• Save
Selected portraits
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

Selected portraits

on

  • 796 views

Designed for, and published by Vrij Nederland in 2002-2004

Designed for, and published by Vrij Nederland in 2002-2004

Statistics

Views

Total Views
796
Slideshare-icon Views on SlideShare
796
Embed Views
0

Actions

Likes
0
Downloads
0
Comments
0

0 Embeds 0

No embeds

Accessibility

Upload Details

Uploaded via as Adobe PDF

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

    Selected portraits Selected portraits Presentation Transcript

    • Selected portraits Vrij Nederland 2004-2006
    • 38 39 RENATE RUBINSTEIN VRIJ NEDERLAND 12 NOVEMBER 2005 INLEIDING De geboorte van Tamar Als meisje van eenentwintig trok Renate Rubinstein Opinies, opinies, opinies. Overtuigingen, stellingen, argumenten. Het kon lijken of begin jaren vijftig naar Israël, om de herinneringen aan Renate uit niets anders opgetrokken was dan een grote liefde af te schudden. Haar dagboek uit die tijd dat. Zeker in de tijd van haar grootste roem, van midden jaren zeventig tot aan haar dood geeft niet alleen een unieke impressie van het Israël van in 1990, toen ze bijna onafgebroken in het nieuws was en de Koningin van de Column toen, maar laat ook mooi zien hoe haar alter ego Tamar werd, een status die haar toon soms aan te geboren werd. horen was. Maar eigenlijk ook in de eerste da- De S.S. Kedmah, het stoomschip waarmee Renate Rubinstein naar Israël afreisde. ‘De Kedmah, klein, ouderwets, crowded. Iedereen spreekt elkaars talen, vraagt gen van haar column al, vroeg in de jaren zes- elkaar van alles: waarom naar Aretz?’ schreef Rubinstein op 4 oktober 1951 in haar dagboek tig, toen het genre in ons land nog nauwe- lijks bestond en niemand kon voorspellen TEKST HANS GOEDKOOP dat het in een jaar of tien zou uitgroeien tot FOTOGRAFIE UIT ‘TWIJFEL TRAINEN’ podium bij uitstek voor de vaderlandse me- A ningsvorming. Ze was er gewoonweg voor ls Renate Rubinstein op maan- geboren, stelligheid in kort bestek, het was dagochtend binnenliep bij de eenvoudig haar natuur. redactie van Vrij Nederland, zo- Toch is het niet de stelligheid op zich die als ze elke week deed om haar haar tot een geweldig columniste maakte. stukje langs te brengen, kre- Stelligheid alleen was niet genoeg. Er moest Renate Rubinstein was tot haar dood in 1990 een van Nederlands gen de aanwezigen het daar ineens ontzet- oorspronkelijkheid bij. Een goede colum- spraakmakendste opinieleiders. Volgende week verschijnt tend druk. De een dook diep in zijn papie- ren, een ander schoot weg naar een afspraak. nist ‘hoort iets te schrijven dat waar is en dat je toch niet al op alle voorpagina’s gelezen ‘Twijfel trainen’, een keuze uit haar Israëlische dagboeken. In Want ze mocht eens op je afkomen. Je kon dan ter verantwoording worden geroepen hebt’, zoals ze het definieerde, en die men- geling van waar en nieuw was nog niet zo deze Rubinstein-special van VN laat Hans Goedkoop zien hoe in over iets wat je geschreven had en wat, dat zag je zelf toch ook wel, idioot geweest was. eenvoudig te bereiken. ‘Ook “de waarheid” schrijven is niet zo makkelijk als de mensen die notities uit begin jaren vijftig de Vrij Nederland-columniste Je kon een betoog verwachten over wat van meer belang was en waarom je daar niet over denken, want het is niet iets dat er al was voor je erover schreef. Het is ook niet gelogen. Het Tamar ontkiemt (pagina 39). Enkele bijzondere fragmenten uit schreef. Je werd in enkele minuten gewassen en gestreken, vaak ten overstaan van de col- is niettemin iets dat je moet bedenken.’ Dat klinkt bij alle nuchterheid haast geheim- de dagboeken zijn te vinden op pagina 46 en verder. In een lega’s, en als je het slecht trof kon je ook nog zinnig. Het bedenken van de waarheid. Het onderhouden worden over hen. Wat die en verzinnen van iets wat vervolgens echt be- profiel van Rubinstein (pagina 50) blikken vriend en vijand die schreef, dat was toch alleen nog om te la- staat. Het klinkt als alchemie, een samen- chen, dat was je toch met haar eens, werd het vloeien van het onverenigbare, en dat is terug op leven en werk van de Koningin van de Column. geen tijd om die eens te ontslaan? misschien ook wel waar het Renate om ging.
    • 40 41 RENATE RUBINSTEIN VRIJ NEDERLAND INLEIDING 12 NOVEMBER 2005 Want dat bedenken vroeg om een bereid- op, toen ze een nieuwe liefde tegenkwam, moest zichzelf temperen en probeerde dat heid open te staan voor het onbekende, om misschien de grootste van haar leven. Huyck tot twee keer toe door afstand te nemen. In het afleggen van vaste vooronderstellingen van Leeuwen, veertien jaar ouder dan zij. Een 1949 ging ze een paar maanden naar Parijs, en andere valse zekerheden, kort en goed om jongeman van goeden huize die gehuld ging waar ze au pair werd, en in 1951 drie en een iets wat op gespannen voet staat met de stel-in een sfeer van tennissen, skiën, reizen en halve maand naar Noorwegen, waar Van ligheid van de columnist, te weten rigoureu- vooral literatuur, het leek wel Bloomsbury. Leeuwens zuster Ingrid woonde. Maar het ze twijfel. Hij vormde samen met de jonge criticus hielp niet. Hoe ze ook van elkaar hielden, de ‘Het in twijfel trekken van die vanzelfspre- Hans Gomperts de redactie van het literaire verhouding ging bergaf, alsof die buiten hen kendheden die mij ook voor anderen zo’n tijdschrift Libertinage, dat zich met succes om werd bestuurd. Ze liepen vast in een pa- overbodige ballast lijken,’ noemde ze dat al in de traditie plaatste van het vooroorlogse troon van praten en daar ook weer over pra- in 1956, toen ze na haar eerste essay mocht Forum van Ter Braak en Du Perron, en tege- ten tot ze zwegen en nog net zo ver waren – aantreden als redacteur van Propria Cures, lijkertijd gezag had door de introductie van en op dat dode punt was het Renate die de en ze voegde er bij die gelegenheid aan toe: Angelsaksische literatuur in onze vanouds knoop doorhakte. Dan moest het maar uit ‘Al schrijf ik ook voor goede verstaanders, op het Duits gerichte letteren. Het werd ver- zijn. ik zal proberen om de argumenten van de spreid door de jonge uitgeverij Van Oorschot Zo keerde Renate in de lente van 1951 terug slechte verstaanders met de mijne te verdis- op de Herengracht, die veel nieuwe talenten naar Amsterdam, eenentwintig jaar en weer conteren. Het veldje waar mijn twijfels zich aan zich wist te binden, en daar op de zaak alleen. Ze vrat zich op van zelfverwijt, vond moeten trainen zal dus ergens in dat nog na- werkte sinds kort, als jongste bediende, dat het allemaal haar schuld was, wist ook ze- der te exploreren gebied liggen, tussen het Renate Rubinstein. ker dat ze nooit meer zo’n ‘true love’ zou vin- al te obscure impliciete en het overbelichte Zelden zal de bliksem zo zijn ingeslagen. den, en bemerkte bovendien iets dat de pijn expliciete.’ Renate zag een man die lang en slank was – nog verscherpte. Alles in de stad herinnerde Twijfel trainen. Dat was waar het haar om dat zou levenslang haar type blijven – en ook aan Huyck. Straten, huizen, hoeken gaven ging. Hoe vierkant ze de waarheid, eenmaal verder uitstak boven haar vriendenkring. Hij haar een steek in de maag. Ze bleef soms bin- achterhaald, ook mocht verdedigen, ze zette had meer literaire smaak, meer intellectue- nen om het vermijden, ze verdroeg het niet, die eerst op losse schroeven. le scherpte en meer kennis, sowieso meer le- maar zelfs dan speelde de maag op. Het leek venservaring. Daardoor ook meer overwicht, wel of ze niet alleen haar liefde kwijtgeraakt In Renates eigen leven was die training al meer rust, meer ironie, en dan dus nog meer was maar ook alles daaromheen, haar plek, ruim voor 1956 gestart. De sporen ervan gaan geld, meer stijl, dat hele air van leisure class zichzelf. Ze leefde niet alleen meer los van het maatschappelijke leven, zoals in haar tijd Renate met Chaim, ongedateerd. In haar dagboekaantekening van 17 april 1953: ‘Chaim, die gisteravond laat op de fiets kwam met een fles wijn, moest ik op zijn Je werd in enkele minuten gewassen met Roegholt, ze was los van welk leven dan ook, en meer dan ooit dwong dat haar tot de vraag vertellen tot op welke hoogte ik hem aardig vind – wat hem toch ongelukkig maakte ondanks dat hij het altijd eigenlijk al ongeveer wist.’ en gestreken, vaak ten overstaan van vraag van drie jaar eerder wat ze nu toch aan moest met zichzelf. de collega’s I n een dagboeknotitie uit die dagen komt ze tot de slotsom dat ze geen andere keu- terug tot op zijn minst 1948, het jaar waar- en elegantie. Hij belichaamde een leven ze heeft dan weg te gaan om haar herin- gin. Sinds de negentiende eeuw al een tehuis als een in Berlijn geboren dochter van een Israël op die uniek is, zeker voor ons taalge- in ze voor het eerst een dagboek bijhield. waarvan ze ineens wist dat ze het altijd had neringen af te schudden en praat met haar voor joodse immigranten en sinds de golf Duitse textielfabrikant die in de jaren dertig bied. In plaats van de gemeenschap die het Of voor het eerst bewaarde, er lijkt een eer- gezocht en toen de liefde wederzijds bleek, zusje Gerda over een vertrek naar Israël. ‘(...) van Duitse vluchtelingen in de jaren dertig voor de nazi’s was gevlucht naar Nederland. land wil worden ziet Renate een vergaarbak der dagboekdeel bestaan te hebben. Ze was wat al gauw bleek, zag ze haar toekomst stra- is this perhaps the possibility,’ vraagt ze zich nog veel meer, was het in 1948 officieel een Het zionisme, de gedachte dat de toekomst van culturen en tradities. Joden van de ver- achttien en een voorbeeld van wat in die da- lend voor zich als in het type damesbladver- af, en goed vier maanden later zet ze voet aan joodse staat geworden. Een gloednieuwe na- van de joden nergens anders dan in Israël trouwde soort, de West-Europese, maar ook gen werd omschreven als de zedenverwilde- haal dat ze toch eigenlijk verachtte. wal in Haifa. tie, drie jaar oud pas bij Renates aankomst, kon liggen, zei haar weinig of niets. Ze zocht Ostjuden uit Polen en de Sovjet-Unie. Dan de ring der jeugd. Voortijdig van school gegaan, De enige hindernis leek dat Van Leeuwen nog Dat is het begin van een verhaal dat op een met een koortsige ambitie werkelijk iets gewoon een land waar ze zichzelf kon onder- oriëntaalse, plus de kring van orthodoxen een baantje hier en daar, tot sluitingstijd in getrouwd was, in elk geval formeel, met zijn imponerende manier laat zien hoe ver nieuws tot stand te brengen. Uit het bijbelse houden, waar werk voor haar klaarlag, en dat die sinds mensenheugenis al in Jeruzalem het café, een voorkeur voor het artistieke en eerste vrouw Wendelien. Afspraakjes moes- Renate gaan kon in het trainen van haar twij- Hebreeuws, een dode taal, werd een modern was wat Israël met een kibboets kon bieden. woont, en dan nog de druzen en vooral de een bijpassende liefde. Ze had een verhou- ten voorlopig geheim blijven. Maar toen dat fel. Ze liet afgezien van Huyck ook vrienden Ivriet ontwikkeld. Uit traditioneel Arabische Voor iets anders had ze het geld niet. grote massa Arabieren, die je tegenwoordig ding met Rik Roegholt, net als zij afkomstig probleem in 1949 opgelost werd met een achter, was alleen als nooit tevoren en had dorpen groeiden landbouwnederzettingen Die prozaïsche entree verklaart veel van de Palestijnen zou noemen. Het is een adembe- van het Amsterdamse Vossius Gymnasium scheiding en de liefde vol kon bloeien, bleek niet veel meer bagage bij zich dan een kist met irrigatiewerken en tractors. Kibutzim, houding die ze in haar dagboek uit die perio- nemende spraakverwarring, meer Babylon maar een paar jaar ouder en inmiddels aan- Renate dat er nog een tweede hindernis lag, met eerste levensbehoeften, waar ze overi- geïnspireerd door socialistische ideeën, ex- de inneemt. Ze is niet onder de indruk. Ze ne- dan Zion, en Renate schrijft erover in een stijl komend historicus en dichter. Tot schan- die zich moeilijk liet benoemen. Een zeker gens ook boeken toe rekende. Hoe lang ze perimenteerden met leefvormen waarin geert het propagandabeeld van Israël dat zi- die daar perfect bij aansluit. Argeloos, bereid daal van het algemeen woonde ze zelfs ongemak tussen hun tweeën. Het vertoon- zou blijven wist ze niet, ze vroeg zich zelfs af collectief werd gewerkt, gegeten en opge- onisten gaven en dat in de Nederlandse pers tot tegenstrijdigheden, ongefilterd haast – met hem samen, in een pand op de Nieuwe de zich eerst in het huis in Noordwijk waar ze of ze ooit zou terugkeren, en wat ze zou gaan voed, en sowieso stond het bestaan sterk in goeddeels werd overgenomen – een gewoon- een stijl die het gevoel geeft dat je recht- Herengracht waar in de naoorlogse woning- tijdelijk verbleven, niet ver van het strand, en doen moest ook maar blijken. Iedere zeker- het teken van het collectief. Van staatsvorm te die tot in de jaren zeventig zou standhou- streeks in de werkelijkheid binnenkijkt. nood meer onmaatschappelijke lieden wa- later ook op Van Leeuwens stil gelegen woon- heid ging aan de kant, want al haar zekerhe- en wegaanleg tot feesten en folklore, het was den. Ze ziet niet bij voorbaat een heroïsch Maar dat is niet waar het haar om gaat. Ze zet ren aangespoeld, en daar begon ze in een boot Abélard bij Nigtevecht, waar ze zich ves- den zaten vast aan wat ze achter zich wou la- één grote proeftuin voor het nieuwe leven. volk dat in de zinderende zon, vanuit het het schrijven in om voor zichzelf een plaats schoolschriftje verslag te doen van wat een tigden. Het volgde hen als een spook. ten. Ze begon opnieuw. Toch lijkt dat niet te zijn wat Renate naar het niets van de woestijn, de ene citrusboom- te vinden, een nieuw leven, en al gauw wordt groeiende verwarring bleek te zijn. Nu ze tot Na een paar maanden drong het tot Renate Fascinerend om te zien is hoe die houding land trok. Ze was weliswaar joods, maar al- gaard na de andere uit de grond stampt en duidelijk dat dat niet mee zal vallen. Er is veel hier gekomen was, zo vrij maar ook zo onbe- door dat het wel eens aan haar kon liggen. Ze aansloot op het land van haar bestemming. leen van vaderskant, wat voor de joodse wet daarmee een wonder van humaniteit ver- aan het land dat haar niet kan bekoren. Ze stemd, wat moest ze met haar leven aan? wilde te graag, ze wilde niets anders dan le- Je kunt zeggen dat heel Israël in die tijd werd niet telt, en was op geen enkele manier joods richt. Ze kijkt eerst zelf. vindt de gemeenschapsgeest vooral klein- Het antwoord volgde prompt het jaar daar- ven van de liefde en verstikte die daarmee. Ze gedreven door verlangen naar een nieuw be- opgevoed. Ze zag zichzelf in andere termen, Dat levert een impressie van het toenmalige geestig, een mengeling van zelfcensuur en
    • 42 43 RENATE RUBINSTEIN VRIJ NEDERLAND INLEIDING 12 NOVEMBER 2005 volgens haar notities aan de slag om Huyck voor het raam staat om te zien of ‘pappi’ er al waar een kibboets Buchenwald heet en waar wat concurrentie aan te doen. Na de verhou- aan komt. Ze verafgoodde hem, misschien de geschiedenis van de diaspora en de ver- ding met Ab Herzberg is er sprake van een M. wel des te sterker omdat ze een moeilijke volgingen dus niet wordt weggemoffeld on- Daarna gaat het over een C., ook wel C.W., die verhouding met haar moeder had, en het der de illusie van een land dat uit het niets plaats maakt voor een L, en in oktober 1952, gemis was na de bevrijding dan ook zwaar. opbloeit. als ze één jaar in het land is, komt er ander- Ze deed haar best zich los te maken van zijn Die aandacht voor het oude onder al het nieu- maal een M. Die schuift op zijn beurt op voor beeld, het leven ging tenslotte verder, en de we dat de trots van Israël wil zijn, verleent de Ch., of Chaim, daarna is er een B. van Boris, eerste jaren zag het ernaar uit dat ze daar ook dagboeken een subversieve kwaliteit. Renate en tenslotte haalt ze zelfs het einde van het in slaagde. Ze stond midden in het heden. Ze richt zich op wat veronachtzaamd wordt. Ze alfabet, de Z van Zwi. Ze weigert te aanvaar- had immers baantjes, ze had vrienden, ze leest literatuur over de stichting van de staat den dat de letter H. haar blijft beheersen, had liefdes. De oorlog leek voorbij, het ‘nare’ in 1948, zoals Arthur Koestlers roemruchte roept zichzelf als motto ‘change your bed- scheen ‘verjaard’. Promise and Fulfillment, en ontdekt daarin ding’ toe, en heeft daarbij het geluk dat de Maar nu het met haar true love misliep, sug- de diepte van een levensecht verleden. Ze be- vernieuwingsdrang in Israël zich ook al uit- gereert het dagboek, kantelde het beeld. Er zoekt Arabische dorpen, half of geheel verla- strekt tot de omgangsvormen rond het bed. bleef niets van haar over, ze bleek in alles van ten, met hun prachtig in de heuvels opgaan- Gemengde slaapzalen, seks voor het huwe- hem af te hangen, en dat brengt haar in haar de lijnen, soms goeddeels verwoest door de lijk – jaren voor die in Europa zou beginnen, nieuwe thuisland tot een zelfinzicht dat pijn nieuwe heersers, en besluit dat daar voor is de seksuele revolutie in het land in volle doet. In de nieuwe liefde die ze had gezocht, haar het ware Israël in schuilt. Een landschap gang. had zich een oud gemis genesteld. Achter de dat de sporen draagt van duizenden jaren le- Maar wat ze ook probeert, het maakt niet uit. figuur van haar geliefde stond die van haar ven en dat in zijn schoonheid zelfs een ele- Huyck blijft haar norm, ze spreekt zelfs van vader. Huyck was niet alleen haar heden, met ment van troost biedt wanneer ze zich on- haar ‘superego’, en dat dwingt haar tot de vooruitzicht op een toekomst, hij moest haar gelukkig voelt. (‘Het is te vergelijken met vraag wat het toch is dat hem die macht over verleden goedmaken en werd zo opgezadeld muziek, hoewel niet zo sterk zo, die soms on- haar geeft. ‘Ik hou misschien alleen echt van met een rol die niemand op den duur ooit danks alles een lichamelijk gevoel van welbe- wie van mij houdt en mij toch verlaat – her- voor een ander kan vervullen. Wat kon hij hagen kan geven.’) halingspatroon om gek van te worden,’ op- toen anders doen dan haar uiteindelijk ver- Die hang naar het oude krijgt ook conse- pert ze een maand na aankomst in Gal Ed al, laten, zonder het te willen, net zoals haar va- quenties voor Renates eigen leven. Na een en die cryptische suggestie wordt de maan- der had gedaan? maand of acht Gal Ed, in juni 1952, besluit Renate en haar zusje Gerda bij Ein Hod, februari 1952. Voor een later bezoek, eind 1953, schreef Rubinstein: ‘In alle vieze warhoofdigheid, disgust, fatigue en den daarop gevolgd door meer. ‘Dit ene na- onverschilligheid nog als enige prettige gedachte: het wachten op Gerda’s komst.’ re maakt alle andere, vergetene, verjaarde los,’ noteert ze februari 1952. ‘Ik geloof dat ik een hopeloos geval van vaderbinding ben ‘Ik hou misschien alleen echt van wie van – ik kan mensen onder de dertig of twintig in hun verliefdheid niet au sérieux nemen,’ mij houdt en mij toch verlaat’ heet het in mei dat jaar, en midden juli staat er plotseling: ‘Ik dacht aan afscheiden en ont- M groepsdwang. Ze merkt dat het samenleven den. Ook die weg is voor haar afgesloten. te denken van de oude (‘Hij lijkt verder niet moetingen op stations – het is een rotstreek et die ‘pang of conscience’, een uit- ze de betonnen nieuwigheid van het be- zo ver gaat dat ze meestal geen eigen kamer op H., ook niet op Judith’), na een paar dagen die nu weer te hebben, met iemand anders, drukking die het dagboek meer staan in een kibboets vaarwel te zeggen en M heeft. In plaats van rust en privacy, waar ze et die intuïtie, die langzaam in- moet ze toegeven dat ze zichzelf bedondert. zo gauw al.’ dan eens gebruikt, breekt het verle- een nieuwe start te maken in Jeruzalem. Ze naar snakt, is er voortdurend samenzang daalt, maakt het dagboek een tour- ‘Achteraf zie ik dit ook net als H. als een laat- Herhalingspatroon. Verlaten worden. Het den voor Renate door de oppervlakte van het gaat daar naar de talenschool, de ulpan, om die wordt verwacht, met lamentabel ge- nure die er veel meer van maakt ste poging om het leven nog gewoon door te verjaarde nare. Vaderbinding. Afscheid op heden heen. Misschien wel tot haar opluch- Hebreeuws te leren, loopt colleges op de uni- volksdans erbij. Gevoel voor schoonheid dan een documentair beeld van een jon- laten gaan, alsof er niets gebeurd was.’ stations. Het zijn verwijzingen naar een ver- ting, want de figuur van Huyck verdwijnt in versiteit, vindt voor zichzelf een kamertje in ontbreekt op alle fronten. Zelfs de meeste ge vrouw in een jong land. Renate keert de Vanaf dat moment is het haar duidelijk hoe leden dat zich blijkbaar met een onverwach- de zomer van 1952 in het dagboek naar de een Arabisch huis en voelt zich voor het eerst huizen zijn opzichtig lelijk, opgetrokken uit blik naar binnen. Want uit Israël kan ze weer diep het beeld van Huyck zich in haar heeft te kracht weer aan haar opdringt. Juli 1940, achtergrond, in elk geval in zijn gedaante sinds lange tijd vertrouwd. Een oude stad utilitair beton dat doorgaat voor een toon- weg als ze dat wil, maar uit zichzelf kan ze dat genesteld. Weggaan naar een ander land toen ze tien was en op een ochtend de bel van niet af te schudden spookliefde. Het in- met kromme straten, mensen uit de meest beeld van vooruitgang, en vooral dat laat- niet, en hoe moet ze ooit vrede krijgen met helpt amper om zich van hem te verlossen, ging in hun huis in Amsterdam. Twee man- zicht in de tijdlagen van het bewustzijn lijkt diverse werelden, studenten, intellectuelen ste doet bij haar een muntje vallen. Eigenlijk zichzelf? Wie is ze eigenlijk, weet ze wel echt de illusie van zijn liefde wordt er in haar nen van de Grüne Polizei, die naar haar va- een zekere rust te brengen. – het heeft niet alleen geschiedenis, het lijkt heeft ze een hekel aan zo’n beetje al het nieu- wat haar impulsen en motieven zijn? hoofd niet minder magisch van, of minder der vroegen. Hem een paar minuten later Ook op een andere manier worden die tijd- zelfs op haar leven thuis in Amsterdam, met we waar de Israëliërs zelf zo trots op schijnen De twijfel daarover begint al kort na aan- obsederend. Er is weinig anders waar ze haar meenamen. ‘Der Vati kommt bald wieder,’ lagen intussen van betekenis. Wanneer boeken en cafés, ze herademt. Hier zou ze te zijn. komst, als ze in kibbutz Gal Ed, haar eerste nieuwe, lege leven mee kan vullen, heimwee zeiden, maar hem ook na weken, maanden, Renate voor het eerst Jeruzalem bezoekt kunnen leven. Wie weet zou ze zelfs geluk- Wat een ontmoedigend vooruitzicht biedt. standplaats, onverhoeds verliefd wordt. Hij jaagt het vuur nog op, en zo ontstaat er in jaren niet meer terugbrachten, alleen een krijgt ze een rondleiding van een ‘meneer kig kunnen zijn. Want al dat nieuwe zal het land steeds ver- heet Ab. Hij is de zoon van Abel Herzberg, de het dagboek een refrein dat drie jaar lang zal korte ontmoeting toestonden op het stati- L.’, die Duits spreekt en bekent dat hij het Maar zo ver komt het niet. Na vlagen van te- der gaan bepalen en het dus alleen maar on- jurist en schrijver, die ze al uit Amsterdam blijven klinken. Huyck, waar ben je? Huyck, on van Westerbork, zodat het tot augustus heerlijk vindt met haar te praten, want ook vredenheid slaat toch de onvrede weer toe, aantrekkelijker maken. Het is een gedach- kent, en de broer van Esther Herzberg, die blijf bij me! Huyck, hoe kom ik godverdom- 1945 duurde voordat er een brief kwam, niet hij komt uit Berlijn. ‘Ihr seliger Herr Vater in vaste regelmaat, en dat vooral waar het de te waar Renate zich in de eerste weken verre ook in Gal Ed zit. Maar hij is intussen toch me van je af? van hem maar van het Rode Kruis, waarin war ein Geschäftsfreund meines verstor- liefde aangaat. Elke keer als ze verliefd wordt van houdt en die ze zelfs na maanden of een vooral de broer van Judith Herzberg, de la- Nu was Renate er niet de persoon naar om vermeld stond dat hij bijna twee jaar eerder benen Vaters.’ Hij voert haar mee naar een krijgt ze, soms een dag, soms langer, maag- jaar nog niet ten volle kan aanvaarden, maar tere schrijfster, die sinds een paar maanden zich neer te leggen bij wat haar niet zinde. omgekomen was in Auschwitz-Birkenau. Israël waar Duitsers nog als Duitsers leven, pijn. Zonder uitzondering, alsof ze het zich- een voorgevoel ervan zweeft al vanaf de eer- een verhouding heeft met – hoe kan het zo lo- Met een vitaliteit die weinigen gegeven is en Dit waren voor Renate geen herinneringen Nederlanders nog als Nederlanders en chas- zelf onmogelijk maakt een andere man dan ste dag tussen de regels. De toekomst die hier pen – Huyck van Leeuwen. En hoezeer Renate die haar zelfs bij de meest deprimerende ge- die zich lieten wegstoppen. Ze was een ty- sidim nog als in Polen. Waar menig inwoner Huyck te vinden. En dat brengt haar in mei uitgestippeld wordt, zal nooit de hare wor- ook haar best doet om de nieuwe liefde los beurtenissen niet schijnt te verlaten, gaat ze pisch vaderskind geweest, het soort dat uren een Auschwitz-nummer op de arm draagt, 1953, na ruim anderhalf jaar Israël, tot een
