• Share
  • Email
  • Embed
  • Like
  • Save
  • Private Content
Somt 05 06-2010 power
 

Somt 05 06-2010 power

on

  • 545 views

 

Statistics

Views

Total Views
545
Views on SlideShare
545
Embed Views
0

Actions

Likes
0
Downloads
4
Comments
1

0 Embeds 0

No embeds

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Adobe PDF

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel

11 of 1 previous next

  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
  • Dag, is het mogelijk de presentatie als pdf te ontvangen? erg interessant namelijk maar helaas niet te lezen (gedeelte valt weg)

    bij voorbaat dank!

    (adres: lcvanvliet@gmail.com)
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

    Somt 05 06-2010 power Somt 05 06-2010 power Presentation Transcript

    • Vermogen Cycling Power• Wat is vermogen?• Hoe wordt vermogen gemeten?• Wat kun je er mee?• Referentie waardes• Praktijk
    • Wat is vermogen?– Vermogen is een grootheid uit de natuurkunde die de arbeid per tijdseenheid voorstelt. De SI-eenheid voor vermogen is de Watt en men leest dan ook vaak wattage in plaats van het officieel correcte vermogen.– Een andere bekende, maar verouderde, eenheid voor vermogen is de paardenkracht, die in verschillende landen een verschillende definitie (en waarde) had. De meest gebruikte paardenkracht is ongeveer 740 watt.
    • Cycling Power Pcyc = Pdt + mVAcyc + WVsin(ArctanG) + 2 2 WVCrr1cos(ArctanG) + (NCrr2V) + 1/2ρCdAV(V+Vw)Pdt : vermogen om aandrijf- N: aantal wielen weerstand te overwinnen Crr1: coefficient dynamischem: massa fietser + fiets rolweerstandV: snelheid fiets Cd: luchtweerstandAcyc: accelaratie of coefficient decelaratie van fiets A: frontale oppervlakW: gewicht fietser + fiets Ρ: luchtdichtheidG: hellingspercentage Vw: windsnelheid meewindCrr1: coefficient statische of tegenwind (+ bij rolweerstand meewind)
    • Rendement van het lichaam• Energieproductie• Rendement in gunstigste geval 25 %• Rest van 75 % is warmteontwikkeling• Afvoer via: – Straling – Convectie – Zweten (verdamping)
    • Wat is vermogen? Arbeid=kracht x verplaatsing Watts = Force x DistanceTorque Exerted on Distance Traveledthe Rear Hub by the Hub Strain Gauges
    • Wat is vermogen?• Het Vermogen is de hoeveelheid arbeid per seconde Vermogen = Kracht x verplaatsing per seconde = Kracht x snelheidDe eenheid van vermogen is de Watt (W)
    • • Wanneer een persoon van 70 kg een trap van 2.70 meter op loopt, levert hij een arbeid gelijk aan: 70 x 9.81 x 2.70 = 1854 Joule.• Doet hij dit in 5 seconden dan heeft hij een vermogen van 1854/5 = 370 W ontwikkeld gedurende 5 seconden.• Op rustige training draaien wielrenners tussen 200 en 300 W. Wanneer het er echt op aan komt, b.v. een zware klim of tijdrit draaien toppers tussen 400 en 450 W, met eventueel korte pieken van 550 tot 600 W
    • Het totale vermogen (P) dat een fietser levert wordt gebruikt om de 3 weerstanden te overwinnen• de rolweerstand• de luchtweerstand• de klim- of zwaartekracht weerstand.Dus totaal:P = Prol + Plucht + Pklim
    • Resistance and speed
    • Rolweerstand• Bandenspanning• Banddikte• Wieldiameter (Hoe groter het wiel, hoe lager de rolweerstand)• Bandensoort• Wielstijfheid (Met name de verticale stijfheid is van belang)• Het totale gewicht op het wiel (Hoe zwaarder de fietser, hoe meer rolweerstand)• De ruwheid van het wegdek
    • Luchtweerstand• Luchtdruk• Windsnelheid• Frontale oppervlakte• Oppervlaktestructuur• Vorm of stroomlijn (druppelvorm)
    • Luchtweerstand• Aangezien het nodige vermogen gelijk is aan kracht vermenigvuldigd met snelheid, zal het luchtweerstandsvermogen, Plucht evenredig zijn met de derde macht van de snelheid!• Om dubbel zo snel te rijden heb je dus 8 maal zoveel vermogen nodig!
