• Like
  • Save
Colson #31
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Colson #31

  • 550 views
Uploaded on

 

  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
550
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0

Actions

Shares
Downloads
0
Comments
0
Likes
0

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide

Transcript

  • 1. Summer Special!
    10.G Colson
  • 2. Cody, Silvana, Liesa & Ruben
    Wanneer ik naar mijn werk ben vertrokken en de kinderen naar school, verveelt Silvana zich. Om zich te vermaken, gaat ze naar het strand.
  • 3. Silvana heeft paar juwelen gekocht. Als ze wil afrekenen aan de kassa, herkent ze direct het gezicht van de verkoper. “Peter!” brengt ze het enthousiast uit. Peter kent ze van Liesa, omdat hij jaren bij haar in de klas zit en bij sommige schoolfeesten en die dingen ziet ze Peter en ook andere medeleerlingen. “Dag, mevrouw Colson.” knikt hij vriendelijk, “dit is 98 simdollars alsjeblieft.”
  • 4. Ze geeft het briefje van 100 simdollars. “Ik krijg er dan nog twee terug zeker?” Vriendelijk geeft ze een knipoog. “Dat klopt.” mompelt Peter, terwijl hij grist in de kas om het wisselgeld te vinden, daarna geeft hij het aan Silvana. “Moet je niet naar school?” vraagt ze. “Nee, ik heb stage.”
  • 5. “Oh, leuk.” lacht Silvana, “ik herinner me nog mijn schooltijden. In het middelbaar en op de campus.” Peter houdt zijn schouders op. “Ik wil ook graag naar de campus maar eerst moet ik mijn stage en examens afmaken, met goede resultaten.” Dan gaat het licht aan in Silvana. “Zeg, wat denk je dat ik je deze avond uitnodig bij me thuis? Liesa zal dit enorm appreciëren.”
  • 6. Verlegen kijkt Peter toe. “Oh… euh, ik wil wel heel graag. Denk je dat Liesa dit niet erg vindt?” Silvana lacht dit weg. “Natuurlijk! Ik ken mijn eigen dochter zeker.” Dan heeft Peter geen reden om dit aanbod te weigeren.
  • 7. Het is al snel middag wanneer Silvana terug thuiskomt. Ook Liesa is zich te bevinden thuis, met haar schrift wiskunde in haar handen. “Is het moeilijk?” vraagt Silvana. Afwezig schudt Liesa haar hoofd. “Bwha, niet echt.”
  • 8. Ruben neemt zijn goed humeur mee naar huis, omdat er een tien op zijn rapport staat.
  • 9. Liesa is heel blij om Peter te zien, bij haar eigen huis dan nog wel. “Wat heeft ons ma toch allemaal geregeld?” mompelt ze. Peter haalt zijn schouders op. “Toch niets wat kwaad kan?”
  • 10. “Dat is waar.” knikt Liesa. Het duurt niet lang of ze zijn al naar de slaapkamer van Liesa verdwaald. “Mooie kamer.” Bewonderd kijkt Peter in het rond. Liesa bloost. “Dank je.” Ze gaat even op het bed liggen, vervolgens komt Peter erbij zitten, “ik wil je eigenlijk al lang uitnodigen.”
  • 11. “Oh.” is dit voorlopig het enige wat Peter kan uitbrengen, “ik heb heel lang gehoopt dat ik alleen met jou kan zijn.”
  • 12. “Echt?” Ongelovig kijkt Liesa hem aan, “dan denk ik dat dit alles duidelijk is.” Dat snapt Peter even niet, tot Liesa dichter bij hem komt en hem een kus geeft, dan is dit pas alles duidelijk.
  • 13. Deze avond om zeven uur is Peter al lang uit de laan gestuurd. Ondertussen houden de meiden Silvana en Liesa een gesprek in de slaapkamer. “Het klikt wel tussen Peter en jou, hè.” grijnst Silvana uitdagend. Liesa zucht heel diep. “Ja en dat is allemaal dankzij jou, mama.”
  • 14. Silvana draait haar gezicht snel naar haar dochter toe. “Als het aan jou lag, was er nog altijd niets. En daarbij, wat hebben jullie in je kamer gedaan?” Liesa blijft haar mond houden en verlegen staart ze naar het bedlaken. Haar moeder heeft haar ‘gezichtsuitdrukking’ al door, “oh kijk. Er bloeit toch iets moois, hè.” plaagt ze Liesa.
  • 15. “Ik heb hem gekust.” fluistert Liesa, zo onhoorbaar mogelijk. Toch heeft Silvana haar kunnen horen. “Echt?” beklemtoont Silvana ongelovig, “dus jullie hebben iets?” Liesa haalt haar schouders op. “Voor mij toch. Morgen weet Peter toch niets meer.”
  • 16. Silvana geeft haar een schouderklopje. “Weet je. Daar geloof ik echt niets van.” zegt ze, “ik weet zeker dat Peter jou graag ziet.” “Dat zal zo wel zijn, zeker.” moppert Liesa.
  • 17. Ook heeft Silvana er bovenop voor de volgende dag beloofd om Liesa een metamorfose te geven…
  • 18. Liesa heeft altijd van korte, wulpse haren gedroomd. Die droom is pas op die dag uitgekomen, dankzij haar moeder. “Wauw!” Ze staat versteld van haar nieuwe kapsel, “dit is beter dan ik heb kunnen voorstellen!”
