• Share
  • Email
  • Embed
  • Like
  • Save
  • Private Content
Presentatie mammovragen tbv vgt
 

Presentatie mammovragen tbv vgt

on

  • 1,449 views

 

Statistics

Views

Total Views
1,449
Views on SlideShare
1,449
Embed Views
0

Actions

Likes
1
Downloads
18
Comments
0

0 Embeds 0

No embeds

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Microsoft PowerPoint

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

    Presentatie mammovragen tbv vgt Presentatie mammovragen tbv vgt Presentation Transcript

    • Mammografietbv(laatste) VGT
    • Mammo59.Paget’sdisease van de tepel duidt in de meerderheid van gevallen op een onderliggende maligniteit.A Juist B Onjuist C Weet niet
    • Mammo59.Paget’sdisease van de tepel duidt in de meerderheid van gevallen op een onderliggende maligniteit.A Juist B C
      JUIST
    • Paget
    • Paget
      Definition:
      CIS involving the nipple epidermis with a localinflammatory response. pruritus (jeuk) en excoriation
      Malignantcellsextend to nipplesurfacethroughlactiferiousducts.
      Characteristiceczematoid skin changes of nipple
      DD
      Dermatologicalconditions
      Subareolarabcess
    • Paget
      Clinical: erythema, flaking of the skin of nipple
      Mammographic: (+ magnification view)
      thickening of nipple and areolar, nippleretraction
      Subareolarmass and / orcalcifications
      Mass/calcawayfromnipple => indicates separate, diatantcarcinoma
    • Paget (adenocarcinoma)
      1-3% van alle mammacarcinomen
      Onderliggend geassocieerde maligniteit 95-98%
      Geen palp afwijking in 66-93%, tgv DCIS
      Indien palp afwijking IDC
      Medianage 56-62 jaar
      MRI: kan helpen onderliggende maligniteit aan te tonen.
    • MRI Paget
      T1: flattening, thickening and/orretraction of nipple/areolarregion
      T1 C+: abnormalnippleenhancement
      Ill-defined, thickenednipple –areolar complex
      Strong initialenhancement, plateau orwash-out
    • 60. Ter beoordeling van de aard van de laesie zijn de begrenzingskarakteristieken van de laesie belangrijker dan het verloop van de aankleuringscurve na 2 minuten na contrasttoediening.A Juist B Onjuist C Weet niet
    • 60. Ter beoordeling van de aard van de laesie zijn de begrenzingskarakteristieken van de laesie belangrijker dan het verloop van de aankleuringscurve na 2 minuten na contrasttoediening.A Juist B C
    • http://www.radiologyassistant.nl/en/47a585a7401a9
    • Type 1 On the image on the left is a type 1 curve.There is a slow rise and a continued rise with time. A lesion with a type 1 curve has a chance of 6% of being malignant.
    • Type 2Then there is the type 2 curve, which is in the middle: a slow or rapid initial rise followed by a plateau in the delayed phase, which is allowed a variance of 10% up or down.
    • Type 3The type 3 curve shows a rapid initial rise, followed by a drop-off with time (washout) in the delayed phase. A lesion with this type of curve is malignant in 29-77%. This is the red on the CAD (Computer Aided Detection).
    • 61. In een mammabiopt wordt door de patholoog lobulaircarcinoma in situ (LCIS) gevonden.De kans op aanwezigheid van LCIS in de andere borst is eerder 1% dan 30%.A Juist B Onjuist C Weet niet 
    • 61. In een mammabiopt wordt door de patholoog lobulaircarcinoma in situ (LCIS) gevonden.De kans op aanwezigheid van LCIS in de andere borst is eerder 1% dan 30%.A B Onjuist C 
    • LCIS
      Atypicalmonomorphicepithelialproliferationfilling, and oftendistending, acini of the terminal ductlobular unit (TDLU)
      Terminal DuctalLobular Unit
    • LCIS
