• Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
No Downloads

Views

Total Views
3,454
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
2

Actions

Shares
Downloads
47
Comments
0
Likes
3

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide

Transcript

  • 1. Worsteling tussen lust en last Over de benutting van social media door de rijksoverheid Peter van Deventer Ben Ebbelaar Sas Terpstra Claire Zalm Master of Public Administration (MPA)
  • 2. Worsteling tussen lust en last Over de benutting van social media door de rijksoverheid Peter van Deventer Ben Ebbelaar Sas Terpstra Claire Zalm Mei 2010 Toepassingsfase MPA-opleiding In opdracht van het overleg van Secretarissen-Generaal (SGO) 1
  • 3. 2 Worsteling tussen lust en last
  • 4. Inhoudsopgave Hier inloggen 7 Executive Summary 9 Prelude 13 1 Inleiding 17 1.1 Aanleiding 17 1.2 Doel en opzet van het onderzoek 17 1.3 Onderzoeksvragen en afbakening 18 1.4 Leeswijzer 18 2 Social media; wat zijn het? 21 2.1 Interactie en communicatie staan centraal in social media 21 2.2 Web 2.0; de ondersteuning van social media 21 2.3 Social media; één term voor een breed aanbod van toepassingen 22 2.3.1 Sociale netwerk sites 22 2.3.2 Opiniërend; discussiefora en blogs 24 2.3.3 Kennis- en nieuwsdeling; wiki’s en bookmarking 24 2.4 Wat maakt social media anders dan traditionele media? 25 2.5 De voortgaande ontwikkeling van social media 26 2.6 Het succes van social media; eenvoudig, toegankelijk en gratis 27 2.7 Veranderingen als gevolg van social media 27 2.7.1 Van consument naar producent 27 2.7.2 Van afscherming naar transparantie 28 2.7.3 Van autoriteit naar gelijkwaardigheid 29 2.8 De toekomst na social media 30 3 Maatschappelijke context 33 3.1 De macht om te beïnvloeden … 33 3.2 Van Paradepaardje van Rosenthal naar ‘dans van de machten’ 33 3.3 De macht van social media 34 3.4 Invloed van social media op traditionele media 36 3.4.1 Over vuilniszakonthullingen, affaires en rampverslaggeving 36 3.4.2 Verandering van de traditionele media 37 3.5 Politici en social media 37 3.6 Macht, gezag en vertrouwen anno 2010 39 3.7 Maakbaar wordt feilbaar; gezag is niet langer vanzelfsprekend 40 4 Rijksoverheid als institutie; waarden 43 4.1 Inleidend; wat is de rijksoverheid? 43 4.2 De basiswaarden van de rijksoverheid 44 4.2.1 Waardenpijler Democratie; volop mogelijkheden voor social media 45 4.2.2 Waardenpijler Effectiviteit; volop kansen voor social media 46 4.2.3 Waardenpijler Rechtsstaat; inzet van social media mogelijk risicovol! 46 3
  • 5. 5 Rijksoverheid als organisatie; bureaucratie 55 5.1 Van bureaucratie naar easycratie 55 5.1.1 Weber’s IJzeren kooi 55 5.1.2 Virtuele vesting van de infocratie 55 5.1.3 Het gemak van de easycratie 55 5.2 Betekenis van social media voor de overheidsstructuur 56 6 Rijksoverheid en beleid 59 6.1 Duiden van beleidsproblematiek; discussie en kennis staan centraal 59 6.2 De beleidscyclus in relatie tot social media; lusten en lasten 60 6.2.1 Social media en beleidsagendering 60 6.2.2 Social media en beleidsontwikkeling; tussen risico en kans 62 6.2.3 Social media en beleidsuitvoering; onzichtbare rijksoverheid 64 6.2.4 Social media en beleidshandhaving; reeds aanwezig met risico 65 6.2.5 Social media en beleidsevaluatie; nog onbenutte mogelijkheden 66 6.3 De verschillende rollen van de burger in de beleidscyclus 67 7 Rijksoverheid en communicatie 69 7.1 Geschiedenis van mediabeleid bij de rijksoverheid 69 7.2 Communicatie met burgers: Oekaze-Kok belemmert 70 7.2.1 Enkele aanwijzingen uit de Oekaze 71 7.2.2 Betekenis voor toepassing van social media 71 7.2.3 Vertrouwen in de rijksambtenaar 72 8 Huidig gebruik social media door de rijksoverheid 75 8.1 Overheid 2.0 75 8.2 Ambtenaar voor de toekomst 76 8.3 Ambtenaar 2.0 76 8.3.1 Monitoring en webcare 77 8.3.2 Andere 2.0 initiatieven binnen de rijksoverheid 77 8.4 Betekenis voor de ambtenaar 79 8.4.1 Lusten 79 8.4.2 Lasten 80 9 Conclusies 83 10 Aanbevelingen 91 11 Referenties 95 Noten 95 Geraadpleegde literatuur 95 Onze gesprekspartners 101 4 Worsteling tussen lust en last
  • 6. 5
  • 7. 6 Worsteling tussen lust en last
  • 8. Hier inloggen Januari 2010, nog een half jaar voor de afronding van de studie Master Public Administration 2008-2010 aan de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur. De onderwerpen voor de eindopdracht worden verdeeld. Wij - Sas, Peter, Claire en Ben - kiezen voor het onderwerp ‘social media en de rijksoverheid’. Social media zijn relatief jong, interactief en dynamisch. Naar wij verwachten bovendien nieuwe, invloedrijke media die van betekenis zijn voor de maatschappij en dus ook voor de rijksoverheid. Dat is tevens de kern van de vraag die secretaris-generaal Van Maanen als opdrachtgever namens het Secretarissen- Generaal Overleg, ons heeft meegegeven voor dit onderzoek. Wat is in essentie de betekenis van social media voor de rijksoverheid en hoe zou de rijksoverheid daarmee om kunnen gaan? We hebben regelmatig afgestemd met onze opdrachtgever en veel gesprekken gevoerd met (top)ambtenaren, politici, bestuurders, lifehackers en practitioners. Zij maakten, zonder uitzondering, tijd voor ons vrij, om hun mening en kennis met ons te delen. Een groot aantal studies en artikelen, veelal achterhaald via het web en onze netwerken, vormen ons literatuuronderzoek. Vanuit de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) was Roel in ’t Veld onze begeleider. Wij zijn hem zeer erkentelijk voor de verdiepende discussies die we bij de NSOB en bij hem thuis voerden. Ook de gastvrijheid en broodjes bij de NSOB hebben ons werk mogelijk gemaakt. Met dit rapport sluiten we twee prachtige en leerzame jaren af aan de NSOB. We zijn trots op het rapport dat in een paar maanden tot stand is gekomen. 7
  • 9. 8 Worsteling tussen lust en last
  • 10. Executive Summary This paper investigates the impact of social media in general as well as its impact on government. In particular this paper studies the meaning that social media have for governments and it discusses how to deal with social media at the national level. This investigation was conducted by performing desktop research, literature review and in-depth interviews with public policy makers, social media experts, high ranked government officials, companies, consultants and academic scholars. Three main questions were asked by our principal, the Board of Secretary Generals, heading the thirteen departments that form the Dutch national government: (1) what is currently going on with social media in general? (2) how is the national government currently dealing with social media? (3) what is the meaning for the national government and how should it deal with social media? In order to answer these three questions we have first looked at transitions that occur under the influence of social media. We see three main transitions taking place which have an effect on the national government: (a) democratization of citizens: users are not only consumers of information anymore but are increasingly becoming producers of information, (b) new practice by governmental organizations: from information protection to full transparency, and (c) the balance of powers between government and citizens is shifting from authority of the government to equality of all participants. In essence, social media are all about interaction and communication through the Internet. Worldwide some 900 million users are in contact with each other through FaceBook, Twitter, YouTube, LinkedIn, Hyves, etc. Since nearly everyone has access to information and networks through the Internet, there is a paradigm shift of powers which holds true significance to society in general and to governmental institutions in particular. The question is what does it mean for governmental institutions and their arrangements? What are the ‘pleasures’ and what are the ‘pains’ associated with social media? With regards to the second question we have found that the departments have all different responsibilities and tasks. Therefore, they all have different needs when looking at the usage of social media. We have witnessed many different initiatives and thoughts about the future possibilities of social media. Some of the initiatives are applied for all departments like the web 2.0 application www.ambtenaar20.nl, while other initiatives are for a single department like Yammer, an internal Twitter. We have also witnessed discussions on using knowledge ‘wikis’ and ‘hubs’. We have seen a variety of measures regarding safety regulations, web monitoring and web care. In order to answer the third question we have applied the classic three layers of government to understand the full impact of social media: values, organization and policy making. The basic values that form the fabric of government are democracy, effectiveness and constitution. Regarding democracy and effectiveness we have found that they relate quite well with social media. However, constitutional 9
  • 11. principles like freedom of speech (including the freedom of speech by civil servants), right of privacy and trust worthiness, are seriously at risk. Particularly, Article 7 of the Dutch Constitution is violated as it possible to publish and remain anonymous for many that use social media. In addition, false accusations on the Internet are very hard to remove. At the organizational level we see conflicting aspects between bureaucracy and social media. We see several paradigm shifts: (a) from top-down hierarchy to bottom-up initiatives, (b) from strict rules and regulations to the absence thereof, (c) from separation between private and public domain to a mix of many domains, (d) from expert knowledge to wisdom of the crowds. These shifts hold important meaning for the national government and by implication will have to result in a critical evaluation of the organizational structure of government. At the level of policy making we see the possibility of controlled utilization. To make this possible it is particularly important to understand the problem for which the policy is a solution. The type of problem determines whether or not social media can be utilized. For instance, we have concluded that social media offer good opportunities for setting the policy agenda. By means of monitoring the government can distil the societal discussions and act accordingly. We have framed this as a “preactive” type of government, a combination of proactive monitoring and reactive agenda setting. Also, the next step in policy making, policy development holds promise however the present initiative (www.internetconsultatie.nl) results in very little response by the public and we strongly recommend an evaluation before further action is developed. At the level of execution and control of policies we have found useful applications, however the question remains how checks and balances are addressed. Overall, we do see a shift to a ‘user generated state’, but it should be clear from the start what the government intends to do with acquired information and suggestions by the public. Finally, this research presents several recommendations and implications. One of the crucial recommendations for the national government if it wishes to utilize the full potential of social media, is the need to abolish the ‘Oekaze-Kok’. This internal rule of no communication between civil servants and chosen officials (and by implication citizens of the state) will seriously undermine the ability to accept and effectively utilize social media. 10 Worsteling tussen lust en last
  • 12. 11
  • 13. 12 Worsteling tussen lust en last
  • 14. Prelude Waarom zou de overheid zich iets moeten aantrekken van de miljoenen Hyvers in Nederland? Hebben Facebook en LinkedIn de samenleving echt veranderd? Waarom twitteren ambtenaren en is dat erg? En wat merkt de rijksoverheid daar van? Enkele eerste verkennende vragen rondom social media. Wij willen weten wat er nu echt aan de hand is met social media: wat is de urgentie en waarom is het relevant voor de rijksoverheid? Driejarig fietsertje snel terecht dankzij Burgernet (www.regionieuws.nl, maandag 19 april 2010) Maarssen - Een driejarig jongetje op een fietsje, dat zaterdagmiddag werd vermist, is dankzij een door de politie gestarte Burgernetactie gevonden in een winkelcentrum. Dit heeft de politie maandag laten weten. De man bezocht die zaterdagmiddag met zijn driejarig zoontje de kinderboerderij in Reigerskamp. Rond 17.00 uur liep de vader weer naar huis en fietste zijn zoontje voor hem uit. Op een gegeven ogenblik verloor de man het jongetje uit het oog. Toen de vader thuiskwam was zijn zoontje nergens te bekennen. De ongeruste man schakelde de politie in. Agenten zochten in de wijk naar het kind. Intussen startte de meldkamer een Burgernetactie op met 439 deelnemers. Binnen 5 minuten belde een Burgernetdeelnemer via het speciale nummer de meldkamer terug met de mededeling dat het vermiste kind was aangetroffen bij het winkelcentrum in Bisonspoor. De politie herenigde vervolgens de dolgelukkige vader met zijn zoontje. Burgernet bevordert een veilige woon- en werkomgeving door samenwerking tussen burgers, gemeente en politie. Na ontvangst van een melding van bijvoorbeeld een inbraak of een vermist kind, start Burgernet op. Aangemelde burgers krijgen het bericht door via telefoon en SMS en melden hun bevindingen terug. De maatschappij in optima forma; burgers en de overheid weten elkaar makkelijk te vinden en werken vanuit een gemeenschappelijk maatschappelijk belang. Een overheid die staat voor veiligheid van de burger, voor betrouwbaarheid, voor respect en doelmatigheid, maar ook voor participatie en transparantie. 13
  • 15. Bleeker en de strijd tegen vaccins (NRC, 24 november 2009) Anneke Bleeker, de grote virusbestrijdster, krijgt langzaamaan de status van bekende Nederlander. Eerst heeft ze eigenhandig de inentingscampagne voor jonge meisjes tegen baarmoederhalskanker om zeep geholpen en tegenwoordig heeft ze haar pijlen op het griepvaccin gericht. In NOVA mocht ze tekst en uitleg geven, in de Volkskrant werd er onlangs drie- kwart pagina aan haar besteed en in Pauw & Witteman werd ze eerst uitgenodigd en vervolgens weer afgezegd, omdat Klink anders niet wilde komen. Ook heeft Bleeker een site: www.verontrustemoeders.nl. Publiciteit genoeg. Deze en vele andere artikelen staan op Bleeker’s website www.verontrustemoeders. nl. Deze mevrouw is bloemiste en zeer kritisch ten aanzien van de noodzaak van de vaccinatie tegen baarmoederhalskanker bij jonge meisjes. In zeer korte tijd bezochten duizenden bezoekers haar website. Bleeker verscheen op televisie en radio en heeft een duidelijk stempel gedrukt op de publieke opinie. Duizenden meisjes lieten zich niet vaccineren. De burger en de overheid lijnrecht tegenover elkaar. Bijzonder is dat deze mevrouw in haar eentje een enorm invloedrijke positie verwierf. Dankzij social media. Als verontruste moeder uitte zij haar wantrouwen en riep de overheid ter verantwoording door een publieke discussie te starten. Hoe reageert de overheid dan? Houdt de rijksoverheid vast aan zijn formele gezag en machtspositie? Of heeft de rijksoverheid een manier gevonden om hiermee om te gaan? 14 Worsteling tussen lust en last
  • 16. 15
  • 17. 16 Worsteling tussen lust en last
  • 18. 1 Inleiding De prelude schetst twee werelden waarin social media betekenis hebben. De wereld van een vertrouwenwekkende rijksoverheid die de hulp van zijn burgers inroept. Daarnaast een wereld van een overheid die wordt gewantrouwd, waarbij een vrouw social media gebruikt om medestanders te mobiliseren en zo aandacht krijgt. Social media als krachtig hulpmiddel voor de overheid en net zo gemakkelijk als ondermijning van het overheidsgezag. In de wereld van social media zijn termen als twitteren, blogosfeer, reaguurders, communities, lifehacking, web 2.0 en discussiefora gemeengoed. Social media zijn voor interactieve internet-toepassingen die communicatie tussen mensen mogelijk maakt. 1.1 Aanleiding Een maatschappij zonder social media is haast niet meer in te denken. Een dag niet gehyved is een dag niet geleefd, zal zeker de jongere generatie zeggen. YouTube voorziet ons direct van de meest actuele beelden als het gaat om rampen, feesten of privé-aangelegenheden die gewenst of ongewenst de hele wereld bereiken. Via (micro)blogs en fora worden communities gemobiliseerd voor goede doelen of tegengeluiden. Er vinden op het web tegelijkertijd talloze publieke debatten plaats. Social media zijn een instrument om als jonge vrouw te bepalen of je je wel of niet laat inenten tegen baarmoederhalskanker. Maar ook het instrument waarlangs hooligans zich mobiliseren voor veldslagen rond voetbalstadions. Niet de krant of televisie brengt het nieuws als eerste; binnen een minuut is via Twitter bekend dat een Turks vliegtuig is neergestort bij Schiphol en filmpjes gemaakt met de mobiele telefoon verschijnen eerst op YouTube en daarna in alle journaals. Social media maakt van de burger een journalist, een opiniemaker, een handhaver ... Wat is de betekenis van deze ontwikkelingen voor de rijksoverheid? Hoe beïnvloeden social media de rijksoverheid en hoe kan de rijksoverheid gebruik maken van social media? 1.2 Doel en opzet van het onderzoek Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het SGO, het overleg van de secretarissen-generaal. Namens het SGO is secretaris-generaal van het ministerie van VWS, de heer Geert van Maanen, onze opdrachtgever. Het doel van dit onderzoek is een bijdrage te leveren aan de kennis over social media en de betekenis van social media voor de rijksoverheid. Over social media is al veel gepubliceerd, ook in opdracht van de rijksoverheid. Deze publicaties zijn voor ons het vertrekpunt van dit onderzoek. Aanvullend hebben wij literatuur- en webonderzoek verricht, ons netwerk in de 2.0 wereld vergroot Inleiding 17
  • 19. door evenementen te bezoeken en gesprekken gevoerd met maatschappelijk betrokkenen, lifehackers, (top)ambtenaren, adviseurs, connectors, practitioners, academici, politici en communicatiespecialisten. Onze gesprekspartners waren voor- en tegenstanders, believers en sceptici, predikers en volgelingen, experts en leken. Na een verkennende fase hebben wij onze voorlopige bevindingen getoetst door middel van (tweede) gesprekken, onze begeleider en reacties van geïnteresseerden via social media. 1.3 Onderzoeksvragen en afbakening De onderzoeksvraag, die we in samenspraak met de opdrachtgever hebben benoemd, is drieledig: 1. Wat is het huidige social media landschap? Welke toepassingen zijn er en wat zijn het? 2. Hoe gaat de rijksoverheid op dit moment om met social media? Zijn er verschillen tussen de departementen? 3. Wat is de eigenlijke betekenis van social media voor de rijksoverheid? Beïnvloeden ze de rol of rolinvulling van de rijksoverheid? En hoe zou de overheid met social media om moeten gaan? Het onderzoek is gericht op de rijksoverheid en daarbinnen met name op de beleidsdepartementen zoals die overwegend in Den Haag zijn vertegenwoordigd. De studie gaat niet expliciet over de ZBO’s en meer uitvoeringsgerichte diensten. Ook gaat deze studie niet over het politieke speelveld. Wel raken wij soms aan deze onderwerpen. In dat geval wordt het expliciet onderscheiden en benoemd. 1.4 Leeswijzer Na de inleiding in hoofdstuk 1 duiden we in hoofdstuk 2 social media. We beschrijven de ontwikkeling, kenmerken en zichtbaar andere principes van social media. Dit biedt de opstap naar hoofdstuk 3 waarin we de maatschappelijke doorwerking van social media positioneren. We gaan daarbij in het bijzonder in op de rol van social media ten opzichte van traditionele media. Deze maatschappelijke context biedt ook de mogelijkheid om de rol van social media in relatie tot de rijksoverheid te beschouwen. Dit doen we op een viertal niveaus. In hoofdstuk 4 op het niveau van de rijksoverheid als institutie. Daarbij kijken we specifiek naar de basiswaarden van de rijksoverheid. In hoofdstuk 5 gaan we in op de rijksoverheid als organisatie, met name de bureaucratische aspecten van de rijksoverheid. Hoofdstuk 6 richt zich op de meer operationele zijde van de rijksoverheid door het beleid centraal te stellen en de verschillende beleidsfasen en -onderwerpen in relatie tot social media. Social media in relatie tot communicatie als overheidstaak komt aan de orde in hoofdstuk 7. 18 Worsteling tussen lust en last
  • 20. Na deze beschouwingen op basis van literatuuronderzoek en gesprekken, bespreken we in hoofdstuk 8 de huidige omgang van de rijksoverheid met social media. Op basis van de voorgaande hoofdstukken komen we tot enkele conclusies in hoofdstuk 9, gevolgd door aanbevelingen in hoofdstuk 10. In ieder hoofdstuk zijn tekstkaders geplaatst die beginnen met ‘Ondertussen bij ...’1. Deze kaders ondersteunen de hoofdtekst aan de hand van opmerkelijke waarnemingen. Inleiding 19
  • 21. 20 Worsteling tussen lust en last
  • 22. 2 Social media; wat zijn het? 2.1 Interactie en communicatie staan centraal in social media Social media zijn online platformen waar de gebruikers de inhoud verzorgen met wei- nig of zonder tussenkomst van een professionele redactie2. Social media zijn in essen- tie interactieve communicatiemedia; de deelname van anderen is noodzakelijk. Figuur 1. De essentie van social media (bron: Mike Kujawski3) Social media: The democratization of information, transforming people from content readers into publishers. It is the shift from a broadcast mechanism, one-to-many, to a many-to-many model, rooted in conversations between authors, people, and peers. Brian Solis4 2.2 Web 2.0; de ondersteuning van social media Social media kunnen niet los worden gezien van web 2.0, een term die rond 2005 zijn intrede deed5. Web 2.0 duidt op het cluster van technologieën, instrumenten en applicaties die social media ondersteunen (Castells, 2006). Waar internetsites op web 1.0 alleen een boodschap uitzenden of dienst verlenen, kan door web 2.0 iedereen zijn eigen weblog maken, ideeën, foto’s en video’s online zetten en online vriendennetwerken opbouwen en bovendien de interactie aangaan met andere gebruikers. Sociale media; wat zijn het? 21
  • 23. De extensie 2.0 heeft een technische oorsprong. Het is echter een populaire term geworden die te pas en te onpas wordt gebruikt om vooruitgang en interactie te duiden. Ambtenaar, adviseur en burger zijn inmiddels 2.0. Onlangs nog positio- neerde VNG6 zich met de term Thorbecke 2.0 in de discussie over een vernieuwde Nederlandse overheid. Buzz 2.0: Is a new buzzword, to be commonly used in managerial, technical, administrative, and sometimes political environments. It comically parallels the abuse and ubiquities of adding 2.0 at the end of a word.7 2.3 Social media; één term voor een breed aanbod van toepassingen Wij onderscheiden de volgende functionele toepassingen van social media. 2.3.1 Sociale netwerk sites De eerste stappen in social media werden eind jaren 90 gezet. SixDegrees8 wordt wel beschouwd als de eerste echte moderne sociale netwerksite. Het was een site met individuele gebruikersprofielen en de mogelijkheid om met andere gebruikers (‘vrien- den’) contact te leggen door middel van berichten. De site hield geen stand, omdat er nog geen uitgebreid netwerk van online vrienden bestond en gebruikers daardoor na aanmelding weinig konden doen. Meer succesvol bleken in de beginjaren reeds bestaande community-sites en discussiefora. Door social media componenten toe te voegen aan hun sites, leverden zij een nieuwe dienst aan hun grote gebruikersgroe- pen. Drie sites hebben de doorbraak van social media ingeluid: · Friendster (oorspronkelijk een dating-site) heeft na grote opstartproblemen in 2003 geleerd te luisteren naar haar gebruikers en is inmiddels een meertalige, internationale site met meer dan 115 miljoen geregistreerde leden en maandelijks ruim 60 miljoen bezoekers, vooral in Azië;MySpace; gebruikers kunnen muziek plaatsen en video’s van andere sites integreren met hun profiel, ieder beschikt automatisch over een blog en er kan met vrienden worden gechat; · MySpace; gebruikers kunnen muziek plaatsen en video’s van andere sites integreren met hun profiel, ieder beschikt automatisch over een blog en er kan met vrienden worden gechat; · Facebook was in 2004 ‘Harvard-only’ (voor een selecte groep universiteitsnetwerken). Facebook heeft inmiddels de grootste populatie gebruikers (april 2009; 200 miljoen, september 2009; 250 miljoen, april 2010; 500 miljoen9). In Nederland wint Facebook aan populariteit. Er is inmiddels een groot aanbod technologieën en mogelijkheden voor social netwerk sites. Differentiatie blijkt nodig voor afzonderlijke toepassingen om zich te onderscheiden en een exclusief publiek aan zich te koppelen. Vanaf 2003 werden zoveel nieuwe social networking sites gelanceerd, dat Clay Shirky10 verzuchtte “Yet Another Social Networking Service”. 22 Worsteling tussen lust en last
