Your SlideShare is downloading. ×
The rose of the family update 19......deel2
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×
Saving this for later? Get the SlideShare app to save on your phone or tablet. Read anywhere, anytime – even offline.
Text the download link to your phone
Standard text messaging rates apply

The rose of the family update 19......deel2

302

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
302
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1
Actions
Shares
0
Downloads
2
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide

Transcript

  • 1. The rose of the family
  • 2. Hoe hij met Ruth zo goed kon opschieten, en ook met Jordi en Silvia en Linte. Hoe hij eerst nog zo’n klein jong kereltje was en zijn zussen speelden vrolijk met hem en ook Daan. Maar hijzelf besefte nog niets, en nu is zijn broer er alleen nog maar.
  • 3. Jordi is dood, Linte is dood, Ruth is dood, Silvia is weg, En Daan is nog bij hem. Niks was leuker geweest als het gewoon was, als het gewoon een nachtmerrie was geweest. Dat Max zo weer uit de nachtmerrie kon komen.
  • 4. Verdrietig loopt hij naar de bergtop met Tamara. Daar blijft hij staan en samen zeggen ze niets tegen elkaar. Ze kunnen een heel groot gedeelte van de omgeving zien maar helaas, amper huizen. Ze zijn te ver weg van de rest.
  • 5. ‘Lieve Max, het komt goed. Dat zal je zien.’ Max schudt zijn hoofd. ‘Ik ben misschien wel net zoals papa maar dat maakt niet uit. Waarom bestaat magie dan? Inderdaad het bestaat niet, en als het er is alleen in narigheid.
    Sorry voor nu geen plaatjes maar ik had Tamara opeens niet meer in het spel! Heel raar.
  • 6. Ik wil ook dood. Ik wil niet meer in dit stomme leven leven. Iedereen denkt misschien dat ik nog niet slim genoeg ben om alles te begrijpen maar ik begrijp het juist wel! Dat er helemaal geen goed einde komt.’ snikt hij.
  • 7. ‘Komt er een einde dan?’ vraagt Tamara voorzichtig. ‘Ja, want ik ga dood.’ antwoordt Max. ‘Maar Max, dat doe je niet!’ roept Tamara streng en snikkend. Ze legt haar hand voorzichtig op de schouder van Max.
  • 8. Dagen gaan voorbij en Max speelt vrolijk met de hond. Maar elke dag gaat hij s’avonds naar buiten. Daar kijkt hij naar de maan en hoopt dat iedereen terug komt.
  • 9. Hij is door alle verwarring vergeten waar Lisa en Alex nieuwe huis stond. Ruth wist het wel want tegen haar hadden ze het gezegd.
  • 10. Max niet weet is dat er een paar kilometers van hem af een jong zingend meisje zit. Zacht snikt ze terwijl ze haar gitaar langzaam aanslaat. Er zit een vrouw met twee kinderen naast haar.
  • 11. Het zijn Silvia en Melissa met de kleintjes. Silvia kan mooi zingen dus heeft ze een gitaar van Melissa gekregen. De klanken die uit de gitaar komen zijn niet blij maar juist verdrietig. Melissa kreeg een jongen en een meisje, werd later duidelijk.
    p.s. ik weet dat Silvia erg veranderd is maar ik heb haar per ongeluk met move objects on verwijderd!
  • 12. Silvia en Melissa zijn gevlucht van Eric. Eric wou iedereen neer schieten maar in plaats van hun heeft hij Jan gedood. Jan werd opeens hartstikke aardig daarom boeide het Eric niet. Even later sprong Eric zelf van woede in de rivier maar hij kon niet zwemmen en verdronk…
  • 13. Melissa slaat een arm om Silvia heen. ‘We vinden ze wel lieverd, en wat ik al gezegd heb, anders zorg ik voor je.’ Silvia knikt maar kijkt Melissa verdrietig aan.
  • 14. ‘Het spijt me zo voor je.’ Melissa probeert haar tranen tegen te houden. Maar dat houdt ze niet lang vol. ‘Toen Eric zo kwaad werd op mij dat hij een pistool pakte schrok ik al.’
  • 15. De tranen lopen over haar gezicht. ‘En toen schoot hij Jan dood, ik rende het huis uit en… nu zijn Eric en Jan allebei dood. Ik heb iemand vermoord Silvia, ik weet niet wat ik moet doen.’
