PAR 1. DE VERLICHTINGKA: RATIONEEL OPTIMISME EN “VERLICHT DENKEN”DAT        WERD TOEGEPAST OP ALLE TERREINEN VAN DESAMENLE...
VERLICHTING: alles verklaren via de rede (= verstand =  ratio)  meer vrijheid, gelijkwaardigheid en  verdraagzaamheid. On...
VOLTAIRE: voorstander van godsdienstvrijheid en tolerantie          tegenstander van democratie                           ...
JOHN LOCKE: regeringen moeten de rechten van de mens  garanderen: recht op vrijheid, leven en bezit. Burgers  mochten rege...
MONTESQUIEU: trias politica = scheiding van de drie staatsmachten: wetgevend, uitvoerend en rechterlijke .Wetgevend: volks...
JEAN-JACQUES ROUSSEAU:voorstander van  democratie.Burgers dragen macht over aan  volksvertegenwoordiging. Mens is van natu...
ADAM SMITH: de economie moet zich in alle vrijheid kunnen  ontwikkelen, geen inmenging van de overheid  welvaart  voor ie...
PAR. 2. HET ANCIEN REGIME (= de oude manier van regeren= het absolutisme)KA: VOORTBESTAAN VAN HET ABSOLUTISME,WAARBIJ MEN ...
FRANKRIJK IN DE 18E EEUW:   Koning heeft alle macht   Adel belangrijk in bestuur en leger, geen belastingen   Geestelij...
Frankrijk in de 18e eeuw
PRUISEN, RUSLAND EN OOSTENRIJK 18E EEUW Vorst zet zich in voor betere leefomstandigheden, maar  houdt wel de macht  ver...
PAR 3. DE DEMOCRATISCHE REVOLUTIESKA: de democratische revoluties in westerse landen met  als gevolg discussies over grond...
DE AMERIKAANSE REVOLUTIE: (VRIJHEIDSOORLOG)   Kolonisten: ‘no taxation without representation’
n
    kolonisten komen in opstand en roepen in 1776    onafhankelijkheid uit. Onafhankelijkheidsverklaring    gebaseerd op...
   1783: Engeland erkent de onafhankelijkheid en USA krijgen    een grondwet
DE FRANSE REVOLUTIE   Onvrede over hoge belastingen, staatsschuld, privileges    voor adel en geestelijkheid
    1788: koning roept Staten-Generaal bijeen. Doel: geld    krijgen. Alleen voor invloed wilde 3e stand meedoen
de levensomstandigheden van de derde stand
   derde stand: alleen stemmen per hoofd, niet per stand
    14 juli 1789: bestorming van de Bastille (=symbool    absolutisme
   Nationale Vergadering (3e stand) neemt de ‘Verklaring van    de rechten van de mens en de burger’aan  mensen zijn    ...
    Frankrijk werd een constitutionele monarchie (koning    moet zich houden aan de grondwet)   De Koning vlucht  oorlo...
Iedereen in Frankrijk is voortaan ‘citoyen’(=burger):VRIJHEID, GELIJKHID EN BROEDERSCHAP
    TERREUR (Robespierre): ‘de revolutie verslond haar    eigen kinderen’!
De guillotine
   1799: Napoleon komt aan de macht
6.4. KA. UITBOUW VAN DE EUROPESE  OVERHEERSING, MET NAME IN DE VORM VAN  PLANTAGEKOLONIEN EN DE DAARMEE  VERBONDEN TRANS-A...
b
   In de Oudheid al slavernij, in de Middeleeuwen verdwenen    uit Europa   Na 1500 Transatlantische slavenhandel. India...
    Driehoekshandel : Slaven kopen en betalen met Europese    producten, in Amerika slaven verkopen en de producten    va...
   Slaven behandeld als beesten
   Rond 1700: door christendom en Verlichting kritiek op    slavernij: in strijd met natuurlijke gelijkheid
   Adam Smith: mensen worden door loon meer geprikkeld    dan door dwang
   ABOLITIONISME: ontstond rond 1800 in Engeland.    Beweging voor afschaffing slavenhandel en slavernij.    1807: afscha...
Upcoming SlideShare
Loading in …5
×

Absolutisme en parlementarisme

2,826 views
2,541 views

Published on

Published in: Education
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
2,826
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
281
Actions
Shares
0
Downloads
10
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide
  • De Fransman Voltaire werd in 1694 geboren in Parijs als François Marie Arouet. Deze schrijver en filosoof wordt als de belangrijkste vertegenwoordiger van de Verlichting beschouwd. Voltaire schreef niet alleen filosofische boeken en artikelen maar ook drama, romans, geschiedkundige werken, theaterrecensies en essays over strafrecht en staatkundige aangelegenheden. Zijn satirische geschriften met kritiek op de regering en het hof brachten hem al vroeg in problemen. In 1717 werd hij hiervoor zelfs opgesloten in de Bastille. Zijn gevangenschap was niet zwaar en Voltaire kon er schrijven en studeren. Na de succesvolle uitvoering van zijn tragedie Oedipus (1719) werd hij de geliefde hofdichter en stond hij in de gunst van de koning. In Oedipus valt hij de Kerk aan, maar het feit dat het om een klassiek drama gaat behoedt hem toch voor vervolgingen. Later ging Voltaire toch te ver. In zijn epos Henriade somde hij alle misdaden op die in de loop van de eeuwen door de godsdienst begaan zijn en waarbij de godsdienst gebruikt werd als voorwendsel om oorlogen te voeren en kruistochten te ondernemen. Maar vooral het feit dat hij de koning afbeelde als een gewone sterveling en niet als een halfgod werd hem kwalijk genomen.
  • John Locke (1632-1704) is de filosoof van de vrijheidsrechten en van de rechtstaat. Voor hem berust de staat op een overeenkomst die tot doel heeft de oorspronkelijke rechten van de mensen op leven, vrijheid en eigendom te waarborgen. Overschrijdt de staat de grenzen van deze opdracht, dan verliest hij zijn gezag en zijn de burgers gerechtigd zich een regering aan te stellen die beter aan haar doel beantwoordt. Het overheidshandelen dient gelegitimeerd te zijn door algemeen geformuleerde wetten. Het liberalisme kent als moreel uitgangspunt de idee dat elk individu een maximale vrijheid behoort te hebben om invulling te geven aan het eigen leven, zolang anderen daarbij niet worden geschaad in hun vrijheid. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, pleiten liberalen dus niet voor een ongelimiteerde vrijheid, maar juist voor duidelijke grenzen aan ieders vrijheid. Om de libertariër Nozick te citeren: iemand kan de vrijheid hebben om zijn eigen mes rond te laten slingeren waar hij wil, maar niet in de rug van iemand anders. De vrijheid van de een stopt bij de vrijheid van de ander. Naast zelfbeschikking over het eigen lichaam, is ook de mogelijkheid om van de natuur gebruik te kunnen maken een wezenlijk onderdeel van de vrijheid van de mens. Omdat de menselijke gemeenschap slechts de beschikking heeft over een eindige planeet, mag een individu de natuur niet ongelimiteerd voor zichzelf op eisen.
  • Charles Louis de Secondat, baron de La Brède et de Montesquieu (kasteel La Brède bij Bordeaux , 18 januari 1689 – Parijs , 10 februari 1755 ) was een Frans filosoof . De huidige politieke inrichting van westerse democratieën is gebaseerd op ideeën van hem en John Locke . Montesquieu was een voorloper van de sociologie en van groot belang voor de Verlichting . Inhoud [ verbergen ] 1 Perzische brieven 2 Over de geest van de wetten 3 Strafrecht 4 Montesquieu over de scheiding der machten 5 Académie française 6 Publicaties [ bewerken ] Perzische brieven In 1721 publiceerde hij de invloedrijke satire " Perzische brieven " (Lettres Persanes), waarin twee Perzen Europa bezoeken en met hun kritische beschouwingen de spiegel aan hun gastheren voorhouden, de Europeanen. Dit werk is ook nu nog zeer leesbaar. Met dit brievenboek werd Montesquieu beroemd. Montesquieu baseerde zich op de door Abraham de Wicquevoort verzorgde Franse vertaling van Relation de voyage de Moscovie, Tartarie et de Perse van Adam Olearius . [1] Uit interesse ging hij politiek en geschiedenis bestuderen.
  • Rousseau is een Franse schrijver, filosoof en componist. Hij stond aan de wieg van de verlichting maar later ook van de romantiek! Rousseau werd geboren in Geneve (1712) Zijn vader was een horlogemaker en zijn moeder stierf bij zijn geboorte. Zijn opleiding was niet breed, zodat hij heeft leren lezen van zijn vader. Hij groeide op in een orthodox protestants milieu. Hij had hier erge onvrede mee, vandaar dat hij in 1728 naar Savoye vertrok en zich bekeerde tot het katholicisme. Niet lang daarna werd hij weer protestants, maar zijn relatie met de officiële godsdienst (welke dan ook) zal altijd rijk aan conflicten blijven. Hij kwam in 1742, toen hij in Parijs was erachter “dat een volk dat is wat de regering ervan maakt. “ Hij kreeg vijf kinderen en verdiepte zich heel erg in de muziek. Hij leerde mensen kennen als Diderot en d’Alembert. De opvattingen zoals hij die in zijn geschriften propageert, maar ook zijn paranoia en zijn verhouding als profeet van een hoogstpersoonlijk evangelie, brengen hem tenslotte in botsing met de auteurs uit de kringen van de Verlichting! De Verlichting (Romantiek) en Rousseau: De verlichting wilde de mens verheffen, opvoeden, slimmer maken, verbeteren. Rousseau vraagt zich af of men daar wel gelukkig van wordt. De Verlichting, stelde hij, perst de mensheid in een te beperkt keurslijf: dat van de rationaliteit. Hij achtte het – geheel in lijn overigens met de geest van de late Verlichting – tijd de mens hiervan te bevrijden. Zijn ideaal was niet langer de mens die naar Verlichting streeft, maar de eenvoudige en gelukkige mens die geniet van de natuur en die niet zonodig de hele dag rationeel moet zijn. Zijn werk inspireerde de leiders van de Franse Revolutie en beïnvloedde de Romantiek.
