Inbo Magazine Krimp

  • 234 views
Uploaded on

Steeds meer dorpen, wijken, steden en regio’s in Nederland krijgen in de nabije toekomst te maken met teruglopende bevolkingsaantallen. Daarmee komt de vraag naar voren welke kansen en risico’s dit …

Steeds meer dorpen, wijken, steden en regio’s in Nederland krijgen in de nabije toekomst te maken met teruglopende bevolkingsaantallen. Daarmee komt de vraag naar voren welke kansen en risico’s dit met zich meebrengt. Inbo deed onderzoek in drie ontwerpateliers en bestudeerde voorbeelden in de plaatsen Görlitz, Leipzig en Berlijn.
Ieder ontwerpatelier keek vanuit drie thema’s naar de gevolgen en kans van krimp op verschillende plaatsen in Nederland. Vanuit het perspectief van verdunnen, teruggeven en transformeren. De studies leverden nieuwe identiteiten op, innovatieve ideeën en ruimtelijke verkenningen. De resultaten liggen vast in het magazine Krimp.

  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
234
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1

Actions

Shares
Downloads
4
Comments
0
Likes
0

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide

Transcript

  • 1. krimp atelier asa 2007 Ruimte voor Krimp excursie Görlitz - Leipzig - Berlijn krimp als motief voor innovatieKrimpscenario’s voor Pendrecht en Stadskanaal vdEindhoven: slow.flow tfManifest voor het Groene Hart tg
  • 2. Atelier ASA 2007Dit jaar is het Atelier Adviseurs StedenbouwkundigenArchitecten, ASA, anders van opzet. Niet alleen deinformele contacten tussen jonge mensen binnen Inbostaan centraal, maar ook het werken aan één gezamenlijkthema. Adviseurs, stedenbouwkundigen en architectenleveren ieder op hun eigen vakgebied een inhoudelijkebijdrage. Het thematisch werken stimuleert de onderlingesamenwerking binnen het bureau.“Bouwen voor Krimp”Dit is een zeer actueel thema naar aanleiding vanstudies naar de demografische ontwikkelingen inNederland op middellange en lange termijn. In Europaen Amerika zijn al vele voorbeelden van landschappelijkegebieden, dorpen en steden die in een negatieve spiraalterecht zijn gekomen als gevolg van een teruglopendebevolking. Het onderwerp staat inmiddels ook opNederlandse politieke agenda’s: landelijk, regionaalen lokaal. “Centraal wat moet, decentraal wat kan”krijgt met het huidige kabinetsbeleid een nieuweinhoud. Diverse maatschappelijke organisaties buigenzich over de gevolgen. Onder ontwerpers groeit debelangstelling voor de ruimtelijke gevolgen. Interessantis daarbij de koppeling aan andere actuele thema’s zoalsklimaatveranderingen, de verloedering van het landschapen de kwaliteit van bedrijventerreinen. In het algemeengesteld vindt er een heroriëntatie plaats op de ruimtelijkekwaliteit van Nederland. En dat gaat zeker alle Inbovakgebieden aan.
  • 3. Görlitz, Leipzig en BerlijnDe ASA groep is na voorstudies en het bezoek aan de BNA-conferentie Bouwenvoor Krimp met drie ontwerpateliers aan het werk gegaan. Zij kozen voorverschillende locaties en schaalniveaus; gerelateerd aan het fenomeen Krimp.Een blik over de grens bleek daarbij inspirerend en leerzaam. Het maakte dematerie concreter.We kozen voor drie totaal verschillende voorbeelden. In de plaatsen,Görlitz, Leipzig en Berlijn, werden we met verschillende vormen van krimpgeconfronteerd. We constateerden dat krimp ook positieve gevolgen heeft, vaakop onverwachte gebieden. Dit bleek tijdens de excursie naar het voormaligeOost Duitsland. Zo staat ons nog de opmerking van een ambtenaar in Görlitzbij: “door de leegstand is de binnenstad nu een prooi voor senioren uit hetwesten van Duitsland, met als gevolg meer werkgelegenheid in bijvoorbeeld dezorg en horeca.” In de projecten die we bezochten kwamen alle verschillendevakgebieden aan de orde. Meerdere voorbeelden droegen bij aan de verbredingen verdieping van het werk in de ontwerpateliers.Verdunnen, teruggegeven, transformerenHet ontwerpatelier keek door middel van de drie thema’s: verdunnen, teruggevenen transformeren op verschillende plaatsen in Nederland niet alleen naar degevolgen van krimp, maar vooral naar de kansen die krimp biedt. De studiesleverden nieuwe identiteiten op, innovatieve ideeën en verassende ruimtelijkeverkenningen.De resultaten van dit ASA-atelier Bouwen voor Krimp hebben we vastgelegdin dit magazine. De kwaliteit hiervan is mede bepaald door het enthousiasmewaarmee er door iedereen aan is gewerkt.Het eindresultaat laat zien dat dit zeker het geval was! Jacques Prins Jan Hoedemaker Jan van Dijk Aron Bogers