  • 16. Silvia slaat een arm om haar heen. ‘Luister, je hebt twee geweldig lieve peutertjes, maar jij wou gewoon van Eric af, je kon niet Andes dan hem uit de weg ruimen. Hij heeft je eigen zoon vermoord! En wat jij deed was nog niet eens express. Eric wou ook op jou schieten maar jij duwde het pistool weg. Zijn kant op. Alleen voor je eigen veiligheid. Maar hou aan dat pistool kwam…’
  • 17. Melissa knikt. Maar ik krijg het beeld steeds voor me. Hoe Jan in elkaar zakte en nog riep: ‘’Mam, help!’’
  • 18. Voor het eerst noemde hij me uit liefde mam. Het is allemaal mijn schuld.’ Langzaam wordt het donker en valt iedereen in slaap.
  • 19. Er gaat langzaam een flits voorbij. Een witte flits met fel licht. Alles is donker, alleen een, nee helemaal niks kan je horen vallen.
  • 20. Demi loopt zachtjes op straat. Haar mooie bruine haren zijn niet gekamd. Al een maand lang heeft ze haar haar niet geborsteld. Haar kleur is zwart geworden, ze vond dat mooier dan bruin.
  • 21. Thomas haar vader ligt in het ziekenhuis. Waarom weet ze niet eens, misschien ongeluk, maar opeens werd ze het huis uitgestuurd.
  • 22. Alles ging hartstikke raar. Toen ze het verhaal over haar vader hoorde barstte ze in tranen uit. Als ook haar vader stierf dan had ze geen ouders meer.
  • 23. Snikkend loopt ze vooruit en kijkt naar de tegels die op straat belegd zijn. Het is een beetje mistig en erg donker maar tegelijk ook eng.
  • 24. Demi kijkt zachtjes om als ze wat geritsel hoort achter zich. Het kan iedereen zijn, een dief, een crimineel of misschien wel Eric, die man waarvan ze enge verhalen had gehoord van haar oma Lisa.
  • 25. Opeens hoort ze een zachte adem inademen bij haar nek. Verschrikt draait ze zich om. Iemand met een wit masker op staat voor haar.
  • 26. ‘Hallo Demi. Mis je je vader en moeder al?’ vraagt de persoon voor haar. Demi schudt haar hoofd. ‘Wie ben jij? Ik ken jou, wie ben jij?’ ‘Mis je je ouders niet?’
  • 27. vraagt de persoon weer terwijl hij of zij langzaam naar haar toe loopt. Demi antwoordt niet maar kijkt naar de ogen die haar sluw aankijken. Ondertussen loopt ze een paar stappen achteruit.
  • 28. ‘Laat me met rust en zeg me wie je bent! Hoe ken je mijn naam?’ De persoon lacht en het wordt nu duidelijk aan de stem te horen dat de persoon een man is.
  • 29. ‘Ik Demi ben je nachtmerrie van laatst.’ Demi schudt weer haar hoofd. ‘Mijn nachtmerrie? Mijn Nachtmerrie ging over een man met een masker die op een enge clown leek die… die, ben jij?’
  • 30. De man knikt en begint weer te lachen. ‘Dat ben ik ja, je nachtmerrie komt uit Demi, is dat niet geweldig?’
  • 31. Demi snakt naar adem, hoe kan dit? Opeens krijgt ze haar beeld van haar nachtmerrie weer voor zich. Ze ziet zichzelf rustig lopen op straat. Er lijkt nog niets aan de hand maar opeens pakt iemand haar bij de arm, en trekt haar naar zich toe.
  • 32. ‘Zullen we samen een bank beroven Demi? En daarna iemand verongelukken die Thomas heet?’ Demi wil hard nee schudden maar ze knikt onder dwang ja.
  • 33. Ze lopen naar een bank waar de persoon met een klap het gebouw binnenstormt. Daar op een stoel ligt Thomas, Demi haar vader rustig te slapen.
  • 34. Met een klap wordt hij wakker en ziet zijn dochter voor zich. Demi wil het niet maar geeft haar eigen vader een keiharde klap met een stok waardoor hij meteen buiten westen is. Er staat opeens een andere man in de kamer die hem dood schiet.
  • 35. Demi komt weer uit haar nachtmerrie. ‘Nee, ik wil niet dat mijn nachtmerrie waar is. Ik heb mijn vader niet zoveel pijn gedaan.’
