Your SlideShare is downloading. ×
Pc0906 35 39 Somatiek Psyche
Pc0906 35 39 Somatiek Psyche
Pc0906 35 39 Somatiek Psyche
Pc0906 35 39 Somatiek Psyche
Pc0906 35 39 Somatiek Psyche
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×
Saving this for later? Get the SlideShare app to save on your phone or tablet. Read anywhere, anytime – even offline.
Text the download link to your phone
Standard text messaging rates apply

Pc0906 35 39 Somatiek Psyche

1,393

Published on

Artikel

Artikel

Published in: Health & Medicine
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
1,393
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1
Actions
Shares
0
Downloads
0
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide

Transcript

  • 1. P sychiatrie Somatiek en psyche Lichamelijke klachten en vooral chronisch somatische Dr. I.P.A.M. Huijbrechts GZ-psycholoog ziekten, gaan vaak gepaard met psychisch lijden. PsyQ Nederland Daarnaast presenteren veel patiënten in de huisart- Dr. S.M. van Es senpraktijk klachten waarvoor geen somatische ver- Klinisch psycholoog klaring te vinden is. Wanneer de psychische klachten PsyQ Amsterdam voorop komen te staan, en die het dagelijks functi- oneren van de patiënt belemmeren, kan verwijzen naar een gespecialiseerde psycholoog, al dan niet deel uitmakend van een multidisciplinair team, de patiënt een stap vooruit helpen. I n 2004 pleitten De Ridder en Heijmans in het Handboek Psychologische interventies bij chronisch somati- sche aandoeningen ervoor om binnen de ambulante GGZ de problematiek van patiënten met een chro- nisch somatische aandoening expliciet een plaats vaak in nauwe samenwerking met een verpleegkun- dige of een paramedicus (52% van de interventies). De multidisciplinaire interventies worden vaak cursorisch of groepsgewijs aangeboden en zijn gericht op het aanleren van vaardigheden die te geven.1 Destijds hielden ambulante GGZ-instel- patiënten zouden moeten helpen beter met hun lingen zich weinig bezig met de zorg voor patiënten aandoening om te gaan. Belangrijke ingrediënten met een chronisch somatische aandoening. Het tij zijn daarbij voorlichting, lotgenotencontact, training lijkt echter te keren. Zo zijn er steeds meer (lande- in zelfzorg en leefstijlaanpassingen, en omgaan met lijke) GGZ-instellingen die deze zorg nu wel bieden. adaptieve opgaven, emoties en sociale steun. Deze De afgelopen tien jaar is de aandacht voor chronisch interventies zouden idealiter voor elke patiënt die somatische aandoeningen en het welbevinden van daar behoefte aan heeft beschikbaar moeten zijn. patiënten met een chronisch somatische aandoening Daarnaast bestaat er een meer specialistische al toegenomen. Daarbij nam ook de aandacht voor de vorm van psychosociale zorg. Deze duurt veelal lan- ontwikkeling van psychosociale interventies voor deze ger en wordt vaak individueel aangeboden. Het gaat patiëntengroep toe. Verreweg de meeste psychosoci- daarbij om zorg op indicatie bij ernstige psychosoci- ale interventies vonden echter plaats in ziekenhuizen, ale problemen of psychische comorbiditeit. Hierbij thuiszorginstellingen en revalidatiecentra. valt te denken aan adaptatie- of acceptatieproble- men, stemmings- en angststoornissen. De aangewe- zen beroepsgroep om deze zorg te verlenen, zijn XPRESINFO Multidisciplinaire interventies worden in groepsver- psychologen/psychotherapeuten met kennis van de band aangeboden en richten zich op het aanleren van medische aspecten van ziekte, bijvoorbeeld in de