Vrainport industries business plan cft 2.0
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

Like this? Share it with your network

Share

Vrainport industries business plan cft 2.0

on

  • 802 views

 

Statistics

Views

Total Views
802
Views on SlideShare
721
Embed Views
81

Actions

Likes
1
Downloads
6
Comments
0

2 Embeds 81

http://www.swaip.me 76
http://www.swaip.com 5

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Adobe PDF

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

Vrainport industries business plan cft 2.0 Document Transcript

  • 1. BOOSTING OUR INDUSTRIAL COMPETENCES B U S I N E S S P L A N CFT 2.0
  • 2. Inhoud Samenvatting 2 Ten geleide 4 1. Aanleiding voor CFT 2.0 5 1.1 Nederland heeft een sterke high tech sector 5 1.2 De internationale high tech sector wordt complexer 6 1.3 OEMs focussen op core business en besteden meer uit 6 1.4 Nederlandse toeleveranciers zien kansen in samenwerking 8 2. CFT 2.0 bevordert het innovatief vermogen van de high tech sector 10 2.1 De missie van CFT 2.0 is het gezamenlijk versterken van de competitieve positie van high tech toeleveranciers 10 2.2 Doelstelling is het creëren van een world class onderzoeksomgeving 11 2.3 Uitgangspunten van CFT 2.0 11 2.4 CFT 2.0 focust zich op twee kennisdomeinen: (productie)technologie en ketenoptimalisatie 13 2.5 De focus ligt op precompetitief, vraaggestuurd, toegepast onderzoek 14 3. Programma en projecten 16 3.1 Technologieontwikkeling en ketenoptimalisatie vormen de afbakening van het programma 16 3.2 Collectieve projecten komen voort uit het onderzoekskader 16 3.3 Individuele projecten van deelnemers en partners komen voort uit het jaarlijkse onderzoeksprogramma 16 4. Uitvoering van activiteiten 18 4.1 CFT 2.0 onderzoekt, ontwikkelt, deelt en borgt kennis van (productie)technologie ontwikkeling en ketenoptimalisatie 18 4.2 Precompetitief onderzoek naar productietechnologie ontwikkeling 18 4.3 Borgen en delen van kennis van high tech productietechnologieën en engineering competenties 19 4.4 Onderzoeken & ontwikkelen van ketensamenwerking 19 4.5 Borgen en delen van het delen van kennis van ketensamenwerking 20 4.6 Spelers uit het gehele ecosysteem kunnen betrokken zijn bij de collectieve en individuele projecten 20 4.7 De Intellectual Property is tijdens het project van de projectdeelnemers, na afloop maken zij afspraken met CFT 2.0 20 5. Organisatie 22 5.1 CFT 2.0 wordt onderdeel van Brainport Industries Coöperatie U.A. 22 5.2 Uitgangspunten voor de structuur zijn pragmatisch 22 5.3 CFT 2.0 kent een kleine flexibele bezetting 23 5.4 Een platte projectstructuur en pragmatische governance kenmerkt CFT 2.0 24 5.5 De invloed van stakeholders wordt geborgd via de programma raad 25 5.6 CFT 2.0 wordt gevestigd op een fysieke locatie 25 5.7 Alle spelers in het high tech ecosysteem worden betrokken 25 6. Financiën 29 6.1 Uitgangspunten 29 6.2 De financiering van CFT 2.0 is grotendeels afkomstig van de direct betrokkenen 30 6.3 De deelnemers investeren 1% van hun loonsom 30 6.4 Vormgeving bijdrage overheid is onzeker 30 6.5 Er zijn drie scenario’s uitgewerkt 31 6.6 De inkomsten worden voor gemiddeld 90% aan projecten besteed 32 6.7 Het totaal budget varieert tussen de € 1,7 en 6 miljoen in 2015 33 6.8 Streven is dat alle inkomsten geherinvesteerd worden 34 6.9 De financiering is afkomstig van alle betrokken 34 Brainport Industries CFT 2.0 0
  • 3. 7. Roadmap 36 7.1 Doel is om per 1 januari 2012 ‘live’ te gaan 36 7.2 Het opstartjaar is gericht op gezamenlijk succes 37 7.3 De Realisatie en exploitatie fase is gericht op het aantonen van de toegevoegde waarde voor high tech toeleveranciers en ecosysteem 38 7.4 Na vier jaar wordt CFT 2.0 geëvalueerd 38 BIJLAGE I: Vereenvoudigde Winst & Verliesrekening per scenario 39 BIJLAGE II: Een vergelijking met onderzoekcentra 40 BIJLAGE III: Betrokkenen bij totstandkoming van dit plan 41 Brainport Industries bedankt… 43 Brainport Industries CFT 2.0 1
  • 4. SAMENVATTING Brainport Industries en KvK Brabant nemen het initiatief Brainport Industries verbindt alle toeleveranciers in de keten voor high tech systemen met het zwaartepunt in de Brainport regio maar zich tevens uitstrekkend over de geografische grenzen van Nederland. In een uniek ‘open supply chain’ model ontwikkelen, maken en leveren deze bedrijven complete machines, subsystemen, modules en componenten aan wereldwijd toonaangevende high tech Original Equipment Manufacturers. Goede voorbeelden zijn de lithografie machines van marktleider ASML, ’s werelds meest nauwkeurige elektronenmicroscoop van FEI Company en de hoogwaardige en intelligente medische equipment van Philips Healthcare. Deze high tech toeleveranciers hebben met Kamer van Koophandel Brabant het initiatief genomen voor het ontwikkelen van een onderzoekscentrum voor productietechnologie en ketenoptimalisatie: CFT 2.0. Na een haalbaarheidstudie is het business plan ontwikkeld dat u nu in handen heeft. Van uitbesteding naar co-development In de jaren ’80 besloot een toenemend aantal OEMs om de fabricage van onderdelen en subassemblies uit te besteden aan gespecialiseerde toeleveranciers. Sindsdien hebben de toeleveranciers, nu verenigd in Brainport Industries, bewezen in staat te zijn om de complete keten voor hen te organiseren. Dit stelde de OEMs in staat zich flexibeler te bewegen in hun markten en te focussen op research en productontwikkeling enerzijds en de relatie met hun klanten anderzijds. De laatste jaren is een aantal 1e lijns toeleveranciers zelfs vroegtijdig door de OEMs betrokken bij de gezamenlijke ontwikkeling van functionele modules en systemen. De synergie in proces- en applicatiekennis alsmede de competenties ontwikkeld voor meerdere OEMs heeft de leercurve versneld en de toeleveranciers in staat gesteld om te specialiseren, bijvoorbeeld in ultra nauwkeurige ‘motion control’ in vacuüm. Gezamenlijke productie-technologie ontwikkeling in CFT 2.0 Door verregaande uitbesteding van het fabricage proces behoort het in stand houden en doorontwikkelen van kennis van gespecialiseerde productie technologie voor veel OEMs niet meer tot de kernactiviteiten. De toeleveranciers in de high tech keten die tegenwoordig verantwoordelijk zijn voor engineering, fabricage en assemblage realiseren zich dat deze kennis cruciaal is geweest voor het bereiken van hun huidige positie en blijft voor een veelbelovende toekomst. Tegelijkertijd zijn zij zich bewust van het ontbreken van individuele schaalgrootte en financiële slagkracht om deze kennis in stand te houden. Daarom hebben zij de krachten gebundeld en nemen zij het initiatief tot het oprichten van een gezamenlijk instituut voor het uitvoeren van onderzoek naar nieuwe productie-technologieën en engineering competenties op het gebied van mechatronica en high tech systeembouw. Tevens zal hier de kennis worden gebundeld en verspreid in de keten. Als werktitel is gekozen voor CFT 2.0. World class centrum voor toegepast onderzoek De ambitie van CFT 2.0 voor 2020 is om zich te ontwikkelen tot een world class centrum voor toegepast onderzoek door technische toeleveranciers in High Mix Low Volume High Complexity (HMLVHC) ketens. Het CFT 2.0 heeft als kernactiviteiten onderzoek, ontwikkeling en kennisdeling rondom pre- competitieve thema’s op gebieden als productietechnologie ontwikkeling en ketenoptimalisatie. De activiteiten voert CFT 2.0 uit in projecten waar high tech Brainport Industries CFT 2.0 2
  • 5. toeleveranciers (als deelnemers), OEMs en kennisinstellingen (als partners in het high tech ecosysteem) in kunnen deelnemen. CFT 2.0 wil actief samenwerken met kennisinstellingen om de (toekomstige) competenties in de high tech sector in opleidingen en trainingen te ontwikkelen, verspreiden en te borgen. In samenspraak met de betrokkenen wordt jaarlijks op pragmatische wijze het lopende onderzoeksprogramma en nieuwe projecten ontwikkeld, aangepast en geëvalueerd. Onderdeel van Brainport Industries en financieel onafhankelijk CFT 2.0 is van en voor high tech toeleveranciers. De logische organisatorische plek voor CFT 2.0 is daarmee binnen Brainport Industries Coöperatie U.A., de coöperatieve verzameling van high tech toeleveranciers. Een programma- manager en beperkte flexibele ondersteuning vormen het compacte team van CFT 2.0. Voor CFT 2.0 is een aantal financiële uitgangpunten geformuleerd. CFT 2.0 wil in beginsel financieel onafhankelijk zijn en gefinancierd worden door de doelgroep zelf. In aanvulling kan gebruik worden gemaakt van de mogelijkheden van publieke financiering. Van de deelnemers zal een gelijkwaardige bijdrage worden gevraagd in de vorm van 1% van de bruto loonsom waarbij de bijdrage is gemaximeerd op € 120.000. De noodzakelijke overhead wordt geminimaliseerd en zoveel mogelijk flexibel ingericht. Het centrum kent geen winstoogmerk: het resultaat wordt geherinvesteerd in de activiteiten. De aanloop in 2011 en start in 2012 De programmamanager richt zich in de resterende maanden van 2011 op het werven van deelnemers aan het initiatief, het formuleren van twee startprojecten voor 2012 en het organiseren van de financiering van deze projecten en de organisatie. CFT 2.0 draagt bij aan het versterken van de Nederlandse positie in de wereldwijde high tech sector. Wij hopen dat dit document u inspireert om deel te nemen en / of bij te dragen aan het CFT 2.0. Brainport Industries CFT 2.0 3
  • 6. TEN GELEIDE Met dit business plan willen de high tech toeleveranciers, verenigd in Brainport Industries Coöperatie U.A., hun ambitie inkleuren om zich door te ontwikkelen tot de top van hun markt. Zij willen dit doen door een strategische samenwerking te organiseren voor onderzoek, ontwikkeling en kennisdeling rondom pre-competitieve thema’s op gebieden als productietechnologie ontwikkeling en ketenoptimalisatie. Het is nadrukkelijk de bedoeling van Brainport Industries om complementaire projecten starten en een aanvulling te vormen op bestaande initiatieven en te fungeren als een regisseur voor andere activiteiten gericht op de high tech toeleverketen. Kamer van Koophandel Brabant heeft de totstandkoming van dit business plan georganiseerd en gefaciliteerd vanuit de overtuiging dat sterke clusters een belangrijke ruggengraat vormen voor economische groei. Het cluster gericht op high tech systemen & materialen, waarin Brainport Industries een belangrijke speler is, heeft haar zwaartepunt in Zuid-Oost Brabant hetgeen de logische broedplaats verklaart voor dit soort initiatieven. Dit business plan was niet tot stand gekomen zonder de inspirerende gesprekken met individuele experts uit de markt en de deelnemers aan de ronde tafel discussies (zie bijlage III voor de lange lijst met mensen die hun tijd wilden vrijmaken en hun ideeën en visie wilden delen). Wij willen hen hiervoor hartelijk bedanken. Naast inhoudelijke support is financiële steun een zeer welkome katalysator geweest om de snelheid, kwaliteit en het eindresultaat van het proces om te komen tot dit business plan te verhogen. Naast een bijdrage van KvK Brabant aangevuld met financiering vanuit REAP Zuidoost Brabant is Brainport Industries de volgende bedrijven en organisaties dan ook erkentelijk voor hun bijdragen: • ASML • Mikrocentrum • Brainport Development • Norma • Euro-Techniek Eindhoven • NTS Group • Frencken Europe • Philips Research • GL Precision • ROC Eindhoven • Hittech • Settels, Savenije & Van Amelsfoort • KMWE • Stichting Metaalhuis • Maxon Motor Met dit business plan wordt het startschot gegeven voor een nieuwe fase van groei voor de high tech toeleveranciers in Nederland. Wij zijn trots dat we hieraan een bijdrage mogen leveren. Henk Rosman Henk Tappel Algemeen Directeur Managing Director, Frencken Europe Kamer van Koophandel Brabant Voorzitter Stuurgroep CFT 2.0 Brainport Industries Over Brainport Industries Brainport Industries wil DE open keten van hightech toeleveranciers in de wereld zijn. En zij wil deze keten vanuit Nederland nog meer versterken en laten groeien. Hier kunnen alle OEMs die zich met low volume, high mix, high complexity machines en producten bezig houden van profiteren, en hun eigen klanten nog beter bedienen met een spin-off naar de toeleveranciers in de keten. Brainport Industries CFT 2.0 4
