Your SlideShare is downloading. ×
Eindrapport “Burgerparticipatie”
In opdracht van de Algemene Directie Veiligheid en Preventie (FOD BiZa)
Instituut voor de...
Opdrachtgever
Algemene Directie Veiligheid en Preventiebeleid (FOD Binnenlandse Zaken)
Onderzoeksequipe
Prof dr. Marleen B...
Inhoudstafel
INHOUDSTAFEL....................................................................................................
4.2.14 Conclusie en succes- en faalfactoren..................................................................................
5.3 NIEUWE SUCCESFACTOREN....................................................................................................
Lijst met tabellen
Tabel 1 Bewerkte burgerparticipatiematrix van Tops & Van Ostaaijen
Tabel 2 Overzicht binnenlandse proje...
Dankwoord
De onderzoeksequipe van de KULeuven wenst bij de beëindiging van haar activiteiten de
volgende instanties te bed...
1. Burgerparticipatie in het veiligheidsdomein, een
terreinafbakening
1. 1 Inleiding
We zien een toenemende belangstelling...
5”.
In deze definitie zijn een aantal concepten van cruciaal belang. We bespreken ze hieronder
verder in detail.
1. De bur...
d. Implementatie/beleidsuitvoering: Het beleid wordt in de praktijk omgezet.
e. Toezicht en evaluatie: Toezicht op de voor...
actoren zorgen voor een hoge mate van complexiteit. Het wordt moeilijk om één enkele actor
verantwoordelijk te stellen voo...
de behoeften en verzuchtingen van de burger, maar dit wordt nog niet altijd in de praktijk
omgezet.
In de Belgische contex...
- Het verbeteren van de democratie en het imago van de overheid (Pröpper &
Steenbeek, 1999). Uit onderzoek van Tyler (1990...
Tops en van Ostaaijen (2006) ontwikkelden de zogenaamde burgerparticipatiematrix. Deze
matrix heeft een productiekant en e...
vb. alarm installeren elkaar af
vb. praatje maken met
de buren
zelf horen of zien, via
media of andere
bewoners
vb. burger...
Een vierde probleem waar we mee geconfronteerd werden, is het gebrek aan evaluaties van de
projecten die we weergeven. De ...
bijvoorbeeld de wijkbabbels, die zowel door de overheid als door burgers georganiseerd worden,
en die zowel gericht kunnen...
2.1 Overheidsinitiatieven
Onder ‘overheidsactiviteiten’ verstaan we die projecten waarbij het initiatief bij de overheid l...
Consultatie
Hieronder vallen projecten waarbij de burger niet enkel geïnformeerd wordt door de overheid,
maar ook zelf de ...
- Verkenningswandelingen: Deze methode houdt in dat burgers een wandeling door een
bepaald gebied maken, waarbij ze kunnen...
tevredenheid van burgers over de werking van de politie vergroten en preventieve
boodschappen verspreiden om op die manier...
Succesfactoren: De verschillende actoren zijn bereid tot samenwerking en nemen
elk in hun domein hun verantwoordelijkheid ...
betrokken in het uitwerken van de suggesties. De doelstelling was het voorkomen van
misdaad.
Resultaten: Uit misdaadcijfer...
2.1.2 Overheidsinitiatieven gericht op het vergroten van leefbaarheid
Informatie
De Buurtspin (Nederland): de Buurtspin st...
Moeilijkheden: Het werken binnen de bureaucratische omgeving van een stad maakte de
financiering van dringende acties moei...
instellingen worden op elkaar afgestemd. De doelstelling is het vergroten van de
leefbaarheid in de buurt.
Resultaten: In ...
2.2 Burgerinitiatieven
Hier brengen we de projecten onder waarbij burgers zelf het initiatief nemen. Voor de
onderverdelin...
o Wijkbabbels in PZ Herent-Kortenberg: burgers brengen andere burgers samen om
wijkaangelegenheden te bespreken.
- Verkenn...
Informatie
- L’insécurité? Tu parles… (Sint-Joos-Ten-Node): Initiatief van vrije radio Radio Panik
om vier uitzendingen te...
passen) met als doelstelling dat mensen elkaar beter leren kennen en respecteren.
Er zijn nog geen resultaten beschikbaar....
De buurtbemiddelaars worden ondersteund door een professionele coördinator .
Een goede kennis van het buurtnetwerk is van ...
2.3 Selectie cases
Uit bovenstaande overzicht hebben we in overleg met het Begeleidingscomité zeven cases
geselecteerd om ...
(voorzichtige) vergelijking kon gemaakt worden.
Al deze criteria in acht nemend, werd uiteindelijk gekozen voor de analyse...
3. Overzicht succes- en faalfactoren
Welke factoren zijn bepalend voor het welslagen van burgerparticipatieprojecten? We l...
Een derde essentieel punt is dat de gemeente de projecten ondersteunt en ruimte geeft. Dit
omhelst verschillende aspecten2...
Aan het einde van een project moet er aandacht zijn voor een terugkoppeling van de resultaten.
Als burgers zien dat hun pa...
controle in buurten met een hoog criminaliteitsrisico. Als er geen private netwerken zijn, keren
burgers zich naar andere ...
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Eindrapport burgerparticipatie
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Eindrapport burgerparticipatie

889

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
889
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1
Actions
Shares
0
Downloads
5
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Transcript of "Eindrapport burgerparticipatie"

  1. 1. Eindrapport “Burgerparticipatie” In opdracht van de Algemene Directie Veiligheid en Preventie (FOD BiZa) Instituut voor de Overheid Leuvens Instituut voor Criminologie School voor Massacommunicatieresearch K.U.Leuven Prof. dr. Marleen Brans Prof. dr. Jeroen Maesschalck Prof. dr. Dave Gelders Nathalie Colsoul, wetenschappelijk medewerkster Faculteit Sociale Wetenschappen TEL: 0032 16 32 32 70 Parkstraat 45 bus 3609 - B-3000 Leuven - België FAX: 0032 16 32 32 67 www.instituutvoordeoverheid.be E-mail: io@soc.kuleuven.be
  2. 2. Opdrachtgever Algemene Directie Veiligheid en Preventiebeleid (FOD Binnenlandse Zaken) Onderzoeksequipe Prof dr. Marleen Brans Prof dr. Jeroen Maesschalck Prof dr. Dave Gelders Nathalie Colsoul, wetenschappelijk medewerkster Contact: nathalie.colsoul@soc.kuleuven.be of io@soc.kuleuven.be (tel. 016 32 32 37) Leden Begeleidingscomité Prof dr. Johan Ackaert (Universiteit Hasselt, SEIN) De Heer Geert Borremans (De Wakkere Burger vzw - Participatie en Lokale Democratie) De Heer Claude Bottamedi (politiezone Orneau-Mehainge) Mevrouw Sabina Buelens (FOD BiZa, Algemene Directie Veiligheid en Preventiebeleid) De Heer Arne Dormaels (Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten vzw, politie en Veiligheid) De Heer Freddy Gevaert (politie Maasmechelen) De Heer Jean-Pierre Goor (Koning Boudewijnstichting) Mevrouw Sofie Hedebouw (Uitgeverij Politea Editions) De Heer Jacques Ickx (FOD BiZa, Algemene Directie Veiligheid en Preventiebeleid) De Heer Stefaan Pleysier (KATHO – IPSOC, Expertisecentrum Maatschappelijke Veiligheid) Mevrouw Lieve Van Daele (POD Wetenschapsbeleid) De Heer Laurent Van Driessche (Ministère de la Région wallonne) De Heer Rein van Gisteren (Tappan Communicatie/Europees Parlement) De Heer Stéphane Vanhaeren (politie Braine l’Alleud) Prof. Dr. Elisabeth Volckrick (UCL, Unité de Recherche en communication) 2
  3. 3. Inhoudstafel INHOUDSTAFEL..........................................................................................................................................................3 LIJST MET TABELLEN..............................................................................................................................................6 DANKWOORD..............................................................................................................................................................7 1. BURGERPARTICIPATIE IN HET VEILIGHEIDSDOMEIN, EEN TERREINAFBAKENING...................8 1. 1 INLEIDING.............................................................................................................................................................8 1.2 VEILIGHEIDSBELEID.............................................................................................................................................10 1.3 DOELSTELLINGEN EN TYPOLOGIE BURGERPARTICIPATIE-INITIATIEVEN..............................................................12 Doelstellingen......................................................................................................................................................12 Typologie..............................................................................................................................................................13 2. OVERZICHT INITIATIEVEN IN BELGIË, AANGEVULD MET BESTE PRAKTIJKEN UIT HET BUITENLAND.............................................................................................................................................................15 2.1 OVERHEIDSINITIATIEVEN.....................................................................................................................................18 2.1.1 Overheidsinitiatieven gericht op het vergroten van veiligheid...................................................................18 2.1.2 Overheidsinitiatieven gericht op het vergroten van leefbaarheid..............................................................24 2.1.3 Overheidsinitiatieven beeldvorming...........................................................................................................26 2.2 BURGERINITIATIEVEN..........................................................................................................................................27 2.2.1 Burgerinitiatieven veiligheid.......................................................................................................................27 2.2.2 Burgerinitiatieven leefbaarheid .................................................................................................................28 2.2.3 Burgerinitiatieven beeldvorming................................................................................................................31 2.3 SELECTIE CASES...................................................................................................................................................32 2.4 ASSENSTELSEL.....................................................................................................................................................33 3. OVERZICHT SUCCES- EN FAALFACTOREN................................................................................................34 3.1 PARTICIPATIE EN SAMENWERKING......................................................................................................................34 3.2 MIDDELEN...........................................................................................................................................................34 3.3 BELEIDSBETROKKENHEID....................................................................................................................................34 3.4 COMMUNICATIE...................................................................................................................................................35 3.5 CONTEXT.............................................................................................................................................................36 3.6 METHODE............................................................................................................................................................37 3.7 CONTINUÏTEIT......................................................................................................................................................38 3.8 SPECIFIEKE SUCCESVOORWAARDEN....................................................................................................................38 3.9 ANALYSEKADER..................................................................................................................................................38 4. ANALYSE INITIATIEVEN...................................................................................................................................41 4.1 METHODOLOGIE...................................................................................................................................................41 4.2 POLITIECAFÉ EN WIJKONTMOETINGEN IN POLITIEZONE HERENT - KORTENBERG...............................................43 4.2.1 Inleiding en situering case..........................................................................................................................43 4.2.2 De politiezone Herent - Kortenberg............................................................................................................44 4.2.3 Aanleiding...................................................................................................................................................44 4.2.4 Het politiecafé.............................................................................................................................................45 4.2.5 Ontstaan wijkontmoetingen.........................................................................................................................46 4.2.6 Rol politie en gemeente bij politiecafé en wijkontmoetingen......................................................................47 4.2.7 Doelstellingen en doelgroep.......................................................................................................................47 4.2.8 Voorwaarden voor een geslaagd politiecafé..............................................................................................48 4.2.9 Participatie..................................................................................................................................................49 4.2.10 Middelen....................................................................................................................................................49 4.2.11 Moeilijkheden ...........................................................................................................................................50 4.2.12 Communicatie...........................................................................................................................................51 4.2.13 Evaluatie...................................................................................................................................................52 3