vaardigheden, die de patiënten kunnen helpen beter ambulante GGZ. met hun aandoening om te gaan. Casus A De patiënte is een 23-jarige vrouw met hyperhidrosis en een In het onderzoeksrapport dat in 1998 is opgesteld gegeneraliseerde sociale fobie.3,4 De hyperhidrosisklachten door Heijmans en collegae worden 71 interventies zijn in de puberteit ontstaan. Ze voelt zich in sociaal opzicht beschreven, ontwikkeld voor patiënten met een beperkt en durft anderen bijvoorbeeld geen hand te geven. chronisch somatische aandoening. 2 Bij de meeste Zij wordt door haar behandelend dermatoloog naar een psy- interventies spelen psychologen de hoofdrol (64%), choloog gestuurd en krijgt cognitieve gedragstherapie aange- PatientCare/juni 2009 35
  • 2. P sychiatrie boden gericht op de sociaal fobische klachten. voorkomende verschijnselen en niet zozeer een De patiënte blijkt bijna voortdurend bezig te zijn of ande- angststoornis of een depressieve stemming.6 Bij ren het zweet kunnen zien en het zweten voor anderen te ongeveer 40% van de CHZ-patiënten worden echter verbergen. Dat doet zij onder meer door bepaalde kleding angstklachten en depressieve verschijnselen in een niet aan te trekken en haar kleding regelmatig te checken beginfase geconstateerd, bij zo’n 20% een jaar na ont- op het toilet. Daarnaast lijkt zij het zweten te willen com- slag uit het ziekenhuis. Naast een groot deel van de penseren door het leveren van topprestaties, zij lijdt aan een patiënten dat op eigen kracht herstelt, is er een aan- extreme vorm van perfectionisme. zienlijke groep die een klinische depressie ontwik- De cognitieve gedragstherapie doet de schaamte over de kelt. Vermoedelijk komt er veel onderdiagnose voor hyperhidrosis afnemen. Daarnaast verminderen haar sociaal van depressie bij CHZ-patiënten, omdat de sympto- fobische klachten en haar vermijdingsgedrag. Zij bemerkt dat men worden beschouwd als een normale reactie op anderen ‘het ook warm kunnen hebben’ en gaat haar hyper- de gebeurtenis die vanzelf zullen verdwijnen.7 hidrosis minder verbergen. Dat heeft een positief effect op haar Voor angstklachten geldt dat patiënten na een zelfbeeld (zij voelt zich niet meer zo vies). Bovendien rappor- bypassoperatie over het algemeen wat minder ang- teert de patiënte dat de hyperhidrosisklachten zijn afgenomen, stig zijn dan ervoor, maar toch blijft ongeveer 20% mogelijk omdat zij minder gefocust is op het zweten. angstig. Bij voornamelijk oudere bypassoperatiepa- tiënten is er ook een toename van neuropsycholo- gische problemen na de operatie, die op hun beurt XPRESINFO De psycholoog kan bij onder andere diabetes, hart- en gevoelens van angst en onzekerheid kunnen bevor- vaatziekten en kanker een rol van betekenis spelen deren.8 Screening op angst en depressie, zoals in bij het verbeteren van de kwaliteit van leven van de veel ziekenhuizen al gedaan wordt met bijvoorbeeld patiënt. de hospital anxiety and depression scale (HADS), en verwij- zen naar een multidisciplinair revalidatieprogramma of gespecialiseerd psycholoog zou patiënten veel Diabetes mellitus leed kunnen besparen.9 Psychologen worden in toenemende mate betrok- Oncologie ken bij leefstijlinterventies voor patiënten met type 2-diabetes. Deze programma’s zijn psycho-educatief In de laatste decennia is kanker, in al zijn verschij- van aard en gericht op het stimuleren en behouden ningsvormen, steeds meer een chronische ziekte van een gezonde leefstijl. Daarnaast kan een psycho- aan het worden. Naast verschillende