Rrl hoofdstuk 8

739 views
651 views

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
739
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
104
Actions
Shares
0
Downloads
2
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Rrl hoofdstuk 8

  1. 1.
  2. 2. Welkom terug bij alweer een nieuw hoofdstuk van A WanderingRound Robin Legacy. Dit hoofdstuk is wat korter dan anders, maar er staat weer genoeg te gebeuren. De laatste keer konden jullie zien hoe Isa en Manon opgroeide tot twee mooie tieners, Jasper werd een eigenwijs schoolkind en ook Nadine en Jasper hebben die leeftijd bereikt. Kimberly en Tara besloten om samen te gaan werken en hun eerste plannetje had meteen al grote gevolgen voor Levi en Samantha. Even leek het erop dat het stel uit elkaar zou gaan, maar gelukkig overwint hun liefde alles.<br />
  3. 3. Het is nog vroeg als Nadine voorzichtig de deur van de slapkamer van Stijn opent. ‘Ben je wakker?’ vraagt ze terwijl ze haar hoofd om de deur steekt en ziet dat het bed van haar tweelingbroer leeg is. ‘Als ik dat nog niet was, was ik dat nu wel.’ zegt Stijn terwijl hij zijn ladekast dicht schuift en Nadine de kamer in komt.<br />
  4. 4. Nadine haalt haar schouders op. ‘Ik kwam eigenlijk vragen of je mee komt spelen.’ zegt ze. Stijn loopt naar zijn bed en begint de dekens recht te trekken. ‘Ik maak eerst even mijn bed op.’ zegt hij en Nadine zucht. Ongeduldig blijft ze wachten terwijl Stijn expres nog een keertje extra over zijn deken strijkt. ‘Nu ben ik klaar.’ zegt hij en samen lopen ze de trap af.<br />
  5. 5. ‘In de woonkamer blijft Stijn staan en plant zijn handen in zijn zij. ‘Wat wil je gaan doen voor we naar school gaan?’ vraagt hij, omdat hij al weet dat zijn zusje allang een plan heeft bedacht. <br />
  6. 6. Nadine wordt meteen enthousiast als ze weer aan haar plan denkt. ‘Dit spelletje heeft Pascal me gisteren geleerd op school en ik weet zeker dat je het heel leuk zult vinden.’ zegt ze en begint Stijn de spelregels uit te leggen.<br />
  7. 7. Als Levi even later beneden komt zitten zijn twee jongste kinderen verwikkelt in een spannend spelletje. Glimlachend kijkt hij op hen neer terwijl zowel Nadine als Stijn proberen te winnen.<br />
  8. 8. Levi begint het ontbijt te maken en langzaam komt ook de rest van het gezin beneden. Samantha is de laatste die de trap af loopt en als ze de kamer inkomen zijn Nadine, Stijn en Jasper verwikkelt in een discussie.<br />
  9. 9. ‘Ik vind toch echt dat school niet alleen draait om lol maken. School is er ook om je iets te leren en aan je toekomst te werken. Ik leer altijd heel veel op school en als jullie wat ouder zijn zullen jullie dat ook wel begrijpen.’ besluit Jasper zijn verhaal.<br />
  10. 10. Stijn schudt zijn hoofd. ‘Omdat jij iets ouder bent wil dat niet zeggen dat je gelijk hebt.’ zegt hij. ‘Ik denk dat school om zowel leren als om plezier maken gaat, maar dat is mijn mening.’ zegt hij.<br />
  11. 11. Samantha glimlacht. ‘Ik denk dat jullie allemaal wel een mening over dit onderwerp hebben, maar mag ik vragen waarom jullie dit gesprek op de grond voeren en niet op de bank?’ vraagt ze. ‘Doe maar geen moeite, mam.’ zegt Isa vanaf de eethoek. ‘Dat vragen wij ons ook al de hele tijd af, maar ik denk dat ze dat zelf niet weten.’<br />
  12. 12. Even later zit het hele gezin aan het ontbijt en is de hele kwestie alweer vergeten. ‘Maar als je dan naar de winkel gaat, wat doe je daar dan allemaal?’ vraagt Nadine nieuwsgierig aan haar vader.<br />
  13. 13. Levi glimlacht. ‘Nou, er komen heel veel klanten die iets willen kopen en die moet ik allemaal helpen.’ legt hij uit. ‘Ik weet nog dat ik met je mee ging toen ik nog heel klein was. Ik vond het geweldig.’ merkt Isa op.<br />
  14. 14. Samantha glimlacht. ‘Als peuter heb ik je ook een keer meegenomen toen ik in verwachting was van Manon.’ zegt ze. Manon grinnikt om het gezicht van haar moeder. ‘Heb je eigenlijk weer zin om te beginnen?’ vraagt ze en Samantha knikt enthousiast.<br />
  15. 15. Stijn kijkt zijn vader smekend aan. ‘Mogen wij ook een keertje mee?’ vraagt hij en meteen zetten hij en Nadine hun liefste gezicht op. Levi grinnikt. ‘Misschien wel, maar ik zou eerst maar dooreten voor jullie de schoolbus missen.’ <br />
  16. 16. Als alle 5 de kinderen in de schoolbus zitten begint Levi de resten van het ontbijt op te ruimen terwijl Samantha nog snel naar boven gaat. Hij stapelt alle borden op en loopt ermee naar de keuken.<br />
  17. 17. Terwijl de afwas gespoeld wordt pakt Levi een spons en hij begin de aanrecht te schrobben. ‘Je bent heel sexy als je zo hard aan het werken bent.’ zegt Samantha terwijl ze met een grijns in de deuropening blijft staan.<br />
  18. 18. Levi glimlacht, maar schrobt stevig door. ‘Toe maar. Mevrouw blijft rustig in de deuropening staan terwijl ík al het harde werk doe.’ zegt hij. ‘Je kunt wel zien wie hier de broek aan heeft.’ <br />
  19. 19. Samantha glimlacht. ‘Ik zou je graag willen helpen, maar ik weet hoe leuk je het vindt om te doen.’ zegt ze. ‘Bovendien kijk ik graag naar je.’ voegt ze eraan toe en Levi grijnst. ‘Zoiets hoopte ik al.’<br />
  20. 20. Als Levi de spons weg heeft gelegd loopt Samantha naar hem toe. ‘Mijn eigen klusjesman.’ zucht ze terwijl ze zich naar hem toe buigt. Vlak voor zijn gezicht houdt ze zich stil. ‘Daar links zit nog een vlekje.’ fluistert ze en draait zijn gezicht richting het aanrecht.<br />
  21. 21. Levi grijnst en trekt haar naar zich toe om haar te kussen. ‘Dat is beter.’ zegt hij als Samantha zich zonder tegenstribbeling aan hem over geeft. ‘Dat zal je leren als je nog eens probeert mij voor de gek te houden.’<br />
  22. 22. Niet veel later staan Levi en Samantha voor de winkel en kan Samantha beginnen aan haar eerste werkdag. ‘Het is helemaal niets veranderd.’ zucht ze terwijl ze naar het gebouw kijkt.<br />
  23. 23. Levi kijkt haar van opzij aan. ‘Dan had ik het je toch wel verteld.’ zegt hij lachend. Samantha knikt. ‘Dat is waar, maar het voelt gewoon heel erg goed om hier terug te zijn.’ zegt ze. ‘Het voelt meteen weer vertrouwd.’<br />
  24. 24. ‘Zal ik de winkel maar openen?’ vraagt hij en Samantha knikt. ‘Ik kan niet wachten om te beginnen.’ zegt ze. Levi draait het bordje naar ‘open’ terwijl Samantha de winkel doorloopt om alle indrukken opnieuw op te snuiven.<br />
  25. 25. Voor de slaapkamerhoek blijft ze staan en staart naar het bed terwijl ze terugdenkt aan de keer dat ze Levi, jaren geleden, op kwam halen van zijn werk. Met een glimlach denkt ze terug aan die avond.<br />
  26. 26. ‘Ik denk dat ik wel kan raden waar je aan denkt.’ zegt Levi terwijl hij zijn armen om haar heen slaat. Samantha grijnst. ‘Vanaf dat moment wist ik zeker dat jij degene was waar ik mijn hele leven bij zou blijven. Ik vraag me af of Jessica nooit gemerkt heeft wat we hier gedaan hebben.’ zegt ze en draait zich om.<br />
  27. 27. Levi grijnst. ‘Ze had het vast wel door, maar ze hield wijselijk haar mond. Zo was ze wel.’ zegt hij en denkt terug aan zijn voormalige baas. Samantha knikt. ‘We hebben zoveel aan haar te danken; onze bruiloft, deze winkel.’ zegt ze en kijkt Levi dromerig aan. Langzaam buigt ze zich naar hem toe om hem te kussen, maar Levi houdt haar tegen. ‘De klanten kunnen elk moment binenn komen.’ merkt hij op.<br />
  28. 28. Samantha knikt en kust hem op zijn wang. Daarna maakt ze zich los uit zijn armen en loopt bij hem weg. De rest van de dag is Samantha druk bezig met de klanten en de voorraad van de winkel.<br />
  29. 29. Levi houdt haar de hele dag goed in de gaten terwijl hij de klanten vakkundig helpt. Hij vindt het heerlijk om Samantha weer de hele dag om zich heen te hebben en aan haar gezicht kan hij zien dat zij het ook prettig vindt om weer aan het werk te zijn.<br />
  30. 30. Af en toe werpt ze hem een gelukkig blik toe voordat ze zich weer tot de klanten richt. Ze vond het heerlijk om voor de kinderen te zorgen, maar nu ze groot genoeg zijn om naar school te gaan, vindt ze het ook heerlijk om weer te werken.<br />
  31. 31. Isa en Manon komen samen thuis uit school en omdat er niemand anders thuis is, gaan ze samen aan tafel zitten om hun huiswerk te doen. ‘Je had vandaag toch die presentatie?’ vraagt Manon als het een hele tijd stil is geweest.<br />
  32. 32. Isa knikt en houdt haar ogen strak op haar schrift gericht. ‘Nou, hoe ging het dan?’ vraagt Manon terwijl ze haar pen neerlegt. Isa haalt haar schouders op. ‘Het ging wel goed geloof ik.’ zegt ze en schrijft stug door.<br />
  33. 33. Manon kijkt haar zus met opgetrokken wenkbrauw aan, maar Isa kijkt niet op. Manon haalt haar schouders op en pakt haar pen weer op. Als Isa niet wil praten heeft het toch geen zin.<br />
  34. 34. Manon is de eerste die haar schrift dicht slaat en opbergt. Meteen daarna pakt ze haar mobiel uit haar zak en ploft op de bank neer om Lucas te bellen. Isa blijft even aarzelend in de kamer staan, maar loopt dan naar de boekenkast.<br />
  35. 35. Voor de kast blijft ze staan en laat haar ogen over de kaften van de boeken gaan. De meeste boeken die er staan heeft ze al ooit gelezen en met een beetje tegenzin pakt ze een boek van de bovenste plank.<br />
  36. 36. Als ze één hoofdstuk heeft gelezen slaat ze met een zucht het boek dicht en zet het weer terug in de kast. ‘Ik ga even naar de bibliotheek. Zeg jij dat tegen mam?’ vraagt ze aan Manon die nog steeds in gesprek is met haar beste vriend.<br />
  37. 37. Manon knikt afwezig terwijl ze naar Lucas luistert. Ze lacht. ‘Ja, dat vind ik ook. Het is veel leuker nu jij ook opgegroeid bent tot tiener. Ik begon me bijna eenzaam te voelen.’ zegt ze lachend. Isa rolt met haar ogen en maakt zich klaar om te gaan. Manon vermaakt zich nog wel even.<br />
  38. 38. http://annek2.livejournal.com/21716.html<br />Na een stukje te hebben gelopen komt Isa aan bij de stadsbibliotheek van Belladonnabaan. Met een glimlach opent ze de zware deuren en kijkt rond om te bepalen waar ze gaat beginnen met zoeken.<br />
  39. 39. Het halfuur dat daarop volgt vermaakt Isa zich prima tussen alle boeken. Ze bekijkt de verschillende kasten met boeken om een boek te zoeken dat ze leuk vindt, maar ze kijkt ook even bij de vele tijdschriften die er verkocht worden.<br />
  40. 40. Uiteindelijk pakt ze, nadat ze de beschrijvingen van meerdere boeken heeft gelezen, een boek uit de kast en gaat aan de grote leestafel zitten. Ze slaat het boek open en begint met een glimlach op haar gezicht te lezen.<br />
  41. 41. Binnen de kortste keren is ze zo verdiept in het boek dat ze maar amper merkt dat iemand tegenover haar komt staan. ‘Is deze stoel bezet?’ vraagt hij en Isa schudt zonder op te kijken haar hoofd. Pas als ze de zin afgelezen heeft kijkt ze op en ziet de jongen die bij de stem hoort. <br />
  42. 42. Haar adem blijft even in haar keel steken terwijl haar klasgenoot haar een glimlachend aankijkt. ‘Wat toevallig dat ik je hier zie.’ zegt Laurens de Pater terwijl hij opkijkt van zijn boek.<br />
  43. 43. Isa knikt snel en richt zich weer op haar boek. Ze voelt hoe haar wangen rood worden en hoe zijn blik op haar gericht is. Ze heeft helemaal geen zin om hem nu te zien. Het is al erg genoeg dat ze haar belachelijk maken op school, maar na school heeft ze daar weinig zin in.<br />
  44. 44. Ze haalt opgelucht adem als hij zijn boek dichtslaat en haar nogmaals glimlachend aankijkt. Dankbaar dat hij niet over hun dag op school is begonnen richt Isa zich weer op haar boek.<br />
  45. 45. ‘Weet jij misschien een goed boek voor mijn presentatie?’ vraagt Laurens terwijl hij de boeken in de boekenkast bekijkt. Isa hapt naar adem en kijkt angstig op van haar boek. ‘Ik weet het niet.’ piept ze.<br />
