• Save
Story: Souhaite
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

Like this? Share it with your network

Share

Story: Souhaite

on

  • 797 views

 

Statistics

Views

Total Views
797
Views on SlideShare
780
Embed Views
17

Actions

Likes
0
Downloads
0
Comments
0

2 Embeds 17

http://lj-toys.com 15
http://l.lj-toys.com 2

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Microsoft PowerPoint

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

Story: Souhaite Presentation Transcript

  • 1.
  • 2.
  • 3. “Eindelijk een nieuwe start!” zuchtte Simon gelukkig en keek hoopvol in de ogen van Jessica. Van Rivierbloesemheuvel naar Nemea waren ze verhuisd, ondanks dat ze alles – hun verleden, hun jeugd – moesten achterlaten hadden ze geen spijt van hun verhuis.
  • 4. “In Rivierbloesemheuvel valt er toch niets te beleven.” meende Jessica en pakte Simon zijn hand zachtjes en liefdesvol vast, “mijn zus is toch weg en het dorp is overbevolkt met nieuwe inwoners.” Het koppel straalde geluk en liefde uit, steeds na vijftien jaar huwelijk. “Wat dacht je om de verhuis te vieren?” stelde Simon voor. Jessica slikte in haar keel van angst. “Een feest? Maar hier kennen we niemand.”
  • 5. Simon lachte. “Nee, gekkie. Ik bedoel dat wij twee samen vieren…” Simon tilde Jessica op en probeerde de kracht te hebben om haar vast te blijven houden. Ze snapte meteen wat hij bedoelde en stemde in zijn ‘aanbod’.
  • 6. De tijd vloog snel, dat hun kleren door de slaapkamer werden gegooid en dat ze met enkel hun ondergoed aan op bed liggen. “Ik hou van je.” mompelde Simon tussen hun kus in. “Ik ook van je.” fluisterde Jessica zwoel en snoerde hem direct bij haar mond; letterlijk bedoelt.
  • 7. Een tijdje later na hun vrijpartij, kroop Jessica zachtjes uit haar bed terwijl haar echtgenoot naast haar lag te slapen. “Typisch.” grinnikte ze en keek met half ogen dicht naar Simon. Opeens voelde ze een misselijkheidsgolf in haar opkomen…
  • 8. Jessica deed moeite om zich in te houden maar ze voelde de laatste tijd zo ellendig. Op sommige momenten voelde ze zich gezond als een vis en dan kwam er een misselijkheidsgolf op. Ze snapte niet wat er aan de hand was.
  • 9. Jessica wou zich omkleden maar opeens ging de deurbel. Veel tijd om zich om te kleden was er niet want de deurbel bleef gaan, alsof ie geen geduld had. Jessica trok haar kamerjas maar aan en liep naar de voordeur. Vol verbazing keek ze naar iemand die voor de deur stond, ze kon haast niet geloven wie dat was.
  • 10.
  • 11. “Zusje!” riep iemand op een dolenthousiaste toon uit het niets. Jade Vreven– de zus van Jessica – stond voor haar neus. Jessica kon haast niet geloven dat Jade weer in hetzelfde dorp als zij woonde. Weer regelmatig contact met haar zus, Jessica keek er al naar uit.
  • 12. “Jade!” riep Jessica dolblij uit en nam haar oudere zus Jade in haar armen. Het voelde goed om een dierbaar iemand weer te zien, “ik wist niet dat jij in Nemea ging wonen.” Langzaam liet Jessica haar zus weer los en ze straalde van geluk.
  • 13. “Ik ging niet alleen in Nemea wonen, Jessica.” corrigeerde Jade haar zus, “mijn dochter Jessie is meegekomen, je eigen nicht. Ben je dat vergeten?” Jessica kon zichzelf wel slaan, ze had inderdaad een nicht die al ondertussen in de puberteit zat. Ze probeerde dit weg te lachen. “Oh ja, dat is waar ook.”
  • 14. In de openlucht was het maar te fris voor de tijd van het jaar. Jessica stelde aan Jade voor om binnen in de living te zitten. “Hoe gaat het trouwens met Jessie?” zette Jessica het gesprek van aan de voordeur voort. Jade hield haar schouders op, alsof het niet op een leien dakje ging. “Ah, Jessie hè. Ze is een tiener en tieners kunnen nogal moeilijk doen.”
  • 15. “Denk dan aan onze pubertijden. We waren ook ooit moeilijk geweest, tegenover onze ouders. Niet?” hielp Jessica haar zus eraan herinneren, dat niet alleen Jessie moeilijk deed. Jade glimlachte fijntjes. “Ach, dat is waar. Betekent dat ik me daar moet bij neerleggen?” zuchtte Jade, “over kinderen gesproken: denk jij en Simon aan kinderen?”
  • 16. “Ach, we willen heel dolgraag kinderen en we oefenen volop.” legde Jessica het uit, terwijl Jade stilletjes grinnikte. Als Jade zoiets hoorde, kreeg ze al zo’n kriebels. Dan dacht ze bij zichzelf dat het kinderachtig van haar was; dat trekje zou Jade altijd in haar hebben, hoe ouder ze ook werd, “het lukt me steeds niet maar ik voel me al misselijk en draaierig.”
  • 17. “Misselijkheid?” dacht Jade hardop. Jessica knikte hevig, “dat is één van de bekendste symptomen die je doet denken dat je zwanger zal zijn. Ga eens langs bij een dokter.” Jessica moest zo’n ogen trekken. Zou ze nu al zwanger zijn? Op haar leeftijd? “Ja maar… ben ik niet te oud voor een kind?” hakkelde Jessica aarzelend. Jade schudde haar hoofd. “Maar nee, na je 40ste is een zwangerschap riskant dus in jouw geval is dat nog best oké.”
  • 18. Jessica hoopte echt dat ze rond dit moment een echt gezin kon bouwen, samen met Simon, dé man van haar leven. “Je bent echt bedankt, Jade!” Jade glimlachte tevreden. “Als ik jou kan helpen. Maar nu moet ik echt gaan, Jessie kan op elk moment thuiskomen van school.” Jade stond op en gaf vluchtig een familiezoen aan haar zus. “Oh oké.” mompelde Jessica afwezig, omdat ze weer aan het dromen was, van een gezin. “Tot nog eens!” riep Jade nog op weg naar huis, terwijl Jessica nog verbijsterd stond.
  • 19.
  • 20. Een tienermeisje van vijftien zat zich voor de spiegel op te tutten. Breed glimlachte ze naar de spiegel. “Spiegeltje aan de wand, wie is het mooiste van het land?” dacht Jessie hardop tegen zichzelf, “natuurlijk. JessieVreven!” Ze wees met haar wijsvinger naar de spiegel toe en haar glimlach werd breder dan ooit.
  • 21. Jade hoorde in de woonkamer haar dochter van boven praten. Ze moest haar lach inhouden. Zo waren meisjes van in de puberteit eenmaal, ze moesten op en top mooi eruit zien. “Waar was die tijd?” zuchtte Jade.
  • 22. “Hoi mam!” hoorde Jade iemand iets roepen. Jade schrok uit haar gedachten en zag Jessie voor haar neus staan, “het eten is nog niet klaar.” Jade kon zich wel erg schamen, aan het eten had ze niet gedacht. “Oh, sorry. Ik ben het vergeten.” stotterde de vrouw.
  • 23. “Je moet je niet zo haasten, ma.” bedaarde Jessie haar gehaaste moeder en had een idee: in de koelkast lagen pannenkoeken op overschot. Ze even opwarmen voor tiental minuten en klaar! “Zeg Jessie. Weet je wie hier is komen wonen?” brak Jade de lange stilte aan tafel.
  • 24. “Euh, nee? Iemand die we kennen?” probeerde Jessie te raden. Jade knikte hevig. “Bijna juist. Tante Jessica en oom Simon wonen hier zo tegenover ons.” Aan Jessie te zien was er een blij gezicht. “Oh, tante Jessica! Dat is tof!” klapte ze vrolijk in haar handen. Haar tante was een groot voorbeeld voor Jessie, “na school ga ik haar een bezoekje brengen.”
  • 25. “Doe dat dan maar, dat zal je tante en oom een heel groot plezier doen.” klopte Jade op haar schouder, “ik denk wel niet dat ze je direct gaan herkennen.” Jessie bedacht ineens bij zichzelf dat ze Jessica en Simon sinds haar eerste communie niet meer gezien had. Tegenover die tijd was ze fameus veranderd, uiterlijk en innerlijk. “Ik leg het wel uit.” stelde Jessie haar moeder gerust. Jade glimlachte. “Oké, nu wil ik een verklaring horen over de circus hierboven.” kwam Jade ter zake, “spiegeltje aan de wand?”
  • 26. “Oh, zomaar… Komt er iets aan de huisregels dat ik mezelf niet mag optutten?” klonk Jessie cynisch en keek Jade minachtend aan. Wat kon haar moeder soms ontzettend zeuren. “Maar nee. Ik denk niet dat je dat zomaar deed.” Jade schudde snel haar hoofd, “dat je misschien een vriendje hebt?” Jessie haar ogen werden snel groot. “Ik? Een vriendje? Wie zal er mij willen?”
  • 27. “Euh… iemand van je klas. Een zekere Jason Babcock.” dacht Jade na. Jessie haar hart begon meteen te bonzen en werd meteen rood. Hoe wist haar moeder dit allemaal? “Ouderavonden op school, hè. Je klassenleraar heeft me verteld dat je je ogen niet van hem kan afhouden en omgekeerd ook.” Jessie haar wenkbrauwen gingen omlaag. “Maar ma! Hoe durf je!”
  • 28. Jade wou het uitleggen maar Jessie legde haar vork opzij, pakte meteen haar rugzak en stond op punt het huis te verlaten. “Waar ga je naartoe?” riep Jade naar Jessie toe, die aan de voordeur stond. “Wat denk je? Naar school, naar Jason.” Zonder een enig afscheid te geven en horen, sloot Jessie de voordeur achter zich dicht. Wat allemaal kon met zo’n bemoeizuchtige moeder…
  • 29. Jessie stopte haar oortjes in haar oren, deed haar iPod aan en luisterde naar muziek, vooral naar vrolijke muziek. Dat had ze nodig na zo’n discussie met haar moeder. Wat een nachtmerrie, iedereen die wist over haar gevoelens voor Jason. Dé Jason Babcock…
  • 30. Jessie hoorde iemand in de verte roepen, boven haar muziek op iPod uit. “Jessie!” hoorde ze meermaals haar naam. Wanneer ze zich omdraaide, kwam haar tante Jessica in haar zicht. Jessie had haar tante meteen herkend, nog altijd niets veranderd.
  • 31. “Tante Jessica!” riep Jessie heel luid en vrolijk door de hele buurt heen, ook al was het kinderachtig van haar, het kon haar niet schelen wat de anderen ervan vonden.
  • 32. Paar uurtjes later op school drong om twaalf uur de tijd aan voor een middagpauze. Jessie en Olivia waren sinds hun eerste kleuterklas heel goede vriendinnen. Nooit hadden ze ruzie, slechts paar discussies maar dat dreven de twee vriendinnen niet uit elkaar. Olivia haar broer Jason – ook de crush van Jessie – zat regelmatig bij de vriendinnen.
  • 33. Iedere keer als Jason bij hun zat – soms praatte hij alleen met zijn zus Olivia – durfde Jessie niet in zijn ogen te kijken. Haar moeder zou nog gelijk krijgen, dat ze tot over haar oren verliefd op Jason was.
  • 34. Jason had heel vaak moeilijk met Engels, terwijl Jessie daar een kei in was. Regelmatig pakte ze hem mee naar haar thuis, om de nodige dingen beter uit te leggen dan de leerkracht en dan zou Jason haar begrijpen. Iedere keer hoopte Jessie dat er iets zou gebeuren maar altijd was het tegendeel.
  • 35. Na elke bijles Engels snapte Jason de les veel beter bij Jessie dan op school en daar was hij haar heel dankbaar voor. Meestal gaf hij haar een schouderklopje, vandaag was het een streel over haar wang. “Ik vond het heel aangenaam met jou, Jessie.” klonk hij zwoel. Jessie kreeg een warm gevoel; eindelijk!
  • 36. “Meen je dat?” fluisterde ze onhoorbaar. Verdomme, kon ze niet ietwat luider praten? Jason knikte zijn hoofd langzaam. Zijn hand ging over Jessie haar gezicht, langs haar mond tot haar wenkbrauwen.
  • 37. “Dan weten we ook weer genoeg.” Jason zijn hand ging langs Jessie haar kin. Opeens kwamen de lippen dichter bij de minuut, dat de lippen bijna elkaar raakten.
