• Share
  • Email
  • Embed
  • Like
  • Save
  • Private Content
Traditionele Literaire Analyse
 

Traditionele Literaire Analyse

on

  • 6,681 views

Powerpoint bij de hoorcolleges van de module "Traditionele Literaire Analyse", opleiding Nederlandse taal en cultuur (BA), Universiteit van Amsterdam. (c) Thomas Vaessens, Amsterdam

Powerpoint bij de hoorcolleges van de module "Traditionele Literaire Analyse", opleiding Nederlandse taal en cultuur (BA), Universiteit van Amsterdam. (c) Thomas Vaessens, Amsterdam

Statistics

Views

Total Views
6,681
Views on SlideShare
6,677
Embed Views
4

Actions

Likes
0
Downloads
43
Comments
0

1 Embed 4

http://geudensherman2.wordpress.com 4

Accessibility

Upload Details

Uploaded via as Microsoft PowerPoint

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

    Traditionele Literaire Analyse Traditionele Literaire Analyse Presentation Transcript

    • Traditionele Literaire Analyse Hoorcollege 1 Prof. dr. Thomas Vaessens [email_address] 1 © Thomas Vaessens Amsterdam, september 2009
    • ALW I: de analyse van proza, poëzie en drama Eerste hoorcollege
      • ALW I: de analyse van proza, poëzie en drama
      • Eerste hoorcollege:
        • Literatuur: ‘wat is literatuur?’
      • ALW I: de analyse van proza, poëzie en drama
      • Eerste hoorcollege:
        • Literatuur: ‘wat is literatuur?’
        • Analyse: ‘wat is analyse?’
      • ALW I: de analyse van proza, poëzie en drama
      • Eerste hoorcollege:
        • Literatuur: ‘wat is literatuur?’
        • Analyse: ‘wat is analyse?’
        • ALW I: plaats in de opleiding
      • ALW I: de analyse van proza, poëzie en drama
      • Eerste hoorcollege:
        • Literatuur: ‘wat is literatuur?’
        • Analyse: ‘wat is analyse?’
        • ALW I: plaats in de opleiding
        • Organisatie van de cursus
        • Opdrachten voor volgende week
    •  
    •  
      • ALW I: de analyse van proza, poëzie en drama
      • Eerste hoorcollege:
        • Literatuur: ‘wat is literatuur?’
        • Analyse: ‘wat is analyse?’
        • ALW I: plaats in de opleiding
        • Organisatie van de cursus
        • Opdrachten voor volgende week
    • K. Schippers Gedicht In dit gedicht is geen woord te veel Neem je er iets van af dan is het niet meer heel
    • Gedicht In dit gedicht is geen woord te veel Neem je er iets van af dan is het niet meer heel K. Schippers In dit gedicht is geen woord te veel. Neem je er iets van af dan is het niet meer heel
    • Gedicht In dit gedicht is geen woord te veel Neem je er iets van af dan is het niet meer heel K. Schippers Gedicht In dit gedicht is geen woord te veel Neem je er iets van af dan is het niet meer
    • Gedicht In dit gedicht is geen woord te veel Neem je er iets van af dan is het niet meer heel K. Schippers Gedicht In dit gedicht is geen woord te veel Neem je er iets van af dan is het niet meer heel
    • Gedicht In dit gedicht is geen woord te veel Neem je er iets van af dan is het niet meer heel
    • Gerrit Kouwenaar Je hond is bijna je hand Je huis is bijna je huid
    • Gerrit Kouwenaar Je hond is bijna je hand Je huis is bijna je huid Je vorm is bijna je…
    • Gerrit Kouwenaar Je hond is bijna je hand Je huis is bijna je huid Je vorm is bijna je worm
    • Gerrit Kouwenaar Je hond is bijna je hand Je huis is bijna je huid Je vorm is bijna je worm Je gedicht is bijna…
    • Gerrit Kouwenaar Je hond is bijna je hand Je huis is bijna je huid Je vorm is bijna je worm Je gedicht is bijna Wat je gedacht had
    • School der poëzie Ik ben geen liefelijke dichter Ik ben de schielijke oplichter Lucebert
    • School der poëzie Ik ben geen liefelijke dichter Ik ben de schielijke oplichter Der liefde, zie onder haar de haat En daarop de kaaklende daad […] Lucebert
      • Wat is literatuur?
        • Herhaling (equivalentie)
          • bv. rijm
        • Afwijking (deviatie)
          • bv. onverwachte wendingen
        • Afbreking van versregels
        • Meerduidigheid
    •  
    •  
    •  
      • Essentialistische definities
        • Zelf tekstkenmerken aanwijzen die specifiek ‘literair’ zouden zijn
      • Institutionele definities
        • Vaststellen wat binnen de zgn. instituties als ‘literair’ geldt
      Definities van ‘literatuur’
    • Essentialistische definities Kenmerken : waarneembare gesteldheid waaraan een zaak of persoon zich doet kennen in zijn aanwezigheid of als behorende tot zekere categorie Rijm Afgebroken regels Wit
    • Essentialistische definities Kenmerken : waarneembare gesteldheid waaraan een zaak of persoon zich doet kennen in zijn aanwezigheid of als behorende tot zekere categorie Rijm Afgebroken regels Wit Complexiteit Meerduidigheid Schoonheid … .
    • Essentialistische definities Kenmerken : waarneembare gesteldheid waaraan een zaak of persoon zich doet kennen in zijn aanwezigheid of als behorende tot zekere categorie Conventie : geheel der traditionele, stilzwijgend aanvaarde, geijkte opvattingen omtrent hetgeen in de maatschappelijke omgang of op enig gebied van werkzaamheid (b.v. in de kunst) gepast, gebruikelijk en passend is
    • Een onkruid is een ongewenste, wilde of ongecultiveerde plant. Er is geen biologische definitie van een onkruid. Wat wel of geen onkruid is, hangt af van de definitie die mensen hieraan geven. Het is mogelijk dat een plant in de ene omgeving als onkruid gezien wordt bijvoorbeeld doordat die overdadig groeit en zo een verlangd aangeplant gewas overheerst, terwijl deze in de andere omgeving als nuttig wordt beschouwd. Lijsten van onkruiden hebben dan ook alleen maar zin in de context van een bepaald grondgebruik. Zo horen graslandplanten niet thuis op een akker, maar zijn in een wegberm zeer gewenst.
      • Essentialistische definities
        • Zelf tekstkenmerken aanwijzen die specifiek ‘literair’ zouden zijn
      • Institutionele definities
        • Vaststellen wat binnen de zgn. instituties als ‘literair’ geldt
      Definities van ‘literatuur’
    • Instituut : officiële instelling Wanneer iets ‘een instituut’ wordt, krijgt het officiële status Voorbeelden (Google): " Crimezone.nl is een instituut geworden" “ Het mag duidelijk zijn, Panna is een instituut geworden en is daarmee volledig ingeburgerd in de Nederlandse taal” “ Deze winkel is een instituut geworden in Gelderland”
      • Instituties in de literatuur:
        • Uitgeverijen
        • Literaire kritiek
        • Het literatuuronderwijs
        • Het Fonds voor de Letteren
        • Leesclubs
        • De boekhandel
        • Literaire prijzen
        • … .
      Instituten waarbinnen literaire waardeoordelen worden geveld
    •  
    •  
    •  
    •  
    •  
    • Nachoem Wijnberg krijgt de VSB Poezieprijs (2008)
    • Nachoem Wijnberg krijgt de VSB Poezieprijs (2008) De literaire kritiek ‘ Blurbs’: de critici van de Volkskrant en Trouw zwaaien Wijnberg lof toe
      • Essentialistische definities
        • Zelf tekstkenmerken aanwijzen die specifiek ‘literair’ zouden zijn
      • Institutionele definities
        • Vaststellen wat binnen de zgn. instituties als ‘literair’ geldt
      Definities van ‘literatuur’
      • ALW I: de analyse van proza, poëzie en drama
      • Eerste hoorcollege:
        • Literatuur: ‘wat is literatuur?’
        • Analyse: ‘wat is analyse?’
        • ALW I: plaats in de opleiding
        • Organisatie van de cursus
        • Opdrachten voor volgende week
    • Analyse? ALW I: Analyse van proza, poëzie en drama
    •  
    •  
    •  
    • Analyse (ontleding). Werkwijze waarop een tekst bestudeerd wordt in zijn samenstellende onderdelen, zowel op vormelijk als op inhoudelijk vlak. Op grond daarvan tracht men betekenis en artistieke waarde aan een tekst toe te kennen. Analyse richt zich dus enkel en alleen op de tekst zelf. Externe factoren als auteur, lezer, achtergrond worden niet besproken.
    • Analyse (ontleding). Werkwijze waarop een tekst bestudeerd wordt in zijn samenstellende onderdelen , zowel op vormelijk als op inhoudelijk vlak. Op grond daarvan tracht men betekenis en artistieke waarde aan een tekst toe te kennen. Analyse richt zich dus enkel en alleen op de tekst zelf. Externe factoren als auteur, lezer, achtergrond worden niet besproken.
    • Analyse (ontleding). Werkwijze waarop een tekst bestudeerd wordt in zijn samenstellende onderdelen, zowel op vormelijk als op inhoudelijk vlak. Op grond daarvan tracht men betekenis en artistieke waarde aan een tekst toe te kennen. Analyse richt zich dus enkel en alleen op de tekst zelf . Externe factoren als auteur, lezer, achtergrond worden niet besproken.
    • Analyse (ontleding). Werkwijze waarop een tekst bestudeerd wordt in zijn samenstellende onderdelen, zowel op vormelijk als op inhoudelijk vlak. Op grond daarvan tracht men betekenis en artistieke waarde aan een tekst toe te kennen. Analyse richt zich dus enkel en alleen op de tekst zelf. Externe factoren als auteur, lezer, achtergrond worden niet besproken.
    • Analyse (ontleding). Werkwijze waarop een tekst bestudeerd wordt in zijn samenstellende onderdelen, zowel op vormelijk als op inhoudelijk vlak. Op grond daarvan tracht men betekenis en artistieke waarde aan een tekst toe te kennen. Analyse richt zich dus enkel en alleen op de tekst zelf. Externe factoren als auteur, lezer, achtergrond worden niet besproken. In dit gedicht is geen woord te veel Neem je er iets van af dan is het niet meer heel