  46. 46. ‘Misschien dat dit iets is.’ zegt Laurens en hij pakt een nieuw boek uit de kast. Isa richt haar blik snel weer op haar boek zodat hij haar geschokte blik niet ziet als hij langs haar heen loopt.<br />
  47. 47. ‘Ik vond dat jij je presentatie erg goed deed.’ zegt hij en Isa heeft het gevoel alsof ze in een diep dal valt. Meteen voelt ze weer de schaamte die ze voelde toen ze tijdens haar verhaal niet meer uit haar woorden kwam. Haar hoofd werd rood en ze begon allerlei namen te verwisselen. Ze voelt opnieuw de lachende ogen van haar klasgenoten op haar gericht.<br />
  48. 48. ‘Het was een ramp.’ zegt Isa als Laurens weer tegenover haar zit. ‘Ik vergat wat ik moest zeggen, ik stotterde en ik was hartstikke zenuwachtig.’ zegt ze en de tranen prikken achter haar ogen. Laurens schudt zijn hoofd. ‘Ik vind dat je het heel goed opgelost hebt. Ik was waarschijnlijk ook heel zenuwachtig geweest als ik helemaal als eerste moest.’<br />
  49. 49. Isa schudt haar hoofd en staat resoluut op. ‘Als je hier alleen maar bent om het in te wrijven kan ik beter gaan.’ zegt ze en zet haar boek terug in de kast. Voordat Laurens nog iets kan zeggen loopt ze naar de deur.<br />
  50. 50. Zodra de zware deur achter haar dicht valt begint ze te rennen. Verblind door de tranen in haar ogen merkt ze niet dat het regent en met een gil glijdt ze uit over een plas. Ze sluit haar ogen en wacht tot ze weer grond onder haar voeten voelt.<br />
  51. 51. Als ze voorzichtig haar ogen weer opent ziet ze dat ze onder aan de trap ligt. Met een pijnlijk gezicht duwt ze zichzelf omhoog en negeert de pijn van de schaafwonden op haar handen. ‘Isa!’ hoort ze een stem achter haar zeggen en ze weet dat die bij Laurens hoort.<br />
  52. 52. Geschrokken knielt hij bij haar neer. ‘Heb je je pijn gedaan?’ vraagt hij bezorgd, maar Isa draait haar hoofd van hem weg. Haar handen branden en ook haar knieën doen pijn, maar dat zegt ze niet.<br />
  53. 53. ‘Isa?’ vraagt Laurens als ze niet antwoordt. ‘Ik heb niets.’ zegt ze met een zucht, maar ze kijkt hem nog steeds niet aan. Hij glimlacht. ‘Mooi, kun je staan?’ vraagt hij en Isa knikt.<br />
  54. 54. Voorzichtig staat Isa op en als Laurens haar wil helpen duwt ze zijn hand weg. ‘Waarom had je nu zo’n haast?’ vraagt hij met een glimlach als ze weer staan. Isa schudt haar hoofd als de tranen opnieuw achter haar ogen prikken. ‘Vergeet het gewoon, vergeet gewoon dat ik besta.’ zegt ze en rent weg.<br />
  55. 55. Laurens roept haar nog na, maar ze negeert het en blijft doorrennen. De tranen stromen over haar wangen als ze terug denkt aan de vernedering. Bij het park merkt ze pas hoe uitgeput ze is en ze blijft stilstaan.<br />
  56. 56. Ze dwaalt een half uurtje door het park en als ze merkt dat het nog harder begint te regenen laat ze zich bij een boom op de grond vallen. Nu ze helemaal alleen is laat ze de tranen helemaal vrij en ze stromen vermengt met de regen over haar wangen.<br />
  57. 57. ‘Every day is so wonderfulThen suddenly, it's hard to breatheNow and then, I get insecureFrom all the pain, I'm so ashamed<br />
  58. 58. I am beautiful no matter what they sayWords can't bring me downI am beautiful in every single wayYes, words can't bring me down, ohh, noSo don't you bring me down today<br />
  59. 59. To all your friends, you're deliriousSo consumed in all your doomTrying hard to fill the emptinessThe piece is gone, left the puzzle undoneAin't that the way it is<br />
  60. 60. 'Cause you are beautiful no matter what they sayWords can't bring you down, ohh, no'Cause you are beautiful in every single wayYes, words can't bring you down, ohh, noSo don't you bring me down today<br />
  61. 61. No matter what we'll doNo matter what we'll sayWe're the song inside the tuneFull of beautiful mistakes<br />
  62. 62. And every where we goThe sun will always shineAnd tomorrow we might awakeOn the other side<br />
  63. 63. 'Cause we are beautiful no matter what they sayYes, words won't bring us down, no, noWe are beautiful in every single wayYes, words can't bring us down, ohh, noSo don't you bring me down today<br />
  64. 64. Don't you bring me down todayDon't you bring me down today’<br />
  65. 65. Het is uren later als Isa genoeg moed verzamelt heeft om zichzelf van de koude, natte grond te hijsen. Ze veegt haar tranen weg en begint aan haar weg naar huis. Met lood in haar schoenen loopt ze de trap richting de voordeur op.<br />
  66. 66. Meteen als ze de deur naar de kamer opent voelt ze de armen van haar moeder om zich heen. Opgelucht haalt ze adem en geniet van het warme gevoel en ze ziet hoe haar vader duidelijk opgelucht naar haar lacht. ‘Daar ben je eindelijk! Waar heb je al die tijd gezeten?’ vraagt Samantha terwijl ze Isa los laat.<br />
  67. 67. Isa haalt haar schouders op. ‘Naar de bibliotheek, heeft Manon dat niet gezegd?’ vraagt ze. Samantha kijkt haar met opgetrokken wenkbrauw aan. ‘De hele tijd? Je bent uren weg geweest!’ <br />
  68. 68. Isa haalt opnieuw haar schouders op. ‘Je weet hoe dat gaat met mij, als ik eenmaal een boek gevonden heb raak ik er al snel in verdiept.’ legt ze uit. Levi kijkt haar onderzoekend aan. ‘Heb je geen boek geleend?’ vraagt hij. Isa voelt dat ze verkleurd, maar schudt snel haar hoofd. ‘Ze gingen sluiten en ik had geen tijd meer om het boek te lenen.’<br />
  69. 69. Samantha kijkt haar aarzelend aan, maar knikt dan toch. ‘Je zult wel honger hebben. Ik heb nog eten voor je in de koelkast staan, zal ik het even opwarmen?’ vraagt ze, maar Isa schudt haar hoofd. ‘Ik heb geen honger, ik ga liever naar bed. Ik moet morgen weer vroeg op voor school.’ zegt ze.<br />
  70. 70. Isa neemt weer afscheid van haar ouders en gaat dan naar haar kamer. Uitgeput laat ze zich op haar bed vallen en zet de herinneringen aan die dag uit haar hoofd. Ze heeft wel genoeg gehuild voor één dag en het enige wat ze nu nog wil is slapen.<br />
  71. 71. ‘Wat ben je aan het doen?’ vraagt Nadine terwijl ze bij de speeltafel komt staan waar Stijn zit te spelen. Stijn kijkt even op naar zijn zus. ‘Ik probeer een heel hoge toren te maken, doe je mee?’ vraagt hij.<br />
  72. 72. Terwijl Nadine en Stijn samen spelen en Levi en Samantha staan te praten, vraagt Manon Jasper naar zijn dag op school omdat het er door de hele heisa niet eerder van gekomen is. ‘Wie was dat meisje eigenlijk met wie je vanmiddag speelde?’<br />
  73. 73. Jasper begint meteen van oor tot oor te grijnzen. ‘Dat was Maria.’ legt hij uit. ‘Ik speel heel vaak met haar omdat zij niet alleen maar met poppen wil spelen zoals alle andere meisjes.’ zegt hij. ‘Misschien komt ze morgen weer naar school.’<br />
  74. 74. Manon glimlacht. ‘Net zoals bij mij en Lucas dus.’ zegt ze en Jasper knikt enthousiast. ‘Maria en ik blijven ook altijd vrienden, wat er ook gebeurd.’ zegt hij en springt dan van de bank. ‘Ik ga snel slapen, dan is het eerder morgen.’<br />
  75. 75. Als alle kinderen in bed liggen, gaan ook Levi en Samantha naar hun slaapkamer. ‘Het zit me toch niet lekker dat Isa zo lang weg is geweest.’ merkt Samantha op. ‘Ze deed zo vaag over waar ze is geweest.’<br />
  76. 76. Levi knikt. ‘Ik vind het ook een beetje een raar verhaal, maar als Isa het zegt zullen we het moeten geloven. Zolang ze ons niet wil vertellen wat er aan de hand is kunnen we haar ook niet helpen.’ legt hij uit.<br />
  77. 77. Samantha knikt en glimlacht heel kort. ‘Je hebt gelijk ook al heb ik een hekel aan niets doen en toekijken.’ zegt ze en zucht. Levi glimlacht. ‘Ik weet het, maar we kunnen haar altijd laten merken dat we er voor haar zijn als ze ons nodig heeft.’<br />
  78. 78. Samantha knikt. ‘Wat zou ik zonder jou goede raad moeten?’ vraagt ze zich hardop af en kijkt hem lachend aan waarop Levi haar in zijn armen trekt. ‘Ik heb geen idee.’ zucht hij en drukt een kus op haar wang.<br />
  79. 79. ‘Bedankt dat je bent gekomen.’ zegt Cathelijne terwijl ze halt houdt voor de slaapkamer van Gabriël. Koen knikt. ‘Hoe lang zit hij hier al?’ vraagt hij met een knik naar de deur.<br />
  80. 80. Cathelijne haalt haar schouders op. ‘Ik weet het niet precies. Hij kwam op een avond thuis en zonder een woord te zeggen ging hij naar zijn kamer. Daarna heb ik hem eigenlijk bijna niet meer gezien. Ik geloof dat het door je weet wel komt.’<br />
  81. 81. Koen zucht en knikt. ‘Daar was ik al bang voor. Ik heb hem nog zo gewaarschuwd voor die vrouw, maar hij luisterde niet.’ zegt hij en denkt terug aan de gesprekken die hij met zijn vriend heeft gevoerd.<br />
  82. 82. ‘Succes.’ zegt Cathelijne. ‘Ik zal jullie alleen laten, want Gijs komt zo.’ Koen knikt en als hij helemaal alleen in de ruimte is went hij zich tot de gesloten deur. ‘Gabriël, kunnen we even praten?’ vraagt hij voorzichtig, maar het enige antwoord dat hij krijgt komt van de gesloten deur: ‘Ga weg!’<br />
  83. 83. Koen zucht. ‘Kom op Gabriël, je kunt je niet voor eeuwig in je kamer op blijven sluiten. Vroeg of laat moet je toch echt een keer naar buiten komen en dan zul je zien dat je je nu voor niets zo afzondert.’<br />
  84. 84. Het blijft stil achter de deur en Koen zucht. ‘Ik weet niet wat ze heeft gedaan, maar je moet over haar heen komen Gabriël. Ze is niet goed voor je en dit alles bewijst dat alleen maar.’ zegt hij en maakt een vaag gebaar richting de deur.<br />
  85. 85. ‘Er zijn zoveel vrouwen op de wereld, je moet niet blijven zitten kniezen bij één vrouw. Ze maakt je ongelukkig en dat is ze niet waard, ze is jou niet waard.’ zegt hij resoluut, maar op zijn stem na is het nog steeds doodstil. <br />
  86. 86. ‘Kom op Gabriël, je moet doorgaan met je leven. Er is nog zoveel meer dan die vrouw en ik zal je helpen om dat in te zien, iedereen zal je helpen. Maar dan moet je wel naar buiten komen en die vrouw uit je hoofd zetten.’<br />
  87. 87. Koen wacht gespannen op een antwoord, maar dat komt er niet. Gabriël zit met opgetrokken knieën op zijn bed en zegt niets. ‘Gabriël?’ hoort hij de stem van Koen vragend zeggen, maar hij reageert niet.<br />
  88. 88. Als een er na een paar minuten nog geen antwoord komt, wendt Koen zich gefrustreerd af van de deur. ‘En, wat zijn de vorderingen?’ vraagt Gijs terwijl hij de trap op komt en zijn vriend verslagen aantreft. <br />
  89. 89. Koen haalt zijn schouders op. ‘Niet erg veel. Hij heeft zichzelf nog steeds opgesloten en ik heb er nog geen woord uit gekregen.’ zegt hij. ‘Ik weet niet wat er gebeurd is, maar ik vermoed dat het iets met zijn “vriendinnetje” te maken heeft.’<br />
  90. 90. Gijs knikt begrijpend. ‘Wat denk je ervan als ik eens met hem praat?’ stelt hij voor, maar Koen kijkt hem verbaasd aan. Gijs knikt. ‘Na alles wat er is gebeurd met… Nou ja, misschien kan ik wel tot hem door dringen.’<br />
  91. 91. Koen haalt zijn schouders op en loopt naar beneden. Als Gijs de deur van de woonkamer dicht hoort slaan slaat hij zich tegen de muur naar beneden zakken. Gabriël is nog steeds stil.<br />
  92. 92. Gijs zucht even voor hij begint te praten. ‘Je had waarschijnlijk niet verwacht dat ik hier nog eens zou zitten, maar ik zit hier toch en nu ik hier toch zit kan ik je maar beter een verhaal vertellen. Wees maar niet bang, ik ga je niet vertellen dat je haar uit je hoofd moet zetten, ik ga je iets vertellen over mezelf.’<br />
  93. 93. ‘Het is alweer een paar jaar geleden, maar voor Cathelijne had ik een andere vriendin. Jessica was haar naam en hoewel we een moeilijke start hadden, zij was nog getrouwd met Armand, waren we toch heel gelukkig samen.’<br />
  94. 94. ‘We waren misschien niet het ideale paar, zij was een harde zakenvrouw en ik was meer het feestbeest, maar toch waren we heel gelukkig samen. We hielden van elkaar en wat de rest van de wereld ervan vond kon ons niets schelen.’ Gijs grijnst als hij eraan terug denkt.<br />