lichamelijke loog een bijdrage leveren in de vorm van psychodi- gevolgen heeft de ziekte en/of de behandeling ook agnostiek (inclusief indicatiestelling voor externe psychische gevolgen. Depressieve gevoelens en verwijzing), psychologische behandeling en begelei- gevoelens van angst, verdriet en wanhoop zijn nor- ding van patiënten c.q. patiëntsystemen. male reacties bij de diagnose kanker.10 De meeste Onderzoek toonde aan dat ernstige depres- patiënten weten deze emoties op eigen kracht te sies naar schatting tweemaal zo vaak voorkomen boven te komen, maar niet bij iedereen is de draag- bij patiënten met diabetes als in de algemene kracht voldoende. De verwerkingsstrategieën schie- bevolking. In de meerderheid van de gevallen zal ten te kort en de emoties kunnen pathologische de behandeling door een psycholoog bestaan uit vormen aannemen. Uit een meta-analyse van 58 kortdurende ondersteuning en begeleiding, veelal onderzoeken blijkt dat het percentage patiënten dat cognitief gedragstherapeutisch. Naast individuele een depressie of angststoornis heeft, varieert van 0 behandeling kan groepsbehandeling worden over- tot 49%, afhankelijk van de onderzoeksopzet.11 wogen, bijvoorbeeld in samenwerking met een dia- Gedurende de primaire behandeling heeft de betesverpleegkundige. patiënt veelvuldig contact met diverse hulpverleners, die niet alleen medische maar ook psychosociale Hart- en vaatziekten hulp verlenen. Zodra de primaire behandeling ech- ter is afgerond, vermindert de frequentie van deze Uit onderzoek blijkt dat psychologische behandeling contacten. De patiënt krijgt dan eigenlijk pas de tijd in het kader van multidisciplinaire hartrevalidatie en ruimte om het gebeurde te verwerken. Op ver- bijdraagt aan de verbetering van de medische prog- schillende plaatsen worden revalidatieprogramma’s nose van de patiënt.5 of gespreksgroepen voor lotgenoten aangeboden. Vermoeidheid en gebrek aan energie zijn bij patiën- Sinds 1997 bestaat de stichting Herstel & Balans die ten met coronaire hartziekten (CHZ) vaak veel landelijk licentiehouders een revalidatieprogramma 36 PatientCare/juni 2009
  • 3. laat aanbieden dat zowel op fysiek als op psychisch levert geen verklaring op voor de pijnklachten. herstel insteekt.12 Niet iedereen zal zich echter aan- De patiënt wordt gemotiveerd om zich aan te melden gesproken voelen door zo’n groepsaanbod of zichzelf voor een multidisciplinair behandelprogramma voor chroni- wenden tot professionele hulpverleners. Verwijzing sche pijnpatiënten. Een dergelijk programma is er op gericht naar een gespecialiseerd psycholoog lijkt dan ook te leren omgaan met de gevolgen van de pijnklachten en raadzaam indien sprake is van angst-, depressieve niet op het reduceren van de pijn. De fysiotherapeut leert of vermoeidheidsklachten. De psycholoog kan door de patiënt ontspanningstechnieken en werkt samen met de behandeling gebaseerd op cognitieve gedragsthera- patiënt aan een geleidelijke opbouw van fysieke activiteiten. pie een rol van betekenis spelen voor de patiënt. Daarnaast besteedt hij aandacht aan psycho-educatie en legt het verschil uit tussen acute en chronische pijn. Door Astma en COPD middel van cognitieve gedragtherapie worden de niet-helpen- de cognities over de pijn uitgedaagd. Patiënten met astma en COPD ervaren vaak belem- De patiënt leert de dag beter in te delen en zijn activitei- meringen in allerlei activiteiten, omdat ze de kans ten beter te verdelen over de dag. Bovendien veranderden de