  • 38. Opeens: boem! De lippen raakten elkaar aan en beiden sluiten ze hun ogen. Het was een klein zoentje. De verliefde tieners hoopten natuurlijk op meer maar voor Jason drong de tijd aan om huiswaarts te vertrekken. Veel tijd had hij niet.
  • 39. “Nu moet ik echt gaan.” zei Jason uiteindelijk. Jessie vond het spijtig, ze wou dat hij langer bij haar bleef. “Oh, dat is jammer.” klonk ze jammerend. Jason hield zijn schouders op en raakte Jessie’s hand nog een keer aan. “Ik zie je morgen op school.” Jason liet haar achter, helemaal alleen voor de deur. Dit was de schoonste dag van haar leven!
  • 40.
  • 41. Het duurde niet lang eer Jason thuis was aangekomen of zijn zus Olivia trok hem al mee naar haar slaapkamer. “Wat heb je allemaal bij Jessie gedaan?” Ze wist dat Jason bijles Engels kreeg maar had al zo’n voorgevoel dat er helemaal geen bijles was of misschien eerder bijles biologie.
  • 42. “Wat denk je?” geeuwde Jason ongeïnteresseerd en deed zijn handen achter zijn hoofd. Hij had totaal geen zin in Olivia haar gezeur, “de kippen gevoerd. Nee, bijles Engels gevolgd natuurlijk.” Zijn gedachten waren het meest bij ‘zijn’ lieve Jessie.
  • 43. “En de rest?” bleef Olivia vragen. Jason snapte niet wat er aan de hand was. Het had lang geduurd tot hij door had wat zijn zus van hem wou. “Nee, echt niet. Ik heb niets met Jessie.” loog hij. Jason kende zijn zus: ze zou hem vierkant uitlachen. Olivia zag er misschien uit als een tiener van vijftien maar had een verstand van een tienjarige.
  • 44. Hun ‘gezellig’ gesprek werd verstoord door Mary, de moeder des huizes. De slaapkamerdeur kraakte al zo luid, dat Olivia en Jason het hoorden. Natuurlijk stond hun moeder in de deuropening. “Komaan kinderen. Het is al tien uur door, jullie moeten al lang in bed liggen.” commandeerde Mary. Het had geen zin om opstandig te worden dus de tieners deden wat hun moeder van hun verlangde.
  • 45. De volgende dag in Godelievestraatging het van slecht naar erger met Jessica. Haar misselijkheid werd groter en voelde zich draaierig. De meeste tijd van de dag bracht ze door in bed, om te slapen. “Zou je beter niet naar een dokter gaan?” Simon maakte zich – overbodig – zorgen over zijn vrouw.
  • 46. “Ik heb al een afspraak gemaakt met dokter Martens.” meende Jessica. Simon kuchte ongelovig. Dat trucje kende hij, “ik kan vandaag om vier uur ‘s middags al gaan. Wil je me dan brengen?” Simon hield zijn schouders op. “Oké maar als je op de dokter moet wachten, zal ik bij jou blijven.”
  • 47. Jessica dacht nog steeds aan haar zus Jade. Ze herinnerde nog goed wat Jade had gezegd. “Dat is één van de bekendste symptomen die je doet denken dat je zwanger zal zijn.” Dat zinnetje spookte steeds door haar hoofd. Jessica hoopte dat het waar was maar dit kon wel anders uitdraaien. Misschien had ze een voedselvergiftiging of was er iets ontstoken…
  • 48. Tegen de middag om vier uur was het tijd voor Jessica om een bezoekje aan dokter Martens te brengen. Alhoewel Simon zijn vrouw naar de dokter had gebracht en hij zich dicht in de buurt bevond, maakte hij – onnodig – zich zorgen om haar. “Wees voorzichtig. Ik blijf op je wachten tot je buiten komt.”
  • 49. “Je kent me toch.” fluisterde Jessica angstig. Simon nam haar passioneel vast en drukte zijn lippen op haar lippen. “Ik hou van je.” meende hij tussen hun kus in. Langzaam liet Simon haar uiteindelijk los. Hij maakte zich grote zorgen om haar en hoopte dat haar toestand in de toekomst zou verbeteren.
  • 50. “Ik hou ook van je, Simon. Dat mag je nooit vergeten.” waren dit Jessica’s woorden voor ze de auto uitstapte. Met een knoop in haar maag sloeg ze de portier dicht, voor ze met de benenwagen naar de dokterspraktijk ging.
  • 51. Daar werd Jessica niet zo snel ontvangen, terwijl dokter Martens nog steeds met een andere patiënt bezighield. Dat maakte de hele toestand erger en haarzelf zenuwachtiger.
  • 52. Na tien minuten zitten piekeren liep die andere patiënt de praktijk uit, langs de wachtkamer – waar Jessica op dat moment zich bevond – liep hij naar buiten. In de deuropening van de praktijk stond dokter Martens. “Euh… Somers Jessica?” riep ze de volgende patiënt af. Jessica zuchtte – eindelijk dat ze nu ontvangen werd en volgde de dokter…
  • 53.
  • 54. Eén dag voor het weekend bracht Jessie weer iemand mee naar huis. Deze keer was het Aphrodite, ook een goede vriendin van Jessie. Aan Aphrodite haar uiterlijk te zien, hoorde ze niet bij één van de bekendste kliekjes op school. Ze was gewoon zichzelf en daar was ze trots op. Jessie apprecieerde dat. “Oef, we zullen Frans eventjes laten.” stelde Jessie voor en sloot de boeken dicht, “we zullen maar eens over de jongens hebben.”
  • 55. Aphrodite kreeg al zo’n gevoel in haar. Van buiten uit zag ze ruig uit maar diep in haar voelde ze zich als een klein meisje die niets durfde. De jongens aanspreken, of vooral de knappe jongens, was niet bepaald haar sterkste vak. “Is… is dat wel verstandig?” piepte Aphrodite.
  • 56. “Jawel!” kraaide Jessie zelfzeker uit, “mij kan je alles vertellen. We zijn toch vriendinnen of niet soms? Ik begrijp wel dat je schrik hebt, toch moet je jezelf kunnen laten gaan.” Jonge meisjes konden dit ‘crisis’ wel eens in hun leven meemaken. Er bestonden wel eens mensen die zich als vrienden voordoen, achter hun rug waren ze wel schijnheilig en achterbaks, alhoewel Aphrodite zeker was dat Jessie te vertrouwen was. “Ik ben verliefd op iemand. Op Jason Babcock.” meende Jessie uiteindelijk.
  • 57. “Jason Babcock?” herhaalde Aphrodite. Heel zeker en blij knikte Jessie. “Ja, ik hou van hem en hij van mij.” Ineens sprong Aphrodite van haar stoel af. Ze mocht wel timide zijn, haar woedeaanvallen hield ze zeker niet in. “Ik bén verliefd op hem!” schreeuwde ze wanhopig, “en nog veel langer dan jij.” Streng wees ze naar Jessiedie precies machteloos op haar stoel zat. Jessie kreeg al schuldgevoelens, dit wist ze echt niet…
  • 58. “Dat is dan zeer jammer voor jou.” probeerde Jessie zich te verdedigen en kruiste haar armen, zonder naar Aphrodite te kijken, “als Jason en jij een relatie zouden hebben, hoe dan ook, zou ik dat appreciëren. Het is nu te laat, we hebben zelfs gekust.” Aphrodite haar ogen spuwden van woede. Ze kreeg al overgeefinvasie door het laatste zinnetje van Jessie, ze mocht er niet aan denken.
  • 59. “Denk niet dat ik hier bij laat, JessieVreven. Jason bekoort me heus wel en zal voor mij kiezen.” klonk Aphrodite dat ze wraak wou nemen en rende snel het huis uit, zonder wat dan ook een deftig afscheid.
  • 60. Hoe kon Aphrodite zo hard zijn? Jessie dacht dat ze alles aan elkaar zouden toevertrouwen, Aphrodite en zij. Maar ze had zich ferm vergist. Jessie had al angst dat Jason van haar afgepakt zou worden, door haar zogenaamde vriendin Aphrodite.
  • 61. Niet veel later stormde Jade het huis binnen. “Jessie, ik moet je de groeten doen van…” Ze stopte ineens met praten als ze haar dochter triestig zag. Jade dacht bij zichzelf: hoe kon Jessie nu zich ongelukkig voelen? Of zo zag Jessie tenminste er uit.
  • 62. Jessie zakte ineens in elkaar. Ze liet haar tranen de vrije loop en legde haar hoofd op tafel. Ze zat met Aphrodite in haar maag. Het liefst wou ze haar vriendin iets gunnen. Dat de beide vriendinnen dezelfde gevoelens voor één jongen zouden hebben, zag Jessie niet aankomen. Opeens voelde ze een arm op haar schouder. “Mij kan je alles zeggen, ik ben je moeder…” klonk het.
  • 63.
  • 64. Paar dagen naar Jessica’s onderzoek bij de dokter, wist ze nog steeds niets van de resultaten. Terwijl de dokter de hemel op aarde had beloofd: de uitslag kwam pas vandaag uit. Het was bijna avond en de dokter liet nog steeds niets weten. De enige wat Jessica kreeg, was een enorme misselijkheidsgolf.
  • 65. “Ik word nog gek.” Niet alleen Jessica was zenuwachtig, ook Simon maakte zich zorgen over zijn vrouw en dus wou hij ook de uitslag weten. “Dokter Martens laat me creperen.” jammerde Jessica, pure pijn dat ze voelde.
  • 66. Simon stond op en nam zijn vrouw in zijn armen. “Maak je geen zorgen.” fluisterde hij in haar oor, “als dokter Martens tegen negen uur niet gebeld heeft, zal ik mijn beklag eens doen.” meende Simon.
  • 67. “Moet je je nu weer opwinden?” zuchtte Jessica en liet Simon langzaam los. Simon hield zijn schouders op. “En terecht, schat. Ik zou niet willen dat iets je overkomt.” Jessica glimlachte fijntjes, ondanks haar misselijkheid. “Ik ben blij dat ik je heb.” meende ze. Toen rinkelde de telefoon abrupt tussen ‘het gesprek’ in. “Eindelijk!” zuchtten ze.
  • 68. Vluchtig pakte Jessica de telefoon op, ook al stond de telefoon maar één meter van haar af. “Met Jessica Somers?” De stem aan de telefoon kon ze uit duizenden herkennen; dokter Martens.
  • 69. Eerst klonk er verbaasdheid en nieuwsgierigheid. Naarmate Jessica langer aan de telefoon hing, klonk ze beetje bij beetje blijer. “Oh bedankt, dokter Martens!” In één smak gooide Jessica de telefoon neer.
  • 70. Jessica wou het goede nieuws meteen met Simon delen, hijzelf was al meteen voor. “En? Ik verwacht nu een explicatie van jou!” klonk hij streng, ook al meende hij het niet. “Simon, ik… ik…” was dit Jessica’s antwoord, van vreugde bleef haar plaat draaien. Uiteindelijk… “Ik ben zwanger!”
  • 71. “Dat meen je niet!” keek Simon haar verontwaardigd aan. Met een grote smile op Jessica’s gezicht knikte ze hevig. Simon pakte haar flink vast en knuffelde haar stevig. “Eindelijk! Ik word vader!” riep hij vol vreugde in zijn stem.
  • 72. “Een hele goede vader.” voegde Jessica er aan toe, “dat weet ik heel zeker!” Eindelijk, Jessica was zwanger. Simon zijn dag kon niet meer stuk, die van Jessica ook niet. Nu konden ze al werken aan een groot gezin, dit was de pure realiteit. Eindelijk…
  • 73. Eén maandje later, tijdens de koude winter, zag Jessica uiteindelijk haar dik buikje, haar zwangerschapsbuikje. Het toverde een glimlach op haar gezicht als ze haar buikje zag. “Kleintje.” fluisterde ze er tegen, “eindelijk zit je in mijn buik.”
  • 74. Sinds Jessica zwanger was, kwam Jade meer op de koffieklets bij haar zus. Het had heel lang geduurd voor Jessica echt zwanger was, nu wouden de zusjes ervan profiteren. “Een zwangerschap is iets heel moois.” meende Jade. Jessica grinnikte. “Dat is waar. Alleen in jouw geval was het begin niet zo best.”
  • 75. “Dat klopt.” hield Jade haar schouders op, “het was uit met Nathan en kort daarna kwam ik te weten dat ik zwanger was. Daar wordt niet meer over gesproken.” Jade stak haar hand uit, alsof ze iets weigerde.
  • 76. “Weet je wel zeker dat Nathan de vader is? Niet lang voor jullie breuk had je seks met een ander.” vroeg Jessica. Nadat ze de vraag volledig had gesteld, wist ze dat het verkeerd was.
