• Save
Narrativiteit En Dramaturgie   Les2
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

Narrativiteit En Dramaturgie Les2

on

  • 2,913 views

 

Statistics

Views

Total Views
2,913
Views on SlideShare
2,873
Embed Views
40

Actions

Likes
1
Downloads
0
Comments
0

4 Embeds 40

http://www.daphnedijkerman.nl 33
http://www.slideshare.net 4
http://www.slideee.com 2
http://209.85.135.104 1

Accessibility

Upload Details

Uploaded via as Microsoft PowerPoint

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

Narrativiteit En Dramaturgie   Les2 Narrativiteit En Dramaturgie Les2 Presentation Transcript

  • Narrativiteit & Dramaturgie Crossmedia Concepting (CMC) Scripts & Formats Les 2 D. Dijkerman (DDI02) [email_address]
  • Vorige keer:
    • Wat is narrativiteit?
    • Wat is een verhaal?
    • Welke elementen zitten er in een verhaal?
    • Fabel, Sujet en Stijl
    • Onderdompeling in het verhaal
  • Wat is narrativiteit?
    • een verhaal waarin personages voorkomen die handelingen verrichten; deze handelingen nemen een bepaalde tijdsduur in beslag en spelen zich af in een ruimte en een tijd ; het geheel wordt de lezer/kijker meegedeeld vanuit een perspectief .
  • Narratieven
      • Narration ultérieure : vertelling achteraf: de meest courante
      • Narratoin antérieure : voorspellende vertelsituatie; zo kan een personage vertellen hoe het met een ander zal aflopen
      • Narratoion simultanée : gelijktijdige vertelling
      • Narration intercalée : ingelaste vertelling: bv actie kan afgewisseld worden met een brief waarin die actie becommentarieerd wordt
  • Vertellen (diegesis), schrijven, tonen (mimesis), beleven Elk medium heeft zijn eigen karakteristieken bijgedragen aan de ontwikkeling van narratologisch inzicht Verteld Geschreven Getoond Beleefd Verhalenverteller Gedicht Foto/schilderij Videogame Toneelstuk Roman Film/tv Flashapplicatie Improvisatietheater Hypertext roman Online video Interactief Drama (Virtual Reality) Tabel 1: Verhaalsoorten
  • Structuur van drama
    • expositie : de uiteenzetting van wat voorafgegaan is om wat volgt te kunnen begrijpen;
    • intrige: de verwikkeling, de ontwikkeling van een probleem wordt geschetst; (crisis)
    • climax: de spanning wordt opgevoerd;
    • catastrofe: de spanning komt tot ontlading en het begin van de ontknoping;
    • peripetie: de beslissende wending en de afwikkeling
  • Elementen in een verhaal
    • Tijd
    • Plaats
    • Ruimte
    • Perspectief
    • Verteller
    • Personages
    • Motieven
  • Continuïteit
    • Continuïteit in een speelfilm is datgene wat de illusie van een aanééngesloten, doorlopende gebeurtenis moet suggereren, ook al worden de verschillende delen van die gebeurtenis op verschillende tijdstippen en op verschillende plaatsen opgenomen.
  • Continuïteit “ Over de as gaan”
  • Bron: http://www.socsci.ru.nl/aw/CWV-AV/SyntaxAV2Montage.html
    • De vrouw staat bij camerapositie 1 links en de man rechts en dat blijft zo ook als men de cameraposities 1 en 2 kiest. De cameralijn-actielijn-verhouding wijzigt als men vanuit het mastershot (positie 1) overgaat naar de getrokken shots 2 en 3. Maar zowel in shot 2 als het tegenshot , of reverseshot vanuit positie 3 blijft de camera aan dezelfde kant van de actielijn. Springt men met de camerapositie over de aktielijn heen (positie x) dan staat opeens de man links en de vrouw rechts in het kader. Dit zorgt voor discontinuiteit.
  • Wederkerigheid van actie
    • these (stelling)
    • +
    • antithese (tegenstelling)
    • =
    • synthese (hogere eenheid)
    • probleem
    • +
    • actie
    • =
    • oplossing
  • Lagen van een verhaal
  • Lagen van een verhaal Mis-en-scene Mis-en-cadre Voice-over e.d. verhaal Biscoop-doek, tvscherm Browser
  • Lagen van een verhaal (2)
    • De verteller oefent op veel verschillende niveaus in de opbouw van een film zijn invloed uit.
    • Elke laag heeft zijn eigen karakteristieken, die allemaal vragen om een andere benadering.
    • Bij de bezoeker zijn al een aantal verwachtingen ontstaan over wat bepaalde signalen (cues) binnen een verhaal betekenen.
  • Narratologie in de verschillende media
  • Narratologie in de verschillende media INTERNET Figuur 1: Een schematisch en vereenvoudigd overzicht van de media die behandeld worden in dit hoofdstuk en hoe de narratologische termen daarmee samenhangen.                                                                                                                                                                          
  • Representatie
    • Elk nieuw medium heeft de structuur en het voorkomen van een verhaal veranderd.
    • Elk medium heeft zijn eigen karakteristieken bijgedragen aan de ontwikkeling van narratologisch inzicht
  • Narrativiteit & Games "In the cinema, the world is projected at you; in a videogame, you are projected into the world." (Poole in Nitsche, 2003)
  • Environmental storytelling (1)
    • Met de komst van de digitale communicatie spreken we tegenwoordig van ' environmental storytelling '.
