• Like
Rrl hoofdstuk 9.a
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Rrl hoofdstuk 9.a

  • 531 views
Uploaded on

 

More in: Spiritual , Technology
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
531
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1

Actions

Shares
Downloads
1
Comments
0
Likes
0

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide

Transcript

  • 1.
  • 2. Welkom terug! Er staat weer heel wat te gebeuren dus ik zal snel beginnen met het opfrissen van jullie geheugen. De vorige keer konden jullie zien dat Isa niet lekker in haar vel zat, maar met de hulp van Manon en Laurens, die intussen haar vriendje is, kwam het weer helemaal goed. Manon probeerde intussen haar beste vriend Lucas te koppelen. Jasper sloot vriendschap met Maria en groeide op tot tiener. Nadine en Stijn zijn nog steeds 2 eigenwijze kinderen. Wat de familie Wander niet weet, is dat Kimberly en Tara lucht beginnen te krijgen van hun verleden…
  • 3. Het is weer een doordeweekse dag en de hele familie Wander zit aan de ontbijt. Zoals altijd ontbijt de hele familie samen voordat iedereen naar school of naar het werk gaat.
  • 4. ‘Is het goed als ik vanmiddag na school naar Laurens ga?’ vraagt Isa. Zij en Laurens hebben nu al een paar weken een relatie en Isa voelt zich beter dan ooit.
  • 5. Samantha wisselt een korte blik met Levi en knikt dan naar Isa. ‘Natuurlijk vinden we het goed als je naar Laurens gaat.’ zegt ze met een glimlach naar haar oudste dochter.
  • 6. Levi knikt ook. ‘Maar ik zou het wel leuk vinden om deze mysterieuze jongen die het hoofd van mijn dochter op hol brengt eens te ontmoeten.’ zegt hij. Isa knikt. ‘Ik zal het voorstellen.’ zegt ze.
  • 7. ‘Nu we het er toch over hebben, ik wilde vanmiddag eigenlijk naar Maria gaan.’ zegt Jasper. ‘En ik wilde vanmiddag eigenlijk naar Lucas voor een werkstuk.’ zegt Manon.
  • 8. De ogen van Stijn lichten meteen op. ‘Betekent dat dat Nadine en ik alleen thuis zijn naar school?’ vraagt hij hoopvol en zowel in zijn ogen, als in die van Nadine verschijnen pretlichtjes.
  • 9. Samantha hoeft maar een korte blik met Levi te wisselen en schudt dan resoluut haar hoofd. ‘Geen denken aan. Ik kom wel een paar uurtjes eerder naar huis, voor jullie hier het hele huis afbreken.’ zegt ze.
  • 10. Een beetje teleurgesteld vertrekken Nadine en Stijn even later samen met hun broer en zussen naar school. Levi doet snel de afwas en gaat dan bij Samantha aan tafel zitten.
  • 11. ‘Waar denk je aan?’ vraagt hij als hij ziet dat Samantha afwezig voor zich uit zit te staren. Samantha kijkt hem verbaasd aan en Levi grijnst. ‘Al sinds ik de borden van tafel heb gehaald, zit je voor je uit te staren. Je kunt me niet vertellen at er niets is.’ legt hij uit.
  • 12. Samantha kijkt hem twijfelend aan. ‘Ze zijn nu al zo groot aan het worden met al die vriendjes en vriendinnetjes. Ik zat te denken, is het niet eens tijd om ze de waarheid te vertellen?’ vraagt ze zich hardop af.
  • 13. Levi kijkt haar even geschrokken aan, maar herstelt zich snel. ‘Maar we hadden toch besloten dat we het pas zouden vertellen als ze allemaal minimaal tieners zijn? Ik weet niet of het wel een goed idee is om het nu al te vertellen.’
  • 14. Samantha haalt opnieuw haar schouders op. ‘Het was maar een gedachte. Ik vind het soms gewoon zo naar dat we dit voor hen moeten verzwijgen.’ zegt ze terwijl ze naar het tafelblad staart.
  • 15. Levi knikt. ‘Dat heb ik ook, maar ik weet dat we hen er niet mee helpen als we het nu al vertellen. We zullen nog even geduld moeten hebben, maar ik weet zeker dat ze het zullen begrijpen.’ zegt hij.
  • 16. Het is één uur als de schoolbus Isa niet afzet voor haar eigen huis, maar voor het appartementencomplex waar Laurens woont. Een beetje verbaasd staart Isa naar het kleine appartementje voor haar.
  • 17. ‘Dus hier woon je.’ fluistert ze. Laurens grijnst en kijkt haar aan. ‘Natuurlijk woon ik hier, wat had je dan verwacht? Een villa?’ vraagt hij lachend als hij haar gezicht ziet. Isa haalt haar schouders op. ‘Ik weet het niet.’
  • 18. Laurens schudt lachend zijn hoofd en trekt haar mee naar de voordeur. Eenmaal binnen staan ze in een klein huiskamertje, wat toch gezellig is ingericht. ‘We zijn thuis, mam.’ zegt Laurens en nu pas ziet Isa de vrouw die bij het aanrecht staat.
  • 19. De vrouw bij het aanrecht draait zich om en glimlacht naar haar zoon en zijn vriendin. ‘Wat leuk om je eindelijk eens te ontmoeten. Ik ben Anna, de moeder van Laurens’ zegt ze met een hartelijke glimlach richting Isa. ‘
  • 20. Isa voelt zich meteen thuis in het kleine appartementje. ‘Ik ben Isa. Ik vind het ook heel leuk om u te ontmoeten. Laurens heeft al veel over u vertelt.’ zegt ze en kijkt naar Laurens die een beetje beschaamd kijkt.
  • 21. Anna ziet het gezicht van haar zoon ook en lacht. ‘Niets dan goeds, hoop ik?’ zegt ze lachend. ‘En zeg alsjeblieft geen ‘u’, dan voel ik me meteen zo oud.’ zegt ze lachend.
  • 22. Isa lacht en knikt. Plotseling duikt er jongen naast haar op, die haar nog niet eerder opgevallen was. ‘Dus we krijgen eindelijk eens te zien welk meisje ons broertje het hoofd op hol brengt.’ zegt hij lachend wat hem een stomp van Laurens oplevert.
  • 23. ‘Dus je wilt het zo spelen?’ vraagt de jongen en hij pakt Laurens vast. Laurens begint meteen te worstelen om los te komen, maar dat is nog niet zo makkelijk. ‘Jongens, stop!’ roept Anna boven hun kreten uit.
  • 24. Meteen laat de jongen het hoofd van Laurens los. ‘Deze vervelende snotaap is dus mijn broer, Roy.’ zegt Laurens tegen Isa. Roy grijnst. ‘Leuk je te ontmoeten.’ zegt hij vriendelijk tegen Isa. Isa lacht. ‘Ook leuk om jou te ontmoeten.’ zegt ze.
  • 25. Laurens rolt kort met zijn ogen. ‘Zullen wij naar boven gaan?’ vraagt hij en Isa knikt. ‘Ik ben echt heel benieuwd naar je kamer.’ zegt Isa terwijl ze samen de trap op lopen en voor één van de deuren blijven staan. Laurens grijnst. ‘Dit is het dan.’ zegt hij terwijl hij en Isa de kleine kamer binnen lopen.
  • 26. Laurens ploft neer op het bed, terwijl Isa twijfelend bij het bureau blijft staan. ‘Vanwaar dat tweede bed?’ vraagt ze als ze een tijdje in stilte de kamer rond heeft gekeken.
  • 27. ‘Ik deel deze kamer met Roy.’ legt Laurens uit. ‘We hebben niet genoeg slaapkamers om allemaal een eigen slaapkamer te hebben dus delen we onze kamers.’ legt hij uit en grijnst dan. ‘Wat vind je ervan?’ vraagt hij.
  • 28. Isa aarzelt even. ‘Een eerlijk antwoord graag.’ zegt Laurens als het stil blijft. Isa haalt haar schouders op. ‘Als ik heel eerlijk ben, had ik het groter verwacht.’ Voor een gezin met vier kinderen lijkt het heel klein.’ zegt ze. ‘Maar ik vind je kamer heel leuk.’ voegt ze er snel en blozend aan toe.
  • 29. Laurens grinnikt. ‘Ik dacht al wel dat je dat zou zeggen.’ zegt hij. ‘We hebben niet allemaal een vader met een succesvolle eigen zaak.’ zegt hij plagend. ‘Het is inderdaad niet groot, maar het is precies groot genoeg voor ons.’
  • 30. ‘Mijn vader is kok.’ legt Laurens verder uit. ‘Het is niet het best betaalde baantje in de stad en hij heeft heel lange werkdagen, maar het is wel zijn droombaan en hij geniet van elke minuut. Mijn ouders hebben ons daarom ook geleerd om te doen wat je leuk vindt, dat is veel belangrijker dan geld.’ zegt hij en Isa knikt stilletjes. ‘Je hebt helemaal gelijk, sorry.’ zegt ze zachtjes.
  • 31. Laurens grijnst. ‘Dat maakt toch helemaal niet uit, gekkie. Kom eens hier.’ zegt hij lachend en Isa loopt ook met een lach op haar gezicht naar het bed. Ze gaat op haar knieën naast hem zitten en kijkt hem in de ogen. Laurens grijnst. ‘Ik denk dat dit ook een van de dingen is, die mijn ouders bedoelden. Hier kan ik wel van genieten.’ zegt hij.
  • 32. Isa glimlacht en laat zich op het bed vallen. ‘Laten we er dan maar goed van genieten.’ zegt ze. ‘Samen.’ Laurens knikt terwijl hij zachtjes door haar haar streelt. ‘Daar ben ik het helemaal mee eens.’ zegt hij.