  • Adam Smith Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie Ga naar: navigatie , zoeken Adam Smith Adam Smith ( Kirkcaldy , rond 5 juni 1723 - Edinburgh , 17 juli 1790 ) was een Schotse moraalfilosoof en een pionier op het gebied van de politieke economie . Adam Smith was een van de belangrijkste figuren van de Schotse verlichting . Hij is de auteur van The Theory of Moral Sentiments en An Inquiry into the Nature and Causes of the Wealth of Nations . Dit laatste werk, meestal afgekort als The Wealth of Nations , wordt beschouwd als zijn magnum opus en het eerste moderne werk in de economie . Smith wordt alom genoemd als de vader van de moderne economie. Ook wordt hij beschouwd als een van de grondleggers van het klassieke liberalisme . Hij was van mening dat het nastreven van het eigen individuele belang ook in het grootste maatschappelijk belang zou resulteren. Een vrije markt zou het meeste opleveren voor de maatschappij als geheel. De 'onzichtbare hand' van deze vrije markt zou zorgen voor harmonie en evenwicht. Smith studeerde moraalfilosofie aan de Universiteit van Glasgow en de Universiteit van Oxford . Na zijn afstuderen gaf hij een succesvolle reeks van openbare colleges aan de Edinburgh , waardoor hij in contact kwam met David Hume , met wie hij daarna nauw bleef samenwerken. Smith verkreeg een hoogleraarschap aan de Universiteit van Glasgow , waar hij moraalfilosofie doceerde. In deze tijd schreef en publiceerde hij The Theory of Moral Sentiments . Later in zijn leven accepteerde hij een tutoring positie, die hem in staat stelde om door Europa te reizen. Tijdens zijn reizen kwam hij in contact met een aantal van de intellectuele zwaargewichten uit zijn tijd. Nadat Smith weer naar Schotland was teruggekeerd werkte hij tien jaar aan het schrijven aan The Wealth of Nations . Dit werk werd in 1776 gepubliceerd. Hij stierf in 1790
  • Ancien régime Met de term 'ancien régime' wordt de periode bedoeld uit de Europese geschiedenis die begint aan het einde van de Middeleeuwen en eindigt met de Franse Revolutie . Het is een tijd waarin de meerderheid van de Europese bevolking nog van de landbouw leeft en in kleine dorpen op het platteland woont. De samenleving is verdeeld in drie standen. Het bestuur is verbrokkeld en de politiek is in handen van een kleine groep bevoorrechte personen uit de samenleving. Toch heeft het ‘oude regime’ al moderne kenmerken. Men spreekt daarom ook wel van de 'vroegmoderne-' of 'nieuwe tijd' als men de periode 1450-1800 bedoelt. Deze periode vormt de bakermat van het moderne Europa: de Europese economie krijgt voor het eerst een mondiale reikwijdte; tijdens Renaissance en Verlichting worden belangrijke uitgangspunten van het moderne gedachtegoed geformuleerd; en de eerste moderne gecentraliseerde ( centraal geregeerde) staten ontstaan.
  • Delacroix was een Franse schilder en een typisch voorbeeld van de Romantiek uit de negentiende eeuw. Met zijn bijzondere kleurgebruik heeft hij een grote invloed gehad op de Impressionisten, maar ook op bijvoorbeeld Pablo Picasso
  • Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog Hessische troepen in dienst van de Britten tijdens de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog. Datum 1775 – 1783 Locatie Oostelijk Noord Amerika , Atlantische Oceaan, Indische Oceaan, Middellandse Zee, Caraïben ( Sint-Eustatius en Tobago ). Resultaat Erkenning Amerikaanse onafhankelijkheid Strijdende partijen Dertien Koloniën later de Verenigde Staten (bewoners waren meest van Britse afkomst) Gesteund door: Nederland Frankrijk Spanje Indianen Groot-Brittannië Gesteund door: Indianen Duitsers Commandanten George Washington Graaf van Rochambeau Nathanael Greene Bernardo de Gálvez Sir William Howe Sir Henry Clinton Lord Cornwallis Thayendanegea John Burgoyne De Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog (of Amerikaanse Revolutie) ( 1775 - 1783 ) was de oorlog tussen Groot-Brittannië en de koloniën die later de Verenigde Staten zouden worden. De oorlog resulteerde in de onafhankelijkheid van de Verenigde Staten en speelde dan ook een zeer belangrijke rol in de geschiedenis van de Verenigde Staten van Amerika . Inhoud [ verbergen ] 1 Achtergrond 2 Oorlog en onafhankelijkheid 3 Grondwet 4 Zie ook 5 Bronnen, noten en/of referenties [ bewerken ] Achtergrond De slag om Bunker Hill Voor het begin van de oorlog waren de verschillen tussen de diverse koloniën, met name in economisch opzicht, erg groot. Het Noorden was een gebied met handelaren en kleine boeren, terwijl de economie van het Zuiden bepaald werd door van slavernij afhankelijke tabaks -, rijst - en katoenplantages . Door de gezamenlijke Franse vijand in Canada trok men aanvankelijk nog gelijk op en dat leidde in 1763 tot de verovering van Canada na de zogenaamde Franse en Indiaanse oorlog . De strijd kostte het moederland echter zeer veel geld en om de kas weer te spekken werden er steeds zwaardere belastingen op de koloniën gelegd. Groot-Brittannië probeerde ook de verwerking van grondstoffen in de koloniën te verhinderen. In de groei van de revolutionaire geest onder gewone Amerikanen speelden polemische schrijvers als Thomas Paine en Patrick Henry een grote rol. Common Sense van Paine dat de monarchie zelf aanviel was populair. Alleen al in 1776 verschenen er 25 edities van en er werden meer kopieën van verkocht dan van gelijk welk gedrukt document uit de koloniale geschiedenis van Amerika. Paine schreef in een taal en stijl die voor iedereen toegankelijk was en vermeed het wettelijke en logische jargon van andere pamfletten uit die tijd. Hij maakte ook gebruik van Bijbelse metaforen en gewone taal die de lezers vanuit hun calvinistische achtergrond sterk aanspraken. In het pamflet viel Paine de Britse monarch aan en noemde hem "a royal brute" (een koninklijke bruut). Hij spoorde de Amerikanen aan om op te komen voor hun vrijheid. Duizenden lazen en luisterden naar Common Sense en werden erdoor geradicaliseerd. Mede door dit pamflet van Thomas Paine en andere gelijkaardige geschriften vormden de kolonisten zich stilaan een eigen politieke ideologie, deels afgeleid van Engelse politieke ideeën, deels ontleend aan de theorieën van de Verlichting en deels op basis van eigen ervaringen
  • Oorlog en onafhankelijkheid Washington Crossing the Delaware op een schilderij van Emanuel Leutze Het verzet tegen de monarchie nam een symbolische start met de Boston Tea Party ( 1773 ) en mondde uit in een onafhankelijkheidsoorlog. Op 19 april 1775 kwam het tot een treffen met de Slagen van Lexington en Concord . Op 2 juli 1776 werd door de Amerikaanse patriotten de onafhankelijkheid uitgeroepen. Op 4 juli werd de door Thomas Jefferson geschreven Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring aanvaard. De Amerikaanse Vrijheidsoorlog zou duren tot 1783 ; op 19 april 1783 erkenden de Britten hun verlies bij de Vrede van Versailles en trokken zich terug uit de Verenigde Staten; de Amerikaanse republiek was een feit. Nederland was, na Frankrijk, het tweede land dat de ’Verenigde Staten van Amerika’ erkende ( 1782 ), hoewel enkele gewesten al eerder tot erkenning over waren gegaan. Het gewest Friesland was het eerste gewest dat de V.S. erkende, en daarmee ook eerder dan Frankrijk. Dat de dertien zo verschillende koloniën meteen een eenheid zouden gaan vormen, bleek een utopie. Het enige gezamenlijke waren in feite de Articles of Confederation , een soort grondwet die echter met name het onafhankelijke karakter van de koloniën bevestigde. Verder was er eigenlijk maar één gezamenlijk orgaan, het Continental Congress , dat echter maar een paar keer per jaar bijeenkwam. Deze losse verbintenis van staten ging gebukt onder grote oorlogsschulden, een teruglopende handel en een ontbrekend centraal gezag. De zogenaamde Federalisten pleitten voor een sterker gezag en een betere grondwet .
