Boekje online over politie, jeugd en internet

1,750 views

Published on

0 Comments
1 Like
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

No Downloads
Views
Total views
1,750
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
97
Actions
Shares
0
Downloads
8
Comments
0
Likes
1
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Boekje online over politie, jeugd en internet

  1. 1. politie, jeugd & internet #online
  2. 2. Collega, Pingen, nickname, habbomeubi, twitterfittie, dreigtweet, whatsapp… Het duizelt me soms van alle termen. Als portefeuillehouder Jeugd kom ik ze regelmatig tegen en elke keer weer verwonder ik me over wat jongeren online doen en meemaken. Het tempo is hoog: de technologie en toepassingen blijven zich ontwikkelen. Voor jongeren zijn media een vanzelf- sprekend deel van hun leven. Het biedt mogelijkheden om te leren, om de wereld en hun eigen ik te ontdekken. Prachtig! Maar er zijn ook risico’s. Grenzen zijn niet altijd duidelijk en jongeren verleggen deze ook nog eens. Ze geven zomaar persoonlijke informatie prijs, luchten hun hart of geven zich voor de webcam letterlijk bloot. Met alle gevolgen van dien. Op internet brengen mensen tijd door, ze leggen contact, verdienen geld, plegen strafbare feiten en kunnen daar dus ook slachtoffer van worden. Kennis over media, het juridisch kader en de kernprocessen is intussen net zo belangrijk voor de politie als kennis van de straat en wijk. Daarom ook dit boekje. Het geeft u inzicht in de digitale jeugdcultuur en antwoorden op de vraag wat we daar als politie mee moeten. Maar ook wat we er mee kùnnen en wat de politie al doet. Laat u inspireren en raak al lezend thuis in onze digitaliserende wereld. Dat is van groot belang! De vertaling naar de politiepraktijk is makkelijker te maken als we goed op de hoogte zijn. U zult merken dat de vooroordelen over de online wereld vervagen en dat de overeenkomsten met de praktijk op straat groot zijn. Lezen dus, dit boekje. Ik wens u heel veel likes ( ) toe! Inhoud Het sociale media — 4 Letty Demmers Korpschef politie Zeeland, landelijk portefeuillehouder Jeugd, Raad van Korpschefs Politie Twittercops — 32 ‘We moeten online zichtbaar en aanspreekbaar zijn’ — 27 # doodsbedreiging Ingrijpen bij dreigtweets — 24 Virtueel surveilleren heeft zin — 21 Wat zegt de wet? — 18 Risico Top 10 — 14 Wat zegt de wet? — 18 pingen whatsapp nickname habbomeubi twitterfittie dreigtweet 110 personen vinden dit leuk
  3. 3. Pingen Pingen is een supersnelle berichtendienst voor smartphones (Blackberry), waarmee je tekstberichten, foto’s, filmpjes of gesproken boodschappen kunt sturen. Het is een kruising tussen sms, chat en email. Privacy Internet en privacy gaan niet goed samen. Op internet is vaak veel over mensen te vinden, waardoor je goed moet opletten wat je wel en niet over jezelf vertelt op forums en sites als Hyves. Rare foto’s en berichten kunnen iemand heel lang achtervolgen. Sexting Het sturen van seksueel getinte berichten of pikante foto’s of video’s, meestal via de mobiele telefoon, heet sexting. Smartphone Een smartphone (‘slimme telefoon’) is een mobiele telefoon die daarnaast ook werkt als een handcomputer. Je kunt via een aanraakscherm o.a. e-mailen, internetten, foto’s/filmpjes maken en uitwisselen, muziek/spelletjes/apps downloaden en gebruiken, en bestanden uitwisselen met je eigen computer. Populaire smartphones zijn de iPhone en de Blackberry. Sociale media Ook wel sociale netwerken genoemd. Internetgebruikers over de hele wereld staan op deze manier met elkaar in verbinding en kunnen alles te allen tijde met elkaar delen. Voorbeelden van sociale media zijn Facebook, Hyves, Pinterest, Twitter en YouTube. Tablet Een tablet is een draagbare computer met een aanraakgevoelig scherm. Dit aanraakscherm wordt gebruikt als invoerapparaat voor de tablet. Door middel van een ‘on screen’ toetsenbord en vingerbewegingen kan de tablet gebruikt worden voor video, foto’s, tekstverwerking, spelletjes, internet en andere toepassingen. De tablet, zoals de iPad, is een relatief nieuwe computervorm die tussen de smartphone en de laptop in zit. Twitter Op de website Twitter plaats je berichtjes (tweets) van max. 140 tekens waarin je vertelt wat je aan het doen bent of wat je bezighoudt. Anderen kunnen dat lezen en erop reageren (in het openbaar, of via een privébericht). Onderwerpen geef je aan met een hashtag, bijvoorbeeld ‘#verliefd’. ‘Twitter’ betekent kwetteren in het Engels, daarom is het logo van Twitter een vogel. URL Het adres of domeinnaam van een specifieke website of bestand op internet. Web 2.0 Web 2.0 houdt in dat gebruikers niet meer alleen de informatie op internet consumeren, maar deze ook zelf uploaden: ze bepalen de inhoud zelf. Het gaat om de interactie. WhatsApp WhatsApp is een app voor (bijna alle) smartphones. Met Whatsapp Messenger, de volledige naam, kunnen gebruikers via hun internetverbinding berichten naar elkaar versturen. Whatsappen is dus een soort chatten. YouTube Een enorm populaire site met alleen maar filmpjes die iedereen kan uploaden om te delen met vrienden, familie en de rest van de wereld. Je vindt er tv-programma’s, muziekvideo’s, trailers van bioscoopfilms en heel veel filmpjes van mensen die iets voor een camera laten zien en horen. Succesvolle filmpjes worden vaak miljoenen keren bekeken en er zijn zelfs mensen beroemd geworden dankzij YouTube. Deze begrippenlijst is deels afkomstig van Mediawijzer.net. App Afkorting voor de term ‘applicatie’. Een (computer)programma dat je kunt installeren en gebruiken op een smartphone of een tablet, zoals de iPad. Bloggen Een openbaar dagboek bijhouden op internet. Het is een handige manier om je schrijftalent of je kennis over iets aan veel mensen te laten zien. Iemand die een blog schrijft wordt een blogger genoemd. Browser Een browser is een computerprogramma waarmee je het internet op kunt, zoals Internet Explorer, Firefox en Safari. Chatten Kletsen op internet. Bijvoorbeeld via MSN, Habbo of online games. Het woord komt van het Engelse werkwoord ‘to chat’ dat babbelen of kletsen betekent. Digitaal pesten Plagen en pesten is een manier om je positie in de groep te bepalen. Internet heeft nieuwe vormen van pesten voortgebracht: cyberpesten of digitaal pesten. Het kan gaan om treiterberichten op profielpagina’s, of om emails of sms-jes. De pester vind het vaak vooral ‘lollig’ en realiseert zich nauwelijks wat het effect is op de gepeste. Downloaden Software, plaatjes, films, muziek of andere bestanden van internet halen. Bij uploaden zet je juist zelf dingen op internet. Er zit vaak auteursrecht op muziek, foto’s, films en teksten, maar downloaden voor eigen gebruik wordt toegestaan. Embedden Op internet is heel veel content (inhoud van een website) te vinden. Sommige van deze content kun je doorsluizen naar een andere website. Je kunt bijvoorbeeld een filmpje van YouTube op je eigen website of op Facebook plaatsen (embedden). Follower Een persoon die jouw Twitterberichten graag leest, kan zich bij je aanmelden als ‘follower’ (volger). Grooming Grooming is digitaal kinderlokken. De kinderlokker doet zich vaak voor als een leuke jongen of meisje en probeert op die manier online in contact te komen met jongeren via sociale media. Hashtag # De term wordt veel gebruikt op Twitter. Door een woord een hashtag te geven, kun je alle berichten over een bepaald onderwerp vinden. Bijvoorbeeld: #socialmedia. iPod Een iPod is een draagbare muziek- en mediaspeler van Apple. De iPod is ontworpen om gecomprimeerde audiobestanden af te spelen en is succesvol geworden over de hele wereld door zijn eenvoudige ontwerp en bediening. Alle modellen van de iPod (op de Shuffle na) hebben een beeldscherm om de gebruiker te tonen welk nummer wordt afgespeeld of om door menu’s te bladeren. De latere generaties kunnen ook video afspelen, foto’s tonen of gebruikt worden om spelletjes te spelen. Liken Als je iets leuk vindt op Facebook, kun je dat anderen laten weten door op het ‘like’-knopje (duim omhoog) te klikken. Daarvan verschijnt een korte melding op je eigen Facebookprofiel. Er zijn ook websites waar je via deze knop de inhoud kunt ‘liken’. MSN Een populair chatprogramma, dat al een tijdje een nieuwe naam heeft: Windows Live Messenger. Veel mensen blijven chatten via deze software gewoon MSN’en noemen. Van App tot YouTubeWat is wat? #hashtag!hasjtag? 54
  4. 4. Jongeren van nu zijn de ‘Web 2.0-generatie’ en die is niet te vergelijken met de eerste generatie internetters. Tien jaar geleden was het worldwide web vooral een informatiebron, maar jongeren van nu zijn voortdurend online beschikbaar voor contact. Ze worden daarom wel de face down-generatie genoemd, hangend met hun gezicht naar beneden boven een beeldscherm. De komst van de smartphone heeft een stevig handje geholpen: met mobiel internet zijn jongeren doorlopend online. Snelheid is de norm, reageren een must en moeten wachten dus taboe. Online omgevingen die niet aan de verwachtingen en eisen van jongeren voldoen, zullen het in hun wereld niet redden. Ter illustratie: e-mail is in de ogen van veel jongeren hopeloos ouderwets. Veel te traag en veel te omslachtig. Dan maar liever een berichtje sturen via WhatsApp. Wat doen jongeren op internet? En waarom? Internet is voor jongeren een gewone ontmoetingsplek, net zoals school, sportclub of de buurt. Pubers zoeken online contact, ze willen communiceren. Dat doen ze door te porren, krabbelen, chatten, twitteren en te webcammen. Met vrienden, maar ook met onbekenden. Contact Jongeren chatten via Windows Live, ze zitten op sociale netwerksites, waarvan Hyves en Facebook de bekendste zijn. Ze spelen games op goSupermodel of Runescape, begeven zich op forums en publiceren op video- en fotosites. Al deze online omgevingen zijn gemaakt om contact te maken en te onderhouden. Het bekendste en meest populaire chatprogramma is Windows Live, voorheen MSN. Maar liefst 95 procent van de jongeren gebruikt dit, waarbij het de sport is om zoveel mogelijk contacten te verzamelen. Dat hoeven niet altijd mensen te zijn die ze werkelijk kennen. Vaak zijn het vrienden, vrienden-van- vrienden en vrienden-van-vrienden-van- vrienden. Daar kletsen, chatten of webcammen ze mee. Stiekem Ook flirten en verkering