    • Analyse (ontleding). Werkwijze waarop een tekst bestudeerd wordt in zijn samenstellende onderdelen, zowel op vormelijk als op inhoudelijk vlak. Op grond daarvan tracht men betekenis en artistieke waarde aan een tekst toe te kennen. Analyse richt zich dus enkel en alleen op de tekst zelf. Externe factoren als auteur, lezer, achtergrond worden niet besproken.
    • Analyse (ontleding). Werkwijze waarop een tekst bestudeerd wordt in zijn samenstellende onderdelen, zowel op vormelijk als op inhoudelijk vlak. Op grond daarvan tracht men betekenis en artistieke waarde aan een tekst toe te kennen. Analyse richt zich dus enkel en alleen op de tekst zelf. Externe factoren als auteur, lezer, achtergrond worden niet besproken. ????
    • Vooronderstelling : iets dat men vooraf als mogelijk of zo-zijnd aanneemt
    • Vooronderstelling : iets dat men vooraf als mogelijk of zo-zijnd aanneemt Vraag : ‘Hoe bevalt je de introductieweek?’ Vooronderstelling : je bent een student
      • Vooronderstelling : iets dat men vooraf als mogelijk of zo-zijnd aanneemt
      • Vraag : ‘Hoe bevalt je de introductieweek?’
      • Vooronderstelling : je bent een student
      • Synoniemen:
        • Presuppositie
        • Veronderstelling
        • Aanname
        • Hypothese
      • Vooronderstelling : iets dat men vooraf als mogelijk of zo-zijnd aanneemt
      • Vraag : ‘Hoe bevalt je de introductieweek?’
      • Vooronderstelling : je bent een student
      • Synoniemen:
        • Presuppositie
        • Veronderstelling
        • Aanname
        • Hypothese MOGELIJK VERKLARENDE KRACHT
      • Vooronderstellingen analyse
      • Literatuur is van taal gemaakt
      • Literatuur is bijzondere manier van taalgebruik
      • De literaire tekst vertoont coherentie
    • Wat we NIET willen: parafrase niet-letterlijk navertellen, vaak bedoeld om te vereenvoudigen (het 'in eigen woorden' zeggen)   exegese uitleg, vaak van bijbelteksten, waarbij er (bv. in de Joodse traditie) vanuit wordt gegaan dat de Schrift het woord van God (en dus volmaakt) is  
      • ALW I: de analyse van proza, poëzie en drama
      • Eerste hoorcollege:
        • Literatuur: ‘wat is literatuur?’
        • Analyse: ‘wat is analyse?’
        • ALW I: plaats in de opleiding
        • Organisatie van de cursus
        • Opdrachten voor volgende week
    • ALW I Analytische vaardigheden: teksten ALW II Analytische vaardigheden: instituties Opbouw letterkunde-gedeelte curriculum BA Nederlandse taal en cultuur
    • ALW I Analytische vaardigheden: teksten ALW II Analytische vaardigheden: instituties Opbouw letterkunde-gedeelte curriculum BA Nederlandse taal en cultuur Analyse geen doel op zich: Inzetten in cultuurhistorische vraagstellingen Cultuurhistorisch perspectief
    • ALW I Analytische vaardigheden: teksten ALW II Analytische vaardigheden: instituties Opbouw letterkunde-gedeelte curriculum BA Nederlandse taal en cultuur Analyse geen doel op zich: Inzetten in cultuurhistorische vraagstellingen Cultuurhistorisch perspectief Nederlandse literatuurgeschiedenis 1800-1916 Nederlandse literatuurgeschiedenis 1916-heden Nederlandse literatuurgeschiedenis 1100-1800
    • ALW I Analytische vaardigheden: teksten ALW II Analytische vaardigheden: instituties Opbouw letterkunde-gedeelte curriculum BA Nederlandse taal en cultuur Analyse geen doel op zich: Inzetten in cultuurhistorische vraagstellingen Cultuurhistorisch perspectief Geschiedenis Nederlandse literatuur 1900-1916 Geschiedenis Nederlandse liuteratuur 1916-heden (Keuze)vak (Keuze)vak (Keuze)vak (Keuze)vak Nederlandse literatuurgeschiedenis 1800-1916 Nederlandse literatuurgeschiedenis 1916-heden Nederlandse literatuurgeschiedenis 1100-1800 … …
    • ALW I Analytische vaardigheden: teksten ALW II Analytische vaardigheden: instituties Opbouw letterkunde-gedeelte curriculum BA Nederlandse taal en cultuur Analyse geen doel op zich: Inzetten in cultuurhistorische vraagstellingen Cultuurhistorisch perspectief Geschiedenis Nederlandse literatuur 1900-1916 Geschiedenis Nederlandse liuteratuur 1916-heden (Keuze)vak (Keuze)vak BA-scriptiewerkgroep (Keuze)vak (Keuze)vak BA-scriptiewerkgroep Nederlandse literatuurgeschiedenis 1800-1916 Nederlandse literatuurgeschiedenis 1916-heden Nederlandse literatuurgeschiedenis 1100-1800 … …
      • ALW I: de analyse van proza, poëzie en drama
      • Eerste hoorcollege:
        • Literatuur: ‘wat is literatuur?’
        • Analyse: ‘wat is analyse?’
        • ALW I: plaats in de opleiding
        • Organisatie van de cursus
        • Opdrachten voor volgende week
    • Opdrachten voor volgend hoorcollege (week 2) Portfolio (weekopdracht 1) : 1a. Geef twee (eigen) definities van ‘literatuur’: een essentialistische definitie en een institutionele definitie
    • Opdrachten voor volgend hoorcollege (week 2) Portfolio (weekopdracht 1) : 1a. Geef twee (eigen) definities van ‘literatuur’: een essentialistische definitie en een institutionele definitie 1b. Zoek in de studiegids alle letterkundevakken uit het tweede en derde jaar van de BA (vaste onderdelen en keuzevakken) en geef in het studieschema aan waar ze geplaatst kunnen worden (spoor 1: tekstgericht, of spoor 2: institutioneel).
    • ALW I Analytische vaardigheden: teksten ALW II Analytische vaardigheden: instituties Opbouw letterkunde-gedeelte curriculum BA Nederlandse taal en cultuur Analyse geen doel op zich: Inzetten in cultuurhistorische vraagstellingen Cultuurhistorisch perspectief Geschiedenis Nederlandse literatuur 1900-1916 Geschiedenis Nederlandse liuteratuur 1916-heden (Keuze)vak (Keuze)vak BA-scriptiewerkgroep (Keuze)vak (Keuze)vak BA-scriptiewerkgroep Nederlandse literatuurgeschiedenis 1800-1916 Nederlandse literatuurgeschiedenis 1916-heden Nederlandse literatuurgeschiedenis 1100-1800 … …
    • Geschiedenis Nederlandse literatuur 1900-1916 Geschiedenis Nederlandse liuteratuur 1916-heden Nederlandse literatuurgeschiedenis 1800-1916 Nederlandse literatuurgeschiedenis 1916-heden Nederlandse literatuurgeschiedenis 1100-1800 ALW I Analytische vaardigheden: teksten ALW II Analytische vaardigheden: instituties Opbouw letterkunde-gedeelte curriculum BA Nederlandse taal en cultuur Analyse geen doel op zich: Inzetten in cultuurhistorische vraagstellingen Cultuurhistorisch perspectief (Keuze)vak (Keuze)vak BA-scriptiewerkgroep (Keuze)vak (Keuze)vak BA-scriptiewerkgroep … …
    • Opdrachten voor volgend hoorcollege (week 2) Portfolio (weekopdracht 1) : 1a. Geef twee (eigen) definities van ‘literatuur’: een essentialistische definitie en een institutionele definitie 1b. Zoek in de studiegids alle letterkundevakken uit het tweede en derde jaar van de BA (vaste onderdelen en keuzevakken) en geef in het studieschema aan waar ze geplaatst kunnen worden (spoor 1: tekstgericht, of spoor 2: institutioneel).
    • Opdrachten voor volgend hoorcollege (week 2) Portfolio (weekopdracht 1) : 1a. Geef twee (eigen) definities van ‘literatuur’: een essentialistische definitie en een institutionele definitie 1b. Zoek in de studiegids alle letterkundevakken uit het tweede en derde jaar van de BA (vaste onderdelen en keuzevakken) en geef in het studieschema aan waar ze geplaatst kunnen worden (spoor 1: tekstgericht, of spoor 2: institutioneel). Voorbereiding hoorcollege: Lees hoofdstuk 1 uit Het leven van teksten en maak een uitgebreide samenvatting voor eigen gebruik.
    • Opdrachten voor volgend hoorcollege (week 2) Portfolio (weekopdracht 1) : 1a. Geef twee (eigen) definities van ‘literatuur’: een essentialistische definitie en een institutionele definitie 1b. Zoek in de studiegids alle letterkundevakken uit het tweede en derde jaar van de BA (vaste onderdelen en keuzevakken) en geef in het studieschema aan waar ze geplaatst kunnen worden (spoor 1: tekstgericht, of spoor 2: institutioneel). Voorbereiding hoorcollege: Lees hoofdstuk 1 uit Het leven van teksten en maak een uitgebreide samenvatting voor eigen gebruik. Bestudeer de ‘Handleiding bij de hoorcolleges van het eerste blok’ (Blackboard)
    • Hoorcollege 2 Prof. dr. Thomas Vaessens [email_address] 2 Traditionele Literaire Analyse
    • Vorige week: 1. ‘Wat is literatuur?’ 2. Twee soorten definities - Essentialistisch (tekstkenmerken) - Institutioneel 3. Twee richtingen in studie - Op tekst gericht - Op instituties gericht 4. ‘Wat is analyse’ 5. Vooronderstellingen van de analyse
    • ALW I Analytische vaardigheden: teksten ALW II Analytische vaardigheden: instituties Opbouw letterkunde-gedeelte curriculum BA Nederlandse taal en cultuur Analyse geen doel op zich: Inzetten in cultuurhistorische vraagstellingen Cultuurhistorisch perspectief Geschiedenis Nederlandse literatuur 1900-1916 Geschiedenis Nederlandse liuteratuur 1916-heden (Keuze)vak (Keuze)vak BA-scriptiewerkgroep (Keuze)vak (Keuze)vak BA-scriptiewerkgroep Nederlandse literatuurgeschiedenis 1800-1916 Nederlandse literatuurgeschiedenis 1916-heden Nederlandse literatuurgeschiedenis 1100-1800 … …