  95. 95. ‘We wilden samen oud worden, maar dat mocht niet zo zijn. We waren op een bruiloft toen ze last kreeg van migraine. Ze wist dat ik graag wilde blijven, ze kende me door en door, dus ze besloot om alleen naar huis te gaan. Het regende en ik weet niet precies wat er gebeurde, maar ze botste tegen een boom en ze was op slag dood.’<br />
  96. 96. Hij moet even slikken, maar praat dan toch verder. ‘Ik was er kapot van. Jessica, mijn Jessica was dood van de ene op de andere dag en ik kon er niets aan veranderen. Je wilt niet weten hoe vaak ik mezelf heb vervloekt dat ik niet met haar mee ben gegaan, maar uiteindelijk loste het niets op. Net als mezelf opsluiten in mijn kamer.’<br />
  97. 97. ‘Het heeft even geduurd, maar uiteindelijk begon ik mijn leven weer op te pakken. Koen was natuurlijk een geweldige vriend en ik weet niet wat ik zonder hem had gemoeten. Op dagen dat ik me rot voelde wist hij me altijd weer op te vrolijken en hij zorgde ervoor dat ik onder de mensen bleef. Ik ben hem daar nog steeds erg dankbaar voor, helemaal toen ik Cathelijne ontmoette.’<br />
  98. 98. ‘Wat ik eigenlijk wil zeggen is niet dat je haar moet vergeten. Ik weet hoe sterk de liefde kan zijn. Het enige wat ik je kan aanbevelen is leren leven zonder haar. Ik heb ook leren leven zonder Jessica. Ik zeg niet dat ik haar vergeten ben, ik denk nog elke dag aan haar, maar het leven gaat door en ik weet dat zij dat ook gewild had. Ook jij zult moeten leven zonder haar en ik weet zeker dat we je daar allemaal mee willen helpen, maar dan moet je wel onze hulp aanvaarden.<br />
  99. 99. Na de laatste woorden van Gijs blijft het lange tijd stil en allebei de mannen zijn in hun eigen gedachten verdiept. Na een paar minuten gaat de slaapkamerdeur voorzichtig open en Gabriël komt langzaam naar buiten.<br />
  100. 100. Gijs staat snel op. ‘Heel goed.’ zegt hij als hij voor Gabriël gaat staan. ‘We zullen je allemaal helpen, echt waar.’ zegt hij als Gabriël hem niet aan durft te kijken. ‘Maar laten we eerst samen naar beneden gaan, want ik geloof dat daar een paar personen zijn die blij zullen zijn je te zien en ik weet zeker dat je ook wel honger zult hebben na al die dagen.’<br />
  101. 101. ‘Wat ontbijten we vandaag vroeg.’ merkt Isa verbaasd op als ze ‘s ochtends de woonkamer binnen komt en haar vader alle borden op tafel zet. Levi kijkt Isa even onderzoekend aan en knikt dan. ‘Ik dacht dan hoeven jullie je niet zo te haasten als de bus hier is.’<br />
  102. 102. Isa knikt terwijl ze gaat zitten en langzaam aan druppelt ook de rest van de familie binnen. Zoals elke ochtend eet het gezin samen en bespreekt de plannen voor de dag. ‘Mag ik vanmiddag weer met Maria spelen?’ vraagt Jasper dan ook.<br />
  103. 103. Jasper heeft zijn vraag nog maar net uitgesproken als Stijn ook op veert. ‘Zijn wij vandaag niet samen alleen thuis als we uit school komen?’ vraagt hij en zijn gezichtje en dat van Nadine begint te stralen en ze krijgen een ondeugende blik in hun ogen.<br />
  104. 104. Samantha ziet het en schudt lachend haar hoofd. ‘Ik dacht het toch niet.’ zegt ze. ‘Manon en Isa zijn er ook nog en ik wil dat jullie beloven dat jullie geen kattenkwaad uit gaan halen.’ Manon kijkt haar moeder verbaasd aan. ‘Ik was eigenlijk van plan om met Lucas af te spreken.’ zegt ze.<br />
  105. 105. ‘Lucas mag ook best hier komen.’ stelt Levi voor en hij richt zich dan tot Isa. ‘Of heb jij ook plannen voor vanmiddag?’ vraagt hij, maar Isa schudt snel haar hoofd en staart naar haar bord. Levi knikt. ‘Dat is ook prima. Zullen jullie je gedragen totdat mama en ik thuis zijn?’ vraagt hij aan de tweeling en ze knikken pruilend.<br />
  106. 106. Na het ontbijt worden alle vieze borden af gewassen en Isa neemt even de tijd om zich terug te trekken. Met een zucht ploft ze neer op de veranda terwijl ze wacht op de school bus die elk moment kan arriveren.<br />
  107. 107. Maar als de bus voor het huis stil blijft staan blijft ze zitten. Stijn, Nadine en Jasper rennen lachend het huis uit en rennen haar voorbij, maar zelf kan ze het niet opbrengen om op te staan. Elke seconde die ze dichter bij de nieuwe schooldag komt begint haar hart sneller te kloppen.<br />
  108. 108. ‘Hey, wat doe jij nu nog hier?’ vraagt Manon verbaasd als ze de voordeur uit loopt en Isa zittend op de veranda aantreft. ‘Kom, de bus staat al te wachten.’ zegt ze en Isa staat met een zucht op om haar zus te volgen.<br />
  109. 109. ‘Ze zijn weer allemaal naar school.’ zegt Samantha als ze de schoolbus heeft uitgezwaaid en de keuken weer in loopt. Levi zet net de laatste borden in de vaatwasser en draait zich om. ‘Missie geslaagd.’ zegt hij met een lach.<br />
  110. 110. Samantha glimlacht aarzelend terug. ‘Ik weet het niet.’ zegt ze, maar Levi schudt zijn hoofd. ‘Ik geloof dat ze het wel zal redden vandaag. Isa lijkt al een heel stuk bijgedraaid na gisteren. Zie je nu wel dat je je voor niets druk hebt gemaakt.’ zegt hij om zijn vrouw gerust te stellen.<br />
  111. 111. Samantha grijnst. ‘Ik maak me helemaal niet druk om Isa, je had helemaal gelijk met wat je zei, maar ik weet niet of het wel goed gaat komen met Nadine en Stijn. Het is zo raar dat ze thuis komen terwijl ik er niet ben.’<br />
  112. 112. Levi grijnst. ‘Ook dat komt wel goed.’ zegt hij. ‘Let maar op, ze zullen het veel te druk hebben met spelen en voor ze het weten ben je alweer thuis.’ zegt hij en neemt haar in zijn armen. ‘Laten we maar gaan, des te eerder kunnen we weer terug zijn.’ zegt hij en Samantha knikt alleen maar terwijl Levi haar knikt.<br />
  113. 113. Om 1 uur rijdt de schoolbus alweer de straat in en stappen Isa, Manon en ook Lucas uit. ‘Dus je vindt het echt niet erg dat we vandaag naar mij gaan? Mam had dat liever in verband met Stijn en Nadine.’<br />
  114. 114. Lucas knikt vaagjes terwijl hij kijkt hoe Isa naar binnen loopt. ‘Is er soms iets met Isa? Ze is zo stil en ik zag haar vandaag in de pauze helemaal alleen voor zicht uit zitten staren.’ vraagt hij.<br />
  115. 115. Manon haalt haar schouders op. ‘Ze is de laatste tijd nogal down, maar ik geloof dat ze er verder niet over wil praten. Ze is laatst tot ‘s avonds laat weg geweest zonder dat we wisten waar ze was, maar ze heeft er verder niet meer over gesproken.’ legt ze uit.<br />
  116. 116. Terwijl Manon en Lucas naar de achtertuin lopen, loopt Isa met gebogen hoofd naar boven. Ze gooit haar huiswerk op haar bureau en ploft op haar bed neer. De tranen prikken in haar ogen, maar ze weet ze tegen te houden.<br />
  117. 117. Haar dag was net als andere dagen vernederend en eenzaam, maar wat nieuw is, zijn de medelijdende blikken die Laurens constant op haar werpt. Ze heeft ze geprobeerd te negeren, maar dat lukte niet altijd. Eén keer, één keer kwam hij naar haar toe om met haar te praten, maar ze vluchtte weg naar de toiletten met een of andere slappe smoes.<br />
  118. 118. Isa zucht en probeert de gedachten aan Laurens uit haar hoofd te bannen, maar dat is nog niet zo makkelijk. Uiteindelijk kijkt ze op en door de tranen heen ziet ze haar schrift op haar bureau liggen.<br />
  119. 119. Ze haalt even trillerig adem en staat dan op. Ze bladert door haar schrift naar de opdrachten die ze als huiswerk moet maken en begint te schrijven terwijl ze alle andere dingen dan de opdrachten uit haar hoofd zet.<br />
  120. 120. Lucas en Manon zitten samen in de achtertuin. De herfst begint langzaam op te komen, maar buiten is het toch nog redelijk lekker weer. ‘Ik zou haar eigenlijk wel willen helpen, maar als ze niet wil zeggen wat er is weet ik het ook niet meer.’ zucht Manon.<br />
  121. 121. Lucas knikt. ‘Dat is ook niet makkelijk, maar ik weet zeker dat Isa weet dat je er altijd voor haar bent en als ze dat niet weet, dan kun je het haar altijd laten zien en haar proberen op te vrolijken.’ stelt hij voor.<br />
  122. 122. Manon knikt enthousiast. ‘Ja, dat is een goed idee!’ roept ze verrukt uit, maar dan valt ze stil. ‘Maar hoe doe ik dat?’ vraagt ze zich hardop af en ze kijkt bedenkelijk voor zich uit. ‘Het moet wel iets zijn wat we allebei leuk vinden en waar ik haar een beetje mee kan opvrolijken.’<br />
  123. 123. Het blijft een paar minuten stil terwijl ze allebei nadenken totdat Lucas zich plotseling iets bedenkt. ‘Er is pas een nieuw zwembad geopend en ik wilde nog vragen of je zin had om daar samen met mij naar toe te gaan.’<br />
  124. 124. Manon veert onmiddellijk op. ‘Dat is het! We gaan zwemmen! Ik weet zeker dat ze dat leuk vindt en we kunnen met een groepje gaan, ik weet zeker dat Lotte en Laila ook wel mee willen en jij natuurlijk!’<br />
  125. 125. ‘Euhm, ik wilde eigenlijk…’ begint Lucas aarzelend, maar Manon klapt enthousiast in haar handen. ‘Dat wordt geweldig!’ zegt ze blij en trekt Lucas uit zijn stoel. ‘Ongelofelijk bedankt, je bent een genie!’ zegt ze en omhelst hem.<br />
  126. 126. Terwijl Manon niet uitgepraat raakt over haar plan komt de schoolbus nogmaals de straat in rijden en dit keer om Jasper, Nadine, Stijn en Maria af te zetten. ‘Zullen we weer buiten spelen?’ stelt Jasper voor en Maria knikt enthousiast. ‘Maar vandaag mag ik de piraat zijn en ga ik jou gevangen nemen.’ voegt ze er nog aan toe.<br />
  127. 127. Lachend rent het tweetal naar de speelplaats waar ze onmiddellijk op de speeltoren klimmen en hun spel van de vorige keer hervatten alsof ze nooit gestopt zijn.<br />
  128. 128. Ze vermaken zich de hele middag prima zonder een moment te denken aan de tijd die ze zonder elkaar door brengen. Zonder te mokken neemt Jasper de rol van ‘gekidnaptejongen’ op zich en hij gaat net als Maria helemaal op in zijn rol.<br />
  129. 129. Ook Stijn en Nadine spelen buiten op de speelplaats, misschien iets minder fanatiek dan hun broer, maar ze vermaken zich ook prima. Ondertussen houdt Manon hen in de gaten terwijl ze met Lucas alles bespreekt voor het uitje. Isa heeft geen idee van de plannen van haar zus, want ze zit op haar kamer te lezen.<br />
  130. 130. Aan het eind van de middag nemen Jasper en Maria vrolijk afscheid. ‘Ik vond het heel leuk om met je te spelen.’ zegt Maria terwijl ze haar armen om Jasper heen slaat.<br />
  131. 131. Jasper knikt enthousiast. ‘We gaan snel nog een keer spelen en dan ben ik weer de piraat!’ zegt hij en Maria kijkt hem twijfelend aan. ‘Dat zullen we nog wel zien.’ zegt ze en ze rent lachend weg.<br />
  132. 132. Ook tijdens het avondeten raakt Jasper niet uitgepraat over zijn middag met Maria. ‘En toen ontvoerde ze mij dus, maar ik kon ontsnappen.’ vertelt hij enthousiast, maar Manon onderbreekt hem. ‘Is het goed als ik zaterdagmiddag iets leuks ga doen met Lucas?’<br />
  133. 133. Levi knikt. ‘Natuurlijk mag dat. Hebben jullie al iets in gedachten om te doen?’ vraagt hij belangstellend. Nadine kijkt haar vader smekend aan. ‘Mogen Stijn en ik ook samen iets leuks gaan doen?’<br />
  134. 134. ‘Dat lijkt me niet zo’n goed idee, Nadine.’ zegt Samantha streng. Manon negeert de opmerking van haar zusje en schudt haar hoofd. ‘We moeten nog even kijken wat we gaan doen, maar we zaten eraan te denken om te gaan zwemmen.’ zegt ze en werpt een korte blik op Isa.<br />
  135. 135. Stijn kijkt mokkend naar zijn bord. ‘Waarom mogen wij ook niet samen gaan zwemmen? Wij zijn toch ook al heel groot?’ vraagt hij wat gelach opwekt bij de rest van de familie.<br />
  136. 136. Na het eten gaan alle kinderen naar hun kamers om hun huiswerk te maken voor de volgende dag. Ook Isa gaat naar boven, maar ze heeft haar huiswerk al af dus ze pakt het boek dat ze die middag heeft gelezen opnieuw uit de kast.<br />