  • 77. Jade zuchtte. Ze dacht aan de tijd dat ze met Xander in bed lag, Xander de vrouwenversierder. Ze had al beseft dat het fout was maar wist zeker dat Xander niet de biologische vader van Jessie was. “Nee, ik heb een DNA-test laten doen. Daar heb ik toch eens over verteld?” schudde Jade haar hoofd, “daaruit blijkt dat Nathan voor volle honderd procent de biologische vader is.”
  • 78. “Oh ja, dat is nog waar ook.” herinnerde Jessica terug naar een gesprek van ruim vijftien jaar geleden. Ze herinnerde niet alles, wel dat Jade iets zei over een DNA-test, “het is ook vijftien jaar geleden hè. Dat weet je niet zo snel terug.”
  • 79. “Ach, maakt niet uit. Ik heb vijftien jaar lang geen contact met Nathan gehad. Hij is vast gelukkig met Sandrine, daar in wil ik niet tussen komen. Ik weet wel…” Daarna stopte Jade abrupt en voelde haar tranen in haar ogen prikken. Ze voelde dat ze nog steeds van hem hield, ook al was vijftien jaar geleden de laatste keer dat ze Nathan gezien had, “ik weet wel dat we niet bij elkaar passen.”
  • 80. Jessica dacht ook aan een moment, dat ze alleen met Nathan was geweest en dat hij haar één keer had gekust. Ze was niet vergeten dat hij gevoelens voor haar had. Jade was dit nooit te weten gekomen. Het was toch geen nut dat Jessica erover iets zei, ze wou haar overeenkomst met haar zus niet verbrassen. “Misschien is het toch beter…” Jessica stond op en stond achter Jade, “dat je een leven leidt, met Jessie en zonder Nathan.”
  • 81. “En terug onder de mensen komen, naar de stad gaan. Vroeger deed je dit zo graag en je draaide iedere jongen rond je vinger. In hun ogen was je een echte prinses.” ging Jessica verder. Jade grinnikte, “maar nu moet je dat natuurlijk niet meer doen.” Daar had – volgens Jade – Jessica helemaal gelijk in. Stel je voor, op haar leeftijd en bovendien was ze een moeder van een tiener. Opeens kreeg Jade een heel goed idee…
  • 82. Jade sprong enthousiast recht van de zetel. “Weet je nog? Voor we de beesten gingen uithangen, gingen we eerst naar ‘Café Justice’? Als we daar naartoe gaan…” Jessica herinnerde dat nog. Tijdens haar studententijd, iedere vrijdag. Het was een zeer leuke tijd. “Bestaat dat café nog wel? En daarbij, ik ben zwanger en…” aarzelde Jessica maar Jade onderbrak haar. “Natuurlijk! Ik ben dit weekend langs daar voorbijgereden. Over je zwangerschap moet je geen zorgen maken.”
  • 83. Jessica wist dat het geen zin was om te protesteren. Ze kende haar zus Jade goed genoeg: haar wil was altijd wet. “Ach, vooruit dan maar!” Jade sprong in de lucht van vrede, gelijk een klein kind en sprong in haar zus haar armen. “Leuk, leuk! Dan verwacht ik jou vrijdag om zeven uur ‘s avonds bij mijn thuis.” stelde Jade voor.
  • 84.
  • 85. Jessica wandelde in het donker over de straat. Gelukkig duurde dat niet lang, haar zus woonde in dezelfde straat; aan de overkant en nog een huis verder. Bij haar aankomst aan de voordeur belde Jessica aan één stuk aan…
  • 86. “Zusje!” riep er iemand binnen. Jessica kon paar keer raden wie dat zou zijn: Jade. Jade opende de deur en ontving Jessica met open armen, “we gaan ons goed amuseren, hè zus!”
  • 87. “Daar heb je gelijk in.” knikte Jessica die vervolgens in het rond keek, “ben je alleen thuis? Is Jessie bij een vriendin of zo?” Jade schudde haar hoofd. “Nee.” zuchtte Jade jammerend, “ze zit op haar kamer te mokken omdat ze ruzie heeft met een vriendin. Maar kom, we gaan!”
  • 88. Zo gezegd, zo gedaan. Jade leidde haar zus naar haar nieuwe auto toe, een Audi. Jessica keek haar zus vreemd aan: had ze geen koud in zo’n strenge koude winter? Het had geen enkele zin om ermee te bemoeien. Ze kende haar zus goed: haar wil was altijd wet. “Wat voor ruzie heeft Jessie?” vroeg Jessica plotseling. Ze wist niets anders maar dit was om de stilte te doden.
  • 89. “Geen gewone ruzie. Spijtig genoeg.” zei Jade, “Jessie en haar vriendin hebben gevoelens voor één jongen. Ik weet dat liefde hartstikke hard kan zijn.” Jessica slikte in haar keel: ze dacht weer aan de tijd dat Jade nog samen met Nathan was en voelde ook iets speciaals voor die man. Maar oké, die tijd was voor altijd voorbij!
  • 90. Jade en Jessica stonden op punt te vertrekken naar de stad, terwijl iemand via het raam naar buiten keek. Die iemand was Jessie, die heel zachtjes grijnsde. “Zo, ik heb het rijk voor mij alleen.” fluisterde ze tegen zichzelf.
  • 91. Jessie zou Jessie niet zijn als ze één van haar vrienden bij haar thuis zou uitnodigen, als de kat van huis was. Drie keer raden wie ze zou uitnodigen: haar vriendje Jason. Ze kochten in de nachtwinkel een fles wijn en Jessie pakte een paar kaarsen uit de kast voor een romantische sfeer.
  • 92. Jessie dacht rechtstreeks aan Aphrodite, als ze diep in Jason zijn ogen keek. Ze wist dat haar vriendin ook dezelfde gevoelens heeft voor hem. Maar toch, Jessie had hem en vond dat Aphrodite daar moest bij neerleggen. Daarover wou ze niet praten, zeker niet met Jason.
  • 93. “Het is zeer gezellig.” brak Jason de stilte door. Jessie schrok uit haar gedachten en werd rood. Ze wist al dat iemand iets zei, “vind je dat ook?” “Euhja, heel gezellig.” stotterde Jessie. Toen was het alweer stil, tot er een romantisch slow muziekje op de radio afspeelde. “EuhJessie, mag ik de dans van jou?” vroeg Jason plotseling en stond recht.
  • 94. “Natuurlijk.” Jessie ging er heel zeker op in Jason ‘zijn voorstel’. Even later danste het koppel door de kamer heen. Ze keken vooral elkaar in de ogen en glimlachten naar elkaar. Het leek alsof ze jaren samen waren.
  • 95. “Ik hou van je.” fluisterde Jessie bijna onhoorbaar. Even later besefte ze hoe dom het was om dat te zeggen. Of dat vond ze zelf toch. Dat stoorde Jason niet, integendeel. “Ik hou ook van je.” was zijn antwoord.
  • 96. Al speelde het liedje amper één minuut, in dansen hadden ze geen trek meer. Jason gaf Jessie één klein zoentje en naarmate hij nog meer zoentjes gaf, werden ze langer en zwoeler.
  • 97. Toen kwam er een zoen die oneindig lang duurde, dat Jason zijn vriendin naar achter leunde, net als in de film. Jessie had schrik dat ze ging vallen en nam de jongen zeer stevig vast. Ze sloot haar ogen en genoot van de kus.
  • 98. Toen gingen ze nog een stuk verder, een hele grote stuk. Jason droeg het meisje naar haar slaapkamer en legde haar op haar bed. Jessie vroeg zich af wat hij wou doen, tot hij zijn t-shirt uittrok. “Ik weet niet of dat…” ging Jessie een beetje in opstand. “Oh sorry.” klonk Jason een beetje ontgoocheld, “ik had jou dit eerst moeten vragen.” Jessie hield haar schouders op. “Ach, maakt toch niet uit. Ik vertrouw je.”
  • 99. Ook haar kleren werd door de hele kamer gegooiden even later hun ondergoed. Op het moment lagen ze naakt op elkaar. “Weet je echt zeker?” vroeg Jason. Jessie besefte dat ze hiervoor te jong was maar goed, waarom ook niet? Ze hield van hem, ze vertrouwde hem. “Ja, heel zeker.” was dit haar antwoord.
  • 100. Ondertussen in de stad bereikten de zusjes uiteindelijk hun bestemming: café-restaurant Justice. Allebei snoven ze hun sfeer op. Veel tijd daarvoor was er niet, de gastvrouw ontving de zusjes meteen. “Graag een plekje aan de bar.” vroeg Jade.
  • 101. “Als je me wil volgen.” zei de gastvrouw en leidde de zusjes Jade en Jessica naar de bar. Jessica keek verrast rond: alles was hetzelfde gebleven in vergelijking van haar studententijd, of bijna alles. Ook Jade had zo’n indruk.
  • 102. Uiteindelijk zaten ze aan de bar en kregen een menukaart aangeboden. “Wow, je kunt hier ook eten bestellen.” keek Jade verrast naar de menukaart, “vroeger in onze tijd was dat niet.” Jessica kon niets anders doen dan haar zus gelijk geven.
  • 103. Veel tijd om te praten over de menukaart was er niet. De serveerster kwam meteen bij hun langs om de bestellingen op te nemen. “Goedenavond, dames. Wat zal het zijn voor jullie?” klonk de serveerster vriendelijk. “Euh… één gemengde salade en één gefrituurde kip, alsjeblieft.” besloten de twee dames.
  • 104. Nadat de serveerster alles had opgenomen en terug naar de keuken liep, hadden ze weer tijd om te praten. Het hoofdonderwerp was: dit café-restaurant. “Het is wel rustig hè?” vond Jade. Jessica hield haar schouders op. “Het is nog half acht, Jade. Vroeger rond tien, elf uur was er veel volk.”
  • 105. “Vroeger, ja.” knikte Jade, “maar of dit nu ook zal zijn…” “Tja, ik denk het toch. Ik weet het niet, ik ben hier in geen twintig jaar meer geweest.” zei Jessica. Als Jade in het rond keek, was het maar heel saai. Ze had nog geen knappe man op het oog, die haar aansprak. Waarvoor ze eigenlijk kwam, was om mannen te leren kennen, met wie ze misschien een toekomst zou hebben.
  • 106. De service in dit café-restaurant was vooral heel snel; binnen tien minuten hadden de dames al hun bestelling gekregen en daar waren ze heel tevreden mee.
  • 107. “Ze hadden heel eerder eten moeten serveren.” vond Jessica, “weet je hoe lekker dat de salade is?” Jade lachte en kon niet anders dan haar zus gelijk geven. “En die kip dan, hmmm. En die saus, hmmm.” De zusjes lachten allebei in het lachen uit.
  • 108. Na iets gegeten te hebben en ook na paar biertjes voor Jade, vertrokken de zussen weer huiswaarts. Ook al was Jade dronken en was ze niet bij de positieven, toch kroop ze achter het stuur, tot grote ergernis van Jessica.
  • 109. “Ik vind het toch maar een stom idee.” herhaalde Jessica telkens weer, in een fluistertoon. Jade lette niet op Jessica haar gedrag en ook niet op de snelheid. “Euh, zu… zusje, je kunt niet rijden. Je bent zwanger.” sprak Jade met een dubbele tong. Verontwaardigd keek Jessica haar zus aan. “En jij wel zeker? Je hebt godverdomme een paar biertjes op!” Zoveel zin had ze om zich kwaad te maken, alhoewel dat slecht voor de zwangerschap was.
  • 110. Het duurde niet lang of een politieauto achtervolgde Jade’s auto. Helaas maakte ze een teken dat Jade moest stoppen met rijden. Jade remde, klungelig dat ze bijna tegen een andere auto botste. Even later stopte de politieauto ook; de portier van de politieauto ging open en daar stapte een agente uit.
  • 111. De agente tikte op het raam. Jade wist even niet hoe ze het raam open kreeg, puur omdat ze dronken was. Het geduld van de agente raakte op en dus opende ze het portier, omdat ze het niet anders kon. “Zo, mevrouw de bestuurster heeft een paar biertjes op?” richtte ze haar kwade ogen naar Jade, vervolgens naar Jessica, “en jij ook?” “Nee, ik ben zwanger en ik drink niet.” stotterde Jessica angstig. Ze had het kunnen weten dat dit zou gebeuren…
  • 112.