    • Vorige week: 1. ‘Wat is literatuur?’ 2. Twee soorten definities - Essentialistisch (tekstkenmerken) - Institutioneel 3. Twee richtingen in studie - Op tekst gericht - Op instituties gericht 4. ‘Wat is analyse’ 5. Vooronderstellingen van de analyse
      • Vooronderstellingen analyse
      • Literatuur is van taal gemaakt
      • Literatuur is bijzondere manier van taalgebruik
      • De literaire tekst vertoont coherentie
      • Vooronderstellingen analyse
      • Literatuur is van taal gemaakt
      • Literatuur is bijzondere manier van taalgebruik
      • De literaire tekst vertoont coherentie
      Textuur, vgl. de klodders verf op het doek Gewoon taalgebruik (lexicon, syntaxis) als referentie: afwijkingen zijn betekenisvol De tekst is een zinvolle eenheid; samenhangende betekenis
    •  
    • A.L. Sötemann, De structuur van Max Havelaar (1966)
      • Wat is wetenschap?
      • Wat is cultuurwetenschap?
      • Wat is de plaats van de literatuurwetenschap binnen de cultuurwetenschap?
      • Wat zijn de subspecialismen van de literatuurwetenschap?
    • Literatuurwetenschap Empirisch domein Theorie Methode
    • ‘ Literatuurwetenschappelijke landkaart’ uit Het leven van teksten , p.39
    • A. Tekstanalyse B. Tekstinterpretatie C. Lezersonderzoek D. Institutioneel onderzoek E. Historisch onderzoek
    • ALW I Analytische vaardigheden: teksten ALW II Analytische vaardigheden: instituties Analyse geen doel op zich: Inzetten in cultuurhistorische vraagstellingen (Keuze)vak (Keuze)vak BA-scriptiewerkgroep (Keuze)vak (Keuze)vak BA-scriptiewerkgroep Nederlandse literatuurgeschiedenis 1800-1916 Nederlandse literatuurgeschiedenis 1916-heden Nederlandse literatuurgeschiedenis 1100-1800 … … A. Tekstanalyse B. Tekstinterpretatie C. Lezersonderzoek D. Institutioneel onderzoek E. Historisch onderzoek
    • Communicatie Zender --------------------- --------- Ontvanger
    • Zender --------------------- --------- Ontvanger Roman Jakobson -- communicatieschema Context Bericht Contact Code Communicatie
    • Auteurs lezers Het literaire veld
    • Auteurs lezers Het literaire veld
    • Het literaire veld Auteurs Uitgeverijen Boekhandel Bibliotheek Materiële productie Distributie lezers
    • Het literaire veld Auteurs Uitgeverijen Boekhandel Bibliotheek Materiële productie Distributie lezers Wat is de moeite waard? Wat is ‘literatuur’? What’s hot and what’s not? ‘ Symbolisch kapitaal’
    • Het literaire veld Auteurs Uitgeverijen Boekhandel Bibliotheek lezers Literatuuronderwijs Literaire kritiek Materiële productie Distributie Symbolische productie
    • Het literaire veld Auteurs Uitgeverijen Boekhandel Bibliotheek lezers Literatuuronderwijs Materiële productie Distributie Symbolische productie Literaire kritiek Literaire kritiek Essayistiek literatuurwetenschap
    • Het literaire veld Auteurs Uitgeverijen Boekhandel Bibliotheek lezers Literatuuronderwijs Materiële productie Distributie Symbolische productie Literaire kritiek Literaire kritiek Essayistiek (literatuurwetenschap) Literatuur-wetenschap
      • Taken wetenschap:
      • Potentiële betekenissen van een tekst vaststellen
      • Een zo volledig mogelijke (re)constructie van de historische context van een werk
      • Onderzoek naar de gerealiseerde betekenissen van een werk
    • Het literaire veld Auteurs Uitgeverijen Boekhandel Bibliotheek lezers Literatuuronderwijs Materiële productie Distributie Symbolische productie Literaire kritiek Literaire kritiek Essayistiek (literatuurwetenschap) Literatuur-wetenschap ??
    • Illustratie uit De gids van 1839
    • Jaren 1860: Conrad Busken Huet ( De gids ) Jaren 1930: Menno ter Braak (Forum ) Jaren 1960/70 Kees Fens (Merlyn, De Tijd , De Volkskrant )
    •  
    • Arjan Peters ( Volkskrant ) Rob Schouten ( Trouw ) Elsbeth Etty ( NRC ) Ilja Pfeijffer ( NRC ) Arie Storm (GPD-bladen) Jeroen Vullings ( Vrij Nederland )
    • Jaren 1940/50 P.H. Ritter (radio) Jaren 1990 Michael Zeeman (televisie) 1988-2001: Das Literarische Quartett (ZDF) Marcel Reich-Ranicki
    •  
    • LiteRom Via bibliotheek van de UvA: http://opc.uva.nl (alleen in UvA-gebouwen)
    •  
    • Recensie: Marc Cloostermans in De Standaard “ Marjolijn Februari schreef een kritische zedenschets met een vrolijke kant. Je kunt met het grootste gemak een resem argumenten verzinnen waarom het geen goed idee is om van De literaire kring van Marjolijn Februari te houden. Je kunt het boek bijvoorbeeld verwijten dat het aan de oppervlakte zweeft. Of dat het heel geconstrueerd is. Zo een klassiek, wat oud aandoend boek waarin scène na scène de personages zich ontwikkelen, heel braafjes. Of dat het Hollands is, en dus niet voor ons. Al die argumenten kloppen. Maar ze zijn niet relevant. Beter nog: al die argumenten bewijzen vooral het tegendeel. Want net vanwege die oppervlakkigheid, vanwege die constructie en dat Hollandse is De literaire kring een goed boek. Meer nog, een uitstekend boek. Meer nog, een van de beste boeken die in 2007 verschenen in dit taalgebied. En zeker de beste roman tot dusver over het diepgewortelde crisisgevoel in Nederland vandaag.“
    • Recensie: Marc Cloostermans in De Standaard “ Marjolijn Februari schreef een kritische zedenschets met een vrolijke kant. Je kunt met het grootste gemak een resem argumenten verzinnen waarom het geen goed idee is om van De literaire kring van Marjolijn Februari te houden. Je kunt het boek bijvoorbeeld verwijten dat het aan de oppervlakte zweeft. Of dat het heel geconstrueerd is. Zo een klassiek, wat oud aandoend boek waarin scène na scène de personages zich ontwikkelen, heel braafjes . Of dat het Hollands is, en dus niet voor ons. Al die argumenten kloppen. Maar ze zijn niet relevant . Beter nog: al die argumenten bewijzen vooral het tegendeel. Want net vanwege die oppervlakkigheid, vanwege die constructie en dat Hollandse is De literaire kring een goed boek. Meer nog, een uitstekend boek. Meer nog, een van de beste boeken die in 2007 verschenen in dit taalgebied. En zeker de beste roman tot dusver over het diepgewortelde crisisgevoel in Nederland vandaag.“
    • Nederlandse letterkunde TNTL New Literary History Poetics
    •  
    • Abstract : What role do contemporary writers have in discussions and debates on societal issues? […] Authors like Marjolein Februari, Nelleke Noordervliet and Charlotte Mutsaers write a new form of littérature engagée , in which a muliplicity of voices is represented”
      • Literaire kritiek
        • Voorlichtende functie (journalistiek)
        • Eindpunt: oordeel
        • Persoonlijk
        • Retorisch (verleiden)
      • Literatuurwetenschap
        • Vraagstelling
        • Geen oordeel, maar analyse / verklaring
        • Explicitering van uitgangspunten en methode
        • Zakelijke betoogtrant: niet-retorisch (overtuigen)
      Betrokkenheid Distantie
    • De Revisor Tirade Bunker Hill Essayistiek
    •  
    • Frans: ‘ Essai’ – proefneming, proef, probeersel
    • Opdrachten Portfolio (weekopdracht 2) : 2. Op Blackboard tref je twee teksten aan over de roman Mystiek lichaam van Frans Kellendonk. De ene, geschreven door Aad Nuis, is een recensie, de andere, geschreven door Ernst van Alphen, is een wetenschappelijk artikel. Schrijf een kort commentaar (maximaal 600 woorden) waarin je beide teksten met elkaar vergelijkt. Wat zijn de verschillen? Wat maakt de tekst van Van Alphen tot een wetenschappelijke tekst en wat maakt het stuk van Nuis tot een recensie? Voorbereiding hoorcollege volgende week (week 3): Lees hoofdstuk 2 uit Het leven van teksten en maak een uitgebreide samenvatting voor eigen gebruik.
    • Hoorcollege 3 Prof. dr. Thomas Vaessens [email_address] 3 Traditionele Literaire Analyse
      • Literaire kritiek
        • Voorlichtende functie (journalistiek)
        • Eindpunt: oordeel
        • Persoonlijk
        • Retorisch (verleiden)
      • Literatuurwetenschap
        • Vraagstelling
        • Geen oordeel, maar analyse / verklaring
        • Explicitering van uitgangspunten en methode
        • Zakelijke betoogtrant: niet-retorisch (overtuigen)
      Betrokkenheid Distantie
    • Juri Tynjanov 1894-1943 Het literaire feit (1924)
      • Hoofdstuk 2: De veelzijdigheid van literatuur
      • De breedte van ons object
        • Essentialistische of institutionele definitie?
    • “ We gaan ervan uit dat de kern van literariteit […] ligt in het feit dat sommige teksten een eigen waarde hebben die losstaat van hun eenmalige, praktische inzetbaarheid. Juist hierdoor gaan ze leven in de cultuur”. Het leven van teksten , p.46-47. literariteit = ‘dat wat een tekst literair maakt’
      • Redenen voor ‘doorleven’:
      • Mooi geschreven
      • Herkenbaar of juist ontluisterend verhaal
      • Tekst versterkt gemeenschapszin
      • Factoren (in het algemeen):
      • Teksteigenschappen
      • werking van tekst op lezers
      • sociale status van tekst
      Institutioneel Essentialistisch
    • Functies van taalgebruik Boodschap 1. Teksteigenschappen
    • Voorbeelden
    • Poëtische functie: bv. in reclameteksten
    • 2. Werking van teksten Viktor Shklovsky (1893-1984) Literatuur berust op vervreemding of de-automatisering
