Thema 1: Zintuigen3. Beeldvorming en oog3.1 Het oog3.1.1 Beschermende delen                           1    1. Wenkbrauwen ...
3.1 Het oog3.1.1 Beschermende delen        Naam                   Beschrijving                         functie            ...
3.1 Het oog3.1.1 Beschermende delenExperimentNagaan wat er bij verschillende lichtsterkten met de pupilopening gebeurt.Waa...
3.1 Het oog3.1.1 Beschermende delenOpdracht     Schrijf onder elke foto de juiste pupilopening en lichtsterkte       pupil...
3.1 Het oog3.1.2 Inwendige bouw                       P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
3.1 Het oog3.1.2 Inwendige bouw                                               7. Voorste oogkamer 1                       ...
3.1 Het oog3.1.2 Inwendige bouw                       P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
Opdracht      Benoem de delen van het oog                                                 1. hoornvlies                   ...
3.2 Netvlies, kegeltjes, staafjes en kleurenblindheid                                     pigmentlaag                     ...
3.2 Netvlies, kegeltjes, staafjes en kleurenblindheid                                                        P. Feys - Sin...
3.2 Netvlies, kegeltjes, staafjes en kleurenblindheid                                       netvlies                  staa...
3.2 Netvlies, kegeltjes, staafjes en kleurenblindheidVoorbeelden kleurenblindheidVan waar de naam blinde vlek? Plaats waar...
3.2 Netvlies, kegeltjes, staafjes en kleurenblindheid            Gele vlek                     blinde vlek    Plaats op ne...
3.2 Netvlies, kegeltjes, staafjes en kleurenblindheidExperiment   Linkeroog bedekken, blijf kijken naar rode bol en breng ...
3.3 Beeldvorming bij bolle lenzen  3.3.1 Enkele begrippen  Experiment  Begrippen hoofdbrandpunt en brandpuntsafstand bepal...
3.3 Beeldvorming bij bolle lenzen3.3.2 Hoe lopen de constructiestralen?Experiment    Schematische voorstelling van de stra...
3.3 Beeldvorming bij bolle lenzen3.3.3 Beeldvorming bij bolle lenzenExperiment    Invloed van de voorwerpsafstand en de br...
3.3 Beeldvorming bij bolle lenzen3.3.3 Beeldvorming bij bolle lenzenSituatie 1: | OV| > 2 | OF |             V     2 F1   ...
3.3 Beeldvorming bij bolle lenzen3.3.3 Beeldvorming bij bolle lenzenSituatie 2: | OV| = 2 | OF |                  2 F1    ...
3.3 Beeldvorming bij bolle lenzen3.3.3 Beeldvorming bij bolle lenzenSituatie 3: | OV| < 2 | OF |                  2 F1 V  ...
3.3 Beeldvorming bij bolle lenzen3.3.3 Beeldvorming bij bolle lenzenSituatie 4: | OV| = | OF |                  2 F1      ...
3.3 Beeldvorming bij bolle lenzen3.3.3 Beeldvorming bij bolle lenzenSituatie 5: | OV| < | OF |                  2 F1      ...
3.3 Beeldvorming bij bolle lenzen                                    P. Feys - Sint – Jorisschool Menen  Lenzen en spiegels
3.3 Beeldvorming bij bolle lenzen3.3.3 Beeldvorming bij bolle lenzenBesluit    Voorwerps-                     Aard beeld  ...
3.3 Beeldvorming bij bolle lenzen3.3.3 Beeldvorming bij bolle lenzenBesluit                                      • omgekee...
3.3 Beeldvorming bij bolle lenzen3.3.3 Beeldvorming bij bolle lenzenLichtstralen leggen de volgende weg af:         Voorwe...
3.3 Beeldvorming bij bolle lenzen3.3.3 Beeldvorm ing bij bolle lenzenWelke zijn de belangrijkste lichtbrekende elementen? ...
3.4 Beeldvorming, het fototoestel en het oog3.4.1 Vergelijking van de bouwvoorwerp                         voorwerp       ...
