Osteoporose en fractuurpreventie: een update

805
-1

Published on

Update medicatie, Presentatie van Prof. dr. P. Geusens op 19 november 2011 voor de Stichting IWO.

0 Comments
1 Like
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

No Downloads
Views
Total Views
805
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
2
Actions
Shares
0
Downloads
6
Comments
0
Likes
1
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Osteoporose en fractuurpreventie: een update

  1. 1. Osteoporose en t ens h s ig u fractuurpreventie: een yr updatee o p .G c P d r. f. P Geusens, MD, PhD ro Internal Medicine/Rheumatology, Maastricht UMC P& Biomedical Research Center, UHasseltMUMC&UHasselt
  2. 2. Entrez PubMed “OsteoporosisTreatment” t ens h s• Totaal tot 19/11/2011 r y ig 33880 u• Nieuw in 2011 o p . Ge c P 984 d r. ro f. PMUMC&UHasselt
  3. 3. Medische behandeling bij hoog fractuurrisico• Calcium en vitamine D• Effect van therapie op: t ens h s – Fracturen y ig u r e – Mortaliteit o p .G• Persistentie c P d r. medicatie f.• Effect van staken van ro• … en de toekomst PMUMC&UHasselt
  4. 4. t ens h s y ig u r e o p .G c P CALCIUM ENd r. rof. VITAMINE D PMUMC&UHasselt
  5. 5. Secundaire osteoporose, vitamine D deficiëntie en calcium inname <1200 mg/d bij patiënten met een recente fractuur t ens h s y ig u r e o p .G c P d r. rof. PMUMC&UHasselt Bours, JCEM, 2011, 1360
  6. 6. Calcium inname en vitamine D status bij 50+ fractuurpatiënten (n=626) t ens h s y ig u r e o p .G c P d r. rof. PazMaastricht & UHasselt Bours, JCEM, 2011, 1360
  7. 7. Effect of calcium supplements with or without vitamin D on cardiovascular events: based on patient-level data t ens h s y ig u r e o p .G c P d r. rof. PMUMC&UHasselt Bolland, BMJ, 2011, 2040
  8. 8. Combined atherosclerotic vascular disease events (incident hospitalization or death) over 9.5 years (adjusted) t ens h s y ig u r e o p .G c P d r. rof. P Lewis, JBMR, 2011, 35
  9. 9. Calcium inname (mg/d) bij 626 fractuurpatiënten >50 jaar 3000 2500 t ens h s 2000 y ig u r e o p .G c 1500 r. P d 1000 f. 1000 ro mg/d 500 P 500 mg/d 0 0 25 50 75 100 azMaastricht & UHasselt % patiënten
  10. 10. Serum 25(OH)D bij 626 fractuurpatiënten (50+) 200 t ens 175 150 h s ig u y r e p .G 125 100 c o 75 r. P 50 f. d 25 0 Pro 0 25 50 75 100azMaastricht & UHasselt % patiënten
  11. 11. Medische behandeling: calcium en vitamine D – Optimalisatie van calcium inname: t ens h s • Totaal: 1000-1200 mg calcium/dag ig u – Vb: geen melkproducten + 3-4 zuivelporties of 1000 mg y r e calcium supplement p .G – Vb: 2 zuivelporties/dag + 1-2 zuivelporties of +500 mg o calcium supplement c – Vitamine D: 800 E/dag P – Vb: 4 zuivelporties/dag geen aanpassing nodig d r. • Bij osteoporose behandeling ro f. • Bij mensen in verzorgingsinstelling • Hoger indien nodig PMUMC&UHasselt
  12. 12. t ens h s y ig u r e o p .G c P d r. MEDICATIE.EN PREVENTIE VAN ro f P FRACTURENMUMC&UHasselt
  13. 13. Available anti-osteoporosis medications in postmenopausal women Post-hoc analysisMedication 1/d 1/wk 1/mo 1/3mo 1/6mo 1/yrAlendronate PO x x - - - - t ensRisedronate PO x x x - - -Zoledronate IV h s ig u - - - - - x r eDenosumab SC - - - - x - yStrontium ran. PO # - - - - -Teriparatide o SC p .G # - - - - - cPTH (1-84) SC § - - - - -Raloxifene PO r. P § - - - - - dIbandronate PO/IV - - § § - - rof. Fracture prevention according to GRADE analysis in primary analysis of fracture studies: P x: wide spectrum: vertebral, non-vertebral, hip #: intermediate spectrum: vertebral, non-vertebral §: small spectrum: vertebralMUMC&UHasselt
