Optimaal werken met Taal actief 3 - verbeterde versie maart 2014
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

Optimaal werken met Taal actief 3 - verbeterde versie maart 2014

on

  • 3,919 views

Verbeterde versie, maart 2014. Enkele correcties en interne koppelingen. Aanpassingen nodig omdat de uitgever Taal actief 3 niet meer actief ondersteunt.

Verbeterde versie, maart 2014. Enkele correcties en interne koppelingen. Aanpassingen nodig omdat de uitgever Taal actief 3 niet meer actief ondersteunt.

Statistics

Views

Total Views
3,919
Views on SlideShare
3,917
Embed Views
2

Actions

Likes
1
Downloads
18
Comments
0

2 Embeds 2

http://www.slideshare.net 1
http://www.slashdocs.com 1

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Adobe PDF

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

Optimaal werken met Taal actief 3 - verbeterde versie maart 2014 Document Transcript

  • 1. OPTIMAAL WERKEN MET TAAL ACTIEF 3 - 1 - VERSIE maart 2014 Sipke Faber TAAL ACTIEF 3: KENMERKEN EN TIPS Sipke Faber Wil je snel naar alle tips? KLIK HIER Taal actief: kenmerken Taal actief bestaat uit drie onderdelen: 1) Taal actief Taal (mondelinge taalvaardigheid, stellen en taalbeschouwing) 2) Taal actief Spelling (spelling en werkwoordspelling) 3) Taal actief Woordenschat (voor taalzwakke leerlingen) Taal actief Taal bestaat uit: 1) Het basisprogramma (met daarin verschillende differentiatiemogelijkheden) 2) Het uitbreidingsprogramma De materialen bij Taal actief Taal actief Taal basismateriaal facultatief handleiding werkboek taal taalboek antwoordenboek taal taalboek extra internetopdrachten en extra lessen website. kopieermap taal instructiesoftware digitaal schoolbord Taal actief Spelling basismateriaal facultatief handleiding bakkaarten werkboek computerprogramma spelling kopieermap spelling antwoordenboek spelling bakkaarten of computerprogramma spelling Taal actief Woordenschat handleiding woordklapper werkboek woordenschat en/of computerprogramma. Toetsboekjes. Het basisprogramma geldt voor alle leerlingen. Het uitbreidingsprogramma wordt naar eigen inzicht ingezet, als daaraan behoefte bestaat. Het basisprogramma duurt 30 weken, er zijn dan 10 weken beschikbaar om deels naar eigen inzicht in te vullen, de zgn. parkeerweken. TIPTaal actief biedt de leerkracht veel ruimte tot aanpassing maar werk het eerste jaar uitsluitend met het basisprogramma en houd je aan het lesrooster dat de methode aanreikt. Lesrooster Stellen we de lesduur op 30’, dan komen we uit op 10 x 30 = 300’, d.w.z. 5 u. Ta per week. Veel scholen lassen echter extra oefenmomenten in voor spelling. De methode vertelt niet op welke dagen de lessen uit het extra woordenschatpro- gramma worden aangeboden. Als je deze met de computer aanbiedt zal je waarschijnlijk elke dag enkele leerlingen hiervoor inroosteren. Een thema duurt drie weken. In de eerste twee weken krijgen alle leerlingen de basislessen. Ze maken een toets. In de derde week zijn er diffe- rentiatielessen, de V-lessen en R-lessen. 25 min. 25 min. 30 min. dag 1 taal spelling dag 2 taal taal woordenschat dag 3 taal spelling dag 4 taal taal woordenschat dag 5 taal spelling Totaal 125’: > 2u. 125’ > 2u. 60’
