Your SlideShare is downloading. ×
Beleidsplan Hapin 2003 2005
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×

Saving this for later?

Get the SlideShare app to save on your phone or tablet. Read anywhere, anytime - even offline.

Text the download link to your phone

Standard text messaging rates apply

Beleidsplan Hapin 2003 2005

62
views

Published on

Beleidsplan 2003-2005

Beleidsplan 2003-2005

Published in: Education

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
62
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
2
Actions
Shares
0
Downloads
0
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide

Transcript

  • 1. Stichting HAPIN Partner met Papua Beleidsplan 2003 -2005
  • 2. Partner met Papua Beleidsplan 2003-2005 Stichting Hulp Aan Papua's In Nood Stichting Hapin Partner met Papua Utrecht 2003
  • 3. 2 Inhoudsopgave Voorwoord (3) 1. Verandering in onzekerheid: de context van samenwerking in Papua (4) 2. Profiel en visie 2.1 Doelstelling en werkwijze (6) 2.2 Uitgangspunten en positie (7) 2.3 Ruimte aan richting geven, samenwerking in partnerschap (8) 3. Beleid en prioriteiten 2003-2005 3.1 Uitwerking doelstelling (8) 3.2 Versterking op basisniveau: armoede bestrijding, 'empowerment' en de toegang tot markten en voorzieningen (9) 3.3 Onderwijs en 'capacity building' (9) 3.4 Positie en mogelijkheden van vrouwen (11) 3.5 Dialoog, verzoening en samenwerking (12) 3.6 Vluchtelingen Papua New Guinea (12) 3.7 Informatie en educatie (12) 3.8 Professionalisering en deskundigheidsontwikkeling Hapin (13) 4. Strategieën 4.1 Ontwikkelingsperspectief (13) 4.2 Kleinschalige projecten op basisniveau (14) 4.3 Onderwijs en 'capacity building' (15) 4.4 Bijzondere projecten (17) 4.5 Informatie, publieksvoorlichting, educatie en representatie (17) 4.6 Ontwikkeling eigen organisatie (18) 4.7 Fondswerving en donateurs (19) 4.8 Samenwerking in Nederland (20) 4.9 Samenwerking in Papua (20) 5. Organisatie en werkwijze 5.1 Ontwikkeling interne organisatie structuur Hapin (21) 5.2 Papua Adviesraad (22) 5.3 Financiële meerjaren ontwikkeling (23) 5.4 Beoordelingscriteria (24) 5.5 Beoordelingsprocedures (25) 5.6 Monitoring en evaluatie (26) 6. Nawoord: de meerwaarde van Stichting Hapin (28) Bijlage De mensen achter Stichting Hapin (29)
  • 4. 3 Voorwoord Sinds het vorige meerjarenbeleidsplan van Stichting Hapin, Een steen in de rivier, is inmiddels ruim vijf jaar verstreken. Voor Papua, toen nog officieel Irian Jaya, zijn dat turbulente jaren geweest. De machtswisselingen binnen de Republiek Indonesië en de ontwikkelingen die daarop volgden, hebben nieuwe perspectieven geboden, maar hebben eveneens geleid tot nieuwe onzekerheden, problemen en conflicten. In deze periode heeft het streven van de Papua-volken om zelf richting te kunnen geven aan de eigen toekomst, zowel regionaal als internationaal, een duidelijke stem gekregen. Tegelijkertijd zijn de noden van de Papua-volken rond marginalisering, armoede, recht en onmacht, niet in omvang afgenomen. De primaire doelstelling van stichting Hapin zoals die sinds haar oprichting in 1972 van kracht is, de directe ondersteuning van de autochtone Papua-volken van het voormalige Nederlands Nieuw-Guinea, blijft onverminderd van belang. De context van internationale (ontwikkelings)samenwerking binnen Papua is echter aanzienlijk veranderd. Veranderingen die zowel nieuwe vragen hebben opgeroepen als nieuwe uitdagingen en mogelijkheden hebben gecreërd. Niet alleen zijn de verhoudingen binnen Papua veranderd, maar ook hebben de Nederlandse overheid en de grotere mede-financieringsorganisaties op het terrein van internationale samenwerking -weer- toegang gekregen tot Indonesië en daarmee tot Papua. Voor Stichting Hapin vormen deze ontwikkelingen een belangrijke stimulans om de eigen visie, ambities en beleidsvoornemens opnieuw te formuleren zodat deze beter aansluiten bij de huidige situatie. Daarbij gaat het niet om een breuk met de voorgaande jaren, maar voor een deel om het systematiseren en uitwerken van een aantal keuzen dat sinds 1997 is gemaakt en voor een ander deel om het benoemen van de thema's die de komende tijd aandacht zullen vragen. Een tweede motief om te komen tot dit beleidsplan wordt gevormd door de ontwikkeling die Hapin als organisatie heeft doorgemaakt en wil voortzetten. Een belangrijk deel van de voornemens uit het eerdere beleidsplan is gerealiseerd, waaronder een professionalisering van de eigen organisatie, het verkrijgen van het keurmerk van het Centraal Bureau Fondsenwerving, samenwerking met andere organisaties -in het bijzonder met Novib- en, vooral, de opbouw van een lokale adviesstructuur in Papua. Tegelijkertijd is dit proces niet afgerond en acht Hapin het noodzakelijk dat de eigen expertise en uitvoeringscapaciteit worden verbeterd en vergroot. Wij streven ernaar dat dit beleidsplan inzicht biedt in de werkzaamheden van Stichting Hapin en bijdraagt aan de verdere ontwikkeling daarvan. Met hulp van onze donateurs en partners hopen wij daarmee gestalte te kunnen blijven geven aan de zo noodzakelijke steun aan de in hun bestaan bedreigde Papua-volken. Dr Wieger Bakker (voorzitter) Drs Wietse Tolsma (directeur) Utrecht, 5 juli 2003
  • 5. 4 1. Verandering in onzekerheid: de context van samenwerking in Papua Achtergrond Het aftreden van Suharto als president van de Republiek Indonesië in 1998 markeerde voor Papua het begin van een periode van turbulente en veelvormige verandering. Ontwikkelingen in de richting van openheid, democratie en autonomie gingen en gaan gepaard met strijd om het behoud of het verwerven van politieke, economische of culturele machtsposities. Het is voor Papua een veranderingsproces dat mee beïnvloed wordt door de gevolgen van economische crises en globalisering, duurzame politieke instabiliteit die mede tot uitdrukking komt in een snelle opeenvolging van presidentschappen (Habibi, Gus Dur, Megawati), door deels etnisch of religieus gekleurde conflicten die vanuit andere delen van Indonesië Papua binnendringen én door gewelddadige incidenten binnen Papua die vaak gekenmerkt worden door een onduidelijke toedracht en achtergrond. Van dat laatste zijn het geweld in de Baliemvallei in oktober 2000, de moord op de voorzitter van het Papua Presidium Theijs Eluay in november 2001, de beschieting eind augustus 2002 bij Timika van medewerkers van de Amerikaanse kopermijn Freeport McMoran en het geweld gedurende de eerste helft van 2003 in Wamena/Wasior bekende voorbeelden. De genoemde veranderingen hebben veel energie losgemaakt bij de bevolking, maar hebben ook veel van de bevolking gevergd. Dat geldt vooral voor het streven van de Papua-volken om zelf vorm te geven aan de eigen toekomst. De intensivering én institutionalisering van het overleg daarover kreeg gestalte in met het Papua Congres en met de installatie van het Papua Presidium. Op verschillende niveaus -lokaal, nationaal en in internationaal verband- wordt aandacht besteed aan het monitoren en publiek maken van de situatie in eigen land. De naam Papua is in de plaats gekomen van Irian Jaya en in 2001 werd een speciale autonomie wet van kracht die de bevoegdheden van de regionale overheid verruimt en een groter deel van de natuurlijke rijkdommen aan Papua zelf ten goede moet laten komen, maar die eveneens sterk ter discussie staat en die medio 2003 bovendien onder druk staat rond activiteiten om Papua in drie provincies op te delen. Zorgen De reikwijdte en duurzaamheid van de ontstane ruimte is onduidelijk. Toezeggingen vanuit het centrale niveau blijken soms van tijdelijke aard, voor meerdere uitleg vatbaar en staan regelmatig op gespannen voet met lokale praktijken waar incidenten rond de schendingen van mensenrechten worden gemeld. Publieke debatten over de -staatkundige- toekomst van Papua en kritiek op de autoriteiten worden afwisselend getolereerd en bestreden. Repressie en de angst voor de repressie van publieke manifestaties rond de autonomie van Papua, lijken de afgelopen tijd weer te zijn toegenomen. Het streven naar zelfstandigheid versus het gestalte geven aan autonomie binnen het staatsverband van de Republiek Indonesië, vormt een voortdurende bron van politieke en maatschappelijke spanningen. Dit alles maakt de verhoudingen binnen Papua en de perspectieven op de toekomst complex, ambigue en onzeker. Gedurende de afgelopen jaren is de sociale en economische situatie van de Papua-volken niet verbeterd. In een aantal opzichten lijkt deze zelfs verslechterd te zijn. De maatschappelijke onrust die met de politieke turbulenties gepaard ging en de verslechterde economische omstandigheden hebben verschillende negatieve gevolgen gehad. In vooral de stedelijke gebieden heeft dit bijgedragen aan ontsporingen en een toename van geweld en hebben zich nieuwe problemen ontwikkeld rond de jeugd in termen van trauma's, uitval uit het onderwijs en drugsgebruik. In met name het zuiden van Papua neemt de Aids-problematiek toe met alle gevolgen voor de ontwrichting van lokale gemeenschappen van dien. De toegang tot voorzieningen op de terreinen van zorg, onderwijs en recht is niet of nauwelijks verbeterd en de toegang van -traditionele- gemeenschappen tot lokale markten is met de voortdurende immigratie eerder afgenomen dan toegenomen. De positie van vrouwen is zorgwekkend; zowel waar het gaat
  • 6. 5 om geweld dat tegen vrouwen is gericht als waar het gaat om het onvoldoende benutten van de bijdrage die zij kunnen leveren aan de ontwikkeling van gemeenschappen. Grote delen van de Papua-bevolking leven in armoede en kunnen nauwelijks in hun levensonderhoud voorzien. Een belangrijk probleem is dat de corruptie, collusie en nepotisme, die onder het bewind van Suharto een grote vlucht hadden genomen, niet alleen meer onder de 'oude' bestuurderselite is te vinden, maar onder de speciale autonomie alle lagen van de bevolking heeft besmet inclusief (lokale) bestuurders vanuit de Papua-gemeenschap. Initiatieven Tegenover deze schets van de problemen waarmee Papua te maken heeft staan ook initiatieven om die problemen tegemoet te treden. Met vaak beperkte middelen worden vanuit kerkelijke organisaties, mensenrechtenorganisaties en onderwijsinstellingen initiatieven ontplooid die zijn gericht op dialoog, verzoening en de bescherming van mensenrechten; waar mogelijk met deelname en medewerking van burgerlijke en militaire autoriteiten. Op lokaal niveau bestaan vele kleinere ngo's, die de bevordering van het welzijn van de autochtone Papua bevolking nastreven. Deze organisaties en initiatieven zijn veelal bescheiden in omvang en hebben slechts de beschikking over beperkte middelen en deskundigheden. Desondanks vormen deze organisaties de basis voor de verdere ontwikkeling van een civil society waarin de belangen van de bevolking een stem krijgen tegenover politieke en economische machten en die een tegenwicht kan bieden tegen de krachten die de tegenstellingen binnen de pluriforme samenleving van Papua versterken. Een versterking van de middelen en competenties van deze organisaties vormt een belangrijk aangrijpingspunt voor internationale- of ontwikkelingssamenwerking met Papua. Daarnaast worden op het basisniveau van de samenleving, het zogenoemde grassroot- level, vele kleinschalige initiatieven ontplooid die gericht zijn op het verbeteren van de economische positie en op de verbetering van en de toegang tot onderwijs en zorg. Ten dele zijn deze initiatieven verbonden met de hierboven genoemde lokale ngo's, maar vaak gaat het om initiatieven van kleine samenwerkingsverbanden binnen de lokale gemeenschap. Ook deze initiatieven vormen een aangrijpingspunt voor internationale- of ontwikkelingssamenwerking. Succesvolle initiatieven op het basisniveau van de samenleving kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de duurzame bestrijding van armoede en ruimte scheppen voor het zelf richting geven aan de eigen ontwikkeling. In het bijzonder de vergroting van de capaciteiten op lokaal niveau om dergelijke initiatieven ter hand te nemen verdient bijzondere aandacht; daarbij gaat het zowel om aanvullende middelen, versterking van deskundigheden als om de organisatorische vormgeving. Internationale samenwerking Door de Papua-bevolking en door de organisaties van Papua's is de afgelopen jaren in toenemende mate een beroep gedaan op steun vanuit de internationale gemeenschap en op steun door organisaties op het terrein van internationale samenwerking. Dat beroep betreft enerzijds steun voor het streven naar autonomie en zelfstandigheid, onder verwijzing naar de omstandigheden in de zestiger jaren waaronder Papua onderdeel werd van de Republiek Indonesië. Anderzijds betreft dat beroep directe steun bij de verbetering van de sociale en economische positie van de Papua's. Daarbij wordt vanuit de historische banden tussen Nederland en Papua, een bijzonder beroep gedaan op de Nederlandse overheid en op Nederlandse non gouvernementele organisaties. In de afgelopen jaren zijn internationaal, en ook vanuit Nederland, de aandacht en de mogelijkheden voor internationale samenwerking met Papua toegenomen. Dit heeft geleid tot een aanzienlijke intensivering van de activiteiten van -grotere- ngo's in Papua. Naast de politieke en maatschappelijke onrust waar deze organisaties mee geconfronteerd worden, vormt de beperkte aanwezigheid van qua omvang en deskundigheid geschikte lokale partners een rem op de mogelijkheden tot effectieve internationale samenwerking.