  • 7. Brainport Industries CFT 2.0 5 1. AANLEIDING VOOR CFT 2.0 1.1 NEDERLAND HEEFT EEN STERKE HIGH TECH SECTOR Nederland heeft een sterke uitgangspositie In de high tech equipment & systems sector heeft Nederland een sterke positie. In de internationale ranglijst Global Competitiveness 2010 van het World Economic Forum neemt Nederland de 7e positie in, met een uitgesproken ambitie om in 2020 (weer) in de top 5 terecht te komen. Nederland staat hoog in de ranglijst door haar innovatiekracht in onder andere mechanica, mechatronica, optica en embedded systems. Al meer dan 100 jaar spelen world class Original Equipment Manufacturers, zoals Océ en Philips, een belangrijke rol qua werkgelegenheid en als aanjagers van innovatie. Deze OEMs hebben nieuwe OEMs voortgebracht, zoals ASML, FEI, Panalytical, Assembléon en NXP. Door de aanwezigheid van de OEMs is er een geheel ecosysteem ontstaan van toeleveranciers, kennisinstellingen en onderzoekcentra. Zo heeft dit systeem zichzelf keer op keer versterkt. Nederland wil haar positie in de high tech sector behouden en versterken. Sector High Tech Systemen en Materialen heeft grote ambities Het Kabinet (Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie) heeft onlangs negen topsectoren benoemd. Een belangrijke is de topsector High Tech Systemen & Materialen (HTSM). Deze topsector bestaat uit een aantal nauw aan elkaar verwante en met elkaar verweven subsectoren en omvat onder andere de vervaardiging van professionele elektro-optische apparatuur, machines en apparaten (met inbegrip van de semiconductor- en componentenindustrie). De toegevoegde waarde van de topsector HTSM in het crisisjaar 2009 was € 23 miljard bij een totale productiewaarde van € 73 miljard. In deze topsector zijn ongeveer 390.000 mensen werkzaam. De totale jaarlijkse R&D investeringen door bedrijven lag op € 2,2 miljard in 2009, bijna de helft van alle private R&D investeringen in Nederland in 2009. Ook in termen van export voert de topsector de ranglijst aan met € 32 miljard in 2009 (ruim 20% van de totale goederenexport van Nederland). Onlangs heeft het topteam HTSM de ambitie uitgesproken de export te willen verdubbelen in 20201 . De aanwezigheid van kennisinfrastructuur is de basis voor innovatie Nederland wil aantrekkelijk zijn en blijven voor OEMs en andere bedrijven uit de high tech keten om zich te vestigen. De samenhang in het high tech ecosysteem van toeleveranciers, kennisinstellingen, onderzoekcentra en OEMs is een belangrijk onderscheidend vermogen. Het bevordert gezamenlijk onderzoek, uitwisseling van kennis en ontwikkeling van nieuwe producten, diensten en technologieën. Een sterk ecosysteem gaat versnippering van kennis en vaardigheden tegen. Dé uitdaging voor de sector is het behoud van het hoge kennisniveau. De sector zal de komende jaren vergrijzen, waarmee er een aanzienlijke uitstroom van kennis en ervaring zal plaatsvinden. Daarnaast is er al jaren minder uitstroom van afgestudeerden van de bèta studies, waardoor ook het effect van ontgroening een reëel risico vormt. De organisaties in het high tech ecosysteem erkennen dat een adequate kennisinfrastructuur een succesfactor is voor de innovatiekracht in hun high tech keten. 1 Holland High Tech: Advies Topteam High Tech Systemen en Materialen, Den Haag, juni 2011
  • 8. 1.2 DE INTERNATIONALE HIGH TECH SECTOR WORDT COMPLEXER Concurrentie op internationale High Tech markt groeit De Nederlandse positie in de wereldwijde high tech keten staat wel onder druk. De vraag naar high tech producten groeit sterk, vooral in opkomende markten. Opkomende landen en regio’s zoals Taiwan, Singapore en Bangalore concurreren om talent, grondstoffen en klanten. De high tech sector in landen als China, Zuid-Korea en India en andere opkomende economieën ontwikkelt zich snel en de verschillen in kwaliteit tussen regio’s worden kleiner. India en China hebben de ambitie omhoog te bewegen in de waardeketen van laagwaardige naar hoogwaardiger industrie en verbinden hier grote (overheid)investeringen aan. Op wereldschaal neemt de schaarste van grondstoffen, (productie)capaciteit en talent significant toe. Deze factoren leiden er toe dat de competitie op de internationale markt van high tech OEMs groeit. Kapitaalintensiteit en technologische complexiteit nemen toe Naast de internationale competitie groeit ook de kapitaalintensiteit van de high tech sector. Life cycles van machines, systemen en producten nemen af en daarmee de terugverdientijd. Tegelijkertijd stijgt de complexiteit van de producten door toenemende multidisciplinairiteit. High tech systemen zijn in toenemende mate naadloos geïntegreerde hoogstandjes van grensverleggende mechanica, elektronica, optica en fysica aangestuurd met intelligente embedded software en uitgerust met geavanceerde user interfaces. Producten en hun voortbrengingsprocessen moeten bovendien steeds schoner, sneller, slimmer, duurzamer en energiezuiniger worden. 1.3 OEMS FOCUSSEN OP CORE BUSINESS EN BESTEDEN MEER UIT OEMs focussen op R&D en Marketing & Sales Als gevolg van deze ontwikkelingen richten OEMs hun aandacht op de onderscheidende kerncompetenties van hun organisatie. In veel gevallen betreft dit het ontwikkelen van de nieuwste technologie en toepassingen (Research, Development en Design) en de relatie met de klant om de producten aan de man te brengen en tegelijkertijd te horen wat hun wensen zijn voor de nieuwe generatie producten en diensten (Marketing, Sales en After Sales Services). De supply chain wordt in toenemende mate een open systeem. Een ontwikkeling die zich in massa markten als de automobielindustrie en consumentenelektronica jaren geleden al heeft voltrokken. Figuur: Ontwikkeling supply chain model OEMs (periode 1980-2000) Productietechnologie kennis bij OEMs neemt af Als gevolg van het outsourcen van productie, nemen kennis en kunde van maakprocessen bij OEMs af. Het hoge niveau van deze competenties wordt door de toeleveranciers beschouwd als een belangrijke voorwaarde voor de onderscheidende positie van Nederland. De kennis van en vaardigheden in het productieproces vormen de schakel tussen de mogelijkheden die afzonderlijke materialen en componenten bieden en het kunnen realiseren van het eindproduct. Brainport Industries CFT 2.0 6
  • 9. Brainport Industries CFT 2.0 7 Toeleveranciers krijgen meer integrale verantwoordelijkheid voor een groter deel van de high tech keten Als gevolg van de focus van OEMs op hun core business, groeit het deel van de waardeketen dat door toeleveranciers wordt uitgevoerd. De verwachting is dat het aantal processtappen dat wordt uitbesteed verder zal groeien (zie onderstaande figuur). Er ontstaat een gelaagdheid in de keten en het aantal coördinatietaken, de kennisintensiteit en de procesverantwoordelijkheden bij toeleveranciers nemen toe. Belangrijk hierbij is de verantwoordelijkheid van, met name, de eerstelijns toeleveranciers om zich niet alleen bezig te houden met het optimaliseren van hun eigen interne proces maar ook met ‘Process Development’ over de hele keten heen. Dit valt uiteen in een tweetal deelgebieden: technische procesontwikkeling en organisatorische optimalisatie in de keten. Figuur: Verwacht supply chain model OEM’s 2020 (Brainport Industries) Risicomanagement en duurzaamheid leiden tot herziening van de global supply chain OEMs herijken momenteel hun supply chain strategie en manufacturing footprint als gevolg van een aantal recente uitzonderlijke gebeurtenissen (Black Swans2 ). Dit soort gebeurtenissen, zoals het omvallen van Lehmann Brothers, de aardbeving in Japan of de Arabische lente kunnen een keten volledig lamleggen of een marktsegment enorm verstoren. De aandacht voor het managen van risico’s in de keten neemt hierdoor toe. Geografische risicospreiding is hiervan een uitkomst. Dit effect van regionalisering wordt versterkt door de toename van door overheden en klanten opgelegde eisen ten aanzien van duurzame elementen in de ketenstrategie, zoals vermindering van CO2 emissies, omgang met schaarse grondstoffen en hergebruik van materialen. Hierdoor krijgen efficiënte en arbeidsarme productieprocessen in de high mix, low volume markt voor high tech systemen naar verwachting hernieuwde aandacht. 2 The Black Swan: The Impact of the Highly Improbable, Nassim Nicholas Taleb, Penguin Books, 2010
  • 10. Brainport Industries CFT 2.0 8 1.4 NEDERLANDSE TOELEVERANCIERS ZIEN KANSEN IN SAMENWERKING Behoud van een hoog kennisniveau van (productie)technologie is noodzakelijk Door de verschuiving in de keten, fungeren OEMs (Philips, ASML, NXP, FEI, e.a.) niet langer als stuwende kracht (lees: risicodragende investeerder) voor onderzoek naar productietechnologie. Bovendien is met het opknippen van de keten en invulling van een groter deel hiervan door toeleveranciers, de behoefte aan ketenbesturing en ketenoptimalisatie toegenomen. De ontwikkeling en borging van kennis van deze domeinen is cruciaal voor het succes van de gehele keten. Systeemtechnologie is in veel gevallen het domein van OEMs. Het afbouwen en integreren van de systemen doen deze OEMs veelal nog zelf, of laten dit over aan hun eerstelijns toeleveranciers. Daaronder bevindt zich een selecte groep zogenaamde ‘Original Module Manufacturers’ (OMMs) of ‘Original Design Manufacturers’ (ODMs), die in de eerste- of tweedelijns positie van de keten zitten en als specialist op een deelgebied acteren (zoals leveranciers van vacuümpompen, rechtgeleidingen, vermogensversterkers etc.). Bij de toeleveranciers ligt de focus van oudsher op de kennis van de componenten die zij voor hun klanten maken. Productietechnologie en ketenoptimalisatie zijn domeinen waar de spelers in de high tech keten elkaar tegen komen. De toeleveranciers onderkennen dat het hoge kennisniveau van deze domeinen een significante bijdrage levert aan het onderscheidend vermogen van de Nederlandse high tech sector. Bedreigingen zijn er ook. Met elkaar zoekt de high tech keten naar oplossingen voor de internationale competitie, outsourcing en offshoring, maar ook voor vergrijzing. Schaalgrootte is van belang voor technologie onderzoek en ketenoptimalisatie Ondanks de uitbreiding van haar activiteiten krijgt de toeleverancier hier doorgaans niet (evenredig) meer voor betaald. De schaalgrootte van individuele toeleveranciers is fors kleiner (10-1000x kleiner) vergeleken met de grote OEMs. Toeleveranciers hebben daardoor vaak niet de (financiële) middelen om op individueel niveau vergelijkbare investeringen te doen in onderzoek naar (productie)technologie of het optimaliseren van de keten. Figuur: Samenwerking van MKB maakt stap naar kennisinstellingen gemakkelijker3 Door samenwerking versterken de high tech toeleveranciers hun positie Het verschuiven van het initiatief voor (productie)technologie-ontwikkeling van OEMs naar toeleveranciers en de toename van procesverantwoordelijkheden, creëert kansen voor toeleveranciers. Voor individuele toeleveranciers zijn deze 3 ING, My Industry 2030, Nederland gaat het maken, mei 2011
