Your SlideShare is downloading. ×
100120 Bronnen Taalgeschiedenis 2010
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×

Saving this for later?

Get the SlideShare app to save on your phone or tablet. Read anywhere, anytime - even offline.

Text the download link to your phone

Standard text messaging rates apply

100120 Bronnen Taalgeschiedenis 2010

1,263
views

Published on

Published in: Automotive

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
1,263
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0
Actions
Shares
0
Downloads
0
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide
  • boom met Levenshtein-afstanden Germaans?
  • Sanskriet kende ook een dualis voor alle drie de personen
  • Bron: SweDia 2000
  • Bron Dahl i Första konferensen om Älvdalsmålet
  • Transcript

    • 1. Bronnen van de Scandinavische taalgeschiedenis
      • Scandinavische Talen en Culturen / Muriel Norde
    • 2. Indeling
      • De Scandinavische taalfamilie en haar plaats binnen de Indo-Europese taalfamilie
      • De oudste bronnen: Oernoords en Vikingtijd
      • Hedendaagse dialecten
    • 3. Indo-Europees – Germaans - Scandinavisch
    • 4. WELKE TALEN HOREN BIJ ELKAAR? lyhyt isä kukka aurinko court p ère fleur soleil kort fader blomst sol kurz Vater Blume Sonne kort vader bloem zon Fins Frans Deens Duits Nederlands
    • 5. Welke talen horen bij elkaar? Indo-Europese talen niet IE lyhyt isä kukka aurinko court p ère fleur soleil kort fader blomst sol kurz Vader Blume Sonne kort vader bloem zon Fins Frans Deens Duits Nederlands
    • 6.  
    • 7. DE INDO-EUROPESE TAALFAMILIE
    • 8. Indo-Europese talen
    • 9. Indo-Europees in de wereld
      • oranje: meerderheid spreekt Indo-Europese taal
      • geel: Indo-Europese taal heeft officiële status
    • 10. Vergelijkende Indo-Europese taalwetenschap
      • 18 e eeuw: “ontdekking” Sanskriet
        • bleek verwant aan Grieks en Latijn
        • overlevering gaat terug tot vóór 1000 v.Chr.
        • doorzichtig van structuur
      • Sir William Jones (opperrechter te Calcutta) hield in 1786 een rede voor The Asiatic Society
        • wordt gezien als begin IE-taalwetenschap
    • 11. Voorbeeld 1: ‘zijn’ (presens enkelvoud en meervoud) sunt santi 3PL estis stha 2PL sumus smas 1PL est asti 3SG es asi 2SG sum asmi 1SG Latijn Sanskriet
    • 12. Voorbeeld 2: ‘voet’ (enkelvoud) padí locativus pedis padás genitivus pede padás ablativus pedi padé dativus padā instrumentalis pedem pādam accusativus pēs pāt nominativus Latijn Sanskriet
    • 13. De Germaanse talen
    • 14. De Germaanse taalfamilie
      • Ca. 0: 3 dialecten (West, Noord en Oost)
    • 15. GERMAANSE TAALGESCHIEDENIS IN VOGELVLUCHT
      • ca.300: Oostgermaans scheidt zich af; west-noordgermaans dialektkontinuum
      • ca. 350-550: Volksverhuizingen; Angelen en Saxen migreren naar Engeland
      • ca. 550: Scheiding tussen West- en Noordgermaans
    • 16. De wet van Grimm: overzicht
      • Wet van Grimm
      • (vereenvoudigd)
      • I: stemloze plofklanken / p , t , k / > stemloze wrijfklanken / f , þ , x (> h )/
      • II: stemhebbende plofklanken / b , d , g / > stemloze plofklanken / p , t , k /
      • III: stemhebbende geaspireerde plofklanken / b h , d h , g h / > stemhebbende wrijfklanken / ƀ , ð , ǥ / (> / b , d , g /)