  • 4. 1. krimp 15 % 2. krimp 10-15 % 3. krimp 5-10 % 4. krimp < 5 % 5. groei < groei NL 6. groei > groei NL bevolkingsgroei NL: 3,86 % ‘Met krimp heeft het allemaal niet zoveel te maken, w onze woningmark Prof. Dr. Pieter Hooim ‘Zodra de aanleg van nieuwe bedrijventerreinen en s architecten een enorm scala aan complexe, boeien Janny Rodermond, directeur StimuleringsfonPrognose bevolkingsontwikkeling in Nederland, 2005-2025, naar gemeente. bron: Krimp en Ruimte, Ruimtelijk Planbureau
  • 5. wel met fundamentele ruimtelijke onevenwichtigheden inkt en een groeiende populariteit van het stedelijk wonen’.meijer, hoogleraar sociale geografie Universiteit Utrecht suburbane woongebieden ‘verboden’ is, ontstaat er voor nde ontwerpopgaven in de her te ontwikkelen gebieden’.onds voor Architectuur, sociologe, architectuurjournalist
  • 6. Ruimte voor Krimpdoor Steven van Schuppen“Het CDA bestrijdt dat er een van de bestaande capaciteit: van dewoningtekort is in Nederland. Dat infrastructuur, van bedrijventerreinen,heeft Tweede Kamerlid Ruud van van de woningvoorraad. WatHeugten van de partij dinsdag [27 dat laatste betreft zijn er tal vannovember jl.] gezegd. [citaat:] ‘Er zijn maatregelen denkbaar die stimulerenvoldoende woningen beschikbaar.´ dat mensen van groot naar kleinVolgens Van Heugten is het echte verhuizen. Voor de architect ligtprobleem dat mensen weigeren om hier de uitdagende opgave datin bepaalde typen woningen of in mogelijk te maken in de bestaandespecifieke wijken te wonen. ‘Het is een woonvoorraad zonder heel veel extrakwaliteitsvraag,’ stelt hij. Volgens de ruimtebeslag. Denk daarbij niet alleenCDA’er heerst in sommige regio’s zelfs aan splitsen van bestaande eenhedeneen overschot aan woningen.” (woningen/ bedrijven), maar ook aan[uit: De Volkskrant, website van 28 november 2007] inventieve vormen van vergroot- en verkleinbouw, van de zogehetenDeze opmerking van Van Heugten ‘parasieten’ tot en met het ‘lichtis zeer relevant voor het huidige gebonden bouwen’.debat over demografische krimp enruimtelijke ordening. In deze discussieis het van belang om “over de top >2. Voor de nieuwbouw, voorheen te kijken”, voor te sorteren op de wat in de nabije toekomst nogkrimp die na de top van de groei volgt. onvermijdelijk bijgebouwd moet worden, is er ook een architectonische omslag nodig. We bouwen nu>1. In de allereerste plaats zou grotendeels grondgebonden huizendat kunnen door een betere benutting voor gezinnen, terwijl er vooral“Repenser la ville” zoals ze in Frankrijk zvan stedenbouwkundige en (landschaps-)
  • 7. behoefte is aan kleinere huizen die op Vinex- en post-Vinexwoningbouw, hun beurt gemakkelijk en goedkoop economisch en waarschijnlijk ook tot grotere eenheden aaneen te stedenbouwkundig ruimschoots aan schakelen zijn. Bij alles is het vooral vernieuwing toe is. zaak het nieuwbouwprogramma Ontstaat hier ruimte voor verdunning? en het ruimtebeslag ervan zo Of zelfs -in de toekomst- herstel van beperkt mogelijk te houden. Hoe open/groene ruimte; teruggeven dus? meer er nu nog bijgebouwd wordt, We moeten er dan voor zorgen hoe groter het overschot en dus dat wat we nu bouwen dergelijke de prijsval. En hoe groter de val ruimtelijke kansen en ambities van het nationale vermogen in niet in de weg staat. En we moeten de jaren dat de overgebleven goed nadenken over een nieuwe éénpersoonshuishoudens van de stedenbouwkundige structuur die dan babyboomgeneratie in versneld ontstaat, met de huidige Vinexlocaties tempo gaan overlijden. als nederzettingen op afstand van de kernsteden. Nederzettingen die niet langer de slaapsteden kunnen >3. Voor een doordachte keuze zijn die ze nu zijn, maar deels van nieuwbouwlocaties die nu in zelfstandige nederzettingen met de jaren “voor de top” nog ter hand een eigen voorzieningenpakket: een genomen worden, is een visie nodig gecombineerd woonwerkmilieu en op de ruimtelijke ontwikkeling “na een sociaal en cultureel gemengde de top”. Dat is de periode dat de bevolkingssamenstelling, ecologisch woningvoorraad tussen zeg maar en sociaal klimaatbestendig. Op deze de Wederopbouwperiode (die nu manier moeten stad en land opnieuw volop vernieuwd wordt) en de doordacht worden.zo mooi zeggen. Een gezamenlijke opgave) architecten.
  • 8. L e iBegin jaren ‘90 ondervond Leipzig al snel de pgevolgen van de ‘Wende’: KRIMP. In plaatsvan dit verschijnsel te ontkennen, grijpt Leipzigkrimp aan om nieuwe kansen voor de staden de omgeving te creëren. Leipzig wenstinternationaal op de kaart te staan en profileertzich als hét knooppunt tussen oost, west, noorden zuid. Eén van de projecten die Leipzig in1993 onder handen nam, was de uitbreiding vande Leipziger Messe. Door dit soort economischeimpulsen is de welvaart gestegen en lijkt hetuiteindelijke doel, het stabiliseren van krimp, bereikt.
