Trends in veiligheid 2014

  • 239 views
Uploaded on

http://www.trendsinveiligheid.nl/ …

http://www.trendsinveiligheid.nl/
Trends in Veiligheid is al vier jaar het rapport met daarin de belangrijkste trends en ontwikkelingen in het openbare orde en veiligheidsdomein. Dit jaar is het thema ‘digitale ketensamenwerking’. Ketensamenwerking staat als onderwerp inmiddels volop in de aandacht bij de Rijksoverheid. Hierbij gaat het niet alleen om samenwerking tussen diverse overheden, maar vooral ook om samenwerking tussen overheid, burgers en bedrijfsleven. Belangrijk uitgangspunt is daarbij dat de overheid de wens van burgers centraal stelt bij deze interactie. Digitalisering in het veiligheidsdomein biedt een oplossing om deze samenwerking en afstemming goed vorm te geven en te kunnen sturen op resultaten.

More in: Education
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
239
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1

Actions

Shares
Downloads
0
Comments
0
Likes
0

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide

Transcript

  • 1. Trends in Veiligheid 2014 Digitale ketensamenwerking
  • 2. Trends in Veiligheid 2014 Digitale ketensamenwerking 1 the way we see it Utrecht, april 2014
  • 3. Voorwoord De uitgave van dit jaar is alweer de vierde Trends in Veiligheid. Trends in Veiligheid 2013 had als thema: Een digitale samenleving kan niet zonder digitale veiligheid. In deze uitgave bouwen we voort op het thema digitalisering en ligt de focus op digitale ketensamenwerking. 2 Trends in Veiligheid 2014
  • 4. gesteld. Nieuwe technieken dragen bij aan voorspellende analyses waardoor besluiten steeds meer op basis van ‘real- time’ informatie kunnen worden genomen. Cloud: zowel applicaties als gegevens komen steeds meer in de cloud. Dit helpt om flexibeler om te gaan met IT. De investeringsbehoefte neemt af, het wordt meer ‘pay-per- use’. Applicaties worden meer standaard. Kortom: informatisering is nodig om ketensamenwerking suc- cesvol te kunnen realiseren. Maar dat kan pas als er heldere beelden zijn over wat precies het doel van ketensamenwerking is. Als de neuzen van de diverse belanghebbenden één kant op staan. Als aan belangrijke voorwaarden is voldaan. Dit is niet triviaal: veel projecten stagneren of leiden niet tot het gewenste resultaat. Daarom gaan de meeste artikelen van deze uitgave van Trends in Veiligheid juist over de richting, inrichting en randvoorwaarden voor succesvolle ketensamen- werking. Capgemini is er trots op middels deze uitgave een bijdrage te leveren aan het debat rond digitale ketensamenwerking, en daardoor ook een bijdrage te leveren aan het zetten van daad- werkelijke stappen tot verbetering. Door te starten met de ont- wikkeling van een visie. En door daarna gebruik te maken van informatietechnologie om de visie te realiseren. Om een duur- zaam resultaat te bereiken. Jeroen Versteeg Directeur Capgemini Nederland B.V. Ketensamenwerking staat als onderwerp inmid- dels volop in de aandacht bij de Rijksoverheid, onder meer tijdens het iBestuur Congres van 28 januari 2014. Hierbij gaat het niet alleen om samenwerking tussen de diverse overheden, maar vooral ook om samenwerking tussen overheid, burgers en bedrijven. Waarbij als belangrijk uitgangspunt steeds meer geldt dat de overheid de wens van burgers en bedrijven centraal stelt bij deze interactie. De overheid probeert burgers en bedrijven steeds beter te begrijpen: ‘klantreizen’ worden opgesteld en dienen als uit- gangspunt voor een efficiënte dienstverlening aan burgers en bedrijven. En daarmee dienen ze ook als basis voor een efficiënte en effectieve overheid. De rol van informatisering is hierbij cruciaal. Dit beweegt zich langs twee assen: • Informatisering helpt de overheid om informatie makkelijker te delen en beschikbaar te stellen en daardoor beter samen te werken. Digitalisering van werkstromen leidt tot groot efficiëntievoordeel. Managementinformatie komt meer voor- handen en verbetert de (keten)besturing op de processen. • Informatisering helpt om op nieuwe manieren met de bur- gers en bedrijven (maar ook onderling) te communiceren. De grote IT-trends van 2014: Social, Mobile, Analytics en Cloud (‘SMAC’) spelen hierbij een rol: Social: de sociale media zorgen voor andere manieren van communicatie, zowel binnen de overheid als tussen overheid en bedrijven en burgers. Deze communicatie kan goed wor- den ingezet, maar hiervoor is wel een actief beleid nodig. Mobile: internet is overal, via allerlei hulpmiddelen. Verwachtingen van alle partijen over flexibele toepassing zijn steeds hoog en constante vernieuwing van de ‘infrastructuur’ is nodig. Het gebruik van apps neemt snel toe. Analytics: steeds meer data komt beschikbaar. Data die op nieuwe wijze kan worden gebruikt. Maar ook data die door de overheid als ‘open data’ beschikbaar moet worden 3 the way we see it
  • 5. Managementsamenvatting Trends in Veiligheid 2014 Drs. Erik Hoorweg MCM en Eva Miltenburg MSc Ketensamenwerking: een goede voorbereiding is het halve werk Dr. T.A. Rodrigues en drs. ir. M.H. van der Duin Van geketende netwerken naar genetwerkte ketens Joost van der Stoep MSc en Wender van Mansvelt MSc Informatie moet stromen! Digitale transformatie van de jeugdstrafrechtketen Karin van de Laar MSc Van rigiditeit naar flexibiliteit in ketensamenwerking Evelien van Zuidam MSc, drs. Abderrahman Kaouass en drs. Con Sadée Versterking veiligheid door afgestemde digitale transformatiestrategie Drs. Geert Mol, drs. Laurens van ’t Hoog en drs. Eelco Smid Bepaal, plan en volg het ritme in de keten Karin van de Laar MSc en Eva Miltenburg MSc Fraude met fietsverzekeringen aangepakt door het delen van informatie Patrick van der Aa, mr. Lex Westerman en drs. Martien Hols Naar één landelijke meldkamerorganisatie door digitale ketensamenwerking Drs. Erik Hoorweg MCM en drs. Bert Berghuis 6 14 18 23 28 32 36 40 45 Inhoudsopgave 4 Trends in Veiligheid 2014
  • 6. 50 54 58 62 het gebied van secure operations Ad Reuijl, drs. Matthijs Ros Thoughtleadership Cybersecurity als enabler van digitale transformaties Drs. Matthijs Ros, drs. Laurens van Nes en Lieke Schepers MSc Anti-witwasbeleid: think big, act small Marcel Kordes, drs. Paul Lengkeek en drs. Laurens van Nes Synergievoordelen bij digitale samenwerking op 5 the way we see it
  • 7. 6 Trends in Veiligheid 2014
  • 8. Managementsamenvatting Trends in Veiligheid 2014 Digitale ketensamenwerking 7 the way we see it
  • 9. In het veiligheidsdomein is een dynamiek ontstaan waarin zorgdragen voor veiligheid steeds meer een samenspel is tussen publieke en private partijen. Figuur 1: Er zijn veel initiatieven die vragen om uw hulp in het veiliger maken van uw buurt of het land. In welke mate bent u bereid om via sociale media de overheid te helpen? Zo ja? Welke social media kanalen zou u dan gebruiken?2 Ja, enigszins tot zeer bereid zeer bereid SMS 52% Twitter 8% Facebook 27% Anders, namelijk 13% neit bereid bereid helemaal niet bereid enigszins bereid 39% 8%7% 11% 35% Samenwerking wordt steeds belangrijker Het belang, maar ook de afhankelijkheid van de overheid bij dergelijke initiatieven neemt toe. Een voorbeeld hiervan is te vinden bij organisaties met een vitale functie in de (digitale) samenleving zoals energiebedrijven, de financiële en telecomsector. Vitale sectoren zijn cruciaal voor het goed functioneren van de Nederlandse maatschappij, en slechts twintig procent van de vitale infrastructuur is in handen Klassieke grenzen beginnen te ver- vagen. Niet langer is de overheid de belangrijkste initiator voor veiligheids- initiatieven maar steeds vaker zijn dit private of burgerinitiatieven. Burgers en bedrijven blijken in toenemende mate een beroep te doen op private partijen bij het vormgeven van de veiligheidszorg.1 Uit het Capgemini- onderzoek uitgevoerd door TNS NIPO blijkt dat bijna de helft van de burgers bereid is het initiatief te nemen om via sociale media te helpen de buurt of het land veiliger te maken. 1 http://www.hetccv.nl/binaries/content/assets/ccv/secondant/2012/secondant_2012_juli_private-veiligheidszorg.pdf. 2 Bron: Onderzoek Capgemini, Trends in Veiligheid januari 2014. 8 Trends in Veiligheid 2014
  • 10. Figuur 2: Organisaties met een vitale functie in de (digitale) samenleving, zoals de energiebedrijven, telecomsector en de financiële sector dienen door de overheid gesteund te worden om zo hun weerbaarheid tegen ICT-verstoringen te vergroten.2 2013 2014 2% 1% 2% 6% 17% 40% 34% 8% 8% 20% 48% 14% helemaal mee eens helemaal mee oneens weet niet mee eens niet eens of oneens mee oneens van de overheid. Een nauwe samenwer- king tussen overheid en bedrijfsleven is daarom noodzakelijk voor de nationale veiligheid.3 Maar liefst driekwart van de ondervraagde burgers is van mening dat organisaties met een vitale functie door de overheid gesteund dienen te worden om beter bestand te worden tegen mogelijke ICT-verstoringen. Ten opzichte van nog geen tweederde in 2013 is dat een forse toename. Dus alhoewel de overheid slechts voor een klein deel eigenaar is van de vitale sec- tor, bestaan groeiende verwachtingen van burgers ten opzichte van de over- heid om veiligheid te ondersteunen. Veiligheid wordt niet gereali- seerd door één organisatie, maar het veld is versnipperd. Ondanks de centralisatie en concentratie van bijvoorbeeld de politie en de meldkamer- organisatie wordt het veilig- heidsdomein gedomineerd door veel autonome organisa- ties die een bijdrage leveren aan de veiligheid in Nederland. Dit vraagt om samenwerking en afstemming tussen de organisaties die onderling verbonden zijn in ketens en netwerken. Digitalisering voor keten- samenwerking Digitalisering in het veiligheidsdomein biedt een oplossing om deze samen- werking en afstemming goed vorm te geven en te kunnen sturen op resul- taten. Informatie beschikbaar maken, delen of op elkaar afstemmen, is cru- ciaal voor veiligheid. Informatie moet met elkaar gedeeld kunnen en willen worden. Hierbij is goede voorbereiding het halve werk, waarbij de bestuurs- kundige standaard van de geverticali- seerde aanpak van vraagstukken niet voldoet. Een gezamenlijke visie en onderlinge afspraken zijn belangrijk. Het organisatieoverstijgende netwerk van professionals binnen de ketenpar- tijen kan hiervoor uitstekend worden ingezet. Verschillende partners kunnen tegelijkertijd dezelfde informatie nodig hebben, terwijl deze informatie in bezit is van slechts één organisatie. Gezamenlijk bepalen welke informatie benodigd is en met welke waarborgen de informatiedeling en -stroom ingericht moeten worden, is hiervoor een sleutel- factor. Een casus hiervoor is de digi- talisering van de jeugdstrafrechtketen zoals beschreven in dit rapport. Ondersteuning van cloud-oplossingen voor het verzamelen, borgen en toe- gankelijk maken van informatie maakt dat ketenorganisaties het doel van de ketensamenwerking weer voorop kunnen laten staan in plaats van de inrichting van de keten. Door de infor- matiestructuur in de cloud op te slaan, is de juiste informatie op een veilige manier voorhanden voor organisaties in die samenwerking om gefundeerd en snel beslissingen te kunnen nemen. Dergelijke handvatten voor het moder- niseren van de ketenorganisatie helpen om binnen de organisaties de focus te leggen op een model waarin mede- werkers binnen de organisaties flexibel kunnen bijdragen aan het organisatie overstijgende doel en netwerk. Initiatieven in de digitalisering van ketens vragen daarmee ook om het bezien van de eigen ambities, initiatieven en gevolgen van die digitalisering van organisaties in samenhang met de andere onderdelen van de keten. Waar overkoepelend de kaders worden gesteld voor de digitale samenwerking, is het aan de individuele ketenorgani- saties om te bepalen wat dit betekent voor de eigen organisatie. Zo zien de drie reclasseringsorganisaties in Nederland, Reclassering Nederland, Stichting Verslavingsreclassering en het Leger des Heils, zich voor de vraag hoe de ambitie voor het optimaliseren van digitale ketensamenwerking zich tot 3 Rijksoverheid.nl; “Informatie Vitale Sectoren” PDF document 9 the way we see it
  • 11. Figuur 3: Hoeveel vertrouwen heeft u erin dat de overheid veilig met uw gegevens omgaat?2 zeer weinig vertrouwen zeer veel vertrouwen 4% 12% 39% 39% 6% Figuur 4: Stel dat de overheid ter bevordering van cybersecurity en in het kader van bestrijding van cybercriminaliteit in computers van consumenten zou mogen kijken zonder dat de consumenten daar iets van merken. Wat zou u daar dan van vinden?2 de eigen digitale transformatiestrategie verhouden. Digitale ketensamenwerking maakt het makkelijker om de invloed van ontwik- kelingen en trends in de keten te bepa- len voor de eigen organisatie. Juist in tijden van bezuinigingen en druk op de productie moeten organisaties tijdig kunnen bepalen wat veranderingen in de keten voor gevolg hebben op de eigen organisatie in termen van capa- citeit, doorstroom, productie en finan- ciering. Vraagplanning maakt dat een organisatie kan anticiperen op de toe- komstige vraag naar eigen diensten, in plaats van reactief te laat in te kunnen grijpen. Ketensamenwerking door digitalisering Digitalisering in het veiligheidsdomein is ook steeds vaker een aanleiding voor samenwerking. Zo kan fraude met fiets- verzekeringen worden aangepakt door het delen van informatie tussen orga- nisaties die dit eerder niet deden. Deze nieuwe sluitende keten bereikt voordelen zoals het besparen van capaciteit bij de politie en minder onterechte uitkeringen bij verzekeraars. Zowel publieke als private winst wat zonder digitale moge- lijkheden waarschijnlijk minder makkelijk te realiseren was geweest. Een ander voorbeeld van digitale keten- samenwerking is de vorming van één landelijke meldkamerorganisatie. In dit rapport vindt u een pleidooi om dit langs de weg van de digitale transfor- matie te doen, waarbij de burger met de hulpvraag het kompas vormt. Op Europees niveau kunnen digitale platforms zoals HEMOLIA helpen om de internationale samenwerking tussen nationale Financial Intelligence Units en opsporingsdiensten te faciliteren. Dit biedt de mogelijkheid om bij zware strafbare feiten de bewijskracht tegen verdachten sterk te laten toenemen door gegevens van ongebruikelijke en ver- dachte financiële transacties te combi- neren met telecommunicatiegegevens. En dat alles binnen de wettelijke kaders. Keerzijde of kans? Want laten we de wettelijke kaders niet vergeten. Het delen van informatie over personen tussen organisaties lijkt zeer goed 2% goed 10% enigszins goed 21% niet goed 35% zeer slecht 32% een welkome oplossing voor hobbels in samenwerking, terwijl burgers zich nog meer zorgen maken over privacy dan vorig jaar. Eén op de zes burgers wantrouwt de overheid ten aanzien van de omgang met persoonlijke gegevens van burgers. Nog geen derde van de Figuur 5: De overheid zou actiever moeten optreden tegen cybercriminaliteit.2 Helemaal mee oneens Mee oneens Niet mee eens of oneens Mee eens Helemaal mee eens 0% 10% 20% 30% 40% 50% 0% 1% 11% 47% 41% 10 Trends in Veiligheid 2014
  • 12. Nederlandse bevolking heeft het ver- trouwen dat de overheid haar privacy voldoende beschermt. Een ontwikkeling waar privacy een hot issue is, zijn de gegevensverzamelingen van overheden van burgers die Google, Facebook, Youtube, Apple, Microsoft, Yahoo, Paltalk, AOL of Skype gebrui- ken. Bijna één op de drie Nederlanders noemt een situatie waarin de overheid mee zou mogen kijken op de compu- ters van consumenten ‘zeer slecht’. Zelfs als dit in het kader van bevordering van de digitale veiligheid en de bestrij- ding van internetcriminaliteit zou plaats- vinden. Aan de andere kant geven burgers steeds vaker aan dat de overheid inter- netcriminaliteit actiever moet bestrijden. De overheid bevindt zich hier in een spagaat. Cybersecurity is de verzame- ling van middelen, beleid, maatregelen, best practices en technologieën die kunnen worden ingezet om de digitale omgeving van de organisatie en gebrui- ker te beschermen. In dit trendrapport is beschreven hoe cybersecurity de innovatie ondersteunt. De veilige om- geving die cybersecurity creëert, maakt dat sneller kan worden geëxperimen- teerd met nieuwe technologieën voor nieuwe diensten en doeleinden. Overheidsdiensten en burgers kunnen door cybersecurity directer in controle over hun eigen informatie en de dien- sten worden gesteld. Want, net als in 2013, vindt de overgrote meerderheid van de bevolking het absoluut nood- zakelijk om te investeren in het vergroten van het kennisniveau omtrent cyber- beveiliging. Dit maakt dat digitalisering van de maatschappij als kans kan worden benut door in samenwerking Nederland veiliger te maken. In dit kader is in dit rapport een pleidooi op- genomen om als overheidsorganisaties niet afzonderlijk te acteren op cyber- security, maar in gezamenlijkheid een Security Operations Center (RijksSOC’s) op te zetten. Figuur 6: Verhoging van het kennisniveau van de overheid en in het bijzonder de politie is absoluut noodzakelijk.2 Weet niet Mee oneens Niet mee eens of oneens Mee eens Helemaal mee eens 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 2% 49% 1% 6% 42% Contactgegevens Meer informatie over openbare orde en veiligheid vindt u op www.trendsinveiligheid.nl Over de auteurs Drs. Erik Hoorweg MCM is vice president bij Capgemini Consulting en actief op het gebied van openbare orde en veiligheid. Eva Miltenburg MSc is senior consultant bij Capgemini Consulting en richt zich op operational excellence in het veiligheidsdomein. 11 the way we see it
  • 13. Bijna de helft van de burgers is (zeer) bereid om via sociale media te helpen om de buurt of het land veiliger te maken. 46%46% 1 op de 3 Nederlanders voelt zich soms tot vaak onveilig (33%). Het gevoel van onveiligheid in de samenleving is daarmee in vergelijking met 2013 afgenomen. Trends in Veiligheid is al vier jaar het rapport met daarin de belangrijkste trends en ontwikkelingen in het open- bare orde en veiligheidsdomein. De verschillende auteurs geven naast een heldere visie ook grensverleggende inzichten en intelligente oplossingen op het snijvlak van vrijheid en veiligheid. Aanvullend heeft Capgemini in januari 2014 een onderzoek onder burgers in Nederland laten uitvoeren door TNS NIPO. Op deze pagina’s leest u enkele uitkomsten uit het onderzoek. 8% 53% 27% Het aandeel Nederlanders is verdubbeld (55%) dat een zeer grote impact op de maatschappij verwacht, wanneer een overheidsorganisatie wordt getroffen door uitval van ICT-systemen. Deze impact is volgens het merendeel (61%) het grootst als het een financiële instelling betreft. Samenspel publiek en privaat 2013 2014 55% 61% Driekwart van de bevolking vindt dat de over- heid organisaties met een vitale functie moet ondersteunen om weerbaar te worden tegen ICT-verstoringen. Ten opzichte van nog geen tweederde in 2013 is dat een forse toename. 12 Trends in Veiligheid 2014