  14. 14. Medicatie Uitleg: toediengswijze, frequentie, duur, voorzorgsmaatregelen, tolerantie, compliance Voldoende calcium en vitamine D 1ste keuze: Alendronaat PO / Risedronaat PO t ens h s ig u Contra-indicatie orale bisfosfonaten. Intolerantie, non-compliance, nieuwe fractuur of bij vragen r e over effect en veiligheid tijdens gestructureerde monitoring y p .G o2de keuze: op basis van spectrum van fractuurpreventie, gemak, frequentie en toediengswijze (PO, SC, IV), c duur, voorzorgsmaatregelen, patiëntkarakteristieken en voorkeur, tolerantie en compliance r. P d Denosumab SC Strontium ranelaat PO Ibandronaat PO/IV f. Zoledronaat IV Raloxifeen PO ProNa 3de fractuur waaronder 2 wervelfracturenIntolerantie/contra-indicaties overige medicaties Teriparatide SC PTH (1-84) SCFractuurpreventie in fractuurstudies volgens GRADE: Wervel, niet-Wervel en Heup Wervel,niet-Wervel Wervel
  15. 15. Persistentie orale osteoporosemedicatie (12 maanden)Ongeveer 240.000 patiënten in Nederland gebruiken orale middelen voor osteoporose Ongeveer 50% van de patiënten in Nederland stopt t ens binnen 1 jaar met hun anti-osteoporose medicatie % patiënten nog steeds op therapie h s ig u y r e o p .G c P d r. rof. P Aantal dagen na start therapie Netelenbos JC, et al. Osteoporos Int. 2010
  16. 16. t ens h s y ig u r e o p .G c P d r. PATIËNTEN.PREFERENTIE EN ro f P PERSISTENTIEMUMC&UHasselt
  17. 17. t ens h s y ig u r e o p .G c P d r. rof. PMUMC&UHasselt Lee, Osteoporos Int (2011) 22:741–753
  18. 18. Participant responses to questionnaire on parameters of preference, convenience and willingness to take long term after experiencing both alendronate once weekly and once daily regimens. P < 0.001 for each parameter. t ens h s y ig u r e o p .G c P d r. rof. PMUMC&UHasselt Kendler, Maturitas 48 (2004) 243–2
  19. 19. Percentage (95% confidence interval) of patients who preferred ibandronate monthly dosing to alendronate weekly dosing: (A) excluding patients who did not express a preference for one treatment; and (B) including patients who did not express a preference for one treatment t ens h s y ig u r e o p .G c P d r. rof. PMUMC&UHasselt Hadji, Joint Bone Spine 75 (2008) 303e3
  20. 20. Kaplan-Meier curves for patients in the ibandronate/patient support programme (PSP) and alendronate groups (PERSIST study) t ens h s y ig u r e p .G 56.6% c o P 38.6% 3 d r. rof. PMUMC&UHasselt Cooper, Int J Clin Pract, 2006, 896
  21. 21. Therapietrouw en zoledronaat t ensMerendeel voorkeur voor 1 maal jaarlijks IV h s ig u r e 100 y% Voorkeur patiënten p .G 80 c o 77.5% 80.0% Jaarlijks IV P 60 Wekelijkse pil r. Gelijk d 40 ro 20 f. 6.3% 15.3% 11.8% P 8.2% 0 Aclasta® 5 mg ALN 70 mg (n = 110) (n = 110) Mc Clung M et al. Bone 2007;41: 122-128.
  22. 22. De patiënten verkiezen een eenvoudige subcutane injectie om de 6 maanden boven wekelijkse orale tabletten Percentage patiënten die een grotere voorkeur voor een schema t ens rapporteerden1 h s Subcutane injectie ig u eenmaal om de 6 maanden y r e o p .G c P r. Orale tablet eenmaal per week f. d Pro Van de patiënten die een voorkeur rapporteerden, vermeldden 65% van de Prolia® groep en 63% van de alendronaat groep dat ze de voorkeur gaven aan de injectie eenmaal om de 6 maanden, wat neerkomt op gemiddeld 64% van de patiënten die de voorkeur gaven aan een injectie om de 6 maanden. Globaal drukte 83% van de patiënten een voorkeur uit. Bijgevolg, van de patiënten die een voorkeur uitdrukten, verkoos 77% (64/83) de injectie om de 6 maanden.MUMC&UHasselt 1. Kendler DL. Osteoporos Int 2010;21:837–846.