    • 44 45 RENATE RUBINSTEIN VRIJ NEDERLAND INLEIDING 12 NOVEMBER 2005 besluit dat ze de maand daarop ten uitvoer naam, naar Israëlische gewoonte, die in haar Renate Rubinstein in augustus 1952. ‘Vacantie. brengt. Ze zet zich aan een tweede onderzoek geval toepasselijk is. Tamar betekent palm, Vanmorgen vertrokken allen naar andere plaatsen. Een naar de betekenis van Huyck voor haar. Ze een boom die boven alles uitsteekt, en dat paar manke meisjes en arme oude heren en ik bleven,’ zal wel moeten, vindt ze, en legt er zelfs een is net wat Renate met haar een meter ach- noteerde ze op 1 augustus in haar dagboek apart journaal voor aan, dat ze een ‘recher- tenzeventig tussen haar nieuwe landgeno- che du temps perdu’ noemt. ten doet. Daarnaast verwijst het woord nog naar een zinsnede, wellicht uit een gedicht, dere manier om die te vinden. Argumenteert Met die krachtproef doet Renate nog een laat- waarmee Renate in die dagen het verlies van en essayeert, dramatiseert en ironiseert, en ste poging aan de greep van haar verleden te haar ‘true love’ beweent: ‘Could we not belie- zet daarmee het wapen van de stijl in om de ontsnappen. Met een onverschrokken ernst, ve ourselves in Palmyra unruined.’ Palmyra jongedame die het onder handen heeft een die haar noodzakelijk lijkt, want het is nu of was in de antieke wereld een geliefde, maar beetje in de greep te krijgen. nooit, maar ook een bijbehorend pathos, dat toch tot verval gebrachte ‘stad der palmen’, Je kunt zelfs zeggen dat het haar gelukkiger haar zelf goddank als eerste hindert, loopt ze en Renate zag zichzelf wellicht als een verla- probeert te maken. Want al werken de noti- episoden langs uit haar ‘true love’ en hoopt ten palm daar. ties toe naar de gedachte dat haar situatie daarmee het antwoord te forceren op de vra- ‘Hier word ik nu al zo genoemd en voel me zich niet laat veranderen, dat ze het er maar gen die haar nu al zo lang vasthouden. Twee ook anders,’ zegt het dagboek kort na haar mee moet doen, die constatering is niet en- dagen schrijft ze als bezeten. Nog een paar hernoeming tot Tamar, en dat gevoel krijgt kel en alleen bedrukkend. Inzicht leidt tot dagen volgen kortere notities. Maar het re- naderhand contouren. Af en toe gaan de overzicht, dat is het voordeel van de waar- sultaat is schamel. Na het teruglezen van ou- notities over in een wij-vorm, waarin naast heid, en van overzicht komt op den duur ook de brieven komt ze tot de slotsom dat ze sim- Renate kennelijk Tamar aantreedt (‘Dit is ons overwicht. Hoe onveranderlijk de treurnis pelweg nog steeds verliefd is op haar Huyck, besluit’). Een enkele keer verdwijnt hun eens- ook mag zijn, zegt Tamar tussen de regels, je geen enkele kritiek op hem heeft en hem dus gezindheid en verkeren ze ineens in onmin kunt je er soms van losmaken door er boven- nog net zo vurig terug wil als toen ze hem (‘Zei Renate tegen Tamar’). Maar meestal is uit te stijgen. kwijtraakte. Zo is het gewoon, over en uit, de Tamar een welkome, zij het ook door Renate Zo wordt in dit Israëlisch dagboek zichtbaar reden doet er eigenlijk niet eens meer toe, er zelf aanvankelijk verwonderd gadegeslagen hoe er zich, nog voordat ze het zelf besefte, zit niets anders op dan te capituleren voor steun. ‘Praatte me in slaap met een formule toch een toekomst voor Renate aftekende. De de waarheid. ‘Met het lezen van de brieven die pas na 20x herhalen in mijn bewustzijn aantekeningen zijn berichten uit de kraam- en de hele vivisectie op dat levende verleden doordrong: “ik zal wel voor je zorgen Rena- kamer van een schrijverschap. Ze voeren je hield ik op,’ schrijft ze drie weken nadat ze te; Renate ik zal je wel helpen,” troostend en als lezer binnen in de dynamiek van waar- uit het geboren werd, tezamen met een alter Zoals haar true love in Israël niet wilde ego. Ze onthullen een persoonlijke mytho- logie, met een intimiteit die je maar zelden wijken, zo hield ook haar hekel aan het wordt gegund, en als je bij de laatste pagina’s komt kun je merken dat het innerlijke bouw- joodse land hardnekkig stand werk zijn voltooiing nadert. E begon, ‘ik vind het nu een idiote poging, een overtuigend uitgesproken en terecht – van r ontbreekt alleen nog één ding – en verkeerde weg naar een verkeerd doel.’ wie moet ik het anders hebben?’ Renate lijkt het te beseffen. In de laat- Ja, van wie anders? Ze is in haar eentje in een ste maanden van het dagboek, vroeg M et die domper loopt het dagboek vreemd land, niet bij machte iets fundamen- in 1954, schrijft ze uit A Writer’s Diary van uit op wat je rustig een misluk- teels aan haar omstandigheden te verande- Virginia Woolf een notitie over die ingaat king kunt noemen – en je zou het- ren. Het enige wat ze kan doen is iets verzin- op het eigenaardige van dagboekschrijven. zelfde kunnen zeggen van Renates verblijf nen om ermee te leren leven, met zichzelf te ‘And this shall be written for my own pleasu- in Israël in zijn geheel. Zoals haar true love leren leven, zich te leren zien en sturen, en re. But that phrase inhibits me, for if one wri- daar niet wilde wijken, zo hield ook haar he- dat is waar ze, bewust of niet, Tamar voor in- tes only for one’s own pleasure, I don’t know kel aan het joodse land hardnekkig stand. zet. Een figuur die met haar Israëlische naam what it is that happens. I suppose the con- Zelfs in Jeruzalem bleef het gevoel van thuis afstand van haar leven geeft, zoals Israël als vention of writing is destroyed.’ Want waar zijn nooit lang ongerept. Ze zag ten slotte geheel afstand van haar liefdesleed geeft. is het gehoor? onder ogen dat het weinig zin had om nog Die zich niet in avonturen stort, maar kijkt In 1956 verscheen in Propria Cures het eer- lang te blijven, dat ze haar problemen maar en vraagt. Niet opgaat in verwarring, maar ste grote essay van Renate. Nog eens vijf jaar moest oplossen waar ze ontstaan waren, in beschouwt en afweegt. Twijfelt. later volgde in Vrij Nederland de column die Nederland, en in de lente van 1954, na tweeën- En schrijft. haar naam voorgoed zou vestigen – onder half jaar, keerde ze terug naar Amsterdam. Het valt niet te bewijzen, het staat ner- het pseudoniem Tamar. V Toch zijn die twee en een half jaar, achter- gens, maar er is iets voor te zeggen om dit af gezien, meer dan alleen maar die misluk- Israëlisch dagboek, of in elk geval de kracht ‘De geboorte van Tamar’ is als nawoord king. Lees het dagboek goed en je bespeurt die ervan uitgaat, toe te schrijven aan Tamar. opgenomen in Renate Rubinstein, ‘Twijfel bij alle stilstand en impasse toch ook een Het is anders dan de vroegere journalen, die trainen. Uit de Israëlische dagboeken’. verandering. Niet zozeer in de situatie als als bij de meeste mensen nogal stromeloos wel in Renate zelf – vanaf de eerste dagen al. van incident naar incident gaan. Het zoekt Het boek verschijnt op 17 november bij Na aankomst in Gal Ed krijgt ze een nieuwe naar een lijn en exploreert de ene na de an- uitgeverij Augustus, 152 pagina’s, € 16,50
    • 46 47 RENATE RUBINSTEIN VRIJ NEDERLAND DAGBOEK 12 NOVEMBER 2005 Twijfel trainen Renate Rubinstein Kfar Hanassi, woensdag 24 Oct. ’51 van onder de indruk was. Het bleek dat iedereen de dansen Zondagavond in vrachtauto vertrokken. Onder zingen ‘smashing’, ‘very good’ etc. gevonden had met grote over- van het Friese volkslied en ‘Waar de blanke top der duinen’ tuiging. Het leek mij een naïeve, provinciale vertoning van reden we over de heuvels van Galilea, steeds hoger en toen amateurdansers in meestal lelijke costuums (meisjes in plotseling dalend tot aan de Tiberias Zee, 400m onder de witte jurken en olijftakken in de hand, veel kringvormig zeespiegel. Het was donker, de maan nog niet op, maar wel neerbuigen, opstaan, intrekken, uitrekken). Opwindend weer zoveel sterren als hier altijd te zien zijn, meer en dui- vond ik wel de hoeveelheid jonge mensen in hun korte kle- delijker dan bij ons en met een op z’n kop gezette halve ren, in half schijnwerperlicht. Naar Kfar Hanassi in grote maan niet ∫ maar Ω. We werden ondergebracht in Afikim, vrachtauto, steeds hoger klimmend, kouder wordend. Ik één van de grootste kibbutzim van het land met 2 verdie- voelde me erg beroerd, met darmkrampen waarschijn- pingsflats, 38 vrachtauto’s, bioscoopzaal, drinkfonteinen lijk van het plotselinge goede eten in Afikim. Om twee uur met ijsgekoeld water, grasvelden met hoge bomen, com- thuis, thee in de eetzaal en een leegstaand kamertje voor fortabele douchezalen, heel goed eten en voor 6 personen mij alleen. Gisteren de meshek, met een andere auto mee- niet 1 maar 4 messen. gereden naar Safad, langs een prachtige weg, hoog opklim- De Hollandse jongens waren evenals iedereen hier dol van mend langs kale rotsheuvels met onverwachte uitzichten enthousiasme voor zo’n kibbutz, zo’n eetzaal, zo’n luxe. Vol over het Tiberiasmeer, Safad een oude joods-Arabische vertrouwen en hoop dat zij het ook wel zo zullen krijgen. stad, vuil maar prachtig, hoog gelegen met ver uitzicht en Het is een dorp als vele andere, alleen wat dichter bewoond mooie stenige, trapvormige kleine straatjes. Veel ezeltjes, en wat moderner, maar inderdaad 20 jaar geleden was er veel Arabieren en vrome joden. alleen maar moeras. Het was ontzettend benauwd warm, één van de warmste, […] laagstgelegen plekken van het land. In Kinneret, waar een massale politieke meeting zou plaats vinden ter welker Vanochtend aanval van de bekende soort. Wanhoop, onge- gelegenheid we gekomen waren, vond ik mensen uit Kfar lukkigheid, verlangen. Het laatste vooral naar Noorwegen Hanassi. ’s Avonds afscheid van de Hollandse jongetjes, ge- en ook naar het goede leven, naar zorgeloosheid, naar alles zellige druktemakertjes met 2 aardige: Joop en Peretz. Ik wat in Europa makkelijk, oud, gentle, gezellig, ingeslapen beloofde vaag terug te komen. Met een bij de Beth Ha Emek is. Naar Noorse lucht, gezelligheid, energie. Het fundamen- jongetjes vergeleken, grote echte vent, ging ik naar de mee- tele pleizier van tenminste te leven ken ik hier niet, daar- ting. Tienduizenden zaten tegen de helling van een vrij ho- voor is het te warm of te droog of te koud of te nat. Voor het ge heuvel op. Aan de voet een soort toneel waar koren zon- kibbutzleven heb ik 6 nadelen meer dan de anderen: een gen, dansgroepen dansten, kerels o.a. Ben Gurion spraken. maag, een grotere lengte waardoor eerder moe en pijn in Mensen met fakkels kwamen over een tegenover liggende de rug, moeilijkheid met inslapen vooral in een kamer met heuvel gerend, vormden letters, dansten met hun vuur- 3 anderen, niet kunnen verdragen van warmte, acclimati- tjes op de maat van israëlische muziek; vlaggen optochten, sering, en vooral geen lust, geen doel in dit soort leven, al- tractors, paarden: een reuze spektakel waar mijn Engelse leen willekeur en verlangen naar Abélard: geen andere dan begeleider, een erg zorgzame, vriendelijke vent, geweldig negatieve redenen om dit te doen. UIT: ‘TWIJFEL TRAINEN’
    • 48 49 RENATE RUBINSTEIN VRIJ NEDERLAND DAGBOEK 12 NOVEMBER 2005 27 Mei ’53 ende gordijnen voor een zwart nachtraam, in bomen en de onmachtig om te concentreren, worstelend tegen het la- goed weggaat, niets dan een afspraak voor een voettocht Het is weer helemaal mis. Zo onrustig, dor, verlamd ang- geur van boeken. We praten niet over een aai van een hand waai van kinderen en in de koele hand van de stilte tegen de door Frankrijk volgend jaar, in armoede en samen, ach- stig, gehaast en besluiteloos, werklustig en onmachtig en niet over een blauwe blik naar de verte – wij willen niet slaap, in de slaap tegen de dromen en in de dromen – waar- terlatend. tegelijk, als zelden. En weer die maag. Als ik de rekening meer geloven in een gevoel dat ons zo bedroog en verliet tegen. Alleen stilte wil ik en juist die is er niet. Het is fijn met hem te praten, als met een originele, scher- zou opmaken van al de verloren dagen en weken waarin en ons achterliet verscheurd, kapot, kleingekregen, leegge- Waarom heeft de jongen Boris ons zo uit het veld geslagen? pe maar ‘getourmenteerde’ geest. Hij zou het laatste niet ik onmachtig was door onredelijke maag rotzooi – zou de zogen en half; – of was het anders, lag het in ons, betekent Het was voor het eerst dat we terugvonden iets van wat wan- tussen aanhalingstekens schrijven – zozeer is hij overtuigd som misschien groter zijn dan de uren met werk verdaan – groot worden ‘God’ verliezen. Misschien omdat wat eerst delen vroeger wel was. Een dun en wijd contact van woor- van zijn grote, eigen, onoverwinbare tragedie, zijn gevecht ‫זה לא בדאי לי‬ God was H. werd, hij reden en verklaring van ons werd en den die in de lucht langs elkaar streken, aaiend. Ogen die met de duivel die steriliteit heet, en afstand van de jeugd, Het gaat niet over – ook al vergeet ik in de goede dagen met- omdat we geen kind meer waren en de eerste Vader al ver- wegkeken en woorden die verderspeelden. corruptie van het ouder worden. Hij is twintig maar dit ge- een de slechte – dit weet ik toch. Met dieet en veel andere ge- loren hadden en dus wisten, waren we bang voor wat ko- tal verbaast alleen, verklaart bijna helemaal niets. Ik ‘ge- zondheidsredenen heeft dit niets te maken – als ik de gro- men kon en onvermijdelijk kwam door onze angst losge- Goed, dit betekent verder niets. Alleen dat we weten, om- loof’ in hem – het is moeilijk niet in hem te geloven – maar te golven maagpijn overzie van de laatste 1 1/2 jaar kan ik peuterd, en daar was het. dat we er eindelijk aan herinnerd werden, dat ‘aardig vin- heb aan een kant geen identificerende sympathie met een ze allen een naam geven: Oct-Nov. ’51: A. Maart ’52: M. Mei: En daarna – toen het gebeurd was, en niet vergeten moet den niet genoeg is’. leven dat zich alleen geslaagd zal vinden als het in staat is C. (een beetje maar). Aug. ’52: L. Oct.: M. Maart-April ’53: Ch. worden de grote, geheime, vreugdeloze opluchting toen ‘een goed, eigen, werk te maken’. Het leven als middel tot Nu: B. (bechinot ook). De hevigheid en langdurigheid gaat het onheil eindelijk viel (en terecht konden we het mijn scheppen en niet als doel op zichzelf, geeft bij mij een gek in stijgende lijn. De kleinste kleinigheid laat zich voelen. besluit noemen, ook al besloot ik het noodgedwongen – de 19/6/53 medelijdenachtig gevoel. Hij is misschien daarin twintig En ik, verdediger van de grote helper Freud, moet de con- nood had ik toch eerst gedwongen en wel jaren lang) – daar- Dinsdagavond 16. Boris terug; praten tot na middernacht dat hij nog zo midden in de invloed van een fantastisch wij- sekwenties op mij toepassen. – Dit is ons besluit. na hield de maagkwaal op. Wat verder overbleef om van te zoals gewoonlijk, daarna wandelen en de ochtend zien ko- de jeugdliteratuur staat. Maar als ik merk hoe onessentieel leven waren de dingen an sich. De zelfde blauwe hemel en men op het voorterras van het huis, op de stenen, in de- Soms lees ik en kan niet ophouden – dan leest alleen een zwarte nachtwaai en nog zoveel meer dat zijn korte, scher- kens gehuld. Sliepen ook later niet maar gingen wandelen oppervlakte maar daaronder leeft het door, denkt, voelt, pe leven had op zwarte achtergrond. In plaats van de lange in de heuvels aan Har Hertzls kant. Zag weer echt, want in Waarom heeft de jongen Boris besluit, alles in het licht van de angst. ‫ .פחד‬Een verdovend kalme gloed, Gods gouden licht dat de dingen lange scha- de goede stemming, wat voor mij het mooiste landschap is, lezen. Soms gebeurt het dan dat er boven iets gebeurt wat duwen liet werpen, gingen de kleine onbenullen zelf schij- van grote hoogte neerkijkend in het wazig-heldere dal van ons zo uit het veld geslagen? zich net beneden afspeelt – de 2 lagen botsen – en angst laat nen, feeble and fickle en zonder schaduw. ‫אלי למה ץזגחני‬ Judea’s oude, met olijfbomen begroeide heuvels, die ver de stille kamer suizen. en blauw in vlugge rondingen in elkaar golven. De uit de- Wat onderdruk ik toch zo dat het alleen door de maagwand zelfde steenkleur gebouwde dorpen, nauwelijks zichtbaar de veranderingen zijn die de jaren maken, lijkt het mij on- Vannacht droomde ik: ‘T.S. Eliot zal mij de weg wijzen.’ mag weggaan? in de berg gevat, zwijgen diep onder en daarboven in het waarschijnlijk dat uit een door Kafka, Rilke, Kierkegaard, Misschien haat ik H. – dat is mogelijk, hoewel zelfs in mijn koele blauw van een vroege zomerdag een valk bewegings- Middeleeuwse philosophie en mysticisme beïnvloede, Wij kunnen er nu wel zeker van zijn dat H. ons verlaten dromen dat bijna nooit eruit komt – waarschijnlijker nog loos, observerend. Op de terugweg, de zakken en magen vol essentieel religieuze geest ooit een Larbaud-, Tolstoi-, heeft. haat ik Judith – o ja. jonge harde appeltjes, uitrusten onder een dikke Europa- Palinurus-mens zal groeien. De hysterische krampachtig- Maar zoveel anders. De maagpijn door het gezelschap van boom in een harde, plotselinge wind die koud langs mond heid tegenover de allesomvattende ontspanning – ik heb De psycho-analyse en de angst ervoor. Eén angst om de en het denken aan een nieuwe ‘vriend’. Ondanks de dis- en ogen de gemiste koude ochtenddouche verving. zelf te veel van het eerste en te veel liefde voor het tweede dieptegraving en om de blootlegging. tantie in alle lagen van hoofd en hart, het niets verwach- Die nacht 12 uur lange ontspannen slaap op mijn plank- om mij er niet door bedrukt te voelen. Maar heel veel meer Eén voor het anders worden: gelukkig, normaal, cheerful ten en niets investeren dan wat zwarte gewone tijd – toch harde bedje. Gisteren (Donder) Boris in alle high spi- is er te zeggen over Boris – het meeste daarvan ken ik nog zonder angst maar ook zonder het dunne geluk dat zo dicht maagpijn – waarom. De onderste Renate wil blijkbaar iets rits die er bij hem alleen in avond en nacht lijken te zijn. helemaal niet. Hij lijkt de moeite waard om met een sym- ernaast ligt dat Radeloosheid de uitstraling ervan door de of hoopt iets en krijgt het niet. Wandelden met een kleine, gele maan naar Malsa onder pathiek oog gevolgd te worden. Misschien een goede va- Dan de Angst – die soms hoort bij de maagpijn zodat ik begeleiding van veel onvermoeibaar blaffende honden. cantie-reiskameraad? Misschien. Hij praat iets te veel. niet weet wat beklemt en verlamt. De rauwe Angst, de kou- Het land gereduceerd tot berg- en boomsilhouetten, zwart Voor mij was dit (en is hoop ik nog) één van de plotselin- Misschien haat ik H. – waarschijn- we Angst, de stille Angst – die van het inslapen en die van in maannevel, met een wind vochtig als van de zee maar ge geschenken in de tijden van hoogste nood – een duw het wakker worden, die van de slapeloze uren, die van het niet zout. Kwamen koud en krachtig terug en bekeken de naar het oude echte onderste leven van de derde dimen- lijker nog haat ik Judith – o ja moeie ochtendlichaam, die van de kleine geluiden, die bakkerij naast mijn huis, in vol Sabbaths wittebroodbe- sie. […] van de onophoudelijke drukte, die van de klokwijzers op drijf. Duizenden gevlochten, ronde en lange broden, wit de kleine uren van de nacht, die van de verknoeide uren, en bruin in alle stadia van rijzend deeg tot glanzende ver- Het spijt mij zo voor Chaim. Dat het allemaal uit elkaar zou dunne scheidswand vermoedt. Ook groot Vertrouwen en de vergooide tijd – het Grote Verlies. se eetproducten die onophoudelijk uit de ovens gleden. gaan wisten we – maar dat er ‘een ander’ zou zijn? Toch is Opluchting en hoop op het overdragen – eindelijk, einde- Hoe kon je mij zo verlaten. Kregen grote stukken brood te eten maar liepen verder die ander misschien alleen een gevolg van deze zo bijzon- lijk – het alles zeggen en zelf nog niet te weten wat dit al- rond als onopgemerkte schimmen van een andere dagwe- der onbevredigende, alleen door mijn sympathie die bleef les is. Dan de onverschilligheid, het uitstellen, het sich nicht reld tussen de vele, witte, gespannen gezichten en vlug be- en blijft, gevoede verhouding. Hoe ik mij veracht. V Wat gebeurde er wanneer precies. Waardoor brak de lange bemühen, het verliezen ook van de laatste kansen – het zige handen. B. bleef bij mij overnachten en weer sliepen straal die alles verlichtte in het goudlicht van verleden en schieten laten en weten dat het verkeerd is en niet anders we niet. Ik voelde me goed en dicht genoeg bij het geluk Deze drie fragmenten komen uit Renate Rubinsteins toekomst? Waarin alle dingen schaduwen kregen naar ach- kunnen – overgeleverd aan de duveltjes; de gaten in de kle- om mij weer veel halfvergetens te herinneren van la gran- Israëlische dagboeken‘ Twijfel trainen’. teren en naar voren en de losse eenheden zich in hun scha- ren en de tanden. Het geld dat opraakt en de vrienden die de époque – het zekerste teken van geluk dat ik sindsdien duwen vermengden en verder zin kregen terug en voor- wegglijden naar hun eigen verre leven zonder mij. ken. Ondanks niet slapen, volkomen niet moe en in staat Het boek komt 17 november uit bij Augustus, 152 uit. Toen we ‘geloofden’ – geloofden in de abstractste zin Een paar maal het scherpe vermoeden van geluk – 1 maal om met de zo hoognodige examenvoorbereidingen door pagina’s, € 16,50. Tegelijkertijd verschijnt Renate van het woord zonder kleur van God of ideaal – geloofden op een vrachtauto in de Negev zon – korte hoop geluk. te gaan. Zondag is dat examen en als Boris er niet geweest Rubinstein, ‘Over Israël’, samenstelling Hans Goedkoop, in het geloof; in het fijne, het eeuwige, in het onze, enige. / Eenmaal pratend met Boris, kijkend op de roze compositie was had ik deze plotselinge vacantie nooit gehad. inleiding Arnon Grunberg, 288 pagina’s, € 19,95. Nu zijn we dus groot en misschien ging alles ook wel een van het dorp beneden. Een paar maal ogen – 1 maal in Neot Verliefd, liefde, houden van, geluk, sympathie etc. etc. – ik beetje meer mis dan nodig was – we geloven niet meer en Mordechai, 1 maal in Terra Sancta, 1 maal in Beer Sheva. weet dat alles niet meer en houd maar op namen te geven Hebreeuwse woorden als iemand ons vraagt hoe het mogelijk is aan niets te gelo- aan dingen die onder de oude namen nooit meer zullen ven en toch te leven, zijn we trots dat we leven kunnen in En nu tenslotte le grand désastre. passen. Ik ben meer verliefd dan eerder ‘sindsdien’ maar ‫ זה לא בדאי לי‬laat maar zitten de losse ruime wereld van tast-, voel- en begrijpbaarheden. Drie weken nog maar om examens in voor te bereiden elke het hele gevoel is verbonden met veel om hun negativi- ‫ פחד‬angst En we leggen uit dat we geloven in blauwe hemel, in waai- dag volgepland om in te studeren et voilà – uitgedroogd en teit positieve redenen. Vooral dat hij over 1, 2 weken voor- ‫ אלי למה ץזגחני‬mijn God, waarom hebt u me verlaten
    • 50 51 RENATE RUBINSTEIN VRIJ NEDERLAND PROFIEL 12 NOVEMBER 2005 1929, baby Renate met haar ouders 1960, met literair tijdschrift Tirade in een hangmat op Jamaica 1950, Renate Rubinstein en Huyck van Leeuwen, haar ‘true love’ Altijd met passie van Mohammed B. gelezen.’ In haar aller- laatste Tamar-column, twee weken voor haar dood, vatte ze onomwonden haar credo sa- men. ‘Een goede columnist moet onbetame- lijk zijn,’ schreef Rubinstein op 10 novem- probeerden haar op te pakken of tegen te houden, riep haar vader steevast: ‘Lass sie.’ ‘Als klein kindje riep ik, hollend door de ka- mer, “Lassie! Lassie!” Alsof ik zo heette.’ ‘Ze was dol op die man,’ zegt tekenaar Peter deviezensmokkel, en verbleef twee jaar in verschillende gevangenissen, waaronder de Scheveningse strafgevangenis. Uiteindelijk werd hij via Westerbork op transport gesteld naar Auschwitz, waar hij eind 1942 werd ver- ber 1990. Bijna dertig jaar lang, vanaf 1961, Vos, die later hecht met Rubinstein bevriend moord. Zijn doodsbericht bereikte het gezin heeft ze voor Vrij Nederland haar wekelijk- raakte. ‘Al heeft hij haar als kind één keer een pas na de oorlog. Tot die tijd spaarde Renate se Tamar-column geschreven. Ze was een ac- klap gegeven. Een misverstand; hij stond consequent al haar snoep voor haar vader tiegroep in haar eentje. Ze provoceerde, joeg zich te scheren, ingezeept met schuim, toen op in een grote trommel. Wanneer de bevrij- tegenstanders de gordijnen in. ‘Als mensen zij opeens zei: “Der Vati ist ein Affe.” Dat heeft ding eenmaal komt, zal ze hem die trommel zich niet meer kwaad maken, moet je je af- ze me later vaak verteld.’ Toen in 1933 de na- geven ‘De bevrijding is voor haar daarom Renate Rubinstein was de eerste echte columniste van TEKST COEN VERBRAAK vragen waarom je nog schrijft.’ Ze steunde zi’s aan de macht kwamen, vluchtte het ge- ook nooit echt een bevrijding geweest,’ zegt FOTOGRAFIE ARCHIEF RUBINSTEIN Provo, verdedigde Weinreb, kritiseerde het zin naar Nederland. Maar Willy Rubinstein Jaap van Heerden. ‘Ze is eigenlijk haar leven Nederland. Ze had een feilloos gevoel voor kwesties en feminisme, pleitte voor de kruisraketten, kreeg in Amsterdam nauwelijks een voet lang op hem blijven wachten.’ D controverses. ‘In de Weinreb-zaak had ze ongelijk. Maar woog de rechten van de Israëliërs af tegen die aan de grond en besloot in 1936 met zijn ge- ‘Ze droeg ook altijd nog een fotootje van hem ie avond hief Renate Rubinstein van de Palestijnen en fulmineerde tegen ‘de zin naar Londen te verhuizen. Toen het ook bij zich,’ zegt Aad Nuis, Renates eerste echt- in het bestrijden van modieus links was ze haar tijd ver voor het laatst het glas, in nieuwe lelijkheid’. Vaak grillig, soms onre- in Engeland niet lukte om zijn bedrijf weer genoot. ‘En er was toch ook voortdurend dat vooruit,’ vindt haar ex-man Jaap van Heerden. Ook Piet aanwezigheid van haar neef delijk, maar altijd met passie. ‘Mijn hersens tot bloei te brengen, nam hij in 1938 de fa- stille verwijt aan haar moeder: veel joodse Maurits en haar zus Gerda. functioneren alleen goed als mijn emoties tale beslissing om terug te verhuizen naar mannen met een Duitse vrouw hebben de Grijs, met wie ze de felste polemieken voerde, denkt Maurits had die week al vijf meedoen. Anders wordt het breiwerk.’ Amsterdam. ‘We zijn wel eens samen naar oorlog wél overleefd. Waarom mijn vader met grote genegenheid aan haar terug. keer een afscheidsmaal gekookt. Want dat huis in Londen geweest waar ze gewoond dan níét?’ Renate kon geen afscheid nemen. Van nie- Renate Ida Rubinstein werd op 16 novem- hebben,’ zegt Jaap van Heerden, die in de ja- mand. En toch moest het gebeuren, vond ze. ber 1929 geboren in Berlijn. Haar vader was ren zeventig met haar getrouwd was. ‘Dat Het contact met haar moeder bleef na de MS, de ziekte waaraan ze toen al zeventien joods, haar moeder niet. Anderhalf jaar na greep Renate erg aan. Want in haar verbeel- oorlog ronduit slecht. ‘Tussen Renate en haar jaar leed, maakte verder leven voor haar on- Renate werd de tweeling Gerda en Jan gebo- ding zou haar vader nog geleefd hebben als was er altijd een spanning voelbaar,’ herin- mogelijk. Op vrijdag 23 november 1990, een ren. De eerste jaren van haar jeugd verlie- ze daar waren gebleven. Ze heeft haar moe- nert Renates zus Gerda zich. ‘Op de achter- week nadat ze eenenzestig was geworden, pen in betrekkelijke welstand. Vader Willy der later toch wat onheus medeschuldig ver- grond speelde mee dat mijn vader een schi- zette ze zelf een punt achter haar bestaan. Rubinstein had een middelgroot confec- klaard aan de dood van haar vader. Want die zofrene zus had. Mijn moeder vergeleek tieatelier, waar voornamelijk damesman- had erop aangedrongen om weer terug te Renate altijd met haar. Mooi, intelligent, ‘Renate is iemand die je nog steeds mist,’ tels werden gemaakt. Om die reden beschik- gaan naar Amsterdam. Terwijl je tegenover maar zeer labiel. “Als jij straks groot bent, zegt socioloog Joop Goudsblom, die haar te Renate als meisje al over een bontjasje. zo’n moordmachine alleen maar die moord- word je net zo.” Bovendien schaamden wij leerde kennen bij Propria Cures. ‘Wat zij Renate was een nerveus kind dat vooral naar machine de schuld kunt geven.’ Begin 1940 ons als kinderen voor haar Duitse accent. Dat schreef, was altijd oorspronkelijk én per- haar vader trok. ‘Hij was heel beschermend’, was Willy Rubinstein een van de allereerste was na de oorlog natuurlijk bepaald geen re- soonlijk. Zulke columnisten zijn er eigen- vertelde ze eind jaren zeventig in een inter- joden in Amsterdam die door de Duitsers clame. Onze arme moeder moet enorm ge- lijk niet meer. Ik had heel graag háár analyse view met Ischa Meijer. Wanneer anderen werden opgepakt. Hij werd beschuldigd van leden hebben: haar man was weggehaald en
