OPTIMAAL WERKEN MET NIEUWSBEGRIP BASIS – versie 3.2
Sipke Faber – versie 3.2 – februari 2014 - 1 -
OOOppptttiiimmmaaaaaall...
OPTIMAAL WERKEN MET NIEUWSBEGRIP BASIS – versie 3.2
Sipke Faber – versie 3.2 – februari 2014 - 2 -
Dan de knop “Wordt een ...
OPTIMAAL WERKEN MET NIEUWSBEGRIP BASIS – versie 3.2
Sipke Faber – versie 3.2 – februari 2014 - 3 -
NIEUWSBEGRIP: KENMERKEN...
OPTIMAAL WERKEN MET NIEUWSBEGRIP BASIS – versie 3.2
Sipke Faber – versie 3.2 – februari 2014 - 4 -
Geoefende lezers passen...
OPTIMAAL WERKEN MET NIEUWSBEGRIP BASIS – versie 3.2
Sipke Faber – versie 3.2 – februari 2014 - 5 -
De richttijden voor de ...
OPTIMAAL WERKEN MET NIEUWSBEGRIP BASIS – versie 3.2
Sipke Faber – versie 3.2 – februari 2014 - 6 -
De actuele lessen: hand...
OPTIMAAL WERKEN MET NIEUWSBEGRIP BASIS – versie 3.2
Sipke Faber – versie 3.2 – februari 2014 - 7 -
Werken met 2 niveaugroe...
OPTIMAAL WERKEN MET NIEUWSBEGRIP BASIS – versie 3.2
Sipke Faber – versie 3.2 – februari 2014 - 8 -
betere resultaten leidt...
OPTIMAAL WERKEN MET NIEUWSBEGRIP BASIS – versie 3.2
Sipke Faber – versie 3.2 – februari 2014 - 9 -
Verdere differentiatiev...
OPTIMAAL WERKEN MET NIEUWSBEGRIP BASIS – versie 3.2
Sipke Faber – versie 3.2 – februari 2014 - 10 -
TIPS
Voorbereiding en ...
OPTIMAAL WERKEN MET NIEUWSBEGRIP BASIS – versie 3.2
Sipke Faber – versie 3.2 – februari 2014 - 11 -
Heb je hier iets aan g...
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Optimaal werken met Nieuwsbegrip - versie 3.3

1,430

Published on

In de zomer van 2013 werd Nieuwsbegrip vernieuwd. Nieuwe website, nieuwe Algemene handleiding en nog zo e.e.a. Reden om "Optimaal werken met Nieuwsbegrip" geheel te herschrijven. Boordevol waardevolle aanwijzingen en tips. Geef nu beter les met NB en haal alles uit uw leerlingen. Versie 3.2 bevat enkele verbeteringen en geeft nog meer adviezen en tips. De laatste versie van de Algemene Handleiding (sep 2013) werd geraadpleegd.

Published in: Education
0 Comments
1 Like
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

No Downloads
Views
Total Views
1,430
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
3
Actions
Shares
0
Downloads
13
Comments
0
Likes
1
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Optimaal werken met Nieuwsbegrip - versie 3.3

  1. 1. OPTIMAAL WERKEN MET NIEUWSBEGRIP BASIS – versie 3.2 Sipke Faber – versie 3.2 – februari 2014 - 1 - OOOppptttiiimmmaaaaaalll wwweeerrrkkkeeennn mmmeeettt NNNiiieeeuuuwwwsssbbbeeegggrrriiippp Versie 3.3 – maart 2014 Vooraf Nieuwsbegrip heeft in korte tijd veel bekendheid verworven. Steeds meer scholen gebruiken NB Basis naast hun bestaande methode voor begrijpend lezen, of in plaats daarvan. Daarnaast stap- pen scholen over op NB XL als volledige methode. Dit artikel handelt vooral over NB Basis. De nieuwe versie geeft gebruikers van NB basis bijna dezelfde mogelijkheden als XL. Wat kan je van dit artikel verwachten? Ik zal eerst belangrijke kenmerken van de website bespreken. Te beginnen met het start- scherm. Daarna (vanaf blz. 3) bespreek ik de belangrijkste kenmerken van de methode en geef adviezen en tips. Ik beperk mij tot de hoofdzaken van NB. Het startscherm (na inloggen) In de zomer van 2013 is het startscherm vernieuwd en dat is even wennen. Ik zal eerst de knoppen bespreken. Bovenste rij: Plaatje actuele tekst. Daar- naast Download en print. Hier kunnen teksten, opdrachten en handleidingen en nog veel meer worden opgehaald. Vaak naar keuze in Word- of in PDF-opmaak. Daarnaast: Digibord. Kies eerst een ni- veau. Vervolgens een strategie. Toelich- ting in de algemene handleiding en de handleiding bij de les. Dan: Online lessen. Alleen voor XL. Lessen met een alternatieve tekstsoort aanklikken die online gemaakt worden. De pagina heeft vele mogelijkheden. Bekijk ze allemaal. TIP Bekijk de diverse mogelijkheden van de online lessen. Middelste rij. Eerst Jeugdjournaal. Het filmpje bij de actuele tekst. Daarnaast een mededeling. Dan de knop Leerlingresultaten. Alleen XL. Hiermee kunt u werken als u uw groep heeft ingevoerd. Onderste rij. Nieuws, een knop die actuele zaken laat zien. En Stuur een onderwerp, u kunt samen met de klas een suggestie voor een onderwerp voor volgende week insturen. Naast het Nieuwsbegrip logo staat een rijtje nuttige knoppen.”Start” is het huidige startscherm. Deze knop vindt u ook in andere schermen: een snelle manier om terug te keren naar het startscherm. Daarnaast “Ar- chief”. Dat geeft toegang tot alle eerder gepubliceerde lessen. Nuttig voor extra oefening.