  4. 4. 4.2.14 Conclusie en succes- en faalfactoren........................................................................................................53 4.3 OPZOOMEREN IN ROTTERDAM.............................................................................................................................59 4.3.1 Situering case en inleiding..........................................................................................................................59 4.3.2 Eerder onderzoek........................................................................................................................................60 4.3.3 Inhoud Opzoomeren....................................................................................................................................60 4.3.4 Ontstaan......................................................................................................................................................61 4.3.5 Context/doelstellingen.................................................................................................................................61 4.3.6 Betrokken actoren.......................................................................................................................................62 4.3.7 Participatie..................................................................................................................................................64 4.3.8 Middelen......................................................................................................................................................67 4.3.9 Communicatie.............................................................................................................................................67 4.3.10 Evaluatie...................................................................................................................................................68 4.3.11 Overdraagbaarheid naar België...............................................................................................................71 4.3.12 Conclusie – Succes- en faalfactoren implementatie.................................................................................74 4.4 BUURTINFORMATIENETWERK IN BRAINE L’ALLEUD...........................................................................................80 4.4.1 Inleiding......................................................................................................................................................80 4.4.2 Hoe werkt het?............................................................................................................................................81 4.4.3 Ontstaan......................................................................................................................................................81 4.4.4 Doelstellingen.............................................................................................................................................81 4.4.5 Betrokken actoren.......................................................................................................................................82 4.4.6 Participatie..................................................................................................................................................83 4.4.7 Moeilijkheden..............................................................................................................................................83 4.4.8 Communicatie over het initiatief.................................................................................................................84 4.4.9 Evaluatie.....................................................................................................................................................84 4.4.10 Conclusie en succes- en faalfactoren........................................................................................................86 4.5 BUURTINFORMATIENETWERK IN LOCHRISTI........................................................................................................92 4.5.1 Inleiding en situering case..........................................................................................................................92 4.5.2 Wat is een buurtinformatienetwerk (BIN)? ................................................................................................93 4.5.3 Voorgaande studies.....................................................................................................................................94 4.5.4 Het BIN in Lochristi: feitenschets...............................................................................................................97 4.5.5 Doelstellingen.............................................................................................................................................99 4.5.6 Participatie................................................................................................................................................100 4.5.7 Moeilijkheden............................................................................................................................................101 4.5.8 Communicatie...........................................................................................................................................103 4.5.9 Evaluatie...................................................................................................................................................106 4.5.10 Conclusie - Succes- en faalfactoren implementatie................................................................................110 4.6 VERGELIJKING BIN BRAINE L’ALLEUD EN LOCHRISTI.....................................................................................118 4.7 MAROKKAANSE BUURTVADERS IN HOUTHALEN-HELCHTEREN........................................................................119 4.7.1 Situering case en inleiding........................................................................................................................119 4.7.2 Voorgaand onderzoek...............................................................................................................................120 4.7.3 Filosofie achter de buurtvaderprojecten...................................................................................................120 4.7.4 Buurtvaderprojecten, geen onverdeeld succes .........................................................................................121 4.7.5 Marokkaanse buurtvaders in Meulenberg................................................................................................122 4.7.6 Conclusie – Succes- en faalfactoren implementatie.................................................................................130 4.8 VERKENNENDE WANDELINGEN IN BINCHE........................................................................................................137 4.8.1 Situering case en inleiding........................................................................................................................137 4.8.2 Het principe van de verkennende wandelingen........................................................................................138 4.8.3 Concrete case: ‘Binchoises sans peur’.....................................................................................................139 4.8.4 Moeilijkheden............................................................................................................................................142 4.8.5 Communicatie over het initiatief...............................................................................................................143 4.8.6 Evaluatie...................................................................................................................................................143 4.8.7 Conclusie - succes- en faalfactoren implementatie..................................................................................145 5. CONCLUSIE..........................................................................................................................................................151 5.1 INLEIDING..........................................................................................................................................................151 5.2 OVERZICHT SUCCES- EN FAALFACTOREN..........................................................................................................155 4
  5. 5. 5.3 NIEUWE SUCCESFACTOREN................................................................................................................................159 5.4 BELEIDSAANBEVELINGEN..................................................................................................................................160 6. BIJLAGEN.............................................................................................................................................................164 8.1 BIBLIOGRAFIE....................................................................................................................................................164 8.2 MATRIX VAN AUDENHOVE...............................................................................................................................179 8.3 OBSERVATIEROOSTER VERKENNENDE WANDELINGEN......................................................................................181 8.4 VARIANTEN VERKENNENDE WANDELINGEN......................................................................................................184 5
  6. 6. Lijst met tabellen Tabel 1 Bewerkte burgerparticipatiematrix van Tops & Van Ostaaijen Tabel 2 Overzicht binnenlandse projecten met enkele buitenlandse voorbeeldcases Tabel 3 Uitgaven politiecafé Tabel 4 Uitgaven wijkontmoetingen Tabel 5 Overzicht succes- en faalfactoren politiecafé en wijkontmoetingen Tabel 6 Evolutie aantal deelnemende straten Opzoomeren Tabel 7 Resultaten Opsinjoren Tabel 8 Overzicht succes- en faalfactoren Opzoomeren Tabel 9 Aantal inbraken per quartier Braine l’Alleud Tabel 10 Overzicht succes- en faalfactoren buurtinformatienetwerk Braine l’Alleud Tabel 11 Overzicht succes- en faalfactoren buurtinformatienetwerk Lochristi Tabel 12 Overzicht succes- en faalfactoren buurtvaders Tabel 13 Overzicht succes- en faalfactoren verkennende wandelingen 6
  7. 7. Dankwoord De onderzoeksequipe van de KULeuven wenst bij de beëindiging van haar activiteiten de volgende instanties te bedanken voor hun vertrouwen en constructieve commentaar: de Algemene Directie Preventie en Veiligheid, en in het bijzonder mevrouw Sofie Hedebouw, mevrouw Sabrina Buelens en de Heer Jacques Ickx; de leden van het Begeleidingscomité. Ook de geïnterviewde personen en sleutelcontacten in binnen- en buitenland wensen we te bedanken voor hun medewerking. 7