    • 52 53 RENATE RUBINSTEIN VRIJ NEDERLAND PROFIEL 12 NOVEMBER 2005 1960, met haar eerste echtgenoot Aad Nuis in Suriname 1963, met Jaap van Heerden, kort voor hun huwelijk ‘vol amusante turbulentie’ 1963, de schrik van de VN-redactie haar kinderen probeerden zich van haar los vroeg haar wat ze precies met die opmerking De relatie met Van Leeuwen liep na drie jaar wás ook zo. Ik had nog nooit zo’n levendig voor ‘dadelpalm’). In die eerste column op vond. Ze liep gewoon op een redacteur af en te maken.’ bedoelde. Ze is gewoon niet áárdig, herhaal- spaak, waarna Renate naar Israël vertrok, in mens gezien.’ Half universitair Amsterdam de vrouwenpagina hekelde ze direct het be- zei: “Wat had jij vorige week een ongelófelijk De kloof tussen Renate en haar moeder werd de ze. Als kind al niet. ‘Ze vertelde een verhaal een wanhopige poging Van Leeuwen te ver- was in die dagen verliefd op haar. Maar Nuis staan van een dergelijke pagina. ‘Ik ken geen slecht stuk, zeg.”’ door de jaren heen voortdurend dieper. Toen over de dag dat haar vader was weggehaald. geten. Tijdens haar verblijf in Israël hield ze was de gelukkige, constateert hij triomfante- krant die er een mannenpagina op na houdt,’ haar moeder in 1965 op sterven lag, bezocht Ze stonden samen in de keuken, Renate keek een dagboek bij en schreef ze enkele korte lijk, en hij gaat er – bijna vijftig jaar na dato – schreef ze. ‘Dat is overbodig omdat man-zijn Ook Renate Rubinstein werd meege- Jaap van Heerden haar in het ziekenhuis. naar haar moeder, die er buitengewoon ver- bijdragen voor Het Parool. Maar pas toen ze nóg van stralen. Op 4 september 1956 trouw- nu eenmaal het gewone is, onze norm en sleurd door de woelingen van de jaren zes- Zonder Renate. ‘Ik vond dat je die vrouw drietig uitzag. Ze wilde haar troosten, pak- in 1955 ging studeren aan de Politiek-Sociale de hij met Renate Rubinstein. Ja, dat klinkt ons punt van uitgang, terwijl vrouwelijk is tig. Ze plakte affiches tegen het huwelijk van niet alleen kon laten. Maar Renate hield dat te een koek, brak die in twee stukken en gaf Faculteit in Amsterdam begonnen haar dan wel weer opvallend ouderwets: trouwen. wat daarvan afwijkt; met mes en vork eten Beatrix en Claus, en verzette zich tegen de kunstmatig een beetje scherp; ze bleef vol- de helft aan haar moeder. Maar die weiger- schrijfambities serieuze vormen aan te ne- Maar dat heeft met zijn achtergrond te ma- is niet vrouwelijk, met naald en draad om- Amerikaanse aanwezigheid in Vietnam. In houden dat die moeder een onmogelijk ie- de de koek aan te pakken, en zei alleen maar: men. Ze maakte kennis met Propria Cures ken. ‘Mijn gereformeerde ouders waren zeer gaan wel.’ Hoewel ze de eerste jaren nog 1967 bezocht ze voor Avenue zowel Israël als mand was.’ Kort na de dood van haar moeder “Hoe kun je nu zoiets doen op dit moment?” (PC), en wist het al snel zeker: ‘Bij die jongens tegen Renate. Ze vonden haar te heidens, te vooral over kleine onderwerpen schreef – zijn Arabische buurlanden. Dat resulteerde schreef ze het essay ‘Niet de woorden maar Daar voelde zij zich nog altijd schuldig over. wil ik horen.’ joods. Voor Renate was dat juist een aan- over de liefde, over mannen, over mussen in het voor die tijd zeer controversiële Jood de stem’, een opvallend persoonlijk verhaal Waarop ik zei: “Je móéder was juist niet aar- sporing om te gaan trouwen, als een soort en poezen – was Tamar wel degelijk de eer- in Arabië, Goi in Israël. Wie dat boek nu her- over haar jeugd en – vooral – over haar moe- dig, door zo te reageren.” Maar daar wilde ze Joop Goudsblom maakte in die jaren deel daad van verzet. Ze vond het om diezelfde re- ste echte columnist van Nederland, analy- leest, wordt getroffen door de adequate ana- der. niet aan.’ uit van de PC-redactie, samen met Piet Borst, den ook erg jammer dat ik in die dagen niet seert Rinus Ferdinandusse. ‘Voordien had je lyse van de Midden-Oosten-problematiek, ‘Zij is de raadselachtigste figuur in mijn le- Jan Eijkelboom en Aad Nuis. Hij kan zich meer naar de kerk ging. Daar had ze graag cursiefjes; mannen als Carmiggelt, Elias en die bijna veertig jaar nadien nog nauwelijks ven. Dan had ze gebridged met mevrouw die Op 16 juni 1943 maakte ze haar schrijf- nog haarscherp de verbazing van hemzelf mee naar toe gewild om zich er vervolgens Bomans schreven grappige, korte stukjes, al- aan actualiteitswaarde heeft ingeboet. Met en mevrouw die, had gebakjes gehad van de debuut in Vulpes, de schoolkrant van het en de andere redactieleden voor de geest ha- uitvoerig over te kunnen verbazen.’ tijd een beetje kolderachtig. Wat zij deed, een een ogenschijnlijk koel registrerend oog be- bakker uit de Beethovenstraat, en van die Amsterdamse Vossius Gymnasium. In de len over het stuk dat in de zomer van 1955 persoonlijke visie op de wereld geven, was schrijft ze haar ervaringen, zonder duidelijk kleine koekjes met poedersuiker en daarna vijfde klas van het gymnasium ging ze van binnenkwam, geschreven door ene Renate Ook Nuis merkte in die dagen hoezeer echt nieuw.’ partij te kiezen. Dat is voor die dagen, waar- nog van die lange staafjes van bladerdeeg, school, en werd ze assistente bij uitgeverij Rubinstein. ‘We waren gewend dat er elke Renate bij Propria Cures opbloeide. ‘Voordien Renate Rubinstein bleek van groot belang in Nederland – kort na de Zesdaagse Oorlog – heel duur. En mevrouw R. had een bijzonder Van Oorschot. Daar maakte ze in 1948 kennis week wel een paar stukjes naar de redactie had ze altijd last van maagkrampen. In haar voor Vrij Nederland. ‘Tamar’ was een zeer vierkant achter Israël staat, niet minder dan chic kostuum gedragen, echte zijde, moest met Huyck van Leeuwen. Van Leeuwen was werden gestuurd, maar dat waren meestal dagboek uit Israël schreef ze daar vaak over. goed gelezen rubriek, die veel reacties van een statement. ‘Het was tegen het einde van een vermogen gekost hebben. [...] Hoe moest veertien jaar ouder dan zij, en werkte als re- jolige bijdragen voor de correspondentie- In de PC-tijd was ze daar ineens vanaf. Ze lezers opriep. ‘Vooral,’ zegt Ferdinandusse, mijn reis,’ schreef ze in de inleiding van Jood ik dat duiden? Wat ik ook terugzei, ik voel- dacteur mee aan het tijdschrift Libertinage. rubriek. Maar deze mevrouw Rubinstein vónd zichzelf een beetje. Je moet ook niet ver- ‘wanneer het over liefde en verdriet ging.’ in Arabië, ‘op een avond in Jeruzalem, in het de mij steeds door de mand vallen. Waarom Hij werd Renates eerste grote liefde. ‘Ze was stuurde een heel doorwrocht essay: ‘Het geten dat dat redacteurschap van PC in die Tussen haar en de redactie van VN boter- huis van Jim Ferron, correspondent van de deed ze zo imbeciel? Misschien deed ze wel een soort wild veulentje in de wei; rank, Zionisme en de nieuwe onvrijheid’. Jan tijd ook wel wat wás. Je was wereldberoemd de het daarentegen buitengewoon slecht. The New York Times in Israël. We praatten hetzelfde als ik. Rookgordijnen scheppen! slank en ongelofelijk dartel’, zegt de nu bij- Eijkelboom is haar direct gaan opzoeken. in Amsterdam. Alle krantenredacties en tijd- Ferdinandusse zal er geen doekjes om win- over Vietnam en ik vertelde hem dat ik bijna Praatjes maken voor de vaak in afwachting na negentigjarige Van Leeuwen merkbaar Hij kwam volledig overdonderd terug: “Die schriften hielden je nauwlettend in de gaten.’ den: Renate háátte de redactie. ‘Ze had bij- naar die oorlog gegaan was als deze er niet van mijn vertrek. Had ik haar meer au séri- vertederd. ‘Ze maakte een enorm vrolijke in- móéten we erbij halen.”’ Toen Vrij Nederland in 1961 een medewerker voorbeeld een bloedhekel aan “Meurs” tussen gekomen was. “Voor mijzelf,” zei ik, eux genomen, ik zou niet zo geplaagd zijn ge- druk. Misschien juist wel als reactie op wat Ze was niet alleen intelligent en begiftigd met zocht voor de vrouwenpagina ‘VoorNamelijk (Rudie van Meurs) en “Sal” (Feike Salverda). “spijt het me niet, ik ben blij dat ik hier ben.” weest door mijn gevoel tekort te schieten.’ er in de oorlog gebeurd was. Renate straalde een scherpe pen, ze was ook nog eens adem- de vrouw’, adviseerde VN-redacteur (én oud- Dat vond ze vieze, linkse communisten. Er “Dat begrijp ik,” zei Ferron, “in deze oorlog Ze is zich haar leven lang schuldig blijven een onvoorstelbare gretigheid en nieuwsgie- benemend mooi. ‘Niet alleen maar mooi in PC-redacteur) Rinus Ferdinandusse zijn zat een gigantische spanning tussen haar weet je tenminste aan welke kant je staat.” voelen tegenover haar moeder. Psychiater righeid naar het leven uit. Er zat een aanste- de klassieke zin van het woord,’ typeert oud- hoofdredacteur Mathieu Smedts om Renate en de redactie. De meeste redacteuren von- “Integendeel,” zei ik, “in Vietnam weet ik aan Dries van Dantzig herinnert zich een bezoek kelijke, onbedwingbare gekte in dat meisje. PC-redacteur Aad Nuis, ‘er zat ook een soort Rubinstein aan te trekken. Op 9 september den haar een vervelend mens. Ze wás hele- welke kant ik sta.”’ van Renate, waarbij ze plotseling zei: ‘Ik ben Die sprankeling heeft ze haar leven lang ge- schittering om haar heen. Ik heb ooit over 1961 schreef zij haar eerste column voor VN, maal niet vervelend, maar ze had wel een Het boek zette veel kwaad bloed, merkte niet aardig.’ Van Dantzig was verbaasd, en houden.’ haar gedicht: “Het rinkelt als het rent.” Dat onder het pseudoniem Tamar (Hebreeuws ontzettend grote bek. Ze riep direct wat ze Rubinstein. ‘O God, ik was een vijand van
    • 54 55 RENATE RUBINSTEIN VRIJ NEDERLAND PROFIEL 12 NOVEMBER 2005 1974, met Huyck van 1975, op de cover van Leeuwen de Haagse Post, emotie- Post journalistiek van het vroege uur 1979, interview met onder meer Renate Rubinstein, Simon Carmiggelt, Kees van Kooten en Ischa Meijer voor een STEYE RAVIEZ columnistenspecial van Haagse Post Israël,’ vertelde ze in 1984 in De Groene. denken. Vanuit dat gevoel, vanuit die intuï- ben. Ze raakte er ook niet in verzeild, ze zocht ruime tijd zijn ‘Weinreb-Spiel’, zoals Jacques drie maanden voordat die Einsatz begon. immigrant niet geloofd werd.’ ‘Een zelfhatende jodin. Vooral joodse tie schreef ze dat die kernwapens er juist wel ze juist op. Rinus Ferdinadusse: ‘Ze dacht: ha, Presser het noemde, kon blijven spelen. In Ik heb heel vaak tegen Renate gezegd: weet Ze besloot in haar strijd voor eerherstel van Nederlanders hebben mij dat boek ver- moeten komen. Vervolgens belde ze (histo- dat is een leuke affaire, en stortte zich erin.’ 1948 werd Weinreb veroordeeld wegens hulp waar je aan begint. In plaats van Weinrebs Weinreb ook Willem Frederik Hermans te be- schrikkelijk kwalijk genomen.’ ricus) Maarten Brands met de vraag: hoe zit Dat kan ook bijna niet anders, reageert Hugo aan de vijand en oplichting. De affaire kwam advocaat te worden, kun je je beter opstel- trekken. Ze kende Hermans nog van vroeger Toch was Renate beslist solidair met het jo- het nou eigenlijk? Dat was een kenmerken- Brandt Corstius, die als Piet Grijs in VN on- rond 1965 voor het eerst onder Renates aan- len als onafhankelijk onderzoeker. Maar dan – in 1948 zijn ze samen naar het Boekenbal dendom, stelt Jaap van Heerden. ‘Omdat ze de volgorde voor haar. Het begon met intu- telbare malen met Renate in de clinch ging. dacht toen zij Ondergang van Jacques Presser riep ze: “Deze man is het verdedigen méér geweest – en verwachtte dat hij in de zaak ge- solidair was met haar vader. Die lotsverbon- itie, dan kwam de polemiek – “de heisa” zo- ‘Laten we eerlijk zijn: als columnist heb je las. Vooral Pressers conclusie dat Weinrebs dan waard.”’ interesseerd zou zijn. Vooral omdat zij pa- denheid is bepalend geweest. Ze wist er ook als ze dat zelf noemde – en vervolgens ging kwesties nodig. Dat was lange tijd voor ons veroordeling onterecht is geweest – hij zou rallellen meende te zien tussen Weinreb en heel veel vanaf. Ben Sijes (historicus, werk- ze haar vrienden, haar telefonische encyclo- ook een soort spelletje. Je had destijds de zijn geofferd als joodse zondebok – liet haar In diezelfde tijd begonnen er kieren in Osewoudt, de hoofdpersoon in De donkere zaam bij het Riod – CV) zei een keer: “Jij weet pedie, af om haar mening te laten schragen zaak rond de Ibo’s (een stam uit Nigeria). niet meer los. Ze was er geheel van vervuld, Weinrebs verhaal te ontstaan. Er doken ge- kamer van Damokles. Hermans was aanvan- er zó veel van, dat je best staatssecretaris in door feiten.’ Zei ik tegen haar: als ik nou vóór ga schrij- merkte Joop Goudsblom, toen hij eind 1965 tuigen op die onder meer vertellen over kelijk geïnteresseerd in het verhaal, maar Israël zou kunnen worden.” Ze was zeer ge- Socioloog Joop Goudsblom maakte jaren- ven, dan ga jij tégen. Dat deden we dan ook. met Renate door de duinen bij Bergen wan- ‘medische keuringen’ van vrouwen die de stuitte gaandeweg op ongerijmdheden en vleid. Totdat ik haar begon te pesten: “Ja lang deel uit van die telefonische encyclope- Ik kon me bij sommige van haar onderwer- delde. ‘Ze was vooral gefascineerd door dat econoom Weinreb ook hoogstpersoon- zelfs op regelrechte leugens. Zo beweerde Renate, hij zei dus wel stáátssecretaris. Géén die van Renate. Hoewel hij voor zijn gevoel pen niet voorstellen dat ze er werkelijk in ge- Tijl Uilenspiegel-achtige van Weinreb. Dat hij lijk wenste uit te voeren. Toch brachten die Weinreb in zijn memoires dat hij in 1942 minister. Blijkbaar is er toch een steekje aan vooral fungeerde als slijpsteen voor haar ei- interesseerd was. Het lijkt me nog altijd sterk een Duitse generaal verzonnen had en daar- verhalen Renate niet aan het twijfelen. Van verraden is door een joods meisje, dat Bep je los.” “Nou je het zégt,” riep ze dan, “dat ga gen opinies. ‘Ze zei altijd: een mening is pas dat ze werkelijk zo door die rakettenkwestie mee de Duitsers wist te bedriegen, dat vond Heerden: ‘De eventuele twijfelachtigheden Turksma heette. Bep Turksma bleek anno ik volgende keer toch aan Ben vragen”.’ een mening als ie geformuleerd is. Ze bel- werd gegrepen.’ ze fantastisch.’ Via Presser kwam ze in 1966 zag ze als amusante aspecten aan zijn per- 1969 nog in leven en pikte de beschuldiging de heel vaak op over een onderwerp waar ze in contact met Weinreb. Ze haalde hem over soonlijkheid. Ze zat ooit op het terras van van verraad niet. Ze spande een proces aan Jood in Arabië blijkt in retrospectief ken- op dat moment vol van was. In zo’n gesprek De grootste affaire waarbij Renate Rubin- om zijn memoires te boek te stellen, en bood Scheltema gewéldig over Weinreb op te wegens laster. Dat proces verloor ze, maar merkend voor de geesteshouding van Renate nam zij negentig procent van de menings- stein betrokken raakte, is zonder twijfel die aan die herinneringen voor hem te redige- scheppen. Die man was misschien wel de de twijfel was gezaaid. ‘Die naam Turksma Rubinstein. ‘Het begint bij haar altijd met in- vorming voor haar rekening, en ik tien. De rondom Friedrich Weinreb. Deze Weinreb, ren. In 1969 verscheen Het land der blinden, grootste Nederlander ooit. “Hij verdient de had in dat boek natuurlijk nooit genoemd tuïtie,’ zegt Hans Goedkoop, die werkt aan de portée voor haar was vooral: wat vind ík, een Pools-joodse econoom, bood begin 1942 het eerste deel van de trilogie Collaboratie Nobelprijs!” Ja, zei ik, maar dan toch zeker moeten worden,’ vindt Joop Goudsblom. ‘We biografie van de columniste. ‘Peter Vos heeft Renate, hier eigenlijk van? Als de Tamar-co- joodse Nederlanders tegen betaling van hon- en verzet, met een nawoord van Renate in de geneeskunde. Toen wilde ze twee da- hebben er vooraf ook nog uitvoerig over ge- wel eens opgemerkt dat Renate eigenlijk het lumn dan verscheen, frappeerde het me vaak derd gulden een plaats aan op – na later bleek Rubinstein en Aad Nuis. Weinreb schetste in gen niets met me te maken hebben.’ Hij grin- sproken of ze geen pseudoniem moest krij- meisje langs de kant van de stoet is, dat hard- dat er letterlijk zinnen uit zo’n gesprek in te- door hem verzonnen – lijsten. Joden die op een soort schelmenroman de ‘administratie- nikt bij de herinnering. ‘Dat had ook iets heel gen. Dat pseudoniem hadden we al bedacht: op zegt dat de keizer geen kleren aanheeft. Ze rugkwamen.’ deze lijsten stonden, zouden naar Frankrijk ve guerrilla’ die hij tegen de Duitsers heeft schattigs. Die onvoorwaardelijke loyaliteit “Turksma” zou “Spanjaard” worden. Als ze had een extreem vermogen om haar waarne- Ook Aad Nuis was jarenlang een vraagbaak kunnen emigreren en daardoor aan trans- gevoerd. Dat eerste deel werd aanvankelijk van haar. Toen heb ik maar twee nachten in voor “Spanjaard” had gekozen, was dat ge- ming niet door conventies of vooroordelen voor Renate. ‘Ik was voor haar vooral een port naar het oosten kunnen ontkomen. welwillend ontvangen. Harry Mulisch zag een hotel geslapen.’ lazer niet gekomen.’ Want gelazer kwám er. te laten besmetten. Ze kéék. Ze durfde ook bron voor “hoe zit Nederland eigenlijk in Aanvankelijk wist Weinreb ook de Duitse in Weinreb zelfs ‘de Che Guevara van de bu- Renate schreef op 14 mei 1969 in VN dat er wel domme vragen te stellen, had het vermo- elkaar?” Vertel nou eens, zei ze dan, wat nu bezetter een rad voor ogen te draaien. Toen reaucratie’. In 1970 stelde het Rijksinstituut Voor Renate had de Weinreb-affaire recht- degelijk bekentenissen zijn die Turksma’s gen om altijd weer bij nul te beginnen. Rond precies het verschil is tussen gereformeerd hij op 11 september 1942 werd gearresteerd, voor Oorlogsdocumentatie een officieel on- streeks te maken met de moord op haar va- verraad bewijzen. Kortom: Turksma líégt. 1980 begon ze te schrijven over de kernwa- en hervormd. Eigenlijk zie ik haar veel meer claimde hij gehandeld te hebben in opdracht derzoek naar Weinreb in. Jaap van Heerden der, vertelde ze in interviews. ‘Ik heb altijd Tijdens een forumdiscussie in Groningen, pens. Iedereen van linkse signatuur vond als een vragensteller dan als een verkondi- van een Duitse generaal, H.J. von Schumann – in die tijd de echtgenoot van Renate – voel- de behoefte gehad om dát nog eens te wre- met onder anderen Aad Nuis, Renate dat die dingen er niet moesten komen. Maar ger van opinies.’ uit Berlijn. Dat deze Von Schumann een ver- de argwaan. ‘Ik heb haar dikwijls gewaar- ken. (...) Waarom ik de zaak-Weinreb tot de Rubinstein en Willem Frederik Hermans, voor Renate riep dat unanieme “nee” associ- zinsel van Weinreb was, drong niet direct tot schuwd: dit kan niet kloppen. Weinreb be- mijne maak, was niet alleen omdat hij een deed zich een curieus incident voor. Arend aties op met de houding van voor de Tweede Rubinstein bleek als columnist een feilloze de Duitsers door. Ze lieten Weinreb vrij, die gon bijvoorbeeld met het voordragen van jood was, maar omdat hij net als mijn vader Jan Heerma van Voss beschreef het in de Wereldoorlog: een misplaatst soort vredes- neus voor kwesties en controverses te heb- daarna onder toezicht van de bezetter nog ge- mensen voor vrijstelling van Arbeitseinsatz iemand was die van buitenaf kwam, die als Haagse Post van 18 maart 1970. ‘Als Hermans
    • 56 57 RENATE RUBINSTEIN VRIJ NEDERLAND PROFIEL 12 NOVEMBER 2005 1981, gefotografeerd door Paul Huf 1981. Geflankeerd door Dries van Agt en Herman Millikovski. Staand: Gerrit Komrij, André Spoor, Henk Hofland en een onbekende 1980, bij de viering van het negentigjarige bestaan van Propria Cures, STEYE RAVIEZ met Aad Nuis, Karel van het Reve, Ischa Meijer, Carel Peeters, Henk Spaan en Hugo Brandt Corstius MAI en Rubinstein elkaar in de haren vliegen de buurt van Winterswijk of zo, liefst aan de tuele vermogens in kwijt.’ tellen waar het over ging. Dan hebben we Boehmer een brief aan de redactie waarin hij verzeild raakte, waren die met Piet Grijs. over een juffrouw Turksma die ergens in de overkant van de Duitse grens’. Het huwelijk ging uiteindelijk ten onder twee therapieën voor de prijs van één.”’ fijntjes opperde: ‘Het enige dat Tamar weer Jarenlang kruisten ze in de VN-kolommen oorlog iets met Weinreb te maken moet heb- Ze heeft het nooit hardop gezegd, maar aan wat Van Heerden “wederzijdse verwaar- aan haar verstand kan brengen is een dikke de degens met elkaar. Renate weet dat aan ben gehad, staat er een dame met grijs haar Renate was diep in Weinreb teleurgesteld, lozing” noemt. ‘Vervolgens heeft ze dwa- In 1973 begon ze te kampen met gezond- lul in haar druipnatte kont en dat weet lang- de relatie die zij en Brandt Corstius in 1963 op. “Mag ik even interrumperen, mevrouw zegt Huyck van Leeuwen. ‘Ik heb er vlak voor ze dingen gedaan.’ Hij doelt op de Tamar- heidsklachten. Ze was opvallend snel moe, zamerhand heel Nederland.’ Ondanks het met elkaar hadden gehad, en die door haar Rubinstein, ik bén juffrouw Turksma, en ik haar dood nog uitgebreid met haar over ge- columns die Renate daarna gaat schrijven en kreeg steeds meer moeite met lopen. Op verbod van Boehmer werd de brief geplaatst. werd beëindigd. ben nóóit gehoord.” Rubinstein: “U bent na sproken. Ze zag wel degelijk in dat ze zich over de breuk. Tot grote ontsteltenis van het Museumplein viel ze, op weg naar de Op klemmend verzoek van Renate zelf. In 1984 barstte de bom. Tamar betwijfelde de oorlog toch…?” Turksma: “Ik ben nóóit voor een verkeerde zaak had ingezet, dat ze haar ex-man. ‘Ik ging gewoon opzien tegen tandarts, plotseling van haar fiets. ‘Toen is in de column ‘Hoerenlopers’ of M. Mus, de gehoord.” Rubinstein: “Maar u zegt ook dat zich vergist had. Ik heb haar aangespoord de woensdag, tegen de nieuwe VN. Er zat in ze naar ons toe gekomen’, herinnert Joop In 1979 volgt Hedendaags feminisme, een auteur van de rubriek ‘notities van een bij- u Weinreb nooit ontmoet hebt!” Turksma: om dat op te schrijven. Maar ze kon er niet elke column wel een toespeling die alleen Goudsblom zich, ‘en heeft ze hier een tijd op bundeling van negen stukken over – of eigen- standsmoeder’ wel werkelijk een bijstands- “Nooit ontmoet”.’ Vanaf dat moment rook mee uit de voeten.’ ik kon begrijpen. Renate was onervaren in de bank gelegen. Achteraf bezien was dat een lijk tégen – het feminisme. ‘Ze haten de cul- moeder wás. Met al die bijdragen in VN zat Hermans een prooi. Joop Goudsblom: ‘En het incasseren. Tot dan toe was zij bijna al- van de eerste symptomen van haar ziekte.’ tuur,’ noteerde ze over feministen, ‘ze haten ze inmiddels echt wel boven bijstandsni- hij was vastbesloten die met huid en haar te Jaap van Heerden: ‘In de Weinreb-zaak tijd degene die een punt achter een relatie Die ziekte werd in 1977 officieel gediagnosti- talent, ze willen de beeldenstorm overdoen veau, concludeerde Renate. Op dat moment verscheuren.’ had ze ongelijk. Maar in het bestrijden van zette. Waarschijnlijk kón ze toen niet meer ceerd als multiple sclerose. De lezer van VN en de spelling vereenvoudigen. Geen man mengde Grijs zich in de discussie. Hij ver- modieus links was ze haar tijd ver vooruit. anders dan erover te schrijven.’ Een tijd lang wist toen nog niets van haar verslechterde die in vrouwen de intelligentie zo haat als de- wees naar minister Ruding (van Financiën) In 1976 verscheen het eindrapport van het Daarom wilde ze zo graag in VN schrijven. hadden ze maar zeer sporadisch contact. Van gezondheid. Renate stortte zich met volle ze, zich “zusters” noemende kleuterschool- die een Endlösung der ‘bijstanders’ zou voor- Riod over de Weinreb-affaire. Het oordeel Veel lezers konden haar bloed wel drinken Heerden kreeg hooguit boze telefoontjes; of overgave in nieuwe polemieken. Al begon- juffrouwen.’ De reacties uit de feminstische staan. Wie geen werk zocht, had ook geen over de ‘chassidische bellenblazer’ (zoals als ze weer met een anti-links praatje kwam. hij nou eindelijk eens haar therapeut wilde nen die soms onverhoeds. In de eerste week hoek laten zich raden. Maar Renate was nu recht meer op een uitkering. De ‘bijstan- Hermans hem noemde) luidde dat Weinreb Daar genóót ze van. “Zie je wel,” riep ze dan. betalen. ‘Want ík was de oorzaak dat ze nu in van 1975 bezocht ze China, in het kielzog eenmaal geen ‘vrouwenvrouw’, taxeert ders’ waren de joden, en Ruding was dus de een nog veel grotere oplichter is geweest “Ik heb gelijk. Het is voor hen een gelóóf!”’ therapie moest. Ik heb maar braaf betaald.’ van minister van Buitenlandse Zaken Max Maarten ’t Hart. ‘Ze duldde sowieso geen en- Eichman van deze tijd. Grijs besloot met: ‘Ik dan de Bijzondere Raad van Cassatie in 1948 Van Heerden woonde van 1964 tot 1973 met De Tamar-columns werden in 1978 bewerkt van der Stoel. Op basis van haar verblijf van kele vrouw in haar omgeving. Als je met een zal elke week op Tamars schunnigheid rea- had geconcludeerd. Ook Renate Rubinstein Renate samen, waarvan twee jaar als echtge- tot Niets te verliezen en toch bang, dat de slechts vijf dagen schreef zij Klein Chinees dame bij haar op bezoek ging, dan verbleek- geren. Maar om ruimte te sparen zal ik dat kreeg een veeg uit de pan. ‘De bewering van noot. Het was, zegt hij, een huwelijk ‘vol amu- Nederlandse literatuur verrijkte met één Woordenboek. Volgens critici was het een te dat gezelschap onmiddellijk bij haar. per afkorting doen. Elk stukje zal ik afslui- Renate R. dat verklaringen van Bolland, Koch sante turbulentie’. Over de kleinste dingen van de meest pakkende beginzinnen die broddelwerkje van een juffrouw die zich vijf Renate was een probaat middel om van je ten met de formule ‘Tamaraboemdiejee’. (SD-agenten) en Turksma (...) Weinrebs le- konden ze hartgrondig van mening verschil- ooit zijn verschenen. ‘Maandag. Kloten. Man dagen door de Chinese overheid heeft laten verliefdheid te genezen. Daar deed ze ook Die betekent: voorts ben ik van oordeel dat zing bevestigen en dat zij deze verklaringen len. ‘Ik ging een keer twee biefstukken halen. weg. Koffers gepakt, verdwenen. Moest nog fêteren. Haar ‘eigen’ PC repte zelfs van ‘Jood enorm haar best voor.’ En soms hanteerde wat Tamar vorige week in dit weekblad durf- zelf had gelezen, is onjuist. Bolland, Koch en De slager sneed een groot en een wat kleiner wel even zeggen dat-ie tien jaar ongelukkig in Arabië, Goi in Israël, Trut in China’. De reac- ze daarbij onorthodoxe maatregelen. ‘Ik ben de schrijven, weer haar gewone antisemiti- Turksma hebben niets dergelijks verklaard stuk af. Zonder enige logica concludeerde was geweest.’ tie van Konrad Boehmer – ‘Vijfdaagse egotrip ooit bij haar op bezoek geweest met tekena- sche schunnigheid is.’ Renate was diep ge- en RR kan dat dus ook niet gelezen hebben. Renate daaruit dat hieruit toch wel weer het ‘Na de scheiding van Jaap was ze diep- van Tamar’, een paginagroot verhaal in De res Dorinde van Oort. Renate zat toen al in schokt. Ze liet de hoofdredactie weten dat ze Zij heeft eenvoudig gebluft.’ W.F. Hermans paternalistische van de Nederlandse mid- ongelukkig,’ zegt tekenaar Peter Vos. ‘Ze Nieuwe Linie – was het scherpst. Hij verweet een elektrische rolstoel. Ze reed expres tegen niet meer in VN wilde publiceren. ‘Hoe kan bleef haar nadien nog jaren achtervolgen. denstand sprak. Want dat grote stuk was in werd broodmager, leek wel een skelet.’ de columniste ‘grove leugens, riooljournalis- Dorinde aan. Daar was ik een beetje stil van. ik,’ schreef ze twee dagen na Grijs’ aanval in In de NRC van 2 mei 1980 kwam hij uitvoe- de ogen van de slager natuurlijk voor me- Hoofdschuddend: ‘Ach God, die arme schat.’ tiek en CIA-koude-oorlogsdenken’. Renate re- Ze kon slecht met vrouwen opschieten, had een brief, ‘nu nog met enige onbevangen- rig op de zaak terug. Hermans adviseerde néér. Ik zei: hoe kom je dáár nu bij? En weet Vos, op dat moment zelf net verlaten door ageerde daar in haar column vlijmscherp op: heel weinig vriendinnen. Ja, Annie Schmidt. heid over wat dan ook schrijven als ik weet Renate dringend om de pen neer te leggen, jij wel hoe moeilijk het voor een slager is om zijn vrouw, woonde in die periode tijdelijk ‘Doctor’ Boehmer had een artikel geschreven Maar die was oud en blind, en dus ongevaar- dat elders, in hetzelfde nummer van VN, de ‘en, al dan niet in compagnonschap met Aad twee even grote stukken af te snijden? Daar bij Renate in huis. ‘Als ze terugkwam van the- ‘dat je eerder een arrestatiebevel dan een po- lijk.’ Grote Bek tegen mij wordt opgezet?’ Nuis, een sigarenwinkeltje te beginnen in konden we dan een volle dag al onze intellec- rapie zei ze altijd: “Peter, ik zal je precies ver- lemiek zou kunnen noemen’. Daarop schreef De scherpste polemieken waarin Renate Het was een uiterst lastige, vervelende situ-