  • 14. 55% Hoeveel wantrouwen hebben burgers dat instanties veilig met hun gegevens omgaan? 2 op de 3 (67%) van de Nederlandse bevolking is zich bewust van internetcriminaliteit. Stijging van 17% ten opzichte van 2011. Een meerderheid is vóór de uitwisseling van persoons- gegevens tussen inlichtingendiensten ten behoeve van de nationale veiligheid. Maatregelen voor online bescherming www.trendsinveiligheid.nl Wanneer echter de eigen privacy in het gedrang komt, zien we de meningen van Nederlanders polariseren à28% zegt nee. zeer slecht zeer goed Het vertrouwen in samenwerking bij onveilige situaties tussen overheid en gemeentelijke partijen is laag. Van de burgers maakt 51% zich in toenemende mate zorgen om privacyschendende maatregelen. Digitalisering de oplossing voor ketensamenwerking? Kennisniveau cybersecurity google 59% overheid 16% banken 16% Belastingdienst- DigiD 12% verzekerings- maatschappijen 24% ziekenhuizen 17% webshop 52% Beveiligingssoftware 69% Mijden verdachte websites 75% Geen privégegevens online 59% Cookies wissen 54% Lezen privacybeleid software 17% Niets 5% 27% van de bevolking besteedt meer aandacht aan veilig internetgedrag. Vindt dat een cyber-crimeverzekering geen meerwaarde heeft. Cybercrime komt steeds dichterbij. Kans gedupeerd te worden door cybercrime neemt toe volgens burgers. Kanspercentage 31% 21% 17% 27% 33% 34% HACK 1 24% 25% 42% 27% 6% 13 the way we see it
  • 15. Ketensamenwerking: een goede voorbereiding is het halve werk 14 Trends in Veiligheid 2014
  • 16. bestuurskunde beschikt de dossier- eigenaar tevens over de middelen om de oplossing te realiseren en heeft daarmee doorzettingsmacht. Recente bestuurskundige inzichten daarentegen gaan veel meer uit van horizontalisering: veel thema’s kennen geen natuurlijke dominante of eigen actor per organisatie meer, maar zouden op basis van gelijkwaardige samenwer- king moeten worden opgepakt in zowel ontwerp als realisatie. Een voorbeeld vormt de nieuwbouw van het Centraal Station te Rotterdam met verschillende opdrachtgevers, waaronder ProRail en de gemeente Rotterdam, met uiteen- lopende belangen. Dergelijke projecten hebben geleid tot het denken in termen van een multi-stakeholderbenadering. Ketenprojecten en -programma’s vinden meestal juist in dat soort contexten plaats en zijn daar ook vrijwel zonder uitzondering te definiëren als een hori- zontale multi-stakeholderactiviteit. Deze constatering heeft direct gevolgen voor de inrichting c.q. het te gebruiken instrumentarium in ketenprojecten en/ of -programma’s. Vanuit onze ervaring daarmee in het veiligheidsdomein wil- len wij drie “bezint eer ge begint” waar- schuwingen laten klinken: 1. Multi-stakeholderdenken (en dus ketensamenwerking) vraagt een andere organisatieontwerp-bena- dering. Gegeven het feit dat er in ketenprojecten of -programma’s geen natuurlijke superioriteit van een Welke randvoorwaarden moeten eerst ingevuld worden om ketensamenwerking succesvol te laten zijn? Highlights • Ketenprojecten vragen om een bijzondere aan- pak om beginnersfouten te vermijden. • Thema’s moeten op basis van gelijkwaardige samenwerking worden opgepakt. • Start de dialoog al voor- dat de eigen visie helder is. • Stel vooraf gedeelde kaders en randvoorwaar- den (spelregels) vast. • Hanteer scherpere eisen aan de projectbeheersing van een ketenproject. Het is natuurlijk geen nieuws dat keten- samenwerking al jarenlang een zeer belangrijke trend is, niet alleen in de veiligheidssector, maar ook daarbui- ten. Steeds meer publieke, private en publiek-private thema’s vragen om samenwerking in termen van keten- organisatorische principes en uitgangs- punten om processen te optimaliseren. Het is daarom eens te meer opmerkelijk dat in de aan- pak van ketenprojecten en -programma’s zo vaak en zo veel beginnersfouten worden gemaakt, doordat betrokke- nen zich het bijzondere karak- ter van het ketendenken niet realiseren. In dit artikel willen we duidelijk maken wat de verschijnselen van ketenprojec- ten en/of -programma’s zijn en welke eisen dit aan de inrichting daarvan stelt. Hierbij wordt een keten gezien als een netwerk van organisaties, mensen en activiteiten die informatie en/of activitei- ten uitwisselen. Om met het eerste te beginnen. In het klassieke bestuurskundige model wor- den veel vraagstukken geverticaliseerd. Dat wil zeggen: dat er één dossiereige- naar wordt aangewezen die een voor- stel of oplossing ontwikkelt en vanuit die oplossing met anderen communi- ceert c.q. acteert. Vanuit de klassieke In dit artikel wordt beschreven wat de verschijnselen van ketenprojecten en/of -programma’s zijn en welke eisen dit stelt aan de inrichting van deze projecten en programma’s. 15 the way we see it
  • 17. van de partijen bestaat, zal het ont- werpen van oplossingskaders altijd een interactieve dialoog vragen. Veel ketenpartijen hebben daar moeite mee, omdat zij gewend zijn pas in dialoog te treden als ze zelf bepaald hebben wat ze willen, moeten en/of kunnen. Het ontwikkelen van veilige leer- en ontwikkelsituaties om deze ontwerptransitie te kunnen maken achten wij een zeer essentiële suc- cesconditie. 2. Ketensamenwerking stelt andere eisen aan de governance aangezien deze voor een belangrijk deel niet met een klassiek instrumentarium valt te beheren en/of te beheersen, maar veel vraagt van houding en gedrag. Het operationaliseren van de ketenprocessen veronder- stelt immers dat de stakeholders hun uitgangspunten, werkwijzen en methodieken vooraf op elkaar afstemmen. In veel situaties wordt dit door partijen onvoldoende gerea- liseerd en begint men gewoon. Wij achten het van het grootste belang om vooraf gedeelde kaders en rand- voorwaarden (spelregels) vast te stellen. Ten aanzien van het belang van de houding en gedragscom- ponent kan geleerd worden van de woningbouwsector. De complexiteit is in deze sector de laatste jaren enorm toegenomen. Met name door specialisatie is de keten, om uiteindelijk een woning neer te zet- ten, steeds langer geworden met een toenemend aantal schakels. Binnen deze sector is het gebruik van ketensamenwerking dan ook al langer gemeengoed en heeft uit- eindelijk geleid tot de oprichting van het Platform Ketensamenwerking, door Bouwend Nederland en de vereniging van woningcorporaties. Belangrijke eisen die in deze sector worden gesteld, zijn: • wederzijds vertrouwen; • gemeenschappelijke dialoog; • focus op het gemeenschappelijk • belang. Daarnaast is het van belang om de governance zodanig in te richten dat er sprake is van een heldere sturing, dat er gedegen plannen zijn opge- steld en dat de voortgang van het project kan worden bewaakt. Ook moet er bij aanvang van het project worden vastgesteld of er voldoende commitment is bij de deelnemers en of er gezamenlijk geoperationaliseerde doelen zijn gedefinieerd. 3. Ketensamenwerking stelt verscherpte eisen aan projectbeheersing en vooral aan de voorbereidingsfase. Daarbij zijn een viertal elementen cruciaal: • Welk collectief (h)erkend probleem wordt met het ketenproject of -programma opgelost. Hebben alle partijen eenzelfde beeld en is er voldoende commitment aan de oplossing (alignment). • Is er gegeven de complexiteit van ketenvraagstukken een voldoende geoperationaliseerd en gedeelde ‘work breakdown structure’ of operationalisatie. • Hebben de partijen op zowel inhoud als vaktechniek voldoende gedeelde kaders en spelregels afgesproken om de in interactie en dialoog ontstane ideeën over ont- werp en realisatie ook in samen- hang te brengen en te houden. • Aangezien er sprake is van veel partijen, is het voor de realisatie- fase van groot belang om tot heldere taak- en verantwoorde- lijkheidverdeling te komen en een zeer kortcyclische en goed leesbare methodiek van voortgangsmonito- ring te gebruiken. 16 Trends in Veiligheid 2014
  • 18. Over de auteurs Dr. T. A. Rodrigues is zelfstandig bestuursadviseur en onder andere voorzitter van de Reviewboard voor het ICT- aanvalsprogramma van de nationale politie. Drs. ir. M.H. van der Duin secretaris van de Reviewboard voor het ICT- aanvalsprogramma van de nationale politie. Zij schrijven deze bijdrage op persoonlijke titel. Contactgegevens Voor meer informatie kunt u contact met de auteurs opnemen via www.trendsinveiligheid.nl Tot besluit In verschillende opleidingen, cursussen en workshops wordt het thema keten- samenwerking in een of andere vorm meegenomen. Terugkerende thema’s bij ketensamenwerking met behulp van ICT zijn hierbij de methode ketensamen- werking, de rol van de architect en informatiestrategie voor de ketensamen- werking. Dit wekt de indruk dat met een aanpak of recept de ketensamenwerking vorm kan worden gegeven. Daarbij wordt voorbij gegaan aan de complexiteit die het werken in een multi-stakeholderom- geving met zich meebrengt. In een dergelijke omgeving is geen sprake van centrale macht en verticale sturing, maar juist van verbinding en horizontale sturing. Hierdoor vormen ketenprojecten - nagenoeg zonder uit- zondering - complexe en ambitieuze projecten en vergen niet alleen een gedegen voorbereiding maar vooral een andere kijk op elementen als governance, business en alignment en vergen een - met nadruk specifieke - aandacht voor het bijbehorende gedrag c.q. houding. 17 the way we see it
  • 19. Van geketende netwerken naar genetwerkte ketens 18 Trends in Veiligheid 2014
  • 20. Deze verbeteringen zijn top-down doorgevoerd op de reeds bestaande organisatiestructuren. De keten kan nog veel verder worden versterkt door het potentieel van de individuele mede- werker beter te benutten. Dit artikel beschrijft hoe prestaties in de straf- rechtketen verder kunnen worden ver- sterkt door in te zetten op organisatie- overschrijdende samenwerking op het niveau van de professional. Er is al veel bereikt Het versterken van de prestaties binnen de strafrechtketen betreft bijvoorbeeld het terugdringen van fouten, het verkor- ten van de doorlooptijden en het verbe- teren van de informatievoorziening. Er is nauw samengewerkt tussen de beleids- directies en het management van alle betrokken uitvoeringsorganisaties in de keten (de zogenoemde ketenpartners). Gezamenlijk zijn de werkprocessen onder handen genomen, is de informatievoor- ziening verbeterd en waar nodig is de wet aangepast. Op beleids- en directieniveau kristalliseren de plannen zich al redelijk uit en ook in de uitvoeringspraktijk wor- den verbeteringen in de werkprocessen zichtbaar. Een voorbeeld daarvan is de ZSM-tafel waaraan meerdere ketenpart- ners deelnemen om na arrestatie van een verdachte zo snel mogelijk en in geza- menlijkheid tot een beslissing te komen omtrent het vervolgtraject: beboeten, lichte strafoplegging of verdere vervolging. Hoe kan organisatieoverstijgende samenwerking op het niveau van de professional op de werkvloer bijdragen aan het verder versterken van de strafrechtketen? Highlights • Benutten van het potentieel van de individuele professional binnen de strafrechtketen is essentieel voor daadwerkelijke versterking van prestaties. • Uitdaging: verbinden van hiërarchische aansturing met netwerken van professionals in de uitvoering. • Meer dan voorheen zijn organisaties direct afhankelijk van de snelheid en de kwaliteit waarmee zij in een bestaande behoefte kunnen voorzien. • In de netwerksamenleving vervagen de klassieke grenzen tussen organisaties. • Voor het realiseren van de ketendoelen dient de professional gebruik te maken van zijn organisatieoverstijgende netwerk. • Slechts 30% van de respondenten van het TNS-NIPO onderzoek heeft veel of zeer veel vertrouwen in de samen- werking tussen overheidsorganisaties bij onveilige situaties. • Het uitvoeren van een netwerkanalyse maakt inzichtelijk wat goede netwerken zijn. • Door geïdentificeerde netwerken onderdeel te maken van de rollen die professionals uitvoeren, worden netwerken overdraagbaar. Er zijn de laatste jaren flinke stappen gemaakt met het versterken van prestaties in de strafrechtketen. Daarbij lag de nadruk voornamelijk op het ontwerpen van werkprocessen op de koppelvakken tussen de organisaties en het verbeteren van informatie-uitwisseling. 19 the way we see it
  • 21. Maar, er is nog een wereld te winnen De succesvolle manier van (samen) werken aan de ZSM-tafel is nog lang niet bij alle activiteiten in de strafrecht- keten doorgevoerd en biedt ook geen universele aanpak voor elke situatie. Het meeste werk gebeurt nog steeds door verschillende medewerkers vanuit verschillende organisaties. Naast het verbeteren van de processen zoals bij ZSM wordt er momenteel ook gewerkt aan het verbeteren van de informatie- uitwisseling tussen de organisaties.1 Dit is een belangrijke volgende stap, maar voor een verdere versterking van de samenwer- king moet er op uitvoerings- niveau door elke medewerker een verbeterslag gemaakt worden. Het model voor mens, proces en technologie geeft aan waar in onze ogen de winst te behalen is: door het benutten van het menselijk potentieel, dat door de digitali- sering van de maatschappij is toegenomen, zullen de presta- ties in de strafrechtketen ver- beteren. Dat er nog een wereld is te winnen, blijkt ook uit het Trends in Veiligheid onderzoek 2014 van Capgemini, uit- gevoerd door TNS NIPO. Op de vraag hoeveel vertrouwen men heeft in de onderlinge samenwerking tussen over- heidsinstellingen bij onveilige situaties, geeft slechts 30% van de respondenten aan hier veel of zeer veel vertrouwen in te hebben. Deze uitkomst toont aan dat de burger nog niet volledig kan vertrou- wen op een optimaal presterende straf- rechtketen. Het benadrukt dat er nog Figuur 1: Verbeterpotentieel strafrechtketen Processen Technologie Mensen veel winst te behalen valt met het ver- der versterken van de strafrechtketen om het vertrouwen van de burger te vergroten. Een netwerkperspectief voor verdere versterking van de strafrechtketen Digitale transformatie en een weten- schappelijke kijk op de netwerksamen- leving bieden handvatten voor verdere versterking van de strafrechtketen. Het kenmerk van een netwerksamenleving is dat iedereen met iedereen in contact kan komen en dat deze sociale relaties die ontstaan waarde vertegenwoordigen (sociaal kapitaal).2 Deze relaties zijn belangrijk bij het uitvoeren van beleid en het behalen van resultaten (top-down), maar ook voor het benutten van de kennis en ervaring van de medewerkers (bottom-up). Deze relaties zijn cruciaal voor het laten slagen van organisatie- overstijgende samenwerking op de korte én lange termijn. Gefaciliteerd door de toegenomen mogelijkheden op het gebied van infor- matie- en communicatietechnologie vervagen klassieke grenzen tussen organisaties en werken professionals in toenemende mate (organisatie)grens- overschrijdend.3 Deze ontwikkeling doet beseffen dat organisaties in de huidige maatschappij veel meer direct afhanke- lijk zijn van de snelheid en de kwaliteit waarmee in een bestaande behoefte kan worden voorzien. Door de afnemer van het product niet langer buiten de grenzen van de organisatie te plaatsen, maar te betrekken bij de interne pro- cessen, kunnen wens en product direct worden afgestemd. Niet langer wordt datgene geleverd waar de organisatie nu eenmaal goed in is. Er wordt enkel nog dat geleverd waar de afnemer direct behoefte aan heeft. Capgemini noemt dit digitale transformatie. Waarom wordt het menselijk potentieel nog onvoldoende benut? Uit onderzoek naar leiderschap en stu- ring binnen organisaties is gebleken dat er sprake is van een bijzondere paradox binnen organisaties. De tegenstrijdig- heid is erin gelegen dat het primaire doel van organisaties altijd buiten de organisatie zelf ligt, terwijl de sturing op deze doelstellingen hiërarchisch en intern is ingericht. Managers binnen de organisatie zijn verantwoordelijk voor het behalen van vastgestelde resultaten en krijgen daarvoor mensen, financiën en middelen toegewezen. Dit zorgt voor een interne focus en belemmert een goede organisatieoverstijgende samenwerking op het niveau van de 1 Binnen de executieketen wordt momenteel de keteninformatievoorziening AICE (Administratie- en Informatiecentrum Executie) geïmplementeerd. Het AICE administreert de tenuitvoerlegging van opgelegde straffen en verstrekt daarover informatie aan de ketenpartners. Door de centrale rol van AICE ontstaat op ketenniveau zicht op het verloop en het functioneren van het hele executieproces.3 Rijksoverheid.nl; “Informatie Vitale Sectoren” PDF document. 2 Adler, P.S., Kwon, S. (2002). Social Capital: Prospects For a New Concept. Academy of Management Review, 27, 1, 17-40. 3 Embracing Digital Technology. Reseacrh Rapport MIT Sloan Management Review in collaboration with Capgemini Consulting, 2013. 20 Trends in Veiligheid 2014
  • 22. professional. Deze zal zich voornamelijk verticaal in plaats van horizontaal ver- antwoorden. Voor de strafrechtketen komt daar een complicerende factor bij: de organisaties binnen de keten zijn voor hun eigen succes grotendeels afhankelijk van de diensten die de anderen (de ketenpartners) aanleveren. Organisatieoverstijgende samenwerking is daarom een vereiste. Met het versterken van de prestaties in de strafrecht- keten is het besef gegroeid dat er behoefte is aan het concretiseren van organisatie- overstijgende ketendoelstel- lingen. Toch is het moeilijk om de professional op de werk- vloer te binden aan het hogere ketendoel. Het ketendoel van alle organisaties samen is bij- voorbeeld het veiliger maken van de Nederlandse samen- leving. Dit is echter zo breed dat er geen dui- delijke relatie wordt beleefd tussen het concept ‘een veilige samenleving’ en de activiteiten die de medewerkers binnen de verschillende organisaties verrichten. Het is daarmee voor de medewerkers niet altijd duidelijk hoe deze ketendoel- stellingen vertaald kunnen worden naar de dagelijkse praktijk. Dit wordt ver- sterkt door de neiging van mensen om zich te blijven identificeren met de eigen organisatie en minder met de keten waarbinnen zij opereren.4 Waar liggen de kansen? Om prestaties in de strafrechtketen verder te verbeteren, is het noodza- kelijk dat er meer aandacht komt voor het potentieel dat de professional op de werkvloer vertegenwoordigt. Om dit potentieel te verzilveren, moeten de belemmerende organisatiegrenzen doorbroken worden en dient men in te zetten op de informele netwerken die medewerkers binnen en buiten de organisatie onderhouden. Vervolgens is het de uitdaging om de netwerken van medewerkers binnen de verschillende organisaties binnen de keten te optima- liseren en beter te benutten. Het is cruciaal om deze netwerken een structureel onderdeel te laten zijn van de werkprocessen binnen de straf- rechtketen. Dit vraagt om substantiële veranderingen aan de kant van de organisatie, maar ook aan de kant van de professional. Hoe die regie vanuit het ministerie rich- ting de organisaties vorm te geven, beschreven wij in het ons Trends in Veiligheid rapport van 2013.5 In dit artikel ligt de focus op het regisseren van professionele ruimte voor de medewerker. Daarbij beschrijft het 5R-analysemodel hoe dit in de praktijk vormgegeven kan worden.6 Dit model beschrijft hoe manager en medewerker voortdurend samenwerken aan betere resultaten op de korte en lange termijn. Binnen deze relatie komen hiërarchie en netwerk samen. De professional krijgt ruimte en wordt gefaciliteerd om de juiste organisatieoverstijgende contac- ten te leggen. Dit helpt bij het uitvoeren van het werk, maar is ook de basis om de ketensamenwerking in de toekomst te versterken. De manager kan als ver- tegenwoordiger van de organisatie in de organisatieoverstijgende samenwer- kingsgremia de feedback van de mede- werker gebruiken om de afspraken op organisatieniveau te verbeteren. Dit is een doorlopend en cyclisch proces waarbij de professional, organisatie en keten blijven leren. De digitale transformatiebenadering biedt handvatten voor het modernise- ren van organisatieoverstijgende net- werksamenwerking tussen individuele medewerkers. Het helpt om te focussen op een model waarin rollen binnen de organisatie niet meer ingevuld worden vanuit de bestaande organisatiestruc- tuur maar vanuit de toekomstige flexi- bele structuur die direct bijdraagt aan het organisatieoverstijgende ketendoel. 4 Hogg, M.A., Van Knippenberg, D. & Rast, D.E. (2012 Intergroup leadership in organizations: Leading across group and organizational boundaries. Academy of Management Review, 37,2, 232-255. 5 Van Mansvelt, W. & Smid, E. (2013). Regisseren van ruimte voor resultaat , Trends in Veiligheid 2013. 6 Van der Stoep, J.J. (2014). Het 5R Analysemodel: Leiderschap tussen hiërarchie en netwerken. Uitgave van het A+O fonds Rijk. Figuur 2: Het 5R-analysemodel RELATIE RICHTING RESULTATEN REKENSCHAP RUIMTE 21 the way we see it