  • 24. Figuur 2. Social media; meer dan 900 miljoen gebruikers (bron: Mike Kujawski12) Van de internetgebruikers maakt 72% deel uit van tenminste 1 sociaal netwerk; dit zijn 940 miljoen gebruikers wereldwijd11. Onder Nederlanders hebben veel social media een grote naamsbekendheid; Hyves is het bekendst. Hyves ‘Always in touch with your friends‘ bestaat sinds 2004 en heeft in 2009 negen miljoen gebruikers, waarvan acht miljoen in Nederland. Die zijn niet allemaal actief, maar volgens cijfers van Raymond Spanjar van Hyves, loggen vijf miljoen Nederlanders wel maandelijks bij Hyves in. Hyves heeft in maart 2010 in alle opzichten een recordmaand; 1 op de 5 bezoeken aan een website door alle Nederlanders is aan Hyves en maar liefst 7 op de 10 online Nederlanders bezoeken Hyves. De verwachting13 is overigens dat Hyves mogelijk zal gaan krimpen de komende tijd. Dit in tegenstelling tot LinkedIn, een social netwerk site die is gericht op de professional. Wereldwijd kent LinkedIn inmiddels meer dan 40 miljoen gebruikers. In Nederland is LinkedIn nog redelijk onbekend, maar is er nog wel een aanzienlijke groei voorzien. De meeste Nederlandse gebruikers (74%) onderhouden via social media contacten met vrienden en bekenden. De meeste gebruikers zien sociale netwerken als toevoeging aan hun echte sociale leven, niet als vervanging. Een aanzienlijk kleiner percentage (15%) is ook gericht op zoek naar nieuwe ontmoetingen. Volgens Forrester Research15 zijn Nederlanders relatieve grootgebruikers van social media in vergelijking met andere landen. Daarentegen is de Nederlander toch vooral een ‘toeschouwer’; er wordt weinig actief informatie geplaatst en verspreid. Sociale media; wat zijn het? 23
  • 25. Ondertussen bij … Facebook De grote kracht van social media ligt in het netwerk van vrienden. Men wil graag contact onderhouden. Bovendien heeft het netwerk van gebruikers vertrouwen in de keuzes van elkaar. Illustratief hiervoor zijn de volgende cijfers: slechts 14% van de mensen vertrouwt advertenties als zodanig, tegenover 78% die de aanbe- velingen van andere gebruikers vertrouwt (zeker als ze in hun netwerk zitten!). Leveranciers van social media zoals Facebook maken gebruik van de kracht van trusted referrals. Op websites kan een ‘like-knop’14 worden geplaatst. Door op de knop te klikken, laten bezoekers van de site aan hun Facebook-vrienden weten dat ze geïnteresseerd zijn in de website. Tot zover het goede nieuws. Volgens The Financial Times en The New York Times zou Facebook deze klikgegevens vervolgens doorspelen naar bedrijven, waarmee die persoonsgericht kunnen gaan adverteren op de profielpagina’s van de Facebook-gebruikers. De kranten baseren zich op berichten van commerciële bedrijven die naar eigen zeggen al door Facebook benaderd zijn. De vraag is of de burger zich hier van bewust is en hierop zit te wachten. 2.3.2 Opiniërend; discussiefora en blogs Een forum bestaat uit publieke discussiepagina’s op het internet. Een weblog of blog is een website waarop een blogger zijn - vaak persoonlijke - logboek (maar ook fotoblogs, videologs en audiologs) regelmatig actualiseert. De meeste blogs in de blogosfeer blijven ongelezen; veel bloggers schrijven voor zichzelf -‘elektronisch autisme’ volgens Castells16. Veel blogs zijn opiniërend, gericht op het voeren van een discussie. In Nederland is www.geenstijl.nl de meest bekende weblog met vaak verhitte discussies en stellingname door de zogenoemde reaguurders (de mensen die in reactie commentaar geven op de blogs). Sinds eind 2006 is microbloggen populair, een combinatie tussen bloggen en instant messaging met korte tekst- of multimediafragmenten. Twitter is het bekendst. Elke tweet van maximaal 140 tekens is een antwoord op de vraag “What’s happening?”. Er wordt veel persoonlijke real-time informatie gedeeld via Twitter, maar het netwerk wordt ook ingezet om weblinks, aankondigingen en vragen uit te wisselen. In 2009 groeide het aantal gebruikers en tweets explosief. Microblogging wordt inmiddels standaard toegepast op diverse sociale netwerken en is daarmee een volwaardig onderdeel geworden naast e-mail, blogs en wiki’s17. Vergelijkbaar met microblogging zijn de regelmatige status updates van vrienden op Facebook, LinkedIn en Hyves. 2.3.3 Kennis- en nieuwsdeling; wiki’s en bookmarking Een pioniersite gebaseerd op interactie is Wikipedia. Deze internetencyclopedie wordt door de gebruikers gemaakt en onderhouden. De wiki is inmiddels een gangbaar samenwerkingsbegrip. Photobucket, Flickr (foto’s) en YouTube (video’s) zijn ook uitgegroeid tot sociale netwerken voor het delen van foto’s en video’s, met grote gebruikersgroepen rondom specifieke onderwerpen en mogelijkheid 24 Worsteling tussen lust en last
  • 26. voor discussie. Nieuwsdeling werd op grote schaal beschikbaar dankzij sites als Delicious, Digg en Reddit; favoriete websites kunnen door gebruikers worden opgeslagen en gedeeld met anderen (social bookmarking). Tot slot is het mogelijk om social media te gebruiken als zoekmachine. 2.4 Wat maakt social media anders dan traditionele media? Media zijn communicatiemiddelen voor het produceren, zoeken, geven, ontvangen en verspreiden van berichten. Berichten zijn opgebouwd uit of hebben betrekking op kennis, informatie, gegevens, meningen, emoties en overtuigingen. Traditionele massamedia zoals krant, radio, televisie en internet (web 1.0) zijn gericht op het delen van berichten met velen. Social media werken ook op deze basisprincipes en zijn daarin niet wezenlijk anders dan traditionele massamedia. Toch brengen social media wel degelijk verschuivingen in de media teweeg (zie ook 2.7) Dit komt door de volgende eigenschappen: · Snelheid Berichten worden overwegend real-time, zonder vertraging van een redactie, geplaatst. Vaak krijgen de berichten daarmee ook een directer karakter en een meer emotionele lading; · Massaliteit en toegang De kosten zijn vrijwel nihil, de techniek is eenvoudig en vrijwel iedereen heeft breedband internet. Iedereen kan daardoor producent zijn van berichten. Social media zijn niet alleen massamedia, maar vooral massa’s media; · Diversiteit in vormen Een bericht kan op verschillende manieren publiek worden gemaakt; tekst, foto’s, video’s, audio-opnamen. Hetzelfde onderwerp krijgt door meerdere producenten meerdere dimensies tegelijkertijd; · Netwerk en onderlinge verbondenheid Gebruikers sluiten zich aan bij netwerken. Iedereen is daardoor aan elkaar verbonden of slechts een enkele schakel van elkaar verwijderd. Dit resulteert ook in ongerichte en ongecontroleerde verspreiding van informatie. Snelheid, massaliteit, toegankelijkheid, diversiteit en verbondenheid. Het gevolg van deze combinatie van eigenschappen is dat berichten snel, zonder redactie en massaal hun weg vinden. Door de aaneengeslotenheid van netwerken vindt de verspreiding zeer gemakkelijk en veelal ongestuurd plaats. Wat net nog klein was, kan opeens groot zijn omdat iedereen er iets van vindt, reageert of doorstuurt. Dit maakt social media tot een motor voor emoties, nieuwsverspreiding en maatschappelijke issues. Daarmee voegen social media een nieuwe dimensie toe aan massacommunicatie, mogelijk met verstrekkende gevolgen. In de volgende paragrafen gaan wij nader in op de betekenis van social media in de maatschappelijke context (voor de traditionele media in het bijzonder) en de betekenis voor de rijksoverheid. Sociale media; wat zijn het? 25
  • 27. 2.5 De voortgaande ontwikkeling van social media Onze gesprekspartners hadden uiteenlopende percepties over social media, van “de hype moet nog beginnen” - Roel Bekker Secretaris-Generaal Vernieuwing Rijksdienst tot “de hype is al geweest” - Sietze Dijkstra, IBM. Een trend bestaat uit verschillende fasen. Met de hype wordt veelal gerefereerd aan de piek van hoge verwachtingen. De volgen- de fase is die van terugval van verwachtingen, veelal gevolgd door fase van optimali- satie voor dagelijks gebruik. Web 2.0 en daarmee samenhangend diverse social media toepassingen, piekten wat betreft verwachtingen al in 2006 en waren in 2009 op weg naar optimalisatie. Onderstaande hype-curve illustreert dat. visibility Web 2.0 in 2006 Peak of inflated expectations Microblogging in 2009 Plateau of productivity Slope of enlightment Web 2.0 in 2009 Trough of disillusionment Technology trigger TIME Figuur 3. De hype-curve van social media (naar: onderzoeks- en adviesbureau Gartner18) Microblogging (bijvoorbeeld Twitter), scharen wij ook onder social media. In 2006 was het nog niet als trend opgemerkt en in 2009 is het al over de hoogste verwachtingspiek heen. Twitter zal waarschijnlijk een korte periode van terugval kennen om daarna een volwaardige plek te gaan innemen in het medialandschap. Bij het stadium van volwas- sen worden horen nieuwe kenmerken. Er treedt onder de gebruikers van social media Ondertussen bij … Second Life Second Life is een 3D interrealiteit; de werkelijke en virtuele wereld raken elkaar. In 2006 was bijna iedereen actief op Second Life. Het was de trend van dat moment. Ondanks de teruglopende gebruikersaantallen, bedroeg de omzet op Second Life in 2009 maar liefst 567 miljoen dollar. Is de hype van Second Life voorbij? Nee! Door sociale netwerken te incorporeren in Second Life ziet eigenaar Linden Lab weer nieuwe kansen. In Nederland is onlangs een echte vestiging geopend om de mogelijkheden verder te verkennen.19 26 Worsteling tussen lust en last
  • 28. verzadiging op; de gebruiker vindt 3 netwerksites voldoende en wil niet nog meer net- werksites om zich bij aan te sluiten. Bovendien gaan gebruikers ‘ontvrienden’; waar eerst het doel was om een zo groot mogelijk netwerk van vrienden te maken, blijkt dit niet langer functioneel. Niet voor niets werd ontvrienden, het verwijderen van vage contacten op de sociale netwerksite, in Nederland verkozen tot het woord van 2009. Ook voor de overheid is het belangrijk om te onderkennen in welke fase social media verkeren. Op basis van bovenstaande constateringen menen wij dat social media al hun weg hebben gevonden. De overheid zal voor zichzelf moeten bepalen op welke manier social media geoptimaliseerd kunnen worden ingezet. De overheid hoeft al niet meer voorop te lopen, daarvoor is het te laat. 2.6 Het succes van social media; eenvoudig, toegankelijk en gratis De grote gebruikersaantallen en de snelle opkomst van social media kennen enkele succesfactoren. Social media zijn eenvoudig; de techniek is zo eenvoudig dat iedereen initiatief kan nemen en/of meedoen. Social media zijn toegankelijk; iedereen met een breedband internetverbinding heeft toegang tot social media. Het gebruik van social media zijn meestal gratis. Ondertussen bij … Ning Ning, een online platform waar ook Ambtenaar 2.0 op staat, stelde de gebruikers onlangs voor een voldongen feit; de gratis dienstverlening wordt opgeheven20. Het opzetten van een eigen sociale netwerksite kost veel tijd, dus overstappen is niet snel een optie. Maar ook bij betaald gebruik worden door de dienstverlener lastige keuzes voorgelegd aan de gebruiker; op Ning zijn door Ambtenaar 2.0 bijvoorbeeld reclame-uitingen afgekocht. 2.7 Veranderingen als gevolg van social media 2.7.1 Van consument naar producent In plaats van informatie uitzenden (monologen op web 1.0) wordt via social media informatie uitgewisseld (dialogen op web 2.0). De gebruiker (user) is niet langer alleen consument, maar ook co-producent van allerlei vormen van content en tevens publicist, distributeur en communicator (Frissen, 2008). Lusten De nieuwe internettechnologie maakt massale en grenzeloze samenwerking mogelijk. Dit is het centrale thema in Wisdom of the crowd (Surowiecki, 2004); grote groepen mensen, een massa of menigte is in staat tot het nemen van betere beslissingen en het maken van betere inschattingen dan een individu en zelfs beter dan een expert. Dit principe biedt mogelijkheden voor toepassingen zoals crowdsourcing en co- Sociale media; wat zijn het? 27
  • 29. creatie. Een goed voorbeeld is Wikipedia; op basis van vrijwillige bijdragen is deze site uitgegroeid tot een enorme kenniscontainer (ruim vijf miljoen artikelen) met een kwaliteit die niet onder doet voor gevestigde kennisinstituten (waarbij altijd de ‘Encyclopedia Britannica’ wordt genoemd). De burger heeft beïnvloedingsmogelijkheden gekregen die niet onder doen voor gevestigde instituties. Toegang tot het netwerk en toegang tot informatie en kennis heeft de verhoudingen veranderd ten gunste van de burger. De burger is geëmancipeerd geraakt. Vanaf de jaren negentig is de macht steeds meer bij de burger komen te liggen. Social media hebben bijgedragen aan deze machtsverschuiving Jack de Vries Lasten Tegenover deze mogelijkheden moet er rekening worden gehouden met mogelijke perversiteiten. Als iedereen producent is, komt er dan niet een enorme overload aan informatie op het net? Hoe zou de overheid hiermee omgaan? Wat als er heel veel berichten binnenkomen: wordt er redactie gevoerd? Wie doet dat en hoe? En, wat is de rol van de rijksoverheid daarin? Feitelijk kan er hier sprake zijn van een overload aan informatie, mogelijkheden en keuzes. In deze veelvoud van keuzes ligt het Paradox of Choices van Barry Schwartz verscholen (Schwartz, 2004). De paradox is dat het hebben van veel keuzes via social media een verrijking lijkt te zijn, maar in feite het tegenovergestelde veroorzaakt; twijfel, ontevredenheid en verarming van de kwaliteit van leven. 2.7.2 Van afscherming naar transparantie Waar kennis vanwege machtsposities vaak wordt afgeschermd - ‘kennis is macht’, is met social media de weg ingeslagen naar open bronnen - ‘gedeelde kennis creëert meerwaarde’. Lusten Er zijn talloze voorbeelden van openheid als nieuwe norm. Via het internetplatform ‘InnoCentive project’ zetten bedrijven problemen en onderzoeksvragen uit. Ze geven daarbij hun eigen kennis vrij en vragen om aanvullende kennis van de bezoekers. Proctor & Gamble, een wereldspeler op het gebied van huishoudelijke- en beautyproducten, wist op deze manier al 35 procent van zijn innovaties door middel van externe bronnen te realiseren (Tapscott en Williams, 2006). Soms is het de gebruiker die openheid forceert; via sites als www.tripadvisor.com en www.zoover.com gaan consumenten na of een vakantiebestemming of hotel echt interessant is. Ze laten zich daarbij leiden door de ervaringen van anderen. Bij genoeg recensies geeft dat vaak een betrouwbaarder beeld dan een brochure of de mening van een reisbureau. Dit heeft een belangrijke machtsverschuiving in de reismarkt teweeggebracht ten gunste van de consument. Open data bieden gebruikers de kans om inzicht te krijgen in overheidsgegevens. Dergelijke gegevens kunnen belangwekkend zijn voor burgers en 28 Worsteling tussen lust en last
  • 30. ondernemingen. Denk aan thema’s als gezondheid, leefomgeving en geo-informatie. Het draagt bovendien bij aan openheid over de informatie waarop beslissingen worden gebaseerd. Niet in de laatste plaats kunnen gebruikers informatie voor eigen gebruik bewerken en/of publiek maken. Nog nooit was het zo gemakkelijk om contact te leggen. Zelfs de kloof tussen politici en de kiezer kan worden overbrugd door social media; de politicus kan zijn publiek zonder tussenkomst van een redactie op grote schaal bereiken. Burgers kunnen bestuurders en politici niet alleen volgen, maar ook het gesprek met ze aangaan. Op hun beurt kunnen bestuurders en politici zien en horen wat er speelt. Een verrijking voor de zo belangrijke interactie en transparantie in de democratie. Lasten In Hidden dangers of Social Networking laat Dolan21 verschillende perversiteiten zien van het gebruik van social media, met name als gevolg van de transparantie: advocaten, inbrekers en toekomstige werkgevers kunnen Facebook-gegevens benutten voor andere doelen dan waarvoor de gebruiker ze bedoelde. In de VS kijkt zelfs de belastingdienst mee. Volgens de Amerikaanse wetenschapper Danah Boyd22 zouden zowel de overheid als de journalistiek toezicht moeten houden op sociale netwerken als Facebook. Met name Google Buzz en Facebook krijgen het verwijt van internetters dat ze de privacy van hun gebruikers met voeten treden. Wat ooit op een social network is geplaatst, verdwijnt niet meer; beseffen tieners dit als zij elk lek en gebrek breeduit bloggen, twitteren, facebooken en hyven? Transparantie mag dan randvoorwaardelijk zijn voor social media in het algemeen, ook op sociale netwerksites en discussiefora is niet alles duidelijk. Een forum zoals www.ontdekislam.nl kent wel duidelijke regels over wat is toegestaan, maar onduidelijk is wie er achter het forum zitten. Bovendien selecteren moderators de reacties op internetpagina’s, maar volgens welke redactionele regels? Er lijkt overigens een trend waarneembaar van transparantie naar afscherming. Waar Wikipedia eerst volledig door gebruikers werd samengesteld, is inmiddels op onderwerpen een redactie ingesteld (overigens wel vergezeld van discussiepagina’s voor gebruikers). Ook op veelbezochte blogs is vaak een moderator actief die beledigende of anderszins ongewenste commentaren kan verwijderen of wijzigen. 2.7.3 Van autoriteit naar gelijkwaardigheid Social media leiden tot een verandering van wantrouwen naar vertrouwen, van verticale hiërarchie naar laterale netwerken van gelijkgezinden (peers, horizontalisering). Nieuwe media vragen om nieuwe omgangsvormen Uri Rosenthal Lusten Social media stellen individuen in staat om contacten te onderhouden. Jongeren, de digital natives, weten al niet anders. “MySpace and Facebook enable youth to socialize with their friends even when they are unable to gather in unmediated situations”. Social media vormen als het ware ‘networked publics’ (Boyd, 2008), vergelijkbaar Sociale media; wat zijn het? 29
  • 31. met de openbare ruimte, die het mensen mogelijk maakt elkaar te ontmoeten. Social media zijn dan ook niet meer weg te denken uit het dagelijkse bestaan van een grote groep gebruikers. Het is geen hype, maar de nieuwe werkelijkheid. Gelijkgestemden weten elkaar gemakkelijk te vinden, ongeacht de organisatie waarvoor ze werken en ongeacht de positie die ze binnen een organisatie innemen. Hiërarchische structuren blijken helemaal niet nodig te zijn om resultaten te bereiken. Kwaliteit wordt niet van boven opgelegd maar onderling door medeproducenten en gebruikers bepaald. Lasten Gelijkwaardigheid is niet per se gegarandeerd. Bij drie klachten over een specifieke gebruiker verwijdert Google het betreffende account op YouTube, hiertoe aangezet door grote bedrijven die zorgen voor reclamegelden. In zo’n systeem heeft het individu weinig kans op ‘hoor en wederhoor’ zoals onlangs bleek in de zaak van Mark Kobayashi-Hillary23. Nieuwe omgangsvormen zetten zonder meer spanning op huidige organisatievormen en hiërarchische verhoudingen, ook binnen de overheid. Bovendien zijn de nieuwe omgangsvormen die horen bij social media niet zonder meer duidelijk. Dat bleek wel toen kamervoorzitter Gerdi Verbeet de regering verbood hun ‘tweets’ te versturen tijdens de Algemene Beschouwingen. Later nam ze haar woorden terug en zei het alleen “niet beleefd” te vinden. 2.8 De toekomst na social media Social media zijn een stap in de voortgaande ontwikkeling van de informatietech- nologie. Maar niet het einde. We praten tegenwoordig nog in de tegenstelling offline en online, maar binnen enkele jaren is dat onderscheid niet meer relevant. We zijn dan sowieso online. Daarmee zijn social media alomtegenwoordig en een regulier onderdeel van het dagelijks leven. We dragen ons virtuele netwerk van vrienden bij ons, zijn aangesloten op de blogs die wij interessant vinden en worden voortdurend op de hoogte gehouden van de grote en kleine ontwikkelingen in de wereld. In de komende jaren zal zoektechnologie ons taalgebruik steeds beter begrijpen (door de combinatie van zoekopdrachten en de contextuele betekenis van woorden) en wordt bij het rangschikken van zoekresultaten rekening gehouden met ons sociale netwerk (profielen worden steeds verfijnder). De fysieke omgeving zal in toenemende mate intelligenter worden; technologisch gedreven toepassingen zullen zich doen gelden, met sensoren die real-time data verzamelen en delen. Door plaatsbepaling via smartphones, toenemende verbondenheid tussen apparaten en fysieke omgeving en dankzij Google en Twitter ontwikkelt het web zich tot een ‘realtime web’. Stichting Toekomstbeeld der Techniek (Kreijveld, 2009) noemt onder andere een zogenoemde verrijkte werkelijkheid (‘augmented reality’); visualisatietechnieken maken het mogelijk om relevante informatie te combineren met de werkelijkheid die mensen zien. 30 Worsteling tussen lust en last
  • 32. Ondertussen bij … de familie Frissen Gevraagd naar zijn mening, geeft Paul Frissen aan het gevaar te onderkennen van uitsluiting. Niet iedere belangenpartij zal zich verenigen of zich doen gelden via social media. Ook de snelheid van het gesprek op social media leidt ertoe dat niet iedereen mee kan doen op het goede moment. Bovendien worden mogelijk democratisch gelegitimeerde stappen overgeslagen als burgers en belangengroepen via direct contact bewindspersonen of parlementariërs via social media onder druk zetten; het gevaar dreigt dat hierdoor overhaaste wijzigingen worden doorgevoerd. Valerie Frissen daarentegen meent dat het gevaar van uitsluiting beperkt is. 80% van de Nederlanders is aangesloten op breedband internet. Bovendien is de huidige technologie zodanig toegankelijk en versimpeld, dat iedereen social media zou moeten kunnen gebruiken. Het organiserend vermogen hoeft niet zo hoog te zijn om toch massa te creëren. Na web 2.0 volgt web 3.0 en verdergaande ontwikkelingen. Experts zoals Valerie Frissen, senior strateeg TNO, spreken bijvoorbeeld van ‘data society in the cloud’; een gemeenschap rondom data die niet in de werkelijke wereld, maar virtueel bestaat. Dit roept nieuwe vragen op zoals het toenemende belang van regie op de informatie (wie selecteert de berichtgeving en maakt het betekenisvol?), maar ook nieuwe privacy-vragen (een nieuw grondrecht om digitaal te kunnen onderduiken en digitale sporen te laten kunnen wissen?). Wat wordt de rol van de overheid hierin? Sociale media; wat zijn het? 31
  • 33. 32 Worsteling tussen lust en last
  • 34. 3 Maatschappelijke context 3.1 De macht om te beïnvloeden … In een rechtsstaat is scheiding van machten een wezenlijk element. Naast de machten die opgenomen zijn in de Grondwet, bestaan er andere machten. Ook deze andere machten zorgen voor een bepaalde balans in Nederland. Macht is echter meer dan een bevoegdheid weggelegd in regels. Beïnvloeding is daarbij van belang. De verhouding tussen de machten verandert. Niemand weet wat de toekomst brengt en de overheid is continu overgeleverd aan – volstrekt onvoorspelbare – maatschappelijke en politieke krachten. Roel Bekker, scheidend Secretaris-Generaal Vernieuwing Rijksdienst24 Macht speelt ook in een democratische staat een centrale rol en is een gecompliceerd begrip. Macht is het vermogen om iets te volbrengen, te laten gebeuren of om gedrag van een ander te beïnvloeden. Social media geven aan individuen en groepen de mogelijkheid hun stem te laten horen. Dit zou wel eens veranderingen in het speelveld van beïnvloeding teweeg kunnen brengen. 3.2 Van Paradepaardje van Rosenthal naar ‘dans van de machten’ De staatsrechtelijke machten zijn de wetgevende, rechtsprekende en uitvoerende macht. Later werden de ambtenaren (‘de vierde macht’), belangen- en pressiegroepen en organisatie- en adviesbureaus als machten onderkend. Prof. dr. Uri Rosenthal vulde als laatste de machtenparade aan met ‘de media’ (Rosenthal, 2001). Rosenthal omschrijft de media als waakhond en vraagt zich af wie deze wachters bewaakt. De WRR (WRR, 2003) concludeert dat het onmogelijk is om wetenschappelijke uitspraken te doen over de invloed van de media op de samenleving. De RMO (RMO, 2003) beschrijft de verbondenheid tussen politiek, burger en media met de term medialogica. De traditionele media (televisie, radio, kranten en tijdschriften) bepalen zelf wat zij willen berichten en welke ingezonden brieven worden geplaatst waardoor de mogelijkheid het door anderen te benutten om publiciteit te krijgen ongelijk verdeeld is.Het woord ‘parade’ en het nummeren van de machten suggereert een vaste volgorde, dan wel een vaste onderlinge verhouding. Wij zijn van oordeel dat die volgorde er niet is en er niet toe doet. Wel is er sprake van geïnstitutionaliseerde of formele machten (wetgevende, rechtsprekende en uitvoerende) en van overige beïnvloedingsmachten. De machten beïnvloeden het gedrag van elkaar. Daarom spreken wij over de dans van de machten. Immers per onderwerp en afhankelijk van de tijd, maatschappelijke context en technologie kunnen machten een verschillende mate van invloed op elkaar hebben. Door social media is het mogelijk om invloed uit te oefenen, ook door andere groepen dan bestaande machten. Hierdoor komen nieuwe spelers op het veld waar rekening mee moet worden gehouden. Maatschappelijke context 33
