• Share
  • Email
  • Embed
  • Like
  • Save
  • Private Content

Loading…

Flash Player 9 (or above) is needed to view presentations.
We have detected that you do not have it on your computer. To install it, go here.

Like this document? Why not share!

2011.115 1224

on

  • 428 views

 

Statistics

Views

Total Views
428
Views on SlideShare
382
Embed Views
46

Actions

Likes
0
Downloads
0
Comments
0

1 Embed 46

http://www.swaip.me 46

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Adobe PDF

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

    2011.115 1224 2011.115 1224 Document Transcript

    • Economisch Programma Brabant 2020Economisch Programma Brabant 2020
    • 2 Economisch Programma Brabant 2020LeeswijzerIn hoofdstuk 1 wordt de visie van de provincie op de economische toekomst van Brabant gegeven. Meteen stip op de horizon voor het jaar 2020. De ‘Basis op orde’ wordt uitgewerkt in hoofdstuk 2 en bevatthema’s over ‘het dagelijks onderhoud van onze economie’. De onderwerpen MKB & Ondernemer­schap, Arbeidsmarkt voor de kenniseconomie, Onderwijs, Ruimte voor bedrijvigheid (werklocaties) enBereikbaarheid en Mobiliteit worden hier uitgewerkt. Hoofdstuk 3 beschrijft hoe de provincie deambitie van Brabant om topregio in Europa te worden, wil realiseren. Dit gebeurt aan de hand van eenambitieus 10-puntenplan. In hoofdstuk 4 wordt de internationaliseringsstrategie van de provinciebeschreven. Hoofdstuk 5 gaat over de uitvoering. De rol van de provincie, de financiering van het regio­naal economisch beleid en monitoring en evaluatie zijn hier beschreven.Een managementsamenvatting van het Economisch Programma is beschikbaar.
    •                   3Economisch Programma Brabant 2020InhoudsopgaveHoofdstuk 1 Visie Economisch Programma Brabant 2020: de basis op orde en op weg naar de top 41.1 Inleiding 41.2 Waar doen we het voor 41.3 Veranderende context 51.4 Visie: de basis op orde en op weg naar de top 51.5 Hoe maken we onze visie waar: nieuwe partnerships en slimme verbindingen 71.6 Naar uitvoering 81.7 Stip op de horizon: waar kan Brabant in 2020 staan 9Hoofdstuk 2 De basis op orde 102.1. Inleiding 102.2 MKB en ondernemerschap 102.3 Arbeidsmarkt voor de kenniseconomie 122.4 Onderwijs: naar een Brabants “Kennispact” 132.5 Ruimte voor bedrijvigheid (werklocaties) 142.6 Wisselwerking economische kerntaak provincie en andere kerntaken 152.7 Bereikbaarheid en mobiliteit 162.8 Het bredere ecosysteem/vestigingsklimaat 17•  Sport en cultuur 17•  Vitaal platteland 18•  Vrijetijdseconomie 19•  Natuur, landschap en water 19Hoofdstuk 3 Op weg naar de top: Innoveren met topsectoren voor maatschappelijke opgaven (clusterontwikkeling) 213.1. Clusters als hart van onze ambitie als top-regio in Europa 213.2. De uitgangspositie van de Brabantse clusters 223.3. 10-punten plan voor de realisering van de Brabantse top-ambitie 253.4. Uitgangspunten voor de rol van de provincie bij de implementatie van dit 10-punten plan 37Hoofdstuk 4 Internationalisering 39Hoofdstuk 5 Naar uitvoering:middelen, instrumenten en monitoring 41Bijlage 1 Schema scenario’s arbeidsmarktbeleid 46Bijlage 2 Brabantse clusters: beschrijvende analyse 50Bijlage 3 Veranderend instrumentarium 72Bijlage 4 Externe en interne consultatie 73Colofon 45
    • 4 Economisch Programma Brabant 20201Visie EconomischProgramma Brabant2020: de basis op ordeen op weg naar de top1. 1. InleidingIn de Agenda van Brabant is de lange termijn ambitieverwoord om tot de top van kennis- en innovatieregio’s inEuropa te behoren. De Agenda van Brabant is inmiddelsvertaald in een Bestuursakkoord en in de Uitvoeringsagenda‘Tien voor Brabant 2011-2015’, die op 1 juli 2011 doorProvinciale Staten is vastgesteld.De Uitvoeringsagenda vertaalt de Agenda van Brabant in eenaantal opgaven. Eén van deze opgaven is het verbeteren vande innovatiekracht van de Brabantse economie. Het Econo­misch Programma Brabant is de uitwerking van deze opgave.Het is geen blauwdruk voor een uitgewerkte projectportfoliomaar een koersdocument, waarin op basis van de visie op deeconomische toekomst van Brabant keuzes worden gemaakten waarin op hoofdlijnen een (tactisch) kader voor operatio­nele deelprogramma’s wordt geschetst.Dat wil niet zeggen dat de uitvoering van het economischbeleid geheel op zich laat wachten. We gaan werken volgensde drieslag “doen, beslissen, denken”. Doen wat we meteenna het vaststellen van het Economisch Programma kunnengaan uitvoeren, beslissen over operationele deelprogramma’sdie in de loop van 2012 om nadere uitwerking en besluit­vorming vragen en denken over een aantal langere termijnontwikkellijnen.1. 2. Waar doen we het voorWij moeten als Brabant ambitieus zijn en met snelheidstreven naar een toekomstbestendige economische structuuren cultuur. Het gaat daarbij om veerkracht. Een veerkrachtigeconomisch systeem heeft de capaciteit om verstoringen op tevangen en zichzelf te reorganiseren, terwijl het zijn functie,structuur en kracht behoudt.Zo’n veerkrachtig systeem is nodig om te kunnen blijvenzorgen voor een duurzame welvaart voor de Brabantseburgers in een globaliserende wereld. Dat is de kern waarvoorwe economisch beleid uitvoeren: voldoende werkgelegenheid(op alle niveaus) en een welvarende samenleving.
    • 5Economisch Programma Brabant 2020Een veerkrachtig economisch systeem draagt bovendien bijaan andere maatschappelijke doelen. In Brabant zien we inte­ressante nieuwe bedrijvigheid en innovaties ontstaan doorverbindingen tussen economische clusters en maatschappe­lijke domeinen als agro-food, gezondheid, mobiliteit enenergie. Als we economie nog sterker verbinden met maat­schappelijke opgaven dan kunnen we het mes aan tweekanten laten snijden: nieuwe ontwikkel- en groeikansen vooronze bedrijven én een bijdrage leveren aan het oplossen vanmaatschappelijke vraagstukken.1. 3. Veranderende contextBrabant in woelig vaarwaterBrabant bevindt zich in allerlei opzichten in woelig vaarwater.We worden geconfronteerd met wereldwijde ontwikkelingendie soms verregaande consequenties hebben voor het functio­neren van onze regio. De globalisering leidt er toe dat het nietvanzelfsprekendheid is dat de huidige werkgelegenheid (opalle niveaus) zomaar behouden blijft. Delen van onzeeconomie waarin we dachten sterk te zijn staan onder druk enlijken zomaar te verdwijnen uit Brabant. De recente ontwik­kelingen rond MSD in Oss en Nedcar in Born zijn illustratiefvoor een bredere onderstroom van economische structuurver­andering.Bovendien zit onze economie voor de tweede keer sinds hetuitbreken van de kredietcrisis in 2008 in een economischerecessie. Sinds 2008 is sprake van onzekerheid en een steedsmoeizamer werkend financieel systeem, waardoor bankenterughoudend zijn met financiering en bedrijven nauwelijksnog investeren.Naast deze veranderende economische omgeving hebben wete maken met maatschappelijke trends die we in de komendetijd het hoofd moeten bieden, in het bijzonder de vergrijzendeen in de toekomst krimpende beroepsbevolking, klimaatver­andering en het schaarser worden van grondstoffen.De beste garantie om uit de onzekere economische situatie tekomen én te kunnen inspelen op de maatschappelijke trendsis te investeren in economische vernieuwingskracht.Sterke maar niet vanzelfsprekendeuitgangspositie van BrabantBrabant doet het economisch niet slecht. Terugkijkend op deafgelopen jaren heeft Brabant, ondanks conjunctuur- enkredietcrisisproblemen, al een stap kunnen zetten in hettoekomstbestendiger maken van de economie. Mede dankzijeen krachtige, gecoördineerde impuls door de regio, het Rijken Europa zijn in de afgelopen jaren bestaande economischeclusters versterkt en enkele nieuwe clusters gepositioneerd.Ook zijn slagen gemaakt in de ecosystemen rondom dezeclusters: er zijn topinstituten naar Brabant gehaald,campussen en andere moderne werklocaties ontwikkeld, er isgeïnvesteerd in een robuuste arbeidsmarktstructuur en in een(internationaal) vestigingsklimaat.Tegelijkertijd zien we krachtige economische ontwikkelingenin omliggende Europese regio’s en ook wereldwijd, bijvoor­beeld in de BRIC1 landen. Onze sterke positie is niet vanzelf­sprekend.1. 4. Visie: de basis op orde en op wegnaar de topNieuwe kansen voor BrabantWe hebben in Brabant een sterk industrieel DNA. De (maak-en proces) industrie en het agro-industrieel complex vormennog steeds het kloppend hart van onze economie en zijn dekern van onze economische clusters. Ook onze strategischeligging in Europa, te midden van mainports en grotebevolkingsconcentraties, blijft een sterke troefkaart. In decombinatie van ons DNA en onze strategische positie inEuropa ligt de basis voor een sterke economie, die ook in detoekomst geen Brabanders aan de kant laat staan. Een inno­vatieve economie die nieuwe verbindingen legt met maat­schappelijke kansen op het gebied van slimme mobiliteit,duurzame energie, gezond ouder worden en Duurzame Agro­food keten. Er ligt kortom een goede basis om te werken aaneen “slimme economie” waarmee Brabant zich de komendejaren echt kan onderscheiden.Brabant moet nu doorpakken: de basis oporde en op weg naar de topBrabant wil met kennis, ondernemerschap en innovatie naarde Europese top. Maar voor een Europese topambitie moet inde komende jaren een flinke slag worden gemaakt. Wemoeten de lijn die in de afgelopen jaren is ingezet met hetprogramma Dynamisch Brabant en in samenspel met deBrabantse regio’s in de komende jaren verzilveren enuitbouwen. Deze aanpak vatten we samen als “de basis oporde en op weg naar de top”.1Brazilië, Rusland, India, China.
    • 6 Economisch Programma Brabant 2020Model samenhangend regionaal economischbeleidDe drie ‘schillen’ van het onderstaande model vormen hetuitgangspunt bij de vormgeving van een samenhangendRegionaal Economisch Beleid in Brabant. Zij worden in hetvervolg van deze samenvatting nader uitgewerkt:1. Innoveren met topsectoren voor maatschappe­lijke opgaven: met de sterke Brabantse clusters op wegnaar de Europese top.2. De basis op orde: een aantal zaken “moet gewoonop orde zijn”: aandacht voor het bevorderen van onder­nemerschap; een proactief arbeidsmarktbeleid voor dekenniseconomie; ruimte voor bedrijvigheid en een goedebereikbaarheid.3. Het bredere ecosysteem: niet-economische ontwikke­lingen die bijdragen aan een goed Brabants vestigings­klimaat en het verzilveren van kansen om vanuit eenintegrale benadering verbindingen tussen de economie enbredere maatschappelijke prioriteiten te leggen.Internationalisering is een rode draad door alle prioriteiten enactiviteiten van het Economisch Programma.Innoveren met topsectorenvoor maatschappelijkeopgaven• Slimme verbindingen• Internationalisering• Fondsvorming enProeftuinenWerklocatiesVrijetijdseconomieBereikbaarheidSport&CultuurOnderwijsBasis op ordeNatuur,LandschapenWaterArbeidsmarktvoordekenniseconomieVitaalplattelandMKB&OndernemerschapBredere ecosysteem/vestigingsklimaatOp weg naar de topDe focus in het Economisch Programma ligt vooral op díezaken waarop Brabant de komende jaren moet inzetten omde ambitie van de Agenda van Brabant waar te maken: metonze economische clusters op weg naar de Europese top. Ookin de toekomst zijn onze clusters dragers van innovatiekrachten nieuwe ontwikkelingen. De focus van het provincialeeconomische beleid ligt de komende jaren dan ook op hetversterken van de internationale concurrentiepositie van eenaantal sterke clusters.De basis op ordeZoals in de Agenda van Brabant staat verwoord: ‘een aantalzaken moet gewoon op orde zijn.’ Het gaat om basiskwali­teiten op het vlak van het stimuleren van ondernemerschap,een regio-dekkend netwerk van startersondersteuning, eenrobuuste arbeidsmarktstructuur, goede afstemming tussen(technisch) onderwijs en bedrijfsleven, voldoende en kwalita­tief goede ruimte voor bedrijvigheid en een goede bereik­baarheid.Het bredere ecosysteem/vestigingsklimaatAanvullend leveren ook een vitaal platteland, goede culturele-en sportvoorzieningen en aansprekende natuur en land­schappen een wezenlijke bijdrage aan het realiseren van deBrabantse ambities. En geeft een slimme koppeling tussendeze elementen van het bredere ecosysteem en economieweer kansen voor innovatieve aanpakken en nieuwe verdien­modellen.Forse inspanningen nodigDe provincie werkt daarbij vanuit een strategie die aansluit bijzowel de agenda van Brussel (Europa 2020 en de nieuweEuropese fondsen) als die van Den Haag (Topsectoren beleid).Om hier adequaat op in te kunnen spelen zijn forse inspan­ningen nodig. Door de drieslag “slim verbinden, internationa­liseren en een vernieuwend instrumentarium” te koppelenmet acties en instrumenten van andere publieke en privatepartijen creëren we forse injecties in onze economischevernieuwingskracht. Verbinden loont: zo leidde krachten­bundeling in de vorige Europese begrotingsperiode 2000­2006 tot een investeringsimpuls in Zuid-Nederland van€ 534 miljoen2.Het kabinet heeft de provincie expliciet uitgenodigd om teparticiperen in fondsvorming rond de Topsectoren. Omdatde prioritaire regionale clusters in grote lijnen op de landelijketopsectoren aansluiten biedt deze samenwerking een uitge­lezen kans om krachten te bundelen en een forse economischeimpuls aan de Brabantse economie te geven.2Bron: OP-Zuid3Het opstellen van een Smart Specialization Strategy (S3) is een ex ante voorwaarde voor de opstelling van nieuwe (regionale) Europesestructuurfondsprogramma’s voor de periode 2014-2020.
    • 7Economisch Programma Brabant 2020Om op nieuwe Europese fondsen in te spelen en internatio­naal een sterke speler te zijn is een “smart specialization stra­tegy”3 nodig. De contouren van die strategie worden zicht­baar als we naar het toekomstperspectief van onze clusterskijken. We zien interessante nieuwe bedrijvigheid en innova­tiekansen juist ontstaan op het snijvlak van clusters en inverbinding met maatschappelijke opgaven. Vandaar dat weonze prioriteiten op het gebied van “op weg naar de top”onder de noemer “met topsectoren innoveren voor maat­schappelijke opgaven” scharen. Twee bewegingen (cross­overs) bieden in het bijzonder kansen: verbindingen vanuithet cluster High Tech Systems en Materialen en vanuit Foodmet maatschappelijke opgaven rond mobiliteit, energie,gezondheid en een duurzame agro-food4 keten. De inzet vansterke Brabantse competenties op het gebied van ICT, logis­tiek, design en sociale innovatie kunnen deze cross-overs eenextra versnelling geven.Samenspel tussen bedrijfsleven, kennis- enonderwijsinstellingen en overhedenDe versterking van een veerkrachtig economisch systeembrengt opgaven met zich mee die raken aan de grenzen vantraditionele oplossingen. Dit vraagt om innovatie en omnieuwe rollen van de partners in de triple helix (+).1. 5. Hoe maken we onze visie waar:nieuwe partnerships en slimmeverbindingenBrabant als regio in Europa: meer boven­regionale en internationale samenwerkingEuropa heeft nieuwe ambities geformuleerd in de “Europa2020” groeistrategie. Europa wil een krachtige kenniseco­nomie verwezenlijken op basis van “smart, sustainable andinclusive growth”. De Europese groeistrategie nodigt regio’suit om een actieve rol te spelen op basis van “smart specializa­tions”. Dit biedt kansen voor Brabant. Brabant heeft Europakansrijke “smart specializations” te bieden en ziet zichzelfnadrukkelijk als samenwerkingspartner in het Europa van deregio’s.De provincie wil optimaal inspelen op de Europese groei­strategie en actief samenwerking aangaan met andere regio’sin Nederland en in Europa om meer gezamenlijke slagkrachtte bereiken. Het mag daarbij niet bij mooie intenties blijven:de provincie wil participeren in gezamenlijke ontwikkelingen.Daarbij willen we ook maximaal gebruik maken van delopende en van de nieuwe Europese (EFRO, ESF, Horizon2020) fondsen (per 2014). Het voornemen is om eigenmiddelen te benutten als hefboom voor Europese fondsen endeze fondsen complementair aan elkaar en aan de Agendavan Brabant in te zetten.Het nieuwe Rijksbeleid: versterken vanTopsectorenHet Rijk heeft het Regionaal Economisch Beleid naar deprovincies gedecentraliseerd en maakt zelf werk van eengeneriek, gedeeltelijk gefiscaliseerd, innovatie instrumentariumen van Topsectorenbeleid als vervolg op Pieken in de Delta.Onze inzet wat betreft het nieuwe Rijksbeleid is optimaalgebruik maken van de mogelijkheden die de nieuwe landelijkearrangementen bieden en onze bedrijven en instellingen hieroptimaal bij aan te laten haken. Tevens zullen we de Brabantseeconomische clusters maximaal verbinden aan het nationaleTopsectorenbeleid. Ook zullen we waar mogelijk investe­ringen combineren om hefboomeffecten te creëren. We doenin Brabant echter niet over wat landelijk al goed wordt gere­geld. Waar het landelijk beleid niet alle opgaven dekt formu­leren we eigen beleid.Regionale agenda’s: samenwerking rondgezamenlijke ontwikkelopgavenDe vier Brabantse regio’s en de B5 steden en hebben ambiti­euze strategische agenda’s voor de komende jaren geformu­leerd, zoals Brainport 2020 (agenda voor de regio Zuid-Oost-Nederland), de Strategische Agenda West-Brabant, deStrategische Agenda Midden-Brabant, Noord-Oost-Brabant(i.o.) en recent de Strategische Agenda Brabantstad 2012­2020. Het Economisch Programma sluit inhoudelijk goed aanbij deze strategische regionale agenda’s.De regio’s en steden zijn in de eerste plaats zelf verantwoor­delijk voor de implementatie van hun strategische agenda’s.Maar de provincie wil op basis van maatwerk een partner inconcrete ontwikkelopgaven zijn en eigen acties (met namemet betrekking tot de ontwikkeling van de economische clus­ters) verbinden met triple-helix (+) aanpakken zoals die zichop regionale schaal manifesteren.Daarbij zijn, zoals eerder in deze paragraaf is aangegeven, deprovincie- en landsgrenzen niet heilig. We zoeken telkens dejuiste schaalniveaus en samenwerkingspartners om onze doelente realiseren: regionaal, bovenregionaal en internationaal.4Agro-food omvat de productie, verwerking en distributie van agrarische producten , inclusief de toeleverende producten en diensten diehiermee gemoeid zijn. Er ligt een relatie met de landelijke Topsectoren Agro&Food en Tuinbouw.
    •                                                                                                                                8 Economisch Programma Brabant 2020Brainport 2020In Nederland heeft de Brainport regio (Zuid-OostNederland) een bijzondere positie als één van dedrie economische “Mainports” van ons land. Deagenda van de regio is verwoord in “Brainport2020, top economy, smart society”. Deze titelgeeft weer waar de kern van de Brainport agendaligt: vanuit de sterke technologische basis van deregio antwoorden vinden op maatschappelijkeontwikkelingen. De op de vorige pagina beschre­ven “smart specialization strategy” van Brabant,die op dit moment wordt ontwikkeld, is in lijn metdeze uitdaging.Slagvaardige economische uitvoeringsstructuurVoor het versterken van de groei- en innovatiekracht vanBrabant is een optimale infrastructuur van uitvoeringsorgani­saties/ontwikkelingsmaatschappijen belangrijk. Samen metintermediaire organisa-ties als de Brabantse Ontwikkelings­maatschappij (BOM), Brainport Development, REWIN,Midpoint, Syntens en de Kamers van Koophandel is in deafgelopen jaren een goede basis gelegd voor de economischetoekomst van Brabant. Ook het stedelijk netwerk BrabantStadvervult hierin een belangrijke rol.In het intermediaire veld zijn grootschalige veranderingen optil. De ontwikkelingen zijn zo dynamisch dat het weinig zinvolis hier een momentopname te geven. Maar welke verande­ringen er ook komen: de intermediaire organisaties zullenhecht met elkaar en met andere partners in de Triple Helixmoeten blijven samenwerken en hun partnerschap verdermoeten verbreden naar een Triple Helix Plus samenwerking.Met een krachtig en breed partnerschap kunnen we de tran­sitie naar een kenniseconomie maximaal faciliteren.1. 6. Naar uitvoeringComplementair aan Europa, Rijk en regio’s voert deProvincie eigen economisch beleid uit, dat hier wordt aange­stipt en dat in de volgende hoofdstukken wordt uitgewerkt.Algemeen:• We kiezen voor een scherpe afbakening van opgaven:zowel wat betreft “de basis op orde” als met betrekking tot“op weg naar de top”.• We kiezen voor consistent beleid: we laten eerdere investe­ringen (vanuit o.a. Dynamisch Brabant) renderen enhebben aandacht voor de drieslag “aanjagen, ontwikkelenén realiseren” (vooral ten behoeve van het MKB).De basis op orde (hoofdstuk 2):• We werken aan een regiodekkend netwerk van starters­ondersteuning, aan het bevorderen van ondernemerschapin het onderwijs, aan arbeidsmarktbeleid dat de kennis­economie ondersteunt, aan voldoende en kwalitatief goederuimte voor bedrijvigheid en aan een goede bereikbaarheid.• Daarnaast zorgen we voor een breder ondernemings­ envestigingsklimaat dat onze economische ambities onder­steunt.Op weg naar de top: tien-punten plan(hoofdstuk 3 en 4):In hoofdstuk 3 en 4 wordt een tien-punten plan uitgewerkt omBrabant “op weg naar de top” te brengen. Kern van dit plan:• We zetten in op onze sterke economische clusters. Deverdere ontwikkeling van deze clusters is de basis voor hetversterken van de Brabantse concurrentiekracht en hetwaarmaken van onze groeipotentie. Zetten we hierop in,dan kan Brabant de ambitie om een Europese top-regio tezijn waarmaken. Bij clusters die al sterk ontwikkeld zijnzetten we in op kennisvalorisatie en het opsporen vannieuwe kansen (subclusters); opkomende clusters wordenverder ontwikkeld.• We verbinden het ontwikkel­ en valorisatiewerk in declusters met de Europa 2020 groeistrategie (o.a. met hetnieuwe EFRO programma voor Zuid-Nederland in 2014)en met het Rijksbeleid (Topsectorenbeleid en innovatieinstrumenten) en streven daarbij naar complementariteiten synergie.• We hebben specifiek aandacht voor cross­overs tussenclusters en voor de verbinding van clusters met maatschap­pelijke opgaven op het gebied van slimme mobiliteit, duur­zame energie, een duurzame agro-food keten en gezondouder worden (zorgeconomie).
    •                                                                                                                                                                                                                                                                    9Economisch Programma Brabant 2020• We verbinden onze clusters ook met kansen in het bredereecosysteem (bereikbaarheid en mobiliteit, cultuur en sport,vitaal platteland en natuur, landschap en water).• We zorgen voor synergie tussen het clusterbeleid en hetarbeidsmarktbeleid en haken ook de Brabantse onderwijs­instellingen optimaal aan.• We verbinden de acties van de provincie met triple­helixaanpakken zoals die zich in het bijzonder op regionaleschaal manifesteren. Vanuit eigen doelen gaan we op zoeknaar gemeenschappelijkheid en lotsverbondenheid waarbijde provincie- en landsgrenzen niet heilig zijn. We partici­peren actief op basis van maatwerk. Dit concretiseren weonder andere door het combineren van competenties enmiddelen rond een selectief aantal fysieke brandpunten.• We bevorderen het inrichten van proeftuinen waarin inno­vatieve ontwikkelingen versneld naar de markt kunnenworden gebracht.• We voelen ons niet beperkt door provinciegrenzen enverbinden onze clusters met ontwikkelingen in andereNederlandse regio’s, grensoverschrijdend met Vlaanderenen Noord-Rijn-Westfalen en met andere innovatieveregio’s in Europa en in de wereld. Vertrekpunt voor onzeacties over de grens is de Uitvoeringsagenda Internationa­lisering, Public Affairs en Branding.• We stimuleren het ontstaan en de groei van bedrijvenbinnen de clusters door een betere organisatie en bereik­baarheid van kapitaal voor startende en (door)groeiendeBrabantse bedrijven• We richten een innovatiefonds in voor (revolverende) finan­ciering van innovatieve samenwerkingsprojecten.1. 7. Stip op de horizon: waar kanBrabant in 2020 staanDe tweeledige strategie van de basis op orde en op weg naarde top is geen kwestie van of-of. Zonder een goede basis is hetstreven naar een toppositie niet mogelijk. En alleen investerenin de basis zet ons in de globaliserende economie op achter­stand.Maar als we onze basis op orde houden én we investeren ineconomische vernieuwingskracht dan kunnen we voor hetjaar 2020 een ambitieuze stip op de horizon zetten:• Brabant behoort dan tot de top 5 van innovatieve regio’s inEuropa• We maken producten en diensten met toegevoegde waardeen met innovatie op het allerhoogste niveau• Er is een ecosysteem/vestigingsklimaat dat krachtige inno­vatieve clusters ondersteunt• We spelen met deze clusters optimaal in op kansen diemaatschappelijke opgaven zoals slimme mobiliteit, duur­zame energie, gezond ouder worden en Duurzame Agro­food keten bieden• We zijn daadwerkelijk “Europe’s heart of smart solutions”• En als resultante van deze ontwikkelingen is er voldoendewerkgelegenheid op alle niveaus.Notities
    • Economisch Programma Brabant 202010                                     2De basis op orde2.1 InleidingZoals in de Agenda van Brabant staat verwoord: “een aantalzaken moet gewoon op orde zijn.” Het gaat daarbij om hetondersteunen van startende innovatieve bedrijven, aandachtvoor ondernemerschap in het onderwijs, een goed werkendearbeidsmarkt, goede afstemming tussen onderwijs en bedrijfs­leven , kwantitatief en kwalitatief voldoende ruimte voorbedrijvigheid en actieve inzet op internationalisering en op deverbinding met de Europa 2020 groeistrategie. Maar ook eengoede bereikbaarheid, goede voorzieningen op cultuur- ensportgebied, een vitaal platteland en natuur, landschap enwater zijn randvoorwaarden voor het realiseren van onzeBrabantse economische ambities. Internationalisering is eenrode draad door alle prioriteiten en activiteiten van hetEconomisch Programma. Om het belang van internationali­sering te benadrukken en om het Programma voor de lezeroverzichtelijk te houden, is ervoor gekozen om internationali­sering in apart hoofdstuk te beschrijven (zie hoofdstuk 4).2.2. MKB en ondernemerschapOndernemingen die vanuit kennis nieuwe marktkansen zienen die kansen weten te vertalen naar waarde, vormden debasis voor de economie van de toekomst. Investeringen in dekwantiteit en kwaliteit van ondernemerschap zijn daaromnodig en vormen een kernopgave in het economisch beleid.Dit betekent voor de komende jaren concreet:• Een regiodekkend netwerk van startersondersteuning;• Bevorderen van ondernemerschap in het onderwijs;• Mobiliseren van groeikapitaal (dit wordt verder uitgewerktin hoofdstuk 3).Een regiodekkend netwerk vanstartersondersteuningOm te komen tot een regiodekkend netwerk van starterson­dersteuning heeft de provincie aansluiting gezocht bij hetValorisatieprogramma van het Rijk. De kaders van dit Valori­satieprogramma sluiten goed aan bij de ambities van deprovincie ten aanzien van MKB en Ondernemerschap. Dooraansluiting bij dit initiatief kunnen we bovendien gebruikmaken van cofinanciering door het Rijk.
    •                                  11Economisch Programma Brabant 2020Voor Brabant zijn de volgende regionale valorisatieprogram­ma’s ontwikkeld of nog in de maak:• West­ en Midden­Brabant (doorstart van Starterslift)Provinciale Staten hebben reeds € 5 miljoen5 toegezegdvoor cofinanciering van het valorisatieprogramma vanWest- en Midden-Brabant. Dit programma heeft een totaleomvang van bijna € 15 miljoen. Naast de provincie dragenook het Rijk (Agentschap NL), de Universiteit van Tilburg,Avans Hogeschool, de NHTV, de Rabobank en de regio bij.• Zuid­Oost­Brabant (Bright Move, als vervolg opIncubator 3+).Dit programma is inmiddels goedgekeurd door het Rijk,hetgeen betekent dat besluitvorming van de provincie overde gevraagde € 3 miljoen cofinanciering binnenkort plaatszal vinden. Het programma heeft een totale omvang vancirca € 18 miljoen. Naast een eventuele bijdrage van deprovincie dragen ook SRE, TU/e, Fontys, Brainport en deRabobank bij.• Noord­Oost­Brabant (Vijf Sterrenregio)Dit programma wordt in het voorjaar van 2012 verwacht,met een aanvraag voor provinciale cofinanciering.Bestuurlijk is de intentie uitgesproken om het Valorisatie­programma van Noordoost-Brabant concreet te verbindenmet het programma voor de regio Nijmegen/Wageningen,vanwege de inhoudelijke raakvlakken van beide regio’s op hetgebied van life sciences/health.Door deze regionale valorisatieplannen ontstaat er eenBrabant dekkend netwerk van startersondersteuning. Doormiddel van scouting van potentiële starters en ondersteuningvan starters op het gebied van o.a. kennisontwikkeling, huis­vesting, netwerken, strategie en startkapitaal worden innova­tieve starters geholpen, zodat het aantal succesvolle starterswordt verhoogd.In de valorisatieplannen wordt ook werk gemaakt van hetstimuleren van ondernemerschap bij studenten. Studentenkomen tijdens hun studie op verschillende manieren in aanra­king met ondernemerschap. Dit moet leiden tot meer onder­nemers die in staat zijn om kennis om te zetten in succesvollecommerciële producten en diensten. De valorisatieplannenrichten zich op ondernemerschapsbevordering in het hoger enwetenschappelijk onderwijs, gecoördineerd door het BrabantCenter of Entrepreneurship. Er wordt nog gekeken op welkemanier het MBO hierbij kan worden betrokken (is onderdeelvan de provinciale voorwaarden; zie kader hiernaast).Provinciale voorwaardenvalorisatieprogramma’sVoor de toekenning van provinciale cofinancieringaan de valorisatieprogramma’s heeft de provincieaanvullende financiële en inhoudelijke voorwaar­den gesteld6. Deze aanvullende voorwaardenzijn (samengevat):• De regionale valorisatieplannen moeten(gedeeltelijk) revolverend zijn.• De regio en/of de voortrekkersgemeenten enhet bedrijfsleven moeten substantieel bijdragenaan de realisatie van het regionale valorisatie­plan.• Het valorisatieplan moet goede verbindingenhebben met de prioritaire clusters zoals benoemdin de Economische Agenda Brabant 2020.• Er moet worden gewerkt aan een goede aan­sluiting van het MBO op de valorisatie­programma’s.• Er moeten vanaf het begin organisaties diekunnen financieren betrokken worden (bijvoor­beeld kapitaalfondsen, Participatiebedrijf BOM,banken, business angels).De provinciale cofinanciering bevat een deelsubsidie en een deel revolverende middelen.5 € 2,4 miljoen uit de vorige bestuursperiode en € 2,6 miljoen vanuit het huidige bestuursakkoord.6 16 december 2011, Commissie EZB, Valorisatieprogramma (EZB-0050).
    •                                        12 Economisch Programma Brabant 20202.3 Arbeidsmarkt voor dekenniseconomieDe arbeidsmarkt dreigt de bottleneck te worden van deBrabantse economie. Door ontgroening, vergrijzing enafnemende belangstelling van jongeren voor vaktechnischeberoepen op alle niveaus ontstaat een grote krapte op dearbeidsmarkt. In 2020 kan dit tekort oplopen tot 75.000mensen. Ook wordt in de kenniseconomie wat kennis en crea­tiviteit betreft steeds meer gevraagd van de beroepsbevolking.De arbeidsmarkt vormt de Achilleshiel van de Brabantseeconomie en is daarmee ook cruciaal voor de overige onder­delen van het Economisch Programma. Dat is de reden datbij de leden van BZW en MKB Brabant de arbeidsmarktpro­blematiek met stip op nummer 1 staat van zorgpunten. Tege­lijkertijd is ongeveer een kwart van de Brabantse beroepsbe­volking (400.000 mensen) niet of niet direct beschikbaar voorde arbeidsmarkt. Om deze problematiek het hoofd te biedenwerken de relevante partijen in Brabant sinds enkele jarenintensief samen in Pact Brabant.Gezamenlijke visieDe Pact Brabant partners7 staan samen voor een welvarenden economisch gezond Brabant. Een randvoorwaarde hier­voor is een excellente en flexibele arbeidsmarkt met eenvanzelfsprekende arbeidsmobiliteit tussen sectoren. Zo’narbeidsmarkt is een arbeidsmarkt waarin bedrijven en mensenflexibel zijn en zelf verantwoordelijkheid nemen. Een arbeids­markt met de juiste mens op de juiste plek en voldoendegeschikt (geschoold) personeel. Met werkgelegenheid dievoldoende en divers is (werkzekerheid boven baanzekerheid).Een arbeidsmarkt waarin iedereen die redelijkerwijs econo­misch actief kan zijn participeert.Brabant als pilot-regio voorarbeidsmarktvernieuwingBrabant wil pilot-regio worden voor arbeidsmarktvernieu­wing. Op 19 oktober 2011 is door de partijen in Pact Brabanthet Brabants Arbeidsmarktakkoord ondertekend. Vóór dezomer van 2012 wordt dit akkoord uitgewerkt in een concreteUitvoeringsagenda (Arbeidsmarktagenda). Met het sluitenvan het Brabants Arbeidsmarktakkoord is onze provincie voorde pilotstatus goed georganiseerd. Het is urgent dat dezearbeidsmarktvernieuwing met kracht wordt aangepakt.Periode 2012-2015: rol provincie en anderepartijenDe provincie is voor arbeidsmarktvernieuwing een belangrijkeaanjagende partij, zowel binnen Brabant als daarbuiten (derelatie met Den Haag en Brussel).Er wordt aangesloten bij de volgende kerntaken: het organi­seren van samenwerking tussen partijen (actieve makelaar),investeren in vertrouwen (tussen partijen), anderen in staatstellen tot succes te komen en het smeden van (nieuwe) coali­ties/ nieuwe arrangementen.De uitvoering ligt niet bij de Provincie, daarvoor zijn vooralde andere partijen in de regio’s aan zet. De rollen en verant­woordelijkheden zijn helder. Het bedrijfsleven is primairverantwoordelijk voor het bieden van werkzekerheid, scholingen perspectief aan werknemers. Het onderwijs is primairverantwoordelijk voor een modern en flexibel (beroeps)onder­wijs gericht op een leven lang leren. De (lokale) overheid –inclusief UWV- is primair verantwoordelijk voor de (econo­mische) participatie van de beroepsbevolking en voorhuisvesting van arbeidsmigranten.Om de rol van de provincie serieus te kunnen oppakkenzullen we zowel organisatorisch, inhoudelijk en financieel eensubstantiële bijdrage moeten leveren. De verwachting is datmet het Brabants Arbeidsmarktakkoord de multiplier van deprovinciale inzet nog hoger wordt dan 3, zoals die de afge­lopen jaren is geweest. Deze multiplier had bijvoorbeeld alseffect dat de jeugdwerkeloosheid in Brabant minder dan dehelft was dan verwacht.Op basis van de gezamenlijke agenda en de specifieke rol vande provincie daarbinnen is het voorstel dat de provincie voorde periode 2012-2015 in de volgende actielijnen participeert:• Extra inzetten op de implementatie van de HRM­agendaen de sociale innovatie agenda, waaronder het ontzorgenvan MKB-ers bij het formuleren van hun personeelsvraagen -beleid, i.s.m. BZW en MKB-Brabant.- Werkgevers (ook MKB-ers en ZZP-ers) bewust makenvan het belang van (door)leren en blijven leren en vansociale innovatie (agendasetting en netwerken).• Inzet op voldoende gediplomeerde instroom in de clusters(op alle niveaus).- Actieve bijdrage vanuit de regionale platforms Brabantvoor Techniek en Zorg .7Aan Pact Brabant nemen deel: de 7 verantwoordelijke wethouders van de arbeidsmarktregio’s, BZW, MKB Brabant, ZTLO, FNV, MBO Brabant enUWV Werkbedrijf en wordt voorgezeten door de Gedeputeerde EZ. SER Brabant en PSW zijn adviseur. Het Hoger Onderwijs Brabant isinmiddels verzocht ook een vertegenwoordiger af te vaardigen.