  8. 8. 1. Burgerparticipatie in het veiligheidsdomein, een terreinafbakening 1. 1 Inleiding We zien een toenemende belangstelling voor burgerparticipatie en interactief beleid, zowel in het wetenschappelijk onderzoek als op politiek niveau. Zo wijdt het federaal Regeerakkoord van 20031 een volledig hoofdstuk aan burgerparticipatie. Ook in het Regeerakkoord van 2004 van de Vlaamse Regering2 wordt gestreefd naar een zo breed mogelijk maatschappelijk draagvlak voor het beleid door een sterke betrokkenheid van het middenveld. In de ‘Déclaration de Politique Régionale 2004-2009’ van het Waals Gewest3 wordt het belang van publieke consultaties benadrukt. In dit onderzoek trachten we een antwoord te bieden op volgende onderzoeksvragen: 1. In welke typologie van burgerinitiatieven kunnen projecten van burgerbetrokkenheid inzake veiligheidsbeleid worden ondergebracht? 2. Welke concrete projecten van burgerparticipatie inzake veiligheidsbeleid werden reeds georganiseerd in België? 3. Wat zijn de belangrijkste voorwaarden voor succesvolle burgerparticipatie? Om deze vragen te beantwoorden, passen we volgende onderzoeksmethoden toe. In een eerste fase brengen we bestaande inzichten rond burgerparticipatie inzake veiligheidsbeleid in kaart (hoofdstuk 1). Vervolgens ontwikkelen we een typologie om de bestaande initiatieven op een gestructureerde manier weer te geven (hoofdstuk 1). Daarna maken we een inventarisatie van concrete burgerparticipatieprojecten inzake veiligheidsbeleid in België en het buitenland (hoofdstuk 2). Vervolgens gaan we op basis van de literatuur rond burgerparticipatie na welke voorwaarden als essentieel beschouwd worden voor het slagen van burgerparticipatie-projecten (hoofdstuk 3). Uit de lijst die we opstelden in hoofdstuk 2 selecteren we een aantal specifieke cases, die we op een meer diepgaande manier analyseren (hoofdstuk 4). Op basis daarvan ontwikkelen we uiteindelijk een afstemmingskader, dat door de lokale korpsen en besturen kan worden gebruikt om te beslissen welke vorm van interactief beleid in een bepaalde situatie het meest geschikt is (hoofdstuk 5). Dit afstemmingskader laten we ten slotte becommentariëren door een aantal experts en betrokken actoren in twee focusgroepen. Onder ‘burgerparticipatie’ verstaan we in dit onderzoek “activiteiten die door de burger en/of door de overheid in samenwerking met de burger1 ondernomen2 worden om op gemeentelijk of meer wijkgebonden3 niveau, ongeacht de fase in het besluitvormingsproces4 , onveiligheid of onveiligheidsgevoelens (al dan niet gerelateerd aan een gebrek aan leefbaarheid) te verminderen 1 http://www.sln.be/documenten/documents/1.0_Federaal_regeerakkoord_2003_10_07_000.pdf 2 http://www.sln.be/documenten/documents/Vlaams_regeerakkoord_2004-2009.doc 3 http://www.vancau.be/getfile.php?id=6&site=1 8
  9. 9. 5”. In deze definitie zijn een aantal concepten van cruciaal belang. We bespreken ze hieronder verder in detail. 1. De burger: In de definitie die Pröpper (2006) geeft aan burgerparticipatie, wordt onder ‘de burger’ zowel individuele burgers, maatschappelijke organisaties als bedrijven verstaan. Wij zullen ons in dit onderzoek richten op de individuele burger en de burger in verenigingsverband. 2. Activiteiten die door de burger en/of door de overheid in samenwerking met de burger ondernomen worden: In de meeste definities van burgerparticipatie (De Rynck, 2007; Wagenaar, 2005) wordt benadrukt dat burgers het initiatief nemen. Wij sluiten ons echter aan bij Pröpper (2006), die aangeeft dat burgerparticipatie ook kan betekenen dat burgers deelnemen aan beleidsprocessen, die dus door overheden worden opgezet, maar in wisselwerking met de burger worden gerealiseerd. 3. Op gemeentelijk of meer wijkgebonden niveau: Traditioneel wordt het lokaal bestuur gezien als het meest burgernabije bestuur (Verlet & Reynaert, 2004). Burgerparticipatie is het gemakkelijkste te verwezenlijken op het niveau waar de afstand tussen burger en bestuur het kleinst is (Steward, 1996). Hier is de sociale betrokkenheid relatief sterk en kan maatschappelijke verantwoordelijkheid gemakkelijker worden opgenomen. We zullen in ons onderzoek echter ook initiatieven van burgerparticipatie betrekken die niet gericht zijn op heel de gemeente, maar eerder op een bepaalde buurt of wijk. Een wijk is een grootschalige bestuurlijke eenheid. Een buurt is moeilijker te definiëren, omdat het gaat om een subjectief gevoel, de belevingswereld van de bewoners zelf. Die belevingswereld wordt door verschillende factoren bepaald. De buurt is verschillend voor elke bewoner en verandert als functie van de individuele levensloop. Voor kinderen speelt de eigen straat een hoofdrol, terwijl voor middelbare scholieren de buurt aan een veel wijdere omgeving refereert. Voor veel senioren krimpt de buurt weer in tot de beloopbare afstanden (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, 2005). 4. Fase in het besluitvormingsproces: Initiatieven van burgerparticipatie kunnen in elke fase van het besluitvormingsproces genomen worden. De zogenaamde beleidscyclus splitst het beleidsproces op naar verschillende fases die een ideaaltypisch beleidsproces doorloopt (Parsons, 1995): a. Agendering: Een maatschappelijk probleem wordt gedefinieerd en op de politieke/bestuurlijke agenda geplaatst. Door burgers hier te laten participeren, geef je hen de mogelijkheid onderwerpen die zij belangrijk vinden een plek op de politieke/bestuurlijke agenda te geven. In deze fase ligt de kiem voor nieuw beleid, door burgers hier te laten participeren komt men tegemoet aan veelgehoorde klacht dat politiek/bestuur niet weet wat er speelt bij de gewone burger. b. Analyse/beleidsvoorbereiding: Het probleem verder definiëren en kaderen, en het zoeken naar oplossingsalternatieven. Deze fase is voor burgerparticipatie één van de meest succesvolle, aangezien hier nog het meeste richting kan gegeven worden aan het beleid. c. Beleidsontwerp/besluitvorming: Een beleidsdocument wordt geformuleerd om tot een beslissing te komen. 9
  10. 10. d. Implementatie/beleidsuitvoering: Het beleid wordt in de praktijk omgezet. e. Toezicht en evaluatie: Toezicht op de voortgang van de implementatie, de evaluatie van de uiteindelijke impact en de evaluatie van kosten versus baten. 5. Onveiligheid of onveiligheidsgevoelens (al dan niet gerelateerd aan een gebrek aan leefbaarheid) verminderen: Elchardus (2005) onderscheidt drie dimensies binnen het concept (on)veiligheid: - objectieve of feitelijke onveiligheid - subjectieve onveiligheid of onveiligheidsgevoelens - mogelijke onveiligheid of onveiligheidsrisico’s Uit verschillende onderzoeken blijkt dat niet zozeer criminaliteit in enge zin (kans op slachtofferschap) een impact heeft op het (on)veiligheidsgevoel. Het zijn eerder variabelen als overlast, buurtwanorde, vandalisme en andere uiterlijke tekenen van verloedering die een negatieve invloed hebben (Elchardus, de Groof & Smits, 2005; Van den Broeck & Raes, 2000). Daarom zullen we ook projecten bij het onderzoek betrekken die zich meer richten op leefbaarheid. Van het begrip ‘leefbaarheid’ is geen eenduidige definitie te vinden. Het concept wordt gebruikt om aan te geven hoe aantrekkelijk en/of geschikt een gebied of gemeenschap is om er te wonen of te werken. Twee aspecten worden er vaak mee verbonden: veiligheid en sociale cohesie. In de sfeer van buurtbeheer duidt het begrip meestal ‘de afwezigheid van overlast’ aan (Veenhoven, 2000). Samen met het Begeleidingscomité werd wel beslist dat niet alle sociale initiatieven onder de noemer leefbaarheid kunnen geplaatst worden en dat de focus in ons onderzoek op overlast en criminaliteit moet liggen. In dit eerste hoofdstuk geven we de belangrijkste componenten van het veiligheidsbeleid weer. Vervolgens bekijken we de mogelijke doelstellingen van burgerparticipatie en gaan we op zoek naar een geschikte typologie om de bestaande initiatieven in onder te brengen. Ten slotte zetten we de factoren die bepalend zijn voor het succes of falen van burgerparticipatieprojecten op een rijtje. Hieruit leiden we ons analysekader af dat gebruikt zal worden bij de analyse van de geselecteerde cases. 1.2 Veiligheidsbeleid Veiligheid staat steeds hoger op de maatschappelijke en politieke agenda. De druk op de overheid om iets te doen aan onveiligheid is de laatste decennia enorm toegenomen. Een gevolg hiervan is dat de politie overbevraagd geraakt en zich een discussie rond kerntaken opdringt (Cachet & Ponsaers, 2007). Tegen deze tendens ontstaat een tegenbeweging die een sterker vertrouwen op maatschappelijke zelfredzaamheid dan op overheidssturing en –interventie promoot. Dit is gegroeid vanuit de idee dat als mensen zélf mee instaan voor veiligheid, de effectiviteit vergroot wordt. De idee van een door de overheid maakbare samenleving wijkt voor een beeld waarin de overheid naast en met veel andere partners probeert iets tot stand te brengen. De hiërarchische sturing wijkt voor een meer horizontale sturing, een diffuus netwerk waarin veel relaties tussen veel en veelsoortige 10
  11. 11. actoren zorgen voor een hoge mate van complexiteit. Het wordt moeilijk om één enkele actor verantwoordelijk te stellen voor het realiseren van veiligheid. Deze door governance geïnspireerde visie op veiligheids(beleid) ligt aan de grondslag van grote delen van het lokale veiligheidsbeleid. Samenwerking met veel andere partijen staat voorop en de verantwoordelijkheden zijn diffuus4 (Cachet & Ponsaers, 2007). In deze context werd het concept integraal veiligheidsbeleid geïntroduceerd. Integraal veiligheidsbeleid is een beleid om criminaliteit, overlast en verkeersveiligheid in al hun aspecten in een zo breed mogelijke context te benaderen. Veiligheid ontstaat pas door een integrale aanpak (vanuit verschillende invalshoeken benaderen) en een geïntegreerde aanpak (gezamenlijke werking van alle belanghebbenden) (Ponaers, Meert & Devroe, 2006). Dit is echter een bestuurlijke invulling van het concept, waarbij onvoldoende aandacht gegeven wordt aan de veiligheidsbeleving vanuit het perspectief van de burger (De Haan, 1996). Integraal en geïntegreerd betekent dat enerzijds een beleid wordt nagestreefd dat zijn basis vindt in en impact moet hebben op alle aspecten van de veiligheidsketen en anderzijds dat dit beleid alle mogelijke actoren erbij betrekt. Het integrale aspect van een veiligheidsbeleid kan dan ook worden gedefinieerd als het in kaart brengen van alle deelaspecten van de fenomenen die vallen onder de noemer ‘onveiligheid’ (Ponsaers, Meert & Devroe, 2006). De zorg voor veiligheid is verschoven van exclusieve taak van de politie naar een gedeelde verantwoordelijkheid tussen een groot aantal publieke en private partijen (Ponaers e.a., 2006) en krijgt op lokaal niveau vorm in een groeiend aantal samenwerkingsverbanden en netwerken. Meer dan voorheen worden niet-politionele partners in veiligheidsbeleid betrokken: “veiligheidszorg is een brede verantwoordelijkheid voor alle participanten in de moderne samenleving” (Muller, 2004). Gemeenschapsgerichte politiezorg (community-oriented policing) is ontstaan als reactie op het traditionele model, waarbij een reactieve houding bij de politie centraal stond. Binnen dit model werd een symptoombenadering gehanteerd, waarbij minder aandacht besteed werd aan achterliggende oorzaken. De wet werd te veel beschouwd als een doel op zich en minder als een middel om veiligheid te bevorderen. Verder stond de politie in een nogal geïsoleerde positie en los van de bevolking. Het gevolg was dat de werking van de politie minder effectief en efficiënt was. De ontevredenheid over de politie was het grootst bij slachtoffers en op gebied van criminaliteitsbeheersing (Monjardet, 1996). Gemeenschapsgerichte politiezorg is de wil om de relaties tussen de bevolking en de politie opnieuw aan te knopen, door van de vragen en behoeften van de bevolking de politieprioriteiten te maken, zonder daarom blindelings de verzuchtingen van de burger te volgen (Monjardet, 1996; Cachet & Ponsaers, 2007). Tevredenheid over de politie hangt immers zowel af van de tevredenheid over de kwaliteit van de dienstverlening als van de verwachtingen die burgers hebben. ‘Community policing berust op een ruime aanpak van de veiligheid en de leefbaarheid. Het beoogt een meer in de samenleving geïntegreerde politie, die ter beschikking staat van de burger(s) en die, samen met de gemeenschappen, zoekt naar oplossingen die de lokale omstandigheden van de oorzaken van onveiligheid voor ogen houden’ (Bruggeman, Van Branteghem & Van Nuffel, 2007). Community policing draait dus rond het rekening houden met 4 Daarom hebben we er bij de analyse van onze cases ook voor geopteerd zoveel mogelijk verschillende actoren te bevragen. 11
  12. 12. de behoeften en verzuchtingen van de burger, maar dit wordt nog niet altijd in de praktijk omgezet. In de Belgische context wordt community policing opgevat als bestaande uit 5 pijlers. - externe oriëntering: politie is in de maatschappij geïntegreerd en zich bewust van wat er leeft; - probleemoplossend werken: politie identificeert en analyseert de mogelijke oorzaken van criminaliteit; - partnerschap: de politie is niet alleen verantwoordelijk, ze werkt samen met diverse partners; - verantwoording: politie legt verantwoording af; - bekwame betrokkenheid: mogelijkheden creëren om gezamenlijk veiligheidsproblemen aan te pakken (Omzendbrief CP 1 van 27 mei 20035 ). Het concept ‘community policing’ doet echter vragen rijzen. Het zou bij burgers de indruk wekken dat ze door de politie en de overheid worden aangezet om zonder veel ondersteuning zelf samenlevingsproblemen op te lossen en voor sociale controle te zorgen in de buurt6 (Van den Broeck & Raes, 2000). Daarnaast zou het te hoge verwachtingen creëren waardoor de indruk gewekt wordt dat het een recept is voor de oplossing van elk probleem (Brodeur, 1998). Toch zijn er ook positieve kanten. Uit onderzoek van Aranowitz (1997) blijkt dat burgers meer betrokken raken bij de identificatie van problemen in hun buurt, dat de relatie tussen burgers en de politie verbetert en dat ook de zelfredzaamheid van burgers verbetert. Daarnaast daalt de criminaliteit en neemt de aangiftebereidheid van de bevolking toe. 1.3 Doelstellingen en typologie burgerparticipatie-initiatieven Doelstellingen Wat zijn mogelijke doelstellingen van burgerparticipatie? We vatten hier de doelstellingen samen die het meest naar voren geschoven worden in beleidsdocumenten. Deze doelstellingen zijn echter niet altijd empirisch onderzocht. De belangrijkste doelstellingen van burgerparticipatie zijn - De inhoudelijke verrijking van het beleid bij opmaak en uitvoering. - Het vergroten van draagvlak of steun voor beleid (Van de Ven, 1980). Uit onderzoek van De Graaf (2007) blijkt dat hoe hoger de mate van interactief beleid is, hoe groter het draagvlak wordt. Interactief beleid dicht vooral de kloof tussen het bestuur en professionele burgers (vertegenwoordigers van organisaties die het systeem van de gemeente goed kennen), en niet zozeer de kloof met de doorsnee burger (De Graaf, 2007). 5 Omzendbrief CP 1 van 27 mei 2003 betreffende Community Policing, definitie van de Belgische interpretatie van toepassing op de geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus. 6 Dit neveneffect kan zich ook voordoen bij projecten van burgerparticipatie. 12