  • 2. OPTIMAAL WERKEN MET TAAL ACTIEF 3 - 2 - VERSIE maart 2014 Sipke Faber De lesopbouw Elke Taal actief -les heeft dezelfde opbouw: 10’ Introductie + instructie (met het ankerverhaal uit uitgangspunt) 10’ Verwerking 5’ Reflectie (terugblik) In de handleidingen staat bij elke les duidelijk het lesdoel omschreven. Ook de verlengde in- structie staat erin uitgewerkt. De praktijk laat zien dat 30 minuten een meer reële schatting is voor de duur van een les. Differentiatie Taal actief kent verschillende differentiatiemogelijkheden, de allerbelangrijkste zijn: 1) Vóórinstructie, dus voorafgaand aan een nieuw blok. Voor Taal actief taal met name de woor- den uit het themaverhaal. Voor Taal actief spelling een korte voorinstructie over de spellingca- tegorie die aan de beurt komt. 2) Verlengde instructie en begeleide oefening voor de zwakkere leerlingen. De sterkere leerlingen gaan na een korte klassikale instructie zelfstandig aan het werk, je werkt verder met een klein groepje taal- of spellingzwakke kinderen tot zij ook zelfstandig verder kunnen. 3) In week 3: de remediëringslessen (R-les) en de verrijkingslessen (V-les). Opmerking: de V- en de R-lessen hebben hetzelfde lesdoel. Behalve dit zijn er nog andere differentiatiemogelijkheden (ook verrijking) zoals de bakkaarten op 3 niveaus en de opdrachten uit het uitbreidingsprogramma. De handleidingen geven heel duidelijke aanwijzingen voor het toepassen van de differentiatievormen. Differentiatie al vóór afname van de taaltoets? Ja dat kan: o De gemiddelde leerlingen maken de basislessen uit het Taalboek. o De zwakkere leerlingen maken de R-lessen uit Taalboek Extra. o De sterke leerlingen maken de -lessen uit Taalboek Extra. Taal actief taal: uitbreidingsprogramma Dit zijn toepassingsopdrachten in: A. Het Werkboek Taal. Er zijn 3 opdrachten bij elk thema. Deze opdrachten zijn wat omvangrijker dan de gewone verwerkingsopdrachten. B. Op internet. Bij elk thema is er ook een internetopdracht. Het gaat om een integratie (door toepassing) van verschillende taalvaardigheden. Taal actief spelling DE BELANGRIJKSTE TIP De noodzakelijke informatie om de lessen goed te kunnen geven is verdeeld over het algemene gedeel- te van de handleiding en de lesbeschrijvingen. Met andere woorden: het is absoluut noodzakelijk om het algemene gedeelte van de handleiding te bestuderen, te kennen en regelmatig te herlezen Als geheel vertoont deze methode dezelfde structuur als Taal actief taal. De bordrijwoorden uit de vorige versie van Taal actief spelling zijn verdwenen. Per thema worden in groep 4-5-6 60 woorden aangeboden, in groep 7-8 zijn dat er 40. In groep 7-8 worden per thema boven- dien 40 werkwoorden aangeboden. In totaal worden 3.000 woorden aangeboden in de 4 leer- jaren. Maar er wordt ook vanuit gegaan dat de leerlingen bij aanvang groep 4 al 300 woorden beheersen. Centraal staat de intensieve behandeling van de grondwoorden en de categoriewoorden.
  • 3. OPTIMAAL WERKEN MET TAAL ACTIEF 3 - 3 - VERSIE maart 2014 Sipke Faber Opbouw per thema Twee weken basislessen. Signaaldictee en in week drie differentiatielessen. De lessen zijn herkenbaar aan icoontjes voor resp. de zwakke, de gemiddelde en de sterke spellers: een tent, een huisje en een kasteeltje. De lessen voor de zwakke spellers staan in de Kopieer- band. De gemiddelde en de goede spellers werken met de Bakkaarten of met het computer- programma. De parkeerweken bieden gelegenheid om zwakke spellers bij te werken met stof uit voorgaande ankers en leerjaren, de resultaten van het instapdictee aan de start van het schooljaar geven daarvoor aanknopingspunten. TIPZwakke leerlingen leren het beste in een kleine groep met intensieve instructie en begeleiding van de leerkracht. Laat hen interactief bezig zijn met de spellingcategorieën en de oefenwoorden! Vóór afname van het signaaldictee is het raadzaam om de zwakke spellers verlengde instruc- tie te geven. TIPTaal actief spelling gebruikt de parkeerweken voor differentiatie en het parkeerweekdictee. Daarom is het, met name voor scholen met betrekkelijk veel zwakke spellers, raadzaam om de jaarplanning aan te houden die ieder jaar op de internetsite wordt voorgesteld. Computerprogramma spelling Dit programma wordt door deskundigen