• Share
  • Email
  • Embed
  • Like
  • Save
  • Private Content
Omgaan met probleemgedrag
 

Omgaan met probleemgedrag

on

  • 3,933 views

Sheets ter ondersteuning van een workshop "Omgaan met probleemgedrag in lastige groepen".

Sheets ter ondersteuning van een workshop "Omgaan met probleemgedrag in lastige groepen".

Statistics

Views

Total Views
3,933
Views on SlideShare
3,920
Embed Views
13

Actions

Likes
1
Downloads
7
Comments
0

2 Embeds 13

http://www.slideshare.net 11
http://www.linkedin.com 2

Accessibility

Upload Details

Uploaded via as Microsoft PowerPoint

Usage Rights

CC Attribution-ShareAlike LicenseCC Attribution-ShareAlike License

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment
  • Inleiding Waarom deze workshop? Omdat iedereen in zijn carrière wel eens te maken zal krijgen met weerstand binnen een trainingsgroep. Het dan wel makkelijk is om te weten wat de oorzaken van de weerstand zijn en hoe hiermee omgegaan kan worden.

Omgaan met probleemgedrag Omgaan met probleemgedrag Presentation Transcript

  • Begeleiding van professionaliseringstrajecten Workshop: Weerstanden
  • Leerdoelen
    • Na het volgen van deze workshop kun je:
    • Weerstand binnen een groep herkennen.
    • Verschillende oorzaken van weerstand binnen een groep benoemen.
    • Verschillende interventies om met weerstand om te gaan en de voor- en nadelen van deze interventies benoemen.
  • Opzet van de Workshop
    • Brainstorm sessie I; Oorzaken van weerstand (Renske)
    • Brainstorm sessie II; Omgaan met weerstand (Renske)
    • Uitleg theorie weerstand (Jeroen)
    • Pauze
    • Rollenspel; De grote weerstanden training (Irene)
    • Samenvatting (Irene)
    • Evaluatie (Renske)
  • Brainstormsessie I Oorzaken van weerstand
  • Brainstormsessie II Omgaan met weerstand
  • Theoretisch kader
  • Oorzaken van weerstanden
    • Samenstelling van de groep.
    • De persoon van de docent.
    • De inhoud van de cursus.
    • De vorm van de cursus.
    • Weerstand tegen veranderingen.
    • Moeilijke situaties.
  • Omgaan met weerstanden
    • 3 Belangrijke vaardigheden:
      • Aanvoelen wat er binnen de groep leeft.
      • Afstand kunnen nemen van de situatie.
      • Toepassen van (verschillende) interventietechnieken.
  • Interventietechnieken
    • Vijftal benaderingen om met conflicten of incidenten om te gaan:
      • Competitieve stijl
      • Vermijden
      • Aanpassen
      • Samenwerken
      • Compromis
  • Pauze
  • Rollenspel Het grote weerstanden training
  • 8.1
    • Actief luisteren
    • Geïnteresseerd knikken en hummen
    • Parafraseren
      • Samenvatten wat een cursist zegt.
    • Reflecteren
      • Naast het samenvatten van wat een cursist zegt, ook zijn gevoel proberen te omschrijven.
    • 8.1
    • 8.2
    • 8.3
    • 8.4
    • 8.5
    • 8.6
    • 8.7
    • 8.8
    • 9.1
    • 9.2
    • 9.3
    • 9.4
    • 10.1
    • 10.2
    • 10.3
    • 10.4
    • 11.1
    • 11.2
    • 11.3
    • 11.4
    • 11.5
    • 11.6
    • 12
  • 8.2
    • De ik-boodschap,
    • ik wil, ik voel
    • Is een beschrijving van het gedrag waaraan een persoon zich stoort. Gevolgd door het gevoel dat dit bij een persoon wordt opgeroepen en het effect hiervan.
