Heterdaadkracht
organiseren

Ivo van Duijneveldt
Debby van Arkel
Roel Holvast
Peter Wijga
Utrecht/ Apeldoorn, augustus 201...
Inhoud

1 

Inleiding

2 

2 

Perceptie

5 

3 

Initiatieven

9 

4 

Aanpak

12 

5 

Ratio

16 

6 

Conclusies

20 

...
Politieacademie

|

Andersson Elffers Felix

1 Inleiding
In 2007 is door de Politieacademie onderzoek verricht naar heterd...
Politieacademie

|

Andersson Elffers Felix

een heterdaadsituatie daarvan ook direct, via de juiste ingang en met de juis...
Politieacademie

|

Andersson Elffers Felix

in samenwerking met Andersson Elffers Felix. Voor het onderzoek is een stuurg...
Politieacademie

|

Andersson Elffers Felix

2 Perceptie
Het begrip ‘heterdaadkracht’ valt regelmatig binnen de politie. A...
Politieacademie

|

Andersson Elffers Felix



‘Een burger ziet of hoort iets en maakt daarvan direct melding bij de poli...
Politieacademie

|

Andersson Elffers Felix

verbinding tussen de politie en het publiek. Zij zijn zich bewust van de bijd...
Politieacademie

|

Andersson Elffers Felix

contact met het publiek, om zo de meldingsbereidheid te vergroten en relevant...
Politieacademie

|

Andersson Elffers Felix

3 Initiatieven
Heterdaadkracht kent binnen de politieorganisatie vele beteken...
Politieacademie

|

Andersson Elffers Felix

potentiële daders in dat gebied te bezoeken; dit wordt ‘afvangen’ genoemd. In...
Politieacademie

|

Andersson Elffers Felix

waarnemen. Dit moet de effectiviteit van surveillancediensten vergroten. Geri...
Politieacademie

|

Andersson Elffers Felix

4 Aanpak
De uiteenlopende initiatieven en instrumenten om de heterdaadkracht ...
Politieacademie

Eenheid
Noord-Holland

Amsterdam

Den Haag

Rotterdam

012d eindrapport

|

Andersson Elffers Felix

Aanp...
Politieacademie

Eenheid
ZeelandWest-Brabant

Oost-Brabant

Limburg

Landelijke eenheid

|

Andersson Elffers Felix

Aanpa...
Politieacademie

|

Andersson Elffers Felix

In het merendeel van de eenheden keren enkele vaste ingrediënten terug in de ...
Politieacademie

|

Andersson Elffers Felix

5 Ratio
In de prestatieafspraken tussen korpsbeheerders en de minister van Ve...
Politieacademie

|

Andersson Elffers Felix

Figuur 2: Verhouding tussen heterdaadratio en aantal misdrijven

Het lijkt aa...
Politieacademie

|

Andersson Elffers Felix

De nieuwe definitie van de heterdaadratio wordt ondersteund door het veld. Ui...
Politieacademie

012d eindrapport

|

Andersson Elffers Felix

19
Politieacademie

|

Andersson Elffers Felix

6 Conclusies
Op basis van de bevindingen kunnen de volgende conclusies worden...
Politieacademie

|

Andersson Elffers Felix

horecagelegenheden een directe sms-toegang tot de politie te geven, het proje...
Politieacademie

|

Andersson Elffers Felix

7 Aanbevelingen
Aanbevelingen om de heterdaadkracht van de politie verder te ...
Politieacademie

|

Andersson Elffers Felix

permanent actueel veiligheidsbeeld. Op basis van informatie die zij rechtstre...
Politieacademie

|

Andersson Elffers Felix

‘versterking heterdaadkracht’ lijkt dan ook, waar het de inzet van de heterda...
Politieacademie

|

Andersson Elffers Felix

Bijlagen

012d eindrapport

25
Politieacademie

1

|

Andersson Elffers Felix

Initiatieven
Op de volgende pagina’s volgt een overzicht van initiatieven ...
Politieacademie

|

Andersson Elffers Felix

ComProNet
ComProNet (Community Protection Network) is een initiatief gestart ...
Politieacademie

|

Andersson Elffers Felix

zijn in Groningen geluidssignalen bij het ontvangen van meldingen op de telef...
Politieacademie

|

Andersson Elffers Felix

opleveren:deelnemers hebben meer grip op veiligheid, meer vertrouwen in gemee...
Politieacademie

|

Andersson Elffers Felix

gegevens zien. De privacy van de medewerkers blijft hiermee gewaarborgd. De a...
Politieacademie

|

Andersson Elffers Felix

na te gaan of er een relatie met het incident is. Op deze manier proberen zij...
Politieacademie

|

Andersson Elffers Felix

mogelijk of noodzakelijk worden ook gemeentelijke toezichthouders en/of
parti...
Politieacademie

|

Andersson Elffers Felix

worden hierdoor mogelijk gemaakt. Hierdoor wordt getracht de heterdaadkracht ...
Politieacademie

|

Andersson Elffers Felix

bekend wat het directe effect is van het gebruik van warmtebeeldcamera's op d...
Politieacademie

|

Andersson Elffers Felix

In het kader van het vergroten van de heterdaadkracht kan ANPR bijvoorbeeld g...
Heterdaadkracht organiseren
Heterdaadkracht organiseren
Heterdaadkracht organiseren
Heterdaadkracht organiseren
Heterdaadkracht organiseren
Heterdaadkracht organiseren
Heterdaadkracht organiseren
Heterdaadkracht organiseren
Heterdaadkracht organiseren
Heterdaadkracht organiseren
Heterdaadkracht organiseren
Heterdaadkracht organiseren
Heterdaadkracht organiseren
Heterdaadkracht organiseren
Heterdaadkracht organiseren
Heterdaadkracht organiseren
Heterdaadkracht organiseren
Heterdaadkracht organiseren
Heterdaadkracht organiseren
Heterdaadkracht organiseren
Heterdaadkracht organiseren
Heterdaadkracht organiseren
Heterdaadkracht organiseren
Heterdaadkracht organiseren
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Heterdaadkracht organiseren

498

Published on

Ivo van Duijneveldt
Debby van Arkel
Roel Holvast
Peter Wijga

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
498
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1
Actions
Shares
0
Downloads
6
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Transcript of "Heterdaadkracht organiseren"