    • Portyfolio-opdracht voor week 3 (deel 1): Op p. 56-58 van Het leven van teksten wordt uitgelegd wat Viktor Shklovski onder deautomatisering (of: vervreemding) verstond. Breng deze term in verband met het onderstaande gedicht van Paul van Ostaijen. Je kunt daarbij kiezen of je let op formele kenmerken van de tekst, of op inhoudelijke aspecten Gebruik maximaal 250 woorden. Mythos Een hoge hand steekt in de nacht en zij steekt vóór de nacht omdat de nacht alleen is gene blauwheid aan 't einde van mijn ogen en vóór de blauwe nacht schuift éen witte duif zo een witte haas schuift voor uw ogen over de straat neem u in acht hij draagt uw leven over van d'ene schaal naar d'andere en gij weet niet wat dit beduidt
    • 3. Sociale status van van teksten / sociale organisatie
    • Auteurs lezers Het literaire veld 3. Sociale status van van teksten / sociale organisatie
    • Het literaire veld Auteurs Uitgeverijen Boekhandel Bibliotheek Materiële productie Distributie lezers
    • Het literaire veld Auteurs Uitgeverijen Boekhandel Bibliotheek lezers Literatuuronderwijs Literaire kritiek Materiële productie Distributie Symbolische productie
    • Het literaire veld Auteurs Uitgeverijen Boekhandel Bibliotheek lezers Literatuuronderwijs Literaire kritiek Materiële productie Distributie Symbolische productie
      • Materiële productie
      • Distributie
      • Symbolische productie
      • Biografische feiten:
      • Wat kunnen we ermee?
      • Verklaren ze iets?
      • Biografische feiten:
      • Wat kunnen we ermee?
      • Verklaren ze iets?
      • Biografische feiten:
      • Wat kunnen we ermee?
      • Verklaren ze iets?
      • Distributie:
      • Harde feiten: cijfers
      • Aantal drukken
      • Oplagen
      • Snelheid waarmee drukken elkaar opvolgden
      • Distributie over boekhandels in het land
      • Vertalingen
    • Kellendonks nieuwe roman een meesterwerk
      • Symbolische productie:
      • Oordelen worden feiten
      • Interpretaties/betekenissen worden feiten
      • Symbolische productie:
      • Oordelen worden feiten
      • Interpretaties/betekenissen worden feiten
      • Symbolische productie:
      • Oordelen worden feiten
      • Interpretaties/betekenissen worden feiten
      • Aad Nuis over Mystiek lichaam :
      • ‘ tot dusver meest ambitieuze prozaboek’
      • ‘ opvallend rijk is aan weerzinwekkende onzin’
      • ‘ onmiskenbaar antisemitisme in sluiers van ironie’
      Oordelen en mogelijke betekenissen
      • Symbolische productie:
      • Oordelen worden feiten
      • Interpretaties/betekenissen worden feiten
      • Aad Nuis over Mystiek lichaam :
      • ‘ tot dusver meest ambitieuze prozaboek’
      • ‘ opvallend rijk is aan weerzinwekkende onzin’
      • ‘ onmiskenbaar antisemitisme in sluiers van ironie’
      Oordelen en mogelijke betekenissen Feiten (als oordeel , niet als waarheid )
    • ALW I Analytische vaardigheden: teksten ALW II Analytische vaardigheden: instituties Opbouw letterkunde-gedeelte curriculum BA Nederlandse taal en cultuur Analyse geen doel op zich: Inzetten in cultuurhistorische vraagstellingen Cultuurhistorisch perspectief Geschiedenis Nederlandse literatuur 1900-1916 Geschiedenis Nederlandse liuteratuur 1916-heden (Keuze)vak (Keuze)vak BA-scriptiewerkgroep (Keuze)vak (Keuze)vak BA-scriptiewerkgroep Nederlandse literatuurgeschiedenis 1800-1916 Nederlandse literatuurgeschiedenis 1916-heden Nederlandse literatuurgeschiedenis 1100-1800 … …
    • Uit een essay over Mystiek lichaam van Kellendonk: Een roman waarvan ik hoop dat hij symbool wordt van de Nederlandse literatuur na 1945 is 'Mystiek lichaam' (1986) van Frans Kellendonk: tot in de details gestructureerd, beheerst-barok van stijl, universeel van inhoud. Mystiek lichaam schetst en interpreteert de positie van de erkende homoseksueel (m). Kellendonk doet dat met evenveel inleving als van zelfspot druipende afstandnemerij. Wie een boek over het gezin wil lezen, moet eveneens bij deze roman zijn. Ook over jaloezie – van broer op zus, van vader op schoonzoon, van niet-ouder op zwangere, van buiten-het-paadje op zoals-het-hoort – ken ik geen suggestievere roman dan 'Mystiek lichaam'. Kellendonk staat natuurlijk in een traditie. Hij is moeilijk los te denken van Gerard Reve (1923). Diens De avonden (1947) is net zo goed symbolisch – voor een iets eerdere periode – en bovendien heel hecht van structuur. Diens poëzie uit onder andere Nader tot U (1966) beschrijft homoseksualiteit (alweer m) in termen van religieuze mystiek – daarmee een klassieke vergelijking omdraaiend en naar eigen hand zettend. Deze vileine ironische actie had een kern van ernst: Reve verbond zonder aarzelen wat hem heilig was met elkaar en heeft zo in seculariserende jaren de godsdienst weer op de kaart gezet. Portfolio-opdracht voor week 3 (deel 2) Becommentarieer de onderstreepte passages uit de onderstaande tekst. Zijn dit feiten? Hoe zouden ze kunnen functioneren in een wetenschappelijke beschouwing over Mystiek lichaam ?
    • Juri Tynjanov 1894-1943 Het literaire feit (1924)
      • De tekst als ‘gebeurtenis’
      • De tekst als ‘constructie’
      • Evolutionaire benadering
    • Hoorcollege 4 Prof. dr. Thomas Vaessens [email_address] 4 Traditionele Literaire Analyse
    • Wat zie je? Een oude of een jonge vrouw?
    • Wat zie je? Eend of konijn? Vrouw of saxofonist?
    • Hermann Rorschach (1921)
    • Hermann Rorschach (1921) Zender Ontvanger Boodschap
    • Hermann Rorschach (1921) Zender Ontvanger Boodschap ??
    •  
      • Subject
          • - Lezer
          • - Niet neutraal of autonoom
          • - Veronderstellingen en vooroordelen
      • Object
      • - Tekst
      • - Waarneembaar, interpreteerbaar
      • (Auteur)
          • - Staat ‘achter’ tekst
          • - Niet waarneembaar
          • - Intenties niet kenbaar
      Ontvanger Boodschap (Zender)
    • Friedrich Schleiermacher (1768-1834) Wilhelm Dilthey (1833-1911)
    • Friedrich Schleiermacher (1768-1834) Psychologisch (innerlijke vorm) > auteur Begrijpen Grammaticaal (uiterlijke vorm) > structuur
    • Friedrich Schleiermacher (1768-1834) Psychologisch (innerlijke vorm) > auteur Begrijpen Grammaticaal (uiterlijke vorm) > structuur De tekst heeft een orde die onafhankelijk is van de bedoelingen van de auteur
    • Friedrich Schleiermacher (1768-1834)
      • ‘ Hermeneutische cirkel’
      • Je kunt nooit iets over het geheel zeggen zonder analyse van de onderdelen
      • Je kunt nooit iets over een onderdeel zeggen zonder idee van het geheel
    • Wilhelm Dilthey (1833-1911) Verstehen Het achterhalen van de innerlijke drijfveren van de auteur aan de hand van de uiterlijke, waarneembare expressie in taal
      • H.P. Grice (1913-1988)
      • Taalfilosoof
      • Coöperatieprincipe
      •  
      • - Maxime van kwantiteit
        • (zeg niet meer dan nodig)
      • - Maxime van kwaliteit
        • (zeg niet iets dat niet waar is)
      • - Maxime van wijze
        • (vermijd onduidelijkheden en wees ordelijk)
      • - Maxime van relevantie
        • (zorg dat wat je zegt ter zake doet)
    • Schleiermacher Eerste canon : de betekenismogelijkheden van een tekst voor het publiek waarvoor de tekst oorspronkelijk bedoeld was Tweede canon : de betekenismogelijkheden van de tekst in de context waarin ze gelezen wordt
    • Schleiermacher Eerste canon : de betekenismogelijkheden van een tekst voor het publiek waarvoor de tekst oorspronkelijk bedoeld was Geïntendeerde betekenis (auteur) Tweede canon : de betekenismogelijkheden van de tekst in de context waarin ze gelezen wordt Symptomatische betekenis (lezer)
    • “ Nog altijd bestaat literaire kritiek voor het grootste deel uit de bewering dat het werk van Baudelaire de mislukking is van Baudelaire als mens, dat van Van Gogh zijn krankzinnigheid, van Tsjaikovski zijn ondeugd. De verklaring van het werk wordt steeds gezocht bij degene die het gemaakt heeft, alsof het uiteindelijk […] altijd om de stem van een en dezelfde persoon gaat, de auteur die ons een ‘confidentie’ toevertrouwt”. Roland Barthes, La mort de l’auteur , 1968. Roland Barthes (1915-1980)
    • Hans-Georg Gadamer (1900-2002) Wahrheit und Methode (1960)
    • H.-G. Gadamer - Betekenisgeving komt in dialogisch proces tot stand - Deelnemers aan dialoog hebben verschillende ‘ horizonten ’ - Geslaagde interpretatie is versmelting van horizonten
    • Uitgangsounten van de interpretatie Fundameteel verschil tussen positie van interpreet en de ‘positie’ van de tekst (historische en culturele afstand: horizonten) Volledige reconstructie van gedachtenhorizon van de auteur is een illusie Interpretatie is de confrontatie van en ‘onderhandeling’ tussen de horizonten van lezer/interpreet en tekst De horizon van de lezer/interpreet wordt in een interpretatie geëxpliciteerd en vormt het interpretatiekader Interpretatie is nooit af: de horizon van de tekst wordt met steeds veranderende lezershorizonten geconfronteerd
    • Ik ben makelaar in koffi, en woon op de Lauriergracht, N o 37. Het is myn gewoonte niet, romans te schryven, of zulke dingen ….
    •  
    • Ik ben makelaar in koffi, en woon op de Lauriergracht, N o 37. Het is myn gewoonte niet, romans te schryven, of zulke dingen ….
    • Film (1976) Theater (2007) Musical (1987)
      • H.-G. Gadamer
      • ‘ Wirkungsheschichte’
        • De tekst kan niet los worden gezien van de geschiedenis van zijn effecten