  • 11. moeilijk te verzilveren. Door samenwerking tussen (Tier 1, 2 en 3) toeleveranciers wordt het wel mogelijk deze kansen te gelde te maken. Gezamenlijk kunnen de high tech toeleveranciers een open innovatie omgeving tot stand brengen om gezamenlijke (onderzoek)kosten te delen, initiatieven te ontwikkelen om de keten te optimaliseren en gebruik te maken van elkaars kennis en kunde op verschillende domeinen. Hiermee vergroten zij hun individuele en gezamenlijke innovatief vermogen, neemt hun toegevoegde waarde voor OEMs toe en versterken zij hun (internationale) positie. Brainport Industries CFT 2.0 9
  • 12. 2. CFT 2.0 BEVORDERT HET INNOVATIEF VERMOGEN VAN DE HIGH TECH SECTOR Als gevolg van de terugtrekkende beweging van de OEMs naar het begin (R&D) en het einde (Sales & Service) van de waardeketen neemt de verantwoordelijkheid van toeleveranciers voor processturing en –verbetering alsmede ketenbeheersing toe. Dit betreft niet alleen logistieke en bedrijfskundige aspecten maar ook vraagstukken van (productie)technologische aard. Toeleveranciers binnen de high tech keten die verenigd zijn in Brainport Industries (Coöperatie UA), hebben zich gerealiseerd dat deze verantwoordelijkheid hen bindt en kansen biedt voor een onderscheidend initiatief: in dit document genoemd ‘CFT 2.0’. In een groot aantal interviews, informele gesprekken, ronde tafeldiscussies en een online enquête is geïnventariseerd wat de missie, visie, uitgangspunten, scope en reikwijdte van een dergelijk initiatief zouden moeten zijn. Deze vormen het kader voor CFT 2.0 en worden in dit hoofdstuk beschreven. 2.1 DE MISSIE VAN CFT 2.0 IS HET GEZAMENLIJK VERSTERKEN VAN DE COMPETITIEVE POSITIE VAN HIGH TECH TOELEVERANCIERS De toeleveranciers hebben de ambitie om zich te ontwikkelen tot dé high tech open supply chain voor de high tech sector wereldwijd. Naast de individuele technische applicatiekennis willen zij zich gezamenlijk onderscheiden door voorop te lopen in productietechnologie voor high mix, low volume, high complexity (HMLVHC) toepassingen. Daarnaast zien zij de samenwerking in ketenverband als een integraal onderdeel van hun unieke propositie naar nieuwe OEMs. Dit levert de volgende missie en visie. 2.1.1 Missie CFT 2.0 heeft tot doel de concurrentie- en aantrekkingskracht van de high tech keten te verhogen door gezamenlijk met OEMs en kennisinstellingen in precompetitieve projecten nieuwe kennis te ontwikkelen en te delen. CFT 2.0 wil hiervoor een internationaal toonaangevend samenwerkingsorgaan realiseren, gespecialiseerd in onderzoek naar en de ontwikkeling van nieuwe (productie)technologieën en optimalisatie van de processen in de high tech keten. CFT 2.0 wil actief samenwerken met kennisinstellingen om de (toekomstige) competenties in de high tech sector in opleidingen en trainingen te ontwikkelen en te borgen. CFT 2.0 van, voor en door high tech toeleveranciers biedt ondersteuning door kennisdeling, samenwerking en co-creatie gericht op het optimaliseren van ketenprocessen. CFT 2.0 draagt bij aan het versterken van de Nederlandse positie in de wereldwijde high tech sector. 2.1.2 Visie De focus van CFT 2.0 ligt op het snijvlak van 2 kennisdomeinen: (productie)technologie ontwikkeling & ketenoptimalisatie en 2 soorten activiteiten: onderzoeken & ontwikkelen en kennis opbouwen, borgen en delen. Brainport Industries CFT 2.0 10
  • 13. Figuur: De focus van CFT 2.0 CFT 2.0 versterkt de competitieve positie van toeleveranciers in de wereldwijde high tech keten door: 1. Het onderzoeken & ontwikkelen en delen & borgen van kennis en kunde op het gebied van precompetitieve (productie)technologie ontwikkelingen. 2. Het onderzoeken & ontwikkelen en delen & borgen van kennis en kunde van samenwerking tussen toeleveranciers met als doel het optimaliseren van de high tech keten. 2.2 DOELSTELLING IS HET CREËREN VAN EEN WORLD CLASS ONDERZOEKSOMGEVING In 2020 heeft CFT 2.0 zich ontwikkeld tot een world class onderzoekscentrum voor technische toeleveranciers in High Mix Low Volume High Complexity (HMLVHC) ketens. Directe en indirecte effecten hiervan zijn: • Toponderzoek naar ontwikkeling van (productie) technologie en de optimalisatie van de ketenprocessen in de HMLVHC sector • Een toename van (internationaal) toptalent in dienst bij cq verbonden aan high tech toeleveranciers, ook op uitvoerende niveaus • Een bijdrage aan het versterken van de high tech top sector in Nederland en daarmee de B.V. Nederland (werkgelegenheid, innovatie, export). 2.3 UITGANGSPUNTEN VAN CFT 2.0 Er is een aantal uitgangspunten geformuleerd dat richtinggevend is voor de invulling van de doelstellingen van CFT 2.0. Deze uitgangspunten zijn relevant voor de doelen, de activiteiten, de organisatie en de positionering van CFT 2.0. Uitgangspunten voor de doelen • Ontwikkelen vakmanschap: CFT 2.0 draagt bij aan de ontwikkeling van kennis en kunde van de huidige en de volgende generaties werkzaam in de high tech sector, op alle niveaus van beroeps- (VMBO) tot en met post- academisch onderwijs. Brainport Industries CFT 2.0 11
  • 14. • Aantrekkingskracht op (top)talent: de focus en het profiel van CFT 2.0 heeft een aantrekkende werking op (internationaal) talent voor de high tech industrie. • (Internationaal) herkenbaar: CFT 2.0 en haar deelnemers zijn zichtbaar en worden (h)erkend als brandpunt van open innovatie op het gebied van (productie)technologie en ketenoptimalisatie. Uitgangspunten voor de activiteiten • Vraaggestuurd: de activiteiten van CFT 2.0 zijn voornamelijk gebaseerd op vraagstukken van deelnemers. • Business driven: de activiteiten van CFT 2.0 dragen, op termijn, bij aan het bedrijfsresultaat van de deelnemers. • Precompetitief: CFT 2.0 voert activiteiten uit die op een niet exclusieve wijze de concurrentiepositie van individuele betrokken bedrijven voordelen opleveren. Figuur: Uitgangspunten voor CFT 2.0 Uitgangspunten voor de organisatie • Ambitieus en grensverleggend: CFT 2.0 fungeert als drijvende kracht in het realiseren van een world class onderzoekcenter door het verleggen van grenzen in (productie)technologie en ketenoptimalisatie. • Focus: CFT 2.0 richt haar activiteiten op organisaties die actief zijn in de high tech keten die zich kenmerkt door High Mix, Low Volume, High Complexity. • Regie voerend: CFT 2.0 heeft tot doel om te verbinden, te overkoepelen en regisseren. Belangrijk is het matchen van vragen en bestaand aanbod en initiëren van nieuwe antwoorden op ‘witte vlekken’. Brainport Industries CFT 2.0 12
  • 15. Brainport Industries CFT 2.0 13 Uitgangspunten voor de positionering • Complementair: CFT 2.0 wil nadrukkelijk niet doubleren of concurreren met bestaande (toegankelijke) infrastructuur maar juist aanvullen. • Onafhankelijk: CFT 2.0 wordt inhoudelijk en financieel op een zodanige wijze vormgegeven dat het autonoom kan opereren. • Gezamenlijk: CFT 2.0 voert activiteiten uit gericht op resultaten die de deelnemers individueel niet (eenvoudig) kunnen bereiken. 2.4 CFT 2.0 FOCUST ZICH OP TWEE KENNISDOMEINEN: (PRODUCTIE)TECHNOLOGIE EN KETENOPTIMALISATIE In de enquête, ronde tafel gesprekken en interviews is verkend op welke technologiegebieden, toepassingsgebieden en ketenoptimalisatie processen toeleveranciers behoefte hebben om samen te werken. Hieruit komt een concreet aantal onderwerpen, suggesties en speerpunten. Deze worden hieronder per kennisdomein (focus) kort beschreven. Figuur: Activiteiten bevinden zich in 4 domeinen Technologiefocus is fijnmechanica, mechatronica en toepassen nieuwe materialen, de applicatiefocus is assembleren, verbinden, meten en reinigen Toeleveranciers hebben aangegeven fijnmechanica, mechatronica en toepassingen van nieuwe materialen momenteel als drie focusgebieden te zien voor productietechnologie domein van CFT 2.0. Deze focus bouwt voort op de jarenlange kennis, kunde en ervaring van de Nederlandse high tech industrie. Fijnmechanica inclusief de fysische bewerkingsprincipes en mechatronica liggen aan de basis van succesvolle producten van OEMs als ASML, Philips Healthcare, Océ Technologies (Canon) en FEI en hun toeleveranciers. De verwachtingen ten aanzien van schaarste van hoogwaardige materialen e het (her)gebruik van nieuwe materialen n Figuur: Gewenste technologiefocus (o.b.v. enquête)
  • 16. Brainport Industries CFT 2.0 14 vereisen het ontwikkelen van nieuwe kennis en vaardigheden en onderzoek naar de toepassingen van deze materialen in het productieproces. Als type toepassing kwamen assembleren en verbinden uit de enquête naar voren als dominante focusgebieden. In aanvulling hierop zijn in interviews (en ook in de enquête) reinigen en opbrengen vaak genoemd als twee in belang toenemende technologieën. Ketenoptimalisatie focus is supply chain management en procesoptimalisatie Toeleveranciers hebben aangegeven samen met andere organisaties in de high tech keten onderzoek te willen uitvoeren op het gebied v supply chain management en procesoptimalisatie. Dit sluit aan bij de ontwikkelingen in de sector, zoals beschreven in hoofdstuk 1. Toeleveranciers hebben behoefte om gezamenlijk een visie te ontwikkelen op de inrichting en besturing van de high tech keten en de belangrijkste vraagstukken voor de komende jaren gezamenlijk op te pakken. an Voorbeelden van genoemde activiteiten in het optimaliseren van de ketenprocessen zijn: standaardisatie (van werkwijzen, interfaces en tekeningen), ontwikkelen van nieuwe ketenmodellen en regie op gezamenlijke activiteiten zoals het faciliteren van informatiestromen (Product Lifecycle Management) en het delen van assets (bijv. Grade 2 cleaning) in de keten. Figuur: Gewenste focus ketenoptimalisatie (o.b.v. enquête) 2.5 DE FOCUS LIGT OP PRECOMPETITIEF, VRAAGGESTUURD, TOEGEPAST ONDERZOEK Onderzoek kent verschillende definities, we gebruiken hier de terminologie die in Europees verband wordt gehanteerd. Onderzoek wordt onderscheiden in drie typen; fundamenteel, industrieel en toegepast onderzoek (experimentele ontwikkeling). Deze drie typen worden met de volgende figuur kort toegelicht. Figuur: Gewenste applicatiefocus (o.b.v. enquête)
  • 17. 3 – 0 jaar6 – 3 jaarn – 6 jaar marktintroductie Fundamenteel onderzoek: Experimentele of theoretische activiteiten gericht om nieuwe kennis te verwerven over fundamentele aspecten van waarneembare feiten, zonder dat hiermee een rechtstreekse praktische toepassing of gebruik wordt beoogd. Industrieel onderzoek: Planmatig onderzoek gericht op nieuwe kennis en vaardigheden o.g.v. de ontwikkeling van nieuwe producten, procedés of diensten, of om deze aanmerkelijk te verbeteren. Toegepast onderzoek: Toepassen bestaande relevante kennis en vaardigheden voor plannen, schema's of ontwerpen van nieuwe, gewijzigde of verbeterde producten, procedés of diensten. Figuur: soorten onderzoek en focus van CFT 2.0 Voor het bepalen van het type onderzoek waar CFT 2.0 zich op richt, wordt de balans gezocht tussen de uitgangspunten (zie ook 2.3) precompetitief en business driven. Het uitgangspunt vraaggestuurd onderstreept dat de focus van het onderzoek meer industrieel en toegepast zal zijn dan fundamenteel. Dit wordt bevestigd door de enquêteresultaten (zie onderstaande figuur). Het resultaat van het onderzoek naar (productie)technologie zal niet één op één kunnen worden overgenomen door een van de deelnemers. Voor het kunnen toepassen van het resultaat in de eigen organisatie zal door individuele deelnemers een additionele vertaalslag nodig zijn. Het resultaat van het onderzoek kan wel duidelijk maken welke additionele technologische verbeteringen moeten worden uitgevoerd die leiden tot een beter bedrijfsresultaat (door nieuwe kansen, kostprijsverbetering of beide). Figuur: focus onderzoeksgebied van CFT 2.0 (uit enquêteresultaten) CFT 2.0 voert onderzoek uit naar onderwerpen die voortkomen uit behoeften van haar deelnemers. CFT 2.0 voert geen contract research uit in opdracht van (individuele) niet-deelnemers. Niet-deelnemers aan CFT 2.0 kunnen wel participeren in projecten. Brainport Industries CFT 2.0 15
