Thorax vragen april 2009
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

Thorax vragen april 2009

on

  • 2,257 views

 

Statistics

Views

Total Views
2,257
Views on SlideShare
2,257
Embed Views
0

Actions

Likes
1
Downloads
26
Comments
0

0 Embeds 0

No embeds

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Microsoft PowerPoint

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

Thorax vragen april 2009 Thorax vragen april 2009 Presentation Transcript

  • Thorax vragen VGT april 2009 20 vragen en 6 beeldvragen Nicky Peters
  • Vraag 1
    • Recidiverende infecties zijn een belangrijke complicatie van intralobaire sequestratie.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  • Vraag 1
    • Recidiverende infecties zijn een belangrijke complicatie van intralobaire sequestratie.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  • Bronchopulmonary sequestration (webb 21-27)
    • Congenital malformation; area of disorganized lung without normal arterial or bronchial communication: intra- & extralobar
    • Intralobair:
      • More frequent
      • Mainly adults and older children
      • Acute or recurrent infections common complaint , sometimes hemoptoe, systemic-pulmonary shunt mostly insignificant
      • Sequester within visceral pleura of one of the lobes
      • 65% at left lung base, sometimes bilateral
      • 75% arterial supply form desc. thoracic aorta
      • Venous drainage mainly pulmonary veins (or azygos)
      • Homogeneous well defined mass lesion
      • Cystic air- & fluidfilled lesion
      • Hyperlucent & hypovascular area
      • Combination of above
  • Bronchopulmonary sequestration (webb 21-27)
    • Congenital malformation; area of disorganized lung without normal arterial or bronchial communication
    • Extralobair:
      • Less common
      • Mainly infants
      • Infection is rare , left to right shunt, associated congenital abnormalities common
      • Sequester enclosed in pleural envelope
      • 90% at left lung base
      • arterial supply mostly from abdominal aorta
      • Venous drainage mainly systemic veins (azygos/hemiazygos)
      • Sharply marginated mass lesion, no air
      • Homogeneous buy may contain cystic areas
  • Bronchopulmonary sequestration (webb 21-27) Intralobar sequestration: Yellow arrow in A and B point to a hyperdense region in left lower lobe of the lung with small cystic lesions containing air within it. Red arrows in C and D show a contrast enhanced vessel arising from the aorta and supplying the area of hyperdensity in the lung.
  • Vraag 2
    • Bij een pectus excavatum dient men op een X-thorax beducht te zijn op vervaging van de rechter hartcontour.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  • Vraag 2
    • Bij een pectus excavatum dient men op een X-thorax beducht te zijn op vervaging van de rechter hartcontour.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  • Pectus excavatum (funnel chest)
    • congenital chest wall deformity: concave sternum depression
    • Compression of the heart causes characteristic findings on frontal CXR of an indistinct right heart border , decreased heart density and displacement of the heart to the left
    • Ribs appear heart-shaped
    • usually an isolated anomaly but can be associated with Marfan’s syndrome, Noonan’s syndrome, fetal alcohol syndrome and homocystinuria.
    • Reference: Dahnert W. Radiology Review Manual , 5th edition. Lippincott, Williams and Wilkins 2003 (niet in webb)
  • Vraag 3
    • Op een HRCT is het typische aspect van de solitaire vorm van het bronchiolo-alveolaircelcarcinoom (BAC) een onscherp begrensde nodus met ground-glass densiteit.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  • Vraag 3
    • Op een HRCT is het typische aspect van de solitaire vorm van het bronchiolo-alveolaircelcarcinoom (BAC) een onscherp begrensde nodus met ground-glass densiteit.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  • BAC (webb bac: 70-71halo: 275)
    • Subtype of adenocarcinoma
    • In lung periphery
    • Non-invasive growth pattern ( lepidic growth = groeit cellaag voor cellaag) yields unsharp margins and groundglass halo
    • 60% solitary nodule
