• Save
Be afdeling 4
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

Be afdeling 4

on

  • 173 views

 

Statistics

Views

Total Views
173
Views on SlideShare
173
Embed Views
0

Actions

Likes
0
Downloads
1
Comments
1

0 Embeds 0

No embeds

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Microsoft PowerPoint

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
  • HARIS WAS HERE :0
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

Be afdeling 4 Be afdeling 4 Presentation Transcript

  • Bedrijfseconomie
  • 1.4 Aandelen en Obligaties • • • Bij oprichting BV/NV brengen eigenaars (aandeelhouders) vermogen in. Totaalwaarde van ingebracht vermogen is gestort aandelenvermogen Onderscheid tussen – Maatschappelijk kapitaal = maximumbedrag waarvoor aandelen mag worden uitgegeven. Wordt in de statuten vermeld. – Geplaatst kapitaal = aandelenkapitaal dat werkelijk is uitgegeven. Niet geplaatste aandelen zijn dus ‘in portefeuille’ – Gestort kapitaal = Het gedeelte van het geplaatste kapitaal dat werkelijk bij de NV of BV is gestort. Vb. Maatschappelijk kapitaal 12.000 aandelen x € 1.000 Aandelen in Portefeuille 9000 x € 1.000 Geplaatst kapitaal 3000 x € 1.000 Gestort kapitaal 80% Nog te storten kapitaal € 12.000.000 € 9.000.000 -/€ 3.000.000 € 2.400.000 -/€ 600.000
  • 1.4 Aandelen en Obligaties Uitgifte nieuwe aandelen (=aandelenemissie) Tegen welke prijs?  uitgiftekoers? (emissiekoers) • Nominale waarde • Intrinsieke waarde • Winstgevendheid 1. Nominale waarde (a pari) = bedrag per aandeel dat in de statuten is opgenomen. (Boven pari/Beneden pari) 2. Intrinsieke waarde aandeel = Eigen vermogen/Geplaatste aandelen Uitgiftekoers aandeel (emissiekoers) = prijs per aandeel bij een emissie Uitgiftekoers hoger dan nominale waarde (boven pari)  verschil = Agio  naar agioreserve bv nominale waarde = € 1000, uitgiftekoers = € 1500, Agio = € 500 per aandeel Uitgiftekoers lager dan nomimale waarde (beneden pari)  verschil = Disagio  ten laste van agioreserve
  • 1.4 Aandelen en Obligaties Reserves • Eigen vermogen bestaat uit nominale kapitaal + reservekapitaal • Reservekapitaal kan bestaan uit – – – – – Agioreserve = aandelenemissie boven nominale waarde Statutaire reserve = volgens statuten, meestal verplicht % van de winst Herwaarderingsreserve = activa op balans krijgt hogere waarde toegekend Winstreserve = jaarlijks ingehouden winst Algemene reserve = overige reserves
  • 1.4 Aandelen en Obligaties Rendement op Aandelen • Rendement aandelen bestaat uit -Koerswinst  verkoop aandelen voor hogeren prijs dan aankoopprijs -Dividend  uitkering winst aan aandeelhouders  algemene vergadering van aandeelhouders (AVA) beslist over bestemming winst Dividend • Pay-out Ratio = % deel van de winst dat aan dividend wordt uitgekeerd vb. Jaarwinst = € 900.000, dividenduitkering = € 360.000 Pay-out ratio = 360.000/900.000 x 100% = 40% • Soorten dividend – – – – – – Cash dividend = uitbetaling in contant geld Stock dividend = uitbetaling in aandelen Keuze dividend = keuze uit cash of stock Interimdividend = in de loop van het boekjaar vóór winstbepaling Slotdividend = uitkering ná afloop boekjaar en goedkeuring AVA Dividend preferente aandelen = voorrang op winstuitkering