  • 18. 3. PROGRAMMA EN PROJECTEN Tijdens interviews, informele gesprekken, ronde tafel bijeenkomsten en door middel van een online enquête hebben we een verkenning uitgevoerd naar de afbakening van CFT 2.0. Daarnaast is onderzocht op welke wijze vergelijkbare initiatieven hun programma tot stand laten komen. In dit hoofdstuk wordt het proces geschetst dat leidt tot een inhoudelijke afbakening van het programma en de concretisering van individuele projecten. 3.1 TECHNOLOGIEONTWIKKELING EN KETENOPTIMALISATIE VORMEN DE AFBAKENING VAN HET PROGRAMMA Het belang van een onderscheidend onderzoeksgebied, complementair aan dat van andere onderzoeksinstellingen is hierbij leidend geweest. De uitkomst heeft twee programmalijnen opgeleverd: 1. (productie)technologieontwikkeling 2. Keten optimalisatie 3.2 COLLECTIEVE PROJECTEN KOMEN VOORT UIT HET ONDERZOEKSKADER Aansluitend op de twee programmalijnen wordt een pragmatisch onderzoekskader ontwikkeld: • Er wordt een lange termijn strategische visie ontwikkeld op de programmalijnen (productie)technologie en ketenoptimalisatie. • De input hiervoor is afkomstig van deskresearch, gesprekken met wetenschappelijke- & praktijkexperts en de deelnemers aan dit initiatief. • De deelnemers wordt jaarlijks gevraagd naar de relevantie van de onderwerpen die in het onderzoekskader zijn benoemd. Bij afname van de relevantie van een onderwerp voor de deelnemers, kan deze worden verwijderd uit het onderzoekskader. • Het onderzoekskader vormt de rode draad voor de lange termijn richting van de projecten binnen CFT 2.0 en input voor een jaarlijks proces voor het definiëren en opstarten van nieuwe collectieve en individuele projecten. • Op basis van het onderzoekskader worden projecten gedefinieerd die voor de meeste deelnemers interessant zijn. Deze collectieve projecten zijn gericht op het versterken van het high tech ecosysteem. 3.3 INDIVIDUELE PROJECTEN VAN DEELNEMERS EN PARTNERS KOMEN VOORT UIT HET JAARLIJKSE ONDERZOEKSPROGRAMMA Het tot stand brengen van een jaarprogramma met concrete projectvoorstellen vraagt een directe betrokkenheid van (potentiële) deelnemers en andere stakeholders. Het formuleren van het onderzoeksprogramma en definiëren van concrete individuele projecten kent een drietal activiteiten( ) die zich jaarlijks zullen herhalen. De output wordt vastgelegd in een aantal documenten ( ). Het totale proces van eerste ideeëngeneratie tot concrete projecten is een drietrapsraket (geïnspireerd op de succesvol gebleken cyclus van FMTC). Brainport Industries CFT 2.0 16
  • 19. 1. Het begint met het inspiratie-evenement. Doel van dit evenement is het versterken van het ecosysteem door stakeholders uit te nodigen elkaar te inspireren. De resultaten van afgeronde projecten kunnen hier worden gepresenteerd en gedeeld met het high tech ecosysteem. 2. Daarna vindt een consultatieronde plaats langs individuele deelnemers. Doel van het gesprek is om de aansluiting van CFT 2.0 met haar deelnemers te toetsen en te borgen. Nieuwe ideeën kunnen worden toegevoegd en ideeën uit de inspiratiesessie kunnen worden toegelicht en geconcretiseerd. Na de consultatieronde wordt het aantal ideeën geclusterd (short list). In deze fase verkennen potentiële deelnemers en partners de gezamenlijke en individuele belangen. Het aantal projectdeelnemers is nog flexibel. Figuur: proces jaarlijks onderzoeksprogramma 3. Na de consultatieronde werken projectleiders samen met de (potentiële) projectdeelnemers de overgebleven ideeën voor projecten uit. Tijdens de ‘project pitch’ worden de conceptprojectvoorstellen gepresenteerd. Vervolgens kunnen deelnemers en partners zich aanmelden als projectdeelnemer en kan elk projectvoorstel met een groep geïnteresseerden verder worden gedefinieerd en aangescherpt op doelstellingen, haalbaarheid, looptijd, financiering, etc. Doel van de project pitch is het filteren van de projectideeën op acceptatie en betrokkenheid van de leden. De uitkomst is een beperkt aantal concrete projectvoorstellen met voldoende deelnemers (minimaal 3). Aanvullende opmerkingen: • Het proces van inspiratie en ideeëngeneratie naar concrete projectvoorstellen, is voor zowel precompetitief onderzoek als voor keten optimalisatie identiek. • De projectvoorstellen die voortkomen uit de project pitch sessies zullen waarschijnlijk gericht zijn op toegepast onderzoek, wellicht op het snijvlak met industrieel onderzoek. • Op basis van de visie kunnen één of enkele visie projecten worden gedefinieerd. Deze projecten hebben een langere looptijd dan de projectvoorstellen uit de project pitch en zullen meer gericht zijn op industrieel onderzoek. • Het uitvoeren en evalueren van de lange termijn visie is de verantwoordelijkheid van de organisatie in samenspraak met de deelnemers. Het uitvoeren en evalueren van de projectvoorstellen is de verantwoordelijkheid van de projectteams (projectleider). Brainport Industries CFT 2.0 17
  • 20. 4. UITVOERING VAN ACTIVITEITEN Een groot deel van de beschreven activiteiten in dit hoofdstuk is tot stand gekomen op basis van de online enquête en de interviews. Deze output vormt de basis voor het eerste jaarprogramma van CFT 2.0. 4.1 CFT 2.0 ONDERZOEKT, ONTWIKKELT, DEELT EN BORGT KENNIS VAN (PRODUCTIE)TECHNOLOGIE ONTWIKKELING EN KETENOPTIMALISATIE CFT 2.0 kent vier kernactiviteiten zoals weergegeven in de vier kwadranten van onderstaande matrix. Twee activiteiten zijn gericht op enerzijds het onderzoeken & ontwikkelen en anderzijds het delen & borgen van kennis van productietechnologie ontwikkelingen. Twee activiteiten zijn gericht op onderzoek & ontwikkeling en deling & borging van kennis op het gebied van ketensamenwerking en -optimalisatie. Figuur: de activiteiten van CFT 2.0 in 4 domeinen 4.2 PRECOMPETITIEF ONDERZOEK NAAR PRODUCTIETECHNOLOGIE ONTWIKKELING Kernactiviteit van CFT 2.0 is het gezamenlijk uitvoeren van (toegepast) onderzoek naar productietechnologie. In dit nog relatief brede domein tekent zich een aantal onderzoeksonderwerpen af waarvan een groot aantal toeleveranciers heeft aangegeven met anderen te willen samenwerken. Het betreft de volgende applicatiegebieden: • Assembleren: samenstellen cq. opbouwen van functionele lagen of microsamenstellingen inclusief natchemische, inktjet en poedermetallurgische vormgeving, modulebouw, sub assemblage. • Verbinden: verbindingstechnieken, verbindingen tussen keramiek en metaal, scheiden van materialen voor hergebruik. • Reinigen: Ultraclean reinigen, grade 2 cleaning, droog-ijsstralen. • Werken in (ultra hoog) vacuüm: Produceren van producten voor vacuümtoepassing, tribologie onder vacuüm, toepassing keramiek in UHV. Brainport Industries CFT 2.0 18
  • 21. • Toepassen nieuwe materialen: toepassen van composiet en hybride materialen, invloed van productie en vormgeving van materiaal op functionele & structurele eigenschappen van eindproducten. • Automatiseren: samenwerken in omvangrijke productie automatiseringsprojecten, ontwerp van software voor besturingssystemen, automatisering van enkelstuks respectievelijk klein-serie productie, onbemand produceren, analyse van (log gegevens van) systemen, automatisch ontwerpen contouren, samenstellingsgeneratie, binnen opgelegde grenzen (specificaties). 4.3 BORGEN EN DELEN VAN KENNIS VAN HIGH TECH PRODUCTIETECHNOLOGIEËN EN ENGINEERING COMPETENTIES Om de kennis die wordt opgedaan in de onderzoek en ontwikkelfase te borgen en te delen met de deelnemers aan CFT 2.0 is een aantal activiteiten voorzien: • Beschikbaar maken van projectkennis: verzamelen, bundelen en verspreiden van kennis van het project (zoals het projectvoorstel, onderzoeksresultaten en ‘lessons learned’). • Creëren van een platform van kennis(dragers): beschikbaar en vindbaar maken van de ontwikkelde kennis, de betrokken experts en ervaringsdeskundigen, die binnen de bedrijven of zelfstandig actief zijn. • Bevorderen van contacten: organiseren van bijeenkomsten met betrokkenen/stakeholders uit het hele ecosysteem, creëren van momenten voor inhoudelijke discussies en gesprekken. • Ontwikkelen competenties: ontwikkelen van de (productie)technologie competenties van medewerkers, overleg met kennisinstellingen over de ontwikkeling van competenties van studenten. Verdiepen en verbreden van de kennis van mechatronica ontwikkelingen in de sector. Van hieruit kan ook een nuttige bijdrage worden geleverd aan nieuw gericht arbeidsmarktbeleid. 4.4 ONDERZOEKEN & ONTWIKKELEN VAN KETENSAMENWERKING Een groot aantal toeleveranciers zou graag met andere toeleveranciers en OEMs de mogelijkheden om de complexe high tech keten te optimaliseren willen onderzoeken en ervaringen en ideeën willen uitwisselen. De onderwerpen die het meest zijn genoemd zijn grofweg te verdelen in twee domeinen: processen en modellen. • Optimaliseren van ketenprocessen: RoHS (Restriction of Hazardous Substances) en REACH (Registration, Evaluation, Authorisation of CHemicals), terugdringen schade in supply chain, service logistiek, lean manufacturing, beheersing van productie, productieplanning en forecasting, procesverbeteringen samen met anderen verder uitdiepen en op zoek gaan naar nieuwe methodieken. Brainport Industries CFT 2.0 19
  • 22. • Organiseren en stroomlijnen van informatie in de supply chain: Welke informatie wordt in de keten gebruikt, waar en door wie. Hoe wordt deze informatie verzameld, gestandaardiseerd, opgeslagen, verspreid, toegankelijk gemaakt en up to date gehouden. Informatie wordt naar verwachting een zeer belangrijk productiemiddel en biedt grote kansen voor efficiency verbeteringen in de keten door samenwerkende toeleveranciers. PLM in de keten is een goed voorbeeld. 4.5 BORGEN EN DELEN VAN HET DELEN VAN KENNIS VAN KETENSAMENWERKING Om de vaardigheden, kennis en competenties vast te leggen en te verspreiden in de high tech keten is een aantal concrete activiteiten te organiseren. • Standaardiseren: Standaardiseren van informatieformats en ontwerpregels voor foutloze en efficiënte communicatie in de ontwerp- en ontwikkelketen, standaardiseren van ontwikkelmethodieken, vereenvoudigen (eenduidige) rapportage aan de OEMs (value sourcing, QLTC informatie). • Uitvoeren van projectmanagement van productinnovatie, productontwikkeling, verbeteren kwaliteit (AS9100), product life cycle management informatie. • Samenwerken in personeelsbeleid: flexibilisering van capaciteit in de keten, ontwikkelen supply chain competenties. • Benchmarken: gezamenlijk onderzoeken wat je van verschillende typen andere industrieën (automotive, aerospace, …) kunt leren en toepassen. 4.6 SPELERS UIT HET GEHELE ECOSYSTEEM KUNNEN BETROKKEN ZIJN BIJ DE COLLECTIEVE EN INDIVIDUELE PROJECTEN CFT 2.0 richt zich met name op projecten voor toegepast onderzoek waarvan de looptijd tot 24 maanden is. Deze periode bevindt zich vóór het moment waarop de productietoepassingen daadwerkelijk in de bedrijven wordt ingevoerd. De duur van een project wordt onder andere bepaald door de balans tussen de tijd die nodig is voor gedegen onderzoek en de gemaakte kosten die moeten worden terug verdiend. Er kunnen gelijktijdig meerdere projecten voor productietechnologie en ketenoptimalisatie lopen, met verschillende doorlooptijden. CFT 2.0 kan daarnaast projecten (>24 maanden) omvatten voor middellange termijn industrieel onderzoek. De projecten worden bij voorkeur uitgevoerd door een multidisciplinair team van medewerkers van de deelnemers aan het project. Dit kunnen toeleveranciers zijn, maar ook andere organisaties uit het high tech ecosysteem. Promovendi en afstudeerders van universiteiten en hogescholen, vakleerlingen van het Centrum voor Innovatief Vakmanschap, onderzoekers van bijvoorbeeld TNO of Philips Innovation Services, R&D medewerkers van een OEM en engineers van toeleveranciers vinden elkaar op deze manier in de projecten. 4.7 DE INTELLECTUAL PROPERTY IS TIJDENS HET PROJECT VAN DE PROJECTDEELNEMERS, NA AFLOOP MAKEN ZIJ AFSPRAKEN MET CFT 2.0 CFT 2.0 is een projectorganisatie. Deelnemers van CFT 2.0 kunnen gezamenlijk met partners een onderzoeksproject formuleren en uitwerken in een projectvoorstel. Uitgangspunt in het omgaan met Intellectual Property is dat de IP regeling zoveel mogelijk aansluit bij de regelingen van vergelijkbare Brainport Industries CFT 2.0 20