  • 7. 6 Het is binnen deze context dat Hapin een bescheiden rol in de internationale (ontwikkelings)samenwerking probeert te vervullen die bijdraagt aan het realiseren van de rechten en belangen en aan het verruimen toekomstmogelijkheden van de Papua-volken. 2. Profiel en visie 2.1 Doelstelling en werkwijze Achtergrond doelstelling De wijze waarop aan het eind van de zestiger jaren het door Nederland en de VN aan de Papua's toegezegde recht op zelfbeschikking, bij de implementatie van de zogenoemde 'Act of Free Choice', met voeten werd getreden, vormde begin jaren zeventig de directe aanleiding tot de oprichting van Stichting Hapin. De benarde en achtergestelde positie van de Papua-volken in hun eigen land die volgde op de inlijving bij de Republiek Indonesië in 1969, onder de naam Irian Jaya, en de geringe aandacht daarvoor binnen Nederland en binnen de internationale gemeenschap vormde sindsdien de achtergrond van de activiteiten. Vanaf haar oprichting in 1972 heeft Hapin zich tot doel gesteld "het welzijn (te behartigen) van de in nood verkerende autochtone bevolking van het voormalige Nederlands Nieuw-Guinea (West Papoea of West Irian), door haar alle mogelijke financiële, materiële en morele steun te verlenen" (artikel 2 lid 1 Statuut Stichting Hapin). In de daaropvolgende decennia nam de actualiteit van de doelstelling van Hapin eerder toe dan af. De achterstelling van de Papua-volken kwam naar voren op zowel economisch, sociaal, cultureel als politiek terrein. Transmigratie van enkele honderd- duizenden Indonesiërs en de grootschalige exploitatie van bodemschatten hebben er gezamenlijk toe geleid dat voor de oorspronkelijke economie van de Papua's steeds minder plaats was terwijl de nieuwe economie nauwelijks plaats bood aan de Papua's. Het verzet hiertegen vanuit de Papuage- meenschappen kon lange tijd rekenen op strenge repressie door de lokale autoriteiten en heeft in de loop der jaren duizenden slachtoffers geëist. Samengevat zijn de Papua-volken de afgelopen decennia het slachtoffer geworden van internationale machtspolitiek, een problematische dekolonisatie, een discutabele exploitatie van bodemschatten en van de zogenoemde 'Javanisering' van de samenleving. Tegelijkertijd moesten zij veelal de middelen en vaardigheden ontberen om zich binnen die samenle- ving een volwaardige en eigenstandige positie te verwerven. De ontwikkelingen van de laatste jaren hebben niet direct geleid tot een verbetering van de positie van Papuavolken, maar hebben wel geleid tot veranderingen in de mogelijkheden om de problemen tegemoet te treden. Al is de duurzaamheid van deze veranderingen nog onzeker. Meer dan voorheen zijn leden van de Papua-gemeenschappen betrokken bij de regionale politiek en bestuur en bij organisaties en bedrijven. Meer dan voorheen ook is er aandacht voor Papua vanuit internationale gouvernementele en non-gouvernementele organisaties. Voor Hapin vormde dit een stimulans om zich te heroriënteren op de manier waarop zij haar doelstelling in praktijk kan brengen. Ontwikkeling werkwijze Hapin is vanaf haar oprichting een onafhankelijke particuliere organisatie die haar doelstelling realiseert door "..het organiseren van hulpacties in allerlei vorm, in en buiten Nederland" en het ".. contacten leggen en onderhouden met andere organisaties wanneer het gestelde doel zulks wenselijk maakt" (Artikel 2, lid 2 en 3). In de praktijk komt dit van oudsher neer op het mobiliseren van steun en het werven van fondsen ten behoeve van activiteiten gericht op het versterken van de economi- sche, sociale en culturele positie van de Papua-volken en op de bescherming van de (mensen) rechten van de Papua-volken. Van oudsher ligt het accent op de directe ondersteuning van activiteiten in Papua voor en door de inheemse bevolking van Papua en in beperkte mate op activiteiten voor de uit Papua afkomstige bevolking in Papua New Guinea. In een gering aantal gevallen worden activiteiten in Nederland ondersteund die zijn gerelateerd aan de doelstelling van Hapin.
  • 8. 7 De basis voor de activiteiten werd en wordt gevormd door de financiële bijdragen van particuliere donateurs waarvan het aantal anno 2002 rond de 9.000 bedroeg. In de loop van de jaren hebben de werkwijze en de inhoud van het werk enkele ontwikkelingen doorgemaakt. De aanvankelijke nadruk op het nationaal en internationaal onder de aandacht brengen van de positie van de Papua-volken werd aangevuld met concrete steun gericht op het versterken van die positie. Vooral het verlenen van studiebeurzen voor hoger onderwijs vormde een belangrijk aandachtsgebied en vormt dat nog steeds. Gaandeweg werd ook de ondersteuning van kleinschalige lokale projecten op de terreinen van economie, onderwijs en gezondheid belangrijker. De uitbouw en uitwerking van de activiteiten op dit gebied, in samenwerking met in het bijzonder Novib, kenmerkt de ontwikkeling van Hapin gedurende de afgelopen jaren. In het verlengde van deze ontwikkeling is vanaf 1997 de weg ingeslagen van een geleidelijke professionalisering van de werkwijze. De oorspronkelijk organisatievorm was die van een klein 'werkend' bestuur van vrijwilligers aangevuld met enkele vrijwillige medewerkers/adviseurs in Nederland en een beperkt aantal contactpersonen in Papua. Deze werkwijze paste steeds minder bij de groei van de omvang van middelen en activiteiten. De laatste vijf jaar is een nog niet voltooide ontwikkeling ingezet waarbij bestuur en uitvoering gescheiden zijn en gewerkt wordt met een kleine professionele uitvoerende organisatie in Nederland aangevuld met vrijwillige medewerkers. Parallel daaraan is in Papua een lokale adviesstructuur opgezet -de Papua Adviesraad, ook wel genoemd de Papua Local Expert Structure-, die de brug moet vormen tussen lokale initiatieven en Hapin in Nederland en die bovendien ondersteuning kan bieden aan (de ontwikkeling van) deze lokale initiatieven en de voortgang kan monitoren. 2.2 Uitgangspunten en positie Gericht op de situatie van de Papua-volken zijn de uitgangspunten die Hapin bij haar activiteiten hanteert: o menselijke waardigheid en het recht op zelfbeschikking van iedereen; o aandacht voor de sociaal-economische en de sociaal-culturele aspecten van leven en samenleven; o het belang van het kunnen verwerven van de mogelijkheden om zich individueel en als gemeenschap te kunnen ontplooien en deel te kunnen nemen aan economie en samenleving; o het belang van de vrijheid van meningsuiting en van de ruimte voor verscheidenheid in opvattingen; o respect voor de culturele en sociale identiteit van mensen; o respect voor en de bescherming van mensenrechten; o verantwoordelijkheid voor de duurzaamheid van ontwikkelingen voor mens en milieu. Bij de positie van Hapin in Papua gaat het om de aard en omvang van de verhouding van Hapin met lokale gemeenschappen, instellingen en met andere organisaties die in Papua werkzaam zijn. Hier past vooral bescheidenheid. Hapin is en blijft een organisatie met een beperkte omvang in termen van middelen en mogelijkheden. Bovendien leiden de complexiteit van de sociale en politieke omstandigheden en van de tegengestelde krachten binnen de samenleving, ertoe dat eenduidige en eenvoudige oplossingen voor concrete problemen beperkt mogelijk zijn. Dit draagt er mede toe bij dat Hapin vooral is gericht op kleinschalige initiatieven en projecten op basisniveau. Grootschalige meerjarige projecten behoren niet tot de competentie van Hapin. Hapin probeert in haar werk aan te sluiten bij (lokale en internationale) organisaties, deskundigen en initiatieven die de doelstelling en de bovengenoemde waarden delen en met vreedzame middelen in praktijk brengen.
  • 9. 8 2.3 Ruimte aan richting geven, samenwerking in partnerschap Een continu ijkpunt voor de activiteiten die Hapin ontplooit ten aanzien van de noden van Papua's is dat deze dienen bij te dragen aan de mogelijkheden van de Papua-volken om zelf richting te kunnen geven aan de eigen toekomst. Daarbij wordt er van uitgegaan dat deze richting niet van buitenaf kan worden geformuleerd en opgelegd. Het gaat er juist om dat de mogelijkheden worden verruimd, de ruimte wordt gevonden om zelf die richting te bepalen en inhoud te geven. Met inachtneming van haar eigen verantwoordelijkheid en binnen de kaders van de doelstelling en uitgangspunten probeert Hapin met haar activiteiten bij te dragen aan het vergroten van die ruimte, zowel waar het gaat om ruimte in termen van economische zelfstandigheid, competenties en capaciteiten, de toegang tot zorg als in termen van het kunnen doen gelden van rechten. Bij de vormgeving van internationale samenwerking met Papua probeert Hapin zoveel mogelijk in samenwerking met lokale partners en met samenwerkingsverbanden vanuit lokale gemeenschappen, te komen tot het signaleren, formuleren en waarderen van initiatieven. In het bijzonder waar het gaat om de ontwikkeling en uitvoering van kleine projecten wordt ernaar gestreefd om in samenspraak met lokale inheemse adviseurs, de eerder genoemde Papua Adviesraad van Hapin in Papua, de initiatiefnemers te begeleiden bij de ontwikkeling daarvan. 3. Beleid en prioriteiten 2003-2005 3.1 Uitwerking doelstelling De ervaringen die sinds de publicatie in 1997 van het beleidsplan Een steen in de rivier zijn opgedaan, bieden de mogelijkheid tot het maken van meer gerichte keuzen wat betreft de wijze waarop de doelstelling van Hapin binnen en buiten Papua wordt vorm gegeven en wat betreft de wijze van organisatie van de activiteiten. Ten dele zijn deze keuzen de afgelopen jaren uitgekristalliseerd en is met de concrete vormgeving daarvan een begin gemaakt. Trefwoorden bij het vormgeven van de doelstelling van Hapin zijn uitsluiting, armoede, recht en zeggenschap. Grote delen van de Papua-bevolking zijn de facto uitgesloten van de mogelijkheid om volwaardig aan de samenleving deel te nemen. Die uitsluiting betreft niet alleen de toegang tot basisvoorzieningen als onderwijs, gezondheidszorg en infrastructuur (bijvoorbeeld schoon water), maar ook de toegang tot de markt; zowel waar het gaat om deelname aan de arbeidsmarkt als waar het gaat om de mogelijkheden om producten af te zetten. De armoede van een aanzienlijk deel van de Papua-bevolking is hier nauw mee verbonden evenals de in vergelijking met de regio lage levensverwachting. Hapin ondersteunt daarom die activiteiten die zoveel mogelijk ten goede te komen aan de meest kwetsbare groepen uit de samenleving. De genoemde uitsluiting betreft ook de beperkte mogelijkheden tot het kunnen doen gelden van rechten en het kunnen meebeslissen over de zaken die voor de eigen gemeenschap van belang zijn. Dat komt deels voort uit de afwezigheid van de juridische mogelijkheden daartoe, deels door de afwezigheid van politieke instituties en/of non-gouvernementele organisaties waarbinnen de eigen belangen gearticuleerd kunnen worden en deels vanwege een gebrek aan de mogelijkheden om zich de capaciteiten en competenties eigen te maken die daarvoor noodzakelijk zijn. Hapin streeft er daarom naar dat de te ondersteunen activiteiten bijdragen aan de versterking van de capaciteiten binnen de Papua-gemeenschap en aan de versterking van de civil society van waaruit belangen een stem kunnen krijgen en medezeggenschap vorm gegeven kan worden. Hapin stelt zich ten doel dat dit ook tot uitdrukking komt in de wijze waarop de eigen activiteiten en de samenwerking in Papua worden vormgegeven. Om hieraan gestalte te geven heeft Hapin een tweetal met elkaar samenhangende initiatieven genomen die in 2002 met steun van Novib voor een belangrijk deel konden worden gerealiseerd; de substantiële uitbreiding van het Kleine Projecten Fonds dat bestemd is voor de