    • 58 59 RENATE RUBINSTEIN VRIJ NEDERLAND PROFIEL 12 NOVEMBER 2005 1986, een signeersessie met Karel van het Reve, Annie M.G. Schmidt 1 december 1990, het afscheidsnummer van Vrij Nederland en Simon Carmiggelt in de Bijenkorf BERT VERHOEFF / HH 1985, ‘tien dagen lol’ in Engeland met Willem-Alexander en neef Maurits 1988, in de struiken tijdens de onthulling van het beeld van Carmiggelt atie, erkent Rinus Ferdinandusse. ‘Joop van van Letterkundigen. In de pauze zijn we sa- dodendronvallei hadden. Om de beurt gin- haar een kolossale opsteker. Carmiggelt was zeventien? Ze vertelde me erover toen ik op dood – én die van Tiny Carmiggelt – mocht Tijn en ik hebben geprobeerd te bemiddelen. men gaan wandelen. Omdat ze toen al slecht gen we keihard van de hellingen afscheu- voor haar ook een trofee, een soort herten- bezoek kwam. Ik zei: “Ach joh, da’s toch hart- verschijnen. ‘Ze heeft mij het manuscript la- Joop heeft regelmatig tegen Hugo gezegd: liep, heb ik haar een arm gegeven. We heb- ren. Als kinderen, die onbezorgd lol willen kop met gewei aan de muur.’ Toch was de stikke leuk dat je daarvoor gevraagd wordt. ten lezen,’ zegt Jaap van Heerden. ‘Ik vond het kan het niet wat minder? Maar wat had ik ben gearmd om Artis heengewandeld. En maken.’ De ziekte bleek sterk progressief. Al relatie voor haar ook zwaar, vermoedt Van Dat moet je dóén!” “Goed,” zei ze, “maar dan een erg goed, ontroerend boek. Dat was ook moeten doen? Moest ik “Tamaraboemdiejee” waarom ook niet? Ik meen lang niet altijd snel moest ze zich binnenshuis met een elek- Dantzig. ‘Hij heeft nooit echt voor Renate moet jij mee.”’ Maurits herinnert zich het echt de verzoening tussen ons. Onze smaken dan schrappen? Een columnist hoort volko- wat ik schrijf. En ik vermoed dat dat voor trisch scootertje verplaatsen. Tot haar grote gekozen. Dat vond ze erg verdrietig. Ze ver- verblijf in Engeland, waar Willem-Alexander bleken niet uit elkaar gegroeid.’ men vrij te zijn in wat ie schrijft. Als je dat Renate ook gold.’ verdriet, vertelt Maurits. ‘Maar ook toen liet keerde in een voortdurende tweestrijd of toen studeerde, als ‘tien dagen lol’. ‘We heb- ‘Ik ben er wel zeker van dat ze mij dat boek principe één keer aantast, betekent het daar- ze zich niet kennen. Ze had een kamer en sui- ze het toch maar niet beter uit kon maken.’ ben met z’n drieën enorm veel plezier ge- zullen verwijten’, schreef ze twee weken voor na niks meer.’ Na het conflict met Piet Grijs kreeg Renate te, met twee deuren, waar je rondjes kon rij- Ze besefte dat ze nooit echt een stel zouden had. Beatrix en Alexander vonden het ach- haar dood aan Peter Vos. ‘Ik vind dat een kut- drie maanden betaald verlof, die ze gebruik- den. M’n zusje Tamar en ik scheurden daar zijn, zolang Carmiggelts vrouw Tiny leef- teraf ook een heel leuk boekje. In mijn eigen verwijt. Burgerlijk. Want lezen zullen die- Brandt Corstius kijkt zelf met gemeng- te om Nee heb je te schrijven, een opvallend dus rond, terwijl Renate met een stopwatch de. ‘Als het ooit uitgaat schrijf ik in de krant: exemplaar heeft Renate voorin geschre- zelfde lui het wel.’ Het maakte haar allemaal de gevoelens op de kwestie terug. ‘Ik ga openhartig boek over haar ziekte. ‘Dit boek onze rondetijden klokte.’ Maurits kwam God is niet dood. Hij is getrouwd en zijn ven: “Voor Maurits, tolk in kinderland”.’ niet veel meer uit, in het zicht van het einde. dat Tamaraboemdiejee niet terugnemen. gaat over ziek zijn en over mij zijn’, luidt de steeds vaker bij Renate thuis. Hij zag vanaf vrouw neemt de telefoon op.’ In november Joop Goudsblom is beduidend minder van ‘Maak je geen zorgen over mij. “Wass kann Waarom zou ik? Maar nee, ik zou dat nu opdracht voorin. ‘Je kunt die onderwerpen eind 1977 ook met grote regelmaat Simon 1987 begeleidde Peter Vos Renate naar het Alexander gecharmeerd. ‘Het was leuk voor euch noch passieren, ihr sterbt mit allen niet meer zo doen. Ik geef onmiddellijk toe niet van elkaar scheiden. Het is dus een ego- Carmiggelt op bezoek komen. Daarmee was Prinsengrachtziekenhuis, waar Carmiggelt Renate dat ze ervoor gevraagd werd. Maar Tieren und es kommt nichts nachher.”’ dat het verkeerd was. Het ging natúúrlijk centrisch boek, vol goede raad aan mijzelf.’ hij een van de allereersten die van de gehei- was opgenomen. Het zou de laatste keer zijn diep in mij riep een republikeins kereltje dat veel te ver. Maar we reageerden op elkaar. Door die MS was ze in één keer “tachtig”. me relatie tussen Renate en Carmiggelt op dat ze Carmiggelt zag. Vos huivert bij de her- je zoiets niet moet doen. Ze werd uiteindelijk Op 20 november 1990 schreef ze het na- Zo gauw ze hoorde dat mijn vrouw kanker Want zo vóélde ze het. ‘Nog levend ben ik al de hoogte was. ‘Carmiggelt heeft haar leven innering. ‘Hij was doodziek, bijna doorzich- toch steeds meer establishment.’ woord van Mijn beter ik. ‘Als hij er niet ge- had, schreef ze dat mensen met kanker vaak begraven. Op straat zag ik mensen lopen, wat zonder twijfel veel draaglijker gemaakt.’ tig. En zij in dat wagentje.’ Hij rilt, wrijft het weest was, zou ik mij al veel eerder een weg- niet genezen.’ Ondanks het conflict denkt lopen ze toch allemaal goed en krachtig. In de De verhouding tussen de schrijver – vol- kippenvel van z’n armen. ‘God, wat een dra- Met de dood van Simon Carmiggelt, op werpartikel gevonden hebben. Wat ik aan Brandt Corstius ‘wel degelijk met grote ge- krant zag ik een advertentie voor make-up in gens Renate ‘de meest getrouwde man van ma.’ 30 november 1987, sloeg de motor van haar hem dank is niet alleen het geluk, maar het negenheid’ aan Renate terug. ‘We hebben sa- de Bijenkorf. Nooit zou ik daar meer komen. Nederland’ – en de columniste was gepassi- bestaan af. Een jaar later werd ze op de ra- leven zelf.’ Het moeten zo ongeveer de laatste men heel leuke dingen meegemaakt, in de Nooit meer winkelen, nooit meer Bijenkorf, oneerd. In tien jaar tijd stuurde Carmiggelt In 1985 wist Renate Rubinstein vriend en dio geïnterviewd door Ischa, samen met zinnen zijn die ze aan papier toevertrouw- tijd dat we iets hadden. Dat ik haar later van- naast mij spoedde het leven zich voort, maar haar meer dan duizend ansichtkaarten en vijand te verrassen door op uitnodiging van Annie M.G. Schmidt. Het leven is leeg ge- de. Drie dagen later, op vrijdagavond 23 no- wege het uitraken van die verhouding ben ik zou er niet meer aan meedoen.’ Als ze de tientallen brieven. Elke dinsdag en zaterdag het Koninklijk Huis een interviewboek te worden, zei ze bij die gelegenheid. ‘Ik mis vember, hief ze voor het laatst het glas. “Het gaan pesten is echt onzinnig. Ik werd er door straat op ging, verplaatste ze zich in een knal- kwam hij op bezoek. Carmiggelt belichaam- maken met de dan zeventienjarige kroon- Simon Carmiggelt en Hein Donner. En Dick smaakt een beetje bitter,” zei ze. Een paar mi- haar zelfs van beschuldigd dat ik haar tele- rood invalidewagentje. ‘Dat ding reed maar de datgene waar ze altijd naar gezocht had. prins Willem-Alexander. Aanvankelijk zei Hillenius (VN-columnist) is ook al dood. Ze nuten later zat ze bewegingloos in haar stoel. fonisch lastig zou vallen. Ja zeg, alsof ik me twintig kilometer per uur,’ vertelt haar neef ‘Hij met zijn gave voor het vaderschap. Ik met ze ‘nee’ tegen het verzoek; zij had immers in laten een leegte achter.’ ‘Het feit dat die men- Maar haar gezicht leek bijna te stralen, zag daar mee bezig zou houden. Ik zag Renate als Maurits Rubinstein (de zoon van Renates het verlangen naar m’n vader, we pasten bij 1966 nog op de barricades gestaan tegen het sen er niet meer zijn, verandert de wereld,’ haar zus Gerda. ‘Ze straalde volkomen rust een waardige opponent. Juist dat antwoor- broer Jan). ‘Ik zei: laat mij er eens een mid- elkaar als een deksel op een potje.’ De relatie huwelijk van Beatrix en Claus. Al was ze, zegt zei Ischa. Renate beaamde dat volmondig. en geluk uit. Alsof ze zeggen wilde: dit was den op elkaar was een deel van de sport. O ja. dagje aan sleutelen. Toen heb ik hem opge- met Carmiggelt was een reddingsboei voor neef Maurits Rubinstein, wel gevleid door ‘Het maakt de wereld kaal.’ Annie Schmidt wat ik wou. Ze was bevrijd van de pijn, van Zéker. Ik heb het lange tijd als een spel opge- voerd tot veertig. Kon ze in elk geval iets ver- Renate, denkt psychiater Dries van Dantzig. het feit dat Beatrix een persoonlijke voor- viel haar bij. ‘Als goede vrienden dood zijn, het verdriet.’ Ze is begraven op Zorgvlied, op vat, dat uiteindelijk scherpe randen kreeg. der komen.’ Zijn tante benadrukte vooral de ‘Die ziekte was voor haar eigen vrouwbeeld keur voor haar als auteur van zo’n boek bleek blijf je ze missen.’ drie meter afstand van Dick Hillenius. In het- Maar we haatten elkaar niet. We waren op leuke kanten van haar situatie. ‘Dat wagentje heel slecht. Ze vond het vernederend om in- te hebben. ‘Maar ze voelde zich er vooral te Er restte haar nog één opdracht: hun liefde zelfde vak rust Hein Donner. Op een steen- het hoogtepunt van onze ruzie allebei uitge- was net een botsautootje. We reden samen valide te zijn. Dat er dan toch zo’n interessan- oud voor. Hoe kon zij, als dame van in de vijf- beitelen in woorden. Drie jaar lang schreef worp afstand liggen Annie Schmidt en Ischa nodigd bij een jubileum van de Vereniging naar het Flevopark, waar ze een prachtige ro- te man als Carmiggelt op haar viel, was voor tig, ooit contact maken met een jongen van ze aan Mijn beter ik, dat van haar pas na haar Meijer. V
    • 96 97 DE VERHALEN VRIJ NEDERLAND PROFIEL 17 DECEMBER 2005 De dichter, de tuin- man en de dood Vrienden, schrijvers en minnaars over het leven van C.O. Jellema De Groningse dichter C.O. Jellema, van wie vorige week het Verzameld Werk verscheen, had de P.C. Hooftprijs verdiend, vindt collega Tom van Deel. Hij was groter dan Ida Gerhardt, zegt schrijver Oek de Jong. Wie was Cor Jellema? Elisabeth Lockhorn sprak met schrijvers, schilders en geliefden over de schuwe dichter. Er is de estheet, die zijn persoonlijkheid stileerde zoals zijn gedichten, een negentiende-eeuwer op het Groninger platteland. Maar ook de mysticus die Meister Eckhart vertaalde en de romanticus die verliefd werd op een hovenier. ‘Hij ging zinnelijk door het leven.’ TEKST ELISABETH LOCKHORN Op de bok zit Klaas, de hovenier met wie hij kele auto geparkeerd staan en waren zelfs al- FOTOGRAFIE REYER BOXEM zes weken daarvoor getrouwd is. Hij ment de le straten geveegd.’ I paarden. ‘Cor had een groot gevoel voor stijl,’ n de vroege lente van 2003 vindt een Vele mensen, onder wie talrijke dichters en zegt Walter Schönau, hoogleraar Duitse indrukwekkende uitvaart plaats op kunstenaars, volgen de laatste tocht van de Letterkunde, collega en vriend van het eer- het Groninger Hoge Land. Rond het dichter, die wel de kluizenaar en mysticus ste uur. ‘Hij stileerde zijn persoonlijkheid, statige landhuis Oosterhouw, gele- van het Noorden genoemd werd. zijn leven. Zijn huis, zijn gedichten, niets Landgoed Oosterhouw, het huis van C.O. Jellema gen buiten het dorp Leens, verzame- ‘Tot in alle details was het een typische was spontaan van: ach, we zien wel wat er- len zich honderden mensen voor de hoge Jellema-begrafenis, zegt Gerben Wynia, van komt. Nee, dat was allemaal doordacht hagen. Er verschijnt een koets, getrokken literair erfgenaam en bezorger van het en afstandelijk. Intens en authentiek, maar ‘Als ik dood ben, wil ik dat je met je losse blonde haren aan komt door zwarte paarden, bedekt met zwarte dek- Verzameld Werk. ‘Niemand die dacht: is dit wel gestileerd. Tot op het allerlaatst. Toen ik kleden. Op de koets staat een kist met daar- niet een beetje “te”. Natuurlijk moesten er afscheid ging nemen en hij opgebaard lag galopperen bij mijn graf, met blauwe anemonen’ in het lichaam van de dichter C.O. Jellema. zwarte paarden komen, mocht er geen en- in de tuinkamer van Oosterhouw schrok ik.
    • 98 99 DE VERHALEN VRIJ NEDERLAND PROFIEL 17 DECEMBER 2005 Gerrit Krol: ‘Ik herinner mij van onze ontmoeting vooral verbazing: dat zo’n fijnzinnig dichter zulke kolenschoppen van handen kon hebben. Het is nooit echt wat geworden tussen ons. Bij een bevriende dichter thuis hebben we elkaar eens laten horen welke ge- dichten ons na aan het hart lagen. Ik las met veel gevoel en emotie een gedicht voor van Het Verzameld Werk van C.O. Jellema is in een cassette van twee delen Drummond de Andrade. Waarop Jellema kort en bondig zei: “Dat is nu precies de poë- (Gedichten en Essays) verschenen bij zie waar ik niet van hou.” Het verbaasde mij dat een zachtmoedig dichter erin slaagde Uitgeverij Querido, 880 pagina’s, € 39,95. mij zo bot op mijn ziel te trappen.’ ARCHIEF JELLEMA Bijeenkomst van de Fuji Art Association op landgoed Oosterhouw,1990. Derde van links, zittend, C.O. Jellema Ik herkende hem eerst niet. Hij had de lange lang zijn we heel intensief met elkaar omge- Hij kon er erg onder lijden dat er een soort domineestoga van zijn vader aan. Een state- gaan. Toen ik voor de tweede keer trouwde, scherm was tussen hem en de mensen, een ment van de eerste orde. waren Cor en Hans onze getuigen. Hij heeft scherm waar hij niet doorheen kon breken. Ik ken Cor nog als verlegen jongeman die op verschillende gedichten voor mij geschre- Meestal lukte dat pas als hij alleen was en universiteitsfeesten met meisjes aan kwam ven, maar die droeg hij dan op aan mijn ex- zo’n brief schreef, of een gedicht waarin hij zetten met wie hij dacht zich te gaan verlo- vrouw. heel zijn ziel en zaligheid legde. Ik kreeg al- ven. Later volgde de kennismaking met pas- Het werd altijd over de band gespeeld, li- tijd al zijn bundels, voorzien van een prach- tor Hans Stolp met wie hij ging samenwo- terair gestileerd. Ik wist nooit goed wat ik tige opdracht, maar ik kon daar nooit he- nen in een dertiende-eeuwse oude pastorie daarmee aan moest. Als je een avond met lemaal adequaat op reageren. Ik vond met in Zuidhorn. Ze organiseerden regelmatig hem had zitten praten kreeg je de vol- name zijn vroege poëzie erg moeilijk, wat grote diners. Iedereen moest dan iets voor- gende dag een brief in dat typische hand- onpersoonlijk ook. In mijn reactie stond dragen of zijn lievelingsgedicht meenemen. schrift. Schrijven was voor hem een ma- ik naar mijn gevoel vaak met de mond vol Mooie, gedenkwaardige avonden. Een tijd- nier om zichzelf mee te delen aan anderen. tanden.’
    • 100 DE VERHALEN PROFIEL Oek de Jong: ‘De vonk sloeg onmiddellijk over. Ik wist: dit is een verwante geest. Hij ver- telde me hoe hij als student al het gevoel had dat hij Eckhart moest vertalen. Eckhart vond in Jellema een vertaler die je maar eens in de honderd jaar tegenkomt: een goede germanist, een geschoolde theoloog en ook nog eens een dichter. Wat zijn eigen werk betreft, mij zijn de latere, vrije verzen het liefst. Door zijn verbondenheid met de tradi- tie heeft Jellema zich buiten de mainstream geplaatst. Maar Ida Gerhardt heeft bewe- zen dat een dergelijk dichter zich een indrukwekkende plek in de literatuur kan verwer- ven. En ik moet zeggen, ik geef dan de voorkeur aan Jellema boven Gerhardt.’ — Interieur van landgoed Oosterhouw. ‘Zijn huis, Flanor liefdewerk oud papier was. doen, maar dat strookt niet met mijn taakop- zijn gedichten, niets was spontaan, het was Vlak voor zijn dood ben ik naar hem toe ge- vatting. Ik heb pas gaandeweg doorgekregen allemaal doordacht’ gaan om te vragen wat hij zich daarbij voor- wat voor groot blijk van vertrouwen dit is ge- stelde, bij “literair erfgenaam”. Hij heeft me weest. Cor noemde mij zijn “beredderaar”. toen bijna letterlijk bij de hand genomen en Dat beschouw ik als een eretitel.’ door het huis geleid. “Ik ben een soort eek- Cor Jellema was altijd al heel nauwgezet over Literair erfgenaam van C.O. Jellema werd le- hoorntje,” zei hij. “Ik heb overal stapeltjes lig- elke snipper papier, vertelt Hans Stolp, pas- raar Nederlands Gerben Wynia. Tot zijn ver- gen. Ik wijs ze wel aan, dan hoef je later niet te tor, schrijver en ex-partner. “Dit moet la- bazing. ‘Was hij soms verliefd op je, hebben zoeken.” Het bleek een enorm archief. Alleen ter naar het Letterkundig Museum,” zei hij mensen me wel eens gevraagd. Maar dat weet al vijf, zes meter mappen met corresponden- dan. We ontmoetten elkaar bij de gespreks- ik niet, voor dat soort dingen heb ik geen an- tie. Een kostbare schat voor een toekomstig groep De Kringen, een initiatief van domi- tenne. Ik heb Cor leren kennen nadat ik hem biograaf. Ik zie hem nog staan, de arm in mi- nee Klamer, bestemd voor wat toen met vroeg of hij een gedicht wilde vertalen van tella, door de verlamming vanwege de uit- een vreselijk woord “christenhomofielen” Stefan George voor een bibliofiel boekje voor zaaiingen. Op zijn bureau, enigszins verstopt heette. Cor en ik hebben aan het eind van de Willem Brakman. Per kerende post kreeg ik tussen een driedelig Middelhoogduits woor- avond de afwas gedaan. Hij had in zijn ogen antwoord en een kladje van een proefverta- denboek, haalde hij een klein notitieboekje iets wat me diep raakte. Een grote fijnzinnig- ling. We begonnen brieven uit te wisselen te voorschijn. “Moet je ook meenemen.” Het heid. Vanaf dat moment zijn we samen ver- en algauw werd het minder ‘geachte heer’. bleken zeer persoonlijke ontboezemingen, der gegaan. Ik was een student theologie van Het werd een intensieve correspondentie, notities en gedachten. Ook zeer openharti- drieëntwintig, hij was wetenschappelijk me- die geduurd heeft tot vlak voor zijn overlij- ge erotische bekentenissen. Privégedachten dewerker en vierenhalf jaar ouder– vanaf het den. Ik bezit honderden brieven van hem. die ik liever niet gelezen had. Bij het lezen er- begin zat er een ongelijkwaardigheid in die De eerste keer dat ik bij hem op bezoek ging, van voelde ik bijna een soort gêne. Mensen ons later genekt heeft. had ik het gevoel dat ik bij een negentiende- doen vaak voorkomen alsof hij totaal ver- eeuwer terecht was gekomen. Iemand van geestelijkt was. Daar geloof ik niks van. Hij Cor heeft lang geen vrede gehad met zijn Russische landadel. Ik durfde niet eens ach- kon intens genieten van mooie maaltijden, homoseksualiteit. Vóór mij had hij een die- ter mijn oren te krabben. Uiterste etiquette, mooie mensen, een mooi glas wijn. Hij ging pe vriendschap gehad met Henk van de Wall zeer erudiet. Tegelijkertijd wist ik: dit is een zinnelijk door het leven. Werd ook veelvul- Repelaer. Die heeft het uitgemaakt om te lieve, kwetsbare man. Je werd soms bekro- dig verliefd. gaan trouwen en dat heeft hem lang beves- pen door de neiging een arm om hem heen tigd in de gedachte: in onze kringen hoor te slaan en te zeggen: “Kom op, Cor.” Ik heb Ik heb de beschikking gekregen over al zijn je in het huwelijk te treden. Zijn moeder dat nooit gedaan. Ik denk ook dat weinigen dagboeken. Ik moet zeggen, dat is geen had grote moeite met de homoseksualiteit dat gedaan hebben, want tegelijkertijd riep vrolijke lectuur. Ongelooflijk tobberig. van Cor. Toen zijn jongere broer Anne Otto hij een grote afstand op. Hij gedroeg zich ge- Woorden als schuld, verdriet en pijn komen trouwde, mocht ik niet mee naar het huwe- remd en terughoudend. daar vaak in terug. Dat was ook een kant van lijk. Cor durfde niet tegen zijn moeder in te Toen Cor doorkreeg dat ik een meer dan op- Cor. Dat was soms ook zichtbaar. Er zijn fo- gaan. Zij was een dochter van rijke herenboe- pervlakkige belangstelling had voor zijn to’s, als je die ziet, kun je wel janken. Er staat ren uit Oost-Groningen, een harde vrouw. werk, ging hij me steeds vaker dingen opstu- op mijn bureau een foto die ik heb gekregen Cor was bang voor haar, heeft zich nooit he- ren. Interviews, voorpublicaties, zei: bij jou van Klaas. Soms word ik niet goed van die me- lemaal van haar kunnen los vechten. Zijn is het in goede handen. Ik archiveerde alles lancholieke blik. Dan leg ik de foto plat neer vader was een lieve man, ik heb nog steeds ‘Hij leed eronder dat er een soort scherm was tussen hem en de zeer nauwkeurig. In eigen beheer heb ik vijf boeken van hem uitgegeven. De zorgzaam- en zeg: ‘Sorry, Cor, nu even niet.’ Alle auteursrechten op het werk van Jellema theologische handboeken van hem in de kast staan. Hij was evenmin tegen die vrouw mensen, waar hij niet doorheen kon breken’ heid waarmee dat gebeurde ontroerde hem. En het sprak hem aan dat ons uitgeverijtje berusten bij mij. Ik had het bezorgen van zijn Verzameld werk door iemand kunnen laten opgewassen, hij sloot zichzelf in de studeer- kamer op. Zij weigerde de rol van dominees-
    • 102 103 DEEL VRIJ NEDERLAND RUBRICERING 17 DECEMBER 2005 Met de klok mee: Christiaan Klasema, Hans Stolp, Gerben Wynia en Klaas Noordhuis Ger Siks, kunstschilder: ‘Cor was een romanticus in hart en nieren. Tien jaar geleden zei hij tegen Trudy, mijn vrouw: “Het wordt tijd dat ik een paard voor je koop. Als ik dood ben wil ik dat je met je losse blonde haren aan komt galopperen bij mijn graf met blau- we anemonen. En dan niet in een tuiltje, nee, ik wil dat je ze sprenkelt over mijn graf.” En dus brengt Trudy nu ieder jaar trouw blauwe anemonen naar zijn graf bij het kerk- je van Saaksum, al doet ze dat met haar Opel Astra’tje in plaats van met een paard.’ Huwelijksfoto van Cor Jellema (rechts) en Klaas Noordhuis. ‘Anderhalve week nadat we gehoord hadden dat hij kanker had, zijn we getrouwd’ ARCHIEF JELLEMA vrouw te spelen, hij stond overal alleen voor. binnengeleid. Soms heb ik hem geholpen raakte hij gebiologeerd door een boek van Cor dacht dat ik presentabel zou zijn omdat met vertalingen. Hij kwam altijd met alle Forster: Maurice. De hoofdpersoon, die ho- ik theologie studeerde, maar zo werkte het teksten naar mij toe, ook nog lang nadat wij moseksueel is, gaat er met de tuinman van- niet. Als ze bij ons logeerde en we met zijn uit elkaar waren. Het is uiteindelijk naar af- door en vertrekt naar Amerika om een nieuw drieën aan tafel zaten, weigerde ze om met gelopen. Ik heb in de krant moeten lezen dat leven op te bouwen. Ik voelde: dit gaat over mij te praten. We spraken dus allebei apart hij was overleden. Ik heb het verdrietig ge- iets heel wezenlijks. Zodra Klaas op het to- tegen Cor. Cor was niet in staat om daarmee vonden dat er niet het kleinste briefje voor neel verscheen, wist ik het. om te gaan. Ik vond het mooi dat hij aan het me klaar lag. Helemaal niks. Dat doet pijn. einde van zijn leven toch nog getrouwd is. Nog steeds. Ik heb twee jaar lang verdragen dat hij ieder Dat kun je bijna zien als een late overwin- De problemen tussen ons begonnen te ont- weekend naar Klaas ging. Op zijn verjaardag ning op zijn moeder. staan toen ik een eigen wereld kreeg, met ging hij met Klaas naar een hotel. Als ik pro- We zijn uiteindelijk achttien jaar samen ge- name toen ik ziekenhuispastor werd in testeerde zei hij: “Homoseksualiteit is iets weest. Hij heeft mij de wereld van cultuur Groningen. Cor werd jaloers. In diezelfde tijd anders dan heteroseksualiteit. Homo’s kun-
    • 104 DE VERHALEN PROFIEL Rutger Kopland: ‘Er is veel “Noorden” in zijn poëzie, er wordt veel gekeken naar de we- reld van zijn ouders, zijn voorouders en zijn eigen jeugd. Veel gedichten roepen die we- reld op, doordrongen van een verlangen naar “oorspronkelijke heelheid”. We zien de wereld, maar er is een onoverbrugbare scheiding tussen haar en ons. Om haar werke- lijk te “zien” zouden we tot die wereld moeten behoren, haar zelf “zijn”. In een van zijn essays schrijft Jellema: “Poëzie, de magie van poëzie, lokt ons tot bijna over de grens van het zien en het zijn.” Poëzie als poging tot herstel van onze onvoltooidheid, als poging om even, voor de duur van het gedicht, “de heelheid van het ene durende Nu” op te roe- pen. En inderdaad, zo’n typisch Cor Jellema-gedicht kan dat bij mij, dat verlangen op- roepen en vervullen. Even.’ — Slaapkamer van landgoed Oosterhouw lende kracht van vergeving. Schrijver: Hans een lastige vrouw. Als de jongens uit school Stolp. Slaat de eerste bladzij open, wijst op de kwamen, stond er een glas melk voor ze klaar opdracht op de eerste pagina: ‘In dankbaar- en was mama altijd aan het rusten. Dat glas heid opgedragen aan hen die mij de moeilij- melk ging eindeloos vaak om. Waarschijnlijk ke les van vergeving leerden. Mijn moeder uit woede. Er is een portret van die drie jon- en C.O. J……’ getjes. Cor kijkt heel waakzaam, Max onge- nen van twee mensen tegelijk houden, dat Slaat dan het boek dicht en zegt: ‘Weet je looflijk bang en Anne Otto kijkt van: blijf van is geen probleem.” Toen zijn nieuwe dicht- waar ik blij om ben? Dat hij op de dag van zijn me af. Eigenlijk een heel griezelige foto. Alle bundel verscheen bestond die voorname- dood de laatste hand heeft gelegd aan het drie stralen ze iets uit van: noli me tangere, lijk uit liefdesgedichten over Klaas. De bun- vertalen van de preken van Tauler, de Duitse raak me niet aan. del was ook aan hem opgedragen, iets wat mysticus. Een tijdgenoot van Eckhart. Ons Mijn schoonmoeder wilde dat haar jongens bijna onverdraaglijk was. eerste weekend samen zijn we in een hotel in het hoogste van het hoogste zouden berei- Ik heb het Klaas niet kwalijk genomen. Een Drenthe daaraan begonnen. Ik vond het heel ken. Tegen Cor werd tot op hoge leeftijd ge- derde kan er uiteindelijk niets aan doen. Op ontroerend te horen dat hij daarmee zijn le- zegd: je had allang professor kunnen zijn. een dag heb ik gezegd: Cor, we moeten pra- ven is geëindigd. Als je me vraagt naar goe- Jarenlang werd er gevraagd: Cor, wanneer ga ten, zo kunnen we niet verder. Waarop Cor de herinneringen kan ik dat alleen maar sa- je promoveren? Het antwoord dat nooit ge- reageerde met: “Ik heb er een gedicht over menvatten met: hij was mijn grote liefde.’ geven werd, maar wel in praktijk gebracht, gemaakt.” Ik zei: Cor, ik heb altijd geluis- was: dus nooit. Cor kon feilloos voordoen terd naar je gedichten. Maar nu wil ik geen Het was geen gelukkig gezin waar de jongens hoe ze reageerde als er een nieuwe dicht- gedicht maar een gesprek. Hij werd razend. Jellema uit voortkwamen, vertelt Adrienne bundel uitkwam. Dan pakte hij met een vies Scheurde de hele nieuwe dichtbundel in Jellema, weduwe van Anne Otto, de jongere gezicht tussen duim en wijsvinger een ima- stukken en verbrandde de resten in de open broer van Cor die een halfjaar voor hem is ginair boekje beet en zei: “En, weer zo’n dun- haard. Cor was doodsbang om te praten. Ik overleden. ‘Het waren betrekkelijk oude ou- netje?”’ snapte zijn onmacht, maar het heeft het ver- ders. De moeder van Cor was 41 bij de komst ‘Moeder Jellema was groot van gestalte, pik- werkingsproces wel heel zwaar gemaakt. van Cor. Er waren elf jaar overheen gegaan zwart geverfd haar, geaffecteerde stem,’ ver- De laatste avond dat ik thuis was hebben we eer er kinderen kwamen. De zonen hebben telt Anne-Marijke van Wieringen, huisvrien- samen eten staan koken. Ik stond achter het er achteraf vaak over gespeculeerd waarom din en vroeger buurmeisje. ‘Ze sliep zomer fornuis en voor het eerst sloeg hij zijn arm dat niet eerder het geval was. In het begin van en winter tussen de middag buiten – waar- om mijn schouder. Ik zei: Cor, weet je dat dit hun huwelijk zijn hun ouders naar Davos ge- schijnlijk een overblijfsel uit Davos. Dan lag de eerste keer is sinds we elkaar kennen dat gaan, waar mijn schoonvader als predikant ze op een roodgeblokte deken op een bed te- je dit doet? Hij kon het niet. Hij was niet in verbonden was aan het Nederlands sanato- gen de garage. Een zeer formele vrouw. Ik staat tot tederheid. Ik was altijd degene die rium. Hij was een hoogstaand mens, het be- kwam naast de familie te wonen toen ik der- hém beetpakte. schouwende karakter van Cor valt zeker op tien was en ik keek mijn ogen uit. “De jongens hem terug te voeren. Mijn schoonmoeder Jel”, zoals ze spottend werden genoemd, za- Toen ik wegging kwam al mijn creativi- kon heel schwärmerisch over Davos praten. gen eruit of ze uit een vorige eeuw kwamen. teit vrij. Ik schreef een kinderboek voor Ze was een behoorlijke flirt en er zijn tallo- Ik had gebleekte haren, groene nagellak en Lemniscaat: De gouden vogel. Vanaf het mo- ze foto’s met vrienden op ski’s of op de al- een lila spijkerbroek, zij droegen een jagers- ment dat ik wegging openden zich mijn pa- penweide. Het was zo’n huwelijk waarvan je jas met gebreide kousen en broeken tot op ranormale vermogens. Inmiddels heb ik denkt: waren ze maar uit elkaar gegaan. Haar hun knie. Als het slecht weer was vaak ook ‘Zonder afgunst kon hij horen dat ik de poëzie van Rawie dertig boeken gemaakt over esoterisch chris- tendom. Ze worden vertaald in Engeland, leven bestond uit toneel en buitenkant. Zijn moeder kwam uit een rijke Groningse fami- nog overschoenen. Ze zagen er níét uit. Die eerste gedichten van Cor ademen iets toegankelijker vond. Hij was hooguit een beetje verdrietig’ Duitsland en Amerika.’ Hij staat op, komt terug met een boek. De he- lie. Ze bezaten veel land en lieten zich daar ook op voorstaan. Een naar trekje. Zij was van dat rare plechtstatige van die familie. Cor studeerde al, maar was veel thuis om