vragen, wat vroeger via stiekeme briefjes in de klas ging, gaat nu online. Ideaal, want vanachter je schermpje is de drempel om contact te zoeken stukken lager. Dat gemak geldt ook voor pingen (berichtjes uitwisselen tussen Blackberry’s) en Whatsappen (What’s app is een berichtenprogramma voor de smartphone). Het draait er uiteindelijk om dat gebruikers voortdurend met elkaar in verbinding staan. Waar een gesprek op straat of op het schoolplein ophoudt, kan het via Windows Live of Whatsapp net zo gemakkelijk verder gaan – en trouwens ook net zo gemakkelijk weer ophouden. Vriendschap De grote aantrekkingskracht van online communiceren is de snelheid en het gemak. Je kunt ook gemakkelijk met meerdere mensen tegelijk chatten. Volwassenen benadrukken vaak de negatieve kanten van internet. Ze vinden dat jongeren te veel tijd online doorbrengen, waarmee ze ‘echte’ vriendschappen in gevaar brengen. Uit onderzoek blijkt juist dat de effecten van bijvoorbeeld sociale netwerksites in de meeste gevallen positief zijn. Hyves vervangt geen bestaande vriendschappen, het gaat niet ten koste van offline contacten. Vergelijk het met vrienden en vriendinnen die vroeger urenlang aan de telefoon hingen, ook al hadden ze elkaar pas nog gezien. De behoefte om te delen, om bij de groep te horen en je af te zetten tegen volwassenen is bij jongeren nu eenmaal onderdeel van het opgroeien. Leven online Bijna alle jongeren zitten op internet. Voor de meeste jongeren is dat thuis of via een mobiele telefoon, anderen kunnen bij vriendjes of op school het internet op. Een belangrijk deel van het persoonlijk leven van jongeren speelt zich op internet af. De online wereld is voor jongeren van niet te onderschatten belang. Wat zij meemaken op internet is net zo echt als wat ze op school beleven. Mensen die spreken over ‘de virtuele wereld’ doen jongeren en hun belevingswereld dan ook tekort. Voor jongeren is er niets virtueels of neps aan internet, het is voor hen de werkelijkheid. Sterker nog, op internet vloeien de werelden van thuis, school en vriendschappen naadloos in elkaar over. Dat is juist het aantrekkelijke van het leven online. Waar anders dan op Windows Live, Hyves of Facebook kom je op hetzelfde moment je vrienden van school, je buurmeisje en een vakantieliefde tegen? Dat veel activiteiten plaatsvinden onder het gebruik van nicknames, of dat profielen op sociale netwerksites vaak mooier zijn dan de werkelijkheid, doet daaraan niets af. Digitale omgevingen, zoals sociale netwerksites en profielsites, worden gebruikt als een veilige plek om te experimenteren en om jezelf te laten zien. Daarbij nemen jongeren met gemak verschillende rollen aan. Ook in dat opzicht is er niets nieuws onder de zon: dat experimenteren gebeurde vroeger, voor de komst van internet, ook al. Generatie 2.0 6 7
  5. 5. Video- en fotosites Veel jongeren vinden het leuk om hun eigen filmpjes en foto’s te uploaden op sites als YouTube, Dumpert en Flickr. Ook het kijken naar filmpjes en foto’s van anderen is een geliefde bezigheid. De helft van de jongeren kijkt dagelijks naar YouTube. Hypes spelen daarbij een grote rol. Zo was planking een tijdje populair, waarbij jongeren zichzelf lieten fotograferen op gekke en gevaarlijke plekken terwijl ze zo stil als een plank lagen. Ook werd YouTube een tijdje overspoeld door zogeheten flashmobs, een grote groep mensen die plotseling op een plek samenkomt, iets geks doet en weer net zo plotseling uiteenvalt. Dit soort melige hypes zijn voor jongeren een versterking van hun imago. Eraan meedoen is een bewijs dat de ze groepsgebruiken kennen en begrijpen. Forums Jongeren willen ontdekken, experimenteren en zichzelf vormen. Internetforums lenen zich daar goed voor. Anoniem of niet vinden ze op forums gelijkgestemden, mensen met dezelfde passie in muziek of sport of dezelfde geaardheid. Jongeren laten graag horen wat ze ergens van vinden. Ze ventileren op veel plekken hun mening en kijken hoe ver ze daarbij kunnen gaan. Op veel forums waar jongeren komen, gaan de posts (geposte berichten) tot aan of net over het randje. Bekende forums zijn fok.nl en maroc.nl. Spelletjes Games zijn zo oud als de eerste computer. Het computerbeestje Pacman had het allemaal al in zich: het was leuk, het was spannend… en het was verslavend. Met de komst van internet hebben games zich kunnen ontwikkelen tot wat ze nu zijn: prachtige, realistische en vaak complexe spellen met oneindig veel varianten en mogelijkheden. Geen wonder dat veel jongeren als een blok vallen voor online games. Dat begint soms al als ze nog heel jong zijn met Eccky en Habbo en dat gaat door als ze ouder worden met FarmVille, Happy Harvest, of het fantasiespel Runescape. Bij meiden is het spel goSupermodel populair, een online variant op de aloude aankleedpop. Bij deze spellen is de chatfunctie van belang. Ook hier gaat het dus weer om contact. Bij sommige spellen moeten gebruikers nieuwe functies of mogelijkheden kopen om verder te komen, andere spellen zijn zo spannend dat de speler er als het ware helemaal wordt ingezogen. Voor veel games geldt dat het spelen ervan het creatieve vermogen stimuleert. Jongeren leren onderhandelen, oplossingsgericht denken en hun sociale vaardigheden in te zetten. Games hebben ook een keerzijde. Uit onderzoek van het Erasmus MC in Rotterdam (2011) blijkt dat zo’n 1,5 procent van de jongeren tussen de 13 en 16 jaar verslaafd is aan online gamen. Dat zijn omgerekend 12.000 kinderen die dagelijks gemiddeld bijna acht uur via internet aan het gamen zijn, met alle negatieve sociale gevolgen van dien. Imago Behalve om te chatten en communiceren is internet belangrijk om jezelf ‘online’ te presenteren. Wie ben ik en waar sta ik voor? Daarvoor gebruiken pubers sociale netwerksites, waarvan Facebook en Hyves de belangrijkste zijn. Maar er zijn er meer, zoals Sugababes, Superdudes en CU2. Veel jongeren hebben een profiel bij verschillende netwerksites. Vaak nemen ze op verschillende sites ook verschillende rollen aan. Zo zijn Sugababes en Superdudes vaak wat gewaagder qua inhoud en dus geschikt om jezelf bijvoorbeeld als feestbeest neer te zetten. De sociale netwerksites worden ingezet voor verschillende doelen: Contact leggen Sociale netwerksites zijn laagdrempelig, het is gemakkelijk om in contact te komen met ‘vage bekenden’, mensen uit de brede kring van vrienden en kennissen. Daarbij kun je een berichtje (‘krabbel’) achterlaten wanneer en bij wie je maar wilt. ‘Gluren’ Voor jongeren is het belangrijk om zichzelf te vergelijken met anderen. Hoe zien anderen eruit? Wat hebben ze aan? Welke muziek vinden ze goed? Wat doen ze? Sociale netwerksites zijn een uitstekende manier om ongegeneerd bij anderen te kijken. Het helpt jongeren bij het bepalen van hun eigen identiteit. Jezelf neerzetten Als jij bij anderen kijkt, dan weet je dat anderen ook bij jou komen neuzen. Jongeren besteden daarom eindeloos veel aandacht aan hun online profiel. Het gaat om de beste foto, de leukste teksten, het juiste filmpje en de hipste muziek. Bij Hyves kunnen jongeren ook aangeven met welke merken ze geassocieerd willen worden. Het succes van sites als Facebook en Hyves hangt volledig samen met het gegeven dat jongeren voortdurend bezig zijn met de vraag hoe ze door anderen gezien worden. Het feit dat ze zelf controle hebben over hoe ze zich presenteren geeft jongeren een zeker gevoel. Ook als je niet bij de meest populaire kinderen van de klas hoort, heb je met een profiel op een sociale netwerksite de kans om je positief te onderscheiden. Om dezelfde redenen sluiten steeds meer jongeren zich aan bij Twitter. Deze internetdienst, waarbij je berichten van maximaal 140 tekens publiceert op internet, wordt door jongeren volop ingezet voor (meestal) grappig bedoelde berichtjes. Jongeren houden elkaar via Twitter nauwlettend in de gaten, voortdurend standby om een reactie te kunnen geven. Actie-reactie, dát is Twitter voor jonge internetters. En ook hier geldt: hoe meer contacten (‘volgers’ in dit geval), hoe beter. ‘Hypes spelen een grote rol’ 8 9
  6. 6. ‘Ik ben sinds een jaar of vijf, zes volop online. Vroeger vooral op Hyves. Nu twitter ik veel, ik heb Facebook, ik chat af en toe op MSN en via Tinychat. Mijn Blackberry zit zo ongeveer aan me vastgeplakt. Het is niet zo dat het m’n hele leven beheerst, maar ik check regelmatig wat er gebeurt.’ ‘Online zie ik van alles gebeuren onder jongeren. Mijn MSN- en Twitteraccounts zijn al eens gehackt, ik kon niet meer inloggen. Wachtwoord gejat. Meestal doen hackers niet veel met zo’n account. Hacken is best irritant, maar het gebeurt regelmatig. Ik heb zelf ook weleens ingebroken op het Hyves-account van een jongen van school. Ik kende zijn wachtwoord en toen we ruzie kregen, besloot ik hem te pesten. Ik heb toen de meest lelijke foto die hij in zijn bestand had als profielfoto geplaatst en z’n wachtwoord veranderd. Hij vermoedde dat ik het was, maar ik bleef het ontkennen. Dat wachtwoord vergat ik trouwens weer en toen kon hij er helemaal niet meer bij. Vond ik wel leuk, natuurlijk. Hij niet.’ Grens ‘Laatst zette een meisje een naaktfoto van zichzelf op Twitter. Ik vraag me dan wel af: Waarom doe je zoiets? Daar ligt voor mij wel een grens. Een jongen had via Ping een foto van zijn geslachtsdeel per ongeluk naar de verkeerde persoon gestuurd. De ontvanger was daar niet blij mee en plaatste die foto met bijbehorende pingnaam en Twitteraccountnaam op Twitter. Die tweet werd geretweet. Waarschijnlijk denken mensen dat het grappig is en oké, het is misschien iemands eigen schuld, Fadi Esak (17): ‘Elkaar afzeiken en belachelijk maken gebeurt dagelijks’ maar ik vind het niet slim. Wat er online over je staat, heeft invloed op je hele leven. Zelf scherm ik mijn Facebook-account met een slotje af voor mensen die niks te zoeken hebben in mijn privéfoto’s. Mensen die ik niet ken, ook niet van school, hoef ik niet als vriend. Mijn adres zet ik ook niet openbaar. Een tijdje terug was de bangalijst trending topic op Twitter. Iedereen had het erover in de klas: een lijst, gemaakt door jongens, met daarop namen van meisjes die ze als slet of hoer zien. Zulke lijsten circuleerden gewoon online, met namen en foto’s. Ik vind dat je zulke meisjes dan voor schut zet. Die gaan zich onzeker voelen en zich schamen. Het gaat te ver.’ Ruzie uitvechten ‘Elkaar afzeiken en belachelijk maken gebeurt dagelijks online, bijvoorbeeld op Twitter. Ook op Hyves wordt er wat afgevochten en gedreigd. Dan staat er iets als: ‘Kom morgen om 2 uur maar op school, dan zullen we zien of je nog zo’n grote bek hebt’. Vaak doen zulke mensen online stoer, maar durven ze niks als het er echt op aankomt. Toch kan het uitmonden in een echte ruzie. Laatst werd er een Twitterruzie uitgevochten op school. Persoonlijk vind ik dat je beter recht in iemands gezicht iets kunt zeggen dan het via internet uitvechten. Toch moet ik toegeven dat ik ook weleens mensen online uitscheld. Als iemand tegen mij begint te zeiken op Twitter, kan hij woorden als ‘mongool’ en ‘stumper’ terugkrijgen. Ik hoop dat zo iemand dan een rotgevoel krijgt.’ De ongeschreven regels van internet (volgens jongeren): # Laat je mobiele nummer nooit online circuleren. # Bedenk een fake naam als accountnaam. # Zorg dat je niet te herkennen bent op je profielfoto. # Alleen mensen die je kent, krijgen je adres (en dan ook nog in een privébericht). # Iemand als ‘vriend’ accepteren? Niet voordat je hebt gecheckt of je hem écht kent. # Maak een wachtwoord met een slimme combinatie van cijfers en letters die jij alleen snapt en vertel hem aan niemand (en vul hem ook nooit ergens in als dat wordt gevraagd). # Alleen jij bepaalt wie meekijkt in je online leven, dus zet een slotje op je accounts van sociale media. # Plaats gewaagde foto’s of webcambeelden alleen met je hoofd eraf ‘geknipt’.:-X /o # :-? 10 11
  7. 7. Grenzen en regels Er is een belangrijke taak weggelegd voor de school en ouders, vindt Wemmenhove. ‘Zij moeten het onderwerp bespreekbaar maken. Internetlessen lijken me absoluut zinvol. Ook moeten er duidelijke grenzen gesteld worden. Laat de school in de schoolregels vastleggen hoe zij tegenover bepaald internetgedrag en het gebruik van mobiele telefoons op school staat en wees daar ook scherp op. Het is voor een puber belangrijker dan je denkt om regels te krijgen.’ Ook voor de politie is er een taak. ‘Wij moeten ons regelmatig in de school laten zien. Ik ben hier niet dagelijks, maar wel wekelijks. Dan krijg ik wel eens te horen: Ben je hier nu alweer? Maar ik vind dat belangrijk. Alleen zo kun je elkaar op de hoogte houden.’ Samen met school In de ideale situatie is er openheid tussen alle partijen, de school, de ouders, de politie en de leerlingen. ‘Ik merk dat de scholen er open voor staan. Zij zouden best meer aan preventie en lessen over internet willen doen. Een probleem is vooral hoe je de ouders erbij betrekt. Helaas zijn sommige ouders niet geïnteresseerd in hun kinderen en die komen niet opdagen als een ouderavond wordt georganiseerd. Dat is zorgelijk. De komende jaren zullen er alleen maar meer incidenten plaatsvinden. Jongeren zijn er bij gebaat als school, ouders en politie samen de spelregels bepalen en duidelijk maken wat wel en niet door de beugel kan. Als er een sfeer van vertrouwen is, durven leerlingen eerder met hun twijfels of observaties bij ons aan te kloppen. Hier in Dordrecht werkt dat goed. Dat zie je: is er een incident dan komt dat meestal via de leerlingen wel naar boven.’ Zoals in het geval van de bangalijsten. Nog voor de lijsten landelijk een bekend fenomeen werden, doken ze op in Dordrecht. ‘Ik kreeg van de scholen de vraag hoe daar mee om te gaan. Ik ben blij dat ze naar me toekwamen en dat ik ze kon helpen duiden. Inmiddels lijkt het fenomeen weer een beetje overgewaaid. Je hoort er niet zoveel meer over. Ook dat is internet. De ene trend komt, de andere gaat. Maar als wijkagent moet je het wel allemaal serieus nemen.’ Femke Wemmenhove is wijkagent op het Leerpark in Dordrecht, waar verschillende vmbo-en mbo-scholen zitten met in totaal 7000 leerlingen tussen pakweg 12 en 25 jaar. In haar werk heeft ze veel contact met de leerlingen, conciërges, directeuren en leerkrachten. ‘Wij moeten ons in de school laten zien om te weten wat er speelt. Oók op internet.’ Wemmenhove wordt ingeschakeld bij incidenten op de scholen. Regelmatig speelt internet daarbij een rol. ‘Internet is niet meer weg te denken uit de levens van jongeren’, vertelt ze. ‘Als je een mobiele telefoon afpakt van ze dan voelen ze zich naakt en onthand. Hun mobiel is hun alles, alle contacten verlopen via dat ene schermpje.’ Dat gaat wel eens mis, is de ervaring van Wemmenhove. ‘Ongewenste publicaties op het internet komen helaas vrij vaak voor. Compromitterende foto’s die verspreid worden, tweets die niet door de beugel kunnen of ruzies via de sociale media, ik zie het allemaal voorbijkomen. Veel daarvan heeft te maken met pesten en treiteren van leeftijdgenoten. Maar ik zie ook dat leerkrachten worden beledigd of bedreigd via Twitter of Facebook. Het lastige is dat ze soms helemaal geen kwaad in de zin hebben, maar de daders richten wel ontzettend veel schade aan. Jongeren in deze leeftijd zijn zo gevoelig en kwetsbaar.’ Uitgangspunten voor samenwerking met scholen Schoolregelement De politie vindt het noodzakelijk dat een school een schoolreglement heeft; het schoolveiligheidsplan en een pestprotocol moeten daar onderdeel van uitmaken. Leerlingen en medewerkers kunnen moeilijk aangesproken worden op hun gedrag als dit er niet is. Alleen het handhaven van de wet vindt de politie onvoldoende. Actief beleid schoolveiligheid De politie vindt het belangrijk dat de school de meest belangrijke regels jaarlijks onder de aandacht van leerlingen, ouders en medewerkers van de school brengt. Social Mediabeleid De politie adviseert scholen om het schoolreglement uit te breiden met regels ten aanzien van sociale media. In overleg met de buurt/wijkagent kan de school bepalen in welke situaties en wanneer contact met politie kan plaats vinden. Rol van de wijkagent De politie komt een aantal keer per jaar op de school in het kader van ‘kennen en gekend worden’. Tijdens deze bezoeken worden de gemaakte afspraken geëvalueerd en eventuele nieuwe afspraken gemaakt. Structurele inzet De school is verantwoordelijk voor haar eigen veiligheid en de politie treedt in principe alleen op bij calamiteiten. Als een school met problemen te maken krijgt die zij zelf niet meer aankan, kan zij overleg plegen met netwerkpartners zoals politie en gemeente. De politie gaat pas over tot een meer structurele inzet als de school een eigen veiligheidsbeleid heeft en in dat kader reeds alles heeft uitgevoerd dat in haar vermogen ligt. Wijkagente Femke Wemmenhove: ‘School, ouders en politie bepalen de spelregels’ Tip: Plan jaarlijks vaste bezoekmomenten en vraag naar de ervaringen van de school met online gedrag en risico’s, en wat de school actief doet. Check of zij (contact met) een mediacoach hebben en betrek deze bij het overleg. Zij kunnen een school helpen om het Sociale Mediabeleid in te vullen. Meer informatie over mediacoaches: www.mediacoachinbeeld.nl 12 13
  8. 8. Jongeren maken online ruzie, delen intieme details of geven zich letterlijk bloot. Grenzen worden overschreden en dat gaat niet altijd goed. Soms is optreden van de politie nodig: slachtoffers helpen en daders aanpakken. 1 1. Digitaal pesten Van de neiging om grenzen op te zoeken, kunnen andere jongeren de dupe worden. Tieners hebben bijvoorbeeld een andere kijk op wat pesten is. In de ogen van veel jongeren heeft pesten een hoge funfactor en is het juist stoer om tot het randje, of erover, te gaan. Wat ze zich niet realiseren, of wat hen ‘gewoon niet boeit’ is dat wat op internet gebeurt niet zomaar weer verdwenen is. Wijkagente Femke Wemmenhove die op het Leerpark in Dordrecht dagelijks vmbo- en mbo-scholen bezoekt, constateert: ‘Ze realiseren zich vaak pas wat de impact is, als het kwaad al is geschied’. Pesten via internet is lekker anoniem en dus laagdrempelig, een treiterbericht is zo verstuurd. Behalve dat ze zelf grenzen overschrijden, kunnen jongeren ook gemakkelijk slachtoffer worden van cyberpesten. Uit onderzoek blijkt dat één op de drie jongeren wel eens online is getreiterd. Dat kan gaan om een kwetsende e-mail, lastig gevallen worden via MSN of foto’s die openbaar worden gemaakt via mail of sociale netwerksites. 2. Webcam(seks-)misbruik Voorlichting over webcamseks moet deel uitmaken van de seksuele opvoeding en voorlichting thuis en op school. Erotische handelingen voor de webcam zijn namelijk geen uitzondering onder jongeren. Een op de vier jongeren en een op de vijf meisjes heeft naar eigen zeggen wel eens cyberseks met iemand gehad. Het is van groot belang ze te wijzen op de gevaren van handelingen die thuis, in hun eigen kamer, veilig en privé lijken. Door te dreigen met het openbaar maken van webcamseksbeelden of vertrouwelijke informatie, worden slachtoffers onder druk gezet om nog verder te gaan voor de camera. Of om een afspraak voor échte seks te maken. Ook loverboys hebben de webcam ontdekt als middel om meisjes aan zich te binden. Jongeren, en meisjes in het bijzonder, zijn door de komst van internet als communicatiemiddel een kwetsbare groep geworden. Uit onderzoek van de politie in Rotterdam en de Universiteit Utrecht blijkt dat loverboys in de helft van de zaken hun slachtoffers op internet werven. 4. Digitale kinderlokkers en grooming Nog zoiets wat bijna iedere jongere wel eens is overkomen, zo blijkt uit onderzoek: in een chatroom of op een forum actief benaderd worden door een vreemde. In een aantal gevallen gaat het dan om een volwassene met slechte bedoelingen, bijvoorbeeld het voeren van seksueel getinte gesprekken of het plegen van seksueel misbruik. De traditionele kinderlokker heeft op internet een relatief nieuw, groot en anoniem speelterrein voorhanden. Vaak begint het contact met tieners onschuldig, maar dat kan al snel een wending nemen, bijvoorbeeld als de ander vraagt om foto’s of om contact via de webcam. Jongere kinderen zijn nog wel gevoelig voor het verbod van ouders om geen contact aan te knopen met mensen die ze niet kennen, maar in de puberteit is het overschrijden van regels en grenzen juist leuk en spannend. Bovendien zijn pubers erg gevoelig voor complimenten en hebben ze niet altijd door wat de echte bedoelingen van de ander zijn. Hun nieuwsgierigheid kan jongeren zo in vervelende situaties brengen. 