  • 19. “Je staat daar echt geweldig mee, lieverd.” Liesa staat op en geeft haar moeder een knuffel. “Echt bedankt. Niet alleen voor dit, ik bedoel voor álles.” Dit ontroert Silvana. “Ach, dit is zeer graag gedaan.”
  • 20. Na een stevig ontbijt dringt de tijd aan om naar school te vertrekken. De schoolbus staat al immers voor de deur. Liesa pakt vluchtig haar schooltas en neemt nog afscheid van iedereen.
  • 21. Ruben gaat achter zijn zus na, niet begrijpend waarom meisjes altijd ‘opgetut’ naar school willen gaan.
  • 22. Niet alleen de schoolbus voor de kinderen, ook de carpool voor mij staat voor de deur.
  • 23. De tuinier is langsgekomen om de hagen te onderhouden.
  • 24. Tegen de middag hoort Silvana al de schoolbus tot aan de deur komen. Liesa is al terug van school, die heel blij voor Silvana haar ogen staat.
  • 25. “Ik had toch naar jou moeten luisteren, mama.” glimlacht Liesa breed, “ik kwam aan op school en Peter stond al op mij te wachten. Aan de schoolpoort had hij me passioneel gekust.” Silvana jubelt enthousiast. “Zie je dat ervan komt, hè.”
  • 26. Even later komt Ruben ook thuis, met een schitterend rapport. Daar wordt iedere ouder blij van, dus ook Silvana.
  • 27. Een uurtje later kom ik ook thuis van mijn werk. “Daar, mijn hartendiefje!” roep ik enthousiast naar Silvana toe. Silvana lacht. “Heb je gedronken, ofzo?” grinnikt ze. Zelfzeker schud ik mijn hoofd. “Helemaal niet, ik ben gewoon blij dat ik je zie na een zware dag.” Vluchtig geef ik haar een kus.
  • 28. “Charmeur.” straalt Silvana gelukkig. “Hoe is jouw dag geweest zonder mij?” vraag ik en pak haar handen vast. “Zoals gewoonlijk. Weet je, Liesa is zo dolsverliefd.” Mijn ogen worden groot. “Dolverliefd? Op wie?” “Op Peter, die winkeljongen. Je kent hem toch?”
  • 29. Het lichtje in mijn hoofd gaat weer op. “Ah ja! Ik denk hè… dat Peter en Liesa goed bijeen passen.” Silvana knikt zelfzeker. “Ik denk het ook. Ik kan me voorstellen dat ze schattig zijn samen.”
  • 30. Ruben zijn schoolvriendin Belinda komt ook eens langs.
  • 31. “Zeg Ruben.” begint Belinda, “ik doe aan stijldansen en het is heel leuk! Mag ik je dat eens leren?” Beschaamd staart Ruben naar de grond. “Het klinkt leuk maar ik kan echt niet dansen.” Belinda grinnikt liefjes. “Maak je geen zorgen, ik leer je dat wel.”Even later beginnen ze te dansen.
  • 32. Ruben is ook van zijn gedacht over dansen veranderd. “Het is wel leuk.” Belinda glimlacht breed. “Wat heb ik je toch gezegd, hè?”
  • 33. Paar dagen later groeit Ruben op tot een stoere, grote tienerjongen.
  • 34. Na een druk etentje met zijn ouders en zus, wil hij even tot rust komen op het strand.
  • 35. “Hallo.” hoort Ruben een vrouwelijke, sensuele stem. Hij weet het meteen wanneer hij ‘het meisje’ ziet. “Belinda…” staat hij versteld, “ben je ook opgegroeid?” Belinda grinnikt.
  • 36. “Natuurlijk.” Zachtjes trekt Belinda hem naar de grond en streelt hem. Ruben weet nu wat zijn ouders en zus bedoelen met ‘liefde’, dat voelt hij nu, voor Belinda. “Je weet niet wat ik voor jou voel.” fluistert Ruben.
  • 37. (When I first saw you, I saw love.
    And the first time you touched me, I felt love.
    And after
    all this time, you're still the one I love.)
    Looks like we made it
    Look how far we've come my baby
    We mighta took the long way
    We knew we'd get there someday
  • 38. They said, "I bet they'll never make it"
    But just look at us holding on
    We're still together still going strong
  • 39. (You're still the one)
    You're still the one I run to
    The one that I belong to
    You're still the one I want for life
    (You're still the one)
    You're still the one that I love
    The only one I dream of
    You're still the one I kiss good night
  • 40. Ain'tnothin' better
    We beat the odds together
    I'm glad we didn't listen
    Look at what we would be missin'
  • 41. They said, "I bet they'll never make it"
    But just look at us holding on
    We're still together still going strong
  • 42. (You're still the one)
    You're still the one I run to
    The one that I belong to
    You're still the one I want for life
    (You're still the one)
    You're still the one that I love
    The only one I dream of
    You're still the one I kiss good night
  • 43. (You're still the one)
    You're still the one I run to
    The one that I belong to
    You're still the one I want for life
    (You're still the one)
    You're still the one that I love
    The only one I dream of
    You're still the one I kiss good night
  • 44. De volgende ochtend staat Ruben op, met vermoeide ogen die moeilijk open kunnen gaan. “Wat heb ik gisteravond toch uitgespookt?” mompelt hij tegen zichzelf.