  • Noord Amerika had in de zestiende en zeventiende eeuw vooral de belangstelling van de Engelsen en de Fransen. De kuststreken werden bevolkt door Engelse kolonisten. Franse bonthandelaren en pelsjagers doorkruisten het binnenland. Walter Raleigh stichtte in 1585 de eerste Engelse kolonie Virginia. <<< In de zeventiende eeuw emigreerden veel Engelsen om politieke en/of godsdienstige redenen naar Noord Amerika. Zo ontstonden geleidelijk aan 13 Engelse koloniën. Met hun zelf gekozen besturen waren zij vrij zelfstandig. Een gouverneur vertegenwoordigde de Engelse regering. Economisch ging het de koloniën voor de wind. Er waren geen belemmerende gildebepalingen. Wel probeerde de Engelse regering de koloniën in mercantilistische zin de exploiteren. In de achttiende eeuw hield dit in bescherming van de opkomende Engelse industrie. De koloniën zorgden voor de grondstoffen, het moederland voor de eindprodukten. In de Zevenjarige Zeeoorlog (1756-1763) verdedigden de Engelsen met succes de koloniën tegen Franse aanvallen. De Engelsen wilden de Amerikanen laten meebetalen aan de defensiekosten. Hiertoe waren de kolonisten best bereid als zij dan wel invloed kregen op de (belasting)wetgeving. "No taxation without representation" werd de leus. <<< de vrijheidsoorlog Koning George III wilde niet van inspraak weten. The Boston teaparty (1773) mondde uit in een oorlog tussen koloniën en moederland. Op 4 juli 1776 verklaarden de 13 koloniën zich onafhankelijk. George Washington werd de opperbevelhebber van de gezamenlijke strijdkrachten. In 1783 moesten de Engelsen hun nederlaag erkennen. De Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog (1774-1783) was met succes gestreden. <<< de constitutie   Geheel volgens de ideeën van de Verlichting kwam er in 1787 een grondwet tot stand. De mensenrechten, de volkssoevereiniteit en de trias politica waren verwerkt in de eerste geschreven grondwet van de geschiedenis. Een met algemeen kiesrecht gekozen president was hoofd van de uitvoerende macht en opperbevelhebber. Een eveneens met algemeen stemrecht gekozen Congres stelde de wetten op. De volksvertegenwoordiging bestond uit de Senaat en uit het Huis van Afgevaardigden . Het Hooggerechtshof , was het hoogste rechterlijke orgaan De nieuwe staat vormde een federatie , de Verenigde Staten van Amerika. De afzonderlijke staten hadden een grote mate van zelfstandigheid (eigen volksvertegenwoordiging, eigen gouverneur). De federale instellingen vertegenwoordigden het geheel. <<<   >
  • Wij, het volk van de Verenigde Staten, verordenen en vestigen deze Grondwet voor de Verenigde Staten van Amerika, met als doel een meer perfecte unie te vormen, gerechtigheid te vestigen, de binnenlandse rust te verzekeren, in de gemeenschappelijke verdediging te voorzien, het algemeen welzijn te bevorderen en de zegeningen van de vrijheid voor onszelf en ons nageslacht te beveiligen
  • Liberté, Égalité, Fraternité! “ Liberté, égalité, fraternité” (vrijheid, gelijkheid, broederschap) is de bekende lijfspreuk van Frankrijk . Waar komt het vandaan en hoe is het precies ontstaan?  De leus werd geïntroduceerd tijdens de Franse revolutie , maar werd pas volop in gebruik genomen bij de oprichting van de Derde Franse Republiek . Debatten over de bruikbaarheid van de drie termen bestaan al sinds de Franse Revolutie.  In 1838 wees Pierre Leroux de leus toe aan de Franse Revolutie. Volgens hem was het een anonieme en populaire creatie . De historicus Mona Ozouf onderschrijft dit, hoewel volgens hem soms ook andere termen tegelijk met deze drie woorden werden gebruikt zoals Amitié (vriendschap), Charité (liefdadigheid) en Unité (eenheid). Al sinds 1789 werden er ook andere termen gebruikt zoals “la Nation, la Loi, le Roi” (de Natie, de wet, de Koning) of “Union, Force, Vertu” (Eenheid, Kracht, Deugd). Mogelijk was tijdens de revolutie Vrijheid, gelijkheid en broederschap slechts een van de vele leuzen. Het woord Fraternité werd zelfs lange tijd genegeerd. Dit woord kwam pas officieel bij de leus tijdens de opstelling van de Franse Grondwet in 1791. Onder de regering van Napoleon Bonaparte werd het motto veranderd naar “Liberté, Ordre public” (vrijheid, publieke orde). Na Napoleon’s regeerperiode werd het motto lange tijd vergeten. Dit veranderde tijdens de Februari revolutie van 1848. Bij deze revolutie werd het motto officieel ingevoerd in zijn huidige vorm. Toen de derde republiek werd opgericht, werd het motto de lijfspreuk van Frankrijk. Het motto bleef echter tegenstand ondervinden. Tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog werd het vervangen door “Travail, famille, patrie” (werk, familie, vaderland) door maarschalk Pétain. Na de bevrijding van Frankrijk werd het oude motto weer ingevoerd.
  • . De Staten-Generaal Het doel van de vergadering moest zijn: het bespreken van nieuwe belastingen . Er moest een grondbelasting voor adel en geestelijkheid komen en een belasting op het inkomen voor alle mensen. Er waren 300 geestelijken, 300 edelen en 600 burgers. Bij de laatste groep waren bijna geen boeren, wel kooplieden en advocaten. In mei 1789 kwam men bijeen in het paleis te Versailles. De standpunten waren duidelijk: De adel wilde geld van de Derde Stand. Verder was alles onbespreekbaar. Alleen de adel kon regeren. De geestelijkheid was verdeeld. Ongeveer 80 hogere geestelijken dachten als de adel. De overigen, de lagere geestelijken, zoals de dorpspastoors, dachten als de Derde Stand. De Derde Stand wilde gelijke rechten en plichten voor alle mensen. Ze wilden meebeslissen . Bovendien wilde de Derde Stand een stemming per hoofd ( = per persoon) in plaats van per stand. Vroeger was het zo dat elke stand één stem mocht uitbrengen. In totaal dus drie stemmen. En aangezien de koning altijd kon rekenen op de stemmen van adel en geestelijkheid, kreeg hij altijd zijn zin. Op 5 mei was de eerste vergadering van elke stand apart. Op 13 juni sloten de lagere geestelijken zich aan bij de Derde Stand. Op 16 juni benoemde de Derde Stand (97 procent van de hele bevolking) zich tot 'Nationale Vergadering' . Zij weigerden verder de verdeling in drie standen te erkennen. Op 17 juni greep de koning in. Hij liet de vergaderzaal op slot doen. De 'Nationale Vergadering' week uit naar de Kaatsbaan (Kaatsen is een soort balspel) in de buurt.
  • 2. Wat waren de oorzaken voor de Franse revolutie? Allereerst was er een indeling van de maatschappij die niet meer voldeed. Alle mensen in Frankrijk werden verdeeld in drie zogenaamde standen. Je geboorte bepaalde in welke stand je thuishoorde. Als zoon van een boer 'hoorde' je in de Derde Stand thuis. Als dochter van een graaf was je lid van de Tweede Stand . In de Eerste Stand kon je terechtkomen als je lid van de geestelijkheid wilde worden. Deze drie standen, geestelijkheid, adel en boeren, bestonden sinds de Middeleeuwen. Rond het jaar 1000 was het als systeem 'af'. De geestelijkheid zorgde voor de godsdienst , de adel voor de verdediging van het land en de boeren zorgden voor het voedsel. Sinds het jaar 1000 was er wel het een en ander veranderd. Er waren steden ontstaan. De burgers in de steden behoorden ook bij de Derde Stand. Ook de kooplieden, bankiers, fabrikanten, juristen en dokters hoorden daarbij. Hoe rijk ze ook werden... In de zeventiende en achttiende eeuw gebeurde het in Frankrijk regelmatig dat een rijke koopman voor zichzelf een adellijke titel kocht. Op dezelfde manier kon men ook bijvoorbeeld een rang in het leger kopen. Dan werd men luitenant, niet omdat men iets goed kon, maar alleen omdat men rijk was. Ook in de andere standen was er ongelijkheid ontstaan. Er was een duidelijk verschil tussen de hogere en lagere geestelijkheid. De bisschoppen in de steden kwamen veelal uit de adellijke families en waren rijk. De pastoors in de boerendorpen daarentegen kwamen voort uit de Derde Stand en waren arm. Bij de adel kon men verschil zien tussen de hoge adel, die bij de koning aan het hof leefde, de landadel in de provincies en de burgerlijke ambtsadel (degenen die een titel hadden gekocht).Duidelijk was in ieder geval dat de Derde Stand verreweg het grootst was. Zij vormden 89 procent van de bevolking, terwijl ze maar 30 procent van het land in handen had. Zij moest ook alle belastingen betalen. Geestelijkheid en adel waren daarvan vrijgesteld. De grond waarop de boeren werkten was vaak in handen van een edelman of van een rijke koopman uit de stad. In 1788 was er een slechte oogst. Dat had tot gevolg dat de graanprijzen hoog waren. De gewone mensen moesten dus veel betalen om aan hun eten te komen. Daarbij kwam dat men toch pacht (= de huur van het land) moest betalen aan de landeigenaar. Men moest grondbelasting betalen. Ook andere belastingen, vaak per streek verschillend, moesten betaald worden. Rond 70 procent van het boereninkomen ging op aan belastingen. De prijzen stegen en het inkomen bleef gelijk. De gevolgen waren dat de mensen armer werden en dat er honger werd geleden. Daarbij kwam ook nog dat er grote stukken land niet gebruikt werden, omdat bijvoorbeeld de adel het voor de jacht gebruikte. In de steden waren de mensen ook ontevreden. In de allereerste plaats waren er fabrikanten die van de (te) strenge koninklijke voorschriften afwilden. Zij wilden geen regels voor werktijden en geen verbod om bepaalde machines te gebruiken. De meer ontwikkelde mensen wilden meer zeggenschap, meer democratie. Onder invloed van de ideeën van de verlichting wilde men vrijheid van godsdienst en gelijkheid van rechtspraak voor iedereen . Alle mensen waren gelijk. Dat betekende dat er dezelfde regels en wetten voor iedereen moesten komen. Belasting betalen moest ook betekenen dat men mee kon beslissen in staatszaken. De staatsschuld was enorm. De Franse koningen hadden veel te veel geld uitgegeven aan hun hofhouding en aan het leger. Zij hadden
  • 4. De eed in de Kaatsbaan Men beloofde elkaar niet eerder uit elkaar te gaan voordat de nieuwe grondwet klaar was. Toen gaf de koning toe. Adel en geestelijkheid moesten zich bij de Nationale Vergadering aan sluiten. Voor de zekerheid haalde hij toch 18.000 soldaten naar Parijs en Versailles. De vergadering besloot om alle oude voorrechten van adel en geestelijkheid af te schaffen. Daarna gebeurde er van alles snel achter elkaar. Op 14 juli werd de Bastille, een gevangenis in Parijs, door het volk bestormd. Daarna werd het leger ontbonden en werd er een Nationale Garde gevormd. De eerste gevolgen zijn dat er over heel Frankrijk boerenopstanden kwamen en dat veel edelen vluchtten naar het buitenland. Gevangenissen werden bestormd, kastelen in brand gestoken. Zelfs de rijke burgers werden bang dat de arme bevolking hun huizen zou vernielen en al hun geld en voedsel zou roven. In Parijs werd daarom een burgerwacht ingesteld. Gemeentes gingen zichzelf besturen
  • Frankrijk herdenkt het nog ieder jaar. Op 14 juli 1789 werd de Bastille door de burgerij bestormd, een kasteel met acht torens in Parijs dat symbool stond voor de gevestigde orde. De bestorming van het kasteel luidde het begin van de Franse Revolutie in. Er is momenteel niks meer over van het kasteel dat destijds dienst deed als gevangenis. Om aan te geven waar het gestaan heeft, hebben de Fransen de contouren op een naar het kasteel vernoemd plein in een aparte kleur gemarkeerd. Klassenverschil Wantrouwen van de 'gewone bevolking' ten opzichte van koning en de aristocratie is kort samengevat de hoofdoorzaak van de bestorming van de Bastille. De druppel was vermoedelijk dat de populaire minister Jacques Necker werd ontslagen. De bevolking voelde zich na dat ontslag niet langer meer vertegenwoordigd en besloot het heft in eigen hand te nemen. De Bastille werd in deze periode als gevangenis gebruikt en stond voor velen symbool voor de macht van de koning en de aristocratie. Volgens velen was een bestorming van de Bastille daarom een goed middel om te ageren tegen die gevestigde orde. Een wapenarsenaal wordt geplunderd en het kasteel wordt bestormd.