    • 17. De wet van Grimm: voorbeelden g h > g d h >ð b h > ƀ g>k d>t b>p k>x t>þ p>f stij g en stí g a stei g an sti gh n ō ́ ti d aad d áð ga- d ēþs dh iti- (‘het plaatsen’) dragen ( b aren ) b era b aira f er ō bh ar āmi k nie k né k niu g ěnu j ānu t ien t íu t aihun d ecem d á śa wer p en ver p a waír p an ver b er (‘zweep, worp’) h onderd h undrað h und c entum (/ k /) ś atám d rie þ rír þ reis t r ēs t rayas v ader f aðir f adar p ater p it ā́ Nederlands Oudnoords Gothisch Latijn Sanskriet
    • 18. Noordgermaans: historisch
      • Groen: Hoog- / Middel- / Nederduits
      • Oranje: Anglo-Fries
      • Rode lijn: Noordscandinavisch
        • Lichtblauw: Westscandinavisch
        • Donkerblauw: Oostscandinavisch
          • (Het Oost-West onderscheid ontstond in de Vikingtijd)
    • 19. Noordgermaans: huidige situatie
      • Groen: Eilandscandinavisch (IJslands en Faeroers)
      • Blauw: Vastelandscandinavisch (Deens, Noors en Zweeds)
    • 20. 5 PERIODES IN SCAND. TAALGESCHIEDENIS
      • 200-700: Oerscandinavisch
      • 700-1100: Vikingtijd; 2 dialecten: Oudwestscandinavisch (Noorwegen en IJsland) en Oudoostscandinavisch (Denemarken en Zweden)
      • 1100-1300: Late Middeleeuwen: Zuidscandinavisch (Denemarken) scheidt zich af
      • 1300-1500: “gat” ( svartedauden )
      • 1500: - Moderne tijd; belangrijkste taalgrens is Vastelandscandinavisch (Deens, Noors, Zweeds) en Eilandscandinavisch (Ijslands en Faeroers)
    • 21. Oernoords
      • Fragment Atlakviða
    • 22. De oudste bronnen
    • 23. Oernoords: ca. 200 - 700
      • Bronnen
      • runeninscripties
      • namen in buitenlandse manuscripten
      • leenwoorden in niet-Scandinavische (niet-Germaanse) talen
    • 24. Runen
      • Sinds begin jaartelling door Germanen gebruikt
      • Betekenis woord: ‘geheim’
      • Oorsprong onzeker
      • Inscripties op hout , been, metaal (wapens) en steen
      • Geen alfabet maar “futhark”, 24 tekens, o.a. overgeleverd op Kylversteen in Gotland (ca. 400)
    • 25. Het oude futhark
      • 24 tekens, 3 ættir (‘geslachten’ of ‘achttallen’)
      • Freys ætt, Tyrs ætt, Hagals ætt (namen mogelijk later gegeven, worden pas in 17 e eeuws IJslands handschrift genoemd)
      • runen hadden namen > magische betekenis?
      • rune kon gebruikt worden om naam aan te duiden (begripsrune), bv. “T” voor de god Tyr.
    • 26. Inscripties ouder futhark
      • ca. 350 stuks
    • 27. Beroemde inscriptie: Gallehus (ca. 400)
      • ek hlewagastiR holtijaR horna tawidō
      • ik Hlewagast Holt-GEN hoorn maakte
      • ‘ Ik, Hlewagast van Holt, maakte de hoorn’
    • 28. De hoorns van Gallehus
    • 29. Oorsprong runenschrift: Grieks?
      • Enkele overeenkomsten
      • Contacten met Grieken in 3 e eeuw, rond Zwarte Zee
      • Maar : runeninscripties zijn ouder dan dat (vanaf 2 e eeuw)
    • 30. Oorsprong runenschrift: Etruskisch?
      • Enkele overeenkomsten
      • Net als runen konden Etruskische teksten zowel van links naar rechts als van rechts naar links worden geschreven
      • Helm van Negau (2 e eeuw vChr): Etruskische inscriptie met Germaanse naam ( Harigast )
    • 31. Oorsprong runenschrift: Latijn?
      • Enkele overeenkomsten met oudste Latijnse inscripties, bv. Duenos-inscriptie (Rome) uit 6 e eeuw voor Chr.
      • Wordt als meest waarschijnlijke oorsprong beschouwd
    • 32. Andere runenrijen: Futhorc
      • Meegenomen door Angelen en Saxen naar Groot Brittanië, in 5 e -6 e eeuw
    • 33. Andere runenrijen: jonger futhark
      • ca. 8 e eeuw: aantal runen gereduceerd tot 16
      • 1 rune kon nu meerdere klankwaarden hebben
      • twee hoofdvarianten: långkvistrunor en kortkvistrunor
      • Veel inscripties op steen (herdenkingsstenen)
      • Alleen in Zweden al > 3000.