  137. 137. Als Nadine klaar is met haar huiswerk wil ze naar de kamer van Stijn lopen, maar tot haar verbazing komt ze hem op de gang al tegen. ‘Zullen we ‘Maak de lama niet wakker’ spelen?’ stelt ze voor.<br />
  138. 138. Stijn schudt zijn hoofd. ‘Ik heb al met Jasper afgesproken dat we met de bal zouden gaan spelen.’ legt hij uit. ‘Dat is meer iets voor jongens. Vind je dat erg?’ vraagt hij terwijl Jasper uit zijn kamer komt.<br />
  139. 139. Nadine schudt beteuterd haar hoofd en Stijn draait zich om naar zijn broer. ‘Zullen we dan maar naar beneden gaan?’ stelt hij voor en de jongens rennen enthousiast naar beneden.<br />
  140. 140. Nadine blijft alleen achter op de overloop en kijkt beteuterd om zich heen. Haar blik blijft hangen op het schilderij van Levi dat al jaren aan de muur hangt. ‘Hee, ben je al klaar met je huiswerk?’ vraagt Samantha als ze Nadine alleen aantreft.<br />
  141. 141. Nadine knikt vaag en draait zich dan om naar haar moeder. ‘Hoe komen we eigenlijk aan dit schilderij?’ vraagt en wijst op het schilderij van haar vader.<br />
  142. 142. Samantha glimlacht als ze terugdenkt aan de avond dat ze het schilderij maakte. ‘Ik heb het ooit eens gemaakt toen je vader en ik net samen woonde.’ zegt ze trots en kijkt even naar het gezicht van Levi dat haar toe lacht.<br />
  143. 143. Nadine kijkt met grote ogen naar het schilderij van haar vader en dan weer naar haar moeder. ‘Echt waar? Heb jij dit helemaal zelf geschilderd? Mag ik dat ook leren?’ vraagt ze enthousiast.<br />
  144. 144. Samantha kijkt weg van het schilderij en knikt. ‘Als je wilt kan ik het je wel leren. Ik geloof dat we ergens nog wel een tweede ezel hebben. Ik zal papa vragen om die te zoeken.’<br />
  145. 145. Die zelfde avond nog staan Nadine en Samantha naast elkaar in de woonkamer, ieder voor hun eigen ezel. Samantha heeft haar dochter aanwijzingen bij het schilderen en Nadine werkt geconcentreerd aan haar eerste schilderij.<br />
  146. 146. Zonder te kloppen loopt Manon de kamer van haar oudste zus binnen. Isa zit op dat moment helemaal verdiept in haar boek en kijkt verbaasd op als haar zus voor haar staat.<br />
  147. 147. ‘Kunnen we even praten?’ vraagt Manon. Met een korte knik staat Isa op en loopt naar de kast om het boek dat ze aan het lezen was weg te zetten. ‘Waar wil je het over hebben?’ vraagt ze.<br />
  148. 148. ‘Ik dacht dat het misschien een goed idee was als we eens wat vaker samen iets zouden doen als zussen, net als vroeger.’ begin Manon haar verhaal. ‘Weet je nog hoe we samen in de sneeuw speelde?’<br />
  149. 149. Isa glimlacht als ze terugdenkt aan die tijd, de tijd dat alles nog makkelijk was. ‘Natuurlijk weet ik dat nog, ik vond het altijd geweldig. Maar je verwacht toch niet dat ik nu weer een sneeuwpop met je ga bouwen?’<br />
  150. 150. Manon schudt lachend haar hoofd. ‘Lucas en ik willen zaterdag gaan zwemmen. Waarom ga je niet gezellig mee? Lotte en Laila komen waarschijnlijk ook, het wordt vast heel gezellig.’<br />
  151. 151. Isa haalt aarzelend haar schouders op. ‘Ik denk niet dat dat echt aan mij besteed is. Ik vind het heel lief dat je aan me hebt gedacht, maar ik denk dat het beter is als jullie zonder mij gaan.’ zegt ze.<br />
  152. 152. Manon schudt haar hoofd. ‘Kom op, Ies. Doe nu niet zo flauw. Je moet mee gaan.’ zegt ze. ‘Als jij niet mee gaat, ga ik ook niet.’ zegt ze en met een triomfantelijke blik wacht ze het antwoord van haar zus af.<br />
  153. 153. Isa kijkt haar zus ontzet aan. ‘Maar dat is chantage!’ zegt ze, maar Manon haalt haar schouders op. Isa zucht. ‘Oké dan, ik ga mee, maar alleen voor jou omdat ik jou middag niet wil verpesten.’ zegt ze.<br />
  154. 154. Manon schudt haar hoofd. ‘Kom op, Ies. Doe nu niet zo flauw. Je moet mee gaan.’ zegt ze. ‘Als jij niet mee gaat, ga ik ook niet.’ zegt ze en met een triomfantelijke blik wacht ze het antwoord van haar zus af.<br />
  155. 155. Het is laat op de avond, of eigenlijk vroeg in de nacht, als Tara de sleutel van het huis van Kimberly in het slot steekt. Ze sluit de deur en loopt zonder iets te zeggen naar de keuken waar ze Kimberly aan de eettafel ziet zitten.<br />
  156. 156. ‘En? Heb je al iets gevonden?’ vraagt ze terwijl ze naar de keukentafel loopt die helemaal bezaaid is met papieren. Kimberly zit er op een van de stoelen bij met haar hoofd in haar handen.<br />
  157. 157. Kimberly schudt treurig haar hoofd. ‘Helemaal niets. Niets! Die familie Wander heeft de afgelopen eeuwen geleefd als een stelletje heilige bonen. Niets is er over heen te vinden, nog geen overlijdensbericht, helemaal niets.’<br />
  158. 158. Tara kijkt haar verbaasd aan. ‘Waarom heb je me dan helemaal hierheen laten komen? Het is midden in de nacht! Ik heb wel andere dingen te doen.’ zegt ze verontwaardigd.<br />
  159. 159. Kimberly zucht. ‘Ik heb je laten komen om te vertellen dat we ermee moeten stoppen. Dit levert helemaal niets op. Ik heb alle archieven, elke krant, elk register van de afgelopen eeuw doorgespit en er is níets te vinden.’ zegt ze.<br />
  160. 160. Kimberly laat haar hoofd op de tafel vallen terwijl Tara zich verbouwereerd in de stoel laat vallen. ‘Stoppen?’ brengt ze verbaasd uit. ‘Ja, stoppen.’ herhaalt Kimberly geërgerd. <br />
  161. 161. Stilletjes staart Tara voor zich uit. Ze heeft nooit gedacht aan stoppen, niet voor Levi gestraft is tenminste. Ze werpt nogmaals een blik op Kimberly die verslagen met haar hoofd op de tafel ligt, moe naar het zoeken naar iemand die niet gevonden wordt. Ondanks alles, ondanks het voordeel dat ze leken te hebben door de krachten van Kimberly, lijkt er geen mogelijkheid meer te zien om iets tegen Levi te doen.<br />
  162. 162. Plotseling schiet het haar te binnen, het idee dat al hun problemen gaat oplossen. ‘Wacht eens even, jij bent een heks en daar weet niemand hier iets van af. Zou het niet kunnen zijn dat dat bij Levi ook zo is. Dat hij ook niet volledig ‘normaal’ is.’<br />
  163. 163. Kimberly veert onmiddellijk op. ‘Daar zou je best eens gelijk in kunnen hebben.’ zegt ze peinzend. ‘Dat zou in elk geval wel verklaren waarom ze in geen enkele krant voorkomen. Ik ga dit meteen uitpluizen.’ zegt ze en staat op. Tara blijft alleen achter in de keuken en ze haalt opgelucht adem; het is nog niet voorbij.<br />
  164. 164. Het is zaterdagochtend als Isa in haar bikini voor de spiegel staat en Manon haar kamer in komt lopen. ‘Kloppen.’ mompelt Isa vaag terwijl haar blik op de spiegel gericht blijft.<br />
  165. 165. ‘Dat staat je goed.’ zegt Manon terwijl ze in de deuropening blijft staan en toekijkt hoe Isa zichzelf bekijkt. Isa kijkt twijfelend op. ‘Weet je het zeker? Ik heb ook nog een oranje, misschien is die beter.’<br />
  166. 166. Een paar minuten later heeft Isa zich omgekleed en staat ze met een oranje bikini in de kamer. ‘Wat vind je van deze?’ vraagt ze aan Manon terwijl ze zelf weer voor de spiegel gaat staan. ‘Als dit niets is heb ik volgens mij ook nog een groene.’<br />
  167. 167. Manon glimlacht. ‘Het staat je geweldig. Maak je nu maar niet zo druk om je bikini, het maakt niet uit of hij rood of oranje of groen is. Het wordt vast heel gezellig. Ik kwam je eigenlijk halen voor het ontbijt dus kleed je maar snel aan.’<br />
  168. 168. Niet veel later komen Isa en Manon samen beneden. Ze gaan snel bij de rest van de familie aan de ontbijttafel zitten. Hoewel het zaterdag is, is het hele gezin toch al wakker en ze ontbijten samen.<br />
  169. 169. ‘Papa en ik hebben trouwens afgesproken dat ik vandaag thuis blijf.’ deelt Samantha tijdens het ontbijt mee. ‘Dat is voor jullie ook veel gezelliger en ik moet nog wat dingetjes voorbereiden voor vanavond.’ legt ze uit. Stijn veert meteen op. ‘Mag ik anders in jou plaats gaan werken?’ vraagt hij.<br />
  170. 170. Manon begint nog voor haar moeder kan antwoorden te lachen. ‘Ja, misschien is dat wel een goed idee. Dan kan Stijn alle mensen nieuwe producten aansmeren.’ zegt ze lachend. ‘Die zullen vast wel iets willen kopen van zo’n lief, klein, schattig jongetje.’<br />
  171. 171. Stijn kijkt zijn zus beledigd aan en wil iets terugzeggen, maar Isa is hem voor. ‘Ik vond het anders altijd heel leuk om mee te gaan. Ik kan me er niet veel meer van herinneren, maar ik weet wel dat ik het heel leuk vond toen mama mij mee nam.’ zegt ze en net als haar ouders glimlacht ze bij de herinnering.<br />
  172. 172. Na het ontbijt splitst de familie zich op. Levi vertrekt naar de winkel die op tijd geopend moet worden, Samantha ruimt de resten van het ontbijt op en de kinderen vermaken zich samen of alleen.<br />
  173. 173. Manon en Isa maken zich klaar om samen naar het zwembad te gaan. ‘Ik heb met Lucas afgesproken dat ze ons bij het zwembad op zouden wachten.’ vertelt Manon haar oudste zus.<br />
  174. 174. Isa knikt alleen maar. Het blijft even stil totdat Samantha bij hen komt staan. ‘Veel plezier, meiden.’ zegt ze. ‘Zorgen jullie wel dat jullie op tijd terug zijn?’ Isa knikt. ‘We zullen voor die tijd wel klaar zijn met zwemmen.’<br />
  175. 175. Na een half uurtje lopen komen de twee zussen aan bij het grote, nieuwe zwembad van de stad. Manon ziet Lucas al van ver af bij de ingang staan en begint sneller te lopen.<br />
  176. 176. Vrolijk begroet Manon haar beste vriend door hem te omhelzen. Isa ziet dat Lucas een beetje rood kleurt als Manon hem knuffelt, maar hij herstelt zich snel. ‘Daar zijn jullie eindelijk.’ zegt hij snel.<br />
  177. 177. Manon lacht terwijl ze hem los laat. ‘Wat ben je weer ongeduldig.’ zegt ze nog steeds lachend en kijkt dan om zich heen. ‘Net als je zussen zo te zien.’ Isa grinnikt terwijl ze naar haar zus kijkt.<br />
  178. 178. Lucas kijkt weer beschaamd. ‘Ze hadden geen zin meer om te wachten dus ze zijn alvast naar binnen gegaan. Ik wilde toch hier blijven om op jullie te wachten.’ legt hij uit.<br />
  179. 179. Niet veel later zitten Manon en Lucas samen in de kleedkamer. Allebei hebben ze hun zwemkleding al aan, maar van Isa is nog geen spoor te bekennen. ‘Ies! Waar blijf je nu?!’ roept Manon.<br />
  180. 180. Manon zucht en Lucas grijnst. ‘Ze komt zo wel.’ zegt hij. ‘Ik vind het in elk geval heel erg leuk dat je mee wilde gaan zwemmen.’ zegt hij, maar verbeterd zichzelf dan. ‘Heel erg leuk dat jullie zijn gekomen.’ zegt hij snel.<br />
  181. 181. Manon knikt afwezig. ‘Ze zou nu toch wel ongeveer klaar moeten zijn.’ zegt ze peinzend. ‘Denk je dat ze het wel leuk vindt om mee te gaan?’ vraagt ze zich hardop af. <br />
  182. 182. Lucas knikt. ‘Vast wel, anders was ze hier nu toch niet geweest.’ Manon kijkt hem kort aan en knikt dan. Een paar seconden daarna horen ze een paar voetstappen op de gladde tegels. Allebei tegelijk kijken ze op en zien ze Isa de kleedkamer in komen.<br />
  183. 183. ‘Daar ben je eindelijk!’ zegt Manon die meteen weer vrolijk is. ‘Die bikini staat je echt geweldig.’ zegt ze. Lucas knikt. ‘Je ziet er heel goed uit.’ zegt hij. Isa glimlacht even kort en staart naar de grond. ‘Zullen we dan maar gaan?’<br />
  184. 184. Lucas knikt en Manon springt op van het bankje. Het drietal loopt samen de kleedkamers uit, richting het zwembad. ‘Daar zijn Lotte en Laila.’ zegt Lucas nadat hij kort het zwembad rond heeft gekeken en samen lopen ze naar hen toe.<br />
  185. 185. Lotte, Lucas en Manon nemen niet lang de tijd voor een begroeting en samen springen ze in het water. Isa blijft even aarzelend staan totdat Laila haar omhelst. ‘Leuk dat je mee bent gekomen.’ zegt ze.<br />
  186. 186. Isa glimlacht. ‘Manon heeft me over moeten halen.’ bekent ze en Laila grinnikt. ‘Ik ben blij dat het haar gelukt is. We hebben elkaar veel te weinig gesproken de laatste tijd.’ zegt ze.<br />
