Seminar 29-11-2013 Casuistiek van osteoporosepoli

484 views

Published on

Casuistiek van osteoporosepoli

Published in: Health & Medicine
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
484
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
18
Actions
Shares
0
Downloads
2
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Seminar 29-11-2013 Casuistiek van osteoporosepoli

  1. 1. CASUSBESPREKING Dr. H.P. Sleeboom 29 november 2013
  2. 2. Met betrekking tot deze bespreking geen disclosures
  3. 3. CASUS 1  Vrouw 24 jaar  Balletdanseres  Stressfractuur
  4. 4. CASUS 2  Vrouw net 16 jaar  Auto-intoxicatie  Extreem lage BMI
  5. 5. BEIDEN AMENORROE
  6. 6. DIFFERENTIAAL DIAGENOSE AMENORROE  PRIMAIR – SECUNDAIR  VERLATE PUBERTEIT
  7. 7.  Verlate puberteit: geen puberteitsverschijnselen op leeftijd van 13 jaar.  Primaire amenorroe: geen menarche op leeftijd van 16 jaar.  (95-98% menarche op leeftijd van 15 jaar of jonger). – Hillard: J Ped Endocrinol Metab 2003 – Gordon: The Menstrual Cycle and Adolescent Health 2008 – Emans: Pediatric and Adolescent Gynecology 2012
  8. 8. Definitie amenorroe
  9. 9.  Afwezigheid van > 3 opeenvolgende cycli.  Oligomenorroe: cyclusduur > 35 dagen.  Na 1 jaar na menarche cyclusduur meestal < 45 dagen. Emans: Pediatric and Adolescent Gynecology 2012
  10. 10. Differentiaal diagnose van amenorroe / menstruatiestoornissen
  11. 11.  Congenitale anomalie: uterus, vagina, cervix  Centraal zenuwstelsel – Hypogonadotropisch hypogonadisme (FSH en LH < normaal)  Ovaria – Hypergonadotropisch hypogonadisme (hoog FSH en LH)  Schildklier  Bijnieren
  12. 12. CASUS 1  Balletdanseres Is BMD meting zinvol?
  13. 13. En als zij geen fractuur zou hebben doorgemaakt?
  14. 14. BMD METING BIJ PREMENO- PAUZALE VROUWEN  Laag energetische fractuur  Ziekten met lage botmassa of botverlies – Oestrogeendeficiëntie – COPD – Cystic fibrosis – Hyperparathyreoïdie – RA – IBD – Coeliakie
  15. 15. VERVOLG BMD  Medicatie – Glucocorticoïden – Depot-progesteron – LHRH agonisten – Tamoxifen – Anti-epileptica  Als behandeling wordt overwogen / vervolgen van behandeling
  16. 16. CASUS 1  Lage BMI  Z-score -2,2
  17. 17. FEMALE ATHLETE TRIAD  Disordered eating (15-62%)  Amenorrhea (3-66%)  Osteoporosis (onbekend) American College of Sports Medicine 1992 Nattiv: Med Sci Sports Exerc 2007 Torstveit: Med Sci Sports Exerc 2005 COBB: Med Sci Sports Exerc 2003
  18. 18.  Bij amenorroe hebben balletdanseressen niet alleen een verhoogd risico op stressfracturen, maar ook op scoliose. Frusztajer: Am J Clin Nutr 1990
  19. 19. WAT IS DE KANS OP EEN TWEEDE STRESSFRACTUUR?
  20. 20.  Bij 2312 vrouwelijke dienstplichtigen (26,1 + 5,8 jaar) met een stressfractuur trad bij 1630 (70,5%) een nieuwe stressfractuur op. Friedl: Military Med 1992
  21. 21. ODDS RATIO VOOR STRESSFRACTUREN BIJ VROUWEN JONGER DAN 25 JAAR  Amenorroe (6 maanden-geen menstruatie) 2,24  Roken 1,96  Blank / Aziatisch 1,78  Positieve familie-anamnese 1,66 Friedl: Military Med 1992