    • Luchtweerstand: wind• Indien we geen echte bergen in de buurt hebben kunnen we toch een soort klimtraining rijden door tegenwind te gaan rijden.• Welke tegenwind komt dan overeen met een bepaalde helling?
    • Luchtweerstand: windHelling (%) Windsnelheid Beaufort (km/u) 1 22 4 5 49 6 10 69 8
    • Klim- of zwaartekracht weerstand• Bij een beklimming met hellingsgraad h ondervinden we een afremmende kracht F, die gelijk is aan het totale gewicht vermenigvuldigd met de hellingsgraad, dus• F = h x Gtot• waarin Gtot het gewicht is van de fietser + fiets, en de hellingsgraad is• Deze tegenwerkende kracht is altijd aanwezig, ook als we stil staan.
    • Klim- of zwaartekracht weerstand• Om op een helling te rijden met snelheid v moeten we een klimvermogen ontwikkelen van• Pklim = h x Gtot x v
    • Klim- of zwaartekracht weerstand• Hellingshoek: Hoe steiler de helling, des te hoger de weerstand. Deze vorm van weerstand, door de zwaartekracht, is met eenvoudige natuurkundige wetten zeer gemakkelijk te bepalen. De zwaartekracht is de enige factor die een rol speelt bij de hellingsweerstand.
    • Mechanische weerstand• Mechanical Friction (bearings, gear train) absorbs typically only 3-5% of power input if well maintained
    • Pedaalkracht
    • Human Power Output• Meeste volwassenen kunnen 0.1 HP (75 watt) continu leveren, wat ongeveer overeenkomt met 19-20 km/u.• Goed getrainde fietsers kunnen 0.25 tot 0.40 HP continu leveren, resulterend in 32 to 38 km/u.• Professionals kunnen bijna 0.6 HP (450 watt) leveren gedurende periodes van een uur of meer, resulterend in 42 tot 50 km/u. Oftewel profs leveren 6 x zoveel vermogen maar gaan toch maar 2 x zo hard!!
    • Human Power OutputThe maximum power output that can be sustained forvarious time durations for champion cyclists. Averagepower output over long distances is less than 400 W.
    • Renner van 75 kg, windstil weer, horizontale wegSnelheid (km/u) Vermogen (Watt) Verschil vermogen per 5km/u10 15 1515 30 2520 55 3525 90 5530 145 7035 215 9040 305 11545 420 14550 565 17555 740 20560 945 24565 1190
    • SYSTEMEN• SRM• PowerTap• Ergomo• i-Bike• Quarq
    • Waarom een vermogensmeter gebruiken?• Vermogen is de meest objectieve maat om de intensiteit te meten (stimulus-respons)• RPE is te subjectief en is afhankelijk van teveel factoren• Snelheid verandert met terrein/ondergrond• Hartslag respons ligt achter op de actuele inspanning die geleverd wordt en meet de respons van het lichaam, niet de arbeid die verricht wordt
    • Heart Rate Stimulus vs. Response Response/Effect Performance Training Load Stimulus / Cause Power
    • Interval + enduranceHeart Rate increasesconstantly and doesn‘tdecrease anymore Powerduring recovery.Power, measured inWatts, shows Heart Rateconstantly the actualperformance and iswithin the wanted areafor the intervals !
    • Interval with intensity target Heart RateRegulation about HFis not possible¾ of time not inpredertermined sectorof 170-180 bpm Power
    • Kritisch vermogen• Het hoogste vermogen waarbij we de inspanning zeer lang kunnen volhouden noemen we: Kritisch vermogen (PKV) Om meer vermogen te leveren dan PKV moeten we beroep doen op anaërobe energie. We gaan dan "in het rood".
    • Kritisch vermogen• De meervoudige uitputting• Hier gaat de fietser in een laboratorium op een fietsergometer rijden. In de veronderstelling dat we reeds een idee hebben over het kritisch vermogen (b.v. na een gewone inspanningstest) zal de ergometer ingesteld worden op een vermogen dat zeker hoger is dan PKV. De fietser draait dit vermogen aan de trapcadans die voor hem best geschikt is. De tijd wordt gemeten tot wanneer hij totaal uitgeput is. Na voldoende lange rust en totale recuperatie gebeurt dezelfde test met een ander vermogen.• De test wordt gedaan bij (minstens) 4 verschillende vermogens. Gezien de renner iedere keer tot het uiterste gaat duurt de hele testcyclus één tot twee dagen. We beschikken dan over 4 uitputtingstijden, t, die horen bij 4 vermogens, P, die we uitzetten in grafiek