positief beoordeeld. Eigenlijk kan de leerkracht niet zonder dit programma! Je vindt hierin de Signaaldictees, de Controledictees, de Woordpakke- toefeningen, de Spellingcategorie-oefeningen, dictees voor de parkeerweken en foutenanaly- ses. Taal actief woordenschat Twéé woordenschatlijnen. A. Er is de woordenschatlijn in het basisprogramma. Dat zijn 25 woorden per anker. Deze worden aangeboden in het ankerverhaal en ze keren terug in alle taal- en spellingopdrachten. B. Zijn er taalzwakke leerlingen dan doen zij het extra woordenschatprogramma. Dit biedt per the- ma een herhaling van de 25 woorden in het basisprogramma en geeft nog eens 50 woorden ex- tra. In totaal dus 750 woorden per jaar. Verwerking d.m.v. een werkboekje of het uitstekende computerprogramma. Per thema zijn er 6 woordenschatlessen twee per week. Laat alleen de taalzwakke leerlingen hiermee werken. De rest krijgt andere opdrachten. Bij groepsgewijze be- handeling kan de Woordklapper worden gebruikt. Indien het programma klassikaal wordt aan- geboden is de Woordklapper achterin de klas slecht te zien. Gebruik daarom de beamer. De woordenschatlessen worden zelfstandig verwerkt in een werkboekje of met het computerpro- gramma. Dat laatste verdient de voorkeur vanwege de stimulerende werkomgeving en de on- middellijke feedback die het programma geeft. Er zijn woordenschattoetsen in een Toetsboekje of digitaal (naar keuze). TIPWerk bewust volgens de ‘viertact’: voorbewerken - semantiseren - consolideren - controleren. Voor- bewerken (introductie, context aanbieden) en Semantiseren (uitleggen, betekenissen zoeken) moe- ten door de groepsleerkracht worden gedaan, klassikaal of in een groepje. Het computerpro- gramma is vooral geschikt voor consolideren (en eventueel extra semantiseren. De controle zit niet alleen in de toets maar blijkt ook uit het taalgebruik van de leerling! Taal actief en internet Ga naar de site van Taal actief 4 en tik dan in het zoekschermpje taal actief 3. Je vindt dan nog veel informatie en materialen. Voor de oude site moet je eerst een account aanmaken: http://www.malmberg.nl/Basisonderwijs/Mijn-Malmberg/Methodes/Mijn-Taal-actief-3/Mijn-Taal-actief-home.htm
  • 4. OPTIMAAL WERKEN MET TAAL ACTIEF 3 - 4 - VERSIE maart 2014 Sipke Faber Optimaal werken met Taal actief 3: tips Terug naar bladzijde 1 Je komt bij de tips zaken tegen die je al doet of geprobeerd hebt. Maar hopelijk ook bruikbare ideeën voor jouw situatie. De volgorde is betrekkelijk willekeurig. Waar mogelijk zijn tips bij elkaar gezet. Be- spreek ze in het team, haal eruit wat zinvol lijkt en maak er afspraken over. Tips voor de voorbereiding en de klassenorganisatie 1. Neem de tijd uit om je op de invoering voor te bereiden. Lees het algemeen gedeelte in de handleidingen. Maak op de site van Malmberg een account aan: Mijn Malmberg. Je klikt de me- thoden aan die je gebruikt. Je hebt dan toegang tot de Taal actief 3 site: http://www.malmberg.nl/Basisonderwijs/Mijn-Malmberg/Methodes/Mijn-Taal-actief-3/Mijn-Taal-actief-home.htm 2. Gebruik de software voor het digibord. 3. Houd evaluaties in het team en bevorder open gesprekken en discussies. Verwacht geen kant en klare ‘oplossingen’. Laat iedereen op uniforme wijze met Ta werken. Houd een ‘groeidocu- ment’ bij waarin alle gemaakte afspraken rond Ta worden genoteerd. 4. Evalueer ook met de leerlingen. 5. Houd je aan het rooster dat de methode aangeeft, maar besteed iedere dag aandacht aan spel- ling, bijvoorbeeld door een 5-woordendictee met woorden uit alle blokken. 