5. Foute foto’s en filmpjes Ook een hit op internet: foto’s of filmpjes die de geportretteerde liever niet terugziet. Omdat hij er dronken op staat, of naakt bijvoorbeeld. Soms doet iemand dat uit onwetendheid en ziet hij of zij er de ernst niet van in. Soms ook gebeurt het met het doel een ander te pesten, uit wraak of om iemand zwart te maken. Met de enorme vlucht die sociale media hebben genomen, is de drempel om te publiceren laag en de impact groot. Met een smartphone is het een fluitje van een cent om direct een genante foto op bijvoorbeeld Facebook te zetten. In dit kader verdient ook het fenomeen sexting aandacht. Sexting is het sms’en van erotisch getinte berichten en fotootjes. Hoewel het in aanleg misschien tamelijk onschuldig lijkt, kan publicatie van sexting- berichten op internet verregaande gevolgen voor de betrokkenen hebben. Wijkagente Femke Wemmenhove: ‘Ik heb in Dordrecht meerdere zaken van ongewenste publicatie van foto’s meegemaakt en ze zijn stuk voor stuk schrijnend. Vaak gaat het om jongeren die toch al gepest werden en met compromitterende foto’s compleet voor schut worden gezet.’ 3. Bedreiging en stalking Soms zijn iemands pijlen sterk op één persoon gericht. Uit jaloezie, woede of wraakgevoelens kan iemand overgaan tot bedreiging van een internetgebruiker. Jongeren zijn daarbij een kwetsbare groep. In hun levensfase volgen persoonlijke ontwikkelingen en verwikkelingen elkaar in hoog tempo op, waarbij de sociale vaardigheden niet altijd even snel meegaan. De puberteit is vaak een verwarrende tijd waarin veel jongeren worstelen met hun gevoelens. De laagdrempeligheid van het medium wakkert de verleiding om iemand via chat, mail of sms stevig toe te spreken flink aan. ‘Gewoon’ ruziemaken en het uiten van bedreigingen liggen daarbij dicht bij elkaar. Het gaat er soms hard aan toe onder jongeren, die elkaar met het grootste gemak allerlei ziektes of zelfs de dood toewensen. Overigens is zulke straattaal niet alleen voorbehouden aan internet, ook op het schoolplein is die verruwing te merken. Risico Top 10 14 15
  9. 9. 6. Virtuele diefstal Het klinkt misschien gek, want wat valt er nou te halen op internet? Veel, zo blijkt. Maar beroving op internet gaat anders in zijn werk dan in huis of op straat. Door wachtwoorden of inlogcodes te stelen kun je iemands account hacken en zijn online identiteit aannemen. Een veel voorkomende vorm van diefstal vindt plaats in (betaalde) online games. Zoals het leegroven van kamers in het virtuele spel Habbo, waarbij de spelers betaald hebben voor de inrichting van kamers. De ene keer wordt de diefstal gepleegd door simpelweg een wachtwoord te raden, maar bedreiging of hacken komt ook voor. Onbekenden maken dan gebruik van phishing, waarbij slachtoffers naar valse websites gelokt worden waar ze nietsvermoedend hun gegevens invullen – en kwijtraken. Dit kan vervelende gevolgen hebben. Zeker als iemand zich met de gestolen gegevens voordoet als het slachtoffer en uit diens naam (strafbare) handelingen verricht. 7. Belediging, laster en smaad Internet biedt volop mogelijkheden om anderen te beledigen of iemands goede naam aan te tasten. Denk maar eens aan een Hyves-pagina aanmaken met bewerkte foto’s, een e-mailadres onder de naam van een ander aanmaken en daarmee kwetsende teksten rondsturen, uit naam van een ander kwetsende teksten op een forum plaatsen. Het kan heel moeilijk zijn om zulke praktijken te beëindigen en de beledigingen weer van internet te krijgen. Een recent voorbeeld van laster is het verschijsel ‘bangalijst’. Op deze lijsten, verspreid via internet, houden jongeren bij welke meisjes van school de ‘grootste sletten’ zouden zijn. Een bangalijst afdoen als onschuldig, doet geen recht aan het leed dat zo’n lijst kan veroorzaken. Vermelding kan een meisje een groot gevoel van schaamte en schuldgevoel opleveren, en haar nog jarenlang achtervolgen. Op de site vraaghetdepolitie.nl is het inmiddels een van de meest geraadpleegde onderwerpen, maar in de praktijk lijkt het fenomeen alweer op z’n retour. 8. Nepscouts Het is voor kwaadwillenden een peuleschil om op internet iemand anders te lijken. Neem nepscouts. Ze doen zich voor als scouts van een modellenbureau of fotostudio en overladen jongeren met complimenten, net zolang tot ze zich tegen betaling laten inschrijven bij zo’n malafide bedrijf. Behalve dat ze financieel benadeeld worden, lopen jongeren het risico van seksueel misbruik. Uit een enquête van Mijn Kind Online op de website Sugababes.nl blijkt dat 40 procent van de ingeschreven meiden weleens is benaderd door een nep-fotograaf of nepscout met het verzoek de kleren uit te trekken voor de webcam. 9. Dreigtweets Aparte aandacht voor dreigtweets is gerechtvaardigd. Deze vorm van bedreiging is relatief nieuw, maar kent een sterke opmars. De site www.doodsbedreiging.nl publiceerde in één jaar tijd meer dan 4000 doodsbedreigingen die op Twitter geplaatst werden, waaronder bedreigingen door jongeren. In 140 tekens kondigen ze, in de voor jongeren zo kenmerkende sms-taal, bijvoorbeeld aan hun school in de fik te steken, een docente om te brengen of gewapend een winkelcentrum binnen te lopen. Jongeren zijn zich maar nauwelijks bewust van de impact die zulke teksten kunnen hebben. Ze staan domweg niet stil bij het feit dat iedereen dit kan zien. Voor buitenstaanders is lastig in te schatten hoe serieus de bewuste tweets zijn. Scholen kunnen niet voortdurend de uitlatingen van leerlingen op internet screenen. Soms blijkt pas weken nadien dat een docent ernstig beledigd of bedreigd is via Twitter. Wijkagente Wemmenhove: ‘Scholen doen er goed aan te zorgen dat er met leerlingen een sociale en open relatie is. Ga in gesprek met leerlingen over grenzen, zodat ze zelf ook aan de bel trekken wanneer ze vinden dat een belediging door een medescholier te ver gaat.’ Vermissing Vermissing is geen direct online risico, maar sociale media kunnen bij een vermissing van een minderjarige wel een belangrijke rol spelen. Zowel in de aanleiding van de vermissing als in de prioritering en opsporing. Geef sociale media speciale aandacht in het protocol: • Vorm je direct bij melding een beeld van het sociale mediagebruik door de vermiste. • Wees je ervan bewust dat het ongebruikelijk is als jongeren helemaal niet meer communiceren met vrienden. Schakel dus snel als blijkt dat het online plotseling stil valt. • Bedenk dat jongeren online een andere identiteit hebben. Gemmie Jansen zul je op Twitter niet vinden als @gemmiejansen. Het zou zomaar @xxgemsterjay kunnen zijn. • Check ook bij broertjes/zusjes en vrienden wat het online gedrag van de vermiste is. Zij weten vaak beter wat de vermiste online doet (en wie hij of zij online is) dan de ouders. • Bekijk de inhoud van online communicatie die voorafging aan de vermissing. Het kan aanwijzingen bieden voor het opsporingsonderzoek. • Download de casus Vermissing van PolitieKennisNet (Kennis/Jeugd/toolbox Digikids) TIP Het project Gebruik Open Bronnen via Internet (GOBI) leert medewerkers op een veilige manier informatie uit open bronnen in te zetten in de dagelijkse politiepraktijk. Korpsen die interesse hebben in het startpakket kunnen contact opnemen via cybercrime@pac-politie.nl. 1716
  10. 10. Wat zegt de wet? De politie kan en moet een belangrijke rol spelen bij het opsporen, maar ook bij het voorkomen van strafbare feiten op het internet. En dus moet je weten wat de wet zegt over het online domein. Officier van justitie Van den Eshof geeft tekst en uitleg. Volgens artikel 2 van de Politiewet heeft de politie tot taak ‘in ondergeschiktheid aan het bevoegde gezag en in overeenstemming met de geldende rechtsregels te zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven’. Handhaving en hulpverlening dus. En dat geldt net zo goed voor het online domein, want wat daar gebeurt is net zo echt als het hier en nu, de fysieke wereld om ons heen. Georges van den Eshof is officier van justitie met als specialisme cybercrime en zedenmisdrijven bij het Openbaar Ministerie in Limburg. Hij vertelt: ‘Cybercrime is een speerpunt van het OM. Elk parket heeft een eigen cybercrime- officier. Rotterdam heeft zelfs een eigen cybercrime rechter-commissaris. Ook bij de politie zal een toenemende behoefte zijn aan mensen die het juridische en het technische aspect van cybercrime goed kunnen combineren. Nu zijn er nog te veel mensen die zich hierdoor laten afschrikken.’ Dat is volgens Van den Eshof niet nodig. ‘Het gaat erom dat je over de juiste informatie beschikt. Verdiep je dus in wat het Wetboek van Strafrecht zegt. Ook dat gaat met zijn tijd mee en biedt steeds meer aanknopingspunten voor een zaak. De vraag is wel of je van elk incident een zaak moet willen maken. Die stelling is toe te lichten aan de hand van de belangrijkste en meest voorkomende vergrijpen op internet.’ Grooming art. 248e SR Wetboek van Strafrecht Van den Eshof: ‘Met internet hebben digitale kinderlokkers of ‘groomers’ een heel nieuw jachtterrein gekregen. Voorheen was het een probleem om zo’n zaak te bewijzen, maar sinds 2010 is er het zogeheten groomingartikel, dat het kort gezegd strafbaar stelt om via telecom (dat kan internet zijn, maar ook sms, ping, Whatsapp etc.) afspraakjes te maken met kinderen jonger dan 16 jaar, als dat afspraakje is gemaakt met het doel om ontucht te plegen of kinderporno te maken. Er moet wel iets concreets zijn gebeurd om de afspraak door te laten gaan. Dat kan zijn dat de groomer in zijn auto stapt om naar de afspraak te gaan, of dat hij een hotelkamer reserveert. Zolang iemand achter zijn computer blijft zitten en geen concrete handelingen verricht, is hij niet strafbaar. In de praktijk is het een bruikbaar artikel dat ervoor zorgt dat ronduit gevaarlijke figuren succesvol aangepakt kunnen worden.’ Webcam(seks)-misbruik en kinderporno art.240b, 246, 247, 248a of 249 SR Wetboek van Strafrecht Een digitale kinderlokker hoeft niet altijd zijn huis te verlaten om strafbare feiten te plegen. Er zijn ook gevallen bekend van groomers, die kinderen via bedreigingen dwingen om voor de webcam uit de kleren te gaan. Dat wordt dan gefilmd en juridisch gezien is de verdachte dan kinderporno aan het maken (art. 240b). Ook handelingen die vrijwillig voor een webcam verricht worden, kunnen door de wederpartij stiekem worden gefilmd. Als dit wordt gedaan door iemand die een gezagsverhouding heeft met de jongere, bijvoorbeeld een docent of sportbegeleider, dan kom je uit op artikel 249. ‘In de praktijk zie je hier een groot schemergebied’, aldus Van den Eshof. ‘Een 18-jarige die naaktfoto’s van zijn 16-jarige vriendinnetje maakt, zal niet snel bestraft worden. Dit wordt gezien als experimenteergedrag van jongeren die onderling weinig in leeftijd verschillen. De officier van justitie wordt een stuk actiever als het gaat om oudere verdachten die over de schreef gaan.’ Smaad en laster Art. 266/art. 161/art. 162 SR Wetboek van Strafrecht Dan zijn er nog de incidenten die balanceren tussen strafbaar en niet strafbaar. Van den Eshof doet een aantal suggesties voor wetsartikelen die in zulke gevallen mogelijk bruikbaar zijn. ‘Maar let wel, sommige zaken proberen we ook met een stevig gesprek af te doen. In veel gevallen is dat afdoende, en het scheelt weer politiecapaciteit.’ Dat geldt bijvoorbeeld voor smaad. ‘Voordat je echt overgaat tot vervolging wegens smaad (art. 266) / Smaad (art. 161) / Laster (art. 162 Wetboek van Strafrecht), ben je al een paar stappen verder. Smaad is een typisch voorbeeld van een veelvoorkomend incident dat we snel in de kiem proberen te smoren. Wat vaak ook lukt. Een goed gesprek kan al veel oplossen.’ in gesprek met 18 19