    • Kritisch vermogen
    • Kritisch vermogen Anaerobe werk capaciteit• De 4 blauwe meetpunten zijn verbonden door het volgend wiskundig verband:• P=Pkv + AEWC/t (AEWC=AnAerobe Werk Capaciteit)• In dit voorbeeld is PKV = 300 W en AEWC = 30 kJ Bij alle vermogens lager dan 300 W rijdt deze renner in de aërobe zone, alle vermogens hoger dan 300 W zijn gedeeltelijk anaëroob. Hoe dieper in het rood, hoe korter de inspanning kan volgehouden worden. Deze renner kan dus “onbeperkt” lang rijden met 300 W, ofwel 5 minuten 400 W, of nog 2.5 minuten 500 W etc... Deze methode is heel betrouwbaar maar nogal omslachtig.
    • Kritisch vermogen• Het gemiddeld vermogen over 20 minuten, P20, is ongeveer 5 % hoger dan het kritisch vermogen m.a.w;• PKV = 0.95 x P20
    • Met de eigen fiets Het rennersprofiel• Een renner die het privilege heeft om met een vermogensmeter te rijden, heeft de kans om zijn eigen prestatie op een zeer gedetailleerde manier te onderzoeken. Daarvoor zal hij op regelmatige basis een z.g. rennersprofiel opnemen. Daarvoor zal hij op een van zijn normale tochten of trainingen 4 specifieke testen doen.• All-out sprint gedurende 5 seconden.• Maximale test gedurende 1 minuut• Maximale test gedurende 5 minuten• Maximale test over volle 20 minuten
    • ANAEROBE DREMPEL PROTOCOL Stap 1 Warming-up 20 min rustig duurtempo Stap 2 Incl. 3 x (hoge freq.:>110 rpm 1 min-1 min rust) Stap 3 Vervolgens 5 minuten rustig duurtempo Stap 4 5 minuten AD tempo Stap 5 10 minuten rustig duurtempo Stap 6 20 minuut TIJDRIT! Stap 7 10-15 minuten rustig duurtempo Stap 8 10-15 minuten cool-down
    • P O W E R P R O F ILE P R O T O C O L S ta p 1 W a rm in g -u p m in im a a l 4 5 m in u te n S ta p 2 In c l. 3 x (h o g e fr e q .: > 1 1 0 rp m 1 m in - 1 m in ru s t) S ta p 3 V e rv o lg e n s 3 m in u t e n r u s t ig d u u r te m p o S ta p 4 5 m in u te n A D te m p o S ta p 5 3-5 m in u te n ru s tig d u u rte m p o S ta p 6 1 m in u u t v o lu it! S ta p 7 m in im a a l 1 0 m in u t e n ru s tig d u u rte m p o S ta p 8 5 m in u te n v o lu it S ta p 9 10 m in u te n d u u r te m p o S ta p 1 0 1 m in v o lu it! S ta p 1 1 5 m in u te n ru s tig d u u rte m p o S ta p 1 2 1 m in v o lu it! S ta p 1 3 5 m in u te n ru s tig d u u rte m p o S ta p 1 4 15 se co n de n s p r in t S ta p 1 5 2 m in u te n ru s tig d u u rte m p o S ta p 1 6 15 se co n de n s p r in t S ta p 1 7 10 -15 m in u te n c o o l-d o w n
    • Rennersprofiel Powerprofile• Het rennersprofiel bestaat uit deze 4 gemeten vermogen P5", P1, P5 en P20, gedeeld door de massa van de renner, dus in W/kg.• Door deze test regelmatig uit te voeren kan iedereen voor zichzelf het rendement van zijn trainingsarbeid opvolgen. Hij kan ook zijn sterke en zwakke punten ontdekken en specifiek gaan trainen.
    • VROUWEN MANNEN
    • Power Based Training
    • Training sector in relation to IAS (US Standard) Active Endurance Tempo Lactate VO2Max Anaerobic Recovery Threshold CapacityPower 0 – 128 128 - 174 174 - 209 209 - 244 244 - 279 279 -Heart Rate - 119 120 - 130 131 - 138 139 - 146 147 - 155 156 -
    • Threshold calculation from training data Threshold 320 Watt
    • Threshold calculation from training data CP60 = 310 Watt
    • The new Training Tools NP:Normalized Power IF:Intensity Factor TSS:Training Stress Score