    • Een ik-boodschap is minder beschuldigend dan een jullie-, of jij-boodschap.
    • 8.1
    • 8.2
    • 8.3
    • 8.4
    • 8.5
    • 8.6
    • 8.7
    • 8.8
    • 9.1
    • 9.2
    • 9.3
    • 9.4
    • 10.1
    • 10.2
    • 10.3
    • 10.4
    • 11.1
    • 11.2
    • 11.3
    • 11.4
    • 11.5
    • 11.6
    • 12
  • 8.3
    • Metacommunicatie
    • Communiceer over het communiceren. Om het proces tijdens het lesgeven bij te sturen.
    • b.v.: Docent “Ik merk dat er bij jullie heel veel vragen leven en ik merk dat ik het heel leuk vind om hier verder op in te gaan, maar dit betekent wel dat we ons programma niet afkrijgen. Willen jullie de tijd liever geven aan de vraagbehandeling of willen jullie het programma afmaken?”
    • 8.1
    • 8.2
    • 8.3
    • 8.4
    • 8.5
    • 8.6
    • 8.7
    • 8.8
    • 9.1
    • 9.2
    • 9.3
    • 9.4
    • 10.1
    • 10.2
    • 10.3
    • 10.4
    • 11.1
    • 11.2
    • 11.3
    • 11.4
    • 11.5
    • 11.6
    • 12
  • 8.4
    • Onderhandelen
    • Als het probleem bekend is en beide partijen weten elkaars wensen, dan kan men gaan onderhandelen
    • Mogelijke volgorde onderhandelen:
    • Inventariseren alternatieven.
    • Voor- en tegenargumenten aanhoren.
    • Gemeenschappelijk aanvaardbare oplossing formuleren.
    • 8.1
    • 8.2
    • 8.3
    • 8.4
    • 8.5
    • 8.6
    • 8.7
    • 8.8
    • 9.1
    • 9.2
    • 9.3
    • 9.4
    • 10.1
    • 10.2
    • 10.3
    • 10.4
    • 11.1
    • 11.2
    • 11.3
    • 11.4
    • 11.5
    • 11.6
    • 12
  • 8.5
    • Vragen om informatie & suggesties
    • Om tot een oplossing te komen moet men weten waar prioriteiten liggen.
    • Deze kan men achterhalen door informatie en suggesties aan de groep te vragen.
    • 8.1
    • 8.2
    • 8.3
    • 8.4
    • 8.5
    • 8.6
    • 8.7
    • 8.8
    • 9.1
    • 9.2
    • 9.3
    • 9.4
    • 10.1
    • 10.2
    • 10.3
    • 10.4
    • 11.1
    • 11.2
    • 11.3
    • 11.4
    • 11.5
    • 11.6
    • 12
  • 8.6
    • Doelverduidelijking
    • Door nog eens aandacht te besteden aan het doel van de bijeenkomst, kan men samen met de groep een veel betere oplossing bedenken voor eventuele probleemsituaties.
    • 8.1
    • 8.2
    • 8.3
    • 8.4
    • 8.5
    • 8.6
    • 8.7
    • 8.8
    • 9.1
    • 9.2
    • 9.3
    • 9.4
    • 10.1
    • 10.2
    • 10.3
    • 10.4
    • 11.1
    • 11.2
    • 11.3
    • 11.4
    • 11.5
    • 11.6
    • 12
  • 8.7
    • Zoeken naar gemeenschappelijke
    • Bij deze techniek gaat men op zoek naar een gemeenschappelijk doel waar naar gestreefd kan worden.
    • b.v.: “We investeren toch allemaal twee dagen in deze cursus; we staan straks toch allemaal voor het extra werk dat de reorganisatie veroorzaakt; we zouden deze dagen toch zoveel mogelijk moeten uitbuiten”
    • 8.1
    • 8.2
    • 8.3
    • 8.4
    • 8.5
    • 8.6
    • 8.7
    • 8.8
    • 9.1
    • 9.2
    • 9.3
    • 9.4
    • 10.1
    • 10.2
    • 10.3
    • 10.4
    • 11.1
    • 11.2
    • 11.3
    • 11.4
    • 11.5
    • 11.6
    • 12
  • 8.8
    • Positief coderen
    • Door een in eerste instantie negatieve ervaring positief te brengen (coderen) kan een docent een dreigend incident omvormen tot een waardevolle ervaring.