  • 113. De volgende ochtend stond Jessica op met een dikke knoop in haar maag. Ze mocht blij zijn dat de politie haar had vrijgelaten maar Jade daarentegen zat nog altijd vast, omdat haar alcoholtest positief was. Jade’s gevolgen van ‘de ravage’ gisteren waren: een nachtje doorbrengen in de cel, boete van 5000 simdollars en haar rijbewijs werd voor twee weken ingetrokken.
  • 114. Jessica herinnerde opeens dat Simon op dat moment op zijn werk zat. Hij kon zo’n lekkere pannenkoeken of een omelet als ontbijt maken en dat moest Jessica zelf doen, omdat hij op zijn werk zat. Met tegenzin maakte Jessica haar eigen pannenkoeken, die ze zelf niet lekker vond. Maar ja, ze moest toch iets eten…
  • 115. Alleen aan tafel eten deed Jessica ook niet zo graag. Misschien kon ze aan de gebeurtenis van gisteren denken, zonder dat ze onderbroken werd door haar lieve man. Jessica vond zo onfair dat ze hier thuis zat en haar zus Jade nog steeds in de cel van de politiekantoor. Oké, wie wou een paar biertjes drinken en zelf achter het stuur kruipen?
  • 116. Dan dacht ze ook eens aan Jessie. Dat arm schaapje zat alleen thuis en misschien wist ze niet dat haar moeder in de cel zat, voor dat meisje had Jessica veel medelijden. Jessica hoopte dat haar zus haar ooit zou vergeven, had ze maar meer haar op haar tanden gehad hebben: ik zal wel rijden, jij hebt een paar biertjes op. Dan zouden ze niet bij de politie geweest zijn.
  • 117. Verder kon Jessica geen pannenkoeken meer eten, er werd aan de deur gebeld en dat bleek heel dringend te zijn. Zo zag Jessica dat Jessie aan de deur stond. Wanneer ze de deur opendeed, viel haar nichtje meteen in haar armen. “Tante!” snikte ze.
  • 118. Wanneer Jessie Jessica’s dikke buik zag, verscheen er een brede glimlach op haar gezicht. “Oh, een kleintje op komst.” wreef ze over de buik. “Dat klopt.” knikte Jessica daarentegen.
  • 119. “Tante…” kwam Jessie terug op de kern, “mama zit in de cel. Weet je dat?” Jessica slikte in haar keel; Jessie wist het toch. “Natuurlijk weet ik dat.” meende ze, “ik heb ook voorlopig bij de politie gebleven maar ze lieten me meteen vrij.” “Maar waarom zit mama nog steeds in de cel?”
  • 120. “Omdat ze onder de invloed van alcohol reed. In de cel zitten is één van haar straffen.” vertelde Jessica vol zorg en spijt in haar stem, “ze krijgt een fikse boete en een rijverbod van twee weken.” Jessie keek verbijsterd naar haar tante. Dit kon ze absoluut niet geloven, haar eigen moeder… “Waarom reed je niet, tante?” vroeg Jessie. “Ik wou dat doen maar je moeder, je kent haar, ze is zo eigenwijs. Ik heb spijt dat ik niet meer haren op mijn tanden had.”
  • 121. “Ach, tante.” zuchtte Jessie diep, “daar kan niemand iets aan doen. Het is eenmaal zo gebeurd. Al moet mama daar zich bij neerleggen.” Jessica vond dat haar nichtje gelijk had: dit was eenmaal zo gebeurd, de tijd kon je niet terug draaien…
  • 122. Er werd opnieuw aan de deur gebeld. In Jessica haar zicht stond er een jongen, die haar niet als bekend aansprak. “Oh, dat is mijn vriendje! Sorry tante!” klonk er iets uit de hoek. Jessie deed de deur open en nam haar vriendje Jason zijn hand meteen vast. “Ik zag je al direct door de deur.” verklaarde hij. Jessie richtte haar ogen naar Jessica. “Jason, dit is mijn tante Jessica. Tante, dit is mijn vriendje Jason.” Jessica begroette hem zeer vriendelijk, Jason daarentegen knikte verlegen.
  • 123. “Ach, wat een leuk koppel.” meende Jessica. Jessie glimlachte breed. “Bedankt.” gniffelde ze en gaf haar tante een familiezoen, “hij brengt me naar school op zijn scooter. Misschien tot ooit, tante.” Jessie haar hand gleed van Jessica’s lichaam af en wenkte nog een keer een brede glimlach. “Tot straks en wees voorzichtig met vriendjes hè.” lachte Jessica. Alhoewel ze serieus klonk, nam Jessie dit aan als een grap en hand in hand met Jason verliet ze het huis.
  • 124. Aimée legde een dikke laag foundation op haar gelaat, vervolgens pakte een eyeliner en ging rond haar ogen. Daarna pakte ze haar mascara en bracht ze aan haar wimpers en als laatste smeerde ze een dikke laag lipgloss op haar lippen. Zo zou ze de hele dag doorbrengen…
  • 125. Wanneer ze naar beneden kwam, op weg naar school, kwam ze haar moeder Debby tegen. “Aimée toch!” hield Debby haar slijmende moederstrucjes weer naar boven, “je hebt je weer te fel geschminkt. Weet je, je gaat terug naar de badkamer en…” Op het laatste zinnetje klonk ze streng. Maar daar had Aimée geen zin in. “Ma! Doe even normaal.” zeurde ze, “en daarbij, binnen tien minuten moet ik op school zijn.”
  • 126. Debby wou iets weer zeggen maar kreeg de kans niet. Aimée nam snel de benen en ging op weg naar school. Binnen tien minuten moest ze daar zijn of ze kon nablijven en de school lag niet zo dicht bij haar huis. Dus dat werd: lopen, lopen en nog eens lopen!
  • 127. Gelukkig had Aimée snel genoeg gelopen en kwam net op tijd op school aan. Twee lessen verstreken en het was pauze van tien minuten. Samantha Jonckers – het allermooiste meisje van de school. Althans, dat dacht ze toch – stond sierlijk aan de loketten en Aimée stond net naast haar. “Bah…” mopperde Aimée, “een rode nota in mijn agenda, dankzij die loser van biologie.”
  • 128. “Had je jezelf toch in toom moeten houden, hoor.” grinnikte Samantha. Alhoewel ze zelf regelmatig nota’s kreeg, vond ze zichzelf het braafste knapste meisje. Al dacht iedereen daar anders over, alleen Aimée vond haar ‘haar grootste voorbeeld’. “Ik moet mezelf niet inhouden voor iemand, zeker niet voor die van biologie.” klonk Aimée nogal kwaad.
  • 129. “Och, blijf niet zo kwaad. Ik heb iets waar bij je in het lachen barst.” gaf Samantha haar een schouderklopje, omdat ze haar vriendin zo steunde. Zo hoorde beste vriendinnen van elkaar te doen. “Oh ja?” klonk Aimée ongelovig. Samantha wees naar iemand, iemand die met haar hoofd naar beneden richtte en heel traag stapjes zette. Die iemand was Aphrodite, ze zat nog steeds met die discussie met Jessie in.
  • 130. Samantha kreeg haar gelijk; Aimée keek geen enkel seconde naar Aphrodite en ze barste luid in het lachen uit dat de hele school haar kon horen. “Wow, wat een bealo!” schaterde ze uit. “Ze heeft weer een blauwtje gelopen, zeker.” zei Samantha daarna, “vet jammer dat die pinkie bij ons in de klas zit.”
  • 131. Aphrodite was geen eenzaat sinds ze Jessie liet stikken, omdat ze allebei dezelfde gevoelens voor één jongen hadden. Ze had een vriendin, een veel betere vriendin bij wie ze voor alles terecht kon. Bij SadieJonckers, de tweelingzus van Samantha. Het was te zien dat Sadie en Samantha totaal niet bij elkaar passen én dat ze niet goed met elkaar overeen komen.
  • 132. Sadie nam haar vriendin stevig in haar armen. Aphrodite liet dit toe en keek ook minachtend naar Samantha en haar kliekje – die bestond voorlopig uit twee personen: zijzelf en Aimée – om laten zien dat ze ook een goede vriendin had! “Ik vind het heel rot voor je.” fluisterde Sadie in haar oor, ze wist over de discussie…
  • 133. Na de pauze was het weer tijd voor de doodsaaie lessen. Klas 3C hadden op het moment les van mevrouw van Driel, leerkracht Frans. Ze had zo’n hoge kakstem, zeker als ze de Franse termen uitspreekt; woorden van de leerlingen.
  • 134. Aphrodite – en de rest van de klas – had totaal geen zin in Frans, zeker niet als mevrouw van Driel de leerkracht was. Ze kon Jason – en ook die discussie met Jessie maar Jason nam een groot deel van haar hersens – steeds niet uit haar hoofd zetten. Hij sprak haar enorm aan…
  • 135. De uitstraling dat Jason had, hij was nauwelijks boos of verdrietig, hij ging door het leven met zijn brede glimlach. Plezier dat hij met zijn maten maakte… en met Jessie, jammer genoeg. Aphrodite kon haar ogen niet van hem afhouden. Iedere keer als hij haar betrapte, keek ze weer weg.
  • 136. Op weg naar de volgende les – tekenen – stonden Jason en Jessieal aan het lokaal, samen met Olivia. Voor Aphrodite leek wel dat ze astma had als ze te dicht bij die mensen stond. Gelukkig omarmde Sadie haar… “Och kijk, wie we hier hebben!” klonk Sadie plagerig en wees naar het koppeltje.
  • 137. Jessie haar hart klopte al meteen, keer op keer. Ze wist dat Aphrodite een oogje op Jason had, terwijl hij haar vriendje was. Jessie had meteen schrik dat haar vriendje afgepakt zou worden, door iemand die haar vriendin was óf geweest. “JessieVreven, blijf met je poten van Jason af!” was Aphrodite niet verlegen om tegen Jessie uit te vliegen.
  • 138. “Hey, ik zou dimmen als ik jou was!” mengde Olivia in het gesprek. Natuurlijk wist ze over de hele situatie van Aphrodite en Jessie, waarbij Jason de kern was, “ik weet dat je ook gevoelens voor hem hebt maar je zal toch moeten buigen dat hij bezet is. Ga naar de zee en zie dat er vissen genoeg zijn, één van hen moet je wel aanspreken.”
  • 139. Jason durfde niets te zeggen. Hij had zoiets niet verwacht van Aphrodite, hij vond haar wel een toffe meid, meer niet. Er was één iemand die zijn leven compleet maakte en haar naam was Jessie. Ook Jessie durfde een grote mond tegen Aphrodite te zetten. “Het lijkt wel alsof je doodgaat als je Jason niet krijgt. Alsjeblieft, wees volwassen, Aphrodite.”
  • 140.
  • 141. Jason dacht nog steeds over gisteren: de heibel op school tussen Jessie en Aphrodite. Hij zag het niet aankomen dat Aphrodite gevoelens voor hem had. Dat was enorm spijtig voor haar want hij kon het geluk met Jessie bekoren.
  • 142. Jason had enorm veel spijt dat hij niet voor zichzelf was opgekomen. Er kwaakten twee vriendinnen tegen elkaar, hijzelf was de kern van dat verhaal en daarom was hij ineens dichtgeklapt. Dat de meisjes zoiets ruzie hadden gemaakt, met hem in de buurt. Om ervan te schamen! Moest Jason met Aphrodite praten en meer uitleg geven waarom hij voor Jessie had gekozen?
  • 143. Hij wou meteen de telefoon pakken en het nummer van Aphrodite intoetsen. Tevergeefs, Olivia hing al aan de telefoon met een goede vriendin van haar. Jason kon er niet echt uithalen met wie ze precies belde. Olivia haar mobieltje werd weer afgepakt – en die van Jason – ook omdat ze allebei een kort lontje hadden.
  • 144. “Olivia!” riep Jason op amper twee meter afstand van zijn zus, “ik moet iemand bellen en het is belangrijk.” Olivia legde haar wijsvinger op haar lippen, teken dat Jason zijn mond moest houden. “Zwijg, bro. Ik ben aan het bellen.” Daarna deed Olivia alsof er niets gebeurd was en belde doodleuk met haar vriendin verder.
  • 145. Jason liet zijn schouders zakken. Naar Aphrodite bellen zou voor een andere keer zijn. “Ach, laat het zo, zus.” mopperde hij, terwijl hij net zijn rug naar Olivia toekeerde, “het hoeft al niet meer. Blijf maar doodleuk bellen.” Met luide voetstappen liep hij de trappen terug op. “Die heeft een slechte dag vandaag.” dacht Olivia bij zich.