  • 45. Wanneer Ruben klaar is en naar beneden stormt, komt hij onderweg zijn zus Liesa tegen, die hem begint te plagen. “En broertje, waar ben je geweest?” vraagt ze lachend. Ruben daarentegen kan niet tegen haar gekietel, “bij je vriendinnetje Belinda?”
  • 46. “Stop ermee!” zit Ruben in zijn slappe lach door Liesa haar gekietel, “en hoe kom je daar nu bij?” Ruben kijkt haar vreemd aan. “Broertje toch. Ik zie alles, echt alles hè.” grijnst Liesa.
  • 47. Hem interesseert het niet wat Liesa van zijn vriendinnetje vindt. Hij leeft alleen voor Belinda en daar heeft niemand mee te maken.
  • 48. Tegen de middag komt Ruben thuis van zijn eerste dag in het middelbaar. Aan zijn humeur te zien, is zijn dag al behoorlijk meegevallen. Zoals altijd krijgt hij een pak huiswerk mee.
  • 49. Caitlin, Eric & Eliza
    De volgende ochtend is het eindelijk zover: wanneer ik me wil klaarmaken in de badkamer, krijg ik steken in mijn buik. Met de minuut worden de steken alsmaar feller. “Help!” probeer ik door de hele buurt te schreeuwen in de hoop dat iemand me hoort, “help!”
  • 50. Eric staat ondertussen op hete kolen en doet zijn best om me te helpen. “Hou je rustig, Caitlin.” sust hij me. “Maar Eric, het doet zo’n pijn.” jammer ik lang.
  • 51. Voor ik het weet, ligt er een mooie baby in mijn armen. “Kijk eens.” por ik Eric aan, “wat voor een mooie baby heb ik toch op de wereld gezet.” Eric lacht als de boer met kiespijn, quasi beledigd. “Pardon, ik heb dat kindje wel verwekt hè.” Ik lach het weg. “Oké, we hebben er allebei voor gezorgd. Maar kijk eens, als we haar Rosette noemen?”
  • 52. “Natuurlijk!” stemt Eric toe maar dan trekt hij zich een beetje terug, “maar is het een meisje?” Vol trots knik ik. “Een heel mooi, prachtig meisje.” Niet alleen Rosette heeft me betoverd, ook de vader is er dol op.
  • 53. “Wauw!” glundert Eliza naar het kleintje, “hallo Rosette, ik ben jouw tante!” Oké, Eric en ik zijn niet de enigen die versteld van Rosette staan. “Een hele stoere tante.” komt Eric tussenbeide.
  • 54. “Wel doodjammer dat mama er niet is.” zucht ik, terwijl ik Rosette dicht bij me neem, “ze zou zo trots op haar kleindochter geweest zijn.” Eric kijkt me vreemd aan. “Ik vind het ook raar dat ze zo lang weg is. Als we naar de politie gaan…”
  • 55. “Dat is een goed idee. Eerst moet ik een kindermeisje regelen en dan naar school.”
  • 56. Deze avond is het aan Eliza om tot een grote, zelfstandige tiener op te groeien. Bijna de hele familie is uitgenodigd op het feestje. Om het feestje gezellig te maken, ook om de goede relaties binnen de familie te houden.
  • 57. Hier staat geen kleine ElizaColson meer, wel een grote dame.
  • 58. “Hoe geweldig!” Als een klein maar enthousiast meisje loopt ze jubelend naar me toe, “ik ben even groot als jij.” Ik glimlach breed. “Dat is leuk!” Vrolijk vlieg ik in haar armen, na paar seconden laat ik haar terug los.
  • 59. Haar schoonbroer Eric komt tussenbeide. “Gelukkige verjaardag, schoonzusje.” Hij geeft haar drie kussen. “Dank je, Eric.” lacht Eliza genietend.
  • 60. Voor de rest van deze avond wordt er vooral flink gefeest en gedanst.
  • 61. Voor Eliza is dit het beste verjaardagsfeestje die ze ooit in haar leven heeft gehad. Al die mensen die op haar feest zijn geweest, dat heeft ze nooit verwacht. Dan zijn ze nog allemaal familie van haar, dat wist ze zelf niet eens. Na flinke uurtjes gefeest is iedereen naar huis gegaan en voor Eliza dringt de tijd om naar bed te gaan, de volgende dag is immers weer school.
  • 62. Voor Elizaop haar eerste dag in het middelbaar naar school vertrekt, komt ze nog eens langs bij haar nichtje Rosette.
  • 63. Eliza is ook bloednerveus voor haar eerste schooldag in het middelbaar. Eigenlijk is dat niet nodig geweest, ze komt met een goed humeur thuis. Dus toch, ze komt goed met iedereen overeen. Alleen een minder leuke ding: huiswerk.
  • 64. Na school ben ik direct naar het werk vertrokken. Maar wat één ding me dwarszit: Eric komt beter met Eliza overeen dan tevoren en mij kijkt hij nauwelijks om.
  • 65. Deze avond is het zover, Rosette mag opgroeien…
  • 66. Tot een prachtige peuter. “Hmm.” twijfelt Eric, “misschien toch aan haar kleding en kapsel veranderen.” besluit hij daarna.