  • 23. Concrete acties voor het rea- liseren van een genetwerkte ketensamenwerking Het realiseren van een genetwerkte ketensamenwerking vraagt om concrete acties op het niveau van het ministerie, de uitvoeringsorganisaties en de pro- fessional. Het ministerie stelt kaders en geeft richting aan de ketenpartners. Daartoe worden organisatieoverstijgende doelstellingen geformuleerd, maar krijgen organisaties de ruimte om hier zelf invulling aan te geven. De organisaties dienen organisatiedoelstellingen en prestatie-indicatoren vanuit een organi- satieoverstijgende gedachte te formu- leren. Dit vraagt om inzicht in wat er precies beter moet (bijvoorbeeld de verzameling en invoer van informatie), waarom dit beter moet (ten behoeve van de uitwisselbaarheid en bruikbaar- heid) en voor wie (voor alle relevante actoren in de strafrechtketen). Omdat de interactie tussen manager en medewerker de verbinding is tussen hiërarchie en het netwerk, dient ingezet te worden op het verbeteren van deze interactie. Daarnaast worden voor elke functie richtlijnen opgesteld voor wat goede netwerken zijn. Daarbij worden deze netwerken onderdeel van de rollen die professionals uitoefenen waar- door de contacten overdraag- baar zijn. Organisaties dienen de selectie, beoor- deling en ontwikkeling af te stemmen op een nieuw soort medewerker. Daarbij is aandacht voor de bestaande netwerken die (nieuwe) medewerkers meenemen en voor netwerkgerelateerde vaardigheden die gaan over het gericht vormen van - en investeren - in de juiste relaties. Conclusie Dit artikel biedt een nieuw perspectief op ketensamenwerking door hiërar- chische aansturing te verbinden met de netwerken van professionals in de uitvoering. Bij het vormgeven van keten- samenwerking wordt het potentieel van de professional op dit moment nog onvoldoende benut. Door hiërarchische aansturing te verbinden met de netwer- ken van medewerkers kan de samen- werking tussen ketenpartners in de toekomst voortdurend worden verbeterd. Over de auteurs Joost van der Stoep MSc is organisatiewetenschapper en adviseur bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (directie Organisatie- en Personeelsbeleid Rijk). Joost promoveert aan de Vrije Universiteit Amsterdam binnen de organisatiewetenschappen op het onderwerp Leiderschap en Professionele Ruimte. Wender van Mansvelt MSc is management consultant bij Capgemini Consulting. Wender is gespecialiseerd in het begeleiden van implemen- tatietrajecten rond nieuwe wetgeving en het organiseren van keten- samenwerking in het publieke domein. Contactgegevens Voor meer informatie kunt u contact met de auteurs opnemen via joost.stoep@minbzk.nl, @JvdStoep en wender.van.mansvelt@capgemini.com, @wvmansvelt 22 Trends in Veiligheid 2014
  • 24. Informatie moet stromen! De digitale transformatie van de jeugdstrafrechtketen 23 the way we see it
  • 25. menten). Dit is echter niet voldoende. Voordat de keten klaar is voor een vol- ledige digitale transformatie zijn er een aantal belangrijke uitdagingen die eerst aangegaan moeten worden. Harmonisatie van informatie- behoeften Iedere organisatie heeft zijn informatie- behoeften, belangen en informatiestro- men. Het is verleidelijk om het systeem zo in te richten dat ieder individu in zijn eigen informatiebehoefte kan voorzien. Dit brengt echter grote valkuilen met zich mee en de keten is bij deze instel- ling niet gebaat. De beschikbaarheid tot informatie moet niet leiden tot een overkill aan informatie. Hoe complexer en groter de informatie is, hoe moeilijker het voor de professional wordt om nog met de informatie uit de voeten te kun- nen. ‘Less is more’ is een term die ook hier van toepassing is. Een van de belangrijkste stap- pen die alle organisaties in de jeugdstrafrechtketen moeten zetten, is het komen tot over- eenstemming over wie, welke informatie moet hebben. Op dit moment is sprake van een ver- snippering van zowel de gedeelde en aangeboden informatie. Hoe gaat de jeugdstrafrechtketen digitaal getransformeerd worden? Highlights • Digitale transformatie: informatie moet stromen. • Organisaties in de jeugdstrafrechtketen zijn van elkaars informatie afhankelijk. • Informatie moet met elkaar gedeeld kunnen en willen worden. • Juiste informatie voor de juiste ketenpartner op het juiste moment. • Het is voor de jongere van belang dat informatie bij de juiste persoon bekend is. Digitale transformatie gaat verder dan het digitaliseren van de keten. Digitalisering heeft betrekking op het omzetten van analoge informatie naar binaire ofwel elektronische vorm. Digitale transformatie is meer. Het bete- kent het steeds toenemende gebruik van digitale middelen en technologieën door een organisatie om zo interne en externe processen fundamenteel te ver- anderen.1 Digitale transformatie houdt een complete verandering in voor de klantervaring, het operationele proces en het businessmodel.2 Hoe laten we informatie stromen? De jeugdstrafrechtketen wil snellere doorlooptijden realiseren en zich aan- passen aan de eisen van deze tijd. De tijd van het uitwisselen van A4’tjes, scannen van documenten en het creëren van stapels papieren dossiers is voorbij. Binnen de keten willen de professionals de beschikking over de juiste informatie op de juiste tijd bij de juiste persoon. Om dit te kunnen rea- liseren, is digitale transformatie van de keten nodig. Het oude denken van “de informatie is van mij en mag niet verder worden gedeeld” moet om in: “wat kan ik met wie delen en wat heb ik zelf aan informatie nodig?”. Hoewel door alle betrokken organisaties stappen worden gezet, ligt de nadruk op dit moment met name op digitalisering (het digitaal maken van nu nog vaak papieren docu- De jeugdstrafrechtketen is toe aan verandering. Digitalisering van informatie is niet voldoende, deze tijden vragen om een andere aanpak, een andere gedachtegang. Het is tijd voor: de digitale transformatie! 1 Capgemini Consulting, Digital Transformation Review (01-07-2011) 2 Meer informatie hierover in het rapport Digital Transformation: a roadmap for billion-dollar organizations 24 Trends in Veiligheid 2014
  • 26. Dit komt omdat er geen eenduidig beleid c.q. visie is op wie welke gege- vens moet ontvangen om zijn of haar werk goed te kunnen doen. Alleen al binnen één organisatie van de keten bestaan ontelbaar veel meningen en ideeën over welke informatie nodig is om het werk te kunnen doen. Het kun- nen inrichten van een keteninformatie- stroom is alleen mogelijk als duidelijk is welke informatie geleverd moet worden en aan wie. Zolang men geen beslissin- gen neemt over welke informatie nodig is voor het uitvoeren van taken, wordt de digitale transformatie vertraagd. Binnen de jeugdstrafrechtketen bestaat een enorme hoeveelheid aan informatie. Hierdoor is het lastig geworden om de juiste en benodigde informatie te filte- ren. Informatie kan ruwweg ingedeeld worden in drie onderdelen: ‘Need to have’: dit is informatie die de professional in de keten nodig heeft om zijn of haar werkzaamheden goed te kunnen uitvoeren. ‘Nice to have’: informatie die een bij- drage kan leveren, maar niet strikt noodzakelijk is. ‘No need to have’: informatie die men ontvangt maar waar in het proces uit- eindelijk niets mee gebeurt omdat de informatie niet relevant is of niet in het proces thuis hoort. Het laatst benoemde informatieonder- deel (‘no need to have’) komt helaas het meeste voor. Dit is het gevolg van gebrek aan afstemming of inzicht in wat de ketenpartner nodig heeft. Dit heeft tot effect dat de ontvangende keten- partner, in Lean-termen ook wel de ‘pull’ genoemd, zelf de juiste informatie moet filteren. Op deze wijze wordt twee keer ‘waste’ gegenereerd. 1. De eerste keer bij de ‘push-kant’, de ketenpartner die in dit geval de infor- matie verstuurt, er wordt meer infor- matie verzameld en doorgegeven dan noodzakelijk is. 2. De tweede waste is te vinden bij de ‘pull’, de ontvangende partij. Deze zal de ontvangen informatie moeten filteren en overbodige informatie achterwege moeten laten. In figuur 1 wordt op hoofdlijnen de informatiestroom weergegeven binnen het ZSM-proces1 . Alleen al dit proces kent grote IT-uitdagingen. Deze zijn weergegeven in het volgende model. Figuur 1: informatiestroom op hoofdlijnen (eenvoudig) ZSM-jeugdproces Figuur 2: Informatiestroom op hoofdlijnen (met uitdagingen) ZSM-jeugdproces Terugkoppeling beslissing OM-beslissing Informatiestromenrichtingpolitie InformatiestromennaZSM-afdoening Mogelijke waste Mogelijke waste Zorginformatie Betrokkenheid RvdK (score Preselect) Afgerond proces- verbaal minderjarige OM en RvdK Proces-verbaal minderjarige Preselect Verdachte Politie RvdK kan nog niet overal zelf preselect opvragen Zorginformatie komt vanuit veel verschillende systemen. Wordt nog niet overal juist onttrokken Verschillende IT-systemen Verschillende IT-systemen OM-beslissing Informatiestromenrichtingpolitie InformatiestromennaZSM-afdoening Mogelijke waste Mogelijke waste Zorginformatie Betrokkenheid RvdK (score Preselect) Afgerond proces- verbaal minderjarige OM en RvdK Verdachte Politie Proces-verbaal minderjarige Preselect 25 the way we see it
  • 27. Voorgaand figuur geeft maar een aan- tal van de uitdagingen weer die op dit moment in het proces zitten. Dit be- treft alleen nog maar het ZSM-proces. Indien de hele keten in kaart wordt gebracht breidt het (informatie)proces zich uit naar de actoren: veiligheidshui- zen, onderwijsinstellingen, zorginstel- lingen en gemeenten. Het gehele spin- nenweb aan actoren en informatie levert een zeer complexe keten op waar infor- matie nog zeker niet vloeiend stroomt. Maar wat zijn nu de oorzaken van de nog niet stromende informatie? Privacyuitdaging Door de grote diversiteit van informatie en de wijze waarop informatie wordt gedeeld (papier, digitaal, mondeling), is er behoefte aan een antwoord op de vraag: wat mag ik als professional wel delen en wat niet? Dit vraagstuk komt met name in het verdere verloop van de jeugdstrafrechtketen aan de orde. De informatie-uitwisseling tussen politie en OM wordt uiteengezet in zowel de Wet politiegegevens en daar waar van toepassing de Wet bescherming per- soonsgegevens. Echter, daar waar het de andere ketenpartners betreft en het gaat om ‘sociale’ informatie is het niet in alle gevallen even duidelijk wie wat mag ontvangen en op welke wijze. En het is juist deze sociale informatie die voor de minderjarige en het krijgen van een betekenisvolle afdoening zo van belang is. Hier komt bij dat vanaf 1 januari 2015 verschillende taken gecentraliseerd worden, waaronder de jeugdzorg, waardoor de gemeente een veel expli- cietere rol gaat spelen in het geheel. VNG heeft in juli 2013 een rapport uit- gegeven omtrent bovengenoemd pro- bleem. Zij gaven de volgende knelpun- ten weer: • Het juridisch kader voor sociaal domeinbrede gegevensuitwisseling ontbreekt. • Er is geen eenduidige grondslag voor gegevensuitwisseling in het sociaal domein. • Toestemming van de cliënt is proble- matisch bij multiprobleemgezinnen. • Gegevensuitwisseling is vaak te weinig transparant. • Diversiteit in convenanten leidt tot ondoorzichtigheid. • Bestaande voorzieningen en afspra- ken werken onvoldoende. Technische uitdaging De jeugdstrafrechtketen staat ook voor een grote technische uitdaging. Zowel op organisatie- als op ketenniveau wor- den op dit moment verschillende syste- men gehanteerd die de IT-infrastructuur van de organisaties ondersteunen. Harmonisering van de ver- schillende IT-systemen op organisatieniveau is al een enorme opgave, harmonise- ring op ketenniveau is nog moeilijker, maar niet ondenk- baar. Hiervoor moet, zoals eerder genoemd, wel eerst duidelijk zijn wat de informatie is die gedeeld moet worden en of deze gedeeld mag worden. Informatie die stroomt! Casus: ‘Preselect Recidive’ Een succesvol voorbeeld van digitale transformatie binnen de jeugdstraf- rechtketen heeft recentelijk plaats- gevonden: het instrument ‘Preselect Recidive’. Het preselect is van groot belang in het ZSM-proces, de nieuwe werkwijze van het Openbaar Ministerie, politie, reclasseringsorganisaties, Raad voor de Kinderbescherming en Slachtofferhulp Nederland. Preselect Recidive beoordeelt welk risico jon- geren van 12 tot en met 17 jaar lopen om crimineel gedrag te ontwikkelen. Het preselect biedt inzicht in risico- en beschermende factoren en geeft handvatten voor de behandeling van jeugdige delinquenten. Het preselect maakt deel uit van het Landelijk Instrumentarium Jeugdstrafrecht (LIJ) en wordt gebruikt in het ZSM- werkproces. Op dit moment worden 15.000 verdacht- en (alle leeftijden) per maand binnen Nederland via deze methode behandeld in de strafrechtketen. Het nieuwe werk- proces brengt een versnelling in de strafrechtketen, met daarbij horende uitdagingen. Het preselect werd tot aan eind 2013 gedeeltelijk handmatig opgemaakt door de politie wat een zeer tijdsintensief proces was. De poli- tie maakte de score op en binnen twee uur werd deze geleverd aan de Raad voor de Kinderbescherming. Deze informatie is voor deze raad van groot belang, omdat de beslissing om wel of niet onderzoek te gaan doen naar het kind, gebaseerd wordt op deze score. Door een zeer intensieve samenwer- king met de politie en de Raad voor de Kinderbescherming is het opmaken van de score nu volledig geautomatiseerd en wordt deze automatisch en real- time geleverd aan zowel de raad als de politie die met deze realtime informatie beslissingen kunnen maken in het snel- le ZSM-proces. Wat waren nu de keyfactoren voor deze succesvolle digitale ketentransformatie? • Duidelijke business requirements. Wat hebben de professionals nodig om te kunnen werken? • Dus, wat is ‘need to have’ informatie, ‘nice to have’ informatie en ‘not to have’ informatie? • Intensieve samenwerking en afstem- ming met alle betrokken partijen. • Commitment van het team, focus op resultaat. • ‘Open minded’ zijn en meer willen bereiken, niet alleen digitaliseren van gegevens, maar het creëren van een constante flow van informatie. • Scherp in kaart brengen van de mogelijkheden en onmogelijkheden van de IT-systemen. Steeds op zoek gaan naar nieuwe manieren om infor- matie te laten stromen. Bovenstaande casus laat zien dat wie echt wil transformeren en zaken wil veranderen, dit ook kan, als men in staat is om verder te denken. Het vergt een intensieve samenwerking en een 26 Trends in Veiligheid 2014
  • 28. duidelijke keuze in informatiestromen (need to have). De ervaring leert dat het (ondanks de bekende negatieve berich- ten) vaak niet aan de IT-mogelijkheden ligt, maar aan het gebrek aan beslissin- gen op organisatorisch niveau, omdat men simpelweg niet altijd weet welke informatie echt noodzakelijk is. Alle betrokken organisaties zien de noodzaak van verandering in en er worden al grote stappen gezet, maar wil men echt winst behalen moet de gehele keten om, op naar de digitale transformatie! Over de auteur Karin van de Laar MSc is senior consultant bij Capgemini Consulting. Karin richt zich op operational excellence in het veiligheidsdomein en is gespecialiseerd in het jeugddomein. Contactgegevens Voor meer informatie kunt u contact met de auteurs opnemen via karin.vande.laar@capgemini.com, @KarinvandeLaar 27 the way we see it
  • 29. Van rigiditeit naar flexibiliteit in ketensamenwerking 28 Trends in Veiligheid 2014
  • 30. • In de cloud wordt informatie opge- slagen in een gezamenlijke virtuele ruimte. Deze gezamenlijk virtuele ruimte is vanuit verschillende locaties te benaderen via verschillende appa- raten, zoals laptop of tablet. Doordat de informatie vanuit verschillende locaties te benaderen is, maakt de cloud de toegang tot informatie niet meer tijd- en locatiegebonden. • Flexibiliteit: organisaties die afhan- kelijk zijn van informatie van buiten hun organisatie, zoals met samen- werkingspartners het geval kan zijn, kunnen middels een cloud op effi- ciënte wijze dezelfde infrastructuur, platformen en applicaties delen. Op deze manier kan de cloud worden ingezet om organisaties met verschil- lende eigen informatiesystemen te laten samenwerken, te laten com- municeren en realtime informatie te laten delen. Vaak gaat deze flexibiliteit gepaard met het uit handen geven van beheer en onderhoudstaken aan de aanbieder van de cloud. • De capaciteit van opslag in de cloud is elastisch, wat betekent dat een orga- nisatie capaciteit kan aanpassen naar gelang de behoefte die op dat moment aanwezig is. Vaak kan deze capaciteit snel worden vergroot en verkleind. Ook in het overheidsdomein wordt geëxperimenteerd met deze nieuwe dienst. Onlangs introduceerde de over- heid een eerste stap naar een ‘gesloten’ rijkscloud. De vraag voor de publieke Op welke wijze kan de cloud nieuwe vormen van ketensamenwerking stimuleren? Informatievoorziening vanuit de cloud gaat een belangrijke bijdrage leveren aan de ontwikkeling van nieuwe ketensamenwerkingsvormen in de toekomst. Highlights • De cloud faciliteert een veranderende kijk op ketensamenwerking. • Volgordelijkheid, afstemming op koppelvlakken en infor- matiedeling zijn ordenende principes van ketensamen- werking. • De cloud stimuleert nieuwe vormen van ketensamen- werking. • De flexibele keten wordt een feit. • Privacy en security blijven aandachtspunten. In dit artikel gaan wij in op de gevolgen van het gebruik van de cloud voor keten- samenwerking en de vraag of dit leidt tot nieuwe vormen van ketensamenwerking. Er is al veel bereikt De cloud is een breed begrip en kent verschillende vormen, toepassingen en definities. De meest gebruikte defi- nitie is van het National Institute of Standards and Technology (NIST)1 : Cloud computing is a model for enabling ubiquitous, convenient, on-demand network access to a shared pool of configurable computing resources that can be rapidly provisioned and released with minimal management effort or service provider interaction.”2 Er zijn drie typen cloudtoepassingen te onderkennen, te weten applicatiecloud- diensten (‘software as a service’ of kort- weg SaaS), infrastructuur-clouddiensten (‘Infrastructure as a Service’ of IaaS) en platform-clouddiensten (‘Platform as a Service’ of PaaS). Hoewel er geen een- duidig begrip van cloud is, kunnen we toch enkele gemeenschappelijke ken- merken onderscheiden: 1 Het NIST is een belangrijk Amerikaanse overheidsinstelling om innovaties te promoten en de concurrentiekracht van de Amerikaanse industrie te vergroten. 2 Meel, P. & Grance, T. (2011) The NIST Definition of Cloud Computing. Recommendations of the National Institute of Standards and Technology. National Institute of Standards and Technology. 800-145, p6. De laatste jaren heeft de cloud zijn intrede gedaan. Het online opslaan van informatie in een virtuele ruimte heeft verregaande gevolgen voor de professio- naliteit en effectiviteit van organisaties. Samenwerkingsvormen tussen organisaties worden in positieve zin beïnvloed door gebruik te maken van een gezamenlijke cloud.’’ 29 the way we see it