  • 146. Na haar telefoongesprekje met Olivia, legde Jessie de telefoon neer en nam nog een kijkje bij haar moeder Jade. Jessie schaamde zich erg dood, op dit moment op school was dit het hoofdonderwerp: ‘De moeder van Jessie reed onder invloed van alcohol en was opgepakt’. Tegelijkertijd voelde ze medelijden met haar moeder. Hoe zou zoiets kunnen gebeuren… Jade lag ziek in bed.
  • 147. Sinds Jade in de cel werd vastgezeten – ondertussen was ze terug thuis – werd er abnormaal niet veel in het huishouden gedaan. Zelfs de rommel van Jessie’s romantische avond met Jason lagen nog op tafel. Jessie vond dat ze de handen uit de mouwen moest steken en ruimde de rommel zelf op.
  • 148. En de afwas lag een paar dagen in de wasbak, dat moest ook eraan gebeuren. Alhoewel Jessie een grote hekel aan afwassen had, deed ze het uiteindelijk toch, om haar moeder een pleziertje te doen. Na een halfuurtje de afwas doen keek Jessie tevreden naar de lege wasbak, stiekem was ze trots op zichzelf en wist zeker dat haar moeder ook zo zou zijn.
  • 149. Wanneer ze een stofdoek nam en de kasten wou afstoffen, zag ze iets verschrikkelijks door het raam. Jessie kon het nog steeds niet geloven, ook al zag ze dat in de levende lijve. “Alsjeblieft, zeg dat het niet waar is, zeg dat ik dat niet gezien heb!” smeekte ze, maar tevergeefs…
  • 150.
  • 151. Jessie haar mond viel echt open toen ze een zwartharige vrouw in haar zicht stond. Deze vrouw kwam haar bekend voor maar wie was precies deze vrouw? Jessie begon te brainstormen, naar haar verleden.
  • 152. Haar moeder Jade liet haar dochter foto’s in een album zien. Jessie zag een paar foto’s van haar echte vader, Nathan Loix. Hij mocht dan Jessie’s geboorte en doopsel bijgewoond hebben maar verder had ze hem nooit meer gezien, wat dus een beetje jammer was. En die vrouw kwam haar bekend voor: SandrineBoucher, haar vader zijn vriendin.
  • 153. “Dat kan niet!” fluisterde Jessie tegen zichzelf, “dat kan gewoon niet! En ik dacht…” Ze vergeleek deze vrouw met de vrouw Sandrinein haar beeld. Er was geen twijfel mogelijk: die vrouw was Sandrine zelf… al vond Jessie dit raar!
  • 154. De vrouw kwam de trappen aan de voordeur op. Naarmate ze elke stap op een hoger trapje had gezet, werden Jessie haar ogen groter van angst. “Wat moet ik doen… wat moet ik toch in godsnaam doen?” panikeerde ze.
  • 155. Uiteindelijk bereikte de vrouw haar ‘bestemming’ en belde aan bij de deur. Jessie trok haar triestig gezicht op, terwijl de vrouw die tegenover haar stond haar niet begrijpend aankeek. Jessie had schrik om de voordeur te openen, stel dat er iets zou gebeuren. “Wie… wie ben jij?” stotterde Jessie. “Ik…” begon de vrouw, “ik ben Sandrine, ik kom voor je moeder.”
  • 156. Jessie haar visie was juist: die vrouw was SandrineBoucher! Geen wonder. De vriendin van haar biologische vader, ze kon haar eigenlijk haar stiefmoeder noemen. “Ik euh… ben je de vriendin van…” stotterde Jessie bang, “mijn vader?” Sandrine keek Jessie vol medelijden aan. “Vriendin, dat was vroeger. Ik ben nu zijn vrouw. En…” meende Sandrine. Jessie keek haar met open mond en grote ogen aan. Er was toch iets van gekomen, “je bent echt een grote mooie jongedame geworden!”
  • 157. Aphrodite dacht nog elke seconde terug naar de ruzie vanop school, met Jessie. Eigenlijk was ze haar beste vrienden en zou haar een relatie met een knappe jongen gunnen, ook al had die jongen de naam Jason. Aphrodite was jaloers, stikjaloers op Jessie, omdat Jessie de knapste jongen op de universum aan de haak had geslagen. Als haar vriendin moest Aphrodite blij zijn, maar waarom moest de jongen uitgerekend haar lover zelf zijn?
  • 158. Het leven was veel te kort om te treuren, zelfs om een jongen. Aphrodite sprong van haar bed af en met een grote smile keek ze naar zichzelf via de spiegel. “Smile, Aphrodite!” fluisterde ze naar haar evenbeeld, “smile! Er zijn genoeg jongens die jou wel zien zitten! Wees verdomme blij voor je vriendin!” Of dat zeiden haar hersenen misschien maar haar hart zei: “Nee, je moet Jason krijgen, hoe dan ook.” en naar haar hart luisterde ze altijd.
  • 159. Of ja, misschien kon ze voor één keer niet naar haar hart luisteren. Het leek het beste dat ze niet tussen de relatie van Jason en Jessie kwam, ze wist toch dat die twee niet uit elkaar te halen waren. Aphrodite had dringend afleiding nodig, niet op haar kamer zitten te piekeren en in de stad naar de jongens kijken. Ze was direct op weg naar buiten. “Hey, liefje!” riep haar moeder Cynthia haar toe, “waar ga je naartoe?”
  • 160. Aphrodite trok niets van haar moeder aan. Ze zou alweer zo moeilijk doen, zo van: “En je huiswerk dan?” of “In de stad is er toch geen zak te doen, waarom wil je daar toch naartoe?” Op alles had Cynthia een commentaar en dat pikte haar dochter niet langer. Als ze naar de stad wou, ging ze ook naar de stad, met de auto.
  • 161. Aphrodite wenkte nog een blik naar het huis tegenover, het huis van familie Jones. Ze twijfelde er niet aan om de naam te kennen: één van hun was één van de grootste barbiepoppen van de school genaamd Aimée Jones. De enige wat Aphrodite voor die barbiepop voelde, was haat. Pure haat. Het was erg genoeg dat ze bij Aimée in de klas zat en dan was ze nog haar overbuurmeisje.
  • 162. Vandaag kwamen de twee vriendinnen Aimée en Samantha samen om zogezegd hun werkproject voor geschiedenis te bespreken. Bespreken konden ze wel maar niet voor hun werkproject. Meer nog, ze roddelden erop los over school. “Weet je over de ruzie?” begon Samantha. Aimée wist niet welke ruzie, trok een vreemd gezicht, “wel. Mijn zus vertelde dat Aphrodite en Jessie ruzie hebben, om Jason.”
  • 163. “What the fuck?” lachte Aimée en zette haar spottend glimlachje op haar gezicht, “die twee muurbloempjes ruzie om de vetste sukkel? Wel ja, dat zal me een worst wezen.” Samantha moest stiekem lachen om wat haar vriendin zei. Aphrodite kon misschien een muurbloempje zijn, Jessie niet… “Weet je dan niet? Jason en Jessie hebben wel iets hè.” snauwde Samantha. En dan de mensen zeggen dat blondjes dom zijn…
  • 164. “Echt waar?” klonk Aimée alsof ze dat niet geloofde. Samantha rolde met haar ogen en zuchtte heel diep. “Dude. De hele school weet dat al en jij niet? Meen je dat nu?” klonk Samantha cynisch. Aimée kon het toch niet geloven: Jason en Jessie… ach, dat kon toch niet. “De twee lelijkerds bij elkaar. Ik ben benieuwd hoelang het gaat duren…” dacht Aimée bij zichzelf.
  • 165. Ondanks dat Jade ziek in haar bed lag – en dat Sandrine eigenlijk voor haar kwam – liet Jessie haar toch binnen. Het meisje bood de vrouw koffie of een koekje aan, waarbij Sandrine vriendelijk weigerde. Jessie nam ook niets en ging naast de vrouw zitten, de vrouw die ze niet lang had gezien. “En? Hoe zijn jullie in Nemea gekomen?” vroeg Jessie.
  • 166. “In Rivierbloesemheuvel lijkt er wel een apocalyps. Het stormt daar zo fel, de bomen waaien zeer fel, we horen enkel donker en er bliksemt regelmatig. Veel kleine dieren zijn gestorven, puur van de schrik. Ook mensen, die geëlektrocuteerd zijn of onder een boom zijn beland, zijn gestorven en de dodental loopt maar op.” vertelde Sandrine, “het lijkt wel genoodzaakt dat iedereen moet verhuizen. Het is niet gemakkelijk: er zijn een enorme vertragingen in het openbaar vervoer en ook op de autosnelweg is het druk. Het heeft ons paar weken gekost eer we hier zijn geraakt.”
  • 167. Jessie haar ogen werden groot. Zat haar geboortedorp Rivierbloesemheuvel in de problemen? Ze zag dit echt niet aankomen. “En vroeg of laat krijgt Nemea ook het te verduren, binnen een paar jaar of zo.” voegde Sandrine er nog snel toe, “het leek wel alsof de aarde aan het vergaan was. Zodra de enorme stormweer voorbij is, zijn de kosten voor Rivierbloesemheuvel veel te hoog om de gebouwen en al te herstellen.” En Jessie’s hart klopte nog fel, het gedachte alleen dat Nemea zo’n problemen vroeg of laat ook zou krijgen. “Dat… dat kan niet? Dat gebeurt toch alleen in films?” stotterde ze.
  • 168. “Alleen in de films?” Sandrine fronste met haar wenkbrauwen, “wat in de films gebeuren, kunnen dat in het echte leven ook.” Jessie kreeg al angsten. Ook al kwam dat noodweer in Nemea over een paar jaar van pas maar de tijd kon nooit snel genoeg gaan. “Ach, gaan we over iets anders hebben? Ik krijg al de kriebels.” zeurde Jessie. Sandrine hield haar schouders op. “Oké. Hoe gaat met je? Alleen met je moeder zo?” veranderde Sandrine van onderwerp, op aanvraag. “Oh, heel goed.” knikte Jessie, “ik heb vriendinnen op wie ik kan rekenen, een vriendje…”
  • 169. “Alleen met mijn moeder gaat het niet goed. Ze is een paar dagen geleden met mijn tante op stap geweest en na hun uitstapje kroop ze achter de stuur, onder de invloed van alcohol. Het resultaat? De politie kwam hun tegen en mijn moeder kreeg een hoge boete, een rijverbod en moest een nachtje in de cel doorbrengen.” vertelde Jessie.
  • 170. Sandrine trok een geschrokken gezicht maar dit had ze wel verwacht van Jade. Ze was altijd zo’n losbol geweest. “Wow, dat is hard. Zeg, je tante… heet ze niet Jessica?” Jessie knikte. “Dat klopt. Tante Jessica. Ze woont ook hier, in dezelfde straat.” Sandrine knikte, dat ze het had begrepen, “en ze is zwanger. Leuk hè?” Dan stond ze verbijsterd van, in een positieve zin. “Oh, wat leuk zeg!”
  • 171. “En euh…” Jessie moest het Sandrine vragen over haar vader, hoe op dat moment met hem ging. Ook al kende ze hem amper, ze moest het gewoon weten! “Hoe gaat het met mijn vader?” klonk Jessie nogal stil. Sandrine lachte breed. “Je mag het vragen, hoor.” stelde ze haar gerust, “met hem gaat alles goed, wel in de schok door het noodweer in Rivierbloesemheuvel maar dat heeft iedereen, volgens mij. En we hebben zelfs een dochter van vijf jaar, Liselot.”
  • 172. “Oh, een dochtertje?” herhaalde Jessie. Sandrine knikte heel blij. “Ja, een dochtertje op wie ik trots ben. Ze is al een grote en lieve meid. Soms haalt ze kattenkwaad uit.” lachte ze, “en je zit nog steeds in Nathan zijn gedachten geschrift en heeft wel heel moeilijk dat hij jou niet zo lang heeft gezien. Daarom wil ik vragen om eens een bezoekje bij ons thuis te brengen. Als je daar niet goed bij voelt, moet dat niet.” Jessie haar hart maakte ineens een sprongetje. Vroeg Sandrine om langs haar thuis te gaan, om haar vader te zien? Ze had hem in geen 15 jaar meer gezien.
  • 173. En daarbij, haar moeder zou niet zomaar appreciëren dat Jessie naar haar vader wou gaan. Ze wou naar haar vader gaan, het was en bleef haar vader. Dan moest ze dit doen zonder dat Jade iets wist. “Oké, ik wil wel komen.” knikte ze. Sandrine glimlachte breed en gaf een kaartje met haar adres op. “Kom maar morgenmiddag eens langs.” Dan was het tijd voor Sandrine om te vertrekken, ze nam Jessie stevig in haar armen. “Tot morgen.” waren dit haar laatste woorden voor ze vertrok. Jessie fluisterde het na, maar dan was Sandrine al lang vertrokken. Wat een gevoel…