  2. 2. OPTIMAAL WERKEN MET NIEUWSBEGRIP BASIS – versie 3.2 Sipke Faber – versie 3.2 – februari 2014 - 2 - Dan de knop “Wordt een pro”. Als u hierop klikt en dan doorklikt op “Nieuwsbegrip” krijgt u toegang tot enkele prezipresentaties, voor resp. “beginners’, “gevorderden” en “pro's”. TIP Bekijk met name de presentatie voor beginners. Onderaan de pagina staan 3 rijtjes met koppelingen: “Handige links”. Bekijk de- ze naar eigen inzicht. Ik wijs met name op het middelste rijtje, de knop “modelen” 1 . Modelen is hardop denkend voordoen. U bent als leerkracht een model voor de leerlingen. U demonstreert door hardop te denken de denkproces- sen waarvan u wilt dat de leerlingen ze gaan toepas- sen tijdens het lezen van een tekst. Ongeveer zoals een dansleraar een aan te leren danspas voordoet. TIP Bekijk de presentaties over modelen (voordoen). Ze zijn helaas niet opgenomen in een levensech- te situatie maar geven wel een idee. Klik op “Start”. De knop “Toetsen” geeft een toetskalender en informatie over de verschillende toetsen. Bij “Leerlingbeheer” kunt u tenslotte leerlinggegevens instel- len. (Alleen XL). 1 Modelen is een Engels woord dat niets toevoegt aan het Nederlandse equivalent ‘voordoen’. De leerkracht doet voor
  3. 3. OPTIMAAL WERKEN MET NIEUWSBEGRIP BASIS – versie 3.2 Sipke Faber – versie 3.2 – februari 2014 - 3 - NIEUWSBEGRIP: KENMERKEN EN TIPS 2 Terug naar blz. 1 Lesplanning en les geven Lesplanning Per leerjaar 7 blokken van 6 weken, dus 42 weken lesstof. Per blok 5 weken basislessen, 6e week blokles (is een toetsles) Per les één leesstrategie staat centraal. TIP Maak een jaarplan met 5 blokken Plan daartussen parkeerweken voor RT en andere activiteiten. Les geven De lesbeschrijving geeft aanwijzingen voor instructie (hardop denkend voordoen door de leer- kracht) en gezamenlijk oefenen. Toch zie ik in de praktijk dat de leerlingen na het filmpje en het doorlezen van de tekst aan het werk worden gezet, zonder verder een actieve rol van de leerkracht. Op die manier wordt NB een schriftelijke cursus, wat niet de bedoeling is. In de les- beschrijvingen staat niet duidelijk hoe de tekst wordt aangeboden. Het is noodzakelijk om dit te bestuderen in de Algemene Handleiding. De handleiding schrijft niets voor, maar benadrukt wel het rolwisselend lezen. Omdat de leesstrategie daardoor wordt geoefend. Wees je bewust van je rol als leerkracht tijdens de les. Bespreek het doel van de les: vertel wat de leerlingen gaan oefenen. Geef instructie. Doe hardop denkend voor wat je van de leer- lingen verwacht. Lees de lesbeschrijving zorgvuldig door. Wéét met welke woorden jouw leer- lingen moeite hebben. TIP Zijn er veel zwakke lezers in groep 4 start dan pas na de kerstvakantie met NB en werk daarvoor en daarnaast aan leestechniek en woordenschat d.m.v. een methode. Strategieën Net zoals alle andere methoden voor begrijpend lezen draait het in NB om het aanleren, oefe- nen en uiteindelijk geautomatiseerd toepassen van enkele strategieën. Een strategie is een hulmiddeltje bij het lezen om de tekst goed te kunnen begrijpen. Vaak wordt een onderscheid gemaakt tussen strategieën voor het lezen, tijdens het lezen en na het lezen, maar in het da- gelijks leven is dit onderscheid niet zo scherp te maken. NB maakt dit onderscheid overigens niet. Alleen bij ‘voorspellen’ gaat het vaak om vóór het lezen, maar voorspellen speelt ook tij- dens het lezen vaak een rol, bijv. als je aan een nieuwe alinea of een nieuw hoofdstuk begint en naar de kop kijkt die erboven staat of de afbeeldingen erbij. Strategie Omschrijving Voorspellen Op basis van tekstkenmerken zoals titel, tussenkopjes, afbeeldingen e.d. al- vast proberen een beeld te krijgen van waar de tekst over handelt. Ophelderen van on- duidelijkheden Onduidelijkheden ophelderen: woorden, zinnen of alinea’s. Samenvatten De kern van een tekstfragment of een hele tekst kunnen noemen. Vragen stellen Tijdens het lezen jezelf afvragen of je het begrijpt, waar het naar toe gaat, wat de bedoeling is e.d. Ook: tot een dieper begrip komen van de tekst. Relaties en verwijs- woorden In lange zinnen of in stukken tekst relaties kunnen zien tussen zinsdelen of stukken tekst. Verwijswoorden spelen daarbij een cruciale rol. Visualiseren Jezelf een voorstelling maken van de tekst. Een vorm van samenvatten. Kan ‘in je hoofd’ zijn, maar ook d.m.v. schema’s, mindmaps, tabellen e.d. Komt in verwerkingsopdrachten aan de orde. 2 In dit artikel is gebruikt gemaakt van de Algemene Handleiding versie september 2013.