    •                                                                                                                    13Economisch Programma Brabant 2020De provincie faciliteert samen met partners deregionale Platforms Promotie Techniek (Brabantvoor Techniek). Deze platforms zijn bezig ommeerjarenprogramma’s op te stellen waarin despeerpunten zijn: het aanjagen en coördinerenvan samenwerkingsverbanden (netwerken) tussenbedrijfsleven en onderwijs en aansluiting met declusters in hun regio. De rol van de platforms isvooral gericht op meer instroom in technischeopleidingen in de hele onderwijsketen en meertechnisch geschoold personeel voor de regionaleclusters.• Versterking van de onderwijsstructuur (zie ook de volgendeparagraaf).- Sterkere rol van het bedrijfsleven bij de aansluitingonderwijs-bedrijfsleven en aansluiting zoeken bij hetTopsectorenbeleid en de bijbehorende Human CapitalAgenda’s (bijvoorbeeld het “Masterplan Bèta en Tech­nologie”).• Stimuleren van nieuwe arrangementen voor arbeids­mobiliteit- MKB-ers helpen met hun HRM- en mobiliteitsvraag­stukken en vakmensen behouden voor Brabant (verdereprofessionalisering van de HRM-servicecentra en pilotsen lobby gericht op arbeidsmobiliteit)• Inzet op regiobranding/ arbeidsmigratie i.s.m. onder meergemeenten, de ABU8, FIOD9 en bedrijfsleven.- Het imago van Brabant als aantrekkelijke werkplek/werkgever versterken (gedragscode arbeidsmigratie engezamenlijke lobby in het buitenland).• Inzet op “iedereen doet mee” (social inclusive Brabant)i.s.m. gemeenten en bedrijfsleven.- Regionale pilots gericht op werkgevers.• Versterken van randvoorwaarden en structuren.- De Pact Brabant-structuur verder versterken (naast hetMBO is bijvoorbeeld ook het Hoger Onderwijs uitgeno­digd om deel te nemen), zorgen voor relevante stuurin­formatie voor de triple helix en verandervaardighedenvan bestuurders en managers verhogen.2.4 Onderwijs: naar een Brabants‘KennisPact’Het onderwijs is een belangrijke partner bij het realiseren vanonze economische ambities. Het onderwijs heeft hierbij driebelangrijke rollen:• als leverancier van goed opgeleid personeel (HumanCapital);• als leverancier van kennis;• als promotor van ondernemerschap.Het onderwijs is één van de belangrijkste partners in deaanpak van de krapte op de arbeidsmarkt. Zowel met betrek­king tot het zorgen voor voldoende toekomstig personeel (inafstemming met regionale Platforms Promotie Techniek), alsvoor de mobiliteit van werknemers en het stimuleren van deher-instroom van niet-werkenden. Ook voor het aantrekkenen behouden van (buitenlandse) talenten/studenten speelt hetonderwijs een rol.Opgaven periode 2012-2015In de komende jaren is er in het bijzonder aandacht voor:1. Het versterken van de samenwerking tussen het onderwijs(ook onderling) en het bedrijfsleven. Deze samenwerking isnu wisselend en verschilt tussen regio’s en tussen sectoren.2. Voorkomen van uitholling van het (technisch) VMBOonderwijs en bevorderen van een goede aansluiting tussenVMBO en MBO.3. Het laten aansluiten van de onderwijskolom (kwalitatief enkwantitatief) bij de behoeften van het bedrijfsleven (in hetbijzonder de clusters, zie ook hoofdstuk 3). Naast algemenesamenwerking wordt ook gekeken naar mogelijkheden om“ontwikkel- en experimenteercentra” te worden voor hetbedrijfsleven.4. Het bevorderen van ondernemerschap in het onderwijs:dit wordt ondervangen in de regionale valorisatieprogram­ma’s (zie paragraaf “MKB en Ondernemerschap”)Rol provincie Noord-BrabantOnderwijs is geen kerntaak van de provincie. Brabant heeftechter belang bij een goed functionerende samenwerkingtussen overheid, ondernemingen en het onderwijs in de triplehelix. Vanuit haar verbindende rol wil de provincie daaromde totstandkoming van een gezamenlijk “Kennis PactBrabant” stimuleren. Basis hiervoor is het huidige bestuurlijkeoverleg tussen het Brabantse Hoger Onderwijs en deProvincie. Verkend wordt hoe het MBO hier bij betrokkenwordt.8ABU = Algemene Bond Uitzendondernemingen9FIOD = Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst
    • 14 Economisch Programma Brabant 2020In het overleg staat een brede en structurele aanpak van desamenwerking tussen (en binnen) de verschillende onderwijs­kolommen centraal maar ook tussen het onderwijs en hetbedrijfsleven. Ook het betrekken van het onderwijs bij deontwikkeling van de Brabantse clusters zal onderwerp zijnvan de provincie-brede afstemming in dit overleg.Voor de verbinding van de (Brabantse) onderwijsinstellingenmet de clusteraanpak, zie hoofdstuk 3 punt 5 van het10-punten plan.2.5 Ruimte voor bedrijvigheid(werklocaties)Een aantrekkelijk ondernemings- en vestigingsklimaat vraagtom voldoende en aantrekkelijke ruimte voor de vestiging vannieuwe bedrijven en voor de ontwikkeling van bestaandebedrijven. Onder andere in het bestuursakkoord 2011-2015tussen Rijk, IPO, VNG en UvW is de provinciale rol alsgebiedsregisseur vastgesteld. Tot de provinciale kerntakenbehoren ruimtelijke ordening en regionale economie enhiermee is de provincie verantwoordelijk voor de regionaleplanning en programmering van werklocaties. Om deze taakvorm te geven heeft de provincie in 2012 een Strategie Werk­locaties opgesteld. Deze Strategie zorgt ervoor dat wat werk­locaties betreft Brabant in de komende jaren “de basis oporde” kan brengen. De wisselwerking met de Brabantse clus­ters krijgt bovendien extra aandacht (zie ook hoofdstuk 3).De vraag naar werklocaties is aan het veranderen. Demogra­fische ontwikkelingen zorgen ervoor dat de omvang van deBrabantse beroepsbevolking de komende jaren langzaamdaalt. Met als gevolg dat de markt voor werklocatiesverschuift van een groei- naar een vernieuwingsmarkt. Doorde ontwikkeling naar een kennisintensieve economie veran­deren tevens de eisen aan locaties waar Brabanders werken.Door deze ontwikkelingen dreigt overplanning en tevens eenkwalitatieve kloof tussen vraag en aanbod op de bedrijven­terreinenmarkt.Met het oog op deze ontwikkelingen kiest de provincie in deStrategie Werklocaties voor een aanpak langs twee sporen.Spoor 1: De basis op orde: regionale aanpaken sturen op provinciale doelstellingenDe basis op orde betekent een werklocatiemarkt die in balansis. Om dat te bereiken staat de samenwerking met deBrabantse gemeenten in de Regionale Ruimtelijke Over­leggen (RRO’s) centraal. Ook zijn inmiddels kaders vastge­steld in een nieuwe Structuurvisie10.De inzet van de provincie is om met de RRO overleggen vooroptimale regionale coördinatie te zorgen, zodat de vraag naarwerklocaties en het regionale aanbod zowel kwantitatief alskwalitatief beter aansluiten op de vraag van de eindgebrui­kers. Dit betekent dat er ook ruimte geboden wordt aanbedrijven met een hinder- en risicoprofiel en/of bedrijvenmet specifieke vestigingseisen (NIMBY bedrijven) en aanbedrijven die multimodale ontsluiting behoeven. Het gaathierbij niet alleen om bedrijventerreinen maar ook om anderewerklocaties. De betrokkenheid van marktpartijen en kennis­instellingen bij de regionale afspraken wordt de komende tijduitgebouwd.Om overplanning en leegstand van werklocaties tegen te gaanstreven we naar zorgvuldig ruimtegebruik met behulp van deSER-ladder11. Daarnaast wordt geprobeerd leegstand tebeperken door in de RRO’s de aandacht te verleggen vannieuwe locaties naar de ontwikkeling van bestaande. Denkhierbij aan beheer en onderhoud van bestaande terreinen ende herstructurering van verouderde werklocaties, om zekwalitatief op orde te brengen en aantrekkelijk te maken voorbestaande en nieuwe vestigers.De provincie ondersteunt de regionale samenwerking encoördinatie onder andere met informatie in de vorm vanmonitoring en onderzoek. Mocht de afstemming tussengemeenten in de RRO´s echter onvoldoende van de grondkomen, dan kan de provincie in voorkomende gevallen opbasis van de Verordening Ruimte juridische instrumenteninzetten.Op dit moment wordt met de B5 gemeenten en het IPO, viahet “Actieprogramma leegstand kantoren” van het Rijk,verkend of en op welke wijze we een (niet-financiële) bijdragekunnen leveren aan het oplossen van de leegstand op dekantorenmarkt.10Structuurvisie Ruimtelijke Ordening, 1 januari 201111Voor de SER ladder zie: http://www.ser.nl/nl/publicaties/overzicht%20ser%20bulletin/2009/maart_2009/04.aspx
    • 15Economisch Programma Brabant 2020BOM/BHBHet financiële instrument dat de provincie ook in de komendejaren in wil zetten is het fonds dat wordt beheerd door deBrabantse Herstructureringsmaatschappij voor Bedrijventer­reinen BV (BHB). Deze is bij de BOM ondergebracht. Deafdeling bedrijventerreinen van de BOM regisseert al jaren deherontwikkeling van bestaande werklocaties in Brabant enbenut daarbij dit herstructureringsfonds De BOM is proces­begeleider, de BHB het investeringsfonds.Spoor 2: Versterken van de prioritaireBrabantse economische clustersHet tweede spoor van de Strategie Werklocaties heeft betrek­king op een ontwikkelingsgerichte rol en extra inzet van deprovincie om vanuit een goed vestigingsklimaat te komen toteen kennis- en innovatieregio van topniveau in Europa. Hetgaat hierbij om provinciale inzet die is gericht op het ontwik­kelen van specifieke locaties die zijn gericht op het versterkenvan de prioritaire economische clusters. Dit spoor is comple­mentair aan spoor 1. Het tweede spoor wordt uitgewerkt inhoofdstuk 3, pagina 40.2.6 Wisselwerking economischekerntaak provincie en anderekerntakenVersterking van de economie kan niet worden losgezien vanandere (maatschappelijke) prioriteiten voor de toekomst vanBrabant. In de vorige paragrafen zijn de onderwerpen metbetrekking tot de “basis op orde” beschreven die horen bij deeconomische kerntaak van de provincie. In de nu volgendeparagrafen staan de onderwerpen die ook van belang zijnvoor “de basis op orde”, maar die primair vanuit andere,niet-economische, programma’s worden aangestuurd. Derelatie met het Economisch Programma is dat deze onder­werpen belangrijk zijn voor een goed vestigingsklimaat voorde Brabantse bedrijven en voor de Brabantse beroepsbevol­king. De economische en andere kerntaken moeten, waarnodig en nuttig, in samenhang worden bekeken.Er zijn op de snijvlakken tussen de kerntaken ook nieuweeconomische en maatschappelijke ontwikkelingskansen teverzilveren. We moeten daarvoor de innovatiekracht van onzesterke economische clusters verbinden met thema’s als bereik­baarheid en mobiliteit, sport en cultuur, vitaal platteland ennatuur en landschap. Dit is een proces van slim verbinden datbehoort bij de ambitie van Brabant om een innovatieve top­regio in Europa te zijn. In de onderstaande paragrafenworden aanzetten beschreven. Dit (langere termijn) ontwik­kelspoor wordt, vanwege de relatie met de Brabantse clustersook aangestipt in hoofdstuk 3, punt 6 van het 10-punten plan.Digitale agenda van Brabant (breedband)De Digitale Samenleving is de toekomst. In de 21eeeuw spelen informatie- en communicatietechnolo­gie een cruciale rol bij het creëren van duurzamebanen, het oplossen van maatschappelijke proble­men en het versterken van de groei van de Bra­bantse economie. Om de maatschappelijke eneconomische mogelijkheden die ICT biedt tenvolle te benutten is een goede ICT infrastructuur(next generation access network) een belangrijkevoorwaarde. Een open ICT infrastructuur maaktopen innovatieprocessen beter mogelijk, en trekt –mits de uitrol van deze netwerken versneld terhand wordt genomen - onderzoek, kennis,bedrijfsleven en werkgelegenheid aan. Een goedeICT infrastructuur is ook een belangrijke voor­waarde voor het aanpakken van maatschappe­lijke problemen, waaronder het betaalbaar hou­den van de zorg via innovatieve ICT oplossingen,het gebruik van slimme netten t.b.v. energieopwek­king, de transitie van het Brabantse platteland enhet verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs.Een goede ICT infrastructuur in alle grote en kleinekernen in Brabant stimuleert ondernemerschapdoor heel Brabant, biedt kansen op het gebiedvan de zorgeconomie, gaat de gevolgen vankrimp te lijf en vermindert de mobiliteitsdruk inBrabant.In de ogen van Gedeputeerde Staten zou eenhoogwaardige ICT infrastructuur (glasvezel) eenbasisvoorziening moeten zijn voor Brabantse huis­houdens en bedrijven. Deze digitale ‘ontsluiting’van Brabant is voor de toekomstige ontwikkelingmogelijk van even groot belang als ooit de aanlegvan wegen, het gasnet, het riool en het elektrici­teitsnet zijn geweest. Om de uitrol van een ICTinfrastructuur te stimuleren heeft GedeputeerdeStaten het voornemen om een Digitale Agendavoor Brabant te ontwikkelen. Er wordt daarbij eentweesporen strategie bepleit waarbij zowel deontwikkeling van het fysieke netwerk (de ‘net’kant) als het bevorderen van maatschappelijketoepassingen (de ‘nut’ kant) gezamenlijk wordenopgepakt, zodanig dat er een onderling verster­kende werking vanuit gaat. Medio 2012 wordteen startnotitie met scenario’s verwacht.
    •                                                   16 Economisch Programma Brabant 20202.7 Bereikbaarheid en mobiliteitEen sterk stedelijk netwerk is een basisvoorwaarde bij hetrealiseren van onze ambitie om te behoren tot de top vaninnovatieve regio’s. De provincie Noord-Brabant en de vijfgrote Brabantse steden (BrabantStad) investeren daarom inhet versterken van het stedelijk netwerk Brabant: in inter­nationale bereikbaarheid, verbindingen binnen het stedelijknetwerk Brabant en de bereikbaarheid van de toplocaties vanBrabant.Op het internationale schaalniveau zijn onder meer eenverdere ontwikkeling van Eindhoven Airport, goede inter­nationale treinverbindingen naar Duitsland en België, eenaantakking op het Europese HSL-netwerk en (multimodale)logistieke assen van Rotterdam en Antwerpen naar het Euro­pese achterland van belang. Naast een internationale bereik­baarheidsopgave is er een bereikbaarheids-opgave binnen hetstedelijk netwerk van Brabant.Het realiseren van een robuust verkeers- en vervoersysteemwordt geconcretiseerd door het in samenhang met elkaaruitwerken van de volgende onderdelen:Realiseren van een samenhangend hoofd­wegennet en onderliggend wegennet inBrabantHet samenhangende wegennet van (Rijks)hoofdwegen enonderliggende provinciale en stedelijke hoofdverbindingenraakt overbelast. Om de bereikbaarheid op lange termijn tegaranderen vraagt dit om reconstructie van de bestaandeinfrastructuur (zoals A2, A27, A5812 , A59, A67, N65, N261,N279) en het bouwen van nieuwe infrastructuur (zoals de‘ruit’ Eindhoven/Helmond en de N69). Dergelijke ingrepenin de weginfrastructuur gaan gepaard met een integrale ruim­telijke opgave. Ingrepen in de weginfrastructuur worden inte­grale gebiedsontwikkelingen.Het realiseren van een samenhangendopenbaar vervoersysteem in BrabantHet OV-netwerk is gekoppeld aan een ruimtelijk programmaen de ontwikkeling van hoogstedelijke zones, waarbij ruimte­lijk wordt verdicht rondom stations. In het verlengde hiervanworden afspraken gemaakt met de betrokken gemeenten overwoon- en werklocaties.Multimodaal goederenvervoerBrabant wil zich positioneren als een transportregio waarinde kennis en kunde aanwezig is om goederen- en informatie­stromen efficiënt, veilig, duurzaam en effectief te plannen, teorganiseren, uit te voeren en te besturen. Het gaat daarbij ommeer dan alleen het realiseren van multimodale corridors/achterlandverbindingen. Het gaat ook de verdere ontwikke­ling van Brabantse havens, multimodale goederenterminals,multimodale bedrijventerreinen, de optimalisatie van goede­renvervoer via spoor en buisleidingen en het verzilveren vankansen voor “value added services & logistics”.Het inzetten op ‘slimme mobiliteit’Voor een uitwerking van ‘slimme mobiliteit’ wordt verwezennaar hoofdstuk 3, paragraaf 3.Uitvoering: samenwerking Rijk, Provincie enBrabantStadIn het Netwerkprogramma BrabantStad Bereikbaar en in hetjaarlijks bestuurlijk overleg met het Rijk in het kader van hetMeerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport(BO MIRT) worden afspraken gemaakt over de realisatie(door middel van projecten) van het beoogde robuusteverkeers- en vervoersysteem. In aanvulling hierop kan binnenhet Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan (PVVP) in relatietot het Economisch Programma samen met de regio’s wordengewerkt aan:• Een optimale bereikbaarheid van bedrijventerreinen encampussen.• Groene distributie in steden (inzet kleine vrachtauto’svanaf overslagpunten, naar het voorbeeld van Nijmegen)• Waardetoevoeging op overslagpunten• Vernieuwende koppeling van gebiedsontwikkeling (zowelstedelijke knooppunten als vitaal platteland) met bereik­baarheid.De punten 1, 3 en 4 worden tevens meegenomen in de strate­gische uitwerking van Versterking Stedelijk Netwerk Brabant.12De ontwikkeling van de A58 is een voorbeeld van een vernieuwend arrangement (business case) vanuit het bedrijfsleven.
    •                                                17Economisch Programma Brabant 20202.8 Het bredere ecosysteem/vestigingsklimaatZoals eerder verwoord (en verbeeld in het model op pagina 4)spelen de economische activiteiten zich af in een brederecosysteem, dat bestaat uit een goed werkende arbeidsmarkt,goede verbindingen tussen onderwijs en bedrijfsleven, eenaantrekkelijke bedrijfsomgeving en een goede bereikbaarheid.Ook belangrijk is de inbedding van de Brabantse economie ineen streven naar “quality of life” van de regio in de breedstezin. Dan hebben we het over stedelijke voorzieningen (sport,cultuur), de relatie tussen stad en landelijk gebied, vrijetijds­economie (toerisme en recreatie) en over natuurlijke kwali­teiten (landschappen, natuurgebieden en waterkwaliteit).Deze onderwerpen zijn samengebracht onder het begrip“vestigingsklimaat” omdat ze randvoorwaardelijk zijn voor de(potentiële) beroepsbevolking en voor bedrijven om zich inBrabant te vestigen.Sport en CultuurTwee majeure trajecten verdienen bijzondere aandacht: onzeambities rond BrabantStad Culturele Hoofdstad en hetSportplan Brabant.Cultuur en economieIn het Economisch Programma is cultuur (en de creatievesector als katalysator van innovatie en samenwerking) opge­nomen als belangrijke factor voor het innovatievermogen vanhet MKB. Ook biedt de verbinding met cultuur en de crea­tieve industrie nieuwe economische kansen voor oudeambachten. Een voorbeeld is het project Kartuizerklooster/Design Academy voor nieuwe toepassingen van perkament.Op zich wellicht geen majeure ontwikkeling, maar in potentiewel belangrijk in de brede R&D-humuslaag onder deBrabantse economie. Er zijn in Brabant volop kansen voorhet ontwikkelen en vermarkten van hoogwaardige en crea­tieve specialty products in relatief kleine oplagen, maar mededaardoor met een relatief hoge marge.Daarnaast is cultuur een belangrijke vestigingsfactor. Kansenzijn er voor het verbinden van bedrijven/clusters met cultuuren het organiseren van culturele evenementen die het vesti­gingsklimaat versterken. Er wordt momenteel gewerkt aaneen nieuwe Koepelnota Cultuur. Deze nota zal voor demiddellange termijn de visie van de provincie ten aanzien vancultuur beschrijven, inclusief de verbindingen met deeconomie. De Koepelnota is rond de zomer 2012 gereed. Inde Koepelnota wordt cultuur beschreven als provinciale kern­taak naast en in relatie tot het economisch en ruimtelijk beleidvan de provincie. Cultuur wordt ingezet als:• Versterker van de Brabantse identiteit met cultureleactiviteiten op alle niveaus voor personen en bedrijven(vestigingsklimaat);• Verschaffer van werkgelegenheid (vrijetijdseconomie encreatieve industrie);• Katalysator voor het MKB (cross­overs tussen traditionelesectoren/clusters en de creatieve industrie).Daarnaast liggen er interessante verbindingen met internatio­nalisering en branding (hoofdstuk 4) en met de investerings­voorstellen “BrabantStad Culturele Hoofdstad(2018Brabant)”13 en “Grote erfgoedcomplexen”.BrabantStad Culturele Hoofdstad 2018BrabantStad bereidt samen met de provincie een biedingvoor om in 2018 Culturele Hoofdstad van Europa te worden.Eindhoven is in de bieding voor Brabantstad 2018 de beeld­bepalende stad. Het ‘concept Eindhoven’ wordt daarmeeinternationaal gepositioneerd als een kracht van de hele regio.Innovatie door verbeeldingskracht en samenwerking is daarbijeen belangrijk thema. De bieding biedt kansen voor Brabantom op cultureel gebied structureel op een hoger plan te komenen daarmee het leef- en vestigingsklimaat te versterken. Ditdraagt bij aan onze internationale toppositie als kennis-/innovatieregio en tevens aan onze (inter)nationale profilering(branding).In de vorige bestuursperiode zijn samen met BrabantStad­partners de voorbereidingen voor de kandidaatstelling in ganggezet. In 2012 wordt het Bidbook ingediend. Voor de Brabantseeconomie wordt een spin-off van minimaal 1,5 à 2 maal deinvestering van de BrabantStadpartners à € 100 mln. voorspeld.Grote ErfgoedcomplexenSamen met ondernemende partners gaat de provincie in het“Investeringsprogramma Grote Erfgoedcomplexen” actiefaan de slag met de ontwikkeling van leegstaande grootschalige(ook industriële) monumenten. Deze voor Brabant bijzonderehistorische plekken verdienen een nieuwe toekomst. Doortraditie en innovatie aan elkaar te verbinden, maken wenieuwe iconen in Brabant en een aantrekkelijke woon- enwerkomgeving. Hier liggen kansen voor bijvoorbeeld hoog­waardige vestigingslocaties (van bedrijfsverzamelgebouwenvoor MKB-bedrijven tot kennis-/ business schools en plekkenvoor innovatieve zorg- en recreatiedoeleinden).132018Brabant is een samenwerking van de provincie met de BrabantStad-steden Breda, Eindhoven, Helmond, ’s-Hertogenbosch en Tilburg.
    •     18 Economisch Programma Brabant 2020Sportplan Brabant (voorheen Olympisch Plan)De productiewaarde van sport in Brabant bedraagt naarschatting € 1,5 miljard. Afgezet tegen het Bruto RegionaalProduct is het aandeel in de economie beperkt tot circa 1%.SER Brabant14 concludeert echter dat de economischewaarde van sport niet sec uit deze cijfers afgeleid moetworden, maar in een breder perspectief moet worden gezet.Het gaat dan om zaken als promotiewaarde (branding), dewaarde van grote evenementen met internationale uitstraling,cross-overs tussen sport en technologie en de potentie vansport als katalysator voor de brede Brabantse ambities.De provincie zet – aan de hand van het Sportplan Brabant2016 – in op verbetering van het leef- en vestigingsklimaatdoor onder andere het ondersteunen van topevenementen,topaccommodaties en het aantrekken van (top)talent. Bij deondersteuning van evenementen (grotendeels via sponsoring)zet de provincie nadrukkelijk in op (inter)nationale profilering.Meer dan voorheen is er aandacht voor de economische spin­off die evenementen genereren (gesponsorde evenementenmoeten na afloop een evaluatie inclusief een economischeeffectmeting overleggen).Daarnaast ondersteunt de provincie via de Stichting Sports &Technology de samenwerking tussen de sportsector, kennis­instellingen en het bedrijfsleven op het gebied van sportinno­vatie. Inspanningen richten zich op het makelen en schakelentussen partijen uit het sportinnovatienetwerk, het organiserenvan (netwerk)bijeenkomsten, het realiseren van fieldlabs(fysieke ontwikkelomgevingen voor sportinnovaties) en hetinitiëren van innovatieprojecten en.Er is totaal € 40 miljoen beschikbaar voor het SportplanBrabant 2016. Deze middelen worden hoofdzakelijk via eensubsidieregeling geïnvesteerd in de Brabantse sport.Sport is een middel om de economie te versterken. Ditgebeurt op vier verschillende manieren:• Topsportevenementen. Een direct economisch effect gaat uitvan sponsoring van topsportevenementen, door bezoekersen daarmee bestedingen naar Brabant te halen; hier ligtook een koppeling met vrijetijdseconomie.• Sportinnovatie. Directe versterking van de economie gebeurtdoor (technologische) innovatie in de sport te bevorderenen daar bedrijven bij te betrekken. Het gaat hier om derealisatie van een sportinnovatienetwerk van triple helixpartners, realisatie van goede onderzoeksfaciliteiten, enondersteuning van nieuw ondernemerschap en valorisatie.• Branding. Indirecte versterking van de economie via sportgebeurt doordat we via topsportevenementen, topsportac­commodaties en (prestaties van) topsporters/talenten debekendheid van Brabant in het buitenland vergroten eneen aantrekkelijk leef- en vestigingsklimaat bieden voorkenniswerkers (imagoversterking).• Investeren in topsportaccommodaties. Verkend wordt of deeconomie ook versterkt kan worden door als provincie teparticiperen in (publiek-)private topsportaccommodatiesmet een (inter)nationaal bereik.Er kan in de komende jaren ook een slimme verbindingworden gemaakt tussen sport en de maatschappelijke opgave“gezond ouder worden”.Tot slot bieden topsportevenementen en topsportaccommo­daties een gelegenheid om ondernemers met elkaar en metandere partners in verbinding te brengen.Vitaal PlattelandVitaal Platteland: noodzakelijk als onderdeeltop-vestigingsklimaat (groene contramalsteden)Ongeveer de helft van de werkende Brabanders woont in hetlandelijk gebied. Om bedrijven te trekken en talenten tebinden, is niet alleen de inhoud van het werk of het salarisvan belang. De kwaliteit van de leefomgeving en het leefkli­maat wordt een steeds belangrijkere factor voor innovatievebedrijven, daartoe behoren ook goede natuurlijke kwaliteiten(landschappen en natuurgebieden).Vitaal Platteland: ook een eigen economischedynamiek en betekenisEen andere invalshoek voor de verbinding tussen plattelanden economie is de werkgelegenheid op het platteland. Deeconomische vitaliteit van het landelijk gebied kent een goedeuitgangspositie. Een belangrijke indicator van de welvaart enhet welzijn van de Brabantse burger is de werkloosheid. Dezeligt op het platteland circa 2% lager dan in de Brabantsesteden. Tegelijkertijd zien we dat de bevolking in het landelijkgebied relatief vergrijsd is en dat de land- en tuinbouwsector(6% van de totale werkgelegenheid) aan de vooravond staat vaneen grootschalige transitie (zie ook hoofdstuk 3, paragraaf 3).Dat heeft zijn weerslag op de economische groei (welvaart) ende leefbaarheid (welzijn) van het landelijk gebied.14Juli 2011, SER Brabant, “De economische waarde van sport: keuzes en prioriteiten voor Brabant”
    • 19Economisch Programma Brabant 2020In het Koersdocument “De transitie van stad en platteland, een nieuwe koers”15 wordt ingezet op:1 een aantrekkelijk en toegankelijk platteland, waar ook steden en bedrijven in (willen) investeren. Daarnaast wordtingezet op goede verbindingen (sociaal/recreatief enecologisch).2 een economisch sterk en leefbaar platteland, met ruimtevoor een sterk MKB. Niet alleen als kweekvijver voor inno­vatie maar ook als drager voor leefbaarheid (werkgelegen­heid en voorzieningen) en ruimtelijke kwaliteit.Er zijn relaties met thema’s als Vrijetijdseconomie, de DigitaleAgenda (Breedband), Landschappen van Allure en de inhoofdstuk 3 beschreven duurzame agrofood keten enbiobased economy. Ook verschijnt binnenkort een SER-advies over kleinschalige economische innovatie.Vrijetijdseconomie:Brabant als de meest innovatieve engastvrije provincie van NederlandN.B. Op 13 april 2012 wordt de Startnotitie Vrijetijdseconomiebesproken in de Commissie EZB. Aan de hand van deverschillende scenario’s die voorliggen, kan de Commissie eenuitspraak doen over een voorkeurscenario en over de rol vande provincie.Vrijetijdseconomie heeft een belangrijke link met het platte­land maar ook met de stad. Vrijetijdseconomie is een belang­rijke sector in Brabant. Er zijn veel en diverse typen onder­nemers, evenementen, attracties en activiteiten. Ook sectorenals cultuur, kunst, natuur, sport, horeca en detailhandelrekenen we direct of indirect tot dit domein. Ze maken alle­maal deel uit van activiteiten die mensen buitenshuis in hunvrije tijd ondernemen.Er zijn nu 100.000 banen in deze sector. Dat is ongeveer 9%van de totale werkgelegenheid in Brabant. Brabant heeft eenmarktaandeel van 11% van de vakanties in Nederland. Ditkan verder worden uitgebouwd. Vrije tijd wordt immers eensteeds belangrijker thema in onze maatschappij. Niet alleenhebben we door de jaren heen meer geld te bestedengekregen. Door de vergrijzing ontstaat er bovendien eensteeds groter wordende groep mensen met meer vrije tijd (engeld). Ook vinden we het steeds belangrijker hoe we onzevrije tijd doorbrengen en zijn we op zoek naar nieuwe bele­vingen en vernieuwende concepten. Mondiaal gezien is vrije­tijdseconomie een groeimarkt (toerisme). Daar ligt ook eenkans voor Brabant. Het is een cross-sectoraal thema datverschillende doelstellingen kan verbinden (multiplier effect)en versterken.Er liggen kansen in een scherper profiel van gemeenten enregio’s. Bijvoorbeeld door aan te sluiten bij regionale identi­teiten. Naast dienstverlening wordt ook gewerkt aan hoog­waardige, regionaal ontwikkelde producten. De combinatievan funshoppen van regionale voedingsproducten van hogekwaliteit en hoogwaardige, kleinschalig geproduceerde inno­vatieve producten, onderstreept het Brabants imago vantraditie en technologie. Onderscheidende en eigenwijzeproducten met inzet van diverse sectoren binnen de vrijetijds­economie en gericht op meerdere markten.Een duidelijk profiel bevordert de aantrekkelijkheid voorrecreanten en toeristen, wat weer bijdraagt aan de bedrijvig­heid in de dorpen. Daarnaast zijn er interessante verbin­dingen te leggen met internationalisering en branding en metde investeringsvoorstellen BrabantStad Culturele Hoofdstad,grootschalige Cultuurhistorische Erfgoedcomplexen, Land­schappen van Allure en het Sportplan Brabant. Naast groei­kansen voor de Brabantse economie (werkgelegenheid) draagtdit ook bij aan het imago van Brabant. Gastvrij Brabant iseen belangrijke factor in het vestigingsklimaat.Ter benutting van deze kansen wordt een visie en een Uitvoe­ringsprogramma Vrijetijdseconomie opgesteld. Deze is in hetnajaar 2012 gereed. Het Uitvoeringsprogramma wordt opge­steld in samenwerking met externe partijen (in de triple helix)en met de provinciale steunfuncties Vrijetijdshuis Brabant enTOP Brabant.Natuur, landschap en waterBrabant kent van nature een grote diversiteit aan natuur- enlandschapswaarden. Dit bepaalt mede het onderscheidendeprofiel van Brabant als vestigingslocatie. Natuur(beleving),landschappen van allure en schoon en voldoende water zijnonlosmakelijke onderdelen van een vitale en gezonde woon-en werkomgeving.Een goede samenhang tussen het landelijk en stedelijk gebiedis een kracht van Brabant, ook in relatie tot Brabant als topkennis- en innovatieregio (Brabant Mozaïek). In de concur­rentiestrijd met andere kennisregio’s is de specifieke identiteitvan een regio een sleutelbegrip. De intrinsieke natuurlijke en15Provinciale Staten 9 december 2011
    • 20 Economisch Programma Brabant 2020landschappelijke kwaliteiten – het kenmerkende mozaïek vanstad en land, de cultuurlandschappen, en de oude én nieuwebouwwerken – maken de identiteit van Brabant. In de Land­schappen van Allure komen deze kwaliteiten samen. Deprovincie investeert in drie hoogwaardige, groene land­schappen die complementair zijn aan de sterke stedelijkelandschappen. Bewoners en bedrijven werken hierbij samenmet als uitgangspunt de onderscheidende kwaliteiten van hetgebied. De versterking zit ondermeer in het ontwikkelen entoepassen van nieuwe economische dragers als bijvoorbeeldvrijetijdseconomie en nieuwe verdienmodellen. Deze combi­neren de kwaliteit van natuur, landschap en water met econo­mische kansen en vice versa. Dit betekent nieuwe alliantiesmet het bedrijfsleven en koppeling van publieke en privatedoelen. Hier ligt een kans voor een innovatieve aanpak voorde verbinding tussen natuur en economie en voor nieuweondernemingsstrategieën op dit gebied. Rond het themaeconomie/innovatie en natuur wordt gekeken naar experi­menteerruimte in bijvoorbeeld het Groene Woud.SER Brabant is gevraagd om over een innovatieve aanpak ennieuwe ondernemingsstrategieën advies uit te brengen. Datadvies wordt in maart 2012 verwacht. Op basis van boven­staande uitgangspunten en het SER-advies wordt in 2012 eenNota Natuur en Landschap opgesteld (werktitel).WaterBrabant beschikt over een uitzonderlijke kwaliteit grondwater.Naast het belang hiervan voor een gezonde woon- en werk­omgeving is dit een belangrijke reden voor (internationale)bedrijfsvestigingen in de food sector zoals Heineken, Bavaria,Coca Cola en Ardo, maar ook voor bedrijven in anderesectoren zoals Fuji.Om te komen tot efficiënter gebruik van grondwater streeftde provincie naar de opzet van een InnovatieprogrammaDuurzaam Waterbeheer. Het innovatieprogramma heeft totdoel om (grond)water als vestigingsfactor beter te benutten,door kennis en innovatie m.b.t. de winning en het (her)gebruik van grond- en proceswater verder te stimuleren. Deprovinciale rol ligt vooral op het regievlak: het bij elkaarbrengen van partijen gericht op het stimuleren van innovatie.De provincie kan tevens een rol spelen bij het opstarten, facili­teren en verbinden van concrete activiteiten. Daarmee is hetInnovatieprogramma Duurzaam Waterbeheer direct gerela­teerd aan de economische kerntaak van de provincie. Bijvoorkeur ontstaat een integrale innovatie-aanpak voor indus­triële ketens in Noord-Brabant. Beoogde partners binnen dieaanpak zijn dan o.a. het Brabantse bedrijfsleven, de Vereni­ging Industriewater, Brabant Water en de Brabantse Water­schappen. Ook de Brabantse kennisinstellingen kunnen eenbelangrijke rol spelen.Maatschappelijk VerantwoordOndernemenBij maatschappelijke verantwoord ondernemen(MVO) zijn de economische, ecologische ensociaal-culturele activiteiten met elkaar in balans.Zodanig dat er naast het verbeteren van hetprimaire (bedrijfs)proces ook rekening wordtgehouden met het effect van de activiteiten ophet milieu (duurzaamheid) en op de menselijkeaspecten binnen en buiten de organisatie. MVO iseen economische kans voor het MKB: het leidt totbesparingen (duurzame techniek zelf toepassen),nieuwe marktkansen (duurzame techniek verkopen),goodwill (belang aandeelhouders) enkostenvoordelen.Notities
    • Economisch Programma Brabant 2020 21                                              3Innovatie mettopsectoren voormaatschappelijkeopgavenIn dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de provincie de ambitievan Brabant om top-regio in Europa te worden wil realiseren:“op weg naar de top”. Dat willen we doen door het realiserenvan een ambitieus 10-punten plan. De basis voor dit plan isde optimale ontwikkeling en (maatschappelijke) benutting vanonze sterke economische clusters/topsectoren. Daarom heeftdit hoofdstuk als titel “met topsectoren innoveren voor maat­schappelijke opgaven”.3.1 Clusters als hart van onze ambitieals topregio in EuropaIn het kader van Europese, landelijke en regionale innovatie-en investeringsprogramma’s, zoals OP-Zuid, Pieken in deDelta en het project Connecting Winners, is in de afgelopenjaren de ontwikkeling van een beperkt aantal economischeclusters in Brabant gestimuleerd: high-tech systems en materi­alen, life sciences/health, food, logistiek, maintenance enbiobased economy16. Het zijn clusters die:• ingebed zijn in sterke tradities van de Brabantse economie• kansrijk zijn op het wereldtoneel• in verbinding met elkaar kunnen leiden tot nieuwe markt­kansenIn deze clusters omarmen industrie en kennis elkaar. Zij gene­reren nieuwe toepasbare kennis en nieuwe bedrijvigheid, ookvoor de zakelijke dienstverlening en de groothandel. Dankzijde aanwezigheid van deze industriële clusters is Brabant nogsteeds het industriële hart van Nederland. De exportpositie ende positieve handelsbalans die voor de welvaart in Nederlanden Brabant essentieel zijn berusten voornamelijk op debijdrage van de industrie (60% voor Nederland en naar schat­ting 77,5 % voor Brabant (Bron: TNO)). Ook onze innovatie­kracht wordt nog altijd in belangrijke mate gedreven door deindustrie in deze clusters. De kracht van deze clusters iszodoende van essentieel belang voor de Brabantse economie.16De keuze voor de prioritaire clusters was destijds gebaseerd op uitgebreide impact analyses, zoals “Pieken in de Delta, SWOT-analyse Zuid-OostNederland, Berenschot, 2006” . Nieuwe economische ontwikkelingen hebben tot enkele nieuwe keuzes geleid, zoals het benoemen vanmaintenance tot prioritair cluster, enkele jaren geleden.