  • 31. sector is dan ook niet meer óf de cloud gebruikt zal worden, maar wanneer, hoe en in welke vorm. Bovenstaande principes van de cloud betekenen niet alleen een opkomst van nieuwe mogelijkheden voor informatie- voorziening, maar ook het ontstaan van een andere kijk op samenwerking en informatiedeling. Naar onze mening heeft deze ontwikkeling in de toekomst verregaande gevolgen voor de inrichting van (keten)samenwerking. Ketensamenwerking en keteninformatisering Ketensamenwerking wordt gekenmerkt door het feit dat organisaties samen- werken aan de voortbrenging van een gezamenlijk product. Wij belichten drie aspecten van ketensamenwerking. 1. De volgordelijkheid in ketens De meest in het oog springende basisvorm van samenwerking in ketens is de volgordelijke keten. Daarbij is de output van de ene ketenorganisatie de input van de volgende organisatie in de keten. De strafrechtketen, met de opeen- volging van opsporing, vervolging, berechting en executie, is hiervan een duidelijk voorbeeld. Naast deze basisvorm zijn er nog andere vormen van ketensamenwerking. Deze wor- den bijvoorbeeld gekenmerkt door het feit dat ketenorganisaties hun input van bijvoorbeeld meerdere andere organisaties nodig hebben om hun taken te kunnen uitvoeren. Dit zijn ech- ter allen variaties op de basisvorm. Het volgordelijke karakter van ketensamenwerking betekent ook dat ketens met name geschikt zijn voor de gestandaardiseerde groot- schalige behandeling van relatief eenvoudige onderwerpen. Dit staat in contrast met de organisaties die samenwerken in bijvoorbeeld de oplossing van complexe meervou- dige vraagstukken. De besluitvorming tussen organisaties over jeugdigen met complexe problemen die tege- lijkertijd raken aan jeugdstrafrecht, jeugdzorg en jeugdbescherming is van dit laatste een voorbeeld. In de uitvoering van ketenprocessen zijn ketenorganisaties afhankelijk van de wijze waarop andere organisaties in de keten hun werk uitvoeren. De afhankelijkheden tussen de organi- saties in een keten kenmerken een keten. Afstemming tussen ketenorga- nisaties en sturing op ketenniveau is nodig om de ketenprocessen optimaal te laten verlopen. Sturing en afstem- ming richten zich daarbij op de koppe- lvlakken tussen de ketenorganisaties. 2. De beschikbaarheid van informatie Om een optimaal proces in de keten te organiseren, is het noodzakelijk dat elke ketenorganisatie er elk moment op kan vertrouwen dat zij over de juiste informatie kan beschik- ken om haar aandeel in de uitvoering van de ketenprocessen te kunnen uitvoeren. Daarom moeten ketenpart- ners onderling informatie delen over die producten en de processen die de ketenproducten voortbrengen. Keteninformatisering zorgt ervoor dat deze informatie tussen ketenpartners gedeeld kan worden. De vraag is daarbij welke informatie op keten- niveau gedeeld moet worden en welke informatie binnen de grenzen van de ketenorganisatie blijft. 3. De organisatie van de informatie- voorziening in de keten Traditioneel heeft elke ketenorgani- satie haar eigen informatiesystemen en daarnaast zijn er de keteninforma- tiesystemen die het delen van infor- matie tussen de ketenorganisaties ondersteunen. Het geheel van infor- matievoorzieningen dat organisaties in een keten ondersteunt bij de samenwerking in de uitvoering van ketenprocessen kan als een keten- informatie-infrastructuur3 betiteld wor- den. Met een dergelijke infrastructuur kunnen ketenorganisaties vanuit hun eigen autonomie hun samenwerking met de andere ketenorganisaties organiseren. Wat zijn de voordelen van de cloud voor ketensamenwerking? Wij onderkennen drie voordelen in de toepassing van cloud. 1. De beschikbaarheid van relevante keteninformatie wordt plaats- en tijd- onafhankelijk. Vanwege de opslag van keteninformatie in de cloud, heb- ben ketenorganisaties voor zichzelf te allen tijde de beschikking over hun eigen informatie en informatie van derden. De ketenorganisaties hoeven zich geen zorgen meer te maken over het gefragmenteerde beheer van infor- matiesystemen die aan organisaties gekoppeld zijn. Cloud biedt de moge- lijkheid om het beheer van de keten- informatie in één hand te leggen. Dit biedt ook mogelijkheden voor integraal zicht op keteninformatie en daarmee analyses van de werking van de keten. 2. Er ontstaat een grote mate van flexi- biliteit van de keteninformatie. In de ‘oude’ situatie wordt er bij de inrich- ting van de keten vastgesteld welke informatie relevant is om ketenpro- cessen te laten werken en welke organisaties nodig zijn om deze informatie aan te leveren. Hiermee is er een rigide vorm gecreëerd, waar- van de praktijk uitwijst dat het moei- lijk is om gedurende het ketenproces veranderingen aan te brengen in zowel de organisatie van de keten als de informatiedeling. De inrichting lijkt hiermee meer bepalend te zijn dan het doel van de keten. Het gebruik van de cloud levert als groot voordeel op dat er niet meer sprake is van verschillende fysieke informatiesystemen die beheerd 3 Prof. dr. mr. J.H.A.M. Grijpink, Keteninformatisering, 1997, SDU Uitgevers, ISBN 90 54 09 1312 30 Trends in Veiligheid 2014
  • 32. worden door verschillende organi- saties. De intrede van één systeem in de cloud voor het beheer van alle relevante keteninformatie maakt het mogelijk om gedurende het keten- proces aanvullende organisaties toe- gang te geven tot het ketendomein in de cloud om relevante informatie aan te leveren en/of te gebruiken. Door het gebruik van de informatie uit een gezamenlijke cloud, komt het doel van de keten weer op de voorgrond te staan. Er ontstaat een informatie- infrastructuur die het flexibel aangaan van samenwerkingen faciliteert. 3. Hierdoor ontstaat het voordeel van ad-hoc-ketensamenwerkingen. Omdat het doel van de keten meer bepalend wordt dan de inrichting van de keten zelf, kunnen naar gelang de omstandigheden en gedurende het ketenproces verschillende ad- hoc-ketensamenwerkingen worden aangegaan. Er ontstaan samenwer- kingen tussen organisaties voor één specifiek doel. Voor de informatie die daarvoor nodig is, wordt uit de cloud geput. Dit betekent overigens niet (zie figuur over de lineaire en de flexibele keten) dat de lineaire keten ophoudt te bestaan. Beide soorten ketens kunnen naast elkaar bestaan. De aard van de samenwer- king bepaalt of er sprake is van een lineaire keten of een flexibele keten. In het algemeen worden in lineaire ketens grotere hoeveelheden van relatief eenvoudige onderwerpen behandeld. De nadruk ligt hierbij op efficiëntie in afhandeling. Flexibele ketens behandelen daarentegen in veel gevallen complexere samenge- stelde vraagstukken. Afhankelijk van de combinatie van omstandigheden is het voor de hand liggend om voor een lineaire of een flexibele keten te kiezen. Slot In dit artikel zijn wij ingegaan op de voordelen en gevolgen van de cloud voor ketensamenwerkingen. De ken- merken van cloud maken naar onze mening dat cloud vergaande gevolgen heeft voor de ontwikkeling van nieuwe ketensamenwerkingsvormen in de toe- komst. Maar de continue en gedeelde informatie levert echter ook een belang- rijke vraag op. Hoe zit het met het waar- borgen van de privacy en de beveiliging van vertrouwelijke informatie in de cloud? Nadenken over de privacy en de beveili- ging van de keteninformatie in de cloud vindt helaas maar al te vaak in een laat Over de auteurs Evelien van Zuidam MSc, drs. Abderrahman Kaouass en drs. Con Sadée zijn werkzaam bij Capgemini Consulting. Abderrahman Kaouass richt zich op bestuurlijke veiligheids- en securityvraagstukken binnen het (semi)publieke domein. Evelien van Zuidam is criminoloog en focust zich momenteel op publiek-private samenwerkingsvraagstukken in het cybersecurity-domein. Con Sadée is gespecialiseerd in de transformatie van publieke organisaties en de mogelijkheden die digitalisering daarbij biedt. De organisatie van samenwerking in ketens, netwerken en andere samenwerkings- verbanden maakt daar deel van uit. Contactgegevens Voor meer informatie kunt u contact met de auteurs opnemen via evelien.van.zuidam@capgemini.com, @Evelienvz abderrahman.kaouass@capgemini.com en con.sadee@capgemini.com stadium (nadat de technische infra- structuur is vastgesteld) plaats. Gezien de snelle ontwikkelingen van cloudmo- gelijkheden en de veranderende omge- ving waarin organisaties en verantwoor- delijke bestuurders zich begeven, raden wij aan om dit vraagstuk multidisciplinair aan te vliegen. Alleen dan is er sprake van een duurzame benadering van ketensamenwerking in de cloud. Figuur 1: Flexibele Informatie-infrastructuur Lineaire keten Flexibele keten 31 the way we see it
  • 33. Versterking veiligheid door afgestemde digitale transformatiestrategie 32 Trends in Veiligheid 2014
  • 34. De straf kan ook onder voorwaarden worden opgelegd, wat betekent dat uitvoering daarvan geheel of gedeelte- lijk onder toezicht van de reclassering plaatsvindt. Reclassering Nederland, Stichting Verslavingsreclassering en het Leger des Heils Reclassering en Jeugdzorg zijn de drie reclasseringsor- ganisaties, die als doel hebben justiti- abelen terug te laten keren in de maat- schappij, door middel van toezicht en aandacht voor gedragsverandering. Samen worden zij 3RO genoemd. De reclassering is daarmee een belang- rijke ketenpartner binnen de levens- cyclus van een delictpleger, omdat deze betrokken is aan het begin van de straf- rechtketen met advies over mogelijk toezicht en eventueel toeziend op de uitvoering daarvan. Hoewel de term keten een lineair proces suggereert, klopt dit strikt genomen niet helemaal voor de strafrechtketen. Verschillende ketenpartners kunnen tegelijkertijd aan dezelfde strafzaak werken of werken aan de tenuitvoer- legging van straffen. Het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft de ambitie dat de strafrechtketen uiteindelijk geheel digitaal gaat werken om zo straf- zaken sneller en beter te kunnen afwik- kelen. In 2016 wisselen politie, OM, ZM en de partners in de executiefase, voortaan alle processtukken digitaal uit. Deze digitaliseringslag in ketensamen- werking draagt bij aan het verlagen van de ongewenste uitstroom van zaken die niet leiden tot een afdoeningbeslissing Hoe kan de reclassering met digitale transformatie bijdragen aan een veiligere samenleving? Highlights • Meer digitalisering in executieketen om strafzaken af te wikkelen en slachtoffers te beschermen. • Belang eigen DT-strategie versus de digitalisering in de executieketen. • Heroriëntatie DT-strategie voor reclasseringorganisaties (en andere ketenpartners) vraagt om andere zienswijze en aanpak. • Een onafhankelijke partij om gezamenlijke DT-ketenontwikkeling beter te regisseren. • Flexibiliteit in de te ontwikkelen DT-strategie randvoorwaardelijk voor ambities reclassering en departement. Uit het Trends in Veiligheid 2014 onderzoek van Capgemini, uitgevoerd door TNS NIPO, blijkt dat burgers steeds meer verdeeld zijn over gevoelens van onveiligheid. Ten opzichte van 2012 is een significante toename te zien in zowel de groep bur- gers die zich vaak onveilig voelt als de groep die zich zelden of nooit onveilig voelt. Daarbij hebben politiek en justitie te weinig aandacht voor de slachtoffers van misdaden. Hoewel het streven is om de samenleving veiliger te maken door de nadruk te leggen op preventie, is het voorkomen van recidive minstens zo belangrijk. Hierbij is een belangrijke rol weggelegd voor alle ketenpartners in de strafrechtketen, waarbinnen de levenscyclus van een justitiabele loopt. Anders gezegd, na het plegen van een delict komt deze keten in beweging, van opsporing tot berechting en het ten uitvoer leggen van een opgelegd von- nis tot het moment dat een justitiabele weer (eventueel onder voorwaarden) terug mag keren in de maatschappij. In deze keten bestaat een volgtijdigheid in processen bij de partners, die start bij aangifte of opsporing door politie, mogelijke vervolging door het Openbaar Ministerie (OM), eventuele strafoplegging door de rechtspraak (ZM) en ten uitvoer- legging van straffen en maatregelen door de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI). Een veiligere samenleving, dat is een belangrijke doelstelling van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Dat start niet alleen bij de opsporing en berechting van een verdachte, maar al bij de preventie van een delict. 33 the way we see it
  • 35. met strafmaatregelen, terwijl daar con- form bewijslast en overige voorwaar- den wel aan voldaan is. Tot slot wil het ministerie met de digitalisering de informatievoorziening richting slacht- offers verder versterken. In de berech- tingfase kunnen ketenpartners zowel burgemeester als slachtoffers via het Slachtoffer Informatie Portaal al infor- meren. Digitalisering in de executieketen Deze digitaliseringambitie sluit mooi aan bij de doelstelling van het ministerie voor een veiligere samenleving en meer aandacht voor het slachtoffer. Echter in de uitvoering kan deze ambitie voor mogelijke knelpunten zorgen. Hoe ver- houdt de ambitie voor het optimaliseren van digitale ketensamenwerking zich tot de eigen digitale transformatiestra- tegie van de verschillende organisaties? Hebben zij de ambitie van het ministe- rie wel voldoende door vertaald in hun eigen digitale transformatiestrategieën (DT-strategieën) en hoe vindt de sturing op de realisatie daarvan plaats? En heeft het ministerie voldoende rekening gehouden of de partners voldoende voorbereid zijn om digitaal te kunnen werken? Het departement voert geen strakke regie op de realisatie van de digitali- sering in de executieketen. Elke orga- nisatie heeft de ruimte om zelf een DT-strategie te ontwikkelen en invulling te geven aan de gewenste doelstelling van het ministerie. In feite draagt deze alleen zorg voor de financiële middelen. De vraag rijst dan ook of technologie, interne en externe processen van de verschillende organisaties in de execu- tieketen voldoende op elkaar aanslui- ten om de ambities van het ministerie te realiseren. Met programma’s als Geïntegreerd Processysteem Strafrecht (GPS) en programma Kwaliteit en Innovatie (KEI) geven respectievelijk het OM en ZM invulling aan hun ambities voor de digitalisering van de executie- keten. Daarnaast verwerkt het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) de strafrechtelijke beslissingen over enkele jaren administratief (en digitaal). Wat zijn de gevolgen van deze ontwikkelingen voor de verschillende uitvoeringsorgani- saties in de executieketen? Ter illustratie kijken we hierna verder naar de positie van de reclasserings- organisaties. In de dagelijkse praktijk zijn de 3RO sterk afhankelijk van hun ketenpartners, vooral ten aanzien van juiste, tijdige en volledige informatie- voorziening. Een intensieve samenwer- king op digitaal vlak, is daarbij van groot belang om te kunnen blijven voldoen aan de gestelde (wettelijke) eisen die aan hun taken verbonden zijn. De vraag rijst dan ook hoe de reclasseringsor- ganisaties, hun eigen DT-strategie het beste kunnen laten aansluiten bij de keten om zo de ambities van het minis- terie te realiseren? Het silodenken voorbij De drie reclasseringsorganisaties heb- ben hun eigen verantwoordelijkheid om gemaakte beleidsafspraken met ketenpartners en departement te rea- liseren. Zij kunnen dit alleen in samen- spraak met en vanuit een gedeelde DT-strategie realiseren. Net als de andere uitvoeringsorganisaties is de informatisering en automatisering van reclassering nu vooral gericht op het eigen intern gebruik en minder op de uitwisseling met de ketenpartners. Dit laatste werkt vaak nog omslachtig en gebeurt meer dan nodig nog hand- matig. De verschillende partners in de executieketen hebben een verschillende uitgangssituatie en een verschillend tempo ten aanzien van digitalisering. De grootste uitdaging vanuit DT-strategie is dat alle ketenpartners op hetzelfde niveau moeten uitkomen wat betreft strategie en ICT om optimale (digitale) ketensamenwerking te bewerkstelligen. Dit gegeven is cruciaal bij de bepaling van de informatiestrategie bij de ver- schillende ketenpartners doordat de een mogelijk achterblijft bij de ander. Dit vereist een omslag van focus op de eigen interne processen, naar een externe blik gericht op informatie-uit- wisseling met en tussen ketenpartners. Gezien de ontwikkelingen, ambities en uitdagingen waarvoor de executieke- ten staat, dienen de reclassering en haar partners in de keten hun huidige DT-strategieën te heroverwegen en al dan niet onder regie van het departement beter op elkaar af te stemmen. Een gegeven daarbij is, dat de (financiële) middelen en ICT-voorzieningen onvol- doende toereikend zijn vanwege de huidige bezuinigingen. Naast onder- steuning van de eigen primaire proces- sen dienen deze beter aan te sluiten bij de wensen en eisen van de strafrecht- keten en de samenleving. De justitiabele staat centraal Voor de nieuwe digitale strategie dient de levenscyclus die een veroordeelde binnen de reclassering doorloopt als uitgangspunt te worden genomen. Deze moeten aansluiten bij het traject dat de veroordeelde doorloopt in de executieketen. Hiermee kunnen de behoeftes voor technologie, interne en externe processen centraal binnen de reclassering in kaart worden gebracht. Zo kan de informatiepositie van de reclassering verder worden geoptima- liseerd. Een actuele en betrouwbare informatiepositie van organisaties in de executieketen is een vereiste om infor- matie met elkaar uit te wisselen. Dit is een andere denkwijze en richting dan de huidige situatie, waarbij de interne processen van de reclasseringsorgani- saties centraal staan. Afstemming op partners in de executieketen De cyclus van de veroordeelde start niet bij de reclassering, maar komt voort uit eerdere stappen in de straf- rechtketen. Dit brengt met zich mee dat een nieuwe strategie voor digitali- sering zo optimaal mogelijk aansluit bij de technologie en processen van de ketenpartners. Hiertoe zouden directe ketenpartners als OM en politie in de ontwikkeling van de digitale strategie kunnen worden betrokken. Hierbij valt onder meer te denken aan wensen en eisen op welke wijze de reclassering 34 Trends in Veiligheid 2014