  13. 13. - Het verbeteren van de democratie en het imago van de overheid (Pröpper & Steenbeek, 1999). Uit onderzoek van Tyler (1990) bleek echter dat eigenlijke participatie weinig impact had op de tevredenheid bij burgers en de legitimiteit van de overheid, maar dat het geloof dat men kon participeren en dat de overheid moeite deed burgers bij de zaak te betrekken, een veel sterker (positief) effect had op de tevredenheid en de legitimiteit: de symbolische rol van participatie bleek belangrijker te zijn dan de instrumentele rol. Als het gaat over veiligheidsbeleid, is het doel van burgerparticipatie doorgaans onveiligheid en onveiligheidsgevoelens te verminderen door (Webler, 1995): - Het bewustzijn van risico op misdaad te vergroten. Daar staat tegenover dat burgerinitiatieven de mogelijkheid geven tot informele discussies tussen participanten over hun slachtofferervaringen. Indirect slachtofferschap7 kan het angstniveau in negatieve zin beïnvloeden; - de betrokkenheid van de gemeenschap aan te moedigen in lokale veiligheidsissues; - reële en potentiële veiligheidsproblemen te identificeren; - preventie-inspanningen te coördineren; - bewoners meer te betrekken bij de wijk om de sociale cohesie8 te vergroten; - de politie meer te betrekken bij hun wijk . Typologie Om in het volgende hoofdstuk het overzicht van bestaande initiatieven inzake veiligheid en leefbaarheid op een gestructureerde manier te kunnen weergeven, gaan we op zoek naar een geschikte typologie. Degraeuwe (2002) maakt het onderscheid tussen tegenwerkende initiatieven en aanvullende initiatieven. Tegenwerkende initiatieven zijn antwoorden van burgers op het (gepercipieerd) falen van instellingen die verantwoordelijk zijn voor veiligheid. Deze opereren autonoom en hebben eigen methodes en doelstellingen. Een voorbeeld hiervan zijn burgerwachten. Dit soort initiatieven zijn echter in strijd met de vigerende wetgeving. Burgerwachten worden niet toegelaten. Aanvullende initiatieven willen samenwerken met de instellingen: de initiatiefnemers schrijven het falen daarvan toe aan een tekort aan middelen. Een voorbeeld hiervan zijn de buurtinformatienetwerken (BIN’s). 7 Vb. de familie van iemand die beroofd werd, zijn indirecte slachtoffers. 8 Sociale cohesie is een meerduidig en meerdimensionaal begrip, dat verwijst naar de deelname aan het maatschappelijke leven, de sociale contacten die mensen onderling onderhouden, maar ook naar hun oriëntatie op collectieve normen en waarden. Het kan bekeken worden vanuit de maatschappij (of delen van de maatschappij) en vanuit het individu. Vanuit het oogpunt van de maatschappij gaat het dan voornamelijk over de interne samenhang, terwijl het vanuit het oogpunt van het individu gaat over de deelname aan het maatschappelijke leven (de Hart, 2002, pp. 7-12). 13
  14. 14. Tops en van Ostaaijen (2006) ontwikkelden de zogenaamde burgerparticipatiematrix. Deze matrix heeft een productiekant en een perceptiekant. Aan de productiekant wordt voorgesteld wat bewoners bijdragen aan de productie van veiligheid: dragen ze bij als individu (vb. sloten plaatsen), samen met andere bewoners (vb. BIN), of samen met de overheid (vb. praten over invulling wijkveiligheidsactieprogramma)? Aan de perceptiekant wordt weergegeven hoe burgers veiligheid beleven. Daarbinnen wordt een onderscheid gemaakt tussen activiteiten met een directe link naar veiligheid (vb. beveiliging woning), activiteiten op gebied van leefbaarheid (vb. organiseren van buurtactiviteiten) en activiteiten op gebied van beeldvorming (vb. praten met buren). Schematisch ziet de matrix er als volgt uit: Tabel 1: Bewerkte burgerparticipatiematrix van Tops & Van Ostaaijen Veiligheid Leefbaarheid Beeldvorming Overheids- initiatieven Overheidsplannen om veiligheid te vergroten vb. politiecafé Overheidsacties om sociale cohesie te vergroten vb. wijkbabbels Berichtgeving van de overheid om de veiligheidsperceptie te beïnvloeden vb. verspreiden jaarrapport Burgerinitiatieven Bewoners versterken gezamenlijk hun veiligheid vb. verkennende wandelingen Gemeenschappelijke actie van bewoners ter bevordering van sociale cohesie en veiligheid vb. buurtvaders Burgers beïnvloeden elkaar rondom bepaalde thema’s of gebeurtenissen, al dan niet via media vb. Kaffee Detinee (waarbij burgers uitgenodigd worden een kijkje te nemen in een gevangenis, om zo hun perceptie van gevangenen bij te stellen) Individuele burger- initiatieven Bewoners verbeteren hun eigen veiligheid Bewoners stemmen hun gedrag beter op Bewoners worden beïnvloed door wat zij 14
  15. 15. vb. alarm installeren elkaar af vb. praatje maken met de buren zelf horen of zien, via media of andere bewoners vb. burgers lezen folder van lokale politie over vakantietoezicht We zullen deze matrix hanteren omdat deze de belangrijkste concepten uit de literatuur goed weerspiegelt en omdat het praktisch ook toelaat de initiatieven nuttig te classificeren9 . In bijlage zit een andere mogelijke matrix, die de beleidscyclus combineert met de participatieladder (Pröpper & Steenbeek, 1999). 2. Overzicht initiatieven in België, aangevuld met beste praktijken uit het buitenland Er bestaat een grote verscheidenheid aan projecten rond burgerparticipatie inzake veiligheidsbeleid. In dit hoofdstuk geven we hiervan een overzicht. We focussen ons hierbij op projecten in België, aangevuld met voorbeelden van goede praktijken uit het buitenland10 . We richten ons daarbij op projecten die onder een of andere vorm ook in België bestaan. Bij de zoektocht naar projecten in België kregen we hulp van de Koning Boudewijnstichting (KBS), die lokale projecten gericht op het verminderen van onveiligheidsgevoelens ondersteunt door subsidies. Van deze projecten werden ons de evaluatieverslagen beschikbaar gesteld. Een andere belangrijke informatiebron was de website van de Belgische federale politie (www.infozone.be), waar informatie per politiezone terug te vinden is. Ten slotte hebben we nuttige informatie gekregen over lopende projecten in binnen- en buitenland van arrondissementscommissaris Kaat Boon (provincie Vlaams-Brabant), dr. Sybille Smeets (ULB) en onderzoeker Ruben Scholte (VU Amsterdam). Vooraf moet echter worden opgemerkt dat het in kaart brengen van burgerinitiatieven niet evident is. Ten eerste gaat het vaak om decentrale initiatieven, waarvan geen centrale registratie bestaat. Ten tweede worden verschillende benamingen gebruikt om soortgelijke projecten aan te duiden en vinden verschillende projecten onder dezelfde noemer plaats. Ten derde is het vaak niet duidelijk of een project momenteel nog loopt. Het merendeel van de projecten waar we via de Koning Boudewijnstichting mee in contact kwamen, werden in 2005 geëvalueerd11 . In de evaluatierapporten werd echter niet aangegeven of het project nog verder gezet werd of niet. Ook bij de projecten die we zelf via andere contacten of op het internet vonden, is het niet altijd duidelijk wat de huidige status ervan is. We concentreren ons op projecten die momenteel nog lopen of nog niet zo lang geleden afgelopen zijn12 . 9 Initiatieven waarbij burgers bijdragen als individu (alleen, en niet in samenwerking met anderen) (vb. door aangepaste sloten te laten installeren), leken ons - na overleg in het Begeleidingscomité – in de context van dit onderzoek minder relevant, omdat het om te particuliere initiatieven gaat. Daarom gebruiken we in het volgend hoofdstuk een aangepaste versie van deze matrix. 10 Hierbij richtten we ons vooral op Groot-Brittannië en Nederland omdat daar een groot aantal relevante voorbeelden te vinden waren. 11 Een aantal projecten werden echter nog niet geëvalueerd, omdat ze nog niet zo lang geleden opgestart zijn. 12 Ook projecten die reeds afgelopen zijn, zijn nuttig om te zien welke soort methodes er bestaan. 15
  16. 16. Een vierde probleem waar we mee geconfronteerd werden, is het gebrek aan evaluaties van de projecten die we weergeven. De projecten die we via de Koning Boudewijnstichting leerden kennen, vormden zoals gezegd wel het voorwerp van een evaluatie. Deze evaluaties bestonden uit een beschrijving van het project, waarbij doelgroep, doelstellingen en betrokken partners aangegeven worden. Verder werden de zichtbare resultaten besproken en de resultaten die verwacht werden op lange termijn, alsook de betrokkenheid die bij de verschillende partners (waaronder burgers) ervaren werd. Deze evaluaties werden echter uitgevoerd door de initiatiefnemers zelf. Bovendien was de evaluatie erop gericht het ontvangen van de subsidies te rechtvaardigen. Deze twee elementen maken dat we niet over objectieve evaluaties kunnen spreken. Van de projecten die we via andere bronnen leerden kennen, waren zo goed als nooit formele evaluaties voorhanden. Als er een vorm van evaluatie beschikbaar was, ging het om beschrijvingen, gebaseerd op subjectieve ervaringen en niet op cijfermateriaal of meer verifieerbaar materiaal. Om de verschillende burgerinitiatieven te ordenen, maken we gebruik van de door ons aangepaste burgerparticipatiematrix van Tops en van Ostaaijen (2006) (cf. paragraaf 1.3). Deze matrix heeft een productiekant en een perceptiekant. Aan de productiekant wordt voorgesteld wat bewoners bijdragen aan de productie van veiligheid: dragen ze bij als individu, samen met andere bewoners, enerzijds of samen met de overheid anderzijds? Initiatieven waarbij burgers bijdragen als individu (alleen, en niet in samenwerking met anderen) (vb. door aangepaste sloten te laten installeren), leken ons - na overleg in het Begeleidingscomité – in de context van dit onderzoek minder relevant, omdat het om te particuliere initiatieven gaat. Daarom hebben we dit deel van de matrix geschrapt. Aan de perceptiekant wordt weergegeven hoe burgers veiligheid beleven. Daarbinnen wordt een onderscheid gemaakt tussen activiteiten met een directe link naar veiligheid, activiteiten op gebied van leefbaarheid en activiteiten die een invloed hebben op de beeldvorming bij burgers. In de cellen van de matrix13 maken we, gebaseerd op de participatieladder van Pröpper en Steenbeek14 (1999), een onderscheid tussen - Informatie: Burgers worden geïnformeerd, maar mogen niet meepraten en niet meebeslissen. - Consultatie: Burgers mogen meepraten, maar het bestuur beslist. - Participatie: Burgers hebben een inbreng bij het beslissen. Om de plaatsing van het initiatief te bepalen, kijken we naar de hoofdactiviteit. Een initiatief waarbij de hoofddoelstelling is burgers te informeren en een nevendoelstelling is feedback te krijgen op bijvoorbeeld het politieoptreden, plaatsen we bij ‘informatie’. Verschillende initiatieven komen onder licht gewijzigde vorm terug in verschillende cellen van de matrix, zoals 13 We zullen verderop zien dat er niet in elke cel voorbeelden van initiatieven gevonden werden onder zowel informatie, consultatie als participatie. 14 Pröpper en Steenbeek (1999) onderscheiden eigenlijk vijf niveaus van participatie die wij in navolging van Van Audenhove (2005) hier voor de eenvoud tot de kern van drie herleiden (informatie, consultatie, participatie). De initiële indeling behelst: (1) informeren (burgers worden op de hoogte gehouden van genomen beslissingen); (2) consulteren/raadplegen (overheid bepaalt beleidsrichting en de burger is gesprekspartner. De resultaten van deze consultatie zijn mogelijke bouwstenen voor het beleid); (3) adviseren (burgers kunnen problemen aandragen en oplossingen formuleren. Bij de uiteindelijke besluitvorming kan er wel van worden afgeweken); (4) coproduceren (burger en overheid komen samen een probleemagenda overeen, gaan samen op zoek naar oplossingen en de overheid verbindt zich tot deze oplossingen); (5) meebeslissen (de beleidsontwikkeling wordt overgelaten aan burgers, overheid neemt de resultaten over). 16