    •  
    •  
    • Hoorcollege 5 Prof. dr. Thomas Vaessens [email_address] 5 Traditionele Literaire Analyse
    • 1860 1987
    • 1860 1987
    • Geïntendeerde betekenis: Betekenis die door de auteur van een tekst bedoeld (kan) zijn, afhankelijk van de context waarin de tekst geschreven is Symptomatische betekenis: Betekenis die kennelijk in een tekst besloten ligt, afhankelijk van de context waarin de tekst gelezen wordt Vormen van betekenis
    • “ Nog altijd bestaat literaire kritiek voor het grootste deel uit de bewering dat het werk van Baudelaire de mislukking is van Baudelaire als mens, dat van Van Gogh zijn krankzinnigheid, van Tsjaikovski zijn ondeugd. De verklaring van het werk wordt steeds gezocht bij degene die het gemaakt heeft, alsof het uiteindelijk […] altijd om de stem van een en dezelfde persoon gaat, de auteur die ons een ‘confidentie’ toevertrouwt”. Roland Barthes, La mort de l’auteur , 1968. Roland Barthes (1915-1980) ‘ De dood van de auteur’ (1968) (Roland Barthes)
    • Biografische informatie De jonge dichter was geestelijk labiel. ‘Zielsziekte’ was de reden dat hij begin 1927, na een maand, uit militaire dienst werd ontslagen. Toen aan het einde van dat jaar zijn verkering uitging dreigde Achterberg met zelfmoord en doodslag. In 1932 leidde nieuw liefdesverdriet zelfs tot opname in een psychiatrische inrichting in Utrecht waar hij zijn latere verloofde Annie Kuiper leerde kennen. In 1935, inmiddels werkzaam op het Landbouwcrisisbureau, vroeg hij – nog steeds verloofd – eerst zijn hospita ten huwelijk, vervolgens haar zestienjarige dochter. Beide aanzoeken werden afgewezen wat twee jaar later een dramatische ontknoping kreeg. Achterberg, in opperste staat van overspanning, schoot de hospita dood, verwondde haar dochter.
    • Thebe Met leven toegerust voor beiden, liep ik vannacht de gangen in, die naar u leiden. Het ondergronds geburchte droeg een stilte, die met tegenzin mijn tred verdroeg. […] Het labyrinth verliep in schroeven en eender, blinder cirkeling. U ten behoeve? Ik weet niet meer hoe lang ik ging. Hoe brachten zij, die u begroeven, zover een ding? Totdat mijn voeten op u stuiten: uit een volslagen duisternis zag ik nog uw ogen open splijten; uw handen, die ik niet kon tillen, voelde ik langs het leven strelen, dat in mij sloeg; uw mond, in dood verhalen, vroeg. […] Gerrit Achterberg
    • Thebe Met leven toegerust voor beiden, liep ik vannacht de gangen in, die naar u leiden. Het ondergronds geburchte droeg een stilte, die met tegenzin mijn tred verdroeg. […] Het labyrinth verliep in schroeven en eender, blinder cirkeling. U ten behoeve? Ik weet niet meer hoe lang ik ging. Hoe brachten zij, die u begroeven, zover een ding? Totdat mijn voeten op u stuiten: uit een volslagen duisternis zag ik nog uw ogen open splijten; uw handen, die ik niet kon tillen, voelde ik langs het leven strelen, dat in mij sloeg; uw mond, in dood verhalen, vroeg. […] De Necropolis van Thebe
    • Het register van Literair mechaniek
    • Het register van Literair mechaniek Wel in het register: Auctoriale verteller Ik-verteller Vertellende instantie Lyrisch ik Focalisator
    • De biografie: heet hangijzer
    • De biografie: heet hangijzer
    • Uit: Ik heb altijd gelijk (1952) 'De katholieken! Dat is het meest schunnige, belazerde, onderkruiperige, besodemieterde deel van ons volk! Maar díe naaien er op los! Die planten zich voort! Als konijnen, ratten, vlooien, luizen. Die emigreren niet! Die blijven wel zitten in Brabant en Limburg met puisten op hun wangen en rotte kiezen van het ouwels vreten!' W.F. Hermans
    • Getuige- deskundige Prof. dr. G. Stuiveling: “ Wanneer enig auteur aansprakelijk gesteld zou kunnen worden voor wat hij zijn personages laat zeggen, zou er geen enkel toneelstuk meer kunnen worden opgevoerd. Immers: wat is een dialoog anders dan een voortdurende botsing van meningen?” W.F. Hermans
    • Frans Kellendonk, Mystiek lichaam (1986) Criticus Aad Nuis: - ‘opvallend rijk aan weerzinwekkende onzin’ - ‘onmiskenbaar antisemitisme’
    • Frans Kellendonk, Mystiek lichaam (1986) Criticus Aad Nuis: - ‘opvallend rijk aan weerzinwekkende onzin’ - ‘onmiskenbaar antisemitisme’ Kellendonk in een interview (1987): “ Als ik een opvatting te verkondigen heb, dan schrijf ik wel een artikel of geef ik een interview, dan houd ik een betoog. […] In een roman worden denkbeelden niet verkondigd, maar gedramatiseerd”.
    • Frans Kellendonk, Mystiek lichaam (1986) Criticus Aad Nuis: - ‘opvallend rijk aan weerzinwekkende onzin’ - ‘onmiskenbaar antisemitisme’ Kellendonk in een interview (1987): “ Als ik een opvatting te verkondigen heb, dan schrijf ik wel een artikel of geef ik een interview, dan houd ik een betoog. […] In een roman worden denkbeelden niet verkondigd, maar gedramatiseerd”. “ [Maar] de roman als geheel heeft wel degelijk een strekking waarop de schrijver mag worden aangesproken. Die strekking is de resultante van alle op elkaar inwerkende krachten in het drama van het boek. En is overigens weer iets anders dan de bedoeling van de schrijver, zoals hij die in voorwoorden of in vraaggesprekken te kennen heeft gegeven”.
      • Implied author :
      • een omstreden concept
        • Wayne C. Booth (1921-2005)
      Booth over de impliciete auteur: However impersonal he may try to be, his readers will inevitably construct a picture of the official scribe who writes in this manner -- and of course that official scribe will never be neutral toward all values. Our reaction to his various commitments, secret or overt, will help to determine our response to the work Booth, The Rhetoric of Fiction (1961)
      • Implied author :
      • een omstreden concept
        • Wayne C. Booth (1921-2005)
      Booth, The Rhetoric of Fiction (1961)
      • Indicatoren van de impliciete auteur:
      • Commentaar verteller
      • Aard van de geschiedenis en hoe die verteld wordt (sociale, morele en emotionele inhoud)
      • Selectieve weergave
      • Kritiek op concept ‘implied author’
      • Gaat uit van een auteursintentie
        • die is principieel onkenbaar
        • die perkt de interpretatievrijheid van de lezer in
      • Er is geen formele procedure om impliciete auteur te reconstrueren
      • De formele verhaalanalyse kan zonder
          • verteller
          • vertelinstantie
          • focalisatie
          • tekstinterferentie
    • Het register van Literair mechaniek
    • Poëtica Stelsel van normatieve opvattingen over aard en functie van literatuur
    • Poëtica Stelsel van normatieve opvattingen over aard en functie van literatuur Auteurspoetica Opvattingen van een auteur over aard en functie van (zijn/haar eigen) literatuur
    • Poëtica Stelsel van normatieve opvattingen over aard en functie van literatuur Auteurspoetica Opvattingen van een auteur over aard en functie van (zijn/haar eigen) literatuur
      • “ Goede gedichten gaan altijd over de liefde”
      • “ Literatuur mag nooit ondergeschikt worden aan de politiek”
      • “ Mijn boeken proberen hun lezers politiek bewust te maken”
      • “ Ik zal nooit een gedicht schrijven dat rijmt”
      • “ Om van literatuur te kunnen genieten, moet je een tekst zeer nauwkeurig lezen”
    • Poëtica: Aristoteles
      • Eerste literatuur-theoretische werk
      • Impliciete adressaat: de dichter
      • ‘ Handboek’
    • Poëtica: Aristoteles
      • Eerste literatuur-theoretische werk
      • Impliciete adressaat: de dichter
      • ‘ Handboek’
    • Audience (lezer) Poem (tekst) Poet (auteur) Nog maar weer eens het communicatieschema M.H. Abrams
    • Audience (lezer) Poem (tekst) Poet (auteur) Universe (wereld) Nog maar weer eens het communicatieschema M.H. Abrams
    • Audience (lezer) Poem (tekst) Poet (auteur) Universe (wereld)
    • Audience (lezer) Poem (tekst) Poet (auteur) Universe (wereld) Pragmatische poetica Autonomistische poetica Expressieve poetica Mimetische poetica A.L. Sötemann: poëticamodel (1982)
    • impliciet versintern expliciet poetica impliciet versextern expliciet Uitbreiding en systematisering model Van den Akker (1985)
    • J. Six van Chandelier (1620-1695)
      • Bronnen voor (tekstexterne) poëtica:
      • Voor- en nawoorden
      • Brieven
      • Essays
      • Recensies (van andermans werk)
      • Interviews
    • In dit gedicht is geen woord te veel Neem je er iets van af dan is het niet meer heel K. Schippers
    •  
    • Portfolio-opdracht voor week 5 De volgende tekst van de dichter M. Nijhoff is een dialoogje tussen een “oude boom” en een “eenzaam schrijvertje”. Schrijf een kort commentaar (500 woorden) waarin je dit gedicht leest als een poëticaal gedicht. Worden er in dit gedicht opvatting verwoord over aard en/of functie van poezie en dichterschap? Betrek ook de titel van het gedicht in je beschouwing. De twee nablijvers   - O oude boom in de achtertuin   hoe kaal en lelijk is je kruin,   ik vraag mij af of jij nog leeft,   zo weinig vruchten als je geeft.     - O eenzaam schrijvertje in het raam,   je vrouw en kind zijn heengegaan,   ik vraag mij af of dat jij schrijft   het enige is wat je overblijft.    - Stil! Hoor! De nachtegaal hervat   zijn lied in 't hartje van de stad.   - Men heeft er woningen gebouwd   van nieuwe steen en blinkend hout.