  • 67. Ik ben al glad vergeten dat vandaag haar verjaardag is, vanwege mijn werk. Nadat ik thuis ben gekomen, heb ik de eerste uurtjes van haar verjaardag toch niet gemist. “Dag mijn mooie meid!” glunder ik naar haar. “Mama!” kraait ze enthousiast en glimlacht breed naar me toe.
  • 68. Nadat ik het meisje de volle aandacht heeft gegeven en nu slaapt als een roos, dirk ik me op voor de spiegel. Ik wil toch wel weten wat Eric in Eliza ziet…
  • 69. “Zo!” hoor ik iemand roepen, “iemand maakt zich al klaar voor ons afspraak?” Het is Eric die in de deuropening staat en direct naar me vliegt om me vast te pakken.
  • 70. “Maar als je zo bekijkt…” verzacht hij, “dan wil ik wel thuisblijven als je wilt.” Daarna gluurt hij naar mijn lichaam.
  • 71. “Ah nee, hè.” Ik pak vluchtig een jurk uit de kast en in één beweging trek ik het aan, “ik ga wel met je mee.” Eric glimlacht en geeft me een langdurige kus.
  • 72. Daarna zijn we naar een restaurant in de stad vertrokken. “Wat zullen we bestellen?” denkt Eric na. “Euh… wat denk je aan een kreeftterrine?” stel ik voor. Eric knikt. “Dan zullen we dat wel bestellen.”
  • 73. “Goedenavond.” staat de serveerster naast ons, “wat zal het zijn voor jullie?” “Voor ons een kreeftterine, alsjeblieft.” klinkt Eric beleefd. De serveerster schrijft de bestelling op. “Komt eraan!”
  • 74. Wanneer onze kreeftterines zijn aangekomen, zijn we juist niet begonnen met eten. “Weet je, Caitlin.” begint Eric, “ik vind het een eer dat je met mij wil uiteten.” Ik bloos. “Dat is wederzijds.” zeg ik.
  • 75. Nadat we halfweg zijn, laat Eric zijn vork liggen en wil me iets vragen. “Caitlin, ik ken je al zo lang en ik besef wat voor iemand je bent. Je betekent heel veel voor me…”
  • 76. Wanneer hij een doos op tafel zet, weet ik hoe laat het is. “Eric…” glunder ik. “Daarom zou ik willen vragen of je…” Daarna stopt hij midden in een zin, later gaat hij door, “of je mijn vrouw wil worden.”
  • 77. Dit is onmogelijk! Vraagt Eric me nu ten huwelijk? Ik open het doosje en daar zit een ring te glinsteren. “Echt?” kijk ik hem hoopvol aan. Eric glimlacht enkel breed. Snel pak ik die ring uit en doe hem rond mijn vinger. “Ik wil je vrouw worden.”
  • 78. Eliza
    Het is eindelijk zover. Mijn eerste dag op de campus. Ik vind het tijd om op mijn eigen benen te staan, daarom ben ik snel mogelijk naar de campus vertrokken.
  • 79. Ik heb ook snel mijn keuze gemaakt. Mijn levenswens is de top bereiken van de carrière ‘Politiek’, het is dus logisch dat ik de specialisatie ‘Politiek’ kies.
  • 80. Wanneer ik in de gemeenschappelijke kamer kom, gewoon voor een fijne kennismaking met de andere studenten, komt er één van bij me toe. Ze wijst naar me toe. “Wat voor een belachelijke t-shirt heb je nou aan!” grinnikt ze.
  • 81. Ik kijk een beetje naar onder, naar mijn t-shirt en ik krijg dan een tik op mijn neus. De studente lacht uitbundig. “Haha, echt belachelijk! Je trapt er nog in ook!”
  • 82. Uiteraard laat ik me niet doen, of anders ken je ElizaColson nog niet. “Kijk zelf in de spiegel en weet wie zelf belachelijk is.” snauw ik haar toe. De studente mompelt wat en verdwijnt uit het zicht. Ach, ze durft niets terug te zeggen, wat een laf mens…
  • 83. Blijkbaar is ze niet de enige die mij hier niet wil hebben. Een andere studente – van dezelfde type – gooit zelfs een drankje naar me toe.
  • 84. “Blijf uit onze buurt.” zijn haar laatste woorden, “en die van iedereen hier! Je hoort hier niet thuis.” voegt ze mompelend eraan toe en verdwijnt uit het zicht. Ik ben hier nog geen uur en iedereen moet niets van me weten. Heb je dat ooit meegemaakt…
  • 85. Ik moet sowieso geen tijd meer verliezen om naar de boetieks te gaan. Die meiden hebben ‘een stukje’ gelijk, ik zie er niet echt uit. Als ze me nog zo argwanend aankijken, dan weet ik het ook niet meer.
  • 86.
  • 87. Na uren shopplezier heeft al die kleren me bommen geld gekost. Je moet er voor over hebben, hè. Het is nog geen tijd om terug naar de studentenhuis te gaan, ik geniet nog van de natuur.
  • 88. Er komt een meisje naast me zitten. “Hallo.” begroet ze me vrolijk, “ben je nieuw hier?” Zachtjes knik ik “Ja. Ik ben ElizaColson. Jij?” “Ik ben Sabine de Leeuw.” stelt ze zich voor.
  • 89. Een gesprek voeren met Sabine – ook al heeft ze het beste met me voor, hoop ik – lukt ook al niet. “Scheelt er iets?” maakt Sabine zich zorgen. “Ach, ik woon in een studentenhuis en daar word ik niet aanvaard.”