  • 10. 9 ondersteuning van initiatieven en activiteiten op basis- of grassroot-niveau en de instelling van de Papua Adviesraad, van op grassroot-niveau opererende inheemse adviseurs die in een zestal regio's aan de ene kant lokale initiatieven signaleren, Hapin daarover adviseren en deze monitoren en aan de andere kant initiatiefnemers ondersteunen bij de formulering van projectaanvragen en adviseren bij de implementatie van projecten. De komende periode wil Hapin deze ontwikkeling voortzetten en consolideren. Voor de jaren 2003 tot en met 2005 zijn in het verlengde hiervan enkele meer specifieke aandachtsgebieden geformuleerd. Deze aandachtspunten hebben ten eerste betrekking op het type projecten waaraan Hapin prioriteit geeft, op het mobiliseren van de aandacht en steun daarvoor en op het versterken van de capaciteit binnen Hapin om daaraan gestalte te kunnen geven. Ten tweede betreffen deze aandachtspunten tegelijkertijd thema's die Hapin van bijzonder belang acht voor de situatie in Papua en voor haar eigen werkzaamheden, maar die, waar mogelijk in samenspraak met anderen, een nadere doordenking, meningsvorming en beleidsmatige uitwerking vergen. Deze aandachtsgebieden worden in de volgende paragrafen kort benoemd. 3.2 Versterking op basisniveau: armoede bestrijding, 'empowerment' en de toegang tot markten en voorzieningen Armoede hangt slechts in beperkte mate samen met de factor economische groei. Dat geldt in het bijzonder voor Papua waar de grootschalige migratie vanuit delen van Indonesië naar Papua ertoe heeft geleid dat productie en vooral handel in andere handen zijn gekomen en de traditionele lokale economieën naar de marge van de markt zijn verdrongen in de meest letterlijke zin. Voor lokale inheemse producenten is vaak geen plaats meer en zij moeten hun producten voor lagere prijzen afstaan aan tussenhandelaren of afzetten buiten de reguliere lokale markten om. Daarnaast heeft de ontwikkeling van grootschalige, niet-duurzame, productiemethoden (mijnbouw, boskap, visserij) geleid tot beperkingen van de mogelijkheden tot lokale productie. De mogelijkheden om een inkomen te verwerven zijn voor een aanzienlijk deel van de Papua-bevolking zeer beperkt en hun economische positie is dermate zwak dat ook de toegang tot voorzieningen (onderwijs, gezondheidszorg), voor zover aanwezig, beperkt is. Een bijkomend probleem is dat economische activiteiten die zich uitsluitend bevinden binnen de sfeer van de traditionele economie, te weinig inkomen genereren om de toegang tot voorzieningen te realiseren. Ook grote groepen Papua's die eigenlijk nauwelijks deelnemen aan de monetaire economie worden in hun levensonderhoud bedreigd. Voor het verwerven van de primaire levensbehoeften zijn zij afhankelijk van hun directe natuurlijke omgeving, hetzij om het land te bebouwen en te vissen , hetzij om te jagen en te verzamelen. Ook dit wordt aangetast door het openleggen van grote transmigratiegebieden of het verlenen van mijnbouw en houtkap concessies. Dit betekent dat bescherming van traditionele landrechten van groot belang is. Hapin richt zich daarom bij de keuze van projecten in het bijzonder op initiatieven die aansluiten bij de bestaande lokale structuren, deskundigheden en samenwerkingsverbanden. Deze keuze komt voort uit de ervaring dat dit een vruchtbare basis biedt om de mogelijkheden van de eigen gemeenschap te versterken. Daarbij gaat het ten eerste om initiatieven op basisniveau die lokale kleinschalige producenten en ondernemers ondersteunen bij het (weer) toegang krijgen tot de lokale en/of regionale markt (eventueel de (inter)nationale markt. Ten tweede richt Hapin zich op projecten die, zoveel mogelijk aansluitend bij bestaande structuren, de toegang tot basisvoorzieningen versterken en de toegang tot de natuurlijke hulpbronnen beschermen. 3.3 Onderwijs en 'capacity building' Volwaardige deelname aan het maatschappelijk leven en het zelf richting geven aan de toekomst van de eigen gemeenschap, veronderstelt verschillende capaciteiten en competenties. Dat geldt
  • 11. 10 voor deelname aan het economisch leven, voor zelforganisatie in coöperaties en ngo's, voor het kunnen articuleren van belangen en het kunnen doen gelden van rechten, voor het kunnen uitoefenen van publieke bestuurlijke en politieke functies en voor de uitoefening van leidinggevende functies. De mogelijkheden om de noodzakelijke kennis, vaardigheden en attitudes te ontwikkelen zijn in Papua beperkt voor handen en, indien aanwezig, voor grote delen van de Papua-gemeenschap onbereikbaar. Een belangrijk deel van het binnen de gemeenschap aanwezige potentieel blijft daardoor on- of onderbenut. Hapin rekent de uitbreiding van capaciteiten en competenties tot één van haar belangrijkste aandachtsgebieden en probeert dit langs een drietal lijnen vorm te geven. • De eerste lijn, die traditioneel een sterk accent heeft in het werk van Hapin, betreft via het Fonds Studiebeurzen de stimulering van kadervorming door het verstrekken van studiebeurzen voor hoger onderwijs opleidingen aan veelbelovende studenten die daarvoor niet of in onvoldoende mate de middelen kunnen verkrijgen. Daarbij gaat het in verreweg de meeste gevallen in het bijzonder om opleidingen (buiten Papua, maar binnen Indonesië) op terreinen die verbonden zijn met economie, bestuur en organisatie en professionele beroepen (geneeskunde, recht). • Als tweede lijn richt Hapin zich bij de keuze van kleine projecten op initiatieven die de mogelijkheden op basisniveau tot het volgen van (basis-, voortgezet en beroepsgericht)onderwijs versterken. Die projecten kunnen betrekking hebben op onderwijsvoorzieningen in de zin van het ondersteunen en stimuleren van het functioneren van de bestaande lokale en regionale infrastructuur. Tevens kunnen deze projecten gericht zijn op het faciliteren van de toegang tot die lokale infrastructuur (huisvesting, studiematerialen, economische activiteiten gericht op het genereren van inkomen). Daarnaast hebben kleinschalige economische initiatieven vaak als secundair doel om met de opbrengsten kinderen deel te laten nemen aan (basis)onderwijs; met het gegenereerde inkomen kunnen de kosten voor schooluniformen, schoenen en boeken worden voldaan. • De derde lijn betreft de verwerving van capaciteiten en competenties via de ondersteuning van en begeleiding bij lokale initiatieven op basisniveau buiten de sfeer van het onderwijs (economische initiatieven, kleinschalige lokaal of regionaal opererende ngo's). Binnen deze projecten worden ervaringen opgedaan en capaciteiten ontwikkeld die binnen de gemeenschap op andere terreinen kunnen worden benut en overgedragen. Systematische aandacht voor deze laatste lijn is relatief nieuw voor Hapin en zal de komende jaren uitgebreid worden, in het bijzonder door en via de inzet van de genoemde Papua Adviesraad. Waar mogelijk zal daarbij een verbinding worden gelegd met de door Novib voorgenomen activiteiten ten aanzien van 'capacity building' in Papua. 3.4 Positie en mogelijkheden van vrouwen De positie van vrouwen in Papua verdient bijzondere aandacht. Een eerste reden daarvoor is dat, evenals in andere samenlevingen, ook in Papua sprake is van hardnekkige en structurele verschillen tussen vrouwen en mannen wat betreft de toegang tot en de controle over bronnen en opbrengsten, in mogelijkheden tot maatschappelijke participatie en in deelname aan besluitvorming. Daarbij is sprake van een aanzienlijke (culturele) variëteit in wijze waarop deze verschillen gestalte krijgen. Een tweede meer specifieke reden is dat de conflictueuze omstandigheden in Papua -de politieke en maatschappelijke onrust en het militaire geweld van de afgelopen jaren- vrouwen in hoge mate direct geraakt hebben (geweld, verkrachtingen, kinderen geboren uit verkrachtingen) als ook indirect geraakt heeft doordat zij sterk beperkt worden in hun mogelijkheden om via opleiding en een gelijkwaardige positie in werksituaties en bestuur, de gevolgen van deze omstandigheden tegemoet te treden. Dit heeft bijgedragen aan verdergaande machteloosheid van vrouwen. Ten derde raakt de toegenomen armoede vrouwen en kinderen sterk, zowel in de vorm van een beperkte toegang tot bijvoorbeeld gezondheidszorg, wat resulteert
  • 12. 11 in een hoog sterftecijfer onder met name vrouwen en kinderen, als in de vorm van een toename van huiselijk geweld dat tegen vrouwen is gericht. Naast het streven van Hapin naar 'gender'-gelijkheid-rekening houdend met rolverdelingen- en het versterken van de economische, sociale, politieke en culturele positie van vrouwen, is het voor Hapin in het bijzonder van belang dat vrouwen ondersteund worden in het hervinden van hun kracht en van een perspectief om een bijdrage te kunnen leveren aan verzoening en aan de (sociale) wederopbouw van de samenleving en van mannen ook de gelegenheid krijgen een gelijkwaardige rol daarbij te kunnen vervullen. Deze doelstelling zal in de loop van 2004 in een afzonderlijke beleidsnotitie worden uitgewerkt waarbij onder meer de volgende aandachtspunten aan de orde komen. • Hapin wil hier ten eerste een bijdrage aan leveren door bijzondere aandacht bij de selectie van projecten waardoor de positie van vrouwen binnen lokale gemeenschappen versterkt wordt, in het bijzonder waar het gaat om hun potentieel op de arbeidsmarkt en hun rollen in onderwijs, bestuur en zorg. Daarbij sluit Hapin aan bij de stelling vanuit verschillende vrouwenorganisaties in Papua die er op wijzen dat bij aandacht voor gendervraagstukken gewaakt moet worden voor het isolement van vrouwen en dat projecten juist geïntegreerd met de lokale gemeenschap of samen met de mannen van de gemeenschap moeten plaatsvinden. • Ten tweede wil Hapin hier een bijdrage aan leveren door, rekening houdend met rolverdelingen, gender-evenredigheid een vast onderdeel uit te laten maken van de beoordeling van de projecten, zoals ook in de beoordelingscriteria tot uitdrukking komt. • Ten derde streeft Hapin er naar dat via de inzet van de Papua Adviesraad zorgvuldigheid wordt betracht bij het verbinden van deze doelstelling met de specifieke lokale culturele context. 3.5 Dialoog, verzoening en samenwerking In de periode rond en na het einde van het presidentschap van Suharto kreeg het streven naar onafhankelijkheid ook in Papua een sterke dynamiek en ontstond een reële dreiging van een herhaling van het gewelddadige drama dat zich op Oost-Timor had afgespeeld. In die periode, aan het eind van de negentiger jaren, is vanuit kerkelijke hoek en met Zuid-Afrika en het werk van Bisschop Tutu als voorbeeld, de weg in geslagen van het streven naar reconciliatie; geen toekomst zonder verzoening. Verzoening werd een conditie en randvoorwaarde om te komen tot dialoog met de regering van Indonesië én met de verschillende bevolkingsgroepen die leven in Papua. De activiteiten op dat terrein zijn de laatste jaren onder druk komen te staan. Dit hangt onder meer samen met de autonomiewet en de daarmee verbonden spanningen binnen Papua tussen degenen die onafhankelijkheid nastreven en degenen die voor autonomie opteren. Bovendien blijken de -nieuwe- lokale Papua-bestuurders onvoldoende in staat hun volk te steunen en is er sprake van een hoge mate van corruptie. Daarnaast lijkt er sprake van een, al dan niet geconstrueerde, polarisatie tussen religies. Om die reden werd de koers verlegd van reconciliatie naar vrede en bepleiten geestelijken van verschillende religies , het Papua Presidium en ook de verzetsbeweging OPM om Papua uit te roepen tot een vredeszone, tot een land van vrede. Dit komt naar voren in cursussen, publieke manifestaties en wordt bepleit in (inter)nationale fora. Hapin steunt deze activiteiten en acht deze van bijzondere waarde voor de toekomst van de Papua-volken. Waar mogelijk zullen aanvragen voor de ondersteuning van dergelijke initiatieven ondersteund worden.
