Your SlideShare is downloading. ×
Vrijhandels Optiek Wk 46 09
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×

Introducing the official SlideShare app

Stunning, full-screen experience for iPhone and Android

Text the download link to your phone

Standard text messaging rates apply

Vrijhandels Optiek Wk 46 09

463
views

Published on

Voorbeeld Vrijhandelsoptiek

Voorbeeld Vrijhandelsoptiek

Published in: Technology, Business

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
463
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1
Actions
Shares
0
Downloads
0
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide

Transcript

  • 1. VRIJHANDELSOPTIEK Vijfde Jaargang | Week 46 2009 | 09-11-2009 | Pagina 1 om de betreffende rapporten aan een analyse te Felle lobby voor duurzaamheid grenst aan misleiding onderwerpen. Het dilemma tussen energiebesparing en duurzame Het dilemma tussen energiebesparing en duurzame opwek opwek 350 g/kWh norm staat haaks op de behoefte aan In de media heeft vooral het persbericht van Stichting flexibel vermogen Natuur en Milieu (SNM) behorend bij het rapport “Duurzame elektriciteitsmarkt?” van CE Delft veel De merit order: een momentopname aandacht gekregen. Met pakkende titels als “kolen, kolen en nog eens kolen” zijn windenergie en biomassa Uit bedrijf name nauwelijks relevant vakkundig als underdog gepositioneerd. Dit zal er ongetwijfeld toe hebben bijgedragen dat er in de De werkelijke uitdaging: potentieel aan Tweede Kamer voldoende draagvlak was om de motie opregelvermogen van Groen Links voor een CO2 norm voor nieuwe centrales aan te nemen. De motie om een maximum Het belang van uitwisselbaarheid CO2 norm van 350 g/kWh op te leggen, lijkt op het persbericht van SNM gebaseerd te zijn. Waarschijnlijk ontbreken kritische beschouwingen omdat de boodschap van CE politiek correct is en past in de Nederlandse traditie om elektriciteitsproducenten te brandmerken als viespeuken. De tegenspraak van de Felle lobby voor duurzaamheid grenst aan eigen conclusie ligt echter al besloten in het persbericht misleiding van SNM. Daarin wordt namelijk gesteld dat elektriciteitsproducenten die investeren in duurzame In de afgelopen weken zijn diverse rapporten opwek snijden in eigen vlees. Minimaal had daaraan de verschenen waarin wordt geclaimd dat de nieuwbouw vraag gekoppeld moeten worden waarom er dan van gas- en kolencentrales ten koste gaat van de überhaupt overcapaciteit kan ontstaan. Ongeacht de kabinetsdoelstelling om in 2020 20% duurzame energie aard van opwek, betekent nieuwbouw namelijk altijd dat te realiseren. Het betreffen onder andere de rapporten er elders kapitaal wordt vernietigd. Als gevestigde 1 2 3 opgesteld door Ecofys , CE Delft en EDN . Inhoudelijk producenten om die reden geen belang hebben bij laten deze rapporten helaas nogal te wensen over. Dat investeren in duurzame opwek, dan hebben ze ook geen is storend omdat er sprake lijkt te zijn van een goed belang bij investeren in centrales die draaien op fossiele gecoördineerde campagne tegen nieuwbouw van gas- brandstof. Het onderzoek van CE is echter uitgevoerd en kolencentrales. Ernstiger nog is dat de Tweede juist omdat grootschalig wordt geïnvesteerd in nieuwe Kamer helemaal in de campagne lijkt mee te gaan. Zelfs centrales. CE had dus minimaal moeten onderzoeken EZ heeft aangegeven de rapporten serieus te nemen4. waarom de hausse aan nieuwbouw optreedt en hoe een Voor de Vrijhandelsoptiek zijn dat voldoende redenen soortgelijke hausse voor duurzame opwek gecreëerd kan worden. 