  • 36. informatie wil ontvangen, maar ook hoe deze gedeeld wordt met de ketenpartners. Regierol binnen het transforma- tieproces Bij de ontwikkeling van digitalisering binnen de executieketen zou bij voor- keur een onafhankelijke partij belast moeten worden om verbetering te ini- tiëren om kans van slagen te hebben. Uit ervaring is gebleken dat aansturing beleggen bij een van de ketenpartners niet zinvol is, omdat andere partners de neiging hebben ‘hun hakken in het zand te zetten’ en de eigen prioriteiten voorop te stellen. Het voldoen aan de keteneis om alle partijen op gelijkwaar- dig digitaal transformatieniveau te bren- gen komt daarmee in het geding. Het ministerie zou hierin meer leidend kun- nen zijn, met een dominant gremium waarin de ketenbelangen gewaarborgd worden en er regie gevoerd wordt op het gemeenschappelijke einddoel van digitalisering. Van belang is dan wel: 1. Om dit op het juiste strategische niveau te brengen, zoals een top- beraad. 2. Dat op departementaal niveau beide directoraten generaal het gezamen- lijk belang van de keten boven hun eigen belang dienen te plaatsen. Hoe de digitale transformatie- strategie in de keten vorm te geven? De te ontwikkelen DT-strategie dient dermate flexibel te zijn dat deze uit- voering kan geven aan de strategie en doelstellingen van de partners in de executieketen, maar tegelijkertijd ook bijdraagt aan de ambities van het ministerie. Dit is een spanningsveld; de visie voor digitale samenwerking in de gehele strafrechtketen van het ministerie is nog in ontwikkeling, ter- wijl de ambitie voor 2016 voor digitale samenwerking al is vastgesteld. Dit spanningsveld geeft echter de ruimte aan de reclasseringsorganisaties om de DT-strategie zowel vanuit het per- spectief van de reclassering zelf als samen met directe ketenpartners vorm te geven. Het ministerie kan hierin een stimulerende en toetsende taak ver- vullen. De kaders zijn aangeven door het ministerie, maar de invulling kan nog door de reclassering zelf worden opgepakt. Zolang het doel van digi- tale ketensamenwerking maar wordt bewerkstelligd. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de ontwikkelin- gen en de uitgangssituatie bij de keten- partners in de executieketen. Contactgegevens Voor meer informatie kunt u contact met de auteurs opnemen via g.mol@reclassering.nl, laurens.van.t.hoog@capgemini.com en eelco.smid@capgemini.com, @eelcosmid Over de auteurs Drs. Geert Mol is als informatiemanager werkzaam bij Reclassering Nederland. Hij houdt zich bezig met de organisatie van de informatievoorziening binnen Reclassering Nederland en werkt met de informatiemanagers van de SVG en LJ&R aan keteninfor- matisering en de 3RO-informatievoorziening. Drs. Laurens van ’t Hoog is als senior consultant werkzaam binnen de publieke sector, met een specifieke aandacht voor het veiligheids- en rechtsketendomein. Hij houdt zich bezig met vraagstukken op het gebied van bekostiging, integraal prestatie- management en waardemanagement binnen de publieke sector en binnen het veiligheidsdomein in het bijzonder. Drs. Eelco Smid is als senior consultant werkzaam in het domein van de strafrecht- en vreemdelingenketen. Hij is vooral actief op de terreinen van beleidsrealisatie en verandermanagement. Naast zijn werkzaam- heden bij Capgemini Consulting geeft hij ook colleges verander- management aan de Hogeschool van Amsterdam. 35 the way we see it
  • 37. Bepaal, plan en volg het ritme in de keten 36 Trends in Veiligheid 2014
  • 38. met kennis van toekomstige ontwikke- lingen en externe factoren. Een goede planning draagt bij aan korte doorloop- tijden, beperking van voorraad en een effectieve inzet van personeel. Financiering van organisaties in de strafrechtketen is veelal productiege- relateerd. In de huidige tijden van bezui- nigingen is het kunnen voorspellen van de vraag naar de dienstverlening dan ook cruciaal: door inzicht in de produc- tie kan het budget ook veel nauwkeu- riger worden ingeschat. Maar dit voor- deel van vraagplanning geldt niet enkel voor de strafrechtketen: elke keten kan voordeel behalen in de keten en voor de organisaties in die keten, door te anticiperen op basis van vraagplanning. In figuur 1 zijn de voordelen van vraag- planning voor organisaties die deel uit maken van een keten op een rij gezet. Casus: het ritme van de straf- rechtketen is aan het veranderen. In 2012 is de ZSM-werkwijze landelijk uitgerold. ZSM is een nieuw werkproces voor de strafrechtketen: het Openbaar Ministerie, politie, reclasseringsorgani- saties, Raad voor de Kinderbescherming en Slachtofferhulp Nederland. Op dit moment worden 15.000 verdachten per maand binnen Nederland via deze methode behandeld in de strafrecht- keten. Het nieuwe werkproces brengt een versnelling in de strafrechtketen, met daarbij horende uitdagingen voor de organisaties in de keten. Figuur 2 geeft het ZSM-proces weer op hoofd- lijnen en maakt de vergelijking met de Hoe kan een organisatie optimaal gebruikmaken van capaciteit door vraagplanning? Highlights • Organisaties in de keten zijn van elkaar afhankelijk. • Instroom in de strafrechtketen is aan verandering onderhevig. • Weten wat je als organisatie kan verwachten, is cruciaal. • Zorg voor een vraaggestuurde planning voor een duurzame bedrijfsvoering. vertragen of geheel tot een halt roepen. Het komt voor dat de productie (afron- ding van een (deel)product) binnen een organisatie plaatsvindt zonder dat de volgende organisatie in de keten gereed is om deze te ontvangen of niet klaar is voor de omvang de productie. Hierdoor bestaat het risico dat de orga- nisatie de instroom van producten niet aankan, waardoor een opstopping in de keten ontstaat. Soms werkt het ook precies andersom; de productiecapaci- teit van organisatie B is veel groter dan de instroom die hij krijgt vanuit organi- satie A. Geredeneerd vanuit de strafrechtketen in het proces opsporing en vervolging betekent dit dat het Openbaar Ministerie zou moeten weten hoeveel zaken de politie verwacht aan te brengen voor vervolging. Met deze kennis zou het Openbaar Ministerie kunnen anticiperen op de vraag naar de eigen dienstverle- ning. Deze informatie kan ook worden gebruikt om de volgende partners in de strafrechtketen (berechting en uit- voering strafrechtelijke beslissingen) te informeren over de snelheid en omvang van de instroom die zij kunnen verwach- ten. Op deze wijze worden wachttijden en lange doorlooptijden voorkomen. In de private sector is vraagplanning een bekend begrip. Het voorspellen van de vraag maakt dat een organisatie kan anticiperen op de toekomstige markt- vraag, in plaats van te reageren. De ver- wachte vraag wordt ingeschat op basis van de historische vraag in combinatie Het presteren van één organisatie heeft effect op andere organisaties in de keten. Het anticiperen op het ritme van de keten is cruciaal voor de eigen bedrijfsvoering. Ken je afhankelijkheden! In de strafrechtketen is het denken in ketens en afhankelijkheden gemeen- goed. Organisaties als de nationale politie, het Openbaar Ministerie en reclassering (3RO) werken nauw samen om gemeenschappelijk ketenwerkpro- cessen in werking te brengen. Deze organisaties kennen een seriële afhan- kelijkheid: wat de producten zijn van de één, is de instroom voor de ander. Wanneer je voorganger sneller produ- ceert dan je zelf als organisatie kan ver- werken, zorgt dit voor te snelle instroom bij de eigen organisatie en mogelijk zelfs tot verstoppingen, die het proces 37 the way we see it
  • 39. strafrechtketen van opsporing, vervol- ging en berechting voor het invoeren van ZSM. Het ZSM-proces zorgt voor twee veran- deringen in de strafrechtketen: 1. Snelheid van het proces Ten eerste versnelling: in figuur 2 is weergegeven dat de organisaties in de strafrechtketen al bij de start van het ketenproces bij elkaar zitten. Ketenpartners werken fysiek samen en hebben zo de mogelijkheid om snel met elkaar te schakelen om tot een meer betekenisvolle afdoening te komen. Door gelijk elkaars infor- matie, mogelijkheden en inzichten te delen, wordt het proces van opspor- ing en vervolging sneller doorlopen. ZSM realiseert vooruitgang en ver- nieuwing in de keten in het geval van veel voorkomende criminaliteit. Dit betekent een vooruitgang voor zowel de ketenpartners, de maatschappij, de verdachte als het slachtoffer: iedereen weet binnen een kort tijdsbestek waar hij aan toe is. De verdachte krijgt direct een straf of gaat bij complicerende factoren een ander traject in. Het slachtoffer wordt direct benaderd door Slachtofferhulp Nederland en geïnformeerd over de voortgang van het proces. Dit is een welkome ontwikkeling gezien de behoefte aan meer aandacht voor het slachtoffer volgens het Trends in Veiligheid 2014 onderzoek van Capgemini, uitgevoerd door TNS NIPO. 2. Verandering van instroom Ten tweede de verandering van in- stroom in de traditionele strafrecht- keten: de ketenpartners aan de ZSM-tafel stemmen al vroeg in de keten af voor welke strafmoda- liteit wordt gekozen. Met de Wet OM-afdoening heeft het Openbaar Ministerie de mogelijkheid om over- tredingen en misdrijven waarop maxi- maal zes jaar gevangenisstraf staat, buiten de rechter om af te doen. Voorheen mocht het OM de ver- dachte hiervoor een transactie aan- bieden. Als de verdachte dat aanbod accepteerde, voorkwam hij strafver- volging. Sinds de Wet OM-afdoening in werking is getreden, kan het OM deze zaken afdoen door een straf- beschikking uit te vaardigen. Hiermee kan het OM een zaak vervolgen en bestraffen. De instroom van zaken voor het OM is dus veranderd. De veel voorkomende criminaliteitszaken worden sneller afgedaan waarbij minder doorstroom plaatsvindt naar de ZM. Dit houdt in dat het OM zelf meer zaken af kan doen. Het zelf afdoen van zaken op grotere schaal vraagt wel om mensen en middelen die dit kunnen verwerken. De juiste capaciteit inzetten, is hierin de uit- daging voor het OM. Om versnelling en efficiency in de afdoening van zaken te realiseren, is een investering nodig in capaciteitsplanning. Door het afdoen van veel voorkomende criminaliteit door het OM, komen deze zaken niet meer bij de ZM terecht. De zaken die wel naar de ZM worden ge- stuurd voor berechting, zijn complexer van aard. Die vragen om een andere manier van behandelen door de ZM wat veelal meer tijd zal betekenen. In figuur 2 is de ‘trechter’ van de strafrechtketen door ZSM veranderd: de ZM krijgt minder zaken dan voor invoering van de ZSM-werkwijze. Figuur 1: Vraagplanning zorgt voor proactief anticiperen in plaats van achteraf reageren Besluitvorming vindt sneller plaats op basis van accurate informatie waardoor capaciteit efficiënt is ingezet en kostenbesparend wordt gewerkt. Verbeterde klanttevredenheid door kortere doorlooptijden in de keten, waardoor vertragingen en voorraad worden voorkomen. Beter begrip en inzicht in de activiteiten van de ketenpartners voor en na de eigen organisatie Zorg ervoor dat je kunt anticipe- ren op veranderende instroom De relatie tussen vraag en aanbod is niet eerder in de strafrechtketen zo duidelijk aanwezig geweest. Met ZSM wordt de strafrechtketen gestimuleerd om planmatig naar het strafproces te kijken. Het is niet langer een individuele keuze van organisaties binnen welke termijn zij aan de slag gaan met een zaak. Al vroeg in de strafrechtketen wordt het ritme van de keten bepaald in termen van de instroom van zaken en snelheid waarmee de organisaties deze zaak kunnen behandelen. Maar hoe kunnen we nu van dit straf- rechtketenproces een soepel verlopen- de stroom maken waarin de betrokken organisaties met de juiste capaciteit de juiste zaken op tijd kunnen afhandelen? Om dit te bereiken, is het van belang dat de organisaties binnen de strafrecht- keten anders naar zichzelf gaan kijken. Het opstellen van ketenwerkprocessen is een stap in de goede richting. De ver- volgstap zou moeten zijn het in kaart brengen van de verwachte input, through- put en output van de verschillende ketenpartners. Deze verwachtingen zijn gebaseerd op historie van gegevens, de eerste cijfers waarin de ZSM-werkwijze zichtbaar is, trends in criminaliteit en samenwerkingsverbanden met bijvoor- beeld zorgorganisaties. Met deze ken- nis kunnen organisaties bepalen wat 38 Trends in Veiligheid 2014
  • 40. Figuur 2: De veranderende instroom in de keten door de komst van ZSM Strafrechtketen zonder ZSM politie politie politie OM Slachtofferhulp Nederland OM- beslissing ZM OM Reclassering Raad voor de Kinderbescherming Delict met bekende dader Delict met bekende dader Strafrechtketen zonder ZSM OM- beslissing ZM Reclassering DJIReclassering DJI Optioneel op vraag vanuit politie/OM: Raad voor de Kinderbescherming Reclassering Slachtofferhulp Nederland veranderingen in de keten voor gevol- gen heeft op de eigen organisatie in termen van capaciteit, doorstroom, productie en financiering. Terug naar ZSM: gevolgen van ZSM voor de rechtspraak op lange termijn Terug naar het ZSM-voorbeeld en met name de rol van de rechterlijke macht. Deze organisatie wordt in Nederland via een outputfinanciering door het ministe- rie van Veiligheid en Justitie bekostigd: de rechtspraak krijgt per vonnis een vergoeding (naar zaakscategorie). Voor een organisatie als de rechtspraak is het daarmee van groot belang om te weten wat de ZSM-werkwijze voor gevolgen heeft op de eigen produc- tie. Op de korte termijn zal het met de huidige werkdruk bij rechters een welkome afname zijn van de zaaksin- stroom. Maar op langere termijn kan de verminderende instroom van zaken bij strafrechters zorgen voor een over- capaciteit, en gevolgen hebben voor de financiering vanuit het ministerie van Veiligheid en Justitie. Vraagplanning geeft de ZM de mogelijkheid om te anti- ciperen op de toekomst, in plaats van reactief en te laat in te zien wat ZSM heeft betekend voor de eigen organi- satie. We juichen het samenwerken van de ketenpartners in de ZSM-werkwijze van harte toe, maar sporen organisaties ook aan om de gevolgen op zowel korte als lange termijn goed in kaart te brengen en de bedrijfsvoering daar flexibel op aan te passen. De digitalisering in de strafrechtketen stimuleert vraagplan- ning, omdat het makkelijker wordt om inzicht te krijgen in de in- en door- stroom in de keten. Over de auteurs Karin van de Laar MSc en Eva Miltenburg MSc zijn senior consultant bij Capgemini Consulting. Karin van de Laar richt zich op operational excellence in het veiligheids- domein en is gespecialiseerd in het jeugddomein. Eva Miltenburg richt zich op operational excellence in het veiligheidsdomein. Contactgegevens Voor meer informatie kunt u contact met de auteurs opnemen via karin.vande.laar@capgemini.com, @KarinvandeLaar en eva.miltenburg@capgemini.com, @evamburg 39 the way we see it
  • 41. Fraude met fietsverzekeringen aangepakt door het delen van informatie 40 Trends in Veiligheid 2014
  • 42. 41 the way we see it
  • 43. Vanwege de hoge aanschafprijs en vanwege de risico’s van het wonen in een grote stad, verzekert Jan zijn fiets bij een fietsverzekeraar. Jan fietst dage- lijks met zijn elektrische fiets tussen zijn huis en het station. Echter, als op een ochtend alle stallingen bezet zijn en hij dreigt zijn trein te missen, parkeert hij zijn fiets buiten de toegestane plekken. De gemeente Utrecht heeft enkele weken daarvoor besloten de overlast van foutief geparkeerde fietsen aan te pakken en haar aangepaste beleid hierover direct strikt uit te voeren. Jans fiets werd dus gehandhaafd en door de gemeente naar een depot gebracht om te wachten tot Jan daar zijn fiets (tegen betaling) komt ophalen. Jan weet niets van het fietsbeleid van de gemeente en is aanvankelijk erg boos dat zijn fiets (naar zijn mening) gestolen is en daarna opgelucht dat hij deze fiets goed verzekerd heeft. Nog diezelfde avond heeft Jan bij de politie digitaal aangifte gedaan van zijn gestolen fiets en heeft de volgende ochtend zijn ver- zekeringsmaatschappij geïnformeerd. De verzekeringsmaatschappij gaat over tot betaling van de schade, zodat Jan een nieuwe fiets kan kopen. Het geld stond binnen 48 uur op zijn rekening. Jan vertelt dit verhaal aan zijn buurman die wel van het nieuwe fietsparkeer- beleid van de gemeente heeft gehoord. Zou zijn fiets dan toch niet gestolen zijn, maar misschien door de gemeente zijn weggehaald? Als Jan zich bij het depot meldt, blijkt zijn fiets daar inderdaad Hoe kan deze (kleinschalige) vorm van fraude gemakkelijk worden voorkomen? Highlights • Verzekerde fietsen worden vaak moedwillig foutief gestald. • Gemeenten nemen deze fietsen dan mee en plaatsen de fiets in een depot. • De verzekerde int het verzekeringsbedrag en haalt daarna de fiets weer uit het depot. • Privacy hoeft geen belemmering te zijn in de strijd tegen deze fraude. • Met enkele kleine investeringen kan de cruciale informatie worden gedeeld in de keten. Vooral bij de aanpak van fraude is het optimaal gebruikmaken van de informa- tie die bij de (keten)partners beschik- baar is van essentieel belang. Fraude is een van de benoemde speerpunten in het Nationaal Dreigingsbeeld 2012. Het gaat hierbij dan om de zware georgani- seerde wijze waarop fraude plaatsvindt. Maar ook op kleinere schaal vinden er vormen van fraude plaats, waar soms op eenvoudige wijze tegen opgetreden kan worden. Informatie speelt daarbij een grote rol en het delen van informatie een cruciale rol. We schetsen de vol- gende casus rond fraude met fiets- verzekeringen. In Nederland zijn in 2012 circa 450.000 fietsen als gestolen geregistreerd. Een deel hiervan is verzekerd tegen dief- stal en worden derhalve door de ver- zekeraar vergoed. Er is een werkwijze bekend waarbij kwaadwillenden op eenvoudige wijze verzekeringsfraude plegen. Het lukt hen een verzekerde fiets als gestolen op te geven en ver- volgens, nadat het verzekeringsgeld is geïncasseerd, toch weer in bezit te krij- gen. Deze constructie is mogelijk omdat de betrokken partijen onderling geen informatie uitwisselen. Dit artikel gaat in op de werkwijze die gevolgd wordt en een oplossing hoe deze vorm van fraude te voorkomen is. Casus Jan Jansen, woonachtig in Utrecht, koopt een nieuwe elektrische fiets. Het delen van elkaars gegevens vinden organisaties eng. Vooral ook vanuit het privacyoogpunt denkt men onterecht dat bijna niets kan. Er mag echter vaak meer dan men denkt en uitwisselen van informatie kan de verschillende partijen ook winst opleveren. 42 Trends in Veiligheid 2014