  1. 1. Heterdaadkracht organiseren Ivo van Duijneveldt Debby van Arkel Roel Holvast Peter Wijga Utrecht/ Apeldoorn, augustus 2013 AP122/012d.eindrapport
  2. 2. Inhoud 1  Inleiding 2  2  Perceptie 5  3  Initiatieven 9  4  Aanpak 12  5  Ratio 16  6  Conclusies 20  7  Aanbevelingen 22 Bijlagen 1  Initiatieven 26  2  Casuïstiek 42  3  Enquête 49  4  Literatuur 53  5  Interviews 56  6  Verdiepingssessie 57  7  Stuurgroep 59 
  3. 3. Politieacademie | Andersson Elffers Felix 1 Inleiding In 2007 is door de Politieacademie onderzoek verricht naar heterdaadkracht.1 Het onderzoek was onder andere bedoeld om in kaart te brengen op welke wijze een antwoord kon worden gegeven op de maatschappelijke vraag om beter op te sporen.        Conclusies uit het onderzoek over heterdaadkracht waren onder meer: 85% van de verdachten wordt op heterdaad aangehouden, 15% wordt achteraf gepakt 60% van de heterdaadaanhoudingen wordt door burgers geïnitieerd; bij de zogenaamde slachtoffermisdrijven is dit percentage 87% slechts 35% van burgers die ooggetuige van een misdrijf waren heeft het idee dat politie direct iets met hun informatie zou doen; 65% moet daarvan overtuigd worden slechts 38% van de ooggetuigen gelooft dat de politie onmiddellijk komt als je belt; 62% moet daarvan overtuigd worden minder dan de helft van de meldingen bevat voor de politie bruikbare ‘pakkansinformatie’, zoals een omschrijving van de dader, diens voertuig of vluchtrichting. Dat geeft aan dat nog bij meer dan de helft van de burgers kan worden geleerd waar ze alert op moeten zijn: krijgen van gegevens over signalement, voertuigen van de dader en vluchtrichting slechts 1 op 4 waargenomen misdrijven wordt binnen enkele minuten aan de politie gemeld; 75% van de burgers moet dus worden overtuigd dat bij aanhouden van de verdachte iedere seconde telt niet meer dan 1 op de 9 waargenomen misdrijven wordt binnen enkele minuten via het spoedkanaal (112) gemeld; bij een zeer groot deel van publiek moet nog duidelijk worden dat 112 het nummer is bij heterdaadmisdrijven. Het onderzoek van de Politieacademie resulteerde in de ontwikkeling van een rendementsmodel, dat inzichtelijk maakt hoe inspanningen van de politie voor het oplossen van misdrijven renderen. Figuur 1: Rendementsmodel Iedere schakel in het rendementsmodel kan beschouwd worden als factor die bepalend is voor de kans op een heterdaadaanhouding. Verbetering op elke stap in het model telt, waarbij geldt dat een verbetering op stappen vóór in het model meer impact hebben dan die in latere stappen. Het gegeven dat slechts één op de negen burgers die getuige is van 1 Van Os, P., G. van den Brink en J. Baardewijk: Heterdaadkracht. Aanhoudend in de buurt. Apeldoorn, Politieacademie, 2007. 012d eindrapport 2
  4. 4. Politieacademie | Andersson Elffers Felix een heterdaadsituatie daarvan ook direct, via de juiste ingang en met de juiste informatie melding doet, maakt duidelijk dat er nog veel te winnen valt. Of, zoals het in het eerder genoemde onderzoek wordt verwoord: als van de misdrijven 10% meer direct worden gemeld, biedt dit in principe meer extra oplossingen dan 10% extra zoekacties. Uit het model volgt dat directe opsporing naar aanleiding van een heterdaadsituatie minder inzet vergt en vele malen kansrijker is dan opsporing achteraf. Het versterken van de heterdaadkracht geldt daarom inmiddels tot een belangrijk middel in de strijd tegen de criminaliteit. De versterking van de heterdaadkracht is ook beleidsmatig verankerd. Bij de vaststelling van de landelijke prioriteiten voor de politie 2011‐2014 is als doelstelling geformuleerd:  In 2014 is de pakkans op heterdaad substantieel vergroot door zichtbaar en snel optreden van de politie en door betere samenwerking met burgers. Meer verdachten worden op heterdaad aangehouden en een snellere afdoening is gerealiseerd. De heterdaadratio (dat is de verhouding tussen op heterdaad aangehouden verdachten en alle aangehouden verdachten) is met 25% verhoogd ten opzichte van 2009, het jaar dat als nulmeting wordt gehanteerd voor de heterdaadratio.2 De genoemde heterdaadratio is in een later overleg tussen de minister van Veiligheid en Justitie en de korpsbeheerders aangepast. Thans wordt de heterdaadratio gedefinieerd als het aantal heterdaadaanhoudingen gedeeld door het totaal aantal misdrijven met slachtoffers. Slachtofferloze delicten, zoals rijden onder invloed, vallen buiten de ratio. De impact hiervan op het veiligheidsgevoel van burgers en op het vertrouwen van burgers in de politie wordt gering geacht. Om de heterdaadkracht van de politie te versterken, is binnen de politieorganisatie het (inmiddels afgeronde) Landelijk Programma Meer Heterdaadkracht ingesteld. Dit programma ondersteunt de politie bij het doorvoeren van maatregelen die bijdragen aan het versterken van heterdaadkracht. In de praktijk bestaat de ondersteuning van het Landelijk Programma Meer Heterdaadkracht vooral uit het ontsluiten van goodpractices binnen de politie. Het Landelijk Programma positioneert het versterken van heterdaadkracht in een bredere visie op de rol van de politie in relatie tot het publiek:  ‘Meer heterdaadkracht is onderdeel van de bredere filosofie van directe aanpak en afhandeling van elke melding ongeacht de prioriteit. Daarmee creëren we een meer responsieve politie die bestendigend reageert wanneer de burger de vertrouwensvraag stelt. […] Om de pakkans op heterdaad te vergroten is de samenwerking met (professionele) burgers onontbeerlijk. Investeren in frontlijnmedewerkers is daarbij noodzakelijk.’3 Het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft de Politieacademie verzocht onderzoek uit te voeren naar de wijze waarop de politie werkt aan haar heterdaadkracht en om op basis van de lessonslearned uit verschillende initiatieven aanbevelingen te doen om de heterdaadkracht van de politie verder te versterken. De Politieacademie heeft dit onderzoek uitgevoerd in de periode oktober 2012 tot en met april 2013. Het onderzoek is uitgevoerd 2 Ministerie van VenJ: Jaarverslag Nederlandse politie 2011. 3 Landelijk Programma Heterdaadkracht: Strategie aanpak Meer heterdaadkracht.De Bilt, vtsPN, 2012. 012d eindrapport 3
  5. 5. Politieacademie | Andersson Elffers Felix in samenwerking met Andersson Elffers Felix. Voor het onderzoek is een stuurgroep ingericht, waarin naast het ministerie van Veiligheid en Justitie ook vertegenwoordigers vanuit het Landelijk Programma Meer Heterdaadkracht, de Politieacademie en vanuit de politie (Eenheid Noord Nederland) zitting hadden. Zie voor een overzicht van de samenstelling van de stuurgroep de bijlagen bij dit rapport. Het onderzoeksverslag is ter consultatie voorgelegd aan de Korpsstaf van de Nationale Politie. Voorts heeft de aandachtsgebiedhouder voor het thema ‘heterdaadkracht’ deelgenomen aan de verdiepingssessie die in het kader van dit onderzoek is georganiseerd. De opzet van het onderzoek is als volgt. Het onderzoek was er oorspronkelijk op gericht om bij een viertal pilots rond heterdaadkracht diepgaand onderzoek te doen naar de werking en opbrengsten van de pilots. Hierbij zouden de ervaren meerwaarde door politie en publiek beschreven worden en zou de bijdrage aan versterking van de heterdaadkracht worden gekwantificeerd. Kort na de start van het onderzoek in het najaar van 2012 bleek het echter niet goed mogelijk deze onderzoeksopzet uit te voeren op basis van beschikbare evaluaties. Veel pilots waren ofwel nog in ontwikkeling of uitvoering, of er was niet in evaluatie voorzien. Hierop is in overleg met het ministerie van Veiligheid en Justitie en met de begeleidingsgroep voor het onderzoek besloten de opzet van het onderzoek aan te passen. Gekozen is het onderzoek te verbreden, door enerzijds een groter aantal initiatieven bij het onderzoek te betrekken, anderzijds door vooral ook op systeemniveau te beschouwen wat versterking van de heterdaadkracht van de politie vergt. De scope van het onderzoek is hierbij verschoven van het analyseren van individuele verbetermaatregelen naar een benadering waarbij de beleidsmatige keuze de heterdaadkracht van de politie te versterken meer centraal is komen te staan. Het onderzoek is vervolgens uitgevoerd door middel van een combinatie van bureauonderzoek en interviews met betrokkenen vanuit het politieveld. Voor elk van de in het onderzoek betrokken initiatieven zijn relevante stukken onderzocht (projectopzet, evaluatierapporten, communicatiemiddelen). In de bijlagen bij dit rapport is een overzicht en uitgebreide beschrijving opgenomen van de initiatieven die in het onderzoek betrokken zijn. Daarnaast zijn interviews afgenomen met initiatiefnemers en projectleiders. Eveneens is een overzicht opgenomen van geïnterviewde personen. Daarnaast is een korte vragenlijst afgenomen onder 115 executieve politiemensen, om inzicht te krijgen in de wijze waarop agenten het concept heterdaadkracht zelf percipiëren en om inzicht te krijgen in de mogelijkheden die zij zien om de heterdaadkracht van de politie verder te versterken. In samenwerking met de stafafdeling korpscontrol is voor alle tien eenheden en voor de Landelijke Eenheid van de Nationale Politie uitgevraagd op welke wijze de eenheden invulling geven aan de landelijke prioriteit rond versterking van de heterdaadkracht. In aanvulling hierop zijn ook de beleidsplannen van de verschillende eenheden geanalyseerd op de wijze waarop versterking van de heterdaadkracht invulling krijgt. De voorlopige resultaten van het onderzoek zijn op 17 april getoetst bij het veld tijdens een verdiepingssessie bij de Politieacademie te Apeldoorn. Ongeveer veertig deelnemers hebben deze sessie bijgewoond. De opbrengsten van de verdiepingssessie zijn betrokken bij het opstellen van de definitieve onderzoeksrapportage. 012d eindrapport 4
  6. 6. Politieacademie | Andersson Elffers Felix 2 Perceptie Het begrip ‘heterdaadkracht’ valt regelmatig binnen de politie. Als doelstelling, maar ook als resultaat en daarmee als legitimatie voor beleid. Een mooi voorbeeld hiervan is te vinden in Opportuun, het maandblad van het Openbaar Ministerie. Onder een imposante foto van een politiehelikopter, waar vanuit een politiemedewerker camerabeelden maakt, staat de tekst: ‘Sinds 2011 wordt bij de bestrijding van overvallen steeds meer gebruik gemaakt van de inzet van de politiehelikopters die op meerdere plaatsen in Nederland zijn gestationeerd. De heli’s worden zo efficiënt mogelijk ingezet. Er is immers een directe lijn met de meldkamer die de helikopterpiloot aanstuurt. De heterdaadkracht is daarmee versterkt. Dat de inzet ook effectief is blijkt uit de cijfers. In de laatste drie maanden van vorig jaar zijn er met behulp van de heli 29 aanhoudingen verricht die niet alleen betrekking hadden op overvallen, maar ook op andere high impact crime delicten, zoals woninginbraken en ram- en plofkraken. Er zit een stijgende lijn in de vraag naar luchtondersteuning: in 2011 was dat 209 keer. In 2012 is dat aantal al meer dan verdubbeld.’4 Deze korte tekst roept meerdere vragen op. Om te beginnen die naar het causale verband tussen heterdaadaanhoudingen en helikopterinzet. Zou het zo zijn dat nog meer vliegbewegingen resulteren in nog meer heterdaadaanhoudingen? Daarnaast rijst de vraag wat de scope is van het concept heterdaadkracht. In dit voorbeeld wordt het concept gekoppeld aan high impact crimes, als overvallen. Inhoudelijk is daar niets tegen in te brengen, maar is dat het hele plaatje? Het begrip heterdaadkracht is vervlochten in het reguliere politiewerk, zodoende zullen er vele percepties te vinden zijn. Dat leidt tot de vraag wat politiemensen eigenlijk bedoelen als ze spreken over ‘de heterdaadkracht’ van de politie? In het kader van dit onderzoek is bij 115 agenten en operationeel leidinggevenden in zes eenheden van de Nationale Politie een korte vragenlijst afgenomen over hun perceptie van het begrip heterdaadkracht. De eerste vraag, of men een idee heeft wat er met heterdaadkracht wordt bedoeld, antwoordt een overgrote meerderheid bevestigend. Maar er zijn toch enkele respondenten die zeggen het niet precies te weten:  ‘Ja en nee. Een beetje dus. Het wordt wat vaag gepresenteerd.’ Als vervolgens de vraag wordt gesteld wat heterdaadkracht dan volgens de respondenten in zou kunnen houden, blijken er uiteenlopende beelden te bestaan:  ‘Het direct optreden bij een incident. Daarbij niet alleen gelijk doorpakken om de verdachte aan te houden bij een melding, maar bijvoorbeeld ook gelijk de aangifte opnemen, getuigen horen en eventuele expertise ter plaatse laten komen zoals forensische opsporing. Voor mij is heterdaadkracht het direct oppakken en afhandelen van een incident, waarbij ook de burger gelijk geholpen is.’ 4 Opportuun, februari 2013. 012d eindrapport 5
  7. 7. Politieacademie | Andersson Elffers Felix  ‘Een burger ziet of hoort iets en maakt daarvan direct melding bij de politie. Op deze melding wordt z.s.m. door de politie gereageerd.’  ‘De politie moet daar zijn waar de misdrijven het meest plaatsvinden om verdachten zoveel mogelijk op heterdaad te betrappen.’  ‘Direct bij de melding allerlei informatie kunnen krijgen waardoor ik goed geïnformeerd, sneller, maar vooral ook veiliger zaken af kan handelen.’  ‘Preventieve surveillance weer op z’n juiste waarde schatten. Helaas noemt men dat tegenwoordig ‘doelloos rondrijden’ en dat is een absolute misvatting. Het effect van preventieve surveillance (met controles) is lastig te meten, maar werkt ongetwijfeld drempelverhogend voor de crimineel.’ Deze antwoorden geven een indruk van de uiteenlopende betekenissen die aan het begrip heterdaadkracht toegekend wordt door executieve politiemensen. De antwoorden zijn grofweg te bundelen in een achttal categorieën. Tabel 1: Perceptie heterdaadkracht Wat zou heterdaadkracht volgens jou kunnen betekenen? N % 1 64 56% 44 39% 19 17% 14 13% 10 9% 9 8% 9 8% 3 3% 2 3 4 5 6 7 8 Pakkans vergroten; meer boeven vangen Een verdachte op heterdaad aanhouden Direct reageren op meldingen, meldingen sneller afhandelen Sneller ter plaatse Het vergroten van de meldingsbereidheid van burgers Betere samenwerking met burgers en partners Effectiever en efficiënter omgaan met mensen en middelen Capaciteitsmanagement Informatie benutten om verdachte aan te houden (o.a. via RTIC) De informatiepositie van de politie verbeteren Minder bureaucratie, meer optreden Blauw meer op straat Op basis van informatie aan de voorkant van veiligheidsproblemen komen Preventie: voorkomen dat delicten gepleegd worden (N = 112; resultaten gebaseerd op codering van antwoorden op open vragen) Het overgrote deel van de antwoorden wijst in de richting van het doel dat politiemensen zien: de pakkans vergroten en een verdachte op heterdaad aanhouden. Voorwaarde daarvoor is dat de politie in staat is snel te reageren, direct opvolging weet te geven aan een melding en zo snel mogelijk ter plaatse komt. Dat vergt efficiënte inzet van mensen en middelen. En het is van belang dat de politie over de juiste informatie moet kunnen beschikken om een verdachte in te kunnen rekenen. De rol van real time intelligence wordt daarbij meermalen genoemd. Deze antwoorden grijpen allemaal aan op het vermogen van de politie om snel te reageren. Politiemensen koppelen het begrip heterdaadkracht primair aan het reactief vermogen van de politie zelf. Een kleiner deel van de respondenten positioneert heterdaadkracht daarnaast nadrukkelijk als een concept dat gericht is op de 012d eindrapport 6
