• Share
  • Email
  • Embed
  • Like
  • Save
  • Private Content
Wat is een goede leesinstructie in groep 4 en hoger?
 

Wat is een goede leesinstructie in groep 4 en hoger?

on

  • 1,591 views

Wil je precies weten hoe je een goede en doeltreffende leesinstructie kunt geven aan zwakke lezers? Bekijk dan snel deze tekst met een uitgewerkt lesvoorbeeld. Het lesvoorbeeld kan je vervolgens ...

Wil je precies weten hoe je een goede en doeltreffende leesinstructie kunt geven aan zwakke lezers? Bekijk dan snel deze tekst met een uitgewerkt lesvoorbeeld. Het lesvoorbeeld kan je vervolgens uitvoeren met willekeurige teksten op instructieniveau.

Statistics

Views

Total Views
1,591
Views on SlideShare
1,590
Embed Views
1

Actions

Likes
1
Downloads
16
Comments
0

1 Embed 1

http://www.slideshare.net 1

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Adobe PDF

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

    Wat is een goede leesinstructie in groep 4 en hoger? Wat is een goede leesinstructie in groep 4 en hoger? Document Transcript

    • Voorbeeld van een leesinstructieles 1De inhoud van leesinstructie voor zwakke lezersWe zijn het eens over de kern van het geven van hulp bij leesproblemen. Namelijk dat deleerling gestimuleerd wordt om actief met teksten en woorden om te gaan. De groepsleer-kracht of RT biedt een tekst aan op instructieniveau. In deze tekst staat een bepaald lees-probleem centraal (bijvoorbeeld woorden met -eer, -oor, -eur). Naast de tekst zijn er woordrij-tjes met woorden waarin dit leesprobleem optreedt. De werkwijze is voor een groepsleer-kracht goed hanteerbaar en kan op eigen initiatief in het kader van een groepsplan wordeningezet als het gaat om een stukje herhaling of extra oefening aan de instructietafel. Bij ern-stiger leesproblemen moet er overleg zijn met de IB en wordt een uitgebreider individueelhandelingsplan opgesteld.Verderop leg ik in stappen uit hoe je een begeleidingssessie met dit materiaal kan inrichten.Maar voor ik dat doe wil ik nog op twee zaken wijzen:1. Voor het inslijpen van woordbeelden zijn flitsen en herhaald tekstlezen náást de hier ge- presenteerde methode noodzakelijk! Voor flitsen bestaan computerprogramma‟s. Je kan zelf lijstjes woorden maken of de lijsten uit het programma gebruiken. Je kan ook woor- den op kaartjes schrijven en die een voor een kort omhoog houden. Het is dus, zeker bij ernstige leesproblemen, altijd een zaak van èn, èn. Herhaald tekstlezen is een al lang bestaande methode die in allerlei varianten in de literatuur en in programma‟s opduikt. De twee belangrijkste varianten zijn: A. De aanpak waarbij een leerling zelfstandig bezig is met behulp van ingesproken teksten. (Bijv. meeleesboeken, maar ook de CD-roms bij veel leesmethoden). Overigens vergeten leerkrach- ten wel eens dat het de bedoeling is dat je dezelfde tekst gedurende een week elke dag op- nieuw laat lezen. De eerste en de laatste keer zit je erbij en je noteert de leestijd en het aantal fouten. Geef de leerling informatie over zijn vorderingen! B. De aanpak waarbij een leerling of een groep met ondersteuning van de leerkracht herhaald teksten leest. (Bijv. koorlezen, RALFI, herhaald tekstlezen). Hierbij gaat het om herhalen, steunen en feedback geven.2. Bij dyslexie is er altijd sprake van een individueel handelingsplan dat de hulp beschrijft op verschillende fronten. Bijvoorbeeld: deelvaardigheden (auditieve vaardigheden, geheu- gen, klank-tekenkoppeling e.d.), taalvaardigheid (woordenschat, woordbouw, zinsbouw) en woordherkenning. Zo‟n handelingsplan voorziet ook altijd in een taakverdeling: hulp in de klas, buiten de klas en buiten school. Wat ik hieronder beschrijf is dus slechts een on- derdeel van een dergelijk handelingsplan!Werken met een tekst en woordrijenJe werkt met korte verhaaltjes op instructieniveau. In groep 3 werk je met teksten die aan-sluiten bij de leeskern of het instructieblok waar je op dat moment mee bezig bent (extra in-structie), of die je al hebt afgerond (herhaling). De gebruikte tekst bevat zo veel mogelijkwoorden waarin het centraal te stellen leesprobleem voorkomt. Bijvoorbeeld: een leerlingheeft moeite met het vlot herkennen van de klankgroepen –eer, -oor, -eur. Je biedt dan eentekst aan waarin woorden met deze klankgroepen veel voorkomen. De rijtjes losse woordennaast de tekst zijn allemaal woorden met –eer, -oor en –eur.Voorbeeldtekst „de Waterbom‟. AVI-niveau E3. Leesmoeilijkheden: eer, oor, eur.1 Door Sipke Faber, Ontleend aan: “Praktijkboek voortgezet lezen”. STEVIN, Voorhout, 2009-2010.