  22. 22. CASUS 2 Anorexia nervosa
  23. 23. VRAGEN  BMD bij anorexia nervosa  Botturnover bij anorexia nervosa
  24. 24.  Lumbale wervelkolom BMD 25% beneden normale populatie.  Met name verlies van trabeculair bot, maar ook van corticaal bot. Mazess: Am J Clin Nutr 1990 Bachrach: Pediatrics 1990 Gordon: J Pediatr 2002
  25. 25.  Kenmerkend is de verminderde botaanmaak.  Verminderde botturnover bij jonge tieners.  Verminderde aanmaak en verhoogde afbraak bij oudere tieners. Bachrach: Pediatrics 1990 Gordon: J Pediatrics 2002
  26. 26. WELKE BEVINDINGEN IN HET BEENMERG?
  27. 27.  Axiaal en perifeer toegenomen vetinfiltratie.  Mesenchymale cellen differentiëren tot adipocyten in plaats van osteoblasten.
  28. 28. HORMOONPROFIEL PREDISPONEERT TOT:  Verminderde botvorming  Verhoogde botresorptie  Verhoogde vetinfiltratie in het beenmerg (verlaagde oestrogeen, androgeen, insulin-like growth factor I en leptinespiegels en verhoogde adiponectine, ghreline en cortisolspiegels) Gordon: Pediatrics 1990 Misra: Nat Rev Ednocrinol 2012
  29. 29. BEHANDELING?
  30. 30.  Multidisciplinair  Gewichtstoename  Calcium en Vitamine D
  31. 31. MEDICAMENTEUS
  32. 32. CASUS 1  Nieuwe stressfractuur  Afgekeurd
  33. 33.  Kwam aan in gewicht  Menstruatie herstelde zich  Z-score na 2 jaar –1,9 Mag ik zwanger worden?
  34. 34. MAAR NATUURLIJK
  35. 35.  Invloed zwangerschap op BMD?  Invloed lactatie op BMD?
  36. 36.  Zwangerschap: niet goed bekend.  Lactatie: daling 3-10% eerste 3 tot 6 maanden, zowel wervelkolom als heup.  Herstel na stoppen lactatie.  Herstel kan meer dan 18 maanden duren.
  37. 37. Aantal zwangerschappen en/of lactatie lijkt geen rol te spelen bij postmenopauzale osteoporose.
  38. 38. CASUS 3  Vrouw 50 jaar  Hypoparathyreoïdie – Dihydrotachysterol 0,4 mg/dag – Calciumcarbonaat 3 gr/dag – Hydrochloorthiazide
  39. 39. OPNAME IN VERBAND MET HYPERCALCIAEMIE EN ACUTE NIERINSUFFICIENTIE BIJ GASTRO-ENTERITIS
  40. 40. LABORATORIUMONDERZOEK  Calcium* 6,16 mmol/l  Fosfaat 0,98 mmol/l  Creatinine 234 µmol/l  Alk. Fosfatase 231 U/l  gGT 54 U/l  PTH < 0,13 pmol/l * gecorrigeerd
  41. 41. BEHANDELING?
  42. 42.  Stop medicatie  NaCl-infuus  APD 60 mg
  43. 43. LABORATORIUMONDERZOEK DAG 8  Calcium 2,07 mmol/l  Creatinine 119 µmol/l
  44. 44. ONTSLAG MET OUDE MEDICATIE
  45. 45. Na 5 dagen heropname in verband met klinische hypocalciaemie
  46. 46. LABORATORIUMONDERZOEK  Calcium* 1,53 mmol/l  Fosfaat 1,41 mmol/l  Creatinine 101 µmol/l  Alk. Fosfatase 566 U/l  PTH < 0,13 pmol/l * gecorrigeerd
  47. 47. BEHANDELING?
  48. 48.  Calciumglubionaat 2160 mg/dag iv  Calciumcarbonaat 4500 mg/dag po  Dihydrotachysterol 0,8 mg/dag po Na 3 weken calciumglubionaat gestaakt
  49. 49.  Bij ontslag: calcium 2,23 mmol/l  R/ Calciumcarbonaat 6000 mg/dag  Alfacalcidol 0,50 µgr/dag
  50. 50. CASUS 4