  • 9. p z i g Tijdens de mijnbouwsanering in 1991 werd door Bauhaus Dessau ‘Ferropolis’ bedacht. Het idee achter dit concept was het behouden van een link met het industriële erfgoed van deze omgeving. Dit resulteerde in vijf kolossale baggermachines gegroepeerd rondom een openluchtpodium. Hiermee ontstond een museum, industriemonument, staalsculptuur, ontmoetingsplek en themapark inéén. De leegte, die ontstaan is door het vertrek van de mijnbouw, is opgevuld met het meest voor de hand liggende gegeven: de overblijfselen van deze mijnbouw in een nieuwe context.
  • 10. ‘Wanneer we het terrein van de Spinnerei op komen lopen, leen kleine stad binnen wandelen. Verlaten doch levendig seen aangename sfeer uit. Iedere keer worden we weer aandoor de verschillende creatieve functies die de fabriek behnog niet alle ruimten op het terrein in gebruik en zijn niethet terrein toont een duidelijke opleving en laat krimp da
  • 11. lijkt het alsof we Spinnereistraalt de fabriekangenaam verrasthuizen. Ook al zijn alle gevels intact, aarbij achter zich.’
  • 12. Na de ‘Wende’ was de Altstadt dusdanig verpauperd en vervallen, dat de bewoners niet terugkeerden naar de binnenstad. De stad kwam vanwege haar charme op de Unesco-erfgoedlijst en werd opgeknapt. De Altstadt staat nog steeds voor een groot gedeelte leeg. Door de overheid aangebrachte gordijnen achter de ramen en de automatische verlichting geeft de stad een volle indruk. Stedelijke dynamiek op straat ontbreekt echter (ondanks de toeristen), waardoor de stad haar problemen niet kan camoufleren. r lIt Go or vo en k us okIn fu bl on wo vanG ö r
  • 13. tIe va no re ld or ee do tb aatz str hetInl i t z
  • 14. Krimp als motief voor innovatiedoor Aron BogersSteeds meer dorpen, wijken, steden niveau thema’s als vergrijzing,en regio’s in Nederland krijgen in verrommeling, multiculturelede nabije toekomst te maken met samenleving en nieuwe economieteruglopende bevolkingsaantallen. inmiddels op de agenda staan (ookVoorspellingen geven aan dat meer in het ruimtelijke beleid), wordt dedan de helft van de Nederlandse afname van bevolkingsaantallengemeenten de komende 20 jaar te nog erg ontweken. Geen groei lijktmaken zal hebben met een afname vooral wennen aan economischevan bevolkingsomvang. Daarmee komt onzekerheid. Met voorbeelden vande vraag naar voren welke kansen en schrijnende gevolgen in de directerisico’s dit biedt. omgeving op het netvlies (denk aan voormalig Oost Duitsland of delenVeel gevolgen van deze demografische van Wallonië) wordt het hoog tijd omverschuivingen zullen beperkt ook vanuit de gebouwde omgevingzijn. Onderzoek van het Ruimtelijk na te denken over de kansen enPlanbureau toont echter aan dat gevolgen van krimp.de gevolgen voor de woningmarkt,de leefomgeving en de economie Inspanningen die gericht zijn opwel sterk merkbaar zullen zijn. De het tegengaan van krimp zijn in ditpopulariteit van stedelijk wonen verband minder interessant. Degroeit alsmede de migratie van energie kan beter worden ingezetde jeugd naar groeiregio’s. De voor onderzoek naar het verbeterenpotentiële beroepsbevolking blijft van de kwaliteit van de leefomgeving.dalen. Hier ligt dus de nadruk van Daar ligt immers de essentie. Metde opgave. Waar op bestuurlijk minder volume een hogere kwaliteit’Het gaat om de onderzoekende houdinkrachtenveld van maatschappij, cultuur, ec
  • 15. bieden is echter een lastige opgave voor impulsen en kansen in zeer waarin de klassieke rol van de brede zin. De kansen liggen in ontwerper in een ander perspectief oorspronkelijke woonomgevingen die komt te staan. De oplossing ligt veel de moderne forens verleidt tot andere eerder in een nieuwe manier van keuzes. In nieuwe economieën op denken, in multidisciplinaire teams en gebied van milieu en duurzaamheid nieuwe allianties. waarin beschikbaarheid van ruimte het toverwoord is. In combinaties met de Het gaat om de onderzoekende opgave ten aanzien van waterberging houding van de ontwerper binnen het en zeespiegelstijging en in de totale krachtenveld van maatschappij, herontwikkeling van restgebieden cultuur, economie en politiek. Binnen van de maakindustrie en naoorlogse coalities van bestuurskundigen, woonwijken. corporaties, onderwijsinstellingen, zorgaanbieders, architecten en Deze interdisciplinaire werkwijze landschappers dient de juiste context typeert Inbo en is bij uitstek geschikt voor de opgave vastgesteld te om met een brede blik te kijken naar worden. Decentralisatie vraagt om de kansen voor Krimp. Denken in hybride regio’s die vitaliteit tonen strategieën, scenario’s vertalen in door veelzijdigheid. Er dient een ruimtelijke concepten en innovatieve einde te komen aan monofunctionele oplossingen is de uitdaging voor ontwikkelingen als bedrijventerreinen adviseurs, stedenbouwkundigen, en suburbane woongebieden. landschapsarchitecten en architecten. Risicogebieden zullen zich gaan onderscheiden door open te staan Binnen Inbo vinden zij elkaar.ng van de ontwerper binnen het totaleconomie en politiek’