  • 23. Brainport Industries CFT 2.0 21 initiatieven. Daarbij lijkt de werkwijze van het Holst Centre4 momenteel de meest geschikte methode. Dit model kent een aantal uitgangspunten: • De deelnemers aan CFT 2.0 hebben een individuele bilaterale overeenkomst met CFT 2.0 waarin de afspraken over IP uit projecten en algemene IP van CFT 2.0 worden vastgelegd. • De directie van CFT 2.0 borgt de samenhang tussen alle overeenkomsten en de belangen van individuele deelnemers. • Gedurende de looptijd van het project is de gecreëerde IP exclusief beschikbaar voor de projectdeelnemers. • De kosten van het vastleggen van IP zijn voor rekening van de projectdeelnemers. Na afloop van het project kan CFT 2.0 de licentie(s) overnemen. • De exclusiviteit voor de projectdeelnemers vervalt hiermee en de IP is onbeperkt niet-exclusief beschikbaar voor alle deelnemers aan CFT 2.0 zolang ze deelnemen. • Organisaties die tijdens de looptijd van het project willen instappen, treffen met CFT 2.0 een instapregeling die recht doet aan het reeds geïnvesteerde kapitaal en de middelen door de zittende deelnemers. • De projecten staan altijd open voor nieuwe deelnemers, het is aan CFT 2.0 om de belangen van de bestaande deelnemers af te wegen en afspraken te maken met de nieuwe toetreder. Deze uitgangspunten zullen in de aanloopfase naar de start van CFT 2.0 nader worden besproken en getoetst met de deelnemers. 4 Teaming up in Innovation: Holst Centre’s way of working, Holst Centre, 2011
  • 24. 5. ORGANISATIE Dit hoofdstuk beschrijft de uiteindelijke structuur, besturing en bemensing van de organisatie gebaseerd op een aantal uitgangspunten. Het beschrijft tevens hoe CFT 2.0 samenwerkt met haar deelnemers en stakeholders. De startsituatie van CFT 2.0 wordt beschreven in hoofdstuk 7. 5.1 CFT 2.0 WORDT ONDERDEEL VAN BRAINPORT INDUSTRIES COÖPERATIE U.A. CFT 2.0 maakt onderdeel uit van de Brainport Industries Coöperatie U.A. maar wordt wel een aparte juridische entiteit. De definitieve vorm wordt mede bepaald met de partners waarmee dit initiatief uiteindelijk wordt opgestart. Om overlap te voorkomen zullen alle activiteiten van Brainport Industries op het gebied van technologie- en procesontwikkeling alsmede samenwerking in de keten worden gehangen onder dit initiatief. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het project PLM (Product Lifecycle Management) in de keten. Figuur: de structuur van CFT 2.0 en ophanging binnen Brainport Industries 5.2 UITGANGSPUNTEN VOOR DE STRUCTUUR ZIJN PRAGMATISCH Vanwege de sterke relatie met Brainport Industries kan de structuur van CFT 2.0 bij de start eenvoudig en pragmatisch zijn en deels gebruik maken van haar infrastructuur en personele bezetting. Bij de inrichting van de structuur van CFT 2.0 gelden verder de volgende criteria: • Bestendig; de organisatie kent een stabiele kern qua activiteiten, structuur en besturing. • Samenwerking en kennisdeling; de structuur bevordert samenwerking en kennisdeling tussen leden, partners en andere stakeholders. Brainport Industries CFT 2.0 22
  • 25. • Flexibel naar de toekomst; de organisatie hanteert een groeimodel en kan zich eenvoudig aanpassen aan het aantal deelnemers en aantal projecten, zowel naar boven als naar beneden. • Snelle start; het is mogelijk om op korte termijn na besluitvorming met de eerste concrete activiteiten van start te gaan. • Versterkt het ecosysteem; de organisatie nodigt uit om gebruik te maken van haar toepassingen als netwerk en platform. 5.3 CFT 2.0 KENT EEN KLEINE FLEXIBELE BEZETTING Onderstaande functies geven een eerste beeld van de benodigde competenties en personele bezetting van CFT 2.0. De genoemde functies hoeven noch fulltime te zijn, noch in dienst te zijn van CFT 2.0. CFT 2.0 kent een kleine flexibele bezetting bij de start en niet alle rollen zullen direct zijn ingevuld. De volgende rollen zijn voorzien: • De Programma Manager is eindverantwoordelijk voor de jaarlijkse planningcyclus, opstarten van projecten, de resultaten van de organisatie, de externe communicatie met deelnemers en stakeholders (interne en externe), het managen van de interne organisatie (financiën, medewerkers, uitvoering) en de afspraken rondom intellectueel eigendom. Bij de start zal de directeur van Brainport Industries de rol van directeur van CFT 2.0 op zich nemen. Wanneer CFT 2.0 groeit zal uiteindelijk wellicht behoefte ontstaan aan een dedicated directeur. • Een Projectmanager is verantwoordelijk voor het volledige managen en coördineren van één of meerdere projecten (van initieel projectvoorstel en business case tot oplevering van resultaten, rapportage, kennisdeling en evaluatie) en voor het (dagelijkse) contact met de deelnemers en stakeholders die betrokken zijn bij deze projecten. • Een Onderzoeker (junior, medior, senior) is verantwoordelijk voor (delen van) het precompetitief onderzoek naar (productie)technologie ontwikkeling of ketenoptimalisatie en bewaken de samenhang en aansluiting tussen de verschillende delen van het onderzoek. Tevens is hij of zij primair verantwoordelijk voor het vastleggen en borgen van de kennis die wordt opgedaan tijdens de projecten. • De Medewerker van het kenniscentrum is verantwoordelijk voor het verzamelen, vastleggen, ontsluiten en verspreiden van relevante achtergrondkennis van een project en de inzichten en kennis die ontstaat tijdens de projecten. • De ondersteunende medewerkers betreffen die functies die noodzakelijk zijn voor (financiële) administratieve, ICT en marketing activiteiten. Deze worden zoveel mogelijk gedeeld met Brainport Industries. Het management is in dienst van CFT 2.0, eventueel kan Brainport Industries Coöperatie initieel optreden als werkgever. De directe medewerkers (onderzoekers, projectmanagers, kenniswerkers) zijn bij voorkeur afkomstig van de deelnemende organisaties aan het onderzoek. Dit kunnen bijvoorbeeld R&D of Brainport Industries CFT 2.0 23
  • 26. productiemedewerkers zijn, maar ook promovendi of afstudeerders. De ondersteunende functies worden in eerste instantie flexibel ingehuurd/ingeleend of werkzaamheden worden volledig uitbesteed. 5.4 EEN PLATTE PROJECTSTRUCTUUR EN PRAGMATISCHE GOVERNANCE KENMERKT CFT 2.0 CFT 2.0 heeft een platte structuur. Er worden teams gevormd per project, dit kunnen projecten zijn voor onderzoek naar (productie)technologieën of naar ketenoptimalisatie. Figuur: de organieke structuur van CFT 2.0 Voor functioneren van deze structuur in de praktijk vormen de volgende uitgangspunten de basis: • Heldere verdeling van bevoegdheden • Slagvaardig (besluitvorming snel, geen overmatig overleg) • Borgen invloed deelnemers aan de organisatie • Open (absorbeert invloeden van buitenaf) • Transparant De governance bestaat uit twee delen: • De dagelijkse uitvoeringsaansturing binnen CFT 2.0 gebeurt door de Programmamanager die direct rapporteert aan de managing director van Brainport Industries. Onderling verdelen zij de taken (portefeuilles), waarna er sprake is van een heldere rol- en verantwoordelijkheidsverdeling. • Het Algemeen Bestuur van Brainport Industries Coöperatie U.A. houdt vervolgens toezicht via de rapportagelijn die de Managing Director heeft naar het Bestuur. De bestuursleden zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het goedkeuren van programma, plannen en jaarrekening van CFT 2.0. De opbouw van de structuur gebeurt parallel aan de ontwikkeling van de activiteiten van CFT 2.0. Brainport Industries CFT 2.0 24
  • 27. 5.5 DE INVLOED VAN STAKEHOLDERS WORDT GEBORGD VIA DE PROGRAMMA RAAD Aangezien bij CFT 2.0 niet alleen maar leden van Brainport Industries Coöperatie betrokken zijn, is er gekozen om een Programma Raad toe te voegen aan de structuur voor de inhoudelijke governance. De Programma Raad adviseert de directie over het programma, dragen onderwerpen aan, helpen bij de selectie van nieuwe onderwerpen en projectideeën en evalueren de resultaten. De Programma Raad bestaat uit een brede doorsnede van de organisaties en doelgroepen van CFT 2.0: vertegenwoordigers van kennisinstellingen, OEMs, toeleveranciers, andere partners, etc. Zij leveren input voor het programma vanuit hun eigen expertises. De Programma Raad is een aanvulling op de inhoudelijke toets die door alle deelnemers kan worden uitgevoerd tijdens het jaarlijkse proces waarin het programma en de projecten worden vastgesteld. 5.6 CFT 2.0 WORDT GEVESTIGD OP EEN FYSIEKE LOCATIE Op basis van ervaringen van andere soortgelijke initiatieven is besloten om de uitvoering van activiteiten door CFT 2.0 te laten plaatsvinden op een eigen fysieke locatie. Dit is voor gezamenlijk onderzoek naar nieuwe productietechnologieën van belang aangezien hiervoor een technische infrastructuur nodig is maar ook voor onderzoek naar meer bedrijfskundige onderwerpen is een (kantoor)locatie waar mensen samen kunnen komen en – werken gewenst. Voor de keuze van de locatie is het wenselijk om zoveel mogelijk gebruik te maken van bestaande faciliteiten (van partners) en/of te zoeken naar mede- gebruikers van de faciliteiten. Hierbij valt in ieder geval te denken aan het combineren van faciliteiten van kennisinstellingen als TNO of het Centrum voor Innovatief Vakmanschap (in oprichting). Individuele projecten kunnen wellicht plaatsvinden op locatie bij bedrijven indien hier specifieke apparatuur voorhanden is. De kernactiviteiten m.b.t. kennisdeling zullen virtueel moeten worden ondersteund. De systemen zullen aansluiten bij bestaande ‘proven concepts’, te denken valt aan een ‘Wiki’, een afgesloten Linked-In omgeving en een Sharepoint omgeving. 5.7 ALLE SPELERS IN HET HIGH TECH ECOSYSTEEM WORDEN BETROKKEN CFT 2.0 onderscheidt twee soorten participanten in de projecten: deelnemers en partners. Deelnemers zijn organisaties die lid zijn van CFT 2.0. Partners zijn organisaties die geen lid kunnen zijn van CFT 2.0, maar wel een bijdrage kunnen leveren in projecten. Deelnemers aan CFT 2.0 Iedere organisatie kan lid worden van CFT 2.0 indien deze voldoet aan de volgende criteria (1 en 2 hebben betrekking op het vereiste lidmaatschap van Brainport Industries Coöperatie U.A.): 1. De organisatie is actief als high tech toeleverancier in het primaire proces van de high tech keten Brainport Industries CFT 2.0 25