  • 5. De Grondwet Op 26 augustus kwam de 'Verklaring van de rechten van de mens en de burger' . In de grondwet kwam te staan dat de hoogste macht bij het volk berustte. Het kerkelijke grondbezit was voortaan van de staat. Pastoors zouden voortaan door het volk gekozen worden. Hierbij kwam er natuurlijk tegenstand van de gelovigen en van de paus. Op 3 september 1791 werd de nieuwe grondwet afgekondigd. Frankrijk werd een parlementaire monarchie met een zwakke uitvoerende macht (de koning) en een wetgevende volksvertegenwoordiging. Alle ambtenaren, rechters en juristen zouden gekozen moeten worden. Er kwamen openbare rechtbanken. De staat werd verdeeld in 83 departementen met zelfstandig bestuur. Terug naar boven  
  • 7. Republiek Er stonden bij de revolutionairen algauw twee groepen tegenover elkaar: de gematigden en de radicalen. Dat de koning de revolutie eigenlijk maar niets vond, werd ondertussen steeds duidelijker. Zijn broer behoorde bij de eerste edelen die naar het buitenland waren gevlucht. Daar zocht hij steun tegen het revolutionaire Frankrijk. Het Parijse volk had Lodewijk en zijn gezin wel uit Versailles gehaald om hem de ellende van de hongerenden te laten zien, maar hij scheen er zich weinig van aan te trekken. Hij bleef wel in Parijs wonen, maar op 20 juni 1791 werd hij aangehouden toen hij probeerde het land te ontvluchten. Louis XVI De gevluchte edelen hoopten op een oorlog. Zij wilden Frankrijk bevrijden van de revolutie. Zij waren echter niet de enige groep die oorlog wilde. In Frankrijk zelf zat een grote groep mensen die het ideaal van de revolutie ook naar andere landen wilde brengen. Ieder land moest bevrijd kunnen worden van het juk van het despotisme (geregeerd worden door een tiran, zoals een koning of keizer). Frankrijk verklaarde de oorlog aan de keizer van Oostenrijk en de koning van Pruisen. Er waren ook mensen die hoopten dat door de oorlog de koning en het volk weer dichter bij elkaar zouden komen te staan. Niets bleek minder waar. Het Franse hof verraadde de plannen van de eigen generaals aan de vijand.
  • Vrijheid, gelijkheid en broederschap Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie Ga naar: navigatie , zoeken Timpaan met de drie woorden op een kerkgebouw . Vrijheid, gelijkheid en broederschap ( Frans : Liberté, égalité, fraternité) is het motto van Frankrijk . De leus werd geïntroduceerd tijdens de Franse Revolutie , maar werd pas volop in gebruik genomen bij de oprichting van de Derde Franse Republiek . [1] . Debatten over de bruikbaarheid van de drie termen bestaan al sinds de Franse Revolutie. [ bewerken ] Geschiedenis Omstreeks 1838 wees Pierre Leroux de leus toe aan de Franse Revolutie. Volgens hem was het een anonieme en populaire creatie. De historicus Mona Ozouf onderschrijft dit, hoewel volgens hem soms ook andere termen tegelijk met deze drie woorden werden gebruikt zoals Amitié (vriendschap), Charité (liefdadigheid) en Unité (eenheid) [1] . Al sinds 1789 werden er ook andere termen gebruikt zoals " la Nation, la Loi, le Roi " (de Natie, de wet, de Koning), of " Union, Force, Vertu " (Eenheid, Kracht, Deugd). Mogelijk was tijdens de revolutie Vrijheid, gelijkheid en broederschap slechts een van de vele leuzen. Het woord Fraternité werd zelfs lange tijd genegeerd. Dit woord kwam pas officieel bij de leus tijdens de opstelling van de Franse Grondwet in 1791 . Onder de regering van Napoleon Bonaparte werd het motto veranderd naar Liberté, Ordre public (vrijheid, publieke orde). Na Napoleons regeerperiode werd het motto lange tijd vergeten. Dit veranderde tijdens de Februarirevolutie van 1848 . Bij deze revolutie werd het motto officieel ingevoerd in zijn huidige vorm. [2] Toen de derde republiek werd opgericht, werd het motto de lijfspreuk van Frankrijk. Tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog werd het vervangen door " Travail, famille, patrie " (Werk, familie, vaderland) [3] door maarschalk Pétain . Na de bevrijding van Frankrijk werd het oude motto weer ingevoerd.
  • : Frankrijk (1792 - 1799) De naam Maximilien de Robespierre, die zich later Robespierre noemde, is verbonden met de Terreur, toen de guillotine dagelijks vijftig hoofden verwerkte en soms zelfs meer dan honderd. Mocht de procedure die het Tribunal Revolutionaire aanvankelijk volgde misschien nog de naam "rechtsgang" dragen, zestig tot zeventig procent van de voorgeleide verdachten werden veroordeeld en terechtgesteld. Begin juni 1794, kort voor hij zelf werd onthoofd, liet Maximilien, voorzitter van de Volksvergadering, de procedure herleiden tot een vorm die niet eens meer de naam "standrecht" zou mogen heten.Getuigen en pleidooien werden afgeschaft. Het enige wat het tribunaal nog te doenstond was de identiteit van de verdachte vast te stellen. Het heette dat de rijken die zich goede advocaten konden veroorloven, in een normaal proces bevoordeeld werden. Maar de kritiek bij de behandeling van het decreet deed Robespierre af met:: "In de  Conventie kunnen maar twee partijen bestaan, de goeden en de slechten, de patriotten en de contrarevolutionairen.
  • Guillotine Onthoofding De guillotine of valbijl werd uitgevonden door de geneesheer Joseph-Ignace Guillotin (1738-1814). Eigenlijk was de guillotine geen nieuwe uitvinding, maar een verbetering van bestaande ideeën. Bijl Reeds eeuwen lang werd de doodstraf voltrokken door onthoofding. Meestal werd door de beul met een bijl het hoofd van de romp gescheiden. In Brussel en Dendermonde werd echter reeds in de 13e eeuw een soort valbijl gebruikt. Ook in Italië (mannaia), Engeland (Scottish maiden) en Duitsland werden valbijlen toegepast. Guillotine bij wet voorgeschreven In Frankrijk heette de valbijl "dolore". De grootste door Joseph-Ignace Guillotin voorgestelde verandering was om het mes van een schuine schede te voorzien. In 1792 werd de guillotine bij wet het voorgeschreven middel om de doodstraf uit te voeren. De guillotine werd gezien als een humaan middel om het beoogde doel te bereiken. Franse revolutie Tijdens de Franse revolutie werden ongeveer 50.000 Fransen terechtgesteld door de guillotine, waaronder Lodewijk XVI en zijn vrouw Marie Antoinette. Guillotine in Nederland Ook in Nederland werd voor de voltrekking van de doodstraf onthoofding toegepast. Johan van Oldenbarnevelt werd op 13 mei 1619 onthoofd met behulp van een bijl. Na de inlijving bij Frankrijk kwam de guillotine ook naar Nederland. Op 15 juli 1812 werd bij de Waag in Amsterdam voor het eerst gebruik van het werktuig gemaakt.
  • dossier Verstuur Napoleon Bonaparte (1769-1821) Dossier /Geschiedenis Een verenigd Europa: ook zijn idee? Links Napoleontische Associatie der Nederlanden (NAN) The Battle of Waterloo (Play the game) (BBC) Napoleon (PBS) Napoleon Bonaparte, een biografie Napoleon (schooltv) Weinig historische figuren hebben zo'n impact op de wereld-geschiedenis gehad als Napoleon. Hij was in de eerste plaats een geniale militair, die met zijn legers Europa een ander aanzien gaf. Op 2 december 1804 kroonde de 35-jarige Napoleon Bonaparte zich in aanwezigheid van de paus in Parijs tot keizer. Dat was niet slecht voor een Corsicaan uit de lage adel, die na de Franse Revolutie van 1789 een bliksemcarrière in het Franse leger had gemaakt. Door die Franse Revolutie kreeg het land een voor die tijd radicale grondwet. Het betekende bovendien het einde van de monarchie en feodale systeem. Frankrijk raakt in oorlog met buurlanden, die de ontwikkelingen in Frankrijk met argusogen volgden. De openbare onthoofding van koning Lodewijk XVI in 1793 versterkte het wantrouwen in het buitenland. In 1796 kreeg de 26-jarige Napoleon al het bevel over een Frans leger aan de Frans-Italiaanse grens. Zijn Italiaanse veldtocht werd een groot succes en Napoleon werd zeer populair in Frankrijk. Daarna volgde in 1798 een veroveringtocht door Egypte, maar Napoleon werd geïsoleerd door de Britten die de Fransen in een zeeslag versloegen en daarmee de terugweg over zee afsneden. Ondertussen waren zijn Italiaanse veroveringen verloren gegaan en hij keerde in 1799 terug naar Frankrijk. Datzelfde jaar greep Napoleon door middel van een coup de macht in Frankrijk en beëindigde daarmee de Franse Revolutie. Hij bleef vele oorlogen voeren, waarbij hij grote delen van Europa onder Franse invloed wist te krijgen. Eén van zijn beroemdste overwinningen vond plaats bij Austerlitz in 1805, waarbij hij Oostenrijk en Rusland versloeg. Napoleon voerde niet alleen oorlogen. Tijdens zijn bewind werden standaardmaten als de kilo, liter en meter ingevoerd. Burgers moesten een achternaam opgeven. Burgerlijke wetgeving werd vastgelegd in de Code Napoleon. Versnipperde staatjes en vorstendommen werden samengevoegd tot overzichtelijke bestuurlijke eenheden. De militaire ondergang van Napoleon begon in Spanje en Rusland. In Spanje werd het Franse leger uitgeput door een Spaanse guerillaoorlog die ondersteund werd door een Engels leger. Midden 1812 viel Napoleon met een groot leger Rusland binnen. Aan het einde van datzelfde jaar was er maar weinig van het leger over. Het was ten onder gegaan aan de kou, logistieke problemen en de Russische tegenstand. Zijn vele buitenlandse vijanden roken bloed en een coalitie (o.a. Engeland, Rusland, Oostenrijk, Spanje, Pruisen) versloeg Napoleon in 1813 bij Leipzig. In 1814 werd Parijs veroverd en werd de monarchie hersteld. Napoleon werd gedwongen om in ballingschap te gaan op het eiland Elba. In 1815 keerde Napoleon onverwacht naar Frankrijk terug en werd hij enthousiast ontvangen in Parijs. Hij wist weer een groot leger op de been te brengen, maar hij werd opnieuw door een coalitie verslagen, deze keer op 18 juni 1815 bij Waterloo. Napoleon werd weer verbannen. Hij sleet zijn laatste jaren op het eiland Sint-Helena, waar hij goed in de gaten werd gehouden door de Engelsen. Napoleon stierf op 5 mei 1821 aan maagkanker.