    • 40% diffuse patchy consolidation and/or nodules
    • Halo sign also in: funghi, bacteria, virus, invasive aspergillosis, P. Carnii, Bronchiolitis obliterans with organizing pneumonia, Wegener, Infarct, metastases, kaposi sarcoma, BAC, adenocarcinoma
  • BAC (webb bac: 70-71; halo: 275)
  • Vraag 4
    • Bij een patiënt met een longtoptumor vraagt de longarts u naar het onderzoek van keuze voor het bepalen van de relatie van de tumor met de grote vaten en de plexus brachialis. U adviseert de longarts een MRI aan te vragen.
    • Deze beslissing is:
    • a. JUIST b. ONJUIST
  • Vraag 4
    • Bij een patiënt met een longtoptumor vraagt de longarts u naar het onderzoek van keuze voor het bepalen van de relatie van de tumor met de grote vaten en de plexus brachialis. U adviseert de longarts een MRI aan te vragen.
    • Deze beslissing is:
    • a. JUIST b. ONJUIST
  • Pancoast tumor (webb 76-77)
    • Superior sulcus carcinoma, thoracic inlet carcinoma, apical carcinomas, pancoast only used for symptomatic patients
    • 5% of lung tumors, can be all cell types
    • Often invasion in brachial plexux, cervicothoracic ganglia, a+v subclavia, vertebral column
    • Pancoast syndrome (rare):
      • Shoulder pain, radicluar pain C8,Th1,Th2, hand muscle atrophy, horner
    • Apical mass (60%), pleural thickening (40%), bone destruction (25%)
    • 5-year survival after ok+RT 30%
    • Contraindications Tx: invasion of a+v subclavia, plexus, vertebrae, n laryn rec, n phrenicus, mediastinum, distant metastases.
    • MRI advantageous over CT for imaging lungtop tumors and local invasion
  • Pancoast tumor (webb 76-77) Pancoast tumor with involvement of large vessels
  • Vraag 5
    • Bij morbus Hodgkin is het merendeel van de lymfomen inhomogeen op een CT-scan met intraveneus contrast.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  • Vraag 5
    • Bij morbus Hodgkin is het merendeel van de lymfomen inhomogeen op een CT-scan met intraveneus contrast.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  • Ln in Hodgkin
    • 3rd and 8th decade, sternberg-reed cells
    • 85% thoracic involvement at diagnosis, almost all have also (superior) mediastinal ln involvement
    • CT appearance: well defined, discrete, matted (unclear fatplanes between lns), may have diffuse mediatinal infiltration, most often homogeneous (10-20% of cases area of necrosis), sometimes invasion surrounding structures
  • Vraag 6
    • Bij een patiënt met primaire hyperparathyroidie wordt resectie van bijschildklierweefsel in de hals verricht, zonder resultaat. De chirurg vraagt een CT-scan aan.
    • U dient behalve de hals ook het gehele mediastinum mee te scannen.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  • Vraag 6
    • Bij een patiënt met primaire hyperparathyroidie wordt resectie van bijschildklierweefsel in de hals verricht, zonder resultaat. De chirurg vraagt een CT-scan aan.
    • U dient behalve de hals ook het gehele mediastinum mee te scannen.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  • Parathyroid adenomas (webb 230)
    • 4 glands, location may vary, adenomas mostly in lower 2 glands
    • 10% ectopic of which 60% lies in anterior mediastinum (30% in thyroid, 10% post-sup mediast)
    • Primary hyperparathyryeoidism from a single adenoma (85%)
    • Normal glands not seen on CT
    • Adnomas 0.3 – 3cm, homogeneous masses
    • Surgical resection of neck region 90-95% curative,therefore no pre-op imaging
    • if not cured, ectopic adenomas. 40-50% of these patients have mediastinal glands / adenomas
  • Parathyroid adenomas (webb 230) 35-year-old man with hypertension and hypercalcemia. Chest CT without intravenous contrast shows a 7 mm density in the superior mediastinum adjacent to the aortic arch slightly anterior and to the right of the trachea consistent with an ectopic parathyroid adenoma (arrow).
  • Vraag 7
    • Bij primaire, nog onbehandelde, sarcoïdose zijn in meer dan 80% van de gevallen de rechts-paratracheale lymfeklieren vergroot.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  • Vraag 7
    • Bij primaire, nog onbehandelde, sarcoïdose zijn in meer dan 80% van de gevallen de rechts-paratracheale lymfeklieren vergroot.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  • Sarcoidosis (webb 439-449)