6. Bevorder zelfstandigheid bij de leerlingen. Stel jezelf niet centraal. Loop niet steeds rond om in te gaan op vragen. Laat kinderen sámen aan de opdrachten werken, dat houdt ze actief en ver- groot de zelfstandigheid. Laat ze eerst tien minuten werken en maak dan een rondje. Laat ze zo veel mogelijk elkaars werk nakijken. Laat ze aan elkaar helpen in plaats van alles aan jou te vragen. Maak jezelf vrij om leerlingen te begeleiden die dat echt nodig hebben. 7. Laat een interne of een externe begeleider langskomen voor klassenbezoeken. 8. Werk met een flexibele klassenorganisatie. Dat wil zeggen klassikaal werk - groepswerk - sa- menwerkingsvormen - individueel werk waar dat wenselijk is. 9. Gebruik vanaf het begin het computerprogramma. Werk met een strak computerrooster de hele dag door. Vraag om een workshop voor het hele team om wegwijs te raken in het programma. Het computerprogramma is een onmisbare assistent! 10. Te weinig computers? De software bij Ta is nodig, maar om er goed mee te kunnen werken heb je voldoende moderne pc’s nodig. Maak een computerrooster en houd daaraan strikt de hand. Laat een deel van de kinderen de extra woordenschatlessen doen in het werkboekje, de ande- ren op de pc. Wissel dat af. 11. In de leerlijnen zit de nodige herhaling. Maak je dus geen grote zorgen als je het gevoel hebt dat een bepaald onderdeel nog niet bij iedereen echt ‘zit’, de ervaring leert dat het later meestal wel goed komt. Maak gericht gebruik van week 3 en de parkeerweken. 12. Doe in groep 4, vooral het eerste half jaar, veel mondeling. En laat leerlingen samenwerken, zet goed en minder vlotte lezers bij elkaar en laat ze samen, mondeling de opdrachten maken. Be- spreek daarna klassikaal de oplossingen. Leerlingen leren vaak meer van elkaar dan van indivi- dueel lesjes invullen! 13. Samenwerken kan en moet in alle groepen. Laat het een normale werkvorm zijn. 14. Laat leerlingen die de instructie begrepen hebben zelfstandig verder gaan. Geef verlengde in- structie en begeleiding bij de verwerking aan een groep zwakkere leerlingen. Wissel dit af met de vorige tip. 15. Laat leerlingen samen woordbetekenissen oefenen, bijv. in quizvorm. 16. Zelfstandig werken is een voorwaarde om goed te kunnen differentiëren. 17. Verbeter het leesonderwijs in groep 2-3. Het eind groep 3 moet 90% van de kinderen E3 be- heersen! Wees je bewust van de spellinglessen in de aanvankelijk leesmethode.
  • 5. OPTIMAAL WERKEN MET TAAL ACTIEF 3 - 5 - VERSIE maart 2014 Sipke Faber Tips als lessen (te) veel tijd kosten of overbodig lijken In de huidige versie zijn hier weinig klachten over. Wel zijn er soms vragen over het overslaan van bepaalde lessen. Hieronder een opsomming van tips dienaangaande. Efficiënt met de tijd omgaan: algemene tips 1. De eerste 2-3 blokken mogen eventueel 4 weken duren, maar stel jezelf daarna tot doel om elk blok in 3 weken af te ronden. Gebruik de parkeerweken voor het uitbreidingsprogramma en RT. 2. Werk met vóórinstructie voor taalzwakke leerlingen. Lees samen het ankerverhaal. Laat heb de woorden onderstrepen die ze niet (goed) kennen. Bespreek die woorden of laat hen in tweetal- len die woorden bespreken. Dat geeft hen later succeservaringen en scheelt jou tijd bij de klas- sikale bespreking. 3. Sta boven de methode en de les die aan de orde is. Het doel van de les staat centraal, jij be- paalt de weg ernaartoe. Als de kinderen het wel weten of kunnen hoeven niet alle opdrachten te worden gemaakt. Anderzijds kan het soms nodig zijn om met elkaar stap voor stap opdrachten door te werken. 4. Werk doelgericht. Bij elke les staat vermeld wat het doel is. Bespreek het lesdoel met de kinde- ren. Keer tijdens de les af en toe terug naar het doel: “wat gingen we ook alweer leren?” en blik aan het einde van de les even terug. 