  • 33. Een paar uur later zitten Isa en Laurens samen in de kleine tuin die bij het appartementje hoort. Laurens heeft Isa een plechtige rondleiding gegeven door het huis en nu zitten ze samen van de laatste beetjes zon van de dag te genieten.
  • 34. Plotseling schiet er Isa iets te binnen. ‘Zou je het leuk vinden om binnenkort ook een keer kennis te maken met mijn ouders?’ vraagt ze. ‘Mijn vader wil je heel graag ontmoeten en je hoeft niet bang te zijn; ik zal zorgen dat al het zware gereedschap verstopt is.’
  • 35. Laurens glimlacht. ‘Het lijkt me heel erg leuk om je familie eens te ontmoeten. Ik ben nu al zo vaak bij je thuis geweest, maar ik heb naast Manon nog niemand gezien.’ zegt hij. Isa knikt goedkeurend. ‘Daar zal je mijn vader heel gelukkig mee maken.’ zegt ze.
  • 36. Laurens wil nog iets zeggen, maar voor hij dat kan doen vliegt de buitendeur open en twee kinderen komen lachend naar buiten rennen. ‘Laurens!’ roept het meisje vrolijk.
  • 37. Als ze Isa zien blijven ze voor het tafeltje staan. Laurens grinnikt. ‘Dit zijn dus mijn zusje Romy en mijn broertje Kris.’ legt hij uit terwijl hij van het meisje naar het jongetje wijst. Isa glimlacht. ‘Hallo.’ zegt ze. ‘Ik ben Isa.’
  • 38. Romy knikt en staart dan stilletjes naar haar tenen, terwijl Kris Isa onderzoekend opneemt. ‘Wat komen jullie eigenlijk doen?’ vraagt Laurens. Nu kijkt Romy weer op. ‘We moesten van mama zeggen dat we over een uurtje gaan eten.’
  • 39. Laurens knikt en wendt zich weer tot Isa. ‘Heb je zin om mee te eten? Ik weet zeker dat mijn moeder dat niet erg vindt?’ vraagt hij, maar Isa schudt haar hoofd. ‘Ik had beloofd dat ik voor het eten thuis zou zijn.’ legt ze uit.
  • 40. Niet veel later staan Isa en Laurens weer samen in de woonkamer. Laurens heeft zijn armen om haar heen geslagen en Isa legt haar handen op zijn schouder. ‘Ik vond het heel erg leuk dat je er was.’ zegt Laurens.
  • 41. Isa glimlacht en knikt. ‘Ik vond het ook heel leuk om hier te zijn.’ zegt ze. ‘Ik vond het heel erg leuk om je familie te ontmoeten en om te zien waar je woont.’ zegt ze.
  • 42. Laurens grijnst. ‘Dan zie ik je morgen op school wel weer.’ zegt hij en Isa knikt. ‘Tot morgen.’ zegt ze nog voor Laurens zijn lippen op die van haar drukt. Romy en Kris kijken allebei snel weer terug naar hun tekening en blokken en Roy trekt een vies gezicht, maar Laurens en Isa trekken zich er niets van aan.
  • 43. Als Isa en Laurens eindelijk voldoende afscheid hebben genomen, lopen ze samen naar de deur, maar voor ze die bereikt hebben, gaat die al open en een iets oudere man komt binnen. ‘Wilde je deze jongedame zomaar weg laten gaan zonder haar eerst aan je vader voor te stellen?’ vraagt hij verontwaardigd aan Laurens.
  • 44. Isa grinnikt, want ze mag de man meteen al. ‘We zouden niet durven.’ zegt ze lachend. ‘Ik ben Isa Wander en u moet de vader van Laurens zijn.’ zegt ze vrolijk.
  • 45. De man lacht en knikt. ‘Ik ben Ramses de Pater.’ zegt hij vriendelijk. ‘Leuk om je eindelijk eens te ontmoeten. Laurens heeft het al vaak over je gehad, maar excuseer me nu, ik zie daar een heel mooie vrouw staan die ik even moet begroeten.’ zegt hij met een knipoog.
  • 46. Isa kijkt Laurens grijnzend aan terwijl Ramses naar Anna toe loopt om haar te begroeten met een kus. ‘Dat ruikt weer heerlijk, schat.’ zegt hij. ‘Je hebt weer prima je best gedaan, zie ik.’ zegt hij terwijl hij een blik op de gedekte tafel werpt.
  • 47. Isa glimlacht en draait zich weer naar Laurens. ‘Laten we hopen dat wij net zo gelukkig worden als zij.’ zegt ze met een knikt naar de ouders van Laurens terwijl ze haar armen opnieuw om Laurens heen slaat.
  • 48. Rond één uur arriveert Jasper met de schoolbus bij een iets groter appartementencomplex in Belladonnabaan. ‘Dus hier woon je?’ vraagt Jasper als Maria voor één van de deuren blijft staan.
  • 49. Maria knikt. ‘Als het goed is zijn we alleen thuis. Niels is nog niet uit school en Sophietje en Marnix zijn waarschijnlijk druk bezig met hun huiswerk dus we zijn zo goed als alleen.’ zegt ze.
  • 50. Jasper knikt en volgt Maria naar binnen. Als ze de kamer in komen, zijn ze echter allebei heel verrast. ‘Marnix?’ vraagt Maria verbaasd als ze haar broer met een meisje op zijn schoot op de bank ziet zitten.
  • 51. Snel glijdt het meisje van de schoot van Marnix en pakt een studieboek op schoot. ‘En zo reken je dus de afgeleide uit.’ zegt ze, maar het is al te laat. Verbaasd kijkt Maria naar haar broer en net zo verbaasd kijkt Jasper naar het meisje. ‘Etsu?’
  • 52. De jongeren op de bank beginnen te blozen en kijken naar hun voeten. Maria begint te glunderen. ‘Ik geloof dat je zojuist betrapt bent, broertje. Het valt niet meer te ontkennen.’ zegt ze lachend.
  • 53. Even later zit het viertal samen op de bank. ‘Ik denk dat we het niet langer kunnen ontkennen.’ zegt Marnix en kijkt naar Etsu en die knikt. ‘We zijn verliefd.’ zegt ze tegen Jasper en Maria.
  • 54. Maria grijnst. ‘Dat hadden we al wel door.’ zegt ze. ‘Zo zag het er ook wel uit toen we binnen kwamen. Maar wat ik me vooral af vraag: hoe lang is dit al bezig?’ vraagt ze.
  • 55. Marnix haalt zijn schouders op. ‘Een maand misschien. Het is allemaal nog heel pril dus we wilden het nog even voor onszelf houden.’ legt hij uit en Etsu knikt. ‘Maar ik denk niet dat dat nu nog lukt.’ zegt ze lachend.
  • 56. Maria en Jasper lachen allebei. ‘Ik denk het ook niet.’ zegt Maria ondeugend. ‘Ik vind het in elk geval heel leuk voor jullie.’ vult Jasper haar aan.
  • 57. Ze praten nog even verder totdat de oudste zus van Maria de kamer binnen komt. ‘Maria, kun je me even helpen?’ vraagt ze haar zusje bijna smekend terwijl ze bij hen komt staan.
  • 58. Maria zucht en kijkt even naar Jasper. ‘Kan ik jou alleen laten met die tortelduifjes?’ vraagt ze en Sophietje kijkt haar verbaasd aan. Maria gebaart dat ze het nog wel uit zal leggen en Jasper knikt.
  • 59. Maria staat op van de bank en loopt mee naar de kamer van haar zus. Jasper blijft intussen zitten en wendt zich tot Etsu. ‘En hoe gaat het nu met jou en je familie?’ vraagt hij.
  • 60. Etsu glimlacht en wisselt even een korte blik met Marnix. ‘Goed.’ zegt ze dan tegen Jasper. ‘Heel goed, alles gaat zo zijn gangetje. Niet heel veel bijzonders.’ zegt ze.
  • 61. Jasper grinnikt. ‘‘Goed’? En daar moet ik het mee doen? Dat kan toch wel wat uitgebreider?’ vraagt hij lachend. ‘Vertel eerst maar eens hoe het zo tussen jullie is gekomen.’ zegt hij en gebaart naar Marnix.
  • 62. Etsu grinnikt. ‘Goed dan, als jij het wilt.’ zegt ze. ‘Marnix en ik kennen elkaar van school en we konden het altijd al wel goed vinden, maar sinds we samen een scheikundeproject hebben gedaan is de vonk over geslagen.’ zegt ze lachend.
  • 63. Etsu ziet het aandringende gezicht van Jasper en lacht. ‘Oké dan, omdat je zo nieuwsgierig bent. Met mijn moeder en Tinus gaat het ook heel goed. Ze zijn nog steeds heel gelukkig in ons nieuwe huis en natuurlijk samen.’ zegt ze.
  • 64. ‘God, wat ben jij nieuwsgierig.’ zegt ze als ze opnieuw het gezicht van Jasper ziet. ‘Met Axel en Pascal gaat ook alles prima. Het zijn gewoon twee vrolijke, avontuurlijke jongetjes en we zijn allemaal dol op hen.’
  • 65. ‘Ik weet dat je het wilt weten dus ik zal het maar zeggen: Met Sassie gaat het ook allemaal goed, al doet ze de laatste tijd een beetje geheimzinnig. Ze sluit zich regelmatig op in haar kamer en belt veel. Ik verdenk haar ervan dat ze een vriendje heeft, maar ik kan het nog niet bewijzen.’ zegt Etsu triomfantelijk.
  • 66. ‘Het is nu alleen wat moeilijker om haar in de gaten te houden, want ze is een paar weken geleden naar de universiteit vertrokken. Ze maakt het tot nu toe goed en je weet hoe ze is: Als ze eenmaal een doel voor ogen heeft, dan doet ze er ook alles aan om het te bereiken.