    • 60-90% has ln involvement at some time
    • <50% visible lung involvement at some time
    • 1, 2, 3 pattern: 1 right paratracheal, 2 right hilar, 3 left hilar (4 aortopulmonary window)
    • Frequency of ln enlargement on:
    • X-ray CT
      • Right paratracheal: 75% 100%
      • Right hilar: 95% 90%
      • Left hilar: 95% 90%
      • Aortopulmonary window: 50% 95%
      • Subcarinal: 20% 65%
  • Sarcoidosis (webb 439-449)
    • Stage 0: no visible abnormalities (10%)
    • Stage 1: hilar/mediastinal ln NO visible lung disease (50%)
    • Stage 2: hilar/mediastinal ln AND visible lung disease (30%)
    • Stage 3: diffuse lung disease, NO ln (10%)
    • Stage 4: end stage fibrosis
  • Sarcoidosis (webb 439-449) Sarcoidosis stage I: left and right hilar and paratracheal adenopathy (1-2-3 sign)
  • Vraag 8
    • Op een CT-thorax ziet u een structuur welke u doet denken aan een bronchogene cyste. U meet de densiteit, deze bedraagt 35 HU.
    • Deze densiteit maakt bovengenoemde diagnose zeer onwaarschijnlijk.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  • Vraag 8
    • Op een CT-thorax ziet u een structuur welke u doet denken aan een bronchogene cyste. U meet de densiteit, deze bedraagt 35 HU.
    • Deze densiteit maakt bovengenoemde diagnose zeer onwaarschijnlijk.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  • Bronchogenic cyst (webb 288-289)
    • Most common in medial lung and lower lobes
    • Uninfected cysts: sharply described, round-oval, thin walls
    • Fluid-filled cysts: may have low (0-20 HU) or high (40-80 HU) CT numbers
    • Rarely, calcified wall or milk of calcium
    • Infection in 75% of cases: growth, margin becomes unsharp due to surrounding lung inflammation
    • Post-infection: thin, welldefined wall, air-fluid level
  • Bronchogenic cyst (webb 288-289)
  • Vraag 9
    • Het karakteristieke aspect van angioinvasieve aspergillose op een CT-thorax is een onscherpe begrensde consolidatie met een omringende ‘halo’ van ground-glass.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  • Vraag 9
    • Het karakteristieke aspect van angioinvasieve aspergillose op een CT-thorax is een onscherpe begrensde consolidatie met een omringende ‘halo’ van ground-glass.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  • Angioinvasive aspergillosis (webb 389 + 275)
    • Halo sign: Halo of ground glass around a central nodule
    • Halo: hemorrhage, nodule: septic infarction
    • 2 weeks after onset: air crescent sign: nodule with crescentic cavitation
    • Halo sign also in: funghi, bacteria, virus, P. Carnii, Bronchiolitis obliterans with organizing pneumonia, Wegener, Infarct, metastases, kaposi sarcoma, BAC, adenocarcinoma
  • Angioinvasive aspergillosis (webb 389 + 275)
  • Vraag 10
    • Op een CT-thorax wordt de centrale ‘dot’ in een pulmonale lobulus gevormd door de pulmonale vene.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  • Vraag 10
    • Op een CT-thorax wordt de centrale ‘dot’ in een pulmonale lobulus gevormd door de pulmonale vene.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  • Anatomy: secondary pulmonary lobule (webb 313)
    • 1 – 2.5 cm in size
    • Marginated by connective tissue interlobular septa which contain veins & lymphatics
    • Central portion (centrilobular region, normally invisible) contains pulmonary artery branch and bronchiolar branch
    • Lobule contains around 12 acini of 7-8mm which are invisible
  • Anatomy: secondary pulmonary lobule (webb 313)
  • Vraag 11
    • Op een HRCT ziet u noduli welke contact maken met de pleura .
    • Noduli van het perilymphatische type zijn waarschijnlijker dan noduli van het centrilobulaire type.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  • Vraag 11
    • Op een HRCT ziet u noduli welke contact maken met de pleura .
    • Noduli van het perilymphatische type zijn waarschijnlijker dan noduli van het centrilobulaire type.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  • Nodules (webb 317-322)
    • Perilymphatic (along lymphatics)
        • Subpleural interstitium, pleural surface and fissures