5. Stel jezelf de vraag ‘vind ik dit belangrijk voor onze leerlingen’, ‘Is het bereiken van dit doel noodzakelijk voor de volgende lessen in de leerlijn’, ‘kennen de leerlingen misschien deze lesin- houd al’, Verzamel de eerste jaren lessen en onderdelen die volgens jou gemist kunnen wor- den. Maar daarvan aantekeningen en bespreek het met je collega’s. 6. Als maar weinig leerlingen een toets onvoldoende maken, ga dan meteen door. Volg de jaar- planning. Geef de echt zwakke leerlingen op een ander tijdstip een herhalingsles. 7. Gebruik géén andere lesmaterialen voor taal naast Ta! Planning o Gebruik de jaarplanning. o Beperk je tot de doelstellingen van de les. Verwerking o Als bij luisteren en spreken een verhaal voorgelezen moet worden kost dat soms te veel tijd. Vertèl het verhaal dan in verkorte vorm. o Als de handleiding zegt dat èlk kind een beurt moet krijgen doe dat dan niet. Laat vijf kinderen aan de beurt komen, de rest een andere keer. Bedenk dat naarmate kinderen langer moeten wachten ze steeds onrustiger worden en minder goed meedoen. Lessen overslaan Ta neemt in vergelijking met andere methoden niet opvallend veel lestijd in beslag. Taalzwakke leerlingen hebben veel leerstof en oefenstof nodig. Toch lijken sommige lessen, met name in de leerlijnen mondelinge taal en stellen voor sommigen op ‘franje’. Kijk hierboven onder Algemeen bij tip 3, 4 en 5. Tips voor het aanvullend woordenschatprogramma (zie ook blz. 3) Dit is noodzakelijk voor elke school met taalzwakke en allochtone leerlingen. Het betekent dat je méér tijd voor Ta moet uittrekken. 1. Bied het woordenschatprogramma gedifferentieerd aan. Maak een groepje taalzwakke leerlin- gen en biedt hen het ankerverhaal en de moeilijke woorden daarin woorden een dag van te vo- 2. ren aan (‘voorinstructie’). Laat hen met het aanvullend woordenschatprogramma werken. De andere kinderen krijgen dan alternatieve opdrachten waaraan ze zelfstandig moeten werken. Bijv. uit het uitbreidingsprogramma.
  • 6. OPTIMAAL WERKEN MET TAAL ACTIEF 3 - 6 - VERSIE maart 2014 Sipke Faber 3. Wees je ervan bewust dat kinderen ook met andere woorden moeite kunnen hebben dan die welke het woordenschatprogramma aangeeft. Laat kinderen daarom zelf moeilijke woorden on- derstrepen. 4. Sta niet te lang stil bij woorden als dat niet nodig is. 5. Geef nauwkeurige woordomschrijvingen. Zorg ervoor dat je een woordenboek bij de hand hebt. Kom terug op woorden met andere betekenissen en voorbeeldzinnen. 6. Geef leerlingen de woordpakketten mee naar huis en geef de ouders regelmatig instructies over hoe ze hun kinderen ermee kunnen helpen. 7. Doe naast het woordenschatprogramma géén andere extra taallessen. 8. Zorg voor voldoende herhaling van de woorden. Bied gevarieerde verwerkingsvormen aan. Herhaal de woorden bij de spellinglessen. 9. Vraag een workshop of cursus uitbreiden woordenschat aan. Tips Taalactief Spelling (zie ook blz. 2) Per les is er een woordpakket. Het gaat in de didactiek om drie basiselementen: 1. De spellingcategorie staat centraal. Binnen een categorie is steeds één spellingmoeilijkheid aan de orde. 2. Binnen de categorie is het grondwoord de sleutel tot de categorie. Het grondwoord is kenmer- kend voor de categorie c.q. de spellingmoeilijkheid. 3. Voor elke categorie wordt een strategie gehanteerd. De lln. moeten die strategie kennen, her- kennen en toepassen. 1. Het is noodzakelijk om het algemene deel van de spellinghandleiding grondig te bestuderen, te kennen, te herlezen en toe te passen. Als je dat niet doet kan je niet goed lesgeven. 2. Er is een relatie tussen Ta taal en Ta spelling. Woorden uit de woordpakketten komen ook in de taallessen voor bijv. de ankerverhalen en de woordenschatoefeningen. Schrijf ze daarom ook bij de taallessen op. Maak gebruik van een interactief schoolbord en de software daarvoor. 