  • 67. Als Etsu uitgesproken is, gaat ook de deur van de slaapkamer weer open en Maria komt naar buiten. Ze gaat weer naast Jasper op de bank zitten. ‘Zullen we naar mijn kamer gaan?’ vraagt Marnix.
  • 68. Etsu knikt en samen staan ze op. ‘Ik zie je nog wel en doe tot die tijd geen gekke dingen.’ zegt ze tegen Jasper. Hij kijkt haar onschuldig aan. ‘Ik zou niet durven.’ zegt hij.
  • 69. ‘Dit wilde ik je nog laten zien.’ zegt Maria terwijl ze een flyer aan Jasper geeft. ‘Het is een nieuwe club die deze week in de stad geopend wordt. We moeten er echt naar toe.’ zegt ze.
  • 70. Jasper kijkt de uitnodiging vluchtig over. ‘Maar het is op een woensdag.’ zegt hij teleurgesteld. ‘Mijn ouders vinden het nooit goed als ik dan uitga.’ zegt hij twijfelend.
  • 71. Maria trekt een sip gezicht. ‘Maar het is helemaal niet zo leuk als je niet mee gaat.’ zegt ze. ‘Je moet echt een manier vinden om mee te kunnen. Als jij niet gaat, ga ik ook niet.’
  • 72. Jasper kijkt haar nog steeds twijfelend aan als de voordeur open gaat en het jongste broertje van Maria binnen komt. ‘Hoi Niels.’ zegt ze. ‘Hoe was het op school?’
  • 73. Met een zucht laat Niels zich op de bank vallen. ‘Het was wel leuk op school, maar we hebben een heel moeilijke opdracht als huiswerk gekregen.’ zegt hij. Jasper kijkt hem vriendelijk aan. ‘Zullen wij je dan maar helpen?’
  • 74. Ook Manon is om één uur niet naar huis gebracht, maar naar het huis van de familie Crone. De temperatuur is nog steeds heel aangenaam en daarom hebben ze samen plaats genomen in de tuin.
  • 75. ‘Echt waar Lucas, dat met Isa heeft goed uitgepakt, maar dat kan ook gewoon geluk zijn. Als ik jou nu succesvol aan een vriendin help, dan weet iedereen dat het serieus is en voor ik het weet kan ik iedereen gaan koppelen.’ probeert Manon nogmaals.
  • 76. ‘Echt waar Manon, ik weet zeker dat het niet gaat lukken.’ zegt Lucas plagend. ‘Laten we er gewoon over op houden. We moeten over 2 week dat werkstuk voor levensbeschouwing af hebben en we hebben nog steeds geen onderwerp.’
  • 77. ‘Ik weet wel een onderwerp.’ zegt Manon. ‘Wat dacht je van de liefde. Als jij me dan eerst vertelt op wat voor types je valt, dan zal ik je helpen om haar te versieren.’ zegt ze.
  • 78. ‘Of wat dacht je ervan als we een werkstuk maken over opdringerige vriendinnen.’ zegt Lucas. ‘Dan kan jij vertellen hoe het voelt om je vrienden de hele dag onder druk te zetten.’ zegt hij plagend.
  • 79. Manon rolt met haar ogen. ‘Heel grappig.’ zegt ze. Plotseling worden haar ogen groot. ‘Wil je soms niet… Wil je niet omdat je niet op meisjes valt?’ vraagt ze geschrokken.
  • 80. Lucas kijkt haar verbaasd aan. ‘Natuurlijk wel.’ zegt hij. ‘Hoe kom je daar nu weer bij? Soms slaat je fantasie echt op hol, is het niet?’ vraagt hij lachend. Manon haalt verontwaardigd haar schouders op. ‘Zo gek is dat toch niet. Waarom wil je me anders niet laten helpen?’ vraagt ze.
  • 81. Lucas haalt zijn schouders op. ‘Sommige mensen vinden het gewoon niet fijn om hun liefdesleven met iedereen te delen.’ zegt hij. ‘En misschien ben ik ook wel zo iemand.’ zegt hij.
  • 82. Manon wil protesteren, maar op dat moment komen Lex en Lars aan lopen. ‘Nee! Zo ging het helemaal niet.’ roept Lex verontwaardigd uit. ‘We wonnen omdat ik zo’n goede voorzet gaf, niet omdat jij hem erin schoot.’
  • 83. Een beetje boos gaan ze ten over elkaar zitten. ‘Wat is er met jullie aan de hand?’ vraagt Manon verbaasd. Lars zucht. ‘We hebben gevoetbald op school en we hebben gewonnen omdat ik scoorde.’ legt hij uit.
  • 84. Lex begint meteen te protesteren. ‘We wonnen omdat ik zo’n goede voorzet gaf, want anders had de tegenpartij zeker weten gescoord en dan hadden we verloren.’
  • 85. Manon en Lucas zijn hun discussie meteen vergeten en kijken elkaar lachend aan. ‘Ik denk dat jullie allebei voor de overwinning hebben gezorgd. Als jij geen voorzet had gegeven, had Lars niet kunnen scoren en als Lars niet gescoord had, hadden jullie verloren.’ zegt ze.
  • 86. Daar denken de jongens even over na en knikken dan. ‘Dat is waar.’ zegt Lars en Lex knikt. ‘Zullen we naar binnen gaan, dan vertellen we het aan mama?’ vraagt hij. Lucas staat ook op. ‘Zullen wij ook maar eens beginnen?’ vraagt hij en Manon volgt hem naar binnen.
  • 87. ‘Ik denk dat ik een goed onderwerp weet.’ zegt Lucas. ‘Waarom maken we geen werkstuk over het belang van een goede samenwerking?’ stelt hij voor. Manon knikt enthousiast. ‘Dat lijkt me een prima idee!’ zegt ze en er verschijnt een twinkeling in haar ogen. ‘Wij zouden ook samen kunnen werken als ik jou zou koppelen.’ zegt ze en Lucas kreunt. ‘Daar gaan we weer.’ zegt hij.
  • 88. ‘Ik heb goed nieuws voor je, pap.’ zegt Isa die avond tijdens het eten. Levi kijkt haar verbaasd aan en Isa lacht. ‘Laurens komt morgenavond langs om kennis met jullie te maken.’ zegt ze. Levi knikt goedkeurend.
  • 89. ‘Lucas en ik zijn ook al goed opgeschoten met ons werkstuk. We hebben echt een heel leuk onderwerp gevonden.’ vertelt Manon vrolijk. ‘Het idee kwam eigenlijk door Lars en Lex, maar we zijn er allebei echt heel blij mee.’
  • 90. ‘Ik kwam Etsu vandaag nog tegen bij Maria. We hebben haar betrapt terwijl ze zat te zoenen met de broer van Maria.’ vertelt Jasper tussen twee happen door als Manon is uitgeraasd over haar project.
  • 91. Levi kijkt geintereseerd op. ‘Het is al veel te lang geleden dat we af hebben gesproken.’ merkt hij op. ‘Hoe gaat het met ze? Is het voor Sassie niet ongeveer tijd om te gaan studeren?’
  • 92. Jasper knikt. ‘Sassie is een paar weken geleden naar de universiteit vertrokken. Met de rest van de familie gaat het ook prima en met Etsu natuurlijk helemaal, want die was dolverliefd.’ zegt hij lachend.
  • 93. Isa die merkt dat Nadine en Stijn al die tijd bijna niets hebben gezegd, kijkt hen vragend aan. ‘Hoe was jullie middag? Ik had toch wel wat wilde verhalen verwacht.’ zegt ze. Nadine haalt haar schouders op. ‘We mochten van mama niet alleen thuis zijn dus kwam ze eerder uit haar werk.’ zegt ze.
  • 94. Stijn knikt om zijn zusje aan te vullen. ‘En toen stelde ik voor om eerst huiswerk te maken, zodat we dat vanavond niet meer hoeven te doen.’ zegt hij, maar Nadine schudt haar hoofd. ‘Terwijl ik juist zei dat we beter konden spelen, want dat is veel leuker.’ zegt ze.
  • 95. Samantha knikt. ‘Dus toen zei ik…’ wil ze zeggen, maar Stein onderbreekt haar. ‘Nee mam, nu zijn wij aan het vertellen.’ zegt hij en Samantha is meteen stil. ‘Dus toen zei mama dat we ook eerst konden spelen en daarna nog even huiswerk konden maken.’ zegt hij zelfvoldaan.
  • 96. Nadine knikt enthousiast. ‘Dus we hebben eerst even gespeeld. Stijn heeft met zijn raket gespeeld en ik heb geschilderd en daarna hebben we al een groot deel van ons huiswerk gedaan.’ zegt ze trots. ‘En nu mag jij weer vertellen, mama.’
  • 97. Na het eten gaan alle kinderen met of zonder tegenzin naar boven om hun huiswerk te maken. ‘Wat sta je weer te dromen.’ zegt Levi als hij Samantha bij het schilderij van Nadine betrapt.
  • 98. Verrast kijkt ze op en voelt hoe Levi haar handen vast pakt. ‘Het schilderij van Nadine is echt heel goed. Ze heeft echt talent. Dat is alles.’ zegt ze terwijl ze geniet van de aanraking van Levi.
  • 99. Hij lacht. ‘Ik weet wel van wie ze dat talent heeft.’ zegt hij. ‘Ze is net zo getalenteerd als haar moeder.’ Samantha kijkt hem met een glimlach aan. ‘Charmeur.’ zegt ze plagend, maar Levi trekt zich er niets van aan en kust haar.
  • 100. Als Nadine en Stein even later beneden komen, zitten Levi en Samantha in een innige omhelzing op de bank. Nadine kucht even. ‘We zijn klaar met ons huiswerk.’ zegt ze en Levi en Samantha laten elkaar snel los.