        • Peribronchovascular interstitium & parahilar
        • Interlobular septa
        • Peribronchovascular centrilobular
      • In:
        • sarcoidosis (upper lobes)
        • lymphangitic tumor spread (lungbase)
        • silicosis & pneumoconiosis (symmetrical posterior upper lobes)
        • rarely amyloidosis and lymphoid interstitial pneumonitis
  • Nodules (webb 317-322)
    • Random
        • Randomly distributed
        • relative to secondary lobule
        • appears diffuse and uniform
        • Often also subpleural
      • In:
        • Miliary TBC
        • Fungal infections
        • Hematogeneous metastases
        • Diffuse sarcoidosis
  • Nodules (webb 317-322)
    • Centrilobular
        • Bronchiolar or peribronchiolar in centrilobular location or in relation to small vessels
        • Most peripheral nodules 5-10mm from pleura; usually not in contact with pleura
        • Evenly spaced
        • Centrilobular nodules, rosettes or tree-in-bud, patchy or diffuse
      • In:
        • Endobronchial spread of TBC or other bronchopneumonias or tumor, e.g. bac
        • Hypersensitivity pneumonitis
        • Bronchiolitis obliterans organising pneumonia
        • Silicosis & pneumoconiosis
        • Histiocytosis
        • Vasculitis & pulmonary oedema
  • Nodule algorithm
    • Subpleural nodules or along fissure?
    • Yes: perilymphatic / random NO: centrilobular
    • Peribronchovascular / septal yes no
    • tree-in-bud
    • or
    • Diffuse and uniform
  • Vraag 12
    • De aanwezigheid van ‘tree-in-bud’ noduli bevestigt de aanwezigheid van ‘small airways disease’/ infectieuze bronchiolitis.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  • Vraag 12
    • De aanwezigheid van ‘tree-in-bud’ noduli bevestigt de aanwezigheid van ‘small airways disease’/ infectieuze bronchiolitis.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  • Nodules (webb 317-322)
    • Centrilobular tree-in-bud
        • Separates bronchiolar or peribronchiolar disease from small vessels disease
        • Indicates dilatation and impaction of bronchioles
        • Tree-in-bud 5-10mm from pleura
        • Often also centrilobular nodules or rosettes
      • In:
        • Infection: TBC, mycobacter avium, bacteria, fungus
        • Infected airway disease: bronchiectasis, CF
        • Rarely: astma with mucus plugging, allergic bronchopulmonary aspergillosis, endobronchial tumor spread
  • Nodules (webb 317-322)
  • Vraag 13
    • Bij een Pneumocystis carinii pneumonie ( nieuwe naam Pneumocystis jiroveci ) ziet men op een HRCT-thorax slechts zelden een ground-glass patroon in de longen.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  • Vraag 13
    • Bij een Pneumocystis carinii pneumonie ( nieuwe naam Pneumocystis jiroveci ) ziet men op een HRCT-thorax slechts zelden een ground-glass patroon in de longen.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  • PCP / Pneumocystis jiroveci (webb 391-393)
    • Fungus
    • Only in patients with underlying disease (e.g.aids, immunosuppresants, chemo)
    • First: bilateral perihilar groundglass opacity (in all aids patients with pcp) or interstital thickening or poor definition of pulmonary vessels
    • Later: multifocal airspace consolidation, NO pleural effusion
    • Sometimes pneumatoceles in upper lobes (AIDS) can lead to pneumothorax
  • PCP / Pneumocystis jiroveci (webb 391-393)
  • Vraag 14
    • Honeycombing komt bij UIP (usual interstitial pneumonia) en NSIP (nonspecific interstitial pneumonia) ongeveer in gelijke mate voor.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  • Vraag 14
    • Honeycombing komt bij UIP (usual interstitial pneumonia) en NSIP (nonspecific interstitial pneumonia) ongeveer in gelijke mate voor.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  • Honeycombing
    • Reflects extensive lungfibrosis with alveolar destruction
    • Thick-walled, air-filled cysts, 3 – 10 mm, cysts shared wall, at pleural surface
    • Favors diagnosis UIP or IPF (60-70%). dd: collagen vascular disease, drug reactions, asbestosis, hypersenstivity pneumonitis, rarely sarcoidosis. May be seen in NSIP.
  • Honeycombing Honeycombing in UIP
  • Vraag 15