  • 1.1 De komst van de Europeanen in Afrika In de 15 e eeuw kwamen de Europeanen voor het eerst met hun zeeschepen in West-Afrika aan. Luxeartikelen, zoals goud en ivoor, werden al eeuwen lang door Arabische handelaren vanuit Afrika naar Europa vervoerd. Maar in de jaren na 1430, toen de schepen steeds beter gebouwd werden, begonnen Portugese zeevaarders zelf de West-Afrikaanse kust te verkennen. Rond 1460 hadden de Portugezen de kust van Guinea bereikt (of: de Westkust van Afrika bereikt). In 1481 stichtten ze een handelsnederzetting die ze El Mina (het tegenwoordige Ghana) noemden. Na de Portugezen volgden al snel gelukszoekers uit een heleboel andere Europese landen, waaronder Nederland, Frankrijk en Engeland. In het begin plunderden deze mannen de Afrikaanse kustplaatsen en namen ze waardevolle goederen mee. Na verloop van tijd begon men echter op een meer normale manier handel te drijven.   1.2 De komst van de Europeanen in Amerika Net als in Afrika vonden er ook in Amerika ingrijpende veranderingen plaats door de komst van de Europeanen in de 15 e eeuw.Toen de Spanjaard Columbus in 1492 Amerika ontdekte en daar voet aan wal zette, was het de eerste keer dat er Europeanen in Amerika kwamen. Al snel kwamen ook de Portugezen, Engelsen, Fransen en Nederlanders naar de Nieuwe Wereld, zoals Amerika toen genoemd werd. Omdat Amerika een gunstig klimaat had en er genoeg ruimte was, namen de Europeanen het land in bezit en bouwden ze er huizen. Ook legden ze grote plantages aan voor suiker, tabak en katoen. Er moest natuurlijk op deze plantages gewerkt worden. Dat deden de Europeanen echter niet zelf. Ze probeerden mensen uit Europa naar Amerika te laten verhuizen, maar er waren maar weinig mensen die dat wilden. Al snel hadden de Europeanen een oplossing bedacht: ze dwongen mensen die in Amerika woonden (de indianen) voor hen te werken. Na een poosje ontdekten de Europeanen echter dat deze indianen helemaal niet geschikt waren voor dit werk, omdat ze erg gevoelig waren voor ziektes als griep en verkoudheid, die uit Europa waren meegenomen. Duizenden indianen stierven als gevolg van ziektes en mishandeling. Ook gingen veel indianen er zomaar vandoor. Daardoor was er een groot tekort aan mensen die op de plantages konden werken.          Nu moesten de Europeanen op een andere manier aan hun slaven zien te komen. Ze haalden slaven uit Afrika en lieten hen op de plantages werken. Ook lieten de Europeanen slaven in mijnen werken. Mijnwerk was meestal ongezond en zwaar werk. Slavernij vond niet alleen plaats op de plantages en in de mijnen, maar ook waren er slaven die mee werkten in het huishouden.
  • 2.1 Groei en winst De slavenhandel die in de 15 e eeuw op kleine schaal begon, groeide al snel uit tot een welvarende handel. De vraag naar slaven werd steeds groter. Steeds meer slaven werden naar Amerika vervoerd. Naarmate de slavenhandel groeide, nam ook de handel toe in Europese goederen die naar  Afrika werden verscheept, en in tropische producten die uit Noord- en Zuid-Amerika werden meegenomen. Vooral Amerikaanse en Britse slavenhandelaars waren met deze afschuwelijke mensenhandel rijk geworden. Maar ook de Portugezen, Spanjaarden en Nederlanders waren actief in de slavenhandel. Grote aantallen slaven werden vanuit Afrika naar Amerika gevoerd. Het grote leed dat deze transporten veroorzaakte is onbeschrijfelijk. De slaven leefden onder verschrikkelijke omstandigheden. Maar daarover kun je elders op deze pagina meer lezen. 2.2 Driehoekshandel De slavenhandel tussen Afrika en Amerika wordt vaak de driehoekshandel genoemd, omdat de slavenschepen op hun tochten tussen Europa, Afrika en Amerika een driehoekige route aflegden over de Atlantische Oceaan. De schepen maakten drie opeenvolgende reizen:                     1.     Vanuit West-Europa vertrokken de schepen naar West-Afrika met aan boord een lading van geweren, ijzeren staven en alcohol. Deze producten werden in West-Afrika geruild voor slaven. 2.     Vanuit West-Afrika vertrokken de schepen naar Noord-Amerika met een lading slaven, die in Noord-Amerika verkocht werden. 3.     Met allerlei goederen aan boord, zoals suiker, rum, katoen en tabak, vertrokken de schepen vanuit Noord-Amerika en het Caribische gebied weer naar West-Europa Voordat de Europeanen via de driehoekshandel Afrikaanse slaven voor Europese producten ruilden, kwamen ze op een andere manier aan hun slaven. Ze ontvoerden slaven door dorpen langs de kust te overvallen. De Afrikanen wilden door deze rooftochten geen handel meer met de Europeanen drijven. Langzamerhand werd de handel meer georganiseerd doordat de Europeanen goederen gingen ruilen. De Europeanen gaven geweren, alcohol en materialen van metaal aan Afrikaanse stamhoofden en koningen in ruil voor misdadigers en krijgsgevangenen. Al snel bedachten sommige leiders nieuwe ‘misdaden’, die werden bestraft met slavernij. Anderen lieten diep in het binnenland overvallen plegen om mensen te ontvoeren. . Na zo’n overval werden de ontvoerde Afrikanen gedwongen om lopend vanuit het binnenland naar de kust te marcheren. Ontsnappen konden deze gevangenen niet, want ze droegen ijzeren halsbanden en zaten met kettingen en boeien aan elkaar vast. Wanneer ze bij de kust aankwamen, werden ze opgesloten in Europese forten en kastelen. Toen de handel steeds meer opbloeide, werden er gevangenissen gebouwd, waar de Afrikanen moeten wachten op de komst van de slavenschepen. De Europese handelaren kochten niet alle mensen die uit het binnenland waren gehaald. Meestal kochten ze vooral gezonde mannen en vrouwen tot 25 jaar en wilden ze de gewonden, ouderen, zwakken en zieken niet kopen.                                                                                   Gevangen genomen slaven lopen vanuit het binnenland naar de kust Op deze manier werden ongeveer 24 miljoen Afrikanen gevangen genomen om aan Europese handelaren verkocht te worden. Miljoenen Afrikanen stierven door honger en ziekte voordat ze de kust bereikten, terwijl miljoenen anderen de vreselijke zeetocht naar Amerika moesten doorstaan.   2.3 Slavenschepen Het vervoer van de slaven van Afrika naar Noord-Amerika ging, zoals je hebt kunnen lezen, per schip. Dit was een verschrikkelijke reis voor de slaven. Op het moment dat ze die boot in stapten, werden ze niet meer als mensen gezien, maar als beesten gehandeld. De Europeanen probeerden zoveel mogelijk slaven op een schip te laden. Hoe meer slaven de overtocht overleefden, hoe meer winst ze maakten. De slaven werden over het schip verdeeld in verschillende groepen. De mannen waren namelijk gescheiden van de vrouwen en de kinderen. Op veel schepen waren tussen de dekken extra lagen aangebracht. Elke laag (verdieping) was minder dan één meter hoog, zodat je er niet rechtop kon staan. Op deze lagen moesten de mannen verblijven. Ze waren geboeid met handboeien om hun polsen en voetboeien rond hun enkels, waardoor ze zich nauwelijks konden bewegen. Vrouwen en kinderen werden in aparte overvolle vertrekken gestopt. Ze kregen meestal geen boeien om, maar werden verder net zo bruut behandeld als de mannen.   Boven- en zijaanzicht van een slavenschip De tocht over de Atlantische Oceaan duurde normaal gesproken ongeveer zeven weken, maar als het weer tegenzat, duurde de reis veel langer. Met mooi weer werden de slaven twee keer per dag bovendeks gebracht om hun benen te strekken. Tijdens de reis werden de leefomstandigheden voor de slaven steeds slechter. Het is dan ook niet verwonderlijk dat veel slaven het transport niet overleefden. Een kwart van hen stierf al tijdens de overtocht. Veel slaven werden ziek. Ziekten als pokken, tyfus, scheurbuik en tering kwamen veel voor. Vaak konden de zieke slaven niets anders dan overgeven en hun behoefte doen op de plaats waar ze lagen, zodat de scheepsruimen vies werden en stonken. Sommige Afrikanen waren zo bang en wanhopig dat ze zichzelf overboord wierpen als ze daar de kans voor kregen. Als ze werden gered, kregen ze een vreselijk pak slaag, omdat ze hadden geprobeerd te ontsnappen. De dode en krankzinnige slaven werden onderweg over boord gekieperd. Haaien volgden een slavenschip de hele reis over de Atlantische Oceaan. Maar ook als een slaaf de tocht wel overleefde, was zijn toekomst allerminst rooskleurig. De slavenhandelaren besteedden tijdens de overtocht weinig aandacht aan de gezondheid en het welzijn van hun slaven. Tegen de tijd dat ze Amerika bereikten waren veel slaven ziek en zwak. Maar slaven die er ziek uitzagen, brachten geen geld op. Daarom werden de slaven, wanneer de schepen de kust naderden, goed gewassen en geschoren. Hierdoor zagen ze er toonbaarder uit en waren ze ook waardevoller. Het gebeurde zelfs dat handelaren het grijze haar van oudere mannen verfden om ze er jonger uit te laten zien.