  187. 187. Isa glimlacht en weet even niet wat ze moet zeggen. Plotseling betrekt haar gezicht als ze een heel bekend persoon aan ziet komen lopen. Laila volgt verbaasd haar blik en dan ziet ook zij Laurens van de trap af komen.<br />
  188. 188. ‘Hey, Laurens! Wat leuk om jou hier te zien.’ zegt ze en ze begroet Laurens enthousiast. Laurens grinnikt. ‘Ik had ook niet verwacht jullie hier te zien.’ zegt hij en zijn blik blijft op Isa hangen die alleen maar schaapachtig kan glimlachen.<br />
  189. 189. Lailaklapt in haar handen. ‘Laten we gaan zwemmen, dat is immers waarom we hier zijn gekomen.’ zegt ze en ze trekt Isa mee naar het water. Even later ligt iedereen in het water en vermaken ze zich allemaal.<br />
  190. 190. Zelfs Isa lijkt zich prima te vermaken en Manon kijkt tevreden naar haar zus. Uiteindelijk was dit uitje toch een goed idee en heeft ze zich zorgen gemaakt om niets.<br />
  191. 191. Na een paar uur zwemmen komen Isa en Laila samen uit het water. ‘Is het jou ook opgevallen dat Laurens de hele tijd naar je zit te kijken?’ vraagt Laila zachtjes terwijl ze snel om zich heen kijkt.<br />
  192. 192. Isa schudt haar hoofd. ‘Nee, daar heb ik niets van gemerkt. Deed hij dat dan?’ liegt ze, want ze heeft zijn blikken wel degelijk gezien. Het waren dezelfde medelijdende blikken als op school en ook nu probeerde ze die te ontwijken.<br />
  193. 193. Lailawil nog iets vragen als Manon en Lucas naar hen toe komen. Opgelucht draait Isa zich naar haar zus toe. ‘Hey, zijn jullie ook even uit het water?’ vraagt ze.<br />
  194. 194. Manon knikt. ‘We wilden jullie eigenlijk vragen of jullie mee doen. Lucas beweert dat hij de beste duik van ons allemaal kan maken en ik vind dat hij dat wel eens mag laten zien dan.’<br />
  195. 195. Lucas grijnst. ‘Ik weet wel zeker dat het zo is, maar Manon wil graag dat ik het bewijs. Dus, doen jullie mee?’ vraagt hij en Laila knikt enthousiast. ‘Ik ben heel benieuwd.’<br />
  196. 196. Lotte is intussen ook opgestaan. ‘Ik zal je eens wat laten zien, broertje.’ zegt ze en loopt als eerste naar de duikplank. De andere 4 verzamelen zich rond haar en kijken toe.<br />
  197. 197. Lotte neemt een kort aanloop op de plank en met een mooie, elegante duik komt ze in het water terecht. Met een brede grijns op haar gezicht komt ze weer boven water en ze kijkt Lucas uitdagend aan.<br />
  198. 198. Ook Laila kijkt haar broer grijnzend aan. ‘Jou beurt, broertje.’ zegt ze en duwt hem richting de duikplank. ‘Laat nu maar eens zien hoe stoer je bent.’ zegt ze lachend.<br />
  199. 199. Lucas steekt zijn tong uit naar zijn zus en loopt met zelfverzekerde passen de duikplank op. ‘Ik zal wel eens laten zien hoe het moet, als je aan de kant gaat.’ zegt hij en ook hij springt met een mooie duik in het water.<br />
  200. 200. ‘Beter dan ik had verwacht.’ moet Lotte toegeven na de duik van Lucas. Ook Laila en Manon doen nog een poging, maar ze weten allebei dat ze niet tegen Lucas en Lotte op kunnen.<br />
  201. 201. ‘Kom op Ies!’ roept Manon als ze allemaal in het water liggen. Isa loopt aarzelend naar de duikplank en nog wat beverig loopt ze de plank op. Ze weet eigenlijk helemaal niet of dit wel een goed idee is en ze voelt zich niet heel prettig.<br />
  202. 202. In haar ooghoek ziet ze Laurens die naar haar staat te kijken. ‘Komt er nog wat van?’ vraagt Lotte ongeduldig als Isa nog steeds niet heeft gesprongen. Ze ziet hoe Laurens moet lachen en ze kijkt snel voor zich.<br />
  203. 203. Isa haalt nogmaals diep adem en zet dan een zo zelfverzekerd mogelijke stap verder richting het eind van de duikplank. Wat ze echter niet had verwacht is dat de plank begint te trillen onder haar aanraking en terwijl haar vrienden beginnen ze lachen schuifelt ze snel van de plank af.<br />
  204. 204. Met tranen in haar ogen hoort ze het gelach aan en zonder er verder nog over na te denken draait ze zich om en begint richting de kleedkamers te rennen. Ze negeert Manon die haar naam roept en blijft rennen.<br />
  205. 205. Bij de kluisjes laat ze zich langs de muur op de grond zakken en ze laat de tranen vrij over haar wangen stromen. ‘Isa?’ hoort ze een stem voorzichtig vragen. Ze houdt haar adem in en wenst dat ze niet gevonden wordt, maar de voetstappen van Laurens komen steeds dichterbij.<br />
  206. 206. ‘Hier ben je dus.’ zegt hij terwijl hij op haar af komt. Isa kijkt hem zo kwaad mogelijk aan. ‘Ga weg.’ snauwt ze, maar ze kan de tranen niet binnen en ze hoort haar stem overslaan.<br />
  207. 207. Laurens hurkt bij haar neer. ‘Manon maakte zich zorgen om je, maar ik heb gezegd dat ik je zou gaan zoeken.’ legt hij uit. ‘Waarom rende je nu weg?’ vraagt hij vervolgens serieus.<br />
  208. 208. ‘Je lachte me uit.’ zegt Isa terwijl ze strak naar de grond kijkt. ‘Je lachte me uit net zoals jij en iedereen op school dat elke dag doen.’ zegt ze en kijkt hem met tranen in haar ogen aan. Laurens kijkt haar verbaasd aan, maar zegt niets.<br />
  209. 209. ‘Je hoeft het niet te ontkennen, ik heb het wel door.’ raast Isa verder. ‘Ik merk wel hoe jullie achter mijn rug om lachen en roddelen en ik heb er genoeg van. Ik kan er niet meer tegen!’ Ze begint steeds harder te praten.<br />
  210. 210. Nu pas merkt ze wat ze heeft gezegd en ze valt stil. ‘Je ziet het helemaal verkeerd.’ zegt Laurens zachtjes. ‘Ik lachte je niet uit. Ik probeerde alleen maar met je te praten op school.’ zegt hij terwijl Isa hem verbaasd aankijkt. ‘Ik wilde je iets belangrijks zeggen.’<br />
  211. 211. Laurens buigt voorzichtig naar haar toe en Isa houdt haar adem in. Hij pakt voorzichtig haar hand en Isa kijkt hem met waterige ogen aan. Ze voelt zijn adem op haar gezicht. ‘Kom, je moet van die koude vloer af.’ fluistert hij en hij trekt haar overeind. <br />
  212. 212. Als ze weer met beide voeten op de grond staat kijkt ze Laurens afwachtend aan. Hij laat haar hand los en legt zijn hand voorzichtig op haar wang. Isa rilt onder zijn aanraking en voelt hoe hij de tranen van haar wangen veegt.<br />
  213. 213. Hij wil zijn hand terugtrekken zodra haar wangen droog zijn, maar Isa houdt hem tegen en pakt zijn pols. ‘Wat wilde je zeggen?’ vraagt ze zachtjes terwijl zijn hand nog steeds op haar wang rust en haar huid verwarmt. <br />
  214. 214. ‘Uhm ja…’ zegt Laurens terwijl hij snel zijn hand terug trekt. ‘Ik wilde eigenlijk zeggen of eigenlijk wilde ik vragen of je zin had om een keer wat na school af te spreken.’ zegt hij hakkelend. ‘Alleen als je wilt natuurlijk. Ik zou het leuk vinden om een keer wat samen te doen en dat is eigenlijk wat ik wilde vragen.’<br />
  215. 215. Isa knikt meteen. ‘Ja, natuurlijk.’ zegt ze. ‘Dat lijkt me heel erg leuk.’ zegt ze en plots voelt ze hoe al het bloed naar haar wangen stroomt. ‘Heel leuk.’ herhaalt ze nogmaals en kijkt naar de grond. Laurens kucht een keer en als Isa opkijkt voelt ze zijn lippen zachtjes op die van haar.<br />
  216. 216. Met elke seconde dat hun lippen elkaar raken voelt Isa zich warmer worden van binnen. Als Laurens uiteindelijk zijn lippen van die van haar haalt kan ze niet anders dan een gelukkige zucht slaken en hem verliefd in de ogen kijken.<br />
  217. 217. Isa heeft geen idee hoe laat het is als Manon de kleedkamer binnen komt en op zoek gaat naar haar zus. Manon kijkt verbaasd op als ze haar zus in de armen van Laurens aantreft. Het stel lijkt haar echter totaal niet op te merken en gaat helemaal in elkaar op.<br />
  218. 218. Glimlachend blijft Manon staan en kijkt naar haar zus. Hoewel ze een paar minuten geleden nog twijfelde of dit uitje wel een goed idee was, weet ze nu zeker dat het goed was om Isa mee te nemen.<br />
  219. 219. Manon kucht een paar keer en Isa maakt zich verbaasd los uit de omhelzing van Laurens. ‘Manon?’ vraagt ze verbaasd als ze haar zus ziet staan met een triomfantelijke blik in haar ogen. <br />
  220. 220. Manon lacht. ‘Goedemiddag tortelduifjes.’ zegt ze en loopt naar hen toe. ‘Ik geloof dat ik me nog niet heb voorgesteld. Ik ben Manon, de zus van Isa.’ ze steekt haar hand uit naar Laurens. ‘Ik ben Laurens.’ antwoordt hijwat verbaasd.<br />
  221. 221. Erg lang neemt Manon niet de tijd om zich voor te stellen, want ze wendt zich weer tot Isa. ‘Wij moeten gaan. Jasper zal wel heel ongeduldig worden.’ zegt ze en voor Isa iets kan zeggen trekt Manon haar mee. ‘Ze belt je vanavond, Laurens.’ roept ze over haar schouder omdat ze ziet dat Isa alleen schaapachtig kan lachen.<br />
  222. 222. De hele weg naar huis lijkt Isa op een roze wolk te zweven en Manon loopt grinnikend naast haar. Als ze na voor het huis staan blijft ze plotseling stil staan. ‘Je zegt het toch niet tegen pap en mam? Ik wil dit nog even voor mezelf houden.’ vraagt ze. Manon loopt lachend door. ‘Waarom sta je dan in de kleedkamer met hem te zoenen?’<br />
  223. 223. Isa wil er tegen in gaan, maar Manon is al binnen en Isa rent snel achter haar aan. ‘Daar zijn jullie eindelijk!’ zegt Jasper zodra hij zijn zussen binnen ziet komen. Hij zit ongeduldig op de bank te wachten. ‘Hoe was het zwemmen?’ vraagt Levi.<br />
  224. 224. ‘O, het zwemmen was heel leuk.’ zegt Manon met een grijns. ‘En de rest ook. Het was héél gezellig.’ zegt ze en kijkt naar Isa die haar kwaad aankijkt. Manon negeert haar blik en grijnst alleen maar. ‘Hoe was het hier?’ vraagt ze.<br />
  225. 225. ‘Heel leuk.’ zegt Jasper en hij springt van de bank af. ‘Maar het is nog veel leuker nu jullie terug zijn, want dan kunnen we eindelijk aan mijn verjaardag beginnen.’ zegt hij ongeduldig.<br />
  226. 226. Levi en Samantha staan ook op van de bank en de taart wordt klaar gezet. Tevreden kijkt Jasper toe hoe de kaarsjes aangestoken worden en hoe zijn familie hem toejuicht. <br />
  227. 227. Hoewel hij al heel goed weet wat zijn wens is, doet hij toch alsof hij er nog heel lang over na moet denken. Zijn besluit staat vast en zelfverzekerd blaast hij alle kaarsjes uit. <br />
  228. 228. Terwijl zijn familie hem toejuicht beleeft Jasper zijn laatste seconden als klein jongetje. Het kost hem geen enkele moeite om die periode achter zich te laten. ‘Wauw, gaaf!’ zegt hij wanneer hij zijn transformatie bekijkt.<br />
  229. 229. Levi staat het dichtste bij zijn zoon en komt meteen op hem af. ‘Gefeliciteerd, jongen.’ zegt hij. Jasper grijnst. ‘Bedankt pap, het voelt goed om niet meer zo klein te zijn.’ antwoordt hij trots.<br />
  230. 230. ‘Toch zal je altijd mijn kleine jongen blijven.’ zegt Samantha die nu ook bij hen staat. ‘Krijgt je moeder nog een knuffel of niet?’ Jasper lacht en laat zijn moeder haar armen om hem heen slaan.<br />
  231. 231. Nadat hij ook door de rest van de familie gefeliciteerd is en de taart weggewerkt is, krijgt Jasper even de tijd om zich terug te trekken in zijn kamer. Meteen gaat hij opzoek naar een andere outfit die wat beter bij hem past.<br />
  232. 232. Als hij weer beneden komt heeft de hele familie zich verzameld in de woonkamer. ‘Goede keuze.’ zegt Samantha goedkeurend als ze hem in het nieuwe setje binnen ziet komen. ‘Ja broertje, dat staat je goed.’ vult Isa haar aan.<br />
  233. 233. Jasper neemt ook plaats op een van de banken in de zithoek. ‘Kunnen we nog wel samen spelen, nu jij groot bent?’ vraagt Nadine. ‘Of wil niet meer met ons spelen omdat wij nu de kleinste zijn?’ vult Stijn haar aan.<br />
  234. 234. Jasper schudt zijn hoofd. ‘Natuurlijk niet. Jullie blijven altijd mijn kleine broertje en zusje. En trouwens, zo lang duurt het niet meer voor jullie ook opgroeien.’ stelt hij de tweeling gerust.<br />
  235. 235. Een hele tijd later zit Isa alleen op haar kamer. Ze trekt haar benen op het bed en staart naar haar mobieltje dat voor haar ligt terwijl ze terugdenkt aan die middag. <br />