    • Vergrote lymfeklieren in het kader van sarcoïdose vertonen zelden necrose.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  • Vraag 15
    • Vergrote lymfeklieren in het kader van sarcoïdose vertonen zelden necrose.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  • Sarcoidosis (webb 439-449)
    • Ln in sarcoidosis often quite large
    • Ln calcification 25-50% (hazy, dense, stippled, eggshell)
    • Ln rarely appear necrotic , low in attenuation or enhance on CT
  • Vraag 16
    • Een van de kenmerken van diffuse pulmonale haemorrhagie (bijvoorbeeld op grond van een vasculitis) is bilateraal pleuravocht.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  • Vraag 16
    • Een van de kenmerken van diffuse pulmonale haemorrhagie (bijvoorbeeld op grond van een vasculitis) is bilateraal pleuravocht.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  • Diffuse pulmonary hemorrhage (webb 488-490)
    • X-ray and CT nonspecific
    • In: goodpasture (anti-glomerular basement membrane disease), ideopatic pulmonary hemosiderosis, small vessel vasculitis in e.g. wegener, SLE, drug reactions, anticoagulation, thrombocytopenia
    • Patchy or diffuse consolidations or groundglass or centrilobular nodules, abnormalities mostly perihilar, no pleural effusion only in combination with coincident renal failure
  • Diffuse pulmonary hemorrhage (webb 488-490) 78-year-old woman with Goodpasture syndrome and severe acute pulmonary hemorrhage shows diffuse bilateral ground-glass opacities.
  • Vraag 17
    • In tegenstelling tot centrilobulair emfyseem tast panlobulair emfyseem vaak de basale longvelden aan.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  • Vraag 17
    • In tegenstelling tot centrilobulair emfyseem tast panlobulair emfyseem vaak de basale longvelden aan.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  • Emphysema (webb 553-564)
    • Centrilobular
      • Respiratory bronchioles in central portion lobule. Usually from smoking.
      • multiple small (<1cm), round areas of low HU distributed throughout lung but Mainly upper lobes , no visible walls, bullae with visible walls, often paraseptal emphysema and subpleural bullae. If extensive may mamic panlobular EM
    • Panlobular
      • Involves entire lobule. Associated with alfa-1-AT deficiency, sometimes in smokers, elderly, distal to bronchial obliteration, drug use
      • Widespread areas of low HU, generalized and more severe in lower lobes , bullae uncommon, vascular paucity
    • Paraseptal
      • Alveolar ducts and sacs in periphery, areas of destruction marginated by interlobular septa, young adults, smoking or ideopathic or in elderly with CL emphysema
      • Distal part of lobule, subpleural, visible walls, areas >1cm = bulla, can lead to pneumothorax, most severe in apices
  • Emphysema Centrilobular : The periphery of the lung is spared (blue arrows). Centrilobular artery (yellow arrows) is seen in the center of the hypodense area. Panlobular :uniform destruction of lung parenchyma Paraseptal :localized near fissures and pleura, associated with bullae
  • Vraag 18
    • Bij Langerhanscel histiocytose (histiocytosis X) zijn vooral de basale longvelden aangedaan.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  • Vraag 18
    • Bij Langerhanscel histiocytose (histiocytosis X) zijn vooral de basale longvelden aangedaan.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  • Langerhans cell histiocytosis (webb 565-569)
    • Unknown etiology, Aka hisitiocytosis X or eosinophilic granulomas
    • Recognized in childhood, multiple body systems, 40% lung involvement
    • Early stage: peribronchiolar granulomas
    • Later stage: fibrosis and lung cysts
    • 90% of adults with disease are smokers
    • symptoms: cough, dyspnoe, pneumothorax
    • X-ray: reticulonodular pattern + cysts, bilateral, mainly middle & upper lung zones , increased lungvolume
    • HRCT: cystic airspaces <1cm, various shapes and wall thickness, mainly upper lobes, >50% bullae, often also peribronchial nodules, sometimes mediastinal ln & lytic bone lesions