    • 8.1
    • 8.2
    • 8.3
    • 8.4
    • 8.5
    • 8.6
    • 8.7
    • 8.8
    • 9.1
    • 9.2
    • 9.3
    • 9.4
    • 10.1
    • 10.2
    • 10.3
    • 10.4
    • 11.1
    • 11.2
    • 11.3
    • 11.4
    • 11.5
    • 11.6
    • 12
  • 9.1
    • Negeren
    • Gedrag wordt genegeerd zodat het op den duur uitdooft.
    • Voornamelijk toepasbaar in situaties waarin het storende gedrag de werksfeer niet hindert.
    • 8.1
    • 8.2
    • 8.3
    • 8.4
    • 8.5
    • 8.6
    • 8.7
    • 8.8
    • 9.1
    • 9.2
    • 9.3
    • 9.4
    • 10.1
    • 10.2
    • 10.3
    • 10.4
    • 11.1
    • 11.2
    • 11.3
    • 11.4
    • 11.5
    • 11.6
    • 12
  • 9.2
    • Belonen
    • Belonen van goed gedrag.
    • Een goede beloning voor deelnemers aan opleidingen zijn succeservaringen bij het leren.
    • Door deelnemers goed in hun leerproces te ondersteunen / begeleiden, kan de leersituatie zelfbelonend werken.
    • 8.1
    • 8.2
    • 8.3
    • 8.4
    • 8.5
    • 8.6
    • 8.7
    • 8.8
    • 9.1
    • 9.2
    • 9.3
    • 9.4
    • 10.1
    • 10.2
    • 10.3
    • 10.4
    • 11.1
    • 11.2
    • 11.3
    • 11.4
    • 11.5
    • 11.6
    • 12
  • 9.3
    • Humor
    • Humor kan ontspannend werken en de verstandhouding verbeteren. Doormiddel van een grapje kan een dreigend conflict wegsmelten.
    • 8.1
    • 8.2
    • 8.3
    • 8.4
    • 8.5
    • 8.6
    • 8.7
    • 8.8
    • 9.1
    • 9.2
    • 9.3
    • 9.4
    • 10.1
    • 10.2
    • 10.3
    • 10.4
    • 11.1
    • 11.2
    • 11.3
    • 11.4
    • 11.5
    • 11.6
    • 12
  • 9.4
    • Misten
    • In plaats van ingaan op een opmerking, geeft men een mistige boodschap die kant nog wal raakt.
    • b.v. door veel spreekwoorden, zegswijzen, tegeltjeswijsheden e.d. te gebruiken.
    • 8.1
    • 8.2
    • 8.3
    • 8.4
    • 8.5
    • 8.6
    • 8.7
    • 8.8
    • 9.1
    • 9.2
    • 9.3
    • 9.4
    • 10.1
    • 10.2
    • 10.3
    • 10.4
    • 11.1
    • 11.2
    • 11.3
    • 11.4
    • 11.5
    • 11.6
    • 12
  • 10.1
    • Meegaan of toegeven
    • Voor de hand liggend:
    • De deelnemers krijgen hun zin.
    • 8.1
    • 8.2
    • 8.3
    • 8.4
    • 8.5
    • 8.6
    • 8.7
    • 8.8
    • 9.1
    • 9.2
    • 9.3
    • 9.4
    • 10.1
    • 10.2
    • 10.3
    • 10.4
    • 11.1
    • 11.2
    • 11.3
    • 11.4
    • 11.5
    • 11.6
    • 12
  • 10.2
    • Aanpassing aan de situatie
    • In plaats van een voorgesteld programma langslopen kan een docent de geplande activiteiten aanpassen aan de sfeer en het energieniveau van een groep.
    • 8.1
    • 8.2
    • 8.3
    • 8.4
    • 8.5
    • 8.6
    • 8.7
    • 8.8
    • 9.1
    • 9.2
    • 9.3
    • 9.4
    • 10.1
    • 10.2
    • 10.3
    • 10.4
    • 11.1
    • 11.2
    • 11.3
    • 11.4
    • 11.5
    • 11.6
    • 12
  • 10.3
    • Coöptatie
    • Van een tegenstander een medestander maken. Het opnemen van een deelnemer waarvan je veel last hebt in je eigen kamp.
    • 8.1
    • 8.2
    • 8.3
    • 8.4
    • 8.5
    • 8.6
    • 8.7
    • 8.8
    • 9.1
    • 9.2
    • 9.3
    • 9.4
    • 10.1
    • 10.2
    • 10.3
    • 10.4
    • 11.1
    • 11.2
    • 11.3
    • 11.4
    • 11.5
    • 11.6
    • 12
  • 10.4