  • 101. ‘Heel mooi.’ zegt Levi snel. ‘En wat gaan jullie nu doen?’ vraagt hij. Nadine en Stijn kijken elkaar even aan. ‘Ja, wat gaan we nu doen?’ vraagt Nadine, maar Stijn haalt ook zijn schouders op om te laten zien dat hij het ook niet weet.
  • 102. ‘Weten jullie echt niets meer om te doen?’ vraagt Samantha en Nadine en Stijn schudden allebei hun hoofd. Levi begint te grijnzen. ‘Dan weet ik wel iets.’ zegt hij geheimzinnig en staat op van de bank.
  • 103. Een half uur later zitten Levi, Samantha, Nadine en Stijn helemaal in het spel. Om de beurt leggen ze een stokje op de lama en ze houden om de beurt hun adem in.
  • 104. Levi is nog net zo fanatiek als toen hij een kind was, maar met trots ziet hij hetzelfde doorzettingsvermogen terug bij zijn kinderen die net als hij alles doen om te winnen.
  • 105. De hele avond vermaken ze zich en er is niemand die nog aan andere dingen denkt. Levi voelt zich weer helemaal kind. Het spel laat hem elke keer terugdenken aan de tijd voordat hij het geheim te horen kreeg.
  • 106. Twijfelend staat Tara in haar kamer. Ze masseert haar nek met haar hand om de kramp te verzachten. Dat krijgt ze nou altijd als ze met een dilemma zit. Peinzend staart ze naar de doos voor haar op de grond.
  • 107. Het geweer blinkt alsof het nog nooit is aangeraakt, wat eigenlijk ook het geval is. Ze heeft het ding alleen in haar jaszak gehad, maar ze heeft het nooit kunnen gebruiken. Toen ze het wilde gebruiken, ontmoette ze Kimberly en al die tijd heeft ze het pistool niet gebruikt.
  • 108. Toch is ze nog steeds niet overtuigd. Wie zegt dat Kimberly echt te vertrouwen is? Waarom zou ze erop geloven dat het met haar hulp wel lukt om Levi te vernietigen en wie zegt dat ze daar het pistool niet bij kan gebruiken. Kimberly’s plannetjes zijn op niets uitgelopen, dat is duidelijk en het is nog maar de vraag of het dit keer wel zal lukken.
  • 109. Plotseling hoort ze iemand zachtjes op de deur kloppen. ‘Tara? Mag ik binnenkomen?’ hoort ze haar vader vragen. Razendsnel schuift ze de doos onder het bed en ze laat zich op het bed vallen. ‘Kom maar binnen.’ zegt ze vluchtig.
  • 110. ‘Wat kom je doen?’ vraagt Tara als Armand de kamer binnen komt schuifelen. Hij heeft zijn werkkoffer in zijn hand en blijft twijfelend bij de rand van haar bed staan.
  • 111. ‘De taxi is zo hier.’ zegt hij. ‘Je weet dat ik op zakenreis ga en niet zomaar voor een paar weken. Weet je zeker dat je het alleen redt, het komende jaar?’ vraagt Armand zijn dochter.
  • 112. Tara rolt met haar ogen en kijkt haar vader uitdagend aan. ‘Ik ben geen klein kind meer. Ik kan heus wel een jaar voor mezelf zorgen. Op de universiteit is het me toch ook 4 jaar lang gelukt?’ zegt ze geïrriteerd.
  • 113. ‘Dat is het nu juist.’ mompelt Armand. Tara zucht. ‘Wat?’ vraagt ze geïrriteerd. Armand haalt zijn schouders op. ‘Het is gewoon zo dat je verandert bent sinds je terug bent van de universiteit. Je bent jezelf niet meer, niet zoals vroeger.’
  • 114. Tara rolt opnieuw met haar ogen. ‘Begin je daar nu alweer over? Ik heb het je al eerder gezegd, ik heb geen idee waar je het over hebt. Misschien ben ik wel niet degene die veranderd is, misschien is alles hier wel veranderd.’
  • 115. Armand zucht nogmaals, maar gaat niet tegen zijn dochter in. ‘Je doet weer zo afkeurend, dat doe je nu altijd als het over je studietijd of over die Levi Wander gaat.’
  • 116. ‘Levi heeft hier niets mee te maken.’ snauwt Tara haar vader toe. ‘Ik dacht dat je hier kwam om afscheid te nemen, maar als je zo begint, kun je beter meteen weg gaan en dan zie ik je over een jaar wel weer.’ zegt ze kattig.
  • 117. Armand zucht opnieuw. ‘Oké dan, als jij het wilt. Ik hoop dat je het een beetje redt hier in je eentje. Als er iets is kun je me altijd bellen. Mijn mobiel staat altijd aan.’ zegt hij. Tara knikt goedkeurend.
  • 118. Zodra ze haar vader de kamer uit gewerkt heeft, laat Tara zich naast het bed vallen en trekt ze de doos onder het bed uit. Opgelucht haalt ze adem en staart naar het stukje metaal. Ze is klaar om de beslissing te nemen.
  • 119. Snel staat ze op en pakt de telefoon van haar bureau. Ze zoekt haar adresboekje erbij en draait het nummer wat ze al zo lang niet meer heeft gedraaid. De telefoon gaat maar twee keer over voor er opgenomen wordt.
  • 120. Haar mondhoeken krullen om als ze zijn stem weer hoort. ‘Hallo Leo, je spreekt Tara De Bateau.’ zegt ze. ‘Ja, dat is zeker lang geleden.’ ze grijnst kort terwijl ze terugdenkt aan hun laatste telefoongesprek. ‘Leo, ik heb je hulp weer nodig.’ valt ze maar meteen met de deur in huis.
  • 121. ‘En wees maar niet bang, je wordt er rijkelijk voor beloont.’ zegt ze snel en ze wacht kort op het antwoord. Tevreden met het antwoord begint ze te grijnzen. ‘Ik wist wel dat ik op je kon rekenen, Leo, maar ik waarschuw je. Dit wordt geen makkelijke opdracht.’ Ze wacht even. ‘Ik wil dat je op zoek gaat naar iemand die niet bestaat.’
  • 122. ‘Stop hier maar even.’ zegt Armand even later tegen zijn chauffeur. De auto komt voor het huis tot stilstand en Armand stapt uit. Terwijl hij het huis in zich opneemt belt hij aan en wacht totdat de deur geopend wordt.
  • 123. Verbaasd ziet Gabriël Goemans wie er voor de deur staat. ‘Meneer De Bateau, wat doet u hier nu? En op dit late tijdstip nog wel?’ vraagt hij. Meteen voelt hij de ongerustheid toeslaan.
  • 124. Armand grinnikt kort om zijn verbaasde blik. ‘Wees maar niet bang. Er is niets aan de hand. En noem me alsjeblieft geen meneer, maar gewoon Armand.’ zegt hij geamuseerd. ‘Mag ik binnenkomen? Ik wil ergens met je over praten.’
  • 125. Gabriël knikt en gaat Armand voor. ‘Ga toch zit…’ hij breekt zijn zin af als hij zich realiseert dat de stoel niet echt in goede staat is. ‘Ik zal even op zoek gaan naar een goede stoel. Kan ik iets te drinken voor u inschenken?’ Armand schudt zijn hoofd. ‘Nee, ik blijf maar even. Ik was eigenlijk op weg naar het vliegveld. Ik ga op zakenreis.’
  • 126. Gabriël knikt kort tot hem iets te binnen schiet. ‘Hoe lang gaat u op zakenreis?’ vraagt hij. ‘En gaat…’ Hij slikt even als hij merkt dat hij haar naam niet uit kan spreken.
  • 127. Armand schudt zijn hoofd. ‘Tara blijft thuis. Dat is ook de reden dat ik hier ben. Ik wil dat jij op haar let terwijl ik weg ben.’ legt Armand maar meteen uit.
  • 128. Gabriël draait zich om. ‘Ik ga toch maar even een stoel zoeken.’ mompelt hij en hij loopt weg bij Armand. Hij durft zijn gast niet langer aan te kijken en is ijverig op zoek naar een ander onderwerp om over te praten.
  • 129. Hij is echter niet snel genoeg en Armand gaat gewoon door. ‘Ik weet dat Tara je de vorige keer niet zo netjes behandeld heeft, maar ik weet ook dat jij om mijn dochter geeft.’
  • 130. Gabriël blijft roerloos bij het bureau staan, terwijl hij naar het verhaal van Armand luistert die rustig verder praat. ‘Tara laat het misschien niet altijd merken en vooral de laatste keer dat je bij ons thuis was niet, maar ik weet dat ze ook om jou geeft en misschien wel meer dan dat.’
  • 131. Gabriël slikt en er volgt een lange stilte. Hoe vaak had hij dit niet willen horen? Hoe lang had hij hier niet van gedroomd? Hoe lang had hij er wel niet over gedaan om dat verlangen uit zijn hoofd te zetten? Nu krijgt hij het eindelijk te horen, ook al is het niet uit de mond van Tara, maar hij heeft geen idee wat hij moet zeggen.
  • 132. ‘Ik weet dat ik bij jou bij de goede persoon ben. Jij geeft net zo veel om Tara als ik doe. Sinds ze terug is van de universiteit is Tara zichzelf niet meer en naar mij luistert ze niet. Ik weet dat jij me kunt helpen.’ zegt Armand als hij stil blijft en hij de emotie van Gabriël niet kan zien.
  • 133. Gabriël zucht en zoekt steun bij zijn bureau. Een paar seconde staart hij zonder iets te zeggen naar zijn vingertoppen terwijl hij de gedachten in zijn hoofd probeert te ordenen. ‘Wat wil je dat ik doe?’ vraagt hij uiteindelijk.