  • 35. Figuur 4. De dans der machten 3.3 De macht van social media Social is blijvend. Wij vertrouwen elkaar meer dan een instituut (ministerie, omroep, merk, kerk), dus luisteren we beter naar elkaar dan naar een massazender. Gijsbregt Brouwer van Brightguys, Handboek communities, Erwin Blom Wij komen tot de conclusie dat door social media iedereen meedanst met de andere machten. Zo wordt in tien procent van de wetsvoorstellen via internetconsultatie de mening van de kiezer gevraagd. In veel gevallen zijn dit naast de burger ook bedrijven die belang hebben in de onderhavige materie. De traditionele media laten zich regelmatig voeden door social media. Het aantal talenten dat via YouTube is ontdekt is bijna niet meer te tellen. De Wereld Draait Door laat regelmatig zien wat zij op internet hebben ontdekt. Kranten schrijven over social media maar laten zich ook voeden. Naast alle genoemde machten zien wij (individuele) burgers die met behulp van social media invloed uitoefenen op andere machten. Social media hebben een bijzondere eigenschap ten opzichte van de eerder onderscheiden machten. Zij kunnen namelijk ongelimiteerd en door iedereen worden ingezet. Veelal zijn we in de veronderstelling dat het de burger betreft die op het internet met andere burgers een (tijdelijke) groepering vormt. Maar ook ambtenaren (al dan niet als burger) maken gebruik van social media. Nog sprekender voorbeelden zijn te vinden onder politici (zowel vanuit hun wetgevende als uitvoerende rol). Hierdoor is het een machtsmiddel met een diffuus karakter; het is niet exclusief actor-gebonden. Dit verandert de spelregels in de dans der machten; immers iedereen kan iedereen bewaken en beïnvloeden. 34 Worsteling tussen lust en last
  • 36. Los van de formele bevoegdheden en mogelijkheden is de macht van het getal belang- rijk om te kunnen beïnvloeden. Burgers kunnen zich door social media snel mobilise- ren en een grote groep vormen. De mogelijkheid tot agendering bijvoorbeeld is toege- nomen; www.petities.nl doet binnen enkele weken wat anders maanden duurde. Het vormen van netwerken en contacten voor (informele) informatie-uitwisseling is door internet veel makkelijker geworden. Een groot deel van de Nederlanders zit inmiddels op LinkedIn of een andere social netwerk. Om te kunnen beïnvloeden moet er geluisterd worden. Publiciteit zonder publiek is zinloos. Social media is van groot belang als het gaat om beïnvloeden, er kan een groot publiek worden bereikt. Ook de traditionele media maken gebruik van social media door bijvoorbeeld een reactiemogelijkheid te bieden onder teksten. Waar het Ondertussen bij … de Superbowl Tijdens de Superbowl 2010 heeft Pepsi voor het eerst sinds 1987 geen TV reclamezendtijd gekocht, maar 20 miljoen dollar gestopt in het Refresh project, waarbij via social media maatschappelijke problemen worden opgelost. In de aanloop naar de wedstrijd en gedurende het event zijn social media benut. Op MySpace, YouTube, Twitter en Facebook werd reclame gemaakt. Pepsi zegt daarover: “In 2010, our brand has a strategy and marketing platform that will be less about a singular event and more about a movement.”25 bij de traditionele media duidelijk is dat niet alle reacties geplaatst kunnen worden vanwege de beperkte ruimte die een krant heeft, is dit bij de reacties op de virtuele kranten andersom. Er lijkt onbeperkt ruimte te zijn. Social media geven naast de traditionele media een podium en bieden daarmee de mogelijkheid tot beïnvloeding van anderen. Wie heeft er gezag? De reclame ‘Ik zeg doen!’ van de Nederlandse Energie Maatschappij moest van de buis, omdat - volgens de Reclame Code Commissie – “de adverteerder misbruik maakt van het gezag dat Maurice de Hond bij een belangrijk deel van het televisiekijkend publiek geniet.” Maurice de Hond? Gezag? Bij een belangrijk deel van het televisiekijkend publiek? Je kunt het ook zo bekijken: tenminste iemand die in Nederland gezag heeft. Filosoof Rob Wijnberg, 8 januari 2010, weblog Nova collegetour Maatschappelijke context 35
  • 37. 3.4 Invloed van social media op traditionele media Social media zijn voor de traditionele media een belangrijke bron. Niet alleen om over te schrijven maar ook om informatie te vergaren. De stijl op social media sites verschillen en de onderwerpen zijn anders; harder en persoonlijker. Er komt meer emotie kijken en er lijken geen taboes te zijn. Waar de traditionele media zich nog aan bepaalde codes hielden, gelden deze niet voor ´burgerjournalisten` op social media. De moderators van kranten selecteren nog enigszins maar op veel andere sites gebeurt dit amper. Dit heeft gevolgen. Een krant die niet schrijft over onderwerpen die op social media tot publieke commotie hebben geleid, loopt risico dat lezers afhaken. Hierdoor schrijven traditionele media nu over onderwerpen waar vroeger amper inkt aan vuil gemaakt zou zijn. Ondertussen bij ... de moderators van de internetkranten Bij de Stentor komen dagelijks honderden reacties binnen, en dat aantal neemt toe. Rogier Rijkers, manager multimedia van de Stentor26 vertelt: “Lezersreacties zijn niet te vergelijken met ingezonden brieven of e-mails. De cultuur op internet is heel anders dan die van een krant. Internet is laagdrempelig en interactief. Mensen willen direct reageren. Veel reacties zijn waardevol voor de site maar er zitten ook spontane invallen, vol typefouten, en vaak klinkklare onzin bij.” Om te voorkomen dat er ongewenste lezersreacties (bijvoorbeeld beledigingen) op de website verschijnen, hebben kranten moderators die reacties bekijken. Zij toetsen aan opgestelde criteria maar het blijkt moeilijk om een objectieve selectie te maken. Wat de een laat staan, verwijdert de ander. 3.4.1 Over vuilniszakonthullingen, affaires en rampverslaggeving Enkele jaren geleden hadden we het misschien niet voor mogelijk gehouden; de verschijning van een politiek roddelblad. Het blad Binnenhof (14 mei 2010) is voorlopig een eenmalige uitgave in samenwerking tussen HP/De Tijd en Weekend. Het blad plaatst foto´s van huizen van lijsttrekkers, schrijft over geheime relaties en komt zelfs met ’de vuilnisbak van’. Het is bijvoorbeeld een ongeschreven code politici niet met sigaret af te beelden. Op de voorpagina van Binnenhof niettemin een grote foto van een rokende Halsema. Je kan er allerlei dingen omheen verzinnen, dat we het publiek willen informeren en zo. Maar het gaat ons net als alle andere uitgevers gewoon om geld verdienen. Jan Dijkgraaf, hoofdredacteur HP/De Tijd 36 Worsteling tussen lust en last
  • 38. Affaire Jack de Vries Een andere ongeschreven code was dat er niet over privé-zaken van politici wordt geschreven. RTL Boulevard besteedde als eerste aandacht aan de affaire die staats- secretaris De Vries met zijn adjudant had. De publieke commotie op social media was groot. Er volgden honderden reacties op www.geenstijl.nl met foto’s en tweets die eerder door De Vries en zijn adjudant waren geplaatst. Nadat de internetkranten het bericht plaatsten, volgden ook daar vele reacties. Pieter Broertjes, scheidend hoofdredacteur van de Volkskrant, legt bij Pauw & Witteman uit waarom hij geen aandacht aan de affaire besteedde. “Roddels zijn leuk voor RTL Boulevard, maar niet voor de Volkskrant.” Op de internetsite van de Volkskrant stond het bericht overigens wel. Dat komt volgens Broertjes vanwege de eigen dynamiek. “Ik denk dat zij het opgepikt hebben, onder het mom: dan kunnen we het in ieder geval niet gemist hebben.” De Vries gaf aan af te treden vanwege de voortgaande publicitaire druk. Hij twitterde nog: “Zoals we op Twitter zeggen: twexit”27 Rampverslaggeving De Telegraaf heeft het jongetje dat als enige de vliegramp in Libië overleefde telefonisch in het ziekenhuis gesproken en daarover gepubliceerd. Op Twitter werd gelijk als reactie het account met de naam Telegraafboycot aangemaakt en dit had binnen een dag duizenden volgers. Nadat het account was weggehaald, doken binnen de kortste keren nieuwe twitteraccounts als TelegraafZuigt op. De volgende dag opende de Telegraaf met een excuus. Twitter maakt, veel directer dan mail, duidelijk dat er een gat gaapt tussen de opvattingen van een deel van ons publiek en ‘de’ media, over in dit geval de beelden van de negenjarige Ruben, die in Tripoli als enige overlever in een ziekenhuis ligt. Hans Laroes28 3.4.2 Verandering van de traditionele media Hoe ver gaan journalisten met het bevredigen van de nieuwsgierigheid van hun publiek? Het blijkt dus steeds verder. Als de burgerjournalist zaken aan de orde stelt op social media, reageren de traditionele media. Waarschijnlijk is het nog wennen. Het publiek is nieuwsgierig en vraagt de ene keer om de privacygrens te overschrijden maar rekenen de andere keer de media hard af. De burgerjournalisten van Geen stijl hebben er geen moeite mee om foto´s van hun ‘onderwerp’ van Hyves te halen. De traditionele media moeten daar nog een balans in vinden. 3.5 Politici en social media Social media stellen de politicus in staat zonder tussenkomst van de traditionele media met alle burgers te communiceren. Van Dijk merkt op dat de ‘nieuwe media’ kunnen helpen bij het dichten van de kloof tussen burgers en bestuurders, met name omdat de directe bereikbaarheid kan worden vergroot (Van Dijk, 2001). Maatschappelijke context 37
  • 39. Figuur 5. Twitter telegraafboycot Ook In ‘t Veld stelt dat er een wederzijdse afhankelijkheid is tussen politiek en media (In ’t Veld, 2010). Mediapolitiek domineert en beperkt de ruimte voor participatie door burgers omdat politici en media een collectief monopolie vestigen op informatie. Social media stelt de burger echter in staat om een eigen massamedia te ontwikkelen en rechtstreeks politiek te beïnvloeden. Een aantal politici is druk bezig op social media. Balkenende heeft 197.000 Hyvesvrienden, Wilders: 10.000 FaceBookvrienden, Pechtold het grootste LinkedIn netwerk en Halsema 50.000 volgers op Twitter. Meestal gaat het om non-informatie (‘eet snel broodje kaas voor debat weer begint’), frustraties en elkaar onderuit halen. Het gevaar is dat hun feitelijke politieke boodschap niet overkomt bij de kiezer. Het gaat niet altijd goed. Een twitterbericht van demissionair minister van Financiën De Jager29 over de financiële toestand van Griekenland veroorzaakte paniek op de beurs en leidde tot Kamervragen. De lust van het vrijelijk communiceren met de burger - zonder tussenkomst van de traditionele media - kan een last worden. 38 Worsteling tussen lust en last
  • 40. 3.6 Macht, gezag en vertrouwen anno 2010 Macht, gezag en vertrouwen zijn aan elkaar gerelateerd. Gezag is gebaseerd op de erkenning en/of legitimiteit om macht uit te oefenen. Vertrouwen leidt tot het volgen van degene die gezag heeft. Wij zien veranderingen als het gaat om macht, gezag en vertrouwen. Het gezag van de kerk en de overheid is de afgelopen decennia afgenomen. Ook aan wetenschappers en hun motieven wordt openlijk getwijfeld; zo werd de griepadviseur van de overheid, viroloog Ab Osterhaus, in relatie gebracht met bedrijven die aan de griep(prik) verdienen. En zou het hoofd van IPCC - de partij die klimaatverandering agendeert en onderbouwt - verdienen aan duurzame energieopwekking. Het gezagsprobleem is hét probleem van deze tijd, zegt Britse socioloog Furedi in de Volkskrant van 24 oktober 2009 . “Het woord gezag wordt bijna uitsluitend in een negatieve context gebruikt. Er wordt gesproken over misbruik van gezag, over gezagsdragers die ontmaskerd moeten worden omdat ze alleen hun eigen belangen dienen”. Wat is waar, was nooit een vraag. Dat was nogal wiedes. Dat was wat je ouders je vertelden, wat de professor doceerde, wat de minister in de Kamer zei, wat in de leerboeken stond, wat van de kansel verkondigd werd. Die waarheden wankelen. De dominee en de dokter worden niet meer op hun woord geloofd. Wetenschap wordt niet meer als zoete koek geslikt. Wie geen trek heeft in de waarheid van de wetenschap kan op internet altijd een waarheid vinden die beter bevalt. Prof. dr. P. Borst, weblog NRC Handelsblad, 13 februari 2010 In de nota Vernieuwing Rijksdienst staat: ‘Het vertrouwen van burgers in de overheid, dat tot enkele jaren geleden zeker in Nederland altijd relatief groot was, staat onder druk. Om deze ontwikkeling het hoofd te kunnen bieden is een andere wijze van overheidsoptreden nodig. Er is behoefte aan een nieuwe stijl van leiding geven, aan nieuwe vormen van communicatie tussen overheid en samenleving.’ De Raad voor het Openbaar Bestuur heeft in februari 2010 zijn advies ‘Vertrouwen op democratie’ gepresenteerd. In dat advies constateert de Raad dat burgers weliswaar nog steeds vertrouwen hebben in de dragers van ons democratisch bestel, maar weinig vertrouwen in de mensen die hen vertegenwoordigen in het parlement en bestuur. Daardoor dreigt ook het draagvlak voor genomen besluiten af te kalven. De individualisering, een hoger opgeleide bevolking en de (informatie)technologie hebben bijgedragen aan de ‘horizontalisering’. In de samenleving gaan burgers steeds meer op voet van gelijkheid met elkaar - en ook met bedrijven, maatschappelijke instellingen en de politiek - om. Er is sprake van horizontale netwerken. Het openbaar bestuur en de politiek zijn echter nog altijd hiërarchisch georganiseerd en denken in verticale besluitvorming. Besluiten die ingrijpen op de levenssfeer van burgers worden nog vaak genomen in de geïsoleerde bestuurskamers.Om het tij te keren, stelt de Raad voor dat politici en politieke partijen nieuwe verbindingen zoeken met de samenleving. “Niets doen is geen optie”, aldus de Raad. “Het mandaat dat de kiezers hun politieke vertegenwoordigers op 9 juni a.s. zullen geven, is formeel wel, maar feitelijk niet ongeclausuleerd voor vier jaar geldig. Het zal dag na dag moeten worden bestendigd en verdiept. Gebrek aan vertrouwen maakt een democratie vleugellam.” Maatschappelijke context 39
  • 41. 3.7 Maakbaar wordt feilbaar; gezag is niet langer vanzelfsprekend In een aflevering van Pauw en Witteman over de Mexicaanse griep, zit een wetenschapper tegenover een ‘burgerexpert’. Deze burger heeft op internet kennis verzameld over de Mexicaanse griep en confronteert in de uitzending de wetenschapper met diverse complottheorieën. Gezag staat ter discussie. Gezag is niet langer vanzelfsprekend, iedere burger kan expert worden. Hierdoor is het mogelijk dat over elk issue discussie ontstaat. De media zoeken bewust naar tegengestelde meningen. Gedegen kennis presenteren zij als even belangrijk als ongefundeerde opvattingen. Het verkoopt misschien goed, maar het brengt het publiek in verwarring en draagt bij aan ondermijning van de wetenschap. Roel Coutinho30 Sinds de jaren zestig wordt gezag vooral gezien als een techniek waarmee machthebbers de vrijheid van hun onderdanen willen inperken. De gedachte dat de mens vrij moest zijn om zijn eigen koers te bepalen, heeft toen voet aan de grond gekregen. De toename van het opleidingsniveau heeft invloed op de steeds kritischere houding van het Nederlandse volk. Hiërarchie wordt sterk gerelativeerd tussen volwassenen en kinderen. Gezag is minder vanzelfsprekend als gedeelde waarden (een gezamenlijke religie of ideologie) afnemen. De teloorgang van het gezag begon misschien al veel eerder dan in de jaren zestig. Kant bijvoorbeeld schreef al: ‘Durf zélf te denken’. Luisteren naar het eigen verstand als verlichtingsideaal. Het individualisme, bleef in eerste instantie vooral beperkt tot intellectuele kringen. Pas in de loop van de 19e eeuw werd dit ook het uitgangspunt bij de gewone burger. Door de vooruitgang op het gebied van productie, ziektebestrijding en kennis begonnen mensen te geloven in de maakbaarheid van de wereld en van het leven zelf. De mens als een wezen dat volledige controle kon nemen over zijn eigen lot. Dat nieuwe geloof in maakbaarheid ging gepaard met een verlies van geloof in autoriteiten; de mens was niet meer overgeleverd aan God of diens vertegenwoordigers op aarde. Hiermee ging ook het besef van een gedeelde waarheid verloren. In 1983 kon hoogleraar epidemiologie Coutinho in het VARA-programma ‘Achter het nieuws’ uitleggen wat de symptomen van AIDS waren en wat de vermoedelijke oorzaak was, zonder tegengesproken te worden. Dat was bij de vaccinatiecampagne tegen baarmoederhalskanker in 2009 wel anders. Zembla liet zien hoe de farmaceutische industrie het vaccin bij artsen promootte en lobbyde tot in de Tweede Kamer. In reactie hierop betoogden enkele kankerepidemiologen dat er onvoldoende grond was voor opname in het rijksvaccinatieprogramma. Ouders en meisjes gingen twijfelen aan de tegenstrijdige berichtgeving en zochten zelf informatie op internet. Daar deden de vreselijkste verhalen de ronde. Filmpjes op YouTube lieten, door het vaccin, verlamde meisjes zien. De informatierevolutie geeft burgers nog meer de mogelijkheid om zelf uit te maken wat goed voor ons is. De verschillende gegevens en 40 Worsteling tussen lust en last
  • 42. waarheden stellen de mens immers in de gelegenheid zelf tot een oordeel te komen, vragen te stellen over belangen die partijen hebben en kritiek met elkaar te delen. Waar vroeger een groot deel van de burgers macht en gezag toekende aan de Kerk en later de overheid, is dat in de afgelopen decennia veranderd. Twintig jaar geleden kon de overheid de burgers bewegen hun kinderen fluor te geven. Nu zien we echter dat de oproep voor de baarmoederhalskankerprik massaal wordt genegeerd. Je kunt twisten of het verlies van gezag erg is. Verlies van gezag kan ook wijzen op het volwassen worden van de ander. Gezag is alleen nodig als er behoefte is aan een selector, aan iemand die keuzes maakt voor de ander. Het verlies van het gezag kan ook betekenen dat wij groot genoeg zijn om zelf te selecteren en te kiezen. Er vindt een verschuiving plaats van het geloof in de maakbaarheid naar het geloof in de feilbaarheid. Als je met de inzichten van nu terug zou kijken, denk ik dat je het anders zou hebben gedaan. Minister-president J.P. Balkenende naar aanleiding van het Irak-rapport Maatschappelijke context 41
  • 43. 42 Worsteling tussen lust en last
  • 44. 4 Rijksoverheid als institutie; waarden 4.1 Inleidend; wat is de rijksoverheid? De rijksoverheid, waarover hebben we het dan? Er is weliswaar één rijkslogo, maar tegelijkertijd is er sprake van 123.000 rijksambtenaren, dertien departementen met een veelheid aan bewindspersonen. Om grip te krijgen op de rijksoverheid, schetsen wij eerst kort de essentie van de rijksoverheid. Om daarna de rijksoverheid in relatie tot social media te kunnen beschouwen, maken wij gebruik van de volgende indeling: · Op institutioneel niveau op basis van de onderliggende waarden (hoofdstuk 4); · Op organisatieniveau op basis van bureaucratische principes (hoofdstuk 5); · Op operationeel niveau met het oog op beleid (hoofdstuk 6); · Op operationeel niveau met het oog op communicatie (hoofdstuk 7). De overheid is het hoogste gezag op een bepaald grondgebied. Met de term overheid wordt gedoeld op de politieke gezagsdragers èn het ambtelijk apparaat. Op zowel het lokale, provinciale als centrale niveau. Het centrale niveau is het niveau van de rijksoverheid. In Nederland hebben we een parlementaire democratie met het laatste woord aan het parlement. De Grondwet regelt hoe de overheid eruit ziet. Nederland is een rechtsstaat en kent drie machten - wetgevend, rechtsprekend en uitvoerend - die zijn gebonden door de wet. De machten zijn in principe van elkaar gescheiden maar vormen bovenal een systeem van checks and balances. Dit moet voorkomen dat één van de machten zijn positie zou misbruiken. De manier waarop de overheid en dus ook de rijksoverheid met haar burgers behoort om te gaan, is geregeld in de Grondwet en in de Algemene wet bestuursrecht. De klassieke grondrechten (zoals het verbod op discriminatie en de vrijheid van meningsuiting) beschermen burgers tegen de overheid. In de twintigste eeuw werden sociale grondrechten (zoals het recht op werkgelegenheid, onderwijs en sociale zekerheid: verzorgingsstaat) ook tot de rechtsstaat gerekend. Deze grondrechten van de burger resulteren in verplichtingen van de staat ten opzichte van de burger. De rijksoverheid heeft meerdere rollen tegelijkertijd, met uiteenlopende functies en taken. In deze rolinvulling ligt ook de verhouding tussen overheid en burger besloten. Een aantal rollen staat buiten elke discussie. Denk bijvoorbeeld aan de verdediging en bescherming van het grondgebied door de krijgsmacht en het zorgen voor veiligheid. Het doel van de staat is vrede ofwel veiligheid. Spinoza Rijksoverheid als institutie; waarden 43
  • 45. De rechtsstaat heeft een ontwikkeling doorgemaakt van nachtwakersstaat (zorgen voor het strikt noodzakelijke) naar verzorgingsstaat (bieden van sociale zekerheden) en mogelijk zelfs meer dan dat; de overheid die zich tot achter de voordeur met haar burgers bemoeit. Deze reikwijdte bepaalt ook over welke onderwerpen en tot op welk niveau beleid (regels en wetten etc.) wordt gemaakt. Wij zijn van mening dat vanuit de rolinvulling de overheid te allen tijde een voorbeeldfunctie heeft en daarom het contact dient te zoeken met de burgers via communicatie. 4.2 De basiswaarden van de rijksoverheid Het geven van een definitie van waarden is bijna een onbegonnen zaak volgens de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR, 2003); waarden geven in abstracte zin aan wat goed, gewenst en waardevol is. In de waarden ligt besloten vanuit welke opvattingen en oordelen ons handelen is vormgegeven. Zingevende instanties - zoals de rijksoverheid - geven uitdrukking aan onze waarden (In’t Veld, 2010). Daarom willen wij op dit meest basale niveau - die van de onderliggende waarden - de relatie leggen tussen social media en de rijksoverheid. Die basis is immers ook bepalend voor de wijze waarop de overheid als organisatie is vormgegeven (hoofdstuk 5) en de wijze waarop de overheid operationeel handelt (hoofdstuk 6 en 7). In het identificeren en bespreken van de waarden van de rijksoverheid zijn we niet uitputtend. Ten eerste omdat ons gebleken is dat er door onze gesprekspartners en in de literatuur niet een duidelijk afgebakend overheidsbegrip is, laat staan een duidelijke afbakening van de waarden die de basis vormen voor de rijksoverheid. Ten tweede omdat we alleen die waarden beschouwen die relevant zijn in relatie tot social media. De regering laat zich regelmatig adviseren over haar kernwaarden. Het advies ‘Onverschilligheid is geen optie. De rechtsstaat maken we samen’ van de commissie Uitdragen kernwaarden van de rechtsstaat is daarvan een voorbeeld (Maatschappelijke commissie Uitdragen kernwaarden van de rechtsstaat, 2008). In dit rapport worden vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit genoemd als kernwaarden van de rechtsstaat, zij vormen de normatieve basis van de rechtsstaat. Kernwaarden worden uitgewerkt in beginselen en wettelijke regelingen en moeten leiden tot concreet gedrag, regels en rechtsbeslissingen (WRR, 2002). Voor haar eigen handelen hanteert de overheid de code goed openbaar bestuur31. Deze code heeft tot doel het vertrouwen van de burgers in de overheid te verbeteren op basis van de volgende zeven beginselen: openheid en integriteit, participatie, behoorlijke contacten met burgers, doelgerichtheid en doelmatigheid, legitimiteit, lerend en zelfreinigend vermogen, verantwoording. Volgens de Raad voor Openbaar bestuur (2009) hoort het overheidshandelen te berusten op drie waardenpijlers: democratie, rechtsstaat en effectiviteit. Wij hanteren deze indeling om per pijler de relevante waarden in relatie tot social media te bespreken. 44 Worsteling tussen lust en last