      Usuallyincidentalfindingonbiopy of amorophiuscalcifications
      If LCIS, excissionrecommended. Upgrade tot carcinoma in appr. 27%.
      LCIS at core biopsy 0,24-1,2%
      Multicentric in 85%
      Bilateral in 30-67%
      RR fordevelopingcancer 8 -12x
    • 62. Een vrouw van 45 jaar, zonder mammacarcinoom in de voorgeschiedenis, heeft in de familieanamnese één eerste- en één tweedegraads verwant met mammacarcinoom, gediagnosticeerd op een gemiddelde leeftijd jonger dan 50 jaar.Volgens de huidige richtlijn komt deze vrouw in aanmerking voor screening buiten het bevolkingsonderzoek.A Juist B Onjuist C Weet niet 
    • 62. Een vrouw van 45 jaar, zonder mammacarcinoom in de voorgeschiedenis, heeft in de familieanamnese één eerste- en één tweedegraads verwant met mammacarcinoom, gediagnosticeerd op een gemiddelde leeftijd jonger dan 50 jaar.Volgens de huidige richtlijn komt deze vrouw in aanmerking voor screening buiten het bevolkingsonderzoek.A Juist B C
    • Tabel 1 Indicaties voor screening(buiten het BOB) voor vrouwen, met een leeftijd tussen 40 en 50 jaar, zonder mammacarcinoom in de voorgeschiedenis met een matig verhoogd levensrisico (20-30%) op borstkanker (Het RR bedraagt hier tenminste 2)
    • Screening bij een matig verhoogd risico (RR 2-3):
      Vanaf 40-50 jaar, jaarlijks mammografie aan te
      vragen door de huisarts. 
      Vanaf 50-75 jaar deelname aan het BOB.
    • Tabel 2 Indicaties voor genetisch onderzoek bij vrouwen
      zonder borstkanker in de voorgeschiedenis met
      een mogelijk sterk verhoogd levensrisico (30% of meer) op borstkanker
    • Richtlijnen screening
      Bij vrouwen met een sterk verhoogd risico (relatief risico 3 tot 4) wordt geadviseerd
      van 35 tot 60 jaar jaarlijks een mammografie en klinisch borstonderzoek te laten uitvoeren door specialist op dit terrein.
      Vanaf 60e tot hun 75e levensjaar kunnen deze vrouwen deelnemen aan het (tweejaarlijkse) bevolkingsonderzoek
    • BRCA 1 of BRCA 2-mutatievrouwen met 50% kans op dragerschap (rr 6-8)
      Bij vrouwen met een zeer sterk verhoogd risico op basis van dragerschap van een BRCA1- of BRCA2-mutatie, en bij vrouwen met 50% kans op dragerschap (relatief risicio 6 tot 8), wordt aanbevolen de controles te laten uitvoeren door multidisciplinair team in een polikliniek Erfelijke Tumoren. Daarbij geldt het volgende beleid [Kwaliteitsinstituut voor de gezondheidszorg CBO 2007]:
      vanaf 25 tot 60 jaar jaarlijks MRI;
      vanaf 30 tot 60 jaar jaarlijks mammografie;
      vanaf 25 tot 60 jaar jaarlijks klinisch borstonderzoek;
      vanaf 60 tot 75 jaar deelname aan het bevolkingsonderzoek op borstkanker;
      na preventieve chirurgie geen indicatie voor controle.
    • 63. Zogenaamde “milk of calcium” type calcificaties presenteren zich als een zogenaamd “tea-cup” fenomeen op een latero-mediale projectie.A Juist B Onjuist C Weet niet
    • 63. Zogenaamde “milk of calcium” type calcificaties presenteren zich als een zogenaamd “tea-cup” fenomeen op een latero-mediale projectie.A Juist B C
    • 63 “milk of calcium” type calcificaties juist zichtbaar op een latero-mediale projectie.
      Lobular calcifications (almost always benign)
      punctate, round or 'milk of calcium'
      When the acini become very large, as in cystic hyperplasia, 'milk of calcium' may fill these cavities
      Intraductal calcifications: pleomorph and form casts in a linear or branching distribution.
      Intraductal calcifications are suspicious of malignancy and are classified as BI-RADS 4 or 5
    • “milk of calcium” benignsedimentedcalcifications in macro- ormicrocysts.