    • 108 DE VERHALEN PROFIEL Marjoleine de Vos: ‘Ik begon zijn poëzie beter te begrijpen nadat ik hem had geïnter- viewd over zijn gedicht “Het kerkje van Fransum”. Ik begon me net te interesseren voor religie en zingeving. Cor Jellema is een gids voor me geweest, hij stelt goede vragen in zijn gedichten, er wordt altijd gezocht naar het aanwezig zijn in het hier en nu. Hij be- nadrukt hoe je door het denken afstand schept tussen jezelf en de wereld. De omslag die je in latere jaren ziet in zijn poëzie heeft, denk ik, te maken met Oosterhouw. Het bij- na kloosterlijke bestaan van ’s ochtends werken en ’s middags de tuin in, bood een goed tegenwicht voor al dat denken. En Eckhart heeft de rest gedaan.’ — De tuin van landgoed Oosterhouw. ‘’s Ochtends Ger Siks met zijn vrouw Trudy Kramer en heb ik gedacht: dit schilderij legt precies de ging Cor om halfacht achter zijn bureau zitten, Fritzi Harmsen van Beek die op dat moment ongelijkwaardigheid bloot waar onze rela- werkte dan tot halfeen. De middag werd besteed mijn vriendin was. tie mank aan ging. Nadat we uit elkaar wa- aan tuinwerk’ Tien jaar lang exposeerden we ieder jaar in de ren gegaan, belde Cor me op. Zei laconiek: maand december en Later is dat gezelschap “Ik heb jou weg laten schilderen, en er een uitgebreid met Jean Pierre Rawie en ande- aap voor in de plaats laten zetten.” Het rare tot in de kleinste details. Zo ruimde hij na ren. Cor verzamelde graag mensen om zich was, die aap kwam mij helemaal niet vreemd een diner altijd de tafel af met aan zijn arm heen. Hij probeerde op dat soort avonden voor. Integendeel, het leek bijna vanzelfspre- een porseleinen emmertje met een rieten altijd de mensheid te verheffen. Het moest kend.’ hengsel, met daarin twee compartimenten, méér zijn dan een avondje met vrienden, het Volgens Matthijs Röling was het een aap één voor het grote en één voor het kleine be- moest “zielsverheffend” zijn. Hij organiseer- zonder symbolische bijbedoeling: ‘Cor wil- stek. Typisch iets van bij hen thuis. Daarna de veel. Niet altijd even gelukkig. Cor hield de Hans weg hebben, en er moest iets komen werd er met zijn allen afgewassen waarbij erg van gezang. Inviteerde ons regelmatig op die plek, want daar was dat hele schilde- Cor zorgvuldig het schort ombond. Koken en op huisconcerten. Nu ben ik geen liefhebber rij op gecomponeerd. Ik heb er toen een aap afwassen vormden zoals Cor zei: de humus van Schubert, zeker niet als het door twee- neergezet – dat is door sommige mensen op- van het bestaan.’ derangs tenoren wordt gezongen, maar Cor gevat als een wraakneming.’ C.O. Jellema verkeerde graag in het gezel- kon daar maar niet genoeg van krijgen. Dat schap van schilders, zegt Matthijs Röling. was wel eens een lange zit. Klaas Noordhuis, weduwnaar van Cor ‘Hij was daar zeer welkom, want schilders Ik luisterde graag naar Cor als hij vertelde Jellema, vindt het een mooi doek, ‘maar als zijn over het algemeen zeer saaie mensen over poëzie of Meister Eckhart. Zijn eigen het mij was overkomen, had ik er een mes die hard dichters nodig hebben.’ De schil- werk vond ik lastiger. Ik heb hem wel eens doorgehaald.’ Hij leerde Cor kennen als klant der leerde Cor Jellema kennen via zijn eerste eerlijk gezegd: een goeie sinterklaasdichter van zijn tuincentrum in Zuidhorn. ‘Een van vrouw. ‘Zij is Duitse, ging college lopen in vind ik leuker. Zonder afgunst kon hij horen mijn allerbeste klanten. Hij maakte avances, Groningen. De afdeling Germanistiek vond dat ik de poëzie van Jean Pierre Rawie toe- maar ik was daar eigenlijk niet aan toe. Ik had zij niks, op één uitzondering na: de jonge do- gankelijker vond. Misschien was hij hoog- nooit een vaste relatie gehad, dacht dat ik cent Jellema. uit een beetje verdrietig. Cor kon héél goed voor eeuwig vrijgezel zou blijven. Cor heeft Het eerste wat ik dacht toen ik Cor ontmoet- verdrietig zijn. Zeker die laatste jaren kwam mij met veel geduld veroverd. Had daar al- te: dit is kostbaar porselein. Ik vond het een er een diepe melancholie door zijn gezicht les voor over, zelfs om die prachtige pastorie uitzonderlijk schuwe, breekbare jongen. Ik heen. Ken je dat portret dat ik van hem ge- in Zuidhorn te verlaten en naar Groningen was een van de eerste buitenstaanders aan schilderd heb?’ te gaan. Ik wilde niet in de erfenis van ander- wie hij verteld heeft dat hij homofiel was. mans verbintenis zitten en ook niet tussen Nee, dat schiep geen verwarring, ik kan Dat portret is een schilderij met een verhaal. mijn klanten wonen. goed tegen homofiele aantrekkingskracht. Misschien dat het daarom altijd ontbroken Mijn eerste indruk van Cor: een aristocrati- We hebben hooguit wel eens met een lich- heeft op de grote tentoonstellingen van sche man die veel warmte bij zich had. Hij te meewarigheid afscheid van elkaar geno- Matthijs Röling. Hans Stolp, ex-vriend van straalde veiligheid uit. Mijn leven was op dat men: Nee, jongen, het zit er niet in. Cor Jellema: ‘Oorspronkelijk was het een por- moment erg chaotisch. Ik lag vrijwel in de Cor ontwikkelde zich tot een veelzijdig man, tret van ons samen. Vooraan zat Cor, neerge- goot toen ik Cor leerde kennen. Cor schiep al werd van liefhebber steeds meer een kenner. zet als een herenboer met de blauwe ring snel structuur, dat gaf rust. Cor heeft veel ta- Toen ik samen met collega’s van de Academie met het familiewapen, ik stond er als een lenten bij me wakker geroepen. In Groningen ‘Uiterste etiquette, zeer erudiet. Tegelijkertijd wist je: dit is een Minerva de Fuji Art Association oprichtte, hebben we Cor gevraagd onze spreekstal- soort slaafje achter. We hebben een officiële vernissage gehad, met allerlei vrienden er- ben ik een ontwerpbureau begonnen voor tuinen. De eerste tuin heb ik ontworpen voor lieve, kwetsbare man’ meester te worden. Wij, dat waren Wout Muller en zijn vriendin Clary Mastenbroek, bij, op het laatste moment het doek eraf. Ik was er doodongelukkig mee. Achteraf Cor, een vierkante stadstuin. Na onze verhui- zing naar Leens ben ik begonnen met het
    • 38 DE VERHALEN OEK DE JONG INTERVIEW ‘Tot mijn veertigste heb ik in een niet aflatende storm geleefd’ Deze week verschijnt ‘De wonderen van de heilbot’, het van het genre. En het belangrijkste dat ik heb ontdekt, is iets dat mijn lezers al vijfentwin- dagboek dat Oek de Jong bijhield tijdens het schrijven tig jaar weten: dat ik een romanschrijver pur van ‘Hokwerda’s kind’ (2002). Reden voor een gesprek sang ben. Vorig jaar heeft Milan Kundera een schitterend essay over de roman gepubli- over de taak van de roman, het noodlot van zijn geboorte ceerd, Le rideau. Kundera beschouwt de ro- en seks in de literatuur. ‘“Hokwerda’s kind” is de eerste man als een van de belangrijkste uitvindin- gen van onze beschaving; hij noemt het een roman waarbij ik me tijdens het schrijven volledig instrument, een ladder waarmee je afdaalt in bewust ben geweest van wat ik aan het doen was.’ de menselijke geest. Er is, zegt hij, geen lad- der waarmee je dieper komt.’ TEKST ELISABETH LOCKHORN Je schrijft in ‘De wonderen van de heilbot’, Van ‘Hokwerda’s kind’ werd gezegd: een ro- FOTOGRAFIE JASPER ZWARTJES het dagboek dat je bijhield tijdens het schrij- man met naturalistische noodlottigheid. ven van ‘Hokwerda’s kind’: ‘Ik moet mezelf Anderen hadden het zelfs over ‘determinis- I opnieuw uitvinden als romanschrijver.’ Wat tische trekjes’. n zijn fraaie achterhuis aan de heb je ontdekt? ‘Uit de reacties op Hokwerda’s kind kon je Keizersgracht, uitkijkend over win- ‘Toen ik aan Hokwerda’s kind begon, had opmaken dat we leven in een tijd dat men- terse grachtentuinen, zegt Oek de ik bijna veertien jaar geen roman meer ge- sen er van overtuigd zijn dat het leven maak- Jong een beetje verlegen: ‘Nee, ik heb schreven. Ik was de routine kwijt en ik wist baar is, dat zij als individu de vrijheid heb- de toneelvoorstelling Hokwerda’s niet meer wat voor romanschrijver ik ei- ben om te zijn wie ze willen zijn. Dat wordt ze kind nog steeds niet gezien. Het stuk is genlijk was. Hokwerda’s kind is de eerste ro- van alle kanten wijsgemaakt en aangepraat, anderhalf jaar geleden in première ge- man waarbij ik me tijdens het schrijven vol- terwijl ik er van overtuigd ben dat je in ho- gaan, heeft prachtige recensies gekregen, is ledig bewust ben geweest van wat ik aan het ge mate het product van je ouders bent, al- onlangs zelfs in reprise genomen, maar ik doen was, volledig bewust van het metier. Bij leen al genetisch is dat zo. Ik ga steeds dui- wilde mijn eigen beelden niet laten verdrin- Opwaaiende zomerjurken ging ik voorname- delijker zien hoe ik de eigenschappen van gen door de voorstelling. Maar nu er weer een lijk intuïtief te werk. Bij Hokwerda’s kind heb mijn vader en moeder in mijzelf verenig. boek uit is en ik flink gevorderd ben met een ik veel nagedacht over schrijvers die me in- Het lijkt of we een compleet ander leven lei- nieuwe roman, verdwijnt Hokwerda’s kind spireerden: Tsjechov, Tolstoj, Kawabata en den, maar dat is maar schijn, de bandbreed- achter de horizon. Ik denk dat ik van de week Carver. Ik ben me gaan verdiepen in de ge- te is veel kleiner dan we elkaar wijsmaken. ga kijken.’ schiedenis van de roman, de ontwikkeling Belangrijk in de relatie tot mijn ouders is dat
    • 40 41 DE VERHALEN VRIJ NEDERLAND OEK DE JONG 25 FEBRUARI 2006 ‘Kinderen die heen en weer geslingerd Dat bracht me in een scheve verhouding tot andere kinderen. Toen we weggingen, had In je essaybundel ‘Een man die in de toe- komst springt’ zet je de schilders Friedrich en ven. Ik herinner me hoe ik in die tijd aan het klussen was in huis. Met een breekijzer wrik- te kost. Het voornaamste probleem is de ter- minologie. Tussen wetenschappelijk jargon worden tussen loyaliteit en verzet, ik weet ik het Fries net onder de knie. Thuis spraken we altijd Nederlands. Van mijn grootvader, Bacon neer als twee tegenpolen: Friedrichs zucht naar zingeving en symbolen tegenover te ik een lattenstelsel van de muur en terwijl ik daarmee bezig was, besefte ik: dit is wat ik en schuttingtaal bestaat eigenlijk niks. Ik heb er wel eens een bargoens woordenboek er alles van’ die meubelmaker was, had ik een polsstok gekregen. Ik was altijd aan het slootje sprin- Bacons rauwe en illusieloze lichamelijkheid. Je beschrijft jouw eigen positie als iets daar aan het doen ben, ik ben in mijzelf een heel oud systeem aan het loswrikken en afbreken bij gepakt, maar aan die vijfentwintig syno- niemen voor penis heb je niks, daarmee kom gen. Na school was het meteen: laarzen aan, tussenin. Je eindigt het hoofdstuk met: ‘Ik leef omdat ik het niet meer nodig heb. Ik besloot je al snel in het komische of volkse terecht. korte broek. En dan oefenen. Net toen ik Fries en ik schrijf, ik verzamel beelden en ideeën en in therapie te gaan en tegelijkertijd ben ik Toch, als je het hebt over de vernieuwing van kon spreken en over sloten kon zwiepen, gin- te samen vormen ze mijn zinrijk dat aan ge- twee dagen per week gaan werken met zwak- de roman, denk ik dat er juist op het gebied gen we naar Goes waar ik in een compleet an- stage verandering onderhevig is. Het is een zinnigen in de tuinderij van Schorlewald, van erotiek en intimiteit veel nieuwe moge- dere taal terecht kwam. Op school ben ik nog tentje dat ik overal op kan zetten, een licht een antroposofische inrichting. lijkheden liggen. Nabokov beziet de roman twee weken lang koppig Fries blijven spre- ding.’ Zwaar fysiek werken bleek een goed antide- in termen van evolutie. De Europese roman ik op een dag besloten heb mijn ouders te le als literaire talenten. In de vierde en vijfde ken, maar toen moest ik het opgeven. De hele ‘Dat is nog steeds mijn positie en ik denk dat pressivum. De eerste keer dat ik er heen ging, weerspiegelt voor hem de ontwikkeling van gaan interviewen. Misschien ben ik daartoe klas van het gymnasium heb ik les van hem lagere school ben ik het als een verraad blij- dat ook zo zal blijven. Onze overlevingskan- was ik doodsbang. Ik liep over een zonnig het Europese bewustzijn, laat zien wat we pu- wel geïnspireerd door Andreas Burnier, die gehad. Dat was niet aangenaam. Het was ook ven voelen om het Zeeuwse volkslied mee sen zijn eenvoudigweg groter als we ons le- grasveld naar een gebouwtje voor een eerste bliek durven maken, wat we belangrijk vin- mij ooit gezegd heeft: “Eigenlijk zou ieder niet prettig om op een kleine school van drie- te zingen, dus meestal mimede ik dat maar ven zin weten te geven, het veraangenaamt gesprek en op die snikhete zomerdag kwam den, hoe we het leven zien. Pas halverwege de mens een biografie van zijn vader en moe- honderdvijftig leerlingen voortdurend ge- zo’n beetje mee.’ ons bestaan. Ik ontleen het woord “zinrijk” er een jongen naar me toe met een capuchon negentiende eeuw bijvoorbeeld is Tolstoj de der moeten schrijven, hoe kort ook.” Ik ben confronteerd te worden met je vader als au- aan de dichter Chris van Geel. Ik zie mijn zin- over zijn hoofd. Hij ging recht voor me staan eerste geweest die over een bevalling heeft begonnen met mijn moeder. Een paar maan- toriteit. En dan ook nog eens net in de jaren In je dagboek schrijf je: ‘Het is mijn grootste rijk dus niet als een huis, iets onbeweeglijks, en vroeg doordringend: ken jij mij? Ik wist geschreven. Een van de belangrijkste gebeur- den lang ben ik iedere zaterdag naar haar dat de gezagsverhoudingen geweldig onder blunder dat ik mezelf ooit badinerend een maar als een tentje. Het beschermt tegen de meteen: het klopt dat ik hier ben. Iedere vrij- tenissen in het leven. Maar over seks kon toegegaan. Dan zaten we aan de keukenta- spanning kwamen te staan. Thuis waren er mysticus heb genoemd.’ Heb je het gevoel dat ergste wanhoop en kou en maakt het me mo- dagochtend stapte ik om zeven uur op de Tolstoj nog niet schrijven. In Anna Karenina fel met een bandje erbij. Het is het langste en felle conflicten over godsdienst. Die debat- het je schade heeft berokkend? gelijk om van het leven te houden. Maar ik trein. Ik verkeerde dan in een vreselijke toe- kun je de liefde van Anna en Wronski op een intiemste gesprek geweest dat ik ooit met ten vonden altijd plaats in de studeerkamer ‘Ja, ik heb lang nagedacht over de heftigheid blijf altijd beseffen dat het maar een tentje stand, het was alsof ik door modder waad- gegeven moment niet meer navoelen omdat mijn moeder heb gevoerd. Het heeft bij mij van mijn vader en eindigden steevast in ge- van de kritiek op De inktvis. Ik denk dat de is, een constructie.’ de. Iedereen maakt zijn eigen definitie van de seks buiten beeld moest blijven. Terwijl veel liefde gegenereerd. Mijn moeder, die in- schreeuw. Dan kwam mijn moeder haastig hardheid en agressiviteit ervan een reactie wat een depressie is, voor mij is het een staat van Tolstoj bekend was dat het een fysieke, middels dood is, is geboren in 1926. Ze was thee brengen om het te sussen. Voor mijn ou- was op het succes van Opwaaiende zomer- Schrijven beschreef je ooit als een soort pra- van absoluut afgesneden zijn. Van je vitali- viriele man was die veel seks had. Zijn vrouw een vrouw met een beperkte ontwikkeling. ders was mijn geloofstwijfel een schok. Hun jurken en Cirkel in het gras. In De inktvis heb ten tegen vrienden om ze iets over jezelf te teit, van de dingen, van de mensen. Het is ab- heeft elf, twaalf kinderen gebaard en hij deed Anticonceptie is voor haar net te laat geko- hele huwelijk, hun hele levensvisie was geba- ik mezelf kwetsbaar gemaakt en ik werd met- vertellen. soluut de dood van de ziel. Je hebt te maken het op zijn landgoed met alle meisjes van het men. Ze heeft vijf kinderen gehad, is negen seerd op het geloof. Wat zij in de jaren twin- een keihard aangepakt. Maar er speelde ook ‘Dat is lang geleden. Maar toen ik Opwaaiende met een verlamming van de wil, verkeert in dorp. Ik weet zeker dat hij daar goed over had keer zwanger geweest, één kindje is doodge- tig, dertig hadden overgenomen van hun ou- iets anders mee: een typisch Hollandse angst zomerjurken schreef, voelde ik me inderdaad een staat van voortdurende droefheid. Na kunnen schrijven. Ik mis dat in zijn boeken, gaan, drie miskramen. Ik ben in 1952 als oud- ders in een eeuwenlange ongebroken keten voor alles wat met religie te maken heeft. zo geïsoleerd dat ik bij het schrijven van het een dag hard werken op de akkers van de net zoals ik dat bij Couperus heb gemist. Van ste geboren na een bijzonder ongelukkige van geloofsoverdracht, zagen ze onder hun Toen mijn werk vertaald werd en ik met bui- boek het gevoel had dat ik in gekostumeer- tuinderij klaarde dat op. Ik logeerde daar, en een echte schrijver verwacht ik dat hij onbe- zwangerschap. Mijn moeder raakte zwan- ogen verdwijnen. In Drachten, waar mijn tenlandse uitgevers in contact kwam, merk- de vorm iets aan mijn vrienden uitlegde. Na ’s avonds werd ik steeds helderder, ik begon kende contreien opzoekt. Dingen waar we ger voordat ze getrouwd was en dat was in vader vandaan kwam, werd in de jaren der- te ik dat er nergens anders zoveel agres- Cirkel in het gras is dat isolement ontaard in zelfs weer te lezen. In het voorjaar van 1995 ons nog nauwelijks van bewust zijn probe- een gereformeerd milieu in de jaren vijftig tig onder gereformeerden nog ernstig nage- sie bestaat ten opzichte van het religieuze een grote crisis. HP/De Tijd schreef er een la- had ik na tien jaar voor het eerst weer zin om ren in een boek te brengen, dát is waar een een groot drama. Ze is overhaast getrouwd dacht over de vraag of je op zondag mocht als bij ons. Nederland is drie, vier eeuwen cherig stuk over: ‘De hellevaart van Oek de te schrijven.’ roman voor dient. Reve heeft de weg gewe- in een gehuurde trouwjurk. Dat was de straf fotograferen. Voor mijn vader is het in de ja- lang het meest religieuze land in Europa ge- Jong’, maar voor mij waren die jaren een zen als het om erotiek gaat. Seksscènes met die ze van haar ouders kreeg: een gehuurde ren zestig echt een beslissing geweest om weest, we hebben onder de knoet van aller- groot drama. Ik was in full swing als schrij- Dat resulteerde in ‘Hokwerda’s kind’, dat door veel overpeinzingen en getob die wel veer- trouwjurk. Er heeft een raar soort noodlot op zondag te gaan tanken. Zondag was im- lei godsdienstwaanzin geleefd, misschien ver en ineens vervulde het schrijven me met de kritiek bejubeld werd als de comeback. tig pagina’s duren, daarmee heeft hij aange- over mijn geboorte gehangen. Mijn moeder mers een rustdag en dan mocht je ook ande- dat dat iets van die heftigheid verklaart. Kijk weerzin. Zelfs met een simpel briefkaartje Geroemd werd vooral de manier waarop je toond dat je met een erotische scène heel wat heeft altijd het gevoel gehad dat ze de onge- re mensen niet voor je laten werken. Zo heeft eens naar de merkwaardige manier waar- had ik problemen. Alsof je als violist ineens over erotiek schreef. Hans Goedkoop had het meer kunt laten zien dan seks. Ik beschouw lukkige staat waarin ze mij gedragen heeft, hij ook lang geaarzeld of er op zondag wel op religie en mystiek lange tijd zijn wegge- geen geluid meer uit je instrument krijgt. zelfs over ‘aanstekelijke en in onze letteren Reve als de godfather van de seksscène in de in mij terugzag. ijs of friet aangeschaft kon worden voor de moffeld in de beschouwingen over de poë- Eén grote blokkade. Als de telefoon gaat, ver- niet vaak vertoonde dampende lust’. Nederlandse literatuur.’ Als kind was ik lastig. Tot mijn veertigste heb kinderen. Ik behoor tot de laatste generatie zie van Hans Faverey, Paul van Ostaijen, Kees starren en niet in staat zijn hem op te pak- ‘Gerrit Krol noemde schrijven over erotiek ik in een niet aflatende storm geleefd. Nu ben die daar middenin heeft gestaan; ik voel wat Ouwens, Lucebert. ken. Pas je huis verlaten nadat je hebt vast- ooit de lakmoesproef van een schrijver. Ik ‘De wonderen van de heilbot’ is niet alleen ik, voor zover ik weet, alleen nog echt lastig dat betreft gek genoeg een verbinding met Ik kan me voorstellen dat een boek niet altijd gesteld dat er op straat niemand is die je zult snap wat hij bedoelt. In een seksscène is het een schrijversdagboek, het is ook een dagboek voor mijzelf, mijn vriendin en mijn uitge- huidige moslimmilieus. Ouders die gecho- meteen geplaatst kan worden. Maar om, zo- moeten groeten. In gezelschap voel je je bij- geringste gebrek aan subtiliteit meteen fa- over jou met Jeanne, jouw vriendin. ver. Nadat de kinderen het huis uit waren, queerd zijn over hoe hun kinderen zich ont- als Arnold Heumakers bij mij deed, dan maar na altijd alleen en dat vervult je met wrok je- taal. Tot mijn verbazing heb ik gemerkt dat ‘Ik heb haar ontmoet bij Frans Kellendonk. zijn mijn ouders gescheiden. Mijn moeder, wikkelen, en kinderen die heen en weer ge- meteen te concluderen dat je als schrijver gens de anderen.’ schrijven over seks me eigenlijk geen moei- Zij deed veel voor hem. Toen hij aids had ge- van jongs af aan opgesloten in haar levens- slingerd worden tussen loyaliteit en verzet, gestorven bent: dat is krankzinnig. Als een angst, is nooit uit de verf gekomen. Ik heb ik weet er alles van. schrijver zich eenmaal gekwalificeerd heeft In je dagboek schrijf je boos: ‘Ik moet naar de daar nachten van wakker gelegen, beklemd Op de een of andere manier heeft mijn leven als schrijver, moet je hem het voordeel van dokter. Pillen halen. Maar ik wil geen pillen.’ door het beeld van de eenzaamheid van haar dikwijls in het teken gestaan van verscheur- de twijfel geven, zou je hem de mogelijkheid ‘Ik zag de depressie als een onderdeel van leven waar ik niets aan kon veranderen.’ de loyaliteiten. Tot mijn zevende heb ik in moeten bieden eens met een experiment te mijn psychische systeem. Dat had te maken Dokkum gewoond, waar mijn vader leraar komen. Beeldend kunstenaars krijgen veel met mijn opvoeding, mijn ouders, mijzelf. En je vader? ‘Mijn vader heeft zich wel degelijk weten te was. Daarna verhuisden we naar Zeeland, meer de kans dingen uit te proberen zon- omdat hij rector kon worden in Goes. Voor der meteen afgeschoten te worden. Zoiets Ik wilde daar doorheen, het niet wegpoet- sen met pillen. Ik zag de depressie als een vij- ‘Ik weiger mezelf alleen maar als een realiseren. Al mijn talenten komen eigen- lijk van hem. Hij was rector, gaf Nederlands hem een promotie, voor mij een grote schok. verpest het klimaat. Het is niet toevallig dat Ik was een nerveus, overgevoelig, angstig tegenwoordig steeds meer auteurs zichzelf and die ik moest verslaan. Wilde hem analy- seren in plaats van afdempen met pillen. Ik chemische fabriek te zien. Met zo’n idee en geschiedenis. Regisseerde op school het schoolcabaret. Een man met zowel muzika- kind. Ik had een lui oog en moest ieder jaar vastzetten in een succesrijk stramien en daar een paar weken met een afgeplakt oog lopen. eindeloos mee doorgaan.’ weiger mezelf alleen maar als een chemische fabriek te zien. Met zo’n idee kan ik niet le- kan ik niet leven’
    • 42 43 DE VERHALEN VRIJ NEDERLAND OEK DE JONG 25 FEBRUARI 2006 kregen en de ziekte hem invalide had ge- prachtig muzikaal portret van haar: een pia- stervende mensen en Frans maakte het nog maakt, reed zij zijn rolstoel, kookte voor nosonate van Schumann voor piano en viool, moeilijker door soms tien, vijftien minuten hem, en ging met hem naar het ziekenhuis. dat is precies Jeanne: lichte, dansende mu- zwijgend in zijn bed te liggen. Maar op een Hij was erg op haar gesteld, hoewel hij over ziek. Jeanne heeft een snelle, artistieke geest. dag gooide hij de deken van zich af, ging in het algemeen niet goed was met vrouwen. Ze staat bekend om haar vermogen om fan- kleermakerszit op bed zitten en heeft een Tussen mij en Jeanne is het heel langzaam tastische maaltijden en feesten te organise- avond lang verteld hoe het was om dood te op gang gekomen.’ ren. Dat huis van haar, hoe vaak daar niet ta- gaan. Hij besefte dat hij niet door kon gaan Aarzelt even, zegt dan: ‘Ik ben in mijn boe- fels aan elkaar geschoven zijn. Als het huis met kwaad en jaloers blijven op iedereen die ken mijzelf vaak vooruit; ik lig in de schrij- gevuld is met vijftien, twintig, vijfentwintig doorging met leven. verij voor op wat er later in de werkelijkheid mensen is zij helemaal gelukkig. Zij heeft dat Zijn laatste verjaardag was heel ontroerend. gebeurt. In mijn boek De inktvis wordt een volle Brabantse katholicisme bij zich. Zij wil Iemand zien in de context van zijn familie min of meer autistisch jongetje door de abt de dingen vieren, alles wordt aangegrepen. kan soms heel onthullend zijn. Bij Frans, de stad ingestuurd. Dat jongetje voelt zich Jeanne oordeelt nooit. Halfgekke of agressie- die vaak heel stijf en afgemeten was, was dat aangetrokken door de extraversie van de ve mannen in de kroeg die ik liever uit de weg nog aangrijpender. Van zijn moeder kreeg markt. De markt neemt uiteindelijk een be- ga, spreekt zij aan met een grap en dan wor- hij een dikke wollen trui, een bizar cadeau langrijke plaats in bij het genezingsproces den het lammetjes. Jeanne kan met de gek- voor iemand die waarschijnlijk nooit meer van dat jongetje. ste mensen omgaan. Randfiguren interesse- buiten zou komen. Twee weken later zou hij Dat Jeanne op de markt stond, was voor mij ren haar.’ zelf het besluit nemen er een eind aan te ma- een bijna magisch signaal. Ik weet nog hoe Hij schiet in de lach: ‘Ik ben eigenlijk ook een ken. Ik heb nog een bijna fotografisch beeld ik naar de Noordermarkt fietste, alleen om soort randfiguur voor haar.’ van hoe Frans, zittend in bed, zijn armen on- Jeanne daar te zien achter haar kraam met handig in die trui steekt. Frans aardewerk en zelfgekweekte bloemen. Je noemde net de naam van Frans Kellendonk. Op de avond dat hij gestorven was, heeft de Op een dag, tijdens mijn tocht erheen, aar- Hoe belangrijk was hij voor jou? familie Ed Spanjaard en mij gebeld of wij wil- zelde ik. Dacht: als ik nu doorrijd, stap ik er ‘Frans was een geestverwant. Hij betekende den komen. Samen met Jan Duyx, de vriend echt in. Ik weet dat ik nog een paar keer in voor mij een belangrijke morele en literaire van Frans, hebben we daar toen een aantal de remmen van mijn fiets heb geknepen, standaard. Frans schreef altijd met het mes uren doorgebracht. Het laatste wat Frans ge- maar ik wist allang: hier kan ik niet meer op tafel. Het was een ingewikkelde vriend- daan had, was luisteren naar een aria van omheen.’ schap, hij was heel afstandelijk en kon soms Purcell: ‘Remember me, but forget my fate’. boosaardig zijn. Een van de boeken die hij Het is de aria van Dido als ze zich op de brand- In je dagboek beschrijf je haar boeketten bij- niet heeft kunnen schrijven, heette ‘Kwaad stapel werpt. Dat was ook de tekst die uitein- na als een lustobject, wulps en sensueel. daglicht’, een echte Kellendonk-titel. delijk op de rouwkaart kwam te staan. Als ‘Ik krijg vaak kleine boeketjes op mijn bu- Die bezoeken aan een stervende Frans heb ik aandenken aan Frans heb ik de grote radio- reau. Zoals sommige vrouwen zich prachtig moeilijk gevonden. Hij lag in een groot bed cassetterecorder gekregen die Frans naast kunnen kleden zonder er bij na te denken, zo in een kamer op de begane grond in zijn huis zijn bed had staan en die zijn laatste verbin- gaat zij met bloemen en planten om. Ze kijkt in de Bethaniënstraat. Een langwerpige ka- ding met de buitenwereld vormde. Ik had veel naar zestiende- en zeventiende-eeuwse mer met achterin een lichtkoepel en een nis hem altijd op Radio 4 staan. Vorig jaar weer- schilderijen, kweekt bloemen die je nooit in met een mooi bad. Het had iets Romeins. Hij klonk ineens de aria ‘Remember me, but winkels of op markten ziet. De wetenschap was ongelooflijk sober, maar daarin had hij forget my fate’. Ik stond aan de grond gena- der bloemen is ooit de “scientia amabilis” ge- zichzelf echt iets toegestaan. Hij heeft daar geld. Daarna heb ik de radio uitgezet. Toen noemd, als je naar Jeanne kijkt, snap je dat. een jaar gelegen. Ik schaamde me soms ka- ik hem de volgende dag weer wilde gebrui- Toen ik haar op mijn veertigste tegenkwam, pot als ik binnenkwam na een stuk hardlo- ken, was hij stuk. Niet gevallen, niks mee ge- had ze al een enorme levenservaring. Ze heeft pen, stuiterend van vitaliteit. Ik was jong, beurd. Zomaar opgehouden. Krankzinnig, twintig jaar heel wild geleefd. Er bestaat een begin dertig, had geen enkele ervaring met hè?’ V HUIB VROONHOVEN — Oek met zijn vriendin Jeanne. ‘Dat Jeanne op de Met Frans Kellendonk na een signeersessie markt stond, was voor mij een bijna magisch signaal’ bij Athenaeum, begin jaren tachtig