  23. 23. t ens h s y ig u r e o p .G c P d r. rof. PMUMC&UHasselt Freemantle, OI, 2011, online
  24. 24. Percent of patients on teriparatide treatment at each time point in the study t ens h s y ig u r e o p .G c P d r. rof. P Reimbursement in most participant countries is limited to 18 pen devicesMUMC&UHasselt Langdahl, CTI, 2009, 484
  25. 25. Sterk aanbevolen Follow up tijdens behandeling: Kan zinvol zijn gestructureerde monitoring Start t enstherapie Gestructureerde klinische monitoring (min. na 3 maanden, nadien jaarlijks) h s ig u Intolerantie y r e Non Niet-wervel fractuur Klinisch vermoeden Bij p .G Compliance na 1 jaar therapie van nieuwe twijfel/vragen o wervelfractuur c P RX d r. Botmarkers DXA na 2-3 jaar rof. Overleg P Zo nodig andere medicatie of SC of IV Teriparatide (2de keuze: PTH), na 3de fractuur waaronder 2 wervelfracturen
  26. 26. t ens h s y ig u r e o p .G c P d r. f. EFFECT VAN MEDICATIE OP ro P MORTALITEITMUMC&UHasselt
  27. 27. Time to Mortality Zoledronate after recent hip fracture t ens h s y ig u r e o p .G c P d r. rof. P*Rates of clinical fracture were calculated by Kaplan–Meier methods at 24 months and therefore are not simple percentagesMUMC&UHasselt Lyles, N Engl J Med 2007;357:1799-809
  28. 28. HR for reductions in death by timing of first study drug infusion.† *p < 0.05; **p < 0.01; ***p < 0.001. t ens h s y ig u r e o p .G c P d r. rof. P Analysis by 2-wk intervals showed a consistent reduction of mortality in patients receiving the first dose 2-wk or later after surgical repair.MUMC&UHasselt Erikson, J Bone Miner Res 2009;24:1308–1313
  29. 29. The effect of treatment of osteoporosis on mortality in eight studies included in the primary analysis t ens h s y ig u r e o p .G c P d r. rof. P Mortality reduction was not related to age or incidence of hip or non-vertebral fracture, but was greatest in trials conducted in populations with higher mortality rates.MUMC&UHasselt Bolland, JCEM, 2010, 1174
  30. 30. The effect of treatment of osteoporosis on mortality in 10 studies included in the secondary analysis, grouped by individual agents t ens h s y ig u r e o p .G c P d r. rof. PMUMC&UHasselt Bolland, JCEM, 2010, 1174
  31. 31. Mortality for survivors of hip fracture according to bisphosphonate treatment (Kaplan–Meier analyses) t ens h s y ig u r e o p .G c P d r. rof. PMUMC&UHasselt Beaupre, Osteoporos Int, 2011, 983
  32. 32. Hazard ratio of death after treatment with bisphosphonates after hip fracture t ens h s y ig u r e o p .G c P d r. rof. PMUMC&UHasselt Sambrook, Osteoporos Int (2011) 22:2551–2556
  33. 33. Kaplan-Meier survival curves according to osteoporosis medication for women with osteoporotic fractures aged 60–74 yr (A), aged 75 yr (B). The P value refers to differences between treatment groups. t ens h s y ig u r e o p .G c P d r. rof. PMUMC&UHasselt Center, JCEM, 2011,1006
  34. 34. t ens h s y ig u r e o p .G c P d r. VAN f. EFFECT VAN STAKEN ro P MEDICATIEMUMC&UHasselt
  35. 35. Mean percent change of NTX/Cr levels from pivotal study baseline to the end of yr 8 of the risedronate trial t ens h s y ig u r e o p .G c P d r. rof. PMUMC&UHasselt Eastell, JCEM, 2011, 3367