  51. 51. R/ Zoladex en Androcur CalciChew/D3 1 dd 1 gr/800E Creatinine 63 µmol/l Calcium 2,15 mmol/l AF 1090 U/l PSA 814 µg/l 56 jarige man: castratieresistent prostaatcarcinoom
  52. 52.  Op 3 april 2012 Denosumab 60 mg als osteoporosebehandeling.  11 april 2012 opname: spierkrampen, tintelingen. Calcium 1.39 mmol/l AF 1815 U/l 25-OH Vit D 40 nmol/l β-Crosslaps 0.490 ng/ml (< 0.700) P1NP 920 ng/ml (< 59)
  53. 53. BEHANDELING  Calciuminfuus 22 gr/dd, 6 gr Calcium oraal en Vitamine D  Na 37 dagen Calcium genormaliseerd AF 1100 U/l (1090) PSA 250 µg/l (814)
  54. 54. CASUS 5  Vrouw 81 jaar  Gemetastaseerd mammacarcinoom  Hormonaal uitbehandeld  Ernstige osteoporose  R/ CalciChew/D3 1 gr/800E per dag  Risedroninezuur 35 mg per week
  55. 55. Calcium 2.46 mmol/l AF 695 U/l β-Crosslaps 2280 ng/ml P1NP 952 ng/ml LABORATORIUMONDERZOEK
  56. 56. HUISARTS VERANDERDE DE MEDICATIE  Risedroninezuur stop  Zoledroninezuur 5 mg iv
  57. 57. OPNAME HYPOCALCIAEMIE  Calcium 1,41 mmol/l  Alkalische fosfatase 342 U/l
  58. 58. DISCUSSIE
  59. 59. DIHYDROTACHYSTEROL  Opgeslagen in vet, lever, huid, spier en bot.  Duurt 2 maanden voor fysiologisch effect voorbij is.
  60. 60. VOORKEUR ALFACALCIDOL BIJ HYPOPARATHYREOIDIE
  61. 61. CASUS 6  Man 60 jaar  Lage rugpijn, geen trauma  X Wervelkolom: thoracale 11 ingezakt
  62. 62. DXA L2 –L4L2 –L4 Femur totaalFemur totaal T-score -3,4T-score -3,4 Z-score -2,9Z-score -2,9 T-score -1,2T-score -1,2 Z-score -0,8Z-score -0,8
  63. 63.  Bloedonderzoek osteoporosescreening geheel normaal  Verwezen naar osteoporosepolikliniek
  64. 64. ANAMNESE  voorgeschiedenis blanco  oude gegevens 1982: een dag opgenomen in verband met anafylactische reactie na wespensteek
  65. 65. BEENMERGBIOPSIE Mestcelinfiltratie met meer dan 25% spoelvormige configuratie
  66. 66. DIAGNOSE Systemische mastocytose (indolente vorm)
  67. 67. BEHANDELING  Bisfosfonaat  Epipen als profylaxe voor anafylactische reactie
  68. 68. MASTOCYTOSE Abnormale groei en ophoping van neoplastische mestcellen in een of meer orgaansystemen
  69. 69. WHO CRITERIA  Multifocale mestcelinfiltratie van > 15 mestcellen (major criterium)  > 25 % spoelvormige of atypische mestcellen (minor criterium)
  70. 70.  Serumtryptase is meestal verhoogd, maar kan ook verhoogd zijn zonder dat systemische mastocytose aanwezig is  Urine histamine metabolieten - N-methylhistamine (MH) - N-methylimidazole azijnzuur (MIMA)
  71. 71. SYMPTOMEN  jeuk  flushes  gastrointestinale verschijnselen  hoofdpijn  algehele malaise  osteoporose  syncope  anafylaxie
  72. 72. INFILTRATIE IN ORGANEN  huidafwijkingen (urticaria pigmentosa)  pancytopenie  orgaanvergroting
  73. 73. Osteoporotische en osteosclerotische botafwijkingen vooral in axiale skelet en uiteinden lange beenderen
  74. 74. INCIDENTIE Incidentie mastocytose bij osteoporose waarschijnlijk rond de 1%
  75. 75. THERAPIE Geen curatieve therapie

×