  11. 11. Internetrechercheur en digitaal wijkagent Boudewijn Mayeur is al bijna drie jaar te vinden op Habbo Hotel, een populaire website voor kinderen. Op Habbo gamen ze en zoeken ze contact met anderen. Collega’s reageren nog wel eens verbaasd. Wat heb je als politie nou te zoeken op zo’n site? Volgens Mayeur is de toegevoegde waarde juist enorm. ‘De stap naar een politiebureau is voor veel jongeren groot. Dat geldt nog sterker in de vervelende situaties waarin zij online terecht kunnen komen. Jongeren schamen zich en denken vaak dat ze met zo’n probleem niet bij de politie terecht kunnen. Door als politie op Habbo zichtbaar aanwezig te zijn, sluiten we aan bij hun manier van communiceren en verlagen we die drempel. Jongeren durven online meer en dat geldt óók voor het zoeken van contact met de politie om te praten over serieuze zaken die hen bezig houden.’ Van elkaar leren Sinds kort heeft de politie een eigen ‘kantoor’ in het hotel, samen met andere hulpverleningsinstellingen. Twee keer per maand staat Mayeur, of liever: zijn avatar, in uniform achter de balie. ‘Door dit contact blijven we goed op de hoogte van de laatste trends en ontwikkelingen in de digitale jeugdcultuur. We zien welke problematiek er heerst, zodat de overheid er op in kan spelen. Je hoeft alleen maar te luisteren om een goede indruk van hun leefwereld te krijgen. Tieners weten heel veel. Daar maak ik als agent ook gebruik van. Ik vraag ze bijvoorbeeld hoe je een webcam kunt hacken en ze leggen me dat meteen uit. Die informatie deel ik weer met andere jongeren. Ook vertel ik wat ze kunnen doen als ze stiekem zijn gefilmd en gechanteerd worden en wanneer aangifte doen zinvol is. Vaak doen ze niets met strafbare feiten, omdat ze zich schamen en denken dat het hun eigen schuld is. Ik vertel hen dat het belangrijk is om melding te maken of om aangifte te doen en wat ze mee moeten nemen wanneer ze daadwerkelijk naar een politiebureau gaan.’ Ook organiseert Mayeur online workshops over bijvoorbeeld diefstal, pedofilie of over loverboys. En het loopt storm. Belangrijkste vraag die jongeren bezighoudt is wat ze zelf kunnen doen om te voorkomen dat ze slachtoffer worden. ‘Ik vertel dat hun eigen gedrag de belangrijkste bescherming is. Zomaar persoonlijke informatie prijsgeven, afspraken maken om onbekenden te ontmoeten of je voor de webcam letterlijk blootgeven, is niet zonder risico’s. Denk goed na over wat jouw grenzen zijn en blijf kritisch.’ Bedreiging Art. 285 SR Wetboek van Strafrecht Wat geldt voor smaad, geldt ook voor bedreiging. In het echte leven zal de gemiddelde jongere niet snel een bedreiging uiten. Maar de ervaring leert dat bedreigen vanachter de computer of een mobieltje minder moeite kost. Ook al is het vaak niet als bedreiging bedoeld en komen sommige ‘daders’ er met een waarschuwing vanaf, ze kúnnen wel degelijk vervolgd worden voor bedreiging. Waarbij er vaak ook geschreven bewijs is: een screenshot of een log van de chats. Dat betekent dat jongeren ook voor een ‘virtuele’ bedreiging het risico lopen in aanraking te komen met politie en justitie. Ongewenste publicatie van foto/filmpjes Art. 139f SR Wetboek van Strafrecht Van den Eshof: ‘Hierbij moet je denken aan het laten circuleren van foto’s en filmpjes zonder toestemming van de geportretteerde. Met sociale media gebeurt dit regelmatig. De meeste mensen vinden het geen probleem, maar dat is natuurlijk sterk afhankelijk van wat er op die foto staat. Als de naaktfoto die je ooit maakte voor je vriendje opeens online staat, ben je daar niet blij mee. De wet zegt dat de geportretteerde een redelijk belang moet kunnen inroepen tegen publicatie. De belangrijkste belangen zijn het financieel belang en het privacybelang. Let wel: er moet wel sprake zijn van verspreiding. Plaatsing op een afgeschermde Hyvesaccount waar maar twintig mensen de foto kunnen bekijken, telt niet mee.’ Diefstal Art. 310 en 311 SR Wetboek van Strafrecht Een ander fenomeen waarvoor slachtoffers aankloppen bij politie en justitie is virtuele diefstal. Van den Eshof: ‘Enkele jaren geleden speelde de vraag of een virtueel goed in het fantasiespel Runescape een goed was. De rechtbank en het Hof in Leeuwarden vonden, onder voorwaarden, dat dit wel zo is. Begin 2012 heeft de Hoge Raad dat bevestigd.’ Virtueel surveilleren heeft zin Grooming of misbruik? Om verwarring tussen de verschillende vormen van grooming en misbruik te voorkomen, hanteert Van den Eshof een formule die kan dienen om te bepalen welk artikel je in welk geval moet toepassen. 248a SR = minderjarige + ontucht + geld of beloften 248e SR = 16-minner + ICT + concrete handeling Van zaken volgens deze formules maakt het OM serieus werk. Internet heeft z’n eigen virtuele hangplekken voor jongeren. Voor de politie zijn dit ideale locaties om te signaleren wat er onder de jeugd leeft. Op de website Habbo is de politie als een tijdje aanwezig. 20 21
  12. 12. Naar de politie stappen voor een melding of aangifte is zeker niet het eerste waar jongeren aan denken als ze het slachtoffer zijn geworden van een (mogelijk) strafbaar feit op internet. In plaats van meteen tot actie over te gaan, zullen de meeste eerst op zoek gaan naar informatie. Met die informatie kunnen ze zich zelf een beeld vormen van hun situatie. Ze willen zelf eerst checken: is mijn probleem wel serieus genoeg? Wat kan ik ermee? Uit onderzoek blijkt dat jongeren in zulke gevallen vooral behoefte hebben aan betrouwbare informatie en antwoorden op hun vragen. De politie zien zij als een organisatie waar deze antwoorden te halen zijn. Precies hierom is in 2011 samen met jongeren de website www.vraaghetdepolitie.nl ontwikkeld. En met succes; de site trekt gemiddeld 35.000 bezoekers per maand en ontvangt circa 50 tot 70 vragen per week. Opsporen en adviseren Als politieman is Mayeur online gespitst op de opsporing van strafbare zaken in het virtuele domein. Maar ook handhaving hoort bij het takenpakket van de politie. ‘Net als op straat surveilleer ik hier in Habbo om misdaden te signaleren en te voorkomen. Mijn avatar is herkenbaar als politie. Hopelijk schrikt dat de verkeerde mensen online af.’ Maar hij treft ook regelmatig kinderen die gewoon hun verhaal willen doen. ‘Een meisje vertelde elke week dat ze op school werd gepest. Adviseren is een van je taken, maar je bent als politie geen maatschappelijk werker. Ik verwijs daarom vaak door naar bijvoorbeeld online hulpverlening. Dat dit soort adviseren bij je werk hoort, is net zo reëel als tijdens je werkzaamheden op straat. Wanneer een oude vrouw wil oversteken, help je haar. Je taak is om hulp te verlenen aan degenen die dit behoeven. Dat kan dus ook in de virtuele wereld.’ Ernstige delicten Bij ernstige delicten grijpt Mayeur zelf in. Zoals wanneer een jongere zegt zelfmoord te willen plegen, of hem in vertrouwen neemt over ernstig seksueel misbruik of huiselijk geweld. Daarbij is de samenwerking met sitebeheerders, moderators, providers, ouders, scholen en andere hulpverlenende instanties cruciaal. ‘Goede contacten helpen wanneer er snel ingegrepen moet worden. Wanneer ik die acute signalen krijg in het Habbo Hotel, dan schakel ik het Habbo Hotel in voor contactgegevens’, zegt Mayeur. ‘Ik maak een inschatting van het risico voor het kind. In overleg met de officier van justitie kan ik vervolgens benodigde gegevens achterhalen waar ik verder mee kan rechercheren.’ Hij onderzoekt dan of het verhaal klopt en draagt de casus vervolgens over aan collega’s in de desbetreffende regio. In andere gevallen verwijst hij jongeren door naar online meldpunten, waar duidelijk staat uitgelegd wat ze kunnen doen als er iets vervelends is gebeurd. Chatten is een vak apart Chatten is dynamisch, je bent razendsnel gesprekken aan het voeren die zomaar de diepte in kunnen gaan en waarin je alert moet blijven op de vragen die je stelt en de rol die je als politie hebt. Het komt regelmatig voor dat je van het ene moment op het andere van surveilleren naadloos doorgaat naar rechercheren. Jouw online aanwezigheid blijkt vaak een laagdrempelige toegang voor jongeren. Zij durven in één chatgesprek al zeer intieme zaken toe te vertrouwen aan de politie en vinden het fijn dat de politie deze mogelijkheid biedt. In de pilot op Habbo zijn diverse serieuze strafbare zaken aan het licht gekomen, waarvan jongeren niet eerder aangifte durfden te doen. Het gaat daarbij om incest, misbruik via webcamseks en huiselijk geweld. Ook de inhoud van vragen waar jongeren mee zitten is doorgaans serieus van aard en varieert van kennisvragen (Hoe herken ik een loverboy?) tot concrete hulpvragen (depressie met zelfmoordneiging). Overigens is een groot deel van de chatgesprekken algemene ‘sociale praat’ en zijn de vragen en gesprekken onschuldig van aard. Vragen als ‘Wat is uw lievelingskleur?’, ‘Hoe word ik politieagent?’ en ‘Laat u weleens een scheet?’ komen ook voor. Wel/niet doen bij chatten: • Ga niet onvoorbereid en zonder doel chatten. • Houd een maximum aan chatters en chattijd in acht. • Word niet persoonlijk en laat je niet uit de tent lokken; wees je bewust dat alles wat je typt ook opgeslagen kan worden (ook door de ander). • Je bent en blijft politie: jongeren verwachten autoriteit en betrouwbaarheid, geen popi- jopiegedrag. • Vraag goed door en wees alert op een verborgen hulpvraag. • Ga bij persoonlijke gesprekken altijd in een aparte chatbox. • Probeer tijdens een eerste chat met een alarmvraag niet meteen in dit gesprek alles te willen weten. Investeer in een vervolgsessie, dat is veel belangrijker! • Ook bij chatten kom je fake meldingen tegen en mensen die om een praatje verlegen zitten. • Wees je bewust van andere bevoegdheden! Tip: Informatie en hulpverlening voor jongeren: - www.vraaghetdepolitie.nl - www.meldknop.nl - www.helpwanted.nl - www.kindertelefoon.nl - www.pestweb.nl - www.weetwatjetypt.nl - www.slachtofferhulp.nl Wil je ook chatten? Neem voor informatie over chatmogelijkheden en de beschikbare training online communiceren met jongeren contact op met vraaghetdepolitie@haaglanden.politie.nl. Veilig rechercheren en surveilleren Rechercheren en surveilleren dient binnen een daarvoor bestemd systeem te gebeuren. Het iRN (Internet Rechearch Innovatie Netwerk) maakt het de politie mogelijk om op een veilige, forensisch verantwoorde manier op het internet onderzoek en opsporing te doen. Op dit moment beschikt ieder politiekorps in Nederland over een of meerdere iRN configuraties. Meer informatie: info@columbo.nl. VRAAGHETDEPOLITIE.NL LOVERBOYS BOETES STRAFFEN OVERLAST (NEP)WAPENS DRUGS VERNIELING VERKEER INTERNET ALCOHOL PESTEN DISCRIMINATIE GEWELD Poli tie_H aag land en_ post er_A 2.ind d 1 28-0 1-11 12:2 4 Vraaghetdepolitie werkt samen met de Kindertelefoon, Pestweb, Helpwanted en Meldpunt Discriminatie in directe hulp voor jongen die online in de problemen zijn gekomen. 2322
  13. 13. Vergaande bedreigingen op Twitter komen steeds vaker voor. De politie wordt met regelmaat geconfronteerd met zulke dreigtweets, zoals de bedreigingen op Twitter worden genoemd. De verwachting is dat deze trend voorlopig blijft: in de afgelopen jaren was er een explosieve stijging van het aantal Twitterberichten waar de politie werk van moest maken. Lastig is de media-aandacht voor incidenten, aandacht die ook weer nieuwe dreigtweets kan uitlokken. Het is bijna ondoenlijk om de media buiten de deur te houden, iedereen kan immers meelezen met tweets. Met hashtags (#) vestigen sommige Twitteraars gerust nog even extra de aandacht op hun bericht, bijvoorbeeld met #doodsbedreiging. Aandacht verzekerd. # Obstakel Wijkagent Aart van Oostveen, die bij de dreigtweet waar dit artikel mee begint betrokken was, noemt media-aandacht een van de grote obstakels bij het aanpakken van dreigtweets. ‘Het leidt ons af van waar het eigenlijk om gaat: het inventariseren van het risico en dat risico wegnemen. Nu moeten we als politie in een beginstadium al bezig zijn met de vraag hoe we publieke onrust kunnen voorkomen. Dat is nieuw voor ons.’ In het geval van de genoemde tweet deed de school ’s morgens direct na ontdekking melding bij de politie. Op zo’n moment steken bij de politie verschillende afdelingen de koppen bij elkaar. Wijkagent Van Oostveen werd naar de school gestuurd, de recherche deed intussen onderzoek naar de herkomst van de anonieme tweet. Zo’n technisch onderzoek is standaard, maar niet altijd gemakkelijk uit te voeren. In dit geval ging het bijvoorbeeld om een anoniem verstuurde tweet. # Cameraploegen Van Oostveen zelf deed onderzoek ter plaatse, waarbij stap één inhoudelijk overleg met de schooldirecteur en de voorlichter was. Omdat binnen enkele uren de cameraploegen op de stoep van de school stonden, besloten ze alle docenten op de hoogte te brengen. ‘Dat was geen eenvoudige keuze’, licht Van Oostveen toe. ‘De leerkrachten mochten de informatie die ze van de politie hadden #doodsbedreiging Ingrijpen bij dreigtweets Uit de praktijk: In een anoniem bericht op Twitter dreigt een leerling om een bloedbad aan te richten op school. Na goed speurwerk, waarbij politie en school samen optrekken, kan een verdachte worden aangehouden. Intussen moet de pers buiten de deur worden gehouden. ontvangen met niemand bespreken. Dat zorgde bij sommige medewerkers voor veel stress en angstgevoelens.’ De politie en de schoolleiding gingen er al die tijd van uit dat het om een niet-reële dreiging ging. ‘Maar we moesten het zekere voor het onzekere nemen. Sinds Alphen aan den Rijn en Noorwegen neem je na dit soort bedreigingen geen risico meer. De insteek was en is dus: we moeten er iets mee.’ # School Toen de politie na dag één nog geen duidelijkheid had over de identiteit van de dader (een nepprofiel op Twitter is immers zo gemaakt), besloot zij om op dag twee opzichtig in de school aanwezig te zijn. Om de veiligheid van de leerlingen te waarborgen én om te observeren en de dader, vermoedelijk een leerling, op die manier te ontmaskeren. Van Oostveen: ‘Blijkbaar voelde de dader zich veilig, want op dag twee en drie volgden meer dreigtweets en uiteindelijk publiceerde de dader zelfs een ‘dodenlijst’, een lijst waarop de namen van de beoogde slachtoffers stonden.’ Uiteindelijk kwam de politie bij de dader terecht, die zichzelf verraadde door informatie te verspreiden die niet algemeen bekend was. Een oplettende docent kaartte dit aan bij de politie. ‘In dit soort gevallen is de samenwerking tussen school en politie cruciaal. Alleen als dat contact open en sterk is, kunnen we de dreiging wegnemen. De school speelt een niet te onderschatten rol, zij kennen immers de scholieren en dus vermoedelijk ook de dader. De taak van de politie is vervolgens om dit op een slimme en doeltreffende manier aan te pakken.’ Zichtbaar blauw op Twitter In een tijd waarin elkaar dood wensen of op een andere manier bedreigen een veelvoorkomend onderdeel van de jeugdcultuur is, kunnen jongeren zich nauwelijks voorstellen dat Twitter ook het terrein van de politie is. Juist daarom is het van belang dat de politie zichtbaar is als een tweet alle grenzen overschrijdt. Het versturen van een dreigtweet is simpelweg strafbaar. Je mag iemand niet bedreigen, of dit nou online of offline gebeurt. Ook de school kan een belangrijke rol spelen. Meer dan nu vaak het geval is, kan een school leerlingen informeren over dreigtweets en hun strafbaarheid. Daarvoor is een goede relatie met de leerlingen van belang. Als leerlingen het gevoel hebben dat leerkrachten begrijpen wat hen online bezighoudt, is er ook ruimte voor een discussie over de grenzen daarvan. Uiteindelijk draait het dus om openheid, korte lijnen en communicatie. Tussen school en leerlingen én tussen school en politie. 24 25
  14. 14. ‘We moeten online zichtbaar en aanspreekbaar zijn’ Om met het positieve nieuws te beginnen: wat doet de politie al wél goed op het gebied van digitale jeugdcultuur? ‘Best veel. We hebben een digitale wijkagent in het Habbo Hotel. Daar leren we veel van, want kinderen komen met van alles bij die wijkagent aan. Met meubi’s die zijn gestolen, bijvoorbeeld. Kinderen bellen niet snel de politie als hen online iets overkomt, maar op zo’n website is er geen drempel. Ze nemen de wijkagent zelfs in vertrouwen voor zaken waarover ze nog nooit hebben durven praten, zoals incest of huiselijk geweld. Ook participeren we in www.meldknop.nl, waar jongeren terecht kunnen wanneer ze iets vervelends hebben meegemaakt op internet. Via www.vraaghetdepolitie. nl kun je chatten met een agent, en in verschillende korpsen, ook in Zeeland, wordt door wijkagenten getwitterd. Daardoor zijn zij altijd bereikbaar. Dat leidt tot mooie resultaten. En in samenwerking met de politieacademie proberen we jonge agenten van begin af aan digibewust te maken.’ De politie zou haar voelsprieten nog veel beter naar de wereld van jongeren moeten uitsteken, vindt Letty Demmers. Alleen zo kunnen misstanden als phishing, grooming, het sturen van dreigtweets en cyberpesten worden aangepakt. ‘Nog te vaak wordt door politiemensen gedacht dat de echte en de virtuele wereld gescheiden zijn, terwijl dat voor jongeren absoluut niet zo is.’ Letty Demmers Korpschef politie Zeeland, landelijk portefeuillehouder Jeugd, Raad van Korpschefs Politie Data interpreteren en wegen Bij het maken van een nadere inschatting of een dreigtweet serieus is of niet, kun je letten op een aantal factoren: 1. Inhoud (wat houdt de bedreiging in?) 2. Onderwerp (aan wie is de bedreiging gericht?) 3. Profiel (wat is het beeld van de verzender van de bedreiging?) 4. Motief (wat lijkt de aanleiding?) 5. Online context (welke uitingen zijn nog meer gedaan?) Meer info vind je in de module ‘Dreigtweets’ en ‘Handreiking bij dreigtweets’ in de toolbox van Digikids op PolitieKennisNet. Data verzamelen en veiligstellen Zorg dat je zicht krijgt op de context. Verzamel data zoals accountgegevens, dreigtweet en alle andere berichten die eerder en later getweet zijn. Stappenplan dreigtweets Eerste inschatting mate van dreiging en risico Volg je eigen gevoel en gezond verstand om te bepalen of een tweet voor jou valt in de categorie ‘onzin’ of niet en toets dit bij collega’s. Is de tweet voor jouw gevoel overduidelijk onzin, dan is geen directe actie nodig. Je kunt wel overwegen om de verzender aan te spreken op zijn gedrag of eventueel de ouders te informeren. Kun je risico echter niet met zekerheid uitsluiten, dan is het van belang om snel te schakelen bij het uitvoeren van volgende stappen. Schakel bij het analyseren ook gedragskundig adviseurs in. Zij zijn opgeleid en goed in staat om bedreigingen te kunnen beoordelen. Contact met de bedreigde Neem contact op met de bedreigde indien deze niet zelf de melding of aangifte heeft gedaan en bevraag deze om de context van de bedreiging helder te krijgen: * Is de dreiger hem/haar bekend? * Voelt men zich bedreigd? * Zijn er eerder bedreigingen ontvangen? Verzoek de bedreigde om vooralsnog niet te reageren op de dreiging. #1 #2 #3 #4 2726