  • 28. 2. De organisatie onderschrijft de uitgangspunten voor samenwerking zoals beschreven in de Code of Conduct van Brainport Industries 3. De organisatie is akkoord met de statuten/deelnemersvoorwaarden/… van CFT 2.0 Het lidmaatschap van CFT 2.0 wordt aangegaan voor een periode van minimaal vier jaar, dit zorgt voor een stabiele basis van CFT 2.0 en vergroot het onderling vertrouwen van (project)deelnemers. Figuur: samenhang tussen de partners in de triple helix en invulling van hun betrokkenheid Partners in het ecosysteem Het speelveld voor high tech systemen en materialen kent in Nederland een grote diversiteit en rijkdom aan stakeholders. Het ecosysteem bestaat onder andere uit directe ketenspelers als fabrikanten/OEMs, 1e , 2e en 3e lijns toeleveranciers en grondstof- en materiaalleveranciers. Ook kennisleveranciers (onderwijs- en opleidingscentra als de TU’s, lectoraten mechatronica aan de hogescholen als Fontys, Avans en Hogeschool Utrecht, ROC’s, kenniscentra als TNO, ECN, commerciële partijen als Philips Innovation Services, CCM) en onderzoekcentra en –programma’s (zoals Holst Centre, Point One, DevLab) maken integraal onderdeel uit van de high tech infrastructuur. Dichtbij maar net over de grens vinden we bovendien relevante initiatieven als FMTC in Leuven en het Frauenhofer Institute for Production Technology in Aachen. Complementariteit Dit initiatief wil nadrukkelijk complementair zijn aan de bestaande organisaties en spelers in dit high tech speelveld van kennis en kunde. Enerzijds heeft zij de ambitie om als regisseur het relevante bestaande aanbod inzichtelijk en toegankelijk te maken. Anderzijds wil dit initiatief witte vlekken aan de vraagzijde signaleren, inventariseren en definiëren om vervolgens relevante stakeholders bijeen te brengen voor het uitvoeren van onderzoek in dit domein. Nieuwe technologieën komen vaak voort uit de fundamentele onderzoeken aan universiteiten (Centre of Competence Intelligent Mechatronic Systems) gericht op bijvoorbeeld ‘cyber physical systems’, complexe gedistribueerde Brainport Industries CFT 2.0 26
  • 29. sensorsystemen en robotica. Aansluiting hierop of zelfs integratie hiermee verhoogt de kans op valorisatie en toepassing in concrete nieuwe machines en systemen. Fundamentele vragen kunnen bovendien weer terug worden gekoppeld naar de onderzoeksgroepen. De lectoraten mechatronica op de Hogescholen Fontys, Avans en Utrecht alsmede het lectoraat productietechnologie dat momenteel wordt ingericht op de Fontys Hogeschool kunnen de fundamentele nieuwe kennis en inzichten toepassen en in proefopstellingen testen op praktijkgebruik. Uit efficiency en synergetische overwegingen is daarnaast een combinatie met bijvoorbeeld de activiteiten van SPOMM en het Centrum voor Innovatief Vakmanschap dat momenteel wordt opgezet te overwegen. Hierdoor worden de 3 opleidingsniveau’s gekoppeld en ontstaat een gesloten kennisketen. Figuur: samenhang tussen de kennisketen Regisseur van de kennisketen Het High Tech Top Team heeft geadviseerd om de ontwikkeling, uitvoering en regie van de roadmap voor mechatronische machinebouw, modulebouw en componentenfabricage (Mechatronica & Manufacturing) bij CFT 2.0 en Brainport Industries neer te leggen in samenwerking met Point-One. Deze roadmap zal nauwkeurig moeten aansluiten op de roadmaps van de OEMs en eindmarkten die de toeleveranciers van Brainport Industries bedienen zoals: semicon, analytical & science, medische technologie, solar/PV en printing (eventueel aangevuld met de roadmap voor solid state lighting). Brainport Industries CFT 2.0 27
  • 30. Primaire focus Door zich te richten op voornamelijk toegepast onderzoek naar de productietechnologieën fijnmechanica en materialen en ketenoptimalisatie is een herkenbare en onderscheidende scope gekozen die complementair is aan bestaande initiatieven. Een uitgebreid aantal gesprekken en enquête met high tech OEMs, onderzoekcentra, kennisleveranciers en toeleveranciers heeft aangetoond dat er behoefte is aan een nieuw initiatief en dat er draagvlak is voor realisatie. Op basis van het vooronderzoek lijkt een volgende structuur nuttig: • Deelnemers aan CFT 2.0: high tech toeleveranciers (1e , 2e en 3e lijn) en een aantal core-kennisinstellingen (bijv. TNO, PInS, FMTC, 3TU Centre of Competence Intelligent Mechatronic Systems, Centrum voor Innovatief Vakmanschap) • Deelnemers aan de projecten: OEMs, ECN, 3TU, Hogescholen, ROC’s • Financiers van de organisatie: deelnemers en overheden (Europa, Rijk, Provincie, Regio, Gemeenten, Programma’s) • Financiers van de projecten: deelnemers aan organisatie en projecten alsmede overheden • Partners voor gezamenlijk onderzoek: FMTC, Frauenhofer, Holst Centre, DevLab Deze structuur vertegenwoordigt alle onderdelen van de Triple Helix (3 O’s). Brainport Industries CFT 2.0 28
  • 31. 6. FINANCIËN Dit hoofdstuk is tot stand gekomen op basis van interviews, informele gesprekken, een online enquête en een vergelijking met de financiële huishouding en organisatie van andere vergelijkbare initiatieven. In dit hoofdstuk staan de financiële uitgangspunten, een eerste inschatting van de inkomsten en uitgaven en een voorstel voor de financiering. Het betreft alleen de financiering van de kern van CFT 2.0 en eigen programma, niet de mogelijk overkoepelende rol van de totale kennisketen zoals beschreven in het vorige hoofdstuk. Een drietal scenario’s vormt het uitgangspunt. 6.1 UITGANGSPUNTEN Op basis van gesprekken met de directe betrokkenen, de high tech toeleveranciers maar ook een aantal andere mogelijke deelnemers alsmede een vergelijking met succesvolle andere initiatieven is een aantal financiële uitgangspunten geformuleerd. Financiële uitgangspunten Financieel onafhankelijk Geen winstoogmerk Gelijkwaardige bijdrage deelnemers Eenduidige kosten/baten projecten Publieke financiering waar mogelijk Eenduidige kosten/baten initiatief Minimale overhead Figuur: de financiële uitgangspunten • Gelijkwaardige bijdrage deelnemers: de bijdrage van een deelnemer aan CFT 2.0 is gerelateerd aan de omvang van zijn organisatie. • Eenduidige kosten/baten initiatief: er is een duidelijke link tussen de bijdrage van deelnemers aan CFT 2.0 als geheel en de toegang tot kennis, informatie en projecten. • Eenduidige kosten/baten projecten: de kosten van de projecten worden opgebracht door projectdeelnemers (high tech toeleveranciers en partners), waar mogelijk aangevuld met publieke financiering. • Financieel onafhankelijk: CFT 2.0 is (in beginsel) niet afhankelijk van subsidies of bijdragen van derden voor het uitvoeren van haar activiteiten (onderzoeken en ontwikkelen in projecten, delen en borgen van kennis). • Publieke financiering waar mogelijk: er wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheden van publieke financiering. Brainport Industries CFT 2.0 29
  • 32. Brainport Industries CFT 2.0 30 • Minimale overhead: kosten die niet direct verbonden zijn aan de kernactiviteiten worden zo laag mogelijk gehouden in relatie tot de opbrengsten en waar mogelijk geflexibiliseerd. • Geen winstoogmerk: het resultaat van CFT 2.0 wordt geherinvesteerd in de activiteiten. 6.2 DE FINANCIERING VAN CFT 2.0 IS GROTENDEELS AFKOMSTIG VAN DE DIRECT BETROKKENEN Uitgangspunt voor dit initiatief is dat de deelnemers, zij die direct profiteren van de ontwikkelde kennis en competenties, een groot deel van de kosten opbrengen. Alle andere bronnen van inkomsten zijn welkom en vergroten de snelheid van opstarten en reikwijdte en diepgang van het onderzoek maar mogen niet het verschil maken tussen wel of niet starten. CFT 2.0 heeft een drietal bronnen van inkomsten die gezamenlijk de basis vormen voor de financiering: 1. Bijdrage deelnemers - High tech toeleveranciers die willen participeren in projecten en zich aansluiten bij CFT 2.0 betalen een deelnemersbijdrage. 2. Bijdrage partners – Organisaties uit het high tech ecosysteem, die geen lid (kunnen) zijn van CFT 2.0 (OEMs, kennisinstellingen, etc) maar wel deelnemen aan projecten betalen een projectbijdrage. 3. Bijdrage overheid – Overheden (EU, Landelijk, Provinciaal, Regionaal en Lokaal) kunnen een bijdrage leveren aan zowel de overhead van de organisatie als aan de individuele projecten. 6.3 DE DEELNEMERS INVESTEREN 1% VAN HUN LOONSOM De bijdrage van de deelnemers aan CFT 2.0 wordt bepaald door een percentage te nemen van hun bruto loonsom. De bijdrage is procentueel gelijk voor alle deelnemers, namelijk 1%. Hiervoor is gekozen in het streven naar zo groot mogelijke gelijkwaardigheid en eenduidigheid. In een ronde tafel sessie met high tech toeleveranciers is deze aanpak getoetst en als realistisch beoordeeld. Tevens gaf de meerderheid van de aanwezige toeleveranciers aan dat ze bereid waren 1% hiervoor af te staan. We rekenen voor het gemak met een gemiddelde loonsom van € 80.000 per FTE. Om de bijdrage voor grotere bedrijven niet tot onevenredige hoogte te laten oplopen is een maximum gesteld op de equivalent van 150 medewerkers: € 120.000. 6.4 VORMGEVING BIJDRAGE OVERHEID IS ONZEKER Het Ministerie van EL&I wil zoveel mogelijk af van het subsidie-instrument en ontwikkelt momenteel plannen5 voor een Research & Development Aftrek (RDA). Die komt naast de bestaande WBSO regeling voor een tegemoetkoming in de loonkosten gerelateerd aan eigen speur- en ontwikkelwerk. De investeringen van bedrijven in R&D worden via de RDA gestimuleerd door een verhoogde aftrek van de Vennootschapsbelasting (VPB). Er komt vermoedelijk een RDA voor de niet-looncomponent (materiaal, subcontracting, inhuur kennisinstellingen) en mogelijk vanaf 2013 een RDA+: een drievoudige VPB-aftrek voor R&D activiteiten die via een publiek-privaat samenwerkingsverband worden 5 Deze plannen zijn in de Bedrijfslevenbrief van het Ministerie van EL&I ‘Naar de top: Het bedrijvenbeleid in actie(s)’ van september 2011 aangekondigd.
  • 33. uitbesteed aan kennisinstellingen zoals universiteiten, TNO en zogenaamde Groot Technologische Instituten (GTI’s) als ECN. Aan welke eisen een PPS- constructie precies moet voldoen om hiervoor te kwalificeren is nog onbekend. Het Ministerie wil innovatie bij bedrijven verder stimuleren via het opzetten van een Innovatiefonds, met mogelijk regionale of sectorale werkfondsen. Een dergelijk fonds is revolverend van opzet, met leningen, participaties en garantstellingen. Regionale overheden zullen mogelijk deelnemen aan een dergelijk werkfonds, of via een ander instrument (additionele) financieringsmogelijkheden bieden. Ook deze overheden zijn steeds meer gericht op een “revolving” inzet van middelen. WBSO en RDA(+) zijn alleen geschikt om onderzoek- en ontwikkelingsactiviteiten van het initiatief te ondersteunen. De revolving faciliteiten zijn breder inzetbaar, maar lijken meer van waarde voor de startfase van het initiatief, investeringen in equipment, tooling en software en voor de fysieke huisvesting van het initiatief. Over de verschillende financieringsmogelijkheden zal meer bekend moeten worden in het laatste kwartaal van 2011. 6.5 ER ZIJN DRIE SCENARIO’S UITGEWERKT Om in de begroting de invloed van een aantal variabelen te kunnen analyseren, zijn er drie scenario’s ontwikkeld: een minimal, base en best case scenario. Er is gekozen voor het hanteren van een beperkt aantal variabelen in verband met mogelijke schijnzekerheid (mate van detail). In plaats daarvan is gekozen voor het formuleren van de ambitie in termen van omvang van het budget en de streefbijdrage van de verschillende betrokkenen, het minimaal aantal uit te voeren projecten én de bijdrage van de overheid. Als basis voor de scenario’s is de deelname van het aantal high tech toeleveranciers genomen, zij zijn immers de primaire doelgroep. Hierbij is voor de eenvoud gekozen voor twee typen bedrijven, gemiddeld 25 FTE (grote meerderheid) en een aantal grotere bedrijven met gemiddeld 100 FTE. Zo gaan we in het minimal case scenario voor 2012 uit van 18 deelnemers waarvan 14 kleinere en 4 grotere toeleveranciers. Figuur: 3 scenario’s met 2 typen leden (gemiddeld 25 FTE en gemiddeld 100 FTE) Buiten het aantal deelnemers is er nog een tweetal variabelen direct van invloed op de inkomsten: de bijdrage van partners en de financiële bijdrage van overheden. In alle drie de scenario’s is de bijdrage van partners verondersteld 10% te zijn en varieert de bijdrage van de overheid tussen 0 en 50%. Over de looptijd van de begroting (2012-2015) wordt de verhouding verondersteld constant te zijn. Brainport Industries CFT 2.0 31