  • 1.4 Aandelen en Obligaties Voorbeeld dividend Aksel NV keert € 1,20 contant dividend uit onder inhouding van 15% dividendbelasting, of naar keuze uitkering in aandelen waarbij de ruilverhouding 1/20 is. Ten tijde van de keuze is de koers van een aandeel gemiddeld € 24,50 Belegger Berends heeft 200 aandelen. Cash of Stock? Cash = 200 x 1,20 = € 240 Minus dividendbelasing = 240 x 0,85 = € 204 Stock = 1/20 x 200 = 10 aandelen van € 24,50 per stuk = € 245
  • Waardebepaling onderneming Hoe kunnen we de waarde van een onderneming bepalen? • Verkoop • Fusie 3 methoden 1) Intrinsieke waarde 2) Rendementswaarde 3) Rentabiliteitswaarde 1. 2. 3. Bezittingen – schulden = de intrinsieke waarde (eigen vermogen) Beurswaarde  waarde wordt bepaald aan de hand van dividend en de rendementseis van aandeelhouders. Bv dividendbedrag is € 200.000 en de marktrente is 10% Rendementswaarde = dividend/rendementseis Waarde wordt bepaald aan de hand van totale winst! Rentabiliteitswaarde = winst/rendementseis
  • Obligaties • Grote BV’s en NV’s kunnen vreemd vermogen aantrekken door een obligatielening uit te schrijven. • Bij een obligatielening wordt het totale leenbedrag ‘opgesplitst’ in kleinere eenheden van bijvoorbeeld € 1.000 per eenheid. Zo een eenheid noemen we een obligatie. “Een obligatie is een bewijsstuk dat de eigenaar daarvan voor langere tijd geld heeft geleend aan de onderneming ” • Geldlener = obligatiehouder Geldnemer = schuldhouder • Obligaties hebben een vooraf vastgestelde looptijd
  • Plaatsing Obligaties • Obligaties worden bij uitgifte a pari, boven pari of onder pari uitgegeven • Maar worden altijd a pari terugbetaald! • Onderhandse plaatsing of openbare plaatsing – Onderhandse plaatsing  bedrijf zoekt zelf investeerders (BV) – Openbare plaatsing  obligaties worden verhandeld op effenctenbeurs
  • Soorten Obligatieleningen • Achtergestelde obligatielening : Een bedrijf hoeft bij een faillissement een achtergestelde lening pas terug te betalen, nadat het gewone obligaties en andere leningen heeft afgelost. Dat levert wel een hoger risico op voor de schuldeiser. Daarom is de rente meestal iets hoger. • Converteerbare obligaties Obligaties die onder voorwaarden kunnen worden omgezet in aandelen van het bedrijf. • Pandbrief Schuldbrief, uitgegeven door een hypotheekbank.
  • Rendement op Obligaties • Coupon: rente die de obligatiehouder ontvangt • Koerswinst/verlies: bij verkoop of aflossing • Let op! bij aankoop van een obligatie moet je ook de opgebouwde rente betalen Voorbeeld 3% KPN 10/20 – 95,25 Couponrente = 3 % Looptijd is 10 jaar (2010-2020) Uitgiftekoers is 95,25% (dus beneden pari) Nominale waarde = € 1.000 dus jij neemt een obligatie voor €952 en je krijgt € 1.000 terug aan het einde van de looptijd
  • Rendement op Obligaties Voorbeeld 3% KPN 10/20 – 95,25 Waarom ligt de koers beneden of boven pari? -Het gaat heel goed of heel slecht met het bedrijf (risico op terugbetaling is groter of kleiner) -Algemene rentestand  stel gemiddelde rente op de kapitaalmarkt is 4%  dan moet koers van de obligatie lager zijn dan nominale waarde om obligatie aantrekkelijk te maken Hoe berekenen we het couponrendement? Rente/aankoopbedrag obligatie x 100%
  • Emissie van aandelen en obligaties • • • • Nederland heeft meer dan 100 beursgenoteerde bedrijven Beursgenoteerd = vrij verhandelbaar op de effectenbeurs In Nederland  Amsterdamse effectenbeurs Beursindexen  AEX, AMX AScX AEX = koersontwikkeling van de 25 bedrijven met de grootste aandelenomvang AMX = index middelgrote aandelen (nummers 26 t/m 50) AScX = index small aandelen (nummers 51 t/m 75)