  8. 8. Politieacademie | Andersson Elffers Felix verbinding tussen de politie en het publiek. Zij zijn zich bewust van de bijdrage die burgers kunnen leveren aan directe opsporing:  ‘Heterdaadkracht is alles uit de kast halen waardoor je aanhoudingen kunt vergroten. Belangrijke meldingen binnen krijgen van burgers. Contacten proberen te leggen in de wijk zodat veel dingen gemeld worden.’  ‘De samenwerking tussen burger en politie om heterdaadsituaties te vergroten. De kracht van samenwerking en vertrouwen.’ Tenslotte is er een groep respondenten die het concept heterdaadkracht niet zozeer reactief, als proactief opvat, of zelfs preventief. Dat vergt inzet van de beschikbare mensen en middelen op basis van een actueel veiligheidsbeeld en door informatie gestuurd te werken:  ‘De kracht van politie en justitie om door middel van voorspellingsmodellen in een wijk aanwezig te zijn op de tijdstippen dat er mogelijke vermogensdelicten gepleegd worden.’  ‘Minder achter de feiten aan lopen, maar pakkans vergroten en plegen van delicten proberen te voorkomen.’ De verschillen in perceptie van het concept heterdaadkracht blijken ook uit de antwoorden die respondenten geven op de vraag hoe de heterdaadkracht van de politie het best versterkt zou kunnen worden. De antwoorden van de respondenten zijn opnieuw gebundeld in enkele categorieën. Tabel 2: Heterdaadkracht versterken Wat zou de politie moeten doen om haar heterdaadkracht te versterken? 1 Inzetten op burgerparticipatie, meldingsbereidheid vergroten Sociale media inzetten om oren en ogen publiek te mobiliseren 2 Blauw meer op straat en meer blauw op straat Capaciteit beter inzetten 3 Sneller en beter afhandelen van meldingen Strakkere aansturing door de meldkamer 4 Beter uitvragen van melders Betere informatievoorziening aan blauw via meldkamer, inzet RTIC’s 5 Proactiever en probleemgerichter inspelen op veiligheidsproblemen Versterken informatie gestuurd werken 6 Inrichten van speciale teams zoals heterdaadteams of overvallenteams N 51 % 46% 44 40% 31 28% 15 14% 15 14% 7 6% 7 3 3% Preventie en eerder reageren op signalen (N = 110; resultaten gebaseerd op codering van antwoorden op open vragen) Terwijl op de vraag wat heterdaadkracht is veel respondenten de nadruk legden op het vermogen van de politie om bij heterdaadsituaties snel te reageren, benadrukt bijna de helft van de respondenten bij de vraag hoe de politie haar heterdaadkracht kan versterken de rol van burgers. Via social media kan de politie de ogen en oren van burgers mobiliseren. Daarnaast geven respondenten aan dat de politie moet investeren in het 012d eindrapport 7
  9. 9. Politieacademie | Andersson Elffers Felix contact met het publiek, om zo de meldingsbereidheid te vergroten en relevante informatie aan de politie door te geven:  ‘De burger nog meer betrekken bij het ons werk, zij zijn de ogen en oren op straat. Ze ook het gevoel geven dat de politie snel reageert, aanpakt en zaken afhandelt. Meer gebruik maken van externe partners.’  ‘Versterken van de lijnen met burgers, zij zijn onze beste informanten.’  ‘Het contact met de burger verbeteren. Vaker in overleg gaan met de burger. Confronteren en discussiëren. Vooral dit laatste durven. Dit geeft de burger het gevoel gehoord te worden. Wekt vertrouwen.’ 40% van de respondenten benadrukt verder het belang om blauw meer op straat te brengen (en dus minder achter de computer op het bureau), of om sowieso meer blauw op straat te brengen. Eenmaal op straat, moet blauw in staat zijn adequaat te reageren: snel en goed geïnformeerd, ook bij meldingen die niet spoedeisend zijn:  ‘Het beter aansturen van de beschikbare eenheden. Bij veel meldingen krijgen 1 of 2 auto’s de melding om deze af te handelen. In veel gevallen, zoals een diefstal heterdaad/straatroof kunnen meer eenheden ingezet worden. Veel personeel werkt bij rechercheafdelingen. Recherche werkt in mijn ogen achteraf aan een incident, waarbij op heterdaad geen resultaat is geweest. Als er meer uniformpersoneel beschikbaar is, is er op heterdaad meer resultaat te halen en is er minder recherchewerk achteraf nodig.’  ‘Sneller meldingen uitgeven, ook prio’s 3 en 4 (verdachte situaties). De burger belt niet voor niets. Nu worden veel van dat soort meldingen niet eens uitgegeven en belanden in de FMS/FMC bak en zijn veelal voor de buurtagent. Goed personeel achter de telefoons (Teleservice) en ook meer doorvragen! Wellicht is het een idee om de meldingen op het scherm in de auto te laten projecteren. Vaak staat er in de melding iets anders dan wat de centralist doorgeeft.’ Probleemgericht, proactief en preventief werken aan lokale veiligheidsproblemen worden aanzienlijk minder vaak genoemd als hefbomen om de heterdaadkracht van de politie te versterken. Voor de grote meerderheid van de respondenten vormt het versterken van het reactief vermogen van de politie, mede gevoed door informatie van burgers, het belangrijkste aangrijpingspunt voor versterking van de heterdaadkracht. 012d eindrapport 8
  10. 10. Politieacademie | Andersson Elffers Felix 3 Initiatieven Heterdaadkracht kent binnen de politieorganisatie vele betekenissen en er zijn uiteenlopende visies op het versterken van de heterdaadkracht, zo blijkt uit het voorgaande hoofdstuk. Deze diversiteit in beelden en opvattingen over het concept heterdaadkracht werkt ook door in de wijze waarop de politie werkt aan het versterken van haar heterdaadkracht. Er is een grote verscheidenheid aan initiatieven, instrumenten, methodieken en tactieken die genoemd worden om de heterdaadkracht van de politie te versterken.    Deze kunnen in drie groepen worden onderverdeeld: initiatieven gericht op het vergroten van het reactief vermogen van de politie, zodat de politie slagvaardiger kan optreden en daarmee de kans op een heterdaadaanhouding kan vergroten initiatieven gericht op het mobiliseren van en verbinden met het publiek, door de ogen en oren van het publiek meer te benutten en door de meldingsbereidheid van burgers en partners te vergroten initiatieven om vanuit een gedegen informatiepositie meer proactief in te spelen op lokale veiligheidsproblemen, waarbij de politie informatie gestuurd optreedt. Hieronder volgt een korte beschrijving van de initiatieven die in het kader van dit onderzoek zijn betrokken. Als bijlage bij dit rapport is van elk initiatief of instrument een uitgebreidere beschrijving opgenomen, die inzicht biedt in de werking, ervaringen en opbrengsten. 1. Vergroten reactief vermogen: vergroten van de slagkracht Een eerste categorie instrumenten is gericht op het versterken van het reactief vermogen van de politie. Om zoveel mogelijk slagkracht te organiseren, hanteren sommige teams het principe van prio-1-voor-iedereen in een heterdaadsituatie. Bij een spoedeisende melding moeten alle eenheden in staat zijn als first responder op te treden, dus ook de wijkagenten en surveillanten. Wie het meest dichtbij is, pakt de melding als eerste op. Dit principe kan toegepast worden bij heterdaadsituaties, maar ook in bredere zin bij spoedeisende meldingen, vanuit de gedachte dat een snelle reactie van de politie ook bijdraagt aan het vertrouwen van burgers. Een toepassing die nog een stap verder gaat, is Colleganet, een alarmeringssysteem voor politiemedewerkers. Agenten die aangemeld zijn bij Colleganet kunnen binnen én buiten diensttijd op basis van GPS-coördinaten geïnformeerd worden over acute veiligheidssituaties in de directe omgeving waar zij zich op dat moment bevinden. Dit kan de professionele first response versterken en de kans op een heterdaadaanhouding vergroten. Om de pakkans bij high impact crime te vergroten maakt de politie door heel Nederland gebruik van het drie ringenmodel of van Roadrunner. Deze methodieken lijken op elkaar met dien verstande dat Roadrunner anders dan het ringenmodel met gedetailleerd ingetekend kaartmateriaal werkt in plaats van globale cirkels. Roadrunner leent zich daarom vooral voor geografische compacte gebieden, zoals stedelijke gebieden. Beide methodieken zijn gericht op het positioneren van politie-eenheden op strategische locaties zoals uitvalswegen, om daarmee de pakkans te vergroten. In Blueprint komen beide methoden samen in een gedifferentieerde aanpak waar, afhankelijk van de kenmerken van de melding, gekozen wordt voor de meest geschikte methode: drie ringen en/of Roadrunner. Daarnaast worden (wijk)agenten aangestuurd om bij een overval proactief de 012d eindrapport 9
  11. 11. Politieacademie | Andersson Elffers Felix potentiële daders in dat gebied te bezoeken; dit wordt ‘afvangen’ genoemd. Inzet van ANPR (een instrument voor automatische nummerplaatherkenning) kan ook bijdragen aan het onderscheppen van voortvluchtige verdachten. De ANPR-technologie kan ook ingezet worden om verkeer op snelwegen te controleren (100%-controle). Bij grote overvallen, met grotere uitwijkmogelijkheden voor verdachten, kunnen meldkamers een beroep doen op de inzet van helikopters van de Landelijke Eenheid. Getrainde waarnemers sporen met behulp van technische hulpmiddelen als warmtebeeldcamera’s vluchtende verdachten op. Warmtebeeldcamera’s worden overigens ook ingezet door surveillerende eenheden. Doordat het waarnemingsvermogen toeneemt, neemt ook de pakkans toe. Voor objecten met een hoog risico, zoals geldtransporten, kan de meldkamer bovendien gebruik maken van track-and-trace. In de desbetreffende objecten is een GPS-zender aangebracht die de meldkamer in staat stelt de exacte locatie van een object te bepalen en daar vervolgens gericht op in te zetten. Live View is een toepassing die de meldkamer in staat stelt mee te kijken op camera’s die niet van de politie zelf zijn, maar bijvoorbeeld van een alarmcentrale. Zo kan de politie beter zicht op een incident krijgen. In verschillende eenheden van de Nationale Politie is al ervaring opgedaan met de inzet van drones, kleine onbemande vliegtuigjes, die de politie in staat stellen om beter zicht te krijgen op hot spots. De politie zet drones onder meer in bij de strijd tegen woninginbraken. 2. Mobiliseren van en verbinden met het publiek Een tweede categorie betreft instrumenten die gericht zijn op het benutten van de oren en ogen van het publiek. De meeste bekendheid geniet Burgernet, dat inmiddels landelijk toegepast wordt. De politie is weliswaar geen initiator van Burgernet, maar draagt er wel actief in bij. Burgers die zich hebben aangemeld als deelnemer aan Burgernet krijgen een telefonisch bericht als zich in hun buurt iets afspeelt waarbij de politie de hulp van het publiek kan gebruiken. Doel is om extra ogen en oren te mobiliseren en hiermee de heterdaadkracht te vergroten. Een variant hierop is Bizz-sms. Dit is een commerciële internetapplicatie waardoor aan een grote hoeveelheid mobiele nummers een sms gestuurd kan worden. De politie Roermond gebruikt dit instrument bij potentiële heterdaadsituaties om beveiligers van lokale beveiligingsbedrijven te attenderen. Opnieuw is de gedachte dat het mobiliseren van de ogen en oren van (in dit geval professionele) burgers de politie waardevolle informatie kan bieden, wat de kans op een heterdaadaanhouding kan doen toenemen. Ook ComProNet is gebaseerd op het mobiliseren van het publiek. Deze toepassing is ontwikkeld door de Groningse politie. De politie wisselt met behulp van een gesloten netwerk met ondernemers en burgers op een snelle manier informatie uit bij incidenten of verdachte situaties. Voor Burgernet en Bizz-sms geldt dat de politie bij een calamiteit een beroep doet op het publiek. Deze instrumenten stellen de politie in staat beter te reageren in heterdaadsituaties. Maar ze grijpen niet aan op de eerste schakel in het rendementsmodel voor heterdaadkracht: het vergroten van de meldingsbereidheid van het publiek. Dat geldt wel voor ComProNet, omdat alle deelnemers in het netwerk direct een melding kunnen plaatsen, waarna alle deelnemers de melding ontvangen. Het initiatief ligt hierbij dus niet bij de politie, maar in het netwerk. Een soortgelijke werking heeft het project Waaks! dat op meerdere plaatsen in Nederland is opgestart. Dit initiatief richt zich op hondenbezitters. Die komen immers enkele malen per dag buiten om hun hond uit te laten en kennen hun buurt daardoor als geen ander. Hondenbezitters kunnen vreemde en verdachte situaties daardoor snel herkennen. Waaks! is bedoeld om de hondenbezitters bewust te maken om verdachte situaties direct te melden aan de politie. Sommige teams zetten ook in op het vergroten van het waarnemingsvermogen van de politie zelf. Zo geeft de politie in Amsterdam Centrum agenten een spottercursus, om hen bewuster op straat te laten 012d eindrapport 10