lopen benauwd te worden door lichamelijke inspan- gedachten over de pijn en helpen de patiënt zijn activiteitenni- ning. Daarnaast kan het lastig zijn therapie en leef- veau verder te verhogen. Uiteindelijk besluit hij dat het conflict regels te volgen, door de lange duur en complexiteit met zijn werkgever niet meer op te lossen is. Bij follow-up van van de therapie. Om een opkomende astma-aanval of de behandeling blijkt dat de patiënt een andere baan gevon- exacerbatie (COPD) onder controle te houden, is het den heeft en dat de pijnklachten nagenoeg verdwenen zijn. noodzakelijk om naast het vermijden van prikkels, de symptomen goed te herkennen. Dat blijkt patiënten Pijn moeite te kosten. Het onvoorspelbare karakter van de aandoening kan leiden tot gevoelens van boosheid Slechts een minderheid van de patiënten met en machteloosheid. Ook rapporteren patiënten vaak chronische pijn blijkt baat te hebben bij een puur gevoelens van hopeloosheid en angst voor controle- medische behandeling. Uit onderzoek blijkt dat verlies. multidisciplinaire samenwerking, in de zin van een Angst- en stemmingsstoornissen komen veel voor samenwerking tussen anesthesioloog, psycholoog en bij patiënten met astma en COPD. Vaak is er spra- fysiotherapeut, de kwaliteit van de behandeling van ke van angst om te stikken, die soms zo hevig kan pijn vergroot. Wanneer een patiënt pas doorgestuurd zijn dat er sprake is van paniek. Dat kan leiden tot wordt naar een psycholoog als de medische behan- vermijdingsgedrag van bijvoorbeeld het alleen zijn deling niet succesvol is, ervaart de patiënt dit vaak of het vermijden van activiteiten die tot benauwd- als een tweedekeusoplossing. Voor de behandeling heid kunnen leiden. Depressieve gevoelens hangen van chronische pijn zijn cognitief gedragstherapeuti- samen met het besef van het verlies van gezond- sche protocollen ontwikkeld, zowel voor individuele heid en de daarbij behorende consequenties. Door- als voor groepsbehandeling. dat een aantal kenmerkende symptomen van een depressie ook kenmerkend is voor COPD, is het stel- Jeuk len van een diagnose depressie lastig. Patiënten met astma en COPD kunnen te maken Net als bij chronische pijnklachten spelen bij chroni- krijgen met traumatische ervaringen, zoals ernstige kortademigheid. Heftige emoties kunnen kortade- migheid ook weer luxeren. Cognitieve gedragsthera- pie kan een bijdrage leveren om op een adequatere wijze om te gaan met de aandoening. De behandeling kan zich richten op het emotioneel, cognitief en/of gedragsniveau. Casus B De patiënt is een 40-jarige man met een chronische pijn- stoornis. De klachten ontstonden nadat hij een flinke val maakte op het voetbalveld. De klachten blijven voortduren, ook na periodes van rust. Het werkverzuim neemt toe en er ontstaat een conflict met de werkgever. Op aandringen van de patiënt wordt hij diverse malen somatisch onderzocht. Dat PatientCare/juni 2009 37
  • 4. P sychiatrie sche jeuk, naast biomedische factoren, psychosocia- aandacht. Onlangs is er een geheel herziene druk le invloeden vaak een belangrijke rol. Patiënten met verschenen van het Handboek Somatisatie.14 Hierin is huidaandoeningen die onder meer gepaard gaan met een hoofdstuk over nieuwe inzichten op het gebied hevige en langdurige jeuk, zoals atopisch eczeem of van pathofysiologie toegevoegd, evenals een over- psoriasis, rapporteren een verminderde kwaliteit van zicht van werkzame behandelingen en een kritische leven en meer angst- en stemmingsstoornissen in