  • 13. 12 3.6 Vluchtelingen Papua New Guinea In het buurland Papua New Guinea bevinden zich enkele duizenden Papua's die de afgelopen jaren Papua ontvlucht zijn. Ten dele hebben deze zich gevestigd in verschillende steden verspreid over het land, maar ten dele leven zij in kampen langs de grensstreek met minimale voorzieningen en met minimale bronnen van levensonderhoud. Over hun status als vluchteling en over de mogelijkheid om binnen Papua New Guinea te verblijven, woeden al jaren felle debatten. In het verleden heeft Hapin kleinschalige projecten gesteund ten behoeve van deze gemeenschappen op de terreinen van onderwijs, gezondheidszorg en economie. Momenteel is de situatie van deze groepen kwetsbaar door onder andere grensincidenten en een veranderende, meer op gedwongen terugkeer gerichte, houding van de autoriteiten in PNG. De mogelijkheden tot ondersteuning van kleine projecten ten behoeve van deze gemeenschappen is de laatste jaren gering gebleken door het goeddeels ontbreken van een effectieve organisatorische infrastructuur. Desondanks wil Hapin de komende jaren waar mogelijk initiatieven vanuit die gemeenschappen honoreren die, zonder gericht te zijn op de bestendiging van hun verblijf aldaar, aansluiten bij hun specifieke situatie en noden, zowel ter plekke als bij -de voorbereiding op- terugkeer. Hapin volgt deze ontwikkeling en zal proberen ondersteuning te bieden daar waar dat wenselijk en mogelijk is. 3.7 Informatie en educatie Het voorzien in informatie over Papua is van uitzonderlijk belang voor het realiseren van de algemene doelstelling van Hapin: het bevorderen van het welzijn van de inheemse bevolking van Papua en het mobiliseren van steun daarvoor. Daarbij gaat het mede om de activiteiten van Hapin in engere zin. Via voorlichting worden potentiële donateurs en partners bereikt. Maar het gaat ook en vooral om het stimuleren van de aandacht voor Papua binnen lokale en (inter)nationale fora. De afgelopen jaren zijn de activiteiten van Hapin op het terrein van informatievoorziening, voorlichting en kennisuitwisseling bescheiden geweest aangezien een aanzienlijk deel van de beschikbare menskracht is besteed aan de ontwikkeling van de Papua Adviesraad en aan de ontwikkeling van de eigen organisatie in Nederland. Tegelijkertijd is vooral ook via de Papua Adviesraad de hoeveelheid beschikbare informatie over specifieke lokale omstandigheden sterk gegroeid. Onder meer met gebruikmaking van die informatie wil Hapin de komende jaren de aandacht voor informatie en educatie intensiveren. • ten eerste door structureel de voorlichting en informatievoorziening over Papua en over de eigen activiteiten uit te breiden (via de website, de ontwikkeling van voorlichtingsmateriaal, en op publieksvoorlichting gerichte projecten). • ten tweede door de ondersteuning van initiatieven die gericht zijn op kennisuitwisseling en op de inbreng van informatie over Papua in (inter)nationale fora. 3.8 Professionalisering en deskundigheidsontwikkeling Hapin De uitbreiding van de activiteiten van Hapin in en ten behoeve van Papua gedurende de afgelopen jaren én de complexiteit van de politieke en maatschappelijke omstandigheden aldaar, stellen eisen aan de deskundigheid van de betrokken staf op het terrein van internationale samenwerking en ten aanzien van kennis en inzicht in de lokale omstandigheden. Voor een verdere professionalisering van de werkwijze is uitbreiding van beschikbare en toegankelijke deskundigheid noodzakelijk. Gegeven de schaal van de organisatie, zal Hapin hierin slechts ten dele zelf kunnen voorzien. De komende jaren wil Hapin hieraan op de volgende manieren gestalte geven. • ten eerste door aandacht voor bijscholing en training van de eigen staf in Nederland;
  • 14. 13 • ten tweede door de periodieke bijscholing en training van lokale adviseurs in Papua, door de eigen programmacoördinator of door derden; • ten derde door de verbreding en verdieping van de samenwerking met partners in Nederland waar specifieke deskundigheid beschikbaar is, waaronder Novib en andere organisaties die werkzaam zijn op het terrein van inheemse volken. 4. Strategieën 4.1 Ontwikkelingsperspectief Hapin streeft ernaar de activiteiten in en ten behoeve van Papua de komende jaren geleidelijk uit te breiden en verder te systematiseren in samenspraak met partners in Nederland en binnen Papua. De activiteiten kunnen worden onderverdeeld in een viertal categorieën. • Ten eerste de kleinschalige projecten op basisniveau. De afgelopen jaren heeft Hapin voor een belangrijk deel de aandacht gericht op en geïnvesteerd in het uitbreiden en vormgeven hiervan. Deze ontwikkeling wordt de komende jaren in samenwerking met Novib voortgezet. • De tweede categorie betreft activiteiten op het terrein van onderwijs en 'capacitybuilding'. In omvang is dit traditioneel, in de vorm van studiebeurzen, één van de belangrijkste onderdelen van de werkzaamheden van Hapin. Een herijking van de activiteiten op dat terrein in de context van een breder perspectief op 'capacitybuilding' zal de komende periode bijzondere aandacht krijgen. • De derde categorie betreft de zogenoemde bijzondere projecten. Hierbij gaat het ten eerste om enkele instellingen waarmee een historische gegroeide duurzame relatie bestaat, ten tweede om noodhulp projecten en ten derde om incidentele projecten die wat betreft schaal en reikwijdte de reguliere kleinschalige projecten overstijgen. Ten aanzien van deze projecten wil Hapin komen tot een systematisering van beoordelingscriteria, werkwijze en, waar mogelijk, planning. • De vierde en laatste categorie betreft de activiteiten op het terrein van informatie, publieksvoorlichting, educatie en representatie. Op dit terrein zijn de activiteiten de afgelopen jaren te bescheiden in omvang en te gefragmenteerd van aard geweest. Hapin wil hier komen tot een intensivering, zowel vanuit de eigen organisatie als in samenwerking met andere partners. Om deze activiteiten vorm te kunnen geven acht Hapin, gezien de beperkte capaciteit van de eigen organisatie in termen van beschikbare menskracht en middelen, een verdere ontwikkeling van de eigen organisatie noodzakelijk. Daarbij gaat het in het bijzonder om fondsenwerving en een uitbreiding van het aantal donateurs, het meer inschakelen en het ondersteunen van vrijwillige medewerkers en om een uitbreiding en spreiding van samenwerking met co-sponsoren. Even belangrijk is in dat verband een verdere ontwikkeling en uitbouw van (inhoudelijke) samenwerkingsrelaties met partners in Nederland en met partners in Papua. 4.2 Kleinschalige projecten op basisniveau Het overgrote deel van de kleinschalige projecten op basisniveau valt onder het zogenoemde Kleine Projectenfonds van Hapin dat met steun van Novib sinds 2002 substantieel is uitgebreid. Het kleine projectenfonds heeft als algemeen doel het financieel ondersteunen van kleinschalige projecten op het basisniveau van lokale gemeenschappen in Papua die a) bijdragen aan de duurzame verbetering van de sociale, economische en/of culturele positie van de autochtone bevolking van Papua;
  • 15. 14 b) verbonden zijn met initiatieven die reeds door -samenwerkingsverbanden vanuit- lokale gemeenschappen in voorbereiding en/of uitvoering zijn genomen; c) worden geïnitieerd, opgezet, uitgevoerd en gemanaged vanuit en door de lokale gemeenschap en tevens een breed draagvlak kennen binnen die lokale gemeenschap; d) daarmee de ontwikkeling van de civil society ondersteunen; e) en een beperkte financiële ondersteuning behoeven (tot een maximum van in beginsel 4.500 Euro). Voor de jaren 2003 tot en met 2005 zijn enkele meer specifieke doelstellingen geformuleerd die aansluiten bij de hiervoor besproken aandachtspunten; de kleine projecten dienen bij voorkeur a) de toegang van lokale gemeenschappen tot de lokale markt te versterken en inkomens te genereren; b) en/of capacity-building op en ten behoeve van het lokale niveau te bevorderen; c) en/of de positie van vrouwen binnen lokale gemeenschappen te versterken, in het bijzonder waar het gaat om hun potentieel op de arbeidsmarkt en hun rollen in onderwijs, bestuur en zorg; d) en/of de dialoog, samenwerking en verzoening te bevorderen tussen verschillende bevolkingsgroepen en daarmee bij te dragen aan de verwerking van eerdere mensenrechtenschendingen en aan de voorkoming van toekomstige schendingen van mensenrechten; e) en/of de toegang tot onderwijs te bevorderen dan wel bij te dragen aan het kunnen opeisen van het recht op onderwijs. Hapin streeft naar een beheerste groei en consolidatie van het Kleine Projectenfonds. De groei van de omvang van het fonds in termen van beschikbare middelen en gehonoreerde projectaanvragen is voor Hapin geen doel op zichzelf, maar komt voort uit de ervaring die de afgelopen jaren en in het bijzonder in 2002 is opgedaan. Afgaand op het eerste jaar van werken met de Papua Adviesraad en de omvang en kwaliteit van de aangeleverde projectvoorstellen, is een geleidelijke groei van het Kleine Projectenfonds zeer gewenst. Vanwege het veelvuldig werken op basisniveau met lokale samenwerkingsverbanden/coöperaties die niet ondergebracht zijn of verbonden zijn met lokale of regionale NGO's in Papua, vormen de inzet van de Papua Adviesraad en de programmacoördinator van Hapin een intrinsiek aspect van de ontwikkeling en uitvoerbaarheid van projectvoorstellen. Voor de toenemende inzet van de Papua Adviesraad op de terreinen monitoring en evaluatie wordt een (beperkte) groei van de uitgaven voorzien. In 2002 zijn 40 (van de 124) aanvragen voor het Kleine Projectenfonds gehonoreerd, moesten 61 projecten al dan niet tijdelijk afgewezen worden op grond van onvoldoende middelen en was voor de 6 onderscheiden regio's in Papua een bedrag van gemiddeld 12.000 Euro per regio beschikbaar. Om aan de doelstellingen van het Kleine Projectenfonds, en aan de verwachtingen die voortvloeien uit de instelling van de Papua Adviesraad, te kunnen voldoen streeft Hapin naar een geleidelijke uitbreiding van de beschikbare middelen tot een omvang van circa 30.000 Euro gemiddeld per regio. Voor de jaren 2003 en 2004 is met Novib een meerjarige samenwerking gerealiseerd waardoor een beheerste groei en consolidatie van het Kleine Projectenfonds gedurende deze periode voor een belangrijk deel is gegarandeerd. Voor een ander gedeelte zal deze groei en consolidatie tevens gerealiseerd (moeten) worden door een uitbreiding van het aantal donateurs en co-sponsoren. Eveneens van belang voor de consolidatie van de activiteiten die vallen onder het Kleine Projectenfonds is een verdere vormgeving en verduurzaming van de werkzaamheden van de Papua Adviesraad. Voor 2003 gaat het daarbij in het bijzonder om de verdere systematisering van de activiteiten ten aanzien van signalering van en advisering over projectvoorstellen, het opdoen van ervaringen met monitoring en evaluatie, de samenwerking binnen de Papua Adviesraad en de stroomlijning van de communicatie met Hapin in Nederland. In 2004 zal de aandacht gericht zijn op de stabilisatie van de werkzaamheden, evaluatie in verschillende regio's en de vergroting
  • 16. 15 van de zelfstandigheid in werken. Tevens zal bezien worden in hoeverre de leden van de Papua Adviesraad een rol kunnen spelen bij bemiddeling en advies rond aanvragen die passen binnen de doelstellingen van het Kleine Projectenfonds, maar behoren tot de verantwoordelijkheid van lokale autoriteiten dan wel via lokale NGO's gerealiseerd kunnen worden. De meerjarige samenwerkingsrelatie met Novib is in verband met het bovenstaande vanaf 2003 tevens gericht op het versterken van de deskundigheid van Hapin in Nederland en in Papua. Daartoe stelt Novib medewerkers van Hapin in de gelegenheid, ten dele via trainingen, gebruik te maken van de bij Novib aanwezige deskundigheid. 4.3 Onderwijs en 'capacity building' De afgelopen jaren was de bijdrage van Hapin aan onderwijs en 'capacity building' vooral gericht op het stimuleren van kadervorming door het verstrekken van studiebeurzen voor hoger onderwijs in Papua en Indonesië. Naast deze kadervorming werden in beperkte mate projecten ondersteund die de toegang tot (basis- en voortgezet-)onderwijs op lokaal niveau bevorderen. Met de groei van het Kleine Projectenfonds en de instelling van de Papua Adviesraad dienen zich mogelijkheden aan voor de ontwikkeling van een bredere en meer systematische strategie ten aanzien van 'capacity building'. In de periode 2003-2005 wil Hapin de activiteiten gericht op 'capacity building' uitbreiden en systematiseren, in het bijzonder door het verbinden van de nu nog gescheiden activiteiten op dit terrein. Daarbij is de aandacht gericht op: a) het Fonds Studiebeurzen; b) het Kleine Projectenfonds en de activiteiten van de Papua Adviesraad en c) meerjarige samenwerkingsrelaties met lokale en lokaal opererende NGO's. ad-a) Het Fonds Studiebeurzen Het verstrekken van studiebeurzen voor hoger onderwijs aan studenten uit Papua is een kernactiviteit van Stichting Hapin. Tot 2002 was het daarvoor gereserveerde budget ongeveer even groot als de totale projectsteun en varieerde de laatste jaren tussen de 80.000 en 100.000 Euro. Anno 2003 worden zo'n 450 studenten ondersteund waarvan zo'n 25% een opleiding volgt aan een instelling in Papua en 75% aan verschillende instellingen voor hoger onderwijs in de rest van Indonesië. De afgelopen jaren is het aantal aanvragen bijzonder sterk gestegen (tot meer dan 1000 aanvragen in 2002). De beurzen zijn aanvullend van aard en voortzetting van de beurs is afhankelijk van behaalde studieresultaten. De besluitvorming over aanvragen vindt plaats in Nederland door een vrijwillig medewerker/adviseur en het bestuur. De coördinatie ter plekke en de monitoring van studievoortgang vinden plaats door contactpersonen in de verschillende universiteitssteden in Indonesië. Voor de komende periode wordt gestreefd naar een beheerste uitbreiding van het budget voor studiebeurzen en worden de criteria voor de toekenning van een beurs en de procedures voor aanvragen en advisering gemoderniseerd. Daarbij wordt een rol toegekend aan de Papua Adviesraad in de selectieprocedure en de cooördinatie, beginnend in 2003 voor de aanvragen gericht op instellingen in Papua. ad-b) het Kleine Projectenfonds en de activiteiten van de Papua Adviesraad Het Kleine Projectenfonds is op twee manieren van belang voor onderwijs en 'capacity building. Ten eerste is het van belang waar het gaat om projecten gericht op de toegang tot en het ondersteunen van onderwijsvoorzieningen. In de tweede plaats gaat het om de versterking van capaciteiten en competenties op lokaal niveau. Door begeleiding bij, training voor en het opdoen van ervaring met het in eigen beheer opzetten en uitvoeren van kleinschalige projecten kunnen competenties worden ontwikkeld die breder toepasbaar zijn. In de komende periode, vooral vanaf 2004, zal de rol die de leden van de Papua Adviesraad in dat verband vervullen uitgebreid en uitgewerkt worden.