    • 44 45 DE VERHALEN VRIJ NEDERLAND OEK DE JONG 25 FEBRUARI 2006 ‘I k heb het werk van Oek de Jong ge- Gallimard is geen uitgever van losse boe- lezen in omgekeerde volgorde. ken, wij houden niet van korte liaisons Antoine Gallimard, mijn baas, en met schrijvers. Wij zetten een oeuvre neer. ik brachten vijf jaar geleden een bezoek Daarom hebben we inmiddels ook de rech- Trouwfoto van Oeks ouders, mei 1952 Oek de Jong op driejarige leeftijd, 26 januari 1956 aan Nederland, net op het moment dat ten van Opwaaiende zomerjurken ge- Hokwerda’s kind uitkwam. Het boek werd kocht. Ik beschouw dat als een klein mees- AD WINDIG begroet als de grote comeback van Oek de terwerk. Onbegrijpelijk dat hij nog maar Jong. zo jong was toen hij het schreef. Toen ik het boek had gelezen, was ik diep Ik was verrast toen ik de rest van zijn werk onder de indruk. Wat een taal, wat een leerde kennen. De drie romans van Oek de prachtige beelden. Ofschoon het een zeer Jong lijken bijna door drie verschillende Hollands boek is, vonden we het zo univer- schrijvers geschreven te zijn. Opwaaiende seel dat we toch besloten het uit te geven. zomerjurken is heel sensitief, Cirkel in het De wijze waarop Oek de Jong het thema gras slim en intellectueel, Hokwerda’s intimiteit uitwerkt, is werkelijk prach- kind soms zeer wreed en gewelddadig. tig. Dat hebben de critici in Frankrijk ook Ik beschouw hem als een groot, klassiek onderkend. Frankrijk zit niet bepaald te schrijver en kijk nu al uit naar zijn volgen- wachten op Nederlandse literatuur, maar de roman. Hij verdient het om vertaald en Hokwerda’s kind is bijzonder goed ont- gelezen te worden in veel landen.’ vangen. Prachtige kritieken en enthousias- te boekhandelaren. Jean Mattern, redacteur Gallimard Bibliografie De wonderen van de heilbot 1977 Twee fragmenten De hemelvaart van Massimo (verhalen) 1978 Lui oog (novelle) 1979 Opwaaiende zomerjurken (roman) 1985 Cirkel in het gras (roman) Na een tentamen aan de VU in de mensa, 1972 1993 Vriendin Jeanne bij het tuinhuis in Muiderberg De inktvis (novellen) 16 augustus, Muiderberg gehad. Over mijn neerslachtigheid. Je wilt terneergeslagen ben. Het is of mijn organis- 1997 niet leven, hield Jeanne me voor. Iets onbe- me een stof mist. Jezelf ‘eroverheen zetten’, Een man die in de toekomst springt (essays) Veel wespen deze dagen. Een wesp in mijn grijpelijks in een mens. Maar toch een feit: dat gaat niet. Want je hebt eenvoudigweg werkkamer, naar binnen gekomen door het dat hij, met maar één leven tot zijn beschik- de stof niet die daarvoor nodig is, of de ter- 1998 zijraam, waar brandnetels manshoog staan. king, temidden van een heerlijkheid, niet wil neerdrukkende stoffen zijn het machtigst. Zijn muze was een harpij; over het wereldbeeld van Wesp die zoekend rondgaat, op mijn boter- leven. Dat hij alles doet om zichzelf het leven Je sluit je af, somber, zwaar op de hand, haat- W.F. Hermans (essay) ham met kaas wil landen en dan verzeild onmogelijk te maken. Sedert een week heb dragend, wrokkig, nijdig, dof. Je wilt ‘niet le- raakt tussen woordenboeken. Een blik in de ik het weer zwaar te pakken. Tien heerlijke ven’, zo heet het dan. Het heeft een geeste- 2002 werkelijkheid van een zondagochtend in au- dagen gehad in de Poitou. Ik ben nog geen lijk en een fysiek aspect, deze ziekte. Ik moet Hokwerda’s kind (roman) gustus, zonnig, licht, bewolkt, licht windje. dag thuis of het is mis. Het is of ik terugkeer naar de dokter. Maar ik ga niet naar de dok- Stemmen uit nabije tuinen. Ik open het raam in een gevangenis, mijn eigen gevangenis. ter, want ik wil geen pillen. Het wordt buiten 2006 naar het terras en laat de wesp naar buiten. Het heeft een fysiek aspect: een zwaar en lam- grijzer, bewolkter. Ik hoor de vloer kraken, De wonderen van de heilbot (dagboek) Drie kwartier geleden heb ik een uitbarsting lendig gevoel in mijn lichaam. Alsof ik diep Jeanne in de woonkamer.
    • 46 47 DE VERHALEN VRIJ NEDERLAND OEK DE JONG 25 FEBRUARI 2006 ‘B ij het lezen van de eerste boeken van literaire spel waarin schrijvers de producen- Oek de Jong en Frans Kellendonk ten zijn en lezers consumenten. was het voor mij alsof de gordijnen Oek schrijft wat hij zelf wil schrijven. Hij werden opengetrokken. Alsof er eindelijk is een meester in het opbouwen van een zon binnenkwam na die vervelende jaren ze- roman die een organische indruk maakt ventig. Mensen denken vaak dat Oek de Jong maar toch heel gestructureerd is. Dat vinden een moeilijke, depressieve man is, maar dat is Hollandse critici lastig. Die houden meer niet het beeld dat ik van hem heb. Hij is geen van Harry Mulisch, daar kun je precies zien wereldvreemde tobber, integendeel. Ik vind hoe het boek in elkaar zit. Bij Oek zie je het hem nieuwsgierig en levenslustig, zou graag timmerwerk niet. Wie daartoe in staat is, be- iets van zijn levenslust hebben. schikt over een grote techniek. Een kunste- Ik heb nooit begrepen waarom de kritiek De naar moet het ambacht beheersen. Het doel inktvis zo heeft neergesabeld. Ik denk dat cri- is uiteindelijk dat je alles kunt maken wat je tici na die dikke romans te makkelijk dach- wilt maken. Daar is Oek aardig dicht bij in ten: hij heeft er even twee verhaaltjes uit- de buurt gekomen. Je zou verwachten dat geramd. Ze hebben niets begrepen van die al die ambachtelijkheid een kunstig rederij- basale, bijna spookjesachtige vertelvorm. kersproza oplevert, maar nee hoor, Oek ver- Oek is niet bezweken voor de verleiding nog rast iedereen met zoiets woest sensueels als een Opwaaiende zomerjurken te schrijven of Hokwerda’s kind.’ een tweede Cirkel in het gras. Hij gaat de weg van een echte schrijver. Voegt zich niet in het Marcel Möring […] ken. Woest werkend brak ik de steel van de maakt een salade van geraspte appel en rau- Handschrift van ‘Hokwerda’s kind’ bezem. Brandnetels met mijn handen vast- we rode biet. We eten op het terras. De zon De voortuin water gegeven. De benen van pakkend (ze branden nu nog), aarde over gaat onder. Avondhemel, stil met windve- Jeanne onthaard. Ik vind blonde haartjes op me heen laten stromen uit bossen onkruid, ren. Ik moet vertellen. Ze eet veel langzamer vrouwenbenen heel lief. Als het op de dijen een bezemsteel knakken – een beetje ma- dan ik en als ik veel praat kan ze me makke- doorloopt naar het schaamhaar, geil ik erop. nisch dus. lijker bijhouden. Ik vertel over het boek van Maar ik vind het ook mooi als ze glad zijn. Heijermans. Na het eten geeft ze me een enve- Ze zat in de fauteuil voor het raam, met d’r ‘Even rust?’ riep ik. Ze kwam. Ik schonk twee lop met foto’s. Een aantal is er genomen door benen omhoog, vrolijk, lief, genietend. glazen witte wijn in, met ijsblokjes uit onze Ad, staande in het water toen ik met Jeanne in nieuwe koelkast. Jeanne in de zon, ik in de de zeilboot wegvoer van de steiger. Ze geeft […] schaduw onder de parasol, met mijn zon- me ook een ansichtkaart waarop twee dol- nebril op en mijn kleren weer aan (want we fijnen te zien zijn, hoog opspringend boven Een paar uur hard gewerkt. Ik verwaarloos gaan er geen lolletje van maken). zee, in een sierlijke dans, glanzend (van ple- dit jaar de moestuin, ik heb er geen voe- zier zou ik haast zeggen) en achterop heeft ze ling mee. De paden geschoffeld, gras en on- Een stuk in Heijermans’ Kamertjeszonde ge- geschreven hoe ze er van genoten heeft dat kruid onder de bessenstruiken uit de grond lezen, een felrealistische roman uit 1896, ik in de beek bij Le Coyou haar dolfijn was. Ik gerukt, brandnetels met mijn blote han- in de stijl van Zola, langdradig soms, senti- dook, zwemmend door het zonverlichte wa- den. Het vuil bijeengeharkt in hopen, de menteel, maar nog heel interessant door het ter naar haar gespreide benen, schoof mijn hopen een voor een op een spitvork gesto- tijdsbeeld dat het geeft van Amsterdam, het snuit ertussen en duwde haar dan met krach- ken en ze, boven mijn hoofd heffend, naar leven in de Pijp. Ik geniet er van. Zeer ook van tige beenslagen door het water tot ik geen de composthoop gedragen. Ik liep in mijn de dialogen met plat Amsterdams er in, de lucht meer had. blote bast. Aardkorrels op mijn hoofd en spreektaal die Heijermans optekent. Ik hou in mijn grijzende borsthaar, mijn kale kop van het Amsterdam van die jaren, 1890, de Nu is het donker. We gaan naar bed. Ik heb met bloedkorsten van het tegen een zolder- stad van Breitner, Gorter, Witsen en noem ze dit opgeschreven om over tien jaar iets te balk oplopen in het huis in Le Coyou. Jeanne maar op. kunnen lezen over een gewone zondag met was aan het werk in een korte witte broek. Jeanne, om deze dag dan weer te kunnen op- Ik keek trots naar haar mooie gladde benen. […] roepen, iets van het licht te kunnen zien, me Gras en onkruid op het pad bij het tuin- haar gladde benen te herinneren en haar wit- hok geknipt en bijeengeharkt. De moes- Gekookt. Ik bak krielaardappeltjes en twee te korte broek, en hoe ze rooie biet stond te tuin gesproeid, nadat ik wat sperziebonen steaks provençal van de biologische slager en raspen en lachte toen ik voor haar knielde en had geplukt en een rode biet had uitgesto- kook de versgeplukte sperziebonen. Jeanne haar dijen begon te likken.
    • 112 113 KERST 2006 VRIJ NEDERLAND 23 DECEMBER 2006 Schrijver en criminoloog Andreas Burnier (1931-2002) was een leven lang ontheemd. Profiel Andreas Burnier en de Platoclub Paul Franssen Als joods kind, tijdens de oorlog. Als meisje dat al vroeg wist dat ze eigenlijk een jongen was. Als spirituele zoeker in de wetenschap. Wie was deze wetenschapper die het waagde te vloeken in de kerk van de Rede, die de euvele moed had het over de ziel te hebben in een tijd dat de ziel net werd afgeschaft? En die op haar vijftigste een geheime Platoclub begon met jongens die twintig tot dertig jaar jonger waren dan zij? Een rondgang langs familie en vrienden. En langs de leden van de Platoclub, die zich voor het eerst uitspreken. ‘Datzelfde charisma ben ik daarna nog twee keer tegengekomen. Bij Clinton en bij Gorbatsjov. Die mensen laten een indruk na als ze voorbij zijn gegaan. Zelfs als ze gestorven zijn.’ Een gesprek dat steeds doorgaat Door Elisabeth Lockhorn korte beentjes snel bewegend, door de knie- en zakkend met wapperende jaspanden – al- ‘M leen de sigaar ontbreekt.’ oge ik er nog dikwijls Het is een beeld dat haar bevallen moet getuige van zijn hoe hebben. De enige vrouw die zij zich graag zij in kroeg of res- ten voorbeeld stelde, was Gertrude Stein, taurant, als zij het de masculiene Amerikaanse schrijfster met erg warm krijgt, het haar kunstenaarssalon in Parijs. Die zij ooit sjaaltje van haar hals rukt en in elkaar propt in een gedicht omschreef met de prachtige op haar schoot,’ schreef Oek de Jong aan het woorden: ‘Zoals jij, Caesar, verdwaalde in slot van zijn bijdrage in een liber amicorum een vrouwenlijf, dat je waardig naar je hand voor Andreas Burnier. wist te zetten.’ ‘Moge ik haar ook nog vele malen zien lo- Burnier gaf hiermee ook een zelfportret. pen als Groucho Marx. Dat kan zij namelijk Zelf had zij het ’t liefst over ‘wij mannen’, en dat doet zij ook wanneer zij, de overjas al en ze weigerde als homoseksuele vrouw aan, door haar immense werkkamer snelt het woord ‘lesbisch’ te gebruiken (‘waarom Burniers ‘essay over goed en kwaad’, in de om zich op een rinkelende telefoon te stor- moeten wij genoemd worden naar een ei- Andreas Burnier: ‘Ze was een overlevende. Briljant, en met een grote behoefte aan een vorm van zeven brieven aan de Platoclub ten: het bovenlijf voorwaarts gestrekt, de landje?’). verhaal. Een verhaal dat alles kon verklaren’
    • 114 115 KERST 2006 VRIJ NEDERLAND ANDREAS BURNIER EN DE PLATOCLUB 23 DECEMBER 2006 Andreas Burnier (Catharina afgevraagd of Ronnie niet vooral verliefd isprofessor Kees Schuyt: ‘Ik was een naïeve jon- ster Burnier schuil ging. ‘Ze lag in Nijmegen Privé-archief Irma Dessaur, later Ronnie) geworden op het nest waar hij uit kwam. gen van 26. Deed filosofie naast mijn studie zeer controversieel bij het conservatieve eind jaren dertig met haar Vader Zeylmans van Emmichoven was een sociologie, ging daarna rechten studeren. deel van de universiteit,’ zegt Kees Schuyt, ouders Ro en Sal buitengewoon erudiete man, psychiater en Ronnie was hoofdmedewerker in Leiden bij die een week na Burnier benoemd werd in voorzitter van de antroposofische vereni- professor W.H. Nagel, de internationaal ge- Nijmegen. ‘In 1987 was zij voorzitter van de ging. Toen hij overleed in Zuid-Afrika, was respecteerde criminoloog, die daarnaast wetenschappelijke lustrumcommissie. Dat het Ronnie die erheen ging, niet zijn zoon.’een gevestigd auteur was onder de naam heeft ze voortreffelijk gedaan. Ze haalde we- Toen het huwelijk na tien jaar op een schei- J.B. Charles. Zij nam mij, samen met Nagel, reldberoemde hoogleraren naar Nijmegen. ding uitliep, keerde Andreas Burnier met aan als wetenschappelijk medewerker. Er Maar toen ze te kennen gaf op het lustrum- haar twee kinderen terug naar haar ouder- bestond een sterke literaire binding tussen feest met haar vriendin Paul Franssen te zul- lijk huis, waar inmiddels ook broer Joost Nagel en Ronnie. Ze bewonderden elkaar. len komen, besloot een groot aantal hoogle- Midden jaren dertig; ‘een weer woonde. Binnen drie jaar was Ronnie van medewer- raren demonstratief niet met hun vrouwen bang, verlegen meisje met ‘Geen gemakkelijke situatie,’ herinnert ker hoofdmedewerker geworden. In 1971 pro- te komen. Slechts een paar, onder wie mijn vlechtjes, dat toen al Privé-archief Joost zich. ‘Dominique was zeven, Ingeborg moveerde ze cum laude op een methodolo- vrouw en ik, deden daar niet aan mee. Dat graag een jongetje wilde net geboren. Ronnie moest studeren en ik gisch proefschrift. Ik vond het geen goed schiep een aparte band tussen ons. zijn,’ herinnert jeugd- was een lastige puber die de radio te hard proefschrift. Het was zo dogmatisch positi- Op een dag vroeg ze: “Kees, wil je een keer vriend Nol van Dijk zich aanzette. Inmiddels was duidelijk geworden vistisch als maar zijn kan.’ met mij fietsen?” De volgende dag kwam ze dat Ronnie van vrouwen hield, maar over ho- Achteraf heeft Schuyt daar wel een verkla- aanzetten met een herenrijwiel. Vroeg onze- Catharina Irma (‘Ronnie’) Dessaur werd op zend of aanraakbaar. Oom Sal was warmer, port- en exportbedrijfje. Mijn moeder was moseksualiteit werd thuis niet gesproken. ring voor: ‘Ze moest het nog helemaal gaan ker: “Kees, vind je dat gek?” Nee, dat vond ik 3 juli 1931 geboren in Den Haag. ‘Een bang, hartstochtelijker. Dat had Ronnie van hem. apothekersassistente. Ronnie kon al lezen Mijn vader schaamde zich, voerde een raar maken in de wetenschap en met dit abstrac- niet gek. Zo fietsten we samen door de pol- verlegen meisje met vlechtjes,’ zo herinnert Na de oorlog was ik een middelbare scholier voor ze vier was. Voor de oorlog is ze in een soort struisvogelpolitiek. Dat Ronnie toen te, bijna natuurkundige proefschrift kon ze der, gingen als twee jongens op pad. Maar schrijver-journalist Nol van Dijk haar zich. die niet wou leren. Ronnie sloeg twee klas- redelijk harmonieus gezin opgegroeid, maar ze ging schrijven koos voor het pseudoniem imponeren. En imponeren deed ze ook. Ik niemand mocht het weten. ‘Ik leerde haar kennen op de kleuterschool. sen over. Was ook veel avontuurlijker dan ik. je kunt zeggen dat mijn ouders tamelijk ver- Andreas Burnier heeft daar zeker mee te ma- vermoed dat ze cum laude heeft gekregen In het openbaar wist ze vaak niet hoe ze Onze ouders raakten bevriend. Irma was Liftte naar Marseille om zich aan te sluitenknipt uit de oorlog zijn gekomen. Ze hadden ken gehad. omdat een heleboel juristen het nauwelijks zich moest gedragen. “Kees, wat moet ik toen nog enig kind, wij speelden uitsluitend bij een militaristisch-zionistische organisa- allebei apart ondergedoken gezeten en had- Met grote bewondering keek iedereen hoe konden lezen, laat staan begrijpen. doen?” vroeg ze regelmatig. “Gewoon jezelf met elkaar. Zij wilde toen al graag een jonge- tie, werd op het laatste moment door vader den niets meer met elkaar. ze haar leven weer oppakte. Hoe ze haar lite- In 1975 ging Ronnie naar Berkeley, Cali- blijven,” zei ik dan. Je kon haar niet beter op tje zijn. Woedend was ze als de juffrouw te- teruggehaald. Ze leerde mij de slowfox ter- Na de oorlog woonden in ons huis vier raire debuut maakte, intussen bouwend aan fornië, waar ik ook een jaar gestudeerd heb. haar gemak stellen dan door snel over een gen mij zei: Nol, handen wassen, en tegen wijl zij er bij zong. Trok naar Parijs waar ze joodse grootouders die vrijwel al hun broers een gedegen wetenschappelijke carrière. Dat Toen ze terug kwam, was ze net zo anti-posi- geleerd onderwerp te beginnen. haar: handjes wassen. Onze gezinnen gin- leefde op een fles wijn en een pot pindakaas.en zusters hadden verloren. Verder kwam er deed ze fanatiek, zoals ze alles fanatiek deed. tivistisch als ik geworden. Toen ik haar daar- Ik vond haar innemend, warm en onhan- gen samen op vakantie, in augustus 1939 Ronnie was een overlevende. Briljant, ook nog ieder weekend een nichtje dat in Ronnie deed nooit iets een beetje. Het enigeop aansprak, zei ze grinnikend: “Ja, Kees, ze dig. Een vrouw met een superieur intellect.’ voor het laatst. Bij thuiskomst was de mo- bang en met een grote behoefte aan een ver- de Bergstichting zat, een joods weeshuis in wat ze een beetje heeft gedaan is haar moe- doen daar wat in de thee, jij hebt dat een paar bilisatie afgekondigd. Irma dook eerder on- haal. Een verhaal dat alles kon uitleggen enLaren. In ons huis werd eigenlijk voortdu- derschap. Toen ze een relatie kreeg met Pauljaar eerder gedronken.”’ Sektarische elementen der dan ik. Wie haar novelle Het jongensuur verklaren. Alles ging hartstochtelijker bij rend gerouwd. Ronnie heeft het wel eens om- Franssen, de moeder van een vriendje van Na haar promotie werd mevrouw C.I. In 1981 nam Andreas Burnier een sabbatical. heeft gelezen, weet dat zij een vreselijke peri- haar. Ik kwam hervormd uit de onderduik, schreven als één groot gekkenhuis. Dominique, deed ze haar eigen kinderen Dessaur benoemd tot hoogleraar-direc- Ze trok zich terug op het NIAS (Netherlands ode heeft doorgemaakt; ze heeft in drie jaar zij gereformeerd; ik werd socialist en zij Ik werd kort na de oorlog geboren. Ronnie in een pleeggezin. Ingeborg was toen drie, teur van het Criminologisch Instituut in Institute for Advanced Study) om te schrij- tijd op zestien verschillende adressen geze- ging met De Waarheid de haven in. Ze had geneerde zich voor mij. Weigerde achter de Dominique negen jaar. Dat is zeer trauma- Nijmegen. Een katholiek bastion, waar de ven aan De droom der rede, een filosofisch ten, in vreemde christelijke gezinnen. Het altijd behoefte aan een vorm van geloof. Na kinderwagen te lopen. Ze was bang dat ze zou tisch geweest voor de kinderen.’ heren regenten het hadden over het ‘meisje’ boek, door haarzelf ‘een poging tot crimino- is in die tijd geweest dat ze de naam Ronnie het communisme kwam de antroposofie. In worden aangezien voor een van de vele mei- Dessaur. Toen het bestuur van de universiteit sofie’ genoemd. Burnier nam in dit boek kei- aannam. 1953 trouwde ze met Emanuel Zeylmans van den die een ongelukje had gehad met een van Imponeren met haar benoeming akkoord ging, wist al- hard afstand van het rationalisme, ze riep Haar ouders overleefden de oorlog, de mij- Emmichoven, zoon van F.W. Zeylmans van onze bevrijders. Ik keek erg op tegen Ronnie. Aanwezig bij de eerste schreden van Andreas leen de eigenzinnige professor Duynstee dat zelfs op tot een spiritueel verzet tegen de we- ne niet. Ik herinner me dat ik bij haar ouders Emmichoven, een internationale autoriteit Een grote mevrouw die mijn zus scheen te Burnier op het wetenschappelijke pad was achter C.I. Dessaur de homoseksuele schrijf- tenschap. was, aan het Belgisch Plein in Scheveningen. op het gebied van de antroposofie. We zijn zijn. Mijn moeder wist niet goed raad met Na de oorlog waren ze zich Hans en Loes gaan elkaar altijd blijven volgen, ook toen haar mij. Kon na de oorlog geen enkel lichamelijk Ronnie Dessaur noemen, maar voor mij bleven ze altijd oom huwelijk stukliep en ze hoogleraar werd in contact meer verdragen, ik mocht zelfs niet omstreeks 1947. Sal en tante Ro. Haar vader zat aan het raam. Nijmegen. Daar maakten we ook wel afspra- op schoot zitten. Ronnie en ik vermoedden Rechts Emanuel Haar moeder was in de keuken bezig. Hij ver- ken, maar dan was ze altijd bang voor Paul, dat er iets naars is gebeurd in de onderduik. Zeylmans van telde dat hij veel van mijn vader had gehou- haar vriendin. Zei halverwege de maaltijd: Op mijn negende hebben ze me de deur uit Emmichoven, met den, en dat het zo erg was dat hij er niet meer “Ik moet nu echt weg, anders wordt Paul gedaan. Op aanraden van Ronnie, die inmid- wie ze in 1953 was, hij raakte ontroerd. Ik probeerde het boos.” Je moet niet vergeten, Andreas en ik dels met Zeylmans van Emmichoven was ge- trouwde gesprek een andere wending te geven, zei: zijn wel altijd onderduikkinderen geble- trouwd, werd ik op een antroposofische kost- “Maar u heeft wel een mooi uitzicht hier met ven. Je moet de mensen die zich over je ont-school gedaan in Zeist. Een nachtmerrie die die bomen.” “Jongen,” zei hij, “ik kan geen fermd hebben nooit boos maken. Dat is ge- alleen maar dragelijk was omdat Ronnie er boom meer zíén.” Hij had ondergedoken ge- vaarlijk.’ ook woonde en ik af en toe in de weekenden zeten op de Veluwe. Ontroerd ging hij door bij haar langs kon. Op haar tweeëntwintigste over mijn vader, waarop tante Ro haastig Gekkenhuis kreeg Ronnie een zoon, Dominique, en zeven Ingeborg en naar binnen kwam en zei: “Je mag oom niet Joost Dessaur, broer van Andreas Burnier: jaar later een dochter, Ingeborg. Dominique, de aan het huilen maken,” en mij snel afvoerde. ‘Waar Ronnie haar leergierigheid van had, Van dat huwelijk heb ik nooit iets begre- kinderen van Dat patroon heb ik veel meegemaakt bij de snapte niemand. Mijn vader had alleen maar pen. Emanuel was een zwever, het prototy- Ronnie en familie Dessaur. Afschermen, geen ontroe- lagere school. Hij kwam uit een familie van pe van een antroposoof. Kon niet tippen aan Emanuel, ring, geen tranen. Tante Ro was niet omhel- ambachtslieden. Zelf had hij een klein im- haar intellectuele bagage. Ik heb me wel eens omstreeks 1965
    • 116 117 VRIJ NEDERLAND 23 DECEMBER 2006 De Platoclub (1982-1992) ‘Andreas was op deze aarde om te begrijpen hoe het in elkaar zat. Ze bleef zichzelf doorlopend vragen stellen’ Peter Nelissen Telkens wanneer er een hoofdstuk klaar was, uit nogal elitaire dichters en schrijvers die op tie. Je hoefde niet bang te zijn dat, als ze een Bert Nienhuis stuurde ze het aan haar wetenschappelijk een hoog niveau homo-erotische betrekkin- verhaal hield over het boeddhisme, ze de vol- medewerker René van Hezewijk en zijn as- gen onderhielden. Daar hoorde ik een beet- gende keer in een boeddhistisch gewaad zou sistent Chris Rutenfrans. Het begin van een je bij, maar aangezien ik geen man was, niet komen aanzetten.’ hechte vriendschap, die vijf jaar later zou helemaal. In de tussentijd ben ik getrouwd In 1987 verscheen De rondgang der gevan- leiden tot een brievenboek tussen de drie: met een man die aanvankelijk dacht dat ik genen, een ‘essay over goed en kwaad’, in de Gesprekken in de nacht. Burnier wordt in een jongen was. Geen praktiserende homo, vorm van zeven brieven aan de Platoclub. de brieven aangesproken als ‘hooggeleerde maar hij had wel iets met mijn soort dames.’ ‘Brief aan boeddhistisch kunstenaar’ was vrouwe’ en zij heeft het op haar beurt over ‘De eerste avond van de Platoclub,’ zegt gericht aan Peter Nelissen. Burnier schrijft: ‘geleerde jongen’, ‘wijze jongen’ of ‘hoogge- Chris Rutenfrans, ‘was een plechtige, bijna ‘Nu vraag je je misschien af of ik geloof in het schatte heer Halewijn’. Chris Rutenfrans, te- religieuze bijeenkomst. Andreas hield een Tibetaans boeddhisme als ik daar zo enthou- genwoordig journalist: ‘Ik had wel een ze- inleiding over het Symposion van Plato. Ze siast over schrijf. Het antwoord is: nee. Voor kere gêne toen het verscheen. Het zijn zeer ontsloot een nieuwe wereld voor mij. Het mij is het een ordeningssysteem, een bena- openhartige en intieme brieven, met een was bijzonder indrukwekkend. Je werd uit- dering van de innerlijke en uiterlijke reali- hoog Reviaans gehalte. Achteraf vind ik dat getild boven het alledaagse. Met haar ge- teit die mij meer voldoet dan menig ander. ‘De zeergeleerde, kritische rationalist’ ik vooral in die eerste brieven wel erg leerling trainde filosofische geest leidde Andreas ons Het is een hulpmiddel dat ik bereid ben te ben aan de voeten van de meester. René ging door de geschiedenis. We lazen teksten van laten vallen als ik het niet meer nodig heb, René van Hezewijk (57) is hoogleraar algemene veel meer in een wetenschappelijke discus- Plato, Plotinus, maar ook de Bhagavad Gita, de maar vooralsnog gebruik ik het als een me- psychologie en decaan van de faculteit Psychologie sie met haar. Hij was in zijn proefschrift juist Diamant Sutra, Petrarca, Pico della Mirandola, dium voor ideeën die ik niet of veel moeilij- bezig met het rationalisme waar Andreas te- Dante, Meister Eckhart, Shakespeare.’ ker kan verwoorden in een andere termino- aan de Open Universiteit Nederland gen fulmineerde in haar Droom der rede.’ logie.’ Het jaar daarna realiseerde Burnier een Zoektocht ‘Ze had natuurlijk allang een ordening kun- oude droom: het oprichten van de Platoclub. ‘We waren een soort spons,’ zegt oud-lid nen hebben,’ zegt Peter Nelissen. ‘Kunnen ‘Het was een besloten kring,’ zegt René van Peter Nelissen, vol liefde terugblikkend op besluiten: zo is het. Maar voor die verleiding Hezewijk, tegenwoordig hoogleraar psycho- de Platoclub. ‘Alles wilden we weten, álles is ze niet bezweken. Daarvoor was de zoek- logie en decaan van de Faculteit Psychologie wilden we lezen. Het was een constante oe- tocht haar ook te dierbaar. Als je kijkt naar aan de Open Universiteit Nederland. ‘Je fening in denken. Andreas was op deze aar- het mensbeeld in de sociale wetenschappen zou kunnen zeggen dat het sektarische ele- de om te begrijpen hoe het in elkaar zat. Ik vind ik dat ze in veel dingen gelijk heeft ge- menten had. Er was een leider, en de leer- zie haar als iemand die in voortdurende ver- kregen. In De droom der rede waarschuwde lingen stonden er omheen gegroepeerd wondering rondliep, zichzelf doorlopend zij voor de beperktheid van het puur ratione- als een soort apostelen. Andreas voelde vragen bleef stellen. Ik ben daar wel trouw le denken. En kijk nu eens naar de schijneffi- niets voor meisjes in de groep. Ook op het aan gebleven. Mijn leven zit nu precies in el- ciëntie in de zorg en het onderwijs. De ont- Criminologisch Instituut was geen vrouw te kaar zoals ik het me destijds had voorgeno- menselijking ervan. Tot in de Raad van State bekennen. Er kwamen hordes vrouwen solli- men. Deels wetenschap, deels kunst. Ik doe toe wordt de verontrusting uitgesproken citeren, maar Andreas nam alleen maar man- wetenschappelijk onderzoek in opdracht over ons rationele managementmodel. Bij nen aan. Alleen de secretaresses waren vrou- van de overheid op criminologisch gebied, veel discussies die nu in Nederland spelen, ‘De geleerde mysticus’ wen.’ schilder twee dagen per week, en werk één betrap ik me op de gedachte: hé, daar zou ik ‘Inspiratiebron voor Andreas is zeker de dag per week met gevangenen.’ de mening van Andreas wel eens over willen Chris Rutenfrans (53) is criminoloog, vriendengroep rond Castrum Peregrini ge- Nelissen leerde Andreas kennen als 25- weten.’ promoveerde bij Andreas Burnier op het weest,’ daarvan is Chris Rutenfrans over- jarige student. ‘Ik studeerde rechten in tuigd. Castrum Peregrini was een Duitstalig Nijmegen, waar ik niet veel aan vond, tot ik Verborgen schat proefschrift ‘Criminologie en sexe’. Schreef tijdschrift, uitgegeven door voormalige on- belandde op het criminologisch instituut. Ik Platoclublid Joost Vroege, landschapsarchi- samen met Andreas Burnier het boekje ‘Mag derduikers die een vriendenkring vorm- herinner me een eerste tentamen bij haar. tect en stedebouwkundige: ‘De afstand tus- den van dichters en beeldend kunstenaars, Een warme zomerdag. Ze droeg een grijs sen mij en de andere leden van de Platoclub de dokter doden?’. Was van 1998 tot 2006 geïnspireerd door de Duitse dichter Stefan mantelpak, was zeer formeel. Ze zei: “Meneer, was groot. Ik begon mijn studie op het mo- journalist bij Trouw voor de bijlage Letter en George en zijn ‘Kreis’. In 1951 had Burnier on- u staat ver boven de stof, u krijgt een negen ment dat René en Chris aan het promoveren ‘De boeddhistische kunstschilder’ Geest. Werkt nu bij de Volkskrant der een mannelijk pseudoniem gedichten van mij.” Doordat Andreas herhaaldelijk liet waren. Oek de Jong kreeg als schrijver van Peter Nelissen (52) is gepromoveerd in Maastricht. gestuurd naar het tijdschrift. De uitgever merken dat ik een van de briljantste studen- Opwaaiende zomerjurken veel media-aan- Heeft als criminoloog een eigen onderzoeksbureau. van Castrum Peregrini, Emanuel Zeylmans ten was die ze ooit had meegemaakt, kreeg ik dacht. Ik was een “vondeling” van Andreas. Ik van Emmichoven, zocht de jonge dichter op ineens plezier in de stof. Als hoogleraar liet had haar ontmoet tijdens een oriëntatiejaar Werkt daarnaast in het gevangeniswezen en is en uit die ontmoeting kwam een verhouding ze ons niet alleen de verschillende crimino- op de Vrije School, waar zij een lezing gaf. Ik beeldend kunstenaar voort, die een jaar later resulteerde in een hu- logische visies zien, maar ook de assumpties had haar een aantal vragen gesteld, en twee welijk. Andreas Burnier in 1996 in een inter- die daaronder lagen. Andreas onderzocht de weken later lag er een brief op de mat: Zou De andere oud-leden van de Platoclub staan op pagina 123 ‘ view in VN: ‘De Stefan George Kreis bestond dingen wel degelijk met een zekere distan- je een lezing bij willen wonen? Voor de “jon-