  • Langerhans cell histiocytosis (webb 565-569) (LCH): early stage: granulomatous nodules containing Langerhans histiocytes and eosinophils; later stages, the granulomas are replaced by fibrosis and the formation of cysts. Up to 20% of patients present with pneumothorax and over 90% of patients are smokers. Most cysts appear round, but can also have bizarre shapes (bilobed or clover-leaf shaped). An upper lobe predominance in the size and number of cysts is common .
  • Vraag 19
    • Eén van de kenmerken van lymphangioleiomyomatosis (LAM) op een HRCT-thorax is de aanwezigheid van grillig begrensde cysten in de longen.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  • Vraag 19
    • Eén van de kenmerken van lymphangioleiomyomatosis (LAM) op een HRCT-thorax is de aanwezigheid van grillig begrensde cysten in de longen.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  • Lymphangioleiomyomatosis (LAM) webb 569-571
    • Rare, proliferation of immature smooth muscle cells in relation to bronchioles and small vessels with peribronchiolar infiltration and destruction and formation of round cysts with diffuse distribution
    • Can involve ln, may cause pleural effusion (chylus), may involve veins which van lead to obstruction and hemoptysis (30-40%)
    • Women 17-50 years: associated with TSC, dyspnoe, pneumothorax (80%), cough, die within 5-10 years after onset, indication for Ltx
    • X-ray: reticulonodular pattern (80%), advanced disease: cystic lesions may mimic honeycombing, lungs diffusely affected, pneumothorax, pleural effusion, 10-25% normal X-ray
    • HRCT: numerous, thin-walled rounded cysts 2-5mm, irregular shaped lung cysts are uncommon , parenchyma between cysts normal or thickened septa or groundglass
  • Lymphangioleiomyomatosis (LAM) webb 569-571 Lam: small cystic lesions surrounded by normal parenchyma. Possible complication: pneumothorax
  • Vraag 20
    • Er wordt een CT-thorax verricht bij een patiënt met een pneumonie. Naast een consolidatie in de long ziet u een geloketteerde vochtcollectie in de pleuraholte.
    • Het ontbreken van luchtbellen in de vochtcollectie pleit tegen een empyeem.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  • Vraag 20
    • Er wordt een CT-thorax verricht bij een patiënt met een pneumonie. Naast een consolidatie in de long ziet u een geloketteerde vochtcollectie in de pleuraholte.
    • Het ontbreken van luchtbellen in de vochtcollectie pleit tegen een empyeem.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  • Empyema (webb 595)
    • Pus in pleural space
    • Mostly in pneumonia, 10% without lung diseasse. Tx: AB + drain, abcess: AB only
    • X-ray: lenticular shape, appears larger/better defined in 1 direction, can contain air, dd: peripheral lung abcess
    • CT: lenticular shape, non-dependent, sharply demarcated from adjacent lung, split pleura sign, thickened pleura, compression & displacement lungs and vessels
    • Lung abcess: round, ill defined, shaggy walls of irregular thickness, destroy lung without displacement of vessels
    • Air: thoracosynthesis, bronchopleural fistulas, gasforming organisms less common.
  • Empyema (webb 595)
  • Beeldvraag 1
    • De longarts vraagt een HRCT-thorax aan bij een patiënt met dyspnoe en droge hoest. Bijgevoegd twee coupes van het betreffende onderzoek.
    • Een extrinsieke allergische alveolitis (EAA, hypersensitivity pneumonitis) staat hoog in de differentiaal diagnose.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  •  
  • Beeldvraag 1
    • De longarts vraagt een HRCT-thorax aan bij een patiënt met dyspnoe en droge hoest. Bijgevoegd twee coupes van het betreffende onderzoek.
    • Een extrinsieke allergische alveolitis (EAA, hypersensitivity pneumonitis) staat hoog in de differentiaal diagnose.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  • Hypersensitivity pneumonitis (webb 450-455)
    • Aka allergic intrinsic alvaolitis
    • Acute stage: diffuse alvaolar damage, edema, hemorrhage. X-ray/CT: consolidation
    • Subacute stage: patchy groundglass , centrilobular nodules, mosaic pattern , airtrapping, lung cysts, may progress to fibrosis
    • Chronic stage: fibrosis, irregular reticular opacities, traction bronchiectasis, honeycombing
  • Beeldvraag 2
    • X- thorax bij een patiënt met een pneumonie .