  17. 17. bijvoorbeeld de wijkbabbels, die zowel door de overheid als door burgers georganiseerd worden, en die zowel gericht kunnen zijn op praten over veiligheid als op praten over sociale cohesie en leefbaarheid. Deze initiatieven worden in verschillende cellen geplaatst. We geven in de matrix kort weer welke initiatieven in de verschillende cellen horen, waarna we systematisch de diverse projecten toelichten. Bij de toelichting duiden we ook die projecten aan die door de Koning Boudewijnstichting gesubsidieerd werden (en die we dan ook meestal via die weg leren kennen hebben). Waar mogelijk geven we kort de doelstellingen, eventuele resultaten, belangrijkste succesfactoren en eventuele moeilijkheden van het project of een groep initiatieven weer. Hiervoor baseren we ons op de beschikbare evaluaties, maar het is belangrijk hierbij in het achterhoofd te houden dat het hier zo goed als altijd om evaluaties door de initiatiefnemers zelf gaat. Wanneer er toch meer objectieve evaluaties gebeurd zijn, onder de vorm van enquêtes onder omwonenden of grootschalige bevragingen bij betrokkenen, geven we dit aan. Tabel 2: Overzicht binnenlandse projecten met enkele buitenlandse voorbeeldcases Veiligheid Leefbaarheid Beeldvorming Overheids- initiatieven - Informatie o Mobiliserende projecten o Kennisvergro- tende projecten - Consultatie o Praatcafé o Verkennings- wandelingen o Straattoneel o Veiligheidsscan - Participatie o Burgers delen informatie met politie o Integrerende projecten o Buurtpreventie- projecten (NL) o Safer neighbourhood Project (GB) - Informatie o Buurtspin - Consultatie o Wijkbabbels o VITAAL Wijk - Participatie o Integrerende projecten o Leefbaarheids- teams (NL) o Mensen maken de stad (NL) - Informatie o Communica- tieplan o Verspreiden jaarrapport Burger- initiatieven - Informatie o Samen voor een veilig gevoel - Consultatie o Wijkbabbels o Verkennende wandelingen - Participatie o Integrerende projecten - Informatie o Radio-uitzending vrije radio - Consultatie o Wijkbabbels - Participatie o Integrerende projecten o Buurtvaders o Buurtbemiddeling - Informatie o Kaffee Detinee 17
  18. 18. 2.1 Overheidsinitiatieven Onder ‘overheidsactiviteiten’ verstaan we die projecten waarbij het initiatief bij de overheid ligt (gemeente, politie,…). 2.1.1 Overheidsinitiatieven gericht op het vergroten van veiligheid Informatie Hier plaatsen we initiatieven die erop gericht zijn de burger te informeren over veiligheid en wat hij zelf kan doen om zijn veiligheid te verbeteren,… - Mobiliserende projecten: initiatieven om burgers aan te sporen zelf hun verantwoordelijkheid te nemen o Senioren en Veiligheid Amsterdam (Nederland): De politie geeft senioren voorlichting over inbraakpreventie, weerbaar gedrag,… De doelstelling is onveiligheidsgevoelens bij ouderen te verminderen door hun kennis over feitelijke onveiligheid te vergroten en hun weerbaarheid te versterken door hen te leren wat ze zelf kunnen doen om hun veiligheid te vergroten (vb. voorlichting over veilig sluitwerk en weerbaar gedrag). Resultaat: Het initiatief loopt al 10 jaar en de onveiligheidsgevoelens onder de deelnemers zouden al aanzienlijk verminderd zijn, alsook het feitelijke aantal slachtoffers (Stichting CABO, 2007). o Campagne Nederland Veilig (Nederland): Campagne informeert burgers over maatregelen die de overheid neemt om de veiligheid op straat te vergroten. Maar vraagt ook aan burgers om zelf een bijdrage te leveren. Burgers krijgen tips die bijdragen aan hun veiligheid (vb. laat je niet afleiden als je geld afhaalt,…). Een evaluatie van dit project ontbreekt. - Kennisvergrotende projecten: initiatieven gericht op het vergroten van de kennis van burgers o Veiligheid Voorop (Leidschendam-Voorburg, Nederland): digitaal veiligheidsloket, geopend door de gemeente, waarop burgers alle informatie betreffende veiligheid kunnen terugvinden. Op de website krijgen de bewoners de mogelijkheid hun opmerkingen en meningen te geven. o Burgeracademie (Amsterdam-Amstelland, Nederland): Cursus waar burgers geleerd wordt hoe de politie werkt en hoe ze de politie kunnen helpen. De deelnemers maken excursies naar de meldkamer en het trainingscentrum van de politie. De doelstelling is feedback te krijgen van de burger over het functioneren van het korps en signalen opvangen over wat er speelt in een wijk. Resultaat: Door dit initiatief zouden burgers zich serieus genomen voelen en zou de positieve beeldvorming over de politie toenemen (Blom & Lugtmeijer, 2007). Succesfactor: Het accent ligt op de dialoog als gespreksvorm (de bedoeling is te leren van elkaars standpunten in plaats van op de eigen standpunten te blijven staan Blom & Lugtmeijer, 2007). 18
  19. 19. Consultatie Hieronder vallen projecten waarbij de burger niet enkel geïnformeerd wordt door de overheid, maar ook zelf de kans krijgt problemen aan te geven en oplossingen te suggereren. - Praatcafé: Er worden verschillende varianten toegepast. De essentie ervan is dat burgers in een informele sfeer in gesprek kunnen gaan met elkaar, de politie en/of de gemeente, en dit op initiatief van de gemeente of de politie. De doelstelling is steeds te achterhalen in welke mate er een onveiligheidsgevoel leeft, welke oorzaken dit heeft en welke oplossingen er eventueel zijn. Mogelijke resultaten zijn dat de verstandhouding tussen de burger en de politie verbetert, dat de politie en/of de gemeente betere inzichten krijgt in het onveiligheidsgevoel van de burger en dat mogelijke oplossingen voor bepaalde problemen aangedragen worden. Belangrijke succesfactoren bij dit soort initiatieven is het persoonlijk uitnodigen van mogelijke deelnemers, het communiceren over wat er met de resultaten gebeurd is en de professionele begeleiding van de gesprekken (Inspectie Openbare Orde en Veiligheid, 2007; Elliott e.a., 2006). Een aantal voorbeelden: o Initiatiefnemer: gemeente  Mots à maux pour plus de sécurité (Frasnes-Lez-Gosselies)(KBS): praatgroepen die in verschillende wijken van de stad georganiseerd worden door de gemeente, waarbij bewoners zich kunnen uiten over onveiligheidsgevoelens,…  Dix rencontres citoyennes pour diminuer le sentiment d’insécurité (Luik) (KBS): wijkgesprekken gericht op senioren en mensen met een leefloon. o Initiatiefnemer : politie (KBS)  Zuiderterras (PZ Zuiderkempen, Herselt)  Inventariserende buurgesprekken (PZ Aalter/Knesselare)  Wijkbabbels (Kortenberg, Sint-Pieters-Leeuw, Beersel, Gooik, Asse, Bertem, Opwijk, Wemmel, Sint-Pieters-Leeuw,…)  Politiecafé (PZ Herent-Kortenberg) o Voorbeelden uit Nederland  Curatorium (Amsterdam-Amstelland): politie komt samen met vertegenwoordigers uit de wetenschappelijke wereld en prominenten uit de Amsterdamse samenleving om over relevante onderwerpen te spreken.  Feedback-panel (korps Drenthe): op initiatief van het korps wordt aan een selectie burgers in een gezamenlijke sessie vragen voorgelegd waarop het korps een antwoord wil.  Klantenpanel Buurt Veilig (Korps Ijselland, gemeente Deventer): deelnemende burgers beslissen over de prioriteiten van het politieteam en kunnen een deel van de beschikbare uren van de politie toedelen aan problemen die zij in de wijk ervaren.  Wijktafels: ontmoetingen op buurtniveau. Als er bepaald probleem heerst (vb. junks in portieken), dan organiseert de politie een dergelijke wijktafel. 19
  20. 20. - Verkenningswandelingen: Deze methode houdt in dat burgers een wandeling door een bepaald gebied maken, waarbij ze kunnen aangeven op welke plaatsen ze zich onveilig voelen, waardoor dit veroorzaakt wordt, op welke manier dit kan vermeden worden,… De doelstelling is bij burgers zelf te achterhalen waar ze zich onveilig voelen. Mogelijke resultaten zijn dat concrete oplossingen aangedragen voelen, dat betrokkenen zich serieus genomen voelen,… Belangrijke succesfactoren zijn de aanwezigheid van structurele opvolging van de resultaten en het voorzien van middelen om de aangedragen oplossingen uit te voeren (Blom & Lugtmeijer, 2007). o Marches exploratoires (Luik)(KBS): georganiseerd door de stad en specifiek gericht op vrouwen o Veiligheidsschouw (Nederland) o Varianten:  Kleurenkaart (Nederland): op een kaart geven burgers aan waar ze zich onveilig voelen;  Fotomethode (Nederland): bewoners nemen foto’s van plaatsen in hun wijk waar ze zich (on)veilig voelen - Straattoneel: Project in Luik Acteurs de la place (KBS), waar door middel van een theatervoorstelling op straat die clichés van het multiculturele samenwonen toont, een debat op gang gebracht wordt met omstaanders, waarbij zij de kans krijgen problemen te signaleren en oplossingen aan te brengen. De doelstelling is bevolking en betrokken diensten dichter bij elkaar te brengen. Resultaat: Bij de zes voorstellingen die reeds georganiseerd werden, werden ongeveer 500 participanten betrokken. Iedereen kreeg de kans het woord te nemen (drugsverslaafden, skaters, pendelaars). Moeilijkheid: De gemeente was niet betrokken bij het project (Bonjean, 2005). - Veiligheidsscan: individuele bevraging (in tegenstelling tot de vorige methodes, waar mensen met elkaar in discussie kunnen gaan). Methode om de ervaringen, verwachtingen en suggesties van de bevolking in verband met veiligheid, verkeer en leefbaarheid in kaart te brengen. De doelstelling is te meten hoe inwoners veiligheid en leefbaarheid ervaren en verwachtingen en suggesties van de bevolking in verband met veiligheid, verkeer en leefbaarheid in kaart brengen. Resultaat: Door de bevraging krijgt de lokale overheid een duidelijker en soms confronterend beeld van de veiligheidsproblematiek, wat haar alert houdt. (Toegepast in Tongeren, PZ Beringen-Ham-Tessenderlo) Succesfactoren: Het vergt veel tijdscapaciteit qua voorbereiding en verwerking van de gegevens. Er is een goede briefing nodig van de enquêteurs en controle op hun werk. De gegevens moeten op een eenvormige manier verwerkt worden (Van Craen & Ackaert, 2006). Participatie Hieronder vallen projecten waarbij burgers deelnemen aan het beleid, waarbij ze oplossingen mee in de praktijk brengen. - Initiatieven waarbij burgers gevraagd wordt informatie met de politie te delen. De doelstelling hierbij is burgers tot een partner maken in de strijd tegen criminaliteit, de 20
  21. 21. tevredenheid van burgers over de werking van de politie vergroten en preventieve boodschappen verspreiden om op die manier criminaliteit te voorkomen. Mogelijke resultaten zijn dat de relatie met de politie verbeterd wordt en preventief gedrag bij burgers gestimuleerd wordt. Succesfactoren: Er moet bereidwilligheid aan de basis zijn en samenwerkingsbereidheid (Scholte, 2007; Blom & Lugtmeijer, 2007). o Buurtinformatienetwerk (BIN) (KBS): een gestructureerd samenwerkingsverband tussen burgers (of een specifieke groep zoals zelfstandigen) en de lokale politie in een afgelijnd gebied met ondersteuning door de lokale overheid. Vb. Lochristi, PZ pays de Herve,… o Nieuwsflash: bewoners van de zone ontvangen elke werkdag een e-mail met informatie over verdachte handelingen en meldingen die zich binnen de zone hebben voorgedaan. Aan deze e-mail is een meldingsfiche toegevoegd waarmee de burgers meer informatie over verdachte toestanden kunnen signaleren aan de politie. Vb. PZ Demerdal o Stop Crime (GB): via SMS en e-mail worden bewoners verwittigd als er iets gebeurt en gevraagd relevante voorvallen of aanwijzingen te melden. o Burgernet (Nederland): burgers worden door de politie gebeld als er een zoekactie in hun omgeving gaat plaats vinden (na diefstal, doorrijden na aanrijding, geweld, zedendelicten, vermiste personen) en krijgen een ingesproken bericht te horen met een signalement of bijzonderheden. Als een gealarmeerde deelnemer dan iets relevant ziet of hoort, kan hij via een speciaal telefoonnummer contact opnemen met de meldkamer. o SMS-Alert (Nederland): deelnemers ontvangen sms-berichten als er in hun omgeving iets gebeurt. Het initiatief is gelanceerd in Tilburg, maar inmiddels ook overgenomen in andere steden, vb. Rotterdam, Den Haag. - ‘Integrerende projecten’: Projecten waar verschillende actoren (gemeente, politie, burgers, straathoekwerkers,…) samen actie ondernemen op verschillende domeinen o Jongerencoaches (Ronse)(KBS): informele en formele sociale controle door een team van jonge mensen en ouders, op plaatsen waar veel jongeren samenkomen. De doelstelling is de overlast die veroorzaakt wordt door de jongeren te verminderen, zonder dat de politie telkens moet tussenkomen. Daarnaast wil de gemeente de jongeren duidelijk maken dat ze overlast veroorzaken. Ten slotte wil de gemeente ook de jongeren en hun verzuchtingen en wensen leren kennen. Bedoeling is niet om jongeren te straffen, wel om hun duidelijk te maken dat ze overlast veroorzaken en hen respect leren opbrengen voor hun medeburgers. Er is nog geen evaluatie van dit project beschikbaar. o Prado Park (Kortrijk)(KBS): overlast en criminaliteit in het park bestrijden door met verschillende actoren actie te ondernemen op verschillende domeinen (infrastructuur opknappen, dialoog tussen gemeenschappen stimuleren door buurtfeesten te organiseren,…). De doelstelling is de dialoog tussen culturen en generaties te ontwikkelen. Resultaat: De klachten over overlast zouden met 80% gedaald zijn sinds de inwerkingtreding van het project. Jaarlijks wordt een zomer- en winterfeest georganiseerd, waarbij de jongeren helpen. 21