  12. 12. Politieacademie | Andersson Elffers Felix waarnemen. Dit moet de effectiviteit van surveillancediensten vergroten. Gerichter surveilleren kan ook inhouden dat agenten actief contact zoeken met ondernemers en andere partners in de wijk, om bij hen de meldingsbereidheid te vergroten. Het versterken van de verbinding met het publiek is ook het uitgangspunt voor teams die contextgedreven werken. Contextgedreven werken is een visie op het organiseren van het politiewerk, waarbij niet de interne procedures, protocollen en prioriteiten voorop staan, maar waarbij de externe context leidend is. De lokale veiligheidsproblematiek en omstandigheden in het gebied bepalen de inzet van de politie. Door consequent te redeneren vanuit het perspectief van burgers en partners willen contextgedreven teams een stevige verbinding met het publiek opbouwen. Daarnaast beogen teams die contextgedreven werken hun inzet en capaciteit zo te richten dat ze maximaal aansluiten op de vraag uit het gebied. Op de juiste momenten op de juiste plaatsen zijn is het devies. Blauw moet zo veel mogelijk op straat komen. Of, zoals een chef van een contextgedreven team het verwoordt: ‘Ik wil dat mijn mensen buiten zijn. Dan komt de heterdaadkracht vanzelf.’ 3. Proactief en informatie gestuurd werken De derde categorie initiatieven en instrumenten is gericht op het vermogen van de politie om proactief in te spelen op lokale veiligheidsproblemen. De gedachte hierbij is dat de politie moet proberen aan de voorkant van de veiligheidsproblematiek te komen. Meldingen rijden is zo bezien achter de feiten aan lopen, de kunst is om nieuwe meldingen voor te zijn. Dit lukt alleen als teams beschikken over een diepgaand inzicht in de lokale veiligheidsproblematiek. Informatie gestuurd werken, waarbij de inzet van blauw gericht wordt vanuit prioriteiten die het team op basis van het actuele veiligheidsbeeld van het gebied stelt, vormt hiervoor de basis. De briefing en debriefing vormt hiervoor het koppelvlak met het uitvoerend politiewerk. Beoogde uitkomst is dat blauw, ook in noodhulpdiensten, gerichter de straat op gaat. Sommige teams verzorgen themabriefings rond specifieke veiligheidsthema’s. Deze briefings zijn gericht op actuele problematiek, zoals woninginbraken. Het doel is om niet incidentgericht, maar serie-, dader- en omgevingsgericht te werken en om daardoor de heterdaadkracht te vergroten. Het koppelen van informatie aan het uitvoerend politiewerk vormt de basis voor het concept van de Real Time Intelligence Center’s (RTIC’s). Bij de start van de Nationale Politie is bij elke eenheid op de meldkamer een RTIC ingericht. De RTIC’s voegen bij spoedeisende meldingen real time informatie en intelligence toe aan de melding. Blauw kan zo beter geïnformeerd ter plaatse gaan. De zoekslagen van de RTIC’s kunnen er ook toe bijdragen dat blauw in een heterdaadsituatie snel geïnformeerd is over mogelijke verblijfsplaatsen of uitwijkmogelijkheden van criminelen, wat kan bijdragen aan een aanhouding op heterdaad.De functionaliteit van de RTIC’s is ook voorzien in het Frontoffice/Backoffice-concept, waarbij agenten gebruik kunnen maken van een backoffice bij de informatieorganisatie die hen informatie biedt bij meldingen. Anders dan de werkwijze van de RTIC’s biedt de backoffice in het FoBo-concept ook ondersteuning bij de administratieve afhandeling van het politiewerk. Dit leidt ertoe dat blauw meer tijd op straat kan zijn. De ervaringen met het FoBo-concept wijzen uit dat de drempel voor agenten om (vrije) waarnemingen in de systemen vast te leggen veel lager komt te liggen. Daardoor helpt het FoBo-concept om informatie gestuurde politie echt werkend te krijgen. 012d eindrapport 11
  13. 13. Politieacademie | Andersson Elffers Felix 4 Aanpak De uiteenlopende initiatieven en instrumenten om de heterdaadkracht van de politie te versterken zijn op zich nuttig. Vanuit het perspectief van het rendementsmodel verdient een samenhangende aanpak, waarbij verschillende verbetermaatregelen in relatie tot elkaar worden opgepakt, echter de voorkeur. Eén zwakke schakel in de keten doet de kans op een heterdaadaanhouding immers afnemen. Hierbij dient ook het belang van de eerste schakel nog eens benadrukt te worden: de meldingsbereidheid van burgers. Het rendementsmodel is ontwikkeld vanuit het besef dat burgers slechts één op de negen heterdaadsituaties waar zij getuige van zijn direct melden aan de politie. Als de investeringen op deze eerste schakel uitblijven, blijft de potentieel grootste hefboom op de heterdaadkracht van de politie onbenut. Om na te gaan in hoeverre binnen de politieorganisatie op een samenhangende wijze gewerkt wordt aan het versterken van de heterdaadkracht, is per eenheid van de Nationale Politie onderzocht hoe de landelijke prioriteit versterking heterdaadkracht georganiseerd is en hoe de voortgang wordt gemonitord. Hiertoe is in samenwerking met korpscontrol een uitvraag gedaan bij de controllers van elk van de eenheden van de Nationale Politie. De belangrijkste resultaten van deze uitvraag staan vermeld in onderstaande tabel: Tabel 3: Aanpak landelijke prioriteit heterdaadkracht per eenheid Eenheid Noord-Nederland Oost-Nederland Midden-Nederland 012d eindrapport Aanpak  Tot de vorming van de Nationale Politie bestond in de regio Fryslân een project ‘Directe opsporing’. Dit project is niet gecontinueerd in de nieuwe eenheid Noord-Nederland.  De Directeur Opsporing heeft thema heterdaadkracht in portefeuille. Er is geen project- of programmaleider.  Versterking heterdaadkracht krijgt invulling via diverse andere onderwerpen: RTIC, high impact crime, ZSM, Burgernet.  De landelijke prioriteit versterking heterdaadkracht is ondergebracht bij het project ‘versterking interventiekracht’ onder verantwoordelijkheid van het Hoofd Operatiën. Voor dit project is tevens een projectleider aangewezen.  Deelprojecten zijn onder meer gericht op aanpak mobiel banditisme, samenwerking met KMAR en douane en multidisciplinaire inzet van de ANPR (nummerplaatherkenning).  Er is een portefeuillehouder heterdaadkracht binnen de eenheid Midden-Nederland aangewezen op strategisch niveau. Tevens is er een projectleider op eenheidsniveau aangesteld.  Activiteiten zijn onder meer de inzet van een mobiel inbrakenobservatiesysteem, prio-1-voor-iedereen en het mobiliseren van de oren en ogen van buschauffeurs.  De eenheid monitort onder meer op aantallen meldingen verdachte situatie en de verhouding tussen aanhoudingen en aanhoudingen op heterdaad. 12
  14. 14. Politieacademie Eenheid Noord-Holland Amsterdam Den Haag Rotterdam 012d eindrapport | Andersson Elffers Felix Aanpak  De eenheid Noord-Holland kent geen specifieke portefeuillehouder heterdaadkracht. Ook is er geen programmaof projectleider.  Versterking van heterdaadkracht krijgt invulling via Burgernet, de inzet van het RTIC of bijvoorbeeld het donkere dagenoffensief.  Binnen de eenheid Amsterdam is een portefeuillehouder heterdaadkracht aangewezen op strategisch niveau. Deze is voorzitter van een stuurgroep heterdaadkracht.  De aanpak omvat een viertal projecten: track-and-trace, inzet ANPR, inzet RTIC t.b.v. veredeling meldingen uit track-and-trace en ANPR en inzet en doorontwikkeling van het ringenmodel (naar een intelligent ringenmodel ‘Roadrunner’). Track-and-trace is inmiddels overgedragen aan een SGBO Overvallen, de ontwikkeling van Roadrunner is stilgelegd vanwege de landelijke ontwikkeling van Sherpa.  Daarnaast zijn er initiatieven die ‘formeel geen raakvlak hebben met heterdaadkracht, maar er wel mee te maken hebben’, zoals burgerparticipatie en nearrepeat.  Per 2012 is een code ‘aanhouding heterdaad’ actief t.b.v. monitoring van de landelijke prioriteit.  Binnen de eenheid Den Haag is op eenheidsniveau geen programma- of projectleider aangesteld voor de prioriteit versterking heterdaadkracht. Versterking van heterdaadkracht wordt niet beschouwd als zelfstandige portefeuille.  Wel zijn er meerdere teams (o.a. Ypenburg en Hoefkade) die initiatieven ontplooien, onder meer op versterking van burgerparticipatie, inzet van social media of het gebruik van drones.  Versterking heterdaadkracht is verankerd in de aanpak van high impact crime, waarvoor een permanent SGBO is ingericht onder leiding van een daartoe vrijgestelde commissaris. Aanpak in dit SGBO is gericht op drie pijlers: preventie, proactie en repressie.  Er is geen aparte portefeuillehouder of projectleider voor heterdaadkracht.  Aan versterking heterdaadkracht wordt gewerkt via onder meer doorontwikkeling toezichtsmodel (i.s.m. stadstoezicht en particuliere beveiligers), informatiegestuurde surveillance (met rol meldkamer/RTIC), inzet helikopter, strak hanteren ringenmodel, training observeren van afwijkend gedrag voor blauw. Verbinding met publiek via inzet social media bij overvallen en inzet Burgernet.  De heterdaadratio wordt maandelijks gemonitord. 13
  15. 15. Politieacademie Eenheid ZeelandWest-Brabant Oost-Brabant Limburg Landelijke eenheid | Andersson Elffers Felix Aanpak  Binnen de eenheid is een projectleider benoemd voor het thema heterdaadkracht. Deze wordt ondersteund door een beleidsondersteuner.  Versterking heterdaadkracht maakt onderdeel uit van de aanpak van high impact crime / WOS (woninginbraken, overvallen, straatroof).  Interventies zijn onder meer inzet van Burgernet, implementatie Live View, donkere dagenoffensief, benoemen hot spots, hot shots en hot times en inzet buurtpreventieteams, campagne ‘112 daar vang je boeven mee’.  De eenheid Oost-Brabant kent geen portefeuillehouder heterdaadkracht. De eenheidsleiding kiest ervoor deze prioriteit niet afzonderlijk te beleggen, maar in de lijn te organiseren. Er is dan ook geen aparte programma- of projectleider aangesteld.  De aanpak richt zich in het bijzonder op high impact crime, het toevoegen van informatie middels het RTIC, gebruik van voorspelkaarten en inzet van social media.  De eenheid monitort niet specifiek op de heterdaadratio, wel op verdachtenratio’s en prio-1-meldingen.  Portefeuillehouder is de plaatsvervangend eenheidschef/Hoofd Operatiën. Er is geen aparte programma- of projectleider. Wel is er een programmaleider high impact crime.  De eenheid zet in op het mobiliseren van burgers middels Burgernet. Daarnaast gaat aandacht uit naar het verbeteren van informatievoorziening via briefings, toepassing ringenmodel, inzet op hot spots, directe informatievoorziening via RTIC en koppeling van camerabeelden t.b.v. opvolging door politie.  De aanpak van heterdaadkracht zit verweven binnen het onderdeel Operations. Er is geen directe portefeuillehouder, noch een project- of programmaleider.  Aanpak behelst ‘permanente monitoring van het land, sturen en regie op afwijkingen, opschalen, coördinatie met regionale eenheden’.  Daarnaast onderwerpen als sensing (o.a. ANPR), stealth ping (lokaliseren verdachten via sms), inzet RTIC.  Bij overvallen, vermissingen, inbraken, transportgerelateerde overvallen, geweldsincidenten en zedendelicten kent de Landelijke Eenheid een ‘rode knop-procedure’ om direct op heterdaad te kunnen acteren. Uit de tabel blijkt dat de landelijke prioriteit versterking heterdaadkracht binnen elk van de eenheden van de Nationale Politie invulling krijgt. De wijze waarop dit in de praktijk wordt georganiseerd verschilt per eenheid. Sommige eenheden kennen specifieke programma- of projectleiders, andere kiezen daar bewust niet voor en organiseren heterdaadkracht in de lijn. Een meerderheid van de eenheden geeft aan niet actief te monitoren op de heterdaadratio. Ook hier geldt dat de monitoring gericht is op de veiligheidsproblemen (ontwikkeling van de criminaliteitscijfers) en dus niet zozeer op de ontwikkeling van het aantal heterdaadaanhoudingen. 012d eindrapport 14
  16. 16. Politieacademie | Andersson Elffers Felix In het merendeel van de eenheden keren enkele vaste ingrediënten terug in de aanpak van de landelijke prioriteit: de ondersteuning van blauw door middel van real time intelligence, toepassing van het ringenmodel, inzet van ANPR en andere vormen van sensing, mobiliseren van het publiek middels Burgernet. Veel eenheden koppelen het versterken van heterdaadkracht aan de aanpak van high impact crime. Woninginbraken, overvallen en straatroven, dat zijn de delicten die de eenheden terug willen dringen. Het vermogen om op heterdaad te acteren draagt daaraan bij. Eén van de eenheidscontrollers formuleert het als volgt:  ‘Het beeld dat versterking van de heterdaadkracht een prioriteit is, is vooral beleidsmatig bekend. […] De programma- en procesmanager hebben een duidelijker en ook positiever beeld over de wijze waarop extra voorzieningen, maatregelen of procesaanpassingen zijn getroffen dan de organisatie in den breedte. Zij kunnen makkelijk zeven tot tien voorbeelden noemen van maatregelen waarvan een bijdrage in de versterking van de heterdaadkracht wordt verwacht, terwijl het merendeel daartoe veel minder of zelfs niet in staat is.’ Een eenheidsbrede programmatische aanpak van heterdaadkracht, waarbij de verschillende schakels in het rendementsmodel in samenhang ontwikkeld worden en waarbij niet alleen het reactief, maar ook het proactief of zelf preventief vermogen van de politie wordt betrokken, ontbreekt echter veelal. Dat betekent niet dat de eenheden niet gericht zijn op het versterken van de heterdaadkracht.Er worden volop initiatieven ontplooid, dikwijls voortvloeiend uit specifieke veiligheidsproblemen in het gebied. Interventies gericht op versterking van de heterdaadkracht dienen uiteraard contextueel ingevuld te worden. Maar daarnaast dienen ze, voor een effectieve werking, ook ingebed te zijn in een bredere, programmatische aanpak. Eén schakel uit het rendementsmodel aanpakken maakt nog niet het verschil. Voor het echt effectief bevorderen van heterdaadkracht is een gelijktijdige aanpak op alle schakel in het model gewenst. Als bijlage bij deze rapportage is een zestal casusbeschrijvingen opgenomen, waaruit blijkt de politie op samenhangende wijze werkt aan het versterken van haar heterdaadkracht, al is dat niet altijd de formele noemer waaronder de aanpak geschaard kan worden. De casussen gaan achtereenvolgens in op de heterdaadaanpak van het district Amsterdam Centrum, de heterdaadaanpak van het team Assen, de aanpak van heterdaadkracht vanuit het meldkamerdomein, de aanpak van high impact crime, de aanpak van heterdaadkracht in een team dat contextgedreven werkt (Roermond) en de aanpak van heterdaad in twee Haagse teams. 012d eindrapport 15
