College 3: Schrijven  <ul><li>9 februari 2012 </li></ul>Datum
Non-fictie als kort verhaal <ul><li>Veel overeenkomsten als het gaat om: personages, structuur, spanning, plot, scènes, pe...
Je bent observator, chroniqueur <ul><li>Je doet een poging de chaos te ordenen </li></ul><ul><li>Je maakt iets duidelijk o...
Waar gaat je verhaal over? <ul><li>Aanleiding gevonden in thema’s als generatie- of relatieconflict, migratie, cultuurvers...
Geen spannend verhaal zonder ‘conflict’ <ul><li>Kan ook innerlijk conflict zijn, hevige twijfel, dreiging, ziekte, verlies...
Essentie van een goed verhaal: <ul><li>Een conflict tussen het doel van je HP en de belemmering om dat te bereiken </li></...
Je ‘personage’ staat centraal <ul><li>Fungeert als identificatiepunt: uit zijn/haar doen en laten, karakter, levenshouding...
Je personage tot leven wekken <ul><li>Selecteer je informatie zorgvuldig: alleen dat wat bijdraagt aan de beeldvorming </l...
Structuur <ul><li>De manier waarop het verhaal in elkaar zit </li></ul><ul><li>Als structuur niet deugt, raakt lezer de we...
Wat bepaalt de structuur? <ul><li>Scènes: denk aan film, toneel. Verteller zit er als het ware zelf in; bevat dialoog, mon...
Is er in non-fictie wel een plot? <ul><li>Plot vertelt in grote lijnen hoe de relaties tussen de personages zich ontwikkel...
Zoveel verhalen, zoveel plots? <ul><li>‘Er zijn twee soorten plots’: goed einde - slecht einde </li></ul><ul><li>‘Nee, dri...
Hou het eenvoudig <ul><li>In kort verhaal geen ruimte voor ingewikkelde plot </li></ul><ul><li>Bedenk het van tevoren of g...
Spanning <ul><li>Spanning = de aandacht van de lezer weten te behouden </li></ul><ul><ul><li>1. lezer moet zich bij verhaa...
Opdracht <ul><li>Schrijf een scène uit waarin je personage optreedt. Doe dat tot in detail </li></ul><ul><li>Zie voor je h...
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

College3 - Familiegeschiedenis

217

Published on

Minor Creatief Schrijven HvA, 2012

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
217
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0
Actions
Shares
0
Downloads
1
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