ver- beschouwing van het concept somatoforme stoornis gelijking tot de algemene bevolking. Daarnaast is er in de DSM-IV. Daarnaast is een hoofdstuk opgeno- regelmatig sprake van sociale angst, vermoeidheid, men over interculturele aspecten van somatisatie. concentratiestoornissen en problemen in de partner- Medio 2009 wordt de richtlijn ‘Somatisch Onvol- of familierelatie. Uit onderzoek blijkt dat stressfac- doende verklaarde Lichamelijke Klachten en Soma- toren jeuk en krabben kunnen verergeren, maar ook toforme Stoornissen’ van het Trimbos-instituut rechtstreeks de wondgenezing kunnen beïnvloeden. verwacht. Recentelijk is er binnen de Vereniging voor De talrijke invloeden van stress- en gedragsfacto- Gedragstherapie en Cognitieve therapie (VGCt) een ren, zoals krabben, bieden belangrijke aangrijpings- sectie Somatiek en Somatoforme Stoornissen opge- punten voor multidisciplinaire behandelingen bij richt, wat aangeeft dat er ook binnen de psychologie huidaandoeningen met chronische jeuk. Multidiscipli- duidelijk meer aandacht voor patiënten met zowel naire benaderingen van jeuk hebben de laatste jaren medisch verklaarde als medisch onverklaarde klach- steeds meer aandacht gekregen. Deze behandelingen ten bestaat. zijn gebaseerd op cognitief gedragstherapeutische Naast deze initiatieven blijkt in de praktijk dat de principes en zijn primair gericht op de manier waarop GGZ in beweging is op het gebied van verklaarde patiënten met jeuk- of jeukbeïnvloedende factoren, en onverklaarde lichamelijk klachten. Zo ontstaan zoals krabben of stress, omgaan. De behandelingen er nieuwe afdelingen die gespecialiseerd zijn op kenmerken zich over het algemeen door een relatief dit gebied. Hier werken psychologen die specifieke korte duur, kunnen individueel of groepsgewijs plaats- kennis bezitten over de psychologische aspecten vinden en zijn wetenschappelijk goed onderbouwd. van ernstige of chronische lichamelijke klachten en aandoeningen. Daarnaast hebben zij expertise op het gebied van functionele klachten, instandhou- XPRESINFO Door stress gaat de spierspanning omhoog, evenals de dende factoren, gevolgen, en de klachtverergerende bloeddruk. Het maag-darmstelsel raakt ontregeld. Deze invloed van emoties en gedrag op lichamelijke klach- klachten ervaart de patiënt daadwerkelijk, ondanks dat ten. Op deze afdelingen worden evidence-based of er geen somatische diagnose kan worden gegeven. best-practice behandelmethoden toegepast, zoals cognitieve gedragstherapie. Cognitieve gedragsthe- rapie is een bewezen effectieve behandelmethode Onverklaarde lichamelijke klachten voor diverse psychiatrische en psychische stoornis- sen, waaronder de somatoforme stoornissen. Ongeveer 16% van de patiënten die zich met nieuwe klachten melden, presenteert klachten waarvoor geen Conclusie of slechts deels, een somatische verklaring te vin- den is.13 Dat geldt ook voor de poliklinieken Interne Naast het feit dat aandacht voor de psychosoci- Geneeskunde, Maag-, Lever- en Darmziekten, Car- ale gevolgen vaak beperkt is tijdens de somatische diologie en Pijnpoliklinieken waar bij een groot deel behandeling is er nog een knelpunt. De verwijzing van de patiënten ook geen lichamelijke verklaring naar een psycholoog blijkt een hoge drempel voor voor hun klachten wordt gevonden. Voor chronische de patiënt. De patiënt heeft liever een technische vermoeidheid, onverklaarde pijn op de borst en het oplossing, een pil of operatie. Voor de huisarts kan spastisch colon zijn er