  • 2.4 Slavenmarkten en veilingen Wanneer de schepen eenmaal in Amerika aangekomen waren, kwamen de slaven in verschillende gebieden terecht. In deze gebieden werden slavenmarkten en veilingen georganiseerd om de slaven aan plantagehouders en andere grootgrondbezitters te verkopen. Bij een veiling moesten slaven één voor één voor de kopers heen en weer lopen of op een verhoogd platform staan, zodat iedereen hen duidelijk kon zien. Een veilingmeester verkocht elke slaaf vervolgens aan de hoogste bieder. Slavenmarkten waren nog erger. Ze werden gehouden aan boord van een schip of op een omheind stuk land. Op een tevoren afgesproken tijdstip mochten slavenhouders zich midden in de menigte van slaven storten en gewoon degenen pakken die ze wilden kopen. De slaven werden dus als beesten behandeld. Iedere keer als er een schip met slaven arriveerde, werd er een slavenmarkt georganiseerd. Het aankondigen van zo'n slavenmarkt ging met behulp van advertenties in kranten en op posters. Ook werd het bericht natuurlijk mondeling verspreid. (affiche)                                                            Advertentie voor een slavenmarkt in  1829 Voordat de Afrikaanse slaven werden verkocht, moesten ze eerst vernederende lichaamsonderzoeken ondergaan. Slavenhandelaren trokken aan hun lippen om naar hun tanden te kijken, tuurden in hun ogen, porden hen in hun rug en buik en onderzochten zelfs hun geslachtsorganen. Ook gebeurde het dat slaven allerlei oefeningen moesten doen om te laten zien of zij gezond waren en goed konden werken. In onderlinge gevechten moesten hun krachten bewijzen en laten zien hoe sterk ze waren. Wat kostte een slaaf? Een gezonde volwassen man of vrouw kostte 100 peso (1 peso is ongeveer 1 euro). Later werden de bedragen hoger. Kinderen kostten 1/3 of 2/3 van de prijs van een volwassene. De prijs voor een oude of zieke slaaf bedroeg 55 tot 60 peso. Zodra de veiling of slavenmarkt voorbij was, stond de slaven echter nog meer ellende te wachten. Slaven werden namelijk vaak gescheiden van hun familieleden en vrienden, omdat deze aan andere eigenaren waren verkocht. Ze moesten afscheid nemen om elkaar daarna (waarschijnlijk) nooit meer te zien. Vaak werden de slaven nadat ze verkocht waren gebrandmerkt. Dit werd gedaan om de slaven te kunnen herkennen om zo te kunnen zien, bij welke eigenaar een slaaf hoorde. De meeste slaven kregen ook een nieuwe Engelse naam. Wanneer de slaven op hun bestemming waren aangekomen, werden ze vaak op een gruwelijke manier behandeld. Hierover kun je in het volgende hoofdstuk meer lezen.  
  • 4.1 Het begin van het verzet Voor de slaven was het leven natuurlijk geen pretje. Daarom kwamen ze wel eens in verzet. Er braken dan rellen, opstanden of stakingen uit. Slaven hadden hier echter ook weinig plezier van, want een (zware) straf was vaak het gevolg. De eerste mensen die openlijk in opstand kwamen tegen de slavernij dat waren mensen uit Amerika. Kwakers worden ze genoemd. Zij streden vanaf ongeveer 1688 tegen de slavenhandel en de slavernij. Rond het jaar 1700 kwamen er ook andere mensen die zich tegen de slavenhandel en alle dingen die daarmee te maken hadden, verzetten. Op deze manier begon de discussie over het verbieden van de slavenhandel. Deze discussie hield niet alleen allerlei belangrijke mensen bezig, ook slaveneigenaren dachten erover na. Zij zagen ook wel dat de slaven die voor hen moesten werken het niet fijn hadden. Ze voelden dat er allerlei opstanden dreigden. Hier en daar kwamen al (kleine) opstanden voor. In 1712 stak bijvoorbeeld een groep slaven in New York een heel aantal huizen in brand en doodden ze een aantal mensen die het over hen voor het zeggen hadden. Deze opstanden werden echter vaak de grond in gedrukt. Ze moesten verzwegen worden, want stel je voor dat ze andere slaven op een idee zouden brengen. Dat moest natuurlijk voorkomen worden. Daarom werden slaven die meegedaan hadden aan de opstanden zwaar gestraft. Slaven werden verbrand, opgehangen of levend begraven. En dat alles om er voor te zorgen dat de opstanden niet verder zouden gaan en de slaveneigenaren voorlopig nog van hun slaven konden genieten. Uiteindelijk zou echter opstand van zowel slaven als niet-slaven er toch toe leiden dat de slavernij afgeschaft zou worden. Daarover kun je in hoofdstuk vijf meer lezen.   4.2 Revolutie in Amerika In het Noorden van Amerika werden de landen geregeerd door de regering van Groot-Brittannië. Deze landen werden hoe langer hoe meer ontevreden, omdat zij hun eigen land wilden regeren, ze wilden het zelf voor het zeggen hebben. Daarom ontstond er een Onafhankelijkheidsoorlog, een oorlog die ervoor moest zorgen dat ze zelf alles in hun land konden regelen. Deze landen waren niet altijd door Groot-Brittannië geregeerd. Ze waren eerst in handen van Frankrijk. Na een oorlog tussen deze landen waren ze in bezit van Groot-Brittannië gekomen. Door deze oorlog hadden de Britten wel een heleboel schulden. Om van deze schulden af te komen, moesten de landen in Noord-Amerika extra belastingen betalen. Deze regeling werd echter niet met vreugde ontvangen. De bevolking was woedend en er braken overal rellen uit. In 1775 brak er toen dus een Onafhankelijkheidsoorlog uit. Deze oorlog duurde zeven jaar. In 1776 was er al een Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring opgesteld door Thomas Jefferson. In deze verklaring stond dat alle mensen gelijk waren geschapen en iedereen dus dezelfde rechten op vrijheid had. Door de oorlog verlieten veel plantagehouders hun plantage. Dit was natuurlijk  een mooie kans voor de slaven. Veel slaven hebben hun kans toen waargenomen en zijn ontsnapt. In september 1783 kwam er eindelijk een einde aan de oorlog. Groot-Brittannië  stemde toen in met de onafhankelijkheidsverklaring. Nu wilde dat niet zeggen dat alles toen ineens geregeld was. Er moesten allemaal wetten gemaakt worden die ervoor zorgden dat Amerika op een goede manier geregeerd zou worden. Het vreemde was dat deze wetten de slavernij nog niet verboden, want dat zou later pas gebeuren.  Het was wel de bedoeling dat in 1808 de slavenhandel verboden zou worden, maar dus nog niet de slavernij zelf. Veel verbetering voor de bevolking zelf bracht deze wet dus nog niet. Al met al had deze oorlog en alle gebeurtenissen daaromheen, wat ook wel de Amerikaanse Revolutie wordt genoemd, ervoor gezorgd dat veel mensen zich in gingen zetten voor vrijheid en gelijkheid. Zij streden dus voor de afschaffing van de slavernij. Door heel Amerika heen ontstonden groepen mensen die allerlei dingen gingen bedenken, toespraken hielden en nog veel meer om er maar voor te zorgen dat er een einde zou komen aan de slavernij. Het resultaat van al deze acties was dat rond 1827 in alle landen in het Noorden van Amerika de slavernij was afgeschaft. Dit ging echter niet overal zo gemakkelijk. In sommige landen was de slavernij al heel diep geworteld en was dus nog een hele lange weg te gaan voor de slavernij overal afgeschaft zou zijn.   4.3 Vrije zwarten We zouden een hele lange weg moeten gaan, voordat de slavernij overal afgeschaft zou zijn. Gelukkig hoefden niet alle zwarte mensen in Amerika slaaf te blijven totdat de slavernij werd afgeschaft. Op verschillende manieren wisten deze slaven aan hun vrijheid te komen of vrijheid te krijgen. Sommige slaven werden namelijk ‘zomaar’ vrijgelaten. Hun eigenaar deed dat omdat  ze bijvoorbeeld oud of ziek waren geworden. De kans was dan groot dat deze slaven meer zouden kosten als dat ze op zouden brengen. Andere slaven werden vrijgelaten als teken van dank. Er waren ook slaven die niet vrijgelaten werden, maar die er zelf voor zorgden dat ze weer vrij kwamen. Ze probeerden dan om zoveel mogelijk geld bij elkaar te krijgen door bijvoorbeeld mooie kleding te maken en te verkopen of door wat extra groente te verbouwen en dat dan te verkopen. Met pijn en moeite werd er dan geld bij elkaar gebracht met de hoop dat de eigenaar het genoeg zou vinden en je je vrijheid terug kreeg, want dat was natuurlijk de bedoeling. Door het vrijkomen van de slaven ontstonden er op sommige plaatsen groepen van vrijgelaten slaven. Zij werden vrije zwarten genoemd. Dat deze mensen nu vrij waren, wilde echter nog niet zeggen dat ze nu konden doen waar ze zin in hadden. Verder als de baantjes waar je het minste geld voor kreeg, kwamen ze vaak niet. Blanke en zwarte mensen werden overal streng gescheiden, zowel in de stad zelf, als in scholen en in kerken. Uiteindelijk heeft deze rassenscheiding, zo noem je het als blank en zwart van elkaar worden gescheiden, ervoor gezorgd dat de vrije zwarten eigen scholen, kerken, winkels enzovoort gingen bouwen. En ja, dit was natuurlijk altijd fijner dan dag in dag uit voor een slaveneigenaar te moeten werken, die je, als je maar even het zweet van je hoofd veegde, al een klap met de zweep kon verkopen!