  • 34. Figuur: 3 scenario’s voor bijdragen van partners en overheidssubsidies Op basis van bovenstaande varieert de verhouding tussen de bijdragen van de verschillende contribuanten per scenario. 6.6 DE INKOMSTEN WORDEN VOOR GEMIDDELD 90% AAN PROJECTEN BESTEED Na de opbouw van de inkomstenstroom is het van belang om de uitgangspunten voor de uitgaven helder te beschrijven. De inkomsten worden aangewend voor de volgende activiteiten en doeleinden: • Projecten: onderzoek en ontwikkeling naar (productie)technologie en ketenoptimalisatie • Delen en borgen van kennis (opleidingen, portal, netwerk) • Managen van het onderzoeksprogramma (proces en document) • Overhead (management, ondersteuning, evenementen, huisvesting) Om het uitgangspunt van minimale overhead terug te laten komen in de begroting, rekenen we met een bedrag van 10% van de totale begroting dat besteed wordt aan overhead. Hieruit worden de indirecte kosten vergoed. De overige 90% wordt gebruikt voor projecten. We onderscheiden hierin de collectieve en individuele projecten (zie paragraaf 3.2). Voor kleinere bedrijven met een bedrijfsomvang kleiner dan 50 FTE wordt de bijdrage naast de overheaddekking volledig toegewezen aan collectieve projecten. De verwachting is dat deze projecten de meeste toegevoegde waarde leveren voor bedrijven met een kleinere omvang. Hiermee wordt uiteraard niet uitgesloten dat deze bedrijven aan individuele projecten kunnen deelnemen. Van grotere bedrijven wordt verwacht dat zij meer behoefte hebben aan specifiek onderzoek. Hiervoor wordt, bij het groeien van de absolute deelname fee, een steeds groter deel gereserveerd. In de aanloopfase wordt de volledige 90% projectbijdrage van de bedrijven besteed aan collectieve projecten. Hierdoor ontstaat focus en de grootste synergie. Onderstaand is een aantal voorbeelden opgenomen van bedrijven met verschillende aantallen medewerkers. Figuur: Voorbeelden bij diverse bedrijfsomvang Brainport Industries CFT 2.0 32
  • 35. Van de 90% die wordt aangewend voor projecten is de inschatting op basis van ervaringen dat circa 60% zal gaan zitten in personeelskosten en zo’n 30% in huur van laboratoria/equipment/software etc. voor onderzoek. Figuur: verdeling inkomsten over medewerkers (60%), equipment etc (30%) en overhead (10%) 6.7 HET TOTAAL BUDGET VARIEERT TUSSEN DE € 1,7 EN 6 MILJOEN IN 2015 CFT 2.0 heeft een ambitie geformuleerd per scenario in termen van de ontwikkeling van het budget (periode 2012 – 2015). Het startbudget varieert van € 0,7 miljoen voor minimal case scenario en € 2 miljoen voor het best case scenario. In vier jaar ontwikkelt het budget zich tot € 1,7 miljoen in het minimal case scenario en € 6 miljoen in het best case scenario. Dit budget is de uitkomst van een rekensom op basis van de aantallen deelnemers en aannames ten aanzien van de bijdrage van partners en overheid zoals beschreven in 6.4 in combinatie met het minimale aantal projecten dat door Brainport Industries wordt geambieerd. Figuur: budget ontwikkeling tussen 2012-2015 op basis van 3 scenario’s Het budget is uitgelijnd met het aantal projecten dat gelijktijdig plaatsvindt per jaar. Dit is gebaseerd op de aanname dat per project gemiddeld twee medewerkers werkzaam zijn en deze alles bij elkaar € 200.000 per jaar kosten. Brainport Industries CFT 2.0 33
  • 36. Brainport Industries CFT 2.0 34 Figuur: budget ontwikkeling en aantal projecten tussen 2012-2015 6.8 STREVEN IS DAT ALLE INKOMSTEN GEHERINVESTEERD WORDEN Het streven is om een nullijn te hanteren voor het resultaat (voor rente en belastingen). De grondslag hiervoor is dat alle inkomsten worden besteed aan de projecten en minimaal aan de overhead (10%). In de opstartjaren van CFT 2.0 zal er (waarschijnlijk) sprake zijn van een negatief resultaat. De overhead zal naar verhouding te groot zijn. Deze investeringen zijn echter noodzakelijk om CFT 2.0 goed te positionering, een vertrouwensbasis te creëren tussen betrokkenen en CFT 2.0 operationeel in te richten. 6.9 DE FINANCIERING IS AFKOMSTIG VAN ALLE BETROKKEN De financiering is afkomstig van de high tech toeleveranciers, partners uit het high tech ecosysteem en de overheid. De bijdragen bestaan in principe uit cash. In overleg met de directeur kan worden besloten een bijdrage in kind beschikbaar stellen, zoals het in kind beschikbaar stellen van medewerkers of van andere resources. De bijdragen van de overheid (en wellicht ook van partners) zullen gekoppeld zijn aan voorwaarden. Er wordt vooralsnog geen beroep gedaan op andere financiers. De kosten van het opstarten van dit initiatief (marketing & communicatie) en de initiële investeringen in equipment, tooling, software en huisvesting vormen voor de toeleveranciers een grote en risicovolle investering. Gezien het belang van dit initiatief en de uitgesproken ambitie van Nederland op het gebied van High Tech6 maar ook de directe aansluiting op de plannen voor de regio Zuid-Oost Nederland zoals vastgelegd in Brainport 20207 , lijkt een significante bijdrage van de overheid aan de start van CFT 2.0 aannemelijk. In onderstaande tabel zijn de totaalbedragen aan equipment, tooling, ICT/software en huisvesting opgenomen. Een totaal overzicht van de kostenposten is te vinden in bijlage I. 6 Holland High Tech: Advies Topteam High Tech Systemen en Materialen, Den Haag, juni 2011 7 Brainport 2020, Top Economy, Smart Society, Eindhoven, februari 2011
  • 37. Figuur: Investeringen behorende bij scenario’s tussen 2012-2015 Belangrijk is wel dat de overheidsfinanciering wordt ingezet om CFT 2.0 dusdanig robuust in te richten dat dit op eigen kracht kan voortbestaan. Tijdens de interviews is door verschillende onderzoekcentra interesse getoond in mogelijke samenwerkingsverbanden. Het verdiepen van de mogelijkheden is onderdeel van de vervolgfase (zie hoofdstuk 7). Dit biedt wellicht aanvullende bronnen van financiering of deling van kosten en dure infrastructuur zoals bedoeld met de ‘shared services’ in de samenwerking met het Centrum voor Innovatief Vakmanschap (zie 5.7, figuur op pagina 23). Tevens zouden projecten in samenwerking met TNO en/of via NWO een welkome aanvulling kunnen vormen. Brainport Industries CFT 2.0 35
  • 38. 7. ROADMAP Om te komen tot de succesvolle en breed gedragen realisatie van dit initiatief is oorspronkelijk een viertal stappen voorzien. Dit document is het resultaat van de eerste stap: 1. Business planning en financiering (2011): in de eerste fase zal een uitgebreid maar pragmatisch business plan worden ontwikkeld met een begroting voor een vierjarig programma Hierna volgen nog drie stappen die uiteindelijk moeten leiden tot een succesvolle, stabiele en langdurige bijdrage aan de ontwikkeling van high tech toeleveranciers op het gebied van productietechnologie ontwikkeling en ketenoptimalisatie. Onderstaande stappen vormen het logische vervolg: 2. Ontwikkeling en start (2012): na formulering van een realistisch business plan en organiseren van de funding voor het centrum wordt het programma inhoudelijk ontwikkeld en vindt de start plaats van de eerste gezamenlijke activiteiten 3. Realisatie en exploitatie (2013-2015): in de jaren na de start zal het centrum haar bestaansrecht moeten bewijzen, meerwaarde moeten aantonen voor de deelnemende bedrijven en betrokken organisaties en concrete successen boeken 4. Evaluatie en herfinanciering (2015): in het vierde jaar na de start vindt een uitgebreide evaluatie plaats en zal na positieve uitkomst nieuwe financiering worden gezocht. In dit hoofdstuk beschrijven we de activiteiten die nodig zijn voor de succesvolle realisatie van de drie volgende fasen. Samen vormen deze een eerste aanzet voor de road map voor CFT 2.0. 7.1 DOEL IS OM PER 1 JANUARI 2012 ‘LIVE’ TE GAAN Na een eerste toets voor wat betreft de haalbaarheid van CFT 2.0 in de eerste fase is de echte ‘proof of the pudding’ ook hier in ‘the eating’. Gaan de high tech toeleveranciers die in het onderzoek aan hebben gegeven 1% van hun bruto loonsom te willen investeren dit ook daadwerkelijk doen? En hoe representatief zijn deze toeleveranciers geweest? In het vervolg op deze haalbaarheidstoets is een rondgang langs de toeleveranciers met een concrete propositie (afgeleid van dit business plan) en acquisitie van de eerste deelnemers cruciaal. Bovendien en direct hiermee samenhangend zal een eerste aantal aansprekende projecten moeten worden gestart. Dit kan immers een goede aantrekkingskracht op nieuwe deelnemers uitoefenen. Tevens zal een ronde langs potentiële partners en mogelijke subsidie-verstrekkers zinvol zijn om een startfinanciering te verzekeren. Voor de periode voorafgaand aan ‘go live’ zijn de volgende stappen voorzien: • Doelen: – Overeenstemming en financiering voor de aanvang van twee projecten – Opstellen Sub-roadmap voor ‘Manufacturing & Mechatronica’ als onderdeel van het programma van het High Tech Top team, samen met Point-One • Activiteiten: – Overeenkomen intentieverklaringen met toeleveranciers, partners en overheid – Organiseren van funding – Overeenstemming over scope van twee projecten Brainport Industries CFT 2.0 36
  • 39. – Afstemmen van belangen van betrokkenen; o.a. met het Centrum voor Innovatief Vakmanschap – Communiceren over de doelstelling en scope van CFT 2.0 met betrokkenen in het high tech ecosysteem – Verkennen van samenwerkingsverbanden met onderzoekcentra – Opbouwen van vertrouwen t.a.v. CFT 2.0 in de high tech sector – Organiseren van een aantal ronde tafel bijeenkomsten om tot een roadmap te komen • Verantwoordelijken: – Algemeen bestuur Brainport Industries is eindverantwoordelijk voor de beslissingen – Directeur Brainport Industries is verantwoordelijk voor de uitvoering • Duur: 1 augustus 2011 – 31 december 2011 • No-go: op 1 december 2011 geen uitzicht op het realiseren van de doelen voor 31 december. In 2012 wordt gestart met twee projecten Onderstaande projecten zijn door Brainport Industries geïnitieerde projecten, welke met een aangescherpte focus worden voorgesteld als de twee projecten voor CFT 2.0 om mee te starten. • Voorstel voor een project ketenoptimalisatie: Product Lifecycle Management in de keten (uitwisseling technische data) • Voorstel voor een project productietechnologie: Grade 2 cleaning (gezamenlijke cleanroom volgens de laatste reinheidseisen, o.a. nodig voor de nieuwste ASML EUV machine) 7.2 HET OPSTARTJAAR IS GERICHT OP GEZAMENLIJK SUCCES Na het realiseren van voldoende financiële middelen en commitment van high tech toeleveranciers en partners is • Doelen: – Succesvolle eerste ervaringen met projecten – Realiseren van 80% van het budget 2013 (base case) • Activiteiten: – Eerste volledige planningcycle om te komen tot nieuwe projecten (zie 3.3) – Starten / uitvoeren van gezamenlijke activiteiten; collectief (en individueel) onderzoek – Afstemmen belangen met opleidingspartners – Opzetten kennis deling en borging structuur (platform) – Operationeel inrichten van de organisatie • Verantwoordelijken: – Algemeen bestuur Brainport Industries is eindverantwoordelijk voor de beslissingen – Directeur Brainport Industries is verantwoordelijk voor de uitvoering • Duur: 1 januari 2012 – 31 december 2012 • No-go: op 1 december 2012 geen uitzicht op het realiseren van de doelen voor 31 december. Brainport Industries CFT 2.0 37