  22. 22. Succesfactoren: De verschillende actoren zijn bereid tot samenwerking en nemen elk in hun domein hun verantwoordelijkheid op (Callewaert, 2005). o POA-projecten (Roeselare): Probleemsituaties in de omgeving van het park worden door alle partners systematisch aangepakt om een blijvende oplossing na te streven. De doelstelling is van de omgeving van het park opnieuw een leefbare plaats te maken. Resultaten: De meldingsbereidheid is gestegen omdat burgers zien dat er gereageerd wordt op meldingen. Het project zou een positieve invloed op de beeldvorming van politie- en stadsdiensten hebben. Verder is het park weer een ontmoetingsplaats geworden. Succesfactoren: Burgers worden mede-eigenaar van het probleem. Vanaf de eerste vergadering wordt erop gehamerd dat iedereen samen verantwoordelijk is, dat de overheid het niet alleen kan. Er wordt op open en constructieve manier geluisterd naar ervaringen van bewoners Het naleven van de afspraken wordt geëvalueerd en opgevolgd (Bouckaert, 2005). - Buurtpreventieprojecten (Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Eindhoven, Nederland): buurtbewoners worden aangewezen als straat- of buurtcoördinator en functioneren zo als schakel tussen andere burgers en de politie. Er bestaat ook een Duitse variant, namelijk Wachsamer Nachbar. De doelstelling is het vergroten van het informeel toezicht. Resultaat: Meestal is na ongeveer een jaar het aanzien van de buurt zichtbaar verbeterd. Ook vergroot meestal de buurtbetrokkenheid onder de bewoners (Blom & Lugtmeijer, 2007). Succesfactoren: Dit soort projecten zijn gemakkelijker op te zetten in buurten waar mensen zich redelijk betrokken voelen en zich verantwoordelijk voelen. De bewoners moeten bereid zijn er energie in te steken (Blom & Lugtmeijer, 2007). - Wijkveiligheidsplan, wijkactieplannen,… (Nederland: Alkmaar, Kerkrade, Amersfoort, …): Beleidsinstrument om de veiligheidsknelpunten in een wijk te benoemen en acties te omschrijven om deze op te lossen. De doelstelling is de leefbaarheid binnen een wijk te vergroten. Er werd nog geen onderzoek gedaan naar resultaten en succesfactoren. - Projecten waarbij samen afspraken gemaakt worden, regels opgesteld,… De doelstelling van dergelijke projecten is het wegnemen van onduidelijkheden over de interpretatie van de regelgeving. Succesfactoren: het is noodzakelijk in een vroeg stadium afspraken te maken over de samenwerking. Er moet duidelijkheid zijn over de verdeling van de verantwoordelijkheden (Blom & Lugtmeijer, 2007). o Overlastconvenant: voor elke overlastvorm worden maatregelen vastgesteld. Er staat aangegeven hoe gehandeld wordt als er overlast optreedt. o Wijkveiligheidsplan, wijkactieplannen,… (Alkmaar, Kerkrade, Amersfoort,…, Nederland): beleidsinstrument om de veiligheidsknelpunten in een wijk te benoemen en acties te omschrijven om deze op te lossen. - Safer Neighbourhood Projects (Birmingham, GB): Omvat verschillende initiatieven, waaronder opruimacties, buurtinformatienetwerken,… In vijf buurten werden in 2001 mensen bevraagd over wat volgens hen moest gedaan worden in hun buurt op gebied van misdaadpreventie. Op basis daarvan werden actieplannen opgesteld en werden burgers 22
  23. 23. betrokken in het uitwerken van de suggesties. De doelstelling was het voorkomen van misdaad. Resultaten: Uit misdaadcijfers bleek dat er een daling van 14% van de geregistreerde feiten was en dat het aantal inbraken verminderd was met 41%. Het project won de de Europese ‘Crime Prevention Award’. Succesfactor: De verschillende relevante actoren werden bij het project betrokken15 . 15 http://www.safer-neighbourhoods.co.uk 23
  24. 24. 2.1.2 Overheidsinitiatieven gericht op het vergroten van leefbaarheid Informatie De Buurtspin (Nederland): de Buurtspin stimuleert bewoners en ondernemers in Rotterdam om het internet te gebruiken om in hun eigen buurt, straat of blok problemen aan te pakken en ideeën te realiseren. Het is een initiatief van de gemeente Rotterdam en wordt ondersteund door de gemeentelijke communicatie-afdeling. De doelstelling van Buurtspin wil bereiken dat er tenminste 60 websites bestaan die de functie hebben om gezamenlijk problemen in de buurt op te lossen, ideeën te realiseren of de leefbaarheid te verbeteren. Daartoe verspreidt ze informatie. Er is nog geen zicht op resultaten of succesfactoren. Consultatie - Wijkbabbels: Deze methode vermeldden we reeds eerder (overheidsactiviteiten gericht op veiligheid, consultatie). Ze kan zowel gebruikt worden voor gesprekken rond veiligheid, als voor gesprekken rond leefbaarheid. o Leefbaarheidsbabbels (Maasmechelen): Er worden ontmoetingen georganiseerd tussne burgers, gemeente, politie en OCMW. De doelstelling is te polsen naar de veiligheidsbehoeften van de bevolking een burgers actief te betrekken bij beleidsbepalingen omtrent de leefbaarheid van de gemeente. o Politiecafé (PZ Lubbeek, PZ Dilbeek, PZ Pajottenland, PZ Halle, PZ AMOW, PZ Beringen, Gemeente Kinrooi, OCMW Westerlo,…)(KBS): Verschillende belanghebbenden (buurtbewoners, gemeente, leden van verenigingen,..) worden uitgenodigd om in dialoog te gaan over verkeersveiligheid, overlast,… o Buurtbabbels (PZ TARL): Politie en burgers bekijken samen hoe ze aan de leefbaarheid kunnen werken. o Denktank sociale cohesie (Amsterdam, Nederland): Succesvolle leden van verschillende bevolkingsgroepen komen samen om de leefbaarheid van een wijk te bespreken. - VITAAL Wijk: Veiligheid via Inspraak en Tastbare Acties rond Leefbaarheid in een Wijk (Hasselt)(KBS): Bewonersconsultatie, op basis waarvan acties werden opgesteld door bevoegde stadsdiensten. De doelstelling is de verhoging van het welzijnsgevoel en de versteviging van de sociale cohesie. Resultaten: Uit cijfers van de politie blijkt dat er 90% minder klachten zijn met betrekking tot onveiligheid. De buurtbewoners organiseren enkele vaste ontmoetingsactiviteiten. Succesfactoren: ‘Leading agency-benadering’: de leiding wordt gelegd bij de juiste organisatie in de juiste fase van het proces, de leidende rol wordt verschoven naar de organisatie met het meeste deskundigheid voor bepaalde fase van het project. De betrokkenheid van buurtbewoners: zij zijn mee verantwoordelijk voor het aanbrengen van signalen en engageren zich als partner gedurende heel het proces. Er werd een buurtbudget voorzien: de mogelijkheid om zelf in de buurt te kunnen investeren heeft de buurtbewoners aangezet prioriteiten te stellen en keuzes te maken. Buurt is hierdoor niet enkel consument van allerlei maatregelen, maar ook co-producent. 24
  25. 25. Moeilijkheden: Het werken binnen de bureaucratische omgeving van een stad maakte de financiering van dringende acties moeilijk en traag (Ashworth, 2005). Participatie - Integrerende projecten: o Keep it clean (Zelzate)(KBS): de doelstelling is overlast op speelplein aanpakken (door infrastructuur te herstellen, probleem hangjongeren aanpakken, activiteiten organiseren voor buurtbewoners,…) Resultaten: Er is een wijkcomité opgericht, waarin ook de wijkagent en de burgemeester zetelen. Er worden allerlei activiteiten georganiseerd in de buurt en onregelmatigheden worden sneller aan de politie gemeld. Succesfactoren: Een constante opvolging door de politie is noodzakelijk en er moeten contacten met het gemeentebestuur onderhouden worden (Vanhecke, 2005). o De Kaproen spreekt (Brugge)(KBS): bewoners worden aangespoord om samen met overlastbemiddelaar en huisvestingsmaatschappij initiatieven te nemen met als doelstelling de overlast in de buurt te verminderen en onveiligheidsgevoel tegen te gaan. Er is nog geen evaluatie beschikbaar van dit project. o Buurtproject Bijloke (KBS): Doelstelling is het veiligheidsgevoel en de leefbaarheid in de wijk te herstellen door samen met de bewoners en betrokken diensten naar oplossingen te zoeken. Resultaten: Er is een wijkcomité opgericht met heterogene samenstelling en de zelfredzaamheid van de inwoners is aangescherpt, ze zoeken meer zelf naar oplossingen voor wijkproblemen. Succesfactoren: De betrokkenheid van buurtbewoners, hun aanwezigheid en actieve deelname is cruciaal. Elke partner behoudt zijn verantwoordelijkheid en wendt zijn specifieke eigenheid aan. De bestuurlijke overheid is steeds aanwezig op vergaderingen en levert een grote inbreng in de uitvoering van oplossingen. Moeilijkheden: Jongeren en senioren worden nog te weinig betrokken bij het wijkcomité. Kort na het mobiliserend buurtgesprek was er een opflakkering van negatieve berichtgeving: de verwachtingen waren zo hoog, dat de frustratie daarna groot was toen bleek dat problemen niet allemaal direct opgelost werden (Broekaert, 2005). o Symposium Inter-citoyens (Luik)(KBS): door verschillende activiteiten politie, buschauffeurs en jongeren van bepaalde wijken samen te brengen. De doelstelling is de spanningen in de wijk wegwerken. Er is nog geen evaluatie beschikbaar van dit project. - Voorbeelden uit Nederland: o Leefbaarheidsteams (Eindhoven, Nederland): overleggroep die bestaat uit vertegenwoordigers van bewonersorganisaties van een bepaald gebied en de kernpartners (Stadsdeelkantoor, de politie en woningbouwcorporaties). In een Leefbaarheidsteam worden signalen, vragen en klachten uit de buurten gezamenlijk doorgesproken en de daaruit voortvloeiende acties van de betrokken 25
  26. 26. instellingen worden op elkaar afgestemd. De doelstelling is het vergroten van de leefbaarheid in de buurt. Resultaten: In 2001 werd een schriftelijke enquête gehouden onder 49 vertegenwoordigers van de bewonersorganisaties. Uit deze enquête blijkt dat 80% van de ondervraagden van mening is dat de gemeente door de leefbaarheidsteams dichter bij de buurtbewoners komt te staan en dat 80% vindt dat het leefbaarheidsteam vragen en problemen goed oppakt en afhandelt16 . Succesfactoren: Er moet over gewaakt worden dat een Leefbaarheidsteam geen veredelde klachtencentrale wordt, maar een forum om samen naar oplossingen te zoeken. o Mensen maken de stad (Rotterdam, Nederland): De doelstelling is het versterken van de sociale cohesie in de straat, door actief burgerschap en collectieve zelfredzaamheid te stimuleren. Resultaten: Uit een bevraging bij de deelnemers blijkt dat het vertrouwen in andere bewoners bij 68% van bewoners groter is en dat er volgens 55% duidelijk meer omgang tussen bewoners (respectvol en vriendelijk) is. Succesfactoren: Het is een nieuwe manier van werken voor ambtenaren, wat een ommezwaai vergt. Het aanwezig kapitaal in straten moet door training nog meer gestimuleerd worden (Uitermark & Duyvendak, 2006). 2.1.3 Overheidsinitiatieven beeldvorming Berichtgeving van de overheid om de veiligheidsperceptie te beïnvloeden. Behalve de aangegeven initiatieven zullen ook andere projecten zoals de politiecafés en geïntegreerde projecten indirect de veiligheidsperceptie beïnvloeden, maar omdat de hoofddoelstelling daar anders is, brengen we ze onder in andere cellen. Informatie - Communicatieplan (PZ Rhode en Schelde): De politie communiceert naar de bevolking over haar activiteiten met als doelstelling dat die een duidelijker beeld zou hebben van waar de politie mee bezig is (twee keer per jaar een politiekrant die huis aan huis wordt bedeeld en dagelijks contact met de pers). Er is geen zicht op resultaten of succesfactoren. - Verspreiden jaarrapport politie (PZ Polder, West-Vlaanderen): Elke inwoner krijgt de mogelijkheid om kennis te maken met de politie, welke taken zij heeft uitgevoerd en welke resultaten dit teweeg heeft gebracht. De doelstelling is dezelfde. Er is geen zicht op resultaten of succesfactoren. 16 http://www.gemeente.eindhoven.nl 26
  27. 27. 2.2 Burgerinitiatieven Hier brengen we de projecten onder waarbij burgers zelf het initiatief nemen. Voor de onderverdeling informatie-consultatie-participatie kijken we of de initiatiefnemers medebewoners willen informeren, consulteren of laten participeren17 . 2.2.1 Burgerinitiatieven veiligheid Bewoners versterken gezamenlijk hun veiligheid. Informatie - Samen… voor een veilig gevoel (Kristelijke Beweging van Gepensioneerde, Leuven) (KBS): Infosessie voor de leden over onveiligheid, met als doelstelling informatie te geven en mensen te laten nadenken over specifieke onderwerpen inzake onveiligheid. Resultaat: Een aantal punten zijn doorgegeven aan het stadsbestuur en worden opgevolgd via de ouderenadviesraad. Succesfactoren: Er was een grote groep vrijwilligers die het project droegen. Moeilijkheden: De afdelingen waren niet gemakkelijk te motiveren om mee te werken en de leden waren niet altijd even geïnteresseerd (Vanhoutte, 2005). Consultatie - Wijkbabbels: Deze methode bespraken we reeds eerder; babbels die georganiseerd worden door verenigingen, plaatsen we in deze cel. o Naar een veilig gevoel in een veilige wijk (Schoten, wijk Cordula)(KBS): de bewoners van alle wijkstraten worden uitgenodigd voor een gesprek rond onveiligheidsgevoel. Moeilijkheden: Men wou aanvankelijk bewoners per straat uitnodigen op gespreksavonden, maar er was weinig respons. Daarom werd besloten eerst een enquête te versturen (Block, 2005). o A Jupille, parler du sentiment d’insécurité, c’est aussi l’affaire des aînés (Jupille) (KBS): via dialoog met senioren begrijpen waarom ze zich onveilig voelen en samen naar oplossingen zoeken. Moeilijkheden: De senioren hadden het moeilijk met het uitdrukken van hun mening, met het naar elkaar luisteren. De gesprekken verwerden tot eisenbundels die senioren overbrachten. De ouderen zetten niet de stap naar deelname aan activiteiten die georganiseerd worden in de buurt (Cherubin, 2005). 17 Onder de hoofding ‘burgerinitiatieven’ moet de onderverdeling informatie/consultatie/participatie anders geïnterpreteerd worden dan onder de hoofding ‘overheidsinitiatieven’. Onder de hoofding ‘burgerinitiatieven’ verstaan we onder informatie burgers die onderling informatie uitwisselen (terwijl het bij de overheid gaat over de overheid die informatie verspreidt), onder consultatie verstaan we burgers die elkaar consulteren om een bepaalde beslissing te nemen en onder participatie verstaan we burgers die samen actie ondernemen. 27