  36. 36. Effects of a single 5-mg dose of zoledronate (solid circles) or placebo (open circles) on markers of bone turnover over 3 years in osteopenic postmenopausal women t ens h s y ig u r e o p .G c P d r. rof. PMUMC&UHasselt Grey, JBMR, 2010, 2251
  37. 37. Denosumab Re-treatment and Changes to Serum CTx and BSAP Levels Phase 2: Postmenopausal Women With Low BMD t ens Placebo 30 mg Q3M Serum CTx h s ig u BSAP 1.6 y r e 25 Discontinued Re-treatment p .G Discontinued Re-treatment Treatment 60 mg Q6M Treatment 60 mg Q6M 1.4 o Median mcg/L (Q1, Q3) Median ng/mL (Q1, Q3) 20 c 1.2 P 1.0 r. 15 0.8 d 0.6 10 f. 0.4 ro 5 0.2 P 0 0 0 6 12 18 24 30 36 42 48 0 6 12 18 24 30 36 42 48 Months MonthsAdapted from Miller PD, et al. Bone. 2008;43:222-229.
  38. 38. Serum BTMs, by previous treatment with alendronate in patients who switched to teriparatide t ens h s y ig u r e o p .G c P d r. rof. PMUMC&UHasselt Cosman, JCEM, 2009, 3772
  39. 39. Changes in bone density after teriparatide/PTH withdrawal t ens h s y ig u r e o p .G c P d r. rof. PMUMC&UHasselt Bilezekian, Drug, 2005, 2481
  40. 40. Herevaluatie na therapie Sterk aanbevolen Aanbevolen Opvolging Kan zinvol zijn Laag risico: na 2-3 jaar t ens - Geen nieuwe klinische of bij nieuwe fracturen - Leefstijladviezen h s risicofactoren en inclusief klinische - Medicatie staken ig u Na 5 jaar therapie*: - Geen nieuwe fracturen risicofactoren, DXA (en VFA herevaluatie, inclusief r e - T >-2.5 in femurhals of RX WK bij vermoeden vanklinische risicofactoren y en DXA nieuwe wervelbreuk) p .G (en VFA of RX WK bij overmoeden van nieuwe Hoog risico: wervelbreuk) Verder c - T <-2.5 in femurhals bisfosfonaat of P - Ernstige secundaire andere medicatie r. osteoporose of SC, IV - Glucocorticoïden 7.5 mg/d d Gestructureerde klinische f. follow up Na 2 jaar therapie met roteriparatide/PTH (1-84): herevaluatie, inclusief klinische risicofactoren Bisfosfonaat of P en DXA raloxifeen (en VFA of RX WK bijvermoeden van nieuwe wervelbreuk) *Bisfosfonaten, strontium ranelaat, raloxifeen MUMC&UHasselt
  41. 41. t ens h s y ig u r e o p .G c P d r. f. ……. DE TOEKOMST ro PMUMC&UHasselt
  42. 42. Osteoclast physiology and potential therapeutic targets t ens h s y ig u r e o p .G c P d r. rof. PMUMC&UHasselt Rachner, Lancet, 2011, 1276
  43. 43. Changes in bone markers in postmenopausal women treated with odanacatib 50 mg weekly for 3 years t ens uNTX sBSAP h s ig u y r e o p .G c P d r. rof. PMUMC&UHasselt
  44. 44. Osteoblast physiology and potential therapeutic targets t ens h s y ig u r e o p .G c P d r. rof. PMUMC&UHasselt Rachner, Lancet, 2011, 1276
  45. 45. High resolution peripheral quantitative computer tomography (HRpQCT) in fracture healing t ens h s y ig u r e o p .G c P d r. f. 3D-model of distal radius ro1 week post-fracture 4 weeks post-fracture one week post-fracture P Xtreme CT project, MaastrichtUMC
  46. 46. Fractuurpreventie: een 5-stappenplan t ens h s ig u r eCase finding Risico evaluatie Differentieel diagnose Therapie Follow up y p .G c o P1/ Recente fractuur Laboratorium onderzoek Compliance r.2/ Ziekten/medicaties Tolerantie3/ Klinische risicofactoren Efficiëntie d Duur van therapie f. DXA Overleg ro Beeldvorming van WK Leefstijl P Klinische risicofactoren Calcium en vitamine D Medicaties (PO, IV, SC) Valpreventie MUMC&UHasselt

×