3.5 Oog, camera obscura en fototoestelWelke delen moet een fototoestel bevatten om een foto te kunnen maken? • lens • diaf...
3.5 Oog, camera obscura en fototoestel                                         P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
3.5 Oog, camera obscura en fototoestelWaarneming    Bij grote opening    beeld is     vaag en omgekeerd              Bij k...
Camera obscura                 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
3.5 Oog, camera obscura en fototoestel3.5.1 Hoe wordt het beeld scherp gesteld als de voorwerpsafstand veranderd?      Bol...
3.5 Oog, camera obscura en fototoestel3.5.1 Hoe wordt het beeld scherp gesteld als de voorwerpsafstand veranderd?scherpste...
3.5 Oog, camera obscura en fototoestel  3.5.1 Hoe wordt het beeld scherp gesteld als de voorwerpsafstand veranderd?   Sche...
3.5 Oog, camera obscura en fototoestel3.5.1 Hoe wordt het beeld scherp gesteld als de voorwerpsafstand veranderd?         ...
3.5 Oog, camera obscura en fototoestel3.5.1 Hoe wordt het beeld scherp gesteld als de voorwerpsafstand veranderd?         ...
3.5 Oog, camera obscura en fototoestel3.5.1 Hoe wordt het beeld scherp gesteld als de voorwerpsafstand veranderd?         ...
3.6 Gezichtsvelden en dieptezicht3.6.1 Gezichtsveld       = deel van omgeving dat je met beide ogen kunt overzien zonder h...
3.6 Gezichtsvelden en dieptezicht3.6.1 Gezichtsveld                             konijn                          katInplant...
3.6 Gezichtsvelden en dieptezicht3.6.2 Gezichtsveld Driedimensionale beelden  Hoe verschilt een driedimensionaal beeld met...
3.6 Gezichtsvelden en dieptezicht3.6.2 Dieptezicht Inplanting ogen mens             Iets uit elkaar en het linker oog ziet...
3.7 Optische toestellen: bril    Normaal oog                                            O           F2                    ...
3.7 Optische toestellen: bril   Werking van het oog                                P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
verziendheid               P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
Werking bijziendheid                       P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
3.7 Optische toestellen: bril    normaal oog                         F1     O   F2    verziend oog                        ...
3.7 Optische toestellen: bril    normaal oog                         F1     O    F2    bijziend oog                       ...
3.7 Optische toestellen: bril            Bijziendheid                          verziendheid    Personen die alleen voorwer...
3.7 Optische toestellen: bril                                       scherp beeld                                       ons...
3.8 Zien en hersenactiviteit, optisch bedrog                               Wat stel je vast? De ontbrekende benen zie je t...
3.8 Zien en hersenactiviteit, optisch bedrog                        Wat zie je?     • beker                               ...
3.8 Zien en hersenactiviteit, optisch bedrog                      2   3                 1Welke figuur is het grootst?     ...
3.8 Zien en hersenactiviteit, optisch bedrogBesluit    • Het eigenlijke zien gebeurt in de hersenen           • Hersenen d...