    • Het infiltraat bevindt zich in het apicale segment van de rechteronderkwab.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  •  
  • Beeldvraag 2
    • X- thorax bij een patiënt met een pneumonie .
    • Het infiltraat bevindt zich in het apicale segment van de rechteronderkwab.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  • Lobar anatomy
  • Beeldvraag 3
    • X- thorax bij een patiënt met sarcoïdose.
    • Er is sprake van sarcoïdose stadium 3.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  •  
  • Beeldvraag 3
    • X- thorax bij een patiënt met sarcoïdose.
    • Er is sprake van sarcoïdose stadium 3.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  • Sarcoidosis (webb 439-449)
    • Stage 0: no visible abnormalities (10%)
    • Stage 1: hilar/mediastinal ln NO visible lung disease (50%)
    • Stage 2: hilar/mediastinal ln AND visible lung disease (30%)
    • Stage 3: diffuse lung disease, NO ln (10%)
    • Stage 4: end stage fibrosis
  • Beeldvraag 4
    • HRCT-coupes van een 50-jarige man .
    • Het beeld is typisch voor een panlobulair emfyseem in de linkeronderkwab.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  •  
  • Beeldvraag 4
    • HRCT-coupes van een 50-jarige man .
    • Het beeld is typisch voor een panlobulair emfyseem in de linkeronderkwab.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  • Emphysema (webb 553-564)
    • Centrilobular
      • Respiratory bronchioles in central portion lobule. Usually from smoking.
      • multiple small (<1cm), round areas of low HU distributed throughout lung but Mainly upper lobes, no visible walls, bullae with visible walls, often paraseptal emphysema and subpleural bullae. If extensive may mamic panlobular EM
    • Panlobular
      • Involves entire lobule. Associated with alfa-1-AT deficiency, sometimes in smokers, elderly, distal to bronchial obliteration, drug use
      • Widespread areas of low HU, generalized and more severe in lower lobes, bullae uncommon, vascular paucity
    • Paraseptal
      • Alveolar ducts and sacs in periphery, areas of destruction marginated by interlobular septa, young adults, smoking or ideopathic or in elderly with CL emphysema
      • Distal part of lobule, subpleural, visible walls, areas >1cm = bulla, can lead to pneumothorax, most severe in apices
  • Emphysema Centrilobular : The periphery of the lung is spared (blue arrows). Centrilobular artery (yellow arrows) is seen in the center of the hypodense area. Panlobular :uniform destruction of lung parenchyma Paraseptal :localized near fissures and pleura, associated with bullae
  • Beeldvraag 5
    • X-thorax van een kind van 10 dagen oud met dyspnoeklachten .
    • Bovenaan in de differentiaaldiagnose staat congenitaal lobair emfyseem.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  •  
  • Beeldvraag 5
    • X-thorax van een kind van 10 dagen oud met dyspnoeklachten .
    • Bovenaan in de differentiaaldiagnose staat congenitaal lobair emfyseem.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  • Congenital lobar emphysema (webb 5)
    • Overinflation of a lobe
    • Most cases present in first month
    • Partial or complete bronchial obstruction
    • Most common LUL, RML, RUL
    • Overinflation and airtrapping, mediastinal shift away from affected lobe (affected lobe can contain fetal fluid)
  • Beeldvraag 6
    • CT-thorax van een 60-jarige vrouw .
    • Het beeld is typisch voor een longinfarct.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  •  
  • Rounded atelectasis (can be wedge-shaped), typical comet tail sign, broad area of pleural contact and pleural thickening. Homogeneous contrast-enhancement. Mostly in lower lobes. (prokop 321)
  • Beeldvraag 6
    • CT-thorax van een 60-jarige vrouw .
    • Het beeld is typisch voor een longinfarct.
    • a. JUIST b. ONJUIST
  • Pulmonary infarction (prokop 328 & 857)
    • 10-15% of LE cases
    • First groundglass lesion, after that pleural based opacification wedge-shaped sometimes rounded
    • May contain air
    • Pneumothorax can happen
    • Hypopdense centre with rimenhancement
    • Accompanying pleural effeusion
    • Prone to infection / abcess formation
    • Lower lobes commonly affected
  • Pulmonary infact