  236. 236. Ze kijkt op als de deur open gaat en Manon binnen komt. ‘Ik weet het, eerst kloppen.’ zegt die zodra ze het gezicht van haar zus ziet. ‘Ik wilde alleen even kletsen.’ zegt ze en gaat in de stoel zitten, terwijl Isa op bed blijft zitten.<br />
  237. 237. ‘Sorry dat ik je zo gepusht heb om mee te gaan zwemmen. Ik had je zelf moeten laten beslissen.’ zegt Manon. Isa glimlacht. ‘Het geeft niet, ik heb er geen spijt van. Het was goed om er eens uit te zijn en onder de mensen zijn.’ zegt ze met een grijns.<br />
  238. 238. Manon grijnst ook. ‘Jij hebt mij ook nog heel iets uit te leggen over die Laurens. Waar ken je hem van? Hoe lang ken je hem al? Hoe lang hebben jullie al iets en waarom wist ik daar niets van?’ vraagt ze in één adem.<br />
  239. 239. Isa lacht. ‘Even rustig graag. Ik ken hem van school en ik wist niet dat ik hem leuk vond. Ik was veel te veel met mezelf bezig om dat door te hebben, maar toen ik wegrende kwam hij achter me aan en hij was gewoon heel erg lief. Toen pas besefte ik dat ik hem eigenlijk wel heel leuk vond en toen hebben we dus gezoend.’<br />
  240. 240. Manon glimlacht. ‘Dan heeft deze middag toch nog iets opgeleverd. Hij was meteen zo bezorgd om je, hij stormde meteen naar de kleedkamers. Echt heel lief.’ zegt ze. ‘Wanneer zie je hem weer?’ Isa haalt haar schouders op. ‘We hebben niets afgesproken, want toen kwam jij binnen. Ik wilde hem eigenlijk smsen, maar alles wat ik typ klinkt raar, of dom.’ zegt ze. <br />
  241. 241. Manon grijnst en staat op. Voor Isa iets kan zeggen is Manon al opgestaan en pakt ze het mobieltje van het bed. Ze begint op de toetsen te drukken en na een paar seconden legt ze de telefoon met een triomfantelijk gezicht terug op bed. ‘Wat heb je gedaan?’ vraagt Isa geschrokken. Manon grijnst. ‘Heel simpel, ik heb gevraagd of hij morgen langs wil komen.’<br />
  242. 242. Terwijl Isa en Manon boven zijn, hebben Stijn en Nadine zich ook samen teruggetrokken. Samen zitten ze aan de speeltafel en ze vermaken zich dit keer zonder Jasper.<br />
  243. 243. Jasper zelf zit nog samen met zijn moeder op de bank en in plaats van dat hij mee speelt, kijkt hij nu toe. ‘Mag ik Maria even bellen?’ vraagt hij en hij kijkt weg van Nadine en Stijn.<br />
  244. 244. Samantha knikt. ‘Natuurlijk mag dat. Zij vierde vandaag toch ook haar verjaardag?’ vraagt ze en Jasper knikt. ‘Ga maar snel dan. Feliciteer haar maar van mij.’ zegt Samantha.<br />
  245. 245. Jasper kijkt haar dankbaar aan en loopt naar de telefoon. Als Levi terug komt uit de keuken zit Samantha helemaal alleen voor zich uit te staren. ‘Waar denk je aan?’ vraagt hij terwijl hij naast haar komt zitten.<br />
  246. 246. ‘Aan hoe groot ze allemaal worden. Jasper is nu alweer tiener en binnenkort zullen Nadine en Stijn ook opgroeien en hebben ze ons niet meer nodig, dan kunnen ze op eigen benen staan.’<br />
  247. 247. Levi glimlacht. ‘Zo snel zal niet gaan. Er zullen vast nog momenten zijn dat ze ons wél nodig hebben en dan zijn wij er om ze te op te vangen.’ zegt hij. ‘We blijven nu eenmaal hun ouders.’<br />
  248. 248. Jasper laat zich in zijn nieuwe pyjama op zijn bed vallen en staart naar het plafond als hij zachtjes de deur open hoort gaan. ‘Wat doen jullie nu hier?’ vraagt hij als hij Manon en Isa op hun tenen binnen ziet komen. ‘Gewoon kletsen natuurlijk. Schuif eens op.’ zegt Manon.<br />
  249. 249. Jasper gaat rechtop zitten en Isa en Manon ploffen naast hem neer. Alle drie maken ze het zich gemakkelijk op het bed. ‘En? Hoe voelt het om een tiener te zijn?’ vraagt Isa.<br />
  250. 250. Jasper lacht. ‘Dat weet je toch zelf ook wel. Maar als je het echt wilt weten: het is heel anders dan toen ik nog een kind was, maar tegelijkertijd voelt het ook heel erg hetzelfde, want alles om me heen is nog steeds hetzelfde.’ Manon knikt. ‘En denkt Maria daar ook zo over?’ vraagt ze plagerig. <br />
  251. 251. ‘Ja, ik denk het wel. Waarom vraag je dit?’ antwoordt hij. Manon haalt haar schouders op. ‘Je was zó lang met haar aan telefoon dus ik dacht…’ Jasper port haar voor ze verder kan praten. ‘We zijn vrienden, oké? Dat kan toch, kijk eens naar jezelf en Lucas.’ zegt hij.<br />
  252. 252. Manon haalt lachend haar schouders op. ‘Het zou toch kunnen, het komt wel vaker voor dat er plotseling romantiek opbloeit, toch Isa?’ vraagt ze en kijkt haar zus vriendelijk aan. ‘Daar zou je niets over zeggen!’ roept die uit.<br />
  253. 253. Jasper kijkt verbaasd naar Isa. ‘Waar zou Manon niets over zeggen?’ vraagt hij en Isa kijkt haar zus boos aan. Manon grinnikt. ‘Ik heb niets gezegd, dat deed je zelf.’ zegt ze heel onschuldig.<br />
  254. 254. Isa zucht. ‘Goed dan. Ik geloof dat ik verliefd ben of eigenlijk weet ik het wel zeker.’ bekent ze. ‘Hij heet Laurens en we kennen elkaar van school. Hij was vanmiddag ook in het zwembad en we hebben gezoend.’ bekent ze een beetje verlegen.<br />
  255. 255. ‘Morgenochtend komt hij langs.’ zegt Manon met een veelbetekenende blik tegen Jasper en ze knipoogt naar hem. Jasper grinnikt. ‘Het is goed dat hij morgen langs komt, dan kan ik hem eens even goed bekijken. Ik moet wel weten met wie mijn zus gaat.’ zegt hij en Isa kreunt. ‘Zover zal het niet komen.’ zegt ze.<br />
  256. 256. Ergens anders is Belladonnabaan voelt iemand zich net zo. ‘Ik weet het echt niet.’ zegt Gabriël. ‘Waarom hebben jullie me hiermee naartoe genomen. We hadden toch ook thuis op de bank een filmpje kunnen kijken.’<br />
  257. 257. Gijs schudt zijn hoofd. ‘Het is juist goed dat je er even uit bent. We hebben het hier al vaker over gehad. Je moet meer onder de mensen komen en dan vooral de vrouwelijke soort. Je moet jeweetwelwie proberen te vergeten.’ zegt hij.<br />
  258. 258. Gabriël schudt zijn hoofd. ‘Hoe hadden jullie je dat voorgesteld?’ vraagt hij. ‘En vooral ook met wie? Jullie denken toch niet serieus dat ik met een figuur als dat uit wil?’ vraagt hij en wijst naar een oudere dame die los gaat op de dansvloer.<br />
  259. 259. Gijs en Koen kijken allebei naar de vrouw die Gabriël aanwijst en lachen. ‘Nee natuurlijk niet.’ zegt Gijs weer serieus. ‘Maar ik zat meer te denken aan die met dat rode topje en zwarte haar daar.’ zegt hij en wijst naar een andere vrouw.<br />
  260. 260. Koen knikt. ‘Ja, volgens mij is dat veel meer jou type en als dat niet zo is kun je toch in elk geval proberen om een leuke avond met haar te hebben. Je kunt niet je hele leven binnen blijven zitten.’<br />
  261. 261. Gabriël haalt zijn schouders op. ‘Doe het nu maar.’ zegt Gijs. ‘Hier, neem nog een flinke slok en ga ervoor.’ Gabriël zucht en doet wat er van hem gevraagd wordt. Hij neemt nog een slok van de sterke drank en springt dan van zijn kruk. <br />
  262. 262. Zo nonchalant mogelijk loopt hij naar de dansvloer en hij merkt dat Gijs en Koen naar hem kijken. Hij gaat naast de vrouw staan en stoot haar ‘per ongeluk’ aan. ‘Oh! Sorry!’ roept hij zogenaamd verbaasd boven de muziek uit. ‘Ik geloof dat wij elkaar nog niet kennen. Ik ben Gabriël Goemans.’<br />
  263. 263. De vrouw schudt vriendelijk zijn hand. ‘Wij kennen elkaar inderdaad nog niet. Ik ben Ingrid Jansen.’ zegt ze. Gabriël knikt en glimlacht. ‘Leuk je te ontmoeten Ingrid.’ zegt hij.<br />
  264. 264. Even blijft het stil tussen hen en Gabriël weet niet wat hij moet zeggen. Hij weet dat Gijs en Koen hen nog steeds aanstaren en hij voelt de druk dat hij iets moet zeggen. ‘Kom je hier vaker?’ vraagt hij daarom maar.<br />
  265. 265. Ingrid knikt. ‘Ja, ik kom hier regelmatig.’ zegt ze. ‘Mijn vriend is hier de DJ dus ik ben hier met hem. Dit is de plek waar we elkaar ontmoet hebben dus het heeft goede herinneringen voor ons allebei.’ zegt ze.<br />
  266. 266. Gabriël knikt geïnteresseerd en neemt afscheid van Ingrid. Met gebogen hoofd loopt hij terug naar de bar waar Gijs en Koen hem verwachtingsvol aankijken. ‘En? Hoe ging het? Waarom ben je nu al terug?’ vraagt Gijs.<br />
  267. 267. Gabriël zucht en bestelt nog een drankje. ‘Nou?’ dringt Gijs aan. Gabriël bedankt de ober en neemt een slok voor hij begint te vertellen. ‘Ik vroeg haar of ze hier vaker kwam en ze zei dat ze hier was met haar vriend, de DJ. Ze hebben elkaar hier ontmoet en daarom hebben ze zúlke goede herinneringen aan deze plek.’<br />
  268. 268. Gijs en Koen proesten het allebei uit. ‘Zo grappig vond ik het niet.’ zegt Gabriël verontwaardigd. ‘Ik stond aardig voor schut.’ zegt hij, maar Gijs schudt zijn hoofd. ‘Dat overkomt iedereen wel eens.’ zegt hij en Koen knikt. ‘Misschien moeten we het morgen nog eens proberen in dat nieuwe café.’ zegt hij peinzend. Gabriël kreunt, maar daar letten ze niet op.<br />
  269. 269. De volgende ochtend wordt Stijn uitgerust wakker. Verbaasd kijkt hij op zijn wekker en ziet dat het veel later is dan hij had verwacht. Snel springt hij uit bed en kleedt zich aan. Als hij zich heeft omgekleed blijft hij doelloos in zijn kamer staan.<br />
  270. 270. Uiteindelijk loopt hij naar de kamer naast die van hem, de kamer van Nadine. Verbaasd ziet hij dat ze al bij haar schildersezel staat en aan een schilderij werkt. ‘Goeiemorgen.’ zegt hij.<br />
  271. 271. Nadine glimlacht. ‘Goeiemorgen.’ zegt ze net zo vrolijk. ‘Heb je lekker geslapen? Je bent best laat uit bed.’ merkt ze op terwijl ze een laatste streep op het doek zet voor ze haar kwast opbergt. <br />
  272. 272. Stijn knikt. ‘Ja, ik heb prima geslapen. Ik had alleen niet verwacht dat ik zo laat nog in bed zou liggen. Waarom ben je me niet wakker komen maken?’ vraagt hij zijn tweelingzus.<br />
  273. 273. Nadine haalt haar schouders op. ‘Ik wilde je niet wakker maken. Ik dacht dat je dat niet fijn vond en dat je liever uit wilde slapen dus ik ben maar gaan schilderen.’ legt ze uit.<br />
  274. 274. Stijn lacht. ‘Gekkerd.’ zegt hij en slaat zijn armen om zijn zus heen. ‘Jij mag me toch altijd wakker komen maken.’ zegt hij en Nadine haalt opgelucht adem. ‘Zullen we dan nu samen gaan spelen?’ vraagt ze.<br />
  275. 275. Lachend en gillend stormt het tweetal de trap af, richting de achtertuin. Even later staan ze samen over te gooien en Isa kijkt vanaf binnen glimlachend toe.<br />
  276. 276. ‘Ben je al zenuwachtig?’ vraagt Manon en Isa schrikt op. ‘Euh, ik geloof het wel.’ zegt ze. ‘Ik heb geen idee wat ik moet zeggen of doen. Hij heeft er nu vast een nacht goed over geslapen en hij wil me vast niet meer nu hij er eens goed over na heeft gedacht. Ik heb me echt belachelijk gedragen op school.’<br />
  277. 277. Manon schudt haar hoofd. ‘Zo zal het vast niet gaan. Ik geloof dat hij echt gek op je is. Je moet hem gewoon de waarheid zeggen en zeggen wat je voor hem voelt. Dat is het beste.’ stelt ze haar zus gerust.<br />
  278. 278. ‘Zo zo, wat een wijze woorden op de vroege ochtend. Wie moet Isa de waarheid zeggen?’ vraagt Levi. Geschrokken kijken Manon en Isa op. Geen van hen hebben Levi en Samantha binnen horen komen.<br />
  279. 279. ‘Oh, niemand hoor.’ zegt Isa snel, maar Manon schudt haar hoofd. ‘Isa krijgt straks bezoek.’ zegt ze enthousiast. Samantha kijkt hen allebei wantrouwend aan. ‘Wie van jullie spreekt nu de waarheid?’ vraagt ze.<br />
  280. 280. Isa zucht. ‘Oké, Manon heeft gelijk. Laurens komt straks langs als jullie het goed vinden.’ zegt ze. Manon knikt enthousiast. ‘Ze kennen elkaar van school, maar gisteren was hij er ook aan het zwemmen. Nou ja, daar is niet veel van terecht gekomen, toch Isa?’<br />
  281. 281. Samantha glimlacht. ‘Natuurlijk is het goed dat je hem mee neemt. Ik zou hem graag willen ontmoeten.’ zegt ze. Levi knikt. ‘Ik wil ook wel weten tegen wie mijn dochter haar gevoelens moet uiten.’ zegt hij en Isa begint te blozen.<br />
  282. 282. Na het ontbijt verzameld de familie zich in de woonkamer. Nadine en Stijn spelen samen een spelletje terwijl Manon, Jasper, Levi en Samantha op de bank zitten te praten. Isa loopt zenuwachtig door de kamer terwijl ze wacht tot ze eindelijk de bel hoort.<br />