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Zintuigen beeldvorming en oog

2,008
-1

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
2,008
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1
Actions
Shares
0
Downloads
24
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Zintuigen beeldvorming en oog

  1. 1. Thema 1: Zintuigen3. Beeldvorming en oog3.1 Het oog3.1.1 Beschermende delen 1 1. Wenkbrauwen 2 2. traanklier 3 3. wimpers 4 5 4. bovenste ooglid 6 5. bovenste traankanaaltje 7 6. traanheuvel 8 7. onderste traankanaaltje 9 8. onderste ooglid 10 9. traanbuis 10. neuholte P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  2. 2. 3.1 Het oog3.1.1 Beschermende delen Naam Beschrijving functie Licht temperen, stofdeeltjesWimpers Haartjes op ooglid opvangen Zweet, vocht zijwaartsWenkbrauwen Rij haartjes boven oog afvoeren Oogbol afsluiten en beschermenOoglid Dunne huidplooi Traanvocht verspreidenTraanklier Klier achter bovenste Traanvocht afscheiden ooglid Vochtig houden oogbolTraanvocht Kleurloze vloeistof Ontsmetten oogboltraanbuis Buisje tussen traankanaaltje en neusholte Traanvocht naar neusholte afvoeren P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  3. 3. 3.1 Het oog3.1.1 Beschermende delenExperimentNagaan wat er bij verschillende lichtsterkten met de pupilopening gebeurt.Waarneming De pupil is eerst groot. Als er plots veel licht invalt wordt de opening kleiner. Dit gebeurt vanzelf en in beide ogen tegelijk.Besluit Door de pupilreflex wordt de hoeveelheid licht dat in het oog valt geregeld. De pupilopening wordt vanzelf aangepast P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  4. 4. 3.1 Het oog3.1.1 Beschermende delenOpdracht Schrijf onder elke foto de juiste pupilopening en lichtsterkte pupilopening klein pupilopening groot lichtsterkte groot / veel licht lichtsterkte zwak / weinig licht P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  5. 5. 3.1 Het oog3.1.2 Inwendige bouw P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  6. 6. 3.1 Het oog3.1.2 Inwendige bouw 7. Voorste oogkamer 1 8. lensbandjes 9. straallichaam 10 2 10. glasachtig lichaam 11 3 11. Harde oogrok 4 12 5 13 12. vaatvlies 6 14 7 13. gele vlek 8 15 14. netvlies 9 16 15. oogzenuw 17 16 blinde vlek 17 hoornvlies 1. oogspier 4. iris 2. lensbandjes 5. pupil 3. Achterste oogkamer 6. ooglens P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  7. 7. 3.1 Het oog3.1.2 Inwendige bouw P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  8. 8. Opdracht Benoem de delen van het oog 1. hoornvlies 2. harde oogvliesachterste oogkamer 3. vaatvlies 4. straallichaam 5. iris 6. pupil 7. netvlies 8. gele vlek 9. blinde vlek 10. lens 11. lensbandjes 12. glasachtig lichaam 13 oogspier 14 oogzenuwvoorste oogkamer P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  9. 9. 3.2 Netvlies, kegeltjes, staafjes en kleurenblindheid pigmentlaag staafje kegeltje zenuwcel zenuwvezel licht P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  10. 10. 3.2 Netvlies, kegeltjes, staafjes en kleurenblindheid P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  11. 11. 3.2 Netvlies, kegeltjes, staafjes en kleurenblindheid netvlies staafjes kegeltjes• zorgen ervoor dat we een verschil • zorgen ervoor dat we kleuren kunnen in lichtsterkte kunnen waarnemen waarnemen (schemerdonker)• nachtblindheid: staafjes werken mindergoed  minder goed zien in schemerdonker 3 hoofdkleuren • rood Alle • groen kleuren • blauw vormen • kleurenblindheid Rood groen kleurenblindheid = daltonisme P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  12. 12. 3.2 Netvlies, kegeltjes, staafjes en kleurenblindheidVoorbeelden kleurenblindheidVan waar de naam blinde vlek? Plaats waar we geen beeld kunnen waarnemen, we zien dus niets  blindGele vlek geeft de omgekeerde eigenschap van de blinde vlek P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  13. 13. 3.2 Netvlies, kegeltjes, staafjes en kleurenblindheid Gele vlek blinde vlek Plaats op netvlies waar veel Plaats op netvlies waar geen staafjes en staafjes en kegeltjes liggen kegeltjes liggen Geen beelden waarnemen P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  14. 