  • 134. ‘Jij en Tara vormen een heel leuk stel. Het lukt je vast wel om haar over te halen om weer bij je terug te komen. Met mijn financiële steun lukt het je wel. Zorg er in ieder geval dat ze je vertrouwt en dat je weet wat haar bezig houdt. Jij kunt vast tot haar doordringen.’ legt Armand kort uit.
  • 135. Gabriël laat het voorstel kort op hem inwerken. De woorden van Armand klinken heel aantrekkelijk en natuurlijk zou hij het heerlijk vinden als hij Tara weer kon zien, maar….
  • 136. ‘Ik doe het niet.’ zegt hij vastbesloten en draait zich om naar Armand. ‘Ik heb me erbij neergelegd dat het niets tussen mij en Tara gaat worden en dat moet u ook doen. Ik kan Tara niet tot iets dwingen waar ze zelf niet achter staat.’
  • 137. Armand kijkt hem even ontzet aan. ‘Spijtig.’ mompelt hij en het is weer even stil. ‘En wat als ik je eens een aardige som geld geef. Ik geloof dat je dat wel kunt gebruiken.’ stelt hij voor terwijl hij kort om zich heen kijkt.
  • 138. Gabriël schudt resoluut zijn hoofd. ‘Geen denken aan.’ zegt hij. ‘Ik kan werkelijk niet geloven dat u dit zegt. Ik kan niet geloven dat u mij geld aanbiedt om iets met u dochter te beginnen. Niet alles is te koop, meneer De Bateau. Ik dacht dat u verstandiger was, maar blijkbaar denkt u niet aan de wil van u dochter.’ valt hij uit. ‘Ik wil dat u weggaat.’
  • 139. Armand staart hem kort aan. ‘Spijtig.’ mompelt hij nogmaals. ‘Ik hoop echt dat je je mening bijstelt. Het gaat niet goed met Tara en ik wil er alles aan doen om haar gelukkig te maken, ook als dat op deze manier moet.’
  • 140. ‘Tot ziens, meneer De Bateau.’ zegt Gabriël zacht maar duidelijk. Armand zucht. ‘Ik hoop echt dat je van gedachte verandert. Jij en Tara vormen een mooi stel.’ zegt hij en draait zich om om richting de deur te lopen. ‘Pas goed op haar. Ik kom er zelf wel uit.’ mompelt hij nog.
  • 141. De volgende ochtend is Jasper de laatste die aan de ontbijttafel verschijnt. De hele familie zit al te wachten met een bordje voor hun neus. ‘Mag ik nu eindelijk beginnen?’ vraagt Stijn zodra hij zijn oudste broer de kamer in hoort komen.
  • 142. Jasper grinnikt terwijl Stijn enthousiast zijn pannenkoeken aanvalt en gaat zelf ook zitten om te ontbijten. ‘Ik vertelde net dat Laurens vanavond langs komt.’ praat Isa hem bij.
  • 143. Jasper kijkt zijn zus verbaasd en opgewekt aan. ‘Wat leuk. Ik heb hem altijd al eens willen ontmoeten. Het lijkt me heel gezellig om hem vanavond te zien.’ zegt hij. Manon zit naast hem en bijt op haar lip om haar lach in te houden.
  • 144. Isa ziet het en wil er iets van zeggen, maar haar vader is haar voor. ‘Wat verwacht je eigenlijk vanavond van ons? Wat wil je dat we doen?’ vraagt hij. Isa haalt haar schouders op. ‘Wees gewoon aardig en stel jezelf voor.’ zegt ze.
  • 145. Samantha grijnst. ‘Het komt echt wel goed, Levi.’ zegt ze. ‘Het is niet zo dat de president vanavond langs komt, het is het vriendje van onze dochter. Wees gewoon jezelf.’
  • 146. ‘Het lijkt me echt heel erg leuk om Laurens nu ‘in het echt’ te ontmoeten.’ zegt Manon. ‘Ik heb vanavond toch niets beters te doen. Jij toch ook niet, Jasper?’ vraagt ze heel onschuldig en dat levert haar een trap van Jasper onder tafel op.
  • 147. Isa knikt terwijl haar ogen haar broer en zus onderzoekend opnemen. Manon en Jasper hebben hun ogen allebei op hun bord gericht terwijl Isa hen in de gaten houdt. Iets klopt er niet, daar is ze zeker van.
  • 148. Erg lang heeft Isa niet de tijd om na te denken over de kwestie, want de schoolbus arriveert alweer om alle kinderen mee naar school te nemen. Allemaal trekken ze hun jassen aan en lopen dan naar de gele bus die hen naar school zal brengen.
  • 149. ‘Klaar om te gaan?’ vraagt Levi als de schoolbus uit het zicht is verdwenen en Nadine en Stijn niet meer zullen zien dat ze niet meer zwaaien. Samantha knikt. ‘Helemaal klaar om te gaan.’ zegt ze.
  • 150. Samen wandelt het stel naar de winkel die ze nog steeds met veel plezier onderhouden. Zoals altijd zorgt Samantha ervoor dat de voorraad aangevuld blijft en ze helpt de klanten terwijl Levi aan de kassa staat.
  • 151. Om 1 uur komt de schoolbus weer aan bij het huis van de familie Wander en Isa, Manon en Jasper stappen uit. Isa heeft haar broer de hele dag in de gaten gehouden, maar ze is er nog steeds niet achter wat er die ochtend speelde. Ze is echter vastbesloten om daar vanmiddag nog achter te komen.
  • 152. Manon is niet alleen naar huis gekomen, maar ze heeft Lucas mee genomen. ‘Niet te geloven, toch!’ zegt hij vrolijk. ‘We hebben gewoon een 9 voor ons werkstuk!’
  • 153. Manon knikt stralend. ‘Zie je nu wel dat ik ook heel goede ideeën kan hebben.’ zegt ze trots. Lucas rolt met zijn ogen en lacht om haar opmerking. ‘Zal ik je dan maar een schouderklopje geven?’ vraagt hij, maar Manon schudt haar hoofd. ‘Dat is te veel van het goeden.’ zegt ze met een knipoog en loopt naar binnen.
  • 154. Eenmaal binnen ploft Manon neer op een van de banken. Lucas volgt haar voorbeeld en gaat op de andere bank zitten. Manon opent haar mond en wil iets zeggen, maar ze bedenkt zich.
  • 155. ‘Ik weet wat je wilt zeggen en het antwoord is Nee.’ zegt Lucas als hij het ziet. ‘Ik weet dat het bij Isa heeft gewerkt, maar wat laat je denken dat ik op zoek ben naar een vriendin?’ vraagt hij.
  • 156. Manon grinnikt. ‘Daar wilde ik het helemaal niet over hebben, maar leuk dat je erover begint.’ zegt ze. ‘En trouwens, ik ben je beste vriendin. Ik zie dat je iemand leuk vindt. Ik weet alleen nog niet wie. Waarom vertel je het me niet gewoon?’
  • 157. Lucas zucht. ‘Ik kan je waarschijnlijk toch niet van het idee afbrengen.’ merkt hij zachtjes op terwijl hij naar het vloerkleed staart. Manon grijnst. ‘Waarschijnlijk niet, nee.’ zegt ze.
  • 158. ‘Goed.’ zegt Lucas. ‘Stel dat ik, hypothetisch gezien, verliefd zou zijn op een meisje, maar dat meisje heeft dat niet door of ze is verliefd op iemand anders.’ zegt hij. ‘Stel dat dat het geval is, wat zou jij mij dan aanraden om te doen?’
  • 159. Manon begint te grijnzen. ‘Dus het is waar?’ vraagt ze, maar als ze de doordringende blik van Lucas ziet is ze even stil en denkt na. ‘Oké, dit is wat ik, hypothetisch gezien, zou aanraden: maak haar jaloers, dat werkt altijd. Als ze denkt dat je een vriendin hebt, ziet ze vanzelf in wat ze voor je voelt.’
  • 160. Lucas knikt aarzelend en Manon grijnst. ‘Dus vertel, wie is het?’ zegt ze, maar Lucas schudt zijn hoofd. ‘Dat krijg je echt niet uit me.’ zegt hij lachend. ‘Voorlopig nog niet.’
  • 161. Terwijl Manon Lucas probeert uit te horen, komt de schoolbus opnieuw de straat inrijden en deze weer worden Nadine en Stijn samen met Pascal en Axel Riksema afgezet. ‘Leuk dat we met jullie mee naar huis mochten.’ zegt Pascal vrolijk.
  • 162. Stijn knikt lachend. ‘Natuurlijk mogen jullie mee. Onze ouders kennen elkaar al zo lang, we zijn net familie.’ zegt hij. ‘Maar genoeg gepraat, zullen we in de achtertuin gaan spelen?’
  • 163. Alle vier accepteren ze het voorstel van Stijn en samen rennen ze naar de achtertuin. ‘Laten we tikkertje spelen!’ stelt Stijn voor aan Pascal en meteen tikt hij hem op de arm. ‘Tikkie, jij bent hem!’ roept hij en rent lachend weg.
  • 164. Terwijl Stijn en Pascal samen tikkertje spelen, laat Nadine trots aan Axel zien wat ze tijdens de gymles heeft geleerd. Ze neemt een korte aanloop en maakt dan een volleerde radslag.
  • 165. Als ze weer met haar beide voeten op de grond staat kijkt Axel haar met grote ogen aan. ‘Wauw, gaaf!’ roept hij uit. ‘Kun je mij dat ook leren? Alsjeblíeft?’ vraagt hij met smekende ogen.
  • 166. Nadine kijkt hem even peinzend aan en lacht dan. ‘Natuurlijk wil ik het je leren.’ zegt ze. ‘Ik zal het nog een keer voordoen en dan moet je goed kijken wat ik doe.’ zegt ze en maakt zich weer klaar voor nog een radslag.