  4. 4. OPTIMAAL WERKEN MET NIEUWSBEGRIP BASIS – versie 3.2 Sipke Faber – versie 3.2 – februari 2014 - 4 - Geoefende lezers passen dergelijke strategieën automatisch toe tijdens het lezen. Maar soms lezen we ‘op de automatische piloot’, besteden weinig aandacht aan wàt we precies aan het lezen zijn. Deskundigen denken dat zwakke lezers geneigd zijn om maar door te lezen zonder voldoende aandacht voor betekenis. Door leesstrategieën aan te leren zouden zwakke lezers meer bewuste lezers kunnen worden die actief met de tekst omgaan. In het algemeen wordt aangenomen dat de leerkracht moet voordoen hoe je een bepaalde strategie tijdens het lezen kunt toepassen. NB noemt ‘modelen’, wat ontleend is aan de Engelstalige literatuur hierover. Een belangrijk hulpmiddel bij het aanleren, oefenen en toepassen van strategieën in NB is het Sleutelschema. In de opdrachten heeft steeds 1 opdracht betrekking op het werken met een sleutelschema, waarbij dat schema al naar gelang de tekstsoort kan variëren. (AH blz. 10-11). Strategielessen Om gericht instructie en oefening over een strategie te kunnen bieden zijn er twee series Stra- tegielessen: niveau A en B. Ik bespreek die verderop. Woordenschat In het onderwijs speelt woordenschat een centrale rol. Wat betreft begrijpend lezen zou je bij- na kunnen zeggen dat het bijna helemaal op woordenschat neerkomt. Zeker als we woorden- schat opvatten als het samenhangende geheel van betekenisnetwerken in ons brein. U kunt naar eigen inzicht tijdens de lessen aandacht schenken aan woordenschat. Uitgangs- punt is de woordselectie: welke woorden vindt u dat uw leerlingen moeten kennen. Bijzonder aandachtspunt: welke kennen ze al en welke nog niet, of niet goed genoeg. Differentiëren is onvermijdelijk aangezien binnen een klas de verschillen in woordenschat heel groot kunnen zijn. De woordenlijsten in NB zijn dan ook slechts een houvast. U moet voor u zelf nagaan welke woorden uit de lijsten u wilt aanbieden en welke woorden u wilt toevoegen. Dit rekening houdend met de onderwijsbehoeften van verschillende leerlingen. Verder moet u beslissen in welke lesfase het accent komt te liggen op woordenschat. Sommige leerlingen hebben daarbij behoefte aan wat méér. Gebruik de Woordhulp op de achterkant van het Stappenplan. Voor NB XL zijn extra woordenschatlessen beschikbaar. TIP Bekijk elke week de woordenlijsten (3 niveaus) en ga er actief mee om. Bepaal wat úw leerlingen nodig hebben. TIP Laat voorafgaand aan de basisles de tekst alvast lezen en de moeilijke woorden markeren. Verza- mel ze en geef er uitleg over tijdens de instructiefase van de basisles. TIP Geef tijdens de instructiefase van de les korte uitleg bij de moeilijke woorden. Ga tijdens de ver- lengde instructie dieper in op de woordbetekenissen. Weekplanning De handleiding (AH blz. 6) doet de volgende suggestie: Activiteit Tijd Materiaal en vorm Maandag Optie: een onderwerp insturen. Optie: een strategieles doen Max. 10 min Max. 45 min. Naar website sturen Klassikaal, les downloaden Dinsdag Basisles Max. 45-50 min. Klassikaal, les downloaden Woensdag Optie: woordenschatles Max. 30 min. Individueel. Les printen of digi- taal. Donderdag Leesles andere tekstsoort 3 . Ca. 30 min. Klassikaal of individueel. Les printen of digitaal. Vrijdag Optie: Nieuwsbegrip schrijven. Ca. 45 min. Klassikaal of individueel. Les printen of digitaal. 3 Alleen voor XL. U kunt ook zelf een geschikte tekst zoeken en gebruiken.