  17. 17. Politieacademie | Andersson Elffers Felix 5 Ratio In de prestatieafspraken tussen korpsbeheerders en de minister van Veiligheid en Justitie is afgesproken dat de heterdaadkracht van de politie, gemeten aan de hand van de heterdaadratio, in 2014 is toegenomen met 25% ten opzichte van 2010. Het bleek in de praktijk lastig deze doelstelling te operationaliseren. Data bleken lastig vanuit BVH te genereren. Pas vanaf 2012 kan gemeten worden, en dan bovendien op basis van een aangepaste indicator. Om de ontwikkeling op het thema heterdaadkracht te monitoren is een indicator ontwikkeld gebaseerd op een uniforme bevraging van BVH in alle 25 voormalige korpsen. Deze indicator moet ook zicht geven op de effectiviteit van de ingezette initiatieven in het land rondom heterdaadkracht. De overeengekomen definitie luidt: Het aantal aangehouden verdachten op heterdaad van slachtoffer gerelateerde misdrijven t.o.v. het totaal aantal slachtoffer gerelateerde misdrijven. In de definitie is gecorrigeerd voor heterdaadaanhoudingen die niet relevant zijn voor het thema heterdaadkracht. Denk daarbij aan aanhoudingen op basis van artikel 8 WvW.Deze definitie houdt geen rekening met het zogenoemde darknumber, de misdrijven waarvan geen aangifte wordt gedaan. Deze definitie is opgesteld door een aantal informatie-experts binnen de Nederlandse politie en is als zodanig overgenomen door de minister. De informatie die benodigd is voor deze indicator kan landelijk gegenereerd worden uit BVH. Hierdoor ontstaat in principe een vergelijkbaar beeld per eenheid. De indicator maakt deel uit van de landelijke dashboard van indicatoren die voor elke eenheid wordt opgesteld, maar is daarin nog niet ingevuld. Overigens zal de ratio op termijn overgeheveld worden van de ‘landelijke prioriteiten’ naar het beheersplan voor de Nationale Politie. De ratio blijft daarmee als prestatie indicator bestaan. Er is op dit moment alleen een nulmeting uitgevoerd volgens deze definitie. Hierin blijkt dat de heterdaadratio behoorlijk verschilt per korps. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de gevonden waarden. Tabel 4: Resultaten nulmeting heterdaadratioberekend over de periode januari-juni 2012 Korps Amsterdam Haaglanden Rotterdam Rijnmond Zaanstreek Waterland Flevoland Fryslân Utrecht Groningen Gelderland Midden Zuid Holland Zuid Twente Brabant Zuid-Oost Brabant Noord Score 19% 16% 14% 12% 12% 12% 11% 11% 11% 11% 11% 10% 10% Korps Hollands Midden Kennemerland Gooi- enVechtstreek IJsselland Noord Holland Noord Midden West Brabant Zeeland Limburg Zuid Drenthe Gelderland Zuid Limburg Noord Noord- en Oost Gelderland Totaal Score 10% 10% 10% 10% 9% 9% 9% 9% 8% 8% 8% 7% 12% Wat opvalt is dat de heterdaadratio sterk verschilt per voormalige politieregio. Dit blijkt ook uit figuur 1, gebaseerd op bovenstaande tabel: 012d eindrapport 16
  18. 18. Politieacademie | Andersson Elffers Felix Figuur 2: Verhouding tussen heterdaadratio en aantal misdrijven Het lijkt aannemelijk dat een grotere concentratie van politie, gebaseerd op het aantal misdrijven, leidt tot meer aanhoudingen op heterdaad. Er is immers een grotere kans dat er een politieagent is die tijdig kan reageren. In uitgestrekte landelijke gebieden is de kans kleiner dat een eenheid voldoende dicht in de buurt is om op tijd ter plaatse te kunnen zijn. De resultaten uit de nulmeting lijken dit verband te onderbouwen voor de grootste drie korpsen (Amsterdam, Rotterdam en Haaglanden). Echter Utrecht en Midden West Brabant, regio’s met elk ook een relatief groot aantal misdrijven, vallen in de brede middenmoot. Een duidelijk verband is daarmee ook niet aangetoond. De vraag is of in bovenstaande grafiek niet ook de aard van de misdrijven in de grote steden een rol speelt in de hogere heterdaadratio. Onderzoek naar heterdaadkracht in Utrecht wijst uit dat de kans op een heterdaadaanhouding afhankelijk is van het type delict.5 Uit de nulmeting blijkt dat het overgrote deel van de relevante aanhoudingen buiten heterdaad plaatsvindt. Van het deel dat op heterdaad plaatsvindt is dan nog een groot deel winkeldiefstal volgens het Utrechtse onderzoek (ruim een derde). Een heterdaadaanhouding van winkeldiefstal is in de regel niet de verdienste van de politie maar van het winkelpersoneel zelf (volgens het onderzoek gaat het om maar liefst 96% van de verdachten). Een relatief groot aantal winkeldiefstallen kan dan al een flinke stijging in de heterdaadratio veroorzaken. Een nadere analyse op delictniveau is dan ook noodzakelijk om de indicator te kunnen hanteren als betekenisvol sturingsinstrument. Ook het aantal aangiftes maakt als teller uit voor de ratio. Een factor die hiervoor mogelijk van belang is, is de toegankelijkheid om aangifte te doen door openstelling van politiebureaus. Een beperkte openstelling leidt tot minder aangiftes en daarmee tot een hogere heterdaadratio. Dergelijke mechanismen kleven uiteraard aan elk sturingsinstrument. Wel is het van belang om deze effecten nader te onderbouwen voordat men conclusies kan trekken uit de uitkomsten van de indicator. 5Wouters, S. en A. Ponjee: Heterdaadkracht in perspectief. Onderzoek naar de Utrechtse heterdaadkracht. Utrecht, Politie Utrecht, 2009. 012d eindrapport 17
  19. 19. Politieacademie | Andersson Elffers Felix De nieuwe definitie van de heterdaadratio wordt ondersteund door het veld. Uit de enquête onder executief blauw blijkt dat bijna de helft van de respondenten het versterken van de heterdaadkracht geslaagd vindt als het aantal heterdaadaanhoudingen stijgt (tabel 4). Eerder is beschreven dat onder het begrip ‘heterdaadkracht’ door veel respondenten gekoppeld wordt aan het terugdringen van met name high impact crime, van slachtoffer gerelateerde misdrijven dus. Tabel 5: Beoogd resultaat versterking heterdaadkracht Wanneer is het versterken van heterdaadkracht geslaagd? 1 Als het aantal heterdaadaanhoudingen stijgt N 50 % 46% 2 Als de politie erin slaagt het aantal misdrijven terug te dringen 23 21% 3 Als burgers meer tevreden zijn en het veiligheidsgevoel toeneemt 21 19% 4 Als de samenwerking met burgers en partners is versterkt 9 8% 5 Als de politie erin slaagt meer zaken op te lossen 6 6% 6 Als de politie erin slaagt zaken sneller af te handelen 5 5% 7 Als de meldingsbereidheid toeneemt 5 5% 8 Als we misdrijven kunnen voorkomen 1 1% (N = 109; resultaten gebaseerd op codering van antwoorden op open vragen) Overigens blijkt uit de enquête eveneens dat een substantiële groep respondenten geneigd is het resultaat van ‘heterdaadkracht versterken’ meer in termen van maatschappelijke outcome te definiëren. 21% van de respondenten noemt als beoogd resultaat een daling van het aantal misdrijven, 19% noemt als doel het verhogen van het veiligheidsgevoel van burgers en/of de tevredenheid van burgers met het optreden van de politie. Tenslotte nog een opmerking ten aanzien van de monitoring van de impact van verbetermaatregelen op de heterdaadkracht van de politie. Uit het veldwerk dat in het kader van dit onderzoek is uitgevoerd blijkt dat bij veel initiatieven en instrumenten die bijdragen aan het versterken van de heterdaadkracht ofwel een kwantitatieve monitoring van de opbrengsten ontbreekt, ofwel dat deze gericht is op andere indicatoren dan de heterdaadratio. Dit maakt het niet goed mogelijk om generieke uitspraken te doen over de bijdrage die specifieke verbetermaatregelen kunnen bieden aan het versterken van de heterdaadkracht zoals gedefinieerd in de ratio. Eerder is bovendien al uiteengezet dat versterking van de heterdaadkracht gebaat is bij een meer samenhangende benadering, dan het inzetten op losse verbetermaatregelen. 012d eindrapport 18
  20. 20. Politieacademie 012d eindrapport | Andersson Elffers Felix 19
  21. 21. Politieacademie | Andersson Elffers Felix 6 Conclusies Op basis van de bevindingen kunnen de volgende conclusies worden geformuleerd:  Heterdaadkracht is een diffuus concept. Binnen de politie bestaat geen eenduidig beeld over het concept heterdaadkracht. Een eerste invulling van het concept gaat over het vermogen van de politie om snel ter plaatse te komen bij een heterdaadsituatie en vervolgens de pakkans zo groot mogelijk te maken. Deze invulling legt de nadruk op het reactief vermogen van de politie. Heterdaadkracht wordt hierbij als concept vooral gekoppeld aan de aanpak van high impact crime, zoals woninginbraken, overvallen of straatroof. Een andere benadering is die waarbij de nadruk ligt op het samenspel tussen politie en publiek. Het vergroten van de meldingsbereidheid en het faciliteren van het publiek om heterdaadsituaties te melden staat daarbij centraal. Deze benadering is gericht op het vermogen van de politie om zich te verbinden met de ogen en oren van burgers. Het gaat om het vermogen om niet alleen na een melding responsief te zijn, maar om veel breder in contact te staan met het publiek. Een derde invulling van het concept heterdaadkracht legt de nadruk op het vermogen van de politie op proactief in te spelen op de specifieke veiligheidsproblematiek in een gebied. Hierbij gaat het om het gericht inzetten van capaciteit op basis van een actueel veiligheidsbeeld. Deze invulling gaat uit van een informatie gestuurde invulling van de politietaken. De verschillende benaderingen sluiten elkaar niet uit, maar zijn juist complementair.  Veel initiatieven, vooral gericht op reactief vermogen politie. Net zoals het begrip heterdaadkracht op heel verschillende manieren kan worden uitgelegd, kan er op uiteenlopende wijze gewerkt worden aan het versterken van de heterdaadkracht van de politie. Het begrip heterdaadkracht (heterdaad en daadkracht) heeft een positieve gevoelswaarde binnen de politie en zorgt voor een beweging die op ‘buiten’ gericht is. Door heel Nederland werkt de politie aan het versterken van haar heterdaadkracht. Deze initiatieven zijn elk voor zich van waarde, zeker daar waar ze voortkomen uit de uitvoeringspraktijk dan wel daar direct op aansluiten. Dikwijls geldt echter ook dat de reikwijdte en daarmee de impact op de heterdaadkracht van de politie echter beperkt is. Brede toepassing vinden initiatieven en methodieken die gericht zijn op het versterken van het reactief vermogen van de politie bij een heterdaadmelding. Snel ter plaatse komen en de goede tactieken hanteren is daarbij het devies. Voorbeelden zijn de toepassing van het drie ringenmodel en de inzet van politiehelikopters bij overvalsituaties of de inzet van technieken voor automatische nummerplaatherkenning. Dominant is hierbij de aanpak van high impact crime, waar diverse eenheden aparte teams voor kennen.  Versterking meldingsbereidheid burgers staat niet centraal. Opmerkelijk is dat het accent bij het versterken van heterdaadkracht veel minder ligt op het versterken van de meldingsbereidheid van burgers. Onderzoek van de Politieacademie uit 2007 heeft aangetoond dat burgers slechts één op de negen misdrijven waarvan zij getuige zijn direct melden aan de politie. Twee derde van de Nederlanders gelooft niet dat de politie direct komt als je belt. Het vergroten van de meldingsbereidheid van burgers wordt daarom beschouwd als de grootste hefboom op het versterken van de heterdaadkracht van de politie. Een heterdaadwaarneming die niet wordt gemeld, zal immers ook niet leiden tot een heterdaadaanhouding door de politie. De politie richt zich echter in veel mindere mate op het versterken van de meldingsbereidheid van burgers en op de verbinding met het publiek dan op het versterken van haar eigen reactief vermogen. Burgernet kent weliswaar een landelijke dekking, maar is in wezen een reactief instrument: de politie beslist over de inzet van Burgernet om het publiek om hulp te vragen, niet andersom. De pilots met Compronet in Groningen en Assen, het initiatief van Roermondse agenten om portiers van 012d eindrapport 20
  22. 22. Politieacademie | Andersson Elffers Felix horecagelegenheden een directe sms-toegang tot de politie te geven, het project Waaks!, waarbij hondenbezitters verdachte situaties doorgeven of het initiatief van de Utrechtse politie om de oren en ogen van buschauffeurs te mobiliseren zijn daarentegen voorbeelden van initiatieven waarbij de politie de verbinding met het publiek beoogt te intensiveren.  Een samenhangende aanpak van heterdaadkracht ontbreekt. Bij een meerderheid van de eenheden van de Nationale Politie is deportefeuille ‘versterking heterdaadkracht’ belegd bij het Hoofd Operatiën. Hoe de aanpak van de prioriteit versterking heterdaadkracht verder invulling krijgt, verschilt sterk per eenheid. Ongeveer de helft van de eenheden heeft een aparte projectleider ‘heterdaadkracht’ benoemd. Andere eenheden kiezen er bewust voor de versterking van heterdaadkracht niet middels een apart programma of project op te pakken. Zij brengen het onder in de lijn en koppelen het thema aan de aanpak van high impact crime. Van een programmatische aanpak van het versterken van heterdaadkracht op basis van het rendementsmodel is maar beperkt sprake. Als de politie kiest voor een programmatische aanpak, komt deze eerder voort uit een specifieke problematiek of vanuit een visie op criminaliteitsbeheersing, dan vanuit het perspectief van het vergroten van heterdaadkracht. De problematiek is het vertrekpunt, niet de heterdaadkracht. De conclusie lijkt gerechtvaardigd dat verbetermaatregelen gericht op het vergroten van het reactief vermogen van de politie meer aansluiten bij het ‘hit and run’-karakter van het politiewerk (‘pakkans vergroten’), terwijl de programmatische aanpak dikwijls meer probleemgericht is.  Monitoring ontwikkeling heterdaadkracht problematisch. Slaagt de politie erin haar heterdaadkracht te versterken?Deze vraag laat zich lastig beantwoorden. Het blijkt lastig om vanuit BVH betrouwbare data te genereren over de ontwikkeling van het aantal heterdaadaanhoudingen, omdat deze niet altijd als zodanig geregistreerd staan. Daarnaast was de definitie van het begrip heterdaadkracht oorspronkelijk veel breder dan de huidige heterdaadratio voor de monitoring van de landelijke prioriteit versterking heterdaadkracht. De huidige definitie gaat namelijk uit van het aantal aanhoudingen bijslachtoffer gerelateerde misdrijven. Bovendien wordt nu het aantal misdrijven als noemer gehanteerd in plaats van het aantal aanhoudingen. Op basis van deze definitie blijkt dat gemiddeld in 12% van de misdrijven een verdachte op heterdaad wordt aangehouden. Dit getal is niet te vergelijken met de 80% die gehanteerd werd als maat voor het aandeel aanhoudingen op heterdaad in 2007. In deze 80% zat namelijk ook rijden onder invloed (altijd heterdaadaanhouding) en waarschijnlijk zelfs geplande aanhoudingen. Daarnaast geldt dat het type misdrijf van grote invloed is op de kans dat er zich een heterdaadaanhouding voordoet en op de manier waarop die kans beïnvloed kan worden. Geconcludeerd kan worden dat de huidige definitie van heterdaadkracht meer aansluit bij de aanpak van high impact crime. In hoofdstuk 5 is daarnaast betoogd dat ook de politieconcentratie in relatie tot het aantal misdrijven en de mogelijkheid tot het doen van aangifte van invloed zijn op het aantal heterdaadaanhoudingen. De monitoring van de ontwikkeling van ‘de heterdaadkracht’ van ‘de politie’ is tenslotte ook problematisch omdat maar in zeer beperkte mate kwantitatieve gegevens beschikbaar zijn over de bijdrage van de diverse verbetermaatregelen aan de ratio. Voor veel van de in dit onderzoek betrokken initiatieven geldt dat monitoring en evaluatie niet specifiek op de ontwikkeling van het aantal heterdaadaanhoudingen gericht is geweest. Dit maakt het onmogelijk om generieke uitspraken te doen over de bijdrage van afzonderlijke initiatieven aan de heterdaadkracht van de politie. Gezien de noodzakelijke interpretatieslagen op de totale indicator achten wij het niet zinvol om op dit getal binnen de Nederlandse Politie hard te sturen. Wel kan een uitgewerkte indicator zinvol zijn in de monitoring op resultaten van de aanpak van bepaalde (delict-) groepen. 012d eindrapport 21