  • 44. te staan en neemt Jan deze na beta- ling mee. Tja, voor zo’n bedrag koop je geen nieuwe fiets. Hij heeft nu én zijn fiets weer terug én een uitgekeerd bedrag op zijn rekening staan. Het zijn dure tijden, dus ziet hij dit als een finan- ciële meevaller en hij besluit het schade- bedrag van de verzekering niet terug te storten. Helaas zijn er naast Jan Jansen in Nederland ook mensen die bovenstaande constructie volgens een voor- opgezet plan uitvoeren. Oplossing Bovenstaande constructie wordt mogelijk gemaakt omdat de betrokken partijen: gemeente, politie en verzeke- ringsmaatschappij geen informatie met elkaar delen. Hierna wordt de situatie beschreven waarbij onderling informatie wordt uitgewisseld en fraude niet meer mogelijk wordt. De gemeente registreert de gehand- haafde fiets in haar fietsdepotapplicatie. Deze applicatie is gekoppeld aan de website www.verlorenofgevonden.nl, waardoor alle gehandhaafde fietsen op deze website worden gepubliceerd. Het zou een optimale situatie zijn indien de gemeentelijke toezichtambtenaren, bij- voorbeeld via een smartphone, de fiets direct na handhaven in de gemeentelij- ke fietsdepotapplicatie kunnen registre- ren. Een app hiervoor is niet moeilijk te ontwikkelen. Vervolgens gaat de burger aangifte doen van zijn gestolen fiets. Hij heeft daarvoor de keuze tussen digitaal aangifte doen via politie.nl, telefonisch of op het politiebureau. Bij een telefo- nische of een bureauaangifte zal de politiemedewerker moeten controleren of de fiets als gehandhaafd geregi- streerd staat in de verlorenofgevonden- database. Deze controle zou handma- tig kunnen, maar is geautomatiseerd natuurlijk veel sneller. Deze automatische controle zou kunnen plaatsvinden ge- koppeld aan het digitale aangifteproces. Als tijdens dit digitale aangifteproces, wat ook doorlopen wordt met aangifte via het internet, geconstateerd wordt dat er sprake is van een match, stopt het aangifteproces en wordt de burger verwezen naar de gemeente waar de fiets in depot gestald staat. In boven- staand voorbeeld zal Jan Jansen direct tijdens de digitale aangifte kunnen zien dat zijn fiets als gevonden staat gere- gistreerd en op te halen is bij het depot van de betreffende gemeente. Jan kan in dit geval dus geen aangifte doen. Door de koppeling tussen de basis- voorziening handhaving (BVH) waarin onder andere de aangiften in worden geregistreerd bij de politie met de verlo- renofgevonden-database zal het aantal bij verzekeraars ingediende claims van gestolen fietsen aanzienlijk dalen (er kan immers niets geclaimd worden zonder aangifte). Ingeval een burger sneller aangifte doet dan de gehandhaafde fiets door de gemeente is geregistreerd in de data- base van www.verlorenofgevonden.nl, dan zal de burger zich met proces ver- baal van aangifte melden bij zijn ver- zekeraar. Om onterechte uitbetaling te voorkomen, kan ook de verzekerings- maatschappij na de schademelding de database van de website bevragen om de fiets te controleren om op basis daarvan de claim af te wijzen indien de fiets daar geregistreerd staat. Figuur 1: Het proces-verbaal van aangifte Verzekeraar Politie Gemeente Verzekeraar Politie Gemeente Tenslotte kan de gemeente een toets doen (al dan niet automatisch) bij de politie om te controleren of iemand die zijn fiets weer komt ophalen, toevallig ook geen aangifte heeft gedaan om de schade bij zijn fietsverzekering te clai- men. Als de verzekeringsmaatschappij heeft uitbetaald, zijn zij de eigenaar geworden van de betreffende fiets. De fiets mag dan niet terug gegeven worden aan de burger, maar moet naar de fietsverzekeraar. In onderstaande figuur is weergegeven dat het net nu gesloten is rond de fietsen- diefstalfraudeur. In het linker figuur is de huidige situatie weergegeven waarbij het proces-verbaal van aangifte de link tussen de politie en de fietsverzekeraar aangeeft. Door te koppelen met de verlorenofgevonden-database kunnen de fraudeurs geen kant meer op. Stichting Aanpak Voertuigcriminaliteit (AVc) heeft in het kader van een aantal lopende projecten ter bestrijding van voertuigcriminaliteit gesignaleerd dat door het realiseren van een aantal kop- pelingen tussen bestaande informatie databases, een vuist kan worden gemaakt tegen de in dit artikel benoem- de vorm van criminaliteit. Het gaat om de bijvoorbeeld volgende databases: • RDW-Fietsdiefstalregister: waarbij iedereen door middel van chipnum- 43 the way we see it
  • 45. mer, of combinatie framenummer/ merk kan zien of een fiets als gesto- len vermeld is bij de RDW. Vulling van deze database geschiedt vanuit aan- giften die bij de politie gedaan wor- den. Deze aangiften staan dan weer in de BVH geregistreerd. • www.verlorenofgevonden.nl: goederen (is bij 244 gemeenten in gebruik): gaat om veel meer dan alleen maar fietsen. Zowel burgers als gemeenten kunnen deze database vullen. • AFAC-pakket (in gebruik bij 30 gemeenten): AFAC staat voor Algemene Fiets Afhandel Centrale, hierin worden bij een beperkt aantal gemeenten fietsen geregistreerd die door de politie zijn gevonden of door gemeentelijke toezichthouders zijn geruimd. De verwachting is dat de website www.verlorenofgevonden.nl op korte termijn door alle Nederlandse gemeenten in gebruik wordt genomen. Een landelijke dekking dus. Dit zal veel mogelijkheden geven, in het bijzonder om het aantal gestolen fietsen, fors terug te dringen. Hetzelfde geldt voor het verstoren van de verkoop van gestolen goederen; helingbestrijding. Hiervoor is door de politie de website www.stopheling.nl opgezet met het doel “bewustwording bij de burger/ koper te verbeteren met betrekking tot heling via internet”. Iedereen kan bij het kopen van tweedehands goederen deze via stopheling.nl op diefstal controleren. Met het ontwikkelen van een tweetal koppelingen kan de keten worden gesloten en is er een maximale bestrij- ding tegen fraude bij fietsdiefstallen en heling. Het betreft de volgende koppelingen: • het boogje in figuur 1 tussen (de BVH van) de politie en (de verlorenofgevon- den-database van) de gemeenten; • het boogje in het figuur tussen de verzekeraar en gemeenten. Conclusie Door informatie tussen betrokken partijen te delen, kan een sluitende keten worden bereikt in de aanpak tegen fraude bij fietsdiefstallen met voordelen als: • besparing fte’s bij politie in verband met aangiftes; • minder onterechte uitkeringen bij ver- zekeraars; • snellere terugkeer van eigendom bij eigenaar; • verbreken helingcircuit. En het enige wat daarvoor nodig is, is het mogelijk maken dat de politie en de ver- zekeringsmaatschappijen op een een- voudige wijze de verlorenofgevonden- database kan (maar vooral ook zal) raadplegen. Over de auteurs P.W.M. Patrick van der Aa is Accountmanager Overheid bij PerfectView. PerfectView is jaren geleden door de Stichting Aanpak Voertuig Criminaliteit (vanuit ministerie van Veiligheid & Justitie) gevraagd een oplossing te bieden voor het overzichtelijk registreren en correct afhandelen van het door de gemeente gehandhaafde fietsen in het fietsdepot. Hierbij is het interne proces geautomatiseerd dat gekoppeld is aan de website www.verlorenofgevonden.nl welke burgers in staat stelt hun fietsen zelf terug te vinden. Mr. A.H. Lex Westerman is Adviseur Criminaliteitsbeheersing bij het Verbond van Verzekeraars. Drs. M.C.A.B. Martien Hols is Principal Consultant binnen de publieke sector van Capgemini Consulting. Voor de Nationale Politie houdt hij zich onder andere bezig met de optimalisering van het proces rond de zogenaamde verzekeringsaangiften. Contactgegevens Voor meer informatie kunt u contact met de auteurs opnemen via martien.hols@capgemini.com Het spreekt voor zich dat bovenstaande casus niet op zich zelf staat. Ook op tal van andere terreinen kan het delen van informatie winst opleveren. Met name op het terrein van de aanpak van fraude zien wij verschillende mogelijkheden. 44 Trends in Veiligheid 2014
  • 46. Naar één landelijke meldkamer- organisatie door digitale ketensamenwerking 45 the way we see it
  • 47. De LMO zal in de eindsituatie bestaan uit maximaal tien meldkamerlocaties die werken volgens een landelijk gestandaardiseerde werkwijze. Dit houdt in dat een substantieel deel van de spoedmeldingen al zoveel mogelijk geprotocolleerd en multidisciplinair in het eerste contact worden afgehandeld. Daarbij maakt het niet uit bij welke loca- tie de melding binnenkomt, omdat de meldkamers onderling zijn verbonden. Dit moet leiden tot meer efficiëntie en het vergroten van de kwaliteit en veilig- heid door het bundelen van krachten en capaciteit. Hierbij wordt de organisatie in de toekomst ondersteund door de invoering van het Nationale Meldkamer Systeem, dat randvoorwaardelijk is voor het realiseren van de ambities van de LMO. LMO vereist een digitale transformatie Om het eindbeeld van de LMO te rea- liseren, zullen de verschillende belang- hebbenden gezamenlijk een digitale transformatie ondergaan. Digitale trans- formatie is het benutten van technologie Bewegen op de stromen van (eigen)belangen Highlights • De vorming van de landelijke meldkamerorganisatie is complex en vereist een digitale transformatie. • De uitgangspositie van de vele belanghebbende organisaties verschilt. • Samenwerking vraagt om (mee)bewegen op de stromen van eigenbelang. • De burger met een hulp- vraag vormt het kompas. • De veranderstrategie vraagt om verbinding van wendbaarheid en koersvastheid. In oktober 2013 is het transitieakkoord getekend om van 22 meldkamers naar 1 landelijke meldkamerorganisatie (LMO) te gaan. Ten behoeve van die nieuwe organisatie zal een landelijk en multidisciplinair IM&ICT-domein worden gerealiseerd met een aantal grote aanbestedingen zoals het Nieuwe Meldkamer Systeem (NMS) en C2000. Deze ontwikkelingen vormen een buitengewoon complexe digitale transformatie voor het veiligheidsdomein. De veelheid aan belanghebbenden is ongekend. Om de LMO succesvol te ontwikkelen, is een gebalanceerde strategie nodig. Een strategie waarin de verschillende belangen worden (h)erkend. Een strategie waarin ruimte wordt geboden om de veranderingen incrementeel door te voeren.1 1 Dit artikel is gebaseerd op eerdere publicatie “Naar één landelijke meldkamerorganisatie”, RB&W december 2013. 46 Trends in Veiligheid 2014
  • 48. om de prestaties en het bereik van organisaties radicaal te verbeteren. Uit het digitale transformatie-onderzoek van Capgemini Consulting met het Massachusetts Institute of Technology (MIT) in 2011/12 blijkt dat succesvolle digitale transformaties worden geken- merkt door een aantal succesfactoren. Naast de adoptie van digitale moge- lijkheden is transformatiemanagement cruciaal. Anders blijft het steken bij ‘een digitale speeltuin’, een geïsoleerde benadering en onvoldoende coördinatie zonder prestatieverbetering. Het onder- zoek toont aan dat een sterke overkoe- pelende digitale visie, effectieve bestu- ring, een sterke digitale cultuur en het meten van de toegevoegde waarde van digitale initiatieven het verschil maakt in de volwassenheid van digitale transfor- maties. Onderstaand is dit weergege- ven in een typologie. Het ‘wat’ (digitale intensiteit) moet samengaan met het ‘hoe’ (transformatiemanage- ment-intensiteit). Hierna schet- sen wij het speelveld van de LMO waarbinnen de digitale transformatie zal plaatsvinden. Verschillende uitgangsposities en belangen In het transitieakkoord is afgesproken dat de Landelijke Meldkamer Organisatie beheersmatig wordt ondergebracht bij de politie. De korpschef mandateert deze taak aan de directeur van de LMO, die de eindverantwoordelijkheid krijgt voor het functioneren van de LMO en de maximaal tien meldkamerlocaties als geheel. Elke meldkamerlocatie beschikt over een hoofd. Per locatie werken de politie, brandweer, ambulancezorg en gemeenten samen. Deze disciplines dragen binnen het meldkamerdomein zorg voor de uniformering van de eigen monodisciplinaire werkprocessen. Er komt een kwartiermakerorganisatie om de transitie te begeleiden. De aan- gestelde kwartiermaker, Jill Wilkinson, draagt tevens (als directeur LMO) zorg voor het beheer en ‘going concern’ van de huidige regionale meldkamers. Dit schema (Regiegroep transitiemeld- kamers en programma in relatie tot LMO) illustreert de veelheid aan belang- hebbenden met ieder een sterke eigen identiteit, dynamiek en belangen. Daarbij komt een verschillend ontwikkel- tempo in de oprichting van de tien regionale meldkamers. Dit ontwikkel- tempo wordt mede bepaald door de historie per huidige regio. Binnen de ene regio is momenteel al sprake van integratie terwijl in de andere regio de co-locatie pas net is gerealiseerd. Tegelijkertijd is een forse taakstelling als gevolg van de invoering van de LMO al ingeboekt voor de komende jaren, waarbij vertraging een groot financieel afbreukrisico heeft. Er ligt binnen dit complexe en dyna- mische speelveld een forse opgave om het transformatie management succes- vol op te pakken. Figuur 1: Digitaal Volwassenheidsmodel Digitaleintensiteit Transformatiestijl Fashonistas Veel geavanceerde digitale functies (sociaal, mobiel) in silo’s Geen overkoepelende visie Onderontwikkelde coördinatie Digitale cultuur mogelijk binnen de silo’s Beginners Management sceptisch inzake meerwaarde digitalisering Enkele digitale experimenten Onvolwassen digitale cultuur Conservatieven Overkoepelende visie bestaat maar mogelijk onderontwikkeld Enkele geavanceerde digitale functies Sterke digitale coörindatie over silo’s heen Proactief ontwikkelen van digitale skills en cultuur Digirati Sterke overkoepelende visie Goede governance Vele meetbare digitaliseringsinitiatieven Sterke digitale cultuur Politie: van hiërarchisch naar faciliteren van ketensamen- werking De LMO wordt beheersmatig onder- gebracht binnen de politieorganisatie. De politie heeft veel kennis, kunde en gekwalificeerde mensen in huis, maar is ook onderhevig aan de grote lan- delijke reorganisatie die de komende jaren bij de politie plaatsvindt om te komen tot één nationale politie. De kennis en kunde van de politie is ener- zijds een lust voor de LMO. Anderzijds is de politie een last. Ze kan door de andere disciplines binnen het LMO en de lokale spelers als te dominant wor- den ervaren. Ook kunnen bureaucratie en landelijke kaders de (ervaren) bewe- gingsruimte voor andere disciplines en de lokale actoren inperken. De politie heeft binnen de LMO twee petten op, zowel de beheerder als één van de vei- ligheidsdisciplines. Wij vinden het noodzakelijk dat de korpschef volledig doormandateert naar de kwartiermaker c.q. directeur LMO en deze voor wat betreft alle aspecten - waaronder going concern - primair laat rapporteren naar de operationele 47 the way we see it
  • 49. Figuur 2: Regiegroep transitiemeldkamers en programma in relatie tot LMO Projectstructuur Veiligheidsberaad Veiligheidsberaad Bestuurlijke adviescommissies DOVR RBC Hoofden veiligheids- bureau’s Netwerk MKD Dagelijks bestuur Veiligheidsberaad Regiegroep transitie meldkamers Kwartiermaker brandweer/multi- opschaling Minister VenJ Bestuurlijke regiegroep Operationele stuurgroep Kwartiermaker LMO Kwartiermaker meldkamerlocatie (10x) Kwartiermaker Politie Kwartiermaker Ambulance zorg Kwartiermaker KMar Stuurgroepen / portefeuillehouders Nationale Politie Ambulancezorg KMar Vertegenwoordigers ministers Ministers VenJ, VWS, Defensie Kwartiermaker- organisatie LMO Veiligheidsregio’s Besturen Directeuren Hoofden kolommen Hoofden GMK en bestuurlijke stuurgroep (zie organisa- tieschema). Hierin zijn dan alle disci- plines waaronder de politie vertegen- woordigd. Tom van der Vlist, hoofd Meldkamer Noord-Nederland, heeft hier een duidelijke opvatting over: “De politie moet zich opstellen als grote verstandige broer en rekening houden met de gerechtvaardigde belangen van de andere disciplines en lokale belan- gen.” Dat de politie de grootste is en veel te bieden heeft, wordt door hem ook volledig onderkend. Zo wordt in de governancestructuur een evenwichtige belangenafweging gewaarborgd. Daarnaast ligt er een uitdaging voor de kwartiermaker om niet hiërarchisch maar faciliterend te opereren. Zowel de politie, brandweer alsook de ambu- lancediensten kennen een hechte, op ‘command & control’ ingestelde cultuur. Het speelveld is dusdanig complex dat een op ketensamenwerking gerichte aansturing cruciaal is. Het draait om meebewegen op de (lokale) belangen. De aansluiting van de toekomstige tien meldkamers op hun eigen geografische omgeving is namelijk cruciaal voor de uitvoering van de taken. Burger met hulpvraag centraal Door de hoeveelheid belanghebbenden en benodigde samenwerking dreigt een nieuwe ambtelijke en bestuurlijke drukte en stroperigheid te ontstaan. Daarmee is de burger met een hulpvraag niet gediend. Alle betrokkenen binnen de LMO worden persoonlijk gedreven door het bieden van hulp. Hulp aan de burger in nood. Dat zou dan ook het samenbindend doel moeten zijn voor de organisatie- verandering. Dit doel komt echter nog onvoldoende in het transitieakkoord naar voren. Juist dit doel kan het kom- pas vormen bij stagnerende besluit- vorming. Bij verschil van inzicht zou het antwoord op de vraag: “Waar wordt de burger in nood het meest mee gehol- pen?” leidend moeten zijn. Uit het onderzoek van Capgemini Consulting met Massachusetts Institute of Technology blijkt dat dé drijfveer voor digitale transformatie het klantperspec- tief is. Deze duwt de vernieuwing en dwingt deze zelfs af, van buiten naar 48 Trends in Veiligheid 2014
  • 50. binnen. De noodzaak om de klant voor- op te stellen, ‘customer centricity’, geldt ook binnen de overheid, waarbij de bur- ger een optimale en moderne dienst- verlening verwacht. Burgers verwach- ten dit, nu zij zelf nieuwe technologieën massaal adopteren. Zo vragen nieuwe communicatiekanalen, bijvoorbeeld op het gebied van social media, om proces- inrichting waarbij alle inkomende infor- matie van verschillende kanalen naad- loos in elkaar overgaan. Dit wordt de ’all-channel-experience’ van de burger genoemd. Met de verschillende kolom- men en de verschillende meldkamer- locaties is de opgave om dit met een efficiënt operationeel proces optimaal te bewerkstelligen. Door met alle belang- hebbende partijen de klantervaring van de hulpzoekende als uitgangspunt te nemen, kunnen de mono- en multipro- cessen landelijk op elkaar worden aan- gesloten en afgestemd. Hiertoe wordt het gehele proces doorgenomen en alle contactmomenten (van eerste nood- oproep tot nazorg) uitgewerkt. Welke partijen zijn bij elk afzonderlijk contact- moment betrokken? Welke achterlig- gende processen spelen daarbij een rol? Welke systemen ondersteunen dit? Navigerend transformeren Uitgaande van alle aandachtspunten bij LMO is duidelijk dat een klassieke ontwerpaanpak voor de LMO niet gaat werken. De veelheid aan (autonome) belanghebbenden, de sterke identifica- tie met de eigen disciplines, de verschil- lende regionale uitgangsposities en de parallelle implementatie van het Nieuwe Meldkamer Systeem (NMS) vragen om een strategie van ‘navigerend transfor- meren’, als uitgangspunt om de geza- menlijke, overkoepelende sterke visie te realiseren. Uit eerder onderzoek onder topambte- naren blijkt dat dé uitdaging bij grote verandertrajecten in de publieke sector is gelegen in het verbinden van wend- baarheid met koersvastheid.2 De kort- ste route van A naar B is niet altijd de meest optimale. Soms gaat het sneller via een, op het eerste oog, langere route of is de reis comfortabeler als onderweg meerdere tussenstops zijn ingepland. Maar ook wanneer je een- maal op weg bent, kunnen vertragingen en omleidingen resulteren in een alter- natieve route. Daarbij ben je in sterke mate afhankelijk van externe factoren als andere weggebruikers, infrastruc- tuur of beschikbare vervoersmiddelen. Wendbaarheid met koersvastheid wordt ook gevraagd voor de implementatie van het Nieuwe Meldkamer Systeem. Dit systeem is randvoorwaardelijk voor het succes van het LMO. Tegelijkertijd is het LMO randvoorwaardelijk voor het succesvol implementeren van het Nieuwe Meldkamer Systeem. Het systeem is te groot, te complex en de invoering duurt te lang om vanuit een grand design alles in één keer te rea- liseren. Immers, een multidisciplinair systeem invoeren terwijl de organisatie nog in ontwikkeling is, vraagt om pro- blemen. Er zal daarom stapsgewijs, Over de auteurs Drs. Erik Hoorweg MCM is vice president bij Capgemini Consulting. Drs. Bert Berghuis is adviseur bij BuitenhekPlus. Contactgegevens Voor meer informatie kunt u contact met de auteurs opnemen via erik.hoorweg@capgemini.com, @ehoorweg in verschillende plateaus, ontwikkeld moeten worden om veranderingen in de organisatorische context op te vangen. Voor het LMO betekent dit het nader invullen van een gezamenlijke (digitale) visie. Het transitieakkoord was een belangrijke mijlpaal. Maar het is tevens een zorgvuldig geformuleerd compro- mis waarin de afzonderlijke belangen naast elkaar zijn verwoord. De kwar- tiermaker LMO zal constant moeten bewegen op de stromen van deze eigenbelangen. Door de burger met een hulpvraag centraal te stellen, wordt in ieder geval het gezamenlijk belang en drijfveer aangeboord. 2 Navigerend transformeren in publieke organisaties, Capgemini Consulting, september 2009 49 the way we see it
  • 51. Cybersecurity als enabler van digitale transformaties 50 Trends in Veiligheid 2014