    • Er ontstaan ruimtes die spelers kunnen verkennen, waar ze hun eigen verhaal kunnen creëren.
    • De speler speelt binnen de mogelijkheden van computerprocedures.
  • Environmental storytelling (2)
    • De grenzen zijn niet rekbaar, zoals die bij een levende verhalenverteller wel zouden zijn.
    • Games hanteren vaak, zonder dat de speler het direct doorheeft, een lineaire verhaallijn.
  • Games
    • Adventure games en roleplaying games bieden spelers de mogelijkheid om langs verschillende verhaallijnen een missie te volbrengen.
    • Games die gebruik maken van verschillende verhaalkeuzes op kruispunten bieden meestal alleen een kleine omweg van de hoofdlijnen van het verhaal aan.
    • Het bouwen van enkel een aantal kruisingen zorgt er namelijk al voor dat de auteur (programmeur) honderden verschillende eindes moet verzinnen.
  • Vaste formules
    • Verhalen zijn ook volgens Janet Murray opgebouwd volgens vaste formules, waardoor ze uitermate geschikt zijn om met de computer te creëren en te reproduceren volgens vaste patronen.
  • Meer…
    • http://www.mediamatic.nl/workshops/archief/2000_01/verhalenreader.html
  • Termen
    • Chronologie 
    • Vertelvolgorde van de plaatsgevonden gebeurtenissen. Chronologische vertel-volgorde houdt in dat alles in de juiste volgorde verteld wordt.
    • Climax 
    • Het hoogtepunt van een verhaal, waarin de opgebouwde spanning tot een uitbarsting komt. Niet elk verhaal heeft een climax.
    • Decoupage Om op een zodanige wijze te runen monteren dat je de shotswisselingen niet ziet, wordt een scene "gedecoupeerd". Dat wil zeggen, dezelfde scene wordt vanuit verschillende instellingen op verschillende manieren opgenomen, gedecoupeerd.
    • Flashback 
    • Terugblik, zowel naar gebeurtenissen buiten als binnen de handeling.
    • Genre 
    • Een werk kan tot een bepaalde groep werken behoren, met dezelfde kenmerken, ook wel genrekenmerken genoemd..
    • Handeling 
    • Het handelen van de personen in een verhaal, dus wat er gebeurt in een verhaal. Ook wel plot of intrige genoemd.
    • Uitgebreide verhalen daarentegen hebben naast de hoofdhandeling een of meer bijhandelingen (subplots, nevenintriges).
    • Intertekstualiteit / hyperlinking
    • Verwijzingen binnen het ene verhaal naar een andere. Dit kunnen heel directe verwijzingen zijn, waarbij de titel van het bedoelde boek meteen duidelijk is. Maar dit kunnen ook impliciete verwijzingen zijn, waarbij men moet denken aan een romanfiguur, een thema, etc.
    • Monologue interieur 
    • Weergave van de gedachten van een personage in de directe rede. Ook wel innerlijke monoloog of stream of consciensness genoemd.
    • Motief 
    • Een herhaaldelijk terugkerend element, dat een patroon in een verhaal vormt.
    • Mindscreen
    • een verfilming van de gedachtes van het peronage) zien we wat de verteller denkt.
    • Stijl 
    • De manier waarop een verhaal is geschreven. Een auteur kan bijvoorbeeld veel korte zinnen gebruiken, of juist heel beschrijvend zijn en alles tot in de details uitwerken. Het gebruik van veel bijvoeglijke naamwoorden of dialogen in een script/verhaal kan ook kenmerkend voor de schrijfstijl zijn.
    • Mis-en-scene
    • De shot als totaalplaatje of alle elementen die voor de camera geplaatst zijn: kostuums, make-up, licht, props, decor, maar ook de manier waarop er wordt geacteerd
    • Mis-en-cadre
    • zoals het beeldformaat, de duur van een shot, de afstand, de hoogte, de hoek, de stand, de beweging, de scherpte, de diepte, de opnamesnelheid van de camera en de compositie van het beeld.
    • Open einde 
    • Als de afloop van een verhaal niet precies duidelijk is, is er sprake van een open einde. De afloop kan zelf ingevuld worden. Daar tegenover staat een gesloten einde, als er geen twijfel bestaat over de afloop.
    • Perspectief 
    • Het gezichtspunt van waaruit een verhaal verteld wordt.
    • Recounting
    • het navertellen van een personage over iets dat gebeurd is
    • Tijdsprong 
    • Een (on)bepaalde hoeveelheid tijd wordt overgeslagen.
    • Symboliek 
    • Gebruik of toepassing van symbolen. Een symbool is iets dat staat voor iets anders. Een duidelijk voorbeeld is de roos die voor de liefde staat.
    • Thema 
    • Het thema is een algemene gedachte die het eigenlijke onderwerp van het verhaal vormt. Het is iets waar bijna iedereen mee te maken heeft, een 'algemene waarheid' dus.
    • Tijdverdichting 
    • Een bepaalde hoeveelheid tijd wordt ingekort, hierover wordt weinig tot niets verteld. Er wordt alleen een samenvatting gegeven.
    • Vertelde tijd 
    • De hoeveelheid tijd (uitgedrukt in minuten, dagen, weken, jaren) die tijdens de vertelde gebeurtenissen verstrijkt.
    • Vooruitwijzing 
    • Korte vooruitblik, ook wel flashforward genoemd, zowel naar gebeurtenissen buiten als binnen de handeling.
    • Verteltijd/-tempo 
    • De hoeveelheid tijd die verstrijkt in een bepaald aantal regels of bladzijden. Ten opzichte van het gedeelte er aan voorafgaand kan worden gesproken van een vertraging of een versnelling van het verteltempo.