    • 22 Economisch Programma Brabant 2020De verdere ontwikkeling van deze clusters is de basis voor hetversterken van de Brabantse concurrentiekracht en het waar­maken van onze groeipotentie. Zetten we hierop in, dan kanBrabant de ambitie om een Europese top-regio te zijn waar­maken. Met name als vanuit krachtige clusters wordt ingezetop kansrijke crossovers en op de verbinding met maatschap­pelijke opgaven. Die ontwikkeling krijgt een extra stimulansals we sterke Brabantse competenties met de clustersverbinden: met name de ontwerpkracht van de creatieveindustrie/designsector en onze kennis op het gebied vansociale innovatie als katalysators.3.2 Uitgangspositie van de BrabantseclustersMede op basis van een analyse door TNO was in de Econo­mische Agenda een voorlopige clusteranalyse opgenomen. Inhet kader van de voorbereiding van het EconomischProgramma hebben wij deze analyse aangevuld en verdieptmet behulp van aanvullende gegevens van TNO17, deskresearch en de input en reflectie van bijna 50 stakeholders enexperts uit het bedrijfsleven, de overheid, kennisinstellingenen intermediaire organisaties. Hierdoor zijn per cluster debelangrijkste opgaven voor de komende jaren geïnventari­seerd: zie hiervoor bijlage 2.In de clusteranalyse in bijlage 2 is meer gedetailleerde infor­matie over het organiserend vermogen van de clusters tevinden: onder andere zijn de belangrijkste spelers benoemd,aangegeven is hoe de clusters georganiseerd zijn (belangen-,cluster- en campusorganisaties) en welke fysieke brandpunten(campusinitiatieven, incubators, belangrijkste werklocaties) erbestaan. Ook zijn sterkten en zwakten, uitdagingen,bestaande visies en links met maatschappelijke thema’s uitge­werkt per cluster. In de clusterfiches staan bovendien opmer­kingen over (beleids)steun in het verleden, behoefte aan steunin de (nabije) toekomst en aanknopingspunten voor internati­onalisering.17TNO Rapport “Industrieel hart van Nederland”
    • 23Economisch Programma Brabant 2020High Tech Systems en Materialen (inclusiefAutomotive en Solar)De belangrijkste conclusie van de inventarisatie is dat er eenverschil in “rijpheid” van de verschillende clusters is. Hetcluster high tech systems en materialen is volwassen, heeftkritische massa en is goed georganiseerd.Er is in het cluster High Tech Systems en Materialen (HTSM)een sterk samenspel tussen een aantal grote industriële spelerszoals ASML, DAF, Philips, VDL, Océ, FEI en Vanderlandeen een netwerk van kennisintensieve toeleveranciers zoalsNXP, Sioux, OTB, de NTS Group en Frencken. Deze toele­veranciers worden in het cluster benut als bron van innovatie.De kerncompetenties van de belangrijkste spelers zijn veelalgelijk, ondanks de verschillende markten waarin menopereert. Men is bovendien verenigd in landelijke en regio­nale platforms, zoals Point One (nu topsector HTSM) hetHTS Platform en Brainport Industries. In het verleden isgedurende een langere periode geïnvesteerd in het organise­rend vermogen van het cluster; zowel vanuit de overheid - hetRijk, de SRE gemeenten en de provincie – als vanuit desector zelf. Binnen het HTSM cluster zijn er sterke subclus­ters, zoals automotive, en ontstaan er interessante nieuwesubclusters, zoals in de afgelopen jaren solar energy.De uitdagingen voor het HTSM cluster de komende jarenliggen daarom niet zozeer op het vlak van betere (interne)clustervorming; dat is namelijk prima op orde. Op de snij­vlakken met andere clusters liggen echter veel kansen. Ziehiervoor ook de Kadertekst onder punt 2 uit het 10-punten­plan van paragraaf 3.3. Daarnaast spelen er, zo blijkt uit declusteranalyse, een aantal generieke vraagstukken, in hetbijzonder gerelateerd aan onderwijs en arbeidsmarkt(behoefte aan een betere instroom in bètatechniek-oplei­dingen; aantrekken van internationale kenniswerkers). Watinternationalisering betreft is het HTSM cluster ver: deHTSM markt is mondiaal en de Brabantse partijen spelendaar een rol. Dat neemt niet weg dat er nog een aantal uitda­gingen liggen. Volgens stakeholders en experts liggen dieuitdagingen ook op het vlak van meer geïntegreerde internati­onale samenwerking: het identificeren van buitenlandse clus­ters die zowel interessant zijn voor productierelaties (afnemersen toeleveranciers) als voor R&D relaties en voor hetaantrekken van kenniswerkers.MaintenanceHet maintenance cluster is nog relatief jong. De afgelopenjaren is er wel geïnvesteerd in fysieke locaties (Aviolanda inWoensdrecht, Gate2 Aerospace & Maintenance Value Park inGilze-Rijen) en in het Dutch Institute World Class Mainte­nance (voor gezamenlijke programmering, etc.), maar samen­werking binnen het cluster kan de komende jaren nog verbe­terd worden. Ook ligt de nadruk nu op kostenreductie, terwijler bredere kansen zijn op het gebied van het onderhoud vankapitaalgoederen (waarde toevoeging). Uit de gesprekken diein het kader van de clusteranalyse zijn gevoerd, volgt bovenaldat het maintenance cluster aan kracht kan winnen doornadrukkelijker de samenwerking met andere clusters tezoeken. Het gaat dan bijvoorbeeld om service logistiek (samenmet logistiek), maar ook om verbindingen met het HTSMcluster. Maintenance kan dan nadrukkelijker gezien wordenals enabler voor sectoren als luchtvaart, machinebouw, infra­structuur, water/maritiem, chemie en de procesindustrie omte komen tot het verlagen van productiekosten en emissies,het verbeteren van duurzaamheid en efficiency en een opti­male serviceverlening.FoodIn het Food cluster zien we dat er wel sprake is van georgani­seerd vermogen, maar dat er diverse (cluster)organisatiesnaast elkaar bestaan. Zij opereren op verschillende regionaleschaalniveaus (zoals Food Connection Point en Eén in Foodvoor Zuid-Nederland en de 5-Sterrenregio voor Noordoost-Brabant) en hebben een verschillende inhoudelijke focus. Ditleidt tot versnippering. Het organiserend vermogen binnenfood is daarnaast om een andere reden minder sterk dan bijHTSM. Hoewel de gehele (agro)food keten aanwezig is inBrabant (inclusief specialisten op het gebied van verpakking,logistiek en retail), wordt de toeleverende agrosector nogveelal gezien als leverancier van grondstoffen en niet bij hetcluster betrokken als kennisintensieve ketenspeler.Een belangrijke uitdaging voor het Food cluster is de komendejaren dan ook het verbeteren van het organiserend vermogen.Ook kan gewerkt worden aan de koppeling tussen agro enfood en de koppeling met andere clusters, met andere regio’s(denk aan het sterke cluster rondom Wageningen, maar ookaan Health Valley in Nijmegen, Greenport in Venlo en debiobased ontwikkelingen in Oost Brabant en Zeeland) en metmaatschappelijke thema’s (gezond en gevarieerd eten, duur­zame agrofoodketens, de wereldvoedselproblematiek, enz.).Kansen ontstaan ook nadrukkelijk binnen het Food cluster alsin de toekomst sterker gewerkt wordt aan valorisatie vanuit demarket-pull gedachte; juist omdat de gehele keten aanwezigis. Wat betreft internationale positionering heeft Agro & Coeen visie neergezet: Brabant als versregio en proeftuin op hetgebied van voedsel , voedselbereiding en -beleving in Noord­west-Europa. Stakeholders in de clusteranalyse voegen daaraan toe dat, met het oog op afzet, meer gekeken moet wordennaar landen buiten Europa, omdat de EU-markt al redelijkverzadigd is.
    • 24 Economisch Programma Brabant 2020Life SciencesHet life sciences cluster is een hybride cluster: de medischetechnologie heeft de kenmerken van het HTSM cluster (en isdaar sterk mee verbonden), terwijl de farmacie zich na dereorganisatie van MSD in een heroriënteringsfase bevindt.Een belangrijke nieuwe fysieke ontwikkeling is het LifeSciences Park Oss. In het life sciences cluster zijn er enkeleuitdagingen de komende jaren die aansluiten bij dit uitgangs­punt. Belangrijk is het zoeken naar verbindingen tussen medi­sche technologie en farma, en het gezamenlijk positionerenvan het life sciences cluster. Dan kan het cluster beter op dekaart worden gezet en kan verder worden gewerkt aan interneclustervorming, externe uitstraling en aan samenwerking overgrenzen heen (o.a. op de as Nijmegen, Oost Brabant,Limburg naar het gebied Aken – Luik - Leuven). De nieuwecampus in Oss kan benut worden als uithangbord, te meeromdat daar verschillende functies samenkomen (waarbij eroog is voor innovatieprojecten op en buiten de campus, hetaantrekken van nieuwe vestigers, het beschikbaar stellen vankapitaal, het verbinden met andere investeerders en voor deexploitatie van de campus als bedrijventerrein). De cluster­analyse laat tevens zien dat het Brabantse life sciences clusterzich verder kan profileren op de toepassingskant; vooral opsnijvlakken met andere technologieën en domeinen. Denkdaarbij aan de combinatie van farma met high tech systemenen met voeding. Ten slotte noemen we hier nog de kansen diehet thema zorgeconomie biedt, zie hiervoor ook pagina 39.Biobased economyEen cluster met veel potentie is biobased economy: daar waaragro en chemie elkaar ontmoeten. Biobased economy is eenjong en zich snel ontwikkelend intersectoraal cluster. Dankzijeen stevige financiële impuls18 van de provincie is in 2011onder meer de Green Chemistry Campus in Bergen op Zoomgeopend. Het cluster opereert op de schaal van ZuidwestNederland, waarbij Brabant met Zeeland samenwerkt. Daar­naast wordt samengewerkt met Vlaanderen en Zuid-Holland.Met deze partners wil het cluster toe naar de ontwikkelingvan een Biobased Delta, waarin optimale synergie gezochtwordt tussen de slagkracht van de chemische industrie, debrede agro-food basis, de goede verbindingen in combinatiemet de logistieke kennis in de regio en de aanwezigheid vanonderhoudskennis (maintenance) in de regio. Het streven isom de Biobased Delta te positioneren als één van de top-3biobased regio’s in Europa. Biobased Economy is mededankzij de genoemde financiële impuls goed op weg. Hetinvesteringsplan moet in de komende jaren tot resultatenworden gebracht. Daarbij is Biobased Economy nog wel eenvrij nieuw cluster: partijen met verschillende achtergronden(en uit verschillende regio’s) moeten elkaar vaak nog lerenkennen.Specifieke uitdagingen liggen er, naast de versterking van deBiobased Delta, op het gebied van verbindingen tussen West-en Oost-Brabant (“bruine Biobased”), cross-sectorale verbin­dingen (o.a. HTSM/cleantech en life sciences), internationali­sering van het MKB, werklocaties (benutting van facilities) ende arbeidsmarkt.LogistiekEr is in Brabant veel bedrijvigheid gericht op transport envervoer, op- en overslag en value added logistics. Dezebedrijven bieden relatief veel werkgelegenheid en nemen veelvierkante meters op Brabantse bedrijventerreinen in beslag.Logistiek kent door haar niet-industriële karakter een anderedynamiek dan de industriële clusters, waar men via fysiekeproducten meer op elkaar aangewezen is (toeleveranciersrelaties). Maar er zijn volop kansen om het logistieke clusterverder te ontwikkelen. Om de logistieke activiteiten een stapverder te brengen, mikken clusterorganisaties en ontwikke­lingspartijen op kennisintensieve en innovatieve activiteiten.Daar liggen voor de komende jaren veel uitdagingen, zoalshet zoeken naar oplossingen voor complexe internationalesupply chains, aanhaken bij kansen die ontstaan doore-commerce, service logistiek en ketenregie. In het bijzonderverwijzen we naar de verbinding met het thema SlimmeMobiliteit, zie pagina 34.Op korte termijn (voorjaar 2012) komt de provincie met eenLogistieke Agenda Brabant, een integrerend kader voorbeleid en uitvoeringsprogramma’s in Brabant.18uit de middelen die de provincie via de Investeringsagenda Energie heeft vrijgemaakt.
    • 25Economisch Programma Brabant 20203.3. Prioriteiten komende jaren:10-punten plan voor de realiseringvan de Brabantse top-ambitieDe uitdaging voor de komende jaren is de clusters zodanigverder te ontwikkelen dat ze optimaal bijdragen aan de ambitievan Brabant om top 5 innovatieregio in Europa te zijn.Dat kan door het organiserend vermogen en de kracht van declusters, op basis van maatwerk per cluster, te versterken envandaaruit te werken aan kansrijke cross-overs tussen de clus­ters en ze te verbinden met maatschappelijke opgaven. Ookhet creëren van fysieke brandpunten voor open innovatie(“innovatie bevorderende werklocaties”) behoort daartoe.Deze acties zijn samen te vatten onder de noemer “slimverbinden”. De slimme verbindingen worden ondersteunddoor de inzet van enkele instrumenten. Samen vormen deze“verbindingsacties” en instrumenten een ambitieus 10-puntenplan voor een gezonde economische toekomst van Brabant.Slimme verbindingen:1 optimaal samenspel met het topsectorenbeleid van hetRijk en de nieuwe Europese Fondsen, pagina 312 aanjagen en ontwikkelen van de Brabantse clusterkrachten het realiseren van kansrijke cross-overs, pagina 333 verbinding van clusters met de vier centrale maatschap­pelijke opgaven slimme mobiliteit, Duurzame Agro-foodketen, duurzame energie en gezond ouder worden (zorg­economie), pagina 364 bedrijventerreinen en het creëren van “innovatie bevorde­rende werklocaties”, pagina 405 Verbinding van clusters met arbeidsmarktbeleid enonderwijs/kennis, pagina 446 verbinden van clusters met het bredere ecosysteem (sport,cultuur, vitaal platteland, vrije tijdseconomie en natuur,water en landschap), pagina 45.Internationalisering:7 Een krachtige internationaliseringsagenda (internationali­sering, public affairs en branding)Aan Internationalisering is een separaat hoofdstuk gewijd:hoofdstuk 4.Instrumenten:8 (groei)kapitaal voor de clusters: bedrijfsfinanciering,pagina 459 Innovatiefonds voor de financiering van gezamenlijkeinnovatieprojecten, pagina 4710 proeftuinen en innovatief inkopen, pagina 48.Dit 10-puntenplan wordt in het onderstaande nader uitge­werkt.1 optimaal samenspel met hettopsectorenbeleid van het Rijk en denieuwe Europese FondsenNieuwe Europese FondsenEuropa heeft nieuwe ambities geformuleerd in de “Europa2020” groeistrategie. Europa wil een krachtige kenniseconomieverwezenlijken op basis van “smart, sustainable and inclusivegrowth” en “smart specializations”. Dit nieuwe Europesekader biedt kansen voor Brabant. Brabant ziet zichzelfnadrukkelijk als regio in Europa. Dat betekent: optimaalinspelen op de Europese groeistrategie, allianties aangaan/verstevigen met andere innovatieve regio’s in Europa enmaximaal gebruik maken van de lopende en van de nieuweEuropese fondsen per 2014 (o.a. EFRO, ESF, Horizon 2020).Het voornemen is om eigen middelen te benutten alshefboom voor Europese fondsen en deze fondsen comple­mentair aan elkaar en aan de Agenda van Brabant in tezetten. Daarbij zetten we onder andere onze “smart speciali­zation strategy” in, zoals op pagina’s 6 en 34 verwoord.In de huidige Europese begrotingsperiode hebben Europa,het Rijk en de drie Zuid-Nederlandse provincies middelengebundeld in het Operationeel Programma Zuid-Nederland(OP-Zuid). Het lopende programma is vrijwel uitgeput, maarhet streven van de Nederlandse provincies is erop gericht omin de komende Europese begrotingsperiode (2014-2020)wederom op het niveau van de landsdelen krachten enmiddelen te bundelen. De inmiddels gepubliceerde concept­verordeningen van Europa geven aan dat de nadruk in denieuwe Operationele Programma’s blijft liggen op de economie,– in het bijzonder het stimuleren van ontwikkeling en inno­vatie in het midden- en kleinbedrijf – naast het thema energie.In het nieuwe programma kunnen ook fondsen voor bedrijfs-en innovatiefinanciering worden ondergebracht. De basis voorhet nieuwe OP is de “smart specialization” strategie, die inontwikkeling is. De inzet van de Provincie is om het in dithoofdstuk beschreven clusterbeleid maximaal in het nieuweOP te vervlechten. Kansrijke crossovers tussen clusters inBrabant en op Zuid-Nederlandse schaal zullen zeker eenplaats krijgen.TopsectorenbeleidIn 2011 heeft het Rijk een nieuwe koers bepaald ten aanzienvan haar economisch en innovatiebeleid. De focus van het Rijkligt op negen nationale Topsectoren. De Brabantse clusterssluiten voor een groot deel aan bij de nationale Topsectoren.Per sector heeft het Rijk een topteam geformeerd, waarin
    • 26 Economisch Programma Brabant 2020bedrijven, kennisinstellingen en de overheid zijn vertegen­woordigd. Elk topteam heeft een actieagenda gepresenteerd,waarin ambities, adviezen en een plan van aanpak voor debetreffende Topsector staan. Op basis van de reactie van hetkabinet werken de topteams de agenda’s nu uit in concreteactiepunten. Een belangrijk onderdeel daarvan worden de“Innovatiecontracten”, waarin inhoudelijke en financiëleafspraken tussen overheid, kennisinstellingen en het bedrijfs­leven worden vastgelegd. In maart of april komt duidelijkheidover de invulling van de Innovatiecontracten en de bijdragevanuit het Rijk in de vorm van onderzoekscapaciteit vankennisinstellingen zoals TNO. Hoe dit precies uitwerkt, is opdit moment nog onduidelijk. Wel is duidelijk dat het Rijk optermijn (2015) circa € 1,5 miljard vrijmaakt voor de Topsec­toren, grotendeels via een herschikking van bestaandemiddelen.Rijk en regio kunnen het effect van de Topsectorenaanpakvergroten door krachten te bundelen, aldus het kabinet. Inhoofdstuk 1 is al verwezen naar de expliciete uitnodiging vanhet Kabinet aan de Provincie om te participeren in fondsvor­ming rond de Topsectoren.De insteek van de provincie is om de Brabantse clusters maxi­maal te verbinden aan het nationale topsectorenbeleid. Directen indirect (onder andere via de BOM) wordt de aansluitingvan de Brabantse clusters op het Topsectorenbeleid gestimu­leerd. Die aansluiting heeft concreet vorm gekregen doorbetrokkenheid van Brabantse bedrijven en kennisinstellingenbij de formulering van de verschillende agenda’s van detopteams in 2011, doorlopend in 2012. In 2012 krijgt dieaansluiting ook vorm door concrete deelname aan innovatie­projecten en –programma’s, binnen de Innovatiecontractenen op basis van het gebruik van de generieke Rijksinstru­menten door Brabantse bedrijven.Onze inzet is: optimaal gebruik maken van de mogelijkhedendie de nieuwe landelijke arrangementen bieden en onzebedrijven en instellingen hier optimaal bij aan te laten haken.We doen in Brabant niet over wat landelijk wordt geregeld.Wel zien we dat het landelijk beleid niet alle opgaven dekt. Zois er weinig aandacht voor het aanjaag- en ontwikkelwerk datnodig is om clusters onderling te verbinden en nieuwe clustersop en uit te bouwen en om de relatie te leggen met maat­schappelijke vraagstukken. Onduidelijk is nog in hoeverre hetnationale instrumentarium om concrete onderzoeks- enontwikkelingsprojecten en -programma’s te stimuleren,belemmeringen opwerpt voor deelname van het bredere,innovatieve MKB.Vandaar dat complementair aan het Topsectorenbeleid eenaantal opgaven om een regionale aanpak vragen. Dieopgaven worden in de volgende paragrafen uitgewerkt.2 Aanjagen en ontwikkelen van deBrabantse clusterkracht en het realiserenvan kansrijke cross-oversEr is maatwerk nodig wat betreft de te stimuleren ontwikke­lingen per cluster. Maatwerk dat maar ten dele via hetTopsectorenbeleid wordt geleverd. Bij het HTSM clustermoet de nadruk liggen op het identificeren en aanjagen vannieuwe innovatiekansen en subclusters, bij de andere clustersis er ook nog veel “intern” aanjaag- en ontwikkelwerk teverrichten. Er is daarom behoefte aan aanjaag- en ontwikkel­capaciteit.De provincie wil hier een bijdrage aan leveren en een partnerin ontwikkeling zijn. Het uitgangspunt is dat cluster- ennetwerkorganisaties en lokale/regionale ontwikkelingspartijenprimair aan zet zijn bij het vorm geven van de clusters opzich. Zij doen dat op basis van duidelijke toekomstvisies eninvesteringsplannen. Mochten die plannen niet van de grondkomen, dan kan de provincie mee helpen initiëren. Waar dieplannen er zijn legt de provincie eigen accenten: ontwikkel­werk op de snijvlakken van clusters (cross-overs), verbindingenvan clusters met maatschappelijke opgaven (zie paragraaf 3in dit hoofdstuk) en de ontwikkeling en benutting van “inno­vatie bevorderende werklocaties” (zie paragraaf 4). Uit declusteranalyse komt immers sterk naar voren dat er, naastaanjaag- en ontwikkelwerk binnen de clusters, in de komendejaren vooral kansen liggen voor deze “slimme verbindingen”.Dat is bij uitstek een ontwikkelrol waar de provincie zich meekan onderscheiden: lokale en regionale ontwikkelingen metelkaar verbinden, waar nodig nationaal en internationaalverbindingen leggen als deze ontwikkelingen vragen ombovenregionale samenwerking en bovenregionale opgavenzelf oppakken. De provincie zet haar uitvoeringsorganisatieBOM in om (een deel van) de benodigde aanjaag- en ontwik­kelcapaciteit te leveren.Maatwerk, het combineren van competentiesDe precieze inzet van aanjaag- en ontwikkelcapaciteit percluster en tussen de clusters is een kwestie van maatwerk. Ookgaat het veelal om het combineren van competenties: nietalleen ontwikkeling & innovatie, maar ook werklokatieontwik­keling (paragraaf 4), internationalisering (hoofdstuk 4) enandere competenties afhankelijk van de situatie. Het Econo­misch Programma geeft als koersdocument geen antwoordenop deze maatwerk vraagstukken. De clusteranalyse in bijlage
    • 27Economisch Programma Brabant 20202 geeft aanzetten, die in de komende maanden per clusterkunnen worden uitgebouwd en geconcretiseerd in “road­maps” voor de komende jaren.Deze roadmaps bevatten de gezamenlijke doelbepaling enoutput vanuit de relevante stakeholders (in de triple helix (+)).Zowel voor de korte termijn (inzetten op maximaal resultaatin de huidige bestuursperiode) als de langere termijn (doorkijknaar 2020). Ook wordt daarbij gekeken naar de taken en derollen van de verschillende partijen, inclusief de rol van deprovincie. De roadmaps worden uitgewerkt in een actieprogramma, dat in het najaar gereed zal zijn en waarinconcrete doelen en prestaties worden geformuleerd.Tijdens de uitwerking van de roadmaps wordt in een parallel­proces proces gekeken naar maximale synergie tussen deroadmaps onderling en naar nationale en internationaleverbindingen. De optelsom en samenhang van de verschil­lende roadmaps moet immers leiden tot het doel in 2020:Brabant in de top 5 van innovatieve regio’s.Kansen voor crossovers tussen clusters – Maintenance & logistiek & HTSM: een ontwik-In de clusteranalyse zijn volop kansen voor ontwikkel- keling op de snijvlakken van deze clusters is “ser­werk op de snijvlakken van de clusters geïdentificeerd. vice logistiek”. Onder service logistiek wordt ver-Op die snijvlakken komen we echte vernieuwing tegen staan: activiteiten om op het juiste moment, op deen daar liggen bovendien sleutels voor oplossingen juiste plaats, in de juiste hoeveelheid en met devoor maatschappelijke uitdagingen. juiste kwaliteit de benodigde onderdelen te hebbenom onderhoud van eindproducten te kunnen leve-Soms is een cluster zelf al cross-sectoraal: biobased ren. Tevens het aanbieden van een integraal pakketeconomy bijvoorbeeld werkt op het snijvlak van agro van ontwikkeling, productie én het onderhoud vanen chemie. Uit biomassa - reststoffen of speciaal apparaten en machines.gekweekte groene grondstoffen (bv. algen) - worden – Food & life sciences: gezonde voeding tengrondstoffen gehaald die kunnen worden gebruikt behoeve van de preventie van aandoeningen en omdoor de chemische industrie voor de ontwikkeling van te komen tot sneller herstel.diverse producten: van medische afvalbakjes, schoon­maakmiddelen tot auto-onderdelen. Cross-overs als basis voor “smartspecialization”Enkele andere voorbeelden: Door SER Brabant is eerder al vastgesteld dat het– HTSM & life sciences: de verschuiving van sterkste cluster in Noord-Brabant HTSM is. Dit wordtgestandaardiseerde medicijnen en zorg naar meer bevestigd in onze clusteranalyse. We zien niet voor“personalized care”, met onder andere ‘intelligente niets dat cross-links met HTSM vanuit andere clusterspillen’, e-health en nieuwe methoden en instrumenten zich sterk en snel ontwikkelen, denk aan medischevoor diagnostiek. technologie. Spelers in het HTSM cluster zijn innova­– Solar, materialen & design: om de adoptie tief, hebben een traditie van onderzoek en ontwikke­van zonneceltechnologie te laten toenemen kan men ling en zijn bereid daarin te investeren. Die eigen­werken aan de verhoging van het rendement dat schappen komen goed van pas als op snijvlakken metmet deze technologie te behalen valt. Maar ook de andere clusters naar vernieuwing wordt gezocht. Bijmanier om zonneceltechnologie te verwerken in het uitwerken van nieuwe kansen voor cross-overs zouandere objecten (dan zonnepanelen) en (bouw) daarom in eerste instantie gekeken kunnen wordenmaterialen draagt bij aan die adoptie. In Brabant naar HTSM als technologiebasis, waarbij andere clus­kunnen daartoe competenties uit de clusters solar, ters het toepassingsdomein vormen (high tech syste­design en materiaalkunde (HTSM) gecombineerd men in life sciences, slimme meet- en regeltechniek inworden. logistiek, enz.). Daarnaast biedt het transitieprocesnaar een Duurzame Agro-food keten volop mogelijk­heden om verbindingen tussen de agro-food keten enandere sectoren. Zie hiervoor paragraaf 3.
    • 28 Economisch Programma Brabant 2020Creatieve industrie en sociale innovatieTwee thema’s gelden als algemeen ondersteunend voor hetontwikkelwerk: creativiteit (zie ook hoofdstuk 2) en socialeinnovatie. De creatieve industrie is in het landelijke Topsecto­renbeleid als Topsector benoemd. Er zijn daarbij al verbin­dingen gelegd met het sterke netwerk van design bedrijven eninstellingen in de Brainport regio. Buiten de Brainport regiobevinden zich ook creatieve brandpunten. Zo profileertTilburg zich met textieldesign en audiovisuele bedrijvigheiden Breda met grafisch ontwerp, gaming, audiovisuele bedrij­vigheid en beeldcultuur. Er zijn dan ook in Brabant goedemogelijkheden om creatieve bedrijven met hun ontwerpcom­petenties en met creatief en multidisciplinair denken te latenbijdragen aan productvernieuwing in de clusters.Voor sociale innovatie geldt: Brabant wil een omslag makennaar een hoogwaardige innovatie gedreven kenniseconomie.Dat kan alleen als naast technologische innovatie ook wordtingezet op sociale innovatie. Slimmer managen, flexibel orga­niseren, competentiemanagement en co-creatie met eindge­bruikers worden steeds meer bepalende factoren voor succes­volle innovaties. Vanuit Midpoint Brabant wordt ingezet oporganisatiekracht rondom sociale innovatie. Het is zaak omdeze innovatiekracht in de (crossovers tussen) clusters tebenutten.3 Verbinding van clusters metmaatschappelijke opgavenEr is sprake van wederkerigheid tussen specifiek economischeen bredere maatschappelijke opgaven, waarbij een goedemaatschappelijke omgeving bijdraagt aan een goed onderne­mings- en vestigingsklimaat en de Brabantse clusters eenbijdrage kunnen leveren aan het oplossen van maatschappe­lijke vraagstukken. De kracht van Brabant is het omzettenvan maatschappelijke vraagstukken in economische kansen.Brabant zet in op slimme oplossingen op het gebied vanduurzame energie, slimme mobiliteit, gezond ouder worden(zorgeconomie) en een duurzame Agro-food keten. Deze viermaatschappelijke opgaven staan namelijk hoog op de Euro­pese agenda en er zijn al sterke triple helix samenwerkingsver­banden rondom deze opgaven. Ook zijn er verbindingen teleggen met het arbeidsmarktbeleid, in het bijzonder metbetrekking tot zorgeconomie.Deze maatschappelijke thema’s kunnen een kader biedenvoor nieuwe cross-overs tussen de Brabantse clusters. Demaatschappelijke thema’s bieden ook kansen voor nieuwe(publiek-private) partnerships. Nu er structurele verbindingenmet maatschappelijke onderwerpen worden gelegd, is hetnoodzakelijk om maatschappelijke organisaties vanaf hetbegin bij de samenwerking te betrekken (triple-helix plusaanpak). Dan kan ook gezamenlijk worden gewerkt aansysteeminnovaties: innovatieve doorbraken bewerkstelligen inde manier waarop deelmarkten, zoals de energiemarkt en dezorgmarkt, zijn georganiseerd.Het verbinden van clusters met maatschappelijke opgaven isin de komende jaren een belangrijk richtsnoer voor aanjaag-en ontwikkelwerk rondom de clusters en bij het “vullen” vanhet innovatie- instrumentarium.Per opgave wordt een uitvoeringsprogramma opgesteld insamenwerking met en/of door externe economische en maat­schappelijke stakeholder. De uitvoeringsprogramma’s , waarinconcrete doelen en prestaties worden geformuleerd, zullen inhet najaar gereed zijn.Slimme mobiliteitOm onze regio bereikbaar te houden moeten we onze fysiekeinfrastructuur (wegen, spoor, water) op een slimme manierbeter gaan gebruiken. De Provincie gaat in deze bestuurspe­riode werk maken van “slimme mobiliteit” ten behoeve vanoptimale bereikbaarheid, doorstroming en veiligheid. Hierliggen kansen voor Brabantse clusters: onder andere voor hetautomotive cluster (elektrisch rijden, slimme netwerken), hetcluster High Tech Systems en Materialen in bredere zin enhet logistieke cluster (Logistieke Agenda Brabant). Economi­sche kansen op het vlak van onder andere Intelligente Trans­port Systemen (ITS), logistieke systemen en “connected cars”kunnen in crossovers met elkaar en met de doelen op hetgebied van veiligheid, doorstroming en bereikbaarheidworden verbonden.Het meest concreet zijn op dit moment de voornemens vanuithet automotive cluster: in de komende jaren ligt de nadruk ophet opschalen van het aantal elektrische voertuigen (personen­vervoer, maar ook vrachtvervoer en bussen) en het realiserenvan de bijbehorende slimme (opwek- en laad)netwerken (ziehieronder ook de beschrijving van “duurzame energie”). Opbasis daarvan kan worden gewerkt aan het versnellen vannieuwe duurzame mobiliteitsconcepten en diensten. Daarbijvalt bijvoorbeeld te denken aan elektrische deelautoparkenvoor bedrijven en instellingen. Bij het testen en ontwikkelenvan nieuwe systemen kunnen Brabantse MKB-bedrijvenworden ingezet.Wat de verbinding met het logistieke cluster betreft: één vande belangrijkste trends in “supply chain management” isbetere zichtbaarheid door middel van technologie: hoeveelvan welk product is waar in de logistieke keten en kan op welk
    •                                                     29Economisch Programma Brabant 2020moment tegen welke kosten in welke volgende fase verwachtworden? Deze real-time volgsystemen moeten volgens hetlandelijke topteam Logistiek (Topsectorenbeleid) gekoppeldworden aan o.a. douane-, verzekering- en bancaire systemen.Hier ligt een belangrijke kans voor combineren van kennis enbedrijvigheid vanuit het logistieke cluster in West-Brabantmet kennis en bedrijvigheid vanuit het High Tech Systemscluster (inclusief Automotive) in Zuid-Oost-Brabant: het biedteen kans voor een mondiale koploperrol.Landelijk wordt gewerkt aan een nog bredere verbinding vaneconomie en mobiliteit (voornamelijk via het Programma“Beter Benutten”). Samen met publieke en private partnerswordt gewerkt aan een landelijke roadmap voor toepassingenop het gebied van slimme mobiliteit. Het is belangrijk omvanuit Brabant optimaal aan deze roadmap bij te dragen ener vervolgens, op basis van eigen ambities en prioriteiten,goed op in te spelen. Intern is hiervoor integrale samenwer­king tussen verschillende disciplines in het Provinciehuisnodig (o.a. innovatie, mobiliteit, vervoersmanagement, OV).Momenteel worden verschillende deelactiviteiten bij elkaargezet en met elkaar verbonden. Er wordt ook een verbindinggelegd met de activiteiten in het kader van “Versterkt Stede­lijk Netwerk Brabant”. Op basis daarvan worden ambitiesbepaald, doelen gesteld en witte vlekken benoemd. Dit is eenproces dat recent in gang is gezet en in de loop van 2012 totnieuw beleid zal leiden.Extern is eveneens samenwerking tussen meerdere disciplinesen ook tussen publieke en private partijen nodig, bijvoorbeeldom enkele proeftuinen te realiseren waarmee Brabant nieuwetoepassingen op het gebied van slimme mobiliteit kan ontwik­kelen, testen en versnellen. De provincie kan aan deze proef­tuinen een bijdrage leveren door de inbreng van concreteassets zoals provinciale wegen en data (o.a. wegverkeersinfor­matie), met behulp van vergunningverlening en door hetaanjaag- en ontwikkelwerk voor de relevante clusters mede ophet organiseren van de proeftuinen te enten.Naast het landelijke “Beter Benutten” programma (en lande­lijke programma’s op het gebied van slimme logistiek eninfrastructuur) liggen er in Europa kansen in het “IntelligentTransport Systems” (ITS) programma en vanaf 2014 in hetnieuwe Horizon 2020 programma (o.a. de prioriteit “GreenCars”).Duurzame Agro-food19 ketenEen economisch en ecologisch duurzame agro-food keten isvan belang voor een vitaal platteland en voor het genererenvan welvaart in de economische waardeketens waar de land­bouw een rol in speelt. In het koersdocument “Stad en Platte­land”20 en de notitie “Integrale uitwerking advies commissieVan Doorn”21 wordt beschreven dat het in de primaire sectornog veel gehanteerde verdienmodel van kostenminimalisatieen bulkproductie nagenoeg failliet is. Het geld wordt vooralelders in de voedselketen verdiend, en steeds meer daarbuiten.De provincie zet in op de transitie naar een Duurzame Agro­food keten via drie sporen:• uitwerken van het advies van de Commissie Van Doorn:verduurzaming van de landbouw.• nieuwe verdienmogelijkheden voor agrarische bedrijven:combinaties met zorg, productie van energie, recreatie etc.Het onderwerp Vrijetijdseconomie is hiermee verbonden.De uitrol van dergelijke concepten vergt een andereaanpak dan innovatiebeleid. Met uitzondering van hetontwikkelen van geheel nieuwe concepten valt het door­ontwikkelen en uitrollen van deze verdienmogelijkhedenvooralsnog dan ook niet onder het innovatiebeleid. Eendefinitieve keuze over het gewenste beleid en de ditoaanpak zal worden gemaakt op basis van het SER adviesover het MKB op het platteland.• innovatiebeleid, met een sterk cross­sectorale insteek, zoweldoor het inbrengen van kennis van buiten, als bij het bena­deren van potentiële markten. Dit beleid is gericht opproducten met een hoge toegevoegde waarde en een hogekennis-intensiteit.Met het innovatiebeleid zetten we in op het intensiveren vanzich ontwikkelende cross-over verbindingen zoals BiobasedEconomy (agro-food & chemie), de combinatie food, health &farma en de combinatie agro-food & high tech (denk bijvoor­beeld aan de verdere ontwikkeling van precisielandbouw).Ook moet worden gewerkt aan het ontwikkelen van geheelnieuwe cross-sectorale verbanden, binnen en buiten deprovinciegrenzen. Brabant heeft met de aanwezige agro- enfoodbedrijven, met de kennisintensieve bedrijvigheid in deandere clusters en met haar cultuur van samenwerking allesin huis om in deze transitie een centrale rol te spelen.19Agro-food omvat de productie, verwerking en distributie van agrarische producten , inclusief de toeleverende producten en diensten die hiermeegemoeid zijn. Er ligt een relatie met de landelijke Topsectoren Agro&Food en Tuinbouw.20Koersdocument De Transitie van stad en platteland, een nieuwe koers; PS december 2011.21Commissie Van Doorn. “Al het vlees duurzaam”, doorbraak naar een gezonde, veilige en gewaardeerde veehouderij in 2020.