  28. 28. o Wijkbabbels in PZ Herent-Kortenberg: burgers brengen andere burgers samen om wijkaangelegenheden te bespreken. - Verkennende wandelingen: georganiseerd door burgers, verenigingen,… (We gaven eerder al aan wat mogelijke resultaten en de belangrijkste succesfactoren zijn). o Ouderen mobiliseren voor een veilige buurt (Ouderen Overleg Komitee)(KBS): brochure verspreiden voor senioren en aanzetten tot observatiewandelingen Moeilijkheden: De lokale seniorenadviesraden en ouderenverenigingen waren niet allemaal even goed op de hoogte. De uitwerking en samenwerking verschilt van gemeente tot gemeente en verliep niet overal even vlot. Soms dreigden de wandelingen te verzanden in een klachtenbank. o Binchoises sans Peur (Binche)(KBS): vrouwen organiseren wandelingen voor vrouwen o WAS-Kracht (Haaglanden, Nederland): bewoners doen twee keer per jaar samen een surveillanceronde waarbij onveiligheidssituaties geïnventariseerd worden die specifieke aandacht vragen volgens de bewoners. Participatie - Integrerende projecten o Site West speelt op veilig (Malle)(KBS): bewoners en organisaties werken samen om veiligheid op deze site te vergroten. De doelstelling is het vergroten van de verantwoordelijkheid van de verschillende bezoekers en het toegankelijker maken van site voor niet georganiseerde bewoners vb. senioren. Resultaat: Er werden 228 enquêtes ingevuld door bezoekers aan de site. Op basis daarvan werd een actieplan opgesteld door de bewoners zelf, in samenspraak met de politie en gemeentelijke diensten. Succesfactoren: Er is een grote betrokkenheid van buurtbewoners bij het project (talrijke opkomst bij verkennende vergadering) en de politie draagt het project een warm hart toe: twee mensen van de lokale politie volgen de werkzaamheden van de werkgroep op, realiseren effectieve acties (vb. fietsparking, advies geven,…) (Cos, 2005) . o Neighbourhood Watch (Flintshire, GB): vrijwilligersorganisatie probeert veiliger omgeving te creëren voor bewoners en bezoekers Flintshire, door verschillende initiatieven (BIN, opruimacties,…) 2.2.2 Burgerinitiatieven leefbaarheid Gemeenschappelijke actie van bewoners ter bevordering van leefbaarheid (gerelateerd aan veiligheid). Hier brengen we de initiatieven onder die zich richten op het bevorderen van de leefbaarheid, om op die manier de onveiligheidsgevoelens te verminderen. 28
  29. 29. Informatie - L’insécurité? Tu parles… (Sint-Joos-Ten-Node): Initiatief van vrije radio Radio Panik om vier uitzendingen te maken rond onveiligheid, waarin het woord gegeven wordt aan werklozen, mensen met een laag inkomen, jongeren,… De doelstelling is het in kaart brengen van de verschillende facetten van onveiligheid. Het ontbreekt aan een zicht op de resultaten of succesfactoren. Consultatie - Wijkbabbels: Antwerpen-Noord, een trapje hoger: organisatie door de Unie van Turkse Verenigingen van debatten en infosessies rond thema’s zoals inbraak, geweld,… met als doelstelling inzicht te krijgen in problemen en deelnemers te leren wat ze kunnen doen in bepaalde situaties. Van dit project zijn nog geen resultaten of succesfactoren beschikbaar. Participatie - Integrerende projecten: o Anneessens bouge, contre le sentiment d’insécurité aussi! (Brussel) (KBS): jongeren van de wijk verenigen zich om andere bewoners van de wijk te ontmoeten en om samen met de bewoners projecten te initiëren. De doelstelling is het creëren van een dialoog en het verminderen van onveiligheidsgevoelens. Succesfactoren: Zowel regelmatig overleg met de gemeente, omkadering en hulp voor jongeren als het bestaan van een wijkcomité zijn cruciaal. Er zijn nog geen resultaten bekend (De Clerck, 2005). o Bonneviepark herleeft (Molenbeek)(KBS): bewoners en gebruikers van het park worden door het buurthuis bijeengebracht in een netwerk om de problemen in kaart te brengen en er iets aan te doen. De doelstelling is de betrokkenheid van bewoners, organisaties en gebruikers te vergroten bij het beheer van het park. Resultaten: De organisaties rond het park kennen elkaar beter en werken samen. De politie en de gemeente zijn nu meer alert over wat er gebeurt op het plein. Succesfactoren: Medewerking van aantal enthousiaste bewoners. Er is een acuut probleem, dus mensen willen meewerken. Er wordt duidelijk gecommuniceerd wat burgers mogen verwachten (en wat niet) van het project. Moeilijkheden: De organisatoren vonden geen aansluiting met de oudere jongeren: zij eisten een lokaal waar ze misbruik van maakten (drugsgebruik, vandalisme,..). Delinquente jongeren zijn na een tijdje hervallen (Antoine, 2005). o Comité de quartier Jolimont-Bifurcation (Haine-Saint-Paul): bewoners richten wijkcomité op waar problemen in kaart worden gebracht en waar oplossingen worden gezocht met als doelstelling de kleine criminaliteit in de wijk te verminderen. Er zijn nog geen resultaten beschikbaar. o Plus de sécurité, faisons des bonds entre générations (Jette)(KBS): wijkcomité organiseert activiteiten waar jongeren en senioren elkaar kunnen ontmoeten en helpen (vb. jongeren doen boodschappen, terwijl senioren op kleine kinderen 29
  30. 30. passen) met als doelstelling dat mensen elkaar beter leren kennen en respecteren. Er zijn nog geen resultaten beschikbaar. o Community Hall Utopia (Antwerpen) (KBS): Dagcentrum huurt een ruimte in en laat die volledig door drugsgebruikers die op het plein rondhangen inrichten, samen met buurtbewoners. Er is nog geen evaluatie beschikbaar van dit project. o Ecoles et quartiers solidaires face au sentiment d’insécurité (Luik) (KBS): bewoners organiseren activiteiten (ontmoetingen, feesten, samen foto’s maken van de wijk,…) met als doelstelling de relaties tussen verschillende bevolkingsgroepen te verbeteren. Er is nog geen evaluatie beschikbaar van dit project. o Straatantenne (Antwerpen): buurtgroep vormt een team met handelaars, sociale huurdersgroepen en straatverantwoordelijken met als doelstelling de leefbaarheid in de wijk te stimuleren en versnippering van verschillende initiatieven tegen te gaan. Resultaten: Er wordt samengewerkt tussen bewoners en handelaars. Moeilijkheid: Volckeryck (2005) betwijfelt of de stad Antwerpen voldoende meewerkt en heeft de indruk dat politici niet over onveiligheidsproblematiek durven praten, dat ze de bal afhouden (Volckeryck, 2005). o Kan Wél (Landelijk Samenwerkingsverband Aandachtswijken, Nederland)/ Can Do (GB): roept mensen op om ideeën voor activiteiten in de directe woonomgeving te melden, uitgangspunt is niet een probleem in de wijk maar een idee van een bewoner, waarvoor hulp voorzien wordt voor de uitvoering ervan. Resultaat: In GB bleek dat het leefklimaat verbeterde tegen veel lagere kosten dan de gebruikelijke aanpak waarbij bewoners worden uitgenodigd te participeren in elders uitgedacht beleid (Vrielink & van de Wijdeven, 2007). Succesfactoren: Het vraagt inzet van betrokken burgers. Het project mag niet gericht zijn op één etnische groep (Vrielink & van de Wijdeven, 2007; Blom & Lugtmeijer, 2007). - Marokkaanse en Turkse Buurtvaders (Houthalen-Helchteren, Turnhout, Amsterdam/Veenendaal/Roosedaal/…(Nederland): vaders proberen door aanwezigheid in de wijk aanspreekpunt te zijn voor jongeren en bewoners en overlast door hangjongeren te verminderen, met als doelstelling het verhogen van het veiligheidsgevoel. Resultaten: Uit verschillende projecten bleek dat de Marokkaanse jongeren meer geneigd zijn te luisteren naar de vaders dan naar de politie (De Gruijter & Pels, 2005). Succesfactoren: Er wordt geïnvesteerd in begeleiding en opvolging van de vaders (De Gruijter & Pels, 2005). - Buurtbemiddeling (Aarschot, Ternat, Dilbeek, Merchtem, Sint-Pieters-Leeuw, Vilvoorde, Diest, Glabbeek, Haacht, Halle, Lubbeek,…): buurtbewoners bemiddelen zelf bij conflicten tussen buren of conflicten in de buurt. De doelstelling is het voorkomen van een escalatie van de problemen door vroegtijdig burenproblemen aan te pakken. Succesfactoren: De buurtbewoners die gaan bemiddelen moeten onafhankelijk en neutraal kunnen zijn en vertrouwen kunnen winnen van de betrokken partijen. Zorgvuldige selectie en een goede training zijn belangrijke voorwaarden. Ook moeten de buurtbemiddelaars representatief zijn voor de buurt qua etnische afkomst, sekse, opleiding, inkomen en leeftijd, want herkenning en inleving zijn essentieel voor het winnen van vertrouwen. 30
  31. 31. De buurtbemiddelaars worden ondersteund door een professionele coördinator . Een goede kennis van het buurtnetwerk is van groot belang, vanwege mogelijkheden tot samenwerking en doorverwijzing. Bemiddelaars zijn onpartijdig, informatie blijft vertrouwelijk. Resultaat: Uit een bevraging in 2006 in Amsterdam bij mensen die betrokken werden bij dergelijke projecten, bleek dat het slagingspercentage 54% bedroeg in 2006. Het aantal aanmeldingen was gegroeid van 62 in 2004 naar 209 in 2006 (Blom & Lugtmeijer, 2007; BOC, 2007). 2.2.3 Burgerinitiatieven beeldvorming Bewoners beïnvloeden elkaars perceptie rondom bepaalde thema’s of gebeurtenissen, al dan niet via media. Informatie - Kaffee Detinee (Leuven)(KBS): bewoners van Leuven en gedetineerden worden samengebracht voor een uitwisseling over het thema ‘onveiligheidsgevoelens veroorzaakt door criminaliteit en gevangenisstraf’, met als doelstelling het ontstaan van een realiteitsbetrokken beeld bij bewoners en gedetineerden. Er gebeurde een evaluatie aan de hand van een groepsgesprek met deelnemende burgers en gedetineerden, een individueel gesprek met de personeelsleden van de gevangenis en een schriftelijke vragenlijst bij deelnemende burgers en deelnemende gedetineerden. Resultaten: Daaruit bleek dat de beeldvorming en stereotypen werden omgebogen naar openheid voor het menselijke achter de crimineel, het bespreekbaar stellen van angst en onveiligheidsgevoelens. De traditionele beeldvorming werd doorbroken, men kreeg een complexer, genuanceerder beeld (Van Aerschot, 2005). 31
  32. 32. 2.3 Selectie cases Uit bovenstaande overzicht hebben we in overleg met het Begeleidingscomité zeven cases geselecteerd om verder te analyseren. Bij de keuze van de te onderzoeken cases werden verschillende factoren in overweging genomen. Ten eerste wilden we zeker een project in het buitenland analyseren. Daarbij viel de keuze op het Opzoomeren in Nederland, omdat dit project ook toegepast is in Antwerpen, waardoor we de overdraagbaarheid van deze methode naar België konden nagaan. Ten tweede wilden we zowel projecten waarbij burgers het voortouw nemen als projecten waarbij de overheid het initiatief neemt analyseren, en zowel projecten gericht op veiligheid als projecten die ook gericht zijn op leefbaarheid18 . Wat het eerste aspect van deze voorwaarde betreft, was het noodzakelijk dat de burger een cruciale rol speelde in het betreffende project19 . Binnen het Begeleidingscomité werd oorspronkelijk gevreesd dat er onvoldoende cases zouden te vinden zijn gericht op ‘consultatie’ en ‘participatie’ en dat het merendeel gericht zou zijn op ‘informatie’. Daarom werd gesuggereerd ook initiatieven gericht op informatie te analyseren, zoals vb. technopreventief advies. Omdat er echter voldoende projecten gevonden werden die hoger staan op de participatieladder en omdat de effectiviteit van technopreventief advies in een ander lopend project van Binnenlandse Zaken20 werd onderzocht, werd beslist geen initiatieven gericht op informatie te analyseren. Ten vierde wilden we vooral projecten selecteren die al een tijdje aan de gang waren (of al afgelopen waren), omdat dat ons meer de mogelijkheid gaf een zicht te krijgen op resultaten en succesfactoren21 . Ten vijfde moest het bij de geselecteerde cases om lokale initiatieven gaan. Toch werden ook initiatieven ondersteund door regionale instellingen (vb. Vlaamse regering) geselecteerd. De voorwaarde was dat de focus van de initiatieven op het lokale niveau moest liggen. Een zesde voorwaarde was dat het om eenduidige projecten moest gaan, waar ook eenduidige succesfactoren uit gedistilleerd konden worden22 . Het laatste criterium was de medewerking van betrokken actoren. Een case analyseren, zonder de medewerking van verschillende actoren, is immers een onmogelijke opgave23 . Het Begeleidingscomité suggereerde ook de opname van een buurtinformatienetwerk. Er werd besloten om een BIN in zowel Nederlandstalig als Franstalig België te analyseren, zodat enige 18 Daarbij werd samen met het Begeleidingscomité wel beslist dat niet alle sociale initiatieven onder de noemer leefbaarheid kunnen geplaatst worden en dat de focus in ons onderzoek op overlast en criminaliteit moet liggen. 19 Om deze reden werden de oorspronkelijk geselecteerde Leefbaarheidsteams (Eindhoven, Nederland) niet verder uitgewerkt omdat de rol die de burgers erin spelen erg beperkt blijft (het zijn vooral de politie, woningbouwcoöperaties en de gemeente die het heft in handen nemen). 20 Voor de concrete inhoud van dit project, zie volgende link http://soc.kuleuven.be/io/ned/project/inhoud/com04.htm 21 In eerste instantie wilden we het project ‘buurtpreventieprojecten (Eindhoven, Nederland) opnemen. We vernamen echter van de initiatiefnemers vernamen dat hun project nog in de opstartfase zit, waardoor een grondige analyse niet mogelijk was. Ook de ‘leefbaarheidsbabbels’ in Maasmechelen werden om deze reden uiteindelijk niet geselecteerd. 22 Om deze reden werden de oorspronkelijk geselecteerde ‘ Safer Neighbourhood Projects’ en de projecten rond Neighbourhood Watch uiteindelijk niet uitgewerkt, omdat het hier om projecten bleek te gaan waar heel uiteenlopende initiatieven onder vielen (gaande van opruimacties tot buurtinformatienetwerken), zodat het moeilijk zou zijn om er eenduidige succesfactoren uit te distilleren. 23 Om deze reden werden de ‘verkennende wandelingen’ in Luik, die we in eerste instantie geselecteerd hadden maar waar we geen respons kregen op onze vraag om informatie, uiteindelijk vervangen door de ‘verkennende wandelingen’ in Binche. 32