  • 16. Krimpscenario’s voor Pendrecht en StadskanPlanning for decline: Verschillende kansen voor stad en vEen stad en een dorp. Beiden kampen met een structureel afnemend aantal bewoners.Pendrecht/Zuidwijk in Rotterdam is in de jaren 60 opgezet volgens de tuinstadgedachte.Juist in deze naoorlogse wijken met een eenzijdige woningvoorraad blijkt het lastigbewoners voor de stad te behouden. Stadskanaal is een gemeente in één van de meestkrimpende regio’s van Nederland. Het gebrek aan werk en de decentrale ligging zijndaarvan de belangrijkste oorzaak. Stadskanaal heeft geen unieke troeven in handenwaarmee krimp het hoofd geboden kan worden en Rotterdam lijkt in de randstedelijke“stedenrace” eerder als verliezer dan als winnaar uit de bus te komen.Zowel Stadskanaal en Rotterdam zullen moeten “omdenken” van groei naar krimp.Liggen de kansen die bij krimp worden genoemd zoals rust en ruimte, uitdunnen vanwoonwijken, kwaliteit in plaats van kwantiteit, recreatie en toerisme anders bij een dorpdan bij een stad?Met drie scenario’s voor Rotterdam en drie voor Stadskanaal wordt onderzocht welkeverschillen er zijn tussen een stedelijke omgeving en een dorpse omgeving als je hethebt over de aanpak bij “planning for decline”.
  • 17. naaln dorp? d verdunnen
  • 18. morfologiegroen en waterinfrastructuurstructuurwijkenbouwhoogte
  • 19. morfologie vdgroen en waterinfrastructuurstructuur Pendrecht/Zuidwijk Stadskanaal 276 2.470 oppervlakte (ha) 25.290 20.320 aantal inwoners 9.249 857 inwoners per km2 12.890 8.890 huishoudens 6 32 aantal bedrijvenwijken 13.315 48 8.985 4 woningvoorraad woningen per ha LEEFTIJDSOPBOUW 18% 17% bevolking 0-15 jaar 13% 11% bevolking 15-25 jaar 29% 26% bevolking 25-45 jaar 20% 28% bevolking 45-65 jaar 19% 18% bevolking 65+ SAMENSTELLING 9% 5% westerse allochtonen 43% 3% niet-westerse allochtonenbouwhoogte
  • 20. groen in omgevinggroen in wijk van tuin naar weiland van flat naar boerderij van woning naar schuurscenario 1 ROTTERDAMstad zoekt boer Pendrecht en Zuidwijk kampen met leegloop terwijl pal over de ring landelijke woonmilieus niet aan te slepen zijn: selectieve krimp wordt gevoed door inkomensverschillen. In dit scenario wordt de verbreding in de landbouw gecombineerd met verdunnend Pendrecht/Zuidwijk waar volgens de wijkgedachte woningen zijn gegroepeerd rond collectieve tuinen. Boeren pachten deze gronden en brengen niet alleen het romantisch landelijke leven binnen de stad maar dragen via de verwerking van biomassa bij aan de energievoorziening van Pendrecht/Zuidwijk.
  • 21. vd In een globaliserende wereld speelt juist geborgenheid een belangrijke rol. Steeds vaker zoeken groepen gelijkgestemden een plaats om neer te strijken. Een groep boerende senioren, een club van paardenliefhebbers of een kabbalakloostergemeenschap zoeken een plek waar zij hun community gestalte kunnen geven. Aan de locatie zelf worden geen specifieke eisen gesteld; wel aan het vermogen van een gemeente om zich pro-actief en innovatief op te stellen bij het accommoderen van deze autonome bewonersgroepen. Stadskanaal grijpt zijn kans! scenario 1 STADSKAnAAl microwereldvan globalisering naar microwereld van pluriform naar gelijkgestemd
  • 22. wonen opslag kantoor bedrijf horeca multifunctionele wijk van monofunctioneel naar multifunctioneel van statisch naar dynamisch scenario 2 ROTTERDAM solide stadHet uniforme naoorlogse woongebouw is eenuitstekend casco voor multifunctioneel gebruik.Rond de centrale as worden de gebouwenbestemmingsvrij: woningen die vrijkomenworden door de woningbouwvereniging viaeen veiling verhuurd. Gebruikers bepalen zelfhoeveel m2 ze huren, wat ze met de ruimte doenen welke huurprijs ze er voor over hebben. Is ergeen animo voor een ruimte? De huurprijs zakt!Pendrecht wordt, zónder sloop, een dynamischewijk met misschien minder bewoners, maarzeker met meer gebruikers!