  • 17. 16 ad-c) meerjarige samenwerkingsrelaties met lokale en lokaal opererende NGO's. In beginsel zijn de bijdragen van Hapin aan kleinschalige projecten op basisniveau aanvullend en eenmalig. Voor de ontwikkeling en verduurzaming van capaciteiten en competenties op lokaal niveau kan het wenselijk zijn lokale NGO's meerdere jaren structurele steun te bieden. Hapin sluit dit niet uit en wil de mogelijkheden daartoe de komende periode verkennen, maar beslist daarover van geval tot geval en vermijdt situaties waarin meerjarige steun leidt tot een volledige verafhankelijking van buitenlandse steun. Waar meerjarige ondersteuning van lokale NGO's aan de orde is zal tevens aansluiting gezocht worden bij activiteiten gericht op 'capacity building' bij NGO's zoals die anno 2003 door Novib in samenwerking met andere organisaties in voorbereiding zijn. 4.4 Bijzondere projecten Naast de structurele grotere fondsen voor kleine projecten en studiebeurzen kent Hapin een drietal soorten bijzondere projecten: enkele internaten/kindertehuizen waarmee een historische band bestaat, noodhulpprojecten en incidentele zogenoemde concentratieprojecten. • Hapin ondersteunt van oudsher een viertal kindertehuizen/internaten in Papua (Abepura, Sorong, Wamena, Serui) waar kinderen in de leeftijdsgroep van 0 tot 18 jaar zonder opvangmogelijkheden bij ouders of familie een thuis wordt geboden en in de gelegenheid worden gesteld scholing te volgen op het niveau van basis- en voortgezet (beroeps)onderwijs. Hoewel grote waardering bestaat voor het werk dat wordt verricht en voldaan wordt aan een zichtbare behoefte aan opvang, beschouwt Hapin de structurele steun in de vorm van bijdragen aan de salariskosten en onderhoud als a-typisch voor de eigen activiteiten. De komende periode wil Hapin komen tot een herziening van de steun aan deze projecten zonder de opgebouwde medeverantwoordelijkheid voor deze instellingen tekort te doen. Concreet wordt gestreefd naar mogelijkheden tot zelfvoorziening van de betreffende instellingen en/of adoptie door andere donoren, zoals ten dele reeds gebeurt. Verder wil Hapin zich voor wat de steun aan deze instellingen betreft concentreren op die activiteiten die vanuit de betreffende instellingen in bredere zin gericht zijn op de jeugd binnen de lokale gemeenschap en aansluiten bij de doelstellingen en criteria van het Kleine Projectenfonds. • Hapin richt zich incidenteel op het verlenen van noodhulp daar waar, in het bijzonder bij natuurrampen, hulp van de autoriteiten achterwege blijft of tekortschiet en geen daarin gespecialiseerde hulporganisaties aanwezig zijn. Deze noodhulpprojecten zijn ten dele tevens gericht op wederopbouw. Dergelijke noodhulpprojecten worden gefinancierd door middel van afzonderlijke gerichte fondsenwerving bij donateurs en co-sponsoren. De afgelopen jaren zijn dergelijke acties gevoerd naar aanleiding van een vloedgolf op Biak, droogte in de Baliem en, eind 2002, een aardbeving bij Ransiki. Vanaf 2002 is aan de Papua Adviesraad een bijzondere rol toegekend in het maken van een assesment over benodigde steun, het mobiliseren van steun ter plaatse (door bijvoorbeeld autoriteiten) en de advisering over en coördinatie van de hulpverlening. Deze werkwijze zal de komende periode worden voortgezet en gesystematiseerd. • Hapin streeft ernaar met gebruikmaking van de adviezen van de Papua Adviesraad, gemiddeld eens per drie jaar een zogenoemd concentratieproject te selecteren. De keuze van een dergelijk project dient een tweeledig doel. Ten eerste biedt het de mogelijkheid om incidenteel een project te honoreren dat zowel aansluit bij een sterke lokale behoefte als bij de specifieke doelstellingen van Hapin, maar in schaal en reikwijdte de reguliere projecten overstijgt. Ten tweede vervult het een functie als exemplarisch voorbeeld waarmee, ten behoeve van publieksvoorlichting en fondsenwerving, de situatie in Papua en de doelstellingen en werkwijze van Hapin zichtbaar gemaakt kunnen worden. Het laatste concentratieproject vormde de bouw en opzet van een polikliniek in de Baliem (Mmula).
  • 18. 17 Eind 2003 of begin 2004 zijn publiciteit een fondsenwerving rond het volgende concentratieproject voorzien in samenwerking met Novib. 4.5 Informatie en publieksvoorlichting, educatie en representatie Hapin neemt zich voor de informatie en publieksvoorlichting in Nederland over Papua en over de eigen activiteiten te intensiveren en te stimuleren. Binnen dat kader wordt aan het versterken van de aandacht voor Papua aan onderwijs en educatie een bijzonder belang toegekend. Tevens worden initiatieven ontwikkeld en/of ondersteund die gericht zijn op de representatie van Papua - het zichtbaar maken van cultuur, positie en belangen van de Papua-volken- bij relevante (inter)nationale fora. Voor de periode 2003-2005 worden in dat kader de verschillende stappen gezet. • Op het terrein van informatie en publieksvoorlichting over Papua wordt: - in 2003 de internetsite van Hapin gemoderniseerd in de zin dat informatie over achtergronden, projecten, criteria en werkwijze uitgebreid en meer toegankelijk gemaakt wordt; - de komende jaren schriftelijk informatiemateriaal over achtergronden, projecten, criteria en werkwijze van Hapin gemoderniseerd en uitgebreid; - vanaf 2003 met hulp van vrijwillige medewerkers de presentatie en vertegenwoordiging van Hapin op onder meer manifestaties en congressen, uitgebreid; - in 2003 de samenwerking met Novib op het terrein van publieksvoorlichting nader vormgegeven; - eind 2003 dan wel in de eerste helft van 2004 in samenwerking met Novib een landelijk congres en publieksmanifestatie over Papua en internationale samenwerking georganiseerd; - de aandacht voor Papua en internationale samenwerking in algemene en op specifieke doelgroepen gerichte media gestimuleerd, worden de eigen activiteiten op dat terrein uitgebreid en wordt in dat verband samenwerking gezocht met andere organisaties die zich richten op Papua en/of de positie van inheemse volken. • Op het terrein van educatie wordt ernaar gestreefd met vrijwillige medewerkers en waar mogelijk in samenwerking met andere organisaties: - lesmateriaal voor basis- en voortgezet onderwijs over achtergronden en actualiteit van Papua en over internationale samenwerking te moderniseren en te ontwikkelen; - informatiepaketten voor gebruik door leerlingen in het voortgezet onderwijs samen te stellen; - in de loop van 2003 en 2004 een sprekersnetwerk op te zetten voor het verzorgen van introducties/lessen in het basis- en voortgezet onderwijs. • Wat betreft representatie zal Hapin in de periode 2003-2005: - ten eerste de eigen activiteiten uitbreiden om de situatie in Papua en de mogelijkheden tot internationale samenwerking met Papua onder de aandacht te brengen bij relevante fora en (maatschappelijke, politieke) partijen. Hiertoe zal samenwerking gezocht worden met andere organisaties, waaronder organisaties gericht op Papua, organisaties gericht op inheemse volken en organisaties op het terrein van internationale samenwerking, in het bijzonder Novib. Hiertoe zal een beroep worden gedaan op vrijwillige medewerkers. - ten tweede stelt Hapin evenals in voorgaande jaren via het Fonds Hapin Algemeen jaarlijks een beperkt budget ter beschikking (rond de 4000 Euro) waarmee een kleine aanvullende steun (tot 500 euro) kan worden geboden aan organisaties, activiteiten en initiatieven in of vanuit Nederland welke gericht zijn op onder meer de uitwisseling van kennis en cultuur dan wel overleg en representatie.
