Optimaal werken met lezen in beeld - versie 3.2 - mei 2014
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

Optimaal werken met lezen in beeld - versie 3.2 - mei 2014

on

  • 358 views

Oorspronkelijke titel: Lezen in beeld: kenmerken en tips. Dit is de geheel vernieuwde versie waarin veel ervaringen zijn verwerkt. Deel 1: kenmerken. Deel 2: adviezen en tips, overzichtelijk geordend. ...

Oorspronkelijke titel: Lezen in beeld: kenmerken en tips. Dit is de geheel vernieuwde versie waarin veel ervaringen zijn verwerkt. Deel 1: kenmerken. Deel 2: adviezen en tips, overzichtelijk geordend. ONMISBAAR voor de LIB-gebruikers.

Statistics

Views

Total Views
358
Views on SlideShare
243
Embed Views
115

Actions

Likes
1
Downloads
0
Comments
0

1 Embed 115

http://www.scoop.it 115

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Adobe PDF

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

Optimaal werken met lezen in beeld - versie 3.2 - mei 2014 Optimaal werken met lezen in beeld - versie 3.2 - mei 2014 Document Transcript

  • Optimaal werken met Lezen in beeld: kenmerken en tips – versie 3.2 Sipke Faber – versie 3.2 - mei 2014 1 Optimaal werken met Lezen in Beeld Sipke Faber 1 De indeling van dit artikel Ik bespreek eerst de kenmerken van de methode, met name de didactiek. Ik geef hier en daar ook tips. In het tweede deel, vanaf blz. 5, staan nog veel meer suggesties, ook die uit deel 1. Wie vooral dááraan behoefte heeft kan deel 1 overslaan. Alles is gebaseerd op brede praktijkervaringen. In de tekst kunt u soms doorklikken naar de website. Deel 1. Kenmerken Materialen Voor een volledige beschrijving verwijs ik naar: alle materialen Elk blok een thema Een blok beslaat vier weken. Met in de eerste drie weken een basisles en in de vierde week herhaling of verrijking. Elk blok heeft een eigen thema. Die thema's komen elk jaar - in dezelf- de volgorde - terug. De sleutelvaardigheden keren terug in hogere leerjaren. De methode geeft de suggestie om regelmatig naast de basisles ook een toepassingsles aan te bieden uit Leesstudio. Voor de zwakke lezers eventueel een extra les uit het kopieerboek. TIP Laat alle leerlingen af en toe taken uit Leesstudio maken. Als u over weinig computers beschikt, maak dan per blok een rooster voor de internetopdrachten. De lesfasen Elke les heeft dezelfde indeling, die ook in het leerlingenmateriaal is terug te vinden. Na de In- troductie volgen Op verkenning, Uitleg en Aan de slag. Tenslotte is er Terugkijken. De lesbe- schrijving is vaak wat algemeen gesteld, dat geeft de leerkracht ruimte. Wie de fase Op ver- kenning uitgebreid doet, hoeft minder tijd te besteden aan Uitleg. De fase Uitleg is geschikt om de vlottere leerlingen (aanpak 3) aan het werk te zetten en verder te gaan met aanpak 1 (zwakkere leerlingen) en 2 (gemiddelde leerlingen). Misschien is het wel nodig om eerst de aanpak 3 kinderen een korte toelichting te geven bij de opdrachten. De fase terugkijken is be- langrijk en de lesbeschrijving vind ik op dit punt wat tekort schieten. U doet er goed aan om de essentiële opdrachten na te bespreken en daarbij d.m.v. waarom vragen discussie aan te gaan over de verschillende antwoordalternatieven. Daag de leerlingen uit. Neem geen genoe- gen met halfbakken antwoorden. De nabespreking is een leermoment. TIP Besteed ruim aandacht aan het nabespreken van de gemaakte opdrachten. Zes leesstrategieën: zes sleutels, uitgewerkt in vaardigheden Zes leesstrategieën vormen de basis van de leerstof. Lezen in beeld vertaalt dit in 6 sleutels. Met deze sleutels kunnen leerlingen elke tekst ‘openen’. De sleutels van Lezen in beeld: • Verken de tekst. • Lees de tekst. Denk vooruit bij het lezen. • Controleer of je begrijpt wat er staat. • Bepaal de bedoeling van de schrijver. • Verwerk de informatie uit de tekst. • Kijk terug. Trek conclusies. De sleutels zijn onderverdeeld in vaardigheden. Bij elke les staat één vaardigheid centraal. De sleutels keren in elk leerjaar terug (concentrische opbouw). 