  • 46. 4.2.1 Waardenpijler Democratie; volop mogelijkheden voor social media Letterlijk betekent democratie dat het volk regeert. Democratie gaat over de relatie tussen het volk en zijn regering. Belangrijke beslissingen liggen bij gekozen organen. De pijler democratie betreft enerzijds waarden die de input vormen (denk aan inspraak, kiesrecht en participatie) en anderzijds waarden die de output vormen (denk aan verantwoording, transparantie en checks and balances). Democratische input Input wordt geleverd door de waarden inspraak, participatie en kiesrecht. Ons is gebleken dat social media het organiseren hiervan aanmerkelijk gemakkelijker kan maken. De technische mogelijkheid om het te organiseren is er dan wel, dit betekent niet dat spanning tussen representatie (via kiesrecht) en directe inspraak/ participatie van burgers (via bijvoorbeeld referendum) hiermee is opgeheven. Wij zien een vergelijkbare discussie ontstaan als bij het referendum. Voorstanders van het referendum wijzen op het hoger democratisch gehalte en een vergrote betrokkenheid van de burgers. Tegenstanders menen dat de burgers niet in staat zijn een gefundeerd oordeel te hebben over de specifieke problemen. Voor het organiseren van democratische input is het gebruik van social media zeer kansrijk. Wel geldt het devies van beheerste benutting; het vraagt een bewuste keuze om participatie via social media te organiseren. Democratische output Toezicht op de overheid, verantwoording afleggen door de overheid, transparantie in handelen en inbouwen van checks and balances zijn de belangrijke waarden als het gaat om de democratische output. Social media maken het mogelijk inzichten te delen, uit verschillende bronnen kennis te vergaren en te discussiëren. Hoe transparant is de overheid eigenlijk? Is de mate van transparantie die social media vragen groter dan de overheid kan waarmaken? En wat betekent dat voor de positie van de overheid ten opzichte van de burger? Wij sluiten niet uit dat transparantie geslotenheid oproept; vergelijk het met de Wet Openbaarheid van Bestuur. De WOB heeft geleid tot veranderend gedrag van de overheid ten opzichte van burgers; in reactie op de eis tot openbaarheid is de overheid juist meer gesloten geworden. Als het om gevoelige informatie gaat, bel je en ga je niet faxen of mailen of social media gebrui- ken. De WOB heeft daarin ook negatieve consequenties gehad. Al zal dat niet onderzocht wor- den, want op het bespreken van de negatieve consequentie van de WOB ligt een taboe. Uri Rosenthal Verantwoording vragen en/of afleggen is een democratisch principe. Ook de moge- lijkheid om kritiek te geven hoort hierbij. Van oudsher zijn de wetenschap, de des- kundigen en de traditionele media de criticasters richting de overheid. Social media stelt ook anderen in staat kritiek te leveren en direct aan de overheid te adresseren. In dat opzicht is het een aanwinst voor de democratie, maar verandert het tegelij- kertijd de rol van de traditionele criticasters. In hoofdstuk 3 is dit uitgewerkt. Rijksoverheid als institutie; waarden 45
  • 47. Social media in relatie tot democratische waarden Wij concluderen dat social media voor democratische waarden veel kunnen betekenen. Praktisch vertaalt dit zich in social media toepassingen bij participatieve en verantwoordingstrajecten. Social media geven meer mogelijkheden voor de burger om de overheid (bij) te sturen, te voeden en te controleren. Andersom geven ze de overheid de mogelijkheid verantwoording af te leggen, transparant te zijn en de burger te laten participeren. Een aandachtspunt met mogelijke consequenties betreft de participatie van burgers in huidige overheidstaken. Specifiek als het taken betreft die door de overheid met speciale waarborgen worden omgeven (bijvoorbeeld politietaken). Rondom opsporing en handhaving gelden er regels die de burger ten opzichte van de overheid beschermen. Als de burger deze taken overneemt omdat de mogelijkheid daartoe bestaat via sociale media, kan dit tot complicaties leiden; wordt de burger wel tegen de overheid, maar niet tegen zijn medeburger beschermd? 4.2.2 Waardenpijler Effectiviteit; volop kansen voor social media Een (voorgenomen) handelwijze is effectief of doeltreffend als de betreffende inspanningen en uitgaven daadwerkelijk bijdragen aan de realisatie van het beoogde doel. Effectiviteit is een belangrijke pijler van de overheid; de Raad voor Openbaar Bestuur is ingesteld met als doel te adviseren over de inrichting en het functioneren van de overheid, met het oog op het vergroten van haar doeltreffendheid en doelmatigheid. Een effectieve overheid gaat spaarzaam om met belastinggeld en bereikt het beoogde resultaat met zo min mogelijk inbreuken. Social media in relatie tot effectiviteitswaarden Social media hebben een grote potentie in het kader van effectiviteit. Met social media kunnen grote groepen burgers en bedrijven worden bereikt en bovendien kan de crowd worden geraadpleegd. Met als resultaat meer inbreng van ideeën, kennis en meningen en een grotere betrokkenheid onder burgers. In potentie zou zelfs meer kunnen worden gedaan met minder ambtenaren. Hoewel ook niet moet worden onderschat dat bij succesvolle inzet van social media het aantal reacties en bijdragen zodanig hoog kan oplopen dat het verwerken ervan groot beslag doet op de professionaliteit en capaciteit van de ambtelijke organisatie. 4.2.3 Waardenpijler Rechtsstaat; inzet van social media mogelijk risicovol! De kernwaarden van onze rechtsstaat zijn vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit, met respect voor de menselijke waardigheid als fundament (Maatschappelijke commissie Uitdragen kernwaarden van de rechtsstaat, 2008). Om deze waarden te kunnen waarborgen, zijn de principes van hoor en wederhoor, gelijke behandeling en privacy van toepassing. Overheidsbestuur vindt plaats op basis van, en in overeenstemming met algemene regels, machtenscheiding en checks and balances, grondrechten, rechterlijke controle en rechtsbescherming. Hieronder gaan wij in op de meest relevante waarden, respectievelijk de bescherming van de privacy, betrouwbaarheid, gelijkheid en vrijheid van meninguiting. 46 Worsteling tussen lust en last
  • 48. Ondertussen bij … gemeente Amsterdam Gemeente Amsterdam is uitgeroepen tot overheidsorganisatie 2.0 van het jaar 2010. “Een titel voor een organisatie die durft te innoveren en experimenten met nieuwe sociale media om het gewone werk te verbeteren”, aldus Marc Schoneveld, dé ambte- naar 2.0 van Amsterdam. Social media worden ingezet om de ambtelijke molens in de gemeente Amsterdam steller te laten draaien. Amsterdam heeft geen offici- eel beleid op het gebied van 2.0. De ambtenaren komen spontaan met ideeën over hoe ze social media kunnen gebruiken. De bestuurders laten de ambtenaren hierin vrij en kijken achteraf of het iets oplevert of niet. De achterliggende gedachte is dat het werk met 2.0 goedkoper en beter georganiseerd kan worden. Bescherming van de privacy Bij het ‘recht op privacy’ gaat het om bescherming van burgers tegen het openbaar maken, vergaren en doorgeven van hun persoonlijke gegevens. Door koppeling van verschillende databanken, die steeds meer op internet te vinden zijn, en gegevens zou het mogelijk kunnen worden dat er veel persoonlijke gegevens beschikbaar komen. Privacybeleid door bedrijven Bedrijven zoals Facebook32 passen jaar na jaar hun privacyregels aan. No personal information that you submit to Facebook will be available to any user of the Web Site who does not belong to at least one of the groups specified by you in your privacy settings. Privacy Policy van Facebook, 2005 When you connect with an application or website it will have access to General Information about you. The term General Information includes your and your friends’ names, profile pictures, gender, user IDs, connections, and any content shared using the Everyone privacy setting. The default privacy setting for certain types of information you post on Facebook is set to “everyone.” ... If you are uncomfortable with the connection being publicly available, you should consider removing (or not making) the connection. Privacy Policy van Facebook, 2010 Op basis van bovenstaande is het voor ons duidelijk. Oorspronkelijk begon Facebook met het aanbieden van een persoonlijke, goed beveiligde pagina die de gebruikers eenvoudige controle over de eigen persoonlijke gegevens bood. Eenmaal een groot marktaandeel in handen koos Facebook niet voor een verbeterde controle, maar voor een betere match van persoonlijke gegevens met gerichte advertenties. Een verschuiving die alleen Facebook en juist niet de gebruiker ten goede komt. Rijksoverheid als institutie; waarden 47
  • 49. We zien dit ook bij Google. Aan de hand van vroegere zoekresultaten komen advertenties van bepaalde bedrijven hoger op de lijst van zoekresultaten voor. Ook zijn er advertenties op de ‘gratis’ email-adressen heel persoonlijk geworden. Een gebruiker die regelmatig zoekt op de term computerspelletjes zal daarover gegarandeerd advertenties op zijn gmail pagina zien. Uiteraard wordt dit gebracht als een gepersonaliseerde service ten gunste van de gebruiker. Als gebruiker wordt je steeds meer je demografische zelf zoals Google die definieert. Je leest wat andere mensen met jouw profiel lezen, je koopt wat anderen met een vergelijkbaar profiel kopen. Uiteindelijk word je daardoor minder jezelf. De gebruiker is het product geworden door de gegevens die hij achterlaat. Douglas Rushkoff, Life Inc. In Europa is voor elke handeling met persoonlijke gegevens (telefoonnummer, adres en woonplaats, maar ook een IP-adres) uitdrukkelijk toestemming nodig van de eigenaar en heeft iedereen recht van inzage. De privacywetten in Europa zijn daarmee vele malen strenger dan in de Verenigde Staten. Google is een Amerikaans bedrijf en houdt zich aan de Amerikaanse regels. Amerikaanse bedrijven met servers in de VS, vallen buiten Europese jurisdictie. Maar als er door bedrijven cookies op Europese computers worden achtergelaten, geldt Europese privacywetgeving. Google maakt zich daar echter niet druk om (Engelfriet, 2008). Big brother is watching you, and his name is…..Google. Privacy bij handhaving en opsporing door burgers Als een middenstander via YouTube beelden van een winkeldief verspreidt, dan kunnen die beelden worden gebruikt voor strafrechtelijke vervolging. De Hoge Raad oordeelde al enkele keren dat het bewijs toelaatbaar was. Ditzelfde bewijs is ontoelaatbaar als het door de overheid is gemaakt; politietaken zijn omgeven met wettelijke waarborgen33. Er is dus een wettelijke discrepantie tussen het uitoefenen van opsporingstaken door burgers en overheid. Burgers worden wel beschermd tegen de overheid, maar niet tegen hun medeburgers. Dergelijke casuïstiek zal door inzet van social media toenemen. Inbreuken op de privacy van burgers door de overheid De overheid dient de persoonlijke levenssfeer van haar burgers te eerbiedigen. Social media maken veel mogelijk en zijn daarmee verleidelijk om te gebruiken. Het internet wordt gezien als publieke ruimte. Maar begeeft de gebruiker van social media zich buiten zijn persoonlijke levenssfeer als hij foto´s op Hyves plaatst? Lastig is dat ‘de’ media niet bestaan, maar dat het verwijt van privacyschending een collectief verwijt is aan de media als geheel. Ikzelf vind het ongevraagd publiceren van foto’s van Hyves ongepast. Hans Laroes34 48 Worsteling tussen lust en last
  • 50. Rol voor de overheid? Bescherming van de privacy is wat ons betreft een belangrijk zorgpunt als het gaat om social media. Met de presentatie van het advies Gezondheid 2.0 roept de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg in 2010 alle partijen op de mogelijkheden van de ‘nieuwe’ media te benutten. Transparantie over diagnoses, kosten, behandelmogelijkheden kunnen de zorg optimaliseren doordat goed geïnformeerde burgers op basis van eigen inzicht keuzes kunnen maken. De overheid moet wel het misbruik van gegevens tegengaan en daardoor bevorderen dat patiënten kunnen profiteren van de voordelen van internet, aldus de Raad voor Volksgezondheid. Handel in gebruikersgegevens en koppeling van gegevens is een belangrijke inkomstenbron voor internetbedrijven. Voor nagenoeg alles wat gratis aangeboden wordt op internet, betalen burgers met hun privacy. Is er voor de overheid een rol weggelegd in het beschermen van de burgers tegen grote internetbedrijven? De handhaving van de naleving van de Wet op de bescherming van de persoonsgegevens zou wel eens explosief kunnen toenemen. Maar ook op het gebied van voorlichting en bewustwording is er wellicht een taak weggelegd voor de rijksoverheid. Professor Susan Barnes (2006) deed onderzoek naar de privacy paradox. Ze schetst een zeer donker beeld van social media: het sociale gedrag van tieners op het internet en het gebruik en misbruik van hun privé-informatie. Zij noemt bewustwording als sleutel; burgers zullen zelf meer pro-actief moeten worden ten aanzien van de bescherming van hun privacy op internet. Social media maken het mogelijk te zien wat burgers doen. Op basis daarvan kan de overheid zelfs ongevraagd adviseren. Als een student aangeeft op een forum drugs te gebruiken, zou een ambtenaar van VWS hem dan moeten informeren over de risico´s? Desgevraagd gaat dit volgens de heer Brenninkmeyer, de Nationale Ombudsman, te ver. De overheid mag hoogstens generieke voorlichting geven. De overheid dient terughoudend te zijn met het binnendringen van de individuele ruimte. Ook in een publieke ruimte kan de privacy worden geschonden! Betrouwbaarheid; omgaan met gewekt vertrouwen Om gezaghebbend te zijn is vertrouwen van belang. Een betrouwbare overheid moet daarom zelf de normen naleven die hij heeft gesteld en daarmee het goede voorbeeld geven. Gewekte verwachtingen worden nagekomen. Dat betekent dat de overheid vooraf duidelijk moet zijn over de verwachtingen. Bijvoorbeeld bij participatie via social media. Duidelijk moet zijn waarom de participatie plaatsvindt, welk onderwerp ter discussie staat, wie participeert en via welk proces. Zoals ook geldt dat bij een overheidswebsite waar kindermishandeling wordt gemeld, de burger mag verwachten dat er actie wordt ondernomen. Dit betekent dat het belangrijk is om na te denken over de verwachtingen die de inzet van social media bij de burger oproept. Rijksoverheid als institutie; waarden 49
  • 51. Gelijkheidsideaal Een belangrijke waarde voor de overheid is om gelijke gevallen gelijk te behandelen. Dit terwijl identiteit, individualiteit, diversiteit en personalisatie steeds belangrijker wordt. Dat hoeft elkaar niet per se te bijten, maar wordt ten opzichte van elkaar wel steeds gecompliceerder. Bedrijven komen consumenten hierin tegemoet en bieden diensten en producten op maat aan. De bedrijven achter social media toepassingen weten steeds beter gepersonaliseerde berichten te sturen naar gebruikers. Voor de overheid ligt hierin een belangrijke uitdaging. Dient zij vast te houden aan het gelijkheidsbeginsel, wetende dat de complexiteit onverkort toeneemt, of wil zij per geval maatwerk bieden? Vrijheid van meningsuiting De vrijheid van meningsuiting staat in artikel 7 van de Grondwet. Sinds 1848 is er niet veel veranderd aan dit artikel. De televisie en radio hebben al wel een plekje gekregen. Met de komst van internet - nog niet opgenomen in de Grondwet - doet zich een nieuw fenomeen voor dat met social media een extra dimensie krijgt; eenmaal gepubliceerd materiaal kan achteraf niet zo maar worden verwijderd. Dit is belangrijk in relatie tot de vrijheid van meningsuiting. Het uiten van gedachten is vrij, maar niet alles kan gezegd worden. Het principe is dat achteraf getoetst kan worden of er strijd ontstaat met de wet; is dat het geval, dan dient er bijvoorbeeld gerectificeerd te worden of dienen berichten te worden verwijderd. Op internet en met name in een web 2.0 omgeving is dat in de praktijk amper mogelijk; berichten worden niet langer gericht gestuurd, maar gaan een eigen leven leiden. Berichten op het web hebben iets rhizomatisch. Een voorbeeld hiervan is het artikel ‘Affaire Joris Demmink’ op Wikipedia. Toen deze door de redactie werd verwijderd, werden door verontwaardigde gebruikers op meerdere plekken op internet kopieën van de eerdere teksten geplaatst. Waarbij de gebruikers natuurlijk fijntjes opmerkten dat de ‘waarheid’ op last van de overheid was verwijderd. Bovendien is een auteur op het web vaak niet goed te verbinden aan een fysieke identiteit of organisatie. Vervolging of aanspreken van dergelijke auteurs bij laster, smaad, aanzetten tot haat, belediging van gezagsdragers is daardoor lastig. Bovendien kunnen auteurs zich voordoen voor iemand anders. Vrijheid van meningsuiting en het internetverkeer Netwerkneutraliteit houdt in dat providers internetverkeer niet mogen discrimineren naar bron,bestemming. Het ministerie van Justitie wil daarentegen dat providers internetverkeer filteren op basis van een lijst met websites die kinderporno zouden bevatten35. Stichting BREIN36 wil providers verplichten gebruikers te weren die inbreuk op auteursrechten maken.Volgens Bits of Freedom37 is het open en vrije karakter van het internet in Nederland door houdingen zoals die van Justitie en BREIN niet gewaarborgd. Dit beperkt de keuzevrijheid en de mogelijkheid voor innovatie. Bits of Freedom wil dat internetgebruikers zelf kunnen beslissen welke inhoud zij willen verzenden en ontvangen en via welke diensten, toepassingen, hardware en software. Dan zou het niet nodig zijn providers te verbieden om internetverkeer te discrimineren. 50 Worsteling tussen lust en last
  • 52. Vrijheid van meningsuiting en de ambtenaar Een bijzondere positie ten aanzien van de vrijheid van meningsuiting betreft de ambtenaar. Als een goede vervulling van de ambtelijke functie of de goede functionering van de openbare dienst niet in redelijkheid is verzekerd, beperkt de Ambtenarenwet deze vrijheid. Om hierover te kunnen beoordelen, worden de volgende criteria in acht genomen: de functionele afstand tussen de ambtenaar en de beleidsdienst waarop de mening van de ambtenaar betrekking heeft, de aard van de zaak en de wijze waarop en de kring waarin de ambtenaar zijn uitspraken doet38. De Aanwijzingen externe contacten rijksambtenaren van 19 mei 1998 (Oekaze Kok) bevatten de aanwijzingen voor de departementale ambtenaar en vormen een richtsnoer voor de praktijk. Ook voor een ambtenaar zijn de mogelijkheden om zijn mening te uiten in een grote kring toegenomen met de komst van social media. Uitspraken in een kring met een groot bereik (via social media) zullen op basis van de Ambtenarenwet eerder niet door de beugel kunnen, omdat de mogelijk negatieve invloed groter is. De grens van de vrijheid van meningsuiting van de ambtenaar wordt daarom in het geval van social media eerder bereikt. Social media vormen niet alleen een platform voor massacommunicatie. Gebruikers kunnen ook één-op-één contacten onderhouden en privé-gesprekken voeren via social media. Als we social media als een openbare ruimte beschouwen, kan de vergelijking worden getrokken met een privé-gesprek dat terloops in de trein wordt opgevangen. Mag de ambtenaar zich in een dergelijk gesprek mengen? Mag de ambtenaar zelf een dergelijk gesprek voeren als het zijn eigen beleidsonderwerp betreft? Of als het een beleidsonderwerp betreft binnen zijn ministerie waar hij zelf niet direct mee te maken heeft? De mogelijkheid daartoe, en ook de ambiguïteit die dergelijke situaties met zich meebrengen, is door de komst van social media enorm toegenomen. Zo zijn wel de meeste publieke waarden in beweging gekomen en zijn oude evenwichten tussen publieke waarden, publieke taken, structuren, arrangementen en culturen goeddeels verdwenen. Behalve dus in het bestuur zelf. Nederland was op weg werkendeweg nieuwe evenwichten te vinden. Dat levert veel ambiguïteiten op. Jan Willem Holtslag, symposium Wegen van publieke waarden, 18 juni 2009 Ondertussen bij … de ambtenaar Faunabeheer “Ik moet voor mijn minister nu regels opstellen over het afschieten van herten, maar in deze situatie heeft die ingreep totaal geen zin. Ze wil maar niet naar me luisteren.” 1. De ambtenaar spreekt in een volle treincoupé met een collega. Er is hier sprake van een privégesprek op een publieke plaats. 2. De ambtenaar krabbelt dit op Hyves aan zijn vriend. Er is hier ook sprake van een privégesprek op een publieke plaats. 3. De ambtenaar schrijft dit op een forum van jagers. Het forum is alleen toegankelijk voor leden. In welke van de bovenstaande situaties gaat de ambtenaar zijn boekje te buiten? Rijksoverheid als institutie; waarden 51
  • 53. Social media in relatie tot rechtsstatelijke waarden We concluderen dat er spanning zit tussen de rechtsstatelijke waarden en social media. Rechtsstatelijke waarden zijn veelal geborgd in de grondrechten die bedoeld zijn om burgers tegen de overheid te beschermen (de zogenoemde ‘verticale werking’). Onze grootste zorg betreft: · Bescherming van de privacy Door internet en social media in het bijzonder neemt het belang van de overheid als beschermer van de burger toe in evenredigheid met de macht van grote bedrijven die over de gebruikersgegevens beschikken. Een deel van de rol van de overheid ligt in het stimuleren van bewustwording van de burgers over de mogelijke gevaren, maar mogelijk zou de overheid ook een duidelijker sturende rol richting de grote bedrijven moeten innemen. In elk geval is op dit punt niet zonder meer duidelijkheid te bieden. Ook de overheid zelf dient rekening te houden met de privacy van haar burgers. Het opslaan en bewerken van burgergegevens kan aan de verzorgende, bezorgde of zelfs bemoeizuchtige staat mogelijk de verleiding bieden om burgers ongevraagd van advies te dienen over houding, gedrag, normen en waarheden; · Vrijheid van meningsuiting Anders dan bij traditionele media is de mogelijkheid voor volwaardige rectificatie of verwijdering op het web (en zeker via social media) beperkt. Dit betekent dat er niet met terugwerkende kracht recht kan worden gedaan bij een geconstateerd misbruik van de vrijheid van meningsuiting. De vrijheid van meningsuiting van de ambtenaar op social media is bovendien beperkt ten opzichte van de traditionele media, omdat van te voren niet duidelijk is op welke kring (en daarmee beïnvloedingssfeer) een mening doorwerking zal hebben, waarbij de kans bestaat dat een zeer grote kring wordt bereikt. Ook hebben social media een nieuwe dimensie ingebracht door het vage onderscheid tussen privé-gesprekken en publieke discussies en met name de enorme toename van gevallen waarin deze ambiguïteit zich voordoet. 52 Worsteling tussen lust en last
  • 54. Rijksoverheid als institutie; waarden 53
  • 55. 54 Worsteling tussen lust en last
  • 56. 5 Rijksoverheid als organisatie; bureaucratie De Nederlandse rijksoverheid kent een bureaucratische organisatiestructuur. Het woord bureaucratie roept beelden op van stroperigheid en van gefrustreerde burger die van het kastje naar de muur worden gestuurd. In essentie draait het bij bureaucratieën echter om functionaliteit; een rationele en efficiënte werkwijze waarbij iedereen op gelijke wijze wordt behandeld. Wij gaan na of het huidige begrip bureaucratie zich verhoudt met de beginselen van social media. 5.1 Van bureaucratie naar easycratie 5.1.1 Weber’s IJzeren kooi De invulling van het huidige bureaucratie-begrip kent zijn oorsprong in de theorie van de socioloog Max Weber over de democratische gelegitimeerde politicus en de niet-democratisch gelegitimeerde ambtenaar (Weber, 1924). Weber merkt de omslag naar de moderne tijd op, waarin rationaliteit centraal staat en ziet hierin een bedreiging van de menselijke vrijheid. Hij sprak van een‘stahlhartes Gehäuse’, een ijzeren kooi waarin mensen gevangen raken. Binnen dit tijdsbeeld vormt Weber ook ideeën over de rol van de ambtenaar en de politicus. De ambtenaar dient onpartijdig op te treden en loyaal uitvoering te geven aan besluiten, ook wanneer hij het daarmee persoonlijk oneens is. De politicus daarentegen moet wel partijdig zijn, strijd voeren en hartstocht in het spel brengen. De overheersende rationele manier van handelen, denken en organiseren (de ijzeren kooi) komt volgens Weber ultiem tot uiting in de bureaucratie met kenmerken zoals: · Sterke hiërarchische structuur; · Onveranderlijke regels die discipline vereisen zonder persoonlijk initiatief; · Strikte scheiding tussen werk en privé; · Rationele wijze van aanstelling op grond van kunde en kennis; · Duidelijke afgebakende verantwoordelijkheid. 5.1.2 Virtuele vesting van de infocratie De opkomst van de informatisering en de beheersingspotenties die informatietechnologie biedt, wordt door Zuurmond (Zuurmond, 1994) geplaatst naast Weber’s bureaucratie. De rationaliteit van de bureaucratie is aangevuld met de beheersbaarheid van de informatietechnologie. De virtuele wereld lijkt dan wel veel vrijheid te hebben gegeven, de ontwerpregels die ten grondslag liggen aan de massale, complexe en samenhangende infocratie zijn echter zeer bepalend en inperkend. Zuurmond zegt daarmee dat de digitale dominantie van de infocratie een virtuele vesting heeft gecreëerd die nog ondoordringbaarder is dan het traliewerk van Weber. 5.1.3 Het gemak van de easycratie De predikers van de easycratie (Aslander en Witteveen, 2010) laten een heel ander geluid horen. De moderne samenleving is de afgelopen tien jaar sluipenderwijs Rijksoverheid als organisatie; bureaucratie 55
