Your SlideShare is downloading. ×
Uro vgt april_2011_def
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×

Introducing the official SlideShare app

Stunning, full-screen experience for iPhone and Android

Text the download link to your phone

Standard text messaging rates apply

Uro vgt april_2011_def

963
views

Published on


0 Comments
1 Like
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

No Downloads
Views
Total Views
963
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0
Actions
Shares
0
Downloads
14
Comments
0
Likes
1
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide
  • Testis carcinoom is meest voorkomende maligniteit bij mannen tussen 15 en 30 jaar. Pijnloze, scrotale massa Risico factor beiden testis! : (enkelzijdige!) cryptorchidisme (niet indalen) Primary germ cell (95%): 40% seminoom, 40% mixed, non-seminoom Primary non-germ cell (Leydig, Sertoli) Secondary Metastase
  • Thin-section, high-resolution MRI scans obtained with a pelvic multicoil array are optimal for diagnosing adenomyosis. The uterine zonal anatomy is best seen on T2-weighted images. Variations in the normal thickness of the inner myometrium, or junctional zone, have been reported, with a mean thickness of 2-8 mm. Widening of this junctional zone has been associated with adenomyosis (see the image below). Furthermore, the thickness of a normal junctional zone changes with the menstrual cycle, while the thickness of diffuse adenomyosis does not. Haimovici and Tempany reported that a junctional zone of 12 mm or less is normal. [2]  They used findings of focal hyperintensity on T2-weighted images to confirm the diagnosis of adenomyosis. These authors did not recommend the use of gadolinium enhancement to diagnose adenomyomas in their review article. Haimovici and Tempany reported that a junctional zone of 12 mm or less is normal. [2]  They used findings of focal hyperintensity on T2-weighted images to confirm the diagnosis of adenomyosis. These authors did not recommend the use of gadolinium enhancement to diagnose adenomyomas in their review article.
  • Thin-section, high-resolution MRI scans obtained with a pelvic multicoil array are optimal for diagnosing adenomyosis. The uterine zonal anatomy is best seen on T2-weighted images. Variations in the normal thickness of the inner myometrium, or junctional zone, have been reported, with a mean thickness of 2-8 mm. Widening of this junctional zone has been associated with adenomyosis (see the image below). Furthermore, the thickness of a normal junctional zone changes with the menstrual cycle, while the thickness of diffuse adenomyosis does not. Haimovici and Tempany reported that a junctional zone of 12 mm or less is normal. [2]  They used findings of focal hyperintensity on T2-weighted images to confirm the diagnosis of adenomyosis. These authors did not recommend the use of gadolinium enhancement to diagnose adenomyomas in their review article. Haimovici and Tempany reported that a junctional zone of 12 mm or less is normal. [2]  They used findings of focal hyperintensity on T2-weighted images to confirm the diagnosis of adenomyosis. These authors did not recommend the use of gadolinium enhancement to diagnose adenomyomas in their review article.
  • Transcript