  • 23. vd In de jaren ‘30 hadden een aantal Europese landen autonome stadsdelen in Shanghai. In navolging hiervan ziet Stadskanaal bij dramatisch krimpende eigen bevolking zijn kans schoon zich te profileren als poort voor groeiende buitenlandse economieën in handelsland nederland. Staten leasen grond van Stadskanaal en verstevigen hun handelspositie. Stadskanaal bestaat voort op basis van lease-inkomsten en inkomsten uit activiteiten in de diensverlenende sector. scenario 2 STADSKAnAAl land te huurvan nederlandse gemeente naar autonoom gebied
  • 24. bestaande verbindingen recreatieve linten van gebouw naar schone slaapster van wijk naar wildernisscenario 3 ROTTERDAMschone slaapster Pendrecht en Zuidwijk, eiland gelegen tussen regiopark en zuidpark rond Ahoy, verliezen door voortgaande verdunning hun stedelijke betekenis. Oude verbindingen die verloren zijn gegaan bij de bouw van de tuinstad worden herontdekt en krijgen in aansluiting op de parken een functie als nieuwe recreatieve dragers tussen stad en landelijk gebied. Tussen de linten verwildert en vernat het landschap. langs de oude linten blijven de gebouwen gehandhaafd en zijn naast wonen in gebruik als parkeergebouw, leisurecenter, botenopslag of survival hotel. De bebouwing tussen de linten wordt ingepakt in afwachting van tijden met groei.
  • 25. Stadskanaal vd verliest steeds meer bewoners voornamelijk in de naoorlogse buurten. Stadskanaal kiest ervoor niet meer te investeren in deze buurten maar deze te slopen als ze afgeschreven zijn. Stadskanaal zet alles in op de ruggengraat van de stad: het kanaal. langs het kanaal worden gebouwen opgeknapt, bewoners en ondernemers gestimuleerd en nieuwe activiteiten ontplooid. Het kanaal biedt vertier én woonkwaliteit en is tevens de hoofdader voor vervoer: met de draagvleugelboot was Groningen nooit eerder zo dichtbij. scenario 3 STADSKAnAAl kanaal centraalvan uitgebreid weefsel naar essentie van onleesbaar naar structuur kern met karakter
  • 26. Krimpscenario’s voor Pendrecht en StadskanPlanning for decline: Verschillende kansen voor stad en De ontwerpideeën voor krimpend Stadskanaal en krimpend Rotterdam verschillen enorm van elkaar. Wat opvalt is dat er voor Stadskanaal ingezet wordt op behoorlijk extreme scenario’s. ‘Land te huur’ gaat zelfs over het opheffen van het dorp. Ook zijn de geschetste scenario’s behalve ‘Kanaal Centraal’, niet specifiek voor Stadskanaal maar kunnen eigenlijk overal worden toegepast. In de scenario’s voor Rotterdam wordt veel meer aangehaakt bij aanwezige kwaliteiten van Pendrecht/Zuidwijk. In elk scenario is sprake van een nieuwe identiteit gebaseerd op eigen kwaliteit. Juist omdat de wijk onderdeel is van een breder stedelijk netwerk krijgt deze identiteit betekenis. Waar bij Stadskanaal de vraag speelt of er wel bestaansrecht is voor een onopvallende gemeente zonder verbindingen in een krimpende regio, lijkt krimp Pendrecht/ Zuidwijk veel kansen te bieden.
  • 27. naaln dorp? vd De scenario’s voor Stadskanaal en Rotterdam vertonen ook overeenkomsten. Voor stad én voor dorp blijken dezelfde thema’s actueel. Zo wordt in ‘Kanaal Centraal’ en ‘Schone Slaapster’ aangehaakt op aanwezige dragende structuren. Niet in alles investeren, maar keuzes maken is de boodschap. In de “Solide Stad’ en in ‘Land te huur’ staat een vrije markt centraal. Onconventioneel en innovatief omgaan met functies en gebruik van ruimte schept kansen voor een dynamische omgeving. Nu werkt de huidige regelgeving te vaak belemmerend: in een krimpende omgeving is flexibiliteit een voorwaarde. In ‘Stad zoekt Boer’ en in ‘Microwereld’ is thematisering van de leefomgeving het gemeenschappelijke thema. Het aanbieden van aantrekkelijke leefomgevingen en het accomoderen van specifieke woonwensen is bij een krimpende bevolking de uitdaging.
  • 28. Eindhoven: FlOW.SlOW tEindhoven staat centraal in onzestudie naar krimp. De stad is inhet verleden getransformeerd vanindustriestad (Philips, DAF) naarkennisstad (High Tech CampusEindhoven en TU/e) en recentelijkook designstad (Design Academy).Wij hebben ons de vraag gesteld hoeEindhoven zich in de toekomst verderzal transformeren en welke gevolgendit heeft voor de demografischeontwikkeling van de stad.Aan de hand van twee scenario’slaten wij zien hoe Eindhoven zich inde 21ste eeuw kan gaan ontwikkelen.Leidraad in onze studie is de theorievan stadssocioloog Manuel Castellsover stedelijke ontwikkeling in hetinformatietijdperk.