  • 167. Terwijl Nadine, Stijn, Pascal en Axel zich buiten vermaken, neemt Isa nog eens diep adem en loopt dan de kamer van Jasper in. ‘Heb je even tijd voor je grote zus?’ vraagt ze.
  • 168. Jasper maakt een vaag gebaar en Isa neemt aan dat het goed is. Ze werpt snel een blik op zijn schrift en gaat dan op bed zitten. ‘Het antwoord is 28 kilometer per uur.’ zegt ze als ze Jasper steunend boven zijn huiswerk ziet zitten.
  • 169. Jasper schrijft het antwoord snel op en schuift zijn schrift aan de kant. ‘Dankjewel.’ zegt hij terwijl hij zich naar Isa omdraait. ‘Maar je bent hier vast niet zomaar. Wat wil je, Isa?’ vraagt hij een beetje sceptisch.
  • 170. Isa grijnst. ‘Wat ken je me toch goed.’ zegt ze. ‘Ik ben hier inderdaad niet om jou al je antwoorden van je huiswerk voor te zeggen. Ik wil weten wat er vanochtend aan de hand was bij het ontbijt.’ legt ze uit.
  • 171. Jasper fronst kort. ‘Wat bedoel je precies, Ies?’ vraagt hij dan aarzelend. ‘We hebben het vanochtend tijdens het ontbijt gehad over Laurens. Hij komt vanavond langs, weet je nog. Je was er zelf bij.’
  • 172. Isa rolt met haar ogen. ‘Je weet best dat ik het daar niet over heb. Je kunt mij niet voor de gek houden, Jasper. Die blikken die jij en Manon vanochtend wisselden… Ik weet dat er iets is.’
  • 173. Jasper zucht. ‘Goed dan. Als je het zo graag wilt weten. Het ging over een plan van mij en Maria. Er opent binnenkort een nieuwe club in de stad en daar willen we graag samen heen gaan.’ legt hij uit.
  • 174. Isa knikt begrijpend. ‘Moeten jullie daar nu zo’n groot geheim van maken? Hoe heeft Manon het eigenlijk uit je weten te krijgen?’ vraagt ze. ‘Ik hoop dat je je realiseert dat Manon niet de beste persoon is om een geheim te bewaren?’
  • 175. Jasper zucht. ‘Dat heb ik nu ook door.’ zegt hij. ‘Maar jij zou ook moeten weten dat je Manon niets kan weigeren. Ze blijft net zo lang zeuren totdat je het vertelt dus ik heb weinig moeite gedaan om het geheim voor haar te houden.’ legt hij uit en zwijgt dan. ‘De opening is vanavond.’ fluistert hij zachtjes.
  • 176. Isa kijkt hem kort aan. ‘Vanavond?’ zegt ze dan. ‘Dus daarom maakte Manon die opmerkingen.’ Alles is nu veel duidelijker voor haar, op één ding na. ‘Weten pap en mam hiervan?’
  • 177. Jasper aarzelt even en schudt dan zijn hoofd. ‘Natuurlijk weten ze het niet. Denk je dat ze me zullen laten gaan vanavond? Het is een doodnormale woensdagavond dus ik moet morgen gewoon naar school. Echt niet dat ze me laten gaan.’
  • 178. Isa schudt haar hoofd. ‘Dat weet je niet.’ zegt ze. ‘Misschien vinden ze het wel niet erg, als je het vraagt zullen ze er vast wel over na willen denken. Zo slecht zijn ze echt niet.’ zegt ze terwijl ze naar het dekbed staart.
  • 179. Jasper kijkt haar met opgetrokken wenkbrauwen aan. ‘Kom op, Ies.’ zegt hij verontwaardigd. ‘Je weet best dat ze het niet goed zullen keuren. Dat kan ik zo ook wel zeggen. Daar hoef ik het echt niet voor te vragen.
  • 180. Isa schudt haar hoofd. ‘Dat weet je niet als je het niet eerst vraagt. Je kunt toch niet zomaar het huis uit sluipen in het midden van de nacht. Je kunt dit niet voor papa en mama verborgen houden.’ zegt ze vastbesloten.
  • 181. Jasper schudt net zo vastbesloten zijn hoofd. ‘De kans dat ik dan mag gaan is nog kleiner. Ze hoeven dit toch niet te weten? Dit is iets tussen mij en Maria, daar hebben ze niets mee te maken.’
  • 182. Isa zucht en kijkt even naar het kleed. ‘Ik wilde dit eigenlijk niet doen en het is ook meer de stijl van Manon, maar als jij het niet vertelt, dan doe ik het wel. Het klinkt misschien kinderachtig, maar van liegen wordt niemand beter.’
  • 183. Jasper kijkt zijn zus ongelovig aan. ‘Kom op, Isa, dit kun je niet menen!’ roept hij uit. ‘Je gaat me toch niet verlinken? En trouwens, technisch gezien is dit geen liegen. Ik verzwijg gewoon iets, dat is alles.’ probeert hij zijn zus te sussen.
  • 184. Isa staat op van het bed. ‘Dat kan me niets schelen. Ik wil dat je het vertelt en als je dat niet doet, dan zal ik het doen.’ zegt ze vastbesloten. ‘Ik meen het Jasper.’ Ze loopt de kamer uit en laat Jasper achter die binnensmonds vloekt.
  • 185. Tijdens het eten hangt er een doodse stilte tussen Jasper en Isa in. ‘Hebben jullie niets te vertellen vandaag? Normaal zitten jullie altijd zo vol verhalen.’ merkt Levi op terwijl hij zijn kinderen één voor één aankijkt.
  • 186. Isa die al die tijd afwezig in haar eten heeft zitten prikken en Jasper af en toe betekenisvolle blikken heeft gezonden kijkt op. ‘Het was vandaag eigenlijk een heel normale dag. Het was rustig op school en na school heb ik huiswerk gemaakt.’ zegt ze en kijkt naar haar broer. ‘Heb jij misschien iets meegemaakt, Jasper?’
  • 187. Jasper kijkt zijn zus kort en doordringend aan en knikt dan. ‘Ik heb gehoord dat Manon haar punt voor haar werkstuk terug heeft gekregen.’ zegt hij en Manon begint meteen enthousiast te knikken. ‘We hebben een 9 gehaald.’ zegt ze trots.
  • 188. Voor Isa nog een opmerking kan maken, wordt Jasper al gered door Nadine. ‘Ik heb ook iets te vertellen.’ zegt ze. ‘Ik heb ook een vriendje, net als Isa. Lex en ik zijn ook vriendje en vriendinnetje.’ Ze vertelt het vol trots.
  • 189. Levi kijkt zijn jongste dochter bedenkelijk aan. ‘Je bedoelt Lex van Justin en Sandra?’ vraagt hij en Nadine knikt trots. Levi zucht. ‘Ben je niet een beetje jong voor een vriendje?’ vraagt hij.
  • 190. ‘Gefeliciteerd, schat.’ zegt Samantha met een grijns. Manon grinnikt. ‘Je bent nooit te jong om lief te hebben. Romantiek moet je stimuleren.’ zegt ze tot groot genoegen van Nadine.
  • 191. Na het eten gaan Manon, Nadine en Stijn naar boven om hun huiswerk te maken. Eerder die middag hadden ze daar nog geen tijd voor gehad, omdat ze hadden afgesproken met Lucas en met Pascal en Axel.
  • 192. Isa trekt zich nog even terug in haar kamer – nadat ze Jasper met een veelbetekenende blik heeft aangekeken – om wat te lezen en Jasper staat met een zucht op om zijn vader te helpen met het afruimen van de tafel.
  • 193. Levi neemt dankbaar de borden van hem over en zet ze stuk voor stuk in de vaatwasser. Als hij klaar is kijkt hij Jasper dan onderzoekend aan. ‘Waar kan ik je mee helpen?’ vraagt hij.
  • 194. Jasper kijkt hem verbaasd aan. ‘Ben ik dan zo voorspelbaar?’ vraagt hij zich hardop af. ‘Hoe wist je dat ik je iets belangrijks wilde vragen?’ vraagt Jasper.
  • 195. Levi lacht. ‘Zo moeilijk was dat niet om te zien.’ zegt hij. ‘Je helpt me normaal nooit met afruimen, jij bent altijd de eerste die naar boven gaat zodra we klaar zijn met eten.’ zegt hij. ‘Maar wat wilde je me nu vragen? Ik zou niet willen dat je al die moeite voor niets hebt gedaan.’
  • 196. Jasper grijnst en knikt. ‘Goed dan. Waar ik het eigenlijk over wilde hebben is een idee van Maria. Er opent een nieuwe club in de stad en daar willen we graag samen naar toe gaan vanavond.’ zegt hij.
  • 197. Levi kijkt zijn zoon bedenkelijk aan. ‘Vanavond?’ vraagt hij en Jasper knikt. ‘Op een woensdagavond?’ vraagt Levi en Jasper knikt opnieuw. ‘En het begint zeker niet voor tien uur?’ vraagt Levi aarzelend.
  • 198. Jasper knikt nog een keer en zucht geergerd. ‘Ik mag toch wel gaan?’ vraagt hij. ‘Ik heb al tegen Maria gezegd dat ik mee zou gaan en ik kan het dus niet meer afzeggen.’
  • 199. Levi kijkt nog steeds bedenkelijk en schudt zijn hoofd. ‘Ik denk niet dat het zo’n goed idee is. Het is vandaag maar een gewone woensdagavond en morgen moet je weer naar school. Bovendien, Laurens komt vanavond en het zou niet leuk zijn voor Isa als jij er niet bent.’ probeert hij.