14. 3.2 Netvlies, kegeltjes, staafjes en kleurenblindheidExperiment Linkeroog bedekken, blijf kijken naar rode bol en breng blad dichterbij Groene bol verdween omdat die met onze blinde vlek samenviel P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  15. 15. 3.3 Beeldvorming bij bolle lenzen 3.3.1 Enkele begrippen Experiment Begrippen hoofdbrandpunt en brandpuntsafstand bepalen Optisch middelpunt F1 O F2hoofdbrandpunt Brandpuntsafstand OF Stralen breken, gebroken stralen lopen naar elkaar toe en snijden elkaar in één punt P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  16. 16. 3.3 Beeldvorming bij bolle lenzen3.3.2 Hoe lopen de constructiestralen?Experiment Schematische voorstelling van de stralengang bij bolle lenzen onderzoeken F1 O F2 Lichtstraal evenwijdig met hoofdas gebroken lichtstraal door brandpunt F2 Lichtstaal door optisch middelpunt geen breking, lichtstraal gaat rechtdoor Lichtstaal door hoofdbrandpunt F1 gebroken lichtstraal evenwijdig met hoofdas P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  17. 17. 3.3 Beeldvorming bij bolle lenzen3.3.3 Beeldvorming bij bolle lenzenExperiment Invloed van de voorwerpsafstand en de brandpuntsafstand op het beeld bij lenzen P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  18. 18. 3.3 Beeldvorming bij bolle lenzen3.3.3 Beeldvorming bij bolle lenzenSituatie 1: | OV| > 2 | OF | V 2 F1 F1 O F2 2 F2 Aard beeld reëel beeld stand beeld omgekeerd grootte beeld kleiner dan voorwerp plaats beeld tussen | OV| > 2 | OF | P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  19. 19. 3.3 Beeldvorming bij bolle lenzen3.3.3 Beeldvorming bij bolle lenzenSituatie 2: | OV| = 2 | OF | 2 F1 F1 O F2 2 F2 V Aard beeld reëel beeld stand beeld omgekeerd grootte beeld even groot als voorwerp plaats beeld op 2 | OF | P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  20. 20. 3.3 Beeldvorming bij bolle lenzen3.3.3 Beeldvorming bij bolle lenzenSituatie 3: | OV| < 2 | OF | 2 F1 V F1 O F2 2 F2 Aard beeld reëel beeld stand beeld omgekeerd grootte beeld groter als voorwerp plaats beeld verder dan 2 | OF | P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  21. 21. 3.3 Beeldvorming bij bolle lenzen3.3.3 Beeldvorming bij bolle lenzenSituatie 4: | OV| = | OF | 2 F1 F1 O F2 2 F2 V Aard beeld ? stand beeld ? grootte beeld ? plaats beeld op oneindig P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  22. 22. 3.3 Beeldvorming bij bolle lenzen3.3.3 Beeldvorming bij bolle lenzenSituatie 5: | OV| < | OF | 2 F1 F1 V O F2 2 F2 Aard beeld virtueel beeld stand beeld rechtop grootte beeld groter als voorwerp plaats beeld Aan dezelfde kant van lens als voorwerp P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  23. 23. 3.3 Beeldvorming bij bolle lenzen P. Feys - Sint – Jorisschool Menen Lenzen en spiegels
  24. 24. 3.3 Beeldvorming bij bolle lenzen3.3.3 Beeldvorming bij bolle lenzenBesluit Voorwerps- Aard beeld Stand beeld Grootte beeld Plaats beeld afstand | OV | > 2 |OF| reëel omgekeerd verkleind tss |OF| en 2 |OF| | OV | = 2 |OF| reëel omgekeerd even groot op 2 |OF| | OV | < 2 |OF| reëel omgekeerd vergroot Verder dan 2 |OF| | OV | = |OF| ? ? ? oneindig | OV | < |OF| voorwerps- virtueel rechtop vergroot ruimte P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  25. 25. 3.3 Beeldvorming bij bolle lenzen3.3.3 Beeldvorming bij bolle lenzenBesluit • omgekeerd beeld • verkleind beeld • reëel beeld • beeld op het netvlies P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  26. 26. 3.3 Beeldvorming bij bolle lenzen3.3.3 Beeldvorming bij bolle lenzenLichtstralen leggen de volgende weg af: Voorwerp hoornvlies voorste en achterste oogkamer ooglens glasachtig lichaam het netvlies P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  27. 27. 