  15. 15. Waarom is dat nodig? Jonge agenten weten toch allang wat Facebook is? ‘Jawel. Maar de opleiders op de academie zijn vaak een generatie ouder. En zij denken nog in een fysieke en een virtuele wereld, terwijl jongeren een aanzienlijke deel van hun tijd online doorbrengen. Het internet ís hun wereld, online communiceren is hun hele leven. Als zij hun mobiele telefoon kwijtraken, is dat een ramp voor ze. Kinderen vertellen aan niemand dat ze gepest worden, vaak ook niet aan hun ouders, maar ze delen het wel op internet. Er zijn geen grenzen op het net, dus wat betekent dat? Wat gebeurt er? En hoe leren we jongeren hun eigen grenzen te bepalen en daaraan vast te houden? Een meisje dat slachtoffer is van een loverboy, is waarschijnlijk op internet met hem in contact gekomen. Zonder ‘Big Brother is watching you’ te willen zijn, moet nadenken over het online domein een tweede natuur van de politie worden, zodat we standaard niet alleen surveilleren in een blauw-witte wagen op straat, maar ook op het net. ‘Meer blauw op straat’ heeft misschien wel meer met de beleving van mensen te maken, dan met het daadwerkelijke aantal surveillerende agenten. Dat is online ook zo. Je moet laten zien dat je weet wat er speelt en online zichtbaar en aanspreekbaar zijn.’ Eén van uw doelstellingen is dat de politie zich ‘letterlijk en figuurlijk’ in online jongerenwerelden gaat verplaatsen. Wat bedoelt u daar precies mee? ‘Daarmee bedoel ik dat we open moeten staan voor de belevingswereld van jongeren en dat we voor het contact met hen moeten aansluiten bij hun manier van communiceren. Online dus! Bij dat proces moeten we jongeren betrekken. Alleen zij kunnen ons laten zien wat er op internet gebeurt. Voorheen bedachten we een project achter een bureau, nu luisteren we naar de jongeren zelf. Je moet daarvoor heel intensief contact met ze onderhouden. Online uiteraard, ik denk niet dat veel jongeren bereid zijn om naar het bureau te komen. We vinden al veel jongeren via Twitter. Een twitterende wijkagent wint vertrouwen en hoort daardoor veel. We moeten ons denkpatroon doorbreken en geen bijspijkercursussen of projecten bedenken, maar zorgen dat we áltijd op de hoogte zijn van wat er speelt. Durven ontdekken. Alleen zo kun je uiteindelijk aan de voorkant problemen oplossen, anders lopen we altijd achter de feiten aan.’ Hoe belangrijk is de samenwerking met andere partijen daarin? ‘Ultiem belangrijk. We zitten om de tafel met bedrijven als Hyves en Habbo, maar ook met hulpinstanties en organisaties als Stichting Mijn Kind Online zodat we geïnformeerd zijn en de mogelijkheid hebben om op actuele ontwikkelingen op internet in te springen. Dat biedt aan de preventiekant ook mogelijkheden. Zo hebben we inmiddels online lijsten waarop mogelijke kopers op bijvoorbeeld Marktplaats kunnen checken of iets gestolen is. Of kijk naar gamesite Habbo, die moderators actief kan inschakelen wanneer een woordfilter het gebruik van bepaalde woorden signaleert. Dankzij die aanpak loopt het eerder in de gaten wanneer oudere mannen zich voordoen als kinderen. Habbo moet er dan wel op kunnen rekenen dat ze met zo’n melding makkelijk bij ons terecht kunnen.’ Wist u zelf al alles van internet toen u drieëneenhalf jaar geleden met deze baan begon? ‘O nee, helemaal niet. De eerste keer dat ik bij een vergadering van DigiKids zat, lieten ze me een filmpje zien waarin de meest bizarre mensen de deur platlopen bij een huismoeder wiens zoontje boven achter de computer zit. Met als onderliggende vraag: Weet u eigenlijk wel waarmee uw kind online bezig is? Dat was voor mij een enorme eye opener. Wij zijn als politie onvoldoende meegegaan in iets waarmee kinderen van nu volledig opgroeien. Dat hebben we nu al gedeeltelijk ingehaald. Maar er is bij agenten nog veel verwondering over de snelheid waarmee alles op internet zich ontwikkelt. Gelukkig zijn we als politie in snel tempo slagen aan het maken om dat digitale bewustzijn te vergroten.’ Toolbox Digikids Dit is een verzameling van informatie, presentaties, filmpjes en casuïstiek, die collega’s bewuster en bekender maakt met actuele ontwikkelingen, strafbare gedragingen en risico’s in het virtuele domein waarmee jongeren (en dus ook de politie) te maken krijgen. De casuïstiek beschrijft op basis van praktijkvoorbeelden strafbare feiten, bevoegdheden, jurisprudentie en te ondernemen stappen. De inhoud is getoetst met een cybercrime officier van justitie. De volgende casussen zijn al beschikbaar: • Cyberpesten • Online grooming • Webcamseksmisbruik • Nepscouts • Virtuele diefstal • Dreigtweets • Vermissing • Sexting De toolbox kun je lezen en downloaden via PolitieKennisNet. Je vindt hem onder Kennis/Jeugdtaak/ toolbox Digikids. Over de expertgroep Digikids De expertgroep houdt zich bezig met de vraag hoe de politie beter kan omgaan met de effecten van (sociale) mediagebruik door jongeren. De toolbox is een van de producten van Digikids. PAC Het Programma Aanpak Cybercrime (PAC) van de Raad van Korpschefs geeft uitvoering aan de integrale aanpak van cybercrime en zet in op innovatie. Innovatie betekent buiten de kaders treden. Niet ‘meer van hetzelfde’ maar ‘nieuw en anders’. Voorbeelden van innovatieve projecten die door het PAC worden ondersteund zijn Digikids, de website Vraaghetdepolitie.nl, de e-learning module Intake, het project GOBI en de digitale toolbox Jeugd. Voor meer informatie: cybercrime@pac-politie.nl. 28 29
  16. 16. foto aangifte met digitale component 1 Geef de aangever ruimte om zijn verhaal te doen: - Laat je niet afschrikken door termen die je niet kent. - Neem melding, feiten en emoties serieus. - Luister goed, stel controlevragen en vat samen om zeker te weten of je het goed begrepen hebt. 2 Bepaal of je een aangifte opneemt: Naast de optie voor een opsporingstraject kun je ook denken aan een civiel en/of hulpverleningstraject. In het strafrecht ligt vaak niet de oplossing van de problemen van de jongere. Wees daarom extra alert op zorgsignalen en bepaal waar de regie voor een vervolg het beste kan komen te liggen. 3 Bepaal of je zelf aangifte opneemt: Schakel in geval van twijfel altijd een expert in, bijvoorbeeld een digitaal expert, fraude-expert of iemand van Zeden. 4 Beschrijf de situatie. 5 Noteer de gegevens van de aangever en het delict. 6 Bepaal om welk delict het gaat. 7 Bepaal welke wetsartikelen van toepassing zijn. 8 Beschrijf de werkwijze van de verdachte(n) (de modus operandi). 9 Laat de aangever zoveel mogelijk bewijsmiddelen verzamelen: Denk aan oa. IP adres, gebruikersnaam/nickname, urls, chatlogs, printscreens, mailberichten etc. 10 Analyseer de informatie. 11 Formaliseer de aangifte. ‘Het lijkt de normaalste zaak van de wereld dat jongeren naaktfoto’s van zichzelf of van anderen maken. Als deze in verkeerde handen komen, kunnen ze worden gebruikt voor bijvoorbeeld bedreiging of afpersing’, vertelt Thea de Wit, intakemedewerkster in Hoorn. De Wit treft veelal meisjes aan de balie die gechanteerd worden vanwege deze foto’s. Of hun naam circuleert op internet. ‘Het is belangrijk dat jongeren zich op hun gemak voelen wanneer ze een melding maken of aangifte doen. Daarom vinden de gesprekken plaats in een apart kamertje. Het is heel belangrijk begripvol te luisteren, het probleem niet te bagatelliseren en te vertellen dat ze er goed aan gedaan hebben naar de politie te stappen. Het komt niet in alle gevallen tot een aangifte. Vaak zijn tieners al gerustgesteld als iemand hun verhaal serieus neemt en zij er melding van kunnen doen. Aangifte doen kan ook later.’ Strafbaar feit herkennen De dreiging van publicatie van naaktfoto’s is maar één van de problemen op internet waarvan jongeren wakker kunnen liggen. Soms is de computer gehackt of zijn virtuele meubels gestolen uit het Habbo Hotel, een online game waaraan veel zakgeld wordt besteed. ‘Om te weten wat je als agent met zo’n melding moet doen, is het handig om het virtuele weg te halen. Laat je niet afschrikken door het virtuele, haal dat eruit en ga op zoek naar een strafbaar feit dat je herkent. Is er een wachtwoord Intakemedewerkster Thea de Wit: ‘Zoek het strafbare feit dat je kent’ gekraakt en het account ontoegankelijk of staat er een virus op de computer? Dan is dat vernieling, oftewel hacken. Zijn er punten van een online game weggesluisd, dan is dat diefstal. Het plaatsen van naaktfoto’s van een ander kan vallen onder bedreiging, afpersing, smaad, laster of zelfs zedendelicten. De computer kan het middel zijn, maar ook het doel van computercriminaliteit’, aldus De Wit. Bewijs verzamelen De Wit adviseert jongeren zoveel mogelijk bewijsmateriaal te verzamelen, zodat de gegevens hiervan kunnen worden veiliggesteld. Het gaat om loggegevens van een chatgesprek, origineel e-mailbericht, printscreens van belastend materiaal op het scherm of sms-berichten. Als je aangifte wilt doen, dan is het belangrijk om niets weg te gooien of door de sitebeheerder te laten verwijderen. Hoe vervelend die berichten of beelden ook zijn en hoe snel je er ook van af wilt. ‘Wanneer het om ernstige zaken gaat, zoals om kinderporno en loverboys, neemt de afdeling Zeden deze aangiftes over.’ TIP Handige website voor verzamelen en veiligstellen van online bewijsmateriaal: www.internetsporen.nl Stappenplan E-learning Intake Cybercrime Speciaal ontwikkeld voor o.a. medewerkers Intake. Alle benodigde kennis in een mooi vormgegeven, interactieve online cursus. Kan zowel vanaf de werkplek als thuis gevolgd worden. Kosteloos beschikbaar voor alle korpsen. Meer informatie: cybercrime@vtspn.nl Handreiking ‘Alledaags politiewerk in een gedigitaliseerde wereld’ De Handreiking ‘Alledaags politiewerk in een gedigitaliseerde wereld’ is onmisbaar bij aangiftes en meldingen met een digitale component. Je kunt hiermee herkennen om welk delict het gaat, bepalen welke wetsartikelen relevant zijn, hoe digitale sporen veilig te stellen en welk advies je de aangever kunt geven. Verkrijgbaar als boek (ISBN 978-90-5931-785-7) of digitaal (PKN: kenniscriminaliteit cybertoolkit). 30 31