  • 36. De tranen lopen bij Demi over haar gezicht. ‘Toch wel meisje, je kan soms toch zo gemeen zijn. Net zoals bij je moeder. Je moeder stierf van angst voor jou. Als jij nooit was geboren was ze nooit gestorven.’
  • 37. Demi deinst achteruit. Ze weet dat dit helemaal niet waar kan zijn maar toch voelt ze hoe iemand binnen haar zegt dat het waar was.
  • 38. Opeens pakt de persoon haar bij de arm en sleurt haar mee. Maar voordat Demi kan bevatten wat de persoon aan het doen is, is ze al buiten westen.
  • 39. . Buiten wordt het weer langzaam licht. Vermoeid en kreunend staan Melissa en Silvia op. Silvia wrijft even haar slaap uit haar ogen en kijkt dan voorzichtig rond.
  • 40. Voor de eerste keer heeft ze eens goed geslapen. Ze snuift de heerlijke frisse ochtend geur op van een boom vlak bij haar en gaat staan.
  • 41. Ook Melissa rekt zicht uit en haalt even diep adem. Maar terwijl ze adem haalt valt haar oog opeens op de plaats waar haar twee kleine kindjes lagen te slapen. Ze zijn weg! Spoorloos verdwenen.
  • 42. ‘Silvia, de kinderen, ze zijn weg!’ snauwt Melissa schrikkerig. Silvia draait zich om en ziet tot haar schrik dat de twee kleintjes echt weg zijn!
  • 43. ‘Ze zaten toch in het bedje? Daar konden ze toch niet van weg kruipen?’ ‘Nee, ze konden niet weg kruipen.’ snikt Melissa.
  • 44. Silvia haar gezicht vertrekt meteen van woede. ‘Ik kan er nu echt niet meer tegen! Ik weet niet wat er nou aan de hand is maar dit ga ik echt uitzoeken, ik ben het zat waarom krijgen wij dit allemaal?’
  • 45. Melissa kijkt haar verbaasd aan. ‘Wat ga je doen dan?’ Silvia zucht even diep. ‘Ik ga weg als jij dat goed vind en zoeken naar mensen die hier iets wat van weten. Ik wil dit echt laten stoppen.’
  • 46. Melissa knikt. ‘Misschien is dat wel het allerbeste, dan stopt het eens een keer, maar waarom wil je dan alleen gaan?’
  • 47. ‘Ik heb het gevoel dat dit allemaal door mij komt dus ik ga alleen om jouw geen onrust te geven.’ Melissa schudt haar hoofd.
  • 48. ‘Dat is vast niet waar maar als jij dat denkt dan moet je dat maar gewoon doen.’ ‘Oke.’ zucht Silvia. ‘Dan ga ik vanmiddag als jij dat goed vind?’
  • 49. Melissa knikt. ‘Tuurlijk als je nog wel even tijd neemt om afscheidt te nemen en dan laat ik je zien in welk hotel in verblijf. Dan kan je me nog altijd opzoeken.’ Silvia knikt.
  • 50. ‘Bedankt lieve Melissa, voor ik het vergeet, bedankt dat je zo goed voor mij al die tijd hebt gezorgd.’ ‘Ho, stop, je gaat toch vanmiddag pas weg?’ vraagt Melissa iets verschrikt.
  • 51. ‘Ja rustig maar.’ Lacht Silvia terwijl ze Melissa een knuffel geeft. De tijd gaat al snel voorbij en Silvia en Melissa moeten afscheidt nemen. Helaas zijn de twee kleintjes nog niet terug.
  • 52. ‘Ik ga je missen lieverd, en vergeet niet ooit weer terug te keren naar mij als je…’ ‘Rustig Melissa, ik vergeet je niet, en wie zegt dat ik nooit meer terug kom? Ik kom terug beloofd.’
  • 53. Na nog een afscheidknuffel en kus vertrekt Silvia met zo weinig mogelijk spullen niet richting de stad maar juist richting de bergen. Ze voelt en weet gewoon dat daar iets is waar ze heen moet.
  • 54. Melissa blijft in de stad achter wanhopig waar haar twee kindjes zijn in een hotel. En zo gaat langzaam de zon weer onder. Silvia reist die nacht gewoon door ook al voelt ze hoe haar voeten niet verder willen.