    • 30 Economisch Programma Brabant 2020In eerste instantie zal hiervoor het instrumentarium wordenbenut dat is beschreven voor clusterstimulering. Voor definanciering van innovaties wordt gebruik gemaakt van delandelijke innovatie-instrumenten. De opgave is echter grooten het scala aan oplossingen is divers. Structureel innovatieverzijn dan de (internationale) concurrentie vraagt een minimalekritische massa aan deelnemende bedrijven. Brabant kan nietop eigen kracht ontwikkelingen op alle cross-sectorale thema’srealiseren. Daarom wordt bezien met welke naburige regio’s(in binnen- en buitenland) kan worden samengewerkt, en opwelke specifieke thema’s. Zo wordt met Gelderland en Over­ijssel gewerkt aan een later-stage fonds voor de ¬financieringvan agro-food bedrijven (zie ook paragraaf 5), mede alsvervolg op de activiteiten van Agro & Co. Ook wordt gedachtaan een specifiek Investeringsprogramma Agro&Food. Hier­voor wordt een aantal innovatie¬tafels georganiseerd metbetrokkenheid van de genoemde clusters, de provinciesZeeland, Limburg, Overijssel en Gelderland en een aantaldeskundigen van buiten. Doel van de bijeenkomsten is debeantwoording van de vraag hoe de transitie van de agro­sector naar hogere toegevoegde waarde kan worden versneld.De economische vitaliteit van het platteland is gebaat bijnieuwe verdienmodellen voor het agrarische bedrijf, nieuwegebruikers voor agrarische bebouwing, etc. Het meer op hetplatteland gerichte beleid wordt opgepakt in het MKB-spoorvan het koersdocument Stad en Platteland (zie ook paragraaf2.6.) SER Brabant is gevraagd een verkenning uit te voerennaar kleinschalige economische initiatieven in relatie totverbetering van de leefbaarheid op het platteland.Duurzame energie als economische kansDe Energieagenda 2010-2020 vormt het kader voor het ener­giebeleid van de provincie tot en met 2020. In de Energie­agenda kiest de provincie voor innovatie en duurzaamheid alsroute voor de transitie naar duurzame energie. Ingezet wordtop benutting van de kracht van Brabant: duurzame technolo­gische innovatie, kennis en samenwerking. Een studie22 laatzien dat de markt voor duurzame energie in Nederland 13 tot17 procent harder groeit dan de wereldmarkt en toeneemtvan € 2 miljard per jaar in 2008 naar € 10 tot € 16 miljard in2020. Brabant is uitstekend gepositioneerd om op deze groei­markt in te spelen. Ontwikkelingen in duurzame energietech­nologie sluiten nauw aan bij bestaande (cluster)sterktes vanBrabant, met een focus op High Tech Systems (Solar) enAutomotive (elektrisch rijden/slimme netwerken, zie ook hier­boven bij “Slimme Mobiliteit”) in Oost-Brabant en met(chemische) procesindustrie, agro-food en logistiek (biobasedeconomy) in Zuid-West-Nederland. Dit zorgt, met de komstvan nieuwe bedrijven en de omschakeling van bestaandebedrijven naar nieuwe technologieën, voor een toekomstbe­stendige werkgelegenheid. Het effect kan oplopen tot 15.000en 25.000 nieuwe arbeidsplaatsen in 2020. Tegelijk leverendeze clusters een verwachte bijdrage aan het Bruto RegionaalProduct van € 4 tot € 5 miljard per jaar.Daarom wordt in het Investeringsplan ““Energietransitie alskans voor innovatie en duurzaamheid” ingezet op de verster­king van deze drie clusters in onderlinge samenhang. Van debijbehorende investeringsagenda’s maken diverse structuur­versterkende activiteiten deel uit, zoals het ondersteunen vanlaboratorium faciliteiten (o.a. voor de Solar clusterorganisatie“Soliance”), campusontwikkeling (o.a. de Green ChemistryCampus in Bergen op Zoom), het acquireren van toegepastekennisinstituten (o.a. de Knowledge and Innovation Commu­nity InnoEnergy in Eindhoven) en valorisatie/investerings­fondsen (zie ook paragraaf 5). Binnen de verschillende busi­ness cases wordt samengewerkt met de naburige regio’s. MetGelderland wordt gewerkt aan een valorisatieprogrammaSolar, met Zeeland, Zuid-Holland en Vlaanderen aan de posi­tionering van de Zuidwestelijke Delta als Europese BiobasedEconomy hotspot. Waar Solliance samenwerkt in de ELA(Eindhoven, Leuven, Aken) regio – waarbij o.a. het BelgischeIMEC instituut reeds is aangesloten – wordt Biobased vanuitde Vlaams-Nederlandse Delta opgepakt. In het BrabantsEnergie Overleg organiseert de provincie het gesprek tussengemeenten, regio’s en maatschappelijke partners zoals deBMF om een versnelling te geven aan de energietransitie.De integratie van de drie clusters komt bovendien samen inhet “Smart Energy Region Brabant” initiatief. Dit is een label- geïntroduceerd door de provincie en de TU/e - waaronderbedrijfsleven, kennisinstellingen en overheden samenwerkenom duurzame energieoplossingen te implementeren in destad en haar omgeving. O.a. Philips, NXP, Siemens enKEMA ondersteunen dit initiatief. Ook de B5-gemeenten enregionale partijen als het SRE staan positief ten opzichte vandeze aanpak. Gezamenlijk wordt gebouwd aan een proef­tuin/living lab met een meerledige doelstelling: ten eerste hetenorme potentieel van kennis, innovatieve bedrijven en star­tende ondernemingen sneller de weg naar de markt te latenvinden; ten tweede het leveren van een concrete bijdrage aande verduurzaming van Brabant.Tot slot staat duurzame energie hoog op de prioriteitenlijstvan Europa. Dit biedt kansen om projectfinanciering deels uit22Roland Berger Strategy Consultants, ‘Stimulering van de economische potentie van duurzame energie voor Nederland’, februari 2010, inopdracht van de Innovatieraad.
    • 31Economisch Programma Brabant 2020Europa te betrekken. Het gaat dan onder andere om onder­zoeksbudgetten gekoppeld aan het 7de en 8ste Kaderpro­gramma voor Onderzoek & Ontwikkeling, om het nieuweOP-Zuid (waarin conform de Europese (concept-) verorde­ningen minimaal 20% van het budget aan Energie dient teworden besteed) en om investeringsgelden voor de uitrol vanduurzame energie bijvoorbeeld via het programma ELENAvan de Europese Investerings Bank. Uitwerking hiervan volgtin de Uitvoeringsagenda “Internationalisering, Promotie enBranding”, zie hoofdstuk 4.Gezond ouder worden (zorgeconomie)Brabant staat voor ingrijpende demografische ontwikkelingen:het aantal ouderen neemt sterk toe en het aantal jongerendaalt. Dit zet de samenleving onder grote druk, in hetbijzonder als het gaat om de zorg. Er zijn innovatieve oplos­singen nodig om de zorg in de toekomst betaalbaar en vangoed niveau te houden. Deze maatschappelijke opgave biedttegelijkertijd kansen voor onze economische clusters.Zorgeconomie is een bij uitstek verbindend, multidisciplinairthema. Vanuit zorgeconomie zijn er slimme verbindingen teleggen met meerdere clusters: life sciences (farma), high tech(onder andere medische technologie en intelligente systemen)en food, maar ook met een discipline als design. Voor hetverder uitwerken van het thema ligt een cross-over benaderingdan ook voor de hand.De uitgangspositie van Brabant ten aanzien van zorgeconomieis goed. Er is in de afgelopen jaren een sterk netwerk op hetgebied van zorgeconomie ontwikkeld. Programma’s als SlimmeZorg (sociale en maatschappelijke innovatie & ICT), Innova­tieve Acties Brabant (samenwerking zorginstellingen en MKB-bedrijven uit diverse clusters op basis van nieuwe businesscases) en Op de Bres voor de Zorg (arbeidsmarktbeleid) hebbenhieraan bijgedragen. Daarnaast participeren de provincie enverschillende Brabantse partijen in Europese projecten ennetwerken op het snijvlak van innovatie en zorg, zoals deprojecten Innovation 4 Welfare en PEOPLE. Als gevolg vandeze programma’s en projecten en actuele ontwikkelingen inde samenleving is er sprake van een toenemende dynamiek enambitie rondom het thema zorgeconomie. Daardoor kanBrabant zich positioneren als Europese proeftuin voor zorg­economie.De primaire focus van de provincie ten aanzien van zorg­economie ligt bij leggen van nieuwe en slimme verbindingentussen economische kansen en maatschappelijke opgaven.Bedrijven, zorginstellingen en kennisinstellingen worden metandere publieke en private stakeholders verbonden. Voor­beelden zijn het aanjagen van innovatie en het ontwikkelenvan nieuwe verdienmodellen op het gebied van zorg­economie. Maar ook een directe relatie met het Rijk (regel­arme experimenteerruimte) en Europa (European InnovationPartnerships) worden daarbij meegenomen. Op provinciaalniveau wordt hiermee actief invulling gegeven aan verbinden,versnellen en opschalen zodat de innovatiepotenties vanBrabant op het gebied van zorgeconomie deze bestuurspe­riode (inter)nationaal zichtbaar worden. Hiermee is er zowelvanuit het economisch beleid als vanuit de sociaal-maatschap­pelijk betrokkenheid van de provincie een provinciale rolweggelegd. Deze rol wordt onderstreept door verschillendetoonaangevende partijen in Brabant. Onder andere SERBrabant en Provinciale Raad Gezondheid (PRG) hebbengepleit voor een actief provinciaal beleid op het gebied vanzorgeconomie (SER-rapport “Slim Verbinden” (maart 2011),“de Gezondheidsagenda van de Toekomst” van PRG (januari2010) en “Naar een gezond Brabant; Strategienota IntegraalGezondheidbeleid” (november 2010) van PRG).Het thema Zorgeconomie wordt uitgewerkt in een uitvoe­ringsprogramma en investeringsplan. Dit gebeurt mede aande hand van het advies dat SER Brabant en de PRG eindmaart 2012 op verzoek van het college uitbrengen over dekansen, focus en gewenste aanpak.4 Bedrijventerreinen en het creëren van“innovatiebevorderende werklocaties”Implementatie van de Strategie Werklocaties (zie hoofdstuk 2,“de basis op orde”) biedt het Brabantse bedrijfsleven ruimteom te ondernemen. Dit is spoor 1 van het Provinciale werk­locatie beleid. In het 2e spoor van de Strategie Werklocatieskiest de Provincie ervoor om expliciet in te zetten op de onder­steuning en ontwikkeling van werklocaties die faciliterend zijnaan clusters. Dit 2e spoor heeft betrekking op een ontwikke­lingsgerichte rol en extra inzet van de provincie om vanuit eengoed vestigingsklimaat te komen tot een Europese top kennis-en innovatieregio. Dit spoor is complementair aan spoor 1.Stedelijke knooppuntenNaast de ondersteuning en ontwikkeling vanclusters is er in spoor 2 van de Strategie Werk­locaties voor het (her)ontwikkelen van kwalitatiefhoogwaardige werklocaties in stedelijke concen­tratiegebieden. Hierbij wordt ook gekeken naarde ontwikkeling van landinwaarts gelegen multi­modaal ontsloten goederenvervoersknooppunten,de zogenaamde inland hubs en inland terminals.De provincie wil de economische potentie diedeze knooppunten hebben optimaal benutten.
    • 32 Economisch Programma Brabant 2020Binnen de clusters zien we een ontwikkeling waarbij sommigefysieke terreinen een bredere functie bieden dan alleen kwan­titeit en kwaliteit van ruimte. In de Strategie Werklocatieswordt gesproken over “innovatie bevorderende werklocaties”.Het meest sprekende en al enige tijd uitgekristalliseerde voor­beeld is de High Tech Campus in Eindhoven. Werklocaties inontwikkeling zijn de Automotive Campus in Helmond, deDinalog Campus in Breda, Willemspoort in ’s-Hertogen­bosch, de Brainport Industries Campus in Eindhoven, Avio­landa in Woensdrecht, Gate2 in Gilze-Rijen, Metal Valley inDrunen, de Green Chemistry Campus in Bergen op Zoom enhet Life Science Park Oss.Binnen de clusters zien we een ontwikkeling waarbij sommigefysieke terreinen een bredere functie bieden dan alleen kwan­titeit en kwaliteit van ruimte. In de Strategie Werklocatieswordt gesproken over “innovatie bevorderende werklocaties”.Het gaat om ruimtelijke kwaliteit, maar ook om het gezamen­lijk benutten van faciliteiten (facility sharing), het aantrekkenvan kennisintensieve nieuwe vestigers, het ondersteunen vanstartende en groeiende bedrijven en om het verbinden vanpartijen, waaronder onderwijs en researchinstellingen, op enbuiten het terrein. Het gaat kortom om het creëren van inno­vatie bevorderende werklocaties waarbij open innovatie eenbelangrijk element vormt.De ontwikkeling van dergelijke specifieke werklocaties vraagtom ontwikkelingsgerichte samenwerking van meerdere publiekeen private partners, rondom een sluitende business case.De provincie is partner in een aantal samenwerkingsverbandenen wil dat in de komende jaren bij nieuwe initiatieven ook zijn.De Provincie zal hier echter zeer selectief mee omspringen.De focus ligt hierbij op ondersteuning en ontwikkeling vanwerklocaties die faciliterend zijn aan clusters die groei- eninnovatiepotentie hebben of bijdragen aan maatschappelijkeopgaven. Ook kiest de provincie er voor om vooral bij tedragen aan de ontwikkeling van werklocaties die zijn gelegenin en nabij de stedelijke concentratiegebieden en knoop­punten. Voor betrokkenheid bij Campussen heeft de provincieals afwegingskader de “Notitie Brabantse Campussen” opge­steld. Voor andere terreinen wordt een soortgelijke afweginggemaakt. De betrokkenheid en ontwikkelrol van de provinciegaat immers verder dan alleen de Brabantse Campussen.Bij de uitwerking en uitvoering van de Strategie Werklocatieszal nader worden onderzocht op welke manier de provinciede prioritaire clusters het beste ruimtelijk kan ondersteunen.Hierbij wordt ook de inzet van middelen en instrumentenbekeken en mogelijk herijkt. De Provincie zal daarbij telkensbezien of er een rol voor het Provinciale Ontwikkelbedrijf isweggelegd en welke rol de BOM/BHB daarbij kan spelen.De provincie zal telkens aansturen op een bredere positione­ring en rol van de fysieke brandpunten: het gaat niet enkelom het ontwikkelen van de terreinen an sich, maar ook om debenutting van deze locaties in het gehele cluster en in debredere regio. De vraag is telkens: hoe verhouden deze “inno­vatiebevorderende werklocaties” zich tot andere bedrijventer­reinen/werklocaties en tot andere bedrijven en instellingen inhet cluster. Dit om te voorkomen dat het “eilandjes” worden.Een belangrijk aandachtspunt is ook het aanhaken van MKB-bedrijven bij de open innovatie processen op en rondom defysieke brandpunten.Metal ValleyEen voorbeeld van de benutting van een fysiekeplek voor een breder cluster is Metal Valley inDrunen. Doel is om dit terrein te laten functionerenals brandpunt van een open innovatie ecosysteemdat samenwerking stimuleert tussen bedrijven,onderwijs- en onderzoeksinstellingen en overhe­den op het gebied van de metallurgie en enginee­ring, onderdeel van het cluster High Tech Systemsen Materialen. Zo wordt de binding van innova­tieve bedrijven in de metaal- en machine industrie(een belangrijke bron van werkgelegenheid) metde Brabantse regio versterkt.
    • 33Economisch Programma Brabant 2020Campussen als fysieke brandpunten in deBrabantse topclusters: een afwegingskaderCampussen zijn in opkomst. De afgelopen jaren heeftde provincie vanuit haar bovenregionale rol op ver­schillende manieren bijgedragen aan de ontwikkelingen verdere benutting van campusterreinen.Voorbeelden zijn de High Tech Automotive Campus,de oprichting van de Green Chemistry Campus enrecent ook het Oss Life Science Park. Om helder tekunnen maken in welke situaties een provincialebetrokkenheid gerechtvaardigd is en welke instrumen­ten ingezet kunnen worden, is de Notitie BrabantseCampussen opgesteld. De notitie bevat een afwe­gingsmodel om het besluitvormingsproces tefaciliteren.In de campusnotitie worden 22 criteria/aandachts­punten benoemd die per initiatief worden bekeken.Drie criteria zijn zogenaamde ‘showstoppers’, daarmoet sowieso aan voldaan worden wil de provincieeen rol spelen bij de verdere ontwikkeling (en/ofbenutting) van het terrein: (i) een totaalvisie op hetstimuleren van innovatie, (ii) verbondenheid met eentopcluster en (iii) maatschappelijke relevantie. Anderecriteria houden bijvoorbeeld verband met de aan­vangsmassa en het ontwikkelpotentieel van decampus, de aanwezigheid van faciliteiten, borgingvan het eigendom van de campus, een visie op desamenstelling van het vastgoed, duurzaamheid en eensluitende business case. De beoordeling op dezecriteria bepaalt in welke mate er sprake is van een‘topcampus’ of niet. De rol van de provincie – en deinzet van beleidsinstrumenten – is daar weer afhanke­lijk van: bij een topcampus kiest de provincie eerdervoor een actieve betrokkenheid en kan besluiten (mede)te participeren in het eigendom van de campus.De provincie is dan daadwerkelijk een strategischepartner. In andere gevallen heeft de provincie eenmeer faciliterende rol, bijvoorbeeld door het initiatiefte agenderen in Regionale Ruimtelijke overleggen, hetvastleggen van het initiatief in een structuurvisie, hetbij elkaar brengen van de juiste partners, aansprekenvan bestuurlijke netwerken, enzovoort.De volgende figuur vat het provinciale besluitvormings­proces per campusinitiatief samen, zoals opgenomenin de notitie.Geen rol voor de provincie bij de campus.Wel, vanuit bestaande beleidsvelden,betrokken bij de ontwikkeling van het cluster(bijv. inzet van de BOM)MaatschappelijkeorganisatiesNeeNeeJaJaOndernemersOverhedenStap 2: is er sprake van een publiek belang bij het campusinitiatief?Stap 4: is betrokkenheid van de provincie vereist en gewenst?GS-Besluit IStap 5: keuze voor rol en type instrumenten. GS-Besluit IIGeen actieve betrokkenheid van de provinciebij de campus. Wel mogelijk passievebetrokkenheid (faciliteren) en bij de ontwikke­ling van het cluster (bijv. inzet van de BOM)Provincialeinzet bij campusinitiatief–maatwerkSpecifieke uitwerking (bijv. uitwerken randvoor­waarden van een participatie, omvangervan, exit-strategie)Inzet passiefinstrumentariumInzet actiefinstrumentariumInternationalenetwerkenOnderzoeks­institutenOnderwijsStap 1: dialoog met initiatiefnemers: campus meest geëigende middelom voor dit cluster te komen tot open innovatie en verdere groei?Een formeel campusinitiatief Geen formeel campusinitiatiefUitgangssituatie: dynamiekin het cluster. Ideeën, initiatieven,interesse bij diverse stakeholdersStap 3: profielschets van het initiatief en verdere uitwerking businessplan. Provincie brengt aandachtspunten in.
    •                                                                                                             34 Economisch Programma Brabant 2020Prioriteiten in de komende jaren:Een structurele proactieve aanpak met bijbehorende inzet vanprovinciale instrumenten (zoals gerichte inzet van het Ont­wikkelbedrijf en BOM/BHB) moet in deze bestuursperiodenader vorm krijgen:• Leveren van maatwerk aan de hand van de opgaven percluster, in dialoog met de partners in de triple helix. Ziehiervoor ook pagina 33. Hierbij zal de Provincie selectief,maar ook proactief op de belangrijkste ruimtelijk-econo­mische vraagstukken inspelen. Binnen het provincieappa­raat is daarvoor het borgen van structurele samenwerkingtussen relevante disciplines nodig, waaronder innovatie,bedrijfsomgeving, arbeidsmarkt, ruimtelijke ordening eninternationale zaken. Gedacht wordt aan het werken inprojectteams. Vandaaruit kan ook accountmanagementworden opgezet voor de beeldbepalende bedrijven en insti­tuten in de clusters.• Het Provinciale Ontwikkelbedrijf en de BOM/BHB zullen(waar mogelijk in samenwerking) een rol spelen bij deontwikkeling van nieuwe “innovatiebevorderende werklo­caties” en bij de herprofilering van bestaande23. HetOntwikkelbedrijf wordt nu ingezet om grondreserveringente doen en kan vastgoedposities innemen daar waar het omde positie van strategische plekken gaat. Het (financieel)kader waarbinnen het Ontwikkelbedrijf opereert kan in dekomende jaren sterker worden verbonden met de bredereeconomische uitdagingen die in de clusters bestaan.Bij de BOM/BHB zullen we sturen op een bredereontwikkelrol van de afdeling bedrijventerreinen en het insynergie inzetten van de vier kerntaken van de BOM(ontwikkeling & innovatie, participatie, acquisitie enterrein(her)ontwikkeling) rondom de prioritaire “innovatie­bevorderende werklocaties”. Er wordt tevens onderzochtof de participatiecriteria van de BHB aanpassing behoevenom effectiever op de innovatieve clusters te kunnen wordeningezet.5 Verbinding met arbeidsmarktbeleid enonderwijs/kennisArbeidsmarktbeleidEen in alle clusters gevoeld knelpunt is het groeiende tekortaan (technische) vakmensen, op alle niveaus. In het arbeids­marktbeleid (zie hoofdstuk 2, “de basis op orde”) is hiervooraandacht: “focus wordt gelegd op het toeleiden van werkne­mers naar kansrijke sectoren (voldoende instroom voor desterke Brabantse clusters). Dat geldt ook voor het bevorderenvan de instroom van leerlingen: de focus ligt op opleidingenvoor kansrijke (regionale) en excellente (top)sectoren.”Dit is een actielijn in het Brabantse Arbeidsmarktakkoord diealle aandacht verdient. De Provincie zal bevorderen dat in hetaanjaag- en ontwikkelwerk voor de clusters optimale verbin­dingen worden gelegd tussen generieke arbeidsmarktorganisa­ties en –netwerken en de specifieke clusterorganisaties en –netwerken. Ook het aantrekken van buitenlandsekenniswerkers is een aandachtspunt.Onderwijs- en kennisinstellingenDe afgelopen jaren heeft de provincie een actieve rol gespeeldin het aantrekken van hoogwaardige kennisinstellingen naarBrabant, zoals TNO Industrie, TNO Automotive en ECN.Zij zijn cruciaal voor de economische clusters. Nu is het zaakom maximaal innovatie- en valorisatiedynamiek rondom dezehoogwaardige kennisinstellingen te creëren.Inmiddels zijn binnen het Maintenance cluster goede erva­ringen opgedaan met doorlopende leerlijnen tussen de diverseonderwijskolommen. Daarnaast spelen kennisinstellingen eenbelangrijke rol bij campusontwikkelingen als de GreenChemistry Campus en de High Tech Automotivecampus.De provincie zal bevorderen dat het onderwijs optimaal bij degezamenlijke aanpak van clusteropgaven betrokken wordt.Belangrijke thema’s daarbij zijn:• Een goede aansluiting met het landelijk topsectorenbeleid.Vooral de aansluiting tussen het regionale beleid en delandelijke Human Capital Agenda’s (in het Topsectorenbeleid) is daarbij van belang. Daarbij wordt de problema­tiek van het tekort aan kenniswerkers betrokken.• De totstandkoming van centra voor vakmanschap encentra voor expertise. Op clusterniveau gaat het vooral omde doorlopende leerlijnen die nodig zijn en de samenwer­king met het bedrijfsleven daarin.• Het behouden en aantrekken van (internationale)studenten en talenten.• Betrekken van de kennis en competenties van BusinessSchools bij het ontwikkelwerk in en tussen de clusters.Hierbij wordt gekeken naar nationale en internationalesamenwerking.23Herprofileringen vinden plaats op Aviolanda (Woensdrecht) en het Life Sciences Park Oss.
    •                                                            35Economisch Programma Brabant 2020Holst Centre, open innovatie in de HighTech industrieHet Holst Centre is een voorbeeld van een publiek­privaat samenwerkingsverband rond gedeeldetechnology-roadmaps en onderzoeksprogramma’sop het gebied van draadloze sensortechnologieen flexibele elektronica. Het is opgericht als jointventure van TNO en het Vlaamse IMEC, metondersteunende financiering van het Rijk (FES-geld). Het is een toonaangevend voorbeeld vanopen innovatie waarbij de focus ligt op het con­creet toepassen en vermarkten van ‘state of theart’ technologie. Het Holst Centre slaagt erinsteeds meer bedrijven aan zich te binden, zowelgrootbedrijf als MKB, zowel nationaal als interna­tionaal. Daarbij nemen de private partijen eensteeds hoger aandeel in de financiering voor hunrekening. Het Holst Centre is daarmee een voor­beeld voor andere publiek-private samenwerkingverbanden.6 Verbinden van clusters met het bredereecosysteem (sport, cultuur, vitaalplatteland, vrije tijdseconomie en natuur,water en landschap)Er zijn, naast de vier onder punt 3 genoemde opgaven, ooknieuwe economische en maatschappelijke ontwikkelings­kansen te verzilveren als de innovatiekracht van onze sterkeeconomische clusters verbinden met de thema’s bereikbaar­heid en mobiliteit en met het bredere ecosysteem. Dit is eenlangere termijn ontwikkelspoor. In paragraaf 2.6 zijn alenkele aanzetten en kansen beschreven. We zullen dezeaanzetten en kansen betrekken bij het aanjaag- en ontwikkel­werk in en tussen de clusters.7 Een krachtige internationaliseringsagenda(internationalisering, public affairs enbranding)Aan Internationalisering is een separaat hoofdstuk gewijd:hoofdstuk 4.8 (Groei)kapitaal voor de topclusters:bedrijfsfinancieringDe bedrijven in de clusters kunnen alleen groeien en inno­veren als ze kunnen beschikken over voldoende financierings­bronnen. Op dit moment wordt door de Provincie uitgezochthoe groot de financieringsbehoefte in Brabant precies is(onderzoek naar het Brabantse “Equity Gap”). Dit onderzoekis in het najaar van 2012 afgerond. Parallel wordt nu al gewerktaan het voorbereiden van een aantal concrete financierings-instrumenten.Om groeikapitaal beter beschikbaar te maken voor het MKBin de Brabantse clusters zal in de komende jaren wordt gewerktlangs vier actielijnen:• Optimaal benutten van reeds beschikbare financierings­instrumenten (van het Rijk en Europa)• Mobiliseren, organiseren en toegankelijk maken vanprivaat kapitaal• Afdichten van de Brabantse “Equity Gap” en hetorganiseren van een sluitende financieringsketen• Verbinden van innovatieondersteuning en bedrijfs­financieringOptimaal benutten van reeds beschikbare finan­cieringsinstrumenten (van het Rijk en Europa)Nationaal: inspelen op de financieringsmogelijkheden uit hetTopsectorenbeleid en de generieke landelijke financierings­instrumenten zoals de Innovatiekredietregeling.Internationaal: inspelen op het nieuwe Europese Commissieplan voor de stimulering van ondernemerschap (“Programmefor the Competitiveness of Enterprises and SMEs”). Voor deperiode 2014-2020 is € 2,5 miljard beschikbaar om detoegang van MKB-bedrijven tot financiering te verbeteren,ondernemerschap te bevorderen en starters te ondersteunen.Mobiliseren, organiseren en toegankelijkmaken van privaat kapitaalVoor het betrekken van netwerken van private investeerdersworden op dit moment twee acties voorbereid: het oprichtenvan een Business Angel24 Netwerk Brabant. Er ligt eenconcept Plan van Aanpak dat wordt besproken met de deel­nemers van Actieplan Groei (zie hieronder) en met particu­liere partijen, waaronder banken. In het voorjaar van 2012moet dit plan uitvoeringsklaar zijn. Daarnaast wordt vanuitBrainport het “Brainport Networking Financials” opgezet.Hierin zitten vertegenwoordigers van bedrijven, kennisinstel­lingen en overheid. Het doel is om de discussie over financie­24Een Business Angel is een particuliere investeerder die zich richt op bedrijven die zich in een startfase bevinden. Naast geld wordt vaak ookkennis, netwerk en ervaring ingebracht. Het gaat meestal om relatief kleine participaties.
    • 36 Economisch Programma Brabant 2020ring te bundelen en te stroomlijnen en nieuwe initiatievenvoor financieringsinstrumenten te helpen ontwikkelen.Provincie en BOM maken deel uit van dit netwerk.Afdichten van de Brabantse “Equity Gap”en het organiseren van een sluitendefinancieringsketenMet het organiseren van een sluitende financieringsketenwordt bedoeld dat voldoende financiering beschikbaar is vooralle stadia van bedrijvigheid, van het financieren van star­tende bedrijven (pre-seed en seed kapitaal) tot en met de(door)groei van bedrijven (later-stage kapitaal).Uiteindelijk moeten al deze instrumenten als schakels in eenketen goed op elkaar aansluiten en moet er ook goede “loket”functies voor MKB-ondernemers worden georganiseerd. Eenvoorbeeld van zo’n loketfunctie is Actieplan Groei!.Actieplan Groei!In Actieplan Groei! werken overheden, belangen­behartigers en intermediaire organisaties samendie startende en groeiende ondernemers advise­ren en begeleiden in Brabant en Zeeland. Eén vande doelen van Actieplan Groei! is om voor MKB-bedrijven een laagdrempelig loket te bieden naarde verschillende financieringsmogelijkheden die ervoor bedrijven in de regio zijn. Er wordt gewerktaan een doorstart van het Actieplan.In Brabant wordt de financiering van startende bedrijven ineerste instantie afgedekt via het regiodekkende netwerk vanvalorisatieprogramma’s (zie hoofdstuk 2). Aanvullend hieropzijn worden vanuit de BOM de mogelijkheden verkend ommet twee fondsen voor het Seed Capital Programma van hetlandelijke MKB+ fonds in aanmerking te komen: eenBiobased Fonds en een Life Science en Health Fonds. Devolgende tranche van het Seed Capital programma sluit eindmaart 2012. Hiervóór moet er duidelijkheid zijn of er vanuitBrabant aanvragen kunnen worden gedaan.De ontwikkeling van een Solar fonds is in de wacht gezet inafwachting van voorstellen vanuit de landelijke Topsectoren.Voor dit fonds is wel een bedrag van € 10 miljoen gereser­veerd (Zie paragraaf 3, Duurzame Energie). Met Gelderlandworden gesprekken gevoerd om te bezien hoe met het Solarfonds aangehaakt kan worden bij de nieuwe innovatiecon­tracten voor de Topsector Energie.Wat later-stage fondsvorming betreft: via Gelderland is deprovincie Noord-Brabant betrokken bij het opzetten van eenAgro-food fonds. Naast Gelderland en Brabant hebbenLimburg, Overijssel en mogelijk ook Noord-Holland belang­stelling voor dit fonds. Een plan van aanpak is in uitwerking.In de regio Eindhoven is voorts een particulier initiatiefgestart voor een later-stage fund: het Brainport ExpansionFund. Initiatiefnemers zijn personen afkomstig uit de venturecapital wereld. Er wordt nu gewerkt aan de uitwerking vaneen business plan. Het fonds mikt op een bredere range vanclusters. De BOM ziet goede mogelijkheden voor inhoude­lijke afstemming met dit fonds.Het Rijk kan initiatieven op het gebied van later-stage finan­ciering ondersteunen vanuit het “Fund-to-Fund” onderdeelvan het landelijke MKB+ fonds. Door de provincie wordtoverleg gevoerd met het Rijk om de mogelijkheden van cofi­nanciering vanuit het “Fund-to-Fund” te verkennen.Verbinden van innovatieprocessen enfinancieringDe BOM pakt dit onderwerp op via onder meer intensiveringvan de samenwerking binnen Actieplan Groei!; door intensie­vere interne samenwerking tussen de BOM kerntakenOntwikkeling & Innovatie en Participatie en door bij cluster­ontwikkeling standaard ook partijen uit de financiële wereldte betrekken.Meer in het algemeen geldt dat naast het financieren vanbedrijven ook het financieren van innovatieprojecten nodig is(met sterke onderlinge verbindingen). Hier wordt in devolgende paragraaf op ingegaan.9 Innovatiefonds voor de financiering vangezamenlijke innovatieprojectenHet uiteindelijke doel van het aanjaag- en ontwikkelwerk inen tussen de clusters is dat kennis via de drieslag “kennis,kunde, kassa” wordt omgezet in concrete nieuwe productenen diensten. Daarom is het nodig om na initieel aanjaag- enontwikkelwerk ook financieel in concrete innovatietrajectenvan MKB-bedrijven te kunnen participeren. Daarmee wordtimmers de drieslag “aanjagen, ontwikkelen en realiseren”compleet gemaakt.Het is de verwachting dat het nieuwe (inter)nationale instru­mentarium voldoende ruimte biedt om de innovatieplannenvan individuele MKB-bedrijven te ondersteunen (zie ookparagraaf 1). De uitdaging is om het Brabantse MKB in grotengetale gebruik te laten maken van dit instrumentarium. Hetonder de aandacht van ondernemers brengen van deze gene­
    • 37Economisch Programma Brabant 2020rieke, nationale instrumenten is geen primaire taak voor deprovincie. Die taak ligt eerder bij de Ondernemingspleinen.Vernieuwing komt echter steeds vaker voort uit samenwerkingvan bedrijven en juist op dat vlak vallen er, met het wegvallenvan het landelijke Pieken in de Delta programma, gaten inhet innovatie instrumentarium. Bovendien staan financiersmomenteel niet in de rij voor de financiering van gezamen­lijke productontwikkeling, gezien de complexiteit van geza­menlijke ontwikkeling en onzekerheid over het succes vaninnovaties. Er is daarom behoefte aan een innovatiefonds dathet investeren in kleine collectieve innovatieprojecten (met 3-5partijen, waaronder altijd enkele MKB-bedrijven), gericht ophet ontwikkelen van nieuwe producten en diensten, mogelijkmaakt.Door het opzetten van een Innovatiefonds draagt de provincieop een risicodragende manier bij aan concrete productont­wikkeling binnen en tussen de clusters. Het biedt tevens eenkans om publieke middelen op een revolverende manier in tezetten. Dat past bij de nieuwe, meer ondernemende rol van deprovincie. Voor de uitvoering van de fondsactiviteiten is decombinatie van investeringskennis en innovatiekennis essen­tieel.Een wezenlijk vertrekpunt is dat aan de Innovatieprojectendie vanuit het fonds gesteund worden ook partners van buitende regio kunnen deelnemen. Niet alle relevante kennis encompetenties zijn immers in de eigen regio voorhanden.Vergelijkende studies wijzen uit dat de kans op succes groterwordt als internationale samenwerking in regionale fondsenwordt aangemoedigd. Dit betekent ook meteen een concreteverbinding met de Internationaliseringstrategie (zie hetvolgende hoofdstuk).10 Proeftuinen en innovatief inkopenDoor het inrichten van proeftuinen kunnen innovatieve oplos­singen sneller en krachtiger naar de markt worden gebracht.Kern van een proeftuin is dat alle stakeholders (van ontwikke­laars en kennisleveranciers tot en met regelgevers, financiersen eindgebruikers) intensief met elkaar samenwerken in eenomgeving waarin een marktsituatie voor een innovatieveoplossing wordt nagebootst, maar met bewuste weglating vaneen aantal regels en andere belemmeringen die het experi­menteren met nieuwe oplossingen soms tegenhouden. Deprovincie kan hierbij een rol spelen door het helpen creëren(in samenspraak met het Rijk) van “regelarme” ruimten25. Endaarnaast door het inbrengen van concrete assets (bijvoor­beeld provinciale wegen en data waar het gaat om proef­tuinen op het gebied van Slimme Mobiliteit, zie ook para­graaf 3) en door het inzetten van haar eigen inkoop beleid(denk aan bussen voor het Openbaar Vervoer in relatie metElektrisch Rijden).In indirecte zin kan de Provincie helpen bij het mobiliserenen bundelen van de marktvraag van anderen: van steden, vanwaterschappen, van woningbouw corporaties, van zieken­huizen en scholen, etc. Brabant wil tevens een (Europese)proeftuin worden voor zorgeconomie en voor vernieuwendarbeidsmarktbeleid. Rond het thema economie/innovatie ennatuur wordt gekeken naar experimenteerruimte in bijvoor­beeld het Groene Woud.3.4. Uitgangspunten voor de rol vande provincie bij de implementatievan dit 10-punten planIn de beschrijving van de 10 punten zijn verschillende rollenvan de provincie aan bod gekomen. We vatten in deze para­graaf de belangrijkste uitgangspunten voor de provinciale rolsamen.Uiteindelijk moet het bedrijfsleven de kar (willen) trekken.Dat is telkens de lakmoesproef. De overheid kan en magimmers niet op de stoel van de ondernemer gaan zitten.Verbinder en makelaarDe provincie wil aan de realisering van de Brabantse topam­bities een bijdrage aan leveren en een partner in ontwikkelingzijn. Het uitgangspunt is dat cluster- en netwerkorganisatiesen lokale/regionale ontwikkelingspartijen primair aan zet zijnbij het vorm geven van de clusters op zich. Zij doen dat opbasis van duidelijke toekomstvisies (o.a. de strategische regio­agenda’s) en investeringsplannen. Mochten die plannen nietvan de grond komen, dan kan de provincie mee helpen initi­eren/coördineren. Waar die plannen er zijn legt de provincieeigen accenten vanuit haar rol als middenbestuur: stimulerenvan slimme verbindingen tussen clusters en met maatschap­pelijke opgaven.Complementaire en actieve rolDe provincie wil complementair werken aan de andere over­heden: lokale en regionale ontwikkelingen met elkaarverbinden, bovenregionale opgaven zelf oppakken en waar25Een meer algemeen voorbeeld van regelarme ruimte: ondernemers zijn van belang voor een vitaal platteland. Daarom houdt de provincie haarmilieu en ruimtelijke regelgeving kritisch tegen het licht. Welke ‘ruimte’ de provincie wil bieden aan deze ondernemers op het platteland wordtgeschetst in het koersdocument Stad en Platteland.