  • 200. Jasper kijkt zijn vader geïrriteerd aan. ‘Kom op, pap!’ roept hij verontwaardigd uit. ‘Dit kun je toch niet menen? Hoe vaak vraag ik nou om een gunst? Voor deze ene keer mag het toch wel?’
  • 201. Levi schudt zijn hoofd en Jasper kijkt hem kwaad aan. ‘Waarom nou niet?’ moppert hij. ‘Iedereen mag altijd gaan en ik nooit. Waarom is dat eigenlijk? Geef me daar eens één goede reden voor.’
  • 202. Levi kijkt even zwijgend naar de grond. ‘Het is gewoon te gevaarlijk, Jasper.’ zegt hij dan. ‘Je weet niet wat je zo laat nog tegen komt. Ik wil niet dat je iets overkomt dus daarom heb ik liever dat je vanavond thuis bent.’
  • 203. Jasper slaat geergerd zijn armen over elkaar en kijkt zijn vader boos aan. ‘En dat moet ik geloven?’ vraagt hij. ‘Als je niets beters kunt bedenken, waarom laat je me dan niet gewoon gaan? Je doet dit alleen maar om mij te pesten.’ moppert hij.
  • 204. Levi kijkt hem moeilijk aan. ‘Het spijt me echt Jasper, maar het is beter als je vanavond niet weg gaat. Ik doe het ook niet graag, maar ik verbied je om vanavond weg te gaan.’ zegt hij.
  • 205. Jasper kijkt hem kwaad aan. ‘Best.’ mompelt hij en stampt langs zijn vader de keuken uit. ‘Echt waar Jasper, het is beter zo.’ probeert Levi nog te sussen, maar Jasper slaat met een harde klap de deur achter hem dicht.
  • 206. In de gang, onder aan de trap, komt Jasper Isa tegen. Boos stampt hij door. ‘Je wordt bedankt.’ sist hij terwijl hij langs haar heen de trap op stormt. Isa blijft beduusd onder aan de trap staan en hoort hoe hij de deur van zijn kamer met een harde klap dicht gooit.
  • 207. Eenmaal op zijn kamer laat Jasper zich op zijn bed vallen. Hij voelt zijn bloed nog steeds koken, maar zijn ademhaling wordt al rustiger. Hij laat zijn hoofd in zijn hand zakken en loopt de ruzie met zijn vader nog eens langs.
  • 208. Hij is zeker niet van plan om zich die avond nog beneden te vertonen. Hij heeft geen zin om gezellig te doen met Laurens en Isa en de rest van de familie. Hij kijkt op als hij zijn mobiel op zijn bureau hoort trillen.
  • 209. Met snelle stappen loopt hij naar het bureau en zijn hart maakt een sprongetje als hij de naam van de beller op het schermpje ziet staan. ‘Het gaat door vanavond.’ zegt hij zodra hij opgenomen heeft. ‘Ik zal er zijn.’
  • 210. Levi loopt langzaam naar de bank waar Samantha hem onderzoekend opneemt. ‘Ik weet niet of ik dit nog veel langer kan.’ zucht hij. ‘Ik weet dat Nadine en Stijn nog te jong zijn voor onze geheimen, maar Isa, Manon en Jasper kunnen we niet veel langer voor de gek houden.’
  • 211. Veel tijd om de kwestie te bespreken hebben ze niet, want Isa komt aarzelend, maar met een grote lach op haar gezicht de kamer in lopen. Laurens volgt haar. ‘Mam, pap, dit is Laurens.’ zegt ze.
  • 212. Levi en Samantha staan allebei op van de bank. ‘Leuk u te ontmoeten, meneer en mevrouw Wander.’ zegt Laurens vriendelijk. ‘Gewoon Samantha en Levi alsjeblieft.’ zegt Samantha en Levi knikt. ‘Leuk om nu eindelijk de jongen te ontmoeten die mijn dochter het hoofd op hol brengt.’
  • 213. Laurens lacht. ‘Ik geloof dat ik dat ben.’ zegt hij met een korte blik op Isa. ‘Maar misschien is het ook wel andersom.’ De grijns op zijn gezicht wordt groter terwijl hij naar Isa kijkt.
  • 214. Levi knikt goedkeurend. ‘Zo mag ik het zien.’ zegt hij. ‘Maar nu we het er toch over hebben, ik wil wel dat je voorzichtig bent met mijn kleine meisje. Je moet weten dat als er iets met haar gebeurt, je met mij te maken krijgt.’
  • 215. Isa kijkt haar vader ongelovig aan, maar Laurens blijft heel rustig. ‘Maar natuurlijk meneer Wander, Levi.’ zegt hij. ‘Ik zou zelf ook niet willen dat er iets met Isa zou gebeuren, daar is ze me veel te dierbaar voor.’ zegt hij.
  • 216. Levi knikt nogmaals goedkeurend. ‘Ik ben blij dat je dat zegt, maar mijn waarschuwing blijft gelden. Ik wil niet dat je Isa pijn doet, op wat voor manier dan ook.’ Laurens knikt. ‘Natuurlijk, dat snap ik.’
  • 217. ‘Moet dit echt, pap?’ vraagt Isa en ze kijkt hoopvol naar haar moeder. Samantha bijt op haar lip en probeert niet te lachen, maar Laurens haalt zijn schouders op. ‘Het is goed, Isa.’ zegt hij en hij grinnikt.
  • 218. Op dat moment wordt de deur van de hal opengegooid en Stijn rent de kamer in, op zijn hielen gevolgd door Nadine. ‘Waarom hebben jullie ons niet geroepen?’ vraagt hij verontwaardigd.
  • 219. ‘Ik ben pas net binnen.’ zegt Laurens terwijl hij zich tot de tweeling wendt. ‘Jullie hebben nog niets gemist. Ik ben Laurens en als jullie het niet erg vinden, dan zal ik hier nog wat vaker komen voor Isa.’ legt hij uit.
  • 220. Stijn knikt. ‘Ik ben Stijn en dit is mijn zusje Nadine, maar eigenlijk is zij de oudste.’ zegt hij. Nadine knikt. ‘Het is voor het eerst dat hij toegeeft dat hij de oudste is.’ zegt ze. ‘We vinden het trouwens niet erg als je hier vaker komt, maar alleen als je ook met ons komt spelen en niet alleen met Isa.’ zegt ze.
  • 221. Laurens stemt lachend in en Nadine en Stijn lopen vrolijk naar de speeltafel waar ze gaan zitten. De spanning in het huis is gebroken en als ook Manon naar beneden komt, verplaatst het gezelschap zich naar de zithoek.
  • 222. ‘Waar blijft Jasper nou?’ vraagt Manon als iedereen al ruim een half uur beneden zit. ‘Ik heb hem na het eten niet meer gezien, maar ik hoorde hem net wel heel hard zijn kamerdeur dicht slaan.
  • 223. Levi kijkt kort naar Samantha en dan weer naar zijn dochters. ‘Jasper en ik… we hadden een klein meningsverschil.’ legt hij uit. ‘Hij draait wel bij, maar ik denk dat we hem vanavond even met rust moeten laten.’
  • 224. Manon en Isa knikken allebei peinzend. Allebei hebben ze wel een idee waar dat ‘meningsverschil’ over ging. Laurens is degene die de stilte verbreekt. ‘Jammer, ik had graag kennis met hem gemaakt.’ zegt hij. ‘Maar dit geeft me wel weer een reden om terug te komen.’ zegt hij met een grijns.
  • 225. Aan het eind van een geslaagde avond begeleidt Isa Laurens naar buiten. ‘Sorry van dat van mijn vader.’ mompelt ze terwijl Laurens zijn armen om haar heen slaat.
  • 226. Laurens haalt zijn schouders op. ‘Het is niet erg. Hij bedoelde het niet slecht.’ zegt hij. ‘Waarschijnlijk doet elke vader dat als het om zijn dochter gaat. Ik weet zeker dat mijn vader dat over een paar jaar ook met Romy doet en ik kan niet wachten om het te zien.’ zegt hij lachend.
  • 227. Isa knikt en krijgt ook een lach op haar gezicht. ‘Ik vond het leuk dat je er was en je hebt mijn vader gehoord, je mag nog een keer terug komen.’ zegt ze. Laurens krijgt een nog grotere grijns op zijn gezicht en trekt haar nog meer naar zich toe. ‘Laat ik dat nu helemaal geen probleem vinden.’ zegt hij voordat hij haar voorzichtig kust.
  • 228. Als hij er zeker van is dat alle kinderen, Nadine en Stijn in het bijzonder, in bed liggen loopt Levi naar de kamer van Jasper. Voorzichtig opent hij de deur en opgelucht ziet hij dat Jasper rustig ligt te slapen. ‘Het spijt me echt.’ fluistert hij.
  • 229. Samantha komt zachtjes achter hem staan. ‘Laat hem maar lekker slapen.’ zegt ze. ‘Ooit zal hij het begrijpen.’ fluistert ze terwijl ze hem zachtjes meetrekt naar de gang en de deur sluit.
  • 230. Als hij geen voetstappen meer hoort gaat Jasper overeind zitten. ‘Ooit zal hij het begrijpen.’ imiteert hij de stem van zijn moeder. ‘Natuurlijk.’ fluistert hij sarcastisch en hij rolt met zijn ogen.
  • 231. Tevreden kijkt Jasper naar de tijd die zijn weker aangeeft. Hij doet snel zijn schoenen aan, grist zijn mobiel van zijn bureau en loopt op zijn tenen naar beneden. Hij houdt zijn oren gespitst of hij echt niets hoort, maar het blijft stil in huis.
  • 232. Zodra hij de voordeur zachtjes gesloten heeft begint hij sneller, maar toch nog steeds op zijn tenen te lopen. Hij wil zo snel mogelijk weg en hij kijkt niet meer om zich heen. Iets wat hij misschien wel had moeten doen.