    • 118 119 KERST 2006 VRIJ NEDERLAND ANDREAS BURNIER EN DE PLATOCLUB 23 DECEMBER 2006 kies” is de Platoclub zeker ook een soort op- lang de Platoclub geduurd heeft. Het voel- Vanaf de eerste keer wist Andreas dat ik geen voeding geweest. Er is ook veel gelachen. De de op de een of andere manier aan als voor talent had om discipel te zijn. ANDREAS BURNIER humor van Andreas komt niet altijd goed tot eeuwig. Alsof je in een grote traditie kwam Zoals met elke leermeester waren er met zijn recht in haar stukken. Buitenstaanders te staan van denkers. Een gesprek dat steeds Andreas ook spanningen. Ze had zo haar ob- lezen haar geschriften vaak veel absoluter doorgaat.’ sessies. Ze had bijvoorbeeld een ontzetten- dan ze bedoeld zijn. Als we haar dat zeiden, de hekel aan sport. Kon met grote stelligheid reageerde ze met: “Het is mijn taak dingen Lange blonde jongens beweren: voetbal bewijst hoe groot de tha- 1931 Geboren als Catharina Irma Dessaur aan de kaak te stellen, en als je het niet zwart- Schrijver en Platoclublid Oek De Jong ont- natische drift van mannen is, want die bal in Den Haag wit stelt, komt het niet over.” Ik denk dat de moette Andreas Burnier tijdens de prijsuit- waar ze tegenaan trappen vervangt gewoon 1942-1945 Ondergedoken op zestien Platoclub ook functioneerde als laboratori- reiking in Den Haag. Burnier had een prijs een schedel. Daar kun je om lachen maar ook verschillende adressen um voor haar ideeën. Ik doe in deze fase van gekregen voor haar essaybundel De zwem- geïrriteerd door raken. Na een jaar of acht, 1950 Ingeschreven aan de Universiteit van mijn leven weinig of niets met het gedachten- badmentaliteit, Oek voor Opwaaiende zo- negen begon ik genoeg te krijgen van haar Amsterdam, studie filosofie goed dat Andreas haar mannen meegaf, maar merjurken. ‘Het was alsof twee stekkers met schematische manier van denken. De ma- 1953 Breekt haar studie af en trouwt met de herinnering aan de Platoclub beschouw duizend polen zomaar in elkaar grepen. nier waarop ze me ongevraagd en zonder Emanuel Zeylmans van Emmichoven ik als een verborgen schat die ik op een dag Andreas zei me: “Eeuwenlang zijn er men- het te melden opvoerde in De rondgang der 1954 Geboorte zoon Dominique 1960 Geboorte dochter Ingeborg weer ga opgraven om van te genieten .’ sen geweest met een mystieke intuïtie. Die gevangenen beviel mij ook niet. In 1989 ben 1958-1960 Geeft onderwijs aan psychisch mensen zijn vaak eenzaam.” Zij ging ervan- ik uit de Platoclub gestapt. gestoorde delinquenten Van der Voor eeuwig uit dat je eens in de vijf jaar iemand tegen- Grappig genoeg is onze vriendschap daar- Hoevenkliniek Jongste lid van de Platoclub was Yoeri komt waarvan je weet: dat is er ook een. na pas echt begonnen. Kreeg ik ook oog voor 1961 Echtscheiding. Gaat filosofie studeren Albrecht, tegenwoordig journalist. Andreas Die eerste jaren van de Platoclub waren haar moeizame achtergrond als onderduik- aan Rijksuniversiteit in Leiden Burnier had hem leren kennen bij Christine absolute happenings. En zoiets zeg ik niet kind, ben ik echt van haar gaan houden. 1965 Debuteert als Andreas Burnier met de Cornelius, dochter van een van de eerste gauw. We begonnen ’s middags om een uur Begon ik iets meer te begrijpen van het gro- roman Een tevreden lach onderduikgezinnen waar Andreas tijdens of twaalf, zaten urenlang te praten, daarna te thema in Andreas leven en werk: haar ma- 1967 De verschrikkingen van het noorden de oorlog werd ondergebracht. Christine gingen de flessen open. Weer later vertrok- teloze verlatenheid en haar mateloze verlan- (verhalenbundel) Cornelius gaf les op de Vrije school en Yoeri ken we naar een restaurant tot diep in de gen. 1968-1971 Wetenschappelijk hoofdmedewerker was haar leerling. Yoeri Albrecht: ‘Ik was nacht. Zo waren we een half etmaal aan het Ik heb geen klakkeloze verering voor haar Criminologisch Instituut Leiden zeventien, zat net voor mijn eindexamen. praten. Geen enkel onderwerp was taboe: gehad, ben ook regelmatig de strijd met haar 1969 Het jongensuur (roman) Toen Andreas mij vroeg, ging ik net op win- maatschappijkritiek, cultuurpessimisme, li- aangegaan. Ik vond haar bijvoorbeeld een ro- 1970 De huilende libertijn (roman) tersport met een stel vrienden. Ik heb mijn teratuur, taoïsme. Het was heel opwindend, manschrijfster met grote beperkingen. Ze 1971 Promotie cum laude op dissertatie vakantie eerder afgebroken om naar de als ik naar huis ging had ik het gevoel alsof had wel een goede psychologische intuïtie, Foundations of Theory-Formation in Platoclub te gaan. Mijn vrienden dachten dat mijn denksysteem opnieuw gecheckt moest maar ze kon geen personage creëren, haar Criminology ik gek was geworden: eerder weggaan om worden, zoveel was er overhoop gegooid. verhalen werden zo gedomineerd door auto- 1973 Hoogleraar in de criminologie, Nijmegen Schopenhauer te gaan bespreken. Ik vond Andreas was niet alleen leermeester, maar biografische elementen dat ze maar één ka- 1974 Poëzie, jongens en het gezelschap het heel spannend. De eerste keer was bij Oek liet ook haar eigen problemen en angsten rakter kon creëren en dat was zij zelf. Soms van geleerde vrouwen (essays, de Jong op de Hoogte Kadijk. De Platoclub eerlijk zien. Ze viel op jonge mensen. Niet sek- probeerde ze daar een mannelijke hoofd- verhalen, gedichten) was al een paar jaar bezig, maar iedereen sueel, maar ze was wel gevoelig voor hun ero- persoon van te maken, maar dat waren ab- 1976 De reis naar Kithira (roman) stond open voor de komst van een nieuwe- tische aantrekkingskracht. Andreas viel op solute mislukkingen. Dat waren geen man- 1979 De zwembadmentaliteit (essays) ling. Andreas heeft tijdens de Platoclub in lange blonde jongens en lange blonde meis- nen maar gedroomde mannen. Toch vind 1980 Jan Greshof prijs 1980 een restaurant nog eens de sinus en cosinus jes. In de Platoclub waren we het er ook over ik een paar boeken heel mooi: Het jongen- 1982 De droom der rede. Een poging tot voor mij uitgetekend op een bierviltje. Ze was eens dat erotiek een rol speelt in elk intens suur en De litteraire salon. Maar op haar criminosofie gek op hogere wis- en natuurkunde. Kon dat contact. Vanaf die eerste bijeenkomst heb ik best is ze in haar essays. Andreas was eigen- 1983 Annie Romein prijs buitengewoon goed uitleggen. Ze was meer haar bestookt met vragen over de ziel. Ik was lijk een soort neo-conservatief avant la lettre. 1983 De litteraire salon (roman) dan veertig jaar ouder, maar dat leeftijdsver- op mijn twintigste, eenentwintigste diep ge- Waarschuwde als een van de eersten tegen 1986 De trein naar Tarascon (roman) schil heeft nooit een rol gespeeld. schokt over het feit dat het begrip “ziel” he- de verloedering van onze consumptiemaat- 1986 Mag de dokter doden? Pamflet Als we op pad waren met de Platoclub lemaal leeg was geworden. Na Opwaaiende schappij die alleen nog maar een pragmati- samen met C.J.C Rutenfrans beenden wij altijd voorop. “Wij jonkies,” zei zomerjurken had ik me, op de vlucht voor sche filosofie hanteerde als het om moraal 1987 De rondgang der gevangenen. ze dan grinnikend. “Laat die ouwe mannen het succes, op de filosofie gestort. Ik had net en ethiek ging.’ Een essay over goed en kwaad, in maar.” Ik heb Andreas beschouwd als een wekenlang de Tractatus van Wittgenstein de vorm van zeven brieven aan de van mijn allerbeste vrienden. En ik ben nog bestudeerd. Toen ik daarover begon, wees Sjamaan Platoclub 1987 Busken Huet prijs nooit iemand tegengekomen met zo’n eru- Andreas dat af, noemde hem een impotente Jaap Verraes, die nu een hoge positie heeft bij 1987 Gesprekken in de nacht. ditie. Ik heb later in Oxford colleges gevolgd filosoof. Voor een deel had ze daar gelijk in, een Europese instelling, werd op twintigjari- Briefwisseling 1981-1986 met René van Isaiah Berlin en George Steiner, maar de maar er was iets wat me niet beviel. Dit leek ge leeftijd als studentenassistent rechten lid van Hezewijk en Chris Rutenfrans kennis van Andreas was nog dieper. op dogmatisme. Ik ging dus vrolijk door over van de Platoclub. ‘Ik voelde me vereerd, se- 1991 Verzetsprijs Het rare is dat ik niet eens kan zeggen hoe Wittgenstein en kreeg bijval van de anderen. rieus genomen, dat was ik niet gewend. Het 1997 De wereld is van glas (roman) 2002 Sterft op 19 september aan een hartstilstand 2003 Een gevaar dat de ziel in wil. Essays, ‘Ze was een neo-conservatief avant la lettre. Waarschuwde tegen de brieven en interviews 1965-2002. Burniers parafrase van een gedicht van Elly de Waard, geschreven tijdens een ‘uitzonderlijk Samengesteld door Ineke van Mourik verloedering van onze consumptiemaatschappij’ Oek de Jong vervelend’ forum (‘Van fora word ik impotent, maar poëzie maakt mij een vent’) en Chris Rutenfrans
    • 120 121 VRIJ NEDERLAND 23 DECEMBER 2006 ‘De Platoclub was een soort vijver van hoop. Daar dacht ik voor het eerst: misschien zijn er toch antwoorden’ Jaap Verraes was alsof er een luikje in mijn hoofd open leider’. Ik heb nog nooit meegemaakt dat ik scheen in Opzij. Ik begin mijn stuk dan ook Paul Franssen ging. Alsof er kennis in mijn hoofd bleek te in een conflict niet kon bemiddelen. In 1986 met de zin: “En, Andreas, waren de postzegels zitten waarvan ik het bestaan niet geweten werd ik secretaris van het Schengen-overleg. op?” In mijn artikel verwijt ik Andreas dat ze had. Andreas was een baken in mijn intellec- Op 15 juni 2001 maakte ik de overstap van gaat psychologiseren zodra iemands menin- tuele en cognitieve ontwikkeling. Binnenlandse Zaken naar Brussel. Ik heb nu gen haar niet aanstaan. Als ik haar met argu- Van mijn twaalfde, vanaf mijn ontdekking een bestuursfunctie die mij in staat stelt wet- menten bestreed, was haar weerwoord dat ik van de seksualiteit, tot mijn tweeëndertigste ten te schrijven die invloed hebben op 450 nog niet op de bewustzijnslaag zat waarop je heb ik in een depressie gezeten. Het grond- miljoen Europese burgers. Maar in mijn per- dat kon begrijpen. thema van die depressieve worsteling was ceptie komt alles “toevallig” tot stand. Ik kan Het afscheid van de Platoclub is raar ver- de onmogelijkheid om goed te zijn. Ik was nog steeds pijn wegnemen in een lichaam of lopen. Ik ben psycholoog, maar mensenken- een vroegrijp, intelligent kind en vond ner- een organisatie, wat in medisch jargon “diag- nis heb ik waarschijnlijk niet, want ik ging gens antwoorden. Ik leefde jarenlang op de nose” heet en in ondernemersjargon “busi- argeloos naar de Platoclub na het verschij- grens van suïcide. De enige manier om goed ness analyses”. nen van het artikel in Hollands Maandblad. te leven was eigenlijk om niet te leven, maar Toen ik op mijn drieëndertigste ver- Wat ik aantrof was een vrij gespannen sfeer. zelfmoord plegen mocht ook weer niet want liefd werd op een mannelijke collega, was Ik dacht dat onze vriendschap het wel kon Voor boekhandel W.P. van Stockum in Den Haag, het leven was een geschenk. De Platoclub ik eindelijk bevrijd van mijn depressies. hebben, maar het was als ijs waarvan je pas 1978. Kees Schuyt: ‘Op een dag vroeg ze: “Kees, was een decompressie. Een soort vijver van Waarschijnlijk heeft Andreas altijd geweten als je eroverheen gaat merkt hoe dun het wil je een keer met mij fietsen?” De volgende dag hoop. Daar dacht ik voor het eerst: misschien dat ik overwegend homoseksueel was. Ze is. Ik heb geen insigne hoeven inleveren, er kwam ze aanzetten met een herenrijwiel. Vroeg zijn er toch antwoorden. Niet dat ik ze daar had een groot inzicht in de ziel, in het bijzon- kwamen gewoon geen uitnodigingen meer. onzeker: “Kees, vind je dat gek?”’ vond, maar hier zag ik althans ingrediënten der die van jonge mannen. Sommige men- Ik heb me wel een soort dissident gevoeld. waar ik misschien iets mee zou kunnen. Ik sen met een groot charisma kunnen je het Toen ik mijn oratie moest houden, heb ik ie- heb de Platoclub beschouwd als een soort vertrouwenwekkende gevoel geven: ik heb dereen van wie ik een adres had uitgenodigd, rite de passage. je gezien. Datzelfde charisma ben ik daarna maar alleen Peter is gekomen.’ Paul Franssen Andreas noemde mij in haar brievenboek nog twee keer tegengekomen. Bij Clinton en Chris Rutenfrans: ‘Als Platoclub hebben “de juridische magiër”. Ik denk dat dat een bij Gorbatsjov, mensen met wie ik door mijn we het toch wel ervaren als een soort ver- zinspeling was op de bijzondere “gaven” die werk contact heb gehad. En die zijn niet al- raad. Het was een heel vijandelijk stuk en dat ik heb. Al jong had ik metafysische ervarin- leen beroemd omdat ze toevallig beroemd hij het uitgerekend plaatste in het blad van gen, ontdekte ik dat ik bevattelijk was voor zijn, nee, die hebben “iets”. Andreas had dat K.L. Poll, haar aartsvijand, begrepen wij niet. “hogere energieën”. Toen ik dertien was, viel ook. Die mensen laten een indruk na als ze Toen was ik zonder meer kwaad, nu denk ik: mijn driejarige zusje van de hoge glijbaan voorbij zijn gegaan. Zelfs als ze gestorven ach, misschien kon hij zich alleen op die ma- op haar rug. Ik was als eerste op de plaats des zijn.’ nier aan haar ontworstelen. De droom der re- onheils en deed intuïtief en met een merk- de was slecht ontvangen door de pausen der waardig gevoel van eh, vrolijke genade, din- Dissident rede, Rudy Kousbroek en K.L. Poll, door som- gen met haar die haar terughaalden naar de- Begin jaren negentig begon de Platoclub migen werd Andreas als een halve mysticus ze wereld. de eerste scheuren te vertonen. René van afgebeeld. René was op dat moment aan het Vanaf dat moment wist ik dat ik kon wat an- Hezewijk werd wetenschappelijk mede- promoveren, misschien was hij bang dat zijn deren wel “magie” noemen. Onbegrijpelijke werker bij de vakgroep van psycholoog Piet wetenschappelijke integriteit op het spel genezingen, in India heb ik duivels uitgedre- Vroon. ‘Voor Andreas betekende dat bijna kwam te staan. Na zijn vertrek zijn we nog ven, als sjamaan gewerkt. Ik ben getrouwd het kamp van de vijand. Tijdens alle jaren in een jaar of twee doorgegaan, maar we wer- met een vrouw die ook over deze gaven be- de Platoclub ben ik op een beschaafde ma- den nonchalanter. Deden minder goed ons schikte, deze mind above matter tot het ui- nier aandacht blijven vragen voor een wat ra- huiswerk, de klad kwam er een beetje in. De terste doordreef. Dat huwelijk is een debacle tionelere kijk op de dingen. Er begon steeds groep viel uiteen. De poging van Andreas om geworden. Toen een zwaar auto-ongeluk mij meer te sluimeren tussen Andreas en mij. een tegenwicht tegen het heersende denken erop wees dat matter also matters was dat Op een gegeven moment heb ik een openba- te vormen is misschien wel mislukt. Het is een laatste waarschuwing voor mij. Ik heb re brief geschreven aan Andreas in Hollands nooit het begin van een beweging geworden, toen resoluut een streep gezet onder al die Maandblad (het door K.L. Poll opgerichte wat ze misschien wel gehoopt had. We zijn metafysische zaken. tijdschrift voor politiek en literatuur, red.). er allemaal toch een beetje van teruggeko- Mijn positie in het leven is die van een ‘ge- Een soort final statement. Veel mensen vroe- men. Vergelijk de novelle De geit, die Oek in gen zich af waarom ik koos voor de indirecte die jaren schreef, maar eens met Hokwerda’s manier van een openbare brief, maar het was kind. bedoeld als een reactie op de openbare brief In De rondgang der gevangenen noemt ‘Met haar getrainde filosofische geest leidde van Andreas aan mij in haar boek De rond- Andreas mij “de geleerde mysticus”. Die mys- Andreas ons door de geschiedenis,’ zegt oud- gang der gevangenen. Ik kreeg die brief pas tiek is voor mij heel erg op de achtergrond Platoclublid Chris Rutenfrans onder ogen toen er een voorpublicatie ver- geraakt. Ik kreeg een baan bij het ministe-
    • 122 123 KERST 2006 ANDREAS BURNIER EN DE PLATOCLUB ‘Andreas had een enorm libido, was ijzersterk, een en al dynamiet. Bert Nienhuis Lesbiennes adoreerden haar’ Maaike Meijer rie van Justitie, later bij Trouw, kreeg kinde- het leuk dat het denkers waren, geen echte Een tijdlang heb ik nog een intensieve cor- ren. In die periode van mijn leven raakte ik macho’s. Zij was daar de leraar, dat was ook respondentie met haar gevoerd. Andreas vanzelf meer down to earth. Wat ook mee- de rol die haar het beste paste. Dat talent had inmiddels de draai naar spiritualiteit ge- speelde, was het groeiende besef dat onze heeft ze altijd gehad. Als de juffrouw van de maakt, ik was bezig met een studie naar de cultuur niet oosters is maar westers. Onze kleuterschool even weg moest, ging zij voor graalroman in de Middeleeuwen, daar heb- cultuur is christelijk, of we nu in god of kerk de klas staan. En iedereen luisterde. “Ik ben ben we samen veel over gepraat. Andreas geloven of niet. Juist nu is het zaak daar pal met een krijtje in mijn luier geboren,” heeft praatte niet zozeer over gevoelens als wel voor te staan en ons niet verliezen in oosters ze wel eens gezegd. Een vrij dubbelzinnige over ideeën. Wat dat betreft was het net een gezweef. In feite heeft Andreas dat ook ge- opmerking als je haar gender-probleem in vent. Eigenlijk kon ze niet veel met vrouwen. daan door op het eind van haar leven voor aanmerking neemt. In Het jongensuur be- Wel als lovers, maar intellectueel contact met het jodendom te kiezen. Ik vind wel dat haar schrijft ze hoe ze iedere dag allerlei gehei- vrouwen ging haar lastig af, maakte haar ver- ideeën nog steeds een grote actualiteit heb- me magie beoefent om alsnog een jongetje legen. De grotere distantie van mannen die ben. Criminologen hebben met hun weten- te worden en hoe wanhopig ze was toen ze hun verlegenheid handiger stileren, beviel schappelijke pretenties nooit morele oorde- ongesteld werd en begreep dat haar magi- haar. Gaf haar waarschijnlijk ook even de il- len willen vellen. In De droom der rede heeft sche streven was mislukt. Ze is zelfs nog wel lusie dat ze in de community van mannen Andreas die neutraliteit scherp afgewezen. eens naar een dokter gegaan met de vraag of was opgenomen, iets waar ze diep in haar Er bestaat zoiets als het kwaad en daar zullen die haar kon ombouwen, maar dat kon nog hart nog steeds naar hunkerde.’ we ons toe moeten verhouden.’ niet in die tijd.’ Huisvrouwenleven ‘De antroposofische landschapsarchitect’ ‘De milieuactivistische kunsthistoricus’ Meisjesknapen Veroveringen ‘Uitsluiting,’ zegt Ineke van Mourik, ‘is denk Even is er sprake geweest van een vrouwelij- ‘Andreas was wat je tegenwoordig een “trans- ik het sleutelwoord in het leven van Andreas. Joost Vroege (42) is landschapsarchitect en Yoeri Albrecht (39) is historicus en journalist ke Platoclub, de club ‘In Liefde Bloeyende’. gender” zou noemen,’ zegt Maaike Meijer, In haar vroege jeugd vanwege haar extre- stedenbouwkundige Die was geen lang leven beschoren. Toen er hoogleraar bij het Centre for Gender and me intelligentie, in de oorlog vanwege haar sprake was van uitbreiding van de jongens- Diversity van de Universiteit van Maastricht. joods-zijn, in haar latere leven vanwege het Platoclub schreef Andreas Burnier in haar ‘Reden waarom zij zich in dat beginnende fe- vrouw-zijn en haar homoseksualiteit. Veel brievenboek: ‘Laten wij er maar geen meis- minisme aanvankelijk nogal displaced voel- mensen hebben zich verbaasd over haar hu- jesknapen bij nemen, laten we het maar bij de. Dat was in het begin één groot vrouwe- welijk. Zelf heeft ze daarover in een inter- jongensknapen houden, die zijn aanmerke- lijkheidsfeest, met dat feminiene had zij niet view gezegd: “Zoals mensen in een oorlog lijk geleerder…’ Toen ze hier in een interview zoveel. Dat wij in de jaren zeventig als actie- soms uiteindelijk gaan collaboreren uit ver- in Vrij Nederland (1996) over werd doorge- groep Paarse September kritiek hadden op moeidheid en lafheid, zo ben ik getrouwd.” vraagd zei ze: ‘Ach, dat is weer zo’n hyberbool het feit dat de vrouwenbeweging zo vrese- Andreas moest trouwen, was zwanger ge- die mensen mij kwalijk nemen. Maar ik moet lijk hetero was, vond zij een verademing. En worden, maar dat was niet het enige. Ze was eerlijk zeggen, al bestaan er geniale vrou- mij als lesbo’tje uit de provincie hadden haar ook trouw. Ze had een vriendschapsband wen, van alle studenten die ik gezien heb wa- boeken een model aangereikt hoe je kon le- met Emanuel. Er was een grote intellectuele ren de jongens inderdaad doorgaans geleer- ven. In een interview met Bibeb in die tijd ver- gelijkwaardigheid, ze hielden samen lezin- der. Meisjes op die leeftijd hebben blijkbaar telde zij over haar woeste liefdesleven. Daar gen voor antroposofische gezelschappen, meer last van hun hormonen. Zijn continu getuigen ook haar boeken van. Andreas had werden als voorbeeldechtpaar beschouwd. bezig met: zie ik er wel leuk uit, red ik het wel een enorm libido, was ijzersterk, een en al dy- Maar intussen betekende het huwelijk voor op de huwelijksmarkt?’ Over de meisjesclub namiet. Ik denk dat ze zich die jaren als een haar een gevangenis. Ze was bang en onwen- zei Burnier: ‘Dat was een sof. Ze deden hun man gedragen heeft met veroveringen. nig in haar moederschap. Als ze met de kin- huiswerk niet, er ontstonden aan de lopende Lesbiennes adoreerden haar. Nee, zelf ben derwagen buiten liep, zat ze met haar hoofd band emotionele problemen, kortom, veel ik nooit verliefd op haar geweest. Ik woon- bijna in de kinderwagen uit angst en be- emoties, weinig wol.’ de in Amsterdam en had een lat-relatie met zorgdheid. De tweede zwangerschap was ‘Dat zegt meer iets over Andreas dan Ineke van Mourik, die een vrouwenboekwin- een drama. Dominique, haar toen zevenja- over de In Liefde Bloeyende,’ zegt Ineke van kel begonnen was in Nijmegen, ‘De Feeks’. rige zoon, herinnert zich hoe ze regelma- Mourik, de levenspartner van Andreas de Na verloop van tijd is er iets ontstaan tus- tig de kamer uitliep en begon te huilen. Ze laatste zeventien jaar. ‘Andreas kon slecht sen Andreas en Ineke. Kort gezegd: Andreas moet wanhopig zijn geweest en verschrik- met emoties omgaan. Wat dat betreft had heeft eigenlijk mijn verloofde afgepikt. De kelijk eenzaam. Als Emanuel thuiskwam van ‘De taoïstische schrijver’ ze het makkelijker met de jongens. Die wer- vriendschap tussen ons is naderhand weer zijn werk, stond haar brommer in de gang al den hooguit wat persoonlijker als ze een fles hersteld. Gelukkig maar, want de wereld van klaar. Dan sjeesde zij weg. Gewoon nergens Oek de Jong (54) studeerde kunstgeschiedenis en ‘De juridische magiër’ wijn ophadden. Met haar gereserveerdheid Amsterdamse lesbo’s is klein. Je moet dus op heen, alleen maar weg. schreef onder meer ‘Opwaaiende zomerjurken’, Jaap Verraes (47) studeerde rechten was het makkelijker met mannen om te gaan de een of andere manier een soort omgangs- Formeel zijn ze tien jaar getrouwd geble- dan met vrouwen. Zij noemde de Platoclub kunst met elkaar klaar zien te spelen, anders ven. Die man vond zij niet eens zo verschrik- ‘Cirkel in het gras’, ‘Hokwerda’s kind’ en ‘De in Nijmegen en Poitiers en heeft nu een hoge altijd de club van de hetero-nichten. Ze vond raakt de ander zijn hele sociale context kwijt. kelijk, wel dat huisvrouwenleven. Na hun wonderen van de heilbot’ positie bij een Europese instelling