1 Voor deel 1 is onder andere gebruik gemaakt van informatie van de website.
  • Optimaal werken met Lezen in beeld: kenmerken en tips – versie 3.2 Sipke Faber – versie 3.2 - mei 2014 2 Overzicht van de sleutels en de sleutelvaardigheden in LIB De zes sleutels, vanaf groep 5 De leesvaardigheden en de Sleuteltermen (hieronder cursief en gekleurd) ge- ven de kern weer van de vaardigheden. Introductie van het begrip sleutelterm eind groep 6. Regelmatig gebruik vanaf groep 7. 1. Verken de tekst Letten op de plaats van de tekst. De illustraties bekijken. Letten op de titel. De eerste zinnen van de tekst lezen. Voorspellen waar de tekst over gaat. 2. Lees de tekst Vragen bedenken over het onderwerp Bij het lezen vooruit denken Letten op signaalwoorden 3. Controleer of je begrijpt wat je leest De betekenis van woorden en zinnen uit de tekst bepalen Bepalen waar verwijswoorden naar verwijzen (zoals hij, hun, dat) Een tekstdeel opnieuw lezen als dat nodig is De tekst in drie zinnen navertellen Jezelf een voorstelling van de tekst maken Antwoorden op vragen uit de tekst halen 4. Bepaal de bedoeling van de schrijver De tekstsoort bepalen Het onderwerp van de tekst of alinea bepalen De hoofdzaak van de alinea bepalen Bij verhalen: bepalen wie de hoofdpersoon is en wat zijn probleem of plan is. De bedoeling van een tekst bepalen 5. Verwerk de informatie uit de tekst Informatie uit een tabel of schema halen Informatie in een schema of tabel plaatsen De opbouw van de tekst in alinea’s bepalen Waaromvragen stellen n.a.v. de informatie in de tekst Een samenvatting maken 6. Trek conclusies Na het lezen conclusies trekken De tekst beoordelen Jezelf afvragen of je dit herkent Bedenken wat je hebt geleerd Bedenken wat je nog meer wilt weten Bedenken wat je met de informatie gaat doen Sleutels en de vaardigheden per blok en per les In blok 2 tot en met 7 staat in de leerjaren 5-8 steeds dezelfde sleutel centraal. Bij elke les komen, tegen de achtergrond van de sleutel die in dat blok centraal staat, bepaalde vaardig- heden aan bod. (Zie de picto’s op blz. 3). In hogere leerjaren hebben de leerlingen dus steeds meer ervaring opgebouwd met de verschillende vaardigheden. dat betekent dat de leerkracht hiernaar kan verwijzen: bijvoorbeeld “weet je nog wel, controleer of je alles begrijpt of lees hier een stukje tekst opnieuw.” Jaaroverzicht groep 5-8 Blok Inhoud 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. Herhaling belangrijke leerstof vorig jaar. Sleutel: verken de tekst Sleutel: lees de tekst Sleutel: Controleer of je begrijpt wat je leest Sleutel: Bepaal de bedoeling van de schrijver Sleutel: Verwerk de informatie uit de tekst Sleutel: Trek conclusies Integratie van de leerstof