1 Opdrachtgever is Milieudefensie; zie: Opvallend is dat CE weinig aandacht besteedt aan het http://www.milieudefensie.nl/klimaat/publicaties/onderzoek-ecofys- biomassa bijstook potentieel van kolencentrales. sde/attachment 2 Volgens het duurzaamheidsrapport van het CBS is in Opdrachtgever is natuur en Milieu, zie: http://www.ce.nl/index.php?go=home.showPublicatie&id=978 2008 met kolencentrales 2,3 TWh aan duurzame 3 Zie: elektriciteit geproduceerd. Dat is 25% van alle in http://www.energiedialoog.nl/index.php?option=com_docman&task=cat Nederland geproduceerde duurzame elektriciteit. De _view&gid=46&Itemid=60 nieuwe elektriciteitscentrales zullen waarschijnlijk nog 4 Op 28 oktober heeft EZ de Tweede Kamer geïnformeerd over het meer aan het potentieel van duurzame opwek bijdragen kabinetsbeleid ten aanzien van kolencentrales. In die brief herhaalt EZ dat momenteel de interactie tussen duurzame en fossiele elektriciteit dan de bestaande centrales. wordt bestudeerd. In het voorjaar van 2010 zal EZ de visie op dit onderwerp bekend maken, alsmede de beleidsimplicaties daarvan. Bij De grootste tekortkoming van het CE rapport is dat de het formuleren van visie en beleidsimplicaties zal EZ de inbreng vanuit vraagstelling uitsluitend wordt toegespitst op duurzame de energiesector en maatschappelijke organisaties betrekken. Met name wijst EZ daarbij op bijdragen van het Regieorgaan energie. Daarmee ontwijken CE en opdrachtgever SNM Energietransitie, de Energie Dialoog Nederland en de Stichting Natuur het belangrijke dilemma tussen stimuleren van de & Milieu. Alle rechten voorbehouden. © 2009 SLEA BV. Het auteursrecht van deze uitgave berust bij SLEA. Informatie: info@slea.nl; www.slea.nl; tel 033-4690435 Deze publicatie wordt mede mogelijk gemaakt door VOEG. De inhoud hoeft echter niet over een te stemmen met de standpunten van VOEG en/of individuele leden van VOEG. SLEA BV besteedt uiterste zorg aan de betrouwbaarheid en actualiteit van de gegevens in deze publicatie. Onjuistheden kunnen echter voorkomen. SLEA BV noch VOEG kunnen op de inhoud van de publicatie worden aangesproken. Verspreiding of doorgeleiding van deze informatie op welke manier dan ook is verboden.
  • 2. VRIJHANDELSOPTIEK Vijfde Jaargang | Week 46 2009 | 09-11-2009 | Pagina 2 ontwikkeling van duurzame opwek in de toekomst, het ontwerp van elektriciteitscentrales op aan. Op- en versus realiseren van energiebesparing met welhaast afregelen en meer nog, stoppen en starten van centrales onmiddellijke ingang. Tussen 2008 en 2015 wordt in kost meer energie dan stabiel op vollast draaien. Een totaal voor ruim 4000 MW zeer efficiënte gascentrales in hoger energieverbruik bij regelend bedrijf betekent ook bedrijf genomen. Met conversierendementen van meer CO2 uitstoot per opgewekte kWh elektriciteit dan ongeveer 58% wordt daarmee een enorme mogelijk is bij vollast bedrijf. energiebesparing gerealiseerd, uitgaande van het verdringen van oude gascentrales met rendementen van Bij 58% conversierendement blijft een gascentrale net ongeveer 41%. Bij een bedrijfstijd van 7600 uur per jaar, beneden 350 g CO2 per kWh. Afhankelijk van betekent deze verdringing een besparing van bijna 4,4 omstandigheden en ontwerp kan de CO2 uitstoot bij miljoen ton CO2 per jaar. Dat is bijna 6% van de totale draaien op minimumlast oplopen tot ruim 450 g/kWh. jaarhoeveelheid emissierechten die aan de Nederlandse Een grote hoeveelheid duurzame opwek maakt het industrie zijn toegewezen onder het systeem van echter juist noodzakelijk dat conventionele centrales in verhandelbare emissierechten. staat zijn om tot minimumlast te kunnen en mogen afregelen. Daarom is het juist in het belang van de Afwijzen van nieuwbouw betekent het missen van de op inpasbaarheid van duurzame opwek dat conventionele