  17. 17. Een vader meldt op Twitter dat de straat bij de basisschool in de winter spekglad is en Geritz schrijft terug dat ze er extra laat strooien. Ze vertelt haar volgers over het verloop van evenementen en geeft advies over veiligheid. Ook stuurt ze het webadres van een campagne over loverboys door naar haar volgers. Deze informatie wordt opgepikt door jongeren, merkt ze. Incidenteel krijgt ze een tweet van een jongere. ‘Met een korte vraag, bijvoorbeeld tot hoe laat ze lawaai mogen maken op straat.’ Sneller ingrijpen Toch is het moeilijk om onderdeel te worden van het sociale netwerk van jongeren, weet Geritz. De jongens en meisjes reageren vooral op elkaar. ‘Ik kan me ook wel voorstellen dat zij niet zitten te wachten op berichten over mijn dagelijks werk.’ Sommige jongeren bekijken wel de foto’s die ze van de buurt maakt. ‘Als ik zie dat er troep ligt bij een plek waar jongeren hangen, zien ze dat later op Twitter verschijnen. Wanneer ik de jongeren tref, ga ik daarover met ze in gesprek.’ Soms onderschept ze een opvallende tweet in de berichtenstroom die ze frequent doorleest. ‘Een jongen twitterde dat hij van plan was homo’s klappen te geven in Amsterdam-Oost. Ik informeerde meteen mijn collega’s op het wijkteambureau.’ Ze legde de timeline (de berichtenreeks) van de twitteraar vast. ‘De jongen twitterde ook hoe hij naar school ging en welke lessen hij volgde. We namen contact op met de conciërge en die herkende de jongen. In no time stonden wij aan zijn deur. Door Twitter kan er veel sneller ingegrepen worden.’ worden.’ Ooievaartje staat voor Den Haag, drie sterretjes betekent Amsterdam. Na twee jaar twitteren is buurtregisseur Desiree Geritz goed ingevoerd in het jargon van jongeren op Twitter. Ze is op de hoogte van de onderlinge afspraakjes en kent hun dagelijkse bezigheden, simpelweg door een blik op hun account te werpen. Naam en foto van de jongens en meisjes staan erbij. ‘Jongeren hebben vaak helemaal niet door dat hun berichten openbaar zijn en door iedereen kunnen worden gelezen. Wanneer ze melden dat ze om vier uur ’s middags gaan voetballen op een pleintje, zie ik meteen met wie ze afspreken en waar ze te vinden zijn’, zegt Geritz. ‘En ze beseffen vaak niet dat hun tweets voor altijd op internet blijven staan. Dat zeg ik wel eens tegen ze, want ze schelden er net zo goed op.’ Korte lijntjes Sinds Geritz als buurtregisseur in Amsterdam twittert, heeft ze andere buurtregisseurs uit de stad, de hulpverlening en het stadsdeel toegevoegd aan haar twitterlijst, net als vijfhonderd buurtbewoners. De lijntjes zijn dankzij de sociale netwerksite een stuk korter en het contact intensiever. ‘Ik zie Twitter als een goede manier om de relatie met de buurt te verstevigen. Door persoonlijk contact te koppelen aan Twitter, weet je beter wat er speelt in de wijk.’ ‘Door Twitter kan er sneller ingegrepen worden’ Tips voor beginnende twittercops 1 Ga niet onvoorbereid en zonder doel twitteren. 2 Meld je als follower bij jongeren waar je contact mee wilt houden. 3 Zet Twitter positief in, met in je achterhoofd dat alles openbaar is. 4 Twitter zelf actief: retweet (= stuur door) berichten van anderen en meng je in discussies. 5 Hou je timeline bij en reageer. 6 Stel vragen (#durftevragen) als je wilt weten hoe iets zit. 7 Gebruik af en toe humor! 8 Iedereen laat online sporen achter, dus ook de politie. Daarom niet zomaar vanuit bureau of thuis-pc gaan zoeken! 9 Zorg dat er onder ‘Settings’ géén vinkje staat bij ‘Add a location to your tweets’, anderen kunnen precies zien waar je bent. 10 Niet alles mag, ook al lijkt informatie op het internet openbaar. Vanuit een politieaccount heb je te maken met de WPG en privacywetgeving. Buurtregisseur Desiree Geritz: ‘Ik weet beter wat er speelt in de wijk’ 32 33
  18. 18. Meer weten of heb je een idee om met het thema aan de slag te gaan?! Neem contact met de regionaal jeugdcoördinator om te horen wat er bij jou in de regio allemaal al op poten is gezet of wat je gezamenlijk kunt doen. En check die handige websites op de achterkant! Er is al veel informatie beschikbaar: Handreiking ‘Alledaags politiewerk in een gedigitaliseerde wereld’ Overzicht van 28 delicten met een digitale component en handvatten hoe ermee om te gaan. (PKN: Kennis/Criminaliteit/cybertoolkit) Toolbox Digikids Actuele informatie over ‘Jeugd en Internet’ met casuïstiek die inzoomt op online slachtoffer- en daderschap en de rol van de politie. (PKN: Kennis/Jeugdtaak/Toolbox Digikids) E-learning Intake Cybercrime Interactieve online cursus over het opnemen van aangiftes met digitale component. Bekijk de introductie via de cybertoolkit op PKN (Kennis/Criminaliteit/cybertoolkit) of neem contact op met: cybercrime@pac-politie.nl. Gebruik Open Bronnen via Internet Informatie over het project GOBI dat het gebruik van open bronnen stimuleert en kennis over veilig gebruik van internet bevordert. Meer info: cybercrime@pac-politie.nl. Powerpoint voor schoolbezoek Kant en klare presentatie met speakernotes per dia, waarmee je met middelbare scholieren het gesprek aan kunt gaan over online risico’s. Download hem van PKN (Kennis/Jeugdtaak/Toolbox Digikids) Twitter is een krachtig medium dat vóór je kan werken, maar ook tegen je. Alles wat je online laat zien en deelt, draagt bij aan het beeld dat mensen van jou en de politie hebben. Projectcoördinator Grootenboer vertelt hoe je online professionaliteit en betrouwbaarheid uitstraalt. Grootenboer was jarenlang wijkagent en gebruikte sociale media om de relatie met jongeren en buurtbewoners te verstevigen. Hij wees jongeren op interessante sites en ging via #durftevragen en #durftemelden het gesprek aan. Bijvoorbeeld door een probleem in de wijk voor te leggen of een in de wijk gemaakte foto te delen. Hij ontdekte dat oplossingen soms uit onverwachte hoek komen. En dat sociale media goed zijn voor het op straat gelegde contact. Als projectcoördinator Sociale Media Rotterdam- Rijnmond maakt Grootenboer nu collega’s bekend met alle mogelijkheden van Twitter. In de opleiding die hij geeft, is ruime aandacht voor bewustwording van het bereik en de zichtbaarheid van online communicatie. Een enkele tweet kan immers grote gevolgen hebben. Grootenboer legt de link naar de bekende praktijk. ‘Elke agent weet beroepsmatig goed wat er in het openbaar wel of niet gezegd mag worden. Je deelt niet je politieke voorkeur of mediagevoelige informatie. Voordat je de straat op gaat, check je of je uniform in orde is. Je maakt daarmee duidelijk aan burgers wie je bent en waar je voor staat. Met gedrag geef je dit verder invulling. Voor alles wat je op het internet doet, geldt dit ook. Die publieke taak heb je online nog steeds. Zie daarom jouw account als een digitaal uniform en sta stil bij hoe je jezelf presenteert: Straalt het professionaliteit en betrouwbaarheid uit?’ Belangrijk voor je digitale uniform is de keuze van een profielfoto. Grootenboer adviseert om een duidelijke foto van jezelf in functie te gebruiken. ‘Twitter zelf is een afstandelijk medium, maar het contact dat je hebt met burgers is juist heel persoonlijk. Mensen gaan geen relatie aan met een politielogo, maar met de persoon die erachter zit. Daarnaast is de inhoud van tweets natuurlijk heel belangrijk. Denk goed na over wat je communiceert en wat de toon is. Blijf zakelijk en reageer niet vanuit emotie. Je moet van elke tweet kunnen uitleggen in welke context deze is geschreven. Want niet alleen de buurt leest mee, ook de pers houdt je tweets in de gaten.’ Projectcoördinator Arnoud Grootenboer: ‘Twitteraccount is een digitaal uniform’ Professionaliteit uitstralen 1 Laat jezelf als politie zien op de profielfoto. 2 Gebruik landelijke huisstijl in de achtergrond. 3 Vermeld in je bio wie je bent en wat je doet. 4 Geen persoonlijke gegevens in tweets. Wees betrokken maar met gepaste afstand. 5 Bedenk van te voren wat je wilt zenden. 6 Laat je niet verleiden tot het voeren van een eindeloze discussie. 7 Reageer niet vanuit emotie op vervelende tweets. 8 Wat je op straat niet doet, doe je op internet ook niet! 9 Je bent en blijft politie: jongeren verwachten autoriteit en betrouwbaarheid, geen populair gedrag. 10 Hoe zit het met jouw privé- accounts? Alles op slot? Geen foto’s die je in verlegenheid kunnen brengen? Of informatie die je liever privé wilt houden? Je moet er niet aan denken dat deze gelinkt kunnen worden aan jouw politieprofiel. 3534
  19. 19. #online Politie, Jeugd Internet is een uitgave van de expertgroep Digikids van de politie, in samenwerking met stichting Mijn Kind Online en mogelijk gemaakt door Digivaardig Digibewust en het Programma Aanpak Cybercrime van de politie. Coördinatie: Martine Borgdorff Solange Jacobsen Teksten: Mijn Kind Online en expertgroep Digikids (Frank Gouwenberg, Solange Jacobsen, Boudewijn Mayeur, Dineke Mekel, Bram van Moolenbroek, Manuel Mulder, Nicole Tillie, Sietske Tolsma). Vormgeving: De Ruimte Ontwerpers Copyright: Politie, Apeldoorn, september 2012. Expertgroep Digikids werkt in opdracht van de Raad van Korpschefs en opereert onder de Strategische Beleidsgroep Jeugd (SBG) en het landelijk programma ‘Politiële Jeugdtaak’. Zij geven met diverse activiteiten invulling aan de vraag hoe de politie beter kan omgaan met de effecten van (social) mediagebruik door jongeren. Meer informatie: PolitieKennisNet /Kennis/Jeugdtaak PAC Het Programma Aanpak Cybercrime van de Raad van Korpschefs geeft uitvoering aan de integrale aanpak van cybercrime en zet in op innovatie. Innovatie betekent buiten de kaders treden. Niet ‘meer van hetzelfde’ maar ‘nieuw en anders’. Het PAC stimuleert de ontwikkeling en verspreiding van nieuwe kennis over cybercrime, nieuwe tools en nieuwe werkwijzen bij de politie. Stichting Mijn Kind Online is een onafhankelijk expertisecentrum jeugd en media. De belangrijkste missie van Mijn Kind Online is het helpen van ouders, scholen en professionele opvoeders bij de internetopvoeding. Speerpunt van Mijn Kind Online is kwaliteit van digitale media voor kinderen. www.mijnkindonline.nl Digivaardig Digibewust is een programma van overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. info@digivaardigdigibewust.nl www.mijndigitalewereld.nl www.internetsporen.nl www.iusmentis.com (internetrecht) www.hetccv.nl (dossier loverboys) www.kinderconsument.nl www.laatjeniethacken.nl www.mediaenmaatschappij.nl www.mediacoachinbeeld.nl www.mediaopvoeding.nl www.mijndigitalewereld.nl www.mijnkindonline.nl www.nederlandveilig.nl/veiliginternetten www.newkidsontheweb.nl www.ouders.nl www.surfsafe.nl www.waarschuwingsdienst.nl www.watchyourspace.nl www.weetwatzegamen.nl Handige websites Co-funded by the European Union

×