    • Gedeeltelijk gelijk geven
    • Discussie afkappen door deelnemers gedeeltelijk gelijk te geven.
    • 8.1
    • 8.2
    • 8.3
    • 8.4
    • 8.5
    • 8.6
    • 8.7
    • 8.8
    • 9.1
    • 9.2
    • 9.3
    • 9.4
    • 10.1
    • 10.2
    • 10.3
    • 10.4
    • 11.1
    • 11.2
    • 11.3
    • 11.4
    • 11.5
    • 11.6
    • 12
  • 11.1
    • Confrontatie
    • Als docent openlijk de strijd aangaan. (de handschoen oppakken)
    • 8.1
    • 8.2
    • 8.3
    • 8.4
    • 8.5
    • 8.6
    • 8.7
    • 8.8
    • 9.1
    • 9.2
    • 9.3
    • 9.4
    • 10.1
    • 10.2
    • 10.3
    • 10.4
    • 11.1
    • 11.2
    • 11.3
    • 11.4
    • 11.5
    • 11.6
    • 12
  • 11.2
    • Beurten geven
    • Deelnemer die even niet oplet uitkiezen voor een beurt.
    • 8.1
    • 8.2
    • 8.3
    • 8.4
    • 8.5
    • 8.6
    • 8.7
    • 8.8
    • 9.1
    • 9.2
    • 9.3
    • 9.4
    • 10.1
    • 10.2
    • 10.3
    • 10.4
    • 11.1
    • 11.2
    • 11.3
    • 11.4
    • 11.5
    • 11.6
    • 12
  • 11.3
    • De groep inschakelen
    • De docent corrigeert het storende gedrag van een deelnemer niet, maar wacht totdat de groep zich er zelf ook aan gaat ergeren en de deelnemer zelf corrigeren.
    • 8.1
    • 8.2
    • 8.3
    • 8.4
    • 8.5
    • 8.6
    • 8.7
    • 8.8
    • 9.1
    • 9.2
    • 9.3
    • 9.4
    • 10.1
    • 10.2
    • 10.3
    • 10.4
    • 11.1
    • 11.2
    • 11.3
    • 11.4
    • 11.5
    • 11.6
    • 12
  • 11.4
    • Veralgemeniseren
    • Bij een opmerking van een deelnemer aan de groep vragen of zij het hiermee eens zijn.
    • 8.1
    • 8.2
    • 8.3
    • 8.4
    • 8.5
    • 8.6
    • 8.7
    • 8.8
    • 9.1
    • 9.2
    • 9.3
    • 9.4
    • 10.1
    • 10.2
    • 10.3
    • 10.4
    • 11.1
    • 11.2
    • 11.3
    • 11.4
    • 11.5
    • 11.6
    • 12
  • 11.5
    • Wegsturen, weglopen
    • Een deelnemer vragen om weg te gaan.
    • Zelf weg gaan.
    • 8.1
    • 8.2
    • 8.3
    • 8.4
    • 8.5
    • 8.6
    • 8.7
    • 8.8
    • 9.1
    • 9.2
    • 9.3
    • 9.4
    • 10.1
    • 10.2
    • 10.3
    • 10.4
    • 11.1
    • 11.2
    • 11.3
    • 11.4
    • 11.5
    • 11.6
    • 12
  • 11.6
    • Regels stellen
    • Regels op stellen om ongewenst gedrag te stoppen.
    • 8.1
    • 8.2
    • 8.3
    • 8.4
    • 8.5
    • 8.6
    • 8.7
    • 8.8
    • 9.1
    • 9.2
    • 9.3
    • 9.4
    • 10.1
    • 10.2
    • 10.3
    • 10.4
    • 11.1
    • 11.2
    • 11.3
    • 11.4
    • 11.5
    • 11.6
    • 12
  • 12
    • Compromissen
    • Een compromis sluiten met de deelnemers
    • 8.1
    • 8.2
    • 8.3
    • 8.4
    • 8.5
    • 8.6
    • 8.7
    • 8.8
    • 9.1
    • 9.2
    • 9.3
    • 9.4
    • 10.1
    • 10.2
    • 10.3
    • 10.4
    • 11.1
    • 11.2
    • 11.3
    • 11.4
    • 11.5
    • 11.6
    • 12
  • Samenvatting Een model voor een aanpak
  • Stappenplan
    • Het stellen van de diagnose
      • 1 Aanvoelen.
      • 2 Waarnemen.
      • 3 Probleem aankaarten.
    • Zoeken naar een oplossing
      • 4 Actief luisteren.
      • 5 eigen mening en gevoelens weergeven.
      • 6 Onderhandelen over oplossing.
    • Toepassen van de oplossing
      • 7 Oplossen, beslissen.
  • Evaluatie Vragen, feedback, commentaar, ideeën etc…