    • 1. VGT Uro voorjaar 2011
    • 2.
      • 95. Een epidermoidcyste van de testis is
      • echografisch niet te onderscheiden van een
      • tunica albuginea cyste.
      A Juist B Onjuist C Weet niet
    • 3. Epidermoid cyste
      • Zeldzaam benigne tumor, 1% tumors
      • Germ cell origine, squamous epithelium
      • 1 – 3 cm, mean age, 20 – 40 jaar
      • “ Union ring” : hypoechoisch laesie met hyper kapsel
    • 4. Tunica albuginea cyste
      • Tunica albuginea is een dun laag connective weefsel rondom de testis
      • Mesothelial cyste
      • 2 – 5 mm
      • Mean age, 40 jaar
      • Cranioanterieur of lateraal
    • 5.
      • 95. Een epidermoidcyste van de testis is
      • echografisch niet te onderscheiden van een
      • tunica albuginea cyste.
      A Juist B Onjuist C Weet niet
    • 6.
      • 96. Een jonge vrouw heeft pijn in de rechterbuikhelft
      • sedert drie dagen. Het rechterovarium toont een
      • ronde, dunwandige, deels cysteuze structuur met
      • een inhomogeen intern reflectie-patroon, en een
      • diameter van 4 cm. Het CRP is <5.
      • Een pelvic inflammatory disease is hiermee zeer
      • onwaarschijnlijk.
      A Juist B Onjuist C Weet niet
    • 7. Pelvic inflammory disease
      • Ontsteking in het kleine bekken ten gevolge van verspreiding van vanuit de vagina en de cervix naar het endometrium, de tubae en aangrenzende structuren.
      • 60% van de gevallen door een SOA
      • Subacuut klachtenpatroon; pijn in de onderbuik is obligaat
    • 8. Pelvic inflammory disease
      • Diagnose criteria:
        • niet-acute pijn in de onderbuik
        • opdruk- of slingerpijn bij vaginaal toucher
        • pijnlijke of gezwollen adnexen
        • BSE ≥15 mm of temperatuur >38  o C
        • geen aanwijzingen voor andere aandoendingen
    • 9. Pelvic inflammory disease
      • Ultrasound:
        • Endometrial fluid (non-specific)
        • Hydrosalpinx or pyosalpinx: cystic and tubular adnexal mass
        • Inflammatory mass usually represent a tuboovarian abscess
        • Fibrosis and adhesions in end-stage disease
    • 10.
      • 96. Een jonge vrouw heeft pijn in de rechterbuikhelft
      • sedert drie dagen. Het rechterovarium toont een
      • ronde, dunwandige, deels cysteuze structuur met
      • een inhomogeen intern reflectie-patroon, en een
      • diameter van 4 cm. Het CRP is <5.
      • Een pelvic inflammatory disease is hiermee zeer
      • onwaarschijnlijk.
      A Juist B Onjuist C Weet niet
    • 11.
      • 97. Non-seminomen behoren tot de
      • kiemceltumoren.
      A Juist B Onjuist C Weet niet
    • 12. Testis tumoren
      • Testis carcinoom is meest voorkomende maligniteit bij mannen tussen 15 en 30 jaar.
      • Pijnloze, scrotale massa
      • Risico factor beiden testis:
        • (enkelzijdige!) cryptorchidisme (niet indalen)
    • 13. Testis tumoren
      • Testiticular tumors
        • Seminomas, 40%
        • Mixed tumors, 40%
        • Non seminomas
          • Embryonal carcinoma, 10%
          • Choriocarcinoma, 1%
          • Teratoma, 10%
      • Primary non-germ cell (Leydig, Sertoli)
      • Metastase
    • 14.
      • Seminoom
      • Echoarm
      • Solide
      • Gevasculariseerd
      • Zelden invasie van tunica albuginea, necrose, cysten
      • Non-seminoom
      • Solide/cysteus
      • Heterogeen
      • Calcificaties (teratoom)
      • Slecht begrensd
      • Cysteuze necrose
    • 15.
      • 97. Non-seminomen behoren tot de
      • kiemceltumoren.
      A Juist B Onjuist C Weet niet
    • 16.
      • 98. Een 79-jarige patiënte presenteert zich met
      • koortspieken, pijn in de linkerflank en een CRP van
      • 270. In verband met een slechte nierfunctie wordt een
      • CT gemaakt zonder intraveneus contrastmiddel. Er
      • wordt een hydronefrose gezien op basis van een steen
      • halverwege de linkerureter.
      • De behandeling van keuze is het retrograad inbrengen