  • 19. 18 4.6 Ontwikkeling eigen organisatie De ontwikkeling die Hapin de afgelopen jaren -met de scheiding tussen bestuur en bureau, de aanstelling van een in omvang beperkte staf en de instelling van een Papua Adviesraad- heeft doorgemaakt in de richting van een professionalisering van de organisatie zal in de periode 2003- 2005 worden voortgezet. Een verdere professionalisering is noodzakelijk om het groeiend aantal kleinschalige projecten, de toename in de aantallen aanvragen en verstrekte studiebeurzen en de activiteiten van de Papua Adviesraad te kunnen coördineren en begeleiden inclusief de bijbehorende (financiële) administratie en verantwoording. Daarnaast is een verdere ontwikkeling van de organisatie noodzakelijk om de in dit meerjaren beleidsplan weergegeven voornemens te kunnen realiseren. Daarbij gaat het in het bijzonder om de volgende zaken: • Het groeiend aantal projecten en de groei van de organisatie in Nederland en Papua maakt een verdere systematisering van procedures voor de beoordeling, monitoring, evaluatie en administratie van projecten noodzakelijk alsmede een duidelijke vastlegging van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de verschillende geledingen en functies binnen de organisatie. Hiertoe worden in 2003 per fonds en taakgebied protocollen opgesteld waarin de werkwijze en de criteria voor de beoordeling van aanvragen en de procedure voor beoordeling en besluitvorming worden vastgelegd. Daarnaast wordt de werkwijze van Stichting Hapin vastgelegd in een huishoudelijk reglement. • Aangezien Stichting Hapin voor enkele functies binnen het bureau als werkgever optreedt worden in 2003 functieprofielen opgesteld en worden arbeidsvoorvoorwaarden vastgesteld en in een eigenstandig rechtspositiereglement vastgelegd. • Stichting Hapin beschouwt de participatie van vrijwillige medewerkers (en stagiares) als een belangrijke basis voor het realiseren van de doelstelling van de Stichting en voor het realiseren van de in dit meerjaren beleidsplan weergegeven voornemens. De komende jaren zal een actiever beroep gedaan worden op vrijwillige medewerkers. De instelling van een bureau met een bescheiden vaste staf en de vestiging van een kantoor (medio 2003) in Utrecht dient er mede toe om vrijwillige medewerkers te kunnen ondersteunen bij hun werkzaamheden en hen een (ontmoetings)plaats te bieden voor hun werk. Er wordt naar gestreefd extra vrijwillige medewerkers te werven op basis van duidelijk afgebakende en omschreven projecten die passen binnen de kaders van dit beleidsplan. • Hapin streeft ernaar de deskundigheid binnen de verschillende geledingen van de eigen organisatie te vergroten: via de samenstelling van bestuur, staf en vrijwillige medewerkers; door cursussen en bijscholing van bestuursleden en medewerkers; en door samenwerking te zoeken met verwante organisaties. 4.7 Fondswerving en donateurs De uitbreiding van de activiteiten van Stichting Hapin veronderstelt een duurzame beschikbaarheid van fondsen om deze activiteiten te kunnen verrichten. Het hart van de financiële basis van Stichting Hapin wordt sinds jaar en dag gevormd door een groot aantal (rond de 9.000) trouwe particuliere donateurs. Daarnaast bestaan gewaardeerde, deels duurzame en deels incidentele, samenwerkingsrelaties met andere fondsorganisaties of institutionele donoren. Vanaf 2002 is dit aangevuld met een, inmiddels meerjarige, substantiële ondersteuning door en hechte samenwerkingsrelatie met Novib. Voor de periode 2003-2005 is de actieve werving van nieuwe donateurs noodzakelijk omdat het aantal donateurs dreigt af te nemen. Bovendien is een uitbreiding en spreiding van het aantal institutionele donateurs of sponsoren noodzakelijk om - uitbreiding van- de verschillende activiteiten te kunnen financieren. • Hapin registreert van oudsher degenen die op naam en met opgave van adres een gift geven, als donateur. Aangezien Hapin het tot haar verantwoordelijkheid rekent om donateurs regelmatig te informeren over de eigen activiteiten en de besteding van middelen, ontvangt
  • 20. 19 elke donateur de (viermaandelijkse) nieuwsbrief Hapinieuws. Elke donateur is vrij om frequentie en hoogte van de donatie zelf te bepalen en blijft Hapinieuws (met acceptgiro als adresdrager) ontvangen tot 2 jaar na de laatste donatie of tot het moment dat deze aangeeft niet langer Hapinieuws te willen ontvangen. Ten aanzien van de werving van nieuwe donateurs neemt Hapin zich voor: - eind 2003, eerste helft 2004 in samenhang met een publieksmanifestatie, rond een zogenoemd concentratieproject en in samenwerking met Novib, een brede publieksactie te starten gericht op de werving van nieuwe donateurs; - met grotere regelmaat donateurs te werven via advertenties, publicaties en aanwezigheid op manifestaties; - in de loop van 2004 te bezien in hoeverre het bestaande systeem van donateurs aangepast of gedifferentieerd kan/moet worden. • Om te komen tot een uitbreiding en spreiding van de samenwerking met institutionele donateurs en/of co-sponsoren zullen potentiële donoren benaderd worden voor een specifiek taakgebied of specifieke activiteit (studiebeurzen, congres, onderwijsmateriaal) of voor de adoptie van een project. 4.8 Samenwerking in Nederland Hapin beschouwt, mede gezien de beperkte omvang van de eigen organisatie, de samenwerking met andere organisaties als onontbeerlijk voor het realiseren van haar doelstelling. Belangrijke voordelen van samenwerking zijn uitwisseling en bundeling van kennis en ervaring, het breder mobiliseren van aandacht en steun voor de positie van de Papuavolken, maar ook de verdeling van taken en praktische ondersteuning bij de voorbereiding en uitvoering van activiteiten. In de loop van de jaren zijn op verschillende terreinen met meerdere kleinere en grotere organisaties periodiek vruchtbare samenwerkingsrelaties opgebouwd. Hapin streeft voor de komende jaren naar een voortzetting van de bestaande samenwerkingsrelaties en naar een uitbreiding en verduurzaming van de samenwerking met andere organisaties in Nederland waarbij voor 2003- 2005 een drietal prioriteiten geldt. • Ten eerste de verdere ontwikkeling en uitbouw van de samenwerking met Novib. Waar in 2002 de nadruk heeft gelegen op de installatie van de Papua Adviesraad en op de verdere ontwikkeling van het Kleine Projectenfonds, ligt vanaf 2003 tevens het accent op samenwerking ten aanzien van de terreinen van publieksvoorlichting, ideeënontwikkeling rond internationale samenwerking met Papua, fondsenwerving, representatie bij relevante fora en deskundigheidsbevordering. • Ten tweede de verdere ontwikkeling van samenwerking met organisaties gericht op Papua. Bij de organisatie door Hapin in het voorjaar van 2002 van een ontmoetingsdag met particuliere hulp- en lobbyorganisaties bleek bij een groot aantal van de (30) deelnemende (vrijwilligers)organisaties behoefte te bestaan aan de ontwikkeling van een meer duurzaam netwerk waarbinnen ervaringen en kennis kunnen worden gedeeld. Hapin stelt zich ten doel de komende jaren aan de opbouw van een dergelijk netwerk actief bij te dragen. Daarvan zal de organisatie van een jaarlijkse ontmoetingsdag deel uit maken. • Ten derde zal, gericht op deskundigheidsbevordering en de verdere meningsvorming over de mogelijkheden en beperkingen van internationale samenwerking met Papua, samenwerking gezocht worden met andere organisaties die zich bezighouden met de positie van inheemse volken.
  • 21. 20 4.9 Samenwerking in Papua Voor de voorbereiding en uitvoering van de activiteiten van Stichting Hapin is een goede en betrouwbare samenwerking met partners in Papua van essentieel belang. Daarbij gaat het om: - samenwerking met partners die projecten (doen) uitvoeren; - het begeleiden, coördineren, monitoren of evalueren van projecten; - het informeren en/of adviseren over (locale) initiatieven; - het informeren over situaties en ontwikkelingen in Papua; - het ondersteunen van partners in de vorm van advisering of training. Gedurende een reeks van jaren kon Hapin bouwen op een in omvang bescheiden netwerk van adviseurs en contactpersonen die ten dele verbonden waren aan NGO's in Papua (waaronder kerkelijke organisaties, instellingen voor hoger onderwijs, instellingen voor sociaal werk). Dit netwerk bleek echter te beperkt in omvang om een structurele rol te kunnen vervullen bij het identificeren en begeleiden van vruchtbare lokale initiatieven. Bovendien bleek het netwerk van adviseurs en contactpersonen kwetsbaar. Door ziekte en overlijden werd het bestaande netwerk kleiner, maar ook de politieke en maatschappelijke turbulentie vanaf het eind van de jaren negentig vormde een factor omdat juist op deskundigen binnen (grotere) lokale NGO's een sterk beslag werd gelegd en deze minder in de gelegenheid waren contacten te onderhouden met kleinschalige projecten op lokaal niveau. Om de samenwerking in Papua zodanig vorm te geven dat structureel wordt voorzien in voldoende capaciteit om de activiteiten ter plaatse voldoende te ondersteunen geeft Hapin de komende periode op de volgende wijze gestalte aan de samenwerking in Papua. • de samenwerking met locale samenwerkingsverbanden en NGO's verloopt grotendeels via de Papua Adviesraad in nauwe samenwerking met en ondersteund door de programmacoördinator; • de leden van de Papua Adviesraad leveren een belangrijke bijdrage aan de informatievoorziening over locale omstandigheden en over -het verloop van- initiatieven op lokaal niveau; • voor advisering over en ondersteuning van projecten van een grotere omvang wordt samengewerkt met enkele deskundigen die werkzaam zijn bij grotere NGO's (waaronder kerken en instellingen voor sociaal werk); • de wenselijkheid en mogelijkheden tot een uitbreiding van de samenwerking met andere NGO's op het terrein van internationale samenwerking in Papua wordt de komende periode verkend waarbij het terrein van deskundigheidsbevordering en capacity building bijzondere aandacht heeft. 5. Organisatie en werkwijze 5.1 Ontwikkeling interne organisatie Hapin Vanaf 1997 is Hapin gestart met een geleidelijke professionalisering van de werkwijze. De oorspronkelijke organisatievorm was die van een klein van huis uit 'werkend' bestuur van vrijwilligers aangevuld met enkele vrijwillige medewerkers/adviseurs in Nederland en een beperkt aantal contactpersonen in Papua. Deze werkwijze paste steeds minder bij de groei van de omvang van middelen en activiteiten. De laatste vijf jaar is een (nog niet voltooide) ontwikkeling ingezet waarbij bestuur en uitvoering gescheiden zijn en gewerkt wordt met een kleine -nog onvolledige- professionele uitvoerende organisatie in Nederland aangevuld met vrijwillige medewerkers. Begin 2003 kent Stichting Hapin in Nederland de volgende organisatiestructuur.
  • 22. 21 Bestuur Het bestuur is verantwoordelijk voor de beleidsvorming, besluitvorming en verantwoording; ziet toe op en controleert de uitvoering van bestuursbesluiten door het bureau, ondersteunt de vaste staf en vrijwillige medewerkers bij de uitoefening van hun taken. Bureau De vaste staf van het bureau is verantwoordelijk voor het (doen) uitvoeren van de werkzaamheden van Stichting Hapin, voor de uitvoering en voorbereiding van bestuursbesluiten, voor de aansturing van vrijwillige medewerkers, voor de aansturing en coördinatie van de werkzaamheden van de Papua Adviesraad in Papua en voor de contacten met en administratie van projecten van partners in Papua en elders. Het bureau is operationeel vanaf de zomer van 2002 en verkeert begin 2003 nog in een opbouwfase waarbij de capaciteit nog onvoldoende is om alle taken daarbij onder te brengen. Onder gebracht zijn begin 2003: projecten Papua, Nieuwsbrief en contacten met donateurs, contacten met andere Papua- organisaties, publieksvoorlichting, website en PR, contacten met fondsen (MFO's, NGO's). Nog onder te brengen zijn: Vluchtelingenprojecten PNG, Studiebeurzen, donateursadministratie, financiële administratie. De werkwijze van bestuur en bureau en de verdeling van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden worden in 2003 vastgelegd in een huishoudelijk reglement. De komende jaren zal deze werkwijze uitgewerkt en gesystematiseerd worden. In het bijzonder de capaciteit van het bureau heeft hierbij prioriteit. Daarbij streeft Hapin ernaar op korte termijn de mogelijkheden tot samenwerking met andere organisaties te vergroten, zowel waar het gaat om het delen van infrastructuur als waar het gaat om het delen van deskundigheid. Daartoe is in de loop van 2003 het bureau van Hapin verplaatst naar het midden van het land, Utrecht, waarbij gestreefd wordt naar huisvesting met of in de buurt van organisaties met een vergelijkbaar aandachtsgebied (Papua, Oost-Indonesië, inheemse volken). 5.2 Papua Adviesraad Parallel aan de professionalisering in Nederland is in Papua een lokale adviesstructuur opgezet, de zogenoemde Papua Adviesraad, die de brug moet vormen tussen lokale initiatieven en Hapin in Nederland. Deze Papua Adviesraad, kortweg 'adviesraad', is ingesteld per 1-1-2002 en bestaat uit een zestal lokale deskundigen die elk verantwoordelijk zijn voor een andere regio (6 in totaal) binnen Papua, op onderdelen met elkaar samenwerken en van elkaars deskundigheden gebruik kunnen maken. De adviesraad heeft als algemeen doel het bijdragen aan de realisatie van de doelstelling van Stichting Hapin door het verbinden van de vragen, behoeften en initiatieven vanuit lokale inheemse gemeenschappen op Papua met de mogelijkheden en middelen van Stichting Hapin in Nederland. Centraal staat de borging van de kwaliteit, de continuïteit en het bereik van de steun door Hapin aan kleine lokale projecten in Papua én het versterken van de capaciteit in Papua op het gebied van projectactiviteiten. Meer concrete doelstellingen die met de oprichting van de adviesraad worden nagestreefd zijn in dat verband: a) verbetering van de mogelijkheden tot signalering van vruchtbare initiatieven; b) verbetering van de informatie en advisering over projectvoorstellen ten behoeve van efficiënte besluitvorming, in het bijzonder in termen van aansluiting van projecten bij de lokale cultuur en context, betrouwbaarheid en effectiviteit; c) vergroting van de mogelijkheden tot ondersteuning van lokale initiatiefnemers bij de ontwikkeling en de implementatie van project-initiatieven; d) verbetering van de communicatie tussen initiatiefnemers en Hapin in de verschillende fasen van projectontwikkeling en -uitvoering (aanvraag, implementatie, monitoring en evaluatie).