  • Optimaal werken met Lezen in beeld: kenmerken en tips – versie 3.2 Sipke Faber – versie 3.2 - mei 2014 3 TIP Breng tijdens de les af en toe in herinnering om welke sleutel het gaat. Herinner ook als dat rele- vant is aan eerder geoefende sleutels of vaardigheden. TIP Geef de leerlingen sleutelkaartjes. Maak er posters van en hang die op. Hanteer de sleutels ook tijdens wereldoriëntatie. Een of twee lessen in de week U kunt bij een goed begrijpend leesniveau volstaan met 1 les in de week. In veel gevallen is een tweede les raadzaam, daarvoor is o.a. Leesstudio beschikbaar (zie verderop). Maar u kunt ook in een bepaalde periode lessen uit het Cito hulpboek begrijpend lezen aanbieden. Differentiatie Er zijn aanwijzingen voor voorinstructie (preteaching) voor kinderen die problemen hebben met woordenschat. U kunt er ook voor kiezen extra instructie- en oefentijd in te roosteren voor zwakke lezers. Er zijn materialen beschikbaar om te differentiëren tussen snelle en zwakke lezers. U biedt deze materialen in ieder geval aan na het maken van de toetstaak in week 4 van elk blok. Maar u kunt leerlingen ook tussentijds herhalings- en plustaken laten maken. Het kopieerboek bevat herhalingstaken bij elk blok. Kinderen kunnen deze zelfstandig maken of onder begeleiding. Vlottere leerlingen kunnen na een klassikaal begin (lesdoel en verkenning) zelfstandig aan het werk. De lesfase uitleg wordt dan een verlengde instructie voor de zwakkere lezers. Dit loopt eventueel door in het begeleid verwerken (lesfase ‘aan de slag’). Vergeet niet om lesfase 5, de terugblik altijd aan te bieden. Dit kan klassikaal en mondeling. Leesstudio biedt differentiatiemogelijkheden. Op de volgende blz. staat meer informatie. Software bij LIB Bij Lezen in beeld horen verschillende soorten software. Hiermee kunnen leerlingen onder andere extra oefenen. De oefensoftware woordenschat. Dit is ontworpen voor de verbetering van de woordenschat. Woordenschat is online dus altijd actueel. o Het programma biedt een top tien met de moeilijkste woorden van uw groep met allerlei variatie voor de leerlingen. o Leerlinggegevens worden automatisch gekoppeld. Dit gebeurt via de Zwijsen Leerkrachtmodule. Software voor het digibord met Woordenhulp en Meelezer De Leerkrachtassistent Lezen in beeld. De software is geschikt voor groep 5 t/m 8. (Dus niet voor groep 4). In de Leerkrachtassistent vindt u alle lesboek- en werkboek- pagina’s uit de methode Lezen in Beeld. U kunt deze pagina’s op het digibord weer- geven bij het voor- en nabespreken van de lessen. TIP Scan voor groep 4 de werkboeken in.
  • Optimaal werken met Lezen in beeld: kenmerken en tips – versie 3.2 Sipke Faber – versie 3.2 - mei 2014 4 In de Leerkrachtassistent zijn een woordenhulp en pagina’s met doelwoorden opgenomen, aangevuld met audio en animaties. Wanneer u met een nieuw blok of een nieuwe les aan de slag gaat kunt u de doelwoorden m.b.v. het digibord bespreken. U kunt hiervoor dan eventu- eel de ondersteuning van de woordenhulp gebruiken. Het programma bevat daarnaast een hulpmiddel om begrijpend leesinstructie te geven, name- lijk de Meelezer. TIP Maak gericht gebruik van de woordenlijst en de woordenhulp. Leesstudio Leesstudio is er voor groep 5 tot en met 8. Voor elke groep een eigen multimediaal pakket. Er zijn kaarten en digitale leestaken. De leerlingen werken in hun leeswerk- map, op de pc of via het digibord. Ze krijgen alle tekstsoorten, actuele onderwerpen, interessante opdrachten en filmpjes uit het (Jeugd)journaal voorgeschoteld. Leesstudio heeft twee onderdelen 1. Leesstudio basis, een doos met leesstaken op papier. 