  23. 23. Politieacademie | Andersson Elffers Felix 7 Aanbevelingen Aanbevelingen om de heterdaadkracht van de politie verder te versterken zijn:  Zet in op burgerparticipatie en cocreatie in directe opsporing.Dit onderzoek wijst uit dat heterdaadkracht als thema leeft binnen de politieorganisatie. Maar ook dat er nog volop verbeterpotentieel is. Zo is het opmerkelijk dat de rol van de burger bij directe opsporing zo weinig invulling krijgt. De politie werkt vooral aan het versterken van het eigen reactief vermogen in heterdaadsituaties. Daar is niets mis mee, maar het levert slechts een bijdrage aan een deel van het rendementsmodel voor versterking van de heterdaadkracht. Een eerste dimensie waarlangs verbetering kan worden geboekt, is door nadrukkelijker dan nu het geval is in te zetten op de verbinding met het publiek. Niet alleen door het publiek als extra oren en ogen te gebruiken op het moment dat zich een heterdaadsituatie voordoet, maar vooral ook door het publiek te overtuigen van het belang meldingen van verdachte situaties door te geven. Hierbij past een werkwijze die gebaseerd is op gedeelde belangen en op cocreatie. De pilot met ComProNet in Groningen en Assen wijst uit dat (professionele) burgers graag bereid zijn bij te dragen aan directe opsporing, mits de politie hen daartoe faciliteert en hen op voet van gelijkwaardigheid tegemoet treedt. Aanbevolen wordt ook in te zetten op instructie van burgers over het aanleveren van bruikbare ‘pakkansinformatie’. De vraag waar burgers op moeten letten (signalement van dader of voertuig, vluchtrichting e.d.) kan bijvoorbeeld ingevuld worden met een algemene campagne die bewustwording hierover stimuleert, instructie via internet met gebruik van filmpjes of games, of lokale instructie van specifieke doelgroepen zoals buurtpreventieteams, hondenbezitters, buschauffeurs en dergelijke. Figuur 3: Verbeterpotentieel langs twee dimensies  Werk ook aan het proactief en preventief vermogen van de politie. De inzet rond het thema heterdaadkracht dient zich niet te beperken tot sneller en beter reageren in heterdaadsituaties. De opgave is de versterking van de heterdaadkracht van de politie in te bedden in een proactieve werkwijze, die geworteld is in een diep begrip van en kennis over de lokale veiligheidsproblematiek. Het gaat om een omslag van incidentgericht naar meer probleemgericht werken. Dit vergt dat blauwe teams kunnen beschikken over een 012d eindrapport 22
  24. 24. Politieacademie | Andersson Elffers Felix permanent actueel veiligheidsbeeld. Op basis van informatie die zij rechtstreeks ontvangen van burgers en op basis van analyses die daadwerkelijk inzicht bieden in de aard en omvang van de problematiek. Dit stelt de teams in staat op basis van informatie keuzes te maken ten aanzien van de inzet van capaciteit en om bij de uitvoering van het politiewerk op basis van informatie te surveilleren, observeren en te interveniëren. Met de juiste mensen op het juiste moment op de juiste plaats zijn is hierbij het streven. In het verlengde van een dergelijke proactieve aanpak kan de politie ook inzetten op preventie, waardoor de heterdaadaanpak deel gaat uitmaken van een integrale visie op criminaliteitsbeheersing. Het verbeterpotentieel met betrekking tot het versterken van de heterdaadkracht van de politie kent dus twee dimensies, zoals samengevat in figuur 2.  Maak gebruik van bestaande programma’s en beleid. De inzet op het versterken van de heterdaadkracht van de politie wekt de indruk dat de heterdaadkracht van de politie een doel op zich is. Zeker gekoppeld aan de kwantitatieve doelstelling de heterdaadratio met een kwart te vergroten. Het versterken van de heterdaadkracht krijgt echter alleen inhoud op het moment dat deze gerelateerd wordt aan concrete veiligheidsproblemen. Daarnaast is de constatering dat er met de komst van de Nationale Politie al volop landelijke programma’s en ontwikkelingen zijn die (gaan) bijdragen op onderdelen van het rendementsmodel en dus aan samenhang, bijvoorbeeld door de inzet rond het dienstverleningsconcept, de introductie van de RTIC’s of de verbetermaatregelen rond briefen en debriefen. Een apart landelijk programma voor het versterken van de heterdaadkracht is dan ook niet nodig. Daarnaast is er (een overvloed aan) bestaand beleid op landelijk en lokaal niveau dat aanleiding geeft tot de probleemgerichte aanpak van verschillende veiligheidsthema’s of in bredere zin tot een manier van gebiedsgebonden werken, zoals in de teams die contextgedreven werken. Koppeling van het begrip heterdaadkracht aan deze thema’s ligt meer voor de hand dan een aparte programmatische benadering.  Organiseer heterdaadkracht in de lijn, niet als los thema. Het onderzoek wijst uit dat een groot aantal eenheden er voor kiest het werken aan ‘meer heterdaadkracht’ in de lijn te organiseren en dus niet als afzonderlijk programma. Daarbij kiezen zij vaak niet ‘heterdaadkracht’ als vertrekpunt en doel, maar specifieke lokale veiligheidsproblematiek. Dit is, vanuit probleemgericht werken bezien, een verstandige keuze. Uiteindelijk krijgt versterking van de heterdaadkracht pas concreet vorm in de lokale context, onder verantwoordelijkheid van de lijn. De constatering dat er geen aparte programmatische benadering nodig is laat de conclusie onverlet dat het in de eenheden aan een samenhangende aanpak ontbreekt en dat daar door de lijn aan gewerkt dient te worden en dat zij al dan niet tijdelijk, behoefte kan hebben om zich te laten bijstaan door een (blauwe) buitenboordmotor of ambassadeur die het begrip heterdaadkracht op de kaart houdt. Dit lijkt ook gelet op de beleidsmatige aandacht op landelijk niveau ook niet onverstandig. Activiteiten kunnen liggen in de sfeer van het uitwisselen van best practices, communicatie, bezien hoe landelijke concepten zoals dienstverlening doorwerken op heterdaadkracht, monitoring en dergelijke.  Haal de heterdaadratio uit de prestatieafspraken met het departement. Het versterken van de heterdaadkracht is als landelijke prioriteit opgenomen in de prestatieafspraken tussen korpsbeheerders en de minister van Veiligheid en Justitie voor de periode 20112014. In de praktijk is het handelingsperspectief voor blauwe chefs om invulling te geven aan de doelstelling ‘een kwart meer heterdaadkracht’ beperkt. Politiemensen zien vooral het terugdringen van criminaliteit en het versterken van het vertrouwen van burgers in de politie als doel en niet het percentage heterdaadaanhoudingen op zich. De doelstelling 012d eindrapport 23
  25. 25. Politieacademie | Andersson Elffers Felix ‘versterking heterdaadkracht’ lijkt dan ook, waar het de inzet van de heterdaadratio als sturingsvariabele betreft, vooral een beleidswerkelijkheid, die ver staat van de uitvoeringspraktijk. Tegelijkertijd resoneert het begrip heterdaadkracht wel degelijk binnen de teams. Het maakt energie los, het raakt aan daadkracht. De kunst is deze energie te verbinden met enerzijds het publiek en anders een proactieve aanpak van lokale veiligheidsproblemen. De sturing zou gericht moeten zijn op het vermogen van blauwe teams om juist die verbindingen te realiseren. De minister van Veiligheid en Justitie en de korpsleiding van de Nationale Politie mogen erop vertrouwen dat politiemensen in staat zijn om contextueel te handelen en bij specifieke problemen dat instrument uit hun gereedschapskist te pakken dat hen het best in staat stelt de klus te klaren. Het is echter wel relevant de robuuste teams consequent te bevragen op de wijze waarop zij inspelen op hun lokale veiligheidsproblematiek en hoe zij de verbinding met burgers consequent opzoeken. Dit vergt evenwel een dialoog – geen dashboardrationaliteit.  Verlies het publiek en de werkvloer niet uit het oog. De vorming van de Nationale Politie brengt onvermijdelijk het risico met zich mee dat de volledige politieorganisatie de handen vol heeft aan zichzelf. Het risico bestaat dat de verbinding met het publiek uit het oog raakt. Zeker met de schaalvergroting die het gevolg is van de invoering van de Nationale Politie is het van eminent belang om juist op lokaal niveau de verbinding met het publiek te bestendigen. Voor de korpsleiding is de opgave niet alleen te sturen op eenheid, beheersing en resultaten, maar vooral ook op ontwikkeling: op het vermogen van de robuuste teams om in verbinding te zijn met hun gebied. De casussen van politieteams uit Assen, Amsterdam, Den Haag en Roermond die in dit onderzoek verwerkt zijn wijzen uit dat teams heel goed in staat zijn deze verbindingen te leggen. Signalen en ondersteuning vanuit de leiding dat men hier de ruimte voor krijgt zijn belangrijk. Aandacht voor heterdaadkracht is in die zin ook belangrijk dat het niet om een inrichtingsvraagstuk gaat maar om (belangstelling voor) operationeel werk. 012d eindrapport 24
  26. 26. Politieacademie | Andersson Elffers Felix Bijlagen 012d eindrapport 25
  27. 27. Politieacademie 1 | Andersson Elffers Felix Initiatieven Op de volgende pagina’s volgt een overzicht van initiatieven gericht op het versterken van de heterdaadkracht van de politie.     Dit overzicht is samengesteld op basis van: overzichten van het Landelijk Programma Meer Heterdaadkracht een uitvraag aan de controllers van elk van de eenheden van de Nationale Politie verwijzingen van programma- en projectleiders heterdaadkracht binnen de eenheden van de Nationale Politie en veldwerk en bureauonderzoek van de onderzoeksgroep zelf. In het overzicht zijn zowel bredere, meer programmatische aanpakken betrokken als kleinere, qua scope en werking beperktere initiatieven. Voor elk onderwerp volgt een beschrijving van de werking, de toepassing ervan binnen de politie en van de ervaringen en opbrengsten. Afhankelijk van het onderwerp is de beschrijving meer of minder uitgebreid. Het overzicht is nadrukkelijk niet limitatief en uitputtend, maar beoogt recht te doen aan de veelzijdigheid waarmee binnen de politie gewerkt wordt aan het versterken van heterdaadkracht.                  Achtereenvolgens wordt ingegaan op de volgende onderwerpen: ComProNet Burgernet Colleganet Drie ringenmodel/Roadrunner/Blueprint Prio-1-voor-iedereen Live View Warmtebeeldcamera’s Track-and-Trace ANPR Capaciteitsmanagement Gericht surveilleren Tactisch-operationele sturing Briefing en debriefing Themabriefing Real Time Intelligence Frontoffice/Backoffice Contextgedreven werken. 012d eindrapport 26