  • 52. mogelijkheden om alle beschikbare data om te zetten in toegevoegde waarde voor organisaties. • De impact van Cloud-technologie is te relateren aan het overal direct beschikbaar zijn van data. Voor orga- nisaties betekent Cloud ook kosten- efficiëntie, flexibiliteit en schaalbaar- heid. Cybersecurity als enabler Cybersecurity is een directe enabler voor de vier digitale transformaties. Security ondersteunt innovatie doordat in een veilige omgeving sneller kan worden geëxperimenteerd met nieuwe technologieën voor nieuwe producten of diensten die op alle verschillende apparaten en platformen toegankelijk zijn. Klanten en andere stakeholders kunnen door cybersecurity nieuwe mogelijkheden geboden worden, zoals (veilige) inzage in het eigen klantendossier of online bankieren. Dit brengt klanten directer in controle over hun eigen informatie en de diensten die ze willen betrekken. Om de rol van cybersecurity als enabler te maximaliseren, is het uiteraard essentieel om de security goed in te richten. Met een slecht inzicht in de be- langen van de organisatie, een onduidelijk beeld van risico’s en ad hoc georgani- seerde maatregelen en architectuur, zal cybersecurity slechts een belemmering vormen voor nieuwe ontwikkelingen. Een goed ingerichte cybersecurity beweegt mee met de primaire processen van de organisatie, zodat de gewenste wendbaarheid in de primaire processen Op welke manier draagt cybersecurity bij aan Social, Mobile, Analytics en Cloud? Highlights • Cybersecurity is een enabler van digitale transformaties bij organisaties. • Goede security maakt organisaties wendbaar bij nieuwe ontwikkelingen. • Cybersecurity biedt waarde en kansen voor de organisatie. • Zonder cybersecurity neemt de kwetsbaarheid van je primaire processen toe. • Cybersecurity is daardoor een thema voor in de bestuurderskamer. Aanleiding Cybersecurity wordt nog te vaak alleen als een kostenpost gezien, doordat de betekenis van security voor primaire processen van organisaties buiten beschouwing wordt gelaten. De busi- nesscase van cybersecurity-investe- ringen wordt hierdoor te negatief inge- schat en voorstellen ter verbetering van de cybersecurity leggen het in de prak- tijk onterecht af tegenover andere prio- riteiten. In dit artikel kijken we daarom naar het belang van cybersecurity voor organisaties als enabler van de digitale transformaties van deze tijd: Social, Mobile, Analytics en Cloud. Social, Mobile, Analytics en Cloud (SMAC) De impact op organisaties van technolo- gieën op het gebied van Social, Mobile, Analytics en Cloud is zo fundamenteel dat vaak wordt gesproken over digitale transformaties om de veranderingen te beschrijven. Met Social, Mobile, Analytics en Cloud worden de volgende trends aangeduid: • Social gaat over het verbinden van de omgeving van de organisatie door social media, het communiceren met die omgeving en het versterken van de eigen reputatie. • Mobile gaat over de veranderingen die met name de smartphone heeft gebracht op de manier waarop we communiceren. Als voorbeeld kan daar de mogelijkheden voor e-mail onderweg of messaging worden genoemd. • Analytics, ook Big Data of simpelweg ‘Information’ genoemd, gaat over de Cybersecurity is een directe enabler van de vier belangrijke digitale transformaties van deze tijd: Social, Mobile, Analytics en Cloud. 51 the way we see it
  • 53. van de organisatie wordt ondersteund door een flexibele security eromheen. Social De Social-trend voor organisaties betreft het zorgvuldig in verbinding komen met de omgeving van de organisatie door social media. Social zorgt ervoor dat organisaties op innovatieve wijze contact kunnen maken met burgers en klanten (en vice versa). De mogelijkheden om effectief contact te houden met klanten en burgers zijn verveelvoudigd en tevens vereenvoudigd. De interactie is directer en sneller. Hierbij gaat het zowel om de interne communicatie in organisaties als de interactie met omgeving. Tegelijkertijd verandert ook het ver- wachtingspatroon van de omgeving. Burgers en klanten verwachten dat organisaties sociaal worden: dat er snel gereageerd wordt op vragen, opmer- kingen en klachten. Het maakt daarbij voor hen niet uit via welk medium zij deze vragen kunnen stellen. De snelle interacties en de toename van digitale toegangspunten in de organisatie vragen om een goed beveiligde omgeving, zodat er geen onbevoegd toegang ontstaat tot data van buiten en dat de data die niet naar buiten mag gaan, ook beschermd blijft. Mobile De Mobile-trend heeft grote impact op de security van organisaties. Bring Your Own Device (BYOD) is een voorbeeld van mobiel en hyperconnected acteren binnen een organisatie. Ook ‘Het Nieuwe Werken’ brengt met zich mee dat medewerkers via verschillende apparaten op verschillende locaties toegang hebben tot hun werkomgeving. Net als bij de Social-trend neemt het aantal digitale toegangspunten tot organisaties door Mobile sterk toe. Het is niet mogelijk om zonder security- waarborgen op deze nieuwe wijze te werken. Een organisatie kan niet meer worden georganiseerd zoals vroeger: als een kasteel met een slotgracht en de ophaalbrug als enig toegangspunt. Tegenwoordig kan de ophaalbrug gemakkelijk worden omzeild. Neem bijvoorbeeld een selfservice-portal als eHerkenning voor ondernemers. Hier kunnen ondernemers met een digitale sleutel meerdere diensten bij meerdere overheidsinstanties afnemen. Cyber- security maakt deze vernieuwende dienstverlening mogelijk. Het stelt wel hoge eisen aan de security-architectuur en de vaardigheden om het dataverkeer te monitoren. Door monitoring kan adequaat worden ingegrepen bij ongeoorloofde toegang door hackers of door misbruik van accounts. Het ontwikkelen van deze monitoring en detectiecapaciteiten in de organisatie is de komende cybersecurity-trend. Analytics De digitale transformatie door Analytics, ook ‘Big Data’ of ‘Information’ genoemd, houdt ook verband met intelligent moni- toren. De transformatie die Analytics mogelijk maakt, kent nadrukkelijk twee kanten. Aan de ene kant bieden grote hoeveelheden aan beschikbare informatie - en de intelligente tools om daarin verbanden te herkennen - veel mogelijkheden voor organisaties. Analytics heeft de potentie om dienstverlening te verbeteren op basis van niet eerder ontdekte patronen in grote hoeveelheden data. Binnen het veiligheidsdomein biedt Analytics de kans om toezicht, handhaving en opsporing te versterken. Uit het Trends in Veiligheid 2014 onderzoek van Capgemini, uitgevoerd door TNS NIPO, blijkt dat de Nederlandse bevolking steeds vaker een actievere houding van de overheid verwacht als het gaat om de aanpak van cyber- criminaliteit. Van de Nederlanders is 88% een voorstander van een actiever optreden. Opsporingsdiensten maken gebruik van Analytics om te voldoen aan deze maatschappelijke verwachting. Strafbare feiten worden door een gerichte toepassing van Analytics eerder blootgelegd en digitale forensische onderzoekers analyseren bewijsstukken sneller en effectiever. Aan de andere kant veroorzaken de mogelijkheden van Analytics grote zorgen in het maatschappelijk debat over het waarborgen van privacy van burgers. Uit het Trends in Veiligheid 2014 onderzoek blijkt ook dat het vertrouwen in de overheid dat zij de privacy van burgers voldoende beschermt, langzaamaan afneemt. Deze twee uitkomsten geven het spanningsveld tussen meer veiligheid en privacy direct aan. Als de overheid effectief wil optreden, negeert ze de kansen van Analytics niet. Het waarborgen van de privacy van burgers is daarbij essentieel om het vertrouwen van burgers in de overheid op het gebied van privacy te behouden. Zeker nu de overheid steeds meer digitaal wil communiceren met burgers en daarbij persoonlijke data opslaat, zal de overheid transparant moeten zijn betreffende de doelen waarvoor het de gegevens gebruikt. Burgers moeten erop kunnen vertrouwen dat hun gegevens niet voor andere doelen worden gebruikt dan waarvoor ze zijn verzameld, en dat deze zogeheten ‘function creep’, zeer beperkt blijft. Transparant cybersecurity-beleid en passende cybersecurity-maatregelen kunnen ongeoorloofd gebruik van gegevens begrenzen. Enerzijds door de toegankelijkheid tot de Big Data van buiten de organisatie te beveiligen. Anderzijds door ongeautoriseerd inzicht in gegevens binnen organisaties te limiteren. Cybersecurity-maatregelen ondersteunen in organisaties de naleving van privacywetgeving, zoals de Wet politiegegevens en de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, door juiste archivering van data. Ook actief identity en access management, zodat toe- gang en autorisaties tot gebouwen, afdelingen en applicaties wordt bij- gehouden, is een praktische oplossing voor het borgen van privacy. Cloud Cloud-technologie is de laatste van de vier digitale transformaties. De transformatie door Cloud-technologie 52 Trends in Veiligheid 2014
  • 54. maakt bezit van data minder relevant dan toegang en beschikbaarheid. Organisaties, maar ook individuen, zetten steeds meer privacygevoelige data in Cloud-diensten vanwege de flexibiliteit, de toegankelijkheid en de lage kosten. Voor organisaties die snel groeien of snel nieuwe dienstverlening willen aanbieden, is de schaalbaarheid in de Cloud van groot voordeel. Een van de belangrijkste randvoorwaarden om de transitie naar Cloud voor organisaties en burgers succesvol te kunnen maken, is door maximaal in te zetten op het beschermen van de veiligheid van data in de Cloud en het waarborgen van privacy. Op het gebied van Cloud is de overheid op dit moment zeer actief in het verbind- en van bestaande informatiebronnen en databases in allerlei knooppunten. In deze - veelal Cloud-achtige - structuren zijn gegevens beschikbaar voor eind- gebruikers, maar ze worden vaak niet meer bij de eigen organisatie gehost, waardoor data en eindgebruikers fysiek van elkaar zijn gescheiden. De inzet op het verbinden van bestaande informatiebronnen wordt gedreven door de wens om primaire processen effectiever en efficiënter te laten verlopen. Voorheen gescheiden beleidsvelden worden via deze knooppunten naar elkaar toegebracht om uiteindelijk primaire processen te versterken. De drie decentralisaties van jeugd, werk en zorg van het Rijk naar gemeenten zijn daar momenteel een in het oogspringend voorbeeld van. In deze reorganisatie worden onder meer zeer privacygevoelige gegevens uit medische dossiers en justitiële dossiers bij elkaar gebracht in knooppunten bij gemeenten. Het verbinden van dergelijke verschillende informatieregimes stelt zeer hoge eisen aan het securitybeleid en de ingebouwde maatregelen voor beveiliging en privacy. Vraagtekens over de security in deze knooppunten kan het welslagen van de decentralisaties sterk hinderen. Conclusie Het succesvol integreren van de digitale transformaties in organisaties is sterk afhankelijk van de enabling functie van cybersecurity. De meer- waarde die cybersecurity biedt voor organisaties lijkt daarmee eindeloos. Het benadrukken van de rol van cyber- security als enabler, maakt de business- case voor cybersecurity-investeringen sterker. Binnen de cybersecurity- gemeenschap dient de eigen focus daarom sterker gericht te zijn op de functie van enabler voor de vier transformaties. Over de auteurs Drs. Matthijs Ros, drs. Laurens van Nes en Lieke Schepers MSc zijn respectievelijk als managing consultant en consultant actief op het gebied van openbare orde en veiligheid. Specifiek richten zij zich op vraagstukken op het vlak van intelligence en cybersecurity. Contactgegevens Voor meer informatie kunt u contact met de auteurs opnemen via matthijs.ros@capgemini.com, @matthijsros, laurens.van.nes@capgemini.com en lieke.schepers@capgemini.com 53 the way we see it
  • 55. Anti-witwasbeleid: think big, act small 54 Trends in Veiligheid 2014
  • 56. nen- en buitenlandse bedrijven zou zijn witgewassen. Door het Openbaar Ministerie zijn verzoeken om rechtshulp gedaan aan Spanje, Cyprus, België, Panama, Costa Rica, Malta, Zweden, Duitsland, Zwitserland, Groot-Brittannië en Alderney. Ook worden strafrechtelijk financiële onderzoeken uitgevoerd naar een kleine twintig rechtspersonen waar- aan de verdachten verbonden zijn. Om succesvol wit te wassen, moet een crimineel drie fasen doorlopen. 1. Een crimineel dient - veelal contant - geld te plaatsen in het financiële verkeer door het geld bijvoorbeeld op een bankrekening in binnen- of buitenland te storten. 2. Vervolgens moet het geld losgekop- peld worden van de illegale bron door de herkomst te versluieren. 3. Als derde stap dient de crimineel, om ongestoord van zijn criminele vermogen te kunnen genieten, een ogenschijnlijke legale herkomst aan het geld toe te kennen. Het ver- mogen dat illegaal is verdiend, moet worden geïntegreerd. Het plaatsen van geld gaat veelal samen met een internationale verplaat- sing door middel van ‘money transfer’, ondergronds bankieren of door fysiek vervoer. Tijdens deze transacties kun- nen geldbedragen worden omgewis- seld naar andere valuta en coupures, waaronder e-currency. De ‘Black Market Peso Exchange’ in Latijns Amerika is een goed voorbeeld van een volledig ondergronds banksysteem, Hoe kan Europa de internationale samenwerking tegen witwassen innoveren? Highlights • Het opsporen van witwassen is per definitie internationaal. • De FIU-organisaties zijn nationaal georganiseerd. • Een platform voor de internationale samenwerking in aanvulling op fiu.net kan internationale samenwerking ondersteunen (eventueel beheerd door Europol). is afkomstig van activiteiten zoals drugs- handel, mensenhandel, diefstal en fraude. De wijze waarop witwassen kan plaats- vinden, is zeer divers en complex. Criminelen bedenken steeds nieuwe methoden om crimineel verkregen geld wit te wassen, variërend van een een- voudige valsheid in geschrifte tot grote, complexe constructies van (buiten- landse) rechtspersonen. Globalisering en nieuwe technologieën zorgen ervoor dat internationale witwasconstructies een- voudiger zijn op te zetten en te onder- houden. Een treffend voorbeeld wordt genoemd op de site van het Openbaar Ministerie. Hier wordt een onderzoek beschreven naar het op grote schaal witwassen van winsten uit illegale online gokspellen op de Nederlandse markt. Het onderzoek richt zich op een geld- stroom van 110 miljoen euro, die via een ingewikkelde structuur van bin- Criminelen zijn de motor van innovatie en internationale samenwerking in het veiligheidsdomein. Zij zorgen voor de noodzaak om beter samen te werken aan vrede en veiligheid. Witwassen is een zeer zware belasting voor de integriteit van de samenleving en de rechtstaat. Door witwassen is crimi- neel geld, dat verdiend is met grove mis- drijven, schijnbaar legitiem te besteden. Doordat geld op veel verschillende manieren kan worden witgewassen en veelal internationaal plaatsvindt, is de slagkracht van de nationale aanpak beperkt. Wij verwachten dat binnen de Europese integratie van justitie- en vei- ligheidsbeleid de komende jaren een aantal institutionele en organisatorische antwoorden worden geformuleerd tegen internationaal witwassen. Op de korte termijn zijn er ook stappen te zetten. Wij zien vooral kansen in het uitbreiden van de internationale slagkracht van nationaal ingerichte Financial Intelligence Units (FIU’s). Think big, act small. De witwascrimineel is een international pur sang! Witwassen is het uitvoeren van transac- ties om de herkomst van crimineel ver- kregen geld te verbergen. Het geld 55 the way we see it
  • 57. waarbij voornamelijk Amerikaanse drugsdollars onder de marktprijs worden verkocht voor peso’s. In de tweede fase, versluieren, wordt het verband tussen de criminele her- komst, de eigenaar en het verdiende vermogen losgekoppeld. Hiertoe kun- nen criminelen illegaal vermogen ver- mengen met legaal vermogen. Illegale en legale geldstromen worden bijvoor- beeld samengevoegd en gesplitst. Het vermengen kan ook door illegaal vermogen te integreren in een legale onderneming, die al dan niet eigendom kan zijn van de crimineel. Het veelvul- dig uitvoeren van girale transacties (het zogenaamde giraal kriskrassen) versluiert de herkomst van geld, zeker wanneer het internationaal plaatsvindt en bankgeheim in het spel is. In de integratiefase wordt, nadat de werkelijke herkomst en het eigendom is verhuld, een legitimatie van het geld gecreëerd. Ook in deze fase worden internationale structuren aangewend voor witwassen. Ogenschijnlijk legale inkomsten verdiend in het buitenland zijn voor nationale instanties veel lasti- ger bloot te leggen. Dit geldt ook voor ‘loan back-constructies’ die kunnen plaatsvinden via buitenlandse rechts- personen. Criminelen wenden verder buitenlandse trustkantoren, stichtingen en leaseconstructies aan om hun her- komst en eigendom af te schermen. Nationale opsporing is beper- kend in alle dimensies In de meeste landen is de Financial Intelligence Unit (FIU) de centrale orga- nisatie voor de bestrijding van witwas- sen en de intermediair tussen financiële instellingen en de opsporingsorgani- saties. De FIU-Nederland is op basis van de Wet ter voorkoming van witwas- sen en financieren van terrorisme de aangewezen organisatie, waar diverse instellingen ongebruikelijke transacties dienen te melden. De FIU-Nederland verzamelt en analyseert vervolgens deze gegevens voor het voorkomen en opsporen van witwassen (en terrorisme- financiering). Tot op heden is er (nog) geen draagvlak voor een Europese FIU. Ondanks het internationale karakter van witwassen zijn de FIU-organisaties nationaal geor- ganiseerd en daarmee gebonden aan nationale wetgeving en privacyeisen. Door het nationale karakter van de FIU’s verschillen de juridische kaders en man- daten waaronder de FIU’s opereren. Daarnaast gebruikt iedere FIU zijn eigen IT-oplossing en datamodellen waardoor het eenvoudig en automatisch uitwisse- len en interpreteren van informatie een grote uitdaging vormt. Internationale criminaliteit vraagt om internationale opsporing Witwassen is een grensoverschrijdend probleem, dat alleen internationaal effec- tief kan worden bestreden. Intensievere samenwerking tussen FIU’s ligt het meest voor de hand om internationaal witwas- sen op korte termijn aan te pakken. Er wordt onder andere samengewerkt in de Financial Action Task Force on money laundering (FATF), de Egmont Groep, het FIU.NET en in het FIU- Platform binnen de Europese Unie. Daarnaast zijn er bilaterale samenwer- kingsverbanden met buitenlandse FIU’s en/of opsporingsdiensten. Binnen de Europese Unie en door de Financial Action Task Force (FATF) wor- den met landen bindende afspraken gemaakt over de aanpak van witwas- sen. Europese richtlijnen en intergouver- nementele verplichtingen vormen dan ook de basis voor Nederlandse wet- en regelgeving, waaronder de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme. Maar waarom nieuwe (bilaterale) verdra- gen creëren terwijl er al een uitermate geschikte organisatie is om de Europese samenwerking uit te voeren, namelijk Europol. Deze organisatie heeft als ambi- tie de criminal intelligence hub van Europa te zijn en heeft reeds jarenlange ervaring in het ondersteunen van de bestrijding van grensoverschrijdende criminaliteit. Op basis van vrijwilligheid kunnen landen informatie delen met Europol die de informatie analyseert en de inlichtingen teruggeeft. De aanleverende partij blijft altijd eigenaar van de informatie en kan bepalen hoe deze informatie gebruikt mag worden door andere landen en kan altijd bepalen wanneer informatie ver- wijderd moet worden. Hierdoor is een omgeving gecreëerd waarbij landen met verschillende wetgeving toch op een veilige manier vrijelijk informatie kunnen uitwisselen en zo de internationale crimi- naliteit gezamenlijk kunnen bestrijden. Voor informatie-uitwisseling in de bestrijding van zware criminaliteit lijkt ook onder Nederlanders steun te zijn. Uit het Trends in Veiligheid 2014 onder- zoek van Capgemini, uitgevoerd door TNS NIPO, blijkt: “twee van de drie Nederlanders vinden het (zeer) goed dat inlichtingendiensten persoonsgege- vens aan elkaar uitwisselen ter bestrij- ding van terrorisme of fraude. 32% van de Nederlanders vindt het belangrijk dat uitwisseling plaatsvindt, ook als dit de eigen privacy schendt. Een vergelijk- baar deel van de Nederlandse bevolking (28%) geeft echter aan dat gegevensuit- wisseling niet ten koste mag gaan van de eigen privacy.” Aandacht voor privacy moet integraal onderdeel zijn van het vormgeven van de samenwerking. HEMOLIA Een andere kansrijke oplossing is het mede door Capgemini ontwikkelde HEMOLIA (Hybrid Enhanced Money Laundering Intelligence, Investigation, Incrimination and Alerts) vanuit het Seventh Framework Program van de Europese Commissie. Dit platform biedt FIU’s en opsporingsdiensten de moge- lijkheid om bij zware strafbare feiten binnen wettelijke kaders gegevens van ongebruikelijke en verdachte financiële transacties te combineren met tele- communicatiegegevens, waardoor de 56 Trends in Veiligheid 2014