      • van een dubbel-J-catheter.
      A Juist B Onjuist C Weet niet
    • 17. Nephrolithiasis
      • Nephrocalcinosis = renal calcifications in parenchyma
      • Nephrolithiasis = collecting system
      • Types
        • Calcium calculi, opaque, 75%
          • Calcium oxalate and phosphate
        • Struvite , opaque, 15%
          • Magnesium ammonium phosphate: “infection stones”
        • Cystine, less opaque, 2%
        • Nonopaque calculi
          • Uric acid, gout, 10%
          • Xanthine, rare
    • 18. Nephrolithiasis
      • Treatment
        • Temporary pressure relief
        • Calcification removal
          • Small calculi < 2,5 cm : extracorporeal lithotripsy
          • Large calcule > 2,5 cm : percutaneous removal
          • Upper ureteral calculi : extracorporeal lithotripsy
          • Lower uretheral calculi : ureteroscopy
    • 19.
      • 98. Een 79-jarige patiënte presenteert zich met
      • koortspieken, pijn in de linkerflank en een CRP van
      • 270. In verband met een slechte nierfunctie wordt een
      • CT gemaakt zonder intraveneus contrastmiddel. Er
      • wordt een hydronefrose gezien op basis van een steen
      • halverwege de linkerureter.
      • De behandeling van keuze is het retrograad inbrengen
      • van een dubbel-J-catheter.
      A Juist B Onjuist C Weet niet
    • 20.
      • 99. Bij autosomaal dominant polycysteuze
      • nierziekte (ADPKD) zijn beide nieren vergroot.
      A Juist B Onjuist C Weet niet
    • 21.
      • Erfelijk in een autosomaal dominant patroon
      • 1:400-1000
      • Met de leeftijd meer cysten, progressieve ziekte > compleet nierfalen, dialyse
      • Unilataraal, 2 of meer in elke nier
      • 75% heeft ook levercysten
      • Symptomen: hematurie, hypertensie, nierfalen
      • 15% intracraniele aneurysmata > SAB
      • Geen verhoogd risico op maligniteit
      • Nb Polycysteus Kidney Disease (PKD)
      • autosomaal dominant of recessief
      Autosomaal dominant polycysteuze nierziekte
    • 22. Multicystic dysplatic kidneys
      • Malformatie van de nieren bij foetale ontwikkeling
      • Meestal unilateraal
      • cysten van verschillende groten
        • Pelvinoinfundibulaire type
          • Willekeurige verdeling cysten
          • Niet communicerende cysten
          • Geen nier functie meer
        • Hydronephrotische type
          • Dominante centrale cyste thv nierbekken
          • Communicerende cysten
          • Minimale nierfunctie
    • 23. Multicystic dysplatic kidneys
    • 24.
      • 99. Bij autosomaal dominant polycysteuze
      • nierziekte (ADPKD) zijn beide nieren vergroot.
      A Juist B Onjuist C Weet niet
    • 25.
      • 100. Bij een 50-jarige man wordt op CT een
      • peri-aortale wekedelenmassa gezien waardoor
      • de aorta naar ventraal wordt verplaatst .
      • Een maligne lymfoom is waarschijnlijker dan
      • retroperitoneale fibrose.
      A Juist B Onjuist C Weet niet
    • 26.
      • Retroperitoneal fibrosis (RPF) is characterized by the development of extensive fibrosis throughout the retroperitoneum, typically centered over the anterior surface of the fourth and fifth lumbar vertebrae. This fibrosis leads to entrapment and obstruction of retroperitoneal structures, notably the ureters.
      • Relatively uncommon
      • o       More common in males than in females
      • o       Predominantly patients aged 40-60 years
      • o       In almost 70% of patients, no cause is found
      • In most cases (50%), the etiology is unknown (Ormond’s disease).
      • However, its occasional association with autoimmune diseases and its response to corticosteroids and immunosuppressive therapy suggest it is probably immunologically mediated. Approximately 8% of cases are associated with metastatic malignancy.
      Retroperitoneale fibrose
    • 27.
      • Imaging findings