    • 38 Economisch Programma Brabant 2020nodig nationaal en internationaal verbindingen leggen alsontwikkelingen daarom vragen. De provincie wil bij hetbenutten van kansen een actieve partner zijn en samen­werking aangaan met andere regio’s in Nederland, Europa ende wereld om meer gezamenlijke slagkracht te bereiken. Hetmag daarbij niet bij mooie intenties blijven: de provincie wilparticiperen in gezamenlijke ontwikkelingen.Multidisciplinair maatwerkDe precieze inzet van aanjaag- en ontwikkelcapaciteit percluster en tussen de clusters is een kwestie van maatwerk. Ookgaat het veelal om het combineren van competenties: nietalleen ontwikkeling & innovatie, maar ook werklocatieontwikkeling, internationalisering en andere disciplines,afhankelijk van de situatie. Het Economisch Programma geeftals koersdocument geen antwoorden op deze maatwerkvraagstukken. De clusteranalyse in bijlage 2 geeft aanzetten,die in de komende maanden per cluster kunnen wordenuitgebouwd en geconcretiseerd in “roadmaps” voor dekomende jaren.Van subsidiegever naar co-investeerderDe financiële middelen van de provincie worden waar datmogelijk is revolverend ingezet, in plaats van als subsidies enexploitatie uitgaven. Investeringen (vermogensmiddelen)blijven op die manier in principe voor de provincie beschik­baar.Resumé: samenhang basis op orde enop weg naar de topIn de twee hoofdstukken “de basis op orde” en “op weg naarde top” zijn een groot aantal acties de revue gepasseerd. Hetis van belang telkens de samenhang tussen deze acties in hetoog te houden. De acties liggen vaak in elkaars verlengde enkunnen elkaar versterken. Ook deze observatie wijst in derichting van een multidisciplinaire aanpak, zowel binnen alsbuiten het Provinciehuis.mobiliserenmarktvraag‘crosslinked’ clusters‘connected’ clustersopbouwen jonge clustersuitbouwen gevestigde clustersbasis op orde: talent, plekken, etcversterkensamenhangecosysteemwegnemenbarrieresondernemeingsgroeiNotities
    • Economisch Programma Brabant 2020 394InternationaliseringBrabant als actieve regio in EuropaGrensoverschrijdende verbindingen zijn voor Brabantsebedrijven nu al erg belangrijk. Bedrijven zetten flink af opbuitenlandse markten, de interactie met andere Europeseregio’s wordt steeds frequenter (denk aan de Brabantse deel­name aan diverse Europese programma’s), bedrijven uit dehele wereld vestigen zich in Brabant, internationale kennis­werkers houden onze clusters mede draaiend, etc. Dankzijhaar geografische ligging en de aanwezigheid van mondialespelers (o.a. ASML, Philips, FEI, Philip Morris, VDL enStork / Fokker) vormt de regio bovendien een belangrijkinternationaal knooppunt. Een goed internationaal netwerk –en een beleid dat internationale samenwerking stimuleert – isdaarom onontbeerlijk. Zoals in hoofdstuk 1 al is aangegeven:Brabant heeft Europa kansrijke “smart specializations” tebieden en ziet zichzelf nadrukkelijk als samenwerkingspartnerin het Europa van de regio’s.Naar een Uitvoeringsagenda voorInternationalisering, Public Affairs en BrandingDe provincie werkt samen met partners aan een Uitvoerings­agenda voor Internationalisering, Public Affairs en Branding(IPB), die medio 2012 gereed zal zijn. Voorheen waren dezeactiviteiten op verschillende plekken binnen de provinciebelegd; nu wordt een meer integrale benadering nagestreefd.Leidraad vormen de vier maatschappelijke opgaven die in hetEconomisch Programma centraal staan: slimme mobiliteit,duurzame energie, duurzame agro-food keten en gezondouder worden. In het kader van het opstellen van het IPBplan worden voor deze maatschappelijke opgaven internatio­nale kansen geïdentificeerd, samen met de partners uit deregio. De provincie wil bij het benutten van deze kansen eenactieve partner zijn en samenwerking aangaan met andereregio’s in Europa en de wereld om meer gezamenlijke slag­kracht te bereiken. Het mag daarbij niet bij mooie intentiesblijven: de provincie wil participeren in gezamenlijke ontwik­kelingen.Hoewel de IPB Uitvoeringsagenda 2012-2015 breder is daneconomische ontwikkeling, zijn de IPB-doelen in lijn met hetEconomisch Programma: verbeteren van het concurrerendvermogen van Brabant, stimuleren van een internationalenetwerkeconomie, aantrekken en behouden van internatio­nale bedrijven en kenniswerkers en het bevorderen van eeninternationaal concurrerende werk- en leefomgeving.Internationale branding: high tech and hightouchEen stevige internationale profilering ondersteunt de inhou­delijke activiteiten op het gebied van internationalisering.Brabant, “Europe’s Heart of Smart Solutions”, heeft als regioeen onder-scheidende propositie door de combinatie van
    •                                                                40 Economisch Programma Brabant 2020“high tech en high touch”. Met deze propositie als vertrek­punt zijn met partners scenario’s voor internationale bran­ding uitgewerkt. Gekozen is voor “parallel merkbeleid”: deprovincie ontwikkelt samen met partners een ondersteunendkwaliteits-stempel, dat toegevoegde waarde biedt aanbestaande merken (van internationale bedrijven, grote stedenen regio’s, zoals Brainport). Inmiddels is gestart met hetopbouwen van een netwerk van ’sterke merken’ in Brabant.Public AffairsOok een actief Public Affairs beleid is nodig om inhoudelijkeactiviteiten op het gebied van internationalisering te onder­steunen. Door middel van lobby en netwerkcontacten zal deBrabantse Internationaliseringsagenda intensief onder deaandacht worden gebracht in Den Haag en Brussel. DeHaagse en Brusselse agenda’s zijn, zoals in hoofdstuk 1 isgeschetst, aan vernieuwing onderhevig en er liggen daaromnieuwe kansen voor Brabant. Speciale aandacht gaat daarbijin de komende jaren uit naar de vier centrale maatschappe­lijke opgaven. Wat concrete acties betreft wordt gedacht aanhet organiseren van “ateliers”, expertmeetings en politiekeconferenties in Den Haag en Brussel; het binnenhalen vanbeeldbepalende evenementen en de opbouw van alliantiesmet externe partners in lobbydossiers per onderwerp. Ookzullen de contacten in Brussel worden benut om tijdig kansenvoor deelname van Brabant aan Europese programma’s ennetwerken te signaleren en om de benutting van Europesemiddelen door Brabantse partners te bevorderen.Internationalisering en de Brabantse clustersBij het inspelen op internationale kansen zal in het bijzonderworden gewerkt vanuit de Brabantse “smart specializationstrategy”, die op pagina’s 6 en 34 is toegelicht en waarincross-overs tussen clusters en verbindingen met de maatschap­pelijke opgaven slimme mobiliteit, duurzame agro-food keten,duurzame energie en gezond ouder worden voorop staan. Inde clusterbeschrijvingen in bijlage 2 is per cluster aangegevenwat de huidige positie is met betrekking tot internationalise­ring en waar mogelijkheden liggen voor sterkere internatio­nale verbindingen. De stakeholders en experts hebben in declusteranalyse bovendien mogelijke rollen voor de provinciegenoemd.Om de clusters optimaal internationaal te verbinden moetworden gewerkt op drie niveaus:• Grensoverschrijdend: het gaat hierbij om het scheppen vangoede bestuurlijke en operationele kaders voor grensover­schrijdende samenwerking tussen bedrijven en tussenbedrijven en kennisinstellingen. Denk daarbij aan hetverdiepen van grensoverschrijdende bestuurlijke samen­werkingsverbanden zoals de Vlaams-Nederlandse Delta ende driehoek Eindhoven – Leuven – Aken en aan eenstimulerend programmakader voor economische samen­werking met Vlaanderen, Noordrijn-Westfalen en BadenWürttemberg.• Europees: er zijn veel sterke innovatieregio’s in Europa dievoor de Brabantse clusters interessant zijn vanwegecomplementaire kennis en competenties. Het is zaak metdeze regio’s selectief bestuurlijke en operationele relatiesaan te gaan die Brabantse bedrijven en instellingen facili­teren bij het aangaan van relaties. Daarbij kunnen Euro­pese programma’s als Horizon 2020, de nieuwe Interregprogramma’s maar ook bredere programma’s gericht opmaatschappelijke thema’s (duurzaamheid, ontwikkelingssa­menwerking, zorg ) worden benut, alsmede de relaties dievoortkomen uit Brabant Culturele Hoofdstad 2018. Ookeen adequate lobby in Brussel is van belang, ook om opko­mende clusters op de Europese agenda te zetten.• Mondiaal: het gaat op dit schaalniveau om het identificerenvan relevante landen en mondiale topregio’s waar – naasthandelsbevordering – winst te halen is door kennisrelatiestussen bedrijven (onderling en met universiteiten) te latenontstaan, het verder profileren van Noord-Brabant alsinternationale topregio, en het identificeren van relevanteregio’s voor het aantrekken van kenniswerkers.Naast specifieke uitdagingen per cluster zijn er enkele cluster­overstijgende aandachtspunten:• Bij internationalisering wordt al snel gedacht aan export­bevordering en handelsmissies. Er is behoefte aan een ster­kere verbinding van deze activiteiten met innovatiestimule­ring en het leggen van “business development” contactenmet buitenlandse partners. Dit heeft ook consequentiesvoor de keuze van landen en regio’s om mee samen tewerken.• Zeker wanneer de koppeling wordt gemaakt met maat­schappelijke opgaven, kunnen Europese/internationalefinancieringsbronnen (o.a. subsidies) buiten het innovatie­beleid gezocht worden. Zo zijn er middelen voor duur­zame ontwikkeling en ontwikkelingssamenwerking diebenut kunnen worden voor de uitvoering van innovatieveprojecten (technologieontwikkeling en/of –toepassing).• Ten slotte: om de clusters verder te ontwikkelen moeten debestuurlijke contacten en netwerken die bij het onderwerpPublic Affairs zijn beschreven optimaal benut worden. Eenvoorbeeld is het, samen met Vlaamse regio’s, op de Euro­pese agenda zetten van Brabant en Vlaanderen als top-3Biobased Economy regio in Europa. Met name voor denieuwere clusters en toepassingen – denk aan Solar enMaintenance – zou het bestendigen en benutten vanbestuurlijke contacten en netwerken onderdeel moetenuitmaken van het clusterbeleid.
    • Economisch Programma Brabant 2020 415Naar uitvoering:middelen, instrumentenen monitoringDoen, beslissen, denkenZoals in hoofdstuk 1 is aangegeven is het EconomischProgramma geen blauwdruk voor een uitgewerkte project­portfolio. Het is een koersdocument waarin op basis van devisie op de economische toekomst van Brabant keuzes wordengemaakt en waarin op hoofdlijnen een (tactisch) kader vooroperationele deelprogramma’s wordt geschetst. We gaanwerken volgens de drieslag “doen, beslissen, denken”: doenwat we meteen na het vaststellen van het EconomischProgramma kunnen gaan uitvoeren, beslissen over onder­werpen die in de loop van 2012 om nadere uitwerking enbesluitvorming vragen en denken over een aantal langeretermijn ontwikkellijnen, onder andere in de aanloop naar denieuwe Europese fondsen die in 2014 beschikbaar komen.Wat kunnen we op korte termijn doen:verdeling van middelenDe afgelopen jaren heeft de Provincie onder andere via heteconomisch programma ‘Dynamisch Brabant’ fors geïnves­teerd in de Brabantse economie. In 2010 is vanuit deProvincie € 75 miljoen geïnvesteerd op economisch terrein.Vanaf 2012 lopen de begrote middelen echter fors terug tot€ 25 miljoen in 2015. Deze middelen zijn inclusief deincidentele impuls van € 40 miljoen voor de huidige bestuurs­periode (regionaal economisch beleid als onderdeel van52,6 miljoen Bestuursakkoordmiddelen).Beschikbaar is € 52,6 miljoen, deze bestaat uit:€ 2,6 miljoen - Cofinanciering Starterslift (Valorisatie­programma West-Brabant), zie pagina 11€ 10 miljoen - Herstructurering bedrijventerreinen (BHB),zie pagina 17€ 40 miljoen - Te ontwikkelen Regionaal economisch beleidDe slagkracht wordt verder beperkt doordat ook de BrabantseOntwikkelings Maatschappij (BOM) wordt geconfronteerdmet budgetkortingen. Hoewel het Rijk aandeelhouder blijft,wordt de subsidiebijdrage van € 1,5 miljoen per jaar dekomende jaren volledig afgebouwd. Dat treft de BOM relatiefhard. Immers de verschillende andere provincies beschikkenover aanzienlijk grotere ontwikkelingsmaatschappijen. DeBrabantse Ontwikkelingsmaatschappij (BOM) is veruit dekleinste.Focus op continuïteit en bezuinigingenMet de beschikbare middelen kunnen we in de praktijk vooralcontinuïteit geven aan de ontwikkelingen die in de vorigebestuursperiode via het economisch programma DynamischBrabant in gang zijn gezet. Dat betekent dat we de komendetijd vooral investeren in “de basis op orde”. Vanuit onze
    •                                                  42 Economisch Programma Brabant 2020ambitie om tot de Europese top te horen willen wij echtervooral een goede verbinding maken met Europa 2020, hetTopsectorenbeleid en met belangrijke maatschappelijkeopgaven. Van de vier maatschappelijke opgaven is op ditmoment alleen Duurzame Energie als economische kansuitgewerkt26. Om ondanks de beperkte financiële kaders eenbegin te kunnen maken met het realiseren van onze ambitiewordt een deel van het beschikbare budget ingezet als revol­verende investeringen.Allocatie Bestuursakkoordmiddelen: integraleafwegingDoor deze revolverende investeringen kan een begin wordengemaakt met het opstarten van trajecten rond topsectoren/clusters, onder andere in relatie met maatschappelijkeopgaven. Voorbeelden van deze trajecten zijn: procesgeldvoor het uitwerken van transitie agrofood, vrijetijdseconomie,zorgeconomie, een revolverend (innovatie)fonds voor de clus­ters, de digitale agenda, etc.In mei 2012 maken Provinciale Staten op basis van een inte­grale afweging een keuze over de toedeling van de beschik­bare financiële middelen voor de huidige bestuursperiode.De (middel)lange termijn: vernieuwendinstrumentarium en nieuwepartnershipsIndien we onze ambities in het kader van “de basis op ordeen op weg naar de top” waar willen maken dan moeten erniet alleen middelen worden vrijgemaakt. Deze middelenmoeten ook op een slimme manier, in een samenhangendeinstrumentenmix, worden ingezet. Daarbij willen we comple­mentair zijn aan de inzet van andere overheden, maar waarhet kan ook krachten bundelen om tot hefbomen/multiplierste komen. Het Topsectorenbeleid en de nieuwe Europesefondsen per 2014 (onder andere het nieuwe OP-Zuid) zijndaarvoor duidelijke aanknopingspunten.Zoals de matrix in bijlage 3 laat zien verandert de Europese,landelijke en regionale mix van instrumenten aanzienlijk enhet is een uitdaging om er in de komende tijd een nieuwe,effectieve mix voor in de plaats te zetten, waarmee we onzeambities kunnen waarmaken.In dit Economisch Programma is een aantal denk- en ontwik­kellijnen geschetst:• Een veranderende rol van de Provincie van afstandelijkesubsidiegever tot actieve partner in ontwikkelingen (zoalsnu al rondom fysieke brandpunten als het Life SciencesPark Oss gestalte krijgt), in verbinding met triple-helixaanpakken zoals die zich op regionale schaal manifesteren.• Meer multidisciplinair werken rondom ontwikkelopgaven,binnen het Provinciehuis, bij de BOM en met andere part­ners (“werken in allianties”).• Sterkere verbindingen tussen economisch beleid en anderebeleidsvelden rondom de majeure maatschappelijkeopgaven.Regeldruk en dienstverleningWij willen bedrijven zo goed mogelijk faciliterenen daarom de dienstverlening van de provincieverder verbeteren en administratieve lasten ver­minderen. De provincie wil dat op twee manierenaanpakken:– Door aan te haken bij afspraken over regeldruken dienstverlening zoals die binnen het InterProvinciaal Overleg (IPO) en tussen IPO en hetRijk zijn gemaakt.– Door zelf in te zetten op vermindering vanadministratieve lasten door het vergroten vanhet “gebruikersgemak” voor bedrijven en orga­nisaties die met provinciale regelgeving temaken krijgen. Hierbij zit het zwaartepunt bijhet benutten van digitale mogelijkheden.De provincie werkt onder andere aan een pilotvoor digitale dienstverlening naar bedrijven.Digitale communicatie bespaart postzegels, papieren transactiekosten en biedt kansen voor snelleredienstverlening. Vanwege die voordelen wil deoverheid graag dat alle ondernemers meer digi­taal zaken kunnen doen. De provincie gaat onder­nemers daarom dit voorjaar het recht geven om alhun transacties met de provincie (subsidies en ver­gunningen) digitaal en 24/7 via de berichtenboxvan Antwoordvoorbedrijven.nl af te wikkelen.26Duurzame energie, inclusief het onderdeel duurzame energie als economische kans (biobased, solar, elektrisch rijden), is uitgewerkt in deEnergieagenda en de bijbehorende Investeringsagenda Energie van € 71,2 miljoen.
    •                                                                                                                                                  43Economisch Programma Brabant 2020• Inzet van aanjaag­ en ontwikkelcapaciteit voor clusteront­wikkeling op basis van (per cluster te bepalen) maatwerk,waarvoor onder andere de clusterfiches in bijlage 2aanknopingspunten bieden.• Meer revolverende inzet van middelen, waarvoor in hoofd­stuk 3 ontwikkellijnen zijn beschreven, waarbij ook privaatkapitaal beter wordt gemobiliseerd en ontsloten.• Inzet van assets en bestuurskracht van de Provincie terrealisering van proeftuinen, in verbinding met innovatiefinkopen (zie pagina 48).Last-but-not-least heeft de provincie ook niet-financiële instru­menten tot haar beschikking. Voorbeelden zijn regelgeving en(digitale) dienstverlening. Deze instrumenten zullen nu meer danin het verleden actief en in samenhang moeten worden ingezet.Rol van de provincieAlgemeenDe provincie wil in het algemeen een sterke en betrouwbarepartner zijn met daarbij als uitgangspunten27:• Een helder en herkenbaar profiel en een toegevoegdewaarde als middenbestuur: waar kunnen we het verschilmaken.• Integraal perspectief: een goede balans tussen People,Planet en Profit is uitgangspunt.• Toegevoegde waarde: een efficiënte en effectieve inzet vanprovinciale inspanningen en middelen (tegengaan vanversnippering).• Ieder zijn verantwoordelijkheid: we nemen geen taken enverantwoordelijkheden van onze partners over.• Samenwerking: we brengen partijen gericht samen om totrealisatie te komen.Vertaling naar het Economisch ProgrammaDe provincie wil bij het waarmaken van de stip op de horizoneen actieve partner zijn en samenwerking aangaan met part­ners in de triple helix (+) en met regio’s in Nederland, Europaen de wereld om meer gezamenlijke slagkracht te bereiken.Het mag daarbij niet bij mooie intenties blijven: de provinciewil participeren in gezamenlijke ontwikkelingen. De rol vande provincie is enabler. Daar is geen directe Nederlandsevertaling voor. De provincie probeert anderen tot succes telaten komen. In die rol faciliteert, initieert en ondersteunt zijhaar partners. Niet vanaf een afstand, maar betrokken encreatief. Dat vraagt om meer competenties dan alleen finan­ciële. Onze kwaliteit is het actief verbinden van partijen.In alle gevallen geldt: uiteindelijk moet het bedrijfsleven dekar (willen) trekken. Dat is telkens de lakmoesproef. De over­heid kan en mag immers niet op de stoel van de ondernemergaan zitten.Om de ambities van het Economisch Programma te reali­seren, wil de provincie:• Maximaal verbinden met agenda Rijk en EuropaMaximaal inspelen op het economisch beleid van Europaen het Rijk. Dat wil zeggen dat we ervoor zorgen datbedrijven en andere partijen uit Brabant maximaal kunnenaanhaken bij landelijke en Europese instrumenten; dat eigenmiddelen worden ingezet als hefboom voor het verkrijgenvan landelijke en Europese middelen en dat waar mogelijkkrachten worden gebundeld, zonder dat we overdoen watelders wordt geregeld: synergie én complementariteit.• Partner bij concrete ontwikkelopgavenVoor de Brabantse regio’s op basis van maatwerk eenpartner in concrete ontwikkelopgaven zijn en eigen acties(met name met betrekking tot de ontwikkeling van deeconomische clusters) verbinden met triple-helix (+)aanpakken zoals die zich op regionale schaal manifesteren.• Actief samenwerking zoekenDaarbij telkens de juiste schaalniveaus en samenwerkings­partners zoeken om onze doelen te realiseren: regionaal,bovenregionaal en internationaal.• Eigen accentenEigen accenten leggen vanuit onze rol als middenbestuur:het stimuleren van (bovenregionale) slimme verbindingentussen economische clusters en met maatschappelijke opga­ven. Dat is bij uitstek een ontwikkelrol waar de provincie zichmee kan onderscheiden: lokale en regionale ontwikke­lingen met elkaar verbinden, bovenregionale opgaven zelfoppakken en waar nodig nationaal en internationaalverbindingen leggen als ontwikkelingen daarom vragen.• Multidisciplinair en integraalMultidisciplinair en integraal werken: voor veel van de inhet Programma geschetste opgaven is een bundeling vanverschillende competenties nodig, zowel binnen hetprovinciehuis als met externe partners. Juist bundeling vancompetenties leidt tot een beter resultaat dan iedereafdeling/organisatie afzonderlijk. De methodiek van“werken in allianties”, die door de provincie wordt toege­past, zal bij het vormgeven van integrale samenwerkings­verbanden worden betrokken.• Revolverende inzet financiële middelenProvinciale middelen meer revolverend inzetten: voor eenaantal opgaven in dit programma (vooral voor “de basis op272009, Richtinggevende uitspraken Provinciale Staten over kerntaken Provincie Noord-Brabant.
    • 44 Economisch Programma Brabant 2020orde”) is de provincie nog traditioneel subsidiënt/co-finan­cier. Maar de inzet is om een substantieel deel van deprovinciale middelen (vooral voor “op weg naar de top”)revolverend in te zetten en ook maximaal andere (private)financiers te mobiliseren en te organiseren.Monitoring, evaluatie, bijsturingHet Economisch Programma is een koersdocument. Het doelis bepaald, de route is echter nog open. Samen met partners zalde precieze route bepaald moeten worden. Zeker waar het gaatom het versterken en opschalen van de economische clusters.De economische groei zit vooral op het snijvlak tussen de clus­ters en in de slimme verbinding met maatschappelijke opgaven.Als “koepelopgave” spreekt de provincie de ambitie uit om in2020 tot de Europese top van innovatieve regio’s te behoren.Tijdens dit traject willen we de vinger aan de pols houden ofwe goed op weg zijn naar die top. Vragen daarbij zijn bijvoor­beeld: Lukt het om de clusters voldoende te versterken?Leveren de cross-overs de verwachte economische groei? Hoezit het met de ontwikkeling van de werkgelegenheid? En dekwaliteitsslag bij de werklocaties? Om maar enkele voor­beelden te noemen.Centrale koepelvraag is, hebben deze resultaten ook deverwachte positieve weerslag op de veerkracht van ons econo­misch systeem? Met andere woorden: zijn wij goed op weg enwaar moeten we onderweg bijsturen? Een vraag die daarbijeen belangrijke rol speelt: draagt de provinciale inzet effectiefbij aan de realisering van de ambitie richting 2020?Monitor basis- en clusterbeleidOm dit inzichtelijk te maken, wordt een monitor opgesteld,waarmee periodiek de voortgang van de verschillende uitvoe­ringsprogramma’s en investeringsplannen in beeld wordtgebracht. Deze monitor richt zich in eerste instantie op deopgaven die al zijn benoemd (met name “de basis op orde”).Waar het de economische clusters betreft, zullen de concretedoelstellingen de komende maanden verder worden uitge­werkt in roadmaps en uitvoeringsprogramma’s. Hierinworden concrete doelstellingen opgenomen (outcome) dievervolgens vertaald worden in concrete resultaten (output)voor de huidige bestuursperiode. Deze doelen en resultatenworden in de monitor opgenomen.28Het instrument subsidies wordt beperkt ingezet in dit EconomischProgramma.29EIS (European Innovation Scoreboard), OECD (Organisation forEconomic Co-operation and Development).30PBL (Planbureau voor de Leefomgeving), SCP (Sociaal en CultureelPlanbureau), CPB (Centraal Planbureau), WRR (WetenschappelijkeRaad voor het Regeringsbeleid).Daarnaast vindt er een (tussen)evaluatie plaats. Daarbij wordtop basis van de monitorgegevens een oordeel gegeven overdoelmatigheid en doeltreffendheid. De wijze waarop wordtnog uitgewerkt.Algemene meetinstrumentenDe prestaties van de economie als geheel worden voorspelden gemeten door organisaties als Centraal Planbureau,Centraal Bureau voor de Statistiek en de Europese Unie (EUInnovation Scoreboard). Een vertaling van deze gegevensnaar Brabant vindt plaats via documenten als de Duurzaam­heidsbalans en de Economie Monitor Brabant. Deze verschijntiedere drie maanden.Over de concrete instrumenten die we in het kader heteconomisch programma gaan inzetten, wordt op diversemanieren gerapporteerd. Voor zover het subsidies betreft28,worden deze meegenomen in het Project subsidie 3.0. Hetgaat in dit project om het systematisch volgen van de wijzevan besteding van subsidies en de daaraan verbonden output.Hiermee ontstaat permanent inzicht in de prestaties die gele­verd zijn. Over economische deelnemingen wordt gerappor­teerd in de provinciale jaarstukken.Inzet eigen kennis- enonderzoeksbronnen provincieBij de monitoring en bijstelling van de beleidsuit­voering worden onze eigen kennisbronnen enonderzoeksfaciliteiten optimaal betrokken. Insamenwerking met de aan de provincie verbondenkennisinstituties (PON, Telos, PRG, SER Brabant)en met Brabantse Universiteiten en Hogescholenwerkt de provincie aan een nieuwe ‘trend/plan­bureaufunctie’ voor Brabant. Deze functie, in devorm van een flexibele netwerkorganisatie, moetde provincie en haar belangrijkste bestuurlijke enmaatschappelijke partners helpen om zich goedvoor te bereiden op de toekomst. Met behulp vaninteractieve werkwijzen, waar burgers, bedrijvenen instellingen actief bij worden betrokken, zalgestalte worden gegeven aan strategische toe­komstscenario’s en trendanalyses die mogelijketoekomstige ontwikkelingen voor Brabant in kaartbrengen en agenderen. De nieuw te vormen net­werkorganisatie moet ook functioneren als krachtigregionaal ‘knooppunt’ voor internationale(EIS, OECD,29etc.), nationale (PBL, SCP, CPB,WRR30 etc.) en andere relevante kennisinstituten.
    •                                                     45Economisch Programma Brabant 2020Bijlagen ColofonBijlage 1 – Uitvoeringsprogramma arbeidsmarkt 2012-2015Bijlage 2 – Brabantse clusters: beschrijvende analyseBijlage 3 – Veranderend instrumentariumBijlage 4 – Externe en interne consultatieOpdrachtgeverDirectieraad, Erik van Merrienboer, directeur Economie &MobiliteitOpdrachtnemerMiranda Wijnstekers, Programmamanager EconomischProgrammaLeden KernteamSjoerd van DommelenYolanda HafmansAnke van der HeijdenDick de JagerTrudy van den MerkhofNancy WesterEn niet te vergeten speciale dank aan...• De inspirerende inbreng en praktijkvoorbeelden van onzepartners uit het bedrijfsleven, kennis- en onderwijsinstel­lingen, BrabantStad (EZ), SER Brabant , BZW en andereintermediare organisaties. Zowel tijdens het proces, dewerkateliers als in de “meeleesfase”.• De “tot nadenken stemmende” observaties, inhoudelijkeinbreng, brede kennis, ervaring en netwerken van onzeDenktank:- Ir. L. Bax (director general Bax & Willems ConsultingVenturing, Barcelona)- Dr. P. Boekholt (managing director Technopolis Group,Amsterdam)- Prof. W. van Dyck (hoogleraar innovatiemanagementVlerick Leuven Gent Management School en K.U.Leuven)- Dr. O. Lint (Fontyslectoraat Brainport)- Prof. dr. Ir. S. Manigart (hoogleraar entrepreneurialfinance Vlerick Leuven Gent Management School enUniversiteit van Gent)- Prof. dr. B. Nooteboom (hoogleraar innovatie Universi­teit van Tilburg)- Drs. Y. Uylen (corporate relations manager VlerickLeuven Gent Management School)Prof. dr. E. Vermeulen (Professor of Business LawUniversiteit van Tilburg, vice president Corporate LegalDepartment Philips International)• De inhoudelijke en deskundige inbreng van vele collega’suit de directies E&M, ROH, SCO, ECL en Middelen.’s-Hertogenbosch, maart 2012
    • 46 Economisch Programma Brabant 2020 BijlagesBijlage 1Uitvoeringsprogramma Arbeidsmarkt 2012-2015ProvincialeAgendaActielijnProvincieBeoogdeopbrengstRolProvincieActiviteiten Hoe en metwie/welkepartners?Leren, doorlerenen verder lerenBegroting€ 1,5 miljoen(0,7 miljoen)Versterken inzetop leren,doorleren enverder lerenWerkgevers zijn zichmeer bewust vanbelang leren, door­leren en verder lerenWerknemers en zzp­ers zijn zich hiervanook meer bewustKatalysatorKennis enbewustzijnontwikkelenBewustzijns- en verleidingsoffensiefMKB’ers en werknemers/zzp’ers.b.v. campagnes als “leren gewoondoen” en werkwijzen als wijsmakers.Externe opdracht samenmet BZW en MKBBrabantKatalysatorVerbinden/coalitiessmedenKernteam Leren & Werken continuerenen uitbouwen als primairsynchronisatie, coördinatie enafstemmingspuntGezamenlijk projectsamen met alle drie deO’sSubstantieel enstructureel meerwerkenden dan nuworden jaarlijks (bij)geschooldInitiatorPilots en experi­menten (laten)uitvoerenPilots uitvoeren: met employability­bonussen, studieloon/studiesparen(BTW vrijgesteld), fiscale gelijkstellingzzp’ers met werknemers t.a.v.ondersijs/BBL constructies, e.d.Gezamenlijk project metBZW en MKB Brabant
    • 47Economisch Programma Brabant 2020 BijlagesProvincialeAgendaActielijnProvincieBeoogdeopbrengstRolProvincieActiviteiten Hoe en metwie/welkepartners?Samenwerkingbedrijfsleven­onderwijsBegroting€ 5,5 miljoen(4,75 mln.)VoldoendegediplomeerdeinstroomtopclustersVoldoende jongerenkiezen voor bètaopleidingenKatalysatorVerbinden/coalitiessmedenRegionale Platforms Techniek enBrabant voor Techniek continueren alstrekkers van acties, onderzoeks­agenda, campagnes e.d. B.v.netwerken en adopties overeenkomstentussen onderwijs en bedrijfslevenorganiseren en projecten uitvoeren alsde First Lego Leage en de uitvinders.Gezamenlijk projectsamen met alle drie deO’sVoldoende jongerenkiezen voor eenopleiding zorg enwelzijnKatalysatorVerbinden/coalitiessmedenRegionale Platforms Zorg en Welzijnorganiseren (en continueren) alstrekkers, van acties, onderzoeksagenda,campagnes etc. b.v. het project ZoWee!Voor het Primair onderwijsGezamenlijk projectsamen met alle drie deO’sVersterkenonderwijs­structuurBedrijfsleven geeftgoed aan wat zenodig hebben.Onderwijs is goedgeorganiseerd metdoorlopende leer­wegen met focus optopclusters.Beroepskeuzejongeren wordt sterkbepaald doormarktkansen.KatalysatorVerbinden/coali-tiessmedenFaciliteren proces herpositioneringonderwijs i.r.t. topclusters (proces­begeleiding, opstellen convenant enuitwerkingskader, aanscherpen taak­verdeling, e.d.) aanluiting zoeken metde speerpunten van de MasterplanBèta en Technologie gebaseerd op deHuman Capital Agenda’s van de Topsectoren.Externe opdracht samenmet MBO, Hogeronderwijs, sectoren,BZW en MKB BrabantKatalysatorPilots enexperimenten(laten) uitvoerenPilots integrale leerroutes (VMBO,MBO en HBO)Zoals Techmavo en TechneumGezamenlijk projectsamen met geheleonderwijsketenKatalysatorKennis enbewustzijns­ontwikkelingOntwikkelen nieuwe methodieken enmarketing aanpakken t.b.v.beïnvloeden beroeps- en scholings­keuzen jongeren in Brabant. o.a.bedrijfesleven inzetten/betrekken bijberoepskeuze begeleiding.Gezamenlijk project metbedrijfsleven enonderwijsVanuit bedrijfslevenvooral marketeers!APK stationOnderzoek(laten) doenSectorschetsen en roadmaps latenopstellenExterne opdracht samenmet bedrijfsleven en SERBrabantOnderwijs betrokken alsklankbordInnoveren enflexibiliserenBegroting€ 4 miljoen(1.55 miljoen)Versterken inzetimplementatiesocialeinnovatieagenda (incombinatie metimplementatieHRM agendaMKB’ers)Werkgevers zijn zichmeer bewust vanbelang en noodzaaksociale innovatieVeel sociale innovatiebinnen bedrijven (o.a.trek in de schoorsteent.b.v. onderkantarbeidskant door o.a.jobcarving)KatalysatorKennis enbewustzijns­ontwikkelingVerleidings- en bewustzijnsoffensiefwerkgevers.O.a. via netwerken BZW en MKBBrabant en ZLTO Sociale Innovatie opde agenda zetten en iemand uit eigenkring ervaringen laten delen. Voorgeïnteresseerde ondernemersworkshops organiseren.Externe opdracht samenmet BZW en MKBBrabant en sector­organisatiesVia BCEI van Brainportbijvoorbeeld.KatalysatorUitvoeringhelpenversnellenVia innovatieteams, collegiale uitleen,oliemannetjes en criticalfriends.Parallel hieraan HRM vouchers (300per jaar) inzetten.Gezamenlijk projectsamen met lokale enregionale bedrijfsleven,Externe opdracht samenmet BZW en MKBBrabantAPK stationMonitoringJaarlijks onderzoek naar de stand vanzaken.Externe opdracht samenmet BZW en MKBBrabant
    • 48 Economisch Programma Brabant 2020 BijlagesProvincialeAgendaActielijnProvincieBeoogdeopbrengstRolProvincieActiviteiten Hoe en metwie/welkepartners?Vernieuwendeconcepten enarrangementenBegroting€ 3 miljoen(2,5 miljoen)Extra inzet opimplementatieHRM agendaen ontzorgenMKB’ers(in combinatiemet socialeinnovatieagenda)MKB’ers waar nodigontzorgd m.b.t. HRMen mobiliteits­vraagstukken.Vakmensen behoudenvoor Brabant.KatalysatorVersnellenuitvoeringFundament bestaande HRM-centraschragen gericht op marktbewerkings­plannen, verbeteren kwaliteit,klantvolgsysteem en werkgevers­benadering.Via b.v.eenstimuleringsregelingen ontwikkelservice(met oliemannetjes,netwerken, e.d.)Met Kernteam leren &Werken als ankerpuntKatalysatorPilots enexperimenten(laten) uitvoerenNieuwe regionale pilots clustergewijsfaciliteren en ontzorgen van MKB’ers(parallel en aanvullend aanHRM-centra)Initiatieven vanuit deregionale samenwerkingvan de ondernemingenen overheid als onder­deel van het regioplan.Nieuwearrangementenarbeidsmobili­teit voor werknaar werk enwerkloos naarwerkEffectieve arrange­menten arbeids­mobiliteit die passenbinnen contexttransitionelearbeidsmarktKatalysatorVerbinden/coalitiessmedenOrganiseren nieuwe collectiviteiten(zzp’ers, werkgevers, werknemers)Gezamenlijk projectsamen met BZW enMKB BrabantFaciliteren realisatie e-portfolio’s Ondersteunen projectLet’s Connect onder devlag van Brainport enop maat uitrollen indienmogelijkInitiatorPilots enexperimenten(laten) uitvoerenPilots uitvoeren van werk naar werk:Brabants flexicurity, mobiliteits- enemployabilityfonds en systemen: setvan maatregelen en manier vandenken en doen om meer te doen dannu mogelijk is (persoonsgebondenontschotting en reserveringen, e.d.),mag ook Mobiliteitsfonds zijn.Gezamenlijk project(laten) ontwikkelensamen met BZW enMKB Brabant,sectororganisaties enSER BrabantInitiatorAgendasettingLobby naar Den Haag en Brussel omBrabant als arbeidsmarkt-laboratoriumte laten fungerenGezamenlijk projectzoals Brabant Bodsamen met alle 3 de O’sInitiatorPilots enexperimenten(laten) uitvoerenPilots uitvoeren om nieuwe publiekprivate arrangementen te ontwikkelenop thema van werkloos naar werkGezamenlijk projectsamen met centrum­gemeenten BrabantRegelmatig en indiennodig op agenda PactBrabantArbeids-migratieBegroting€ 0,5 miljoenRegiobrandingarbeidsmigratieGezamenlijke enhoogwaardigeinstroom kennis­werkers en vakliedenvan buiten Brabantrealiseren.Imago Brabant alsintegere en aan­trekkelijke werkplek/werkgever.KatalysatorPilots enexperimentenlaten uitvoerenOpstellen en handhaven standaardenen gedragscode arbeidsmigratieExterne opdracht samenmet ABU, SKIA,bedrijfsleven,gemeenten, AI en FIODKatalysatorVerbinden/coalitiessmedenGezamenlijke lobby naar buitenland(t.b.v. branding)Gezamenlijk project metgemeenten enbedrijfsleven