2. Leesstudio Actueel, online met elke week een nieuwe leestaak. Leesstudio biedt mogelijkheden voor extra variatie en nieuws in de klas. U kunt het ook inzetten als differentiatiemateriaal. Of als vast onderdeel van het lespro- gramma voor de hele groep. De beste leerlingen kunnen eventueel uitsluitend met Leesstudio werken, dus voor hen geen basislessen. Leesstudio Actueel is online. Hierop staat elke week voor elke jaargroep een actuele tekst klaar. De tekst is gebaseerd op een nieuwsitem uit het (Jeugd)journaal en is gekoppeld aan een online filmpje, online nieuwsachtergronden en meer. De les kan desgewenst via het digi- bord worden gepresenteerd. Een interessant extra daarbij is de Meelezer, ideaal voor zwakke lezers. Bekijk het filmpje over Leesstudio. Toetstaak en de herhalingstaken. Een blok duurt vier weken. De eerste 3 weken worden de basislessen gegeven. Elke vierde week is er een toetstaak. De toetsopdrachten hebben betrekking op alle leesvaardigheden die in de basislessen aan bod zijn behandeld. Ze sluiten aan bij de toetswijze van het Cito. Som- mige vragen en opdrachten hebben een algemeen karakter en toetsen bijvoorbeeld redeneer- vaardigheden. Op basis van de resultaten kunnen de kinderen verder gaan met herhalingsta- ken (bij een onvoldoende op onderdelen) of plustaken (bij goede scores). U kunt alle resulta- ten voor alle kinderen in overzichtschema's gaan plaatsen. Het is belangrijk goed zicht te houden op de onderdelen waarop individuele kinderen minder presteren. Deze kunnen dan in week 4 van het blok nog uitgebreid aan de orde komen aan de hand van de herhalingstaken. Weblog Lezen in beeld De kans is groot dat u bij de start in een nieuw leerjaar nog tegen andere dingen aanloopt. Veel staat beschreven in het weblog Lezen in beeld. Als u op de website bent, kunt u op twee manieren zoeken: op trefwoord of op onderwerp. TIP Klik voor het Weblog. Let op: de artikelen staan allemaal onder elkaar. Door naar beneden te scrol- len vind je het volgende artikel.
  • Optimaal werken met Lezen in beeld: kenmerken en tips – versie 3.2 Sipke Faber – versie 3.2 - mei 2014 5 Deel 2. TIPS en advies terug naar deel 1 Algemene adviezen 1. Bestudeer het algemeen gedeelte van de handleiding grondig. Je hebt dit beslist nodig om optimaal met LIB te kunnen werken. 2. Bespreek in het team of er een of twee lessen met LIB per week worden gegeven. Als er een tweede les is laat dat dan voor de zwakke lezers eventueel een extra les zijn. (Kopi- eerboek). Maar laat hen ook met leesstudio in aanraking komen. 3. In alle klassen zijn goede ideeën te zien. Daarom is het nuttig dat bij elkaar een volledige les bij te wonen. 4. Zorg voor continuïteit en opbouw. Blik terug op de vorige les, vraag wat er toen is geleerd. Breng tijdens de les regelmatig in herinnering wat er nu centraal staat en vat samen aan het einde van de les. Geef daarbij concrete, positieve feedback. 5. Veel materialen op tafel: lesboek, werkboek, schrift. Laat ze op elkaar leggen, met bovenop wat op dat moment nodig is. Woordenlijst 6. Bezin je op het werken met de woordenlijst aan het begin van ieder blok. Bespreek voor het lezen van de tekst de moeilijke woorden die daarin voorkomen. Spreek ze duidelijk uit en laat ze nazeggen. Vaar niet blind op de Woordenhulp, de uitleg is niet steeds even sterk. Vraag altijd om voorbeeldzinnetjes aan de leerlingen en geef zelf een samenvatting. Laat de woorden noteren in een woordenschriftje. De woordenlijst kan op verschillende manieren en op verschillende momenten worden gebruikt. Je kan klassikaal de lijst die bij een les hoort doornemen. Je kan dat beknopt doen en er later tijdens verlengde instructie voor zwakke lezers er wat uitgebreider op terugkomen. Je kan ook de leerlingen op de woordenlijst wijzen en hen stimuleren om een woord daarin op te zoeken