3. De parkeerweken zijn gekoppeld aan twee blokken. Houd deze planning aan en gebruik de par- keerweken daadwerkelijk voor differentiatie. 4. De methode stelt dat lln. de woorden die ze moeten schrijven (dictee) ook moeten kennen (woordenschat). Dat houdt in dat je tijdens de spellinglessen de woorden bespreekt. 5. Geef zwakke spellers vóórinstructie m.b.v. het computerprogramma. 6. Lees en herlees in de handleiding blz. 22-24 over differentiatie! 7. Zorg elke dag voor een oefenmoment. 8. Wees je ervan bewust dat de Bakkaarten toepassingsopdrachten bevatten. Laat àlle lln. toe- passingsopdrachten maken. Bespreek met de collega’s de volgende uitgangspunten: 9. Elk schrijfproduct (verhaal, werkstuk e.d.) moet door de leerlingen eerst in klad worden ge- schreven. Daarna corrigeert de leerling het geschrevene grondig. De tekst wordt door een ander nagezien. Tenslotte wordt de tekst in het net geschreven en afgewerkt. Om lln. te motiveren worden regelmatig door hen geschreven teksten gebruikt: brieven worden echt verstuurd, de beste teksten worden gepubliceerd, er is een klassenmap met teksten enzovoort. 10. Voor de bakkaarten en ook het Werkboek taal geldt dat sommige kinderen het moeilijk vinden er zelfstandig mee te werken. Laat eventueel de kinderen die voldoende score toch de R-lessen maken. Bespreek de bakkaarten en het Werkboek klassikaal (gebruik de beamer) en léér de kinderen hoe ermee te werken. 11. Wees je bewust van het onderscheid tussen goede spellers, matige spellers (instructiegevoelig) en zwakke spellers (instructieafhankelijk). Niveaus A, B en C. Bied hen de op hen afgestemde instructie en verwerking aan. Maar laat ook de minder goede spellers aan de stimulerende bak- kaarten toekomen.
  • 7. OPTIMAAL WERKEN MET TAAL ACTIEF 3 - 7 - VERSIE maart 2014 Sipke Faber 12. Hoewel het hoofddoel is dat lln. de spellingmoeilijkheid en de daarbij horende strategie kennen en herkennen stelt de methode zich ook op het standpunt dat uiteindelijk alle aangeboden woorden worden beheerst! 13. Een beschrijving van de strategieën staat op blz. 13-14 van de handleiding. 14. Een overzicht van de werkwoordsvormen en de bijhorende categorieën staat op blz. 18. Je kunt hierin aflezen in welk thema de categorieën worden behandeld en daarop teruggrijpen bij herha- ling of remediëring. 15. Houd je het eerste jaar of de eerste twee jaar aan de vaste lesindeling per thema: 4 basislessen  signaaldictee  differentiatielessen  controledictee  differentiatie  parkeerweek met dictee en differentiatielessen. Met name voor de goede spellers is het mogelijk hiervan af te wij- ken maar doe dit alleen na overleg met je collega’s. 16. Maak een duidelijke afspraak met je collega’s welke leerlingen het controledictee moeten ma- ken. Voor scholen of groepen met relatief veel taalzwakke leerlingen is het wellicht beter om àlle lln. het controledictee te laten maken. Echter: observeer de lln. en verzamel informatie. Neem op basis daarvan beslissingen. 17. Lees artikelen over spellingdidactiek, kijk bijv. eens op: http://www.jsw-online.nl/jsw/archief/. Op sommige webpagina’s zijn aanvullende registratiemiddelen en oefenbladen te vinden die aan- sluiten bij Taal actief. https://mijn.digischool.nl/gebruikers/homepage 18. Een alternatief voor de spellingsoftware van Ta is die van Ambrasoft. Heb je hier iets aan gehad? Al mijn artikelen en presentaties zitten vol praktijkervaringen en degelijke informatie. Je kan mij ook op school uitnodigen voor een workshop, een cursus of een adviestraject. Altijd praktisch en uitvoerbaar. Meer informatie: www.didactiekenorganisatie.blogspot.com Of stuur direct een mailtje didactiekenorganisatie@gmail.com Graag tot ziens! Sipke Faber Terug naar bladzijde 1