      cluster of pleiomorphic calcifications on oblique view
      milk of calcium (teacups) on lateral view with horizontal beam
    • 64. Het echografisch beeld van intramammaire lymfeklieren en van axillaire lymfeklieren is verschillend. A Juist B Onjuist C Weet niet
    • 64. Het echografisch beeld van intramammaire lymfeklieren en van axillaire lymfeklieren is verschillend. A B Onjuist C
      B Onjuist
    • 64. Het echografisch beeld van intramammaire lymfeklieren en van axillaire lymfeklieren is verschillend. A B Onjuist C
      B Onjuist
      Vorm
      Grootte
      Ligging
      Cortex dikte
    • 65. Een 28-jarige vrouw ondergaat een mammografie. U ziet zeer dens klierweefsel, zonder focale afwijkingen.U geeft dit mammogram BI-RADS score 0.A Juist B Onjuist C Weet niet
    • 65. Een 28-jarige vrouw ondergaat een mammografie. U ziet zeer dens klierweefsel, zonder focale afwijkingen.U geeft dit mammogram BI-RADS score 0.A B Onjuist C
    • 65 BIRADS
    • niet
      173. Een scintigrafie in het kader van een “sentinel node” procedure.Het beeld duidt op ten minste één tumorpositieve axillaire lymfklier.A Juist B Onjuist C Weet niet 
    • niet
      173. Een scintigrafie in het kader van een “sentinel node” procedure.Het beeld duidt op ten minste één tumorpositieve axillaire lymfklier. B Onjuist
    • scintigrafie in het kader van een “sentinel node” procedure.
      Deze klier betreft de poortwachtersklier. In principe wordt ervan uit gegaan dat dit het eerste lymphestation is waarop de tumor draineert, derhalve heeft dit niets te maken met het wel of niet tumorpositief zijn.
    • 174. Mammografie bij een 74-jarige vrouw. Na punctie uit de massa lateraal blijkt het te gaan om een invasief carcinoom. Op de mamma-bespreking stelt de chirurg een mamma-sparende therapie (MST) met “sentinel node” procedure voor. Dit is de juiste procedure.A Juist B Onjuist C Weet niet 
      mlo
      cc
    • 174. Mammografie bij een 74-jarige vrouw. Na punctie uit de massa lateraal blijkt het te gaan om een invasief carcinoom. Op de mamma-bespreking stelt de chirurg een mamma-sparende therapie (MST) met “sentinel node” procedure voor. Dit is de juiste procedure. B Onjuist  
      mlo
      cc
    • Absolute contra-indicaties voor MST:
      multicentriciteit (twee of meer tumoren in verschillende kwadranten van de mamma)
      diffuus verspreide suspect maligne microcalcificaties
      persisterend meer dan focaal tumor positief resectievlak (geldt ook voor DCIS component), na adequate pogingen tot (re)excisie
      eerdere radiotherapie van de mamma
      Relatieve contra-indicaties voor MST zijn:
      collageenziekten waarbij radiotherapie complicaties kunnen optreden
      een grote tumor in een kleine mamma
    • TNMT - primaire tumorTX        niet vast te stellenT0        geen aanwijzingen voor primaire tumorTis        carcinoom in situ            Tis (DCIS)         ductaal carcinoom in situ            Tis (LCIS)          lobulair carcinoom in situ            Tis (Paget)        Paget van de tepel zonder tumorN.B. Paget met tumor wordt geclassificeerd aan de hand van de tumorgrootteT1        tumor 2 cm of kleiner in grootste dimensie            T1mic               microinvasie 0,1 cm of minder in grootste dimensie (1)            T1a                   meer dan 0,1 cm maar niet meer dan 0,5 cm            T1b                   meer dan 0,5 cm maar niet meer dan 1 cm            T1c                   meer dan 1 cm maar niet meer dan 2 cmT2        tumor meer dan 2 cm maar niet meer dan 5 cm in grootste dimensieT3        tumor meer dan 5 cm in grootste dimensieT4        tumor van elke grootte met directe uitbreiding in borstwand (ribben, intercostale spieren, en de m. serratusanterius, maar niet de m. pectoralis) of huid zoals beschreven in T4a t/m T4d            T4a                   uitbreiding in de borstwand            T4b                   oedeem (waaronder peau d'orange), of ulceratie van de huid van de borst, of huidsatellieten in de huid van de borst            T4c                   4a en 4b            T4d                   inflammatoir carcinoom (2)