  • 40. 7.3 DE REALISATIE EN EXPLOITATIE FASE IS GERICHT OP HET AANTONEN VAN DE TOEGEVOEGDE WAARDE VOOR HIGH TECH TOELEVERANCIERS EN ECOSYSTEEM In de exploitatiefase zal het van belang zijn om snel op te schalen in aantal deelnemers en projecten. CFT 2.0 zal in een beperkt aantal jaren (2012-2015) haar bestaansrecht moeten bewijzen. Een aantal concrete projectsuccessen waardoor high tech toeleveranciers nieuwe competenties en, belangrijker nog, nieuwe toegevoegde waarde hebben gecreëerd voor klanten is hierbij essentieel. 7.4 NA VIER JAAR WORDT CFT 2.0 GEËVALUEERD Aan het einde van de exploitatie-fase zal een uitgebreide evaluatie moeten plaatsvinden onder de verschillende stakeholders. Niet alleen de direct betrokkenen maar ook de bredere high tech toelever-gemeenschap zal moeten worden bevraagd. Zo zal een goed onderbouwd beeld worden verkregen van het succes tot dat moment en de ontwikkelrichting voor de toekomst. De stakeholders die in ieder geval in de evaluatie moeten worden betrokken zijn: • Brainport Industries Coöperatie U.A.: Bestuur en directie • Deelnemers aan CFT 2.0: high tech toeleveranciers • Medewerkers: programma-manager, onderzoekers, projectmedewerkers, etc • Partners van CFT 2.0: OEMs, kennisinstellingen (TNO, ECN, etc), onderwijs- en onderzoeksinstellingen (TU’s, Hogescholen, ROCs, etc) • Financiers: Overheden (EU, Landelijk, Provinciaal, Regionaal en Lokaal) • Bedrijven die wel tot de doelgroepen behoren maar niet deel hebben genomen Op basis van de uitkomsten van de evaluatie zal dan besloten kunnen worden over de vorm, besturing en richting van een vervolg op de eerste levensfase van CFT 2.0. Brainport Industries CFT 2.0 38
  • 41. Brainport Industries CFT 2.0 39 BIJLAGE I: VEREENVOUDIGDE WINST & VERLIESREKENING PER SCENARIO Onderstaande scenario’s zijn bedoeld om een eerste indicatie te geven van de ontwikkelingen van zowel de inkomsten vanuit diverse bijdragen als de uitgaven voor de overhead als de projectgerelateerde kosten. In de tweede stap in de ontwikkeling van dit initiatief zal een meer gedetailleerde begroting moeten worden opgesteld wanneer een aantal uitgangspunten is ingevuld (o.a. locatie, aantal projecten bij de start en financieringsbronnen). Minimal Case Scenario Base Case Scenario Base Case Scenario Best Case Scenario Winst en verliesrekening - best scenario 2012 % 2013 %2 2014 %3 2015 %4 Inkomsten Bijdrage leden 800.000€ 40% 1.333.333€ 40% 1.866.667€ 40% 2.400.000€ 40% Bijdrage partners 200.000€ 10% 333.333€ 10% 466.667€ 10% 600.000€ 10% Bijdrage overheid 1.000.000€ 50% 1.666.667€ 50% 2.333.333€ 50% 3.000.000€ 50% Totaal inkomsten 2.000.000€ 100% 3.333.333€ 100% 4.666.667€ 100% 6.000.000€ 100% Kosten Projectgerelateerde loonkosten 1.200.000€ 59% 2.000.000€ 60% 2.800.000€ 60% 3.600.000€ 61% Programma manager 75.000€ 4% 75.000€ 2% 150.000€ 3% 150.000€ 3% Ondersteunende functies (proj admin, ICT, kennismw) 48.750€ 2% 90.000€ 3% 90.000€ 2% 107.500€ 2% Kosten / investeringen voor tools en equipment 600.000€ 29% 1.000.000€ 30% 1.400.000€ 30% 1.800.000€ 31% Kantoor ICT (hardware, software) 36.000€ 2% 39.000€ 1% 40.500€ 1% 42.000€ 1% Huisvesting (kantoor) 15.000€ 1% 16.250€ 0% 16.875€ 0% 17.500€ 0% Overig / Onvoorzien 60.000€ 3% 100.000€ 3% 140.000€ 3% 180.000€ 3% Totaal kosten 2.034.750€ 100% 3.320.250€ 100% 4.637.375€ 100% 5.897.000€ 100% Start financieringsbehoefte Financieringsbehoefte startfase 34.750€ -€ -€ -€ EBITDA -€ 13.083€ 29.292€ 103.000€ Winst en verliesrekening - minimum scenario 2012 % 2013 %2 2014 %3 2015 %4 Inkomsten Bijdrage leden 600.000€ 90% 900.000€ 90% 1.200.000€ 90% 1.500.000€ 90% Bijdrage partners 66.667€ 10% 100.000€ 10% 133.333€ 10% 166.667€ 10% Bijdrage overheid -€ 0% -€ 0% -€ 0% -€ 0% Totaal inkomsten 666.667€ 100% 1.000.000€ 100% 1.333.333€ 100% 1.666.667€ 100% Kosten Projectgerelateerde loonkosten 400.000€ 50% 600.000€ 56% 800.000€ 59% 1.000.000€ 62% Programma manager 75.000€ 9% 75.000€ 7% 75.000€ 6% 75.000€ 5% Ondersteunende functies (proj admin, ICT, kennismw) 48.750€ 6% 72.500€ 7% 90.000€ 7% 90.000€ 6% Kosten / investeringen voor tools en equipment 200.000€ 25% 250.000€ 23% 300.000€ 22% 350.000€ 22% Kantoor ICT (hardware, software) 34.500€ 4% 36.000€ 3% 37.500€ 3% 37.500€ 2% Huisvesting (kantoor) 14.375€ 2% 15.000€ 1% 15.625€ 1% 15.625€ 1% Overig / Onvoorzien 20.000€ 3% 30.000€ 3% 40.000€ 3% 50.000€ 3% Totaal kosten 792.625€ 100% 1.078.500€ 100% 1.358.125€ 100% 1.618.125€ 100% Financieringsbehoefte startfase Financieringsbehoefte startfase 125.958€ 78.500€ 24.792€ -€ EBITDA -€ -€ -€ 48.542€ Winst en verliesrekening - base scenario 2012 % 2013 %2 2014 %3 2015 %4 Inkomsten Bijdrage leden 866.667€ 65% 1.300.000€ 65% 1.733.333€ 65% 2.166.667€ 65% Bijdrage partners 133.333€ 10% 200.000€ 10% 266.667€ 10% 333.333€ 10% Bijdrage overheid 333.333€ 25% 500.000€ 25% 666.667€ 25% 833.333€ 25% Totaal inkomsten 1.333.333€ 100% 2.000.000€ 100% 2.666.667€ 100% 3.333.333€ 100% Kosten Projectgerelateerde loonkosten 800.000€ 57% 1.200.000€ 59% 1.600.000€ 60% 2.000.000€ 62% Programma manager 75.000€ 5% 75.000€ 4% 75.000€ 3% 75.000€ 2% Ondersteunende functies (proj admin, ICT, kennismw) 48.750€ 3% 90.000€ 4% 90.000€ 3% 90.000€ 3% Kosten / investeringen voor tools en equipment 400.000€ 28% 550.000€ 27% 750.000€ 28% 900.000€ 28% Kantoor ICT (hardware, software) 36.000€ 3% 39.000€ 2% 39.000€ 1% 39.000€ 1% Huisvesting (kantoor) 15.000€ 1% 16.250€ 1% 16.250€ 1% 16.250€ 1% Overig / Onvoorzien 40.000€ 3% 60.000€ 3% 80.000€ 3% 100.000€ 3% Totaal kosten 1.414.750€ 100% 2.030.250€ 100% 2.650.250€ 100% 3.220.250€ 100% Start financieringsbehoefte Financieringsbehoefte startfase 81.417€ 30.250€ -€ -€ EBITDA -€ -€ 16.417€ 113.083€
  • 42. BIJLAGE II: EEN VERGELIJKING MET ONDERZOEKCENTRA Brainport Industries CFT 2.0 40
  • 43. BIJLAGE III: BETROKKENEN BIJ TOTSTANDKOMING VAN DIT PLAN Stuurgroep CFT 2.0 • Henk Tappel, Managing Director, Frencken Europe (projecteigenaar en voorzitter namens Brainport Industries) • Gijs Bosch, Hoofd Regiostimulering, Kamer van Koophandel Brabant (opdrachtgever) • Marc Hendrikse, CEO, NTS Group (voorzitter Brainport Industries) • Roland Sniekers, Managing Director, Eurotechniek Eindhoven • Theun Baller, Sr. Vice President, Philips Research • John Blankendaal, Programmamanager High Tech Systems, NV Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij en Directeur, Brainport Industries Coöperatie U.A. • Wobine Buijs-Glaudemans, Directielid Economie & Mobiliteit, Provincie Noord Brabant • Paul Apeldoorn, Senior beleidsmedewerker Innovatie, Provincie Noord Brabant Interviewees • Paul Breddels, OTB Group / Roth & Rau • Paul Korting, ECN • Jaco Saurwalt, ECN • Rob Savelkoul, Philips Supply Management • Amandus Lundqvist, HTTT / HTSP • Peter Struik, Fujifilm • Maarten van Andel, PANalytical Eindhoven • Arjan Noordermeer, PANalytical Eindhoven • Arnold Stokking, TNO • Egbert-Jan Sol, TNO • Erik Ham, TNO • Gerrit van der Beek, FEI • Jaap Lombaers, Holst Centre • Cees Sluys, Philips Healthcare • Lex van Gijsel, DevLab • Wim van der Leegte, VDL Groep • Simon Bambach, VDL ETG • Cees van Uijen, Philips Innovation Services • Jelm Franse, ASML • Henk Kiela, Fontys Hogeschool • Erik Puik, Hogeschool Utrecht • Maarten Steinbuch, TU/e • Edward Voncken, KMWE • Antoine Wintels, ROC Eindhoven Brainport Industries CFT 2.0 41
  • 44. Ronde tafel: Toeleveranciers • Alwin Pol, Nijdra Groep • William Pijnenburg, AAE B.V. • Marcel Grooten, Greentech engineering • Hans Brentjes, SKF B.V. • Pim Kat, Technobis • Kees Visser, Ceratec Technical Ceramics B.V. • Lars van der Hoorn, Van der Hoorn Buigtechniek • Willem van Reisen, Tegema • Henk Tappel, Frencken Europe • Gijs Bosch, Kamer van Koophandel Brabant Ronde tafel: Kennisleveranciers • Jos Gunsing, Avans Hogeschool • Marc Mandigers, Philips Innovation Services • Twan Smetsers, Chematronics • John Settels, Settels, Savenije & Van Amelsfoort • Frank Bruls, Mikrocentrum • Ad Brouwers, Mikrocentrum • Kees van Mourik, CvM Consultancy • Peter Kopeczek, The Virtual Manager • Anton Wolthuis, AW Projects / HTAS • Marty van de Ven, The House of Technology • Jan van Eekelen • Ton Staassen, Staassen Advies & Interim management • Henk Tappel, Frencken Europe Algemeen Bestuur van Brainport Industries • Marc Hendrikse, CEO, NTS-Group • Roland Sniekers, Managing Director, Euro-Techniek Eindhoven • Henk Tappel, Managing Director, Frencken Europe • Ferry van de Pasch, Algemeen Directeur, HTR Rubber & Foam • Edward Voncken, CEO, KMWE, • Hans Duisters, Chief, Sioux • Ad van Berlo, CEO, Van Berlo Group • Lars van der Hoorn, Algemeen Directeur, Van der Hoorn Buigtechniek • Joep Brouwers, Adjunct Directeur, Brainport Development N.V. Begeleiding • Renske Bartels, Sr. Consultant, Boer & Croon • Eric de Groot, Partner, Boer & Croon • Daan Kersten, Associate Partner, Boer & Croon Brainport Industries CFT 2.0 42
  • 45. Brainport Industries CFT 2.0 43 BRAINPORT INDUSTRIES BEDANKT… Het business plan van CFT 2.0 wordt breed gedragen door de high tech industrie en is tot stand gekomen door actieve betrokkenheid van de volgende bedrijven: AAE, ASML, Avans Hogeschool, Boer & Croon, Brainport Development, Ceratec Technical Ceramics, Chematronics, CvM Consultancy, DevLab, ECN, Eurotechniek Eindhoven, FEI Company, Fontys Hogeschool, Frencken Europe, Fujifilm, Greentech Engineering, High Tech Systems Platform, High Tech Top Team, Hogeschool Utrecht, Holst Centre, HTAS, HTR Rubber & Foam, Kamer van Koophandel Brabant, KMWE, Mikrocentrum, Nijdra Groep, NTS Group, NV Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij, OTB Group, PANalytical Eindhoven, Philips Healthcare, Philips Innovation Services, Philips Research, Philips Supply Management, Provincie Noord Brabant, Settels, Savenije & Van Amelsfoort, Sioux, SKF, Staassen Advies & Interim management, Technobis, Tegema, The House of Technology, The Virtual Manager, TNO, TU/e, Van Berlo Group, Van der Hoorn Buigtechniek, Van Eekelen, VDL ETG, VDL Groep De financiering van deze eerste fase van CFT 2.0 is tot stand gekomen met bijdragen van: • ASML, Brainport Development, Euro-Techniek Eindhoven, Frencken Europe, GL Precision, Hittech, Maxon Motor, Mikrocentrum, Norma, NTS Group, ROC Eindhoven, Settels, Savenije & Van Amelsfoort, Stichting Metaalhuis • Kamer van Koophandel Brabant heeft de basisfinanciering verzorgd alsmede de totstandkoming van dit business plan georganiseerd en gefaciliteerd vanuit de overtuiging dat sterke clusters een belangrijke ruggengraat vormen voor economische groei in Noord Brabant • Naast bovenstaande contribuanten is gebruik gemaakt van de middelen van REAP Zuid-Oost Brabant en middelen uit het programma Pieken in de Delta van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie, Samenwerkings Regio Eindhoven en de Provincie Noord-Brabant
  • 46. Your HighTech Open Supply Chain Brainport Industries Coöperatie U.A. | P.O. Box 463, 5600 AZ Eindhoven | Tel: +31 (0)40 751 24 24 | www.brainportindustries.com Brainport Industries designs, develops & manufactures leading ADVANCED, PRECISE and INTELLIGENT hightech equipment