  • 174.
  • 175. De volgende middag slenterde Jessie over de straten. Ze beefde, van de spanning. Zou haar vader haar herkennen? En zij hem? Zou ze direct aan hem zien dat ze iets van hem had geërfd? Het was allemaal spannend voor het meisje Jessie.
  • 176. Ze had haar weg niet verloren, op weg naar het huis van haar vader Nathan en zijn vrouw Sandrine. Ze hadden samen ook een dochtertje, genaamd Liselot. Jessie stond ineens voor een kast van een huis en door de voordeur zag ze Sandrine, met een klein meisje in haar armen. Dat klein meisje moest Liselot zijn… “Als je allemaal bedenkt dat de tijd snel gaat.” fluisterde Jessie.
  • 177. Zachtjes klom ze de trappen op maar tevergeefs, Sandrine hadden de stappen gehoord en dacht bij zichzelf dat Jessie voor de deur staat. Sandrine kietelde doodleuk het klein meisje in haar armen. “Liselotje, je zus staat voor de deur.” fluisterde ze zachtjes tegen Liselot, dat Nathan haar niet hoort. “Nathan, wil je de deur opendoen? Ik ben bezig met Liselot!” beval ze haar man.
  • 178. “Wees daarmee getrouwd.” grinnikte de man en sprong van zijn stoel. Sandrine had hem gehoord maar trok zich daar niets van aan en ging op weg naar de badkamer, Liselot in bad steken. Nathan deed de deur open en voor zijn ogen stond een meisje van gemiddeld vijftien jaar. Hij keek haar met grote ogen, precies een kloon van hem. “Kan ik je helpen?” vroeg Nathan vriendelijk.
  • 179. Jessie wist het. Nathan, haar vader, verdomme haar bloedeigen vader! Ze herkende hem wel, ze vond veel trekken van haar in hem terug. Volgens haar klonk Nathan alsof hij haar niet kende. Jessie kon haar gevoelens niet de baas en liet haar tranen de vrije loop. “Zie je nou wel?” Ze kon niet echt uit haar woorden raken, haar hart klopte duizend keer harder dan normaal, “ik… ik ben je dochter. Jessie. Maar… mij… laat je koud.”
  • 180. Nathan stond daar dan, met een open mond van verbazing. Hij vond al verdacht dat dat meisje een kopie van hem was. Ze was zijn dochter, zijn bloedeigen dochter, van een andere relatie. “Maar…” stotterde hij, het klonk dat hij sprakeloos was, “verdomme!” vloekte hij ineens hard, “ik laat je zeker niet koud!” Zonder dat Jessie het wist, nam Nathan haar meteen in zijn armen en legde haar hoofd op zijn schouder. “Ik heb je eindelijk terug.” fluisterde hij in zijn oor. Nathan was een man maar liet zijn tranen ook lopen, ook mannen lieten hun emoties tonen, vond hij.
  • 181. Jessica bladerde door de reclamebladen van babyspullen. Er waren zoveel kamers die haar aanstonden. Roze kamers, blauwe kamers, gele kamers. Ook babyspulletjes in die kleuren. Ze kon gewoon niet kiezen. “Hmm…” dacht Jessica bij zichzelf en wees naar een foto, een groene kamer in combinatie met oranje en gele spullen – een bed, commode, kasten om speelgoed in te bergen, tapijt enzoverder – “Zal ik dat nemen?”
  • 182. Simon kwam met een glimlach op zijn gezicht uit het niets op. Hij kwam van een kamer die het kamertje voor zijn kindje zou worden. Correctie: het kindje van hem en zijn geliefde. “Ik ben klaar met de laminaat!” riep Simon dolenthousiast door het huis heen, alsof hij een groot lot had gewonnen.
  • 183. Maar Jessica gaf geen antwoord, ze was zo verdiept in het boekje. “Wel, Jessica? Hoor je me niet?” kwam Simon een stapje dichterbij. “Hmmm…” klonk ze afwezig, “ik ben de kamers aan het bekijken.” Simon keek haar verbaasd aan, of toch niet in haar ogen, ze wees haar achterkant naar hem toe. “Is dat niet wat snel? Je bent een maandje zwanger, we kunnen de kamer al schilderen of behangen maar meubels kopen…” Jessica draaide zich om en keek hem kwaad aan. “Laat mij toch doen, bemoeial!” snauwde ze hem toe.
  • 184. Nathan maakte zijn heerlijke kalkoen voor deze avond klaar. Voor één avond bleef Jessie wat langer bij hem, hij had haar gevraagd of ze geen kalkoen wou eten. Dit kon ze immers niet afslaan, maar moest een smoesje voor haar moeder zoeken waarom ze te laat thuis zou komen.
  • 185. Niet veel later stond het eten heerlijk op tafel. Alleen deze avond was de sfeer anders, Jessie zat er namelijk bij. “En? Is het lekker?” vroeg Sandrine vriendelijk maar steeds met een ongemakkelijk lachje op haar gezicht, ze vond het nogal onwennig als er iemand opeens aan tafel opdook.
  • 186. “Heel lekker.” smulde Jessie van de kalkoen, “wie heeft dat gemaakt? Jij misschien?” Ze wees naar Sandrine, alsof ze heel zeker was. Sandrine lachte. “Nee, ik kan zoiets niet koken. Je vader heeft dat gemaakt.” Jessie richtte zich naar haar vader, weer een pluspunt bij hem gevonden: hij was een goede kok, zoiets kon haar moeder Jade sowieso niet maken. “Oh, het is lekker hoor, Na… euh…” Jessie klemde haar lippen tegen elkaar. Verdorie, Jessie, je eigen vader met zijn voornaam spreken.
  • 187. “Vader.” kwam Jessie er weer netjes uit. Bij Nathan klopte zijn hart al heen en weer. Zijn dochter die hij veel jaren niet had gezien noemde hem ‘vader’. Oké, Jessie had wel moeilijk om hem ‘vader’ te noemen en noemde hem automatisch bij zijn voornaam, maar toch… “Zeg, als we Jessie eens dikwijls uitnodigen?” stelde Sandrinevoor. Nathan keek haar al meteen geschrokken aan. “Euh… Maar het is niet dat ik dat niet wil maar haar moeder is het probleem. Ik weet zeker dat Jessie naar hier is gekomen, zonder dat haar moeder dat weet.”
  • 188. Jessie daarentegen keek haar vader en zijn vrouw ongemakkelijk aan. Wist hij de naam van haar moeder niet meer? Of wou hij dat niet uitspreken? En waarom niet? Ze wist gewoon niet waarom Jade en Nathan uit elkaar waren, welke reden hij had waarom hij ‘het geluk’ bij Sandrine vond en niet bij haar moeder. Jessie stond met veel vragen die ze wou stellen, maar dat ze niet durfde en dat ook niet deed.
  • 189. Aimée keek heel verleidelijk naar de spiegel en poseerde net als een echt model. Duidelijk was het dat ze iemand mocht verwachten. “Eens zien of ik wel aan een jongen kan raken, een jongen die mijn charmes niet kan weerstaan…” dacht ze hardop, het klonk alsof ze iets van plan was.
  • 190. Het was inderdaad een jongen die Aimée vanavond verwachtte. Tot haar grote verbazing hoorde ze al de deurbel gaan. “Oh nee, is hij er al? Ik moet nog…” panikeerde Aimée maar dan kwam alles toch goed en was klaar om de voordeur te openen.
  • 191. Het bleek Jason te zijn die aan de deur stond. Wanneer hij Aimée te zien kreeg, trok hij een ongemakkelijk gezicht. “Hoe sta je nu hier bij, Aimée? Dat je je uitdagend kleedt en een volle pot make-up op je gezicht smeert, oké.” legde Jason uit, “maar zo bloot moet je je ook niet kleden om onze cursus Frans te overlopen.”
  • 192. “Onze cursus Frans?” lachte Aimée spottelijk, “liefje toch. Dan heb je me waarschijnlijk verkeerd begrepen. Je bent hier voor een hete tête-a-tête.” Tegenover Jason poseerde Aimée verleidelijk, alsof ze een escortemeisje was. Jason zuchtte diep. Nog een meisje die zich zou bezwijken voor hem. Eerst Aphrodite, nu Aimée. Snapten ze nog niet dat hij voor Jessie had gekozen? “Oh, is dat niet meer nodig? Nou, dan ben ik weer weg.” besloot Jason en zonder commentaar van haar aan te horen, vertrok hij weer huiswaarts.
  • 193. Aimée stond nu alleen ontgoocheld voor de deur, vooral gefrustreerd en boos omdat ‘haar plan’ niet was gelukt. Nu moest ze een andere strategie bedenken… “Ooit wind ik jou aan mijn vinger, Jason Babcock.” fluisterde ze heimelijk, voor ze de voordeur met een harde klap dichtsloeg.
  • 194.
  • 195. Het was weer een doodgewone dag op school: doodsaaie lessen, leerkrachten die een hele stuk konden zeuren, gillende leerlingen van het eerste middelbaar op de speelplaats. Jessie was op weg naar haar vriendin Olivia, tot iemand haar liet stoppen: Shannon Vandaele, ook zo’n barbiepop zoals Samantha en Aimée, dus een vriendin van hun. “Hey euh… Jessie.” stamelde Shannon, “eigenlijk mag ik dit niet zeggen van Aimée maar euh, tja, ik vind dat je het recht hebt om te weten.”
  • 196. “Wat moet ik dan weten?” keek Jessie haar vreemd aan. Ze brandde van nieuwsgierigheid; wat zou er kunnen zijn? Shannon klemde haar lippen dicht bij elkaar. “Nou, het zit zo… Aimée nodigde Jason gisteren bij haar uit, zogezegd voor schoolwerk.” Jessie hield haar schouders op. “Nou ja, en dan?” Shannon schudde snel haar hoofd. “Nee, dit is nog niet alles…”
  • 197. “Eigenlijk was dat niet voor schoolwerk, ze wou hem gewoon verleiden.” floepte Shannon er ineens uit, na een minuut lang stilte. Jessie haar hart maakte een sprongetje. Nog iemand die op haar vriendje viel? Eerst Aphrodite, nu Aimée. “Wat?” fluisterde Jessie, alsof ze het niet kon geloven. “Maar Jason liet het niet toe…” Meer kans had Shannon niet om te spreken, Jessie liep ineens weg.
  • 198. “Wacht maar tot ik die mislukte barbiepop met rood haar zie!” dacht Jessie bij zichzelf, terwijl ze naar de toiletten liep waar Aimée en haar kliekje altijd zat. Haar ogen spuwden vooral van woede. Aimée kon altijd iemand krijgen wie ze wou, behalve Jason natuurlijk!
  • 199. Echt nodig was het niet om tot de toiletten te komen. Onderweg kwam ze Aimée al tegen. Aimée liep als ‘een fotomodel’ door de gangen. “Aimée!” riep Jessie door het heel schoolgebouw en duwde tegen Aimée, zodat ze een meter verder naar achter viel.”
  • 200. “Waar haal je jouw lef vandaan om mijn vriend te verleiden?” schreeuwde Jessie. Voor niets en niemand hield ze zich in, zeker niet voor een jongensgek zoals Aimée. “Ik? Hij mij, ja!” Aimée was nogal geschrokken van Jessie haar reactie. Ze draaide het verhaal onmiddellijk om, “hij kon niet van me afblijven en wou zoentjes in mijn nek geven, maar ik liet dit niet toe…” “Ha ha, denk je dat ik dat geloof?”
  • 201. Hun gesprek werd al verstoord door één iemand. “Mevrouw Jones, mevrouw Vreven.” klonk er door het hele hal. De meisjes schrokken als de directrice Sanders voor hun neus stond, “in het reglement staat niet dat je mag vechten, dames.”
  • 202. Met natuurlijk als gevolg: een bezoekje in het kantoor van directrice Sanders. Ook al werd Jessie als eerste ‘uitgenodigd’, spijt had ze absoluut niet dat ze Aimée een harde duw had verkocht. Meer nog, Aimée had dat zelf verdiend! Gefrustreerd beet Jessie op haar nagels van de zenuwen.
  • 203. “Mevrouw Vreven…” begon de directrice die nogal streng klonk, “je haalt altijd zeer goede resultaten en je attitude is ook heel goed. Nu ineens heb ik je daar gezien. Zoiets verwacht ik toch niet van een voorbeeldige leerling?”
  • 204. Jessie wist het zelf wel: ze was niet één van het gemeen volk maar toch hield ze haar gevoelens niet voor iemand in. Of ze blij was of heel erg boos. “Daar heb ik een reden voor.” zei Jessie stilletjes. De directrice wenkte een verbaasde blik. “Je hebt nooit een reden om iemand te duwen. Maar goed, waarom heb je dat gedaan?” Jessie hield heel erg diep adem, “en kijk in mijn ogen!” Daar had ze in ieder geval geen zin in. “Aimée probeerde mijn vriend te verleiden…”