    • 34. Codex runicus
      • Grootste runenhandschrift
      • Ca. 1300
      • Bevat o.a. Skånelagen
    • 35. Einde runen: dalrunor
      • voornamelijk op voorwerpen
      • meeste inscripties gevonden in Älvdalen
      • tot einde 19 e eeuw in gebruik
    • 36. Scandinavische namen in Latijnse bronnen
      • Oudste bron: 325 vChr.: Pytheas van Massilia, o.a. Scadinavia (Scandinavië) / Scandia (Skåne)
      • Tacitus: Germania (98): suiones (Zweden (svear )) , fenni (Finnen)
    • 37. (Ultima) Thule?
      • Naam in Griekse en Latijnse bronnen voor meest noordelijke eiland
      • Voor het eerst genoemd door Griekse ontdekkingsreiziger Pytheas (ca. 330-320 vChr): “zes dagen zeilen vanaf Brittanië”
      • Links: Thule op de Carta Marina van Olaus Magnus (1537)
      • Benaming voor: IJsland, Orkney, Shetland, Groenland, Scandinavië?
      • Soms: Thule voor IJsland, Ultima Thule voor Groenland
    • 38. Scandinavië
      • Voor het eerst genoemd in Naturalis Historiæ van Plinius de Oudere (23-79).
      • Waarschijnlijk verbastering van * Ska ðin-aui ō ‘gevaarlijk (?) eiland’, Oudnoords Skáney ( Skåne ).
      • “ gevaarlijk” zou slaan op de gevaarlijke waterwegen rond Skåne.
      • Niet altijd duidelijk welke landen onder Skandinavien vallen > voorkeur voor term Norden
    • 39. Scandinavische woorden in Fins-Oegrische talen
      • Voordeel: in Finoegrische talen is het einde van een woord over het algemeen goed bewaard, terwijl dat in de Germaanse talen juist is afgesleten
      • (en omgekeerd)
      • bv.: Fins ranta (Zw. ‘strand’), rengas (Zw. ‘ring’), kuningas (Zw. ‘k(on)ung’)
      • soms iets andere betekenis: Fins lammas ‘schaap’
    • 40. Middeleeuwen (1100-1300)
      • Kerstening van Scandinavië
      • Invoering Latijns schrift
      • In volkstaal vanaf 12 e eeuw (Noorwegen en IJsland) en 13 e eeuw (Zweden)
      • Bronnen:
        • wetsteksten
        • religieuze teksten
        • poëzie
    • 41. Digitalisering
    • 42. Dialecten in het huidige Scandinavië
    • 43. Zweedse dialecten
    • 44. Älvdalsmålet in Zweden: taal of dialect?
    • 45. Standaard Zweeds - Älvdalska
      • Ittað-jär er ien rakke (Älvd.)
      • Det här är en hund (Zw)
      • Dit (hier) is een hond
    • 46. Naamvallen in het Älvdalska vargarna vargar vargen varg [Standaard Zweeds] wargum(e) wargum wardjem wardje DAT wargą warga wardjin warg ACC wargär warger wargen warg NOM meervoud bepaald meervoud onbepaald enkelvoud bepaald enkelvoud onbepaald warg ‘wolf’
    • 47. Basiswoordenschat
      • Vergelijking met het standaard Zweeds op basis van de eerste honderd woorden op de Swadesh-lijst
      • Bokmål -Noors: 93/100
      • Rättvik -dialect (Dalarna): 93/100
      • IJslands: 85/100
      • Älvdalska: 85/100
      • Engels: 71/100
      • Fins: 0/100
    • 48. Konservatieve eigenschappen
      • Hoe donkerder, des te meer konservatieve trekken
      • behoud van / ð/
      • behoud van /a/
      • behoud van oude diftongen
      • behoud van naamvallen (datief en accusatief)
      • [rode cirkel: Älvdalen]
    • 49. Vernieuwende eigenschappen
      • nieuwe diftongen
      • verdwijnen van /h/
      • verdwijnen van genitief
      • /mp/ > /pp/ (bv. so pp i.p.v. sva mp ‘paddestoel’)
      • [rode cirkel: Älvdalen]
    • 50. Gebruik datief (“derde naamval”) in Scandinavië
    • 51. Afsluiting
      • Scandinavisten zijn relatief rijk bedeeld met bronnen
      • Bronnen vullen elkaar aan
      • Er valt nog heel veel werk te verrichten!
      • DANK U