        • Medial deviation of the ureter, tapering distal to mass
        • Around aorta and VCI between level of kidney and sacrum 
        • Fat plane between the mass and the psoas muscle may be obliterated
        • RPF tends not to displace aorta anteriorly (unlike (lymph) adenopathy
        • Varying degrees of enhancement depending on the stage of the disease
      Retroperitoneale fibrose
    • 28. From: learning radiology.com Retroperitoneale fibrose
    • 29.
      • 100. Bij een 50-jarige man wordt op CT een
      • peri-aortale wekedelenmassa gezien waardoor
      • de aorta naar ventraal wordt verplaatst . Een
      • maligne lymfoom is waarschijnlijker dan
      • retroperitoneale fibrose.
      A Juist B Onjuist C Weet niet
    • 30.
      • 102. Een volwassen man wordt verdacht van
      • een torsio testis. Bij kleuren Doppleronderzoek
      • ziet u versterkte flow rond de testis.
      • Op grond van deze bevinding is een torsio
      • testis niet uitgesloten.
      A Juist B Onjuist C Weet niet
    • 31. Torsio testis
      • Intravaginal torsion, most common
        • Testes twists within tunica vaginalis
        • 50 – 80% are bilateral
      • Extravaginal, rare
        • Twist at the external ring
        • Occurs in newborns
      • Imaging findings:
        • < 4 hours : absent or decreased flow
        • Late :
          • pertesticular inflammation: hypervascularity
          • enlargement, heterogenous echogenicity, reactive hydrocele, atrophy
    • 32.
      • 102. Een volwassen man wordt verdacht van
      • een torsio testis. Bij kleuren Doppleronderzoek
      • ziet u versterkte flow rond de testis.
      • Op grond van deze bevinding is een torsio
      • testis niet uitgesloten.
      A Juist B Onjuist C Weet niet
    • 33.
      • 103. Bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd is de
      • zogenaamde junctional zone van de uterus op
      • T2-gewogen pulssequenties hoog van signaal
      • ten opzichte van het meer perifeer gelegen
      • myometrium.
      A Juist B Onjuist C Weet niet
    • 34. Uterus
      • Uterus layers
        • Endomentrium, mucous membrane
        • Myometrium
          • Subendometrial myometrium / junctional zone
            • 2 – 8 mm, changes with menstrual cycle
            • Verwijd bij adenomyosis
          • Outer myometrium
    • 35. Uterus
      • Uterus layers
        • Endomentrium, mucous membrane
        • Myometrium
          • Subendometrial myometrium / junctional zone
            • 2 – 8 mm, changes with menstrual cycle
            • Verwijd bij adenomyosis
          • Outer myometrium
    • 36.
      • 103. Bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd is de
      • zogenaamde junctional zone van de uterus op
      • T2-gewogen pulssequenties hoog van signaal
      • ten opzichte van het meer perifeer gelegen
      • myometrium.
      A Juist B Onjuist C Weet niet
    • 37.
      • 104. De buitencontour van de uterus is
      • belangrijk om een onderscheid te kunnen
      • maken tussen een uterus septatus en een
      • uterus didelphys.
      • Bij een uterus didelphys is een indeuking van
      • de buitencontour van de fundus zichtbaar.
      A Juist B Onjuist C Weet niet
    • 38.  
    • 39.
      • 104. De buitencontour van de uterus is
      • belangrijk om een onderscheid te kunnen
      • maken tussen een uterus septatus en een
      • uterus didelphys.
      • Bij een uterus didelphys is een indeuking van
      • de buitencontour van de fundus zichtbaar.
      A Juist B Onjuist C Weet niet
    • 40.
      • 105. De linkerniervene verloopt bij de overgrote
      • meerderheid van de populatie posterieur van
      • de aorta naar de vena cava inferior.
      A Juist B Onjuist C Weet niet
    • 41.  
    • 42.
      • 105. De linkerniervene verloopt bij de overgrote
      • meerderheid van de populatie posterieur van
      • de aorta naar de vena cava inferior.