  • 23. 22 De lokale deskundigen/adviseurs zijn op basis van een fee-systeem part-time werkzaam voor Hapin en zijn elk zelfstandig verantwoordelijk voor een regio binnen Papua: Manokwari/Nabiri; Sorong/FakFak; Baliemvallei; Biak/Yapen; Jayapura en achterland, en Merauke/Asmat. De Papua Adviesraad heeft ten eerste taken op het terrein van signalering, monitoring en evaluatie van projecten op grass-root-niveau binnen de eigen regio en adviseert de programmacoördinator van Hapin dienaangaande. Tevens adviseert de Papua Adviesraad lokale initiatiefnemers bij de ontwikkeling en implementatie van projectvoorstellen en vormt deze de intermediair tussen Hapin en lokale projecten. De werkzaamheden van de Papua Adviesraad worden aangestuurd en gecoördineerd door de programmacoördinator die voor de dagelijkse uitvoering daarbij ondersteund wordt door de coördinator van de Papua Adviesraad. Op basis van de in 2002 opgedane ervaringen is gesignaleerd dat het bij het functioneren van de adviesraad gaat om work in progress in de zin dat het bij de vormgeving en werkwijze van de adviesraad en wat betreft de samenwerking met Hapin in Nederland, gaat om een voortdurend leerproces waarbij onderlinge aanpassing nodig kan blijken. Een deel van de voorgenomen activiteiten, in het bijzonder monitoring en evaluatie, zullen in de komende jaren gestalte krijgen. De leden van de adviesraad zullen er waar mogelijk ook andere taken gaan vervullen. Deels direct verbonden met de bestaande activiteiten van Hapin (advisering studiebeurzen), maar deels ook samenhangend met de veranderingen in Papua na de autonomiewet. Dit betreft in het bijzonder lobby-activiteiten ten aanzien van lokale autoriteiten, daar waar projectaanvragen direct betrekking hebben op activiteiten die tot de verantwoordelijkheid van lokale autoriteiten behoren (onderwijs, infrastructuur, gezondheidszorg). Een bijzonder punt van aandacht betreft het kunnen functioneren binnen en het bestand zijn tegen de eerder genoemde context van corruptie, collusie en nepotisme. De komende jaren zal een regelmatige training en bijscholing van de adviesraad op deze terreinen blijven plaatsvinden. 5.3 Financiële meerjaren ontwikkeling Voor een belangrijk deel als gevolg van de (meerjarige) samenwerkingsrelatie met Novib in het kader van het Kleine Projectenfonds, maar ook als gevolg van donaties van andere fondsorganisaties (in het bijzonder ten behoeve van het Fonds Studiebeurzen) zijn de besteedbare middelen van Stichting Hapin vanaf 2002 substantieel gegroeid; van gemiddeld 250.000 Euro tot en met 2001 via ongeveer 400.000 Euro in 2002 tot (begroot) rond de 500.000 Euro in 2003 en verder. Deze groei komt in het bijzonder ten goede aan het Fonds Studiebeurzen (van gemiddeld 80.000 tot 100.000 Euro in de jaren voor 2002 tot voorzien gemiddeld 135.000 Euro in de komende jaren) en vooral het Kleine Projectenfonds (variabel rond de 40.000 - 60.000 Euro in de jaren voor 2002 tot voorzien rond de 180.000 Euro in de komende periode). De groei van de projectsteun en de daarmee samenhangende professionalisering van de organisatie scheppen verplichtingen voor de toekomst. Dit houdt in dat voor de continuïteit van de activiteiten en de organisaties voor de periode 2003-2005 gestreefd wordt naar tenminste een consolidatie van de opbrengst uit de fondswerving onder particuliere donateurs en naar een beheerste en duurzame groei en diversificatie van de subsidies van andere fondsorganisaties. Voor de continuïteit van de werkzaamheden is het tevens een vermogensversterking noodzakelijk waarbij voorshands een continuïteitsreserve wordt opgebouwd tot 2 keer de jaarlijkse personeelskosten. 5.4 Beoordelingscriteria Criteria voor de beoordeling van projectaanvragen zijn zowel van belang voor het toetsen van projecten aan de doelstellingen van Hapin en voor de evaluatie van de resultaten van projecten als voor het kunnen afleggen van verantwoording over de besteding van middelen. Waar het gaat om
  • 24. 23 de beoordeling van kleinschalige projecten op basisniveau zijn deze in 2002 geactualiseerd. Een actualisering voor de beoordeling van aanvragen voor studiebeurzen zal in 2003/2004 plaatsvinden in samenhang met de nadere beleidsvorming rond onderwijs en capacity building. Een uitwerking van de beoordelingscriteria voor projecten op het terrein van informatie en educatie zal eveneens plaatsvinden in het kader van een nadere uitwerking van het beleid van Hapin op dat terrein in 2003. De criteria voor de beoordeling van de aanvragen van het Kleine Projectenfonds zijn als volgt geformuleerd. Om tot een positief advies ten aanzien van een projectaanvraag te komen moet aan de volgende criteria zijn voldaan voor zover deze van toepassing zijn op het betreffende project. Duurzaamheid - een project dient bij te dragen aan de duurzame verbetering van de sociale, economische en/of culturele positie van de autochtone bevolking van Papua; - projecten dienen zoveel mogelijk rekening te houden met natuur- en milieubeschermende maatregelen; - na afloop van de ondersteuning van het project, moet het project zelfstandig verder kunnen gaan; follow-up-aanvragen voor nieuwe initiatieven van goedlopende eerder gehonoreerde projecten hebben voorrang boven nieuwe projecten. Met andere woorden, organisaties waar Hapin al een relatie mee heeft en die in die relatie een goede reputatie hebben opgebouwd. - projecten zijn bij voorkeur verbonden met initiatieven die reeds door lokale gemeenschappen in uitvoering zijn genomen. Projecten die verbonden zijn met reeds functionerende initiatieven hebben voorrang boven papieren plannen; - de verleende steun is bij voorkeur aanvullend van aard. Voorrang wordt gegeven aan projectaanvragen die een reeds goed lopend initiatief betreffen, maar waaraan een belangrijke schakel ontbreekt. Accountability - een project wordt in beginsel geïnitieerd, opgezet, uitgevoerd en gemanaged door samenwerkingsverbanden vanuit de lokale bevolking; - een project dient een zo breed mogelijk draagvlak te hebben onder de lokale bevolking; - in projecten dient zoveel mogelijk rekening te houden met ongelijke positie van mannen en vrouwen; - besluitvorming binnen de counterpart organisatie vindt zoveel mogelijk op democratische wijze plaats. Eisen aan het projectvoorstel - de begroting moet logisch zijn opgebouwd in termen van onder meer de relatie tussen benodigde en aangevraagde middelen, genoemde en werkelijke prijzen; - er is een duidelijke relatie zichtbaar tussen de doelstellingen, de activiteiten, de beoogde resultaten en het gevraagde budget; - projecten waarbij de Papua Adviesraad een adviserende en ondersteunende rol kan vervullen hebben voorrang. Uitsluitingen - charitas; - organisaties die in het verleden fondsen hebben gebruikt voor andere doeleinden dan waar de fondsen voor bestemd waren; - organisaties die zich niet aan afspraken houden; - organisaties die zich gelieerd hebben aan bewegingen en stromingen die tegengesteld zijn aan de belangen van arme Papoea’s, zulks ter beoordeling aan Hapin.
  • 25. 24 Aandachtsgebieden - projecten die de toegang van gemeenschappen tot de lokale markt versterken en inkomens genereren; - projecten die capacity-building op en ten behoeve van het lokale niveau bevorderen; - projecten die de positie van vrouwen binnen lokale gemeenschappen versterken, hun potentieel op de arbeidsmarkt en hun rollen in onderwijs, bestuur en zorg versterken; - projecten die dialoog, samenwerking en verzoening tussen verschillende bevolkingsgroepen bevorderen en daarmee de verwerking van eerdere schendingen van mensenrechten bevorderen en bijdragen aan het vermijden van toekomstige schendingen van mensenrechten; - projecten die de toegang tot onderwijs bevorderen c.q. recht op onderwijs opeisen. Regio’s - Hapin streeft naar een evenwichtige spreiding van de omvang en het aantal projecten over de verschillende regio's; - Hapin zal daarbij rekening houden met de urgentie van punten uit de bovengenoemde aandachtsgebieden die voor bepaalde gebieden gelden. Schaal - een project draagt in beginsel een kleinschalig karakter en de daaraan verleende steun is bij voorkeur bescheiden in omvang; - kleinschalige projecten hebben voorrang boven grootschalige projecten. 5.5 Beoordelingsprocedures Voor de besluitvorming over de honorering van aanvragen bestaan verschillende procedures. Voor aanvragen voor het 'Fonds Studiebeurzen' vindt de besluitvorming één maal per jaar in december plaats, de besluitvorming over aanvragen voor het 'Kleine Projectenfonds' gebeurt dat in twee rondes in de maanden april en oktober, kleine aanvragen in Nederland voor het fonds Hapin Algemeen worden lopende het jaar behandeld waarbij als regel de aanvragen ten minste 8 weken voor de betreffende activiteit moeten zijn ingediend. Gezien de toename van de aantallen aanvragen gedurende de afgelopen jaren zullen de procedures en criteria voor de besluitvorming over de verschillende soorten aanvragen in 2003 aangepast en aangevuld worden en gepubliceerd worden op de website van Stichting Hapin. De procedure voor de besluitvorming over het Kleine Projectenfonds is in 2002 ontwikkeld en kent de in hoofdlijnen de volgende kenmerken.. Besluitvormingsprocedure Kleine Projectenfonds De sluitingsdatum voor de april ronde is 15 maart, de sluitingsdatum voor de oktober ronde is 15 september. Voorafgaand aan elke ronde wordt vastgesteld wat het te besteden budget per ronde is. Voor de april ronde gebeurt dat bij het opstellen van de jaarbegroting in december. Voor de oktober ronde gebeurt dat op basis van de begroting en op basis van de halfjaarcijfers. Voor de besluitvorming geldt in hoofdlijnen de volgende procedure: • De programmacoördinator registreert lopende het jaar de ontvangen projectvoorstellen, draagt er zorg voor dat de benodigde gegevens compleet zijn en formuleert een kort advies waarin aangegeven staat of het betreffende project voldoet aan de criteria. • Kort na de sluitingsdatum van de betreffende ronde formuleert de programma- coördinator op basis van de selectiecriteria en prioriteitenafweging een advies ten aanzien van de beoordeling en honorering van de voor deze ronde ingediende aanvragen. • Dit advies wordt besproken door de projectencommissie, welke bestaat uit de programmacoördinator, de directeur en een daartoe aangewezen bestuurslid. Deze commissie is gerechtigd om de beoordeling en honorering van projectaanvragen in
  • 26. 25 besluitvormende zin af te handelen wanneer sprake is van unanimiteit ten aanzien van de besluitvorming, wanneer het beschikbare budget niet overschreden wordt en wanneer geen van de aan projecten toegekende bedragen de EUR 4.500 overschrijdt. • Na afronding van de bespreking binnen de projectencommissie wordt het bestuur tijdens de eerstvolgende bestuursvergadering geïnformeerd over de gehonoreerde en afgewezen projectvoorstellen door middel van een lijst met af- en toegewezen projecten. Indien het voornemen bestaat om projecten groter dan EUR 4.500 goed te keuren worden deze voorzien van een advies op de agenda van deze bestuursvergadering geplaatst. Hetzelfde geldt voor voorstellen kleiner dan EUR 4.500 waarover binnen de projectencommissie geen unanimiteit kon worden bereikt. Deze adviezen behoeven niet eensluidend te zijn. Tijdens de bestuursvergadering wordt besloten over goedkeuring, afkeuring of aanhouding. Deze bestuursvergadering dient plaats te vinden binnen de voor de betreffende ronde geldende termijn. • Projecten die om budgettaire redenen zijn afgewezen kunnen opgenomen worden in een volgende projectronde om opnieuw beoordeeld te worden. 5.6 Monitoring en evaluatie Evenals de werkwijze en procedures rond de besluitvorming over aanvragen, zullen ook de werkwijze en procedures rond monitoring en evaluatie in 2003 en 2004 aangepast worden aan de veranderingen binnen Stichting Hapin en aan de groei van de aantallen projecten. Voor de projecten die vallen onder het Kleine Projecten Fonds zal dit in de loop van 2003 en 2004 gestalte krijgen. Aanvankelijk zal de programmacoördinator tijdens haar jaarlijkse bezoek ter plaatse de projecten evalueren. In een later stadium (vanaf 2004) is het de bedoeling dat evaluatie door de leden van de adviesraad plaats zal vinden (aangevuld indien gewenst met andere contactpersonen van Hapin in Papua). Gezien de schaal van de betreffende projecten is het inhuren van (kostbare) externe evaluatoren niet haalbaar. Voor de monitoring en evaluatie van de projecten die vallen onder het Kleine Projectenfonds zijn de volgende procedure en beoordelingscriteria geformuleerd. Monitoring Afhankelijk van de kenmerken en de voortgang van de afzonderlijke projecten worden afspraken gemaakt tussen de programmacoördinator en de leden van de adviesraad over de monitoring van lopende projecten. In hoofdlijnen gaat het bij monitoring om het periodiek (gemiddeld 1 x per 3 a 4 maanden) bezoeken van de verschillende projecten waarbij zij zowel de stand van zaken nagaan als advies aanbieden. De leden van de adviesraad rapporteren periodiek aan de programmacoördinator kort over de voortgang van de projecten. Bij de monitoring wordt zowel aandacht besteed aan de uitvoerende organisatie als aan het feitelijke project. - Ten aanzien uitvoerende organisatie wordt gelet op de volgende indicatoren: . samenwerking binnen de uitvoerende organisatie; . de aanwezigheid van een vorm van management; . de aanwezigheid van een duidelijke planning en taakverdeling; . gender-evenredigheid in zeggenschap/besluitvorming; . gender-evenredigheid in opbrengsten; . het vermogen om creatief om te gaan met problemen en tegenstand die men ontmoet; . het vermogen van de organisatie om zelfstandig verder te kunnen.