  • Emissie van aandelen en obligaties • Beurswaarde/Koers = prijs waarvoor een aandeel op de beurs wordt verhandeld • Beurskoers ligt meestal ver boven nominale waarde ( door stijging intrinsieke waarde) • Bij emissie (uitgifte) van nieuwe aandelen wordt de emissiekoers (uitgiftekoers) bepaald door beurskoers • Nieuwe aandelen betekent groter totaal aandelen dus winstverdeling over meer aandelen  verwatering van winst • Bestaande aandeelhouders zullen niet blij zijn met emissie van nieuwe aandelen, tenzij ze claimemissie krijgen • Claimemissie = uitgifte van nieuwe aandelen waarbij bestaande aandeelhouders een voorkeursrecht hebben om deze nieuwe aandelen te kopen
  • Emissie van aandelen Een NV beschikt op 1 januari 2010 over de volgende gegevens: - geplaatst aandelenvermogen € 40.000.000 - aandelen in portefeuille € 18.000.000 - agioreserve € 16.000.000 - nominale waarde per aandeel € 20 Alle aandelen zijn via 1 emissie geplaatst. a. Bereken het maatschappelijk aandelenvermogen op 1 januari 2010. b. Bereken hoeveel aandelen geplaatst zijn. c. Bereken tegen welke koers de aandelen geplaatst zijn. a. 40.000.000 + 18.000.000 = 58.000.000 b. 40.000.000/ 20 = 2.000.000 aandelen c. Agio = 16.000.000  van 2.000.000 aandelen dus agio per aandeel is 16.000.000/2.000.000 = € 8 uitgiftekoers is dan € 20 + € 8 = € 28
  • Emissie van obligaties •Bij aandelenemissie kan emissiekoers ver boven nominale waarde liggen •Bij obligatie kan dat niet  bouwt geen intrinsieke waarde op zoals aandeel •Klein verschil van 0,5%-1,0% beneden of boven pari •Slagen van de emissie afhankelijk van 2 voorwaaarden •Onderneming moet betrouwbaar en solide zijn •Couponrente moet ten minste gelijk zijn aan rente kapitaalmarkt •Beursgenoteerde obligaties zijn net als aandelen onderhevig aan koersstijging en –daling
  • Converteerbare obligatielening •Obligaties kunnen tijdens of na de looptijd worden ingeruild tegen aandelen •Tegen welke voorwaarden is vastgelegd in prospectus  emissievoorwaarden •Conversiekoers: prijs die obligatiehouders moeten betalen om obligaties om te kunnen wisselen in aandelen Voorbeeld 3 obligaties a € 50 nominaal plus bijbetaling van € 25 geeft recht op 10 aandelen In totaal betaal je (3 x 50) + 25 = € 175 voor 10 aandelen, dus per aandeel € 17,50 •Als de koers van de aandelen hoger is dan conversiekoers is het aantrekkelijk om te converteren
  • Obligaties Koral heeft een 6% converteerbare obligatielening uitstaan van € 5.000.000,–. De nominale waarde van één obligatie is € 1.000,–. De conversievoorwaarden luiden: 9 converteerbare obligaties en een bijbetaling van € 250,– geven recht op 40 aandelen van nominaal € 100,– per stuk. Door obligatiehouders zijn 3.060 converteerbare obligaties bij de bank ingeleverd en de verschuldigde bedragen zijn gestort. Hiervoor zijn aandelen verstrekt. 1. Bereken de conversiekoers in een bedrag per aandeel. 2. Bereken het bedrag in contanten dat Koral per saldo heeft ontvangen. 3. Met welk bedrag is het geplaatst aandelenkapitaal toegenomen als gevolg van de conversie? 1. ((9 x 1.000) + 250 )/40 = € 231,25 2. 3.060 obligaties  per 9 obligaties 3.060/9 = 340 keer ingewisseld per keer € 250  340 x 250 = €85.000 3. 340 x 40 aandelen = 13.600 aandelen  x nominale waarde = 13.600 x 100 = € 1.360.000