korte termijn te realiseren energiebesparing. Dat centrales wordt toegestaan om hogere CO2 uitstoot per betekent ook dat de lat van 20% duurzaam hoger komt kWh te veroorzaken dan de norm waartoe Groen Links te liggen. Het totale energiegebruik is namelijk zonder oproept. Als de regering opvolging geeft aan de motie nieuwbouw van centrales hoger en dus is meer van Groen Links, dan dient overschrijding van de 350 duurzame opwek nodig om de 20% van het totaal te g/kWh norm dus mogelijk te blijven. Bij strikte toepassing kunnen halen. In werkelijk ligt de lat echter nog hoger van de uitstootnorm wordt vooral de mogelijkheid dan 20%. Het kost namelijk veel meer tijd om voldoende beperkt om windenergie toe te passen. duurzame opwek te realiseren dan dat het kost om hoogrenderende centrales op fossiele brandstof te realiseren. Afblazen van nieuwbouw om daarmee een extra stimulans te generen voor versnelde realisatie van De merit order: een momentopname duurzame opwek, betekent dus dat in de tussentijd in principe vermijdbare CO2 uitstoot plaats vindt. Ook al Een gebruikelijke wijze om de rangorde van elektriciteits- kijken beleidsmakers en onderzoekers vooral naar het centrales weer te geven is via de zogenaamde merit realiseren van doelstellingen in de toekomst, de order. Daarbij worden centrales gerangschikt volgens broeikaseffect veroorzakende CO2 in de atmosfeer heeft oplopende marginale kosten. De navolgende figuur daar geen boodschap aan. Niet de toekomstige uitstoot illustreert zo een rangschikking. Daarbij zijn de beste veroorzaakt het probleem maar de uitstoot die reeds schattingen gebruikt van de nominale vermogens en heeft plaatsgevonden. In dat opzicht is het advies van vollast conversierendementen van opgestelde of in CE slecht voor het milieu. aanbouw zijnde Nederlandse centrales5. Het beeld dat daardoor ontstaat geeft een beperkt inzicht in de te verwachten minimale termijnprijzen. 350 g/kWh norm staat haaks op de behoefte aan flexibel vermogen In de rapporten wordt onderkend dat een toenemend aandeel duurzame energie zorgt voor een toenemende behoefte aan flexibiliteit in het conventionele deel van het elektriciteitspark. Deze behoefte ontstaat enerzijds doordat vooral windenergie slechts beperkt regelbaar is. Anderzijds wordt de behoefte aan flexibiliteit veroorzaakt doordat de nadruk bij duurzame opwek volledig op de kwantiteit is gericht. De kwaliteit van de duurzame opwek speelt geen enkele rol. Daardoor wordt de verantwoordelijkheid voor de leveringszekerheid 5 afgeschoven op de conventionele opwek. Wind is voor 1/3e van de nominale capaciteit in de grafiek opgenomen tegen marginale kosten nul EUR/MWh. In werkelijkheid geldt echter voor gesubsidieerde windmolens marginale kosten tot MIN 96 Elektriciteitsproducenten onderkennen het economische EUR/MWh. In 2010 is 1750 MW nieuw efficiënt gas verondersteld. Ten belang van flexibiliteit en passen daar zoveel mogelijk opzichte van 2008 is het productiepark in 2015 uitgebreid met 4600 MW nieuw steenkool en 4400 nieuwe STEG eenheden. Alle rechten voorbehouden. © 2009 SLEA BV. Het auteursrecht van deze uitgave berust bij SLEA. Informatie: info@slea.nl; www.slea.nl; tel 033-4690435 Deze publicatie wordt mede mogelijk gemaakt door VOEG. De inhoud hoeft echter niet over een te stemmen met de standpunten van VOEG en/of individuele leden van VOEG. SLEA BV besteedt uiterste zorg aan de betrouwbaarheid en actualiteit van de gegevens in deze publicatie. Onjuistheden kunnen echter voorkomen. SLEA BV noch VOEG kunnen op de inhoud van de publicatie worden aangesproken. Verspreiding of doorgeleiding van deze informatie op welke manier dan ook is verboden.