  5. 5. OPTIMAAL WERKEN MET NIEUWSBEGRIP BASIS – versie 3.2 Sipke Faber – versie 3.2 – februari 2014 - 5 - De richttijden voor de lesduur lijken mij wel verantwoord. Langer dan 45-50 minuten mag een les niet gaan duren. Dan zakt de concentratie te veel in. Opmerkingen bij de genoemde lessoorten in de weekplanning De strategielessen lijken heel nuttig, mits ze op een goede manier worden aangeboden. Ik kom daar verderop op terug. Gezien de beperkte roostertijd kan ik mij voorstellen dat u een strategieles doet in plaats van een basisles. De woordenschatlessen zijn nuttig en noodzakelijk voor scholen met veel taalachterstand. In andere situaties kunt u meer of minder tijd besteden aan woordenschat tijdens de basisles. Heeft u een basislicentie dan kunt u met de woordenlijst laten oefenen en gebruik maken van de vele oefenvormen die de handleiding biedt. (AH bijlage 1, blz. 33-35). De leesles andere tekstsoort is bedoeld om van NB-XL een complete begrijpend leesmethode te maken. Immers: de basislessen zijn informatieve teksten. Voor een compleet onderwijsaan- bod is het nodig dat leerlingen ook werken met andere tekstsoorten. We krijgen dan een twee- de les in de week. Twee lessen zien we ook bij de meeste andere begrijpend leesmethoden, vaak beschouwd als optie. Dat wil zeggen dat als uw resultaten voor begrijpend lezen goed zijn, u kunt besluiten om die tweede les te laten vervallen. Een alternatieve mogelijkheid is om de basisles afwisselend aan te bieden op basis van de actuele les van de week of op basis van een andere tekstsoort. Wie alleen een NB Basislicentie heeft kan zelf een geschikte tekst zoeken en die met de klas bespreken door middel van instructie, voordoen en klassengesprek Voor wat betreft Nieuwsbegrip schrijven vraag ik mij af of dat nodig is. De methode NB is op- gesmukt met diverse extra lessen en mogelijkheden waarvan goed moet worden afgewogen of ze iets toevoegen aan de lessen uit de taalmethode. Jeugdjournaal, kijk- en luisteropdrachten NB biedt de mogelijkheid om een filmpje van Jeugdjournaal te draaien dat aansluit bij de actu- ele les. Aan dit filmpje zijn kijk- en luisteropdrachten verbonden. Ze lijken wel nuttig maar ik bespreek ze hier niet. Ze kosten wel extra onderwijstijd. Zie AH blz. 19. Strategielessen De 6 strategieën (inclusief visualiseren) worden in de strategielessen expliciet aangeleerd. (AH blz. 21-22). Ik vind dat het afhangt van de mate waarin u tijdens de basisles instructie geeft over de aan te leren strategie of strategielessen nog nodig zijn. Er is een beperkt aantal les- sen. Zeven lessen op niveau A en 8 op niveau B. Niveau A heeft betrekking op groep 5-6. Ni- veau B op groep 7-8. Er is voor elke strategie een handleiding en opdrachten. U kunt zelf be- palen wanneer u de lessen aanbiedt. U kunt bijvoorbeeld de hele serie in een jaar doen en ze het jaar erna laten herhalen. U kunt de serie ook spreiden over 2 leerjaren. Wanneer de lessen worden herhaald kunt u daarvoor een andere geschikte tekst zoeken. De lessen zijn nogal omvangrijk, zodat splitsen over twee momenten nodig zal blijken. TIP Bespreek met uw collega’s welke lessen u gaat aanbieden en welke dat moeten zijn. De opdrachten van de strategielessen Er wordt veel uitleg gegeven en er zijn veel opdrachten. Dat vergt wat van de leerlingen. Lees daarom zorgvuldig wat er in de AH wordt verteld (blz. 20-22). Werk klassikaal tot een deel van de leerlingen zelfstandig verder kan met de opdrachten. Er wordt verwezen naar “Hulp van Sam”. Die staat op de laatste pagina van de opdrachten. Geef verlengde instructie aan de ove- rigen. Laat hen tenslotte ook nog enkele opdrachten zelfstandig (of in duo’s) maken. Overi- gens vind ik de lesbeschrijvingen van de Strategielessen veel beter uitgewerkt dan van de ba- sislessen. Ook wordt in de Strategielessen rechtstreeks aan een leesstrategie gewerkt. TIP Bestudeer eerst de informatie over de strategielessen. Maak de afweging of u ze gaat inzetten en zo ja op welke wijze. Er zijn véél opdrachten, ga er selectief mee om.
