Deel 7 les 2 (introductie en motivatie)

  • 179 views
Uploaded on

 

  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
179
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1

Actions

Shares
Downloads
0
Comments
0
Likes
0

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide

Transcript

  • 1. SPORTBewegen is gezond!
  • 2. DiscussieEr bestaan geen echte sportlui meer! Tegenwoordiggebruikt iedereen doping, dus ik geloof niet langer in al die topprestaties!1. Bespreek met je gesprekspartner wat jij hiervan vindt. Klopt deze redenering?2. Wat is een geschikte straf voor een sporter die op dopinggebruik betrapt wordt?3. Rapporteer nadien wat je te weten bent gekomen aan de hele klas.
  • 3. ER 3 Ik leg Emma in haar bedje. Ik leg er Emma in. Ik leg Emma erin. Ik steek mijn geld niet in mijn broekzak. Ik steek het er niet in. Ik heb een zwarte sjaal op die mooie jurk gedragen. Ik heb er een zwarte sjaal op gedragen.GEBRUIK en POSITIE Bij een prepositioneel object Er 3 onmiddellijk voor de prepositie in één woord Bij bepaald object: Er 3 komt voor of na het object Er 3 komt altijd na de objecten het, hem en ze Bij onbepaald object: Er 3 komt voor het object
  • 4. ER 3 Kim heeft nooit zin in teamsport gehad. Ze heeft er nooit zin in gehad. Irena zegt dat Kim niks voor een teamsport voelt. Irena zegt dat Kim er niks voor voelt. Ik snijd het vlees met een mes. Ik snijd er het vlees mee. Ik houd van deze koffie! Ik hou hiervan.GEBRUIK en POSITIE Bij inversie of bijzin: Er 3 na subject, prepositie voor eindgroep Veranderende preposities met Er 3 Er 3 met stress kan vervangen worden door hier of daar
  • 5. Weet je het nog?Definitie Nieuw woord1. een sportman of sportvrouw de atleet, de atlete2. de voorwaarde de conditie3. fietsen als sport wielrennen4. niet ruim of loszittend strak5. apart, zonder andere dingen of mensen individueel6. zich heel erg verveeld voelen omdat je iets verkeerd hebt gedaan zich dood schamen7. checken; kijken of iets goed is nakijken
  • 6. Weet je het nog?Definitie Nieuw woord8. met de hand tegen iets komen aanraken9. al denkend een idee krijgen; verzinnen bedenken10. het lichaam het lijf11. hardlopen om je lichaam gezond te houden joggen12. verschillende sporten bij elkaar zoals hardlopen, springen de atletiek13. huppeldepup dinges14. een bang gevoel; de vrees de angst
  • 7. Weet je het nog?Definitie Nieuw woord15. de lichamelijke toestand de conditie16. het doelpunt de goal17. een taak die iemand je geeft om te doen de opdracht18. iets wat je wil bereiken; je objectief het doel19. iemand die een sport of spel beoefent de speler20. heel raar en belachelijk idioot21. op een bepaald punt komen, iets halen iets bereiken
  • 8. Weet je het nog?Definitie Nieuw woord22. samen met anderen iets doen meedoen23. de ploeg het team24. hard roepen schreeuwen25. juist niet, juist het tegenovergestelde integendeel26. waarde hebben; belangrijk zijn van belang zijn27. bang dat er iets vervelend gebeurd is ongerust28. één geheel worden met een andere groep integreren
  • 9. Weet je het nog?Definitie Nieuw woord29. niet meer willen doen wat je eerst wel wilde doen zich bedenken30. een groep van 11 voetballers het elftal31. iemand die gewonnen heeft de winnaar32. een taak die moeilijk zal zijn, maar die je hopelijk zal lukken de uitdaging33. iemand die een sportclub steunt en naar alle wedstrijden gaat de supporter34. iemand die superstom doet de idioot
  • 10. Olympische Spelen!Waar brandt de vlam in 2016?