  • 57. veranderd in een informatiesamenleving. Kennis is nu makkelijk toegankelijk en mensen zijn op grote schaal virtueel met elkaar verbonden. De combinatie van toegang en verbinding is zo krachtig dat er opeens overal kansen liggen om grote vraagstukken op te lossen. Typische thema’s van moderne organisatiestructuren passend in de easycratie zijn: collectieve intelligentie, slim delen van kennis, radicale transparantie, openheid, verbinden, zwermen. Dit betekent ook dat organisaties steeds meer van onderaf worden aangestuurd, in plaats van top-down. Kenmerken thuishorend in de wereld van social media: · Iedereen gelijk zonder hiërarchie, bottum-up initiatieven; · Persoonlijke aanpak zonder regels; · Geen strikte scheiding tussen privé en werk; · Kennis vergaren in een wereld vol experts; · Iedereen kan meepraten zonder toetsing op kennisachtergrond; · Niches worden zichtbaar en gevonden door gelijkgestemden. 5.2 Betekenis van social media voor de overheidsstructuur De huidige organisatiestructuur van de rijksoverheid is een bureaucratie. Er gelden aan regels onderheven procedures, er is een duidelijke verdeling van taken en verantwoordelijkheid, er gelden duidelijke hiërarchische lijnen en onpersoonlijke relaties. Op persoonlijk niveau zullen medewerkers een dergelijke karakterisering mogelijk te zwaar op de hand vinden; mensen gaan immers met plezier naar hun werk, hebben leuke collega’s, voelen zich betrokken bij hun organisatie en geven om elkaar. Niettemin gelden de bureaucratische ontwerpregels en zijn die in functionele zin ook aangevuld met de ontwerpregels die de informatietechnologie met zich meebracht. Social media hebben nieuwe toepassingen voor een zeer grote groep gebruikers beschikbaar gemaakt. In hoofdstuk 2 hebben we enkele belangrijke verschuivingen als gevolg van social media genoemd. Duidelijk is dat de kenmerken van een bureaucratie conflicteren met die van social media. Social media zijn een maatschappelijk fenomeen waar de rijksoverheid niet omheen kan. De conflicterende kenmerken van bureaucratie en social media kunnen niet zonder betekenis zijn voor de rijksoverheid en maken een kritische reflectie en evaluatie van de overheidsstructuur noodzakelijk. Bureaucratie Social media Sterke hiërarchie Participatie, bottom-up initiatieven Onveranderlijke regels Afwezigheid van regels Strikte scheiding werk en privé Werk en privé overlappen Aanstelling op grond van kunde en kennis Kennis vergaren in wereld vol experts Afgebakende verantwoordelijkheid Iedereen kan meepraten, gedeelde verantwoordelijkheid Algemene regels Niches krijgen aandacht 56 Worsteling tussen lust en last
  • 58. Een terechte vraag is dan of de organisatiebeginselen van de bureaucratie en de infocratie aangepast moeten worden aan de eisen die de maatschappij stelt aan de overheid. Lusten Social media bieden mogelijkheden om iedereen die wil te laten aansluiten en participeren. Uitsluiting wordt tot een minimum teruggebracht. Social media bieden ruimte voor bottom-up initiatievenen invulling van niches die door de rijksoverheid niet bediend worden. Social media brengen kennis in van velen in een democratisch proces en niet alleen enkele (beleids)experts. Social media kunnen de verkokerde departementale verantwoordelijkheden omzetten in interdepartementale- en overheidsbrede samenwerking en daardoor leiden tot efficiënter werken. Social media brengen de burger dichter bij de overheid en laten de overheid en burger samenwerken. Zo geredeneerd kan de overheidsorganisatie veranderen van ijzeren kooi (Weber) of virtuele vesting (Zuurmond) in een virtueel open huis. Een vertrouwenwekkende overheid die transparant handelt en meebeweegt in de tijd en de vooruitgang. Lasten De easycratie lijkt voor de bureaucratisch georganiseerde rijksoverheid voorlopig nog een utopie. In de praktijk zal het lastig blijken om een dergelijke transitie vorm te geven. De hele organisatiestructuur is immers ingericht volgens de bureaucratische principes en er gaan ook veel dingen goed in het huidige bureaucratisch model en er is ruimte voor persoonlijke initiatieven. Daarom is het des te belangrijker om de rol en plek van de overheid ten opzichte van social media goed te beschouwen. Programma’s zoals Ambtenaar voor de Toekomst en Het Nieuwe Werken geven hier invulling aan (zie hoofdstuk 8). Rijksoverheid als organisatie; bureaucratie 57
  • 59. 58 Worsteling tussen lust en last
  • 60. 6 Rijksoverheid en beleid Voor de rijksoverheid is beleid van groot belang. Departementen en ambtenaren zijn rondom beleid georganiseerd. De toenemende invloed van social media zal in de komende jaren ook in de beleidsomgeving waarneembaar zijn. Burgers mengen zich in het debat, participeren en gaan volgens TNO (Frissen, 2008) zelfs over tot uitvoering van publieke taken zoals inspectie en opsporing. Ook zien we dat burgers bij de uitvoering van beleid (en de bijsturing), zoals bij de vaccinaties, via social media de rijksoverheid dwingen tot (re)actie. Hoogerwerf (1989) omschrijft de beleidscyclus als ‘een geheel van gebeurtenissen rond beleid’. Wij geven per deelproces voorbeelden, schetsen de relatie met social media en de (on)mogelijkheden. Daarbij kijken we hoe de overheid tot op heden social media in de delen van de beleidscyclus benut en wat de mogelijkheden nog meer zouden kunnen zijn. 6.1 Beleidsvraagstukken beschouwd in relatie tot social media Beleid is bedoeld om problemen op te lossen. De aard van de beleidsproblematiek kan worden getypeerd aan de hand van de indeling die Douglas en Wildavsky (1983) hanteren. Zij beschrijven vier typen problemen aan de hand van enerzijds de mate van consensus over maatstaven en anderzijds de mate van beschikbare kennis: 1 Oplosbare problemen: volledig en gegarandeerd oplosbaar omdat er grote consensus over de ethische maatstaven en zekere kennis over de bestaande situatie is. 2 Wetenschappelijke problemen: er is grote consensus over ethische maatstaven, maar veel onzekerheid over kennis. Wetenschappelijk onderzoek kan uitkomst bieden. 3 Ethische problemen: het probleem bestaat vooral omdat er omstreden maatstaven in het spel zijn, terwijl er over de kennis weinig twijfels bestaan. 4 Politieke problemen: zowel de ethische maatstaven als de kennis zijn omstreden. Een politiek debat is nodig om het probleem te duiden. Discussie Social media kunnen - net als andere massamedia - inzichtelijk maken of er sprake is van consensus over de maatstaven. Om tot consensus te komen is vaak discussie nodig. We hebben gezien dat de essentie van social media is gelegen in de dialoog, de interactie tussen gebruikers. Kennis In hoofdstuk 2 constateerden we dat social media een verschuiving teweeg brengen doordat iedereen producent kan zijn en bovendien zich in discussies kan mengen. De transparantie, toegankelijkheid en verbinding maken bovendien mogelijk dat deze informatie snel wordt gedeeld. Wetenschappelijk is daarmee waarschijnlijk niet sprake van geverifieerde en geautoriseerde kennis, maar de gebruikers ervaren het wel als relevante input. Rijksoverheid en beleid 59
  • 61. 6.2 De beleidscyclus in relatie tot social media; lusten en lasten Hoogerwerf (1989) omschrijft de beleidscyclus als ‘een geheel van gebeurtenissen rond beleid’. Hij onderscheidt daarbij de achtereenvolgende fasen van beleid: agendering, ontwikkeling, uitvoering, handhaving, evaluatie. Wij gaan per beleidsfase na of social media inzetbaar zijn (lusten) en welke mogelijke ongewenste neveneffecten er zijn (lasten). Voorbeelden uit binnen- en buitenland dienen ter illustratie en inspiratie. 6.2.1 Social media en beleidsagendering Agendering gaat over de toepassing van normatieve en ideologische concepties op situaties die burgers, in een bepaalde maatschappelijke en politieke orde, als problematisch ervaren. Hierdoor ontstaan in de politieke arena min of meer gedeelde opvattingen over welke problemen echt urgent zijn en welke niet en over de aard en mogelijke oplossingswijze van die problemen. Op dit moment vindt agendering vooral plaats door (wetenschappelijk) onderzoek, politieke discussie en eventueel maatschappelijk debat. Lusten Kijkend naar het gebruik van social media ten behoeve van agendering zien we dat burgers via www.petities.nl de mogelijkheid krijgen te agenderen. Het lijkt een poging de burger te laten geloven dat ze invloed kunnen hebben op de beleidsagenda. Het in 2006 ingevoerde burgerinitiatief werkt echter niet aldus een nieuwsbericht van 15 februari 2010 op www.NU.nl over www.petities.nl. Slechts drie van de zestien door burgers ingediende plannen om een onderwerp op de agenda van de Tweede Kamer te plaatsen, haalde de eindstreep. Ook die drie initiatieven leidden niet tot nieuwe of aangepaste wetgeving. Dat blijkt uit een inventarisatie door het AD. Bij het behalen van veertigduizend handtekeningen moet de Tweede Kamer het onderwerp behandelen. Volgens Rustema, universitair docent Nieuwe Media van de UvA, werkt de Tweede Kamer vervolgens tegen. In het AD zegt hij over de Tweede Kamer: “Die ervaart zo’n initiatief vooral als bemoeizucht.” Ondertussen bij ... Hyves Naast gegevens als naam, leeftijd, woonplaats en opleiding staat in het profiel van ruim 9,5 miljoen Hyvers voortaan ook “donor: ja” of “donor: nee”. Hyves is hiermee officieel partner van de landelijke ‘JaofNee-campagne’. Deze campagne roept mensen op om een keuze te maken over orgaandonatie en deze keuze vast te leggen in het Donorregister. De initiatiefnemers (diverse gezondheidsfondsen en het ministerie van VWS) hopen hiermee het aantal donoren in Nederland te verhogen. 60 Worsteling tussen lust en last
  • 62. “Eigenlijk is beleidsontwikkeling en -agendering (en daar heb je het op rijksniveau veelal over) het minst interessant in relatie tot social media. Social media zijn namelijk extern gedreven en op z’n best als het de burger direct raakt.” Valerie Frissen Op gemeentelijk en provinciaal niveau zet de overheid social media al wel succesvol in. Een voorbeeld hiervan is www.e-spraak.nl waarin gemeenten en provincies open staan voor suggesties van burgers op het gebied van ruimtelijke ordeningsplannen. Momenteel blijken de aanstaande bezuinigingen een onderwerp waarover burgers graag meedenken. Er zijn diverse sites39, bijvoorbeeld waarop de (lokale) overheid aan burgers vraagt om mee te denken, sites die tips geven aan onderhandelaars in de gemeenteraad of die informatie aanbieden aan burgers die willen weten hoe het zit. Toen de Telegraaf in april 2010 haar bezoekers keuzemogelijkheden voor bezuinigingen voorlegde, hadden 27.000 mensen binnen een dag gereageerd. Met een duidelijke mening40: bezuinig op ontwikkelingssamenwerking, hef ministeries, provincies en waterschappen op, breng het aantal gemeenten terug van 430 naar 25 en voer de dienstplicht opnieuw in. Social media is te gebruiken als thermometer in de maatschappij. Uri Rosenthal Ook zonder een actieve rol van de rijksoverheid op social media zelf, zijn social media voor de rijksoverheid van belang in relatie tot beleidsagendering. De onderwerpen op social media zijn immers het maatschappelijke debat. Door monitoring kan de rijksoverheid in de gaten worden gehouden wat er leeft. Bij een consistente en professionele monitoring kondigen windows of opportunity zich zichtbaar aan. Door als overheid op het juiste moment met de goede woorden de juiste kristallisatiekernen in te brengen in het maatschappelijk debat, kan gebruik worden gemaakt van de agenderende kracht van social media. Dit vraagt van de rijksoverheid een pro-actieve rol in het monitoren en een reactieve rol in het agenderingsdebat. Wij noemen dit een preactieve rijksoverheid. Wij menen dat monitoring ten behoeve van beleidsagendering vooral van belang en toepasbaar is voor beleidsproblemen die zich in de kwadranten bevinden waar nog geen consensus is over de maatstaven. Lasten Het gevaar van een push-button democracy (‘U vraagt - wij draaien’) ligt met grootschalige toepassing van social media op de loer; een rijksoverheid die niet stuurt vanuit gezag en vertrouwenwekkendheid, maar volgzaam meewaait op politiek activisme om maar zo snel mogelijk problemen op te lossen. Dit vraagt van de overheid des te meer dat zij haar rol overweegt. Daarbij hoort ook het consequent afwegen van verschillende belangen en vasthouden aan een helder systeem van checks and balances tussen de verschillende overheidsorganen. Rijksoverheid en beleid 61
  • 63. Een actieve rol van de rijksoverheid in het agenderingsdebat zou kunnen worden uitgelegd als beïnvloeding of zelfs propaganda. Dit bedoelen wij uitdrukkelijk niet; de overheid is oprecht geïnteresseerd in het maatschappelijke debat dat onder andere op social media wordt gevoerd en levert op het juiste moment input om de kwestie en mogelijke oplossingsrichtingen scherp te krijgen. Daarbij staat niet het resultaat vast, de discussie laat zich immers niet sturen. De kans op een geslaagde agendering neemt toe door op het juiste moment te agenderen met woorden die de burger zelf al gebruikte. Hierdoor zal hij zich eerder aangesproken voelen. 6.2.2 Social media en beleidsontwikkeling; tussen risico en kans Beleidsontwikkeling gaat over de daadwerkelijke ontwikkeling van beleid en programma’s zodra vanuit beleidsagendering duidelijk is geworden dat het gesignaleerde probleem opgelost moet worden. In de jaarlijkse E-readiness rankings onderzocht The Economist in 2009 70 landen. Nederland heeft samen met Denemarken gemiddeld de meeste breedband internetaansluitingen. Maar, als het gaat om e-participatie scoort Nederland minder hoog (plaats 14); in onder andere Denemarken, Zweden, Noorwegen, Verenigde Staten, Zuid-Korea, Japan en Frankrijk nemen burgers meer deel aan het proces van beleidsontwikkeling. Lusten www.internetconsultatie.nl Rijksbreed wordt er geëxperimenteerd met www.internetconsultatie.nl bij wetgeving in voorbereiding. Alle ministeries bieden tenminste 10% van hun voorstellen voor nieuwe wet- en regelgeving ter consultatie aan op deze website. Tot nog toe zijn er over 12 wetgevingsvoorstellen consultaties gehouden. De meest in het oog sprin- gende consultatie is die rond de voorgestelde verhoging van de AOW-leeftijd. Dit leverde 5 reacties van bedrijven en 33 reacties van burgers op (het hoogste aantal reacties tot nog toe). Deze reacties zijn veelal zeer persoonlijk van aard, bijvoor- beeld: “Ik ben geboren in 1958. Ik werk van mijn 15de jaar, altijd zwaar werk (bouwvakker) Niet te geloven dat ik dit tot mijn 67 jaar moet doen. Nu nog 16 jaar werken en dan maar hopen dat je werkgever je niet ontslaat tegen dat je eindelijk aangepast werk aangeboden zou moeten krijgen.(niet te geloven wat een kabinet). Ik wou dat het nu maar verkiezingen waren, dan zouden ze er zwaar op afgerekend worden, reken maar!!!!!!!!!!” Op 15 april 2010 laat het kabinet weten dat het goede notie neemt van de ingebrachte suggesties, maar dat ‘de Tweede Kamer heeft bepaald dat dit een controversieel onderwerp is.’ Het voorstel dat tot geen enkele respons leidde was een internetconsultatie van het ministerie van Justitie. Deze consultatie had betrekking op “het vrijstellen van eenvoudige verwerkingen van persoonsgegevens van de verplichting om die verwerking aan te melden bij het College bescherming persoonsgegevens”. Een zeer matige uitleg van het doel van de consultatie en vooral juridisch taalgebruik hebben mogelijke respondenten afgeschrikt. Ook zullen burgers niet snel inzien welk belang zij hebben bij deze regeling. Het is van belang dit experiment met internetconsultatie bij wetgeving in voorbereiding te evalueren waarbij wordt gekeken voor welk soort beleid het een toegevoegde waarde heeft gehad. 62 Worsteling tussen lust en last
  • 64. Crowdsourcing Social media maken het mogelijk op een ongekende schaal informatie en kennis te vergaren door gebruik te maken van crowdsourcing (veel participanten) en het principe van wisdom of the crowds (velen weten meer dan één en bovendien wordt - onder voorwaarden - een goede kwaliteit kennis geleverd). TNO concludeert dat het aantal toepassingen van crowdsourcing in de publieke sector toeneemt (TNO, 2009). Het is een belangrijk alternatief voor de expert benadering, juist omdat er veel stakeholders en veel tegenstrijdige belangen zijn. Brabham (2009) komt tot de conclusie dat een crowdsourcing model, ontwikkeld voor bedrijven ook kan worden toegepast ten behoeve van burgerparticipatie in openbare planningsprojecten. Stichting Toekomstbeeld der Techniek (Kreijveld, 2009) onderzoekt momenteel het thema crowdsourcing in relatie tot complexe besluitvorming. Crowdsourcing heeft dus alle aandacht en lijkt op voorhand een kansrijke manier om het maatschappelijk kennispotentieel te benutten. Open government Australië is een voorbeeld van een land dat klaar is voor Overheid 2.0 en toe wil naar een ‘open government’41. Als het parlement de plannen goedkeurt, gaan burgers over beleid geraadpleegd worden via internetplatforms. Ambtenaren zullen worden gestimuleerd deel te nemen aan online discussies en overheidsinformatie wordt, voor zover privacy en geheimhouding dat toelaten, digitaal beschikbaar gesteld. Australië maakt zo een bewuste keuze de overheid 2.0 in te richten en voor openheid te kiezen. Volgens Huijboom heeft het open, informele karakter en de gelijkwaardigheid op social media een sociaal-culturele impact: deelnemers aan een 2.0 beleidsdebat worden gewaardeerd vanwege hun kennis en niet vanwege status of senioriteit (Huijboom, 2009). De mogelijkheid om als rijksoverheid social media te gebruiken, hangt wat ons be- treft af van het soort beleidsprobleem: · Indien er voldoende consensus is over de maatstaven kunnen social media inge- zet worden voor het verwerven van kennis; · Indien die kennis wel aanwezig is en het probleem te kenmerken is als een oplosbaar probleem, is e-participatie een optie. De overheid zou zelfs meer fa- cilitator kunnen zijn in plaats van ontwikkelaar en belanghebbenden kunnen betrekken. Bij het toepassen van selectie op binnengekomen reacties moet de verantwoordelijk beleidsmedewerker oppassen voor het toepassen van zijn eigen (mogelijk beperkende) referentiekader; · Als er echter nog onvoldoende consensus is over de maatstaven (zie bovenstaan- de reactie van een teleurgestelde burger) is het een risico om social media te be- nutten. Immers de discussie zal zich dan vooral op de maatstaven richten. Kortom, wij zijn van oordeel dat op social media een echte discussie te voeren is en ook al wordt gevoerd. Met name op het lokale overheidsniveau zijn er goede voorbeelden van publieke discussies via social media die leiden tot een concreet voorstel voor verdeling van middelen voor de inrichting van een woonwijk. De rijksoverheid zou hiermee haar voordeel kunnen doen. Rijksoverheid en beleid 63
  • 65. Lasten Is een diepgaande discussie op basis van argumenten wel mogelijk via social me- dia? Diverse gesprekspartners - en dan met name overheidsfunctionarissen - wa- ren hierover overwegend sceptisch. Social media zou niet toereikend zijn vanwege het volatiele karakter en de beperkingen van de vorm (op Twitter kun je maar met 140 tekens werken). Wij zetten daar op basis van onze waarnemingen het volgende tegenover. Ten eerste vervangen social media niet de reguliere debatten, ze zijn er een aanvulling op. Ten tweede kennen social media diverse verschijningsvormen, zodanig onderscheidend dat een duiding ‘vluchtig’ of ‘beperkte vorm’ niet van toepassing mag worden verklaard op alle social media. Verschillende social media kennen verschillende toepassingen; op een discussieforum nemen mensen de tijd om te reageren, op Twitter plaats je snel een bericht. Ten derde hoeft zelfs de vorm niet beperkend te zijn. IBM, één van onze gesprekspart- ners, geeft aan dat het analyseren van virtuele discussies ontzettend veel informa- tie oplevert. Niet alleen over de inhoudelijke onderwerpen, maar ook de manier en momenten waarop mensen op elkaar reageren, welke woorden de discussie aanzwen- gelen, welke relaties er gedurende de discussie tussen gesprekspartners ontstaan, en welke spelers er in de discussie echt toe doen. Zo organiseerde IBM in februari 2010 in opdracht van de NAVO een Security Jam (www.securityjam.org) waarbij gedurende 10 sessies in 3 dagen 4.000 mensen (gewone internetgebruikers!) zich kon mengen in een discussie over veiligheid. Ten vierde speelt bij informatievraagstukken altijd de kwestie van selectie. Regulier is dat een taak van de beleidsmedewerker, die vanuit zijn kennis en ervaring bepaalt welke onderwerpen en discussies relevant zijn. De hiervoor genoemde technische ondersteuning bij de Security Jam is van een heel andere aard; er worden verbanden gelegd op basis van algoritmes en statistieken. Wij zijn de mening toegedaan dat deze vormen elkaar aanvullen. 6.2.3 Social media en beleidsuitvoering; onzichtbare rijksoverheid Bij beleidsuitvoering gaat het om de daadwerkelijke realisatie van het vastgestelde beleid. Vaak zijn hier aparte uitvoeringsorganisaties voor in het leven geroepen, soms op grotere afstand van het departement waar het beleid ontwikkeld is. Lusten Zoals crowdsourcing goed toepasbaar blijkt in de beleidsontwikkeling (zie paragraaf 6.3), is dat ook het geval in de beleidsuitvoering. De website www.wijbouweneenwijk. nl is een voorbeeld van beleidsuitvoering door een internetcommunity waarin omwonenden, geïnteresseerden en deskundigen samen een nieuwe woonwijk ontwerpen waarbij innovatie en duurzaamheid voorop staan. Het gaat ook om architectuur, techniek, duurzaamheid, financieren en beheren. Op vrijwel alle onderwerpen worden ideeën en concepten gepost. De inwoners zijn duidelijk aanwezig op de site. Zij hebben er als geen ander belang bij invloed uit te oefenen op de totstandkoming van de nieuwe wijk. Wij denken dat het belang dat zij erbij hebben, daarvoor een belangrijke reden is. 64 Worsteling tussen lust en last
  • 66. De rijksoverheid zou social media kunnen benutten bij de uitvoering van het beleid door middels crowdsourcing bijvoorbeeld burgers te vragen daadwerkelijk delen van overheidsopdrachten uit te voeren. Betaling zou volgens Aslander heel eenvoudig kunnen worden georganiseerd: “Ik lever mijn diensten in ruil voor een parkeervergunning”. Lasten De rijksoverheid acteert overwegend op strategisch beleidsniveau. Dit betekent in het algemeen dat het de burger niet direct raakt. Daarom is op rijksniveau de toepassing van onder andere crowdsourcing waarschijnlijk minder goed mogelijk dan door regionale en vooral lokale overheden. De overheid loopt in deze fase bovendien het risico om meer geleid te worden door de ideeën die van buitenaf worden opgelegd, dan zelf te sturen. Wij noemen dit een push-button democracy. 6.2.4 Social media en beleidshandhaving; reeds aanwezig met risico Bij handhaving gaat het om controle van de juiste uitvoering van het beleid en daarbij ook handhavend optreden indien de grenzen van het beleid worden overschreden. Instanties zoals politie, brandweer en bijzondere opsporingsambtenaren hebben veelal specifieke wettelijke bevoegdheden om handhavend op te treden. Lusten Vanuit de maatschappij zijn er diverse sites geïnitieerd waar wordt bijgehouden hoe bepaalde ziekenhuizen en scholen presteren. En bewoners die last hebben van vliegtuiglawaai presenteren de feitelijke meetgegevens op de site www.geluidsnet. nl. Dit is vergelijkbaar met www.sensornet.nl dat zich bezig houdt met concrete geluidsmeting bij dancefeesten en racecircuits. Ook Amber Alert (waarschuwings- systeem bij urgente kindervermissingen en –ontvoeringen) is een privaat initiatief dat is overgedragen aan de politie. Sinds april 2010 kan op Twitter aan de gemeente melding worden gedaan over zwerfvuil. De gemeente komt vervolgens het zwerfvuil ophalen. Op YouTube worden inmiddels ook in Nederland misstanden in de steden onder de aandacht gebracht. Deze initiatieven hebben een bepaalde vorm van zelf- handhaving en toezicht door burgers en belanghebbenden in zich. Via www.burgerforum.nl betreft het Openbaar Ministerie burgers, brancheverenigin- gen en maatschappelijke organisaties bij het bepalen van de strafeisen. Justitie wil zo de gevoelens in de samenleving laten meewegen. Na kleinschalige experimenten wil het Openbaar Ministerie ongeveer 250 burgers en organisaties permanent via internet kunnen raadplegen over de strafeisen tegen veelplegers en recidivisten en de strafeisen voor geweldsmisdrijven en mishandelingen. De mening van de burgers is belangrijk, maar niet doorslaggevend. Het is de bedoeling de strafeisen zo veel moge- lijk overeen te laten komen met de opvattingen die leven in de samenleving. Een mooi voorbeeld van democratisering van de strafbepaling. Maar ook buiten de overheid om worden vergelijkbare initiatieven in gang gezet; de website www.e-court.nl promoot zichzelf als hoogwaardig en voorspelbaar alternatief voor de rechtbank. Rijksoverheid en beleid 65