      A Juist B Onjuist C Weet niet
    • 43.
      • 106. Bij acute ureterobstructie wordt na
      • intraveneuze contrasttoediening over het
      • algemeen een vertraagd nefrogram gezien.
      A Juist B Onjuist C Weet niet
    • 44. Imaging obstructed collecting system
      • Ultrasound
        • 90% sensitivity for chronic obstruction
        • 60% for acute obstruction
          • Dilatation has not yet occured
          • Distal obstruction
      • Delayed nephrogram
    • 45.
      • 106. Bij acute ureterobstructie wordt na
      • intraveneuze contrasttoediening over het
      • algemeen een vertraagd nefrogram gezien.
      A Juist B Onjuist C Weet niet
    • 46.
      • 179. De met de pijlen aangeduide structuur
      • is een Naboth’se cyste.
      A Juist B Onjuist C Weet niet
    • 47.
      • Naboth: retentie cyste van de cervix
      • Gartner duct cyst: mesonefrisch duct rest (Muller/Wolff) vagina wand
      • Bartholini cyst: klier van Bartholin, labia major
      Naboth’se cyste
    • 48.
      • Kleine geel-witte cysten op het oppervlak van de cervix en gevuld met slijm.
      • Ontstaan door overgroei van plaveiselcelepitheel
      • over het cilinderepitheel
      • van de endocervix
      •  blokkeert crypten.
      Cysten van Naboth Naboth’se cyste
    • 49.
      • 179. De met de pijlen aangeduide structuur
      • is een Naboth’se cyste.
      A Juist B Onjuist C Weet niet
    • 50.
      • 180. Onderstaand beeld past beter bij een PCOS
      • (polycysteus ovarium syndroom) dan bij een
      • OHSS (ovarieel hyperstimulatie syndroom).
      A Juist B Onjuist C Weet niet
    • 51. Polycysteus ovarium syndroom
      • 5 – 10% vrouwen in vruchtbare leeftijd
      • Groep samenhangende afwijkingen met cysten in de ovaria
          • Amenorrhoe
          • Infertiliteit
          • Hirsutisme
          • Obesitas
        • Vergrote ovarium
        • Hyperechogeen
        • Multipele cysten, > 5 van > 5mm
        • Cyste geclusterd aan oppervlakte
        • Cysten vaak < 4 mm
    • 52. Ovarieel hyperstimulatie syndroom
      • Complicatie fertiliteits medicatie
      • Vergrote ovaria met meerdere grote cysten
    • 53.
      • 180. Onderstaand beeld past beter bij een PCOS
      • (polycysteus ovarium syndroom) dan bij een
      • OHSS (ovarieel hyperstimulatie syndroom).
      A Juist B Onjuist C Weet niet
    • 54.
      • 181. Onderstaand beeld past beter bij de ziekte
      • van Von Hippel Lindau dan bij tubereuze
      • sclerose.
      A Juist B Onjuist C Weet niet
    • 55.
      • 181. Onderstaand beeld past beter bij de ziekte
      • van Von Hippel Lindau dan bij tubereuze
      • sclerose.
      A Juist B Onjuist C Weet niet
    • 56.
      • 183. De met de pijl aangeduide structuur past
      • beter bij een functionele cyste dan bij een
      • matuur teratoom.
      A Juist B Onjuist C Weet niet
    • 57.
      • 4 histologische typen ovarium carcinoom:
        • Epitehliaal: sereus, mucineus, endometrioid (65%)
        • Germ-cell: matuur, immatuur teratoma (25%)
        • Sex-cord stroma (5%)
        • Metastasen (5%)
      • Germ-cell tumor:
        • 10e-30e levensjaar
        • Benigne cysteuze teratoma (dermoid cyste) 95%
          • Tanden, haar en vet
        • Maligne teratoma (immatuur)
          • Niet te differentiëren van plaveisel cel carcinoma
        • Dysgeminoma~seminoma
    • 58.
      • 4 histologische typen ovarium carcinoom:
        • Epitehliaal: sereus, mucineus, endometrioid (65%)
        • Germ-cell: matuur, immatuur teratoma (25%)
        • Sex-cord stroma (5%)
        • Metastasen (5%)
      • Functional cyst
        • Ovarian cyst
        • Collection of fluid within an ovary
        • In nearly all premenopausal women
    • 59.
      • 183. De met de pijl aangeduide structuur past
      • beter bij een functionele cyste dan bij een
      • matuur teratoom.
      A Juist B Onjuist C Weet niet