  • 205. Er viel een verbaasde ‘oh’ in het kantoor. “En wie is je vriend? Jason Babcock toch niet?” Jessie haar ogen werden groot. Hoe wist zelfs de directrice dat? “De meeste meisjes vinden hem een knapperd maar jij bent de bofkont. Goed, ik hoor de versie van mevrouw Jones straks wel. Je weet, mevrouw Vreven, dat de school zo’n communicatie niet tolereert?”
  • 206. “Ja, dat weet ik.” sprak Jessie nog op diezelfde toon: heel stilletjes, “ik ga toch geen traantje wegpinken omdat ik straf zal krijgen.” De directrice glimlachte ongemakkelijk. Ze had wel leerlingen gehad die in tranen zouden barsten als ze straf moesten krijgen. “En straf zal je krijgen. Zie ik je woensdagmiddag in de talenlokaal?” Jessie had het al gevoeld dat ze moest nablijven. “Ja, mevrouw de directrice.”
  • 207. “Of ja… ehm… ik heb dan vergadering. Kom gewoon woensdagmiddag om één uur naar de talenlokaal, ik zal een of andere leerkracht aanspreken die op wacht zal staan.” Jessie zei nog voor de zoveelste keer ‘Ja, mevrouw de directrice’ voor ze uit het kantoor mocht gaan. Straf had ze nooit gekregen, door haar voorbeeldig gedrag. JessieVreven die moest nablijven, dat belooft!
  • 208. Terwijl Jessie haar tijd doorbracht met de directrice, amuseerde Aimée zich perfect… helaas met Jason. “Komaan Jason, je kunt toch wel beter krijgen.” slijmde ze nog steeds; ze was eenmaal niet de persoon die zo snel met iets zou opgeven. “Voor de zoveelste keer: ik heb al iemand!” zuchtte Jason diep, de meisjes van tegenwoordig snapten ook niets.
  • 209. “Ik ben zeer ruimdenkend, schatje.” begon Aimée weer verleidelijk mogelijk te klinken en grijnsde zelf naar Jason toe, “ik vraag je voor één keer om met me seks te hebben. Je weet wat er zal gebeuren als je mijn aanbod weigert.”
  • 210. Jason kon niet geloven wat hij had gehoord. Met Aimée seks hebben? Nee, in ieder geval! “Wat gebeurt er dan?” probeert hij zichzelf te verdedigen. Aimée ging dichter bij hem staan, terwijl hij een beetje achteruit deinst. “Ik zal Jessie kunnen vermoorden, bijvoorbeeld.”
  • 211. “Wat?” riep Jason door het hele hal, zodat iedereen hem kon horen. “Ja, je hebt me al goed verstaan.” lachte Aimée gemeen, “aan jou de keuze, ofwel ga je gewoon met me de liefde bedrijven of je verliest je vriendin.” Jason moest wel doorslikken. Hij wou Jessie niet kwijt maar wou ook geen seks met Aimée. Het was een zeer moeilijke keuze…
  • 212.
  • 213. Jessica wreef langzaam over haar buik. Het waren haar hormonen die ‘haar karakter’ hadden geraakt, dat Jessica van ‘zachtaardig’ naar ‘bitter’ had gesprongen en dat had vooral een probleem bij haar relatie met Simon gemaakt.
  • 214. En dat had Jessica veel spijt van. Het was nu tot besef gekomen hoe erg ze Simon gekwetst had, hij die alles gaf voor Jessica en de baby. Nee, zo kwam het over dat Jessica het liefst alles alleen wou doen. “Euh, Simon?”
  • 215. Simon deed alsof hij haar niet had gehoord. Het was al dagen dat Jessica op zijn zenuwen werkte door haar afstandelijk en kort gedrag. “Simon?” probeerde Jessica opnieuw. Zijn hart brak elke keer als hij haar negeerde.
  • 216. Maar haar de hele tijd negeren was toch geen oplossing, het maakte toch alles erger. “Euh, Jessica?” Hij sloot de kranen dicht en kwam voor Jessica staan. “Tja, het zijn hormonen die in werking zijn sinds ik zwanger ben.” legde ze het uit, “en daarom ben ik ook een beetje kort geworden.”
  • 217. “En ik ben weer de zondebok.” grijnsde Simon, wel niet positief bedoeld. Jessica hield haar schouders op. “Tja, ik ben erg selectief. Maar het spijt me wel en…”
  • 218. Voor Simon moest dat niet meer zijn. De zwangerschap was gelijk de regels – het verkeerde moment van de maand – dan was je ook wel eens kortaf. Iedereen had ooit zo’n slechte momenten…
  • 219. Jessica was absoluut blij dat Simon het erbij liet en dat hij haar wou vergeven. “Ik hou van je. Dat weet je toch.” fluisterde Jessica tussen in de kus in. “Natuurlijk weet ik dat. Zullen we het vieren?” Of dat kon toch niet: de deurbel ging onmiddellijk. “Ach, spelbrekers.” gromde Simon…
  • 220. Maar Jessica stelde voor om de deur open te doen. Al zag ze door het raam van de deur wie voor de deur stond. Als Jessica ineens vlak voor zijn neus stond, herkende ze hem uit de duizenden. “Nathan?” Nathan was ook gechoqueerd wie hier in ‘het nederig stulpje’ woonde. “Jessica?” Hij keek vooral naar haar buik. Ze was dus toch goed terecht gekomen, net als hij…
  • 221. Nathan wist goed genoeg dat hij ooit gevoelens voor Jessica had. Maar voor hem was dat een gesloten hoofdstuk, hij was gelukkig met Sandrine en Liselot en nu Jessie terug in zijn leven was gekomen… tja, hij wou zijn tienerdochter erbij nemen. Uiteindelijk vielen Jessica en Nathan beiden in de armen, zoals gewone vrienden.
  • 222. Simon zag voor de deur alles gebeuren. Hij had geen flauw benul wie die man as. Het bleek dat Jessica hem jaren kende, maar welke relatie hadden ze juist? Waren ze ooit een koppel geweest? Alle vragen spookten door zijn hoofd maar of die vragen ooit beantwoord zouden raken…
  • 223. Ondertussen kwam Jessie terug van school. Niet met een grote smile op haar gezicht, wel gooide ze haar boekentas met een smak op de grond en zakte ze meteen in elkaar. Die stomme slet van een Aimée… Het liefst wat Jessie wou, is Aimée haar nek zo omwringen.
  • 224. Jade zag er de laatste tijd weer springlevend uit sinds ze uit de cel was gekomen. De boete was al betaald maar ze was nog steeds haar rijbewijs kwijt. Maar nu ze haar dochter zo zag liggen, wist Jade dat ze nu geen vragen mocht stellen; ze kende haar dochter langer dan vandaag. De enige wat ze haar dochter kon voorstellen, is naar haar kamer gaan en tot rust komen.
  • 225. En dat was Jessie ook van plan. Helaas duurde haar rust niet zo lang, haar mobieltje rinkelde al meteen. Zonder te kijken op het display wie haar belde, nam ze het op. “Met Jessie?” Aan de lijn hoorde ze meteen dat het Jason was, “nou Jason, ik hoorde dat Aimée jou verleid had?” “Ja, dat klopt. Maar serieus, je moet me geloven, ik ben daar niet ingetrapt en snel mogelijk weg gegaan. Het is over Aimée dat ik je bel…”
  • 226. Jessie beet op haar lip. Zou Jason stiekem gevoelens voor Aimée hebben? Ze hoopte alleszins van niet… “Wat dan?” Ze hoorde meermaals gekuch aan de lijn, het betekende in ieder geval niet zo goed. “Aimée is van plan om jou te vermoorden, als ik niet met haar naar bed ga…”
  • 227. “Wat?” hoorde Jason iemand roepen aan de lijn. Het was Jessiedie hem blijkbaar niet wou geloven, “en wat heb je gezegd?” “Euh… dat ik erover eens nadenk maar ik sta voor een lastige beslissing. Ik wil niet met Aimée naar bed en jou ook niet verliezen.”
  • 228. “Ik vertrouw je wel, Jason. Ik weet dat je van me houdt.” Stiekem verscheen er een glimlach op zijn gezicht. Een geluk dat Jessie hem geloofde maar dat veranderde de zaak helemaal niet. “Ik hou ook echt van je. Maar wat moeten we doen?” “Voor tijdelijk naar ver weg vluchten?” stelde Jessie voor.
  • 229. Maar Jason ging er niet tegen in. “Nee. Dat is te onrustwekkend. En daarbij, ik denk niet dat het veel uithaalt.” Hij hoorde Jessie hardop denken aan de lijn en dan klonk er een verrassende ‘ah’. “Ik heb een idee! Als je goed naar me luistert en alles doet volgens plan, kan er niets fouts gaan…”
  • 230.
  • 231. Op de volgende dag ging het plannetje van Jason en Jessie – oké, het idee kwam natuurlijk van Jessie – van kracht. Allebei slenterden door de straten heen. Jessie leek er zelfzeker uit, Jason daarentegen wist niet zeker of dit goed was. “Weet je het zeker? Ik bedoel, Aimée ga je snel afmaken.” stotterde hij angstig. Jessie lachte spottend. “Ach, daar weet ik zeker van. Aimée zegt veel maar doet niets.”
  • 232. Jason twijfelde wel of het waar was, wat Jessie zei. Ze hoefden niet aan te bellen want Aimée zag al meteen dat er twee mensen aan de deur stonden, en opende de deur. Kwam Jason hier om haar aanbod aan te nemen? Waarom was zijn vriendin dan meegekomen? Alle vragen spookten in Aimée haar hoofd en zouden snel mogelijk beantwoord worden. “Waarom heb je die teef meegenomen?” schreeuwde ze verontwaardigd en wees met haar wijsvinger naar Jessie toe, “of gaan we misschien een trio doen?”
  • 233. “Ik zou toch wel zwijgen als ik jou was, hoor.” kwam Jessie tussenbeide en porde Aimée, “voor wat denk je dat ik hier ben?” Aimée was best wel geschrokken: had Jason alles aan zijn vriendin verteld? Och, die klikspaan…
  • 234. “Oh, hoe romantisch.” spotte Aimée maar keek nog altijd even vies naar Jessie, “hoe je jouw vriendje verdedigt. Maar ik wil nu duidelijkheid: laat je toe dat Jason met mij naar bed gaat of…”
  • 235. Jason wist echt niet hoe hij moest reageren. Hij stond tussen twee vuren: seks met Aimée wou hij niet en Jessie verliezen door een ‘gruwelijke’ moord wou hij ook niet meemaken. “Nou, Aimée, het is te zeggen…” stotterde Jason en zijn stem klonk vol met angst.
  • 236. “Te laat!” schreeuwde Aimée woedend – zodat de hele buurt haar kon horen en hield een geweer tevoorschijn, “jullie weten de gevolgen. Jason, zeg maar eens dag tegen je vriendin. Jessie, zeg maar dag tegen je vriendje.” Op het einde keek Aimée nog altijd even boos maar lachte heel gemeen.
  • 237. “Je denkt echt veel.” mompelde Jessie. Alsof ze geen schrik had voor Aimée, toch voelde ze haar hart kloppen in haar keel en moest ze trillen van angst. “Oh ja?” Aimée kwam steeds dichterbij, klaar om het geweer te trekken, “vaarwel JessieVreven!” Maar de kans had Aimée niet om te schieten, Jessie schopte haar omver.
  • 238. En dat was blijkbaar gelukt. Het geweer glipte uit haar hand en knalde tegen de deur. “Wie mij dood wil hebben, moet vroeger opstaan.” dacht Jessie bij zichzelf. Natuurlijk deed het haar geen goed om Aimée zo te zien liggen maar dat had ze in ieder geval verdiend…
  • 239. “Dat was niet volgens plan.” schudde Jessie haar hoofd. Jason hield zijn schouders op en hield zijn mobieltje tevoorschijn. “Ach, niet dat we verwacht hebben…” meende Jason en toetste pijlsnel over de nummers op zijn iPhone, “ik bel de politie.”
  • 240. Net voor Jason de politie had gewaarschuwd en de politie beloofde om snel mogelijk te komen, kwam Aimée weer bij bewust zijn. Alhoewel… ze zag niet alles scherp, alleen zag ze dat Jessie haar de rug omkeerde. Snel mogelijk stond ze weer op haar voeten en gaf Jessie ervan langs, wanneer Jessie naar Jason toe wilde gaan…
  • 241. En dat liep heel dramatisch af: Jessie knalde tegen het keiharde hekje en verloor haar bewustzijn. “Zo kan dat ook.” grijnsde Aimée wanneer ze Jessie aan het hekje zag liggen, “opdracht volbracht!”