  • 29. ftransformeren
  • 30. Historische transformatie van EindhovenVan dorpen tot industriestadEindhoven is een jonge stad, opgebouwd uit een aantal dorpen die versmoltenzijn tot de huidige stad. Aan de basis van de ontwikkeling van de stad ligt deindustriële ontwikkeling. Met de ontwikkeling van de industrie (met name Philipsen DAF) groeide de bevolking, van nog geen 50.000 inwoners in 1920 tot bijna210.000 nu.Van industriestad naar kennisstad naar designstadDe werkgelegenheid verandert steeds meer van blue collar (productie) naarvrijwel geheel white collar (kennis en diensten). De productie is vertrokken naarde lage lonen landen. Eindhoven is het centrum geworden van Research &Development. De R&D ontwikkelingen in de stad vormen een nieuwe spil voorEindhoven. De High Tech Campus Eindhoven en de Technische Universiteit zijnsamen een kenniscentrum van formaat. De gemeente wil dit verder uitbouwen engaat strategische allianties met andere kennissteden aan in Europa: Leuven enAachen.Een nieuwe activiteit schiet ondertussen wortel in de stad. Met de DesignAcademy heeft Eindhoven een gerenommeerde opleiding op het gebied vandesign binnen haar grenzen. Na Milaan één van de belangrijkste in Europa.Positie Eindhoven sterk verbonden aan PhilipsMet de transformatie van de bedrijven – en dan met name Philips – in de stadtransformeert de stad zelf. Bijna nergens in Nederland is deze transformatiezo direct gekoppeld aan een bedrijf. Oude Philipslocaties, soms vlak tegen hetcentrum van de stad aan, komen vrij voor een nieuwe invulling. Een opgavewaar Eindhoven vol in zit. Een transformatie waarbij de stad de lat hoog legt: eenbruisend, hoogstedelijke ontwikkeling met wonen, voorzieningen en bedrijven.De Design Academy is een belangrijke aanjager voor deze nieuwe stedelijkheid:de creative class moet de stad nieuw elan geven.
  • 31. Eindhoven internationale speler, of toch niet?Toekomstige transformatieFLOW of SLOW?Interessant is nu of Eindhoven er in slaagt zijn positie als kennis endesign stad verder te versterken. Wij trekken fictief de lijn door naarde toekomst. In twee scenario’s laten wij zien hoe de stad zich in detoekomst verder zou kunnen gaan transformeren. Aan de basis van detwee toekomstscenario’s staat de theorie van Manuel Castells over depositie van de stad in het informatietijdperk, zoals hij beschrijft in “TheRise of the Network Society” (1996). tffiguur: Historische bevolkingsontwikkeling en indicatieve verwachting voor toekomst (gekoppeld aan de scenario’s) De nieuwe ruimtelijke logica in het informatietijdperk Castells constateert dat met de komst van de netwerkmaatschappij, die een gevolg is van de informatisering, een nieuwe ruimtelijke logica ontstaat: de space of flows (ruimte van stromen). Deze space of flows worden ondersteunt door online interactieve communicatie, door fysieke mobiliteitsnetwerken en ook door wereldwijde uniformering van de dominante elite (de wereldburgers). Tegenover deze wereldomspannende ruimte (globalisering) staat de ruimtelijke logica van de space of places, het lokale karakter van de plaats. Tussen de space of flows en space of places bestaat een spanningsveld. Wereldsteden in de space of flows overheersen steeds meer de plaatsen in de space of places, die niet mee kunnen komen in de netwerkomgeving.
  • 32. F l O W Architecture in the space of flows The new Barcelona airport, designed by Bofill, simply combines a beautiful marble floor, dark glass facade, and transparant glass seperating panels in an immense open space. no cover up of the fear and anxiety that people experience in an airport. no carpeting, no cozy rooms, no indirect lightning. In the middle of the cold beauty of this airport passengers have to face their terrible truth: they are alone, in the middle of the space of flows, they may lose their connection, they are suspended in the emptiness of transition. They are, literally, in the hands of Iberian Airlines. And there is no escape. (bron: Manuel Castells) FlOWIn het scenario Flow lukt het Eindhoven tetransformeren naar een kennis- en designstad diein de wereld sterk op de kaart staat. De stad weethiermee de gevolgen van krimp te weerhouden.Sterker nog: een tweede groeiperiode (de eerstetijdens de industrialisatie) breekt aan. Het gevolgis wel dat de stad haar Brabantse karakter meerverliest, omdat de globalisering leidt tot eenuniformering van plekken die aangehaakt zijn aan dewereldeconomie. De uniformering uit zich onder meerin internationale architectuur, gericht op stedelijkedoelgroepen als de ‘wereldburger’, ‘individualist’, ‘consumist’, ‘hypermobiel’ en ‘eigenzinnige’.
  • 33. S l O WSlow Food -> Slow Urbanism“Our century, which began and developed in the sign of the industrial tfrevolution, first invented the machine and then turned it into a model for ourlives”, wrote the Italian founders of the Slow-Food movement in their manifestoof 1989. “We have become slaves to speed and have all succumbed to atreacherous virus called Fast life, which has uprooted our habits, invaded theprivacy of our homes and forced us to consume Fast Food.” Just as Slow Foodseeks to counteract Fast Food (…), Slow Urbanism seeks ways to let citiesgrown (or develop, red.) in a natural manner. The core concept is always thesame: to pay renewed attention to quality, substance and authenticity whilepursuing values and norms of collective responsibility, with participationand engagement from the bottom up instead of the from the top down.(bron: www.slowmanagement.nl) Slow In het scenario Slow mist Eindhoven de internationale boot. Philips kiest ook voor haar kennisontwikkeling voor verplaatsing naar lage lonen landen, waar inmiddels kennis ook op een hoog niveau ligt. DAF is met de productie al vertrokken. De stad is ‘teruggeworpen’ tot het lokale en regionale netwerk en als gevolg daarvan krimpt de stad duidelijk. Wel ontwikkelt Eindhoven zich sterk vanuit de lokale context. De dorpenstructuur van voor de industrialisatie wordt weer zichtbaar door de krimp. Een kans voor Eindhoven in dit scenario’s is de ‘slow economy’ (een afgeleide van de Slow Food beweging): een lokale economie sterk gericht op noord-Brabant. De identiteit van het Brabantse leven en specifieke streekproducten horen hierbij. In het ‘lokale’ Eindhoven voelen vooral doelgroepen als de ‘traditioneel’, ‘dorpeling’, ‘principieel’, ‘landschapper’ en ‘stille genieter’ zich thuis.