  33. 33. (voorzichtige) vergelijking kon gemaakt worden. Al deze criteria in acht nemend, werd uiteindelijk gekozen voor de analyse van de volgende cases: - Politiecafé en wijkbabbels (politiezone Herent - Kortenberg) - Verkennende wandelingen (Binche) - Buurtvaders (Houthalen-Helchteren) - Buurtinformatienetwerk (Lochristi en Braine l’Alleud) - Opzoomeren (Rotterdam) 2.4 Assenstelsel Hierboven gaven we de verschillende initiatieven weer, gegroepeerd volgens de matrix van Tops en van Ostaaijen (2006). De door ons geselecteerde cases geven we weer op een assenstelsel, omdat de weergave in de matrix te weinig ruimte voor nuance geeft. Uiteraard is dit maar een tentatieve inschatting op basis van de beschikbare kwalitatieve gegevens en een interpretatie van beide assen. We claimen hier geen kwantitatieve exactheid. Dit geeft ons dan het volgende assenstelsel: 33
  34. 34. 3. Overzicht succes- en faalfactoren Welke factoren zijn bepalend voor het welslagen van burgerparticipatieprojecten? We lijsten hier de belangrijkste elementen op gebaseerd op de literatuur rond burgerparticipatie, en stellen op basis daarvan een analysekader op dat we zullen hanteren bij de analyse van de cases. 3.1 Participatie en samenwerking Burgerparticipatieprojecten vragen engagement van de verschillende betrokkenen. Burgers moeten willen tijd en energie investeren. Op bestuursniveau moet het betrekken van burgers bij het beleid door alle niveaus van de betrokken organisaties worden gedragen en men moet het eens zijn over de doelstellingen, zodat echt iets gedaan wordt met de resultaten (Hazeu, Boonstra, Jager-Vreugdenhil & Winsemius, 2005). Het is ook noodzakelijk dat de juiste mensen betrokken worden bij de uitvoering (Verba, 2003). Er is nood aan een integrale aanpak: alle partijen moeten erbij betrokken worden en samen een partnerschap vormen. Daarbij behoudt iedereen zijn eigen verantwoordelijkheid en wordt op basis van wederkerigheid en gelijkwaardigheid gewerkt. Het is noodzakelijk dat de verschillende betrokken partijen serieus genomen worden: zowel burgers als gemeente en politie (Edelenbos, 2000). De verschillende betrokkenen moeten gezamenlijk een visie ontwikkelen en zoeken naar oplossingen. Er moeten afspraken gemaakt worden rond het taken- en bevoegdheidspakket van de uitvoerders (Broekaert, 2004). Pröpper en Steenbeek (1999) wijzen op het belang van het bestaan van een constructieve relatie tussen de verschillende betrokken partijen. Ze onderscheiden hierbij drie niveaus: - structureel niveau: de verschillende partners hebben elkaar nodig en er bestaat reeds een samenwerkingsstructuur; - cultureel niveau: bestaan van gemeenschappelijke zin- of betekenisgeving en normen en waarden. Belangentegenstellingen zijn overbrugbaar en geen van de partijen stelt zich dogmatisch op; - persoonlijk niveau: de verhoudingen tussen de partijen onderling zijn werkbaar. 3.2 Middelen Een tweede succesvoorwaarde is de beschikbaarheid van voldoende personele capaciteit en middelen (infrastructuur, geld, professionele ondersteuning,…). Een belangrijk punt hier is het vlot ter beschikking stellen van de middelen. De bureaucratische procedures die soms moeten doorlopen worden, kunnen het vlot verloop van een project verhinderen (Pröpper & Steenbeek, 1999; Kortom, 2004; Loyens & Vande Walle). 3.3 Beleidsbetrokkenheid 34
  35. 35. Een derde essentieel punt is dat de gemeente de projecten ondersteunt en ruimte geeft. Dit omhelst verschillende aspecten24 : - Beleidsruimte: de gemeente is bereid substantiële invloed af te staan in verschillende stadia van het beleidsproces (dus ook bij de ontwikkeling van het beleid) (‘governance by stepping back’) en de inhoud van het beleid ligt nog niet vast (zodat de andere partijen actief kunnen participeren en het beleid substantieel kunnen beïnvloeden); - Participatiecultuur: lokale politici en ambtenaren creëren openheid ten opzichte van participatie; - Transparantie en eenvoud: de gemeente maakt het proces transparant zodat de betrokken partijen de zaak goed kunnen opvolgen. De procedures worden zo kort mogelijk gehouden en de regels zijn duidelijk en overzichtelijk; - Autonomie: burgers behouden zelf het initiatief. Een veel voorkomend probleem is dat ambtenaren de neiging hebben goede initiatieven over te nemen en zelf uit te voeren (‘dood te knuffelen’); - Ondersteuning: de gemeente is aanwezig op vergaderingen en ondersteunt het project infrastructureel, financieel,… Er is binnen de gemeente een opvolgingsmechanisme aanwezig. 3.4 Communicatie Een vierde succesfactor is de manier waarop gecommuniceerd wordt. Er moet duidelijk gecommuniceerd worden via verschillende kanalen, waarbij het doel en het concept van het project overgebracht worden (Wagenaar, 2005; Pröpper, 2006). Bij het begin van een project moet duidelijkheid gebracht worden over - Het bestaan van het project (mensen moeten op de hoogte zijn van de mogelijkheid om te participeren); - het waarom van het project; - welke doelstellingen de initiatiefnemers willen bereiken; - de werking van de procedures; - de rol en de inbreng van bestuur en participanten (vb. duidelijkheid creëren over beschikbare budget, over de rol die burgers kunnen/niet kunnen spelen); - wat er met de input van burgers zal worden gedaan en wat niet (verwachtingenmanagement: vraag stellen aan burgers wat de problemen zijn leidt immers tot de verwachting dat die problemen ook opgelost worden). Ideaal is als burgers reeds van bij het begin betrokken worden bij de communicatie over het beleid. Een project heeft vaak meer succes als mensen direct en persoonlijk aangesproken worden (Harmsen, Woudenberg, Elsman-Domburg & Gutteling, 2003; Vedung, 1999). 24 Pröpper & Steenbeek, 1999; Loyens & Vande Walle, 2006; Edelenbos, 2000; Van der Heijden, 2007; Tops & van Ostaaijen; Kortom, 2004; Wagenaar, 2005; Pröpper, 2006; Lowndes, 2006; Wang, 2001; Marcus, 2001; Sintomert, 2007; Poulin & Kauffman, 1995 35
  36. 36. Aan het einde van een project moet er aandacht zijn voor een terugkoppeling van de resultaten. Als burgers zien dat hun participatie effectief is en hun inzicht ertoe doet, gaan ze zich sneller engageren (‘ownership feeling’)25 . 3.5 Context Als we kijken naar de context, zijn er verschillende factoren die ervoor zorgen dat burgerparticipatieprojecten goed of minder goed functioneren. In eerste instantie werken projecten beter als het om een ‘geschikte’ problematiek gaat. Daaronder verstaan Pröpper & Steenbeek (1999) een problematiek die - voldoende tijd laat om onderwerp te bespreken; - belangrijk is; - hanteerbaar is: o het probleem kan worden afgebakend van andere problemen, o is voldoende in de tijd af te bakenen, o is niet zondanig gepolitiseerd dat participatie problematisch is; o is niet te technisch; - nog niet uitgekristalliseerd is: de beste beleidsaanpak is nog niet gekend; - geen geheimhouding vereist. Burgers participeren ook meer bij projecten die vorm krijgen vanuit een behoefte op het terrein, als het om een acuut probleem gaat of over een probleem dat hen direct raakt (vb. onveiligheidsgevoel in een bepaalde wijk) (Pattavina, Byrne & Garcia, 2006; van der Heijden, 2007; Marcus, 2001). Daartegenover staat dat criminaliteit en angst voor criminaliteit en slachtofferschap het geloof kunnen ondermijnen dat de problemen lokaal kunnen worden opgelost. Andere mogelijke gevolgen van criminaliteit zijn isolatie, wantrouwen en machteloosheid, wat ook niet aanzet tot het nemen van actie. Criminaliteit kan dus als een remmende factor van collectieve actie functioneren (Degraeuwe, 2002). Denters (2005) wijst op het belang van sociaal kapitaal in het participatieproces. Hieronder vallen contacten met buren, contacten in een buurtorganisatie, ... Buurtbindingen dragen bij tot de emotionele bindingen met de buurt en de bereidheid om bij buurtproblemen actie te ondernemen. Buurtbindingen dragen er ook toe bij dat burgers beter in staat zijn gezamenlijk buurtproblemen aan te pakken. Ook Ryan (2005) vond een positief verband tussen een sterke sociale cohesie en participatie: burgers participeren meer als er sterke banden zijn (Ryan, Agnitsch, Zhao & Mullick, 2005). Als het gaat over de buurt waarin burgers wonen, geeft Pattavina (2006) aan dat er meer geparticipeerd wordt in buurten met een hoog risico op criminaliteit dan in buurten met een minder groot risico. Een mogelijke verklaring is het gebrek aan sociale cohesie en sociale 25 Pröpper & Steenbeek, 1999; van der Heijden, 2007; Kortom, 2004; Van de Ven, 1980; Loyens & Vande Walle, 2006; Pröpper, 2006; Lowndes, 2001; Marcus, 2001 36
  37. 37. controle in buurten met een hoog criminaliteitsrisico. Als er geen private netwerken zijn, keren burgers zich naar andere initiatieven omdat er geen alternatief is. Volgens Pattavina wordt ook meer geparticipeerd in buurten waar de politie persoonlijke contacten onderhoudt met de inwoners (Pattavina e.a., 2006). In het algemeen zullen burgers die zich een deel voelen van en verantwoordelijk voelen voor de buurt, meer participeren dan mensen die de buurt enkel als een plaats om te wonen beschouwen (Pattavina e.a., 2006; Lowndes, 2001). Uit onderzoeken naar Neighbourhood Watch (Rosenbaum, 1987; Bennett, 1990; Husain, 1988) blijkt dat de participatie aan dergelijke initiatieven niet gelijk verspreid is over de bevolking. Vooral in buurten met economische en etnische homogeniteit worden veel initiatieven genomen. Ten slotte merken we hier nog op dat een faalfactor kan zijn dat door het op poten zetten van burgerparticipatieprojecten burgers de indruk krijgen dat ze zélf voor hun veiligheid moeten instaan in plaats van de politie (zie supra) (Van Den Broeck & Raes, 2000). 3.6 Methode Een andere voorwaarde voor het slagen van burgerparticipatieprojecten, is het kiezen van de juiste methode en het correct uitvoeren ervan. Burgerparticipatie loopt vaak niet van een leien dakje omdat initiatiefnemers - de verkeerde methode kiezen; - in alle buurten volgens dezelfde methode werken, ongeacht de specifieke noden; - obsessief met representativiteit bezig zijn, terwijl een goed gerichte kleine groep soms meer kan bereiken dan een brede enquête; - de methode op een amateuristische manier hanteren; - de doelstellingen, strategie en werkwijze niet laten overeenstemmen. (Kortom, 2004; Hazeu, 2005; Loyens & Vande Walle, 2006; Edelenbos, 2001). Bij het voorbereiden en uitvoeren van het project, dienen initiatiefnemers aandacht te besteden aan volgende elementen (Kathi e.a., 2005; Webler, 1995): - Is de methode geschikt voor de betrokken wijk en de doelgroep? - Is het project voldoende toegankelijk voor iedereen? o fysiek o op gebied van informatie en interpretatie van informatie (vb. getuigen, wetenschappers,…) o wat betreft materiaal (vb. pc’s,…) o wat betreft tijd (vb. zorgen dat bijeenkomsten op momenten georganiseerd worden op momenten waarop veel mensen beschikbaar zijn); - het proces moet op een onafhankelijke manier verlopen en ook als dusdanig gepercipieerd worden (vb. discussieleiders mogen geen kleur bekennen); - ‘Early involvement’: Burgers moeten zo snel mogelijk bij het proces betrokken worden (vb. van te late betrokkenheid: burgers laten mee beslissen over waar een gevaarlijke fabriek komt, terwijl ze niet geconsulteerd werden over of die fabriek er mocht komen). Het publiek debat moet er niet alleen zijn over kleine deelaspecten, maar ook over 37

×