><li>Zelden syndromaal (acrocephalosyndactilie, hereditair symphalangisme) </li></ul><ul><li>M>F, 25% bilateraal </li></ul><ul><li>Coalitie : fibreus,cartilagineus, ossaal -> niet altijd zichtbaar op X voet </li></ul><ul><li>Onregelmatige cortex, verminderde gewrichtspleet, sclerose -> fibreuze of kraakbenige coalitie </li></ul><ul><li>Calcaneonaviculare en talocalcaneal- meest voorkom. </li></ul><ul><li>Calcaneonaviculaire – best zichtbaar op oblique opname </li></ul><ul><li>Talocalcaneal – op later opname: sclerose subtalair, talar beak </li></ul>

    ×