  • 34. wereldburger ongebonden mondiaal efficiënt hypermobiel excentriek veeleisend vrijEindhoven versterkt haar toonaangevende,internationale positie in de (innovatieve) HSl Eindhoven: Antwerpen/Parijs enhigh tech industry. Daarnaast wordt ook sterk Bonn/ Amsterdamgeïnvesteerd in design and fashion.De universiteit en academy floreren en Exclusief wonen in het Dommeldalzijn toonaangevend. langs en over het, deelsondergronds gelegen, spoor wordt een intensief Compacte stadbebouwde ‘sky-rise area’ ontwikkeld, metzowel kantoorgebouwen, woontorens als Eindhoven Airport internationaalmultifunctionele leisure complexen.Het kloppend hart van Eindhoven ‘High Tech Accenten bij knooppuntenDesign stad’. Het DAF-terrein wordt eenplek voor de creatieve design industrie. Het Olympisch stadspark Philipsparkindustriële erfgoed wordt benut als creatievebroedplaats. Strijp en de uitgebreide High Versterken wegennetwerk,Tech Campus bieden ruimte aan de High Tech snelwegring compleetIndustrie (Brainport).Het stadscentrum groeit uit. Alle zichzelf luxe residenties en gatedrespecterende merken en ketens zijn communities aan de snelwegvertegenwoordigt in het centrum, net als veleexclusieve restaurants, hotels en casino.
  • 35. F l O W tf
  • 36. dorpeling sociaal traditioneel gezellig principieel betrokken bewust duurzaam Grootschalige sloopEindhoven als Dorpenstad. Dorpse woonmileu’s aan rand van de stadHistorische structuren vormen de basis voorhet stadspatroon. De rondweg krijgt een zeer lokale, regionaleruim en groen wegrofiel. Bestaande bebouwing producten en ambachtenaan de rondweg wordt voor een groot deelgesloopt. Herstellen van de dorpenstructuur: Gestel, Stratum, Strijp, Woensel,De dorpen binnen de ring komen duidelijk los Tongelrete liggen van de dorpen buiten de ring. Alleenwaar historische linten doorlopen wordt dit Bebouwing krijgt streekeigen-ook aan de rondweg duidelijk en loopt route uitstralingen bebouwing door. De dorpen worden sterkerbeleefbaar en ook wijken worden duidelijkherkenbaar door een vrije ligging. Relatie met Terreinen van DAF, Philips en ASMlgroen in de nabije omgeving is belangrijk. worden teruggegeven aan de natuur,Belangrijk voor de dorpse beleving en voor het cultuur en leisure.gebruik van de gronden voor de slow economy. Regionaal transferpunt lightrail en stoptreinen.
  • 37. S l O W tf
  • 38. Resumé:internationale homogeniteit verDe theorie van Manuel Castells over stedelijke ontwikkeling in hetinformatietijdperk vormt een interessant kader om transformatieprocessente bestuderen.Eindhoven is hiervoor een interessante plaats: de stad functioneert ininternationale netwerken (space of flows), maar tegelijkertijd is de stadingebed in de Brabantse omgeving (space of places). Het transformerenin één van beide richtingen heeft voor de stad grote gevolgen.
  • 39. rsus ‘couleur locale’ tf In de space of flows wordt Eindhoven een stad die economische activiteiten en mensen aantrekt, waardoor in een krimpende context de stad toch kan groeien. In de space of places komt door de krimpende bevolking de ‘couleur locale’ van de regio weer naar boven. Met het concept van de slow economy focust de stad zich op een niche-markt.
  • 40. tManifest voor het Groene HartWaar krimp optreedt, ontstaat ruimte.Ruimte voor landschap. In het GroeneHart staat de ruimte voor het landschaphet meest onder druk, maar daar bestaatkrimp niet als verschijnsel.Wij reageren niet op krimp als eenonontkoombaar gegeven, maar zettenhet in als krachtig instrument tegen deverrommeling van het Groene Hart. Wedwingen een stad als Woerden zijn waregezicht weer te laten zien.