    • 49Economisch Programma Brabant 2020 BijlagesProvincialeAgendaActielijnProvincieBeoogdeopbrengstRolProvincieActiviteiten Hoe en metwie/welkepartners?SocialinclusiveBrabantBegroting€ 1,5 miljoen(0,9 miljoen)Versterken inzetop “iedereendoet mee”Voldoendemogelijkheden voormeedoen “onderkant”Katalysatoren initiatorPilots enexperimentenRegionale pilots gericht op• doorleren onderkant/bijzonderedoelgroepen en• participatie onderkant via ppp’s.(i.r.t. flexmarkt, poolvorming, sw,e.d.) met stimuleringsregeling/bonusGezamenlijk projectsamen met gemeentenen bedrijfslevenKatalysatorKennis enbewustzijns­ontwikkelingOnderzoek en verleidings- enbewustwordingsoffensief gericht opwerkgeversUitbreiding opdrachtaan BESORandvoor­waarden enstructurenBegroting€ 1,0 miljoen(0,6 miljoen)Continueren enversterken vanhet Pact Brabanten het ambtelijkPactPact is en blijftprovincialeoverlegstructuur inBrabant voor dearbeidsmarkt t.b.v.afstemming,signalering enagendasettingKatalysatorVerbinden/coalitiessmedenVoorbereiden inhoudelijke agenda envoorbereiden van het overleg.Pact Brabant is de drager van deArbeidsmarktvernieuwing in Noord-Brabant en stuurt en monitort deuitvoering van het BrabantsArbeidsmarktakkoord.Gezamenlijk project metalle 3 de O’sInvesteren intransparantievan de arbeids­marktRelevantestuurinformatie vooralle 3 de O’sKatalysatorKennis enBewustzijns­ontwikkelingBijdrage aan transparant maken,regionale en sectoralearbeidsmarktinformatie via breedgedragen monitoringsysteem.Gezamenlijk projectsamen met alle drie deO’sInvesteren inBrabant als“lerendeorganisatie”Reflectief vermogenen verander­vaardighedenbestuurders enmanagers op hoogniveauKatalysatoren initiatorKennis enbewustzijns­ontwikkelingOpzetten Leergang Transitioneeldenken en doenGezamenlijk projectsamen met alle drie deO’sOpzetten Brabant Community voorinnovatie en social engineringGezamenlijk projectsamen met alle drie deO’s
    • 50 Economisch Programma Brabant 2020 BijlagesBijlage 2Brabantse clusters:beschrijvende analyseIn deze bijlage staan de clusterfiches die in het kader van het Economisch Programma Brabant2020 zijn opgesteld. Doel is om een kwalitatief, beschrijvend beeld te geven van de huidige standvan zaken in de clusters (cf. de set genoemd in de Agenda de Brabant), recente ontwikkelingen entrends en het toekomstperspectief. In de clusterfiches vindt u informatie over spelers in het cluster enonderlinge samenhang (incl. fysieke brandpunten, zoals campusterreinen), crosslinks met anderesectoren en maatschappelijke thema’s, uitdagingen en aandachtspunten op de agenda, recent entoekomstig beleid, de geografische spreiding van het cluster en internationalisering.De clusterfiches zijn tot stand gekomen op basis van deskstudie (bestaande rapporten/documentatie), enkele interviewsper cluster en reflectie door stakeholders en externe experts.Die interviews (met onder andere de accountmanagers vanprovincie en BOM) zijn in november en december 2011afgenomen en gebruikt om eerste clusterschetsen op te stellen.De schetsen zijn vervolgens verfijnd tot de huidige cluster­fiches met behulp van een Delphi methode: per cluster zijnongeveer vijf experts/stakeholders betrokken die in tweeronden schriftelijk commentaar hebben gegeven op declusterfiches. In de bijlagen van dit document zijn lijsten metde bronnen en betrokken experts en stakeholders opgenomen.De fiches geven een eerste beeld van ontwikkelingen in degedefinieerde clusters. Het moge duidelijk zijn dat het hierom een ‘snapshot’ gaat: de clusters staan continue inbeweging en het beeld kan over enkele maanden anders zijn(bijvoorbeeld als een grote speler besluit om een deel van haarR&D en/of productie buiten Nederland te plaatsen, of alsnieuwe kennisinstituten of clusterorganisaties wordenopgericht).De clusterfiches kunnen nu dus gebruikt worden om totmaatwerk te komen m.b.t. het clusterbeleid binnen hetEconomisch Programma, maar er zal gaandeweg de uitvoe­ring van het programma oog moeten zijn voor dynamiek inde clusters. In de voorliggende fiches zijn daarnaast hand­vatten voor toekomstig provinciaal beleid opgenomen: dit zijnonderwerpen die voortkomen uit de gesprekken. De provinciekan deze informatie gebruiken bij de invulling van haarEconomisch Programma; wat in de fiches is opgenomen,is niet per se vastgesteld beleid van de provincie.
    •                             51Economisch Programma Brabant 2020 Bijlages1)AgrofoodSterkten  en  zwakten  van  het  clusterSterkten  en  zwakten-­‐Sterkten:  zowel  agro  alsfood  bedrijven  goed  vertegenwoordigd  inNB  (complete  agrofoodketen,incl.verpakking,logis?ek  enretail),guns?ge  loca?e  indeNederlandse  agrofoodcorridor,‘prac?cal  excellence’,tradi?e  van  coöpera?es  engemengde  bedrijven,  veel  bedrijven  uitdemaakindustrie  waardoor  ereen  sterke  basisisvoor  valorisa?e  vanuit  market  pullgedachte/vraagsturing  (gebeurt  nogte  weinig;  ziezwakten)  -­‐Zwakten:  bescheidenheid,versnippering,verkokering,  onvoldoende  ondernemerschap,schaal,marktmacht  &innova?e  primaire  sector,incomplete  publieke  kennisinfrastructuur,aanslui?ngondernemers  –kennisinstellingen,lage  maatschappelijke  waardering  voordesector,belemmeringen  voor  innova?e  doorNederlandse  enEuropese  (landbouw-­‐  envoedselwaren-­‐)  regelgeving,grote  klooftussengrote  ondernemingen  enMKB,koppeling  tussenagro  enfood  kan  beter(agro  wordt  nogte  veel  gezien  alsleverancier  van  grondstoffen  enniet  alskennisintensieve  ketenspeler),toekoms?g  tekort  aan(goed  opgeleide)  werknemers  (o.a.alsgevolg  van  ontgroening  envergrijzing),beperkt  aantal  opleidingen  gericht  opFood,nunogte  weinig  aandacht  voor  valorisa?e  vanuit  market  pullgedachte,bijnavolledig  gericht  opafzet  opdeEUmarkt  (terwijl  dieoververzadigd  is);erisbeperkte  visieopafzet  en/of  investeringen  buiten  EUitdagingen/knelpunten  voor  dekomende  jaren  (incl.  arbeidsmarkt/werkloca=es):-­‐Duurzaamheid,gezond  &gevarieerd  eten,zoönoses,doelgroepenvoeding/specialisedfood  (van  bulkproducten  naartoegevoegde  waarde  producten),geïntegreerde  systeemoplossingen  (gezamenlijk  aanbod:vraagt  omverdere  samenwerking),verdere  samenwerking  binnenNoord-­‐Brabant  maarookmet  Food  ValleyinOost-­‐NL  enandere  clusters  -­‐Uitdagingen  arbeidsmarkt:  juiste  envoldoende  arbeidskrachten  (innova?ef,toegepast  onderzoek,verbinden  van  thema’s),verbetering  imago  voedingsmiddelindustrie  -­‐Werkloca?es:  innova?eve  werkomgevingen,loca?es  waar  clustering  ontstaat  (kan  bijv.  Willemspoortzijn:welke  par?jengaan  zichdaarves?gen?  ZieooficheLife  ScienceofOLSPinOss).Verdere  (inhoudelijke)  afstemming  &synergie  van  debestaande  ini?a?even  inHelmond,Veghel,DenBoschenBergen  opZoom  (campusini?a?even).  -­‐Verdere  afstemming  entoename  van  het  georganiseerd  vermogen  indesector  -­‐Meer  aandachtvoormarkt-­‐  en  ondernemersgedrevenvalorisa?een  vraagsturing(i.p.v.  enkelvertrekkenvanuitdekennisbasis)  -­‐Interna?onaliseringsstrategiebuitenEU(zievolgendeslide)Explicietevisie/agenda/investeringsplan  voordekomendejaren  -­‐VisieAgro&CO,TopsectorAgrofood,AdviesCommissievan  Doorn,Agenda  Vitaal  PlaaelandLinkmaatschappelijke  thema’s:  -­‐Gezondheid(gezonde  voeding),  Energie  (biobasedeconomy,zieaparfiche),voedselkwaliteit  &diergezondheid  en–welzijn,duurzaamheid,wereldvoedsel-­‐  problema?ek,OneHealth(integra?e  humaneendierlijke  gezondheid,i.v.m.  zoönose)  Samenwerking  /cluster  Belangrijkste  spelers:-­‐Grote  agrofoodbedrijven:Vion,Royal  Cosun,FrieslandCampina,Nutreco,TheGreenery,Agrifirm,Bavaria,Mars  -­‐OokveelagrofoodbedrijvendieteclassificerenzijnalsMKB(+),zoals:  AdvanGeloven,Greencore,Van  RijsingenGroep,Huijbregts,van  Oers,Delicia-­‐Retail  &dienstverleners:  Jumbo,Sligro,HuaenCatering,Maisonvan  denBoer-­‐Links  met  food  processing  endistribu?e  &handlingsystems:  Stork,GEA  Convenience-­‐FoodTechnologies,  Dinissen,Jentjens,Vanderlande,BoschPackaging(zificheover  HTSM)  -­‐Kennisinstellingen:  HASDenBosch,FontysHogescholen,Avans,Helicon,Anton  Jurgens  Ins?tuut,vakonderwijs,Koning  WillemICollege  Fysieke  ‘brandpunten’:-­‐Ontwikkeling  van  Willemspoortalsfysieke  loca?e  binnende5-­‐sterrenregio  (food,health&farma)  –met  o.a.Westertoren  Innova?onCentre  (WTIc)  -­‐Food  Technology  Park  Brainport  (Helmond)-­‐Green  Chemistry  Campusgerichtopbiobasedeconomy(ziespecifiekficheoverBiobasedEconomy)-­‐Agro  &Food  Cluster  Nieuw  Prinsenlan-­‐Veel  werkgelegenheid  geconcentreerd  in–enrondom  –Veghel.  Veghel  onderzoekt  demogelijkheid  omeennieuwbedrijventerrein  thema?schrondom  Food  te  ontwikkelen  -­‐VoorstelMarel(Boxmeer)  ingediendbijTopsectorenvooreenCentre  ofOpenFood  &HealthInnova?on  (i.o.).  Georganiseerdvermogen:  -­‐ZLTO  -­‐Daarnaast  nieuwere  ini?a?even  alsFood  Connec?onPoint  (Zuid-­‐NL),Fhealinc(Den  Bosch),5-­‐sterrenregio  (NO-­‐NB),Eén  inFood  (Zuid-­‐NL),Agro  &Co(ontwikkelbedrijf  +kapitaalfonds;  t/mmedio2012),Food  &Feed  Noordoost-­‐Brabant  -­‐Ondanks  toenemend  georganiseerd  vermogen  nogveel  ini?a?even  naast  elkaarenversnippering  indesector  (bijv.  versnipperdebelangenbehar?ging  grote  bedrijven  enMKB)  -­‐Georganiseerdvermogenneemtooktoedoorlandelijknetwerkalsgevolgvan  na?onaaltopsectorbeleidLinkmet  andere  clusters:  -­‐Nu  alsterk  inNoord-­‐Brabant:  links  met  HTS  &processing  (Helmond,voor  machinebouw  ookDrunen/Heusden),chemie/biobased(Bergen  opZoom),Health  &farma/lifesciences(Den  Bosch,  Oss),animalhealth(Boxmeer)  -­‐Kansrijk  wordt  gezien:  verdere  ontwikkeling  van  thema‘gezonde  voeding’Linkmet  aanpalenderegio’s:  -­‐Food  Valley(Oost-­‐NL  met  sterke  kennisconcentra?e  inWageningen),Health  ValleyNijmegen,Venlo  (Greenport:  linkmet  logis?ek),Maastricht  (linkmet  gezondheid/medisch  cluster),Amsterdam/Zaanstad  (ingrediënten).  Voor  biobased,ookrich?ngDell  en  Gent  (zieaparfiche)
    •                              52 Economisch Programma Brabant 2020 BijlagesInterna=onaliseringGeografische  schaalvanhetcluster:  -­‐Binnen  Brabant  duidelijke  focusgebieden  (o.a.Food  &Tech  in  ZO,Food  &Healthenfoodproduc?ebedrijven  inNO,Food  &Biobasedensuiker  inWest).  -­‐Kennisasrich?ngWageningen,logis?ekinVenlo,biobasedeconomyrich?ng  Dell  en  Gent  (zieaparfiche),Zeeland  (biobaseden  voedingsmiddelen)  -­‐N.B.  inapril2012komttopteamMKB  &Regiomet  eenanalysevan  economischeclusters  inverschillenderegio’sinNL  en  demogelijkerolverdelingtussenregio’senhet  na?onaleprogrammaEuropesedimensie:-­‐Grote  markten  inNoordwest-­‐Europa  (ooksteeds  interessanter  voor  verse  kwaliteitsproducten),maarditiseenverzadigde  markt  (enkel  ruimte  voor  nieuwe,innova?eve  producten)  -­‐Nog  beperkt  interna?onale  kennisrela?es  over  degrens  Globaldimensie:  -­‐Concurren?e  neemt  toe  -­‐>van  bulkproducten  naartoegevoegde  waarde  producten  -­‐GrootstekansenliggenbuitenEuropa  (zieopmerkingbovenen  onderstaand)BehoeKen,uitdagingen  envisie:-­‐Visiedocument  Agro  &Co:verder  posi?oneren  van  Noord-­‐Brabantse  Agrofoodclusteralsversregioenproeluin  ophet  gebied  van  voedsel,voedselbereiding  en–beleving  inNoordwest-­‐Europa  (zieookrapport  ‘Kansen  voor  deagrosector  indebio-­‐economie’)  -­‐Ookvisiesoverbiobasedeconomy(zieaparfiche)enfood  &technology  (viaFoodConnec?onPoint)  -­‐Wervingvan  juistpersoneelspeelt(zieeerdereopmerking):deregioookna?onaalen  interna?onaalposi?onerenalsinteressantvoorpersoneelindefoodindustrie-­‐Bijdragen  aanduurzaamheidsvraagstukken  enwereldvoedselproblema?ek  (hiervoorong.200miljoeneuro  beschikbaardekomen  jaren  vanuit  ontwikkelingssamenwerking;  mogelijkheden  voor  het  Brabantse  agrofoodcluster  omdaaraanbijte  dragen)  -­‐Interna?onaliseringnunogvooralgerichtopafzetinEU,nauwelijksdaarbuiten(2een  3eringslanden).  Daarmeermogelijkhedenvoorexport  eninvesteringen(v.w.b.  uitgangsmaterialen,machines&apparatuur,primaireproduc?een  verwerking,logis?eken  ketenkennis)Rolvande  provincie:  -­‐Generieke  ondersteuning,zoals  interna?onale  acquisi?e-­‐Samenmet  Topsectorontwikkelenen  interna?onaaluitdragenvan  systeemoplossingen(met  ondernemersalstrekkers)BeleidProvinciale  steun  uithet  verleden  (plus  linkmet  knelpunten):-­‐Food  beperkt  inPieken  indeDelta.  Waarschijnlijk  alsgevolg  van  beperkt  organiserend  vermogen,gebrek  aanvisie/behoele/driveinnova?e,gebrek  aansamenwerking  -­‐Via  SamenInvesteren  o.a.bijgedragen  aanFhealinc,5-­‐sterrenregio.  Subregionaleini?a?even  (Food  Connec?onPoint,Food  Technology  Park  Brainport,Food  &Feed  Noordoost-­‐Brabant)  -­‐Steun  vooral  gericht  opverbeteren  regievorming  (maarkan  nogbeter)  -­‐Steunookm.n.  gerichtoptechnologischeinnova?e,tot  nutoe  minderopsocialeinnova?e(anderemanierenvan  werken,competen?eontwikkelingvan  werknemers,aanslui?ngonderwijsen  bedrijven)-­‐Inmiddelsafgerond:  Agro  Food  systems  roadmapOverige  steun  uithet  verleden  (plus  linkmet  knelpunten):-­‐Indruk:  doorBrabantse  par?jenbeperkt  gebruik  gemaakt  van  Europese  steunmogelijkheden.  Wel  ini?a?even  doorregionalespelers  (o.a.gemeenten  Noordoost  NB  met  5-­‐sterrenregio.Mogelijk  toekoms=g  beleid(sinterven=es)Provincie:-­‐Verdere  ontwikkeling  van  cluster  (regie,bundeling  van  organiserend  vermogen/intermediaire  organisa?es  inBrabant),maarookcrosslinks  met  sectoren  omte  komen  tot  toegevoegde  waarde  producten  (links  met  farma,gezondheid,processing,logis?ek,biobasedeconomy,valorisa?e  van  eiwiaen).Kan  viaontwikkelingsmaatschappij.  -­‐Op  diemanieroverkoepelenvan  regionaleini?a?even.-­‐Ondersteunentransi?eprocesnaarmeertoegevoegdewaardeproducten,geïntegreerdeproducten/diensten,nieuweverdienmodellen.-­‐Belangrijk:  sluitaanbijkrachten  (het  begint  met  bedrijven/instellingen,niet  beginnenmet  cluster  ini?a?even  ofoprich?ngtopins?tuten  alsdebedrijven  ontbreken)  enini?a?even  waar  bedrijven  nadrukkelijk  zijnaangehaakt.  -­‐Heb  voldoende  oogvoor  MKB  envalorisa?e  (lijkt  inTopsectorenaanpak  minderte  profiteren),verkennen  mogelijkheden  voor  financieringvan  innova?e  (rol  isnogonduidelijki.r.t.  Rijksbeleid)  ensocialeinnova?e/nieuwe  werkvormen  enhumancapital(aantrekkelijker  maken  van  het  cluster,juiste  competen?es  ontwikkelen  van  werknemers,betere  aanslui?ngonderwijs  –arbeidsmarkt,etc)  -­‐Samenhangend  cluster-­‐  encampusbeleid  -­‐Ondersteuneninterna?onaliseringsstrategie(zieblokInterna?onalisering)  HeRoomwerking:  -­‐Innova?econtract  richt  zichop3thema’s:  meermet  minder(duurzaamheid),hogere  toegevoegde  waarde  (producten  endiensten),interna?onaal  leiderschap.  Beslissing  overonderzoekscapaciteit  2012pasinapril.-­‐Het  zou  beter  verkend  kunnen  worden  welke  Europese  programma’s  aansluiten  opagrofood(en  opwelke  thema’s:  linkmet  gezondheid  ligt  voor  dehand,zowel  animalhealthalshumanhealth).Daarbijwel  nagaan:  opwelk  niveau  iscofinanciering  gevraagd/meest  logisch(Rijk,provincie,private  par?jen,etc)  -­‐Binnenprovincie:  Stuurgroep  LandbouwInnova?e  Noord-­‐Brabant  (LIB1)Agrofood
    •                                            53Economisch Programma Brabant 2020 Bijlages2)BiobasedEconomySterkten  en  zwakten•Sterk:  regio  Roaerdam,Brabant.,Antwerpen  isconcentra?egebied  chemieenagro  •Sterk:  logis?ekinZuidwest  Nederland  regio  •Windmee:alterna?even  voor  fossiele  grondstoffen  zijnnodig  •sterk:  mest  Oost-­‐Brabant  enwens  hieriets  meete  doen(EL&I)•Sterk:  kansen  vanuit  demarkt  (chemie,thermphos/fosfor,vezels/papier,meststoffen/landbouw,schoonwater,aqua?schebiomassa/algen)  •Poten?eel  gevaar:  apankelijkheid  van  enkele  grote  spelers  met  vaak  buitenlandse  eigenaren  (voorbeeld  Sabic)  •3O’swerken  samenechter  deondernemers  zijnnogindeminderheid,waardoor  desamenwerking  efficiën?eeneffec?viteit  verliest  •Zwak:  Geenuniversiteit  inZeeland/West-­‐Brabant  (ondervangen  met  Wetenschappelijk  eRaad)•innova?e  sterk  mkbgedreven.  Gevaar:  niet  gezien  doorgrootbedrijf  ofbotsendmet  belangen  grootbedrijf  Uitdagingen/knelpunten  voor  dekomende  jaren  (incl.  arbeidsmarkt/werkloca=es):•Waarmaken  investeringsplan,o.a.vullenvan  defondspijplijn  •Interna?onale  posi?oneringenleverage(EUmiddelen)  •Rela?e  versterken  West-­‐Brabant  (groen)  enOost-­‐Brabant  (bruin),waarbij  bruineBiobasedeen  onderdeel  isvan  eenveel  bredere  beweging  naareen  duurzame  landbouw.  Van  West  naarOost  Nederland:  blauw,groen,bruin,food.  Oost  Brabant  maakt  deovergang  van  bruinebiobasednaarfood:  Groene  CampusHelmondrich?ngGreenport  Venlo.  EninNoordoost  rich?ngdiervoeder  (Nutreco)  endiergeneeskunde.  •Cross  sectorale  verbindingen  nodig:onbekend  maakt  nogonbemind•Interna?onalisa?e  mkb:  zeker  voor  schonetechnologie  /nieuwe  energie  zijnerproducten/applica?es  diewe  kunnen  verwaardeninhet  buitenland  (binnen  enbuiten  deEU)•Werkloca?es:  Zoeken  naarloca?es  met  te  gebruiken  facili?esendieonderlingverbinden  (maar:voorkomen  eilandjes)NB.  Hierkan  bijv.  ookAvans/Fontys/groene  HBOeenrol  spelen[valorisa?e];  koppeling  met  productontwikkeling/mark?ntro  doorbedrijven.  •Arbeidsmarkt:  tekort  aantechnische  mensen,creëren  van  doorlopendeleerlijn(spil=Avansmet  ROC’s)  enlinkleggen  met  HumanCapitalAgenda  ZW  Nederland  Explicietevisie/agenda/investeringsplan  voordekomendejaren:  Expliciete  visie2020met  pijlers  opbasis  van  1stetranche  Investeringsagenda  Binnendeproposi?e  ZW  Nederland  wordt  ingezet  opdevolgende  driegebieden:  groene  bouwstenen;  groene  grondstoffen;  vergroening  procesindustrie.  Depijlers  zijn:1.Infrastructuur/topfaciliteiten:  Centre  forOpenChemical  Innova?onGroeneChemieinBergen  opZoom.  Rewinmaakt  businesspla2.Groene  campus  Helmond(ofNyrstarBudelofDuin/SchijndelofDenBosch/Waterschap  AaMaasrwziterrein):  mestverwerkingscentrum:  SREmaakt  businesspla3.BEC/BBE  2.0/3.0Essent  maakt  businesssplanismBOMVervolgopdevolgendeslideGeorganiseerdvermogen:  West:  •Kerngroep  West-­‐Brabant  met  regiocoördinator  (nuexterne  expert  Paul  Bleumink1d/wkvoorW-­‐Brabant  en1d/wkvoor  Zeeland  tot  midden2012).•Inkerngroep  ziaen:SABIC,Cargill,Avans,BOM,REWIN,Provincie,gem.  Bergen  opZoom,Suikerunie,KvK,Leon  Joore(ontwikkeling  businessdevelopmentprogramma)  •Stuurgroep  erboven  •Neuzen  staan  dezelfde  kant  op•Eriseendoorallepar?jengedragen  visieeninvesteringsstrategie  •S?ch?nginnova?ehuis  West-­‐Brabant:  IPCBiobasedcirca  40regionale  MKB’ersOost:  •SRE(programma  Energietransi?e),TU/e  ,TNO  enGroene  CampusinOost-­‐Brabant  (bruinebiobased:  mestverwaardingenlinkmet  food).  Vanuit  deTUe(enmet  par?jenalsTNO,maarookECN)  zijnerpar?jenac?ef  alsEindhoven  Energy  Ins?tuteenKIC  InnoEnergydiehet  energieprofiel  van  deze  regio  versterken.  •Essent/RWE,BOM,ZLTO  enmkbbedrijven:  ac?viteiten  rondom  centrale  CuijkFysieke  ‘brandpunten’:•Groene  CampusBergen  opZoom,sites  rond  SuikerUnie(Nieuw  Prinsenland,Roosendaal),Moerdijk:  kleinere  loca?es,dusoppassenvoor  versnippering  (samenhangzoeken  opniveau  Zuidwest-­‐Nederland)  •Centrale  Cuijk:BBE2.0en3.0;ac?viteiten  van  Essent/Rwe  met  BOM/PNB  (mul?fuelbiomassa,warmte  uitkoppeling  naarregio,vezels  verwaardingmet  NS  Parenco  Renkum  enbiobasedmet  mestvergister)  •SRE/B4:Groene  CampusHelmond/FTBrainport  •Dutch  Biopolymerini?a?veCosun,Purac&Synbra•NyrstarCranendonk,•C2CparkSchijndelofDenBoschLinkmet  andere  clusters:  •Actueel:agro-­‐food  (grondstoffen)  •Linkmet  schoneenergie/cleantech/high  techsystems  •Poten?eel:  life  sciences(“de  plant  alsfabriek”)  •Logis?ek/Dinalog(aanvoer  biomassaenafvoer  tussenproducten)  •Maintenance/WCMC  (kennis  van  systemen  onderhoudenopafstand  servicen;  nieuwe  energie  koppeling  met  procesindustrie)  Linkmet  aanpalenderegio’s:  •AsTerneuzen-­‐Gent  (enlinkmet  Venlo-­‐Cuijk)  •Linkmet  Deltagebied:  aqua?schebiomassa•Dwarsverbanden  West-­‐Brabant  (groen)  enOost-­‐Brabant  (bruin)Nu  niet  aanwezig  opopera?oneel  niveau.  Linkmaatschappelijke  thema’s:  •Vitaal  plaaeland/agro-­‐food  (met  nameWest-­‐Brabant):  essen?eel!•SchoneEnergie
    •                       54 Economisch Programma Brabant 2020 BijlagesInterna=onaliseringGeografische  schaalvanhetcluster:  •Zuidwest-­‐Nederland  met  links  naarkanaalzone  Gent-­‐Terneuzen  ennaarZuid-­‐Hollan•Verbinding  West-­‐  enOost-­‐Brabant  (groen  –bruin)•I.s.m.IPBBEderol  enverbinding  na?onaaldoenEuropesedimensie:•Grensoverschrijdende  samenwerking  (biobasedverankeren  inVlaams-­‐Nederlandse  samenwerking?)  •Projectontwikkeling  (o.a.inInterreg  enKP7  verband)  •Europa  alfinancieringsbron/hezoom  •Posi?onering  inEuropese  top-­‐3  biobased  regio’s  Globaldimensie:  •Opkomende  economieën  als  bron  van  biomassa,maarookjoint  businessdevelopment  (China,Indonesië,Brazilië)  •Maardetechnologie  zithier(benuaenvan  onze  hightech  kennis)  •Roaerdam,Antwerpen  enMoerdijk  alsdoorvoerhavens  indeze  beweging  meenemenBehoeKen,uitdagingenenvisie  interna=onaal:•Nog  geen  uitgewerkte  strategische  visie;wel  opera?oneel/tac?sch  kansen  inkaart  gebracht  doorBOM(onderzoek  Bax  &Willems)Rolvande  provincie:  •Erwordt  juist  opditterrein  eenpro-­‐ac?eve  rol  van  deProvincie  (enBOM)verwacht:  ondersteunen  interna?onalisering  ,gebruikmaken  van  Europese  middelenenbestuurlijke  rol  Vervolgvorigeslide4.Business  developmentprogramma  /kenniscentrum:  R&Dprogramma  (Cargill  trekker)  inontwikkeling;  Wetenschappelijk  raad  isgevormd  (TU/e,WUR,TUD,UU,UGent);  Centre  ofExper?seBiobasedbijAvans5.Businessontwikkeling,doorbredecoali?eKvK/Syntens/BOM/Rewin/AVANS,  mogelijkvervatinprojectbureauBiobasedInnova?ons  2.Nietalleenfonds  voor  bedrijven  campus  maarookvoor  bedrijven  diezichgaan  ves?gen  inregio  ofdiemet  nieuwe  applica?es  over  1-­‐2jaaropmarkt  kunnenkomen;  naast  West-­‐Brabant  ookviaSRE/B4enRWE/Essent  BEC/BBE2.0/3.06.Regiobranding  enacquisi?e:DHVmaakt  opditmoment  eenruimtelijk  plan7.Investeringsfonds  (€8-­‐10minperiode2011-­‐2012;eengroter  bedrag  voor  periode2013-­‐2020,voor  financieringvan  jonge  engroeiende  bedrijven  o.a.ves?gersopCOCI  Groene  Chemie,doorgroeiendebedrijven,ves?gersopbijv.  Nieuw  PrinsenlandDinteloord,BorchwerfRoosendaal,Haven  Moerdijk,Theodorushaven/NoordlandBergen  opZoom  endaarnaast  voorbedrijven  diezichgaan  ves?gen  inregio  ofdiemet  nieuwe  applica?es  over  1-­‐2jopmarkt  kunnen  komen;  naast  West-­‐Brabant  ookviaSRE/B4enRWE/Essent  BEC/BBE2.0/3.0.  8.Inhet  programma  energietransi?e  SREisnadrukkelijk  denadrukopbio-­‐energie.  Detwee  lijnenwilmensamenlaten  komen  ineenTechnologie  Centre  BiobasedBrainport.  Voor  bio-­‐energie  doet  menmeeaaneengroot  Noordwest  Europees  project  waarin  eensupportcentrewordt  ontwikkeld.  SREisdaarinverantwoordelijk  voor  business  development.  9.DeTUewilgraag  haareigen  campus  beschikbaarstellen  als“livinglab”,d.w.z.  alsproefomgevingvoordenieuwstetechnologieën.  Doel:“Biocascading”,  olewelverwaardingvan  degehele  biomassaketen  i.p.v.  eendeelBeleidProvinciale  steun  uithet  verleden  (plus  linkmet  knelpunten):•Steun  viaPieken  indeDelta  (BiobasedInnova?onsen  biofunc?onals);1stetranche  Investeringsagenda  Overige  steun  uithet  verleden  (plus  linkmet  knelpunten):•REAP  West-­‐Brabant:  ini?ëlefase-­‐roadmappingMogelijk  toekoms=g  beleid(sinterven=es)Provincie:•Financiëlerol  Provincie  vanuit  investeringsagenda  gedekt  •Inhoudelijke  betrokkenheid:  voorkomen  van  eilandjes(samenhangopschaalZuidwest-­‐Nederland)  •verbindingen  West-­‐Oost  Brabant  cqgroen/bruin  en  opcrossovers,zonderfocus  teverliezen  •Beleidt.o.v.  zwaardere  industrie:  moet  welkom  blijven  enzichkunnen  ontplooien  •Bestuurlijke  rol:  Zuid-­‐West-­‐Nederland  interna?onaal  posi?oneren  alstop-­‐3  biobasedregio  inEuropa  •Ondersteuning  rela?e  met  andere  EUregio’s  (mkb-­‐bedrijven)  en  global,o.a.China,IndonesiëenBrazilië  (grondstoffen,maarookjoint  businessdevelopment)  HeRoomwerking:  •Rela?e  met  topsectoren  agro  enchemie:mogelijke  hezomennogonduidelijk•Noodzaak:  Europese  mul?pliers  viagrote  innova?e  programma’s  2)BiobasedEconomy
    •                                55Economisch Programma Brabant 2020 Bijlages3)CreatieveIndustrieSterkten  en  zwakten  van  het  clusterSterkten  en  zwaktenSterkten:  crea?eve  industrie  iseensterk  groeiende  sector.  Productdesign  iseenconcurren?efactor  van  groeiend  belang.Crea?eve  industrie  iseenrela?ef  jonge,dynamischesector,ruimte  voor  innova?es  ennieuwe  disciplinesalsseriousgaming,sterke  designcommunity  (m.n.Eindhoven  regio)  entoptechnologiebedrijven  &maakindustrie  dieintoenemende  mate  concurreren  opdesign&experience,goed  inontwikkeling  van  concepten  en  uitvoeren  van  experimenten  (komt  bijv.  tot  ui?ng?jdensDDW.  DAMNmagazine:  "jegaat  naarMilaanomhet  nieuwste  te  ziendat  nute  koop  is,jegaat  naarEindhoven  omte  zienwat  erover  twee  jaaropdemarkt  komt“)  -­‐Zwakten:  nogsterk  versnipperd,rela?ef  lage  omzet  entoegevoegde  waarde  van  veelkleinebedrijven,nogte  weinig  aanslui?ngtussenkleinecrea?eve  ondernemingen  engrote  industriële  spelers  (diedesign&crea?viteit  inhunintegrale  productontwikkeling  kunnen  gebruiken),rela?ef  laagniveau  van  ondernemerschap  encollec?ef  denken.  Deelvan  decrea?eve  industrie  komt  voort  uitkunsten-­‐  encultuursector  enisnogsterk  subsidie  gedreven  Uitdagingen/knelpunten  voor  dekomende  jaren  (incl.  arbeidsmarkt/werkloca=es):-­‐Eindhoven  staat  alredelijk  opdekaart  alsdesignstad:  verder  uitbouwen  met  interna?onale  allure  -­‐Verdere  ontwikkeling  van  desector  alsenablerendustot  stand  brengen  van  crosslinks  met  andere  sectoren  alsHTS,zakelijke  financiëledienstverlening,food,maintenance,life  sciences&healthenmaatschappelijke  sectoren  (alsonderwijs).  Inveel  sectoren  isbehoeleaancrea?viteit  ombestaande  problemen  opte  lossen.Bijv.  kansen  voorserious  gaming.  -­‐Shil  van  ‘commodity  economy’naar‘experience  economy’(waarin  belevingen  endesignvoor  toegevoegde  waarde  zorgen)-­‐Hoe  regelen  we  intellectueel  eigendom  (vraag  gaat  zeker  spelenbijverdere  integra?e  met  HTS)?  -­‐Arbeidsmarkt:  ondernemerschap  increa?eve  industrie  (zienvan  marktkansen,verbinden  business&crea?ef,designinintegrale  ontwikkel-­‐  enproduc?eproces)  -­‐Werkloca?es:  incubators  voor  crea?eve  industrie  (behoeleaanrela?ef  kleinekantoorruimten/ateliers  instedelijke  omgeving),gebruikmakend  van  oudeindustriële  gebouwen,aansluiten  bijindustrieel  verleden  van  desteden  (tex?el  inTilburg,keramiek  inDenBosch,etc.),behoeleaangezamenlijke  faciliteiten  (voor  delenkosten  envoor  ontmoe?ngsplek  voor  crea?evelingen),hoogte  van  huurprijzen  speelt  mee-­‐Financiering  fiscaliteit:  denkaannieuwe  construc?es  zoals  crowdfunding  enmicrobetalingen  online-­‐Binnenhalen  ?tel  culturele  hoofdstad  van  Europa  (vanuit  Brabant,samenwerking  meerdere  steden)  Explicietevisie/agenda/investeringsplan  voordekomendejaren  -­‐Op  Rijksniveau  alsgevolg  van  het  Topsector  PlanCrea?eve  Industrie.  Voor  Designiseengezamenlijke  visiegeschreven  voor  het  bidbookWorld  DesignCapital  (2egeworden)  enligt  nubinnenCapital  D.  Voor  AV-­‐sector  isvisiebeschreven  doorAV  Makelaar,maarbedrijven  gaan  daarniet  collec?ef  meeaandeslag.Linkmaatschappelijke  thema’s:  -­‐De  crea?eve  industrie  wordt  intoenemende  mate  gekoppeld  aanmaatschappelijke  thema’s  (met  crea?ve  thinkin-­‐>outofthebox  zoeken  naaroplossingen),bijvoorbeeld  projecten  capital-­‐D  en-­‐projectlijnen  MKBdesign.brabant  Samenwerking  /cluster  Belangrijkste  spelers:-­‐Concentra?es  indegrote  steden:  -­‐Eindhoven:  design,architectuur  enlinkmet  HTS  (TUe,Premsela,LouisKalff  ins?tuut,DesignAcademie,Philips  Design,Van  Berlo,Piet  HeinEek,DCB,Eindhovense  School)-­‐Breda:  audiovisueel/gaming  engrafisch(o.a.NHTV,Colin,Blushuis,GrafischMuseum-­‐Tilburg:  tex?el  &muziek(Tex?elmuseum,013,Theaters  Tilburg,Rock  Academie)  -­‐Den  Bosch:EKBC,DeGruyter  Fabriek,Programmabureau  Culturele  Hoofdstad,Koning  WillemICollege,Academie  voor  Kunst  enVormgeving  -­‐Boxtel:  St.LucasFysieke  ‘brandpunten’:-­‐M.n.  bedrijfsverzamelgebouwen,veelal  inoudindustrieelerfgoed  (o.a.inEindhoven  opStrijpS,WiaeDameenindeGruyter  Fabriek  inDenBosch,DeIdeeënfabriek  inUden)-­‐Leisure  Boulevard  Tilburg  enontwikkeling  Spoorzone;  -­‐Triple  Ocampus  Breda;  -­‐Ideeënfabriek  UdenGeorganiseerdvermogen:  -­‐Cluster  issterk  versnipperd  enbestaat  uitveelkleinepar?jen.  Kent  veel  clusterini?a?even,veelal  met  eigen  focus  (dusvoornamelijk  deelnetwerken)  -­‐Design  Coopera?on  Brainport  –Capital  D-­‐BKKC  =Brabants  kenniscentrum  kunst  encultuur-­‐KvKs,Syntens,Brainport  Development  Linkmet  andere  clusters:  -­‐Link  tussendesignenhightech  (Eindhoven)  ismeest  evident.  InHelmond:  designenautomo?ve.  Daarnaast  (m.n.Tilburg,maargeldt  voor  gehele  kunsten  en  cultuursector):  linkmet  vrije?jdsbesteding.  -­‐Kansen  voor  verbinding  met  andere  clusters  zijngroot  voor  design.-­‐Simula?e  &seriousgaming:  links  met  maatschappelijke  sectoren  (onderwijs,zorg,veiligheid),maarookmaintenance  &aerospace  (simula?eopmaintenance  parkGilze/Tilburg  –Gate  2)-­‐AV  heellinks  met  detechnologiekant  (cameratechniek,installa?es,3D-­‐beeldtechniek),maarAV  sector  zitveelal  inopdrachtnemersrol.  Andere  cross-­‐overs  (o.a.Automo?ve,health)beperkt  van  degrond  gekomen  Linkmet  aanpalenderegio’s:  -­‐Beperkt:  65%van  werkgelegenheid  mediazitinAmsterdam/Hilversum.  Brabant  kan  aansluiten  viaprofilering  (innova?eve  producten),maarbedrijven  willen  daarniet  collec?ef  ininvesteren.  
    •                           56 Economisch Programma Brabant 2020 BijlagesInterna=onaliseringGeografische  schaalvanhetcluster:  -­‐Design  heelwel  sterke  concentra?e  inBrabant  (Eindhoven)  enDutch  Designheelinterna?onale  allure  -­‐Mediacluster  vooral  sterk  inAmsterdam/Hilversum.  Gamingheelverschillende  concentra?es  waaronder  inRoaerdam,Utrecht  (Dutch  GameGarden),Breda  (NHTV).  Mode/ontwerp  inAmsterdam  enArnhemEuropesedimensie:-­‐Kleine  MKB  kent  beperkte  interna?onalisering,zo  ookdecrea?eve  sector.  Wel  eenaantal  grote  namen(designers)  diewereldwijd  netwerk  hebbenen  visie  opDesign&Fashion  &Architecture,maardat  geldt  niet  voor  gehele  cluster.  -­‐AV  heelvooral  na?onaleaccounts.  -­‐Eindhoven  opereert  ininterna?onaal  netwerk  van  designsteden.  Voor  regio  zijn  ermogelijkheden  voor  aanslui?ngbijDistricts  ofCrea?vity  (nualVlaanderen,Baden-­‐Würaemberg,Catalonië,Centraal  Denemarken,Lombardije,Nord-­‐Pas  deCalais,Rhône-­‐Alpes,Schotland)-­‐EC  wilsterker  inzeaen  opdesigninbedrijven  enonderwijs  (European  Crea?ve  DesignExcellence)-­‐Vanuit  EC  start  per1-­‐1-­‐2012deEuropean  Crea?veIndustries  Alliance  (ECIA)  –ondercoördina?e  van  Amsterdam.  Themagroepen  als‘access  to  finance’en‘clustervorming’Globaldimensie:  -­‐Handelsdelega?es  met  alsspeerpunt  design/crea?eve  industrie  -­‐Holland  Paviljoen  opWorld  ExpoShanghai-­‐Mogelijkheden  vooraanslui?ngbijDistricts  ofCrea?vity  (nualOklahoma,Karnataka,Qingdao,RiodeJaneiro,Shanghai,Tampere)  -­‐Crea?ve  Industries  NetworkBehoeKen,uitdagingenenvisie:-­‐Ja:  Dutch  DFA  (interna?onaliseringsagenda  voor  Design,Fashion  en  Architecture)  krijgt  vervolg.Rolvande  provincie:  -­‐Voor  Design:Zorgen  voor  verbindende  func?enaarbijv.  Europa.  PublicAffairs.  -­‐Voor  AV:  kiesvoor  generieke  instrumenten  en  niet  specifieke  ondersteuning  AVBeleidProvinciale  steun  uithet  verleden  (plus  linkmet  knelpunten):-­‐De  provincie  heelinhet  verleden  niet  heelduidelijkgekozen  voor  crea?eveindustrie  als  economisch  cluster  enheeldat  ooknu(Agenda  van  Brabant)  niet  gedaan  (crea?ef  wordt  gezien  alsenabler).  -­‐Wel  verschillende  rela?ef  kleineprojecten  indesignsector,waaronder  DesignPressureCooker,MKBdesign.brabant.  Design  &Automo?ve-­‐AV  ImpulsomBrabantse  AV  industrie  verder  te  helpenente  verstevigen.  Advies  isomdat  traject  geen  vervolg  te  geven.  -­‐Ook  duidelijke  inzet  opbidbookBrabant  Culturele  Hoofdstad  (vanuit  Investeringsagenda:  max.  50Meuro),maarkiest  nuvoor  piekac?viteiten  in2018(envoorlopend  in2016),niet  voor  integrale  ontwikkeling  van  het  cluster  indeperiodevanaf  nut/m2018.-­‐Beperkte  samenwerking  binnenprovincie  tussenbureaus  Economie  enCultuur-­‐Podiumkunstenplan  2013-­‐216Overige  steun  uithet  verleden  (plus  linkmet  knelpunten):-­‐Andere  par?jensteunen  decrea?eve  industrie  (m.n.design)expliciet,met  namedegemeente  Eindhoven  (o.a.met  Dutch  DesignWeek)  enBrainport  Development  dienadrukkelijk  delink  leggen  tussendesign,architectuur  entechnologie,engemeenten  Tilburg,Breda,DenBosch,Uden/Veghel-­‐Ook  het  Rijkheelmet  eenBeleidsprogramma  Crea?eve  Industrie  indeperiode2009-­‐2013eenimpuls  gegeven.  Nu  Topsector.  Begrip  Technopartnerisopgerekt  naarcrea?eve  sector.  -­‐DoorlopendeInterregprojecten,zoalsVIViD(Breda  indelead,project  gerichtopdebeeldcultuursector)  en  PROUD  (Design  Coöpera?eBrainportindelead,gerichtopdesign  alsdrivervoorinnova?e)Mogelijk  toekoms=g  beleid(sinterven=es)Provincie:-­‐Indruk:met  rela?ef  weinig  investeringen  desector  verder  helpen(uitdagen,professionaliseren,koppelen  aanbusiness/technologie,publieke  sector  als  klant).  Maarervaring  inAV-­‐sector  is:te  weinig  ondernemerschap,collec?ef  denken  enbereidheid  tot  private  investeringen.  Design:sluitaanbijbestaande  ini?a?even  enzorg  voor  Public  Affairs-­‐Vraag  is:kiest  deprovincie  voor  deze  sector  ofniet?  Ofvoor  deelsectoren  (als  dat  zo  is,duidelijkonderbouwen  encommuniceren)?  Enkiezen  voor  crea?eve  sector  alsenabler:  wat  betekent  dat?  Gedacht  kan  worden  aanvoucherach?ge  instrumenten  omcrosslinks  te  laten  ontstaan.  AdviesomAV  Impulste  stoppen  (o.a.vanwege  gebrek  aanduidelijke  keuze  provincie  engering  budget  voor  innova?ebeleid)  -­‐Verbindingen  leggen  met  andere  regio’s  (bijv.  mediacluster  inAmsterdam/  Hilversum)  -­‐Werkloca?es:  koppelingmet  monumentenzorg(behoudindutrieelen  cultureelerfgoed).  Gebiedsgerichtemonumentenzorgi.r.t.  deruimtelijk-­‐economischeomgeving-­‐Aanslui?ngzoekenmet  Europesenetwerkvorming(viaECIA  bijv.)HeRoomwerking:  -­‐Aanslui?ng  Topsector  Crea?eve  industrie  (maarTopteam  richt  zichbeperkt  opproductdesign  waar  Brabant  juist  goed  inis)-­‐EC:  European  DesignLeadershipBoard  +European  Crea?ve  DesignExcellence  -­‐Aanslui?ng  zoeken  bijDistrictsofCrea?vityenECIA3)CreatieveIndustrie