  • 67. Vallez42 denkt dat social media een grote verandering zullen betekenen voor handhavingsprocessen. Diverse politietaken43 kunnen via social media worden uitgevoerd: logboek blogs, digitale opsporing, anonieme e-tipgevers, social media inval, volgen van misdadigers via social media, en tracking en informeren via Twitter. In april 2010 is in de Verenigde Staten de eerste conferentie rond social media en handhaving georganiseerd, met de afkorting SMILE (Social Media In Law Enforcement). Handhaving van beleid door social media is in binnen- als buitenland al succesvol. Wij concluderen dat social media in dit deel van de beleidscyclus al veel betekenen en verwachten dat deze ontwikkeling zich voort zal zetten. Lasten Zoals opgemerkt in paragraaf 4.2.1 moet worden bedacht dat het overnemen van overheidstaken door burgers niet zonder meer mogelijk is vanwege een verschil in posities tussen overheid en burger. Het kan niet zo zijn dat de burger wel tegen de overheid is beschermd, maar niet tegen zijn medeburger. 6.2.5 Social media en beleidsevaluatie; nog onbenutte mogelijkheden Beleidsevaluatie heeft als doel om na te gaan of het vastgestelde beleid daadwerkelijk ervoor gezorgd heeft dat het gesignaleerde probleem is opgelost. Vaak vindt naar aanleiding van de evaluatie bijstelling van het beleid plaats. Soms leidt het tot het beëindigen van het beleid. Lusten In Nederland is er slechts een beperkt aantal initiatieven als het gaat om beleidsevalu- atie (toezichthoudersrol) via social media. Een succesvol voorbeeld van beïnvloeding is de webcommunity www.wijvertrouwenstemcomputersniet.nl, een verband van mensen die tegen stemcomputers zijn omdat er op geen enkele manier te controleren is of de stemmen eerlijk geteld worden. Zij zetten hun actie kracht bij door middel van de lange namenlijst van betrokken burgers en de opmerking, te beschikken over hooggeplaatste anonieme informanten bij ministeries en fabrikanten. In de Verenigde Staten van Amerika vraagt president Obama de burgers via www. recovery.gov hem te helpen in de controle of geld van de rijksoverheid wel goed wordt besteed. Op een speciale website kan de burger foto’s en tekst achterlaten. Crowdsour- cing wordt zo slim gebruikt om te weten te komen wat er leeft onder de burgers en de burger bij overheidshandelen te betrekken. In ‘t Veld44 stelt dat de aankomende bezuinigingen van de overheid vragen om een actief communicatie- en argumentatieproces over een herontwerp van publieke voorzieningen. De burger zou hier een actieve rol in moeten krijgen. Aan de hand van een voorbeeld (particulier onderwijs) zou volgens In ‘t Veld het volgende moeten gebeuren om burgerparticipatie mogelijk te maken: 1. als de burger meer moet gaan betalen, dan zal hij ook meer zeggenschap moeten krijgen, 2. door introductie van een vouchersysteem moet zeggenschap niet te afhankelijk raken van individuele koopkracht, en 3. echte betrokkenheid van betrokken groepen is 66 Worsteling tussen lust en last
  • 68. vereist om de overeengekomen innovaties ook daadwerkelijk te realiseren. Voor wat betreft de evaluatie van het beleid denken wij dat de rijksoverheid social media beter zou kunnen benutten. Lasten De rijksoverheid zou diverse social media toepassingen zoals crowdsourcing (wat vindt men er van?) en webmonitoring (wordt er überhaupt over gesproken?) kunnen gebruiken om te achterhalen of het beleid werkt of is uitgewerkt. Daarbij geldt dat de rijksoverheid geëquipeerd moet zijn om reacties ook daadwerkelijk te kunnen verwerken. Wat doet de overheid als er tienduizenden reacties binnenkomen? De rijksoverheid zal zich derhalve voortdurend moeten bezinnen op welke onderwerpen, op welk moment en op welke wijze social media worden ingezet. 6.3 De verschillende rollen van de burger in de beleidscyclus TNO (Frissen, 2008) legt de volgende relatie tussen de beleidscyclus, de kern van de relatie tussen overheid en burger en de rol van de burger: ‘Public value’ domein Kern van de relatie tussen Rol burger overheid en burger Agendering van beleid Democratie Citoyen Uitvoering van beleid Dienstverlening Klant Handhaving van beleid Surveillance/repressive Subject Toezicht op beleid Rekenschap/verantwoording Waakhond Door het gebruik van social media krijgt de burger in de waardeketen een meer actieve waardetoevoegende en soms zelfs regisserende rol. De burger krijgt meerdere rollen, aldus V. Frissen. Web 2.0 geeft burgers zelfs de mogelijkheid om rollen deels van de overheid over te nemen en zo zelf tot waardecreatie te komen in het publieke domein. Als de regie verschuift naar burgers en waardecreatie vaker van onderop vorm krijgt, noopt dat de overheid tot een serieuze herbezinning op haar kerntaken, op de kansen en risico’s die een dergelijke verschuiving met zich meebrengt en op de vormgeving van checks and balances. Er is sprake van een andere verhouding en andere machtsbalans tussen overheid en burgers, en in sommige gevallen van omkering van rollen: we kunnen dit zien als een ontwikkeling in de richting van een ‘user generated state’. Ofwel, de ontwikkeling naar een overheid die werkt met bijdragen van de gebruikers. De burger is niet langer alleen onderdaan, klant en burger die zich laat vertegenwoordigen. Hoe zich dit verhoudt tot de waarden van de rijksoverheid staat in hoofdstuk 4. Rijksoverheid en beleid 67
  • 69. 68 Worsteling tussen lust en last
  • 70. 7 Rijksoverheid en communicatie Om de huidige reactie van de rijksoverheid op de opkomst van social media te begrijpen, gaan wij kort in op de geschiedenis van het mediabeleid door de rijksoverheid en maken een verdieping in de gevolgen van de Oekaze-Kok. 7.1 Geschiedenis van mediabeleid bij de rijksoverheid Overheidsvoorlichting in Nederland verkeert sinds de Tweede Wereldoorlog in een proces van institutionalisering en professionalisering45. Er is sprake van een lijn van ‘passieve voorlichting’ naar interactie. Hoe kan de overgang van ‘overheidsvoorlichting’ naar ‘overheidscommunicatie’ in historisch perspectief worden geplaatst? Mediabeleid: van ‘open en passief’ … In navolging van de verzetskranten (en de daarop gebaseerde nieuwsbladen) ziet kabinet Schermerhorn een wekelijkse overheidskrant als belangrijk instrument om de naoorlogse maatregelen actief toe te lichten. De Rijksvoorlichtingsdienst en de Voorlichtingsraad, bestaande uit de perschefs van de departementen, dragen hiervoor zorg. Bang voor propaganda zien het parlement en ook de journalistiek een overheidskrant niet zitten. De Adviescommissie Overheidsbeleid inzake Voorlichting vindt dat overheidsvoorlichting ‘open en passief’ moet zijn. De Rijksvoorlichtingskrant Commentaar sterft een snelle dood. Openheid blijkt in de naoorlogse jaren niet zo vanzelfsprekend; voorbeelden van een teveel aan openheid (geheime overheidsvoornemens lekken vaak uit) en een te geringe openheid (de Greet Hofmans-affaire wordt op verzoek van de overheid door de kranten verzwegen terwijl de buitenlandse kranten verslag doen) laten zien dat overheid en media zoekende zijn naar elkaars rol. … naar schijnbare openbaarheid … Met de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB, in 1968 ingevoerd naar aanleiding van de commissie Heroriëntatie Overheidsvoorlichting) krijgt de burger informatierecht en de overheid een informatieplicht. Openbaarheid van informatie wordt beschouwd als een belangrijke voorwaarde om burgerparticipatie bij beleid een plek te geven. Hiermee worden de eerste stappen gezet voor gedragsbeïnvloedende voorlichting uitsluitend als het gaat om aanvaard beleid. Ongewenste neveneffecten blijven niet uit; openheid leidt tot geslotenheid. Geen raad wetend met de zo wenselijke openheid, lijkt de overheid de WOB vooral toe te passen om informatieverstrekking te weigeren. De oorzaak is dat de media vaak alleen het falen en het conflict nieuwswaardig vinden. Goed nieuws is géén nieuws. Het dienen van het ’algemene belang’ en de ‘publieke zaak’ komt door de commercialisering van de journalistiek steeds meer onder druk te staan. De rol van de media als waakhond die toezicht houdt op het beleid (zie ook de machtenparade in 3.2) krijgt een andere betekenis en invulling. Rijksoverheid en communicatie 69
  • 71. … via beleidsmatige inzet … De werkgroep Heroverweging Voorlichting Rijksoverheid introduceert in 1984 het begrip ‘voorlichting als beleidsinstrument’. Voorlichting moet onder meer bijdragen aan een veranderende houding. Uiteraard geldt dit alleen voor ‘aanvaard beleid’.46 De Voorlichtingsraad baseert hierop de ‘principia in de overheidsvoorlichting’.47 … en Oekaze Kok … In 1998 worden op initiatief van minister-president Kok de aanwijzingen externe contacten rijksambtenaren uitgevaardigd die het directe contact tussen ambtena- ren en de volksvertegenwoordigers beperkt met een vergaand effect. In de praktijk betekent dit een krampachtige omgang tussen ambtenaren en Kamerleden en bur- gers. Hierover meer in 7.2. … naar publieksvertrouwen In 2001 spreekt de Commissie Toekomst Overheidscommunicatie onder leiding van Wallage over ‘de slag om het publiekvertrouwen’. De commissie adviseert vanaf het moment dat beleid vorm aanneemt te communiceren en burgers hierbij interactief te betrekken. De informatie moet feitelijk van aard en zakelijk van toon zijn. De inhoud van het beleid, niet de bestuurder, moet centraal staan en de communica- tie moet in redelijke verhouding staan tot wat anderen doen. De principia worden omgezet naar ‘uitgangspunten overheidscommunicatie’ (Rijksvoorlichtingsdienst, 2004). Concluderend zien wij het discours veranderen van voorlichting (eenrichtings- verkeer) naar communicatie, interactie en dialoog (tweerichtingsverkeer). Dit lijkt goed aan te sluiten bij de principes van social media. 7.2 Communicatie met burgers: Oekaze-Kok belemmert Het spook van Oekaze-Kok waard nog steeds rond in de politiek bestuurlijke Haagse stolp. Kok’s aanwijzingen beperken het directe contact tussen ambtenaren en de vertegenwoordigers van het volk. Verdergaand regelt de oekaze dat het contact tus- sen ambtenaren en parlementariërs zoveel mogelijk verloopt in aanwezigheid van de minister. De vertegenwoordigers van het volk worden op deze wijze gescheiden van de vierde macht (de ambtenaren). Hoe staat dit in verhouding met de visie van de overheid dat de rijksoverheid meer in contact moet staan met de maatschappij? Uit gesprekken tussen de ambtelijke top van het Rijk en Kamerleden48 blijkt dat meerdere Kamerleden voor een andere omgang met ambtenaren zijn. Kamerlid Spies (CDA): “Juist omdat de burger ons als één overheid ziet, is het nodig dat er meer begrip tussen ambtenaar en Kamerleden groeit.” En Kamerlid Van der Ham (D66): “De oekaze van Kok moet worden afgeschaft. In de praktijk zijn er ook allerlei contacten. Ik ken genoeg D66’ers in de ambtenarij die zelf politiek actief zijn. Laat het dus maar los en maak het transparant.” Ook tijdens de onderzoeksinterviews zeggen verschillende (top)ambtenaren veelal informeel contact te hebben met par- lementariërs en ze vinden de Oekaze dan ook niet meer van deze tijd. 70 Worsteling tussen lust en last
  • 72. 7.2.1 Enkele aanwijzingen uit de Oekaze Om de betekenis van de Oekaze beter te kunnen duiden, eerst enkele fragmenten uit de ‘Aanwijzingen externe contacten rijksambtenaren’: Aanwijzing 3: Op alle verzoeken vanwege een van beide kamers der Staten- Generaal om schriftelijke of mondelinge contacten met ambtenaren beslist de minister onder wie zij ressorteren van geval tot geval. De minister kan het gevraagde contact met ambtenaren weigeren. Indien de minister op het verzoek ingaat, wijst hij de ambtenaren aan met wie contact wordt gelegd. Aanwijzing 4: Contacten tussen de Staten-Generaal en ambtenaren in persoon verlopen zoveel mogelijk in aanwezigheid van de minister. Aanwijzing 5: De ambtenaren beperken zich in alle gevallen tijdens het contact met de Staten-Generaal tot het verstrekken van de gevraagde inlichtingen van feitelijke aard. Aanwijzing 11: In de contacten die de ambtenaar in het kader van zijn functievervulling heeft met derden, geeft hij zich rekenschap dat hij als zodanig optreedt namens of ten behoeve van de minister. De toelichting van aanwijzing 3 geeft aan dat er in het algemeen geen rechtstreekse contact plaatsvindt tussen de beide kamers der Staten-Generaal en ambtenaren. De minister is degene die in het Nederlandse staatsbestel van de Staten-Generaal inlichtingen verstrekt en verantwoording aflegt over het gevoerde beleid. 7.2.2 Betekenis voor toepassing van social media De combinatie van aanwijzing 3 met 11 impliceert dat ambtenaren ook niet met burgers mogen discussiëren over gevoerd beleid. In de praktijk wordt dat ook zo ervaren en uitgelegd. Een sprekend voorbeeld is Minister Cramer die aandacht vraagt voor chattende ambtenaren. In de Volkskrant van 5 december 2009 roept Minister Cramer van VROM op om ambtenaren mee te laten doen aan chats en discussies op internet. “Dankzij internet zijn mensen veel mondiger geworden, veel deskundiger.” Daar moet de overheid volgens Cramer mee om leren gaan. “Ik zou het goed vinden als ambtenaren kunnen interveniëren, mee kunnen doen aan chats op internet. Zonder dat zij oordelen over de discussie.” Ministeries krijgen steeds vaker te maken met anticampagnes via internetfora. Recente voorbeelden zijn de protesten tegen de griepinentingen en de kilometerheffing. Op Verkeer en Waterstaat volgen een aantal ambtenaren de fora nauwgezet. Alleen om te analyseren, reageren mag niet. Het idee van Cramer komt tien jaar na de Oekaze-Kok. Hiermee zwengelt Cramer de discussie over ambtenaren en hun aanwezigheid op internet aan. Ze maakt zich zorgen over de burger die naar de ministers kijkt alsof ‘wij een elitekorps vormen’. De minister wil voorkomen dat er een ‘lekencircuit’ ontstaat tegenover ‘een bestuurderscircuit’. “Leken bestaan niet meer, die hebben veel kennis. We leven in het internettijdperk”, aldus Cramer in de Volkskrant. De gevolgen - een groeiende argwaan jegens de overheid - zijn weg te nemen door ambtenaren actief deel te laten nemen aan discussies op webfora. De minister heeft met haar analyse de discussie over ambtenaren en internet ‘op de kaart Rijksoverheid en communicatie 71
  • 73. gezet’, stelt Anne-Marie Stordiau, directeur Voorlichting bij het ministerie van Justitie in het blad PM49 dat op 18 december 2009 kopt: “Chattende ambtenaar kan zonder Oekaze-Kok”. Zij vindt het een belangrijk onderwerp: hoe gaan we met nieuwe media om en wat zijn de consequenties? Ook Cramers eigen algemeen directeur Communicatie Sicco Louw ziet dat nieuwe media de communicatiewereld veranderen. De huidige communicatieregels voor ambtenaren zijn opgesteld in een tijd dat de context veel overzichtelijker was, zegt hij. Maar de wereld is niet meer zo overzichtelijk. De burger is eigenlijk ook journalist, die op zijn eigen Hyves-pagina berichten kan plaatsen. De mondige burger wil gehoord worden en de mogelijkheden om zich te uiten is de laatste jaren enorm toegenomen waarbij social media een belangrijke rol spelen. We hebben al geconstateerd dat social media een impact heeft die door de overheid niet genegeerd kan worden. Debatten via social media die het overheidsbeleid ondermijnen doemen steeds vaker op en trekken de overheid de social media debatten in, of zij nu wil of niet. Ook is er spanning tussen de Oekaze-Kok en het advies van de commissie Wallage, veroorzaakt doordat de commissie adviseert om te communiceren vanaf het moment dat beleid vorm aanneemt en burgers interactief te betrekken. Social media bieden deze interactiviteit maar staan haaks op de Oekaze. Deze spanning en de ontwikkelingen op het gebied van social media vragen om een bewegende rijksoverheid. Een beweging die aansluit op de veranderingen in kennis- en communicatieland en mede zorgt dat de rijksoverheid ook een betrouwbare overheid blijft die niet met alle winden meewaait. Een solide rijksoverheid die de burger veiligheid en zorg biedt en een minimale levensstandaard waarborgt. Een rijksoverheid die in contact is met zijn burgers, bedrijven en maatschappelijk middenveld. En social media zijn daarvoor het aangewezen middel. 7.2.3 Vertrouwen in de rijksambtenaar In 2009 is de handreiking ‘Uitgangspunten online communicatie rijksambtenaren’ opgesteld (Voorlichtingsraad, 2009). De Secretarissen-Generaal lijken verdeeld over de handreiking. Wat ons opvalt is dat de genoemde uitgangspunten een heel hoofdstuk met verwijzingen naar regels bevat. Wij pleiten voor een handreiking ‘online communicatie’ die uitgaat van vertrouwen in de ambtenaar. Wordt het vertrouwen in ambtenaren beschaamd, dan gelden er altijd nog de regels in het Algemeen Rijksambtenarenreglement (Artikel 50, lid 1) en de Ambtenarenwet (artikel 2, artikel 125a, eerste, tweede en derde lid en artikel 134). 72 Worsteling tussen lust en last
  • 74. Rijksoverheid en communicatie 73
  • 75. 74 Worsteling tussen lust en last
  • 76. 8 Huidig gebruik social media door de rijksoverheid De wijze waarop de rijksoverheid momenteel omgaat met social media komt in dit hoofdstuk aan de orde. Dit hoofdstuk heeft overwegend een beschrijvend karakter. In de voorgaande hoofdstukken zijn social media en de betekenis voor de rijksoverheid in beeld gebracht. Door de uitkomsten van dit hoofdstuk daar tegen af te zetten, wordt duidelijk waar volgens ons de uitdagingen voor de rijksoverheid liggen. De opkomst van internet en web 2.0 in het bijzonder hebben voor een nieuwe dynamiek in het medialandschap gezorgd. Het RVD-rapport Ondertussen … online (Rohde, 2009) is een eerste aanzet om binnen de communicatiediscipline van de rijksoverheid het veranderd medialandschap blijvend op de agenda te zetten. Bij het zoeken naar passende communicatiestrategieën voor de rijksoverheid worden vier uitdagingen te onderscheiden: 1. het optimaliseren van overheidswebsites, het beperken van virtuele verwarring en het voorkomen van information overload; 2. het realiseren dat de departementale site minder belangrijk wordt als bestemmingsite en dat de rijksoverheid op zoek moet gaan naar de broedplekken van de participerende informatiemaatschappij, zoals blogs en communities; 3. het inzetten op verandering omdat de communicatieprofessional niet langer de zender is die heerst, maar manager, facilitator en de antenne wordt van digitale conversaties. Dit houdt onder meer in dat deze ‘conversatiemanagers’ moeten zorgen voor reputatiemanagement door webcare-management; 4. het mobiliseren en activeren van kennis van ‘buiten’. Vraag de buitenwereld een concreet probleem op te lossen en schrijf tevens een gebruikshandleiding voor ambtenaren over de omgangsvormen binnen de sociale media. 8.1 Overheid 2.0 Overheid 2.0 is een platform van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties waar gebruikers kunnen samenwerken op een gemeenschappelijke werkruimte met behulp van web 2.0 widgets (toepassingen). Denk daarbij aan wiki’s, een technische vorm die het mogelijk maakt dat verschillende personen samen iets produceren. In principe kan iedereen redacteur zijn en niet alleen de ‘gecertificeerde’ expert. Ambtenaren kunnen elkaar over organisatiegrenzen heen inschakelen en rond concrete vraagstukken ook externe kennis (bijvoorbeeld van burgers!) vragen. De begrenzing van beleidsontwikkeling en de omliggende domeinen en actoren vervaagt hierdoor, het wordt als het ware vloeibaar (Van Twist, 2009). Huidig gebruik social media door de rijksoverheid 75
  • 77. 8.2 Ambtenaar voor de toekomst Vanuit het programma Vernieuwing Rijksdienst (VRD) wordt onderzocht aan welke eisen de ambtenaar voor de toekomst (2020) dient te voldoen. Het onderliggende concept is dat problemen niet langer door de rijksoverheid worden opgeëist en onteigend, maar worden opgelost op de plek waar en door de partijen waarvoor ze een probleem zijn. Bij de Ambtenaar voor de Toekomst staat de inhoudelijke thematiek centraal en niet de grenzen van departementen. Daarbij wordt gewerkt in hubs, knooppunten van netwerken, plekken waar een consortium van overheden, bedrijven, universiteiten en maatschappelijke instellingen en individuele professionals gezamenlijk werken aan oplossingen. Het consortium maakt zichzelf verantwoordelijk voor zowel het maken van beleid als de uitvoering ervan. Relevante kennis, ervaring en middelen, worden ook van buiten de geëigende en geïnstitutionaliseerde domeinen ingebracht. In de hubs is in zekere mate sprake van wat Van Twist, de ‘democratisering van kennis voor beleid’ noemen; kennismonopolies worden opengebroken, waarbij er ruimte ontstaat voor andere partijen dan de beleidsexperts of professionals. “De tijd van eenzaam broeden op een beleidsvoornemen door beleidsmakers is voorbij. We moeten de kennis ook van buiten halen” aldus Sicco Louw, directeur communicatie bij VROM “en social media zijn hier een van de kanalen voor”. Denk daarbij aan crowdsourcing, burgerfora, user generated media, wiki- wijsheid, netwerkconstructies zoals innovatieplatforms, open innovatie, etc. De eerder genoemde hub is daarmee een nieuwe variant van wat er nu al gebeurt in commissies, conventies of taskforces. 8.3 Ambtenaar 2.0 Vanuit het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) is het ge- bruik van social media door de rijksoverheid geïnitieerd middels het programma Ambtenaar 2.0. Inmiddels maakt het programma onderdeel uit van de Vernieuwing Rijksdienst. Het gebruik van web 2.0 wordt verkend en geïntroduceerd bij de mi- nisteries, tussen ministeries en ook in ambtelijke kringen buiten de rijksoverheid. Ambtenaar 2.0 is een netwerk en een platform van mensen die de gevolgen van web 2.0 voor de overheid willen onderzoeken en onder de aandacht brengen. De boeken Ambtenaar 2.0 werken vanuit het idee dat de kloof tussen burger en over- heid kan worden overbrugd door web 2.0. De site van ambtenaar 2.0 is open en ook door anderen dan ambtenaren te benaderen. Grenzen vervagen. Programmaleider Van Berlo is een fervent voorstander van het gebruik van social media door de overheid en ziet onbegrensde mogelijkheden. Hij inspireert ambte- naren tot het werken 2.0 en maakt de web 2.0-tools toegankelijk. De ambtenaar die gebruik maakt van social media is wat ons betreft in een te klein confectiepak ge- stoken als het om middelen gaat waarmee interdepartementaal en extern kan wor- den samengewerkt. De ambtenaar 2.0 blijkt met het oog op optimale samenwerking en communicatie helemaal niet strikt afhankelijk te zijn van overheidsapplicaties. De web 2.0-tools op internet zijn gratis beschikbaar waarbij de nieuwste technie- ken en software gebruikt wordt. Net zo gemakkelijk wordt informatie verzameld 76 Worsteling tussen lust en last
  • 78. via Google of Netvibes, wordt een eigen social netwerksite aangemaakt op Ning en worden tekstdocumenten gezamenlijk en tegelijkertijd geredigeerd in Google-docs. De overheidsorganisatie als werkplek blijkt dus niet randvoorwaardelijk voor een functionerende ambtenaar. Social media maken dat mogelijk. Roel Bekker, secretaris-generaal Vernieuwing Rijksdienst is iets gematigder in zijn opvatting. “Social media spelen zich af in de marge van grotere maatschappelijke ontwikkelingen en is ten principale niet veel anders dan eerdere ontwikkelingen zoals introductie van tv, internet, personal computer en de mobiele telefoon” aldus Bekker. “Social media zijn nog geen essentieel aangrijpingspunt voor antwoorden. De fase van serieuze toepassingen moet nog komen. Natuurlijk is het wel belangrijk dat je het gebruik van social media als overheid volgt.” 8.3.1 Monitoring en webcare Webcare is het proactief deelnemen aan online discussies om daarmee klachten op te lossen en gebruikers van informatie te voorzien. Het doel van webcare is om schade beperkt te houden door negatieve berichtgeving te reduceren en nuanceren. Hiermee is het als het ware een reputatie- en PR instrument. Bij monitoring worden relevante discussies en nieuws beluisterd om inzicht te krijgen in trends en sentimenten. Bedrijven als UPC en T-Mobile doen actief aan ‘brandmonitoring’ op internet om berichten met een negatieve toon te neutralise- ren door de klager tegemoet te komen met juiste informatie en service. Dergelijke brandmonitoring vindt in een experimenteel stadium plaats bij het Ministerie van Justitie. Bredere monitoringstoepassingen op het gebied van specifieke onderwer- pen zijn inmiddels al bij meer departementen georganiseerd en meestal belegd bij de afdeling communicatie. Een bekend onderwerp waarvoor dat geldt, is gezond- heid: griekprik, baarmoederhalskanker, Q-koorts etc. Webcare en webmonitoring zijn bij de departementen in ontwikkeling, zeker na de constatering dat social media vaak het startpunt zijn voor maatschappelijke discus- sies met een snelheid en impact die enkele jaren geleden nog niet was voor te stel- len. De RVD (Rohde, 2009) stelt in de publicatie Ondertussen… online dat webcare- management nog een onontgonnen gebied is voor de rijksoverheid. Rondom monitoring viel ons op dat departementen zich hierin onafhankelijk van elkaar bewegen. Vaak wordt voor de eigen toepassing kennis van buiten ingehuurd. Daarom is het waardevol dat in april 2010 een leernetwerk webmonitoring is gestart door de academie voor overheidscommunicatie, bestemd voor rijksambtenaren die betrokken zijn bij webmonitoring. 8.3.2 Andere 2.0 initiatieven binnen de rijksoverheid Hieronder noemen wij enkele andere 2.0 initiatieven die de reikwijdte illustreren. Burgerlink Op initiatief van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is www.burgerlink.nl gestart, vanuit het idee dat het verbeteren van de dienstver- lening van de overheid en het functioneren van de democratie alleen lukt met inschakeling van burgers. De kerntaken van Burgerlink zijn het bevorderen van ser- vicekwaliteit, het meten van burgertevredenheid en het betrekken van burgers bij Huidig gebruik social media door de rijksoverheid 77