  • 3. VRIJHANDELSOPTIEK Vijfde Jaargang | Week 46 2009 | 09-11-2009 | Pagina 3 Illustratie Merit Order Marginale kosten van productiecapaciteit in Nederland gas turbines 80 2010 oud gas 2015 70 efficient gas 60 kolen 50 EUR/MWh 40 Export Import wind 2015 vraag 30 NL productie biomassa 2010 vraag en AVIs overdag NL productie 20 overdag NL consumptie 10 0 10 12 15 17 20 22 0 25 50 75 00 50 00 50 00 50 00 00 00 0 0 0 0 0 0 MW Figuur 1: merit order NL productie; bron: marktanalyse SLEA Aan de merit order liggen tal van aannames ten In een ideale markt en bij volledige beschikbaarheid van grondslag. Tot de belangrijkste aannames behoren de de centrales hoort de marktprijs dicht bij het snijpunt van prijzen van steenkool, aardgas en CO2 emissierechten. vraag en aanbod te liggen. Ter illustratie zijn daartoe In combinatie met de conversierendementen vormen twee situaties in de grafiek ingetekend: de vraag naar brandstofkosten en emissierechten de belangrijkste Nederlandse productie in 2010 in daguren waarbij wordt kostenposten. In de illustratie is gewerkt met 11 verondersteld dat ongeveer 3000 MW wordt 6 EUR/MWh als marginale kosten ’ voor steenkool en 19 geïmporteerd en de vraag naar Nederlandse productie in EUR/MWh voor aardgas. Voor 2015 zijn deze prijzen 2015 waarbij ongeveer 5000 MW wordt geëxporteerd. gesteld op 16 EUR/MWh voor steenkool en 29 Dit op grond van de algemene verwachting dat EUR/MWh voor aardgas. Deze bedragen zijn globaal Nederland op termijn een netto exporteur van elektriciteit afgeleid van de forwardprijzen van dit moment. zal worden. Verder is in de illustratie wind voor 1/3e van de nominale capaciteit opgenomen tegen marginale Het inzicht dat aan een merit order kan worden ontleend kosten nul EUR/MWh7. In 2010 is 1750 MW nieuw is beperkt omdat de werkelijke inzet van centrales een efficiënt gas verondersteld. Ten opzichte van 2008 is het dynamisch proces is. Zo zijn de meeste centrales productiepark in 2015 uitgebreid met 4600 MW nieuw minimaal 8 tot 16% van de tijd niet beschikbaar. Ook steenkool en 4400 nieuwe STEG eenheden. kunnen weersomstandigheden of technische storingen er toe leiden dat minder vermogen beschikbaar is dan De getoonde merit order is slechts een momentopname. het zogenaamde nominale vermogen en/of dat de Bijna alle factoren zijn dynamisch. Deze dynamiek conversierendementen lager uitvallen. Dat betekent dat neemt toe naarmate het moment van leveren dichterbij de werkelijke merit order steiler oplopende marginale komt. Uiteindelijk wordt de werkelijke productie kosten vertoont dan de geïllustreerde merit order. geoptimaliseerd tegen de korte termijnprijzen. Daarbij 6 7 Hiermee wordt bedoeld de korte termijn vermijdbare kosten aan In werkelijkheid geldt echter voor gesubsidieerde windmolens brandstof, CO2 emissie en bediening/onderhoud en hulpstoffen. marginale kosten tot MIN 96 EUR/MWh. Alle rechten voorbehouden. © 2009 SLEA BV. Het auteursrecht van deze uitgave berust bij SLEA. Informatie: info@slea.nl; www.slea.nl; tel 033-4690435 Deze publicatie wordt mede mogelijk gemaakt door VOEG. De inhoud hoeft echter niet over een te stemmen met de standpunten van VOEG en/of individuele leden van VOEG. SLEA BV besteedt uiterste zorg aan de betrouwbaarheid en actualiteit van de gegevens in deze publicatie. Onjuistheden kunnen echter voorkomen. SLEA BV noch VOEG kunnen op de inhoud van de publicatie worden aangesproken. Verspreiding of doorgeleiding van deze informatie op welke manier dan ook is verboden.
  • 4. VRIJHANDELSOPTIEK Vijfde Jaargang | Week 46 2009 | 09-11-2009 | Pagina 4 spelen naast beschikbaarheid van centrales en inzetverplichtingen uit hoofde van warmteleveringen, ook Als transporteur vraagt TenneT terecht aandacht voor de draaisituatie in de afgelopen uren en dagen een rol, deze kwestie. TenneT is namelijk verantwoordelijk voor alsmede de te verwachten productie in de komende uren de interconnectoren en kan verwachten op een en dagen. Kortstondig kunnen marktprijzen daardoor eventueel tekort te zullen worden aangesproken. In het aanzienlijk lager uitvallen dan op grond van de merit EDN rapport wordt de zorg van TenneT aangevoerd als order analyse kan worden verwacht. Daar staat argument voor de veronderstelling dat de overcapaciteit tegenover dat producenten verliezen tijdens daluren zal leiden tot lage prijzen. Zoals blijkt uit de conclusies in zullen trachten te verhalen op de piekuren. het