  6. 6. OPTIMAAL WERKEN MET NIEUWSBEGRIP BASIS – versie 3.2 Sipke Faber – versie 3.2 – februari 2014 - 6 - De actuele lessen: handleiding, tekst, opdrachten Iedere week staat er op de website een nieuwe actuele tekst, met handleiding (= lesbeschrij- ving) en opdrachten. Verschillende overwegingen kunnen ertoe leiden dat u de les van de week niet gebruikt, bijvoorbeeld: U doet die week een strategieles Het onderwerp van de week spreekt niet aan U oefent liever met een andere strategie De lesbeschrijving begint met wat zakelijke informatie over de les waaronder het lesdoel: de strategie die deze les centraal staat. Het doel van de les is dus niet de inhoud van de tekst, dan zou het een lesje wereldverkenning zijn! Toch komt het voor dat leerlingen (en leerkrachten) de les aanbieden alsof het primair om de informatie gaat. Ik wil daarom deze adviezen meegeven. 1. Wees u bewust van het lesdoel 2. Bespreek het lesdoel met de leerlingen. “Vandaag gaan we leren samenvatten”. Of “vandaag gaan we verder oefenen met samenvatten”. 3. Breng tijdens de les regelmatig het lesdoel in herinnering. “We zijn bezig met samenvatten. Hoe zou jij deze alinea kunnen samenvatten?” 4. Doe de terugblik aan het einde van de les en vraag “wat hebben we vandaag ge- leerd/geoefend?” Vat de les samen of laat een leerling dat doen. Vraag ook “wat kan je hier- mee”. Of “hoe kan je dit gebruiken?” Instructie en begeleiding geven In de lesbeschrijvingen lijkt het voornamelijk te gaan om het door- werken van de opdrachten. Onder begeleiding van u, of zelfstan- dig. Welke instructie u geeft over het lesdoel blijft vaag. In de Al- gemene handleiding (juli 2013) vinden we in paragraaf 3.2 en 3.3 (blz. 14-18) meer informatie. Ten eerste over het werken met het Stappenplan lezen. Ik denk dat u dit goed moet bestuderen. Er zijn, afhankelijk van de vorderingen van de leerlingen, verschillen- de mogelijkheden om het stappenplan te gebruiken. Kinderen die wat verder zijn kunnen in groepjes de tekst doorwerken met behulp van een coöperatieve werkvorm: het Rolwisselend lezen (blz. 14). U zult dat eerst goed met ze moeten bespreken en klassikaal oefenen, voordat ze er zelfstandig mee aan de slag kunnen. Bij klassenbezoeken heb ik gezien dat dit rolwisse- lend lezen goed kan werken. TIP Zorg ervoor dat u de didactische informatie grondig kent zodat u vanuit deze kennis de wekelijkse lesbeschrijvingen kunt optimaliseren. U kunt niet goed werken met NB zonder op eigen initiatief de lesbeschrijvingen aan te passen. De organisatieschema’s (AH september 2013, blz. 18) geven meer duidelijkheid over de plaats van instructie in de les. Ik neem beide schema’s over, geef extra informatie in de schema’s en daaronder nog wat commentaar. Het gaat mij in het bijzonder om de plaats van instructie in het lesmodel. Want in de lesbeschrijvingen vindt u hierover weinig of niets.