  • 27. 26 - Ten aanzien van het project wordt gelet op de volgende indicatoren: . de uitvoerbaarheid van project en plannen; . validiteit van de kostenraming; . omvang en gewicht van aanpassingen van de plannen tijdens de uitvoering; . de levensvatbaarheid op langere termijn; . de mogelijkheden en capaciteiten om gegenereerde middelen te herinvesteren; . de vraag naar additionele assistentie van de adviseurs; . de spin-off van het project voor de omgeving. Evaluatie Afhankelijk van de kenmerken van een project wordt door de programmacoördinator vastgesteld wanneer de (eind)evaluatie en afronding van projecten zal plaatsvinden. De (eind)evaluatie wordt door de programmacoördinator/adviesraadlid/externe evaluator vastgelegd in een korte rapportage. Bij de evaluatie worden de volgende indicatoren gehanteerd: . de daadwerkelijk uitvoering van de in het projectvoorstel beschreven plannen; . de effecten van de verleende financiële ondersteuning voor de uitvoering; . de effecten van het project in relatie tot de doelstelling van het project; . de spin-off van het project voor de omgeving; . de mate waarin de uitvoerende organisatie zelfstandig verder kan; . de mate waarin het project zelfstandig kan voortbestaan en groeien. Een project wordt als geslaagd beschouwd als de uitvoering heeft plaatsgevonden, de doelen zijn gerealiseerd en de activiteiten zonder verder steun van buiten kunnen voortbestaan. Gezien de variabele en vaak onzekere of turbulente context waarbinnen projecten op Papua gestalte krijgen (schermutselingen, politieke en maatschappelijke onrust) kan een project ook -deels- als geslaagd beschouwd worden wanneer lopende de uitvoering aansluitend bij de actuele omstandigheden de prioriteit gegeven is aan andere activiteiten die de lokale gemeenschap op gelijke wijze van nut zijn. Een project wordt beschouwd niet geslaagd te zijn als het project niet of onvolledig uitgevoerd is, geen continuïteit of vervolg heeft dan wel het project een negatieve spin-off voor de omgeving heeft. 6. Nawoord: de meerwaarde van Stichting Hapin In het voorafgaande hopen wij te hebben aangegeven waarom Hapin haar eigen plaats verdient in het spectrum van internationale solidariteit en ontwikkelingssamenwerking met Papua. De ontstaansgeschiedenis van Hapin laat zien dat een grote groep Nederlanders, ook tot uitdrukking komend in onze 9.000 donateurs, zich betrokken voelt bij de Papua's, en zich er van bewust is dat de geschiedenis Papua en Nederland nu eenmaal met elkaar heeft verbonden. Deze groep mensen verbindt hier een verantwoordelijkheid aan die Stichting Hapin tot uitdrukking wil brengen in concrete activiteiten. Ook andere groepen in Nederland doen dat, maar Hapin heeft zich langzamerhand onderscheiden door de ontwikkeling die zij heeft doorgemaakt. Er ligt nu een nadruk op het in materiële zin ondersteunen van het zelfbeschikkingsrecht van de Papua's. Binnen de kaders van ons beleid zijn het uiteraard de Papua's zelf die hieraan invulling en vorm geven. Dit hebben wij tot uitdrukking willenbrengen in de titel van dit meerjarenbeleidsplan Partner met Papua. 'Van' drukt bezit uit, maar 'met' betekent samen met, gelijkwaardig. Hapin heeft zich ook proberen te onderscheiden door een netwerk van adviseurs in Papua op te bouwen. Het is voor elke westerse donor moeilijk om zo ver weg, en onder zulke verschillende culturele omstandigheden, zinvolle ondersteuning te bieden. De Papua Adviesraad
  • 28. 27 drukt uit dat wij geloven in de capaciteit van de Papua's zelf om hun eigen ontwikkeling te leiden. Er zijn geen dure veldkantoren nodig. Bovendien maakt de Papua Adviesraad het mogelijk om vele kleinschalige initiatieven te ondersteunen. Ook dit is voor westerse donoren organisatorisch vaak onmogelijk geworden. Hapin is een organisatie met een redelijke omzet die de pretentie van ontwikkeling op grassroot niveau nog steeds waar kan maken. Dat vinden wij bijzonder en dat willen we graag in stand houden. Tenslotte willen we nogmaals het belang van onderwijs en capacity building benadrukken. Als je vindt dat de Papua's het zelf moeten doen, dan is ondersteuning op dat gebied onontbeerlijk. Ook hier ligt de kracht van Hapin voor een deel in kleinschaligheid, namelijk tot op het niveau van het individu. Talenten zijn een persoonlijke zaak, en die proberen we te vinden en te ondersteunen
  • 29. 28 Bijlage: de mensen achter Hapin (per medio 2003) Bestuur DR. WIEGER BAKKER (1958): portefeuilles: voorzitter, beleid en organisatie Woonde op jonge leeftijd enkele jaren in Papua. Na een reis door Papua raakte hij in 1994 betrokken bij de activiteiten van Hapin en is voorzitter sinds 1996 Hij is opgeleid als beleidssocioloog en werkzaam als senior-docent bij de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap van de Universiteit Utrecht. AALDERT GODSCHALK (1952): portefeuilles: penningmeester, studiebeurzen Is in Nieuw-Guinea geboren en sinds 1984 werkzaam als penningmeester bij Hapin. Daarvoor was hij betrokken bij de Stichting Hulp aan Studerende Papoea's. In het dagelijks leven is hij werkzaam als intern relatiemanager/analist voor de grootzakelijke markt bij Rabobank Nederland. DRS. JEROEN OVERWEEL (1962): portefeuilles: secretaris, projecten Papua Werkte na zijn studie Moderne Aziatische Geschiedenis (UvA) voor de medefinancieringsorganisatie Novib. Na vervolgens in Merauke twee jaar voor een lokale ontwikkelingsorganisatie gewerkt te hebben, deed hij twee jaar archief onderzoek naar de geschiedenis van Nieuw Guinea in Den Haag en Jakarta. Vanaf 1997 raakte hij betrokken bij de activiteiten van Hapin. Momenteel is hij werkzaam als wijkcoördinator bij de gemeente Amsterdam. DRS. NANCY JOUWE (1967): portefeuilles: PR en fondsenwerving Is de dochter van Papualeider Nicolaas Jouwe en studeerde Cultuurgeschiedenis en Vrouwenstudies aan de Universiteit Utrecht Na haar studie was zij enige jaren coördinator van het studie- en informatiecentrum Stichting Papua Volken. Zij is betrokken bij de activiteiten van Stichting Hapin sinds 1997 en vanaf 2000 als bestuurslid. In het dagelijks leven is zij werkzaam als adjunct directeur van Mama Cash Bureau en (vaste) vrijwillige medewerkers DRS. WIETSE TOLSMA (1951): directeur Studeerde Geschiedenis aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en is betrokken bij de activiteiten van Hapin sinds 1987. Na een lange periode waarin hij achtereenvolgens bestuurslid en secretaris/coördinator was, is hij sinds 2002 voor anderhalve dag per week als directeur van het bureau in dienst van Hapin. Voor het grootste deel van zijn tijd is hij werkzaam als docent Geschiedenis in het voortgezet onderwijs aan de Guido de Brès scholengemeenschap te Arnhem. DESIREE VAN DER KROGT (1959): programmacoördinator Was aanvankelijk verpleegkundige en volgde nadien de opleiding Aardrijkskunde (vrije studierichting Ontwikkelingsvraagstukken) aan de Katholieke Leergangen in Tilburg. Daarna was zij werkzaam bij het regionaal Centrum voor Ontwikkelingssamenwerking (COS) Noord- Holland Noord. In het kader van haar stage-onderzoek over gezondheidszorg in de Baliemvallei raakte zij in 1996 als vrijwilliger betrokken bij de activiteiten van Hapin. Vanaf 1998 is zij, aanvankelijk part-time en sinds 2002 full-time, in dienst als programmacoördinator bij Hapin. FRED ATHABOE (1945): studiebeurzen, adviseur PNG Kwam in 1985 vanuit Papua naar Nederland via PNG en Griekenland. Hij studeerde in 1975 af in Indonesische Burgerlijk Recht aan de Gajah Mada Universiteit in Yogyakarta en was tot april 1982 docent arbeidsrecht aan de Cenderarawasih Universiteit in Jayapura (Papua). Hij is betrokken bij stichting HAPIN sinds 1988.
  • 30. 29 IR. MIEUW VAN DIEDENHOVEN (1966): ICT, fondsenwerving, webmaster Studeerde Ecologie en Natuurbeheer aan de Universiteit van Wageningen. Via een afstudeeronderzoek in de Molukken raakte ze geïnteresseerd in de situatie van de Papua's. Sinds 1995, voert zij, deels als vrijwilligsters en deels als freelancer, diverse werkzaamheden uit voor Hapin, zoals het opzetten en onderhouden van de website, ondersteunende ICT-taken en fondsenwerving. DRS. HANS VERSNEL (1938) : PR en organisatie Studeerde Niet Westerse Sociologie in Utrecht en was daarna werkzaam aan de Vrije Universiteit te Amsterdam als docent Niet Westerse Sociologie. Nadien was hij werkzaam in verschillende functies op het terrein van internationale samenwerking, waaronder in de tachtiger jaren als adviseur voor de wereldbank voor transmigratieprojecten in Papua. De laatste jaren was hij achtereenvolgens werkzaam als wijkmanager en bestuursadviseur van het college van B&W van de gemeente Utrecht. Daarnaast was hij enige tijd bestuurslid van de Stichting Papua Volken. Hij is sinds 2003 actief betrokken bij de activiteiten van Hapin.
  • 31. 30 Adviesraad Papua YUSUP SAWAY (1969): coördinator, regio Manokwari en Nabire Studeerde Rechten aan een instelling voor hoger onderwijs in Indonesië en is naast zijn functie voor Hapin werkzaam als directeur van LSM Yapmi; een lokale Ngo op het terrein van sociaal werk in Manokwari. TREES ESI (1947): regio Merauke en Asmat Was tot haar pensionering eind 2002 werkzaam als docente in het basisonderwijs. Zij heeft een jarenlange ervaring met lokale sociale- en gezondheidszorg projecten en is bestuurslid van de lokale Ngo Yasanto. AGUS KOSAMAH (1972): Sorong en Fak Fak Studeerde Filosofie en Theologie en werkte voorheen bij SKP (Justitia et Pax) Sorong. ELIGIUS LAGOWAN (1966): Wamena en Baliemvallei Keerde na een hogere beroepsopleiding in de psychologie terug naar de Baliemvallei en werkte daar als secretaris bij polikliniek M.Mula. LITA RENWARIN (1977): Jayapura en achterland Volgde een management/computeropleiding en werkte eerder voor een niet-gouvernementele organisatie in Fak Fak (monitoring van kleine economische vrouwenprojecten) en vervolgens bij de GKI in Abepura. En verder ..... Naast degenen die hierboven zijn genoemd kan Hapin al jaren op verschillende mensen een beroep doen: voor de bemensing van een stand op een congres of manifestatie, voor het geven van voorlichting over Papua of voor het vertalen van documenten. Ook zonder hun inzet zou het werk van Hapin niet mogelijk zijn.
  • 32. 31 Comité van aanbeveling PROF. DR. W. ALBEDA, Hoogleraar Arbeidsrecht, Vm. minister Sociale Zaken CDA. MW. DRS. RIA BECKERS-DE BRUIJN, Voorzitter Natuur en Milieu, Vm. fractievoorzitter Groen Links. PROF. DR. TH. C. VAN BOVEN, Vm. rapporteur mensenrechten VN, Hoogleraar Intern. Recht. L.C. VAN DIJKE, Vm. Lid Tweede Kamerfractie ChristenUnie. J.S.L. GUALTHÉRIE VAN WEEZEL, Permanent Vertegenwoordiger van Nederland bij de Raad van Europa. AAD VAN DEN HEUVEL, Televisie medewerker/programmamaker. DRS. J. TEN HOOPEN, Vm. Hoofd Pharm. Dienst Nederlands Nieuw-Guinea. MR. DR. J.J.A. IMKAMP, Vm. lid Tweede Kamer D66. NICOLAAS JOUWE, Vm. vice-voorzitter Nieuw-Guinea Raad DR. C.S.I.J. LAGERBERG, Vm. Lector Culturele Antropologie Katholieke Universiteit Tilburg, Lid min. Advies- orgaan voor Internationale samenwerking, Medewerker Clingendael. M. LEERLING, Vm. Fractievoorzitter RPF. E. VAN MIDDELKOOP, lid Eerste Kamer ChristenUnie. MAARTJE VAN PUTTEN, Vm. lid Europees Parlement PvdA/medewerker Wereldbank. H.F.M. MÜNNINGHOF O.F.M., emeritus-bisschop Jayapura (Papua). G.J. SCHUTTE, Vm. fractievoorzitter GPV. IR. B.J. VAN DER VLIES, Fractievoorzitter SGP. G.J.J. (JOOP) VAN ZIJL, Vm. eindredakteur/presentator NOS-journaal.
  • 33. HAPIN STICHTING HULP AAN PAPUA’S IN NOOD Mulderstraat 35 3581 GP Utrecht tel: 030 234 00 12 fax: 030 236 90 55 e-mail: hapin@hapin.nl website: www.antenna.nl/hapin