  28. 28. Politieacademie | Andersson Elffers Felix ComProNet ComProNet (Community Protection Network) is een initiatief gestart door de Groningse politie. Het is een concept om direct verbinding tot stand te laten komen tussen politie, burgers en maatschappelijke partners (tot nu toe voornamelijk ondernemers en stadswachten) rondom incidenten en verstoringen van de openbare orde. Iedere deelnemer kan het initiatief nemen tot een melding of contact. De verbinding tussen participanten komt tot stand met behulp van het gebruik van social media (op basis van een gesloten netwerk). De politie treedt in dit geval op als onderdeel van ComProNet. Zij ondersteunt of treedt op als hulpverlener. Met behulp van een tool op een smartphone is het mogelijk om snel informatie uit te wisselen. De software biedt de mogelijkheid om incidentmeldingen en aanvullende informatie te ontvangen, te verwerken en acties uit te zetten via de user interface (die in beheer van de politie is). De politie geeft na iedere melding terugkoppeling over de afhandeling van de melding aan de participanten. Deelnemers aan ComProNet, zowel burgers als professionals, staan in direct met elkaar. Zij hebben de mogelijkheid om middels de applicatie MELD! meldingen door te sturen. Zo kan een participant bijvoorbeeld een diefstal uit een winkel meteen melden, worden de participanten die zich dichtbij de GPS positie van de melder bevinden op de hoogte gesteld en kunnen zij uitkijken naar eventuele verdachte(n) en relevante signaleringen melden. De politie creëert op deze wijze ‘extra ogen en oren’ op straat en ziet daarbij de burger als veiligheidspartner. Verwachting is dat de responstijd zal versnellen en dat de politie sneller ter plaatse kan zijn doordat sprake is van directe lijnen. Het doel achter ComProNet is om direct een maatschappelijke reactie tegen criminaliteit te creëren op het moment dat het plaatsvindt. Informatie-uitwisseling is hierbij het belangrijkste element, zodat de actuele status van een incident gevolgd kan worden. Door het actief benaderen van participanten met informatieverzoeken ten tijde van incidenten, wordt het omgevingsbewustzijn van participanten vergroot, kunnen gemelde incidenten geverifieerd of gefalsificeerd worden en kan aanvullende informatie verkregen worden over omstandigheden rond het incident en/of de verdachte(n). Hierdoor kan de heterdaadkracht rond misdrijven vergroot worden (met als gevolg afnemende bureaucratie binnen de politieorganisatie), evenals de snelheid van hulpverlening. Verder worden participanten betrokken en geactiveerd bij veiligheidsvraagstukken in hun gebied, wordt getracht het aantal meldingen door burgers te vergroten en probeert men op probleemgerichte basis te werk te gaan, in plaats van incidentgericht. Imagoverbetering van de politie (met name door snelle reactie) en het vergroten van de veiligheid zijn verwachte resultaten.6 Ondanks het feit dat het aantal dagelijkse meldingen niet hoog is (in Groningen zo’n twee à drie meldingen per dag) levert het gebruik van ComProNet diverse successen op Er worden een aantal aanhoudingen (op en buiten heterdaad) verricht naar aanleiding van diefstal uit winkels, er wordt informatie doorgegeven die de politie normaliter gesproken niet ontvangt over bijvoorbeeld drugshandel en verdachte situaties, maar ook de stadswachten vangen meldingen af die binnen hun taakdomein valt.7 Ervaring in beide plaatsen met het gebruik van ComProNet is verder wel dat sprake is van technische beperkingen: in eerste instantie 6 Pilot ComProNet, Politie Drenthe. 7 Journaal Pilot ComProNet Groningen. 012d eindrapport 27
  29. 29. Politieacademie | Andersson Elffers Felix zijn in Groningen geluidssignalen bij het ontvangen van meldingen op de telefoon niet hoorbaar. Tevens zijn de batterijen van de smartphones snel leeg. Zowel in Assen als in Groningen is sprake van veel testmeldingen of valse alarmmeldingen als participanten per ongeluk de meldknop activeren. Ook de gebruiksvriendelijkheid van het systeem behoeft verbetering. Verder gaat veel tijd zitten in het benaderen van participanten en distributie van het systeem. Ervaring in Groningen is bovendien dat de pilot met het openbare orde team(OOT) beter verliep dan de pilot in het basisteam. Mogelijk heeft dit onder andere te maken gehad met de (reeds bestaande) goede samenwerking tussen OOT en horeca.8 Uit de evaluatie van ComProNet (2013)9 blijkt dat de burgers die meegewerkt hebben aan de pilots zich meer betrokken voelen bij hun omgeving. ComProNet bevordert het gevoel van veiligheid en saamhorigheid. Ook het aantal meldingen door burgers neemt toe. Er is sprake van grote bereidheid om deel te nemen aan algemene ordehandhaving. Voor de politie resulteerde de pilot in kortere reactietijden, wat de heterdaadkracht kan vergroten. Hierbij moet wel vermeld worden dat het werken met ComProNet een cultuurverandering vereist van de politieorganisatie. Het is geen communicatiemiddel ter vervanging van de noodoproep, maar een systeem om in contact te staan met de burger. Tevens zorgde het voor een betere verdeling van incidenten tussen politiemedewerkers en BOA's. Aanbevelingen uit de evaluatie zijn dan ook om ComProNet langdurig en op grotere schaal te toetsen en verder te ontwikkelen, hierbij rekening houdend met afstemming met het OM, het meldkamerdomein en RTIC. Ook het oplossen van technische issues, het in kaart brengen van de juridische consequenties bij het concept en het opstarten van een leercyclus voor alle deelnemers aan ComProNet worden als aanbevelingen gepresenteerd. Burgernet Burgernet is een door gemeente en politie opgezet netwerk, waarvoor burgers zich aan kunnen melden. In de praktijk is de gemeente verantwoordelijk voor met name het werven van burgers, de politie zet daadwerkelijke Burgernetacties uit. Het concept is in de jaren negentig door een politiemedewerker bedacht en in 2004 is een eerste pilot met Burgernet gestart in de gemeente Nieuwegein. In eerste instantie is de doelstelling rond Burgernet breed geformuleerd, namelijk dat Burgernet als communicatiemiddel zou gaan fungeren tussen de burger en de gemeente op het gebied van integrale veiligheidszorg. Hiermee zou de burger zowel betrokken worden bij tijdkritische incidenten als meer preventief gerichte acties. Na politiek commitment en het hiermee gepaard gaande plan om Burgernet landelijk uit te rollen, is het doel van Burgernet in 2007 als volgt geformuleerd:  ‘Burgernet heeft tot doel invulling te geven aan de wens van overheid en burger om gezamenlijk herkenbaar bij te dragen aan de veiligheid in de woonomgeving. Dit wordt bereikt door burgers vanuit de woon- en werkomgeving op directe wijze te betrekken bij het vinden van personen of voertuigen waar de politie naar aanleiding van een urgente melding naar zoekt.’ De preventieve doelstelling lijkt hiermee minder nadrukkelijk aanwezig. Burgernet wordt een middel om, nadat een incident heeft plaatsgevonden, het reactief vermogen van de politie te vergroten. Burgernet moet op een vijftal gebieden resultaten 8 Evaluatiebijeenkomst Groningen november 2012. 9 Evaluatie ComProNet (2013). 012d eindrapport 28
  30. 30. Politieacademie | Andersson Elffers Felix opleveren:deelnemers hebben meer grip op veiligheid, meer vertrouwen in gemeente en politie, de pakkans wordt verhoogd, conflict- en crisisbeheersing wordt versneld en het normen- en waarden besef wordt versterkt. Een Burgernetactie wordt door de meldkamer van de politie uitgezet. Het betreft dus eenrichtingsverkeer vanuit politie naar de deelnemers. Via telefoon of sms worden burgers woonachtig in het gebied waar de dringende situatie plaatsvindt op geautomatiseerde wijze geattendeerd en gevraagd actief uit te kijken. Zij ontvangen terugkoppeling na iedere uitgezette actie in de vorm van een afloopbericht. Dit is eveneens via een website te volgen.10 Uit de evaluatie van Burgernet blijkt dat de deelnemers aan Burgernet vinden dat zij de politie, door middel van hun deelname, ondersteunen bij haar aanpak van criminaliteit. Waar het heterdaadkracht betreft, werd bij 32 procent van de uitgezette acties informatie ontvangen van de deelnemers. Dit leidde niet in alle gevallen tot een opsporingsresultaat. Bij ruim 40 procent werd een opsporingsresultaat geboekt. Een deel hiervan is geen rechtstreeks gevolg van de Burgernetinformatie. Bij 17 procent van de uitgezette acties is zowel informatie verkregen als een opsporingsresultaat geboekt. Bij bijna tien procent van de uitgezette Burgernetacties is een directe relatie tussen ontvangen informatie en het opsporingsresultaat waargenomen (een aanhouding of het terugvinden van personen of goederen). Anno 2011 heeft een groot aantal van de Nederlandse gemeenten zich aangesloten bij Burgernet (ongeveer 250), zijn er ruim 600.000 deelnemers en hebben alle meldkamers van politie de mogelijkheid om, in gemeenten waar Burgernet is, dit instrument in te schakelen bij tijdkritische incidenten. Doelstelling voor de komende jaren is om dit te verbreden naar ‘alarmering’ (bijvoorbeeld bij vrijgekomen giftige stoffen) en ‘informering’ (preventieve acties). Het aantal succesvolle acties (een aanhouding of opsporing dankzij informatie van deelnemers aan Burgernet) ligt boven de 10 procent. Bij ongeveer 40 procent is sprake van een meer indirecte, maar waardevolle bijdrage aan het opsporingsproces. Burgernet wordt hiermee gezien als belangrijk middel om de heterdaadkracht te vergroten.11 Colleganet Colleganet is in 2009 ontwikkeld in het toenmalige politiekorps Fryslân. Het is een variant op Burgernet, waarbij politiemedewerkers bij urgente situaties in hun directe omgeving geïnformeerd kunnen worden en op deze manier mogelijk een bijdrage kunnen leveren. Door het mobiliseren van extra ogen en oren bij incidenten zou de pakkans toe moeten nemen. Colleganet verschilt van Burgernet doordat politiemedewerkers via Colleganet extra informatie kunnen krijgen tijdens incidenten en daardoor gerichter op kunnen treden dan deelnemers aan Burgernet. Van de politiemedewerker wordt wel verwacht dat deze zelf een inschatting maakt of en op welke wijze diens inzet mogelijk is. De meldkamer selecteert het gebied waarbinnen zij medewerkers wil informeren en kan enkel geanonimiseerde 10 Vijver, K. van der, R. Johannink et al.: Burgernet in de praktijk. De evaluatie van de pilot van Burgernet. Den Haag, Stichting Maatschappij Veiligheid en Politie, 2009. 11Programmabureau Burgernet: Eindrapport Programma Burgernet.2011. 012d eindrapport 29
  31. 31. Politieacademie | Andersson Elffers Felix gegevens zien. De privacy van de medewerkers blijft hiermee gewaarborgd. De applicatie voorziet wel in een dienst ‘Assistentie Collega’, wat de meldkamer de mogelijkheid geeft in geval van nood direct te zien welke medewerker het betreft, wat zijn of haar locatie is en een live verbinding creëert. Participatie aan Colleganet vindt op vrijwillige basis plaats. Uit de participatiegraad van ruim 80 procent blijkt dat medewerkers op de hoogte willen zijn en een bijdrage willen leveren als zij in privé tijd in de buurt zijn van urgente situaties. Sinds eind 2009 is Colleganet in de regio Fryslân bij vrijwel iedere Burgernetactie ingezet. In de periode van december 2009 tot en met augustus 2010 in totaal zo’n 70 maal. Het betreft bijvoorbeeld vermissingen, winkelovervallen en het doorrijden na een aanrijding met letsel. In een tweetal gevallen is gebruik gemaakt van de noodknop:één maal om de exacte locatie van de medewerker te bepalen omdat deze niet wist waar hij zich bevond; de andere keer omdat een medewerker de Meldkamer niet kon bereiken en middels de noodknop alsnog verbinding kon leggen. De operationele effecten van Colleganet en daarmee de bijdrage aan het versterken van de heterdaadkracht kunnen door beperkingen in BVH niet aangetoond worden.12Met de introductie van de Blackberry in de eenheid Noord-Nederland is vanaf februari 2012 het gebruik van Colleganet gestopt. De applicatie draaide tot dat moment namelijk op de toenmalige telefoontoestellen en kon niet overgezet worden naar de Blackberry smartphones. Drie ringenmodel/Roadrunner/Blueprint Binnen het meldkamerdomein wordt (met name bij overvallen) gebruik gemaakt van het drie ringenmodel, of Roadrunner. Het drie ringenmodel is erop gericht om als politie te kunnen acteren bij overvallen volgens een gerichte geografische tactiek. Bekend is dat bij een substantieel deel van de overvallen de pleger een lokale dader is, wat inhoudt dat deze binnen een straal van een paar kilometer van de plaats delict woont.13 Naar aanleiding van dit gegeven is het drie ringenmodel ontwikkeld. Aan de hand van het geografisch plotten van de drie ringen op de plaats delict worden politiemedewerkers op strategische uitvalswegen gepositioneerd om de mogelijke vluchtroutes te bezetten en op deze manier de overvaller op heterdaad te kunnen pakken. Hierbij is de buitenste ring met name gericht op inzet indien de verdachte per auto vlucht. De binnenste ring wordt gebruikt bij een verdachte die te voet vlucht. De tweede ring wordt gebruikt bij een verdachte die per fiets vlucht. Bij Roadrunner vindt positionering van politiemedewerkers plaats op basis van gedetailleerde kaarten met informatie over hot spots, de actieradius van (potentiële) daders, waar zij zich ophouden en wat potentiële vluchtrichtingen en -routes zijn, met name in stedelijke gebieden.14 In Blueprint wordt gekozen voor de meest geschikte variant (drie ringenmodel of Roadrunner), in combinatie met afvangen: door na te gaan wie potentiële daders in het werkgebied zijn, kunnen (wijk)agenten hen proactief bezoeken om 12 Interne evaluatie Colleganet, september 2010. 13Een onderzoek toont bijvoorbeeld aan dat de helft van de commerciële overvallen plaatsvindt binnen een straal van 3,5 kilometer van het woonadres van de dader (Van Koppen, P. en R. Jansen:The Road to the Robbery. Travel Patterns in Commercial Robberies. In: British Journal of Criminology, 38(2), 230-246), 1998. 14 Zie ook: Vreugdenhil en De Jong: Meer heterdaad door slim positioneren, 2011. 012d eindrapport 30
  32. 32. Politieacademie | Andersson Elffers Felix na te gaan of er een relatie met het incident is. Op deze manier proberen zij de heterdaadkracht te versterken. Het drie ringenmodel kan door alle meldkamers van de politie gebruikt worden om de politiemedewerkers gericht aan te sturen. In de praktijk blijkt dat er nog veel verbeterd kan worden binnen verschillende eenheden als het gaat om het creëren van vertrouwen bij de politiemedewerkers over de gerichte aansturing door de meldkamer. Politiemedewerkers zijn niet altijd overtuigd van de reden waarom zij op specifieke plekken gepositioneerd worden. Zij handelen soms vanuit eigen professionaliteit en willen graag door de meldkamer voorzien worden van alle beschikbare informatie omtrent het incident. Voor het meldkamerpersoneel en de politiemedewerkers kan het van belang zijn om een gedegen training te krijgen over de inhoud en het gebruik van het model, zodat zij het middel optimaal in kunnen zetten. In de toekomst wordt gekeken of het mogelijk is om, in samenwerking met het RTIC, actuele verdachteninformatie te gebruiken in het drie ringenmodel (zoals het plotten van NAW-gegevens van lokaal bekende overvallers in het drie ringenmodel) teneinde politiemedewerkers nog gerichter te positioneren bij overvalsituaties om de heterdaadkracht te vergroten. Voor zover bekend heeft geen evaluatie van het drie ringenmodel plaatsgevonden in relatie tot het effect van het gebruik ervan op de heterdaadkracht bij overvallen. Prio-1-voor-iedereen Prio-1-voor-iedereen houdt in dat bij incidenten met een zogenoemde ‘prio-1’ melding (een melding met een spoedeisend karakter, waar acute respons van politie nodig is) alle politiemedewerkers die op straat actief zijn (zoals wijkteams, recherche en verkeerspolitie) ingezet kunnen worden. Ook niet gewapende politiemedewerkers kunnen een bijdrage leveren: zij kunnen dienen als ‘ogen en oren’. Het doel van prio-1-voor-iedereen is om de heterdaadkracht en hiermee gepaard gaand de effectiviteit van de politie te vergroten doordat inzet van meer politiemedewerkers mogelijk is. De basis van prio-1-voor-iedereen ligt bij de politie Fryslân. Aanleidingwas een heroriëntatie op de 24/7 beschikbaarheid van dit regiokorps, om te komen tot een ‘toekomstbestendig en betaalbaar’ organisatiemodel. In dit kader heeft de organisatie geconcludeerd dat de noodhulp niet meer gezien moet worden als een dienstverband, maar dat dit een activiteit is met een spoedeisend karakter. Er wordt dus gepleit voor een perspectiefwisseling; medewerkers zijn primair politiemedewerker en moet klaarstaan voor de burger indien zij dit vereist, zij moeten als first responder op kunnen treden. Dit betekent een grote mate van ‘ontschotting’: van gebiedsgrens, dienstverband en functie.15 In het inrichtingsplan van de Nationale Politie is eveneens de doelstelling omtrent prio-1voor-iedereen opgenomen:  Bij ernstige incidenten waarbij de kans bestaat de betreffende verdachte(n) op heterdaad aan te houden, geldt het devies ‘prioriteit 1 voor iedereen’: alle beschikbare eenheden worden dan ingezet cq strategisch gepositioneerd. Waar 15Both, D.: Prio 1 is voor iedereen. Plan van aanpak organisatie noodhulp. Politie Fryslân, 2011. 012d eindrapport 31