vorige artikel, gaat dat argument niet op. De uitkomst van de merit order analyse hangt verder TenneT beroept zich op de opgave over buiten bedrijf sterk af van aannames ten aanzien van windenergie en stelling van producenten. Deze opgave is waarschijnlijk inzet van cross border capaciteit. Bij hoge beschik- zeer conservatief. Zolang niet absoluut zeker is dat baarheid van windenergie schuiven de curves enkele ‘overcapaciteit’ zal ontstaan, is er geen noodzaak tot duizenden MW naar rechts, bij lage beschikbaarheid vroegtijdige aankondiging van sluiting. Open houden van zo’n 1000 MW naar links. De invloed van wind wordt nog oude centrales kan misschien het sluiten van centrales overtroffen door de invloed van import en/of export, zij van de concurrent bevorderen. Uiteindelijk zullen het dat de richting van cross border prijsgedreven wordt producenten een economische afweging maken en bepaald en niet alle interconnectoren dezelfde richting centrales sluiten zodra met grote mate van waar- op hoeven te staan. schijnlijkheid de te verwachten inkomsten lager zullen uitvallen dan de te verwachten kosten. Uit de illustratie kan worden afgeleid dat de vrees voor prijsdaling onterecht is. Alleen al vanwege de stijging van brandstofprijzen op de groothandelsmarkt liggen naar verwachting de prijzen in 2015 aanmerkelijk hoger De werkelijke uitdaging: potentieel aan dan in 2010. Die prijsstijging treedt zelfs op als de vraag opregelvermogen naar in Nederland opgewekte elektriciteit gelijk blijft. De algemene verwachting is echter dat Nederland van netto Het gegeven dat duurzame opwek en fossiele elkaar in importeur zal veranderen in netto exporteur. In dat geval toenemende mate in de weg zitten, wordt vaak liggen de elektriciteitsprijzen in 2015 nog hoger dan als geïllustreerd met belastingduurkrommes op jaarbasis. Nederland elektriciteit blijft importeren. Door de vraagcurve in aflopende volgorde te ordenen over 8760 uur worden dal uren met daluren vergeleken De merit order toont eveneens dat de vrees voor en kan gemakkelijk worden aangetoond dat de vraag in dumping nergens op stoelt. Het is volstrekt gebruikelijk 8 de nacht te laag is om 10.000 MW windenergie te dat er rechts van de ingetekende vraag nog centrales kunnen verwerken, laat staan de overige gesubsidieerde beschikbaar zijn. De beheerders van deze centrales duurzame opwek, alsmede ‘must run’ centrales, hebben echter geen belang bij verkopen tegen bijvoorbeeld voor stadsverwarming. dumpprijzen omdat hun marginale kosten in het algemeen (fors) hoger liggen dan de marktprijs. Deze Het werken met belastingduurkrommes zoals EDN centrales worden alleen ingezet bij extreem hoge vraag doet9, is een riskante vereenvoudiging van de echte of als veel goedkope centrales niet beschikbaar zijn. uitdaging in productie van elektriciteit. Het zogenaamde ‘minimum load probleem’ bestaat er niet zo zeer uit dat de vraag te laag is om het aanbod te verwerken, maar dat het moeilijk is om voldoende centrales in bedrijf te Uit bedrijf name nauwelijks relevant houden die tussen 7 en 9 uur in staat zijn op te regelen om de stijgende vraag te kunnen bijbenen. Dit wordt In de rapporten wordt er een punt van gemaakt dat geïllustreerd in de onderstaande grafiek. slechts een geringe hoeveelheid centrales buiten bedrijf worden gesteld. Daarbij wordt verwezen naar het rapport van TenneT over leveringszekerheid. Producenten hebben aan TenneT opgegeven tot 2016 2300 MW buiten bedrijf te stellen. In combinatie met de nieuwbouw en beschikbare interconnectoren, constateert TenneT dat er sprake kan zijn van werkelijke overcapaciteit. Het opgestelde vermogen kan namelijk hoger uitvallen dan 8 het totaal aan binnenlandse vraag en mogelijke export. Zie EDN rapport pagina 13 9 Zie EDN rapport pagina 13; CE rapport pagina 30 Alle rechten voorbehouden. © 2009 SLEA BV. Het auteursrecht van deze uitgave berust bij SLEA. Informatie: info@slea.nl; www.slea.nl; tel 033-4690435 Deze publicatie wordt mede mogelijk gemaakt door VOEG. De inhoud hoeft echter niet over een te stemmen met de standpunten van VOEG en/of individuele leden van VOEG. SLEA BV besteedt uiterste zorg aan de betrouwbaarheid en actualiteit van de gegevens in deze publicatie. Onjuistheden kunnen echter voorkomen. SLEA BV noch VOEG kunnen op de inhoud van de publicatie worden aangesproken. Verspreiding of doorgeleiding van deze informatie op welke manier dan ook is verboden.