    • Normalized Power (NP)-The base for calculating NP is the average power performed on the bike.-The actual power is therefore constantly recorded and the power peaks (Wattage peaks) receive an extra weight within this formula.-This is important because Wattage peaks/power peaks (e.g. shortsprints) stress the body much more than a constant average power-The NP is given in Watts
    • Het normvermogen: NP• Het gemiddeld vermogen van een training zegt eigenlijk niet veel over de kwaliteit van deze training. Onderstellen we een fietser die 30 min rijdt met vermogen 100 W, en daarna 30 min met vermogen 200 W. Hij heeft dus 60 minuten gereden met een gemiddeld vermogen van150 W. We zouden kunnen denken dat deze training hetzelfde effect heeft als een training waarbij hij één uur aan 150 W rijdt. Dit is helemaal niet zo! De reden is dat rijden met 200 W van ons lichaam meer inspanning vraagt dan het dubbele van het rijden aan 100 W.• Maar hoe brengen we deze "fysiologische stress" in rekening? Fysiologen aanvaarden dat de concentratie van lactaat in het bloed een goede maat is voor deze fysiologische stress. Het blijkt nu dat de bloedlactaat concentratie ongeveer evenredig is met de vierde macht van het geleverd vermogen. Een verdubbeling van het vermogen vraagt dus een 24 = 16-voudige verhoging van de fysieke inspanning.• We bereken het normvermogen PN van een training door ieder tijdsinterval ti te vermenigvuldigen met de vierde macht van het bijhorend vermogen Ti4 , daarna de som te maken van al deze producten, dit resultaat te delen door de totaaltijd van de training en tenslotte de vierdemachtswortel te trekken van het resultaat. Dit lijkt nogal ingewikkeld maar het kan nu eenmaal niet anders, en gelukkig zal ieder zichzelf respecterend programma, zoals WKO+ deze berekening voor ons uitvoeren. Maken we even zelf deze berekening voor onze rit van 2 x 30 min aan 100 en 200 Watt;• We zien dat deze rit hetzelfde normvermogen heeft als een rit van 1 uur aan constant vermogen van 171 Watt.• Het normvermogen is altijd groter dan (of gelijk aan) het gewone gemiddeld vermogen.
    • Intensity Factor (IF)Definition:The Intensity Factor (IF) shows the relative intensity within thetraining or the race in comparison to the individual’s threshold,expressed in Watts.0 - 0,55 Active Revovery0,55 - 0,75 Endurance0,75 - 0,90 Tempo (road races > 3h)0,90 - 1.05 Lactate Threshold (e.g. intervalls)1,05 - 1,20 Vo2Max (e.g. short time time ~ 9 miles)1,20 - …… Anaerobic Capacity (e.g.Prolog)
    • De trainingsintensiteit: IF• De intensiteit van een training is eenvoudigweg de verhouding van het geleverd normvermogen tot het kritisch vermogen• Intensiteit = IF = PN/PKV• Aangezien PKV per definitie het maximaal vermogen is dan we lang kunnen volhouden, kan de intensiteit voor een lange rit, bv. een lange tijdrit of een serieus lange klim, niet groter zijn dan 1• Voor een korte inspanning (sprint, proloog, achtervolging...) kan de intensiteit wel groter zijn dan 1 omdat we dan gedeeltelijk anaëroob kunnen rijden. Algemeen wordt aangenomen dat voor een tijdrit van 20 minuten de intensiteit ongeveer 5 % hoger kan zijn dan 1. Dit kunnen we onder andere gebruiken om te testen hoe groot ons kritisch vermogen is; 95% van het normvermogen van een all-out tijdrit van 20 minuten is een zeer goede schatting voor PKV
    • Training Stress Score (TSS)- The TSS shows the total value of the training stress within a workout or race- Growing number which shows the intensity and duration of the performance- Always greater than one and would equal 100 after exactly one hour of effortat threshold< 150 low training stress ( recovery days: 1)150 - 300 medium training stress (recovery days: 1-2)300 – 450 high training stress (recovery days: 2-4)> 450 very high training stress (recovery days: > 4)