  33. 33. Politieacademie | Andersson Elffers Felix mogelijk of noodzakelijk worden ook gemeentelijke toezichthouders en/of particuliere beveiligers betrokken bij de inzet.’16 Alle eenheden hebben volgens het inrichtingsplan de taak om iedere beschikbare politiemedewerker in te kunnen zetten. De uitvoering van dit initiatief bevindt zich tot op heden nog in de opstartfase. Een aantal redenen kunnen hiervoor genoemd worden. In de praktijk blijkt de cultuuromslag een belangrijke belemmering te zijn bij de uitvoering van dit initiatief.17 Ook binnen het meldkamerdomein is sprake van diverse belemmeringen voor de uitvoering van dit initiatief bij meldingen met een spoedeisend karakter. Zo meldt bijvoorbeeld niet iedere politiemedewerker zich in, waardoor de meldkamer niet kan zien of de medewerker beschikbaar is of niet. Verder is niet altijd duidelijk in hoeverre een medewerker door de meldkamer ingezet kan worden tijdens een incident. Als onbekend is of een collega wapendragend is, beperkt dit om veiligheidsredenen de inzetbaarheid. Niet bekend is of de werking van prio-1-voor-iedereen op de heterdaadkracht gemonitord wordt. Live View Live View is ontwikkeld om bij overvalsituaties het reactievermogen en daarmee de heterdaadkracht van de politie te vergroten. Het Actieprogramma Ketenaanpak Overvalcriminaliteit bevat een reeks met aanbevelingen om het aantal overvallen te doen dalen en het oplossingspercentage te verhogen. Een van deze aanbevelingen is het bundelen van krachten van publieke en private partijen om de overvalcriminaliteit te bestrijden. Live View is een uitwerking van deze aanbeveling. Het is een vorm van publiekprivate-samenwerking en is gericht op verbetering en versnelling van de behandeling van meldingen van overvallen. Hiertoe zijn afspraken gemaakt tussen de politie, particuliere alarmcentrales (PAC’s) en regionale toezicht ruimtes (RTR).18 Live View is een werkwijze die gebruikt kan worden binnen alle meldkamers van de politie. Live View maakt het mogelijk om vanuit de meldkamer camerabeelden op te vragen bij winkeliers en horecaondernemers (en hiermee rechtstreeks, real time, mee te kunnen kijken) wanneer een overval of ander ernstig incident plaatsvindt. Alle beschikbare camera’s zijn hiervoor in kaart gebracht, zodat medewerkers van de meldkamer kunnen zien of zij bij een incident camera’s tot hun beschikking kunnen hebben. Op korte termijn worden ook de PAC’s aangesloten bij Live View, zodat camera’s van bedrijven die aangesloten zijn bij PAC’s eveneens real time doorgezonden kunnen worden naar de meldkamer van de politie. Vanuit de gedachte dat de eerste tien minuten na de melding de belangrijkste zijn om tot een zo groot mogelijke kans op een heterdaadaanhouding te komen, wordt veel aandacht besteedt aan processen binnen het meldkamerdomein, waaronder ook Live View. Het doel van Live View is het verhogen van de snelheid. In geval van een melding door een burger is thans het signalement van een verdachte na ongeveer twee minuten doorgegeven. Dit wil men versnellen door zelf gebruik te maken van actueel beeldmateriaal. Verder is het voor de politie mogelijk om zicht te houden op het incident, waardoor zij gerichter en sneller kan reageren. De te volgen techniek, evenals een efficiëntere en effectievere aansturing 16Inrichtingsplan Nationale Politie, 2012. 17 Vreugdenhil, D. en L. de Jong: Meer heterdaad door slim positioneren. Aanpak overvallen. Werkgroep zoekactie, 2011. 18 Algemene beschrijving Live View. 012d eindrapport 32
  34. 34. Politieacademie | Andersson Elffers Felix worden hierdoor mogelijk gemaakt. Hierdoor wordt getracht de heterdaadkracht te vergroten. Bredere visie achter Live View is dat de werkwijze een preventieve werking heeft op overvallers: doordat overvallers ervan op de hoogte worden gesteld dat zij live op beeld gevolgd kunnen worden (door middel van bijvoorbeeld het gebruik van Live View stickers op winkelruiten) en direct sprake is van opvolging, wordt gesteld dat sprake kan zijn van een afschrikwekkend effect. Begin 2013 is een impactanalyse uitgevoerd naar de kosten en baten van Live View.19 In relatie tot heterdaadkracht wordt gesteld dat het succes van Live View ‘sterk afhankelijk is van het aantal aangesloten objecten en de succesratio van heterdaadaanhoudingen voor gevallen wanneer Live View ingezet wordt. Hierop kan de politie invloed uitoefenen door succesvolle heterdaadaanhoudingen te realiseren met behulp van Live View en deze successen in de publiciteit te brengen.’Ook wordt in de rapportage aangegeven dat het waarschijnlijk is dat verhoging van de kans op een heterdaadaanhouding in hoge mate bereikt kan worden met behulp van het gebruik van Live View. Warmtebeeldcamera’s In verschillende eenheden wordt gewerkt met warmtebeeldcamera’s. Dankzij het gebruik van een warmtebeeldcamera kunnen personen waargenomen worden op een afstand van 450 meter. Obstakels zoals voertuigen en bosschages vormen geen belemmering voor het waarnemingsvermogen van de camera. Het doel van het gebruik van de camera’s is het vergroten van het waarnemingsvermogen. Hiermee kan het middel een bijdrage leveren aan de pakkans op heterdaad. Daarbij richt de politie zich op delicten als overvallen, straatroven, woninginbraken en autodiefstal. De politiehelikopters zijn bijvoorbeeld uitgerust met dit hulpmiddel om verdachten (met name als het donker is) beter op te kunnen sporen. In een andere eenheid maakt men gebruik van warmtebeeldcamera’s op voertuigen. In de voertuigen kunnen de beelden rechtstreeks bekeken worden op een hoog resolutie beeldscherm. De camera kan 360 graden gedraaid worden en kan 135 graden naar boven en beneden bewogen worden. Door de Politie Zaanstreek-Waterland is geëxperimenteerd met het gebruik van warmtebeeldcamera’s. De aanleiding om gebruik te maken van deze camera’s is een brainstormsessie over voertuigcriminaliteit geweest: hierin werd gesproken over mogelijkheden om de pakkans te vergroten door extra waarnemingsvermogen te creëren, met name in de avonduren. In de evaluatierapportage wordt aangegeven dat in de periode maart t/m november 2011 gefaseerd een zestal voertuigen is uitgerust met camera’s. Deze werden tijdens iedere dienst gebruikt, zowel bij preventieve surveillance als bij gericht optreden bij incidenten. Dit heeft geleidt tot de aanhouding van een zevental verdachten en het aantreffen van een vermist persoon. Verder heeft het gebruik van de camera’s geleid tot een groot aantal indicaties van verdachte objecten waar het hennepteelt betreft.20Het is niet 19 Andersson Elffers Felix (2013). Impactanalyse van kosten en baten van Live View. Rapportage. 20 Projectrapportage warmtebeeldcamera’s Politie Zaanstreek- Waterland. 012d eindrapport 33
  35. 35. Politieacademie | Andersson Elffers Felix bekend wat het directe effect is van het gebruik van warmtebeeldcamera's op de heterdaadkracht. Monitoring hierop vindt niet plaats. Track-and-Trace Track-and-Trace wordt gebruikt om voertuigen of goederen te lokaliseren. Hoog risico objecten, zoals geldwagens en juwelen, worden uitgerust met een GPS-zender, waardoor zij traceerbaar zijn bij bijvoorbeeld overvallen. Vanuit de meldkamer van de politie wordt de GPS-locatie via een geografische kaart (zoals Google Maps) weergegeven. De meldkamer wordt op deze manier in staat gesteld om politiemedewerkers zo mogelijk real time aan te sturen. Het is mogelijk om dit proces met meerdere meldkamers tegelijkertijd te volgen, zodat betere afstemming tussen de politie-eenheden plaats kan vinden. Door de mogelijkheid om de actuele locatie te bepalen van goederen of voertuigen en hierop gericht en onmiddellijk de politiemedewerkers in te zetten kan de heterdaadkracht vergroot worden. Het directe effect van track-and-trace op de heterdaadkracht wordt, voor zover bekend, niet gemonitord. ANPR ANPR (Automatic NumberPlateRecognition) is een techniek die gebruikt wordt om kentekens van passerende auto’s te signaleren en vast te leggen door middel van het gebruik van een camera in combinatie met een digitaal systeem. De gescande kentekens kunnen vergeleken worden met kentekens van bijvoorbeeld gestolen of gezochte voertuigen of databases met kentekens uit bijvoorbeeld PAPOS.21 De camera’s kunnen op vaste punten geplaatst worden (middels een paal langs de weg), maar ook bevestigd worden in een auto. Ook kunnen ANPR-laptops in meldkamers aangesloten worden op camera’s, zodat er vanuit een punt signalering van voertuigen mogelijk is.22 Ervaringen met het gebruik van ANPR richten zich op handhavings- en opsporingsdoeleinden, zoals het innen van openstaande boetes, bij mogelijke openbare ordeverstoringen (zoals het signaleren van (kentekens van) personen die rond een specifiek evenement een gebiedsverbod hebben gekregen), toezicht in het verkeer, de opsporing van gestolen voertuigen of kentekens en bij ladingdiefstal. ANPR wordt in dit laatste geval ingezet als waarnemingsinstrument. Door te signaleren welke auto’s veelvuldig parkeerhavens oprijden of rondjes rijden, kunnen mogelijke verdachten in beeld gebracht worden. De inzet van ANPR wordt, door het ministerie van Veiligheid en Justitie, ‘noodzakelijk geacht omdat een goede informatiepositie van de politie essentieel is om haar taken effectief en efficiënt uit te kunnen voeren’.23 21PAPOS staat voor Parket Politie Systeem. Hierin worden onder andere openstaande boetes opgenomen. 22Mesken, J., C. Goldenbeld en S. Houwing: Welke handhavingsmiddelen kunnen op effectiviteit worden onderzocht? Inventarisatie en selectie voor effectiviteitsonderzoek. Leidschendam, SWOV, 2012. 23 Beleidsvisie ANPR, 11 februari 2013. 012d eindrapport 34
  36. 36. Politieacademie | Andersson Elffers Felix In het kader van het vergroten van de heterdaadkracht kan ANPR bijvoorbeeld gebruikt worden bij de aanpak van overvallen en de inzet van het drie ringenmodel.24 Indien bij een overval sprake is van een vluchtende verdachte met een motorvoertuig, kan met behulp van ANPR snel en op grote schaal gezocht worden naar de vluchtende verdachte. Door aan de hand van een goede informatiepositie te werken kan de heterdaadkracht vergroot worden tijdens de uitvoering van actuele politie-inzet. In 2011 is door middel van onderzoek de meerwaarde van ANPR voor opsporingsdoeleinden van de politie inzichtelijk gemaakt.25 De effectiviteit en de werking van ANPR op heterdaadkracht is, voor zover bekend, niet onderzocht. Capaciteitsmanagement Meerdere eenheden werken met capaciteitsmanagement om op het juiste moment op de juiste plaats met de juiste mensen te kunnen interveniëren. Doel is om hiermee de heterdaadkracht te vergroten. Een drietal teams binnen de eenheid Oost-Nederland start hiervoor in maart 2013 met het COP (Coördinatie Operationeel Politiewerk). Doel van het COP is om intelligence te vertalen naar de uitvoering van werkzaamheden door politiemedewerkers. De achterliggende visie achter het COP is dat de politieorganisatie te intern gericht (en versnipperd) is en meer gebiedsgebonden en contextgericht moet werken. Ze moet ‘van buiten naar binnen’ werken. Hiertoe is een sturingsmodel ontwikkeld, waarbinnen capaciteit gekoppeld wordt aan activiteiten. Het model probeert dus de concepten van GGP en IGP tot volle wasdom te laten komen door ze te integreren in een sturingslijst: de Digitale Voorziening Politie (DVP). Informatievoorziening in het COP komt van twee kanten. Ten eerste is sprake van een Vaste Kern Probleem Interventie (VKP). Dit is een speciaal opgericht team dat acteert op diverse soorten wijkproblematiek, met name op HIC en seriedelicten/dadergroepen. Zij worden voor snelle interventies ingezet en zijn onderdeel van de basiseenheid. Hun doel is om informatie voor het COP te verzamelen en om te zetten in bruikbare dossiers. Ten tweede wordt vanuit de opsporing informatie geleverd met behulp van Bosz. Deze informatie wordt in het sturingsmodel verwerkt. Aan de hand hiervan wordt invulling gegeven aan de operationele uitvoeringswerkzaamheden. Beoogde opbrengst van het COP is het verbeteren van de heterdaadkracht door sneller ter plaatse te zijn en beter geïnformeerd te zijn. De werking van het COP op de heterdaadkracht wordt, voor zover bekend, niet gemonitord. Gericht surveilleren Binnen de eenheid Amsterdam wordt door een van de basiseenheden aandacht besteedt aan het gerichter surveilleren en meer in contact komen met onder andere ondernemers. 24 Vreugdenhil, D. en L. de Jong: Meer heterdaad door slim positioneren. Aanpak overvallen. Werkgroep zoekactie, 2011. 25 Flight, S. en P. van Egmond:Hits and hints. The potential added value of Automatic Number Plate Recognition (ANPR) for investigation purposes.Amsterdam: DSP-groep, 2011. 012d eindrapport 35

×