3.3 Beeldvorming bij bolle lenzen3.3.3 Beeldvorm ing bij bolle lenzenWelke zijn de belangrijkste lichtbrekende elementen? • hoornvlies • ooglens (+ glasachtig lichaam)Hebben wij een holle of een bolle lens? Een bolle lensKun je dat verklaren? Er moet een verkleind; reëel beeld gevormd worden op het netvlies. Het beeld is het convergentiepunt voor convergerende lichtstralen. Dit is alleen bij een bolle lens mogelijk. P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  28. 28. 3.4 Beeldvorming, het fototoestel en het oog3.4.1 Vergelijking van de bouwvoorwerp voorwerp lens lens beeld beeld Gele vlek Donkere kamer hoornvlies film fototoetsel oog lens ooglens diafragma iris Diafragma-opening pupil Donkere kamer Donkere holte + glasachtig lichaam film netvlies P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  29. 29. 3.5 Oog, camera obscura en fototoestelWelke delen moet een fototoestel bevatten om een foto te kunnen maken? • lens • diafragma • donkere kamer • film Experiment • Hoe werkt de camera obscura? • Het beeld van een voorwerp door een camera obscura ontdekken • De invloed op het beeld van een voorwerp met een camera obscura bij verschillende openingen van de doos • De invloed op het beeld van een voorwerp bij verschillende afstanden van het voorwerp tot de donkere kamer onderzoeken. P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  30. 30. 3.5 Oog, camera obscura en fototoestel P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  31. 31. 3.5 Oog, camera obscura en fototoestelWaarneming Bij grote opening beeld is vaag en omgekeerd Bij kleine opening beeld is duidelijk en omgekeerd Scherm dichter bij voorwerp plaatsen beeld wordt duidelijker en groter Scherm verder van voorwerp plaatsen beeld wordt vager en kleinerBesluit Camera obscura is voorloper van fototoestel Beeld bij camera obscura is reëel en omgekeerd Rechtlijnige voortplanting licht Duidelijkheid beeld is afhankelijk van 1) grootte van opening 2) Afstand scherm - voorwerp P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  32. 32. Camera obscura P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  33. 33. 3.5 Oog, camera obscura en fototoestel3.5.1 Hoe wordt het beeld scherp gesteld als de voorwerpsafstand veranderd? Bolle lens 2 F1 V F1 F2 2 F2 O Bollere lens Lichtstralen breken sterker  kleinere brandpuntsafstand F2 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  34. 34. 3.5 Oog, camera obscura en fototoestel3.5.1 Hoe wordt het beeld scherp gesteld als de voorwerpsafstand veranderd?scherpstellen bij een fototoestel scherpstellen bij oog Afstand lens – film wordt aangepast Lens wordt boller of platter bij het schepstellen De lens verschuift bij het scherpstellen P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  35. 35. 3.5 Oog, camera obscura en fototoestel 3.5.1 Hoe wordt het beeld scherp gesteld als de voorwerpsafstand veranderd? Scherpstellen ooglens Voorwerp dichtbij Voorwerp verafaccomodatiespier hoornvliesooglens irislensbandjes pupilvoorste oogkamer Accomodatiespier is samengetrokken Accomodatiespier is ontspannen Lensbandjes ontspannen Lensbandjes wordt aangespannen Lens is sterk gekromd Lens wordt afgeplat P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  36. 36. 3.5 Oog, camera obscura en fototoestel3.5.1 Hoe wordt het beeld scherp gesteld als de voorwerpsafstand veranderd? Voorwerp dichtbij Voorwerp veraf voorwerp dichtbij voorwerp verafVorm lens gekromd afgeplatlensbandjes ontspannen opgespannenDiameter straallichaam klein grootaccomodatiespier samengetrokken ontspannenbrandpuntsafstand klein groter P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  37. 37. 3.5 Oog, camera obscura en fototoestel3.5.1 Hoe wordt het beeld scherp gesteld als de voorwerpsafstand veranderd? P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  38. 38. 3.5 Oog, camera obscura en fototoestel3.5.1 Hoe wordt het beeld scherp gesteld als de voorwerpsafstand veranderd? P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  39. 39. 3.6 Gezichtsvelden en dieptezicht3.6.1 Gezichtsveld = deel van omgeving dat je met beide ogen kunt overzien zonder het hoofd te bewegenExperiment Wat is de grootte van ons gezichtsveld? P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  40. 40. 