    • De trainingsbelasting: TSS• De globale waarde van een training wordt weergegeven door de trainingsbelasting (TSS = Training Stress Score).• Deze score is zo gedefinieerd dat het getal 100 wordt toegekend aan een training waarbij men 1 uur zou rijden aan het kritisch vermogen.• Een TSS = 100 komt zo overeen met een tijdrit van 1 uur. We kunnen dezelfde score bereiken door rustiger (op lagere intensiteit) te rijden gedurende meer tijd.• De trainingsbelasting - TSS wordt berekend als volgt: 2 TSS = 100 x T x (IF) waarin T de totaaltijd in uren is en IF de intensiteit van de training• Een training van 4 uur bij een intensiteit van 0.5 heeft dezelfde TSS als een training van 1 uur aan intensiteit 1. Het positieve trainingseffect en de vermoeidheid zal voor beide trainingen dezelfde zijn.
    • Training Stress Balance: TSB Iedere training of wedstrijd heeft een dubbele invloed op het lichaam• Een positieve nawerking; de eigenlijke aanpassing van het lichaam aan de trainingsprikkel. Dit effect neemt langzaam af, zodat je na 1 maand nog ongeveer 50 % van dit positieve effect over hebt. Je totale trainingsniveau is dus een soort gewogen gemiddelde van alle trainingswerk van de afgelopen maanden, waar natuurlijk de recentere trainingen zwaarder doorwegen. Dit trainingsniveau wordt het CTL genoemd – Chronic Training Load – of Chronische trainingslast• Een negatieve nawerking m.a.w. de vermoeidheid. De vermoeidheid neemt gelukkig sneller af zodat je bv. na 5 dagen herstelt van zelfs een zeer zware inspanning (De halveringstijd van vermoeidheid is 5 dagen). Het niveau van vermoeidheid wordt weergegeven door het ATL – Acute Training Load
    • Training Stress Balance: TSB• Vorm = Training + frisheid• Vorm komt ongeveer overeen met: CTL – ATLof nog eenvoudiger TSB = CTL – ATL
    • Training Stress Balance: TSB• TSB is Training Stress Balance of de balans tussen training en vermoeidheid.• Heel veel trainen zonder voldoende rusten leidt tot zeer negatieve waarden van TSB, overtraining en slechte prestaties. Indien we het enkele dagen rustig aan doen (het taperen) blijft de CTL nagenoeg constant, maar de vermoeidheid of ATS verdwijnt snel zodat de balans TSB snel omhoog gaat en positief wordt.• Algemeen wordt aangenomen dat een renner zijn beste prestatie levert wanneer zijn TSB enkele dagen positief is geworden. TSB positief betekent dus in de praktijk goede benen en een mogelijk goede prestatie. Wanneer de TSB te lang en te diep negatief blijft treed overtraining en slechte prestaties op.
    • Prestatiebeheerskaart PBK
    • Voorbeeld Training Stress Balance• De CTS staat hier in het blauw en af te lezen op de rechtse schaal in TSS/d (Training stress per dag). In oranje de TSB – Trainingsbalans en in zwart het vermogen gedurende 20 minuten, P20• Het register begint op 16/06/2008 met een trainingsniveau CTL op 80 TSS/dag. We zien een lichte opbouw te beginnen op 7/8/2008 tot ongeveer 2/9/2008 waardoor de CTL stijgt tot 85.5 TSS/d.• Gelijktijdig daalt de trainingsbalans TSB tot -36. Dan wordt het tijd voor een weekje rust.• Na deze week is CTL teruggevallen tot 72 TSS/d en de balans TSB is omhooggeschoten tot de zeer positieve waarde +33. Het gemiddelde vermogen op 20 minuten is dan 228 Watt, veel hoger dan de gemiddelde waarden van de voorbije maanden!
    • CyclingPeaks Software
    • Voordelen van vermogensmeting op de fiets - Optimale prestatie controle - Optimale stress dosering - Zichtbare prestatie progressie - Watt = actie, HR = reactie - Tijd besparing
    • Literatuur• Training and Racing with a Power Meter – Hunter Allen and Andrew Coggan• High-Tech Cycling – Edmund R. Burke
    • VRAGEN??WWW.SPORTARTS.ORG