    • Hoorcollege 6 Prof. dr. Thomas Vaessens [email_address] 6 Traditionele Literaire Analyse
    •  
    • “ Het proces van betekenistoekenning berust erop dat we bij het lezen voortdurend, bewust of onbewust, verbanden leggen” En: “ We proberen zoveel mogelijk elementen uit het verhaal […] in dit proces […] te betrekken” ( Literair mechaniek, p.267)
    • “ Het proces van betekenistoekenning berust erop dat we bij het lezen voortdurend, bewust of onbewust, verbanden leggen” En: “ We proberen zoveel mogelijk elementen uit het verhaal […] in dit proces […] te betrekken” ( Literair mechaniek, p.267)
    •  
    •  
    • Schoolpoetica’s
      • Albert Westerlinck, Het schoone geheim der poëzie . 1946
      • A.W. de Groot, Algemene versleer . 1946
      • Achilles Mussche, Nederlandse poëtica . 1948
      • J. Elema, Poëtica . 1949
      • H.J.M.F. Lodewick, Literaire kunst . 1955
      • W. Drop & J.W. Steenbeek, Indringend lezen. 1970
    • Drop en Steenbeek, Indringend lezen (1970)
    •  
    • Indringend lezen volgens dr. Drop Na een keertje doorlezen zullen we het allemaal wel een moeilijk gedicht vinden, dit hand o.a. Toch kunnen we met geduldig lezen een heel eind komen. Wel moeten we bij voorbaat aanvaarden, dat je in dit soort gedichten vaak met een paar ‘blinde vlekken’ blijft zitten. Dat zijn de plaatsen waar de associaties van de dichter kennelijk zo persoonlijk zijn geweest dat het min of meer toeval is of je ze kunt navoelen.
    • M. Nijhoff Paul van Ostaijen T.S. Eliot Ezra Pound Modern(istisch)e dichters
    • Eliot is ‘first non-academic critic who sounds like an academic critic’ T.S. Eliot Louis Menand & Lawrence Rainey
    •  
    •  
      • Conventies:
      • Het gedicht is een organische heelheid
      • - Nijhoff: de taak van de dichter: “het teweegbrengen van een ding, dat, al is het maar met één centimeter, onze grenzen overschrijdt; een vrucht [...] die zelf een wil krijgt, een organisme wordt”
      • - Nijhoff: kunst is ‘geen spiegel van het leven maar zelf een organisch leven’
      • 2 De tekst representeert een subject; er klinkt een authentieke stem
      • - Nijhoff over “persoonlijkheid: “De werkelijke vormvernieuwers in de poëzie hebben zich er in hun jeugd mee vergenoegd ‘nieuwe wijn in oude zakken’ te gieten [...]. De echte originaliteit komt doorgaans [...] eerst op later leeftijd”
      • - Van Ostaijen: “Zolang [de dichter] vertrouwt op de preciesheid van zijn subjectiefste ervaring, zolang deze samenhang konstrueert, zolang gaat het goed”
      De tekst vertoont, ook als hij zich als chaotisch voordoet, op hoger niveau een innerlijke samenhang
    • Coherentie ≈ elk onderdeel is noodzakelijk In dit gedicht is geen woord te veel Neem je er iets van af dan is het niet meer heel K. Schippers
    • Coherentie of chaos?
    • Coherentie of chaos?   [...] Elizabeth and Leicester Beating oars The stern was formed A gilded shell Red and gold The brisk swell Rippled both shores Southwest wind Carried down stream The peal of bells White towers Weialala leia Wallala leialala [...] T.S. Eliot, The Waste Land (1921)
    • Coherentie of chaos?     riverrun, past Eve and Adam’s, from swerve of shore to bend of bay, brings us by a commodius vicus of recirculation back to Howth Castle and Environs. Sir Tristram, violer d’amores, fr’over the short sea, had passen- core rearrived from North Armorica on this side the scraggy isthmus of Europe Minor to wielderfight his penisolate war: nor had topsawyer’s rocks by the stream Oconee exaggerated themselse to Laurens County’s gorgios while they went doublin their mumper all the time […] James Joyce, Finnegans Wake (1939)
    • Coherentie of chaos? Paul van Ostaijen, Bezette stad (1921)
    • Indringend lezen volgens dr. Drop Na een keertje doorlezen zullen we het allemaal wel een moeilijk gedicht vinden, dit hand o.a. Toch kunnen we met geduldig lezen een heel eind komen. Wel moeten we bij voorbaat aanvaarden, dat je in dit soort gedichten vaak met een paar ‘blinde vlekken’ blijft zitten. Dat zijn de plaatsen waar de associaties van de dichter kennelijk zo persoonlijk zijn geweest dat het min of meer toeval is of je ze kunt navoelen.
    • Timothy Materer Modernist Alchemy. Poetry and the Occult (1995) Poëzie is toverkunst Nijhoff: Dichten is als blazen op een ‘toverfluit’. Het gaat de dichter om een ‘wonderlijker voortbrengen dan wij ooit gedroomd hadden’, waarin gestreefd wordt naar het ‘merkwaardig vermeerderende’ van de scheppende taal. De dichter zet het proces in gang, waarna de taal, dat wonderlijke conglomeraat van klanken en betekenissen, het gedicht verder ‘doet ontstaan’
    • Twee interpretaties van ‘De moeder de vrouw’ A.L. Sötemann, ‘De moeder de vrouw. Een analyse in twee etappes’. In: De nieuwe taalgids 1968 Yra van Dijk, ‘Midden in de oneindigheid’. In: Nederlandse letterkunde 2002.
    • De moeder de vrouw 1 Ik ging naar Bommel om de brug te zien. 2 Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden 3 die elkaar vroeger schenen te vermijden, 4 worden weer buren. Een minuut of tien 5 dat ik daar lag, in 't gras, mijn thee gedronken, 6 mijn hoofd vol van het landschap wijd en zijd – 7 laat mij daar midden uit de oneindigheid 8 een stem vernemen dat mijn oren klonken. 9 Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer 10 kwam langzaam stroomaf door de brug gevaren. 11 Zij was alleen aan dek, zij stond bij 't roer, 12 en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren. 13 O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer. 14 Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren.
    •  
    •  
    • Moeder de vrouw
    • De moeder de vrouw 1 Ik ging naar Bommel om de brug te zien. 2 Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden 3 die elkaar vroeger schenen te vermijden, 4 worden weer buren. Een minuut of tien 5 dat ik daar lag, in 't gras, mijn thee gedronken, 6 mijn hoofd vol van het landschap wijd en zijd – 7 laat mij daar midden uit de oneindigheid 8 een stem vernemen dat mijn oren klonken. 9 Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer 10 kwam langzaam stroomaf door de brug gevaren. 11 Zij was alleen aan dek, zij stond bij 't roer, 12 en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren. 13 O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer. 14 Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren.
    • Sötemann
      • Leest het gedicht per zin
      • Veel aandacht voor vormaspecten (metrum)
      • ‘ Technisch’ taalgebruik: analyse als wetenschappelijke methode
    • Sötemann “ Wil men er achterkomen wat de taalvormen in deze bepaalde situatie ‘in feite’ doen, dan is dat alleen mogelijk en zinvol op basis van vergelijking met enerzijds het normale schriftelijke – en eventueel mondelinge – taalgebruik in de jaren dertig, en anderzijds het ‘normale’ taalgebruik in poezie in diezelfde periode”. (p.142)
    • Sötemann “ Wil men er achterkomen wat de taalvormen in deze bepaalde situatie ‘in feite’ doen, dan is dat alleen mogelijk en zinvol op basis van vergelijking met enerzijds het normale schriftelijke – en eventueel mondelinge – taalgebruik in de jaren dertig, en anderzijds het ‘normale’ taalgebruik in poezie in diezelfde periode”. (p.142) “… maar vooral het vulgarisme ‘laat mij daar…’ (r.7) gooit de taalsituatie volledig overhoop…” (p.146)
    • Sötemann Op zoek naar afwijkend taalgebruik >> Het WNT als referentie
    • Sötemann Op zoek naar afwijkend taalgebruik >> Het WNT als referentie “’ Bevoer’ (r.9), met als object ‘het schip’, lijkt mij vrij ongebruikelijk, tenzij voor degene die het bevel voert over een schip, maar het W.N.T. geeft geen afdoend uitsluitsel”. (p.147)
    • Sötemann “ Wil men er achterkomen wat de taalvormen in deze bepaalde situatie ‘in feite’ doen, dan is dat alleen mogelijk en zinvol op basis van vergelijking met enerzijds het normale schriftelijke – en eventueel mondelinge – taalgebruik in de jaren dertig, en anderzijds het ‘normale’ taalgebruik in poezie in diezelfde periode”. (p.142) “… maar vooral het vulgarisme ‘laat mij daar…’ (r.7) gooit de taalsituatie volledig overhoop…” (p.146)
    • ‘ De nieuwe brug’: Over de Waal bij Zaltbommel 1933 2007
    • De Martinus Nijhoffbrug, A2 Utrecht – Den Bosch (Zaltbommel)
    • De moeder de vrouw 1 Ik ging naar Bommel om de brug te zien. 2 Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden 3 die elkaar vroeger schenen te vermijden, 4 worden weer buren. Een minuut of tien 5 dat ik daar lag, in 't gras, mijn thee gedronken, 6 mijn hoofd vol van het landschap wijd en zijd – 7 laat mij daar midden uit de oneindigheid 8 een stem vernemen dat mijn oren klonken. 9 Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer 10 kwam langzaam stroomaf door de brug gevaren. 11 Zij was alleen aan dek, zij stond bij 't roer, 12 en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren. 13 O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer. 14 Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren.