  • 55. ‘Ik moet, ik moet.’ zegt ze steeds tegen zichzelf. Ze loopt kilometers verder. De zon is er dan wel niet maar Silvia krijgt het toch erg warm bij het lopen.
  • 56. Na een tijdje trekt ze haar schoenen uit en laat ze achter bij een paar struiken. Na uren lopen komt ze opeens bij grote ronde boog terecht.
  • 57. Voorzichtig steekt ze haar hand door het magische veld. opeens voelt ze haar hand met zich meetrekken en voor ze het weet is ze door de boog gelopen maar aan een andere kant uitgekomen.
  • 58. Verbaasd kijkt ze naar de auto’s die langs haar rijden. Ze staat midden op de weg en deinst zo snel mogelijk achteruit om weg bij die auto’s te zijn.
  • 59. Een paar mensen in een chagrijnige bui beginnen meteen alweer te mopperen. ‘Zeg kun je niet uitkijken waar je loopt?’ roept een oude boze man.
  • 60. Hij doet zijn raam van de auto weer dicht en rijdt hard weg. Silvia kijkt verbaasd achter haar. De boog is verdwenen! Hoe moet ze nou ooit terug?
  • 61. Ze weet niet eens waar ze is… Bij Demi gaat het op dat moment anders.
  • 62. Langzaam wordt ze wakker terwijl er vaag persoon rond haar langs loopt. Hij pakt een kop koffie van de dichtstbijzijnde tafel af.
  • 63. ‘Ik kan het gewoon niet geloven.’ moppert hij nors. Demi houdt haar adem in als ze ziet dat de persoon naar haar toe loopt. Hij gaat mokkend in een stoel zitten.
  • 64. Demi kijkt vanuit haar ooghoek naar het papier wat op de grond ligt. Er staat een grote roos op getekend die niet meer levendig is gemaakt.
  • 65. De blaadjes zijn er af getekend en zijn dor. opeens staat de man weer op en geeft Demi een kleine zachte schop.
  • 66. ‘Zeg, ben je al wakker meid?’ Demi knikt. ‘Ja.’ ‘Mooi dan mag je nu zien wie ik ben.’ antwoordt de man rustig.
  • 67. Hij trekt zijn masker van zijn hoofd en opeens komt daar een lief, aardig gezicht tevoorschijn met een mooie glimlach. ‘Ik ben Jonathan.’
  • 68. Jonathan steekt zijn hand uit naar Demi die hem vertrouwelijk vast pakt. ‘Waarom deed je zo gemeen? En wat heb jij met mijn nachtmerrie te maken?’
  • 69. ‘Rustig maar Demi, je verward je met iemand anders. Namelijk mijn tweelingbroer.’
  • 70. Demi knikt verbaasd naar de grond. ‘Wil je me dit nou eens uitleggen?’ Jonathan knikt terwijl hij wat eten en drinken voor Demi’s neus legt.
  • 71. Samen gaan ze rustig zitten en Jonathan vertelt het hele verhaal hoewel hij ziet dat Demi zijn gezicht constant aan blijft kijken wordt hij er niet nerveus van want hij doet hetzelfde.
  • 72. ‘Luister, ik en mijn tweelingbroer zijn de kinderen van Freek. Die ken je wel. Dat is mijn stomme vader, maar zo wil ik hem liever niet noemen.’
  • 73. ‘Mijn vader kende ene Eric. Samen bedachten ze van die stomme dingen om jouw familie lastig te vallen. Mijn broer deed gezellig mee maar ik niet.’
  • 74. ‘Daar komt het verhaal eigenlijk op neer, en van daar net kwam omdat mijn broer me dwong jou op te pakken. Echt zo’n onzin.’ Demi lacht alleen maar vriendelijk.
  • 75. Jonathan stopt met praten en kijkt naar de prachtige ogen van Demi. ‘Je hebt prachtige ogen Demi.’ lacht hij verlegen.
  • 76. Demi schiet in de lach. ‘Nou euh bedankt.’ Ze staren elkaars gezichten lang aan en vergeten alles om elkaar heen.
  • 77. Zo dat was de kleine deel 2, deel 3 wordt groter maar die is nu aan het laden dus weer geduld.
    Xx Roxanne , bedankt voor het lezen.
    • Deel 3 is aan het laden

×