cognitief-gedragstherapeuti- een meer technische interventie ook makkelijker sche programma’s ontwikkeld. In het kader van weten- zijn. Om met een patiënt te spreken over onderlig- schappelijk onderzoek is ook voor hypochondrie een gende psychosociale aspecten en instandhoudende cognitief gedragstherapeutisch behandelprotocol ont- factoren bij somatische klachten kost meer tijd. En wikkeld. die is er vaak niet in de drukke huisartsenpraktijk, hoe graag de huisarts dit ook zou willen. Het moti- Toekomst veren voor en verwijzen naar een psycholoog kost ook tijd. Uit diverse wetenschappelijke onderzoeken Tegenwoordig krijgen patiënten met chronisch soma- blijkt dat multidisciplinair behandelen uiteindelijk tische aandoeningen op verschillende manieren het effectiefst is voor de patiënt. Zeker nu er steeds 38 PatientCare/juni 2009
  • 5. senpraktijk: prevalentie, functionele beperkingen en comorbiditeit met angst en meer aandacht is voor somatiek en psyche binnen depressie. Ned Tijdschr Geneesk 2006;150 (12):671-6. de GGZ, lijkt verwijzing een juiste optie. 14. Van der Feltz-Cornelis CM, Van der Horst H. Handboek Somatisatie. 2e herziene druk. Utrecht: De Tijdstroom; 2008. Referenties: 1. Pool G, Heuvel F, Ranchor AV, et al. Handboek psychologische interventies bij chro- nisch-somatische aandoeningen. Assen: Koninklijke van Gorcum: 2004. 2. Heijmans M, De Ridder D, Schreurs K, et al. Psychosociale zorg aan somatisch chro- Correspondentieadres: nisch zieken: een inventarisatie van de mogelijkheden voor richtlijnontwikkeling. Eindverslag en aanbevelingen. Utrecht: Vakgroep Klinische Psychologie en Gezond- Dr. i.P.a.M. Huijbrechts, GZ-Psycholoog/senior onderzoeker heidspsychologie; 1998. PsyQ Psycho-medische programma’s 3. Van Es SM, Wippoo P. Wat kan een psycholoog betekenen voor een patiënt met afdeling Somatiek & Psyche hyperhidrosis? Ned Tijdschr Dermatol Venereol 2007;17:129-32. 4. Van Es SM, Wippoo P. “Pas op, juffrouw, je smelt!’ Over de cognitieve gedragsthera- Lijnbaan 4 pie van een patiënte met hyperhidrosis en een sociale fobie. Tijdschr Gedragstherapie 2512 Va Den Haag 2005;2:131-40. 5. Denollet J, Brutsaert DL. Reducing emotional distress improves prognosis in coro- e-mailadres: i.Huijbrechts@psyQ.nl nary heart disease. 9-year mortality in a clinical trial of rehabilitation. Circulation 2001;104:2018-23. 6. Kop WJ, Ader DN. Assessment and treatment of depression in coronary artery dis- ease patients. Ital Heart J 2001;2(12):890-4. 7. Guck TP, Kavan MG, Elsasser GN, et al. Assessment and treatment of depression following myocardial infarction. Am Fam Physician 2001;64(4):641-8. 8. Duits AA, Boeke S, Taams MA, et al. Prediction of quality of life after coronary artery bypass graft surgery: a review and evaluation of multiple, recent studies. Psychosom Med 1997;59(3):257-68. 9. Zigmond AS, Snaith RP. The hospital anxiety and depression scale Acta Psychiatr Scand 1983;67(6):361-70. 10. Bukberg J, Penman D, Holland JC. Depression in hospitalized cancer patients. Psy- chosom Med 1984;46:199-213. 11. Van ’t Spijker A, Trijsburg RW, Duivenvoorden HJ. Psychological sequalae of can- cer diagnosis: a meta-analytical review of 58 studies after 1980. Psychosom Med 1997;59:280-93. 12. Koppejan-Rensebrink AG, Heemskerk P. Herstel & Balans, een nieuw concept voor nazorgprogramma’s voor kankerpatiënten. Medisch Contact 1997;52:1459-60. 13. De Waal MW, Arnold IA, Eekhof JA, et al. Somatoforme stoornissen in de huisart- PatientCare/juni 2009

×