  • 90. “Ah, dan ben je het slachtoffer van Mariëtte en Vera?” raadt Sabine. Ik kijk haar verwonderd aan. Zo heten die ruige dames dus? “Hoe weet je dat?”
  • 91. “Dat is eigenlijk heel simpel.” vertelt Sabine, “als je niet doet wat ze van jou verlangen of niet zoals hun gekleed ben, ben je in hun ogen een… euh…” Sabine denkt na, terwijl ik juist wil weten wat ik in hun ogen ben, “vergelijk maar met de overeenkomst tussen die Duitse dictator en de joden.”
  • 92. “Hoe? Is het dan zo erg?” sta ik versteld. Lachend schudt Sabine haar hoofd. “Natuurlijk niet. Dat is wijze van spreken. Ik bedoel dat je in hun ogen een buitenstaander bent en dat is niet goed.”
  • 93. “Euh…” haak ik snel af, “ik denk dat ik beter kan gaan. Tot ooit misschien.” Snel neem ik de benen en verdwijn uit het zicht. Ik word hier nog gek…
  • 94. Paar dagen later.Ik heb besloten om een heks te zijn. Geen goede heks, ook geen kwade heks dus ik ben neutraal.
  • 95. Ook al heb ik het nooit laten merken, ik ben al lang geïnteresseerd in heksen en dergelijke. Ik heb lang geloofd dat heksen niet bestaan. Maar nu, nu ben ik er zelf één.
  • 96. Na heel lang stoffen maken en spreuken bestuderen, is mijn energie op en kruip ik in mijn bed.
  • 97. Ik vrees al voor de volgende dag. Wat als ik als een heks gekleed rondloop? Word ik dan meer gepest en uitgelachen? Zoals Jade vragen ze zich af of ik echt een heks ben of dat ik denk dat het carnaval is. Wanneer ik mijn verhaal deel, zijn ze in me geïnteresseerd en hebben veel bewondering.
  • 98. “Zeg, nu vraag ik me af waar Mariëtte en Vera zijn.” grinnikt Jade. Ik heb al zo’n gedachten, “misschien sinds ze jou zo gezien hebben, durven ze hun gezichten niet meer laten zien.” Ik lach uitbundig. “Ik denk het ook.”
  • 99. “Oh, kijk!” Jade tikt me aan en wijst naar Mariëtte, die bij de dartbord staat, “misschien kun je een spreuk op haar gebruiken?” Dat is een goed idee. Eens kijken welke spreuk ik op Mariëtte kan gebruiken…
  • 100. MelliferaAanvallum!
  • 101. Het heeft op het eerste zicht al gewerkt! Bomvol bijen vliegen achter Mariëtte na. “Godverdomme!” vloekt ze door de kamer heen, “Eliza! Hier ga je nog spijt van krijgen!” Grijzend kijk ik haar aan. Er is niemand krachtiger dan ik…
  • 102. Wanneer de zon weer opkomt, dringt de tijd om naar mijn college te vertrekken. Ook mijn studies zijn even belangrijk als mijn heksenspreuken…
  • 103. Als heks moet ik ook naar alle plaatsen kunnen pendelen, met een bezem.
  • 104. Na mijn college ben ik rechtstreeks naar De Vesting der Eeuwige Duisternis gevlogen. Als heks moet je de magische kavels ook verkennen.
  • 105. Het gebouw lijkt me wel heel eng. Met een aarzelend gevoel stap ik het gebouw binnen. Er is niemand te verkennen, alleen donkere duistere meubels. Of toch… helemaal vooral is er een heks. Waarschijnlijk de monsterlijke slechte heks.
  • 106. Die monsterlijke slechte heks merkt mij ineens op. “Oh, hallo!” begroet ze me, “onze nieuwe heks! Euh, kijk maar even rond, ik ben een spreuk aan het beoefenen.”
  • 107. Er valt niet veel dingen te doen. Alleen in sommige spreukboeken staan er wel interessante spreuken die ik ooit kan gebruiken. Aan de andere kant zie ik die heks weer, met haar beschermkat.
  • 108. “Jonge juffrouw!” hoor ik iemand roepen, op een bevelende toon. Het is die kwade heks weer. Waarschijnlijk roept ze om mij maar ze beschrijft me als ‘jonge juffrouw’, omdat ze mijn naam niet kent, “kom maar…”Even later zit ze op haar stoel, ik sta tegenover haar. “Ik zie al dat je neutraal bent. Je oefent evenals de lieve krachten als de kwade krachten op mensen en jezelf. Het hangt ervan af in welke humeur je bent en wat voor een relatie met die mensen hebt.”
  • 109. “Spreuken gebruiken op mensen en jezelf, dat kan! Toch moet je even opletten of je niet overdrijft, anders kan dat negatieve gevolgen hebben. Snap je het?” vertelt de kwade heks. Stilletjes knik ik. “Ik snap het helemaal.” stotter ik angstig.
  • 110. “Jonge juffrouw. Weet je het zeker of moet ik het uitleggen? Aangezien je nieuw in de stiel zit, kun je om uitleg vragen.” Deze keer schud ik zelfzeker, maar echt heel zeker, mijn hoofd. “Dat hoeft allemaal niet. Er bestaan boeken erover en ik heb ze allemaal gelezen. Alsof ik heel mijn leven een heks ben.” Tevreden glimlacht de kwade heks. “Goed zo. Voor ik het vergeet, mijn naam is Tessa Vos. Je mag me heus Tessa noemen.”