  7. 7. OPTIMAAL WERKEN MET NIEUWSBEGRIP BASIS – versie 3.2 Sipke Faber – versie 3.2 – februari 2014 - 7 - Werken met 2 niveaugroepen Niveaugroep 1 (zwakke lezers) Niveaugroep 2 (gevorderde lezers) Klassikaal: introductie op de les, lesdoel bespreken, tekst lezen, inclusief voordoen van de leesstrategie. Aandacht schenken aan die moeilijke woorden waar het grootste deel van de klas moeite mee heeft. Verlengde instructie met extra aandacht voor de strategie, waarbij ook van de leerlingen wordt ge- vraagd hardop te denken. Bovendien aandacht voor woordenschat. Zelfstandig werken aan de opdrachten, met gevarieer- de werkvormen: individueel, in groepjes, coöperatief. De leerlingen die dat kunnen gaan nu alsnog zelf- standig werken aan de opdrachten, met gevarieerde werkvormen: individueel, in groepjes, coöperatief. Als er aan de instructietafel nog leerlingen zijn achter- gebleven geeft u hen een opdracht die ze individueel of in duo’s kunnen doen. U maakt een ronde door de klas en geeft feedback U gaat verder werken met de overgebleven leerlin- gen aan de instructietafel Zelfstandig werken. Eventueel uitloopopdrachten. Klassikaal: terugblikken, samenvatten, “wat hebben we geleerd, en wat kunnen we hiermee doen?” Ook aandacht voor het lesverloop: “kon iedereen goed doorwerken”. Opmerkingen Dit lesschema is een voorbeeld. In de praktijk kunnen meer of minder leerlingen zelfstandig werken. Meer of minder leerlin- gen hebben behoefte aan verlengde instructie. Dit hangt ook af van de jaargroep. In sommige groepen moet u, zeker in het begin, meer klassikaal werken. Stelt u zich echter tot doel om vanaf een bepaalde datum geleidelijk meer te differentiëren. TIP Léér uw leerlingen wat er wordt bedoelt met zelfstandig wer- ken. Wees duidelijk in wat u van hen verwacht. Werken met 3 niveaugroepen Niveaugroep 1 (zwakste lezers) Niveaugroep 2 (gemiddelde le- zers) Niveaugroep 3 (meest gevor- derde lezers) Klassikaal: introductie op de les, lesdoel bespreken, tekst lezen, inclusief voordoen van de leesstrategie. Aandacht schenken aan die moeilijke woorden waar het grootste deel van de klas moeite mee heeft. Instructie met extra aandacht voor de strategie, waarbij ook van de leer- lingen wordt gevraagd hardop te denken. Bovendien aandacht voor woordenschat. Zelfstandig werken aan de op- drachten, met gevarieerde werk- vormen: individueel, in groepjes, coöperatief. Verlengde instructie ook bij de eer- ste opdrachten. De leerlingen die dat kunnen gaan nu alsnog zelfstandig werken aan de opdrachten, met gevarieerde werkvormen: individueel, in groep- jes, coöperatief. Zelfstandig werken Zelfstandig werken Ronde door de klas, feedback Feedback Zelfstandig werken Zelfstandig werken Klassikaal: terugblikken, samenvatten, “wat hebben we geleerd, en wat kunnen we hiermee doen?” Ook aandacht voor het lesverloop: “kon iedereen goed doorwerken”. Opmerkingen Het schema is een voorbeeld waarop variaties mogelijk zijn. Werken met drie niveaus wordt de laatste jaren steeds vaker aangeprezen als het didactisch model bij uitstek. Steeds meer methoden spelen daarop in en bieden in hun lesbeschrijvingen uitwerking op 3 niveaus. Enige terughoudendheid vind ik op zijn plaats. Ten eerste zijn mij geen wetenschappelijke studies bekend waarin wordt bewezen dat werken op 3 niveaus tot
  8. 8. OPTIMAAL WERKEN MET NIEUWSBEGRIP BASIS – versie 3.2 Sipke Faber – versie 3.2 – februari 2014 - 8 - betere resultaten leidt voor alle leerlingen. Ten tweede moet er aan verschillende voorwaarden zijn voldaan voordat u kunt overstappen naar werken op 3 niveaus. Tenslotte geldt voor mij nog steeds: differentiëren is een middel, geen doel. Dat betekent dat u differentiatievormen toepast al naar gelang het soort les, de onderwijsbehoeften van de leerlingen en … uw eigen mogelijkheden. TIP Vraag om klassenconsultatie, eventueel met video-opnamen om uw vaardigheid te verbeteren. Ga vooral ook in de klas kijken bij collega’s die het werken op niveaus goed in de vingers hebben. Be- spreek het werken in niveaus tijdens bouwvergaderingen. Geef elkaar tips. De opdrachten De opdrachten zijn heel gevarieerd. We zien dat bepaalde typen opdrachten regelmatig terug- keren. Verder zijn er per les steeds bepaalde typen opdrachten aanwezig. Dit draagt bij aan herkenbaarheid voor de leerlingen. De opdrachten zijn op hun beurt weer onderverdeeld in enkele vragen. Opdracht 1 heeft veelal de meeste