    •                         57Economisch Programma Brabant 2020 Bijlages4)HTS&M*Sterkten  en  zwakten  van  het  clusterSterkten  en  zwakten-­‐Sterktes:  (i)Veel  belangrijke  OEMers  aanwezig  (kleinere  bedrijven  entoeleveranciers  profiteren  daarookvan),(ii)goede  exportposi?e,(iii)diverse  samenwerkingsrela?es  binnenEuropa,(iv)veel  specialis?schekennis  inhet  cluster  &bereidheid  kennis  te  delen(o.a.applica?ekennis  van  componentenleveranciers),(v)sterk  formeel  en  informeel  netwerk,(vi)sterk  netwerk  van  toeleveranciers  inderegio,(vii)sterke  specialisa?einnichemarkten  (goede  profilering  en  interna?onale  posi?e)-­‐Zwakten:  (i)dominan?evan  OEMsbijhet  verkrijgen  van  financieringenaantrekken  hooggekwalificeerd  personeel  (kan  ookals  sterkte  gezien  worden,zieboven).  Uitdagingen/knelpunten  voor  dekomende  jaren  (incl.  arbeidsmarkt/werkloca=es):Uitdagingen  komende  jaren:  -­‐Tekort  aanhooggekwalificeerd  personeel,m.n.groeiend  tekort  aanvakmensen  (voldoende  enjuist  gekwalificeerdepersonen  opMBOniveau  i.v.m.  uitstroom  van  pensioengerech?gden  enonvoldoende  instroom  inbètatechnischeopleidingen)  -­‐Opvangen  van  minderprominente  rol  van  Philips  v.w.b.  produc?e  en(kennis  over)  produc?etechnologie,mogelijk  viaini?a?ef  CFT2.0-­‐Druk  opbedrijven  omdicht  bijafzetmarkten  in  Aziëte  gaan  produceren  enR&Dte  gaan  doen.Explicietevisie/agenda/investeringsplan  voordekomendejaren  -­‐Roadmap  ontwikkeld  binnenTopgebied  HighTech  Systems  andMaterials  -­‐Nu  diverse  visiedocumenten  ontwikkeld  doorTopteam  (enaanvullend  roadmaps,TKI’s,etc)Linkmaatschappelijke  thema’s:  -­‐Health  medischetechnologie,zorgtechnologie,robo?ca  en  domo?ca.  Duurzame  Energie  solar,energie  efficiency,smartbuildings,smartenergy,windenergie.Voeding  produc?etechnologie,monitoring  enketenbewaking.  Mobiliteit  m.n.bijAutomo?ve,maarookbreed  opHTSM  met  sensoren,regeltechniek  etc.  Zieaparte  fichesover  SolarenAutomo?ve.Samenwerking  /cluster  Belangrijkste  spelers:-­‐OEMers:  ASML,DAF,Philips,VDL,Océ(HQinLimburg),FEI,Vanderlande.  Componentenleveranciers:  NXP,Neways-­‐Kennisinstellingen:  TU/e,Holst,ESI,M2i,DPI,TNO,Fontys,ROC  Eindhoven.  -­‐Indemetalurgie:  Wärtsilä,LDM,SapaProfiles.  -­‐Belangrijkste  netwerken:  Brainport  Industries,Point-­‐Onenetwerk,HighTech  Systems  Plaáorm.Fysieke  ‘brandpunten’:-­‐Clustervorming  isaanwezig,met  HTCE,TU/e,Philips  Best  endebeoogde  Brainport  Innova?onCampus(BIC),Metal  ValleyDrunen(gericht  opmetalurgie)Georganiseerdvermogen:  -­‐Cluster  iszeer  goed  georganiseerd.  -­‐Clusterorganisa?es  zijnerlandelijkviaPoint-­‐OneennuTopsector  HighTech  Systemen  &Materialen,Brainport  Industries  meergericht  opZuidoost-­‐Nederland.  Ook:HighTech  Systems  Plaáorm-­‐DegroteOEM’shebbenveel  competen?es  gemeen  enveelal  dezelfde  toeleveranciers.  Dat  levert  eensterke  bandop.Linkmet  andere  clusters:  -­‐Link  met  Energie  (o.a.Solar)enAutomo?ve,tweegerelateerde  clusters,isevident.  Solarenautomo?veworden  gezien  alsonderdeelvan  HTS  (gezien  deinforma?erijkheid  inaparte  fichesuitgewerkt)  -­‐Ookeenduidelijkelinkmet  life  sciences(o.a.  medtechen  ‘intelligentepillen’)-­‐Sterke  linkmet  Maintenance  &servicinghiermeekan  deconcurren?e  opkosten  met  m.n.DeBRIC-­‐landenaangegaan  worden  enzorgt  het  daarnaast  voor  nieuwebusiness.-­‐Crea?eve  Industrie,met  nameDesign.Decombina?e  van  HTS  enDesignkan  tot  nieuweconcepten  en  producten  leiden.  -­‐Via  componentenen  chips  valtdekoppelingmet  anderetopsectorenwater(o.a.  dijkbewaking)  en  agrofooden  tuinbouw(sensoren,robo?ca,packaging,processing,licht/op?ca)  temaken.Linkmet  aanpalenderegio’s:  -­‐Universitairverbandvan  TU/e,UniversiteitTwenteen  TechnischeUniversiteitDellin3TU,TU/eversterktookduidelijkbandenmet  UU-­‐Twente  enDellzijnregio’s  met  ookzwaartepunten  inHTS  -­‐Rela?es  liggen  erbinnendeELAT-­‐regio,met  eendirect  linknaarIMEC  België*Automo?ve  enSolaropaparte  fiches
    •                         58 Economisch Programma Brabant 2020 BijlagesInterna=onaliseringGeografische  schaalvanhetcluster:  -­‐Zeer  sterk  cluster  rondom  Brainport/Eindhoven,met  sterke  rela?es  binnenELAt.  Europesedimensie:-­‐Er  zijnveel  mogelijkheden  omdesterke  Europese  samenwerkingsrela?es  uit  tebouwen.  -­‐Veel  samenwerking  binnenFPs,Eurka,Joint  Technology  Ini?a?ves  -­‐>nuverkennen  aanslui?ngenbenuângHorizon  2020Programme  van  deEuropese  Commissieeneenmogelijke  KIC  vanuit  EIT(KIC  Health)Globaldimensie:  -­‐HTS  iseenmondialemarkt  -­‐Door  verkiezing  slimste  regio  van  dewereld  (in2011)heelBrainport  veel  aandacht  gekregen  -­‐Opkomst  van  BRIC-­‐landenzorgt  voor  sterke  concurren?e  opkosten.  Ookopkennisgebied  lopendielandenin.  -­‐R&D  partners  steeds  meerwereldwijd  (verschuiving  naarAzië,niet  alleenvoor  produc?e  maarookvoor  R&D)BehoeKen,uitdagingenenvisie:-­‐Kijk  niet  alleennaarafzetmarkten,maarooknaarR&D-­‐partnerschappen.  Rolvande  provincie:  -­‐Faciliteer  decampus  (HTCE),ombehoudvan  interna?onaletopspelers  in  Brabant  te  garanderen  ennieuwe  topspelers  aante  trekken,bijv.  viainterna?onale  acquisi?e-­‐Maak  deregio  aantrekkelijk  voor  (buitenlandse)  kenniswerkers.  Dat  vereist  werkloca?es  dieaantrekkelijk  zijn(incl.deomgeving  ervan:  groenvoorziening,bereikbaarheid,vrije?jdsaanbod,onderwijs,etc)  BeleidProvinciale  steun  uithet  verleden  (plus  link  met  knelpunten):-­‐Totstandkoming  van  incubatorgebouwen  opdeHTCE  (bèta)  enhet  TU/e  terrein  (Twinning,Catalyst  –inaanbouw)-­‐Ondersteuning  campusini?a?even  (bijv.  Metal  Valley  Netherlands)  -­‐Veel  PiDenOP-­‐Zuid  projecten  gefinancierd  Overige  steun  uithet  verleden  (plus  linkmet  knelpunten):-­‐Innova?eprogrammas:nano-­‐enmechatronica  (Point-­‐One)  -­‐HTS  heelveel  gebruik  gemaakt  van  deCrisismaatregelen  (Kenniswerkersregeling  enHighTech  Topprojecten)Mogelijk  toekoms=g  beleid(sinterven=es)Provincie:  -­‐Duidelijk  definiëren  van  ambi?eenookaangeven  hoedeprovincie  daar–o.a.viainnova?ef  inkopen  –aankan  bijdragen.-­‐Ondersteunen  van  mkbomaante  haken  oponderzoek  enmaatschappelijke  opgaven.  O.a.  middelsseedcapital,innova?ekredieten,financieringvan  gezamenlijke  faciliteiten.  -­‐Ondersteuning  starters  viaValorisa?eprogramma  Zuidoost  envoor  huisves?ng  viaCatalyst  enBeta  2.-­‐Samenhangend  campusbeleid  ontwikkelen  (incl.  MeaalValley).  -­‐Arbeidsmarktbeleid:  samenwerking  sector-­‐onderwijs  opalleniveaus,doorstroom  &instroom  eninterna?onale  kenniswerkers.  Onderwijsinstellingen  enbedrijven  moeten  aandetafelombinnenhet  bestaande  onderwijsbudget  deslagkracht  te  vergroten  en  concrete  ini?a?even  te  ontwikkelen.  Ondersteunen  van  Centre  ofExper?seenCentre  voor  Innova?ef  Vakmanschap  (hboenmbo).Aansluiten  onderwijsaanbod  bijbehoelenvan  bedrijven.  -­‐Aansluitend:  jongeren  enthousiasmeren  voor  techniek  enregio  aantrekkelijker  maken  voor  buitenlandse  vakmensen-­‐Benuaen  van  ins?tuten  inhet  ecosysteem  (bijv.  CFT2.0ini?a?ef  enHolst  Centre).  -­‐Behoele  aanontwikkelwerk  ism.n.cross-­‐sectoraal.  Mogelijk  i.s.m.BOM.HeRoomwerking:  -­‐Samenwerking  met  TTR-­‐ELAt  enEuropese  programmas,enandere  generieke  instrumenten  zoals  aanhaken  bijMKB  fonds  4)HTS&M
    •                                 59Economisch Programma Brabant 2020 Bijlages4A)HTS|Automotive/elektrischrijdenSterkten  en  zwakten  van  het  clusterSterkten  en  zwakten  •Elektrisch  rijden:sterk  isdeBrabantse  proeluinbenadering  enrela?e  met  smartgrids,maarnogslechts  beperkt  aantal  echt  ac?eve  spelers  (zieAGV  discussie:despoelingisdun).Grote  spelers  alsDAF  enVDLkijken  zijdelingsmee.ER=wel  koploper  ac?viteit  •Automo?veNLenm.n.PPPR&Disgoed  georganiseerd  met  bijdrage  vanuit  demarkt  •Shared  facili?es(AFB)  o.b.v.  speerpunahemaszijninontwikkeling  •Doorlopendeleerlijnen,inclWO,met  CentresofExper?seopMBOenHBOniveau  zijngeorganiseerd  Uitdagingen  voor  dekomende  jaren  (incl.  arbeidsmarkt/werkloca=es):•Themasalselektrisch  rijdenenslimmemobiliteit  scheppenkansen  voor  faciliteren  van  cross-­‐sectorale  samenwerking  •Elektrisch  Rijden:slagmaken  van  ontwikkeling  naareerste  produc?eseries  plusservices  eromheen  •Campus(HTAC)  alskristallisa?epunt,maarmet  sterke  samenwerking  inheelBrabant  énbuiten  deregio  (geen  hekeromheen),ookcross-­‐sectoraal  •Mkbnoginonvoldoende  mate  aangehaakt  bijontwikkelingen  opdecampus  (en:wieorganiseert  dat?),wel  bijERBregeling  •BusinessplanAutomo?veNLmet  oogvoor  integraliteit  enmet  eenverdienmodel.  Noodzaak:  onapankelijkheid  van  provinciale  subsidie  na2013•Goedeproposi?e  met  interessante  par?jenvoor  ves?ging  en/of  samenwerking  HTACampusisgewenst  •Ambi?ewaarmaken:  Brabant  alsul?emetestsitevoor  Europa  (testen,cer?ficeren)  •Verbreding  naarslimmemobiliteit  (ofcoopera?evemobiliteitm.b.t.  personen-­‐  engoederenvervoer),rela?e  met  DITCM  •Concentra?e  van  facili?esopcampus,maarookverbinden  met  facili?esvan  spelers  erbuiten  (bijv.  DAF  en  TU/e)  Linkmaatschappelijke  thema’s  -­‐Logis?ek/Slimme(enduurzame)  mobiliteit  Samenwerking  /cluster  Belangrijkste  spelersinBrabant:•Automo?veNL(=fusieHTAS,  ATC  enCampus,landelijkeorganisa?e,met  focus  Zuidoost-­‐Nederland);  ontwikkelingsmaatschappijenBOMenLIOF,Brainport,Provincie,gemeenteHelmond•TNO  Automo?ve•TUEindhoven/Fontys/(HAN)/ROCs(ook:centresofexper?se)  •Enexis(smartgrids)  •Grote  bedrijven  zoals  DAF,VDL,NXP,TomTom,  Philips,Benteler•mkb-­‐bedrijven,o.a.binnenhet  themaElektrisch  Rijden,DTI,ABB•Dinalog(Slimme  mobiliteit),PointOne(HTSM)  Fysieke  ‘brandpunten’:Automo?ve  CampusHelmondmet  linken  naarHigh  Tech  CampusEindhoven,DinalogCampuGeorganiseerdvermogen:  •Ontwikkelcapaciteit:  Automo?veNLnieuwe  speler,naast  BOM,Brainport  enLIOF•Inbestuur  enRVC  van  Automo?veNLisTriple  Helixgeorganiseerd  •RoadmapAutomo?veNLaangeleverd  bijTopteam  HTSM  o.b.v.  PPP•BusinessplanAutomo?ve  NL  inontwikkeling,m.n.deverdere  uitdieping  van  deregionale  component  (HTACampusmet  acquisi?e,interna?onalisa?e,innova?e,par?cipa?e,etc.)  •Investeringsplan  ERindemaak(Accenture)  Linkmet  andere  clusters:  •Logis?ek(nogniet  manifest;  uitwerken  onderdevlag  van  Slimme  Mobiliteit)  •HTSM  breed:  dwarsverbanden  met  andere  roadmaps?  •Energie  -­‐smartgrids•Maintenance  (o.a.compensa?eorders)  Linkmet  aanpalenderegio’s:  •Euregio  Maas-­‐Rijn:Interregprojecten  Enevateen  Automo?veClusterEuregio  Maas-­‐Rijn,maarnogweinig  echte  inhoudelijke  samenwerkingsprojecten  •Poten?e  voor  Europese  posi?oneringEMRregio  enaantrekken  kenniswerkers  •NL  netwerk  elektrisch  rijdeno.m.viaFETenDIncerten  s?ch?ngDOET
    •                             60 Economisch Programma Brabant 2020 Bijlages•BinnenAutomo?veNL  regionale  ac?viteiten  endeliverables  t.b.v.  succesvolle  doorontwikkeling  HTAC  posi?oneren  enorganiseren  opgebied  van  acquisi?e,interna?onalisering,par?cipa?e.Hierbijverankering  rol  van  BOMverkennen.•Quathema?ekverbreding  van  automo?ve/E-­‐Mobility  secnaarSlimmeMobiliteit:  kansen,versnipperd  binnenProvinciehuis:intern  beter  verbindenHeRoomwerking:  •Rela?e  met  topsector  HTSM:  roadmap  ingediend  •Europa:  nuwel  sterk  bezig  met  organisa?e  binnenregio;  maaris  poten?eelinteressant  (o.a.Green  CarbinnenHorizon  2020programma)  Interna=onaliseringGeografische  schaalvanhetcluster:  •Euregio  Maas-­‐Rijn(inpoten?e),wel  algoede  verbinding  met  Flanders  Drive  Europesedimensie:•Posi?onering  alstestbed  inEuropa  •Nog  geen  visieopjoint  businessdevelopment,wel  eerste  contacten  met  andere  regios(Oxford,Andalusië)•Onderzoek  naarKIC  urbanmobility2018?Globaldimensie:  •Acquisi?e(Europees  englobal)isbelangrijkBehoeKen,uitdagingenenvisie  interna=onaal:•Nog  geen  uitgewerkte  visieRolvande  provincie:  •Bestuurlijke  rol:  inspelenopnetwerken,financieringsbronnen  •Bijeenkomst  Interna?onalisering  Elektrisch  Rijdenisop20decembergeorganiseerd  doorConnieMoonenBeleidProvinciale  steun  uithet  verleden  (plus  link  met  knelpunten):•ERBregeling  Elektrisch  Rijden•1stetranche  SamenInvesteren  (CampusenAutomo?ve  House)•ATC  cofinanciering  vanuit  innova?e  middelen  •Verhuizing  TNO  •Innova?eprojecten  (Design,Automo?ve  Clusters,etc)  •HTAC  gesteund  vanuit  OP-­‐Zuid  met  cofinanciering  van  Brabant,HelmondenSR•Middelenvan  Mobiliteit  voor  ITS  projecten  enexposure  Overige  steun  uithet  verleden  (plus  linkmet  knelpunten):•Rijksgeld  ,o.a.viaHTAS  programma  Explicietevisie/agenda/investeringsplan  voordekomendejaren:  •Landelijke  visieAutomo?ve  2020(i.o.m.deFedera?e)  is  er.  Isquathema?ekrich?nggevend•Roadmap  Automo?ve  NL  aangeleverd  aanTopteam  •Planvoor  elektrisch  rijdenisindemaak(1stetranche  investeringsagenda)  •BusinessplanAutomo?ve  NL  wordt  verder  uitgeschreven,m.n.verdere  invulling  van  deregionale  deliverables  (rela?e  met  deHTACampus)  enhet  verdienmodelMogelijk  toekoms=g  beleid(sinterven=es)Provincie:  Algemeen:  sturen  opregionale  enbovenregionale  scope,bevorderen  mkb-­‐dynamiek,proeluinbenadering  cross-­‐sectorale  verbindingen  Doorlopendvanuit  vorige  bestuursperiode:  •SamenInvesteren  middelent/m2013voor  Automo?veNL  organisa?e  met  focus  opcampus  component  Nieuwbeleid:•Elektrisch  rijdenafgedekt  viaplan10miljoen:proeluingedachtewaarmaken;  deelaspecten  goed  oplijnen(innova?e,acquisi?e,interna?onalisering,par?cipa?es•Launchingcustomer  (o.a.openbaarvervoer)  •Brabant/campus  posi?oneren  alsEuropese  testsite  4A)HTS|Automotive/elektrischrijden
    •                     61Economisch Programma Brabant 2020 Bijlages4B)HTS|SolarSterkten  en  zwakten  van  het  clusterSterkten  en  zwakten-­‐Sterkte:  (i)kracht  zitindeequipementbouw,(ii)userinterface  ICT  enPower  Elektronica  en(iii)slimmene?ntegra?e  enintegra?e  indegebouwde  omgeving  van  celleninpanelen/paneleninframes.  -­‐Zwakte:  (i)behoudenvan  kri?sche  massaisnodigomtekunnen  blijven  concurreren  met  vergelijkbare  regios,(ii)beperkte  linkmet  c-­‐Sien(iii)beperkte  focus  opdeproduc?e  van  cellenc-­‐Si.Uitdagingen/knelpunten  voor  dekomende  jaren  (incl.  arbeidsmarkt/werkloca=es):-­‐PNB  wint  het  niet  opkosten  (Azië),maarjuist  op(i)  linkmet  materiaalkundeendesignen(ii)integra?e  van  systemen.  -­‐Tekort  aanhoogopgeleid  (bèta)  personeel.  Explicietevisie/agenda/investeringsplan  voordekomendejaren  -­‐In  maart2011isereenroadmap  gepresenteerd.  Gefinancierd  vanuit  Brabant,maarmet  eenlandelijke  focus  eninterna?onale  aanslui?ng.Indecemberisditvertaald  naareeninnova?econtract.  Meerdan50bedrijven  hebbenondertussenMoUondertekend.  Linkmaatschappelijke  thema’s:  -­‐Elektrisch  rijdenenslimmenetwerken.  -­‐Zwakke  luchtkwaliteit  Brabant.  -­‐Provincie  heelgeen  beleidvoor  energiebesparende  ac?viteiten.  Ze  richten  zichopeconomische  aspecten  van  solarenniet  het  s?muleren  van  afname  van  zonnepanelen.  Maarviaproeluinen  alsonderdeel  van  green  dealwordt  deuitrol  van  innova?eve  producten  ges?muleerd.  Samenwerking  /cluster  Belangrijkste  spelers:-­‐KI:  Sollianc-­‐Bedrijven:  sector  bestaat  voor  belangrijkste  deeluit(groot)  mkb.Fysieke  ‘brandpunten’:-­‐Posi?onering  TUeterrein  (TUe,KIC,FOM)  enHTCE  (bedrijven,Solliance)-­‐Brainportregio  zet  zichhiermeestevig  opdekaart  alscentrale  regio  inEuropa  voor  energieonderzoek.  Georganiseerdvermogen:  -­‐Solliance,eenallian?evan  TNO,TU/e,Holst  Centre,ECNenIMEC,eninnauwe  samenwerking  met  deindustrie.  Linkmet  andere  clusters:  -­‐Duidelijke  rela?e  met  HTS  (enMetal  Valley  Netherlands).  -­‐Kansrijk  isdelinkmet  het  Crea?eve  cluster.  Met  namehet  koppelen  van  designensolarkan  veel  marktpoten?eel  opleveren.  -­‐Duidelijke  linkmet  topteam  energie.  Vooral  mbt  smartgird/automo?ve,gebouwdeomgeving.  -­‐Interessant  isdeverbreding  van  solarnaarSmartcityconcepten.  Linkmet  aanpalenderegio’s:  -­‐PV  applica?ecentrum  inLimburg.  -­‐Energy  Valley  inNoord-­‐Nederland  (gericht  opgas)  -­‐Roaerdam  energy  port-­‐Vlaanderen  (Solliance)-­‐Noord-­‐Rijn  Wesáalen  (Solliance)
    •                       62 Economisch Programma Brabant 2020 BijlagesInterna=onaliseringGeografische  schaalvanhetcluster:  -­‐In  Nederland  cluster  rond  Eindhoven,met  HTCE  en  TU/e-­‐terrein  (ookmet  Metal  ValleyNetherlands).  Aanslui?ng  met  Limburg  voor  synergie.  Daarnaast  veel  overlap  met  Duitseregio’s  enLeuven.  Europesedimensie:-­‐Solar  iseenhotitem  inEU.  -­‐Zowel  TNO  alsECNopereren  insamenwerkingsverband  European  Energy  Research  Alliance(EERA).-­‐Binnen  deEUiserveel  aandacht  opduurzaamheid.  Het  cluster  kan  daaraanslui?ngzoeken.  -­‐Meer  samenwerking  Vlaamseinstallateurs  enproducenten  enNederlandse  machinebouw.  Globaldimensie:  -­‐Zonnecelproduc?e  verschuil  van  Europa  naarAzië.MaarBrabantse  cluster  isjuist  goed  inhet  maken  van  machines,die  ze  daarnodighebben.Zorg  voor  goedeexport  isnodig.-­‐En  omdiemachinesop?maalte  benuaen,hebjekennis  nodig.Diensten  ernaast  verkopen?  Bijv.  voor  applica?eontwikkelingen  enimplementa?e  van  deheleketen.  BehoeKen,uitdagingenenvisie:-­‐Zorgen  voor  voldoende  kri?schemassaomconcurren?eposi?e  te  kunnen  blijven  houden.  -­‐Ontwikkelen  van  eenmasterplan:  waar  willenwe  met  degroene  samenleving  naartoe  enhoekrijgen  we  de(lokale)  industriedaaraan  opgelijnd(waar  richt  jejeop?Moet  PV-­‐produc?e  terug  naarBrabant  komen?  etc).  Rolvande  provincie:  -­‐Zet  Brabant  alsduurzame  regio  opdekaart;  investeer  induurzaamheid.  Daarvoor  ishet  opzeaen  van  eenheldermasterplan  belangrij-­‐>wat  wiljebereiken?  -­‐Mogelijk  eenmeergenerieke  aanpakdievoor  alle  clusters  geldt,gericht  op:(i)(Samenwerkend)  Interna?onaal  Innoveren,(ii)Interna?onale  Handelsbevordering  /Export,(iii)Interna?onale  Acquisi?e,(iv)Aantrekken  envasthouden  Interna?onaal  Talent,(v)Europees  arsenaal  van  financiëleinstrumenten,(vi)PublicAffairs,(vii)Branding  enpromo?een  (viii)aansluiten  bijinterna?onalisering  van  het  (hoger)  onderwijs.  BeleidProvinciale  steun  uithet  verleden  (plus  link  met  knelpunten):-­‐Ondersteuning  Solliance(verhuizing  ECNnaarPNB  en  investering  inlabfaciliteiten),KIC  enFOM.  -­‐Reservering  voor  valorisa?eprogramma  Solar(10mln,matching  15mlnnodig).  -­‐Vanuit  Essentgelden  reservering  voor  Solar,BioBasedEconomy  enElectrischrijden/Slimmenetwerken.  (totaal  71.2mln)Overige  steun  uithet  verleden  (plus  linkmet  knelpunten):-­‐PiD&OP-­‐Zuidprojecten  bleken  zeer  rendabel.  Revolverend  fonds  was  mogelijk  geweest,waarbij  elke  euro  3xuitgegeven  hadkunnen  worden.  -­‐Overheidsinvestering  van  12,5  mlnheeleentotale  projectenportefeuillevan  50mlMogelijk  toekoms=g  beleid(sinterven=es)Provincie:  -­‐Middels  valorisa?eprogramma:  Facilitering  technologische  proeluinen,exportondersteuning,groeifinanciering  efinancieringvan  grensverleggende  innova?eprojecten.  -­‐Er  ismeerbehoeleaanintegra?eonderzoek  van  (TF-­‐)PV  inheeldemenselijke  omgeving  proeluinen.  -­‐Voldoendegeld  isgereserveerd  nuzorgen  voor  ontwikkeling  ecosysteem.  -­‐Haak  aanbijbeschikbare  kennis  over  ‘energie  indegebouwde  omgeving’.  -­‐Faciliteer  flankerende  ac?viteiten  van  o.a.BOMenBrainport  Development.  Probeer  aante  hakenbij  ini=a=evenuithetveldHeRoomwerking:  -­‐Europa:  Aanhaken  bijFramework  Programme,overige  Europese  ini?a?even  gericht  opduurzaamheid.  Samenwerking  binnenEuropean  Energy  Research  Alliance(EERA).Samenwerking  binnenELAt-­‐regio.  -­‐NL:  (i)Solarisonderdeel  van  innova?ebeleid.  Erzijn  veel  innova?econtracten  namenstopteam  HTS  enEnergie  opgesteld.  (ii)  ECNkrijgt  subsidie  van  deoverheid.  (iii)  Aanvullend  opdeinnova?econtracten  issamenwerking  met  deprovincie  Gelderlandinteressant.  Daarisveel  synergie  tevinden.4B)HTS|Solar
    •                           63Economisch Programma Brabant 2020 Bijlages5)LogistiekSterkten  en  zwakten  van  het  clusterSterkten  en  zwakten-­‐Zwakte:  (i)ma?ge  innova?viteit  sector  (lange  ademnodig),(ii)tekort  arbeidskrachten  (van  mbotot  wo),(iii)  samenwerking  komt  moeilijk  van  degrond  (angst  kennisuitwisseling  enhoge  mate  van  concurren?e  met  dunnemarges),(iv)hoge  mate  van  versnippering,(v)gebrekaanvisionaireondernemers  en(vi)slecht  imago  (files,vervoer  gevaarlijke  stoffen,geluid,gezondheid  etc).  -­‐Sterkte:  (i)strategischeligging,(ii)aantrekkingskracht  Brabantse  logis?eke  ecosysteem  (met  het  na?onaleins?tuutDinaloggeves?gd  inBreda),(iii)sterke  logis?eke  sector  inBrabant  (nogwel  m.n.logis?eke  dienstverleners),(iv)sterk  logis?eknetwerk  doorfysieke  nabijheidvan  logis?eke  dienstverleners  voor  producenten,(v)mul?modalverbindingen  enknooppunten,(vi)doorsterke  industrie  inBrabant  (m.n.HTS)  veel  logis?eke  ac?viteiten,(vii)doorbestaand  volume  van  ac?viteiten  zijnersynergie-­‐effecten  en(viii)aanwezigheid  van  alleonderwijsniveaus  (MBO-­‐HBO-­‐WO).  Uitdagingen/knelpunten  voor  dekomende  jaren  (incl.  arbeidsmarkt/werkloca=es):-­‐Er  moet  ingezet  worden  opkennisintensivering  van  desector,waarmee  eenverschuiving  ingang  gezet  kan  worden  van  deklassieke  logis?eke  sector  van  transport,warehousing  enlogis?eke  dienstverlening  naarhet  verkrijgen  enversterken  van  eenmondiaalcompe??eve  regiefunc?e.  -­‐Dedriehoekwaar  Brabant  zich  bevindt  isvooral  van  invloed  opEDCs.Dezevoeten  indekleizijnnodig,maarvoor  innova?e  isvooral  investering  inketenregie  nodig.  DeEDCsbijvoorbeeld  hebbengemiddeld  genomen  eenovercapaciteit,middelseenvirtueleorganisator  /regisseur  over  meerdere  EDCskan  met  dezelfde  fysieke  capaciteit  meerbusinessgecreëerd  worden  +hogere  marges.  -­‐Innova?e  isnodigommeete  komenindesteeds  complexere  interna?onale  supplychain-­‐Versterken  intermodale  connec?vity  -­‐Bereikbaarheid  zekerstellen  bijgroeiend  volume  -­‐Aanhaken  bijveranderingen  ineCommerce  biedtnieuwe  groeikansen.Explicietevisie/agenda/investeringsplan  voordekomendejaren  -­‐Topteam  Logis?ek/SPL(roadmaps  ontwikkeld)  (voorloper:Commissievan  Laarhoven)  -­‐Visie  VlaamsNederlandse  Delta  -­‐Strategische  VisieGoederenvervoer  -­‐PNB  isbezig  met  het  opstellen  van  eeninlandhub-­‐strategie  (ookwel  strategie  hubs  &spokes).  -­‐>rela?e  met  werkloca?es.  Linkmaatschappelijke  thema’s:  -­‐Mobiliteitnieuwe  mobiliteitsvormen  interessant,optreden  alsproeluin  en/of  launchingcustomer.  Voedinglogis?ek  is  eenkwaliteitsbepalende  factor  bijvoeding.  Duurzame  energie  beperkt,alsenablervoor  biobasedeconomy.  Daarnaast  islogis?eke  sector  zelf  ookgrote  energieverbruiker  (laatste  jaren  alwel  grote  stappen  gezet).  Healthgrote  farmaceu?sche  EDCinBrabant.Samenwerking  /cluster  Belangrijkste  spelers:Delogis?eke  bedrijven  zijninte  deleninvijftypen:1=transport  envervoer  (allemodaliteiten):  o.a.Vos  Logis?cs,Kuehne+Nagel.  2=op-­‐enoverslag:  o.a.:Samsung,Lidl,Chevrolet,Mexx.  3=VAL  enVAS:  o.a.Vos  Logis?cs,Kuehne+Nagel.  4=regie  enorganisa?e  van  logis?ek/supplychains:o.a.aantal  incubators  inDinalogBuilding5=supportdiensten  entoeleveranciers  (incl.kennisinstellingen):  ICT  -­‐diensten  zoals  SAP,financiers  zoals  RabobankenING  Lease,logis?eke  advieszoals  Groenewoud  endekennisinstellingen  Dinalog,NHTV,KMA,Avans,UvT,TU/e,Fontys,TiasNimbas,HAS.Fysieke  ‘brandpunten’:-­‐Diverse  bedrijventerreinen  met  eenhoofdzakelijk  logis?eke  oriënta?e:  Logis?ekPark  Moerdijk,Hazeldonk  inBreda,Vossenberg  enKatsbogten  inTilburg,Acht,Flight  Forum  enEkkersrijt  inEindhoven  enBorchwerf  enMajoppeveld  inRoosendaal.  -­‐Sectorspecifieke  zwaartepunten  verspreid  over  Brabant,bijv.  Zuid-­‐Oost  Brabant  met  grote  concentra?e  Agrofeed-­‐produc?ebedrijven  met  grote  binnenvaartstromen.  -­‐Loca?es  met  mul?modaleverbindingen,kansen  enambi?eszoals  Haven  (Waalwijk),Rietvelden  (DenBosch),Elzenburg  /DeGeer(Oss),Veghel,Cuijk,Bergen  opZoom  (MCT),Tilburg  (BTT),Eindhoven  (RTE)  enMoerdijk  (CCT  &DMT).-­‐DinalogCampusBreda  (i.o.)Georganiseerdvermogen:  -­‐Dinalog  Ins?tute  (geves?gd  inBrabant,maarna?onaleoriënta?e)  richt  zichopkennisontwikkeling  en–dissemina?e,deorganisa?e  van  samenwerking,opopzeaen  van  innova?e-­‐,demonstra?e-­‐  enpilotprojecten  enhet  ontwikkelen  van  het  OpenInnova?e  ecosysteem,deDinalogCampus.-­‐Brabant  Intermodal:  Samenwerkingsverband  mul?modaleoperators  t.b.v.  op?maliseringvan  decontainerstromen  enbevordering  van  dekwaliteit  van  dienstverlening  -­‐Mul?modaal  Coördina?e  enAdviescentrum  –MCA:heelalsuitvoeringsorganisa?e  van  het  provinciaal  beleideenadviesfunc?e  gericht  opmul?modaliteit  ens?muleert/adviseert  indat  verband  bijvoorbeeld  het  bedrijfsleven  endesamenwerking  tussenterminals.  -­‐Uitvoeringspar?jen  inMiddenenWest  Brabant  (Rewin,BOM,Midpoint)  trekken  samenoprondom  deontwikkeling  van  Dinalog.  -­‐Vitale  Logis?ek:eenbreed  logis?ekkennisplaáorm  dat  zichricht  opkennisontwikkeling  enkenniscircula?e  inhet  logis?eke  werkveld.  Vertegenwoordigd  inhet  plaáormzijno.a.BOM,Rewin,KvK,TUE,NHTV,Avans,Midpoint  Brabant,ROC  WestBrabant.  -­‐Strategisch  PlaáormLogis?ek:SPL/topteam  vertegenwoordigt  het  logis?eke  bedrijfsleven  enwilsamenmet  het  ministerie  van  Verkeer  enWaterstaat  dekracht  van  desector  versterken  doordedialoogaante  gaan  over  detoekomst  van  delogis?eke  sector.  (op5november  2009opgericht)  -­‐Sector  isversnipperd,met  veel  typespelers  enveel  sectororganisa?es  naast  elkaar.  Linkmet  andere  clusters:  -­‐Logis?ek  isenablervoor  allesectoren.  -­‐Interessante  linkmet  Maintenance,met  veel  samenwerkingsmogelijkheden  (o.a.OPZuid-­‐roadmap  Service  Logis?e-­‐>samenwerkingsprojecten  tussenDinalogenWCM)  Linkmet  aanpalenderegio’s:  -­‐Brabant  ligt  centraal  indeDelta/Driehoek  Roaerdam,Antwerpen  enRuhrgebied/Venlo.  
    •                        64 Economisch Programma Brabant 2020 BijlagesInterna=onaliseringGeografische  schaalvanhetcluster:  -­‐Fysieke  logis?ek:Doordeguns?ge  liggen  van  Brabant  (in‘dedriehoek’)  lopenerveel  vervoersstromen  doorBrabant.  Opdelogis?eke  kaart  van  Nederland  2011vormen  3Brabantse  regio’s  (West-­‐Brabant,Tilburg/Waalwijk  enOss-­‐Veghel-­‐Eindhoven)  samenmet  Venlo  enRoaerdam  detop  5van  Nederland.  -­‐Logis?eke  diensten  &supportac?viteiten:  DinalogendeDinalogCampusvormen  eenfysieke  hotspotvoor  nieuwe  eninnoverende  bedrijvigheid.Europesedimensie:-­‐BOM  heeleenvisiegeschreven  hoeopEuropese  schaalrela?es  kunnen  worden  gelegd  omhet  logis?eke  cluster  inBrabant  interna?onaal  compe??ef  te  maken  met  goede  exportmogelijkheden.  Hiervoor  ishet  belangrijkmeerinterna?onaal  opte  treden  enrela?es  aante  gaan  met  organisa?es  inhet  buitenland.  ziehezoomwerking.Globaldimensie:  -­‐Globalisering  zorgt  voor  meervervoersstromen,maarookmeerconcurren?e,schaalvergro?ng  enconcentra?e  opkernac?viteiten.  Ookdegroeiendebevolking  van  7mrd  nunaar9-­‐12mrd  in2050zorgt  naarverwach?ng  voor  verdubbeling  van  goederenstromen  indekomende  decennia.BehoeKen,uitdagingenenvisie:-­‐Behouden‘voeteninde  klei’  omzo  de  afgeleide  logis?ek  te  ondersteunen,  o.a.middelsbehoudenvan  huidige  industrie  enECD’s.  -­‐Export  van  diensten  gerelateerd  aanketenregie  kan  veel  waarde  opleveren.  Deze  diensten  zijndeelsinontwikkeling  enkunnen  profiteren  van  gerichte  ac?esomze  incontact  te  brengen  met  poten?ele  buitenlandse  partners  enklanten.  Ditvraagt  omeenac?ef,kennisintensief,groeiersbeleid  met  bijbehorendeinvesteringsmiddelen.  Rolvande  provincie:  -­‐S?mulering(nieuwe)  (groeiende)  (innoverende)  bedrijvigheid;-­‐Maak  deregio  aantrekkelijk,dat  vereist  werkloca?es  dieaantrekkelijk  zijn(incl.deomgeving  ervan:  groenvoorziening,bereikbaarheid,vrije?jdaanbod,onderwijs,etc).  BeleidProvinciale  steunuithetverleden:-­‐Topins?tuut  Dinalog(Breda)  enDinalogCampus-­‐Leerstoel  Goederenvervoer  (Peter  deLangen,TU/e)  -­‐PiDZuidwest  Nederland  (Logis?ekenDistribu?e)heellogis?ek  inBrabant  eenimpuls  gegeven  -­‐Uitvoeringsprogramma  Brabantse  Strategische  VisieGoederenvervoer  -­‐Een  aantal  organisa?es  hebbenuithunforma?e  ?jdvrijgemaakt  omte  werken  aanhet  logis?eke  ecosysteem:  REWIN,BOM,NHTV  enMidpoint.  Dat  heelo.a.geleid  tot  driegrotere  faciliterende  programma’s  waar  deze  par?jeninsamenwerken:  1.Logis?cci?es(cofunding  doorprovincie),2.Logis?cAccelerator  (cofunding  doorOPZuid)en3.Grenzeloze  logis?ek(fundingdoorInterreg).  -­‐Provinciale  ondersteuning  van  deQuickwinregeling  vaarwegen  endeverschillende  bijdrages  aanRijksvaarwegprojecten  alsdeZuid-­‐Willemsvaart  enhet  Wilhelminakanaal.  Overige  steunuithetverleden:-­‐Innova?eprogramma  Logis?ekvergroten  innova?ef  vermogen  van  desector,met  focus  opsectorhuis.  -­‐Transumo  (viaBSIK)  komen  tot  eeninterna?onaal  trendseaend  kennisnetwerk  mbt  mobiliteit.  -­‐Provinciale  bijdrage  inSOITregeling  gericht  opontwikkeling  van  openbare  inlandterminals.  Mogelijk  toekoms=g  beleid(sinterven=es)Provincie:  -­‐S?muleren  samenwerking  3Os(blijlknelpunt),gericht  opDinalogCampusenorganiseren  ketenregie.  -­‐Er  zijn(te)  veel  uitvoeringspar?jen  gericht  oplogis?ek.Meerconsolida?e  isnodig.-­‐Kennisintensieve  starters  enmkbondersteunen  (indirect  viaDinalog?).-­‐S?mulering  van  onderwijs  indeheleketen  (incl.con?nuescholing).-­‐Aantrekken  ofefficiën?everbeteren  van  bijv.  EDCsisnodigomvoeten  indekleitebehouden,maarniet  voor  innova?e.  -­‐Voorjaar  2012komt  provincie  met  een‘Brabantbrede  aanpakLogis?ek’(integrale  inventarisa?e  van  wat  eralisaanbeleidenuitvoering).  -­‐Zorgen  voor  eenbeter  gronduitgilebeleid  voor  logis?eke  bedrijventerreinen  (ac?ever,bovenregionaler,engerichter/met  meercondi?es).  -­‐Speel  eenkatalysator  voor  ini?a?even  uithet  veld  (m.n.DinalogenBOM).Zijweten  van  dehoedenderand,enPNB  kan  henfaciliteren.  Stel  criteria  opomvoorstellen  te  keuren.  Probeer  aante  hakenbij  ini=a=evenuithetveld.HeRoomwerking:  -­‐R&D-­‐programma’s  1-­‐op-­‐1gerelateerd  aanLogis?ekzijnbeperkt,maaraanslui?ngiste  vindenmet  Artemis,Interreg,Marco  Polo  programme  enbeperktemate  FP.  -­‐Voor  coördina?e  van  Europees  onderzoek  isaanslui?ngte  vinden  met  European  Technology  Plaáorms,Elalog,Clecat,Ecitlen  Skema.  -­‐Samenwerking  hotspotKAN(Knooppunt  Arnhem-­‐Nijmegen),depunten  van  dedriehoek,demainportsendeprovincies  Limburg,  Noord-­‐Holland  enZeeland.  5)Logistiek
    •                     65Economisch Programma Brabant 2020 Bijlages6)MaintenanceSterkten  en  zwakten  van  het  clusterSterkten  en  zwakten-­‐Sterkten:  (i)interna?onaal  toonaangevende  kennis  van  maintenance  management,(ii)aanwezigheid  van  keyassetownersentoeleveranciers,(iii)commitment  van  breed  netwerk  van  stakeholders  achter  maintenance  ini?a?even  zoals  DI-­‐WCM,(iv)sterke  proces-­‐  enmaakindustrie  met  groeiende  interna?onale  business,(v)maintenance  isonderdeelbinnendiverse  Topsectoren,wat  debasislegt  voor  faciliteren  cross-­‐sectorale  samenwerking,(vi)deelnametoonaangevende  interna?onale  bedrijven  indeuitvoering,(vii)desamenwerking  tussendediverse  sectoren  (overheid,ondernemingen,onderwijs  enonderzoek).  -­‐Zwakten:  (i)maintenance  alsbeleidsterrein  isniet  al?jdherkenbaar  waardoor  kennis  versnipperd  is,(ii)aandacht  opinterne  kennisontwikkeling  mbtmaintenance  doorbedrijven  nogte  beperkt,(iii)het  keten-­‐denken  isbijbedrijven  noggeen  gewoonte  enerisweinig  besef  dat  jemet  maintenance  nieuwe  businesskan  genereren  (iv)maintenance  iseen  erg  breed  vak  van  ontwerp,technische  kennis,opera?ons  management  etc.  Uitdagingen/knelpunten  voor  dekomende  jaren  (incl.  arbeidsmarkt/werkloca=es):-­‐Corporate  R&Daandacht  enmiddelenvoor  service  enonderhoudnogbeperkt.  Maintenance  wordt  nogteveel  gezien  alskostenpost,ipvverdienmodel/  waarde  crea?e.  HighTech  Systemen  kan  concurren?ekracht  winnendoorexcellente  service  proposi?es  (kansen  van  Servi?za?on).  -­‐Zorgen  dat  delife  cyclecostsverlaagd  worden.  -­‐Tekort  aan(hoog)opgeleide  medewerkers.  -­‐Moderniseren/levensduurverlenging  van  verouderde  produc?e  installa?es  eninfrastructuur  inBrabant,waarbij  concurren?e  aangegaan  moet  worden  met  lagelonenlanden  (fitforfuture).  -­‐Defensie  isbelangrijke  spelervoor  MRO&U-­‐werkgelegenheid,maarbezuinigingen  liggen  inhet  verschiet.  Ditkan  echter  alskans  gezien  worden  ommet  industrie  incl.buitenlandse  par?jeneenuniekecosysteem  te  ontwikkelen  dat  werkt  opWest-­‐Europese/interna?onale  schaal.Opditmoment  zijneraldiverse  samenwerkingsverbanden  van  Defensie  met  industrie  gericht  opdeEuropese  regio.  -­‐De  sector  maintenance  kan  zichprofileren  viadepublieke  sector;  NS,RWS  etc.  Gevaar  isdat  maintenance-­‐ac?viteiten  van  bijv.  Defensie  (te)veel  naarhet  buitenland  verdwijnen.Explicietevisie/agenda/investeringsplan  voordekomendejaren  -­‐Er  ligt  eengezamenlijke  WCM  visieeninnova?eagenda.  Ookishet  bedrijfsleven,kennis  en  deverbinding  met  detopsectoren  georganiseerd  Linkmaatschappelijke  thema’s:  -­‐Veelal  enabler/ondersteunend  vooralleBrabantse  thema’s  (duurzame  energie,slimme  mobiliteit,gezond  ouderworden  enduurzame  landbouw).Onderhoudisduurzaamheid  enslimomgaan  met  schaarse  resources.Samenwerking  /cluster  Belangrijkste  spelersinBrabant:-­‐Assetowners:  Rijkswaterstaat,Defensie,Essent,Shell,Sabic,Fokker,PhilipMorris,etc.  -­‐OEMs:  ASML,DAF  Trucks,MarelStork,Vanderlande,Philips,Wartsila,Fokker,Bosch  Rexroth,etc.  -­‐ServiceProviders:Sonova?on,Imtech,Cofely,Daedalus,Terma,Bosch  Rexroth,Spie,etc.  -­‐Kennisinstellingen:3TU’s,NLDA,Avans(HBO),ROC’s(MBO),MEC,TNO  enNLR.Fysieke  ‘brandpunten’:Coördinerendorgaan:  -­‐DI-­‐WCM  (Breda)  Regie,ini?ërend,ondersteuning,aanjagen  innova?e  enkennisontwikkeling,begeleidenBusinessdevelopment,communica?e&publicaffairsenlinkmet  andere  sectoren  -­‐Daarnaast  Dinalog,  viaprogrammalijn  Service  Logis?ek.Hotspots(Business  &Maintenance  Parken):1.AviolandaWoensdrecht  LuchtvaartgebondenMRO&U,militair  enciviel2.Gilze-­‐Rijen  GATE2  Ontwikkeling  simulatorenpark  enkenniscentrum,bedrijfsverzamelgebouw,opleidingentraining  voor  helikopters,Aerospace&Maintenance.Naast  deze  twee  Business&MaintenanceParken  iserookveel  kennis  binnenbedrijven.  DenkaanAMSL(Veldhoven)  met  haarcontroltowervoor  service  logis?ekwaar  ca.  200mensenwerken  endewereldwijde  onderhoudsopera?es  aansturen.  Georganiseerdvermogen:  Dutch  Ins?tuteWorld  ClassMaintenance  enS?ch?ngMaintenance  Educa?onConsor?um,innauwe  samenwerking  met  BOM,Rewin,Liof,ImpulsZeeland  endebrancheverenigingen  NVDO  enProfion,Syntens,TNO,Maintenance  Innova?on  Communi?esZeelandenWest  Brabant,etc.  Linkmet  andere  clusters:  Linkmet  andere  clusters  isgroot.  Maintenance  kan  gezien  worden  alseenenablerover  allesectoren  enwerkt  alshezoomvoor  o.a.het  verlagen  van  deproduc?ekosten  enemissiesenhet  verbeteren  van  deduurzaamheid  enefficiency.  Voor  deinstandhouding  van  andere  clusters  ismaintenance  cruciaal.Defocusgebieden  zijnluchtvaart,chemie/procesindustrie,energie,infrastructuur,water/mari?em,hightech  systemen  &materialen  enservice  logis?ek.  Voor  Brabant  geldt  daninhet  bijzonder:  -­‐Logis?ek,vergelijkbaar  omdat  beschikbaarheidvan  juiste  onderdelen  enplannenvan  onderhoudvergelijkbare  ketens  enconcepten  kent.  Met  nameService  Logis?ek  (veel  overlap  met  maintenance),met  eensterke  interna?onale  dimensie(denkaanASML,Philips,Océ,ShellMoerdijk,PhilipMorrisetc.).  -­‐High  Tech  Systemen/Brainport,waar  onderhoudaleenessen?eelonderdeel  van  dealersalesservice  processen  wordt  gezien.  -­‐BioBased,groei  van  deze  industrie  zorgt  voor  bouwnieuwe  fabrieken  enexportkansen  technologie.  Linkmet  aanpalenderegio’s:  -­‐Vanuit  DI-­‐WCM  isintensieve  samenwerking  bestendigd  met:  Maintenance  Valuepark  Terneuzen,ChemelotLimburg  enMaastricht  Maintenance  Boulevard  .Daarnaast  issamenwerking  beoogd  met  MainportSchiphol,MainportRoaerdam/Drechtsteden  enEnergy  Valley.  