College3 - Familiegeschiedenis

  1. 1. College 3: Schrijven <ul><li>9 februari 2012 </li></ul>Datum
  2. 2. Non-fictie als kort verhaal <ul><li>Veel overeenkomsten als het gaat om: personages, structuur, spanning, plot, scènes, perspectief, stijl en dosering van informatie </li></ul><ul><li>In een kort verhaal schrijf je low budget: </li></ul><ul><ul><li>weinig personages, </li></ul></ul><ul><ul><li>weinig tijdswisselingen, </li></ul></ul><ul><ul><li>summiere voorgeschiedenis, </li></ul></ul><ul><ul><li>wel scènes, maar niet te veel </li></ul></ul>
  3. 3. Je bent observator, chroniqueur <ul><li>Je doet een poging de chaos te ordenen </li></ul><ul><li>Je maakt iets duidelijk over de tragiek van het leven </li></ul><ul><li>Of over de broosheid of vermeende zinloosheid van het menselijk bestaan </li></ul><ul><li>Of over de goedheid/slechtheid van mensen </li></ul><ul><li>Je stelt een dilemma en de lezer vraagt zich af: zou ik het ook zo hebben gedaan? </li></ul>
  4. 4. Waar gaat je verhaal over? <ul><li>Aanleiding gevonden in thema’s als generatie- of relatieconflict, migratie, cultuurverschillen, de Tweede Wereldoorlog </li></ul><ul><li>Verhalen brengen vaak universele, klassieke thema’s met zich mee: </li></ul><ul><ul><li>angst, eenzaamheid, onbeantwoorde of onmogelijke liefde, onbegrip, ijdelheid, egoïsme, macht, het menselijk tekort, zinloosheid van het bestaan </li></ul></ul><ul><li>Thema’s fungeren als kapstok voor de emoties van je hoofdpersoon en evt. bijpersonages </li></ul>
  5. 5. Geen spannend verhaal zonder ‘conflict’ <ul><li>Kan ook innerlijk conflict zijn, hevige twijfel, dreiging, ziekte, verlies lijden, verraad </li></ul><ul><li>Een moment van ‘het licht zien’ of van ‘nu of nooit’, moed vatten, conclusie trekken </li></ul><ul><li>Kort verhaal: personage op een kritiek moment in zijn leven </li></ul><ul><li>Weinig tijd: laat lezer niet te lang in het ongewisse! </li></ul>
  6. 6. Essentie van een goed verhaal: <ul><li>Een conflict tussen het doel van je HP en de belemmering om dat te bereiken </li></ul><ul><li>Een crisis of een confrontatie </li></ul><ul><li>Verandering van de begin- naar de eindtoestand </li></ul><ul><li>Oftewel: Iemand wil iets. Dat lukt niet. En dan gebeurt er iets anders. (uit: Nicolette Mizee: Schrijfles) </li></ul>
  7. 7. Je ‘personage’ staat centraal <ul><li>Fungeert als identificatiepunt: uit zijn/haar doen en laten, karakter, levenshouding enz. volgt het verhaal </li></ul><ul><li>Verwikkelingen worden levendig, geloofwaardig als je personage ervoor verantwoordelijk is </li></ul><ul><li>Kortom: je HP streeft iets na, koestert een droom, is een vrek, een goeierd, is bang, voelt zich miskend en daarom doet hij zo </li></ul><ul><li>Kort verhaal: personages niet te ‘plat’, ook niet te diepgaand - anders geen ruimte voor verwikkelingen </li></ul>
  8. 8. Je personage tot leven wekken <ul><li>Selecteer je informatie zorgvuldig: alleen dat wat bijdraagt aan de beeldvorming </li></ul><ul><ul><li>Zet hem/haar neer door dialoog of monoloog, </li></ul></ul><ul><ul><li>door omschrijving </li></ul></ul><ul><ul><li>handeling, scène, gebeurtenis </li></ul></ul><ul><ul><li>door reacties van anderen </li></ul></ul><ul><ul><li>voorgeschiedenis </li></ul></ul>
  9. 9. Structuur <ul><li>De manier waarop het verhaal in elkaar zit </li></ul><ul><li>Als structuur niet deugt, raakt lezer de weg kwijt </li></ul><ul><li>Ordening = nadenken over Wat je Waar, Wanneer en Hoe ‘weggeeft’ </li></ul><ul><li>Biedt lezer houvast, maar hoeft ook weer niet zo al te opzichtig </li></ul><ul><li>Een schema kan helpen </li></ul>
  10. 10. Wat bepaalt de structuur? <ul><li>Scènes: denk aan film, toneel. Verteller zit er als het ware zelf in; bevat dialoog, monoloog. </li></ul><ul><li>Verhalende of narratieve gedeeltes: ‘verteller voor gesloten doek’, licht publiek in over wat er op het toneel gebeurt. </li></ul><ul><li>Structuur geeft lezer beeld van tijdsverloop: vertragen, versnellen (‘indikken’), stukken overslaan </li></ul><ul><li>Markeringen in de tekst: witregels, nieuw hoofdstuk </li></ul>
  11. 11. Is er in non-fictie wel een plot? <ul><li>Plot vertelt in grote lijnen hoe de relaties tussen de personages zich ontwikkelen; of tot welk (veranderd) inzicht het hoofdpersonage komt; of hoe een probleem wordt opgelost </li></ul><ul><li>Menselijke drijfveren (‘What makes Sammy run?’) maken de verwikkelingen pas echt spannend, ze betrekken de lezer bij het verhaal </li></ul><ul><li>Familieverhaal kan best plotloos zijn: portret, sfeerbeschrijving enz. kan ook vermaken, ontroeren, of schok van herkenning opleveren </li></ul>
  12. 12. Zoveel verhalen, zoveel plots? <ul><li>‘Er zijn twee soorten plots’: goed einde - slecht einde </li></ul><ul><li>‘Nee, drie plots’: kind wordt volwassen, mens ziet dood onder ogen, vreemdeling komt naar de stad </li></ul><ul><li>Plot gebaseerd op structuur: ‘Het gaat eerst goed, dan slechter, dan goed.’ Of: ‘Het gaat eerst redelijk, dan beter, dan slaat noodlot toe’ </li></ul><ul><li>Andere mogelijkheid ‘thema’ of ‘patroon’ als plot: queeste, avontuur, redding, ontsnapping, rivaliteit, verboden liefde, ontsporing enz. </li></ul>
  13. 13. Hou het eenvoudig <ul><li>In kort verhaal geen ruimte voor ingewikkelde plot </li></ul><ul><li>Bedenk het van tevoren of ga in elk geval ergens van uit </li></ul><ul><li>Als de plot niet helder krijgt, ga dan uit van de setting of een personage </li></ul><ul><li>Plot wordt pas interessant als je hoofdpersoon dat is </li></ul><ul><li>Zorg ervoor dat je personages herkenbaar zijn in het doel dat ze nastreven (drijfveren!) </li></ul>
  14. 14. Spanning <ul><li>Spanning = de aandacht van de lezer weten te behouden </li></ul><ul><ul><li>1. lezer moet zich bij verhaal betrokken voelen: leeft mee en herkent emoties van personages (identificatie) </li></ul></ul><ul><ul><li>2. spanning in de verwikkeling: lezer voelt bijv. angst, hoop, of nieuwsgierigheid (= drijfveer om verder te lezen) </li></ul></ul><ul><ul><li>wissel spanning en ontspanning af (anders wordt zelfs spanning saai) </li></ul></ul><ul><ul><li>En verder: geef niet alles in een keer weg, vooruitwijzen, flashbacks </li></ul></ul>
  15. 15. Opdracht <ul><li>Schrijf een scène uit waarin je personage optreedt. Doe dat tot in detail </li></ul><ul><li>Zie voor je hoe hij (zij) eruit ziet, zich kleedt, praat, ruikt. Hoe beweegt hij zich? Wat voor (vreemde) gewoontes houdt hij erop na? </li></ul><ul><li>Stel je een ontmoeting voor, stel vragen, provoceer, zoek ruzie, verklaar je personage de liefde </li></ul><ul><li>en kijk hoe hij (zij) reageert, van zich af slaat, in elkaar krimpt, in snikken/schaterlachen uitbarst </li></ul>
  1. A particular slide catching your eye?

    Clipping is a handy way to collect important slides you want to go back to later.

×