  • 242. Dat dacht Aimée althans. Net wanneer ze de benen wou nemen, bereikte de politie net de bestemming. Gelukkig hield de politiewagen het vluchtende meisje tegen; diegene die vluchtte, was meestal de dader…
  • 243. En dat was allemaal gebeurd, terwijl de zusjes Jade en Jessica voor de zoveelste keer op de koffie zaten. Het was dat of Jade was weer in haar eentje thuis. Het was Jessie weer die altijd uit de deur was: ofwel bij één van haar vriendinnen of bij Jason. “Tja, ik heb geen zin om alleen thuis te blijven.” meende Jade. “Ach, wil je weten wie onlangs voor de deur heeft gestaan?” zei Jessica.
  • 244. Dat was heel typisch voor Jade: na geen seconde werd ze al meteen nieuwsgierig. “Oh ja? Vertel me!” Jessica slikte in haar keel. Was dat een goed idee om dat te vertellen? Aangezien Jade en Nathan al uit elkaar geweest waren. “Nathan Loix.” viel deze naam ineens in stilte.
  • 245. “Wat?” bracht Jade heel luid uit, “laat je die bedrieger binnen?” Jessica rolde met haar ogen. Wat bazelde haar zus nou? “Bedrieger? Als ik me goed herinner, ben jij diegene die hem bedrogen heeft. Maar maak je geen zorgen, hij zal je hart toch niet meer veroveren, hij is al getrouwd en heeft een kind.” Jade stond er bij stil; dat had ze niet verwacht van haar ex. “Oh ja? Fijn voor hem dan.” mopperde ze.
  • 246. Meer woorden wisselden de zusjes niet meer uit, tot de telefoon ineens ging. “Is dat niet eigenaardig dat ze nu op dit uur bellen?” vond Jade. Jessica kon niets anders dan haar zus gelijk geven. “Dat is waar. Ik wil weten wat er is.” Jessica stond en liep richting naar de plek waar de telefoon rinkelde…
  • 247.
  • 248. Niet meer lang na ‘het ongeval’ van bij des huizes Jones, lag Jessie zonder enige beweging in coma. Specialisten zeiden dat ze de klap tegen het hekje overleefd had of anders was ze dood. Alleen hield Jessie een kleine hersenschudding over en nadat ze bewusteloos was geworden, was ze niet wakker geworden.
  • 249. Jade wachtte op een moment dat Jessie eindelijk haar ogen zou openen. Ze voelde enorm veel schuldgevoelens. Waarom was ze niet bij haar dochter geweest? Waarom moest dit allemaal gebeuren?
  • 250. Dokter Barbara Buckley stond al een tijdje aan de deur, ze deed gewoonlijk haar werk als dokter. “Het komt allemaal wel goed, mevrouw Vreven.” meende Barbara, “de toestand kan altijd kritiek worden, dat is normaal. Het voornaamste is dat uw dochter het overleefd heeft…”
  • 251. Paar tellen na Barbara’s ‘verklaring’ opende Jessie uiteindelijk haar ogen en duwde het deken bijna van haar af, puur omdat ze te warm had. “Waar ben ik?” dacht Jessie bij zichzelf…
  • 252. Jessie zag niet alles scherp. Alleen haar moeder die waarschijnlijk aan het piekeren was en aan de deur stond een vrouw die haar niet bekend voorkwam, ze had een doktersjasje aan.
  • 253. Jessie kon niet alles herinneren, ook de gebeurtenis voor ze in het ziekenhuis was gevallen was haar ontgaan. Iedereen hoorde Jessie uit het bed proberen te stappen maar hield haar tegen, ze kon niet goed op haar benen staan…
  • 254. “Juffrouw, blijft u maar liggen.” hielp Barbara een handje. Alleen kreeg Jessie geen deken over haar heen, voor haar moest dat ook niet, daar had ze te warm voor. “Wat is er gebeurd? Waar ben ik?” vroeg Jessie opdringerig en wou in paniek raken. Maar de dokter hield haar kalm…
  • 255. “Iemand heeft je een duw gegeven en je bent met jouw hoofd tegen het hekje gevallen. Je hebt het overleefd, alleen hou je een kleine hersenschudding over maar dat gaat wel weg.” legde de dokter uit. Jessie voelde dat er zoiets was gebeurd, alleen wist ze niet precies…
  • 256. Op een moment viel nog iemand de kamer binnen. “Ben ik bij JessieVreven?” klonk er een zware mannenstem. Die stem kwam Jade vooral bekend voor. Wanneer ze keek naar de man, kreeg ze de grootste schok in haar leven ooit…
  • 257. ~
  • 258.
  • 259. Terwijl Jessie nog steeds in het ziekenhuis moest blijven, piekerde Jason nog steeds over van alles wat er gebeurd was. Hoe kon hij zo dom zijn om hier in te trappen? Misschien had hij toch met Aimée naar bed moeten gaan, natuurlijk zonder medeweten van Jessie, dan lag ze niet in het ziekenhuis.
  • 260. “Het is allemaal mijn schuld.” bleef Jason mopperen. Hij had niets gedaan, noch Jessie verdedigd tegen Aimée. Wie weet, had Jessie haar strijd tegen het leven verloren, hij wist nog steeds niets over haar toestand.
  • 261. Jason grabbelde in zijn broekzak naar een aansteker en een sigaret. Hij staarde er lang naar als hij zijn sigaret vasthield. Zou hij roken om zijn miserie te vergeten? “Misschien wel.” dacht hij bij zichzelf, “één keer kan toch geen kwaad.”
  • 262. Opeens hoorde hij voetstappen en merkte op dat zijn moeder achter hem stond. “Komaan, Jason!” riep Mary verontwaardigd en kwaad uit, “doof dat sigaret uit en verzorg je.”
  • 263. Blijkbaar gaf Jason geen kick en bleef zitten waar hij zat. Mary maakte zich grote zorgen, normaal rookte Jason nooit, alhoewel ze wist dat hij soms sigaretten aangeboden kreeg van zijn vrienden. “Ah, het komt wel goed met Jessie, ik heb al zo’n voorgevoel.” ging Mary naast hem zitten.
  • 264. “Dat zeg je omdat je er niet bij was.” mompelde Jason kortaf en nam nog een trekje van zijn sigaret, “je had Jessie moeten zien neerknallen tegen dat hekje.” Mary zuchtte diep en wist niets te zeggen. Als hij zo reageerde, moest hij erg veel van Jessie houden. “Geloof erin, jongen, dat alles goed komt en doe die sigaret gewoon weg, dat verandert de zaak niet.”
  • 265. Ergens had Mary wel gelijk. Jason moest erin geloven, hij vond dat Jessie tegen haar leven moest vechten, voor de mensen die ze liefhad. “En hoe zit het? Ga je mee naar het ziekenhuis?” vroeg zijn moeder opeens. Jason dacht dat hij zijn vriendin beter een bezoekje zou brengen, in plaats van hier te zitten mokken…
  • 266. Ondertussen in het ziekenhuis stonden twee volwassenen tegenover elkaar, die niet veel woorden uitwisselden. “Nathan.” begon Jade, in een fluistertoon, “ik heb je hier niet verwacht.” “Ik jou ook niet. Mag ik niet bezorgd zijn om mijn eigen dochter?”
  • 267. “Je eigen dochter.” herhaalde Jade spottend, “onnozele snul. Je kent Jessie amper, ze kent jou helemaal niet.” Nathan zette zijn grote ogen op. Wist Jade dan van niets, dat Jessie bij hem was langs geweest? “Ze kent me wel. Niet zo lang geleden stond ze voor mijn deur en herkende me direct.”
  • 268. “Dat meen je niet.” Jade kon haar oren niet geloven. Meende Nathan nou wat hij zei? “Echt waar. Je mag Jessie zelf vragen.” klonk hij serieus. Jade hield haar schouders op. “Als ze zich herinnert, ja. Ze heeft een lichte hersenschudding en de dokter is nu met haar bezig.”
  • 269. “Hoe komt eigenlijk dat ze een hersenschudding heeft? Ik weet alleen dat ze hier ligt.” Jade en Nathan kozen elk een plekje uit op de bank in de wachtzaal, het was steeds oncomfortabel om staand te praten. “Iemand heeft haar geduwd en ze is tegen het hekje geknald. Als de ambulance niet eerder was geweest, was ze dood…” legde Jade uit.
  • 270. Nathan moest even slikken. Zijn dochter? Dood? Dat was alsof een stukje van zijn hart afstierf. “Gelukkig hebben ze haar reanimeert. Jessie is nog in leven, verder moet je geen zorgen om maken.” zuchtte Jade. Nathan glimlachte ongemakkelijk, het was raar om iemand te weerzien, diegene die je bedrogen had. “Zeg dat wel.”
  • 271. “En hoe is het met jou?” veranderde Jade van onderwerp. Hoe legde Nathan in godsnaam uit dat hij getrouwd was, in ieder geval niet met Jade maar met Sandrine? En dat hij een dochter met Sandrine heeft? “Goed, goed.” mompelde Nathan, “ben je de ware tegengekomen na vijftien jaar?”
  • 272. “Euhnee, niet echt.” aarzelde Jade, “ik was altijd bezig geweest met Jessie en mijn werk. En jij? Ben je gelukkig?” Nathan beet op zijn lip. “Natuurlijk. Ik ben getrouwd en met haar heb ik één dochtertje.” Het gaf Jade een goed gevoel dat Nathan gelukkig was, ook al was dat niet met haarzelf…
  • 273. Opeens hoorden ze beiden fel gepiep uit een kamer. Ze wisten niet wat er aan de hand was. “Oei…” aarzelde Jade. Nathan daarentegen was er gerust in. “Het zal wel iets misgelopen zijn, Jade.”
  • 274. ~
  • 275. ~
  • 276. ~
  • 277. ~
  • 278.
  • 279. Jason staarde naar een foto – waarop Jason en Jessie stonden – in kader en slaakte nog een zucht. “Jessie, waarom jij? Waarom niet ik? Of een ander?” fluisterde hij steeds. Dat was een foto gemaakt in goede tijden en dat wou Jason nog wegdoen…
  • 280. De begrafenis van Jessie – sinds enkele uurtjes geleden – viel Jason heel zwaar. Hij was een of ander tekstje aan het lezen, speciaal voor zijn vriendin en ineens kon hij niet meer. Het ging helemaal niet meer. Jason woonde de koffietafel zelfs niet bij, daarvoor was hij te zwak. Hij had zijn zwarte kledij uitgetrokken en piekerde op zijn bed in zijn ondergoed, meer kon hem niet veel schelen. Ja, ook mannen hadden hun gevoelens en dat betekende dat ze tenminste een hart hadden…
  • 281. Olivia – tevens de zus van Jason en de beste vriendin van Jessie – had het ook heel zwaar. Ze kon niet stoppen met haar huilbuien, de dood van Jessie viel haar echt zwaar, zoals bij haar broer. Het gedachte alleen dat haar broer en haar vriendin samen gelukkig kon worden, dat Jessie haar schoonzus kon worden en dus ook familie van elkaar…
  • 282. Jason en Olivia waren niet de enigen die piekerden met het verlies. Jade had het ook zwaar, zelfs zwaarder dan de twee tieners. Ook Jessica – de tante van Jessie en de zus van Jade – was erbij en het verlies van haar nichtje maakte haar in ieder geval niet blij. Voor Jade voelde het alsof een deel van haar hart afgestorven was…
  • 283. Wie zei dat de vader van Jessie – die ondertussen in een ander gezin leefde – niet ermee moeilijk had? Natuurlijk had Nathan ermee moeilijk, zeer moeilijk zelfs. Sandrine kende Jessie niet zo goed maar toch was ze zo nobel dat ze ook naar de begrafenis was geweest. En Liselotbegreep niet hoe het voelde iemand te verliezen maar ooit zou ze binnenkort dat aanvoelen…
  • 284. Aimée kreeg natuurlijk de verdiende straf, voor een onbepaalde duur moest ze haar dagen doorbrengen in de strengste jeugdinstelling, ver genoeg van Nemea. Wanneer ze 18 zou worden en had haar straf nog steeds niet uitgezet, zou ze overgebracht worden naar een speciale gevangenis voor vrouwen, ook heel ver van Nemea.
  • 285. Rust in vrede…JessieVreven° 24-06-1996† 11-09-2011
    Er was een tijd van komen, er was een tijd van gaan. Ook voor Jessie, al moest ze op een zeer jonge leeftijd gaan. Hopelijk had ze ook een goed leven in de hemel, hetzelfde wat ze hier in Nemea had, in de kring van haar familie en vrienden…