  283. 283. Zo snel als ze kan loopt ze naar de hal, om de voordeur te openen en Laurens te begroeten. ‘Euh, leuk dat je bent gekomen.’ zegt ze. Nu ze weer voor hem staat heeft ze geen idee wat ze moet zeggen of doen.<br />
  284. 284. Laurens glimlacht. ‘Ik was blij dat je sms'te.’ zegt hij. ‘Ik wilde eigenlijk nog iets met je bespreken.’ zegt hij vriendelijk en Isa knikt. ‘Daar was ik al bang voor. Zullen we maar naar mijn kamer gaan.’ stelt ze voor als ze de hoofden van Jasper en Manon bij het raam ziet verschijnen. <br />
  285. 285. Isa neemt Laurens mee naar de bovenverdieping, naar haar kamer. ‘Nou, dit is het dan.’ zegt ze en blijft stil staan. ‘Ga maar ergens zitten. Dat praat wat makkelijker.’ zegt ze nog steeds wat onzeker.<br />
  286. 286. Laurens knikt en neemt plaats op haar bureaustoel. Zelf gaat Isa op haar bed zitten. Het blijft even stil tussen hen en Isa weet niet wat ze moet zeggen. Haar hart lijkt in haar keel te kloppen en met moeite kan ze een zin uitspreken. ‘Waar wilde je over praten?’<br />
  287. 287. Laurens kucht even, maar knikt dan. ‘Ik wilde het eigenlijk hebben over die middag in de bibliotheek. Waarom rende je weg en waarom liet je me je niet helpen?’ vraagt hij. <br />
  288. 288. Isa zucht; deze vraag had ze al verwacht. ‘Ik weet het niet.’ bekent ze. ‘Het had niets met jou te make, het lag gewoon aan mij. Ik schaamde me voor mezelf en voor wat ik zei en deed, maar uiteindelijk heb ik mezelf alleen maar belachelijker gemaakt geloof ik.’<br />
  289. 289. ‘Maar waarom dan? Je hebt toch niets om je voor te schamen? Ik wilde je helemaal niet bespotten, dat zei ik gisteren ook al. Ik zou niet weten hoe ik dat moet doen zonder te liegen.’ zegt Laurens.<br />
  290. 290. Isa kan het niet laten om even te glimlachen en ze voelt zich warm worden van binnen. ‘Ik voelde me gewoon niet lekker op school. Ik voelde me anders, omdat ik niet voortdurend bezig was met make-up en jongens en ik had het gevoel dat iedereen me uitlachte om wie ik was. Ik geloof dat ik vooral heel onzeker over mezelf was.’<br />
  291. 291. Laurens knikt begrijpend. ‘Geloof je me als ik zeg dat je je helemaal niet onzeker hoeft te voelen. Er is niemand die je uitlacht en voor mij ben je het mooiste, liefste en vooral het meest geweldige meisje van de hele school.’ zegt hij.<br />
  292. 292. Isa voelt weer dat ze rood kleurt en ze slaat haar ogen neer. ‘Dat is lief dat je dat zegt.’ fluistert ze. ‘Ik weet dat ik niet zo onzeker moet zijn, maar ik kan het gewoon niet uitzetten.’ zegt ze.<br />
  293. 293. Laurens staat op en komt voor haar staan. ‘Laat mij je er dan bij helpen. Ik meende wat ik zei. Ik vind je geweldig.’ zegt hij. Isa kijkt hem verbaasd aan. ‘Echt?’ vraagt ze zacht en met schorre stem.<br />
  294. 294. Laurens knikt en neemt voorzichtig haar kin vast zodat ze hem wel aan moet kijken. ‘Ik ben verliefd op je en ik dacht eigenlijk dat ik dat gisteren wel duidelijk had gemaakt.’ zegt hij lachend.<br />
  295. 295. Isa lacht ook terwijl ze terugdenkt aan die dag en kijkt hem aan. ‘Ik geloof dat ik ook verliefd ben op jou.’ zegt ze stralend en ze staat op van het bed zodat ze hem recht aan kan kijken. ‘Ik weet het eigenlijk wel zeker.’ voegt ze eraan toe.<br />
  296. 296. Laurens grijnst en slaat zijn armen om haar heen. ‘Nog één vraag dan: Wie is Jasper?’ vraagt hij. Isa lacht. ‘Jasper is mijn broertje. Het was gisteren zijn verjaardag.’ zegt ze. Laurens knikt goedkeurend. ‘Mooi, ik wilde alleen nog even zeker weten dat je echt vrij was zodat ik dit kan doen.’ zegt hij en hij kust haar lang en innig.<br />
  297. 297. Terwijl Laurens en Isa zich boven vermaken, gaat beneden de bel. Levi loopt nar de voordeur en ziet verbaasd wie er voor de deur staat. ‘Wat een verrassing!’<br />
  298. 298. Justin grinnikt. ‘We dachten laten we eens langs gaan bij de familie Wander. Het is al veel te lang geleden.’ legt hij uit. Levi knikt. ‘Kom snel binnen dan.’ zegt hij lachend.<br />
  299. 299. Manon springt meteen op van de bank als ze haar beste vriend binnen ziet komen. ‘Lucas! Wat leuk om jou weer te zien. Het is ook al zó lang geleden.’ zegt ze lachend.<br />
  300. 300. Lucas knikt lachend. ‘Ik dacht ik kom je nog een dagje vervelen.’ zegt hij en Manon lacht. ‘Dat vind ik helemaal niet erg.’ zegt ze en kust hem op zijn wang. Hij is blij dat ze niet ziet hoe hij bloost.<br />
  301. 301. Lex en Lars rennen lachend langs hen heen naar Nadine en Stijn. ‘Wij komen vanmiddag hier spelen.’ legt Lars uit. Stijn knikt enthousiast. ‘Ik weet wel iets wat we kunnen doen. We kunnen buiten gaan spelen.’<br />
  302. 302. De andere drie stemmen in met dat plan en lachend en giebelend rennen ze naar buiten, naar de speelplaats. Stijn rent voorop en is dan ook het eerste op de speeltoren te vinden.<br />
  303. 303. ‘Wat leuk dat jullie er zijn.’ zegt Samantha als ze Sandra begroet. Sandra knikt. ‘Het was alweer veel te lang geleden dus het werd weer eens tijd om bij te praten.’ zegt ze.<br />
  304. 304. Justin en Levi zijn de laatste die de kamer binnen komen. ‘Je vindt het toch niet erg dat we onaangekondigd binnen komen vallen?’ vraagt Justin.<br />
  305. 305. Levi schudt zijn hoofd. ‘Natuurlijk niet. We vinden het juist heel leuk dat jullie er zijn.’ zegt hij en Samantha is het daar mee eens. ‘Jullie zijn hier altijd welkom.’ zegt ze.<br />
  306. 306. Laila wil naar de kamer van Isa lopen als de deur open gaat. ‘Hé Ies, je vader zei dat je hier was dus ik dacht…’ Laila valt stil als ze ziet dat Isa niet alleen uit haar kamer komt.<br />
  307. 307. ‘Wat is dit?’ vraagt ze verbaasd als ze Laurens ziet. ‘Ik had jou hier helemaal niet verwacht, Laurens.’ ze knijpt haar ogen tot spleetjes. ‘Dit is toch niet wat ik denk dat het is, of wel?’ vraagt ze en kijkt van Isa naar Laurens.<br />
  308. 308. Laurens lacht. ‘Ik had jou hier ook niet verwacht.’ zegt hij. Isa grinnikt om het gezicht van haar vriendin. ‘Ik weet niet wat jij denkt, maar ja, Laurens en ik zijn verliefd. Op elkaar.’ zegt ze stralend. <br />
  309. 309. Laila slaat een gilletje. ‘Ies! Wat leuk!’ zegt ze en valt haar vriendin om de hals. ‘Je moet me alles vertellen.’ zegt ze. ‘Hoe lang is dit al aan de gang? En waarom heb je dit niet eerder gezegd?’<br />
  310. 310. Laurens lacht. ‘Ik denk dat ik jullie dan maar beter alleen kan laten.’ zegt hij. ‘Niet te veel roddelen over mij, oké?’ zegt hij terwijl hij Isa een kus geeft. Laila lacht. ‘Dat zullen we nog wel zien.’ zegt ze.<br />
  311. 311. Isa neemt afscheid van Laurens en gaat dan samen met Laila in de tuin zitten. Ook de andere kinderen hebben zich intussen over het huis verspreid en de volwassenen zitten samen in de woonkamer. ‘Hoe gaat het nu op je werk?’ vraagt Levi aan Justin.<br />
  312. 312. ‘Ik zit er aan te denken om te stoppen in het leger.’ zegt Justin. ‘Het is niet dat ik het niet leuk vind, maar ik wordt ook een jaartje ouder en ik heb het gevoel dat ik nu alles wel bereikt heb.’ zegt hij. <br />
  313. 313. ‘Als jij er zo over denkt dan moet je dat doen.’ zegt Samantha begrijpend en ook Levi knikt. ‘Heb je al een idee wat je daarna wilt gaan doen? Er is vast wel iets anders wat je leuk vindt.’ zegt hij.<br />
  314. 314. Justin lacht. ‘En dat zegt de man met de geweldige baan en eigen zaak.’ zegt hij lachend. ‘Je beseft toch wel hoeveel geluk jij hebt gehad met Jessica? De banen liggen helaas niet voor het oprapen.’ zegt hij.<br />
  315. 315. De jongste kinderen vermaken zich intussen prima op de speelplaats. Lex en Lars hebben de grootste lol op de speeltoren en ze laten zich lekker gaan samen met Nadine en Stijn.<br />
  316. 316. ‘Kijk eens Lars.’ zegt Stijn vanaf het klimrek en hij laat zijn kunstje zien. Lars lacht. ‘Super goed!’ zegt hij. ‘Ik weet zeker dat de meisjes op school dat niet kunnen.’ zegt hij stoer. <br />
  317. 317. Lex heeft de opmerking van zijn broer gehoord en vanaf de klimtoren kijkt hij naar Nadine. ‘Laat hem maar kletsen, hoor.’ zegt hij verlegen tegen haar. Nadine lacht. ‘Hij heeft gelijk. Ik kan niet zo lang aan dat rek hangen.’ zegt ze.<br />
  318. 318. Jasper, Lizzy en Lotte zitten ook buiten, maar zij vormen een groepje rond de tuintafel. ‘Dus je vertrekt binnenkort al naar de universiteit?’ vraagt hij aan Lizzy.<br />
  319. 319. Lizzy knikt. ‘Ik ben al bezig met de voorbereidingen. Ik moet nog een paar maanden en dan kan ik eindexamen doen. Ik ben al opzoek naar een kamer voor het volgende semester.’<br />
  320. 320. Jasper knikt. ‘Ik kan me echt niet voorstellen dat ik over een paar jaar zou moeten gaan studeren. Ik geniet eerst nog wel even van het leven als tiener. Ik heb nog genoeg om te ontdekken.’ zegt hij tevreden.<br />
  321. 321. Isa en Laila hebben zich in het gras laten vallen bij de vijver. ‘Dus toen ik gisteren wegrenden kwam hij achter me aan en in de kleedkamer hebben we gezoend.’ legt Isa uit.<br />
  322. 322. Laila glimlacht. ‘Dat is zo romantisch. Hij past echt heel goed bij je.’ zegt ze. ‘Maar ik geloof dat ik me ook moet verontschuldigen. Ik ben de laatste tijd niet echt een goede vriendin geweest.’ zegt ze. ‘Ik had niet eens door dat je Laurens leuk vond en dat je zo onzeker was.’<br />
  323. 323. Isa haalt haar schouders op. ‘Het geeft niet. Ik wist het zelf eigenlijk ook niet. Ik heb er met Laurens over gepraat en hij heeft me laten inzien dat ik me helemaal niet hoef te schamen.’ zegt ze. <br />
  324. 324. Laila lacht. ‘Je straalt helemaal als je over hem praat.’ zegt ze. ‘Ik ben blij dat je zo gelukkig met hem bent, dat verdien je echt.’ Isa glimlacht om haar woorden. ‘Jij verdient ook zo iemand.’ zegt ze.<br />
  325. 325. Laila grijnst. ‘Je hebt gelijk. Wie had er nu gedacht dat jij als eerste een vriendje zou vinden. Wij moeten nodig eens samen gaan stappen, dan kan je me tips geven zodat ik ook zo’n leuke jongen kan versieren.’ zegt ze lachend.<br />
  326. 326. Isa en Laila kletsen gezellig verder en ook ergens anders wordt er gezellig gepraat. Manon heeft Lucas meegenomen naar het zitje op de veranda en vertelt over Isa en Laurens.<br />
  327. 327. Lucas grijnst. ‘Geef het maar toe. Het was een goed idee van mij om haar mee te nemen.’ zegt hij. Manon schudt haar hoofd. ‘Ik heb het idee uitgevoerd, dus ik zal het nooit toegeven.’ zegt ze en steekt haar tong naar hem uit.<br />
  328. 328. ‘Maar ik ben wel heel blij met de manier waarop het uitgepakt heeft. Ze lijkt zich echt veel beter te voelen. Vanochtend bij het ontbijt zat ze al helemaal te stralen.’ zegt ze tevreden. ‘Ik voel me net een soort koppelaar.’<br />
  329. 329. Lucas grinnikt. ‘Manon Wander voor al uw liefdesperikelen.’ zegt hij wat hem een stomp in zijn zij oplevert. ‘Ik meen het, je hebt het goed opgelost met Isa.’ zegt hij lachend.<br />
  330. 330. Manon knikt en staart voor zich uit plotseling springt ze op. ‘Ik weet het!’ roept ze enthousiast. ‘Ik begin een koppelbureau.’ zegt ze. ‘Ik weet zeker dat er op school genoeg mensen zijn die wat hulp nodig hebben in de liefde.’ zegt ze.<br />
  331. 331. Lucas kijkt haar verbaasd aan. ‘Denk je dat dat gaat werken. Als ze de persoon op wie ze verliefd zijn niet durven te benaderen, waarom zouden ze dat bij jou dan wel willen?’ vraagt hij.<br />
  332. 332. Manon haalt haar schouders op. ‘Je ziet het toch vaak genoeg in tv-programma's, waarom zou dat mij dan niet lukken?’ zegt ze. ‘Ik moet gewoon een goede eerste klant hebben zodat ze zien hoe goed ik ben.’ zegt ze peinzend.<br />