  • 79. het verbeteren van publieke dienstverlening, openbaar bestuur en sociale cohesie door het ontwikkelen van instrumenten voor e-participatie. Petities Voor de beïnvloeding van de beleidsagenda heeft Burgerlink de website www.petities. nl opgezet. Het doel van deze website is om het burgers makkelijk te maken een petitie te starten over onderwerpen die leven in de maatschappij. Sinds juni 2008 is het mogelijk een loket te openen op de website om petities te ontvangen en te be- antwoorden en vervolgens bij een gemeentehuis of de Tweede Kamer aan te bieden. Zie ook 6.2. Ambtenarentweet De tweets van ambtenaren (en politici) worden sinds december 2009 bijgehouden op de website www.ambtenarentweets.nl. De website is een initiatief van ‘De ambte- naar voor de toekomst’. De twitterberichten van enkele honderden ambtenaren zijn hier te volgen. Zelfs op eerste pinksterdag 2010 zijn de ambtenaren actief op Twit- ter! Yammer Yammer is microbloggen (twitteren) binnen een afgeschermde omgeving. Binnen een organisatie worden berichten geplaatst waarop collega’s kunnen reageren. Interne hulpvragen en kennisdeling zouden op deze manier makkelijk op gang moeten kunnen komen. Binnen diverse departementen wordt hiervan gebruik gemaakt. Guus De website www.GUUS.net is sinds 2008 actief op initiatief van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. GUUS is een web 2.0 netwerk gericht op kennisuitwisseling en vitalisering rondom het thema plattelandsontwikkeling. Higherlevel Het ministerie van Economische Zaken financiert het forum www.higherlevel.nl. Dit is een virtuele ontmoetingsplaats (inclusief forum) voor ondernemers en experts die met elkaar willen spreken over innovatie. `De overheid doet haar best om goede voorlich- ting te geven, maar ondernemers zitten vaak met heel andere vraagstukken. Naast wat de overheid voor ondernemers kan betekenen, is het belangrijk om voor de hele ondernemerscyclus, van goed idee tot marktsucces, ondersteuning te bieden.` Huiselijkgeweld Het platform http://www.huiselijkgeweld.nl/ is door het ministerie van Justitie gefi- nancierd en wordt onderhouden door drie vrijwilligers die zelf ook slachtoffer waren van huiselijk geweld. Plaatsvervangend Directeur Voorlichting bij Justitie, Van Rooij, is een groot voorstander van faciliteren in plaats van actieve inmenging in gesprek- ken op platforms. “Het grote voordeel van een faciliterende rol van de overheid in platforms is dat de gebruikers elkaar helpen, dat de weg naar Justitie gemakkelijk is te vinden en dat het relatief goedkoop is. Ook zit je dicht bij de bron als je informatie nodig hebt.” 78 Worsteling tussen lust en last
  • 80. 8.4 Betekenis voor de ambtenaar Het hierboven gegeven overzicht en de voorbeelden in dit hoofdstuk zijn zeker niet limitatief. Het geeft wel een beeld van wat er allemaal ontwikkeld wordt. Veel van de genoemde toepassingen vallen onder de paraplu van de Vernieuwing Rijksdienst waar met initiatieven als Ambtenaar 2.0, ambtenaar voor de toekomst en het nieuwe werken een proeftuin is ingericht. Wij constateren dat het gebruik van web 2.0 zeker nog geen gemeengoed is. Een kleine populatie ambtenaren is er direct bij betrokken en weet elkaar goed te vinden. Toch worden er ook diverse vergelijkbare initiatieven opgestart (bijvoorbeeld ten aanzien van webmonitoring) waarbij onvoldoende van elkaars ervaringen wordt geleerd. Bovendien zijn er soms praktische beperkingen om te kunnen werken met social media. Daarbij gaat het soms om beveiligingsniveaus (ministerie van Defensie, Openbaar Ministerie), maar soms ook om het aantal licenties dat voor een organisatie is afgesloten. Verschillende percepties over nodig geachte bescherming en risicobeheersing spelen hierbij een grote rol. 8.4.1 Lusten Ook ambtenaren hebben te maken met de voordelen die het gebruik van social media biedt. De website Ambtenaar 2.050 meldt hierover onder andere: · efficiënter en interactiever werken bij beleid, uitvoering en inspecties; · samenwerken over organisatiegrenzen heen; · efficiëntere inzet beschikbare kennis; · groter draagvlak voor resultaat. Er is sprake van meer bottom-up initiatieven door de burgers. Dit maakt het werk van de ambtenaren meer en meer relevant. Diverse gesprekspartners vinden interactieve wetgevingsconsultatie (wiki-wetten) wenselijk. En het mooie is; de burger is zelf bereid om het werk te doen. “Een rijksoverheid die zich dan pro-actief opstelt en zelf de regie wil voeren is dom!” meent Enst ten Heuvelhof, hoogleraar bestuurskunde aan de TU Delft. Bovendien is er in toenemende mate transparantie over data die de rijksoverheid hanteert; dit is vertrouwenwekkend richting de maatschappij en biedt bovendien de mogelijkheid tot verbetering en bewerking door derden. Hierdoor ontstaat een betere kwaliteit en een betere toepasbaarheid. Een blog op de website www.ambtenaar20.nl51 bespreekt vijf concrete kansen voor kostenbesparing bij de overheid door de inzet van social media: huisvesting, beter ge- bruik maken van potentieel binnen de overheid, open data, cloud computing en open source software, crowdsourcing en co-creatie. Een oproep op het blog leverde tal van ideeën voor kostenbesparende maatregelen op, dit is hoe 2.0 werkt. In de woorden van Uri Rosenthal bieden social media een uitstekende thermometer van de maatschappij. De informatie over maatschappelijke denkbeelden en zaken die belangrijk worden gevonden, liggen voor het oprapen. Het is aan de overheid om hier adequaat mee om te gaan. Voor de ambtenaar een uitdaging en belangrijke Huidig gebruik social media door de rijksoverheid 79
  • 81. toegevoegde waarde om dit in daden om te zetten. Sietze Dijkstra (IBM) geeft aan dat de technologie dit ondersteunt, met verregaande mogelijkheden tot analyse: “De overheid moet gaan investeren in de analyse van informatie die social media leveren”. Social media bieden ambtelijke organisaties de potentie om doelmatiger beleid te ontwikkelen en uit te voeren. Volgens Dijkstra gaat het dan “klantgericht om ‘one-stop-shop bij overheidsdiensten’ en overheidsbreed om betere doelmatigheid door het kunnen uitwisselen van informatie tussen departementen en overheden”. Juist ambtenaren zijn professionals die gewend zijn aan hiërarchie en daar niet snel aan voorbij zullen gaan. Ze zijn redelijk risicomijdend zijn en weten hoe zij met ministeriële verantwoordelijkheid moeten omgaan. Onder deze populatie professionals is een verantwoorde inzet van social media daarom zonder meer mogelijk en kansrijk. Of zoals Jeroen Sprenger, projectdirecteur Overheidscommunicatie Nieuwe Stijl, ons vertelde: “Het is goed als de informatie eens niet via de minister komt; die is vaker ‘verdacht’.” We kunnen daarbij ook leren van ervaringen elders. De regering in Engeland beveelt het twitteren door ambtenaren aan. Elk departement krijgt het advies dagelijks tussen twee en tien berichten te sturen, mits de bijdragen menselijk en geloofwaardig zijn. 8.4.2 Lasten Ook ambtenaren hebben te maken met risico’s van het gebruik van social media. Zo vermeldt de website Ambtenaar 2.0 verschillende risico’s die bedoeld zijn om een indicatie te geven van de mogelijke gevolgen van het gebruik van web 2.0-diensten: · Het gebruik van de genoemde diensten voor overheidsinformatie brengt grote risico’s met zich mee ten aanzien van integriteit, vertrouwelijkheid en beschikbaarheid; · Het verkrijgen van toegang tot het account niet moeilijk, bijvoorbeeld door het gebruik van een keylogger waarmee aanvallers kunnen meeliften op een geïnfecteerde computer; · Er heeft al een fors aantal aanvallen plaatsgevonden op ‘cloud computing’- diensten; is de inhoud wel echt veilig?; · De (privé)-computer waarop de toepassingen worden gebruikt, staat vaak niet onder beheer van een IT-organisatie. Dit kan kwetsbaar zijn omdat updates niet automatisch meekomen. Er zijn bovendien gevallen bekend dat ambtenaren worden genegeerd of geweigerd tijdens discussie via social media. Blijkbaar ervaren internetgebruiker het meepraten van ambtenaren als een Big brother gevoel. Betere ervaringen zijn er met het inzetten van (ervarings)deskundigen tijdens webdiscussies, zoals bijvoorbeeld een arts. Ook door de overheid opgezette consultaties, waarbij burgers op vaste tijden over een onderwerp met bijvoorbeeld de minister konden praten, bleken succesvol. Ambtenaren zijn nog geen reguliere en geaccepteerde gebruikersgroep op internet. Sterker nog, ze zijn vaak onderwerp van gesprek in kritische blogs. Dit is belangrijk om te beseffen als wordt ingezet op een grotere inzet van ambtenaren op social media. 80 Worsteling tussen lust en last
  • 82. Ook schuilen er risico’s in de gebruiksvoorwaarden van online-diensten. Bijna alle aanbieders houden zich het recht voor de voorwaarden eenzijdig te wijzigen. Sommige voorwaarden bevatten bepalingen waarmee de dienstaanbieder een gebruikerslicentie wordt verleend op alle online geplaatste informatie. Hiermee verliest de gebruiker voor een deel de controle over wat er met zijn informatie gebeurt. Wil de overheid dat laten gebeuren? Valerie Frissen, hoogleraar ICT en sociale verandering aan de Erasmus Universiteit reageert op de hiervoor genoemde blog van Ambtenaar 2.0 over mogelijke kostenbesparingen door de inzet van social media52. Volgens haar is er bij de overheid wel aandacht voor Het Nieuwe Werken en web 2.0, maar dat is allemaal ‘vrij marginaal’. Het initiatief van het netwerk Ambtenaar 2.0 juicht ze toe. Maar Frissen ziet ook nog wel een aantal beren op de weg ten aanzien van de genoemde besparingsmogelijkheden door de inzet van social media. De blog meldt dat de belangrijkste reden voor de overheid om over te gaan op cloud computing de mogelijkheid is om ict-middelen te delen tussen verschillende organisaties. Frissen wijst op de lasten. “Het is de overheid er alles aan gelegen om de veiligheid van alle gegevens te waarborgen. De druk op de overheid is hoog, ze kan het zich niet permitteren dat hiermee iets mis zou gaan, dus zijn er ook veel kosten aan verbonden om de gegevens optimaal te beschermen”. Een andere suggestie die gedaan wordt op de blog is het upgraden van de mobiliteitsbank naar een soort marktplaats voor ambtenaren waarbij men zich kan inschrijven voor een klus of project binnen de overheid. “Maar het vergt natuurlijk wel een fundamentele verandering van de overheidsorganisatie. Het is meer dan even reorganiseren met een 2.0-tooltje.”, aldus Frissen. Verandering in cultuur is nu eenmaal niet in één dag te realiseren. De individuele pioniers zijn al begonnen met die verandering, maar volgens Frissen heeft de kans van slagen vooral te maken met de bereidheid van de overheid om echt te willen innoveren. Huidig gebruik social media door de rijksoverheid 81
  • 83. 82 Worsteling tussen lust en last
  • 84. 9 Conclusies Centraal in dit onderzoek staan de volgende drie vragen: 1. Wat is het huidige social media landschap? 2. Hoe gaat de rijksoverheid op dit moment om met social media? 3. Wat is de eigenlijke betekenis voor de rijksoverheid en hoe zou de overheid met social media om moeten gaan? Om deze vragen te kunnen beantwoorden hebben we eerst gekeken naar social media als zodanig, de maatschappelijke betekenis van social media en vervolgens naar de betekenis voor de rijksoverheid. De rijksoverheid hebben we daarbij benaderd op de volgende niveau’s: onderliggende waarden (de overheid als institutie), organisatie (de overheid als bureaucratie) en overheidshandelen (beleid en communicatie). 1. Huidige situatie: social media zijn er, beïnvloeden machtsverhoudingen en zijn van betekenis voor de overheid! Social media maken via internet interactie tussen mensen mogelijk. Op uiteenlopende manieren en met verschillende doelen. Wereldwijd zijn meer dan 900 miljoen mensen aangesloten op social media en dit aantal groeit. In Nederland heeft bijna iedereen via internet onbeperkte toegang tot informatie en netwerken. Nederlandse gebruikers zijn vooral geïnteresseerd in het onderhouden van bestaande contacten; zij zetten hun echte netwerk voort in de virtuele wereld. De grote veranderingen als gevolg van social media zijn: van consument naar producent, van afscherming naar transparantie, van autoriteit naar gelijkwaardigheid. Social media democratiseren informatie en beïnvloeden daarmee onderlinge verhoudingen. Niet een beperkte groep journalisten maakt het nieuws, maar iedereen. Dit resulteert niet alleen in een ongelofelijke toename van het aantal berichten en informatie, het leidt zelfs tot een verschuiving in de waarden en codes van de traditionele media. Over zaken waar vroeger niet werd gesproken, dwingt social media de traditionele media om de behoefte van de nieuwsgierige burger te bevredigen. Social media zijn niet exclusief actor-gebonden; iedereen kan ze inzetten. Daardoor is het gebruik van social media ten opzichte van de traditionele machten diffuus. Social media veroorzaken extra ambiguïteit in de onderlinge verhoudingen. Gezag is niet langer vanzelfsprekend. Deze ontwikkelingen als zodanig kunnen niet exclusief aan social media worden toegeschreven. Er is zonder meer sprake van maatschappelijke ontwikkelingen waarin deze democratisering en veranderende gezagsrelaties blijken. Social media veroorzaken hierin echter een enorme massaliteit, snelheid en onvoorspelbaarheid. Wij concluderen dat de machtenparade onder invloed van social media aan het dansen is geraakt. Dit is ook zonder meer van betekenis voor de rijksoverheid. Immers, ook de verhouding tussen burger en overheid was al door social media veranderd. De relatie tussen burger en overheid is al meervoudig. Social media voegen daar Conclusies 83
  • 85. nieuwe dimensies aan toe. Omdat de burger toegang heeft tot informatie en daarmee minder afhankelijk wordt van de overheid. De overheid is niet langer de gezaghebbende bron van kennis. Social media stellen de burger in staat zich te mobiliseren op onderwerpen die hen raken, op het moment dat het hen raakt. De machtspositie van de overheid ten aanzien van het gevoerde beleid staat daarmee onder druk. En daarmee ook de wijze waarop de overheid zich (als insitutie, als organisatie en als ambtenaar) verhoudt tot de burger. Wij sluiten niet uit dat social media de voorbode zijn van een nieuw democratiebegrip; burgers die zich massaal verenigen op een onderwerp, ook als het bestaand beleid betreft. Onder druk van de gemobiliseerde burger worden de democratisch gelegitimeerde aanpak van onderwerpen opnieuw ter discussie gesteld. Denk aan het vaccinatieprogramma tegen baarmoederhalskanker. Er ontstaan nieuwe checks and balances, die eerst door de overheid werden georganiseerd, maar nu mede door de crowd worden vormgegeven. 2. Omgang van de rijksoverheid met social meda: de eerste stappen worden gezet Wij constateren dat de rijksoverheid met initiatieven als Ambtenaar 2.0, Ambtenaar voor de Toekomst en het Nieuwe Werken zoekende is naar juiste omgang met social media. Ons blijkt dat de rijksoverheid echter vooral reageert op social media vanuit haar eigen behoefte en niet zozeer vanuit het directe belang van de burger. De huidige omgang met social media in de communicatie door de rijksoverheid is overwegend reactief, gedreven door de urgentie van het moment en met name ‘damage control’; zorgen dat je als rijksoverheid niet de controle verliest over het debat. Denk aan onderwerpen als baarmoederhalskanker, de griepprik en de 1040 urennorm bij OCW. De initiatieven hebben vooral nog een experimenteel en incidenteel karakter. Gezien de aard en betekenis van social media zoals we die in dit onderzoek schetsen, is de invulling marginaal en zonder een duidelijke strategie. De strategie houdt wat ons betreft niet in dat er een rijksbrede, generieke aanpak wordt geformuleerd, maar dat rijksbreed in elk geval de randvoorwaarden worden gecreëerd dat betrokken ambtenaren en departementen gemakkelijk aan kennisuitwisseling kunnen doen. Met als doel om van elkaar te leren. Departementen hanteren verschillende beveiligingsniveaus voor internetgebruik. Daardoor is er bij het ene departement meer mogelijk is dan bij het andere. Bescherming en risicobeheersing speelt hierbij een grote rol. Dit heeft ook invloed op het gebruik van social media. Een aantal social media initiatieven is rijksbreed gebundeld (ambtenaar voor de toekomst, ambtenaar 2.0), andere initiatieven (webmonitoring) worden overwegend door departementen afzonderlijk opgestart. Departementen hebben verschillende verantwoordelijkheden en taken en daardoor verschillende behoeftes in relatie tot social media. Het is goed oog te hebben voor die verschillende behoeftes en ook de ruimte te bieden om vanuit die verschillende behoeftes de omgang met social media vorm te geven. 84 Worsteling tussen lust en last
  • 86. Wij concluderen tevens dat het effectiever lijkt om als rijksoverheid faciliterend te zijn (opzetten van platforms) dan actief deel te nemen aan discussie via social media. Het voordeel van deze werkwijze is bovendien dat alleen kwesties met maatschappelijke urgentie worden ondersteund, immers bij onvoldoende urgentie zal de discussie uitdoven. Deze faciliterende rol van de rijksoverheid in platforms is dat de gebruikers elkaar helpen, de weg naar de rijksoverheid gemakkelijk is te vinden en het relatief goedkoop is. De overheid zit bovendien dicht bij de bron als er informatie nodig is. Zeer kansrijk en nog in ontwikkeling is webmonitoring door de rijksoverheid. 3. Betekenis: social media beïnvloeden de rol van de rijksoverheid. Op het niveau van de basiswaarden, bureaucratie en beleid vraagt dit om herbezinning Social media beïnvloeden de maatschappelijke verhoudingen inclusief de rol en rolinvulling van de rijksoverheid ten opzichte van de burger. Dit betekent dat wat ons betreft dat de rijksoverheid haar rol en rolinvulling moet heroverwegen. 3.1 Betekenis op waardenniveau: let op voor rechtsstatelijke risico’s De basiswaarden van de rijksoverheid in relatie tot social media liggen besloten in de waardenpijlers democratie, effectiviteit en rechtsstaat. Wij constateren dat de mogelijkheden van social media zich overwegend goed verhouden tot de democratische waarden zoals burgerparticipatie en verantwoording. Wij zien als het gaat om participatie wel een vergelijkbare discussie ontstaan als bij het referendum. Voorstanders van het referendum wijzen op het hoger democratisch gehalte en een vergrote betrokkenheid van de burgers. Tegenstanders menen dat de burgers niet in staat zijn een gefundeerd oordeel te hebben over de specifieke problemen. Een belangrijk aandachtspunt ten aanzien van rechtstatelijke waarden betreft het overnemen van overheidstaken door de burger. De waarborgen die de burger tegen de overheid beschermen, lijken verloren te gaan als burgers overheidstaken overnemen. Door toegenomen opsporingsmogelijkheden door burgers worden wettelijke waarborgen bijna betekenisloos; de burger wordt wel tegen de overheid beschermd, maar niet tegen zijn medeburgers. Met waarden gericht op effectiviteit en doelmatigheid verhouden social media zich prima. Hier liggen kansrijke mogelijkheden. De grootste risico’s van social media zijn er ten aanzien van rechtsstatelijke waarden. In het bijzonder de vrijheid van meningsuiting, bescherming van privacy en betrouwbaarheid van de overheid. Vanwege het belang worden ze hieronder kort behandeld. Vrijheid van meningsuiting Voor het openbaren van een mening is verlof vooraf niet mogelijk maar kan achteraf worden getoetst of er strijd ontstaat met een wet. Als blijkt dat er bijvoorbeeld sprake was van smaad of discriminatie kan daar tegen worden opgetreden. Bijvoorbeeld door rectificatie of zelfs door strafvervolging van de auteur. Het tweede deel (`behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet`) van artikel 7 van Conclusies 85
  • 87. de Grondwet in de praktijk een dode letter doordat het haast onmogelijk is om op internet eenmaal gepubliceerd materiaal te verwijderen en de mogelijkheid bestaat anoniem te publiceren. Ook voor de ambtenaar is dit niet zonder consequenties. Het grondrecht van vrije meningsuiting van de ambtenaar wordt beperkt door de Ambtenarenwet. Bij de beoordeling of de ambtenaar te ver is gegaan, is van belang in welke kring de ambtenaar zijn mening geeft. Met social media is de kring en het bereik van de kring drastisch toegenomen. Hoe groter de kring, des te eerder de grens van de vrijheid van meningsuiting van de ambtenaar is bereikt. Social media zijn daarmee eerder beperkend voor de ambtenaar om zich te uiten. Maar ook voor een ambtenaar geldt dat hij ongemerkt een andere identiteit kan kiezen op het web. Recht op privacy Een grote mate van transparantie over afkomst van gegevens kan door de combinatie van data leiden tot schending van privacy. Bescherming van de privacy en misbruik van gegevens is een belangrijk zorgpunt als het gaat om social media. Verschillen in wetgeving tussen Europa en de rest van de wereld maken dit een lastig probleem. Voor nagenoeg alles wat door bedrijven gratis aangeboden wordt op internet, betaalt de burger met zijn privacy. De overheid moet hier de burger beschermen. Vertrouwen en betrouwbaarheid Social media zijn zo krachtig dat de overheid bij voorbaat niet in control kan zijn. Daarin ligt dus niet de basis voor betrouwbaarheid. Dat ligt wel in een beheerste benutting van social media. Een vertrouwenwekkende en gezaghebbende rijksoverheid gaat niet met de hype mee, maar wel met de beweging. 3.2 Betekenis op organisatieniveau: van bureaucratie naar easycratie Als het gaat om de relatie tussen burger en rijksoverheid wordt vaak gesproken over een kloof tussen beide. Een opvallende constatering in ons onderzoek is dat een dergelijke kloof ook bestaat tussen bureaucratie en social media. De kenmerken van de bureaucratie, de basisbeginselen van de wijze waarop de overheid is georganiseerd, conflicteren met die van social media: Bureaucratie Social media Sterke hiërarchie Iedereen gelijk, bottom-up initiatieven Onveranderlijke regels Afwezigheid van regels Strikte scheiding werk en privé Werk en privé overlappen Aanstelling op grond van kunde en kennis Kennis vergaren in wereld vol experts Afgebakende verantwoordelijkheid Iedereen kan meepraten Deze conflicterende kenmerken kunnen niet zonder betekenis zijn voor de rijksoverheid. Ze maken een kritische evaluatie van de overheidsstructuur noodzakelijk. De Weberiaanse ijzeren kooi van de bureaucratie is gecorrodeerd en dient wat ons betreft te worden vervangen door een stevig virtueel open huis. 86 Worsteling tussen lust en last