    • Opbouw van de leesles (individueel of met een klein groepje)1. Oriëntatie op de tekstBekijk met de kinderen de tekst en het plaatje. Lees samen de titel. Praat samen eventjesover het plaatje en vraag „waar denk je dat dit verhaaltje over gaat?‟2. Voorlezen, meelezenLees dan de tekst in een kalm tempo voor en vraag de kinderen om mee te lezen. Geefeventueel een bijwijsblaadje!3. Tekst besprekenPraat eventjes over de inhoud van het verhaaltje. „Weet je nu waarom er de Waterbom bo-ven staat? Wat laat het plaatje zien?‟ Ga na of alles goed begrepen is. Leg eventueel eenwoord of zin uit.4. Oriëntatie op het leesprobleem„Vandaag gaan we vooral kijken naar woorden waarin eer, oor en eur voorkomen. Je mag al-le woorden waarin eer, oor of eur voorkomt aanstrepen‟ (geef een markeerstift, kleurpotloodo.i.d.). Kijk samen of alle woordjes gevonden zijn.5. Oriëntatie op de woordrijtjesWijs op de woordrijtjes. Wijs op de lettergroepen en verklank ze samen: „kijk eerst wat er bo-ven de rijtjes staat. Lees maar met me mee ….. eer, oor, eur‟.Lees dan samen de rijtjes. Dan mogen de kinderen een voor een een rijtje hardop lezen, deanderen lezen zachtjes mee. Zorg dat elk kind elk rijtje een of twee keer gelezen heeft. Pro-beer geleidelijk het tempo wat op te voeren: „kijk eens of het iets sneller kan ..… Goed zo!Nòg wat sneller ..... prima, dat gaat goed ….. nog ietsje sneller!‟ Wijs willekeurig een rijtjeaan en laat het lezen. Moedig aan, help waar nodig, wissel af.6. Opnieuw het verhaaltjeDe kinderen lezen om beurten een of meer regels. De woordjes waarin het leesprobleemvoorkomt zijn gemarkeerd (stap 4) en vallen daardoor extra op. Loopt een kind vast, lees dandirect zelf langzaam hardop verder (meetrekken).7. Bedenk een zin en schrijf hem opDe kinderen mogen naar aanleiding van het verhaaltje een zin bedenken en opschrijven envoorlezen. Zo nodig help je met moeilijke woorden.De werkwijze overdragen aan groepsleerkrachtenEr is in het onderwijs een verschuiving van RT-taken naar groepsleerkrachten. De conse-quentie daarvan is dat groepsleerkrachten hiervoor moeten worden geprofessionaliseerd. Indit verband kan de werkwijze met tekst en woordrijtjes met hen worden besproken. Om henminder afhankelijk te maken van de IB/RT zouden groepsleerkrachten zelfstandig dergelijkelesjes moeten leren opzoeken, inplannen in het weekrooster en uitvoeren.Waar vind ik lesmateriaal?Leeslesjes zijn de vinden in vele leesmethoden. Bijv. „Remediërend Leesprogramma Zuid-Vallei‟, „Leesweg‟, „Estafette‟, „Speciale leesbegeleiding‟, en alle geschikte leesboekjes.
    • Een waterbom Fleur is met Noor op straat. Ze trekt met krijt pijlen op de stoep. Daar staan twee jongens. Ze hebben een groot ding bij zich. Een soort geweer. Je kan er water mee schieten. Fleur en Noor mer- ken de jongen niet op. Maar de jongens zien hen wel.Kom op, roept de ene jongen. Schieten! Sam schiet. Raak!Nog eens, Sam. Sam richt weer en schiet. Raak!Fleur en Noor zijn nat. Hou op, hou op, kappen, roept Noor. Stop,roept Fleur. Ik ben kletsnat. Ach zeur niet, zegt Dennis. Een beetjenat geeft niets hoor. Toe maar Sam, nog eens.Noor en Fleur rennen weg. Naar huis, zegt Noor. Kom, ik weet iets.Ze komen bij de poort. Door de tuin naar de keuken. Noor zoekt in een la. Hier, ikheb het. Wat is dat, vraagt Fleur. Zakjes, daar doen we water in. Een waterbom.Noor doet de kraan open. Ze houdt het zakje in de straal. Het is snel vol. Noorknoopt het dicht. Ze vult er nog meer. Voor ieder twee.Ze gaan weer door de tuin. Ze zien Sam en Dennis niet. Maar ze horen hen wel. Zezijn om de hoek. Daar gaan ze naar toe. Ze kijken de straat in. Daar zijn ze, fluistertFleur. Houd die zakjes achter je rug, zegt Noor.Ze gaan heel zacht naar de jongens. Die staan bij elkaar. Er is iets met het geweer.De meisjes komen dichter bij. Nu, zegt Noor. Ze staat vlak voor Sam. Ze duwt dezakjes hard tegen zijn gezicht. Het water spat eruit. Fleur heeft minder geluk. WantDennis loopt weg. Maar Fleur gooit een zakje tegen zijn rug. Dennis is ook nat.Nu zijn de jongens boos. Fleur en Noor lachen en lachen.Bedenk zelf meer woordjes eer oor eur keer oor kleur weer hoor fleur geweer koor gezeur zeer Noor deur meer door geur ………… ………… …………Mijn zin……