  • 111. “Aangenaam kennismaking.” glimlach ik vrolijk, “mijn naam is ElizaColson.”“Ah, Eliza!” herhaalt Tessa mijn naam, “ik zit al een halve eeuw in de stiel en nog altijd beoefen ik met plezier mijn krachten en spreuken. Ik hoop dat je het even leuk hebt met beoefenen.” “Natuurlijk!”
  • 112. Voor ik het gebouw verder wil verkennen, wil Tessa blijkbaar nog iets weten. “Ben je familie van GwendolynColson?” Gwendolyn… ze is mijn tante, de zus van mijn moeder. Ik heb haar nooit gekend, ik ben geboren en ze is op dat moment al dood. “Ja. Ze is mijn tante maar ik heb haar nooit gekend.” Geïnteresseerd én verbaasd tegelijk kijkt Tessa me aan. “Pas op. Er gebeuren nu vreemde dingen ermee. Ik zal toch maar alert zijn.” zegt Tessa.
  • 113. “Vreemde dingen?” Wat voor een wereld ben ik in beland? Tante Gwendolyn is al heel lang dood. Ik denk van… toen mijn zus Caitlin al geboren was? Er kunnen geen dingen mee gebeuren. “Ja, Eliza! Vreemde dingen! Wat voor dingen, daar zeg ik voorlopig niets over.”
  • 114. Ik denk dat ik beter moet nadenken… Gwendolyn, dood, vreemde dingen. Wat bazelt die monsterlijke Tessa eigenlijk? Zonder boe of ba verlaat ik het gebouw. Wanneer ze weer normaal doet, zal ik hier opnieuw een bezoekje brengen.
  • 115. Na een tijdje vliegen naar het studentenhuis, zijn er nog steeds mensen die vriendelijk naar me zwaaien. Voorlopig moet ik van al die aandacht profiteren, vroeg of laat zal dat afzwakkeren.
  • 116. Met die jongedame wil ik wel een praatje mee doen. Ze heet Francisca Hartjes, een vriendelijke meid. De sfeer tussen ons twee zit er goed in…
  • 117. Véél te goed zelfs. “Het is heel gezellig, Eliza.” besluit Francisca, “maar ik heb straks college en nog veel werk. Hopelijk zie ik je nog een keer.” Zachtjes druk ik me tegen haar aan. Het is niet gewoon ‘haar tegen me aandrukken’, het lijkt of we een koppel zijn. “Oké. Tot binnenkort.”
  • 118. Ik som dingen van de afgelopen dagen op: ik word gepest door een ruige meidengroep, ik maak kennis met een meisje die daar waarschijnlijk veel over weet, ik ben een heks geworden, ik heb een kwade spreuk op Mariëtte gebruikt, ik krijg alle aandacht – positief – over me heen, ik ontmoet een kwade heks die Gwendolyn blijkbaar ‘kent’ en ik word… verliefd op een vrouw. Wat voor een apenland is dit hier?
  • 119. Lorelei & Alwin
    Nee, ik bel niet voor een afspraakje met een man. Wel voor een afspraak met de kinderen op de campus. Wat mag ik blij zijn dat ze mij nog willen zien, na alles wat er gebeurd is. Ik heb toch gelijk: ze hebben nu heel druk en geen tijd, Alwin dacht dat ik de kinderen niet wil zien, dat ik alleen aan mezelf denk. Bon, als de vakantie begint, is alle drukte hun een beetje bespaard.
  • 120. En dan nog, ze gaan nog steeds naar hun college en krijgen af en toe examens. Tenminste niet zoveel als nu. Nu ga ik op de feiten vooruit lopen. Als ze hun laatste jaar met vrucht hebben beëindigd, hoop ik dat ze niet te ver van ons wonen. Of beter: ik hoop dat ze terug bij ons in dezelfde huis wonen. Beter laat dan nooit, om alles opnieuw te kunnen beginnen.
  • 121. Hopelijk snel. Het is niet meer uit te houden om in mijn eentje thuis te zijn, van acht uur tot vier uur meestal. Alwin moet steeds harder en langer werken in het onderwijs en ik zit zonder werk. Werken is niet echt mijn ding, alleen Alwin is de kostwinner in huis en dat is genoeg.
  • 122. Om drie uur ‘s middags, wanneer Alwin eindelijk thuis komt, komt er nieuws die als een donderslag bij de zon komt. Een ‘wereldramp’ is het niet, stiekem droom ik er ook van. “We gaan verhuizen, naar een groter huis.” is er gezegd.
  • 123.
  • 124. In de hal hangen er zelfs foto’s van de familie Van der Voeten. Ik krijg wel tranen in mijn ogen, als ik de foto’s even bekijk. Ik heb ze nog nooit opgehangen, tot nu dus het is echt de moeite waard om ze aan de muur te hangen.
  • 125. “Gaat het?” Geschrokken draai ik me om en Alwin staat eens voor me. Hij lacht zachtjes, “oh sorry. Ik wou je niet doen verschieten.” Ik lach het weg. “Oh, dat geeft niets.” Vluchtig geeft hij me een zoen. “We kunnen ook amuseren met ons tweeën…”
  • 126. Met ‘amuseren’ bedoelt Alwin: op vakantie gaan naar de Takemizu. Voor mij komt dit ook onverwacht over, ik vraag me af wat er met hem scheelt… Eerst een nieuw huis, nu een reis naar De Verre Oosten.