als ze dat woord niet (goed) kennen. Dat geldt met name voor de zelfstandig werkende leerlingen en in de hogere groepen. Laat in de bovenbouw woordenboeken gebruiken. Lesstructuur 7. LIB kent een vaste lesstructuur: Op verkenning – Uitleg – Aan de slag – Terugkijken. In de lesbeschrijvingen zijn bepaalde zaken wat vaag. Bijvoorbeeld de rol van de woordenlijst. En opdracht 2, 3 en 4. Ik stel daarom een iets gewijzigde lesstructuur voor die volgens mij logischer is en meer duidelijkheid geeft voor zowel de leerkracht als de leerlingen. Lesfasen Stappen per fase Mogelijke activiteiten Op verkenning Lesdoel Lesdoel lezen en kort bespreken. Introductie Wat zie je al aan de tekst? Soort tekst? Moeilijke woorden Woordenlijst bespreken, aangepast aan niveau groep. Woorden toevoegen vanuit de tekst. Tekst lezen Allerlei variaties zijn mogelijk. Uitleg Uitleg en verdiepen lesdoel Opnieuw tekst lezen, nu met hardop denken ge- richt op lesdoel en uitleg daarbij. Opdracht 2, 3 en 4 Uitwerken lesdoel, lesdoel er steeds bijhalen. Aan de slag Opdrachten in het Werkboek Lesdoel erbij betrekken. Wat heb je geleerd Terugblik en samenvatting Klassikale terugblik en opdracht 15 Lesboek
  • Optimaal werken met Lezen in beeld: kenmerken en tips – versie 3.2 Sipke Faber – versie 3.2 - mei 2014 6 Lesbeschrijvingen 8. De lesbeschrijvingen in de handleiding. De kern van de les staat links. Rechts is een kader “Organisatie en differentiatie”. Noodzakelijk informatie. Betrek dat bij je lesvoorbereiding. 9. De lesbeschrijvingen geven niet aan wat je doet met de omschrijving van het lesdoel, bo- venaan de linker bladzijde in het lesboek. Het is nodig dat je hieraan altijd nadrukkelijk dacht schenkt als de eerste stap in een LIB-les. Laat een leerling het lesdoel in het Les- boek voorlezen. Bespreek kort (klassikaal) de inhoud en betekenis van het lesdoel. 10. De lesbeschrijvingen zeggen niet dat je tijdens het lezen van de tekst al uitleg geeft over het lesdoel. Ik denk dat het goed is als al bij het lezen van de tekst het lesdoel erbij wordt betrokken. De tekst lezen en uitleg bij de sleutel 11. De tekst kan op verschillende manieren worden aangeboden. Factoren die een rol spelen: technisch leesniveau, differentiatie, rol leerkracht, variatie in aanbiedingsvorm. Algemeen advies: lees de tekst eerst helemaal, vervolgens nog een keer, stapje voor stapje met hardop denken op basis van de sleutel van die les en uitleg geven. Variaties. Leerkracht leest tekst voor, leerlingen lezen mee. Daarna opnieuw met lees- beurten. Of daarna in koor (zwakke lezers). Leerlingen lezen voor zichzelf zelfstandig, of in duo’s zin voor zin. Vervolgens uitleg bij moeilijke woorden. Daarna uitdiepen van het lesdoel, de sleutel dus. 12. LIB werkt met sleutelvaardigheden. Leg steeds een relatie met de sleutel en met de tekst. De sleutel is een hulpmiddel om de tekst beter te begrijpen. Maak daarom steeds gebruik van de leessleutels. Geef de leerlingen kleine kaartjes of maak er posters van. Software 13. Maak bewust gebruik van de digibordsoftware. Zorg dat je de mogelijkhe- den ervan goed kent. Scan voor groep 4 de Werkboeken in. 14. Oriënteer je met de collega’s op de oefensoftware woordenschat bij de me- thode en bespreek of die nodig is voor de school. Lesgeven en verwerking 15. Als je regelmatig merkt dat je de les niet binnen 45 minuten af krijgt, kijk dan van te voren welke opdrachten je essentieel vindt en welke eventueel overgeslagen kunnen worden. 