  • 4.4 Verzet in de Verenigde Staten Voor de eerste wat grotere opstand moeten we naar Noord-Amerika. Hier vond in september 1739 een opstand plaats. Ongeveer 20 Afrikaanse slaven zorgden ervoor dat deze opstand er kwam. Deze slaven marcheerden naar Spanje. Onderweg zorgden ze ervoor dat er nog een heleboel andere slaven met hun meegingen. Uiteindelijk waren ze met ongeveer 150 slaven. Op hun weg richting Spanje maakten ze ook nog wel eens een ‘uitstapje’. Dat wil zeggen dat ze boerderijen en huizen vernielden en mannen die ze liever niet zagen, omdat ze niet anders konden als hun aan het werk zetten, doodden. Wat hun uiteindelijke doel was? Proberen om in Spanje te komen en daar de vrijheid te krijgen die ze zo graag wilden hebben. Toch heeft deze opstand niet zo lang geduurd. Al snel werden de slaven ingehaald door soldaten en veel van de slaven hebben deze opstand met hun leven moeten betalen: zij werden gedood. In 1800 probeerde een andere slaaf om een nog veel grotere opstand te maken. Meer dan duizend slaven had hij bij elkaar weten te krijgen. Verder is hij niet gekomen, want zijn plan was verraden en daarom werd ook hij vermoord. Een derde voorbeeld van een opstand in de Verenigde Staten is Nat Turner. In augustus 1831 zag deze slaaf een zonsverduistering. Hij dacht dat deze zonsverduistering een teken voor hem was dat hij in opstand moest komen. Daarom begon hij met het voorbereiden daarvan. Met ongeveer 70 slaven ging hij op pad en doodde hij in twee dagen tijd 60 blanke mensen. Twee maanden lang heeft Turner het volgehouden om niet gepakt te worden door zijn vijanden. Na twee maanden moest hij zich echter overgeven en werd hij opgehangen. 55 andere mannen die opstand waren gekomen werden gedood. Uit al deze voorbeelden blijkt wel dat een opstand net zo vaak voor zware stoffen zorgde als dat de slaven er daadwerkelijk iets aan hadden. Als een ding uit dit hoofdstuk duidelijk is geworden, is dat wel dat de weg naar het afschaffen van de slavernij geen makkelijke weg was. Aan het afschaffen van de slavernij zijn een heleboel opstanden en oorlogen vooraf gegaan. In het volgende hoofdstuk kun je lezen hoe de slavernij en de slavenhandel dan uiteindelijk toch werden afgeschaft.
  • Wat kun je van dit hoofdstuk verwachten:                    5.1 Het afschaffen van de slavenhandel                    5.2 De rol van Abraham Lincoln bij de afschaffing van de slavernij                    5.3 Na de afschaffing                    5.4 Tot besluit   Voordat we met dit hoofdstuk beginnen, zullen we eerst even goed op twee woorden letten die heel veel op elkaar lijken, maar net iets anders betekenen. Het zijn de woorden slavenhandel en slavernij. Het is misschien best wel eens verwarrend als je deze woorden door elkaar tegenkomt. Daarom voor alle duidelijkheid: als we het over slavenhandel hebben, bedoelen we het verhandelen van slaven, makkelijker gezegd is dat het vangen, verkopen en kopen van slaven. Als we het over slavernij hebben dan bedoelen we dus niet alleen het handelen met slaven, maar ook het houden van slaven en hoe de slaven behandeld worden bij hun eigenaar. Ik denk dat als je goed weet wat deze woorden betekenen je er in dit hoofdstuk ook wel uit zult komen!   5.1 Het afschaffen van de slavenhandel Zoals je in het vorige hoofdstuk hebt kunnen lezen begon er hoe langer hoe meer verzet te komen tegen de slavenhandel en de slavernij. Rond 1800 werd deze beweging hoe langer hoe sterker. Het afschaffen van de slavenhandel en vooral van de slavernij was echter geen gemakkelijke opgave. Jarenlang hadden slaveneigenaren hun gang kunnen gaan. Hadden ze slaven kunnen kopen en verkopen en hadden ze de slaven kunnen laten doen wat ze goedvonden. En daar zou dan een einde aan moeten komen? Daar voelden de meeste eigenaren eigenlijk helemaal niets voor. Toch kreeg de strijd voor de afschaffing van de slavernij meer steun. Vooral in Groot-Brittannië steunden veel mensen de beweging. Ze deden dit omdat ze vanwege hun geloof tegen de handel in slaven waren. In 1787 werd er dan ook een stichting opgericht die de naam ‘Vereniging ter verwezenlijking van de afschaffing van de slavenhandel’ had. Ook zwarte mensen die in Groot-Brittannië woonden, gingen zich inzetten voor de afschaffing. Met een heel duur woord wordt deze strijd ook wel de strijd voor abolitie genoemd. Op dit moment was de strijd van het abolitionisme vooral gericht op het stoppen van het vangen en verkopen van de slaven uit Afrika. Ze hoopten dat als slaveneigenaren geen slaven meer mochten kopen en verkopen, dat ze dan beter zouden zorgen voor de slaven die ze al hadden. Want weet je wat ze dachten? Als ze nu geen nieuwe slaven meer kunnen krijgen, dan moeten ze er wel voor zorgen dat de andere slaven genoeg te eten en te drinken krijgen en dat ze genoeg uit kunnen rusten. Als er slaven ziek zouden worden of er slaven stierven, dan zaten ze zelf met een probleem. Nieuwe slaven konden ze niet meer krijgen, dus iedere slaaf die stierf, was een slaaf minder, waar geen andere voor in de plaats kon komen. Helaas waren er ook mensen die er anders over dachten als deze groep mensen die ervoor streed om de slavenhandel af te schaffen. Zij keken alleen maar naar het geld wat de slaven opbrachten en tja, als er niet meer gehandeld mocht worden, zouden ze ook niets meer verdienen. Wilberforce, de man die in Groot-Brittannië tegen de slavenhandel streed, deed dan ook een paar keer een wetsvoorstel dat niets opleverde, omdat sommige mensen het helemaal niet nodig vonden dat de slavernij werd afgeschaft. Gelukkig werd in 1807 uiteindelijk toch nog een wet aangenomen die de Britse slavenhandel afschafte. Groot-Brittannië was zo het eerste land wat de slavenhandel had afgeschaft. Ook in andere landen begonnen er echter groepen mensen te komen die zich tegen de slavenhandel verzetten. Nu hebben we natuurlijk al uit het bovenstaande gezien dat dat niet altijd direct een afschaffing van de slavenhandel tot gevolg hoeft te hebben, maar dat het ook dan nog wel de nodige strijd  en tijd kost voor het zover is. Toch volgden na Groot-Brittannië nog meer landen die de slavenhandel zelf afschaften. Dit gebeurde echter lang niet overal, want er waren ook landen waar slaven echt om hun vrijheid hebben moeten vechten!                         5.2 De rol van Abraham Lincoln bij de afschaffing van de slavernij In het vorige hoofdstuk hebben jullie al iets kunnen lezen over de situatie in de Verenigde Staten. Heel kort is daar al genoemd dat er grote verschillen waren tussen het Noorden en het Zuiden van de Verenigde Staten. Zeker nadat de Verenigde Staten zelfstandig waren geworden, werden de verschillen tussen de mensen uit het Noorden en de mensen uit het Zuiden steeds groter. In 1808 werd in Amerika wel al de slavenhandel afgeschaft, maar vooral de mensen in het Noorden wilden meer. Zij wilden dat de slavernij in zijn geheel afgeschaft zou worden. Nu werd het verschil tussen Noord en Zuid nog duidelijker. In het Noorden had men ook gewoonweg minder slaven nodig, omdat daar veel mensen in steden woonden en de meeste mensen in de industrie werkten. Daardoor hoefden de mensen uit het Noorden geen grote groepen slaven te hebben die op de plantages werkten. In het Zuiden was dit dus heel anders. Daar hadden ze eigenlijk steeds meer slaven nodig. Dat kwam omdat er daar steeds meer katoenplantages bijkwamen en om de plantages te bewerken waren toch mensen nodig. Hierdoor waren er meer en meer slaven nodig. Omdat al van tevoren bekend was dat de slavenhandel in 1808 afgeschaft zou worden, waren er voor die tijd nog een heleboel slaven gekocht en naar de plantages gebracht. Na 1808 kon dit niet meer. Toen hebben ze slaven gekocht van slaveneigenaren uit het Noorden. Want één ding was voor hen duidelijk: zonder slaven konden ze niet, want dan zouden ze lang zoveel niet meer verdienen. Gelukkig stonden er tegenover deze fanatieke mensen in het Zuiden ook een heleboel bewegingen die zich fel tegen de slavernij richtten. Er werden allerlei acties ondernomen en verenigingen opgericht. Er werd zowel door blanken als zwarten als door mensen die vroeger slaaf geweest waren gestreden. In 1860 werd er in de Verenigde Staten een nieuwe president gekozen: Abraham Lincoln. De mensen in het Zuiden wilden echter niets van hem weten: zij waren bang dat hij straks de slavernij af zou schaffen en dat mocht in geen geval gebeuren! Daarom maakten een aantal landen uit het Zuiden van Amerika zich los en vormden samen een eigen eenheid, de Confederatie. Zij maakten hun eigen wetten en ook een eigen grondwet. Al met al zorgde dit weer voor een nieuwe oorlog, de Amerikaanse Burgeroorlog. Mensen uit hetzelfde land gingen nu met elkaar aan het vechten. Waar die oorlog om ging? Mensen uit het Zuiden vochten tegen de mensen uit het Noorden en zoals je wel kunt raden, ging dit om het wel of niet mogen houden van de slaven. Deze oorlog duurde vier jaar. Toch ging alles toen ineens heel snel. In het midden van de oorlog, op 1 januari 1863, liet Abraham Lincoln weten dat vanaf dat moment alle slaven vrij waren en dat ze zich bij het leger aan konden sluiten. Veel slaven uit het Zuiden sloten zich dan ook aan bij het leger in het Noorden.                                                                                                                        