    • T0        geen aanwijzingen voor primaire tumorTis        carcinoom in situ            Tis (DCIS)         ductaal carcinoom in situ            Tis (LCIS)          lobulair carcinoom in situ            Tis (Paget)        Paget van de tepel zonder tumor
      T1        tumor 2 cm of kleiner in grootste dimensie            T1mic               microinvasie 0,1 cm of minder in grootste dimensie (1)            T1a                   meer dan 0,1 cm maar niet meer dan 0,5 cm            T1b                   meer dan 0,5 cm maar niet meer dan 1 cm            T1c                   meer dan 1 cm maar niet meer dan 2 cm
      T2        tumor meer dan 2 cm maar niet meer dan 5 cm in grootste dimensie
      T3        tumor meer dan 5 cm in grootste dimensie
      T4        tumor van elke grootte met directe uitbreiding in borstwand (ribben, intercostale spieren, en de m. serratusanterius, maar niet de m. pectoralis) of huid zoals beschreven in T4a t/m T4d
    • N - regionale lymfklieren (klinisch - c)NX        niet te beoordelen (bijv. na eerdere klierdissectie)N0        geen regionale kliermetastasen
      N1        metastasen in mobiele ipsilaterale okselklier(en)N2        metastasen in gefixeerde ipsilaterale okselklier(en), of klinisch ontdekte (3) ipsilateraleparasternale klieren zonder klinisch evidente okselkliermetastasen            N2a                   metastasen in onderling verbakken klieren, of met andere structuren vergroeide klieren            N2b                  metastasen uitsluitend in klinisch ontdekte (3) ipsilateraleparasternale lymfklieren zonder klinisch evidente okselkliermetastasenN3        metastase in ipsilateralesubclaviculaire klier(en) met of zonder okselkliermetastasering; of klinisch ontdekte (3) ipsilateraleparasternale metastasering samen met klinisch evidente okselkliermetastasering; of metastasen in ipsilateralesupraclaviculaire lymfklier(en) met of zonder oksel- of parasternalekliermetastasering            N3a                  metastase subclaviculair            N3b                  metastasen parasternaal en in oksel            N3c                  metastase supraclaviculairAd 3)    klinisch ontdekt = door middel van lichamelijk onderzoek of met behulp van beeldvorming (met uitzondering van lymfoscintigrafie)
    • M - metastasen op afstandMX       niet vast te stellenM0       geen aanwijzingen voor afstandsmetastasenM1       afstandsmetastasen
    • pTNMpT - primaire tumorVoor het vaststellen van de pT is een macroscopisch volledige excisie van de tumor vereist. De pT kan bepaald worden in geval van microscopische uitbreiding in een resectievlak.NB. De pT is een maat van de invasieve component. Als er een grote in situ component is (bijv. 4 cm) en een kleine invasieve (bijv. 0,5 cm), wordt de tumor gecodeerd als pT1a.
    • Gemodificeerde radicale mastectomieIndicaties voor radiotherapie van de thoraxwand na GRM:
      een tumorpositief resectievlak van de primaire tumor, irradicaliteit
      cT4
      ingroei in musculuspectoralis en huid door de primaire tumor
      pT3, afhankelijk van andere risicofactoren
    • Mammografieprojecties