    • De moeder de vrouw 1 Ik ging naar Bommel om de brug te zien. 2 Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden 3 die elkaar vroeger schenen te vermijden, 4 worden weer buren. Een minuut of tien 5 dat ik daar lag, in 't gras, mijn thee gedronken, 6 mijn hoofd vol van het landschap wijd en zijd – 7 laat mij daar midden uit de oneindigheid 8 een stem vernemen dat mijn oren klonken. 9 Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer 10 kwam langzaam stroomaf door de brug gevaren. 11 Zij was alleen aan dek, zij stond bij 't roer, 12 en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren. 13 O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer. 14 Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren. I Sam. 3:II: ‘En de Heere zeide tot Samuel: Zie, ik doe een ding in Israel, dat al wie het hooren zal, dien zullen zijn beide ooren klinken’
    • Sötemann “ De tweede zin lijkt de banaliteit zelve. Syntactisch en ritmisch al even onopvallend, en qua inhoud een haast ontstellende anti-climax”. (p.144) Verwachtingspatroon: - Poëzie is niet banaal - In poëzie wordt iets opvallends gezegd
    • Sötemann “ De tweede zin lijkt de banaliteit zelve. Syntactisch en ritmisch al even onopvallend, en qua inhoud een haast ontstellende anti-climax”. (p.144) Verwachtingspatroon: - Poëzie is niet banaal - In poëzie wordt iets opvallends gezegd “ Na de bedrieglijk simpele inzet heeft Nijhoff in een zin de lezer geconfonteerd met een heel complex van zwaar aangezette raadselachtigheden ”. (p.145)
    • Sötemann Kritiek van o.a. Simon Vestdijk: - Gedicht niet overtuigend - ‘Fouten’ - Omslachtig octet
    • Sötemann Kritiek van o.a. Simon Vestdijk: - Gedicht niet overtuigend - ‘Fouten’ - Omslachtig octet “ Dat is een merkwaardige, om niet te zeggen haast ongeloofwaardige bevinding. Zou een meester als Nijhoff zich zo hebben verkeken, het vers ongewijzigd gehandhaafd hebben in alle drukken, misleid door wat in dit geval valse piëteit zou zijn?” (p.148)
    • Sötemann “ Op 3 april 1934 fietste hij [Hans Philips] met de dichter van Utrecht naar Jutphaas. Onderweg kwam het gesprek op de verwonderlijke omstandigheid dat de fascinerende binnenvaart zo zelden als thema gebruikt was in onze literatuur. Naar aanleiding daarvan vertelde Philips aan zijn vriend hoe hij […] gewandeld had op de pas geopende nieuwe Waalbrug bij Zaltbommel, en hoe hij daar ineens op die grote lege rivier een schip zag aankomen, waarop een vrouw, alleen aan dek, psalmen stond te zingen. Een tweede ervaring: hoe hij, wandelend bij de sluizen van Vreeswijk, een vrouw had gezien aan boord van een schip, die hem bijzonder trof door de sprekende gelijkenis met zijn [Philips’] moeder”. (p.148-9).
    • Sötemann “ Op 3 april 1934 fietste hij [Hans Philips] met de dichter van Utrecht naar Jutphaas. Onderweg kwam het gesprek op de verwonderlijke omstandigheid dat de fascinerende binnenvaart zo zelden als thema gebruikt was in onze literatuur. Naar aanleiding daarvan vertelde Philips aan zijn vriend hoe hij […] gewandeld had op de pas geopende nieuwe Waalbrug bij Zaltbommel, en hoe hij daar ineens op die grote lege rivier een schip zag aankomen, waarop een vrouw, alleen aan dek, psalmen stond te zingen. Een tweede ervaring: hoe hij, wandelend bij de sluizen van Vreeswijk, een vrouw had gezien aan boord van een schip, die hem bijzonder trof door de sprekende gelijkenis met zijn [Philips’] moeder”. (p.148-9). […] “ Wanneer men met dit inzicht gewapend ‘De moeder de vrouw’ opnieuw bekijkt, verschuiven vele zaken, en krijgen de veronderstelde banaliteiten een diepere zin”
    • Sötemann “ Zo bezien is ‘De moeder de vrouw’ een gaaf, volledig coherent, complex gedicht, waarin alle aspecten hun volkomen doorzichtige functie hebben, en waarin het octaaf allerminst een omslachtige en weinig gemotiveerde introductie vormt” (p.151)
    • Sötemann “ Zo bezien is ‘De moeder de vrouw’ een gaaf, volledig coherent, complex gedicht, waarin alle aspecten hun volkomen doorzichtige functie hebben, en waarin het octaaf allerminst een omslachtige en weinig gemotiveerde introductie vormt” (p.151)
    • Sötemann
      • “… de laatste terzine, die toch evident de kern van het gedicht is…”
      • (p.149)
              • - Evident?
              • - De kern?
    • Van Dijk “ Sötemann accepteert de tegenstrijdigheden niet en wil ze oplossen. Hij ging uit van het structuralistische principe dat het literaire werk een eenheid is van onderling samenhangende elementen, en wilde dus niet berusten in het bestaan van […] losse eindjes […]. Sötemann meent dat de ‘splinters en brokken’ waaruit Nijhoffs tekst bestaat, kunnen worden samengevoegd bij een symbolische lezing van het gedicht. In zijn vernuftige poging om een sluitende interpretatie te vinden, werkt Sötemann alle ‘ongerijmdheden’ weg” (p.173-4)
    • Van Dijk “ Een sluitende interpretatie […] stopt alle kieren van de poëzie dicht” (p.175)
    • Van Dijk
      • Gericht op ‘open plekken’
      • De tekst niet sluiten, maar openen
      • Restricties:
        • Tekst (ook Van Dijk doet aan ‘indringend lezen’)
        • Poetica van Nijhoff
    • De moeder de vrouw 1 Ik ging naar Bommel om de brug te zien. 2 Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden 3 die elkaar vroeger schenen te vermijden, 4 worden weer buren. Een minuut of tien 5 dat ik daar lag, in 't gras, mijn thee gedronken, 6 mijn hoofd vol van het landschap wijd en zijd – 7 laat mij daar midden uit de oneindigheid 8 een stem vernemen dat mijn oren klonken. 9 Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer 10 kwam langzaam stroomaf door de brug gevaren. 11 Zij was alleen aan dek, zij stond bij 't roer, 12 en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren. 13 O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer. 14 Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren.
    • Sötemann
      • Nijhoff ontleende de ‘anecdote’ over het voorbijvarende schip aan zijn vriend Hans Philips
        • - ‘De moeder de vrouw’ gaat niet over Nijhoff
        • - We mogen geen band veronderstellen tussen ‘ik’ en dichter
    • Audience (lezer) Poem (tekst) Poet (auteur) Universe (wereld) Pragmatische poetica Autonomistische poetica Expressieve poetica Mimetische poetica
    • Audience (lezer) Poem (tekst) Poet (auteur) Universe (wereld) Pragmatische poetica Autonomistische poetica Expressieve poetica Mimetische poetica Modern(istisch)e dichters: autonomistische poetica
      • Vooronderstellingen analyse
      • Literatuur is van taal gemaakt
      • Literatuur is bijzondere manier van taalgebruik
      • De literaire tekst vertoont coherentie
      • Vooronderstellingen analyse
      • Literatuur is van taal gemaakt
      • Literatuur is bijzondere manier van taalgebruik
      • De literaire tekst vertoont coherentie
      Consequenties autonomistische poetica voor tekstinterpretatie
    • Indringend lezen volgens dr. Drop Na een keertje doorlezen zullen we het allemaal wel een moeilijk gedicht vinden, dit hand o.a. Toch kunnen we met geduldig lezen een heel eind komen. Wel moeten we bij voorbaat aanvaarden, dat je in dit soort gedichten vaak met een paar ‘blinde vlekken’ blijft zitten. Dat zijn de plaatsen waar de associaties van de dichter kennelijk zo persoonlijk zijn geweest dat het min of meer toeval is of je ze kunt navoelen.
      • Portfolio-opdracht voor week 6
      • a. Licht de volgende ingewikkelde passage uit het artikel van Sötemann over ‘De moeder de vrouw’ toe door de passage te herformuleren in termen van Literair mechaniek, hoofdstuk 3 (‘De poetische functie van taalgebruik) en hoofdstuk 4 (‘Metrum).
      • Gebruik max. 250 woorden.
        • “ De eerste zin van het sonnet geeft een schijnbaar volstrekt simpele, syntactisch gesproken volmaakt onopvallende mededeling, waaronder men […] zonder enig probleem een jambische vijfvoeter ervaart, met als gevolg een wat gelijkmatiger distributie van de dynamische accentuering over de zin dan in proza het geval zou zijn geweest (met name zal ‘ging’ wat meer nadruk krijgen). Als consequentie hiervan frappeert de onvermijdelijke onderbetoning van de heffing in de vierde voet (‘om’) wat sterker, zodat ‘Bommel’ en ‘brug’, mede door de alliteratie, duidelijker op elkaar betrokken raken” (p.143).
    • Portfolio-opdracht voor week 6 b. In het hoorcollege is al vastgesteld hoe Yra van Dijk zich in haar artikel over ‘De moeder de vrouw’ verzet tegen Sötemanns aanpak. Waar we het niet over gehad hebben, is de vraag welke interpretatie Van Dijk tegenover die van Sötemann plaatst. Geef haar interpretatie kort weer (250 woorden). Vraag je ook af in hoeverre zij ontsnapt aan wat ze zelf als valkuil ziet, namelijk dat ook interpretatie die niet op coherentie gericht is, weer uitmondt in het toekennen van een ‘totaalbetekenis’ aan teksten (p.174).
    • Hoorcollege 7 Prof. dr. Thomas Vaessens [email_address] 7 Traditionele Literaire Analyse
    • Lezen: van de wereld weg?
    • Lezen: van de wereld weg?
    • Lezen: van de wereld weg?
    • Lezen: van de wereld weg?
    • Schrijven: afzondering en isolement? Multatuli schrijft aan Max Havelaar in Brussel
    • Schrijven: afzondering en isolement? Gerard Reve aan het werk
        • Dus niet:
          • relatie werk – auteur
              • biografisme
          • relatie werk – buitenwereld
              • realisme
          • relatie werk – andere werken