  • 5. VRIJHANDELSOPTIEK Vijfde Jaargang | Week 46 2009 | 09-11-2009 | Pagina 5 hard waait en er grote hoeveelheden windelektriciteit op Consumptie per uur in MW het net komt, zijn negatieve stroomprijzen te d.d. 2 nov 09 18,000 verwachten: wie dan stroom afneemt krijgt geld toe, omdat het voor een conventionele producent soms 16,000 goedkoper kan zijn een centrale te laten doordraaien en 14,000 toename in twee uur tijd: de stroom tegen negatieve prijzen af te zetten dan terug 12,000 te regelen en weer opnieuw te starten. <unquote> In het 3600 MW oftewel bijna 40% 10,000 licht van de vraagstijging in de ochtend, grenst het 8,000 gebruik van het woord omdat aan misleiding. Het kan 6,000 heel wel zijn dat negatieve prijzen moeten worden 4,000 geaccepteerd omdat dat de enige mogelijkheid is om in 2,000 de ochtend in staat te zijn om te kunnen opregelen. Dat zal in het algemeen echter alleen gebeuren als de 0 prijzen overdag voldoende hoog zijn om de verliezen ’s 11 13 15 17 19 21 23 1 3 5 7 9 nachts goed te maken. De afweging doordraaien of Figuur 2: uurconsumptie op dagbasis; bron: TenneT10, analyse SLEA stoppen en opnieuw starten maken elektriciteitsproducenten overigens ook als de uurprijzen De figuur bevat een schatting van de consumptie in nog steeds positief zijn maar wel beneden de marginale Nederland op basis van gegevens van TenneT. Van uur kosten komen. 6 naar uur 7 stijgt de vraag met bijna 20% en in uur 8 komt daar nog eens bijna 20% bij. In totaal is er bijna Het verwijt dat EDN maakt aan het adres van 3600 MW extra vermogen nodig in slechts 2 uur tijd. Een elektriciteitsproducenten die hard geld verliezen op deel van die extra vraag, kan worden gedekt door snel doordraaien bij negatieve prijzen, toont de eenzijdigheid startende eenheden, zoals gasmotoren. Een belangrijk van de benadering van EDN. Tekenend is de deel van de stijgende vraag moet echter geleverd afwezigheid van de vraag waarom windenergie wordt worden met eenheden die reeds operationeel zijn. geproduceerd als prijzen negatief zijn. Waarom een Naarmate er meer niet regelbare productie ’s nachts in product produceren waar geld op toegelegd moet bedrijf is, wordt het des te moeilijker om voldoende worden om er weer vanaf te komen? Het antwoord is opregelbare eenheden in bedrijf te houden. natuurlijk omdat de overheid subsidie verstrekt ook op de momenten dat de productie ongelegen komt. Het had Rekenvoorbeeld 11 EDN gesierd als ze juist een lans hadden gebroken voor Als de helft van de vraagstijging met snel startende een verstandigere inzet van het geld van de eenheden kan worden geleverd, dan moeten draaiende belastingbetalers. eenheden 20% kunnen opregelen. Als de helft van de draaiende eenheden niet regelbaar is, dan moeten de wel regelbare eenheden 40% kunnen opregelen. Als 2/3 Het belang van uitwisselbaarheid niet regelbaar is, dan moeten de regelbare eenheden 60% kunnen opregelen. Als de niet regelbare eenheden EDN maakt een weinig gepaste grap over de tussen 6 en 8 uur ‘s ochtends een verhoogde kans ‘overcapaciteit’ door te suggereren dat elektriciteits- hebben op een lagere productie, bijvoorbeeld door producenten veel moeite zullen doen om hun elektriciteit afname van windsterkte, dan is extra reserve nodig om alsnog te slijten: “bij een jaarcontract elektriciteit naar naast vraagstijging ook de afname van windenergie te keuze een jacuzzi, een waterbed of een elektrische kunnen opvangen. Als alle vraag ’s nachts door niet terrasverwarmer cadeau”. Op de eerste plaats negeert regelbare bronnen wordt geleverd, dan zal de EDN hiermee het feit dat individuele producenten en vraagstijging volledig door snel startende eenheden leveranciers weinig boodschap hebben aan het absolute moeten worden opgevangen. niveau van de prijzen maar