    • 124 125 KERST 2006 VRIJ NEDERLAND ANDREAS BURNIER EN DE PLATOCLUB 23 DECEMBER 2006 iedereen wilde onder haar vleugels, maar de want dat was goed voor haar. Ik gaf haar vaak Oek de Jong: ‘Ik bewonder haar als strijdster. warmte die ze bij ons voelde op vrijdagavond een pannetje met matzeballen mee voor in Zo heeft ze met haar pamflet Mag de dokter was nieuw voor haar. Ab, mijn tweede man, doden? eind jaren tachtig een nationaal de- de soep. Of viskoekjes. Toen Ab overleed, an- was een typische getto-jood. Kwam van het derhalf jaar voor de dood van Andreas, was bat over euthanasie weten te ontketenen. armste van het armste, sliep als jongetje op Maar ze was niet iemand die handenwrij- ze heel lief voor me. Ze belde me iedere dag de houten vloer. Kreeg kleren van de bede- op: heb je je vitamientjes wel genomen, hebvend aan een polemiek begon, integendeel. Ed van Wersch /Collectie Van Mourik ling, maar als hij een cent had, ging hij een je wel sla en tomaten gegeten? Wie ooit le-Het kostte haar slapeloze nachten, ze moest boek kopen. Een warme man, en daar had lijk denkt of praat over het moederschap van iedere keer weer alle moed bij elkaar rapen, Andreas weinig ervaring mee. Die twee wa- Andreas moet wel bedenken dat ze nauwe- en als er repliek kwam, was ze daar weer ren gek op elkaar. Ik kom uit de textiel, heb lijks een voorbeeld heeft gehad. Bij één on- een halve week ondersteboven van. Als ik mijn hele leven gewerkt tussen de homo’s. derduikgezin heeft ze alleen maar in een Andreas tegenkwam, was het eerste wat ze Frank Govers was als een broertje voor mij, kastje gezeten, ze heeft een half jaar niet mo- vroeg: en Oek, ben je mooi aan het schrijven? Bert Nienhuis maar Ab stond op de markt met stoffen. En gen praten. Hoe kun je daar normaal uitko- Dat wilde ze zelf ook het liefste. Haar reizen de stoffen, dat zijn alleen maar hetero-man- men? Andreas was een bijzondere vrouw, een waren vaak een vlucht voor het gevecht waar nen. Voor Ab waren homoseksuelen buiten- vrouw om van te houden. Maar veel mensen ze hier voortdurend in verzeild raakte. Maar aardse wezens. Op een dag in Israël, tijdens durfden dat niet. Werden afgeschrikt door tegelijkertijd wilde ze dat ook. Andreas was Met rabbijn David Lilienthal, 1995 Met echtgenote Ineke van Mourik, 1998 een lunch, hebben Andreas en Ineke aan Ab dat erudiete en dat koele. Andreas was een een intellectueel die haar verantwoordelijk- precies uitgelegd wat lesbiennes zijn en wat mooie vrouw, met een prachtige bos haar. heid nam.’ scheiding is Andreas tot bloei gekomen. Ze de hernieuwde kennismaking met de jood- melijk. Ik begrijp waarom ze voor haar kin- feministen. Tot diep in de nacht hebben we Ze zag eruit als een knuffelbeertje, maar nie-Yoeri Albrecht: ‘Ze heeft mij de realiteit ging weer studeren en werd voor het eerst se rituelen wist Andreas: hier hoor ik bij. En deren geen moeder heeft kunnen zijn. Het zitten praten. mand knuffelde haar, want ze had de uitstra-van ideeën laten zien. Laten zien hoe je je van haar leven verliefd op een vrouw: de fo- na bijna alle wereldreligies te hebben bestu- idee alleen al van een Andreas die een luier Andreas droeg echte herenkostuums. De ling van een ijsberg. Daar trok ik me niks van rug recht kunt houden in een discussie. Dat tografe Paul Franssen. Paul Franssen heeft al- deerd, ging zij zich voor het eerst verdiepen verschoont, dat is bijna onvoorstelbaar. En meeste gemeenteleden zagen dat niet, maar aan. Ik nam haar gewoon in mijn armen, ze het telkens opnieuw opbracht in de maat- tijd gezegd: “Ik ben niet lesbisch, maar ik wil in het Jodendom.’ ik weet niet eens of dat alleen door de oor- ja, ik kom uit de textiel, ik zag meteen dat het streelde haar over d’r koppie. In de synago- schappelijke wind te gaan staan, dwong mijn wel wat met jou.” Hun relatie, door Andreas log kwam. Een oorlog kan eigenschappen knoopje aan de andere kant zat. Ze was ver- ge kneep ik even in haar wang of hield haargrote bewondering af.’ bestempeld als huwelijk, heeft zeventien Rebbe hooguit versterken. Misschien was het ook schrikkelijk zuinig. Soms gaf ik haar op d’r hand vast. Sinds haar dood zeg ik haar iede- ‘Andreas heeft mij iets raars geleerd,’ zegt jaar geduurd. De buitenwereld vond het David Lilienthal, emeritus-rabbijn van de een kwestie van karakter. Andreas heeft me kop: “Andreas, dat verwassen truitje kan echt re avond in mijn avondgebed tegelijk met AbRené van Hezewijk. ‘Ze heeft me geleerd dat schokkend dat Andreas haar kinderen toen Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam: ‘Zoals altijd ontroerd met de knulligheid waarmee niet meer. Hup, weggooien. En, Andreas, die gedag. Dan zeg ik: Ron, rust maar lekker uit, er als neuroot toch nog een leven is voor de in pleegzinnen heeft gedaan. Ik wil dat ze- alle mensen die voor het eerst bij mij komen, ze dingen kon doen. Heel onhandig.’ sokken kun je niet meer aan, je moet knie- samen met je vriendje.’ dood. Andreas was neurotisch, en ik denk de ker niet goedpraten, maar feit is wel dat de had ik haar gevraagd een lijstje te maken van In een boek voor Andreas schreef Ischa kousen dragen. Dat harige beentje wil ik niet meeste leden van de Platoclub, mezelf niet kinderen ook een vader hadden en dat nie- wat ze ooit gelezen had over het Jodendom. Meyer ooit de opdracht ‘Voor de enige vrou- meer zien.” En dan kwam ze de volgende keer Rug recht uitgezonderd. Maar daar moet je je niet te- mand, maar dan ook niemand ooit de vraag Tot mijn verbijstering verscheen Andreas welijke rebbe die ik ken.’ Geconfronteerd met trots haar nieuwe kousen laten zien. Andreas Op 19 september 2002 vond Ineke van veel van aantrekken. Je moet gewoon aan heeft gesteld waarom híj de kinderen niet met vier A-4’tjes waarvan iedere regel stond die uitspraak zegt rabbijn David Lilienthal: at nooit vlees, maar als ze bij ons kwam op Mourik Andreas Burnier op de overloop, ge- het leven slaan en dan zie je dat het toch iets heeft opgevangen. Andreas zelf was nauwe- volgeschreven. Ik wist meteen: dit is geen ge- ‘Nee, of ze daar talent voor had betwijfel ik. vrijdagavond moest ze van mij vlees eten, storven aan een hartstilstand. moois oplevert.’ V lijks in staat daarover te praten. Ze verdrong middelde dame. Ze had werkelijk een halve Ze was wel een uitstekende joods academi- ieder gevoel daarover, zoals ze ook heel lang bibliotheek verslonden. Nee, ik kende haar cus en docent, maar ik denk dat ze op het per- de hele oorlog verdrongen heeft. Het is bijna niet. Ik ben niet zo’n lezer. soonlijk vlak toch een paar dingen miste. Ik onmogelijk om niet het herhalingselement Besef wel, Andreas was verre van uniek in denk dat ze te weinig diplomatiek was.’ te zien: hoe ze met haar kinderen precies ge- haar late terugkeer naar het Jodendom. Er daan heeft wat haar is overkomen.’ is een constante instroom van mensen die Twee zusjes De verhouding tussen Andreas Burnier en zich pas laat in hun leven van hun registra- ‘Ik weet nog hoe ze door de voorzitter werd Ineke van Mourik, haar vroegere studente, tievrees kunnen losmaken en die te voor- voorgesteld als nieuw lid van de Liberaal begon een paar jaar na het beëindigen van de schijn durven te komen uit hun “onderduik”. Joodse gemeente,’ zegt Kitty Piller-Wolff. “Dit relatie met Paul Franssen. Ofschoon ze niet Op het intellectuele vlak wist zij zich snel een is professor doctor Dessaur.” Maar dat hoor- van plan waren samen te gaan wonen, was er grote kennis te verwerven. Binnen de kortste de ik nauwelijks, die termen zijn niet aan iets dat daar verandering in bracht. Op 9 no- keren was Andreas het Hebreeuws machtig. mij besteed. Ik heb alleen maar een paar tex- vember, de nacht van de Kristallnacht, werd Ze wist heel veel, maar om je een geloof eigen tieldiploma’s. Ik zag alleen maar een vrouw Andreas’ huis in Nijmegen belaagd door een te maken, moet een beleving ook vorm krij- staan met verloren ogen, afhangende schou- stalker. De vrouw was psychotisch, drong gen. Met die stap heb ik haar geholpen. Dat ders. Ik ben nu eenmaal een kordaat typetje, zich met geweld door een voordeur van ge- is het begin geweest van een soort bondge- dus ik liep op haar af, pakte haar bij de hand, pantserd glas. Andreas raakte in een shock, nootschap tussen ons. zei: “Kom maar bij mij aan het tafeltje zit- dook daarna maanden onder bij Ineke van Wat me altijd geïntrigeerd heeft, was de ten.” Vanaf die tijd is er een grote liefde tus- Mourik in Amsterdam, hetgeen uiteinde- kloof tussen haar intellectuele en emotio- sen ons geweest. Twee zusjes die elkaar pas lijk overging in samenwonen. Van Mourik: nele capaciteit. Zo scherp als haar intellect laat zijn tegengekomen. Ik heb haar eerst ‘Bij Andreas is door die onverhoedse ge- was, zo verward was haar emotionele le- een keertje op de thee gevraagd. Op een welddadige aanval iets opengebroken over ven. Ze worstelde met de last van de oorlog. hoekje van de bank zat ze, beentjes tegen el- Bert Nienhuis de oorlog. In 1989 bracht zij een bezoek aan Daar is ze uiteindelijk, althans gedeeltelijk, kaar, alles waakzaam op te nemen. Toen heb Dachau. Vlak daarna overleed jurist en schrij- mee in het reine gekomen. Nee, ik heb haar ik gevraagd: “Zou je een keertje op vrijdag- ver Abel Herzberg. Andreas bezocht hem op nooit beschouwd als een leerling, eerder als avond willen komen? En dat heeft ze vervol- zijn sterfbed en maakte zijn begrafenis mee. een geestverwant. Ik weet niet of ik haar ooit gens tot aan haar dood toe gedaan. Ze is een Kort daarna overleed haar eigen vader. Door heb aangeraakt. Ze was absoluut niet licha- leven lang bewierookt om haar geleerdheid, Andreas Burnier – ‘een intellectueel die haar verantwoordelijkheid nam’
    • 36 37 DE VERHALEN Interview Maarten Biesheuvel ‘Trots zijn is moeilijk, hoor’ Beduusd hoorde Maarten Biesheuvel in december dat kracht, de absurdistische humor en de stilis- tische rijkdom. hij de P.C. Hooftprijs had gewonnen. De stroom ideeën In Sunny Home, zijn groengeverfde hou- en invallen is tegenwoordig opgedroogd, maar af en toe ten huisje in Leiden, is de laureaat nog steeds een beetje beduusd. Maar hij is voor- schrijft hij nog een verhaal, of maakt hij een tekening. En al blij. En hij heeft er al over nagedacht hoe hij sleutelt aan zijn Verzameld Werk. ‘ Ik bén wellustig.’ de plechtige prijsuitreiking op 24 mei in het Letterkundig Museum zou moeten verlo- pen. ‘Ik was er bij toen Rudy Kousbroek en Karel van het Reve de P.C. Hooftprijs kregen uitge- reikt op het Muiderslot. “Dat wil ik ook,” zei Door Martje Breedt Bruyn ik tegen Anton Korteweg, maar hij vertelde Foto’s Bert Nienhuis dat het daar al vele jaren niet meer plaats- vindt. Jammer dat het daar niet meer kan. Ik was verrast. Ik wist helemaal niet of dit jaar AREN GELEDEN,’ VERTELT de prijs zou worden toegekend voor proza, Maarten Biesheuvel, ‘was er een poëzie of essays. En ik wist ook niet dat de bijeenkomst van de Nescio-club. bekendmaking in december speelde. Ik was Aan een kleine ronde tafel zaten stomverbaasd toen Ieme van der Poel me bel- Karel van het Reve, K. Schippers, de.’ Van der Poel is de vice-voorzitter van de Hugo Brandt Corstius en ik. “Vier stichting P.C. Hooftprijs voor Letterkunde. P.C. Hooftprijswinnaars bij elkaar,” zei Karel. ‘Zij zei: “Meneer Biesheuvel, we willen u de “Maar Maarten hééft ’m helemaal niet,” riep P.C. Hooftprijs voor proza geven. Mag ik u Hugo. Waarna Karel zei: “Die krijgt hij nog vragen of u hem wilt accepteren?” “Laat ik wel een keer.”’ dat maar doen,” zei ik. Karel van het Reve heeft gelijk gekregen. Toen Rudy Kousbroek in 1975 de prijs Maarten Biesheuvel laat zijn hondje Bruno Half december was het zover. De jury prees kreeg, speelde Vera Beths viool. Zij had een uit. ‘Van het geld dat bij de prijs hoort, ga ik zijn verhalen, samengebracht in meer dan zwart leren jackie aan, bloot over haar li- geen lange zeereis maken. Nee hoor, ik blijf een dozijn bundels, om de verbeeldings- chaam, met overal ritsen die open konden. veilig thuis’
    • 38 39 DE VERHALEN VRIJ NEDERLAND INTERVIEW MAARTEN BIESHEUVEL 13 JANUARI 2007 Je hoefde maar aan een rits te trekken en dan zou er zó een tiet bloot komen.’ Dieren was een misverstand. Iemand van de radio belde en vroeg mij: “Geeft u nog iets den hebben en wilde het niet uitgeven. Later heeft hij op de televisie gezegd dat hij daar ‘Mijn motto luidt: vriendelijk, trots, bescheiden en nieuwsgierig. Ik Eva Biesheuvel: ‘Zij trad ook op toen Hugo Brandt Corstius, uiteindelijk in tweede in- weg?” Het was een uur na de bekendmaking. Ik antwoordde: “Misschien doen we iets voor spijt van had als haren op zijn hoofd. Dat heeft Wouter van Oorschot in zijn oren ge- vind dat ik, het geheel overziend, met zo’n duizend bladzijden toe stantie, de prijs kreeg. Toen bespeelde ze vro- dieren,” en dat begreep Maarten verkeerd. knoopt. Vervolgens nodigde Theo Sontrop zou kunnen’ lijk een rinkelbom. Daarom wil Maarten haar Ik ben wel lid van de Partij voor de Dieren, van Meulenhoff mij uit om het boek bij nu ook bij zíjn prijsuitreiking.’ Maarten en ik hebben er allebei op gestemd. hem uit te geven. Sontrop was mijn redac- Biesheuvel: ‘Vera gaat “Die drei Zigeuner” We houden veel van dieren. Hier in huis wo- teur. Hij sleutelde aan mijn teksten. Meestal spelen van Liszt, voor viool en piano. Dat nen nu vier poezen en het hondje Bruno.’ was ik het met hem eens. Maar niet altijd. In swingt de pan uit. De pianist is Stanley Biesheuvel: ‘Ik wil graag een varkentje in “Oculare Biesheuvel” komt een reeks namen Hoogland. Bij de uitreiking in mei ga ik niet huis. Maar dat wil Eva niet. Het schijnen zul- voor van bijna drie pagina’s. “Twaalf namen zingen. Ik heb mijn leven lang heel veel siga- ke lieve huisdieren te zijn, en ze ruiken lek- is wel genoeg,” vond Theo. Ik stopte mijn ver- ‘V ren gerookt, mijn stem is een beetje gezakt. ker, een beetje bitter. Je moet ze toch kunnen halen in mijn koffertje en liep naar de deur. derde van wat er is gepubliceerd echt goed ROEGER HAD IK VOORTDUREND mory”. Dat staat in mijn debuut In de boven- Wie weet zing ik tóch, maar dan a capella: leren op een krant te schijten. De andere die- “Ho, stop,” zei Theo, “dan handhaven we die vind. Mijn motto luidt: vriendelijk, trots, be- ontzettend veel ideeën en inval- kooi. “Herinnering aan Sjaan” heb ik geschre- Plaisir d’Amour.’ Hij heft aan, met een mooie ren moeten natuurlijk meteen van het var- hele opsomming.” Karel van het Reve noem- scheiden en nieuwsgierig. Ik vind dat ik, het len. Dankzij de pillen die mijn ma- ven voor het nummer van De Tweede Ronde bariton: ‘Plaisir d’amour ne dure qu’un mo- kentje houden. Misschien kan ik Eva nog de het later de mooiste namenlijst uit de lite- geheel overziend, met zo’n duizend bladzij- nische depressiviteit in toom houden, kon ik dat was gewijd aan wellust. Het verscheen in ment. Chagrin d’amour dure toute la vie.’ ompraten. Ik kan tegen haar zeggen dat ik ratuur na de lijst met schepen bij Homerus.’ den toe zou kunnen. daar orde in aanbrengen. Ik wist welk idee ik 2005. Lees het, het is een schattig geschreven minder last heb van sombere buien of zwa- Theo Sontrop bracht Biesheuvel in contact Trots zijn is moeilijk, hoor. Ja, ik ben trots zou uitwerken. Tegenwoordig is die stroom wellustig verhaaltje.’ ‘N EE, IK ZAL WAARSCHIJNLIJK re depressies als er zo’n varkentje in huis is. met De Harmonie. ‘Het leek hem een goed op Eva natuurlijk. Zij heeft mij door het leven van invallen er niet meer. Gerard Reve zei: De eerste zin: ‘Toen ik achttien was was niet spreken. Misschien ga ik vra- Ik zag jaren geleden bij Rudy Kousbroek een idee als er nu een klein boekje zou komen, gesleept. Maar trots op mijzelf ben ik eigen- ik kan niets verzinnen. Bij mij is dat ook zo. Sjaan zestien en ze had wonderlijk mooie gen of Eva het dankwoord houdt. leuke foto van een dame die in een kamer zit uitgegeven door Jaco Groot. Dat liep anders. lijk niet zo erg. Nu ik de P.C. Hooftprijs heb ge- Mijn hele autobiografie zit al in mijn werk. benen.’ De jongen kan daar geen genoeg Ik heb één keer een dankwoord uitgespro- te lezen met een varkentje naast zich. Het De kasten zaten stampvol verhalen. Jaco stel- kregen, ben ik nog altijd niet trots. Toch heb ik na de Oude geschiedenis van Pa, van krijgen. Er ontstaat een vreemde situa- ken, dat was toen ik de erepenning van de dier zit er zo schattig bij. Sindsdien verlang de de bundel Slechte mensen uit die stapels Ik ben het wel voor zover mij de prijs als uit 2002, nog een boekje gemaakt.’ Hij loopt tie. Ze zijn in de kelder. Tegen de muur staat stad Leiden kreeg. Toen durfde ik dat nog. ik naar een varkentje.’ samen, en daarna Het nut van de wereld. Hij outsider is overkomen. Ik lees geen kranten. naar de kast en haalt het tevoorschijn. ‘Kijk, een fiets. De jongen haalt de ketting van het Maar wellicht krijg ik in de tussentijd een koos niet alleen goede verhalen. Ik kijk ook zelden naar de televisie. Ik loop ’s Raadgeving in het holst van de nacht.’ rad, zodat de fiets nooit van zijn plaats kan O idee, waar ik een verhaaltje van maak. Ik P 26 JANUARI VERSCHIJNT BIJ In die tijd was ik er slecht aan toe. Ik had avonds met onze hond door de straten en zie Het boekje is in 2004 verschenen bij de komen. Sjaan gaat op het zadel zitten en denk er ook over om een van mijn verha- Van Oorschot een bijzondere uit- diepe depressies, lette niet zo goed op. Later, mensen met een krant voor de tv zitten. Ze Avalon Pers in een beperkte oplage. ‘Dit trapt. De jongen ligt op de grond om het zo- len voor te lezen. Misschien wel dat verhaal gave: een uitgebreide en herziene in 1980, heb ik een compilatie uit die twee lezen wat en kijken daarna weer naar de tv wordt het laatste onderdeel van het verza- genaamde ongemak te herstellen. ‘Heb je waarin ik, als kind, op de rug van een en- editie van Zeeverhalen. Met een cd waarop boeken samengesteld, De wereld moet be- en ik denk: Jezus, wat een banaal bestaan. Ik meld werk. Ja, ook “Heer en slaaf ” staat daar goed zicht?’ vraagt ze, terwijl ze haar duim gel naar het eind van de wereld reis. We ko- Biesheuvel nieuwe verhalen voorleest. De ter worden. Ik was inmiddels teruggegaan babbel met Eva van hal tien ’s ochtends tot ’s in. Het is een van mijn mooiste verhalen. Lees in haar mond steekt, waarna ze op verzoek men in een sappig weitje, met madelieven zeemansverhalen zijn hem het dierbaarst. naar Meulenhoff. In die tijd had ik geluk- avonds laat. Dat is heel wat prettiger en ook maar.’ van de jongen haar korte rokje nog wat ho- en paardebloemen. Daar staat een schutting: Bij Van Oorschot verschijnt ook, half 2008, kig een baan. Als medewerker van het Leids nuttiger.’ Op een slavenmarkt koopt een heer de ger optrekt. ‘Ach,’ zegt Biesheuvel vertederd, het eind van de wereld. De engel tilt mij op. Ik het Verzameld Werk. Is dat niet zuur voor Academisch Ziekenhuis had ik een leven meest ziekelijke slaaf. Hij neemt hem mee ‘dat is zo ironisch, zo dubbel.’ H kan eroverheen kijken en zie tot mijn verba- Meulenhoff? Biesheuvel debuteerde daar als een luis op een zeer hoofd. Toen kon ik IJ AAIT HET HONDJE DAT ZACHT naar huis en geeft hem heerlijk te eten en Hij veert op en zegt: ‘Ik schrijf dan wel niet zing mijn eigen huis. in 1972 met In de bovenkooi, dat de hemel in weer schrijven. Daarvoor was er een periode ronkend naast hem op de bank ligt te drinken. De heer heet Paulus, de slaaf zo veel meer, maar tekenen doe ik nog wel. Af Van het geld dat bij de prijs hoort, ga ik werd geprezen en druk na druk beleefde. Het van angst en beven, van bang zijn voor het te slapen. ‘Bruno is zo lief, die kan Abdul. De heer maakt een verrukkelijk bad en toe maak ik een tekening, die Eva dan be- geen lange zeereis maken. Nee hoor, ik blijf gros van zijn bundels verscheen daarna ook niets, voor alles. Ik heb eerder ook gewerkt vast goed met dat varkentje overweg. En met klaar voor de slaaf, en daarna ‘rost hij hem waart.’ Eva Biesheuvel komt tussenbeide en veilig thuis. Ik maak wel een zeereis door bij Meulenhoff. voor de Stichting Moeilijk Toegankelijke de poezen worden het heus ook geen gevech- lekker droog’. Abdul wil werk lezen van Ibn zegt dat het nu ook weer niet zo is dat er een mijn kamer. Mensen reizen tegenwoordig zo Maarten Biesheuvel legt uit hoe het zit. Wetenschappelijke Literatuur, bij het bu- ten. O, zo’n varkentje met dat leuke stopcon- Batouta, de heer bezorgt het hem. Binnen de stapel tekeningen ligt. belachelijk veel. Pascal zei het al: als de men- ‘Begin jaren zeventig lagen er bij ons thuis reau voorlichting, en in de bibliotheek van tact en die beweeglijke snuit.’ kortste keren zijn Paulus en de voormalige Hij loopt weer naar de kast waar zijn oeu- sen gewoon in hun kamer bleven, zou de we- bijna duizend bladzijden verhalen. Karel het Vredespaleis. Fulltime schrijven ging Hij heeft het nog even over zijn uitge- slaaf Abdul twee heren. De laatste alinea: ‘“Ik vre in staat en komt terug met het Biesboek. reld er beter uitzien. van het Reve heeft daar In de bovenkooi uit nog niet, dat is eigenlijk ook nooit gegaan, vers. ‘In 2005, toen het vervelend werd bij heb het beste met je voor,’ zegt de heer. “Dat Hij slaat pagina 61 open en wijst: ‘Dit vind In de krant stond dat ik een deel van het samengesteld, en legde de door mij getikte maar met een baan erbij was ik toch erg pro- Meulenhoff, ging iederéén daar weg. Toen begrijp ik,” zegt Abdul. “Morgen graag ver- ik mijn mooiste tekening. Er is geschreven prijzengeld aan de Partij voor de Dieren wil vellen op het bureau van Geert van Oorschot. ductief.’ het de verkeerde kant dreigde op te gaan, se vijgen.” De zon gaat onder en wij laten de dat mijn tekeningen lijken op die van Saul geven. Ik belde daar Maarten ’t Hart over op. Die begon te lezen. Hij stuitte op een gerefor- Biesheuvel heeft eens gezegd dat hij veer- suggereerde ik om naar Van Oorschot te twee mannen aan hun lot over. Hoe zal dat Steinberg. Kijk eens, die voetjes van die vogel. Hij zei: “Dat zijn rijkaards. Je moet het geld meerd verhaal waarin de schrijfster Jacoba tig procent publiceert van wat hij schrijft. ‘Ja, gaan. Een uitgave van mijn Verzameld Werk aflopen? “Dat vraag ik me ook af,” zegt de Zo mooi, en die schattige teentjes. En hier, de niet aan die mensen geven.”’ Vreugdenhil voorkomt. Dat is mijn tante. dat is zo. Eva gooit heel veel weg. Eva is mijn was mijn idee. En natuurlijk ook van Eva. schrijver.’ verstelschroeven van een contrabas in de rug Eva Biesheuvel: ‘Dat van die Partij voor de Van Oorschot moest niets van gereformeer- eerste lezer. Het is ook waar dat ik maar een Wouter van Oorschot zei meteen ja. In Biesheuvels exemplaar staat op de hal- van die vogel, om de snaren te spannen. Dat Met dat Verzameld Werk wordt het nog ve pagina wit na het slot in forse hanepoten is toch mooi! flink ingewikkeld. Ik denk dat het drie de- met potlood: Nicht weiter. De vertelling die Een van de laatste tekeningen die ik heb len van duizend bladzijden dundruk wor- daarna komt, heeft hij doorgekrast. Hij wil gemaakt staat nu op de nieuwjaarskaart den. Mét leeslint. Al zou ik er niet tegen zijn daar een ander verhaal voor in de plaats, voor 2007 van Eva en mij.’ Hij laat hem zien. als het vier delen van achthonderd pagina’s ‘Herinnering aan Sjaan’. Hij legt het uit. ‘Ik ‘Op een tafel staat een heel klein maal klaar, zouden worden. Maar hoe moet het met de bén wellustig,’ zegt hij. ‘En ik houd van ro- in een minuscule kom, voor een heleboel plaatjesboeken? In het Biesboek staan veel fo- ken en drinken, maar daar heb ik weinig personen: een mannetje, een ratje, een soort ‘Misschien ga ik vragen of Eva het dankwoord houdt. Ik heb één keer to’s en tekeningen, en voor Hoe de dieren in de hemel kwamen heeft Charlotte Mutsaers over geschreven. Dat heb ik aan anderen overgelaten. Maar in mijn verzameld werk kabouter met een puntmuts, een hondje, een vogel met alweer van die sierlijke po- een dankwoord uitgesproken, dat was toen ik de erepenning van de mooie illustraties gemaakt. Die moeten op moet toch ook iets erotisch staan. In dit ver- tjes. Ikzelf sta er ook op, ik ben dat mannetje dik papier worden afgedrukt, anders sche- haal is de hoofdrol voor het meisje over wie linksonder dat zijn hand heft om te laten we- stad Leiden kreeg. Toen durfde ik dat nog’ meren de plaatjes door de tekst heen.’ ik al heb geschreven in “Sjaan, a sweet me- ten: ik wil óók nog wat!
    • 40 41 VRIJ NEDERLAND 13 JANUARI 2007 Vroeger leidde een idee tot woorden, nu tot Remington. Dan ging het van drrrmmm, dr- destijds maakten we een keer per jaar een een tekening.’ rmm, drmmm, en daarna whamm, de hen- tochtje op een stoomboot door de land- Hij denkt even na en zegt: ‘Eigenlijk vind del van de wagen,’ – hij doet enthousiast de schappen van Nescio, over de Vecht of door ik die heel erg korte verhalen het leukst. bewegingen na – ‘en weer drrmm. Ik noem- Noord-Holland. Ik mocht vaak aan het roer Het zijn bijna tekeningen. De allerkortste de die schrijfmachine, vrij naar Johnny the staan. Dan kwamen we op Het IJ en de boot gaat over het vangen van een brood, ‘Da no- Selfkicker de samopisatel, de zelfschrijver. Ik ging enorm schommelen. “Wie staat er nu bis panem quotidianum hodie’. De titel is schreef tien bladzijden in anderhalf uur! weer aan het stuur,” vroegen de anderen. een zin uit het Onze Vader in het latijn. Het Weet je wie ik de beste Nederlandse schrij- “Bies natuurlijk.” Dat wás ook zo. Ik zag die staat in Oude geschiedenis van Pa. Hij pakt vers vind? Nescio, Elsschot en Gerard Reve. boeien niet tijdig want ik zie slecht. Ik ont- het boek erbij en draagt het voor met zijn ka- Als ik dat zeg, vragen mensen mij: en W.F. week ze op het laatste moment, en dat gaf ra- rakteristieke, nasale stem: ‘Hij ging uit om de Hermans dan? Dan antwoord ik: nee, voor re schuivers. Maar ja, aan het roer staan is nu dagelijkse kost voor hemzelf, zijn vrouw en mij zijn het deze drie. Over mij zeggen cri- eenmaal een oude droom van me. Die geef kinderen te vangen. Het kostte hem érg veel tici soms dat er geen ontwikkeling in mijn je nooit op.’ moeite maar eindelijk schoot hij zijn prooi. werk zit. Daar haal ik mijn schouders over op. ‘A Bezweet gaf hij die aan zijn vrouw. “Maar het Ik zeg, net zoals Gerard Reve spitsvondig op- LS IK EEN VARKENTJE HAD, DAN is een brood,” zei ze. “Ja,” zei hij, “en je hoeft er merkte: ik kan toch niet iemand anders her- zou ze Sjaan moeten heten. Dat is niets meer aan te doen, het is al gebákken!”’ halen?’ een mooie naam, maar alleen als je Biesheuvel lacht. ‘Ja, die hele korte liggen het spelt als s.j.a.a.n., niet als Jeanne. Ik denk ‘I me wel goed. Dit is een soort gedicht, een ab- k was vaak als gast bij het Nescio-lees- dat ik weet waar dat verlangen naar een var- surd gedicht.’ clubje. Ik heb daar weleens verhalen kentje vandaan komt. In de oorlog werd ik, voorgelezen. “Het wonder” bijvoor- om aan te sterken, ondergebracht in een O VER VÉÉL SCHRIJVEN GESPROKEN: beeld. Over een reisje op mijn veertiende boerderij in Maasland. Het was een kleine Biesheuvel weet inmiddels dat hij met mijn vader naar de Vogezen en het vin- boerderij, met gras, hooi en voor de grap aanvankelijk niet tot de kansheb- den van de aardas. Dat vonden ze erg mooi. hielden ze varkens en biggetjes. Die liepen bers op de P.C. Hooftprijs werd gerekend. Het ís ook mooi, net zoals “Brommer op zee”. gewoon op het erf – tegenwoordig leven ze De namen die werden genoemd waren In “Het wonder” laat ik mijn vader zeggen: in een soort concentratiekamp. Ze kregen A.F.Th. van der Heijden, Jeroen Brouwers “Ik denk dat die aardas in het verre Java naar eten uit een hoge trog. De grote dieren kon- en Arnon Grunberg. Biesheuvel: ‘Die heb- buiten komt. Aan die kant moet ie ook eens den daar bij, maar de kleintjes niet. Voor de ben allemaal heel veel geschreven. Ik vind nodig gesmeerd worden.” En zoals mijn va- biggetjes was er een soort opstapje. Eén var- het helemaal niet nodig om zo krankzinnig der zei, nadat hij met zijn hand de aardas had kentje sprong de trog in en begon daar, al veel te schrijven. Al ging het schrijven mij gevoeld: “De mythe gebiedt nu Gods hand te zwemmend, gulzig te eten. Maar er was een ooit ook heel gemakkelijk af. Ik zat een tijd- voelen, maar ik voel helemaal niets!” Ach, grote zeug en die wipte hem er pardoes uit. je met Eva te praten, kreeg een idee, rende mijn vader. Dat ben ik nooit vergeten. Misschien was het naar boven en draaide een vel papier in mijn De Nescio-club bestaat niet meer, maar Sjaan wel.’ V Biesheuvels Biesheuvel laat zich scheren door zijn Nieuwjaarskaart vrouw Eva. ‘ Ja, ik ben trots op Eva voor 2007: ‘Ik ben natuurlijk. Zij heeft mij door het leven dat mannetje gesleept’ linksonder’
    • 50 51 DE REPUBLIEK DER LETTEREN VRIJ NEDERLAND 17 MAART 2007 boeken Dwarse boeken Dwarse Lezers zijn er in overvloed, boeken eveneens. Maar waar vind je nog échte lezers? Zij die zich een bestaan zonder boeken niet willen, zelfs niet kunnen voorstellen – het boek als bestaansvoorwaarde. Een letterontwerper, een historisch letterkundige, een romancier, een boekhandelaar en een biograaf – allen bebrild. Vijf lezers en hún dwarse boek. Oninwisselbaar, authentiek, haaks op de waan van de dag. Toon mij uw boekenkast en ik zeg u wie u bent. Letterontwerper Bram de Does ‘Ornamenten werden tijdens mijn leertijd aan de Grafische School in 1955 ook al als overbodige ouderwetse onzin beschouwd. Zou dat Kleines Spiel mit Ornamenten een reden geweest kunnen zijn om die prachtige typografische ara- besken van lettersnijder Granjon (circa 1565) juist weer te willen toe- passen? Dit mooie boekje Kleines Spiel mit Ornamenten (1965) van Foto’s Marleen Daniëls de Zwitserse typograaf Max Caflisch inspireerde mateloos.’
    • 52 53 DE REPUBLIEK DER LETTEREN VRIJ NEDERLAND BOEKENWEEK 2007 17 MAART 2007 boeken Dwarse boeken Dwarse Historisch letterkundige Eddy K. Grootes ‘Ik heb net met twee collega’s een vertaling naar hedendaags Romancier/vertaler/essayist Anton Haakman ‘Passage is dwars omdat het strijdig is met alle logica: een man die in Nederlands voltooid van flinke stukken uit de Nederlandse Historiën coma ligt, droomt de zeereis die hij had willen maken en verliest ge- Philip Sidney. A Double Life van Hooft. Die gaan over de ontwikkelingen in de Nederlanden in de Passage leidelijk het bewustzijn. Maar vooral dwars omdat het mij het meest tweede helft van de zestiende eeuw. De briljante Engelse diplomaat dwarszit: het werd tweemaal ongelezen afgewezen. Bij Meulenhoff en dichter Philip Sidney was hier sterk bij betrokken. De biografie vanwege een conflict met de nieuwe directrice. Bij Querido waren de die Alan Stewart over hem schreef, geeft een mooie blik van buiten- redacteuren vol lof. Totdat ik een stotterende brief kreeg van de di- af op de gebeurtenissen.’ rectrice . Ook zij wees het ongelezen af: ze wilde alleen jonge debu- tanten. Uiteindelijk heb ik het op internet laten zetten bij ebook.nl’
    • 54 55 DE REPUBLIEK DER LETTEREN VRIJ NEDERLAND BOEKENWEEK 2007 17 MAART 2007 boeken Dwarse boeken Dwarse Boekhandelaar Gelly Talsma ‘Een boek als The Columbia Guide to Asian American Literature Since Biograaf Nop Maas ‘Ik hou me vooral bezig met mensen in het literaire leven die dwars- 1945 koop je niet zo gauw in als boekhandelaar, omdat het een heel liggers waren. In de negentiende eeuw was dat iemand als Multatuli, The Columbia Guide to Asian American Literature specialistisch werk is. Toch vind ik dat je als gespecialiseerde boek- Nop. Een hondeleven later had je Reve en Hermans. Hun levens hadden karikaturale kan- Since 1945 handel, als góéde boekhandel, zo’n boek moet kunnen tonen. Wie ten die ik als schrijver interessant vind. Nop. Een hondeleven heb ik weet richten we de etalage binnenkort in met als thema Azië. Dan erbij gezet om duidelijk te maken dat je met dat soort werk natuur- hoort dit boek daar toch gewoon in thuis?’ lijk geen droog brood kunt verdienen.’