Your SlideShare is downloading. ×
The happening - proloog
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×

Introducing the official SlideShare app

Stunning, full-screen experience for iPhone and Android

Text the download link to your phone

Standard text messaging rates apply

The happening - proloog

191
views

Published on

Published in: Art & Photos

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
191
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1
Actions
Shares
0
Downloads
0
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide

Transcript

  • 1. The Happening
    The Happening
    The Happening
  • 2. Daar zat ik dan, in een kamer in spuuglelijk geel. Ik zweerde dat ik, wanneer ik hier ooit zou uitkomen, nooit meer geel zou dragen.
  • 3. Geel is de kleur van post-its, de zon … en de muren van een psychiatrische instelling, of in de volksmond: het zottenhuis.
  • 4. Ik zat hier zonder reden! Maar mijn medezotten beweerden dat ook. Niemand geloofde mij, zelfs mijn ouders niet! Er was veel kans dat ik hier nog lang zou zitten.
  • 5. Ik plofte mij op de veel te harde matras van het kleine bedje, hopend dat ik nooit meer zou wakker worden.
  • 6. Ik had afgesproken met mijn beste vriendin Lise in de Groenstraat, DE winkelstraat van Hese en omstreken.
  • 7. Toen we na vijf uur shoppen met voeten vol blaren op een terrasje waren beland, lachte een super hete gast naar me.
    “Dat is de zoon van een chirurg! Ga iets zeggen tegen hem.” Moedigde Lise mij aan.
  • 8. Zonder na te denken liep ik op hem af en zei: “Hey, ik ben Imke.”
    “Ik ben Milan.”
    Toen volgde er een pijnlijke stilte.
  • 9. “Ken ik jouw niet ergens van?” Zei hij met zijn zwoele stem met elegante touche.
    “We zitten bij elkaar op school.”
    “Nu je het zegt. Zitten jij en je vriendinnen niet altijd in cafetaria 2?” Zei hij wenkend op Lise.
    “Dat klopt.”
  • 10. “Je vriendin zit te wachten, misschien moet je maar teruggaan naar haar. Maar eerst wil ik wel een datum afspreken om samen iets te doen… Dat klonk fout.”
    “Is goed.” Zei ik overweldigd.
    “Morgen om 18 uur bij mijn thuis.”
    “Oké, daag.”
    “Daag.”
  • 11. Er volgde een zou-ik-hem-nu-een-kus-op-de-wang-geven-moment, maar na nog wat debiel gestaar, draaide hij zich om en zwaaide hij.
  • 12. Ik bleef nog een tijdje kijken hoe hij wegwandelde en zette de zaken die er net gebeurd waren even op een rijtje. IK ging morgen naar ZIJN thuis. Maar wacht even, waar woonde hij?
  • 13. Ik keerde terug naar het tafeltje waar Lise hard zwaaiend naar mij zat te kijken.
    “Vertel! Wat zei hij?”
    “Ik heb morgen een date!” Riep ik dolenthousiast.
    “Go Imke! Je hebt een rijke vent versierd!” Riep Lise terug.
    De man die net aan het tafeltje naast ons was gaan zitten keek ons boos aan.
  • 14. “Ik weet enkel niet waar hij woont.” Zei ik iets bedeesder.
    “Je hebt afgesproken bij zijn thuis?”
    “Ja, maar ik moet er wel nog geraken.”
  • 15. “Ik weet waar hij woont. Je weet de Vogelstraat zijn, hé?”
    “Ja”
    “Als je van het centrum komt, in de Vogelstraat de eerste straat links nemen. Dan kom je in een straat met allemaal gigantische villa's. Het vijfde huis aan de rechterkant, daar moet je zijn.”
    “Oké, ik weet het zijn.”
  • 16. Dan volgden er nog wat gesprekken over wat ik zou aandoen.
  • 17. De volgende dag ijsbeerde ik in mijn kamer. Wanneer ik voor de 32ste keer van de badkamer naar mijn kleding kast liep, keek mijn kat me aan met een verwarde blik. Normaalgezien liep Smoske als een verdwaalde kip in huis, maar nu had ik haar taak overgenomen.
  • 18. Omdat ik niet goed uitkeek, trapte ik op Smoske ‘s staart. De kat begon te miauwen.
    “Sorry Smos.” Zei ik.
    Aan haar verwarde snuitje te zien had ze er niet veel van begrepen.
  • 19. Toen het eindelijk half zes was ging ik naar zijn huis. Ik wou niet te vroeg zijn, want dan zou ik hopeloos overkomen. Ik wou overkomen als een sociaal meisje dat iedere dag met vriendinnen afsprak.
  • 20. Om stipt 6 uur stond ik voor zijn huis, eigenlijk stond ik voor een gigantische poort. Ik drukte op de bel en een paar seconden later ging de poort open. Ik wandelde de ellelange oprit af tot ik aan de voordeur kwam, die op dat moment openging.
  • 21. “Hey” Zei ik stuntelig.
    “Hoi” Zei hij zenuwachtig terug. “Mag ik je jas aannemen?”
    “Ik heb geen jas aan.”
    “Ow.”
    Hij is gelukkig even zenuwachtig als mij.
  • 22. Hij liep door naar een andere kamer. Als een schoothondje volgde ik hem. Dit leek mij de living. De stoelen waren in leder en tegen de muur hing een breedbeeldtv. Bij mijn thuis stond er een klein tv'tje op een plastieken tafeltje dat tevens als salontafel werd gebruikt.
  • 23. Ik hoorde de deur achter mij opengaan. Voor ik mij kon omdraaien om te kijken wie het was, voelde ik ineens een pijnlijke prik in mijn arm. Enkele tellen later werd het zwart voor mijn ogen en zakte ik in elkaar.
  • 24. Wordt vervolgd…