vooral gericht zijn op de marge. Op de tweede plaats leidt EDN met de grap af EDN uit het volgende verwijt aan het adres van van een mogelijke oplossing voor overschotten aan elektriciteitsproducenten: <quote> Op momenten dat het windenergie tijdens nachten en weekenden met veel wind. Er is namelijk een wereld te winnen als ten tijde van extreem lage elektriciteitsprijzen aardgas 10 TenneT publiceert uurwaardes gebaseerd op ongeveer 75% van het toepassingen (bijvoorbeeld CV-ketels en stoomketels) opgesteld vermogen. In de grafiek zijn de TenneT waardes derhalve tijdelijk worden uitgewisseld voor toepassingen van verhoogd met 33%. Op kwartierbasis kan de stijging nog steiler zijn maar die gegevens zijn bij SLEA niet bekend. elektriciteit. 11 Cross border wordt in het rekenvoorbeeld genegeerd, maar interconnectoren zullen prijsgedreven het probleem versterken of juist verlichten. Alle rechten voorbehouden. © 2009 SLEA BV. Het auteursrecht van deze uitgave berust bij SLEA. Informatie: info@slea.nl; www.slea.nl; tel 033-4690435 Deze publicatie wordt mede mogelijk gemaakt door VOEG. De inhoud hoeft echter niet over een te stemmen met de standpunten van VOEG en/of individuele leden van VOEG. SLEA BV besteedt uiterste zorg aan de betrouwbaarheid en actualiteit van de gegevens in deze publicatie. Onjuistheden kunnen echter voorkomen. SLEA BV noch VOEG kunnen op de inhoud van de publicatie worden aangesproken. Verspreiding of doorgeleiding van deze informatie op welke manier dan ook is verboden.
  • 6. VRIJHANDELSOPTIEK Vijfde Jaargang | Week 46 2009 | 09-11-2009 | Pagina 6 Aardgas kan veel eenvoudiger in de grond worden achtergelaten dan dat windenergie kan worden opgeslagen. Helaas lijken de krachten in de markt die aardgastoepassingen stimuleren momenteel veel sterker te zijn dan de krachten die slimme toepassingen van elektriciteit stimuleren. Een voorbeeld hiervan is de Stichting Slim met Gas. Deze stichting, waarvan het secretariaat wordt gevoerd door CE Delft, promoot onder andere de micro-wkk oftewel HRE. Deze installaties dreigen op termijn echter juist bij te dragen aan overschotten aan elektriciteit tijdens daluren en staan zodoende op gespannen voet met windenergie. Echt slim met gas zou zijn als de HRE zodanig wordt afgesteld dat er geen elektriciteit kan worden geproduceerd in de uren dat de marktprijs van elektriciteit lager is dan de marktprijs van gas (beide op MWh basis). Nog slimmer zou het zijn als op die momenten juist elektriciteit wordt geconsumeerd in plaats van het verbranden van aardgas. In de markt vinden reeds diverse initiatieven plaats om de uitwisselbaarheid van elektriciteit en warmtelevering te vergroten. Fraaie voorbeelden hiervan zijn de samenwerkingsverbanden tussen afvalverbranders en aardgasgestookte (stads)verwarmingsinstallaties. Dit soort initiatieven snijden hout omdat warmtelevering in plaats van elektriciteitsproductie door een AVI zowel bij de AVI als bij de WKC tot een reductie van elektriciteitsproductie kan leiden en tevens aardgas uitspaart. Helaas zijn de rapporten van CE Delft en EDN sterk gericht op aanreiken van sturingsmogelijkheden voor de overheid. Het zou een goede zaak zijn als er meer aandacht zou zijn voor het potentieel aan oplossingen die marktpartijen zelf kunnen oppakken, al dan niet na het wegnemen van barrières door de overheid. European Power & Dutch Gas Indications: Mid Market Closing Prices Gasoil 0.1% LSFO 1.0% APX APX EEX EEX 6 nov IPE Brent FOB Barges FOB Barges EUR / USD Baseload Peakload Baseload Peakload 2009 NWE NWE Power Power Power Power US $ / BBL US $ / MT US $ / MT Euro / MWh Euro / MWh Euro / MWh Euro / MWh Q4-09 76.61 615.16 458.00 1.4866 41.75 54.03 41.75 56.78 Q1-10 78.10 633.68 471.33 1.4863 46.92 61.48 46.92 65.23 Q2-10 79.97 