  • 233. Hij kent gelukkig de weg naar de nieuwe club en hij rent de hele weg. Maria staat hem al op te wachten als hij aankomt. ‘Japser!’ roept ze enthousiast. ‘Je hebt het gehaald!’
  • 234. Jasper bloost om haar enthousiaste begroeting en omhelst haar onhandig. Hun handen strijken lichtjes langs elkaar heen en hij grijnst. ‘Ik kon je toch niet alleen laten gaan?’ legt hij uit. ‘Als vriend moet ik je op dit soort avonden vergezellen.’
  • 235. Maria knikt tevreden. ‘Dat wilde ik horen.’ zegt ze. ‘Maar laten we hier niet langer blijven staan. Het feest is allang begonnen!’ roept ze uit en ze pakt zijn hand om hem mee naar binnen te trekken.
  • 236. Het duurt niet lang voor het tweetal samen op de dansvloer staat. De DJ is lekker op dreef en de muziek vult de hele zaal, maar Jasper lijkt alleen oog te hebben voor zijn danspartner.
  • 237. ‘Ik geloof dat wij hier veruit de jongste zijn.’ merkt Maria op terwijl ze lachend naar een oudere man in pak wijst die zich helemaal uitleeft op de muziek. ‘En we zijn zeker ook de beste dansers hier.’ voegt ze lachend toe.
  • 238. Jasper draait zich nu ook om en ziet hoe de man zichzelf nog net op kan vangen voor hij de grond raakt. ‘Verreweg de beste.’ mompelt hij, maar hij weet dat Maria hem boven de muziek uit niet kan verstaan dus knikt hij.
  • 239. Verder wordt er niet veel gezegd, want daar is de muziek te hard voor. Af en toe trekken ze gekke gezichten naar elkaar of wijzen ze lachend naar iemand, maar ze bewegen vooral in de maat van de muziek.
  • 240. Later die avond wordt de muziek iets zachter gedraaid en Jasper en Maria lopen vermoeid naar de bar. ‘Dit is echt een geweldige nieuwe club.’ merkt Maria vrolijk op terwijl ze op de kruk gaat zitten.
  • 241. Jasper knikt. ‘Zullen we wat te drinken bestellen?’ stelt hij voor. ‘Ik neem wel een cola. Wat wil jij?’ vraagt hij, maar Maria kijkt hem lachend aan. ‘Ik bestel wel.’ zegt ze terwijl ze lachend haar hoofd schudt en de barman wenkt.
  • 242. Jasper kijkt toe hoe Maria de drankjes besteld. De barman kijkt hen even met opgetrokken wenkbrauw op en haalt dan zijn schouders op. Even later zet hij twee glazen voor hen neer en Jasper ruikt meteen de alcohol.
  • 243. ‘Zijn wij hier niet een beetje te jong voor?’ vraagt Jasper als de barman buiten gehoorafstand is. Maria schudt haar hoofd. ‘Eentje kan echt geen kwaad.’ zegt ze en neemt meteen ene grote slok. Jasper kijkt even peinzend naar zijn glas en neemt dan een grote slok.
  • 244. Zodra hij een slok heeft genomen voelt Jasper zijn spieren ontspannen. Hij is hier met Maria en hij is vastbesloten om er een leuke avond van te maken. Er is niets dat dat nog in de weg kan staan.
  • 245. ‘Ik ga even naar het toilet.’ zegt Maria. ‘Ik ben zo terug, niet weggaan, hoor.’ ze grinnikt om haar eigen grap terwijl ze wegloopt. Jasper knikt terwijl hij de laatste slok van zijn drankje neemt en zet het glas dan met een klap op de bar.
  • 246. De barman grinnikt om een reden die Jasper niet begrijpt, maar het maakt hem ook niets meer uit. Hij staat op van zijn kruk en kijkt de club rond terwijl hij ongeduldig op Maria wacht. Hij is klaar om weer te dansen.
  • 247. Plotseling verschijnt er een roodharige vrouw voor hem. Ze draagt een diep uitgesneden truitje en een zonnebril. Op dat moment lijkt dat helemaal niet raar. ‘Ben je hier helemaal alleen?’ vraagt ze vriendelijk.
  • 248. Japser steekt lachend zijn hand naar haar op. ‘Helemaal alleen.’ zegt hij. ‘Op dit moment dan. Mijn vriendin zit even naar de wc.’ legt hij uit. Hij realiseert zich nu pas dat hij de vrouw eigenlijk niet kent en hij weet niet waarom hij dit allemaal verteld.
  • 249. De vrouw glimlacht moeizaam naar hem, maar kijkt dan serieus. ‘Ben jij eigenlijk niet een beetje te jong om hier te zijn?’ vraagt ze. ‘Of zijn je ouders soms mee?’
  • 250. Jasper recht zijn schouders om iets ouder te lijken en schudt zijn hoofd. ‘Nee, ik ben hier samen met mijn vriendin.’ zegt hij. ‘Mijn ouders weten niet dat ik hier ben.’ Hij overdenkt de betekenis van zijn woorden even en plotseling voelt hij zich heel stoer.
  • 251. ‘Wees maar niet bang, ik zal het niet tegen je ouders vertellen.’ zegt Tara. ‘Ik weet toch niet wie het zijn. Wel heel stoer, hoor. ‘s Avonds het huis uit sluipen, ik zou willen dat ik dat had gedurfd. Je bent toch wel een stoere jongeman.’
  • 252. Jasper voelt dat zijn wangen rood worden door haar woorden, maar hij schenkt er geen aandacht aan. ‘Ach ja, zo gaat het nu eenmaal als je tiener bent.’ zegt hij. ‘Maar het was niet echt mijn idee, maar dat van mijn vriendin. Zij is eigenlijk nog veel stoerder dan ik.’
  • 253. Tara laat een hoog lachje uit haar mond ontsnappen. ‘Laat me niet lachen. Ik weet zeker dat dit jou idee was, zo’n stoere bink.’ zegt ze flirtend, maar Jasper schudt zijn hoofd. ‘Het was echt Maria’s idee.’ zegt hij.
  • 254. Tara zucht en besluit dat haar flirtpogingen niet gaan werken. Ze moet over gaan op plan B. ‘Wat is dat daar?’ vraagt ze en Jasper draait verbaasd om. Razendsnel vliegen de vingers van Tara naar het hoofd van Jasper en ze trekt aan een haar. Ze controleert of de wortel eraan zit en stopt het in haar zak voordat Jasper weer om kan draaien.
  • 255. ‘Wat was dat?’ vraagt Jasper verbaasd als hij zich weer omgedraaid heeft. Tara haalt haar schouders op. ‘Ik geloof dat ik het verkeerd gezien heb. Ik moet gaan. Fijne avond nog.’ zegt ze en ze loopt weg voor Jasper nog iets kan doen of zeggen.
  • 256. Erg lang heeft Jasper niet de tijd om over het incident na te denken, want Maria verschijnt weer oor hem en neemt zijn aandacht in beslag. ‘Hier ben ik weer. Heb je je niet verveeld toen ik weg was?’ vraagt ze.
  • 257. Jasper schudt zijn hoofd en wil iets zeggen als de DJ een nieuw liedje inzet. ‘O!’ roept Maria verrast uit. ‘Dit is echt mijn favoriete liedje. Kom op, je moet met me dansen!’ roept ze en trekt hem mee.
  • 258. Onwennig legt Jasper zijn hand op haar rug en hij voelt hoe haar hand lichtjes zijn schouder raakt. ‘Dit was echt een goed idee?’ mompelt hij terwijl ze op de maat van de muziek heen en weer wiegen.
  • 259. Maria grinnikt. ‘Ik heb heel veel goede ideeën, dus welk idee bedoelde je? Het uitgaan vanavond of dit, het dansen?’ vraagt ze met een grijns terwijl ze met haar vingers op zijn schouder speelt.
  • 260. Jasper lacht nu ook. ‘Ik bedoelde eigenlijk deze avond, het uitgaan.’ legt hij uit terwijl zijn hand ook haar schouder raakt. ‘Maar ik geloof dat ik hier ook wel aan kan wennen.’
  • 261. ‘O ja?’ vraagt Maria nonchalant. Jasper knikt. ‘Ik geloof zelfs dat ik er al aan gewend ben.’ zegt hij en Maria lacht. ‘Dat is mooi, ik denk namelijk dat ik er ook wel aan kan wennen.’ zegt ze.
  • 262. Maria buigt naar voren en laat voorzichtig haar hoofd op Jaspers schouder rusten. Jasper blijft even verstijfd staan, maar herstelt zich snel. Hij buigt ook naar voren en legt zijn hoofd op haar schouder.
  • 263. ‘Er is nog wel iets waar ik aan kan wennen.’ fluistert Maria in zijn oor en Jasper kijkt verbaasd op. Maria grijnst en haar mond beweegt langzaam naar de mond van Jasper totdat hun lippen elkaar heel zacht en voorzichtig raken.
  • 264. Hij weet niet hoe laat het is als hij de voordeur voorzichtig opent. Pas als hij in de hal loopt merkt hij dat hij aan het fluiten is. Snel bijt hij op zijn lip en hij luistert of iedereen nog slaapt voor hij op zijn tenen naar boven loopt.
  • 265. Met een grote grijns op zijn gezicht loopt hij naar zijn kamer en hij pakt zijn pyjama. Hij voelt dat de vermoeidheid steeds grotere proporties aanneemt, maar één gevoel is nog veel groter: verliefdheid. Vol blijdschap gaat hij in bed liggen en hij denkt geen moment meer aan de gebeurtenissen eerder die dag. Het enige waar hij aan denkt is Maria.
  • 266. Tot de volgende keer!