  • 127. Na vele uurtjes onderweg zijn, zijn we dan uiteindelijk goed aangekomen. Het heeft niet lang geduurd met een kamer kiezen of we staan al aan de balie. “Nog een fijne vakantie!” klinkt de piccolo vriendelijk. “Bedankt!” glimlach ik.
  • 128. De man heeft ondertussen ook aangeraden om thee te gaan drinken. Zonder twijfel zijn we naar de theetafel in de buurt gegaan. We zijn hier op vakantie, we moeten hier de gewoonlijke dingen van Takemizu leren kennen en ontdekken.
  • 129. Wanneer ik een slokje van de thee drink, word ik al verliefd op de thee. “Weet je, Alwin. We moeten ook zo’n theetafel aanschaffen.” stel ik voor. Alwin glimlacht enkel breed. “Is het zo lekker?”
  • 130. “Dat zal je wel merken.” meen ik, “als je zelf een kopje thee neemt.” Alwin schenkt een kopje thee en drinkt hem zelf op. “Je hebt gelijk.” zegt hij daarna.
  • 131. “Zoals altijd.” grap ik “nu even serieus. Hopelijk kunnen we iets van drie dagen vakantie maken.” Alwin knikt zelfzeker. “Daar mag je zeker van zijn. Er vallen veel dingen te doen hier.”
  • 132. “Weet je wat ik van een rare snuiter hier heb geleerd?” begint Alwin, “ik heb geleerd om te buigen. Dat is een typisch gebaar in Takemizu. Kijk maar!” Dan probeert hij te buigen zoals de bewoners hier. Ik moet wel even lachen. “Dan zal je serieus moeten oefenen.”
  • 133. In de ‘Onsterfelijke Zen Tuin’ is er nog een rare snuiter die voor mij ogen aan het teleporteren is. “Wauw.” sta ik er versteld van, “ik wist niet dat dat bestond.” De man onder het ninjapaklacht. “Natuurlijk bestaat dat. Ik kan je dat leren op een voorwaarde…”
  • 134. “Dat je een antwoord op mijn vraag geeft.” eindigt de ninja zo zijn zin. “En die vraag is?” Ik sta hoopvol voor de ninja zijn gezicht. “Wat is het belangrijkste? Moed of wijsheid?”
  • 135. Och, wat een moeilijke vraag… “Wijsheid.” probeer ik te raden, tot de grote verbazing van de ninja. “Zeg mevrouw, je bent me er eentje! Nu zal ik je leren teleporteren!”
  • 136. Zo kan mijn leerproces eindelijk beginnen!
  • 137. “Alwin!” roep ik, wanneer ik hem zie. “Kijk eens wat ik kan!”
  • 138. Daarna verdwijn ik in een grijze, grote wolk…
  • 139. Vervolgens kom ik weer op, aan de andere kant van het veld. Wat leuk, mensen voor de gek houden met je teleport…
  • 140. Elias, Amata, Bjorn, Rebecka & Thibault
    Deze avond is de verjaardag van Thibault, dat hij opgroeien tot een peuter mag.
  • 141. Amata leert haar zoon al veel vaardigheden.
  • 142. Met Bjorn en Rebecka gaat alles weer tip top.
  • 143. Maar ik daartegen… als ik Amata bezig zie met haar zoontje en Bjorn met zijn vriendin, dan begint het hier in mijn buik alles te kriebelen. Ik mis iemand… maar wie?
  • 144. Wanneer ik de volgende dag met Myriam afgesproken heb, weet ik perfect wie ik mis. Of het wederzijds is, dat is de vraag. “En… hoe gaat het met je studies?” begint Myriam
  • 145. “Heel goed.” knik ik, “en bij jou?” Myriam glimlacht breed. “Alles gaat tip top. Ik ben alleen bang voor de examens morgen.” “Hoe? Heb je morgen examens? Ik ook!”
  • 146. Myriam kijkt me ongelovig aan. “Echt? Heb je dan geen angst?” Zelfzeker schud ik mijn hoofd. “Alles gaat goed en dat gaat ook bij jou zijn.” Myriam bloost verlegen. “Bedankt.” fluistert ze.
  • 147. Ik pak haar hand vast. “Echt waar, Myriam. Ik heb het beste met je voor.” De rest van de tijd zwijmel ik weg, ik ben al vertrokken…
  • 148. “Elias.” begint Myriam. Ik word weer wakker in de realiteit, “ik moet je iets laten zien.” Vervolgens staat ze op. Wanneer ik ook op wil staan, pakt ze me vlug vast en zoent me hevig, “dit!”
  • 149. Tussen onze kus in neemt Myriam een grote pauze. “Ik hou van je, Elias.” fluistert ze. Mijn hart begint meer feller te kloppen. Ik wist het, ze houdt van me… ze houdt van me! “Ik hou ook van je, Myriam.”
  • 150. Na onze afspraak aan tafel en de espresso, hebben we besloten om naar een concert – die inmiddels al bezig is – te kijken.
  • 151. De concert is zeker de moeite waard om ernaar te kijken, zeker als een mooie vrouw als Myriam naast je zit.