654.02 482.00 1.4855 42.25 54.49 42.00 56.99 Q3-10 81.50 673.22 493.33 1.4844 45.00 59.00 45.00 63.00 Q4-10 82.64 688.33 497.67 1.4832 55.75 74.65 55.00 78.65 Q1-11 83.61 702.51 505.58 1.4824 58.70 81.91 58.50 85.41 Q2-11 84.33 712.45 510.00 1.4816 46.45 60.32 46.25 63.82 Q3-11 84.92 722.25 513.75 1.4808 49.45 66.93 49.25 70.43 Cal-11 84.58 716.46 511.73 1.4812 53.51 72.89 53.31 76.39 Nordpool CO2 NOK / USD API #2 TTF Power Emissions Euro / MWh US $ / MT EUR/MWh Euro / MT Q4-09 Q1-10 38.70 6.844 77.50 13.90 14.11 Q2-10 35.20 6.935 80.65 13.13 Q3-10 35.30 7.007 84.15 13.28 Q4-10 39.30 7.081 87.70 18.70 Q1-11 42.10 7.197 91.55 21.00 Q2-11 37.00 7.318 95.55 18.18 Q3-11 36.00 7.441 99.55 17.93 Cal-11 39.18 7.375 97.50 21.28 DISCLAIMER: De prijsinformatie is beschikbaar gesteld door Morgan Stanley. De informatie vormt in geen enkel opzicht een aanbieding voor koop of verkoop van een of meerdere van de genoemde producten. SLEA BV noch Morgan Stanley kunnen op de inhoud van de publicatie worden aangesproken. Gelieve bij vragen over prijzen en/of producten rechtstreeks contact op te nemen met Morgan Stanley. Contactpersoon is Brieuc Raskin, tel +442076777965, email brieuc.raskin@morganstanley.com Alle rechten voorbehouden. © 2009 SLEA BV. Het auteursrecht van deze uitgave berust bij SLEA. Informatie: info@slea.nl; www.slea.nl; tel 033- 4690435 Deze publicatie wordt mede mogelijk gemaakt door VOEG. De inhoud hoeft echter niet over een te stemmen met de standpunten van VOEG en/of individuele leden van VOEG. SLEA BV besteedt uiterste zorg aan de betrouwbaarheid en actualiteit van de gegevens in deze publicatie. Onjuistheden kunnen echter voorkomen. SLEA BV noch VOEG kunnen op de inhoud van de publicatie worden aangesproken. Verspreiding of doorgeleiding van deze informatie op welke manier dan ook is verboden.
  • 7. VRIJHANDELSOPTIEK Vijfde Jaargang | Week 46 2009 | 09-11-2009 | Pagina 7 Wenst u de Vrijhandelsoptiek elke twee weken te ontvangen? Dat kan dat door een abonnement te nemen: Bestelformulier: Vrijhandelsoptiek ___________________________________________________________________ Hierbij abonneer ik mij, met onmiddellijke ingang en tot wederopzegging, op de tweewekelijkse publicatie Vrijhandelsoptiek. Ik/wij zullen de publicatie per e-mail ontvangen. Het verschuldigde bedrag zal ik voldoen na ontvangst van de factuur. De kosten bedragen per kwartaal: 245 EUR voor de eerste lezer plus 19,75 EUR voor iedere extra lezer. Bij betaling eens per jaar, is het verschuldigde bedrag 950 EUR plus 75 EUR voor iedere extra lezer. Alle genoemde bedragen zijn excl. BTW. Ik accepteer dat SLEA’s Algemene voorwaarden voor levering van publicaties op deze overeenkomst van toepassing zijn. Ik zal de e-mail adressen van de extra lezers actueel houden en doorgeven via info@slea.nl Ik wens eens per jaar/kwartaal te betalen. (doorhalen wat niet van toepassing is.) Aantal lezers: Voornaam of voorletters: Achternaam: Telefoon: E-mail adres: Naam organisatie: Adres: Factuuradres (indien afwijkend): t.a.v.: Handtekening/plaats en dagtekening: Gaarne dit formulier per fax toezenden aan: 033 469 1931 Of gescand naar info@slea.nl Alle rechten voorbehouden. © 2009 SLEA BV. Het auteursrecht van deze uitgave berust bij SLEA. Informatie: info@slea.nl; www.slea.nl; tel 033- 4690435 Deze publicatie wordt mede mogelijk gemaakt door VOEG. De inhoud hoeft echter niet over een te stemmen met de standpunten van VOEG en/of individuele leden van VOEG. SLEA BV besteedt uiterste zorg aan de betrouwbaarheid en actualiteit van de gegevens in deze publicatie. Onjuistheden kunnen echter voorkomen. SLEA BV noch VOEG kunnen op de inhoud van de publicatie worden aangesproken. Verspreiding of doorgeleiding van deze informatie op welke manier dan ook is verboden.