    •                  66 Economisch Programma Brabant 2020 BijlagesInterna=onaliseringGeografische  schaalvanhetcluster:  -­‐De  focus  van  Maintenance  ligt  inZuidNederland  enmet  links  naarenZuid/Noord  Holland.InBrabant  (enZeeland  enLimburg)  is  er  veelkennis  enbedrijvigheidmet  betrekking  tot  maintenance  enservices.  Derela?e  met  derest  van  Nederland  waaronder  Roaerdam/Botlek  gebied  ensamenwerking  met  Vlaanderen  (RijnSchelde  Delta)  isbelangrijk.Europesedimensie:-­‐BOM/DI-­‐WCM  enbuitenlandse  par?jenhebbenmiddelseenInterreg-­‐project  (More4Core)  eenprojectplan  uitgewerkt  hoeopEuropese  schaalrela?es  kunnen  worden  gelegd  omvan  MRO&U  een  sterk  (Brabants)  cluster  te  maken  met  goede  exportmogelijkheden.  Onderdeel  van  het  project  zijncross-­‐border  werken,agenda  seângenlobby  inEuropa  enpubliek-­‐private  samenwerking  in  maintenance  als  succesmodelvoor  duurzame  werkgelegenheid.  -­‐Een  focus  gericht  opdeBenelux,Duitsland,VK,etc  zal  helpenhet  maintenancecluster  te  ontwikkelen  Globaldimensie:  Focus  opmaintenance  dient  ervoor  te  zorgen  dat:  -­‐Asset  owners  inNL  enEurregio  kunnen  middels  focus  opmaintenance  hunconcurren?e  behoudenmet  o.a.Azie(behoud  maakindustrie  doorgoed  performance  van  defabrieken  tegen  op?malekosten)  -­‐>aandeinstandhouding  van  produc?emiddelen  wordt  vaak  eenveelvoud  van  deinvesteringskosten  uitgegeven  endient  lokaal  te  worden  uitgevoerd.  -­‐OEM’ers  endienstverleners  /contractors  goede  service  kunnen  leveren  inhet  buitenland  (groeiend  exportproduct).  -­‐Buitenlandse  OEM’ers  zichookves?gen  inBrabant  (zoals  Boeing,Terma)  alsbasisvoor  West-­‐Europese  groei.  BehoeKen,uitdagingen  envisie:-­‐Maintenance  wordt  (binnenEuropa)  niet  alseenzelfstandig  cluster  gezien,maariseenenablerbinnenalleandere  clusters.  Agendaseâng  isvoor  Maintenance  belangrijk.Zuid-­‐Nederland  moet  bekend  gaan  staan  omdegoede  proces-­‐  enmaakindustrie  incombina@emet  maintenance  &service  ac?viteiten.  Decombina?e  van  maken  enonderhoudenwereldwijd  geel  (Zuid)Nederland  eeninterna?onale  unieke  concurren?eposi?e.Rolvande  provincie:  -­‐Ondersteun  waar  nodigdevierpijlers  van  DI-­‐WCM  (zie‘rol  van  deprovincie’),zodat  deprovincie  bekend  gaat  staan  alsdemaintenance-­‐hotspot.  -­‐Belangrijk  isombedrijven  te  helpenaanslui?ngte  vindenbijEuropese  (onderzoeks)programma’s  enEuropese  (enwereldwijde)  netwerkorganisa?es.Beleid(Provinciale)steuntotopheden:1.Ontwikkeling  ecosystemen/hotspots:  AviolandaWoensdrecht  enGate2  Aerospace&Maintenance,waaronder  financieringvan  faciliteiten.  2.Ondersteunen  specifieke  innova?e-­‐,onderzoeks-­‐  enonderwijsprojecten  (m.n.viaPieken  indeDelta  i.s.m.provincie  Zeeland  enRijk)3.Opzeaen  coördinerend  orgaan  programmabureau/Dutch  Ins?tuteWorld  ClassMaintenanace(i.s.m.Zeeland,Limburg  enEFRO-­‐middelen).  Mogelijk  toekoms=g  beleid(sinterven=es)Provincie:Omkennis  enkunde  van  deregio  ZuidNederland  endaarbuiten  oponderhoudsgebied  op?maalte  ontwikkelen  enmobiliseren  ishet  volgende  nodig(gelijk  aandepijlers  van  DI-­‐WCM):  -­‐Ontwikkeling  hoogwaardige  onderhoudskennis,cross  sectorale  innova?e  enstrategieontwikkeling.  -­‐Samenwerking  met  interna?onale  toonaangevende  bedrijven  voor  kennisuitwisseling  encreëren  van  eengoed  ves?gingsklimaat  voor  deze  par?jen.-­‐Meer  geschoold  onderhoudspersoneelenkennisontwikkeling  -­‐Betere  samenwerking,kennisoverdracht,keteninnova?e  encommunity  ontwikkeling.  -­‐Creëren  van  maintenance  bedrijvenparken,waarbij  voor  Brabant  defocus  opAviolandaWoensdrechtenGate2  Aerospace  &Maintenance.  -­‐Regisseren  bestuurlijke  afstemming  (m.n.met  gemeenten)  -­‐Binnenhet  DI-­‐WCM  (Breda)  iseroverkoepelende  sturing  enregie  omdit  integraalvoor  ZuidNederland  opte  zeaen.  DeprovincieNoord-­‐Brabant  volgt  o.a.viaeenzetel  indeRaadvan  Toezicht  c.q.alsmede-­‐financierdeprogressie  van  DI-­‐WCM.  -­‐Ookmiddels  Dinalog(programmalijn  ServiceLogis?ek)speeltdeprovincie  eenrol.  HeRoomwerking:  -­‐Er  zijngeen  specifieke  R&D-­‐cofinancieringsbronnen  voor  Maintenance,maarmogelijkheden  moeten  indiverse  algemene-­‐  ensector  programma’s  worden  benut.DenkhierbijaanTopsgebiedenbeleid,IPC,REAP,OPZuidenInterreg.  -­‐Rela?e  met  topsectoren,European  Technology  PlaáormsenEuropean  Research  Area  Network  voor  coördina?e  van  onderzoek.  -­‐Cluster  was  ini?eelsterk  opluchtvaart,procesindustrie  (chemie,energie)  gericht.  Momenteel  wordt  kennis  ingezet  voor  andere  sectoren  waaronder  High  Tech  Systemen,Infra  enMari?emeniserkruisbestuiving  met  Logis?ek6)Maintenance
    •                         67Economisch Programma Brabant 2020 Bijlages7)LifeSciences&HealthSterkten  en  zwakten  van  het  clusterSterkten  en  zwakten-­‐Sterkten:  hoewel  wegtrekken  van  MSDineerste  instan?e  het  life  sciencesclusterinNoord-­‐Brabant  verarmt,komt  desamenwerking  binnenhet  cluster  wel  meervan  degrond  (doorcampusontwikkeling),intoenemende  mate  georganiseerd  viaTriple  O,met  campus  inOsskrijgt  het  cluster  ookeengezicht  enaanspreekpunt  (campusorganisa?e),verdere  profilering  opsnijvlakken  met  technologyenfood  &health,innova?e  infarmagaat  niet  meervan  grote  farmaconcernskomen  maarvan  kleinere  spelers  (diezijn  juist  in  Noord-­‐Brabant  geves?gd,rela?ef  veel  spin-­‐offs/starters  viacall  opOssLife  SciencePark),par?jensterk  inbusinessdevelopment(ontwikkelingen  diedichter  opdemarkt  ziaendanR&Dgericht  opmedicijnontwikkeling),businessplan(georganiseerd  vermogen,concreteac?esengericht  opposi?oneringvan  deregio  alskoploper)  voor  deinzet  van  technologie  voor  zorg,wonen  &welzijn,samenwerkingsverbanden  met  par?jeninandere  regio’s  -­‐Zwakten:  gebrek  aanPR&brandingvan  Brabants  cluster  (kan  nubeter  worden  met  campus  enandere  clusterini?a?even),behoeleaanstart-­‐  ofgroeifinanciering  isgroot  inlife  sciences,bedrijven  vormen  niet  éénketen  (eindgebruiker  verschilt  ookperproduct),inketens  waar  verzekeraars  belangrijke  spelers/eindgebruiker  zijnkan  drukopprijsinnova?e  belemmeren,opfarmageen  universiteit  (maarbedrijven  zijnsterk  kennisintensief  envialinks  met  TUeen  Universiteit  van  Tilburg  iserdemogelijkheid  omdebusinessentechnologiekant  te  benadrukken  enzo  eeneigen  profiel  inderegio  te  creëren)  en  ontbreken  academisch  ziekenhuis  Uitdagingen/knelpunten  voor  dekomende  jaren  (incl.  arbeidsmarkt/werkloca=es):-­‐In  gezondheidszorg:  gebrek  aan(toekoms?g)  personeel,con?nue  vraag  naarefficiënter  werk  enverbeteren  imago  (m.n.v.w.b.  werk  inverpleging),uitdaging  verhogen  van  arbeidsproduc?viteit  terwijl  budgeaenvan  zorginstellingen  onderdrukstaan,‘afschaling’van  zorg  -­‐Werkloca?es:  veel  beschikbare  m2’s  opdecampus  inOssenincubatorgebouw  inDenBosch(Onderdeel  van  Willemspoort-­‐>welke  bedrijven  aantrekken?  Enhoe?  Ismagneetwerking  van  faciliteiten  opdecampus  inOsssterk  genoeg?  Hoespin-­‐offs  creëren  –con?nue  -­‐alsuniversiteiten  engrote  ondernemingen  niet  aanwezig  zijn?  Afstemming  ontwikkelingen  rondom  ziekenhuizen  (Uden,Boxmeer,Veldhoven):  hoebovenregionale  profielen  eneconomische  effecten  verkrijgen?  Welke  werkloca?es  &faciliteiten  nodigvoor  trend  rich?ngproeluinen?  -­‐Breedbandnoodzakelijkvooropschalingzorgconcepten(/homecare)?  -­‐Arbeidsmarkt:  baanzekerheid,aanslui?ngonderwijs–arbeidsmarkt,opleidenvan  werknemersopsnijvlakken(bijv.  medtech)-­‐Uitdaging  zitverder  inhet  opdekaart  zeaen  van  het  Brabantse  cluster  ennadrukoptoepassing  &themaspecialisedhealth.Deverknoping  van  farmamet  technologie  (diagnos?ekmet  imagingeninvitro  diagnose+devices)  en(gezonde)  voeding  iseenkans.  Explicietevisie/agenda/investeringsplan  voordekomendejaren  -­‐Topsector  LS&H,Ontwikkelvisie  campus  Oss,BusinessplanSlimmerLeven  2020-­‐Visiedocument/adviesinvoorbereiding:  SERBrabant  endeProvinciale  RaadGezondheid  over  Zorgeconomie  (maart/april  2012)Linkmaatschappelijke  thema’s  -­‐Gezondheid  &zorgeconomie  (SERBrabant  endeProvinciale  RaadGezondheid  hebbeneeneerste  procesno??e  aangeboden  aanGSenPSoverdeverbinding  tussendemaatschappelijke  opgave  indezorg  eneconomische  kansen.  Inmaart/april  2012zal  eendefini?ef  adviesworden  uitgebracht),gezonde  voeding  Samenwerking  /cluster  Belangrijkste  spelers:-­‐MSD  (maarminderdanvoorheen  ivmdeelswegtrekken  ac?viteiten)  &nieuwecampusorganisa?e  inOss(OLSP),Intervet(linknaardiergeneeskunde),LeadPharma,NemoHealthcare,DolphysMedical,Pamgene-­‐Philips  duidelijkgrootste  spelerinmedischetechnologie  (combi  life  sciencesen  hightech),ophet  terrein  van  slimmerleven  ICT  systeemleveranciers  als  Cisco  Systems  enSimac,S?ch?ngSmartHomes-­‐Health:  ziekenhuizen  zoals  Jeroen  BoschZiekenhuis,MMC,Catherinaziekenhuis,etc.  enandere  zorginstellingen  -­‐Kennis-­‐  en  onderwijsinstellingen:TUe(healthéénvan  despeerpunten),Avans,netwerkorganisa?e  Brabant  MedicalSchool,Fontys,ROC  Leijgraaf,ROC  Eindhoven,TNOwilmeeropgebied  lifesciencesgaan  doen.-­‐Zekerinzorgdomeinspelenookoverhedenbelangrijkerol.Fysieke  ‘brandpunten’:-­‐Ontwikkeling  van  MSD-­‐site  inOsstot  eenLife  SciencesPark  -­‐Fhealincen  Westertoren  Innova?onCenter  (inWillemspoort,linknaarhet  JBZ)  -­‐Health  CampusBoxmeer  enHealthTechnology  Park  (soortgelijke  bewegingen  rondom  meerdere  –nieuwe  –ziekenhuizen)  -­‐Voorstel  LIFEopdeHTCE  (Philips  enTUe)Georganiseerdvermogen:  -­‐Georganiseerd  vermogen  neemt  toe  doorcampusontwikkeling  Oss(BOMsterk  betrokken  bijclusterontwikkeling,campusorganisa?e,aantrekken  vermogen,etc).  -­‐LifetecZone(ZuidNederland,dusbreder  danNoord-­‐Brabant)  -­‐Nog  wel  noodaanverdere  structuur  enaanjaagfunc?ein  cluster  -­‐Fhealinc-­‐Project  pre-­‐KIC  Healthinvoorbereiding  -­‐Business  PlanvoorCoopera?eSlimmerLeven  (organisa?esen  instellingenuitdezorg,wonenen  welzijn.  Ookgemeentenen  ontwikkelingsmaatschappijenbetrokken)Linkmet  andere  clusters:  -­‐Purefarmaisgering  aanwezig,Brabantse  life  sciencecluster  zitsterk  opverbindingen  met  andere  clusters  entoepassingen.  Daarwordt  ookdetoekomst  (van  lifesciences)  enposi?oneringgezien  (zieBlokSterkten).  InZO-­‐NB:  linkmet  HTS  (medtech.,incl.diagnos?ekene-­‐health),inNO-­‐NB  linkmet  voeding  &gezondheid.  Ookeenduidelijke  linkmet  chemieenTopsector  Crea?eve  Industrie  (crea?eve  industrie  gekoppeld  aan‘grand  challenges’waaronder  health)
    •                              68 Economisch Programma Brabant 2020 BijlagesInterna=onaliseringGeografische  schaalvanhetcluster:  -­‐Noord-­‐Brabant:  medtech,farma,veterinair,voeding  &gezondheid,Amsterdam:  oncologie,neuro,infec?eziekten  (sterke  UZ’s),Utrecht/Wageningen:  ImmunoValley,Zuid-­‐Holland:MedicalValley(UL,Crucell,Galapagos),Noord-­‐Holland:  healthyageing,Oost-­‐NL:  neuro,moleculair,e-­‐health,HealthValleyinNijmegen,ZO-­‐NL:  hart-­‐  envaat,publichealth(campus  UniMaas).  -­‐Red  MedTechnologie  ism.n.deGelderse  visie:deasvan  Twente-­‐Nijmegen-­‐Eindhoven  -­‐Vanuit  Osssterke  links  met  Nijmegen  (universiteit)Europesedimensie:-­‐Biotechsterk  inVlaanderen  (Gent,maarrode  biotechm.n.inLeuven).  -­‐Samenwerking  over  degrens  kan  beter,daarom  life  sciences&healthbenoemdalsthemabinnenTTR-­‐ELAt(Interreg).  -­‐Europees  netwerk  omfaciliteiten  te  delen(FASILIS)Globale  dimensie:  -­‐Maar  eenbeperkt  aantal  globalplayersinfarma.  Ervindtconsolida?e  plaats  (o.a.doorhoge  R&Dkosten,technologische  complexiteit,regulatoryaffairs).  -­‐Grote  farmabedrijvenkopen  (patenten  van)  innova?eve  producten  ofbedrijven  op.-­‐Mogelijke  Nederlandse  deelnameaanBioSpringconferen?e.  BehoeKen,uitdagingenenvisie:-­‐Interna?onaliseringsstrategie:  niet  zozeer  aantrekken  van  grote  farmaspeler,maarjuiste  omgeving  creëren  voor  kleinere,gespecialiseerde  bedrijven.  -­‐Duidelijk  (omschreven)  visieontbreekt,mogelijk  aanknopingspunten  inTopsector  PlanRolvande  provincie:  -­‐Interna?onaal  zichtbaarheid  creëren  (regie  van  interna?onale  contacten  ensubsidieaanvragen).  -­‐Interna?onale  acquisi?e(voor  gehele  cluster,maarbijv.  ookspecifiekvoor  OssLife  SciencePark  –viaontwikkelingsmaatschappij).  BeleidProvinciale  steun  uithet  verleden  (plus  linkmet  knelpunten):-­‐Rela?ef  veel  Pieken  indeDelta  projecten  (Philips  ineengroot  aantal  projecten  inmedischetechnologie,maarookMKB’ers  bijv.  opthema’s  alsdiagnos?ekenhulpmiddelen)  -­‐Fhealinc  -­‐Eigen  beleidgericht  opzorg:  SlimmeZorg  -­‐Innova?eve  Ac?esBrabant  (IAB)-­‐Innova?on4Welfare  (viaInterreg)-­‐Besluit  genomen  (PS)over  investering  incampusontwikkeling  Oss.Gaat  omeeflinke  investering  (11Meuro)  met  eenduidelijke  aanleiding(groot  aantal  baneninregio  Osskunnen  verloren  gaan)  Overige  steun  uithet  verleden  (plus  linkmet  knelpunten):-­‐Ini?a?even  uitdesector  alsLifetecZone  enLifeTec  Network,maarookvan  regio’s  (5-­‐sterrenregio,deDigitale  Agenda  van  SRE),ontwikkelingsmaatschappijen  alsBrainport  Development  (bijv.  inspanningen  nuvoortgezet  inhet  recente  businessplanSlimmerLeven  2020)engemeenten,i.s.m.investeerders  enbedrijven  (bijv.  Westertoren  Innova?on  Center)  -­‐Voorheen  bijdrage  van  Rijkaanini?a?even  alsLife  Sciences&HealthInnova?eprogramma,TIPharmaenCTMM.  Par?jen  alsMSDwaren  goed  aangehaakt  opdergelijke  ini?a?even.  Mogelijk  toekoms=g  beleid(sinterven=es)Provincie:  -­‐Verder  steunen  van  clustervorming,organisa?e  via3O’s  (onderlinge  afstemming:  wiedoet  nualwat?),enversteviging/behoud  ins?tuten/onderzoeksnetwerken  (Lifetec4health  rondom  LIFEfaciliteiten,verdere  ontwikkeling  KIC  Health).Verdere  profilering  van  het  cluster  (benutcampussen  alsuithangborden).  Betere  samenwerking  enafstemming  ontwikkelingsmaatschappijen  ensectorale  samenwerkingsverbanden  (en/of  campusorganisa?e).  Betere  samenwerking  met  stakeholders  (incl.pa?ëntenverenigingen  enzorgverzekeraars).  -­‐Crosslinks  met  andere  clusters  verder  s?muleren  (zievorige  sheet)  enafstemmen  met  ontwikkelingen  inandere  regio’s  (zieookhet  blokrechts  opdezeslide  over  geografischespreiding  >>sterke  clusterontwikkelingen  inbijv.  Gelderland)-­‐Effec?ef  campusbeleid  &acquisi?ebeleid(omdat  vierkante  meters  opterreinen  gevuld  moeten  worden  enhet  cluster  zo  versterkt  kan  worden)  -­‐Kleinschalige  proeluinen  (niet  zozeer  gericht  optesten  medicijnen–ivmregelgeving  –maarhulpmiddelen,e-­‐health/domo?ca).  Inwelke  mate  iseenglasvezelnetwerk  noodzakelijk?  (breedbandbeleid  provincie)  -­‐Heb  oogvoor  MKB  (veel  MKB  inBrabants  life  sciencescluster),krijgt  mogelijk  onvoldoende  ruimte  inTopsectorenbeleid-­‐Human  capital  onderwerpen:  connec?es  tussenbedrijfsleven  enMBOenHBO,enimago  van  desector  (ontslagronden  infarma)-­‐Thema’s  koppelen  aanmaatschappelijke  uitdagingen,bijv.  slimmezorg  (nualbusinessplanopgezet  voor  deCoopera?e  SlimmerLeven  doorBrainport  Development)  enpersonalised  care  -­‐Verder  uitwerken  Zorgeconomie  (SERBrabant  endeProvinciale  RaadGezondheid  komen  inmaart/april  2012met  eenadviesaanGS/PS)HeRoomwerking:  -­‐Aanslui?ngbijTopsector  LS&Henbeter  verkennen  mogelijkheden  Europese  programma’s  (healthstaat  daargoed  opdeagenda)  7)LifeSciences&Health
    • 69Economisch Programma Brabant 2020 BijlagesBetrokkenen (interview & Delphi ronden)Contactpersoon OrganisatieJac Warmerdam Agro & CoPaul Krieckaert Automotive NLWillem den Ouden AvansPeter Hoefkens Bosch Rexroth B.V.Peter Portheine Brainport Health InnovationJohn Blankendaal Brainport IndustriesMarcel Fränzel Burgemeester WoensdrechtRobert Jan Marringa Capital D Design Cooperation BrainportLex Besselink DI WCMWim Bens DinologHans Robertus Dutch Design WeekHein Willems ECNNiek Hokken European Design CenterRuud Hoosemans FhealincLeo van Dongen Fleet ServicesErwin van Straten Fokker Landing GearJos van Asten Food & Feed NetwerkRonn Andriessen Holst CenterFreek van ‘t Ooster iMMovator/AV-MakelaarMichel van Dijk Inlandterminal VeghelLeon Joore MillvisionPeter Ort Ministerie van DefensieLeo Kemps NHTVMarc Hendrikse NTS GroupGerard Beenker NXPWillem Sederel SabicJan Westra SREAmandus Lundqvist Surf FoundationEduard Aarts TilburgGeert Jan van Houtum TU EindhovenMaarten Steinbuch TU EindhovenPeter de Langen TU EindhovenContactpersoon OrganisatieRick Harwig TU EindhovenHenk Akkermans Universiteit van TilburgJan van Rijsingen Van Rijsingen BeheerPeter Huis in ‘t Veld Worldclass Aviation AcademyBart van de Sande Provincie Noord-BrabantGerben Steenhof Provincie Noord-BrabantHarmen Bijsterbosch Provincie Noord-BrabantIrene Lammers Provincie Noord-BrabantJeroen Kroonen Provincie Noord-BrabantJob van Unnik Provincie Noord-BrabantMarion Peeters Provincie Noord-BrabantNancy Wester Provincie Noord-BrabantPaul Apeldoorn Provincie Noord-BrabantPiet Boomsma Provincie Noord-BrabantRob de Groot Provincie Noord-BrabantWaldo Maaskant Provincie Noord-BrabantEdith Groenewolt Brabantse OntwikkelingsmaatschappijErik van Oorschot Brabantse OntwikkelingsmaatschappijMarc de Haas Brabantse OntwikkelingsmaatschappijMichel Weeda Brabantse OntwikkelingsmaatschappijPaul Gosselink Brabantse OntwikkelingsmaatschappijRia Hein Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij
    •                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                       70 Economisch Programma Brabant 2020 BijlagesGebruikte literatuur1. BioBased• Rijn, M. van & Bastiaanssen, R. (2010). Internationalisationopportunities for the Bio-based Economy; Quick scan of opportunitiesfor R&D, collaboration and financing, Bax & WillemsConsulting Venturing.• SRE (2011). Bio-energie ondersteuningscentrum Brainport,Economisch hoogwaardige toepassing van biomassa als energiebron.• Provincies Noord­Brabant, Zeeland, Hogeschool Zeeland,Avans Hogeschool (2011). Agenda Biobased EconomyZuidwest-Nederland: ‘Agro meets chemistry’ Propositie naartopgebieden van Rijk en Europa 2020.2. Creatieve industrie• Binnendijk, D. (2011). Creatieve industrie; naar een topgebied intopvorm, TNO.• Braams, N. & Pouwels­Urlings, N. (2011). Creatieve industriein Nederland: bedrijven en personen, CBS.• Koops, O., Manshanden, W. & Zee, F. van der (2011).Vormgeving verder op de kaart, TNO.• Ooster, F. van ‘t (2010). AV Impuls Uitvoeringsprogramma,Provincie Noord-Brabant.• Ooster, F. van ‘t (2011). AV Impuls Advies vervolgprogramma,Provincie Noord-Brabant.• Roso, M., Koops, O., Leurdijk, A.,Reijs, Th.A.M. &Rutten, P.(2010). De audiovisuele sector in Noord-Brabant;Achtergrondrapportage, TNO.• Topteam Creatieve Industrie (Chijs, V. van der, Eggen­kamp, A.M., Frissen, V., Geest, Y. van, Kranendonk, J. van)(2011). Creatieve industrie in topvorm, Ministerie van EL&I.• Topteam Creatieve Industrie (Chijs, V. van der, Eggen­kamp, A.M., Frissen, V., Geest, Y. van, Kranendonk, J. van)(2011). CLICK// Innovatiecontract op hoofdlijnen TopsectorCreatieve Industrie, Ministerie van EL&I.• Topteam Creatieve Industrie (Chijs, V. van der, Eggen­kamp, A.M., Frissen, V., Geest, Y. van, Kranendonk, J. van)(2012). Innovatiecontract op hoofdlijnen Topsector Creatieve Industrie,Ministerie van EL&I.• Vankan, A. & Frenken, K. (2012). Een economische verkenningvan de Nederlandse ontwerpsector, ESB.• www.capitald.nl• www.top­sectoren.nl/creatieveindustrie3. Food• Coenraadts, W., Hendriks, E. & Warmerdam, J. (2010).Brabant AgroFood 2020; Brabant als innovatieve agrofoodregio vanNoordwest-Europa, Agro & Co Brabant.• Commissie­Van Doorn (2011). Al het vlees duurzaam,Commissie-Van Doorn.• Hamsvoort, C. van der, Baker, J., Colbert, R., Cordingley,B., Fereday, N., Filott, C., Hunt, T., Kennes, D.J., Nelson,D.C., Schreijen, S., Sherrard, J. & Smit, H. (2011).Rethinking the F&A Supply Chain; Impact of Agricultural PriceVolatility on Sourcing Strategies, Rabobank.• Kerste, R., Rikze, M. & Smakman, E. (2011). World ClassOnderwijs in de Topsector AgroFood, Kamer van KoophandelBrabant/DBSC Consulting.• Smulders, T. (2008). De 5-sterrenregio; Food: Ster inNoordoost-Brabant, REAP Noordoost-Brabant.• Topteam Agro&Food (Hart, C. ‘t, Hoogeveen, H., Janssen,N., Kropff, M. & Rijsingen, J. van, (2011). TopsectorAgro&Food; ‘Agro&Food: De Nederlandse groeidiamant’,Ministerie van EL&I.• Zuid­Nederland: één in Food (2011), Basisdocument Eén inFood.• http://www.foodconnectionpoint.nl/home.html• http://www.5­sterrenregio.nl/• http://www.top­sectoren.nl/agrofood4. HTS• Point One, HTAS, M2i (2010). Visiedocument HighTechSystems & Materials.• TNO (2011). Topsectoren en TNO, position papers 2011.• Topteam High Tech Systemen en Materialen (Lundqvist,A.H., Blank, D., Hendrikse, M. & Zwalve, W.) (2011).Holland High Tech; Advies Topteam High Tech Systemen enMaterialen, Ministerie van EL&I.• Topteam High Tech Systemen en Materialen (Lundqvist,A.H., Blank, D., Hendrikse, M. & Zwalve, W.), (2011).Innovation Contract; Proposal Top Team High Tech Systems andMaterials, Ministerie van EL&I.• www.top­sectoren.nl/hightech• www.pointone.nl/• www.brainportindustries.com4a. Solar• BOM (2011). PV portfolio.• Kling, W., Kuypers, A., Lombaers, J., Sinke, W., Sanden,R. van de, Willems, H. & Wyers, P. (2010). Brochure Solliance,ECN/Holst Centre/TNO, TU/e .• Provincie Noord­Brabant, directie Economie & Mobiliteit(2010). Energietransitie als kans voor innovatie en duurzaamheid,DIS-nummer 2355394.• Provincie Noord­Brabant (2011). Discussiepaper ‘SOLARValorisatieprogramma’ (op basis van brainstorm 23 maart).
    •                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                  71Economisch Programma Brabant 2020 Bijlages• Projectteam ‘Zon op Nederland’ (2011). Roadmap Zon opNederland; Een roadmap voor het solar ecosysteem van Nederlandnaar een wereldwijd (uit)stralende topregio.• Projectteam ‘Zon op Nederland’ (2011). Zon op Nederland;Roadmap 2011 – 2015, Berenschot.• Slot, A. van der, Althoff, J. & Berg, W. van den, (2010).Stimulering van de economische potentie van duurzame energie voorNederland, Roland Berger Strategy Consultants.• www.top­sectoren.nl/energie4b. Automotive• Federatie Holland Automotive (2010). Vision for the Dutchautomotive sector 2010-2020: From vehicles to mobility: drivingfor value.5. Logistiek• Graaf, T. de & Oosterhout­De Bok, H. van (2011).Havenvisie 2030 Port Compass kenmerk 2796933, ProvincieNoord-Brabant.• Jong, R. de & Tavasszy, L. (2011). Roadmap KernnetwerkLogistiek, Connekt.• Linssen, G. (2011). Innovatie-instrumenten voor bedrijven inNederland. Naar de top!, Min EL&I.• Provincie Noord­Brabant (2011). Input werkboek 5 juli SEB:onderdeel topsectoren en innovatie.• Rijn, M. van & Bastiaanssen, R. (2010). Internationalisationopportunities for RTD in Logistics, Bax & Willems ConsultingVenturing.• Vanelslander, T., Hintjens, J., Horst, M. van der & Kuipers,B. (2011). Ruimtelijk-economische en logistieke analyse: de VlaamsNederlandse Delta in 2040, Universiteit Antwerpen/ErasmusUniversiteit Rotterdam.• Verweij, K. (2011). Quick scan ontwikkelperspectief logistiekesector in West-Brabant, Buck Consultants International.• http://www.top­sectoren.nl/logistiek• www.dinalog.nl6. Maintenance• Bax & Willems Consulting Venturing (2010). Internationali-sation opportunities for RTD in Maintenance; European programmes,platforms and financing.• Dongen, L.A.M. van (2011). Maintenance engineering:instandhouding van verbindingen. Oratie 9 juni 2011.• Dutch Institute World Class Maintenance (2011).Visiedocument | Maintenance voor een duurzame ontwikkeling van deeconomie; Verankering binnen Nederlands bedrijfslevenbeleid.• Kempen, P. van, Hoogduyn, C., Man, A.P. de & Marks, F.(2009). Masterplan 2010-2014; Creating sustainable business toge-ther! Van Kempen Engineering & Consultancy/AtosConsulting.• Kempen, P. van & Akkermans, H. (2010). Aerospace & Mainte-nance in Midden-Brabant: lange adem, duurzame werkgelegenheid enhoogwaardige maatschappelijke bedrijvigheid, Gemeente Tilburg.• Marks, F., Boymans, C., Langkamp, S., Mulder, J., Muller,H. & Ramselaar, L. (2011). Servitization in product companies;Creating business value beyond products, Atos Consulting.• Osch, M.J.J. van (2011). Beschikking subsidie voor het project‘World Class Maintenance’ kenmerk 2346149, ProvincieNoord-Brabant.• Reinders, M.P. (2010). Subsidieverlening Samen Investeren inBrabant(Stad) – Aerospace & Maintenance Tilburg kenmerk2376085, Provincie Noord-Brabant.• Zandvliet, K., Berretty, T. & Tanis, O. (2009).De arbeidsmarkt van maintenance in Zuidwest Nederland,Maintenance Education Consortium.7. Life Sciences• Brainport Development (2012). Business Plan Slimmer Leven2020; Technology for Life, Brainport Development.• Provincie Noord­Brabant, directie Economie & Mobiliteit(2011). Statenvoorstel 62/11 inzake Oss Life Sciences Park.• SER Brabant en de Provinciale Raad Gezondheid (2012).Kansen zorgeconomie: de Brabantse versnellingsagenda.• Team Zorg (2008). Probleemanalyse Innovatie in de zorg,Programmadirectie KenI en het Innovatieplatform.• Topteam Life Sciences & Health (Fonville, R., Blitterswijk,C. van, Breimer, D., Huijts, P., Horning, M. & Lageveen,R., (2011). Topsectorplan Life Sciences & Health; Voor een gezonden welvarend Nederland, Ministerie van EL&I.• Topteam Life Sciences & Health (Leen, R. van, Huijts, P.,Klasen, E. & Lageveen, R. (2012). First version of theinnovation contract from the topsector Life Sciences & Health,Ministerie van EL&I.Clusteroverstijgend• Buck Consultants International (2011). OndernemersvisieBedrijventerreinen Brabant, KvK Brabant en Zuidwest-Nederland & Brabants Zeeuwse Werkgeversvereniging.• Dagevos, J. & Tomor, S. (2011). Clusters in Brabant, Telos.• HCCS & TNO (2011). Nederlands concurrentievermogen enmondiale krachten; Een eerste verkenning van de topsectoren,HCCS & TNO.
    • 72 Economisch Programma Brabant 2020 BijlagesBijlage 3VeranderendinstrumentariumRESEARCH R / D DEVELOP D / M MARKET ENTRYMARKETGROWTHPEOPLEskills /educationOPZ: innovatieve medewerkerKenniswerkersregelingKP7 / Horizon 2020: stimuleren WO EIT - Knowledge Innovation Communities (KIC)Techniek promotieREAP (Regionaal Economisch Actie Programma) West BrabantPROCESS &INFRASTRUCTUURease of workOPZ: (sociaal) innovatie adviesAgro&CoOPZ: facility sharingIncubators (Incubator 3+, Starterslift)Valorisatieprogramma’sKP7 / Horizon 2020: infrastructuur en beleidCampus ontwikkelingWerklocaties (bijv. BHB)Programma GroeiversnellerInnovatieadvies (Syntens)NETWORKconnectingPiD: gebiedsgerichte innovatieprojectenInnovatie vouchersProjecten creatieve industrieIPC (innovatie Prestatie Contract)Interregionale samenwerking (Interreg IVA, B en C)Brokerage-instrumenten voor EU projectenCluster vormingMONEYresourcesSpin-off fonds Borgstelling MKB (BMKB)Seed capital (bijv. Technostarters)Pre-seed fundsCIP: Competitiveness and Innovation Programme / COSMEGroei faciliteitParticipaties BOMKNOWLEDGEDEVELOPMENTtechnologyOPZ: innovatie projectenNationale Innovatieprogramma’s (HTAS, Point One) MKB-InnovatiefondsBrabant FMFiscale aftrek voor R&D (WBSO, RDA)Innovatie contractenSubsidies NWO InnovatieboxEureka/EurostarsKP7 / Horizon 2020: collaborative R&DEcoInnovationInnovatiekrediet©B&W www.baxwillems.euVerdwijntVerbetert Blijft gelijk Verkleint
    •                                                                                                       73Economisch Programma Brabant 2020 BijlagesBijlage 4Externe en interneconsultatie (niet limitatief)1 Externe expertiseBax & Willems Consulting Venturing, Barcelona, L. Bax, A.Stolk en B. MekelFinancieel instrumentariumDialogic, UtrechtB. Kaashoek en J. VeldkampClusteranalyse2 Externe consultatieBij de ontwikkeling van het Economisch Programma zijnzowel in- als externe partners op actieve wijze betrokken. Erhebben tal van consultaties, interviews en overleggen plaats­gevonden.Voor de geraadpleegde externe en interne stakeholders enexperts in het kader van de clusteranalyse wordt verwezennaar bijlage 2.Bijeenkomsten externe consultatie• 9 november 2011, Schouder aan Schouder: het mkb indialoog met de provincie Noord-BrabantHet zakelijk platform Stichting Brabant Onderneemt heeftin het provinciehuis een bijeenkomst gehouden onder hetthema “Schouder aan Schouder”. Een veertigtal Brabantseondernemers, afgevaardigden van de verschillende provin­ciale ondernemersnetwerken, schoven in het provinciehuisaan voor een interactieve lunchsessie.• 25 januari 2012, Denktank InstrumentariumMet vooraanstaande experts op het gebied van economischbeleid en economische instrumenten is gebrainstormd overeen innovatieve instrumentenmix voor het EconomischProgramma. Voor de deelnemerslijst zie hierna.• 8 februari 2012, Ronde tafel Maintenance (triple helix)georganiseerd door het Dutch Institute World Class Main­tenance in het kader van het Economisch Programma.• 10 februari 2012, Werkatelier Economisch ProgrammaBrabant 2020Met stakeholders is een discussie gevoerd over het Econo­misch Programma ‘in aanbouw’. Voor de deelnemerslijstzie hierna.• 5 maart 2012, Commissie Economie en Innovatie SERBrabant• 6 maart 2012, presentatie in het bestuurlijk overlegBrabantStad Economische Zaken
    •           74 Economisch Programma Brabant 2020 BijlagesDeelnemerslijstenDenktank Instrumentarium:Extern: E.P.M. Vermeulen, Universiteit Tilburg/Philips International BV, B. Nooteboom, Universiteit Tilburg, W. van Dyck, Vlerick Business School, Y. Uylen, Vlerick Business School, P. Boekholt, Technopolis Group, O. Lint, Fontys Hogeschool, S. Manigart, Vlerick Business SchoolIntern: E. van Merrienboer, M. Wijnstekers en W. Wagenmans, Provincie Noord-BrabantOndersteuning: L. Bax, Bax & Willems Consulting Venturing, A. Stolk, Bax & Willems Consulting Venturing, D. de Jager, Brabantse Ontwikkelings MaatschappijWerkatelier:Extern: C. Budding (Regio West-Brabant), M. de Heer (Gemeente Breda), E. Lubbers (Gemeente Eindhoven), C. Wildeboer Schut (Gemeente Eindhoven), K. de Prins (Expat Center), M. Jacobs (Gemeente Helmond), S. De Pont (Gemeente ’s-Hertogenbosch), E. Kuppens (Gemeente Tilburg), M. de Haas (Ministerie van ELI), E. Roos (Technische Universiteit Eindhoven), W. den Ouden (Avans), P. van Summeren (MBO), J. van der Hoeven (Westertoren Innovation Centre), J. van Rijsingen (Food Technology Campus) L. van Dongen (Nedtrain), A. van Berlo (Van Berlo Business Innovations), W. Bens (Dinalog), L. Besselink (DI-WCM), J. Visser (Automotive NL), R. Hoosemans (Fhealinc), G. Bosch (KvK Brabant), J.H. Verburg (Syntens), J. Pelle (BOM), J. Bikker (Midpoint), Th. Stevens (Brainport Development), J. Brouwers (Brainport Development), J. Sistermans (Brainport 2020), L. Dubbeldam (SER Brabant), P. Nijskens (REWIN), H. Oderkerk (BZW), M. Manders (MKB),Intern: B. Pauli, E. van Merrienboer, M. Wijnstekers, Provincie Noord-BrabantOndersteuning: C. Holland (Dialogic), B. Kaashoek (Dialogic), L.Bax (Bax & Willems Consulting Venturing), L. Oerlemans (Universiteit van Tilburg), D. de Jager, Brabantse Ontwikkelings Maatschappij, A. Hopstaken (Textuur),3 Interne consultatieTopsectoren: P. Apeldoorn, H. Bijsterbosch, R. de Groot,W. Maaskant, P. Boomsma, N. Wester, C. Dietvorst,T. Cornelissen; Versterkt Stedelijk Netwerk: L. Schrauwen, T. vander Avoird, E. Dacier, E. Vink; Stad en platteland: L. Visschers,J. Buys, D. Ertsen, W. Wagenmans, P. Apeldoorn; Internationa-lisering, Public Affairs en Branding: C. Moonen, M. van Campen;Arbeidsmarkt: A. van Uytrecht, H. Havekes; MKB en ondernemer-schap: P. Boomsma; Ruimte voor bedrijvigheid: M. Aarts, H. vanNeerven, M. Zweers, V. Munnecom; Cultuur: B. Doedens,J. Mulder, G. Lenders, A. van Tilburg; Dienstverlening bedrijven:P. Hogenhuis; Moerdijk: P. van Dijk; Hoger onderwijs:A. van Uytrecht; Slimme mobiliteit: B. van de Sande,H. van Oosterhout, H. Bijsterbosch; Landschappen van Allure:R. Gielis, I. van der Linden; Grote erfgoedcomplexen: A. van denHurk, N. Vugts, H. van Neerven, M. de Haan; Sport:M. Reinders, T. Brinkhoff; Vrijetijdseconomie: M. de Haan;Agenda van Brabant: S. Derks; Zorgeconomie: A. van Uytrecht,M. Peeters, S. van Eenbergen; Breedband: I. Lammers;Griffie: A. Brul, J. DankersBijeenkomsten interne consultatie• 10 januari 2012, SpilterbijeenkomstMet behulp van de Spiltermethode zijn kennis en inzichtenvan een brede groep interne medewerkers in kaartgebracht. De groep vertegenwoordigt alle disciplines enalle directies binnen de organisatie. Spilter maakt gebruikvan een on-line methodiek, waarbij direct de antwoordenvoor alle deelnemers zichtbaar zijn, hetgeen de discussieondersteunt.Deelnemers: A. van Uytrecht, A. van der Heijden,T. Cornelissen, A. van de Broek, A. Kaag, C. Dietvorst,L. Loesberg, C. Jansen, E. Breebaart, E. Dacier, E. vanNistelrooij, E. Vink, E. Koch, G. Hoek, G. Steenhof,G. Klijn, H. Bijsterbosch, H. van Neerven, E. vanMerrienboer, J. Duenk, , I. van der Linden, I. Lammers,J. van Unnik, S. van Dommelen, J. van Gils, J. Schneider,M. Diependaal, M. Reinders, T. van der Avoird, P.Boomsma, W. de Graaff, J. van der Velden, Y. Hafmans,J. van der Ham, L. Schrauwen, M. de Haan, M. Peeters,M. Aarts, M. Jacobs, M. van Buuren, N. Wester, R. Gielis,M. Zweedijk, P. Apeldoorn, P. Hogenhuis, P. Masselink,R. de Groot, S. Oomen, T. de Zoete, T. Jongbloed,W. Chan, R. Klerks, N. Aten, J. Mulder, P. Ritsema,M. Drenth, M. Roosen, C. van Luxemburg,R. Werkhoven, W.J. Looijmans, H. Hoff, M. Kreuger,R. Dierx, Petra van Dijk, T. van Lanen, W. van Hoven
    •                                                        75Economisch Programma Brabant 2020 Bijlages• 30 januari 2012, aanvullende discussiebijeenkomst voor deSpilter deelnemers.M. Aarts, S.van Dommelen, W. de Graaff, Y. Hafmans,A. van der Heijden, H. Hoff, P. Hogenhuis, T. Jongbloed,R. Klerks, I. van der Linden, P. Masselink, J. Mulder,M. Peeters, J. Schneider, H. Havekes, B. van de Sande,J. van Unnik, E. Vink, N. Wester, T. de Zoete, M. Zweedijk• 28 februari 2012, Bureau Sociaal Economisch Beleidlunchcafé• 1 maart 2012, discussie over het concept programma metSpilterdeelnemers.T. van der Avoird, A. van de Broek, M. Diependaal, S. vanDommelen, W. de Graaff, Y. Hofmans, A. van derHeijden, Wim Hoven, C. Janen, R. Klerks, G. Klijn,E. Koch, L. Loesberg, J. Mulder, A. v.d. Hurk, G. Lenders,R. Maessen, T. Brinkhoff, T. de Zoete, M. Wijnstekers,N. Wester, l. Schrauwen.
    • www.brabant.nlBrabant, Europe’s heart of smart solutions