vragen. Deze hebben betrekking op woor- denschat, antwoorden zoeken in de tekst, denkvragen (“waarom”….) en belevingsvragen (“hoe zou jij je voelen”). Dan wordt er soms gevraagd een Sleutelschema te maken. Dit schema kan er anders uitzien, afhankelijk van tekst en strategie. Een andere vorm is dat er wordt gevraagd een schema een mindmap of een tekening te maken (visualisatie). Opmerkingen De opdrachten bevatten vaak in een kader een stuk toelichtende tekst. Het lezen van deze tekst doet op zich al een beroep op begrijpend lezen. Dit kan voor sommige kinderen te moei- lijk zijn. Overweeg daarom of u dit niet beter klassikaal kunt lezen en bespreken. Niet alle opdrachten zijn duidelijk relevant voor het lesdoel, de strategie die deze les centraal staat. De vragen lijken dan eerder ontleend aan een taalboek of een zaakvakkentekst. Som- mige opdrachten hebben zelfs meer het karakter van “een werkje geven”. Aangezien het ma- ken van alle opdrachten in de praktijk vaak veel tijd kost, wat de les doet uitlopen tot meer dan 45’ kunt u overwegen opdrachten te schrappen of aan te wijzen als extra opdracht voor de snelle leerlingen. Als u de opdrachten in Wordformaat binnenhaalt kunt u naar hartenlust de tekst bewerken!... Sommige opdrachten doen impliciet een beroep op een andere strategie dan die welke cen- traal staat deze les. Dat is op zich nuttig en zelfs niet te vermijden. Het lijkt mij wel van belang dat u de leerlingen daar op wijst: “hoe gaan we deze vraag beantwoorden, welke strategie hebben we daarbij nodig?” TIP Overweeg welke opdrachten, of vragen binnen een opdracht direct relevant zijn voor het lesdoel en welke vragen eventueel geschrapt kunnen worden. U kunt ook bepaalde vragen of opdrachten met een * markeren en die pas laten maken als de overige vragen zijn beantwoord. Als uitloop dus voor de vlottere leerlingen. Welke opdrachten zijn belangrijk? Vragen die een duidelijk verband hebben met het lesdoel Vragen over woordbetekenissen Denkvragen, redeneervragen, vragen naar relaties en achtergronden Vragen gericht op samenvatten
  9. 9. OPTIMAAL WERKEN MET NIEUWSBEGRIP BASIS – versie 3.2 Sipke Faber – versie 3.2 – februari 2014 - 9 - Verdere differentiatievormen In dit artikel zijn al verschillende differentiatievormen langsgekomen. Ik geef nu een opsom- ming van verschillende mogelijkheden om te differentiëren. U kunt de lessen op allerlei manie- ren naar eigen inzicht en al naar gelang de onderwijsbehoeften van de leerlingen vorm geven. Differentiatievormen met Nieuwsbegrip 1 Hoeveelheid onderwijs- tijd voor de groep of voor bepaalde leerlingen Hoeveel lessen vanuit NB u in een bepaalde week geeft hangt af van het niveau van de leerlingen. Een of twee reguliere lessen. Extra strategie- lessen. Extra woordenschatoefeningen. Kijk- en luisteropdrachten. Meer of minder opdrachten maken. Schrijfopdrachten. 2 Niveaudifferentiatie A De klas wordt zo georganiseerd dat er op 2 of 3 niveaus wordt gewerkt. Het onderscheid tussen de niveaus is gelegen in de hoeveelheid instruc- tie en begeleiding. In combinatie hiermee kunt u de leerlingen op het hoogste niveau extra opdrachten laten maken. 3 Niveaudifferentiatie B Tekstniveau. NB biedt teksten op 5 niveaus. Leerlingen die verder zijn kunnen de les op een hoger niveau maken. 4 Differentiatie bij de ver- werking A De opdrachten kunnen met begeleiding, individueel, in groepjes of op basis van coöperatieve werkvormen worden gemaakt. 5 Differentiatie bij de ver- werking B De opdrachten kunnen schriftelijk worden uitgewerkt. U kunt ze klassi- kaal doen, met groepsdiscussie. U kunt ook groepjes een opdracht mon- deling laten bespreken en daarover vervolgens laten rapporteren. 6 Differentiatie in lessoort U kunt kiezen voor de actuele basisles, een les uit het archief, een stra- tegieles of een les met een andere tekstsoort. U kunt ook een kijk- en luisterles doen op basis van een Jeugdjournaalfilmpje. Zie ook tip 5-6 op de volgende bladzijde. Heb je hier iets aan gehad? Al mijn artikelen en presentaties zitten vol praktijkervaringen en degelijke informatie. Je kan mij ook op school uitnodigen voor een workshop, een cursus of een adviestraject. Altijd praktisch en uitvoerbaar. Meer informatie: www.didactiekenorganisatie.blogspot.com Of stuur direct een mailtje didactiekenorganisatie@gmail.com Graag tot ziens! Sipke Faber Terug naar blz. 1