  • 41. g teruggeven
  • 42. “Verrommeling is Vaak een sluipenD proces, een onbeDoelDgeVolg Van het nastreVen Van VerschillenDe belangenin plaats Van het resultaat Van een Vooropgezet plan”(VROM)
  • 43. nEDERlAnD ‘VERROMMElT’ VOlGEnS MIlIEUACTIVISTEn En OnTWIKKElAARS GROEnE HART GAAT TEn OnDER AAn “IEDERE-GEMEEnTE-VOOR-ZICH”-BElEID KRIMPEnDE lAnDBOUW BIEDT RUIMTE AAn nIEUWE InVUllInG HET WEGEnnET ZIT PERMAnEnT VERSTOPT VAnAF DE GROTE WEGEn OOGT HET GROEnE HART AlS EEn GROOT BEDRIJVEnTERREIn tg DE GROTE STEDEn GROEIEn TEn KOSTE VAn HET GROEnE HARTDE HORIZOn VERDWIJnT UIT HET lAnDSCHAP KlIMAATVERAnDERInG En BODEMDAlInG VRAGEn OM EEn AnDERE RUIMTElIJKE ORDEnInG DE RAnDSTAD ZAl DE KOMEnDE DERTIG JAAR nOG TOEnEMEn In BEVOlKInG
  • 44. PITTIGE STEDEn...Komende decennia zullen de viegroeien. Het Groene Hart komt hieVerdere verstedelijking zonder oveDit vraagt om een nieuwe aanpak!
  • 45. tg ...PITTIG lAnDSCHAPer grote steden in de Randstaderbij nog meer onder druk te staan.erkoepelende visie kan niet meer.
  • 46. Manifest voor ’t Groene nieuwe burchten landschappelijk wonen oorspronkelijke kernen nieuwe recreatiemeren duidelijke randen steden Parkway als recreatieve verbinding
  • 47. Hart Het Groene Hart krimpt in belevingswaarde. Tal van partijen eisen fragmentarisch een deel van het landschap op en streven hun eigen belangen na zonder vooropgezet overkoepelend plan. Het Groene Hart is een landschap dat wordt gekenmerkt door mooie door- zichten, kleinschalige bebouwing tg en historisch en landschappelijk waardevolle plekken. De centrale ligging in de druk bevolkte randstad is uniek. Het groene hart wordt meer en meer gedomineerd door zich uitbreidende industriegebieden en karakterloze wijken zonder identiteit. Tegelijkertijd is er een groeiende vraag naar ruimte voor waterberging en vervoer. Dit kan zo niet langer: de belevingswaarde staat onder druk. Een nieuwe aanpak is nodig. Er worden steeds hogere eisen gesteld aan hoogwaardige stedelijkheid. Eenzelfde ambitie moet ook voor het landschap moeten gelden. Op een nieuwe manier: een landschap waar de beleving centraal staat.
  • 48. nieuw Woerden MEER RECREATIEGROTE BEDRIJVEn nAAR DEGROTE STEDEn nIEUWE KERnEn HISTORISCHE HORIZOn
  • 49. WOOnKWAlITEIT MET UITZICHT tg BETERE OnTSlUITInG DAnKZIJ DE PARKWAYnIEUWE COMBInATIESWOnEn En WERKEn MEER RUIMTE VOOR WATER
  • 50. 1. hergebruik oude wijken 2. plug and play 3. Woerden 2030 4. technische levensduur Woerden 5. wonen aan een lint: nervenstructuur met Parkway en snelweg 6. Woerden 2060 7. beleving Groene Hart: slowway en speedway 8. vestingswal rondom de grote steden1 9. Woerden 2090 1980 1970 <1900 1970 1950 <1900 1950 2000 1970 1950 1990 1970 1980 1990 1990 1970 4 6 7 8
  • 51. 2 3 5 tg 9
  • 52. Case Study Woerden laat ons zien hoe het Manifest werkt. Op basis van technischelevensduur, mate van identiteit, historische- en landschappelijke lijnen isWoerden teruggekrompen naar zijn meest oorspronkelijke stadsstructuur. Deuniforme woonwijken hebben plaatsgemaakt voor hoogwaardige ontwikkelingvan natuur, recreatie en wonen gecombineerd met werken. De grootschaligebedrijven hebben zich bij de grote steden gevoegd en markeren de stadsranden,gemengd met nieuwe woonvormen in de stadswal. In het buitengebied vanWoerden herrijst een aantal nieuwe compacte, Castellum-achtige dorpskernen.
  • 53. tgHet wonen aan een lint wordt als een nervenstructuur over het Groene Hartheengelegd, waardoor het mogelijk wordt echt in het landschap te wonen.Om de bereikbaarheid en beleving van het Groene Hart te vergroten is eennieuw type infrastructuur geïntroduceerd: de Parkway, een meanderendeonbebouwde 60 km-weg. Voor mensen uit de steden wordt het mogelijk ombinnen een half uur in het groen te zijn. Door het wegennet fijner te vertakkenin het Groene Hart zal de druk op bestaande wegen afnemen.
  • 54. vd tf tg Colofon redactie Inbo: Aron Bogers, Jan van Dijk, Jan Hoedemaker, Jacques Prins vormgeving Inbo: Judith Muijtjens drukwerk Vandenberg Maarn Met dank aanwww.inbo.com alle ASA leden en Steven van Schuppen voor hun bijdrage aan dit magazine.
  • 55. atelier asa 2007 verdunnen vd Angela Lott Dennis Heins Erik van ‘t Klooster Esther Vlaswinkel Merel Nollen Rodi van der Horst transformeren tf Ewout Brouwer Nicole Schnelle Olof Schonewille Rogier Boogaard teruggeven tg Erik ten Ham Klaartje Molthof Leonieke Heldens Rik Bakker Mark van der Poll Rutger Oolbekkink