16. Zorg voor vaart in de les. Geef snelle beurten, ga vlot van de ene naar de andere leerling. Blijf steeds gericht op het lesdoel en breng dat voortdurend in herinnering. Herhaal woord- verklaringen en stukjes lesstof kort en krachtig. Vat je eigen uitleg altijd kort samen. 17. Wees alert op moeilijkheden die zich soms kunnen voordoen bij bepaalde opdrachten in het LB of het WB. Soms doet de formulering van een opdracht een zwaar beroep op be- grijpend lezen! 18. Maak regelmatig gebruik van zelf hardop denken om een vaardigheid te verduidelijken. Vraag leerlingen om hardop te denken. 19. Breng eerder geleerde vaardigheden regelmatig in herinnering (“hoe kan je de betekenis van een woord achterhalen”, “wat is een signaalwoord” “wat kan je doen als je een op- dracht niet goed snapt”, e.d.). 20. Vraag dóór, ontlok discussie, stel denkvragen. 21. Stel regelmatig de vraag “wie heeft iets gelezen dat hij nog niet zo goed snapt?”. Vraag dan door: “hoe komt dat…. waardoor?” 22. Varieer bij de verwerking. Je kan individueel, in tweetallen of in groepjes laten werken. Of op basis van coöperatief leren. Koppel bewust zwakkere leerlingen aan vlottere. Léér de kinderen wat iets uitleggen is en wat samenwerken inhoudt.
  • Optimaal werken met Lezen in beeld: kenmerken en tips – versie 3.2 Sipke Faber – versie 3.2 - mei 2014 7 Differentiëren 23. Differentieer waar mogelijk. Zwakke lezers profiteren het meest van instructie. Vlottere le- zers werken zelfstandig. 24. Werken op drie niveaus: aanpak 1 (vlotte lezers), 2 (gemiddelde lezers) en 3 (zwakke le- zers). Aanpak 1 kan al vroeg in de les zelfstandig gaan werken. Bijvoorbeeld nadat het lesdoel klassikaal is genoemd en kort toegelicht. Zij gebruiken zelfstandig de woordenlijst en een woordenboek. Aanpak 1 kan in plaats van een basisles ook een les uit Leesstudio doen. Aanpak 2 kan op verschillende momenten zelfstandig verder gaan. Een geschikt moment is na de uitleg. Of na opdracht 4. Aanpak 3 krijgt tenminste tot en met opdracht 4 begeleiding. Eventueel ook de eerste op- dracht(en) in het Werkboek. In groep 4 en begin groep 5 kan aanpak 3 de hele les bege- leid worden, maar wel steeds ook opdrachten zelf laten proberen. Leesstudio 25. Leesstudio is voor alle leerlingen. Gebruik voor zwakke lezers de Meelezer bij de actuele lessen. Maar laat de zwakkere lezers samen met sterkere lezers ook aan de kaarten uit de bak werken. 26. Gebruik de kaartenbak voor uitloopopdrachten. 27. Laat ook aanpak 2 en 3 leerlingen af en toe een actuele les maken. Terugblikken 28. Nabespreken van de opdrachten. Dit is een belangrijk leermoment. Besteed er voldoende tijd aan. Vraag waarom voor een bepaald alternatief is gekozen. Als sommige leerlingen een ander alternatief hebben aangekruist, vraag dan waarom. Laat verwoorden waarom dit het beste alternatief is. 29. Bij de terugblik en afronding kunnen ook dit soort vragen worden gesteld: “Hoe is het ma- ken van de opdrachten gegaan?” “Kon je goed doorwerken?” “Vond je dit een moeilijke les?” “Denk je dat je alles begrepen hebt?” “Zou je hier nog een les over willen?” 30. Zorg voor toepassing van de leessleutels bij de zaakvakken en alle andere vakken. Be- grijpend lezen moet je DOEN. Heb je hier iets aan gehad? Al mijn artikelen en presentaties zitten vol praktijkervaringen en degelijke informatie. Je kan mij ook op school uitnodigen voor een workshop, een cursus of een adviestraject. Al- tijd praktisch en uitvoerbaar. Meer informatie: www.didactiekenorganisatie.blogspot.com Of stuur direct een mailtje didactiekenorganisatie@gmail.com Graag tot ziens! Sipke Faber terug naar deel 1