3.6 Gezichtsvelden en dieptezicht3.6.1 Gezichtsveld konijn katInplanting ogen Zijdeling op het hoofd voor op het hoofdgezichtsveld groot kleinverklaring Hij is een vluchter / Hij is een jager / achtervolger en kan loper en kan zo de zo beter afstanden inschatten vijand zien naderen P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  41. 41. 3.6 Gezichtsvelden en dieptezicht3.6.2 Gezichtsveld Driedimensionale beelden Hoe verschilt een driedimensionaal beeld met een gewoon beeld? Bewegende beelden krijgen zo volume zoals in het dagelijkse leven P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  42. 42. 3.6 Gezichtsvelden en dieptezicht3.6.2 Dieptezicht Inplanting ogen mens Iets uit elkaar en het linker oog ziet alles onder een andere hoek dan het rechter oog Bij welk dier (konijn / kat) is overlapping gezichtsveld het grootst? De kat Mensen met één oog hebben problemen met • afstanden inschatten in het verkeer • wasgoed op draad hangen • inschenken glas Kinderen die nog niet goed afstanden kunnen inschatten hebben problemen met een vliegtuig in de lucht zien ze als een klein vliegtuig P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  43. 43. 3.7 Optische toestellen: bril Normaal oog O F2 F1 bijziend oog zien dichtbijgelegen voorwerpen scherp O F2 F1 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  44. 44. 3.7 Optische toestellen: bril Werking van het oog P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  45. 45. verziendheid P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  46. 46. Werking bijziendheid P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  47. 47. 3.7 Optische toestellen: bril normaal oog F1 O F2 verziend oog P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  48. 48. 3.7 Optische toestellen: bril normaal oog F1 O F2 bijziend oog F1 F2 O P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  49. 49. 3.7 Optische toestellen: bril Bijziendheid verziendheid Personen die alleen voorwerpen van Personen die alleen verafgelegen dichtbij scherp kunnen zien voorwerpen scherp kunnen zien Brandpunt ligt te dicht bij de lens Brandpunt ligt te dicht bij het netvlies oorzaak • oog is te lang oorzaak • oog is te kort • lens is te bol • lens is te afgeplat oplossing bril met holle lenzen oplossing bril met bolle lenzen P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  50. 50. 3.7 Optische toestellen: bril scherp beeld onscherp beeld normaal oog verziendheid bijziendheid bolle lens holle lens P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  51. 51. 3.8 Zien en hersenactiviteit, optisch bedrog Wat stel je vast? De ontbrekende benen zie je toch We zien een driehoek Hoe kan je dat verklaren? Je hersenen vullen het beeld verder aan. We zien met onze hersenen P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  52. 52. 3.8 Zien en hersenactiviteit, optisch bedrog Wat zie je? • beker • 2 gezichten Hoe komt dit? De hersenen kiezen een achtergrond (wit of zwart) Verklaring Onze hersenen wordt beïnvloed door voorgaande beelden of ervaringen Hoeveel staven tel je bovenaan? 3 Hoeveel staven tel je onderaan? 2 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  53. 53. 3.8 Zien en hersenactiviteit, optisch bedrog 2 3 1Welke figuur is het grootst? Zijn de twee lijnen recht? Ze zijn recht maar lijken gebogenHet lijkt figuur 3 maar ze zijn allen even groot.Hoe te verklaren? • Door de perspectieflijnen zien we figuur 3 verder naar achter. We weten dat iets dat even groot is maar zich verderaf bevindt groter moet zijn dan een voorwerp dichtbij • De twee rechte lijnen lijken gebogen omdat we beïnvloed worden door de lijnen die errond getekend zijn. P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  54. 54. 3.8 Zien en hersenactiviteit, optisch bedrogBesluit • Het eigenlijke zien gebeurt in de hersenen • Hersenen draaien het beeld om (we zien dingen niet op hun kop staan) • Beelden van beide ogen worden samengevoegd tot één beeld • De hersenen ‘verbeteren’ het beeld P. Feys - Sint – Jorisschool Menen
  1. A particular slide catching your eye?

    Clipping is a handy way to collect important slides you want to go back to later.

×