              • intertekstualiteit
      ‘ Ergocentrische’ methode: het werk staat centraal
        • Dus niet:
          • relatie werk – auteur
              • biografisme
          • relatie werk – buitenwereld
              • realisme
          • relatie werk – andere werken
              • intertekstualiteit
      ‘ Ergocentrische’ methode: het werk staat centraal
    • ALW I Analytische vaardigheden: teksten ALW II Analytische vaardigheden: instituties Opbouw letterkunde-gedeelte curriculum BA Nederlandse taal en cultuur Analyse geen doel op zich: Inzetten in cultuurhistorische vraagstellingen Cultuurhistorisch perspectief Geschiedenis Nederlandse literatuur 1900-1916 Geschiedenis Nederlandse liuteratuur 1916-heden (Keuze)vak (Keuze)vak BA-scriptiewerkgroep (Keuze)vak (Keuze)vak BA-scriptiewerkgroep Nederlandse literatuurgeschiedenis 1800-1916 Nederlandse literatuurgeschiedenis 1916-heden Nederlandse literatuurgeschiedenis 1100-1800 … …
      • Premissen
      • Literatuur is communicatie
        • Communicatie veronderstelt actoren
          • Literatuur gaat over mensen
            • Menselijk handelen is cultureel en ideologisch gestuurd
      • Literatuur is (bijzondere) vorm van taalgebruik
        • Taal is conventioneel
          • Taal is cultureel en ideologisch gestuurd
      • Premissen
      • Literatuur is communicatie
        • Communicatie veronderstelt actoren
          • Literatuur gaat over mensen
            • Menselijk handelen is cultureel en ideologisch gestuurd
      • Literatuur is (bijzondere) vorm van taalgebruik
        • Taal is conventioneel
          • Taal is cultureel en ideologisch gestuurd
      Literatuur is niet los te zien van cultuur of ideologie
    • Literaire communicatie is een talige vorm van menselijk handelen die ideologisch en cultureel wordt gestuurd
    • Multatuli over Max Havelaar : “ Het is geen roman. ’t Is eene geschiedenis , ’t Is eene memorie van grieven , ’t Is eene aanklagt, ’t Is eene sommatie !” VW dl.10, p.187.    
    • Multatuli over Max Havelaar : “ Het is geen roman. ’t Is eene geschiedenis , ’t Is eene memorie van grieven , ’t Is eene aanklagt, ’t Is eene sommatie !” VW dl.10, p.187.     “ Je begrijpt, als ik had uitgegeven: Klagt tegen het Ind: bestuur of zoo iets, dan had niemand mij gelezen. Ik laat ze nu lang in het idee dat ze eene half grappige, half ernstige vertelling lezen, en eerst als ik den lezer aan het lijntje heb kom ik uit den hoek met de hoofdzaak. Wie ruim halfweg is, weet nog niet dat het eene officële zaak is die ik hun ingeef als een drankje.” VW X dl.10, p.88.
    • Saidjah en Adinda “ En weinig tyds later was er te Batavia groot gejubel over de nieuwe overwinning die weer zovele lauweren had gevoegd by de lauweren van ’t Nederlands-Indische leger. En de Landvoogd schreef naar ’t Moederland dat de rust in de Lampongs hersteld was. En de Koning van Nederland, voorgelicht door zyn Staatsdienaren, beloonde wederom zoveel heldenmoed met vele ridderkruisen. En waarschynlyk stegen er uit de harten der vromen, in zondagskerk of bidstond, dankgebeden ten hemel, by ’t vernemen dat “de Heer der heirscharen” weer had meegestreden onder de banier van Nederland...”
    • A.L. Sötemann, De structuur van Max Havelaar (1966)
    • Film (1976) Theater (2007) Musical (1987)
    •  
    •  
    •  
      •  
        • De huizen waren alle donker en de dames die dit lezen weten, dat je dan alle passagiers duidelijk weerspiegeld ziet buiten
      •  
      •  
      •  
      •  
        • De huizen waren alle donker en de dames die dit lezen weten, dat je dan alle passagiers duidelijk weerspiegeld ziet buiten
      •  
      •  
        • Hij [dichtertje] ziet op dat terras al die vrouwen zitten en er gaan er voorbij op straat. ‘O God’ denkt i, ‘als er nu eens een wonder gebeurde, als nu eens ineens van al die vrouwen al de kleeren afvielen?’ Een dichtertje dat de waanzin nabij is denkt rare dingen. U en ik lezer denken nooit zoiets
      •  
      •  
        • De huizen waren alle donker en de dames die dit lezen weten, dat je dan alle passagiers duidelijk weerspiegeld ziet buiten
      •  
      •  
        • Hij [dichtertje] ziet op dat terras al die vrouwen zitten en er gaan er voorbij op straat. ‘O God’ denkt i, ‘als er nu eens een wonder gebeurde, als nu eens ineens van al die vrouwen al de kleeren afvielen?’ Een dichtertje dat de waanzin nabij is denkt rare dingen. U en ik lezer denken nooit zoiets
      •  
      Literaire communicatie is een talige vorm van menselijk handelen die ideologisch en cultureel wordt gestuurd
    • ALW I Analytische vaardigheden: teksten ALW II Analytische vaardigheden: instituties Opbouw letterkunde-gedeelte curriculum BA Nederlandse taal en cultuur Analyse geen doel op zich: Inzetten in cultuurhistorische vraagstellingen Cultuurhistorisch perspectief Geschiedenis Nederlandse literatuur 1900-1916 Geschiedenis Nederlandse liuteratuur 1916-heden (Keuze)vak (Keuze)vak BA-scriptiewerkgroep (Keuze)vak (Keuze)vak BA-scriptiewerkgroep Nederlandse literatuurgeschiedenis 1800-1916 Nederlandse literatuurgeschiedenis 1916-heden Nederlandse literatuurgeschiedenis 1100-1800 … …
      • Hoe moeten we dit gedicht van P.C. Boutens interpreteren?
      • Wat is de betekenis van het laatste hoofdstuk van Max Havelaar ?
      • Welke vormen van beeldspraak komen er voor in deze bundel van Marsman?
      • Waar gaat de nieuwe roman van Tommy Wieringa over?
      • Wijs de antimetrieën aan in regel zes van dit gedicht van Ida Gerhardt
    • ? Wat voor soort cultuurhistorische vragen kun je stellen die met behulp van tekstanalyse te beantwoorden zijn?
    • ? Het antwoord luidt Analytische vraag ‘ja, want…’ of ‘ nee, want…’ Uitgangspunt onderzoek These biedt verklarings- These die getoetst wordt model (zolang ze niet verworpen is)
    • W. Smulders & F. Ruiter, ‘De demobilisatie van de moderne schrijver’. In: Maatstaf ,1992. Analytische vraag: Zullen de ‘grote drie’ in de Nederlandse literatuur worden opgevolgd?
    • W. Smulders & F. Ruiter, ‘De demobilisatie van de moderne schrijver’. In: Maatstaf ,1992. Analytische vraag: Zullen de ‘grote drie’ in de Nederlandse literatuur worden opgevolgd? Beter geformuleerd: Is in de huidige cultuur een schrijversrol zoals die van Hermans, Reve en Mulisch in de jaren zestig en zeventig denkbaar?
    • W. Smulders & F. Ruiter, ‘De demobilisatie van de moderne schrijver’. In: Maatstaf ,1992. Analytische vraag: Zullen de ‘grote drie’ in de Nederlandse literatuur worden opgevolgd? Beter geformuleerd: Is in de huidige cultuur een schrijversrol zoals die van Hermans, Reve en Mulisch in de jaren zestig en zeventig denkbaar? Antwoord: Nee, want de sociaal-culturele omstandigheden die deze rol mogelijk maakten, zijn drastisch veranderd
    • Analytische vragen: voorbeelden Is het verhaal dat het personage Pechman vertelt in het hoofdstuk ‘Bruids- en grafwerk’ op te vatten als zogenaamde spiegeltekst? Biedt Jeremy Greens concept van het laatpostmodernisme een geschikt interpretatiekader voor Kellendonks roman? Behoren de door Aad Nuis als ‘antisemitisch’ gekwalificeerde elementen in Kellendonks roman allemaal tot die tekstgedeelten waarin het personage Leendert Gijselhart focaliseert? Kunnen de personages in Kellendonks roman beschouwd worden als allegorische figuren?
    • ? Het antwoord luidt Analytische vraag ‘ja, want…’ of ‘ nee, want…’ Uitgangspunt onderzoek These biedt verklarings- These die getoetst wordt model (zolang ze niet verworpen is)
    • Hypothese: W.F. Hermans laat in De donkere kamer van Damokles bewust in het midden of Dorbeck ‘bestaat’ of niet
    • ? Het antwoord luidt Analytische vraag ‘ja, want…’ of ‘ nee, want…’ Uitgangspunt onderzoek These biedt verklarings- These die getoetst wordt model (zolang ze niet verworpen is)
    • ? Het antwoord luidt Analytische vraag ‘ja, want…’ of ‘ nee, want…’ Uitgangspunt onderzoek These biedt verklarings- These die getoetst wordt model (zolang ze niet verworpen is)
      • wat- vragen
        • wat zijn de gevolgen van de uitvinding van het pocketboek voor de literatuur?
      • waarom- vragen
        • Waarom publiceerde Lucebert tussen 1963 en 1982 geen poezie?
      • hoe- vragen
        • Hoe denken schrijvers van vandaag over de relatie tussen literatuur en engagement?
    • ? Het antwoord luidt Analytische vraag ‘ja, want…’ of ‘ nee, want…’ Uitgangspunt onderzoek These biedt verklarings- These die getoetst wordt model (zolang ze niet verworpen is)
      • wat- vragen
        • wat zijn de gevolgen van de uitvinding van het pocketboek voor de literatuur?
        • These: het succes van Jan Cremers Ik, Jan Cremer (1964) is te wijten aan uitvinding pocket
      • waarom- vragen
        • Waarom publiceerde Lucebert tussen 1963 en 1982 geen poezie?
      • hoe- vragen
        • Hoe denken schrijvers van vandaag over de relatie tussen literatuur en engagement?
    •  
    • Drie uitgangspunten van het letterkundig onderzoek (m.n. tekstgericht) Onderzoek wordt gestuurd door een analytische vraag of door een these   Onderzoek is geen zoektocht naar feiten. Het verklaart feiten   De analyse van literaire teksten is een hulpwetenschap van cultuurgeschiedenis en cultuurkritiek 1 – 2 – 3 –