  333. 333. Plotseling kijkt ze hem smekend aan. Lucas schudt zijn hoofd. ‘O nee.’ zegt hij. ‘Echt niet. Ik hoef niet gekoppeld te worden.’ Manon kijkt hem smekend aan. ‘Kom op! Je bent mijn beste vriend. Je wilt me toch wel helpen om mijn eigen koppelbureau op te zetten?’ vraagt ze lief. ‘Ik blijf je net zolang smeken tot je ja zegt.’ zegt ze, maar Lucas blijft zijn hoofd schudden. ‘Dan kan je lang bezig blijven.’ zegt hij.<br />
  334. 334. De tijd vliegt als het gezellig is en de zon is al achter de horizon verdwenen als Justin merkt hoe laat het is. ‘Ik denk dat wij maar eens moeten gaan. Er moet ook nog gekookt en gegeten worden.’<br />
  335. 335. Samantha kijkt even naar Levi en richt zich dan weer tot Justin en Sandra. ‘Waarom blijven jullie niet hier eten. We kunnen pizza of chinees bestellen. Dat lusten de kinderen vast ook wel.’ stelt ze voor.<br />
  336. 336. Justin en Sandra kijken elkaar twijfelend aan als de achterdeur open vliegt en de vier jongste kinderen lachend binnen komen. ‘Het regent.’ zegt Lars sip. ‘En we waren nog helemaal niet klaar met spelen. Blijven we nog even?’ vraagt hij. <br />
  337. 337. ‘Vooruit dan maar.’ zegt Justin en Sandra knikt. ‘We willen hier graag blijven eten, als het niet te veel moeite is natuurlijk.’ zegt hij, maar Levi schudt zijn hoofd. ‘Wat willen jullie eten?’ vraagt hij. <br />
  338. 338. Een half uur later zit iedereen te eten. Levi heeft pizza voor de kinderen bestelt en chinees voor de volwassenen. De oudste kinderen hebben zich rond de eettafel verzameld terwijl de jongste bij hun ouders zitten.<br />
  339. 339. Manon neemt een hap van haar pizza en heeft moeite om het binnen te houden, zo warm is het. ‘Hoe is het nu afgelopen met Laurens?’ vraagt ze nieuwsgierig aan Isa. ‘Was het nog gezellig?’ vraagt ze.<br />
  340. 340. Isa knikt. ‘Jahoor. Heel gezellig. We hebben goed gepraat enzo.’ zegt ze en Laila begint te giechelen. Isa kijkt haar met een grijns aan en richt zich dan snel weer op haar bakje chinees. <br />
  341. 341. Levi en Samantha zitten ieder met een bakje chinees op de bank. Het valt voor hen allebei nog niet mee om met de stokjes te eten, maar ze na een paar happen worden ze er toch iets handiger in.<br />
  342. 342. Justin lacht. ‘Dit doet me echt denken aan toen we nog op de universiteit zaten. Toen aten we ook elke dag samen.’ merkt hij op. ‘Dat waren nog eens mooie tijden.’ zegt hij.<br />
  343. 343. Levi glimlacht. ‘Dat lijkt zo lang geleden alweer.’ zucht hij. ‘Toen kende ik Sam nog niet eens en nu zijn we al jaren gelukkig getrouwd.’ zegt hij en kijkt haar liefdevol aan. <br />
  344. 344. Lex neemt een grote hap van zijn pizza. ‘Dit is echt het lekkerste eten van de hele wereld.’ zegt hij. ‘Eten jullie wel eens vaker pizza?’ vraagt hij. Nadine schudt haar hoofd terwijl ze terugdenkt aan de laatste keer dat ze pizza aten. Het was de dag dat haar ouders ruzie hadden.<br />
  345. 345. Lars propt zijn laatste stuk pizza in één keer in zijn mond. ‘We moeten vaker hier komen spelen.’ zegt hij. ‘Als we elke keer pizza eten kom ik hier elke dag wel.’ zegt hij met volle mond.<br />
  346. 346. Als Sandra haar bakje leeg heeft staat ze op. ‘Ik zal dit in de even weg gaan gooien. Kan ik anders nog helpen met opruimen ofzo?’ vraagt ze. Samantha heeft haar bakje ook leeg en staat ook op. ‘Ik zal eens kijken wat voor troep ze hebben gemaakt.’ zegt hij.<br />
  347. 347. Ook de kinderen zijn klaar met eten. Nadine kijkt naar buiten. ‘Het is weer droog!’ roept ze blij en ze springt op van haar stoel. ‘Wie gaat er mee naar buiten?’ vraagt ze en de jongens volgen haar meteen.<br />
  348. 348. Levi en Justin blijven samen achter op de bank en hij blijft even stil tussen de twee vrienden. ‘Hoe gaat het eigenlijk met je moeder? Is ze nog steeds zo druk aan het werk?’ vraagt Levi.<br />
  349. 349. Justin knikt en grijnst. ‘Ik denk niet dat ze ooit wil stoppen met werken. Ik heb het haar wel eens voorgesteld, maar daar wilde ze niets van weten.’ legt hij uit. <br />
  350. 350. Levi knikt. ‘Dat klinkt echt als je moeder.’ zegt hij. Justin knikt. ‘Ze is wel gestopt bij Armand, had ik je dat al verteld?’ vraagt hij. Levi schudt zijn hoofd. ‘Dat had ik ook wel verwacht. Je moeder lijkt me niet echt iemand om altijd onder iemand te werken.’ zegt hij.<br />
  351. 351. Justin knikt. ‘En Armand is nu eenmaal net zo’n workaholic als mijn moeder. Dat is hij al jaren, ook toen ik nog bij Tara kwam. Ik vraag me wel eens af wat er met haar is gebeurd. Op een of andere manier wilde ze ons niet meer zien.’ zegt hij.<br />
  352. 352. Levi knikt. ‘Heel raar was dat.’ zegt hij en hij denkt weer aan de dag dat hij samen met Tara op het strand van Twikki eiland was. ‘Ik denk dat het niet aan jou lag. Ze had waarschijnlijk gewoon tijd voor zichzelf nodig.’ zegt hij. <br />
  353. 353. Justin knikt. ‘Ach ja, we hebben veel plezier gehad samen, maar mijn leven is nu totaal anders. Intussen ben ik getrouwd met de liefde van mijn leven en heb ik zes geweldige kinderen. Ik heb niets te klagen.’ zegt hij.<br />
  354. 354. Levi knikt. ‘Precies. Daar gaat het om. We zijn allebei veel te gelukkig met ons leven om nog langer stil te staan bij het verleden.’ zegt hij. ‘Tara heeft zich vast ook zonder ons gered.’<br />
  355. 355. Het is al laat als Justin en Sandra uiteindelijk opstaan van de bank en afscheid nemen van de familie Wander. ‘Bedankt voor de leuke middag.’ zegt Sandra en Samantha knikt. ‘Jullie moeten snel nog een keer langs komen.’<br />
  356. 356. ‘Het was heel gezellig.’ zegt Manon die ook afscheid neemt van haar beste vriend. Lucas knikt. ‘Ik vond het ook heel leuk. Ik zie je morgen wel weer op school.’ zegt hij.<br />
  357. 357. ‘Ik zie je morgen op school, oké?’ vraagt Laila. ‘Of heb je het dan te druk met Laurens?’ Isa lacht en schudt haar hoofd. ‘Ik zal in mijn agenda kijken of ik een gaatje voor je kan vinden.’ zegt ze en omhelst haar vriendin.<br />
  358. 358. ‘Het was heel gezellig, Jasper.’ zegt Lizzy en Lotte knikt. ‘Nu je geen klein jochie meer bent, ben je veel minder irritant.’ zegt ze lachend. Jasper steekt zijn tong naar haar uit. ‘En bedankt.’ zegt hij lachend.<br />
  359. 359. ‘Ik vond het heel erg leuk om hier te spelen.’ zegt Lex en hij omhelst Nadine. ‘Zullen we snel nog eens spelen?’ vraagt hij. Nadine en Stijn knikken allebei. ‘Natuurlijk!’ zeggen ze in koor.<br />
  360. 360. De families nemen afscheid van elkaar. Het is al redelijk laat dus zodra Levi de voordeur heeft gesloten zoeken ze allemaal hun eigen kamer met eigen bed op. Het duurt niet lang voor het helemaal rustig is in huize Wander en iedereen in diepe slaap is.<br />
  361. 361. Het is midden in de nacht en er waait een koude wind. Tara duikt nog iets dieper in haar jas terwijl ze met snelle passen naar het huis van Kimberly loopt. Als ze langs de achtertuin loopt valt het haar op hoeveel onkruid er groeit.<br />
  362. 362. Tara krijgt niet de kans om aan te bellen, want nog voor ze de voordeur heeft bereikt vliegt deze al open. ‘Daar ben je eindelijk. Waarom duurde het zo lang?’ vraagt Kimberly die in de deuropening verschijnt. <br />
  363. 363. Tara rolt achter haar bril met haar ogen. ‘Ik hoop voor je dat het deze keer wel de moeite waard is. Ik heb niet zo’n zin om elke keer voor niets midden in de nacht mijn bed uit te komen.’ zegt ze.<br />
  364. 364. Kimberly negeert haar opmerking en houdt de deur voor haar open. Tara stapt langs haar heen en in de hal blijft ze staan. In haar ooghoek ziet ze dat de keukentafel er nog net zo bij ligt als de laatste keer dat ze hier was. <br />
  365. 365. ‘Nou, wat wilde je me laten zien?’ vraagt ze en ze draait zich geërgerd om naar Kimberly. Die loopt langs haar heen naar de boekenkast. ‘Kom maar mee.’ zegt ze en pakt een van de boeken uit de kast zodat die begint te draaien.<br />
  366. 366. Kimberly verdwijnt door de kast en Tara volgt haar voorbeeld. Ze kan nog net voorkomen dat ze boven op een stapel papieren gaat staan. ‘Wat is dit hier?’ vraagt ze verbaasd terwijl ze naar de troep wijst.<br />
  367. 367. Kimberly heeft intussen al een plekje ingenomen tussen alle papieren en kijkt haar aan. ‘Dit is mijn werkkamer.’ zegt ze. Nu pas ziet Tara ook het boekenstandaard en de grote ketel.<br />
  368. 368. Op haar tenen loopt ze tussen de papieren door en ploft op de witte bank neer. Ze kijkt nog steeds naar de stapel papieren en ontdekt ertussen ook dingen die ze liever niet had gezien zoals aangekoekte kopjes en beschimmelde etensresten. ‘Heb je hier geleefd of zo?’<br />
  369. 369. Kimberly negeert haar vraag. ‘Ik heb de laatste weken heel wat onderzoek gedaan en ik heb daarom alle papieren hier naartoe verhuist.’ zegt ze en wijst op de rotzooi voor haar.<br />
  370. 370. Tara haalt haar neus op. ‘Dat is nog geen excuus om niet op te ruimen.’ zegt ze en kijkt met een smerig gezicht naar een beschimmeld stukt brood. ‘Maar heb je nu nog iets ontdekt?’ vraagt ze.<br />
  371. 371. Kimberly knikt en gaat op haar knieën zitten. ‘Je weet dat ik elke krant, elk register, elk officieel document heb doorgespit, maar er is gewoon helemaal niets te vinden over deze familie Wander. Helemaal niets!’<br />
  372. 372. Tara rolt met haar ogen. ‘Dat weet ik allemaal al lang. Als dat is waar je me voor hebt laten komen, dan ga ik wel weer.’ zegt ze en wil opstaan. ‘Natuurlijk niet. Laat me nu gewoon vertellen.’ snauwt Kimberly en Tara gaat weer zitten.<br />
  373. 373. Kimberly haalt even adem. ‘Je weet ook dat jij me uiteindelijk aanraadde om in de magische wereld te zoeken. En dat heb ik dus gedaan en met succes.’ zegt ze. Tara veert meteen op. ‘Dus je hebt iets gevonden?’ vraagt ze.<br />
  374. 374. Kimberly knikt en staat op. ‘Ik heb iets gevonden wat Levi liever geheim had willen houden.’ zegt ze. ‘Ik vermoed namelijk dat Levi afstamt van een oude magiër.’ zegt ze. ‘En deze magiër was niet zomaar iemand.’<br />
  375. 375. ‘Deze magiër is namelijk de enige die ooit het recept voor onsterfelijkheid heeft weten te vinden. Helaas wist hij geen spreuk te bedenken tegen moordlustige mensen, want uiteindelijk werd hij vermoord zonder dat iemand ooit het recept heeft kunnen namaken.’ legt ze uit.<br />
  376. 376. Tara kijkt haar ongelovig aan. ‘Een magiër, is dat alles? Maar wat moeten wij daarmee en hoezo wordt hij dan gezocht?’ vraagt ze. Kimberly zucht. ‘Doe nu even rustig en luister eens naar wat ik zeg.’<br />
  377. 377. ‘De drank voor onsterfelijkheid is ongelofelijk gewild in de magische wereld. Wie wil er nu niet voor altijd leven? Daarom worden de afstammelingen van de magiër, als ze er nog zijn, tot de dag van vandaag gezocht.’ legt Kimberly uit.<br />
  378. 378. Tara knikt. ‘Maar waarom dan? Je zegt net zelf dat de magiër zijn recept niet doorgegeven heeft. En hoe wil je dit in verband brengen met Levi en zijn familie? We kunnen toch moeilijk bewijzen dat hij afstamt van die magiër?’ vraagt ze.<br />
  379. 379. Kimberly zucht. ‘De magiër had wel de onsterfelijkheid in zijn bloed en een klein deel hiervan heeft hij doorgegeven aan zijn kinderen die het weer doorgeven aan zijn kinderen. Het zit in hun DNA. Dat is waar we Levi mee kunnen pakken.’ zegt ze. ‘We hebben zijn DNA of dat van zijn kinderen nodig. Daar ga jij voor zorgen.’<br />
  380. 380. Tara kreunt. ‘Waarom ik?’ vraagt ze verveeld. Kimberly kijkt haar kwaad aan. ‘Omdat ik hier alles klaar moet maken om aan te kunnen tonen of Levi wel of niet afstamt van die magiër en als dat zo is, dan kunnen Levi voor altijd ontdoen van zijn gelukkig leventje.’ zegt ze met een kwaadaardige lach op haar gezicht.<br />
  381. 381. Dat was het weer voor deze keer. Wil je weten hoe het verder gaat met Levi, Samantha, Isa, Manon, Jasper, Nadine en Stijn en wat Kimberly en Tara van plan zijn, lees dan ook de volgende update!<br />X Sandra<br />

×