  • 88. Social media kunnen een belangrijke rol spelen op het gebied van kennisverrijking en als interactief communicatiemiddel. De rijksoverheid heeft de kans om de kloof tussen de burger en rijksoverheid te verkleinen door toepassen van social media. Duidelijk is dat de rijksoverheid zal moeten schuiven van een bureaucratie richting een easycratie, waarbij samenwerking over grenzen heen, netwerken en bottom-up initiatieven een plaats moeten krijgen. 3.3 Betekenis op beleidsniveau: beheerste benutting Social media kunnen voor beleid absoluut worden benut. Het is daarbij van belang om vooraf te bepalen welk beleidsprobleem centraal staat. Dit kan bepalend zijn voor de keuze of en op welke wijze social media kunnen worden ingezet. Bovendien moet rekenschap worden gegeven van de beleidsfase. Elke fase vraagt om een eigen aanpak. Social media kunnen worden ingezet in het vergaren van kennis of in het monitoren van discussies dan wel het laten meediscussiëren van de burgers en andere machten. Een discussie zal vaak pas diepgang krijgen als burgers en bedrijven zich betrokken voelen. Op het niveau van de rijksoverheid is vaak minder sprake van een direct (persoonlijk) belang doordat de discussie vaker op hoofdlijnen wordt gevoerd, strategische keuzes betreffen of op de langere termijn spelen. Bij beleidsagendering liggen er voor rijksoverheid mogelijkheden. Maar dan niet op de manier zoals die nu gebruikt wordt op www.petitie.nl. De overheid zal door monito- ring snel signalen kunnen opvangen en daarop met agendering reageren. Proactief monitoren en reactief met de resultaten daarvan omgaan. Wij noemen dit preactief zijn. Daarbij houdt de overheid wel sturing. De kans op geslaagde agendering neemt toe door op het juiste moment te agenderen met woorden die de burger zelf al ge- bruikt. Hij zal zich eerder aangesproken voelen. Dit betekent wel dat daarin geïn- vesteerd moet worden (competenties, middelen, mensen). Bij beleidsontwikkeling zou de rijksoverheid social media kunnen benutten voor het betrekken van belanghebbenden. De rol die daarbij past is meer die van facilitator dan ontwikkelaar. Het rijksbrede experiment bij wetgeving in voorbereiding op www.in- ternetconsultatie.nl zal moeten worden geëvalueerd waarbij wordt gekeken naar voor welk soort beleid het een toegevoegde waarde heeft gehad. De rijksoverheid kan social media ook toepassen bij de beleidsuitvoering door crowdsourcing te benutten bij planning en realisatie. Dat zijn immers de momenten dat de burger zal ervaren dat er iets gebeurt waar hij invloed op heeft. Het is echter wel zaak te letten op de kosten en andere problemen rond selectie van informatie uit de crowds. De rijksoverheid acteert overwegend op strategisch beleidsniveau. Dit impliceert dat toepassing van onder andere crowdsourcing door de rijksoverheid waarschijnlijk minder goed mogelijk is dan door regionale en lokale overheden. Handhaving van beleid door social media is in binnen- als buitenland al succesvol. De ontwikkelingen zullen redelijk vanzelfsprekend zijn. Het is wel van belang de bescherming van de burger te garanderen en discussie hierover te voeren om Conclusies 87
  • 89. de waarden behorende bij de rijksoverheid te kunnen garanderen. Social media worden in Nederlands nog onvoldoende benut bij beleidsevaluatie in vergelijking met de VS waar de eerste successen worden behaald. Wij concluderen dat de Oekaze-Kok uit 1998 beperkend werkt in de communicatie tussen burgers en ambtenaren. Social media brengen dit probleem extra aan het licht. Het grootste probleem in relatie tot social media is het principe van vertrouwen (transparantie en gelijkwaardigheid). Vertrouwen dient op alle niveaus te zijn geborgd (basiswaarden, bureaucratie en beleid) om de ambtenaar oprecht te kunnen laten werken met social media. De regels in de Ambtenarenwet bieden voldoende waarborgen als er zich ongelukkige situaties voordoen. Ambtenaren kunnen gebaat zijn bij een handreiking online communicatie, mits de aanbevelingen gestoeld zijn op vertrouwen en bedoeld om de ambtenaar wegwijs te maken in de mogelijkheden. 88 Worsteling tussen lust en last
  • 90. Slotconclusie social media en rijksoverheid Social media zijn er ontegenzeggelijk. Social media zijn van invloed op de maat- schappelijke verhoudingen, inclusief de verhouding tussen burger en overheid. Social media zijn onbeheersbaar. De rijksoverheid moet niet proberen in control te willen zijn over het fenomeen. Wij pleiten echter wel voor een beheerste benutting. De rijksoverheid zet eerste stappen in de omgang met social media. Het begin is er, maar de daadwerkelijke implicaties zullen de komende jaren zichtbaar worden. Niet alleen op het praktische niveau van ambtenaren, maar ook op het niveau van de organisatie en zelfs tot op het niveau van de basiswaarden van de rijksoverheid zullen social media impact heb- ben. Het bewustzijn hierover hopen wij met dit onderzoek te agenderen. Het is aan de overheid om hier werk van te maken. Conclusies 89
  • 91. 90 Worsteling tussen lust en last
  • 92. 10 Aanbevelingen Naar aanleiding van dit onderzoek, de analyses en de conclusies komen wij tot de volgende aanbevelingen. Deze aanbevelingen zijn bedoeld om te prikkelen en tot verdere discussie te komen. Wij adviseren onze opdrachtgever, het SGO deze aanbevelingen als startpunt te nemen voor het debat ten einde social media te positioneren binnen de rijksoverheid. Wij houden hier de indeling aan van de eerder gepresenteerde driedeling voor de overheid: op waardenniveau, organisatieniveau en beleidsniveau. Omdat de rijksoverheid niet kan sturen op social media als zodanig kan het alleen het gebruik ervan beheerst benutten. Daarbij is het gezegde ‘Bezint eer gij begint’ belangrijk. De rijksoverheid dient mee te bewegen, maar moet zich hoeden meegesleurd te worden in de snelheid en de verleiding van het web. De lusten dienen naast de lasten te worden beschouwd. Hierbij onze aanbevelingen: Op waardenniveau · De rijksoverheid dient er voor te zorgen dat democratische, rechtsstatelijke en effectiviteitseisen blijven gegarandeerd; · De rijksoverheid dient vanuit zijn voorbeeldfunctie op een correcte wijze om te gaan met social media. Dit betekent dat bij de inzet van social media in de beleidscyclus er voor gewaakt moet worden dat er geen conflict ontstaat met rechtsstatelijke waarden. Op organisatieniveau · De rijksoverheid dient ruimte te laten aan initiatieven per departement, maar dient wel een rijksbrede strategie te hanteren om optimaal van elkaar te leren. Wellicht kunnen daarvoor social media worden gebruikt. Initiatieven van andere organisaties die betrekking hebben op overheidsbeleid dienen te worden gestimuleerd. Ook hier geldt dat het verstandig is om de vraag te stellen of de overheid het zelf moet doen; · De rijksoverheid kan wel degelijk sturen met behulp van social media, zowel intern (onderling tussen departementen ter vergroting van doelmatigheid) als extern (voor een betere ‘klantrelatie’ met de burger); · Beperk het gebruik van social media niet tot de Directie communicatie. Social media gaan tegelijkertijd over communicatie en kennis. Daarmee zijn ze prima toepasbaar in het beleidswerk; · Laat bureaucratische grondbeginselen niet beperkend zijn voor optimalisatie van het gebruik van social media. Laat niet de grenzen tussen departementen, maar het onderwerp bepalen welke samenwerking mogelijk is, welke netwerken zich vormen en of bottom-up initiatieven zich aandienen. Daarbij is het van belang de vraag te beantwoorden of er voldoende mankracht is om reacties te verwerken. Aanbevelingen 91
  • 93. Op beleidsniveau · Schaf de Oekaze-Kok af. · Handreikingen voor online communicatie door ambtenaren dienen te zijn gebaseerd op vertrouwen in de rijksambtenaar. Dit betekent dat randvoorwaarden moeten worden gecreëerd waarin de ambtenaar ook vanuit vertrouwen kan handelen. Denk aan expertmatige ondersteuning en kennisuitwisseling. Een goede basis hiervoor ligt in de huidige initiatieven onder de Vernieuwing Rijksdienst. · De volgende vragen zijn richtinggevend in het gebruik van social media in de beleidscyclus door de overheid: · Wat wil de overheid bereiken? · Leent het soort beleidsprobleem en de fase in de beleidscyclus zich voor een beheerste benutting? Voorkom het risico dat je kennis zoekt maar heftige discussies vindt. · Webmonitoring en webcare dienen te worden benut omdat zij ten behoeve van beleidsagendering en beleidsevaluatie zeer waardevolle bronnen zijn voor de maatschappelijke issues. Ze horen een standaard onderdeel te zijn bij elk beleidsdepartement. De maatschappij helpt zo mee via social media. Wees als overheid actief door te monitoren. Faciliteer als daar behoefte aan is. Reageer als daar de mogelijkheid voor is. Voorkom dat er energie, tijd en geld wordt gestopt in zaken die maatschappelijk niet leven. 92 Worsteling tussen lust en last
  • 94. Aanbevelingen 93
  • 95. 94 Worsteling tussen lust en last
  • 96. Referenties Noten 1. Geïnspireerd op het rapport ‘Ondertussen … online’ dat de RVD (Rohde, 2009) uitbracht. 2. Wikipedia is een vorm van social media en wordt inmiddels aanvaard als een betrouwbare kennisbron. Daarom is hier de beschrijving overgenomen die Wikipedia geeft. http://tinyurl.com/38392fw 3. Mike Kujawski is een social media strateeg die zich met name richt op de publieke sector. http://tinyurl.com/37fse85 4. Brian Solis is een leidende figuur in de wereld van nieuwe media. Hij hanteert een korte en lange definitie van social media. http://tinyurl.com/yd9baa4 5. Tim O’Reilly is een warm pleitbezorger van nieuwe internettechnologieën. Na de instorting van internet(dotcom)bedrijven, bleek het web zelf nog springlevend. Om dat te markeren werd de term web 2.0 geïntroduceerd. http://tinyurl.com/39s6qma 6. De Vereniging Nederlandse Gemeenten gebruikt de extensie 2.0 zonder enige relatie met social media. Dit geeft aan dat 2.0 een eigenstandig begrip is geworden. http://tinyurl.com/2wg376e 7. Social media maken het zichzelf niet gemakkelijk. Alles heet opeens 2.0. Zelfs zo erg dat het een beetje om te lachten wordt. http://tinyurl.com/38fogb3 8. In hun uitgebreide artikel Social Network Sites: Definition, History, and Scholarship gaan Boyd en Ellison uitgebreid in op de ontstaansgeschiedenis van social media. http://tinyurl.com/6np6se 9. De ontwikkeling van het aantal gebruikers van Facebook is ontzettend snel gegaan volgens de (nog onbevestigde) cijfers op Wikipedia. http://tinyurl.com/2dlwvjz 10. Op Corante, ‘s werelds eerste blog media bedrijf, schrijven toonaangevende professionals over bloggen. Clay Shirky is een van hen en vindt al jaren van alles over web 2.0. http://tinyurl.com/2vev6vt com/2vev6vt 11. Onderzoeksbureau InSites Consulting deed in januari 2010 een wereldwijd onderzoek naar het gebruik van social media. http://tinyurl.com/ybtlgxt 12. Mike Kujawski is een social media strateeg die zich met name richt op de publieke sector. http://tinyurl.com/37fse85 13. Multiscope is een online marktonderzoeksbureau en deed een onderzoek naar de naamsbekendheid en het gebruik van social media in Nederland. Het rapport is te vinden op http://tinyurl.com/yhcmv4w 14. Artikel in de Volkskrant van 19 april 2010. http://tinyurl.com/2vhds49 Referenties 95
  • 97. 15. Forrester Research deed in 2009 een onderzoek (We are social; Forrester Research’s Consumer Technographics Data) naar het gebruik van social media in verschillende delen van de wereld, waaronder Nederland. http://tinyurl.com/yk6yckv 16. Socioloog Castells schrijft al jaren toonaangevende boeken over internet en netwerken. In zijn meest recente boek Communication Power beschrijft hij de sociale aspecten van massacommunicatie via web 2.0. Bijgaand artikel van Castells gaat hier op in. http://tinyurl.com/33b6uxj 17. Onderzoeks- en adviesbureau Gartner publiceert jaarlijks de voortgang van technologische hypes en maakt daarbij een inschatting van de snelheid van de ontwikkelingen. Deze gegevens betreffen 2009. http://tinyurl.com/2w5whoo 18. Onderzoeks- en adviesbureau Gartner publiceert jaarlijks de voortgang van technologische hypes en maakt daarbij een inschatting van de snelheid van de ontwikkelingen. De figuur is samengesteld op basis van de gegevens uit 2006 http://tinyurl.com/24mvysg en 2009 http://tinyurl.com/lzeknt 19. Linden Lab, het bedrijf achter Second Life, heeft een vestiging geopend in de Amsterdamse Jordaan. Naast het koppelen van social media aan Second Life zal er ook worden geïnvesteerd in beleving van de driedimensionale omgeving en een groter aanbod avatars. http://tinyurl.com/2ucnxkh 20. Jason Rosenthal, CEO van Ning, kondigde op 16 april 2010 aan dat de gratis versie van Ning gefaseerd zal worden afgebouwd. http://tinyurl.com/2vc9ynq 21. Tom Dolan schreef een artikel over ‘How Facebook & Twitter Can Be Hazardous to Your Wealth’ http://tinyurl.com/3acb7o5 22. Danah Boyd is een actieve wetenschapper op het gebied van social media. Zij onderzoekt onder andere de jeugdcultuur in relatie tot social media. http://tinyurl.com/39mpye 23. In het BBC-programma Click-online wordt wekelijks aandacht besteed aan Internet en social media gebruik. Dit filmpje van 22 mei 2010 laat zien hoe gebruikers na 3 overtredingen zonder pardon worden verwijderd. http://tinyurl.com/34e22vg 24. Interview met scheidend Secretaris-Generaal Roel Bekker in Finance Incorporated jaargang 6 nummer 32 mei-juni 2010 http://tinyurl.com/37o9zqh 25. Pepsi gooit het roer om en investeert niet meer in reclamefilmpjes van 30 seconden, maar in echte projecten die via social media worden aangekondigd en voorbereid. http://tinyurl.com/36nharz 26. Journalist Lilian Roos op bezoek bij een multimedia manager van de regionale krant de Stentor. http://tinyurl.com/26sycpu 96 Worsteling tussen lust en last
  • 98. 27. Twexit betekent dat de gebruiker enige tijd zal stoppen met twitteren om andere dingen te gaan doen. 28. Hans Laroes is hoofdredacteur van het NOS journaal. In zijn hoofdredactioneel weblog besteedt hij aandacht aan Ruben’s privacy. http://tinyurl.com/3y472xn 29. Minister Jan Kees de Jager heeft de Kamer beloofd niet meer te twitteren over financieel gevoelige zaken http://tinyurl.com/yf89knv 30. Prof dr R.A. Coutinho geeft kritiek op de media in de Machiavelli-lezing op 9 februari 2010. http://tinyurl.com/32xuk5c 31. In de Nederlandse code voor goed openbaar bestuur zijn de beginselen van deugdelijk overheidsbestuur vastgelegd. http://tinyurl.com/39925gs 32. Hoe Facebook haar privacybeleid voortdurend aanpast. http://tinyurl.com/36jet6j 33. Mr. H.N. Brouwer, tijdens de mr. Gonsalves lezing op 15 februari 2008 en Prof. mr. Ybo Buruma tijdens het OM congres 2008 ‘De burger als opspoorder, Burgeropsporing in de dramademocratie’. 34. Hans Laroes is hoofdredacteur van het NOS journaal. In zijn hoofdredactioneel weblog besteedt hij aandacht aan Ruben’s privacy. http://tinyurl.com/3y472xn 35. Toespraak van Minister Hirsch Ballin bij de oprichting Platform Internetveiligheid op 8 december 2009 http://tinyurl.com/3yarywu 36. Stichting Bescherming Rechten Entertainment Industrie Nederland formaliseert de samenwerking tussen auteurs- en naburig rechthebbenden op het gebied van piraterijbestrijding. http://tinyurl.com/2uvxjmx 37. Nederlandse stichting die zich richt op bescherming van ’digitale burgerrechten’ 38. Antwoorden Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op kamervragen over grondwettelijk recht op vrijheid van meningsuiting voor ambtenaren, 22 april 2004 39. Bezuinigingen zijn een geliefd onderwerp van gesprek, getuige de websites die hierover met hun gebruikers in gesprek willen. We hebben enkele op een rijtje gezet: http://tinyurl.com/37nmqqt, http://tinyurl.com/yab3ay3, http://tinyurl.com/36jl9lp en http://tinyurl.com/393jzqq 40. Binnen een dag reageerden 27.000 mensen op een enquête van de Telegraaf http://tinyurl.com/35okndg 41. Artikel uit re.Public (14 mei 2010, nummer 19) over de invoering van overheid 2.0 in Australië. http://tinyurl.com/337sztg 42. Michael Vallez, politieman en inmiddels social media strateeg, gaat na hoe social media kunnen worden ingezet voor handhaving. http://tinyurl. com/27lskbn Referenties 97
  • 99. 43. Lon S. Cohen zette politietaken die via social media plaatsvinden op een rijtje. http://tinyurl.com/ye3cjo2 44. Roel in ‘t Veld meent in een artikel in het Financieel Dagblad dat de samenleving mag kiezen bij bezuinigingen. http://tinyurl.com/35q3n93 45. Peter Neijens en Jeroen Sprenger beschouwen het onderwerp Overheidscommunicatie en het publieke debat op http://tinyurl.com/39ecmok 46. Peter Neijens en Jeroen Sprenger beschouwen het onderwerp Overheidscommunicatie en het publieke debat op http://tinyurl.com/39ecmok 47. Enige principia in de voorlichting van de rijksoverheid http://tinyurl.com/2ubesf4 48. In de publicatie Bekend maakt bemind, een uitgave van het Bureau Algemene Bestuursdienst, staan de bevindingen van gesprekken tussen kamerleden en hoge ambtenaren. http://tinyurl.com/2uxup4d 49. De chattende ambtenaar kan zonder de Oekaze Kok, kopt het artikel in PM voor beslissers bij de overheid. http://tinyurl.com/ykza57l 50. Ambtenaar 2.0 is zich bewust van de voordelen van het gebruik van social media en wil ambtenaren daartoe equiperen. http://tinyurl.com/36z7zaa 51. Naar aanleiding van de heroverwegingsrapporten die op 1 april 2010 uitkwamen, werden op de website Ambtenaar 2.0 ideeën verzameld voor kostenbesparingen door inzet van social media. http://tinyurl.com/329tbbf 52. Valerie Frissen juicht het kostenbesparingsinitiatief door Ambtenaar 2.0 toe, maar is ook kritisch in PM voor beslissers bij de overheid 14 mei 2010. http://tinyurl.com/2fd4q84 98 Worsteling tussen lust en last
  • 100. Geraadpleegde literatuur Abma T. en In ’t Veld R. 2001., Handboek Beleidswetenschappen, Uitgeverij Boom, Amsterdam, 2001. Aslander, M. en Witteveen, E., Easycratie. De toekomst van werken en organiseren. (draft), Academic Service, 2010. Barnes, S., A privacy paradox: social networking in the United States, 2006. Van Berlo, D., Ambtenaar 2.0, Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, 2009. Blom, E., Handboek communities, de kracht van sociale netwerken, A.W. Bruna Lev, 2009. Boyd, D., Why youth (heart) social network sites: The role of networked publics in teenage social life. In D. Buckingham (Ed.), Youth, Identity, and Digital Media (pp. 119-142). Cambridge, MA: MIT Press. 2008. Brabham, D.C., Crowdsourcing the Public Participation Process for Planning Projects. In: Planning Theory, Vol. 8, No. 3, 242-262, 2009. Van Bruggen, E., Virtual Communities: kans of bedreiging voor organisaties? Master thesis, Faculteit Sociale Wetenschappen, Vrije Universiteit Amsterdam, 2009. Bureau Algemene Bestuursdienst, Bekend maakt bemind, Tweede Kamerleden en ambtenaren in gesprek, Huig Haverlag Printing, Zaandam, 2006. Castells, M., Communication Power, Oxford University Press, 2009. Douglas, M. en A. Wildavsky. Risk and culture. An essay on the selection of technological and environmental dangers. University of California Press, Berkeley, 1983. Douglas, M. en Wildavsky A., Risk and Culture, University of California Press, 1982. Dijk, J. van,, De netwerkmaatschappij - Sociale aspecten van nieuwe media, Houten, 1991 (eerste druk), 2001 (vierde druk). The Economist Intelligence Unit, E-readiness rankings 2009, the usage imperative. The Economist Publishing, UK, 2009. Engelfriet, A., De wet op internet, Lus Mentis, 2008. Frissen, P., De Virtuele Staat. Academic Sercvice, Schoonhoven, 1996. Frissen, V., Van Staden M., Huijboom, N., Kotterink, B., Huveneers, S., Kuipers, M., Bodea, G., Naar een ‘User Generated State’? De impact van nieuwe media voor overheid en openbaar bestuur, TNO Delft, 2008. De Haan P., Drupsteen Th. G. en Fernhout R., Bestuurrecht in de sociale rechtsstaat, Kluwer, Deventer, 2001. Hoogerwerf A., Overheidsbeleid, een inleiding in de beleidswetenschap. Kluwer Enschede, 1989. Maatschappelijke commissie Uitdragen kernwaarden van de rechtsstaat, Advies: Onverschilligheid is geen optie. De rechtsstaat maken we samen, 13 februari 2008. Referenties 99
  • 101. Huijboom N., Van den Broek T., Frissen V., Kool L., Kotterink B., Meyerhoff Nielsen M. en Miljard J., Public Services 2.0: The Impact of Social Computing on Public Services, JRC, European Commission, EUR 24080, 2009. Kotterink B. en M. van Staaden., Crowd sourcing strategieën voor de publieke sector, TNO Delft, 2009. Kreijveld, M., Position paper Toekomstverkenning wisdom of the crowd en complexe besluitvorming, Stichting Toekomstbeeld der Techniek, Den Haag 2009. Osimo D., State of the eUnion, Government 2.0 and Onwards, 21Gov.net, 2009 Raad voor de Volksgezondheid en Zorg., Gezondheid 2.0: U bent aan zet, 2010. Raad voor Openbaar bestuur, Het wegen van publieke waarden,Publicatie bij het afscheid van Jos van Kemenade als voorzitter van de Raad voor het Openbaar Bestuur, juni 2009. Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling, Advies 26: Medialogica, Over het krachtenveld tussen burgers, media en politiek, SDU Uitgevers bv, Den Haag, 2003. Rohde, C., Ondertussen…online, Rijksvoorlichtingsdienst, Ministerie van Algemene zaken, 2009. Rosenthal, U., De media: machtsuitoefening en controle op de macht, Bestuurskunde, jaargang 10, nr.7, oktober 2001. Rijksvoorlichtingsdienst/afdeling Communicatiebeleid, Uitgangspunten overheidscommunicatie, Sdu Uitgevers bv, Den Haag, 2004. Schartz, B., Paradox of choices: why more is less, Reed Publishers, New York, 2004. Staatscourant 1998, nr. 104 / pag. 8, Aanwijzingen externe contacten rijksambtenaren Staatscourant. Tapscott, D. en Williams, A., ‘Wikinomics, How Mass Collaboration Changes Everything’, Penguin Group, 2006. TNO, Politieke, sociale, organisatorische en juridische effecten van social computing: De rol van de overheid onder druk, TNO, 2009. Van Twist, M., Van der Steen, M., Karré, P.M., Peeters, Over bedding, stromen en inundatie, Een empirische en conceptuele verkenning van ‘het nieuwe tussen’, NSOB, 2009. In ‘t Veld, R.J., Kennisdemocratie Opkomend Stormtij, Academic Service SDU Uitgevers bv, Den Haag, 2010. Voorlichtingsraad, Uitgangspunten online communicatie rijksambtenaren, Ministerie van Algemene zaken, 2009. 100 Worsteling tussen lust en last
  • 102. Weber, M., Gesammelte Aufsätze zur Soziologie und Sozialpolitik, Tubingen, 1924. Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, De toekomst van de nationale rechtsstaat. Rapporten aan de regering, nr. 63, Sdu Uitgevers, Den Haag, 2002. Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, Waarden en normen en de last van het gedrag, Amsterdam University Press, Den Haag, 2003. Zuurmond A., De Infocratie: een theoretische en empirische heroriëntatie op Weber’s ideaaltype in het informatietijdperk, Den Haag, Phaedrus, 1994. Onze gesprekspartners De heer M. Aslander, lifehacker, connector, resourcerer De heer mr. R. Bekker, secretaris-generaal Vernieuwing Rijksdienst van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties De heer drs. D.W.M. van Berlo, programmamanager Ambtenaar 2.0 bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Mevrouw drs. L. Birza senior beleidsmedewerker, ministerie van Algemene Zaken De heer drs. H. Borstlap, lid van de Raad van State De heer prof. dr. A.F.M. Brenninkmeijer, Nationale Ombudsman De heer ing. R. van Campenhout van de Beveiligingsautoriteit van het ministerie van Defensie De heer ing. E. J. van Capelleveen, partner ICT en e-overheid bij Twynstra Gudde De heer mr. S. Dijkstra, IBM Global Public Sector Leader Mevrouw ing. R.M. van Erp-Bruinsma, secretaris-generaal van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De heer prof. dr. P.H.A. Frissen, hoogleraar bestuurskunde aan de Universiteit van Tilburg Mevrouw prof. dr. V. Frissen, senior onderzoeker/adviseur bij TNO Strategie, Technologie en Beleid, Delft De heer prof. mr. dr. E.F. ten Heuvelhof, hoogleraar Bestuurskunde aan de Faculteit Techniek, Bestuur en Management van de Technische Universiteit Delft en aan de sociale Faculteit van de Erasmus Universiteit Rotterdam Mevrouw S. van Houten, beleidsmedewerker, ministerie van Algemene Zaken Mevrouw dr. A. Idenburg, wetenschappelijk medewerker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid De heer S. Koole, directeur Voorlichting en Communicatie van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Referenties 101
  • 103. De heer M. Kreijveld, futurist en projectleider bij de Stichting Toekomstbeeld der Techniek De heer drs. S. Louw, Directeur Communicatie van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer De heer prof. dr. ing. F.J.H. Mertens, lid van de Onderzoeksraad voor Veiligheid en Hoogleraar aan de Technische Universiteit Delft De heer mr. J. Meijer, van de Beveiligingsautoriteit van het Ministerie van Defensie Mevrouw E. Post, gedeputeerde van de provincie Noord-Holland De heer drs. M. van Rooij, plaatsvervangend directeur Communicatie van het ministerie van Justitie De heer prof. dr. U. Rosenthal, VVD fractievoorzitter Eerste Kamer De heer N. Senff, senior nieuwsredacteur bij de afdeling Communicatie van het Ministerie van Justitie De heer J.J.C. Sprenger, projectdirecteur Overheidscommunicatie Nieuwe Stijl van het ministerie van Algemene Zaken De heer prof. dr. M.J.W. van Twist, hoogleraar bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en decaan aan de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur De heer prof. dr. R.J. in ’t Veld, hoogleraar Bestuurskunde aan de Open Universiteit NL en hoogleraar Good Governance aan de Universiteit van de Nederlandse Antillen De heer drs. J.G. de Vries, staatssecretaris van het Ministerie van Defensie De heer F.C.B.M. Willems, partner Regie en sourcing bij Twynstra Gudde en lector Regisseren van ondernemende netwerken aan de Hanze University Groningen De heer prof dr. A.N. van der Zande, secretaris-generaal van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit 102 Worsteling tussen lust en last
  • 104. Referenties 103