Abraham Lincoln Toen Lincoln in 1864 door de verkiezingen weer tot president werd gekozen, moest hij de belofte die hij had gegeven, waarmaken. Dat betekende dus dat hij ervoor zou zorgen dat in heel Amerika de slavernij afgeschaft zou worden. Al snel heeft hij dus een wetsvoorstel ingediend. In 1865 werd een dertiende voorstel aangenomen, wat betekende dat de slavernij verboden werd voor de wet. Even leek het er nog op dat alles nog teruggedraaid zou worden, maar daar was het al te laat voor. Op 9 april 1865 gaven de belangrijkste legers uit het Zuiden zich dan uiteindelijk ook over. Zo was er weer een stap gezet op weg naar de wereldwijde afschaffing van de slavernij.   5.3 Na de afschaffing Dat de slavernij overal officieel was afgeschaft, wilde nog niet zeggen dat nu ook alle problemen voorbij waren. De hoop van veel zwarte slaven bleek al snel voor niets te zijn. Zij hadden een gevoel van hoop; zou nu eindelijk alles goed komen? In werkelijkheid was er echter niets van waar. Gelijkheid en eerlijk behandelen was nog ver te zoeken. Dat blijkt wel uit de volgende twee voorbeelden. Zodra het leger weer uit het Zuiden verdwenen was, ging alles er weer hetzelfde aan toe als dat het voor die tijd was. Plantages werden door de regering weer teruggeven aan de eigenaren, maar van hulp aan slaven hadden ze waarschijnlijk nog nooit gehoord. Er werd ook weinig gedaan om de slaven te beschermen en het was dan ook niet vreemd dat het geweld tegen de pas bevrijde zwarte slaven weer snel toenam. In het Caribisch Gebied was het niet veel beter gesteld. Slaven hadden hier misschien wel wat meer vrijheid, maar ze leefden toch onder slechte omstandigheden. De grond die ze hadden was slecht net als de huizen waar ze in woonden. Overal werden ze gediscrimineerd. Van ontzag voor deze mensen was dus totaal geen sprake. Wat je in deze twee voorbeelden dus heel duidelijk kunt zien, is dat het afschaffen van de slavernij alleen nog niet genoeg was. Want voordat slaven daadwerkelijk voor honderd procent vrij zouden zijn en op de zelfde manier behandeld zouden worden als ieder ander, zou nog wel eens heel wat tijd kunnen kosten.   5.4 Tot besluit In de afgelopen hoofdstukken hebben jullie een heleboel kunnen lezen over de geschiedenis van de slavernij. Jullie hebben kunnen lezen over het allereerste begin en vanaf daar zijn we de belangrijkste dingen in de geschiedenis van de slavernij langsgegaan. Uiteindelijk hebben we in dit hoofdstuk dus gezien hoe de slavernij werd afgeschaft. Om nog even op het laatste hoofdstuk over het afschaffen terug te komen als laatste nog een overzicht wanneer de slavernij waar werd afgeschaft. Zoals jullie hebben kunnen lezen was Groot-Brittannië het eerste land, wat de slavenhandel heeft afgeschaft. Zij waren ook de eersten die de slavernij in zijn geheel afschaften in 1834. Zij werden gevolgd door Frankrijk in 1848, Nederland en de Verenigde Staten van Noord-Amerika in 1863, Cuba in 1880 en Brazilië. Nog later volgde China. Zij schaften de slavernij af in 1906. Op het Arabisch Schiereiland gebeurde dit in 1965. Mauritanië was het laatste land dat de slavernij afschafte en wel in 1980. Officieel is de slavernij nu dus overal afgeschaft. Dat wil echter niet zeggen dat het ook nergens meer voorkomt. Gelijkheid was nog ver te zoeken en ook nu vindt er nog slavernij plaats. Maar hierover zal jullie bij het onderdeel ‘Actualiteit’ het een en ander verteld worden.
  • Absolutisme en parlementarisme

    1. 1. PAR 1. DE VERLICHTINGKA: RATIONEEL OPTIMISME EN “VERLICHT DENKEN”DAT WERD TOEGEPAST OP ALLE TERREINEN VAN DESAMENLEVING (GODSDIENST, POLITIEK, ECONOMIE EN SOCIALE VERHOUDINGEN)
    2. 2. VERLICHTING: alles verklaren via de rede (= verstand = ratio)  meer vrijheid, gelijkwaardigheid en verdraagzaamheid. Ontstaan uit wetenschappelijke revolutie.
    3. 3. VOLTAIRE: voorstander van godsdienstvrijheid en tolerantie tegenstander van democratie Voltaire
    4. 4. JOHN LOCKE: regeringen moeten de rechten van de mens garanderen: recht op vrijheid, leven en bezit. Burgers mochten regeringen afzetten John Locke
    5. 5. MONTESQUIEU: trias politica = scheiding van de drie staatsmachten: wetgevend, uitvoerend en rechterlijke .Wetgevend: volksvertegenwoordigingUitvoerend: regering (ministers)Rechterlijke: onafhankelijke rechters controleren wetten Montesquieu
    6. 6. JEAN-JACQUES ROUSSEAU:voorstander van democratie.Burgers dragen macht over aan volksvertegenwoordiging. Mens is van nature goed.Jean-Jacques Rousseau
    7. 7. ADAM SMITH: de economie moet zich in alle vrijheid kunnen ontwikkelen, geen inmenging van de overheid  welvaart voor iedereen.
    8. 8. PAR. 2. HET ANCIEN REGIME (= de oude manier van regeren= het absolutisme)KA: VOORTBESTAAN VAN HET ABSOLUTISME,WAARBIJ MEN PROBEERT DIT AAN TE PASSEN AAN DE TIJD.
    9. 9. FRANKRIJK IN DE 18E EEUW: Koning heeft alle macht Adel belangrijk in bestuur en leger, geen belastingen Geestelijken o.a. grondbezit betaalden geen belastingen Gewone volk (> 80% leefde van landbouw) betaalde belasting en ‘heerlijke rechten’ Handel en nijverheid groeide, burgers werden rijker, maar geen politieke macht Door de uitgaven van de overheid (o.a. oorlogen) steeg de staatsschuld enorm
    10. 10. Frankrijk in de 18e eeuw
    11. 11. PRUISEN, RUSLAND EN OOSTENRIJK 18E EEUW Vorst zet zich in voor betere leefomstandigheden, maar houdt wel de macht  verlicht absolutisme = alles voor het volk, niets door het volk Afschaffing censuur, invoering vrijheden: van meningsuiting, godsdienst, onafhankelijke rechtspraak
    12. 12. PAR 3. DE DEMOCRATISCHE REVOLUTIESKA: de democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap)
    13. 13. DE AMERIKAANSE REVOLUTIE: (VRIJHEIDSOORLOG) Kolonisten: ‘no taxation without representation’
    14. 14. n
    15. 15.   kolonisten komen in opstand en roepen in 1776 onafhankelijkheid uit. Onafhankelijkheidsverklaring gebaseerd op Montesquieu en Locke (zie hoofdstuk 6)
    16. 16.  1783: Engeland erkent de onafhankelijkheid en USA krijgen een grondwet
    17. 17. DE FRANSE REVOLUTIE Onvrede over hoge belastingen, staatsschuld, privileges voor adel en geestelijkheid
    18. 18.  1788: koning roept Staten-Generaal bijeen. Doel: geld krijgen. Alleen voor invloed wilde 3e stand meedoen
    19. 19. de levensomstandigheden van de derde stand
    20. 20.  derde stand: alleen stemmen per hoofd, niet per stand
    21. 21.  14 juli 1789: bestorming van de Bastille (=symbool absolutisme
    22. 22.  Nationale Vergadering (3e stand) neemt de ‘Verklaring van de rechten van de mens en de burger’aan  mensen zijn vrij en gelijk. Staat moet hun rechten beschermen. Onteigening kerkelijk bezit
    23. 23.  Frankrijk werd een constitutionele monarchie (koning moet zich houden aan de grondwet) De Koning vlucht  oorlog met Oostenrijk en Pruisen 1793: koning wordt ter dood veroordeeld  Frankrijk wordt een Republiek
    24. 24. Iedereen in Frankrijk is voortaan ‘citoyen’(=burger):VRIJHEID, GELIJKHID EN BROEDERSCHAP
    25. 25.   TERREUR (Robespierre): ‘de revolutie verslond haar eigen kinderen’!
    26. 26. De guillotine
    27. 27.  1799: Napoleon komt aan de macht
    28. 28. 6.4. KA. UITBOUW VAN DE EUROPESE OVERHEERSING, MET NAME IN DE VORM VAN PLANTAGEKOLONIEN EN DE DAARMEE VERBONDEN TRANS-ATLANTISCHE SLAVENHANDEL EN DE OPKOMST VAN HET ABOLUTIONISME
    29. 29. b
    30. 30.  In de Oudheid al slavernij, in de Middeleeuwen verdwenen uit Europa Na 1500 Transatlantische slavenhandel. Indianen minder geschikt. Afrikanen minderwaardig.
    31. 31.  Driehoekshandel : Slaven kopen en betalen met Europese producten, in Amerika slaven verkopen en de producten van de plantages kopen en verkopen in Europa
    32. 32.  Slaven behandeld als beesten
    33. 33.  Rond 1700: door christendom en Verlichting kritiek op slavernij: in strijd met natuurlijke gelijkheid
    34. 34.  Adam Smith: mensen worden door loon meer geprikkeld dan door dwang
    35. 35.  ABOLITIONISME: ontstond rond 1800 in Engeland. Beweging voor afschaffing slavenhandel en slavernij. 1807: afschaffing slavenhandel 1833: afschaffing slavernij in Engeland 1863: afschaffing slavernij in USA

    ×