  • 152. Na het concert, is het tijd om afscheid te nemen. “Het was een geslaagde dag met jou, Elias.” zegt Myriam. “Ik vind het ook.” stem ik toe.
  • 153. Tegen de middag is iedereen in dit huishouden naar hun college gegaan, voor de laatste keer. Morgen staan de examens al voor de deur. Hoewel iedereen gerust is, kijken ze toch alles na voor de examens. Of ja, niet iedereen… “Zo, mijn hartendiefje.” grijnst Bjorn, “klaar voor je examens?”
  • 154. “Zorg dat jij je examens kent, stouterik.” klinkt Rebecka quasi streng. “Ja, mevrouw.” lacht hij, “maar nee. Even serieus, nu.” “Ik ben wel bloednerveus maar het gaat wel goed verlopen, denk ik.” is Rebecka haar antwoord op zijn vraag. “Natuurlijk verloopt het goed. Ik heb een slim vrouwtje.”
  • 155. “Och, charmeur!” bloost Rebecka. Bjorn geeft haar wat kleine zoentjes, maar wel passionele zoentjes.
  • 156. Hij draagt Rebecka direct naar de trap. Ze kijkt hem verbaasd toe. “Moeten we niet blokken?” Bjorn knikt zelfzeker. “Ik heb betere dingen te doen, hoor.”
  • 157. Wat voor ‘die betere dingen’ zijn, dat moet je geen twee keer vragen…
  • 158. Na hun avontuurtje…
  • 159. Deze avond zit de studeersfeer in huis er dik in.
  • 160. De volgende dag hebben de examens al voor de deur gestaan. Helaas voor Amata moet ze haar semester overdoen, omdat ze niet op haar examen is geweest. De rest van het huishouden wordt natuurlijk beloond!
  • 161. “Ik?! AmataColson?!” roept Amata kwaad door het huis heen. Ze is natuurlijk ontgoocheld dat ze haar semester moet overdoen. Toch heeft ze het zelf gemaakt, “ik moet mijn semester overdoen?! Ik was gewoon f*cking vies zenuwachtig voor het examen! Thibault heeft zijn moedertje ook nodig, hè!”
  • 162. “Ach, geef het gewoon op met je studies. Je houdt het nooit vol, met Thibault erbij.” zucht ik. Even later besef ik wat ik gezegd heb. Beschaamd kijkt Amata naar de grond. “Je hebt gelijk.” mompelt ze, “ik stop er gewoon mee! Ik ga bij mijn ouders wonen.”
  • 163. Amata is gewoon niet meer over te halen, ze lijkt wel vastbesloten bij haar keuze. Snel haalt ze haar zoontje en spullen bij één. “Euh, doe iedereen nog de groetjes van mij, Elias.” zijn dit haar laatste woorden. Ik knik. “Ik zal dat doen.” zeg ik. Even later is mijn lief nichtje Amata uit het zicht verdwenen…
  • 164. Nadat Amata en Thibault vertrokken zijn, hebben we ons huis helemaal onder handen genomen.
  • 165. Woonkamer
    Hobbykamer
    Inkom
    Eetkamer
    Keuken
    Woonkamer
    Logeerkamer #1
    Badkamer
    Logeerkamer #1
  • 166. Slaapkamer Bjorn & Rebecka
    Slaapkamer Bjorn & Rebecka
    Overloop
    Slaapkamer Bjorn & Rebecka
    Slaapkamer Elias
    Slaapkamer Elias
    Logeerkamer #2
    Slaapkamer Elias
    Logeerkamer #2
  • 167. De volgende ochtend neemt Bjorn zijn vriendinnetje – Rebecka – mee op een wandeling in het academiepark. Blijkbaar is hij met iets van plan, Rebecka vindt dit al zo verdacht.
  • 168. “Bjorn.” begint ze, “normaal gezien neem je me nooit mee. Wat is jouw doel eigenlijk?” Bjorn lacht haar vragen weg, door haar flirten en te strelen.
  • 169. “Dit.” antwoordt hij eindelijk op haar vraag en vervolgens gaat hij op zijn knie. Rebecka schrikt ervan, denkt ze wat het is? “Ik ben een man van veel woorden. Voor deze keer heb ik er vijf.”
  • 170. “Wil je mijn vrouw worden?” zijn deze vijf woorden. Rebecka haar hart klopt feller dan ooit. Vraagt Bjorn haar nu ten huwelijk? “Mag… mag ik?” stotter ze en wijst naar de glinsterende ring, die in een doosje zit. Bjorn glimlacht enkel breed. Rebecka laat dit geen twee keer zeggen en haalt de ring eruit om hem rond haar vinger te doen.
  • 171. Een tijdje later staat de koppel zo: verloofd en dolgelukkig. Net geen minuut zijn ze verloofd óf ze kunnen niet wachten om te gaan trouwen. Ze weten zeker één ding: ze willen elkaar nooit, maar echt nooit, kwijtraken.
  • 172. Paar dagen na ‘hun verloving’ hebben de examens voor hun deur gestaan, het is alles of niets. De studenten geloven erin en dat mag beloond worden: ze hebben allebei een 10 gehaald en zijn door tot het tweede jaar!
  • 173. Beter ergens, dan nergens

  • 174.
  • 175. Summer Special!
    10.G Colson