  10. 10. OPTIMAAL WERKEN MET NIEUWSBEGRIP BASIS – versie 3.2 Sipke Faber – versie 3.2 – februari 2014 - 10 - TIPS Voorbereiding en invoering 1 Vraag een praktische workshop aan om met de methode kennis te maken. 2 De Algemene handleiding (AH) geeft onmisbare aanvulling op de lesbeschrijvingen. Bestudeer in ie- der geval de volgende fragmenten: paragraaf 1.2 (blz. 4-6). Par. 2.2 (blz. 8-10). Par. 3.2 tot aan stap- penplan (blz. 14). Par. 3.3, blz. 16-18. Par. 3.5, blz. 20-22. 3 Besteed in bouw- of teamvergaderingen regelmatig aandacht aan werken met NB. Suggesties: bekijk met elkaar de website. Bekijk met elkaar de materialen. Lees enkele lesbeschrijvingen en neem de lessen erbij. Bekijk de digibordhulpmiddelen en de filmpjes. Bekijk samen de presentaties onder de knop “Wordt een pro”. 4 Groep 4 en jaarplanning Zijn er veel zwakke lezers of taalzwakke leerlingen in groep 4, start dan pas ná de kerstvakantie met NB. Spreek met collega’s een jaarplanning af van 5 blokken, met tussendoor parkeerweken. 5 Zorg ervoor dat u een goed beeld heeft van de onderwijsbehoeften binnen uw klas. Baseer daarop uw onderwijsaanbod, uw differentiatie en uw onderwijstijd. 6 Zwakke lezers: Geef voorinstructie d.w.z. de tekst een keer (samen) lezen en moeilijke woorden onderstrepen en zo mogelijk bespreken. Begin schooljaar enkele lessen helemaal klassikaal doen. ‘Afschillen’, d.w.z. vlotte leerlingen zelfstandig aan het werk, zwakkere lezers verlengde instructie en begeleiding bij de verwerking. Tutorvormen inbouwen bij de verwerking (heterogene duo’s en groepjes). Extra oefening bieden in de parkeerweken. 7 Leer de kinderen zelfstandig werken. Differentiëren lukt pas goed de leerlingen minstens 20’ zelfstan- dig (of in groepjes) kan doorwerken. De lessen 8 De lesbeschrijvingen geven de indruk dat de les voornamelijk bestaat uit werken aan de opdrachten. De AH geeft wel nadere informatie, maar u zult zelf een duidelijke lesstructuur moeten aanbrengen. Werk met de beproefde principes van het lesmodel directe instructie. lesopbouw Introductie: de voorgaande les in herinnering roepen. Lesdoel noemen. Onderwerp verkennen. Instructie: het lesdoel bespreken. De tekst een keer voorlezen. Dan de tekst stap voor stap door- werken waarbij u de strategie hardop denkend voordoet. Andere leerlingen daarbij be- trekken. Oefenen: samen de eerste opdrachten doen. Het lesdoel in herinnering brengen. Na de eerste opdrachten kan een deel van de klas zelfstandig verder. Een ander deel krijgt verlengde instructie en oefening. Zelfstandige verwerking: individueel, in duo’s, in groepjes, met coöperatieve werkvormen. Terugblik: wat hebben we geleerd vandaag? Wat kunnen we ermee? Hoe verliep de les? Variaties op dit lesmodel door de groep in 2 of 3 niveaus in te delen. Zie in dit artikel blz. 6-7. 9 Woordenschat. Bekijk in de lesbeschrijvingen de 3 woordenlijsten. Maak daaruit uw keuze. Wees alert op de mogelijkheid dat in de tekst ook nog andere woorden moeilijk kunnen zijn. Herhaal moeilijke woorden zo vaak mogelijk. Doe woordspelletjes. (AH blz. 33). Laat vóór de basisles de tekst alvast le- zen en de moeilijke woorden daarin markeren. Geef tijdens de instructiefase korte uitleg over woord- betekenissen en ga er in de verlengde instructie dieper op in. De opdrachten 10 Bekijk de opdrachten, en de vragen binnen de opdrachten kritisch. Markeer de opdrachten die recht- streeks relevant zijn voor het lesdoel en die iedereen moet maken, eventueel met begeleiding. Geef de overige vragen een sterretje, dat zijn dan de uitloopopdrachten. 11 De opdrachten vragen soms veel leeswerk. En veel begrijpend lezen! Als u denkt dat dit te moeilijk is voor sommige leerlingen geef dan begeleiding of doe ze klassikaal. 12 Filmpje Jeugdjournaal Dit filmpje is facultatief. Het onderwerp sluit aan bij de tekst van de week. Vaak wordt het aan het ein- de van de les gedraaid. Laat af en toe de kijk- en luisteropdrachten doen, die lijken nuttig.
  11. 11. OPTIMAAL WERKEN MET NIEUWSBEGRIP BASIS – versie 3.2 Sipke Faber – versie 3.2 – februari 2014 - 11 - Heb je hier iets aan gehad? Al mijn artikelen en presentaties zitten vol praktijkervaringen en degelijke informatie. Je kan mij ook op school uitnodigen voor een workshop, een cursus of een adviestraject. Altijd praktisch en uitvoerbaar. Meer informatie: www.didactiekenorganisatie.blogspot.com Of stuur direct een mailtje didactiekenorganisatie@gmail.com Graag tot ziens! Sipke Faber Terug naar blz. 1

×