  • 58. bewijskracht tegen verdachten sterk kan toenemen. De basisprincipes van het platform zijn gericht op een werk- wijze die vanuit een vaste kern flexibel genoeg is om aan te passen aan natio- nale situatie, waarbij vertrouwen in de veiligheid en legitimiteit van de gege- vensuitwisseling en de privacy van de burger optimaal is gewaarborgd. Als meerdere FIU’s en opsporingsdiensten binnen Europa HEMOLIA toepassen, kunnen tevens op dezelfde manier gegevens worden geanalyseerd en worden uitgewisseld. Think big, act small Om een daadkrachtige en geloofwaar- dige impact te krijgen, moet de internatio- nale samenwerking voor de opsporing en vervolging van witwassen worden geïntensiveerd. De rol van Europol moet hierbij wat ons betreft toenemen en er lig- gen op lange termijn kansen voor verdere Europese samenwerking en integratie van politie, justitie en toezichthouders. Het uitbreiden van de internationale slagkracht van FIU’s kan één kleine stap zijn. Concrete verbetering voor de internationale slagkracht is, naast het hergebruik van bestaande internatio- nale organisaties en verdragen, het creëren van een gezamenlijk uniform platform in Europa waarmee FIU’s informatie kunnen uitwisselen. Ook HEMOLIA, het platform waarmee binnen wettelijke kaders gegevens kunnen worden verrijkt, kan de slagkracht tegen verdachten versterken. De internationale criminaliteit houdt echter niet op bij de buitengrenzen van Europa. Europa moet met concrete stappen tegen witwassen het voortouw in de wereld nemen in de bestrijding van internationale criminaliteit. Over de auteurs Marcel Kordes, drs. Paul Lengkeek en drs. Laurens van Nes zijn managing consultant en actief op het gebied van openbare orde en veiligheid. Specifiek richten zij zich op vraagstukken op het vlak van intelligence en cybersecurity. Contactgegevens Voor meer informatie kunt u contact met de auteurs opnemen via marcel.kordes@capgemini.com, @MarcelKordes, paul.lengkeek@capgemini.com, @PaulLengkeek en laurens.van.nes@capgemini.com Figuur 1: De criminal intelligence club Informatie Secure Privacy Intelligence 57 the way we see it
  • 59. Synergievoordelen bij digitale samenwerking op het gebied van secure operations 58 Trends in Veiligheid 2014
  • 60. er binnen een organisatie rondgaat en kan tevens monitoren wat er naar buiten gaat. In een SOC zitten zeer ervaren specialisten die 24/7 het netwerkver- keer analyseren en permanent logfiles nalopen op abnormaal verkeer, zoge- naamde anomalieën. Deze toename aan securitymaatregelen brengt kosten met zich mee. Zeker het inrichten van monitoring- en responsecapaciteit voor een organisatie is arbeids- en kostenin- tensief. Het continu in ploegendiensten monitoren van een organisatie kost al gauw acht tot tien fte. Hier zit meteen ook een tweede uitdaging. Veel (publie- ke) organisaties beschikken niet over medewerkers met dergelijke specialis- tische capaciteiten en CAO’s zijn niet ingericht op 24/7 diensten. Een derde complicerende factor is de hoge inves- tering die met het inrichten en operatio- neel draaiend houden van een SOC gemoeid zijn. Er is een aantal aspecten waarop organisaties de samenwerking kunnen aangaan. Zoals hierboven beschreven, bestaat een SOC uit mensen, proces- sen, organisatie en techniek. Op al deze punten kunnen synergievoordelen wor- den behaald door op een aantal terrei- nen met meerdere organisaties samen te werken in één gezamenlijk SOC. Hieronder wordt weergegeven wat de synergievoordelen kunnen zijn. Mens Wanneer organisaties ieder afzonderlijk besluiten een SOC in te richten, ontstaat binnen zeer korte tijd een tekort aan Hoe kan samenwerking op het gebied van cybersecurity bijdragen aan de organisatiedoelstellingen? Highlights • Veel publieke organisaties denken momenteel na over het inrichten van een SOC. • Hierdoor dreigt schaarste te ontstaan op de arbeids- markt voor security specialisten (zij vissen in dezelfde vijver). • De benodigde kennis voor secure operations valt niet binnen de kerncompetenties van overheden. • Organisaties kunnen veel beter samenwerken of zelfs deze kennis en expertise helemaal uitbesteden. • Er is een businesscase voor het inrichten van één of meerdere Rijks-SOC’s. Afgelopen jaren hebben organisaties volop geïnvesteerd in met name pre- ventieve securitymaatregelen. Met het volwassener worden van de security stijgt bij de organisaties de behoefte naar oplossingen om continu de syste- men en de infrastructuur in de gaten te houden, het zogenaamde monitoring en response. Op deze manier kan snel worden ingegrepen wanneer daad- werkelijk iets gebeurt. Ontwikkelingen als Bring Your Own Device doen de behoefte aan monitoring en response alleen maar toenemen. Waar organisaties vroeger een beperkt aantal te beveiligen systemen had, is momenteel het aantal potentiële ingangen voor kwaadwillen- den exponentieel toegenomen. Deze toename versterkt de behoefte aan inzicht. Om snel te kunnen acteren bij een incident, dient men snel op de hoogte te worden gesteld van een dreiging of incident. Een goede manier om snel verstoringen waar te kunnen nemen, is het inrichten van een Security Operations Center, een SOC. Een SOC bestaat uit mensen, proces- sen, organisatie en techniek. Het SOC monitort continu het (netwerk) verkeer wat van buitenaf op de orga- nisatie afkomt. Daarnaast houdt het SOC ook in de gaten wat voor verkeer Steeds meer overheidsorganisaties zijn op zoek naar een kostenefficiënte manier om hun security monitoring in te richten. Eén manier is digitale samenwerking! 59 the way we see it
  • 61. securityspecialisten. Het werken in een SOC vergt specifieke competenties. Het aantal bekwame security-analisten in de huidige arbeidsmarkt is niet toe- reikend voor de vraag die zal ontstaan. Op korte termijn zouden de organisaties elkaar gaan beconcurreren om per- soneel. Door niet allemaal een eigen afzonderlijk SOC in te richten, maar bij- voorbeeld één SOC voor een bepaalde keten, kan dit aanmerkelijk efficiënter. Proces De dienstverlening aan klanten is gemakkelijker beschikbaar te maken op basis van 24/7. Een aanzienlijk deel van de contacten met de overheid via het internet zullen buiten kantooruren liggen. Dit betekent automatisch dat security monitoring daar ook op inge- richt moet zijn. Weinig organisaties beschikken over een CAO die rekening houdt met reguliere nacht en weekend- diensten. Daar moet je toch heel speci- aal op organiseren. Een speciale optie daarbij is: samenwerking met partners die op meerdere continenten actief zijn. Daardoor kan de monitoring buiten onze lokale kantooruren worden opgepakt door partners in andere tijdszones. Techniek Binnen een SOC wordt veelal gebruik gemaakt van systemen voor Security Information and Event Management (SIEM). Dit zijn tools voor het detecte- ren en analyseren van onder andere netwerkverkeer en logbestanden. Dergelijke systemen vergen hoge initiële investeringskosten. Daarnaast kan het jaarlijkse onderhoud en beheer aan- zienlijk oplopen. Ook hiervoor geldt dat wanneer iedere organisatie zelf SIEM tooling aanschaft, de kosten voor de Nederlandse overheid aanzienlijk zullen zijn, iets dat de overheid juist wil vermij- den met haar streven naar een Compacte Rijksdienst. Het Centrum Informatie Beveiliging en Privacy- bescherming (CIP) heeft als doel de krachten van aangesloten overheids- organisaties (maar ook een aantal ken- nispartners uit de markt) te bundelen en kennis uit te wisselen c.q. te ontwik- kelen. Ook op het terrein van SOC’s wordt nagedacht over samenwerkings- mogelijkheden. Daarbij zijn ketens een belangrijk focuspunt. Wat kan gezamenlijk? Als het om operationele samenwerking gaat (zoals in het geval van een SOC), is het van groot belang een fundamentele afweging te maken van wat wel en wat niet gebaat is bij bundeling. De huidige inschatting is dat op de volgende ter- reinen bundeling van krachten nuttig zal zijn: • middels kennisdeling kunnen drei- gingsbeelden worden verrijkt en kan worden gekomen tot een gezamen- lijke dreigingsanalyse; • onderlinge hulp bij crises en het vor- men van een snel contactennetwerk daarvoor; • uitwisseling van incidenten ter onder- linge alertering. Samenwerking tijdens incidentafhandeling heeft meerwaarde omdat meer accuraat, meer volledig en meer tijdige incidentanalyse kan worden gedaan. Een belangrijke onderdeel bij het opzetten van een SOC is de businesscase. De inschat- ting van risico’s en dito nood- zakelijke maatregelen voor de eigen organisatie en voor de ketens waarin de organisatie opereert, is daarbij een hoek- steen. Het opstellen van een goede businesscase is een uitstekend startpunt om de samenwerking aan te gaan. Wat moet per organisatie? Een aantal taken moet per organisatie worden opgepakt. Het gaat hierbij om het vertalen van de alerts naar de eigen situatie op basis van inzicht in de eigen systemen en processen. De triage, de duiding voor de eigen organisatie, kan alleen door de eigen organisatie wor- Het Centrum voor Informatiebeveiliging en Privacybescherming (CIP) Het CIP is opgericht door vier grote uitvoeringsorganisaties en ZBO’s die uitkeringen doen aan burgers: Belastingdienst, DUO, SVB en UWV, waarbij de laatste als trekker optreedt. Het CIP heeft als doel kennis die bij de overheids- organisaties aanwezig is op het vlak van informatiebeveiliging en privacybescherming, te bundelen en breder toegankelijk te maken. 60 Trends in Veiligheid 2014
  • 62. den gedaan. Bovendien heeft iedere organisatie voor zichzelf een bepaalde ‘risk appetite’: de mate waarin bepaalde risico’s geaccepteerd worden. De ‘risk appetite’ bepaalt namelijk ook vanaf welk dreigingsniveau escalatie plaats- vindt. Rol van het CIP Het is in de eerste plaats van belang dat er vertrouwen opgebouwd wordt. Binnen de de CIP-community groeit dat vertrouwen. Mensen weten elkaar steeds beter te vinden. Op de confe- renties en ook in de verschillende werk- vormen (domeingroepen en het Cyber Security Platform) is die ontwikkeling zichtbaar. Het CIP brengt in haar Cyber Security Platform (CSP) verschillende partijen samen, om over de meer ope- rationele kant van informatiebeveiliging te kunnen samenwerken. In een werk- groep van het CSP wordt verder nage- dacht over de mogelijkheid van een gezamenlijk SOC. Ter afsluiting Organisaties zijn zich er inmiddels van bewust dat 100% veiligheid een utopie is en dat je ervan uit kunt gaan dat je vroeg of laat een keer aan de beurt bent als het gaat om een cyberaanval. De organisaties die de beste security- maatregelen hebben, zijn niet per se de organisaties die het meest weerbaar zijn. Het zijn de organisaties die de juiste voorbereidingen hebben getroffen. Voorbereidingen die vaker in de men- sen, processen en procedures moeten worden gezocht, dan bij de techniek. Door continu een actueel beeld van de organisatie te hebben, kan men snel reageren en schade sneller en beter beperken. Daarnaast moet telkens bij elke maatregel de afweging worden gemaakt of de organisatie het wel zelf moet doen of dat er ketenpartners zijn die beter geschikt zijn omdat ze hierin nu eenmaal meer ervaring hebben. Over de auteurs Ad Reuijl is werkzaam bij UWV, van waaruit hij vanaf het voorjaar van 2012 de publiek-private netwerkorganisatie ‘Centrum Informatiebeveiliging en Privacybescherming’ (CIP) heeft opgezet. Drs. Matthijs Ros is als managing consultant actief op het gebied van openbare orde en veiligheid. Specifiek richt hij zich op vraagstukken op het vlak van intelligence en cybersecurity. Contactgegevens Voor meer informatie kunt u contact met de auteurs opnemen via matthijs.ros@capgemini.com, @matthijsros 61 the way we see it
  • 63. World Quality Rapport 2013-2014 In samenwerking met HP publiceren Capgemini en Sogeti de resultaten van het vijfde World Quality Report. Het rapport geeft jaarlijks inzicht in de stand van zaken rond de kwaliteit van applicaties en de testprofessie in verschillende branches. Dit jaar wijst het onderzoek uit dat het testen en de kwaliteitsborging (QA - Quality Assurance) van applicaties bijna een kwart van de wereldwijde IT-uitgaven beslaat in 2013. De opwaartse trend van 18% in 2012 naar 23% is te verklaren door de digitale transformatie die veel organisaties doormaken. Daarmee zijn betrouwbare softwareapplicaties steeds belangrijker voor hun activiteiten en reputatie. Download via www.worldqualityreport.com Bent u geïnteresseerd in andere publicaties? Naast deze uitgave hebben wij andere interessante rapporten, onderzoeken en white papers die voor u relevant kunnen zijn. Onderstaand treft u een verkort overzicht aan. Een compleet overzicht van ons gedachtegoed vindt u op www.capgemini.nl en www.capgemini-consulting.nl Thoughtleadership 62 Trends in Veiligheid 2014
  • 64. Embracing Digital Technology: A New Strategic Imperative Capgemini Consulting en MIT Sloan Management Review hebben in oktober 2013 de uitkomsten gepubliceerd van hun wereldwijde onderzoek naar Digitale Transformatie - de kans die bedrijven wordt geboden op radicale verandering van hun business door het gebruik van nieuwe technologieën zoals sociale media, mobile, analytics en embedded devices. Het onderzoek Embracing Digital Technology: A New Strategic Imperative, laat zien dat de potentie van digitale transformatie duidelijk is, maar de weg om er te komen niet. Het onderzoek is uitgevoerd onder 1500 bestuurders uit 106 landen en toont aan dat duidelijk is welke kansen digitale technologieën bieden. 78% van de respondenten denkt dat digitale transformatie de komende twee jaar van kritisch belang zal zijn voor hun bedrijf. In de organisaties waar digitale transformatie een vast punt op de agenda is, gelooft 81% van de respondenten dat het hun bedrijf een competitief voordeel zal brengen. Toch worstelen bestuurders met de vertaalslag van de mogelijkheden naar een visie voor verandering of een plan voor de uitvoering daarvan. Ook zegt 63% van de respondenten dat het tempo waarop hun bedrijf nieuwe technische mogelijkheden benut te laag ligt. Download via www.capgemini-consulting.nl Digital Transformation Review n° 5 De vijfde editie (januari 2014) van Capgemini Consulting Digital Transformation Review richt zich op de digitalisering van de operatie voor bedrijven. Deze editie bevat inzichten van digitale leiders uit de hele wereld - waaronder vooraanstaande academici, digitale business pioniers, en overheden - evenals toonaan- gevende inzichten van Capgemini Consulting. Download via www.capgemini- consulting.com/digital- transformation-review-5 63 the way we see it
  • 65. Blogs Wij vinden het belangrijk dat ervaring en visie gedeeld wordt. De experts en thoughtleaders van Capgemini en Capgemini Consulting zijn dagelijks bezig met organisaties, processen, beleid, sturing, inrichting in het brede veiligheidsdomein. In de ontwikkelingen die deze organisaties doormaken zien wij parallellen en overeenkomsten, maar ook verschillen. Frequent publiceren we een artikel op een van onze blogs, om u zo op de hoogte te houden van de nieuwste inzichten, trends en ontwikkelingen. Veiligheid en Rechtsketen Blog: Verbindingen leggen in het veiligheidsdomein en het versterken van haar prestaties. Trends in Veiligheid blog: Blog over trends en ontwikkelingen in het openbare orde en veiligheidsdomein. Ga naar de blog via www.nl.capgemini-consulting.com/ veiligheidenrechtsketenblog Ga naar de blog via www.capgemini.nl/tivblog Partnershap The Hague Security Delta (HSD) is het grootste veiligheidscluster van Europa. In dit Nederlandse cluster met een kern in de regio Den Haag werken bedrijven, overheden en kennisinstellingen samen aan innovaties en kennisontwikkeling op het gebied van veiligheid. Op die manier stimuleren zij economische ontwikkeling en dragen ze bij aan een veiligere wereld. 64 Trends in Veiligheid 2014
  • 66. 65 the way we see it Colofon Trends in Veiligheid is mede tot stand gekomen met medewerking van: Gerard Pieter Borren Petra Halenbeek Erik Hoorweg Edwin Kok Lieke Schepers Rob Vernooij Paul Visser Capgemini Nederland B.V. Postbus 2575 - 3500 GN Utrecht Tel. +31 30 689 00 00 E-mail: trendsinveiligheid.nl@capgemini.com www.trendsinveiligheid.nl Advies, ontwerp en productie: Marketing & Communicatie, Nicole Hartung, Joke Achterberg Dit rapport is gedrukt op BalanceSilk®, papier gemaakt van 60% gerecycleerde en 40% primaire FSC-gecertificeerde vezels. IN/1B-003.14©ThinkstockandShutterstockphotos www.fsc.org Het keurmerk voor verantwoord bosbeheer FSC C101533
  • 67. Capgemini Nederland B.V. Postbus 2575 - 3500 GN Utrecht Tel. +31 30 689 00 00 E-mail: trendsinveiligheid.nl@capgemini.com www.trendsinveiligheid.nl Over Capgemini Met meer dan 130.000 mensen in ruim 40 landen is Capgemini wereldwijd een van de meest vooraanstaande aanbieders van consulting-, technology- en outsour- cingdiensten. In 2013 rapporteerde Capgemini Group een omzet van 10,1 miljard euro. Samen met zijn klanten creëert en realiseert Capgemini resultaatgerichte business- en technology-oplossingen, toegesneden op de klantbehoefte. Als een cultureel diverse organisatie heeft Capgemini zijn eigen onderscheidende manier van werken, de Collaborative Business ExperienceTM . Hierbij maakt Capgemini gebruik van het wereldwijde leveringsmodel Rightshore® . Rightshore® is een handelsmerk van Capgemini Capgemini Consulting is het mondiale Strategy en Transformation Consulting label van de Capgemini Group, gespecialiseerd in het adviseren en begeleiden van organisaties bij verandertrajecten: van de ontwikkeling van innovatieve strategieën tot en met de uitvoering daarvan, met continue aandacht voor duurzame resultaten. Capgemini Consulting biedt ondernemingen en overheden een vernieuwende benadering, gebruik- makend van innovatieve methodes, technologie en het talent van meer dan 3.600 consultants wereldwijd. Copyright © 2014 Capgemini. Alle rechten voorbehouden. Rightshore® is een handelsmerk van Capgemini Voor meer informatie: www.nl.capgemini.com www.capgemini-consulting.nl